CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp RSZ en OER (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 28 oktober 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 204020.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

i. Binnen strategische keuze3 wordt ingezet op het versterken van de ruimtelijke identiteit van New Town Zoetermeer. Daarbij versterken we kenmerkende ruimtelijke structuren en gaan we uit van behoud van bestaande gebouwen en omgevingen en onderzoek we eerst mogelijkheden voor herbestemming en/of inpassing in nieuwe ontwikkelingen. En daarbij geven we ruimte voor experiment, creativiteit en innovatie. Daarmee benadrukt de RSZ ook de cultuurhistorische waarden. Het daadwerkelijke onderzoek en motivering hoe hiermee omgegaan kan worden volgt in de verdere uitwerking van de betreffende plek. ii. De proceskwaliteit van gebiedsontwikkelingen en de rol van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit worden niet in de RSZ of het OER bepaald. Eerder zijn in de Visie Zoetermeer 2040 kwaliteit en diversiteit (waaronder ruimtelijke kwaliteit) al wel als belangrijke principes gedefinieerd, op basis waarvan in alle plannen en ontwikkelingen keuzes voor Zoetermeer 2040 worden gemaakt. De inhoud van de RSZ vormt daar een ruimtelijke vertaling van. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft een adviserende rol bij bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen. De Commissie beoordeelt of plannen voldoen aan de eisen op het gebied van uiterlijk, materiaalgebruik, omgeving en passen binnen de geldende regels en beleidsnota's, waaronder de Omgevingsvisie Zoetermeer (Visie Zoetermeer 2040 + RSZ).

De CRK adviseert het college van burgemeester en wethouders over omgevingsvergunningen en ruimtelijke ontwikkelingen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is meegenomen bij de ontwikkeling van de RSZ, zodat zij in de advisering op nieuwe stedelijke ontwikkelingen daar ook op kan aansluiten.

iv.

v.

vi.

vii.

mening dat hoogbouw, zoals beschreven in de Leidraad Hoogbouw (pagina 60), toch een bedreiging kan vormen voor de historische linten, vooral als deze hoogbouw te nadrukkelijk aanwezig is in de nabijheid van de linten. Indiener is van mening dat onderzoek naar hergebruik zoals voorgesteld in de RSZ 2040, te beperkt is en sloop en nieuwbouw pas aan de orde zouden moeten zijn wanneer hergebruik aantoonbaar niet haalbaar of niet verantwoord is. Indiener geeft aan dat de Cultuurhistorische Waardenkaart niet alleen gebouwen omvat, maar ook gebieden en structuren, waaronder de H-structuur. Indiener stelt dat hoewel deze Hstructuur een hoge cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt, deze waarde in de Ruimtelijke Strategie en het OER niet onderbouwd of erkend worden. Indiener is van mening dat in de Ruimtelijke Strategie de hoofdwegen structuur vooral gepresenteerd wordt als een barrière tussen wijken en bewoners. Dit beeld doet geen recht aan de feitelijke situatie: de wijken zijn door tunnels en bruggen goed met elkaar verbonden, waardoor er geen sprake is van ernstige fysieke barrières. Waar wél knelpunten bestaan is indiener van mening dat deze gericht aangepakt kunnen worden. Voor indiener is niet duidelijk waarom ervoor gekozen wordt de H-structuur na 2040 in te richten als stadstraat.

Voor de Europaweg ter hoogte van het centrum is deze keuze volgens indiener logisch, maar voor de rest van de H-structuur ontbreekt een duidelijke afweging, met name ten

iii. De historische linten vormen belangrijke lijnen door de stad, die specifieke kwaliteiten omvatten, die het behouden waard zijn. Deze historische linten lopen ook door of nabij hoogstedelijke gebieden waar meer hoogbouw is toegestaan. Met de keuze om juist in de hoogstedelijke gebieden te verdichten en ook meer hoogbouw toe te staan, vormt dit inderdaad een sterk contrast met de aanwezigheid van de historische linten. Daar is in deze gebieden niet aan te ontkomen. Het contrast heeft ook waarde omdat het de verschillende groeiperioden in de stad naast elkaar laat zien. Elders in de stad, zijn we met deze keuze, wel in staat om die gebieden vrij te houden van sterke verdichting waardoor dit sterke contrast beperkt blijft tot de historische leefmilieus die grenzen aan de hoogstedelijke leefmilieus. iv. In de RSZ staat: “We onderzoek eerst mogelijkheden voor herbestemming en/of inpassing in nieuwe ontwikkelingen, voordat we overgaan tot sloop”. Daarmee benadrukt de gemeente dit belang voldoende. Verder aanscherping in de vorm van ‘aantoonbaar niet haalbaar of niet verantwoord’ is zodoende niet nodig. v. In strategische keuze 3 wordt juist ook het belang van de kenmerkende (historische) ruimtelijke structuren als belangrijke dragers van de stad benoemd. De H-structuur is een van de ruimtelijke structuren die hiermee bedoeld wordt.

Daarbij heeft de gemeente ook de ambitie uitgesproken om langs de hoofdwegen geleidelijke te transformeren, waarbij de stad zich mee presenteert. Delen van de H-structuur zullen op elk hun eigen wijze, getransformeerd worden tot meer uitnodigende leefomgevingen. Daarbij is vanuit het oogpunt van versterken van de ruimtelijke identiteit ook de identiteit van de H-structuur nader te onderzoeken op welke wijze die herbestemming of inpassing plaats kan vinden. vi. De hoofdwegenstructuur vormt nu vooral een verkeersader door de stad, gelegen tussen de wijken. Het klopt dat er tussen wijken verbindingen bestaan in de vorm van bruggen of tunnels en er dus sprake is van enige feitelijke verbondenheid. Echter, de ruimte rondom de hoofdwegen vormen geen aantrekkelijke plekken om te verblijven en het aantal verbindingen beperkt zich tot de enkele tunnels en bruggen. Voor een goed verbonden stad, met een fijnmazig fietsnetwerk, zoals fysiek, sociaal en (sociaal) veilig verbonden, liggen er in deze stad kansen om zowel de wijken nog beter met elkaar te verbinden, de omgeving rondom de hoofdwegen aantrekkelijker en meer verblijfswaarde te geven en te transformeren tot aantrekkelijke stukken stad. De RSZ beoogt met de doorontwikkeling van de stad het functioneren van de stad nog verder te verbeteren en nieuwe verbindingen te realiseren. vii.

De cultuurhistorische waarden, ook van de H-structuur, zullen in de toekomst een prominente rol krijgen in de

viii.

5.14

opzichte van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Indiener pleit voor ontwerpend onderzoek. Indiener pleit voor slim hergebruik van cultureel erfgoed en stelt dat door het gebruik van (de oogst aan) cultureel erfgoed als vertrekpunt te agenderen, van sloop als enige optie om tot vernieuwing te komen kan worden afgezien.

Met betrekking tot strategische keuze 4 vraagt indiener waarom er in de RSZ (bijna) niets staat over de gevolgen van de groei van het aantal inwoners en woningen voor de omvang en aard van de daarbij horende gebouwde en onbebouwde voorzieningen.

doorontwikkeling van de stad. Ontwerpend onderzoek kan daarbij een goed hulpmiddel zijn. De gemeente is het met de indiener eens. viii. Onduidelijk is wat de indiener expliciet meer verlangt van de RSZ. In de RSZ wordt met de strategische keuze 3 nadrukken het belang van behoud van bestaande gebouwen en omgevingen bepleit. Dit omvat ook het culturele erfgoed. Slim hergebruik is ook in het kader van duurzaamheid van groot belang.

De RSZ onderschrijft dat het bij de groei van de stad essentieel is dat het voorzieningenniveau meegroeit. Zoetermeer kan haar woonaantrekkelijkheid alleen verbeteren als het goede voorzieningen heeft voor huidige en toekomstige doelgroepen. In paragraaf 6.6.2.1 van de RSZ wordt hierop ingegaan. Door gebruik te maken van een Normenkader voor voorzieningen (referentienormen voor omvang en aantal voorzieningen per 1.000 / 10.000 inwoners) zal bij de verdere uitwerking van de RSZ in gebiedsprogramma's en projecten steeds opnieuw bekeken worden wat de omvang en aard van de voorzieningen is die daarbij passend is. Onder andere binnen het programma Woningbouw als Aanjager is op basis van een doelgroepenanalyse in kaart gebracht welk type woningen waar in de stad zouden passen. Hiervoor is al gewerkt met het Normenkader voor voorzieningen. Zo sturen we op de voldoende aanbod, spreiding en nabijheid van voorzieningen. Verder is in de RSZ aangegeven dat er meer ruimte gezocht wordt voor cultuur, evenementen, sport en ontmoeting. Ook hierbij is het van belang dat dit passend is bij de groei en de samenstelling van de Zoetermeerse bevolking. Op een aantal plekken is er uitbreiding nodig van de wijkgezondheidscentra. In afstemming met de sector zoeken we daarvoor naar uitbreiding van bestaande locaties of het clusteren met andere functies op nieuwe locaties.

5.15

Met betrekking tot strategische keuze 5

i.

ii.

Vraagt indiener of er wel voldoende garanties zijn opgenomen om ‘meedenken en meedoen’ expliciet onderdeel uit te laten maken van het werkproces om verscheidenheid aan ruimtelijke artefacten en de verscheidenheid van burgers met respect in te zetten. Pleit indiener voor het inzetten op het bouwen van gemeenschappen; verbindt het

i.

De RSZ heeft een aanzet gegeven om met elkaar het gesprek te voeren over de toekomstige ontwikkeling van de stad, waarbij indiener betrokken is en heeft meegedacht. De RSZ is niet het document waarin werkprocessen omtrent participatie worden vastgelegd of uitgewerkt. De wijze waarop we in gesprek blijven met partijen in de stad wordt onder de aandacht gebracht bij de herziening van het gemeentelijk participatiebeleid.

ii. Gemeenschappen komt terug in hoofdtekst ruimtelijke visie: “Zoetermeer toont lef en ambitie door stedelijke en sociale ontwikkeling met elkaar te verbinden. De stad is er voor de mensen, een plek waar men elkaar kan ontmoeten, werken, recreëren en wonen en zo deel uitmaakt van de gemeenschap”

sociaal beleid met ruimtelijk beleid en ontwerp.

en in strategische keuze 9: “We stimuleren eigenaarschap en betrokkenheid bij de leefomgeving door inwoners een actieve rol te geven bij de (her)inrichting en gebruik van hun wijk of buurt. Hierdoor dragen fysieke projecten bij aan de versterking van bestaande gemeenschappen en draagvlak voor vernieuwing”. Dit uit zich dan ook in het versterken van de bestaande wijkenen buurten.

5.16

Met betrekking tot strategische keuze 7 vraagt indiener hoe SMART Zoetermeer al bezig is.

De RSZ is niet het document waarin al deze uitwerkingen worden beschreven. De gemeente werkt samen met partners en inwoners continu aan de stad. Dit is een doorgaand proces waarbij via monitoring de effecten en resultaten van de inspanningen worden gemeten. Onder andere via de Staat van Zoetermeer. Op basis daarvan wordt ook steeds bekeken of nieuwe beleidsaanscherpingen nodig zijn.

5.17

Indiener spreekt zijn steun uit voor strategische keuze 8 maar vraagt of regie voeren wel voldoende is. Indiener doet de suggestie van een eigen ingenieursbureau en een andere beheer-attitude binnen de gemeentelijke organisatie.

De suggesties zijn waardevol, als de strategische keuze om de regie te pakken breed ondersteund wordt. De wijze waarop is uitwerking.

5.18

Met betrekking tot strategische keuze 9:

i.

ii.

5.19

indiener is van mening dat het leggen van nieuwe relaties tussen bewoners/gebruikers en stukken nieuwe- stad niet in de agenda staat en noemt daarbij als voorbeelden de verbinding Binnenpark-Stadshart-Aptrootpark en Vernedepark-EntreeMeerzicht-hoog-Voorweg. Pleit indiener ervoor om als gemeente en samenleving in te zetten op het proces van gemeenschapsvorming en te werken vanuit een breed palet aan inwoners met verschillende leefstijlen.

Indiener is het eens met strategische keuze 10 maar vraagt:

i.

ii.

Zienswijze 6

Hoe je dan de noodzakelijke betrokkenheid van de gebruikers/inwoners van de stad organiseert? Hoe we burgers het gevoel laten geven dat ook zij delen in het ‘eigenaarschap’ van de stad?

i. De RSZ is agenderend. Apart van de RSZ wordt een Uitvoeringsagenda opgesteld. Hierin wordt nader ingegaan op het moment en de wijze waarop verschillende zaken worden opgepakt. De relatie tussen bewoners bij ontwikkeling van de stad en de wijze waarop we in gesprek blijven met partijen in de stad wordt onder de aandacht gebracht bij de herziening van het gemeentelijk participatiebeleid (zie ook beantwoording 5.15). ii. De gemeente ondersteunt dit pleidooi en zet verschillende middelen in. Behalve dat de gemeente hiervoor initiatief neemt staat de gemeente ook open voor initiatieven van inwoners.

i. Net zoals voor de RSZ zorgvuldig geparticipeerd is zal dat ook bij andere trajecten gebeuren volgens de participatieverordening. ii. Er zijn verschillende manieren waarop getracht wordt gevoel van eigenaarschap te faciliteren. Dit voert verder dan de scope van de RSZ. Initiatieven van inwoners in de leefomgeving worden zoveel mogelijk gestimuleerd. Zie hiervoor onder andere het platform maatschappelijke initiatieven op DoeMee.

6.1

Indiener vindt het op zijn zachtst gezegd bijzonder dat het perceel Eerste Stationsstraat 185 op zichzelf, als eilandje tussen de leefmilieus groen en werk, kwalificeert als stedelijk leefmilieu. Volgens indiener kan er geen sprake zijn van een stedelijk leefmilieu als bedoeld in de Ruimtelijke Strategie, omdat op dit perceel - conform het Omgevingsprogramma enkel woningen worden voorzien en geen andere functies of basisvoorzieningen, hetgeen conform paragraaf 5.2 van de Ruimtelijke Strategie wel een voorwaarde lijkt te zijn voor een stedelijk leefmilieu.

De stedelijke leefmilieus kenmerken zich onder andere door de ligging in de stad, de mate van functiemenging en andere mobiliteitskeuzes. Het perceel ESS 185 ligt dicht bij het station Zoetermeer-Oost en vormt samen met de zuidzijde van het spoor het knooppunt Station Zoetermeer Oost. Rondom dit knooppunt wonen, werken en mobiliteit in sterke mate vermengd. De locatie ESS 185 kent in het omgevingsprogramma een zekere mate van menging: een zone langs de ESS ten behoeve van werk met wonen direct daarachter. Indien voorzieningen zich aandragen die passen bij het doorontwikkelen van een goed regionaal knooppunt dan is dat binnen dit leefmilieu goed mogelijk. Enkele stedelijke (sport- en onderwijsvoorzieningen) liggen daarnaast in het direct aangrenzende groengebied Vernedepark.

6.2

Door indiener wordt opgemerkt dat als op de locatie Eerste Stationsstraat 185 woningen worden gerealiseerd, dat - in ieder geval - een deel van de nieuw te realiseren woningen geprojecteerd is binnen de geluidscontour die is vastgesteld voor het gezoneerde industrieterrein. Het belangrijkste punt van zorg is de geluidsbelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van indiener, maar ook andere milieuaspecten, waaronder geur, veiligheid en verkeersveiligheid worden door indiener als punten van aandacht naar voren gebracht.

Vanuit de RSZ worden gebieden rondom OV-knooppunten kansrijk geacht voor sterk mate van functiemenging van wonen en werk met andere mobiliteitsnormen. Dat geldt ook voor het gebied rondom station Zoetermeer-Oost. Verdere concretisering van de plannen op ESS185 zijn in het omgevingsprogramma vastgelegd, waarbij bij de uiteindelijke uitwerking van de plannen voor deze locatie onderbouwd zal worden hoe omgegaan wordt met de benoemde aspecten.

6.3

Indiener maakt duidelijk dat zij in geen geval beperkt mag worden in haar (toekomstige) bedrijfsactiviteiten als gevolg van de (onterechte) kwalificatie als stedelijk leefmilieu. Indiener is van mening dat haar belangen niet kenbaar zijn meegewogen bij het opstellen van de Ruimtelijke Strategie (en het OER), terwijl deze belangen bij de gemeente Zoetermeer evident bekend zijn. En stelt dat dat dit wel op de weg van de Gemeente had gelegen.

De RSZ legt de ambities voor stedelijk leefmilieus nabij OVknooppunten vast. Daarbij volgt verdere concretisering in gebiedsgerichte omgevingsprogramma's. In het omgevingsprogramma Vernedepark en Paltelaan zijn de belangen van de indiener wel degelijk meegewogen, wat onder andere heeft geresulteerd in het situeren van werkruimte aan de zijde van de Eerste Stationsstraat.

6.4

Indiener meent dat het veel meer in de rede zou liggen om de groene buffer door te trekken en dit perceel (net zoals het Burgemeester Vernèdepark) aan te duiden als groen leefmilieu, alwaar conform paragraaf 5.7 van de Ruimtelijke Strategie ruimte wordt geboden voor sport- en recreatieve voorzieningen en

DE RSZ beoogt ook het realiseren van de juiste functies op de juiste plek. Dit aspect is ook meegewogen in de afweging van de locatie ESS. De nabijheid van het station Zoetermeer Oost en de potentie daarvan voor een stedelijk leefmilieu (sterke menging, van o.a. wonen, werken, voorzieningen) maakt dat een groen leefmilieu hier minder voor de hand ligt. Binnen het stedelijk leefmilieu kunnen ook stedelijke voorzieningen gerealiseerd worden. Bij de verdere uitwerking van het omgevingsprogramma Vernedepark en Paltelaan bleek

De geluidscontour waarnaar wordt verwezen ligt vast in het omgevingsplan van de gemeente Zoetermeer en is een uitgangspunt bij de verdere uitwerking van de plannen voor de Eerste Stationsstraat 185. Nieuw te realiseren woningen binnen de geluidscontour moeten op een dusdanige wijze worden gesitueerd of worden geïsoleerd dat de bedrijfsbelangen van indiener niet onevenredig geschaad worden. Op de overige aspecten wordt in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ook getoetst.

(kleinschalige) evenementen die ontspanning, ontmoeting, sport en spel stimuleren. Indiener is van mening dat dergelijke functies (veel) beter passen bij activiteiten van de naastgelegen fabriek indiener.

een sporthal ter plekke ruimtelijk niet in te passen, onder andere vanwege de aanwezigheid van een bestaande ondergrondse transportleiding.

Indiener verwijst naar haar zienswijze met betrekking tot het Omgevingsprogramma (ontwerp programma Vernedepark/Paltelaan) waarin zij ook uiteengezet heeft dat een sporthal op deze locatie de uitdrukkelijke voorkeur van indiener heeft. 6.5

Indiener benoemt dat in de Ruimtelijke Strategie meermaals wordt omschreven dat het realiseren van een gezonde leefomgeving minstens zo belangrijk is als het wonen zelf. En dat wordt aangegeven dat bedrijven met een hogere milieucategorie niet te combineren zijn met wonen. Indiener onderschrijft deze aspecten en meent dat vanwege deze redenen woningbouw pal naast haar fabriek niet passend is.

Voor een evenwichtige groei van de stad is naast woningbouw ook ruimte voor werk belangrijk. Daarbij kan nieuwe ruimte voor bedrijven met hoge milieucategorieën niet gevonden worden in de bestaande woonwijken en zet Zoetermeer in op het beter benutten en intensiveren van de bestaande bedrijventerreinen. Voor solitair gelegen bedrijven wordt maatwerk mogelijk gemaakt zodat zij hun huidige bedrijfsvoering kunnen blijven voortzetten. De recente realisatie van het woningbouwproject het Nieuwe Dorp toont aan dat woningbouw in de directe omgeving van dit bedrijf mogelijk en passend is.

6.6

Indiener verzoek de gemeente om de locatie Eerste Stationsstraat 185 in de (definitieve) Ruimtelijke Strategie niet aan te wijzen als een locatie waar (mogelijk) in de toekomst woningbouw kan worden gerealiseerd, zodat de (bedrijfs)belangen van indiener op lange(re) termijn gewaarborgd zijn en blijven.

De bedrijfsbelangen van indiener zijn een gegeven ter plekke en het uitgangspunt bij de verder uitwerking is dat deze niet onevenredig geschaad worden.

Zienswijze 7 7.1

Indiener vindt dat het aspect Gezondheid nog algemeen is terwijl de Omgevingswet juist uitnodigt om gezondheid vrij integraal te zetten. Indiener is van mening dat meer aandacht voor zou mogen zijn.

In hoofdstuk 6 van de RSZ worden de onderliggende beleidsthema’s waaruit de RSZ is opgebouwd beschreven, waaronder het thema ‘sociaal en gezond’. Daarin wordt in algemene zin ingegaan op de verschillende opgaven en keuzes op het gebied van gezondheid. Voor het aspect gezondheid zal een apart omgevingsprogramma worden opgesteld als uitwerking van de Visie Zoetermeer 2040/Ruimtelijke strategie. Daarin zal gezondheid vanuit een integrale benadering opgepakt en ingezet worden. Ook zal het thema gezondheid (zowel gezondheidsbevordering als gezondheidsbescherming in de buitenruimte als de gebouwde omgeving) op veel andere plekken terugkomen, bijvoorbeeld bij (beleids-)ontwikkelingen op het gebied van buitenruimte, voorzieningen en mobiliteit.

7.2

Indiener mist aandacht voor circulariteit in de RSZ, terwijl ruimte voor circulaire ontwikkeling een urgent thema is. Indiener

Het beleid rondom circulariteit in Zoetermeer is in de opbouwende fase. Na de zomer zal de raad daarover een beleidsvoorstel behandelen. Dit circulaire beleid gaat wel in op

vraagt of er ook noemenswaardige circulaire initiatieven zijn die in het verleden of nu spelen? Indiener geeft diverse overwegingen mee voor verdieping op ruimte voor circulariteit.

de ruimtelijke randvoorwaarden maar nog niet zover dat circulaire eisen worden gesteld voor bouw en infrastructuur. Kansen op dit vlak worden uiteraard wel benut. Bij een volgende update van de omgevingsvisie zullen nieuwe circulaire ontwikkelingen zoals meervoudig multifunctioneel ruimtegebruik van bestaande bouw en infrastructuur worden meegenomen. De beschreven verdiepingen nemen we mee in nieuwe ontwikkelingen in de RSZ 2040. Voor onze bedrijventerreinen geldt dat er weinig tot geen vernieuwing of uitbreiding plaats zal vinden in de komende jaren. Wel houden we ontwikkelingen qua bedrijfsvestiging alsmede ontwikkelingen in de buitenruimte in het oog voor circulaire kansen zoals bijvoorbeeld bouwmaterialen hubs. Recycling van grondstofstromen op bedrijfsterreinen is uitdrukkelijk bij ons in beeld. Bestaande regionale contacten worden in toenemende mate benut voor samenwerking op het circulaire vlak. Dat zal in de nabije toekomst alleen maar verder toenemen.

7.3

Naar aanleiding van een passage in het OER wijst indiener erop dat het tegengaan van hittestress niet per definitie bijdraagt aan een circulaire economie. Dit is afhankelijk van de materiaalkeuze, levensduur en herbruikbaarheid van de oplossingen. Indiener geeft aan dat deze ontwikkelingen idealiter wel samengaan en het ook mooi is om juist die meekoppelkans te pakken.

7.4

Indiener wijst erop dat het transformeren van bedrijventerreinen volgens de ZuidHollandse Omgevingsverordening (ZHOV) niet meer mogelijk is. Het mengen van functies is alleen onder voorwaarden mogelijk bij bedrijventerreinen waar volgens het geldende omgevingsplan alleen bedrijven worden toegelaten die passen in geluidruimtezone 1 en geurruimtezone 1 of milieucategorie 1 en 2. Het vigerende bestemmingsplan dat betrekking heeft op Hoornerhage kent (groten)deels ruimte voor milieucategorie 3.1 en hoger. Ook wijst indiener erop dat Hoornerhage niet is opgenomen als te transformeren

Zoetermeer heeft het Convenant Toekomstbestendig Bouwen ondertekend en daarmee komen natuur inclusief en circulair bouwen (o.a. “oogsten van restmateriaal”) nadrukkelijker in beeld. De gemeente vervult een actieve rol als partner in het stimuleren en faciliteren van circulaire innovaties en de ontwikkeling van een markt voor circulaire oplossingen. Het tegengaan van hittestress levert inderdaad niet per definitie een bijdrage aan circulariteit; een zorgvuldige materiaalkeuze en herbruikbaarheid van materialen wel. De tekst in het Omgevingseffectrapport (OER) wordt hierop aangepast. De aanpassing is weergeven in de Nota van Wijzigingen.

De gemeente is zich bewust van de bepalingen en voorwaarden in de ZHOV. De gemeente ziet het bedrijventerrein Hoornerhage tegelijkertijd als een belangrijke schakel tussen bestaande stadsdelen/woongebieden), het aangrenzende van Tuyllpark en de bedrijventerreinen aan de oostkant van de stad. Een bedrijventerrein dat door de verdere uitbreiding van de stad van een randligging een meer centrale ligging in de stad heeft gekregen. Vanuit de RSZ wordt de kans en noodzaak gezien om de functie, het gebruik en de invulling van dit bedrijventerrein daarop mee te laten groeien. Na vaststelling van het omgevingsprogramma ‘Gemeente Zoetermeer gebied Van Tuyllpark en de Noordelijke bedrijventerreinen’ wordt het provinciaal beleid meegenomen in de verdere uitwerking van de functiemenging op het bedrijventerrein. Wanneer concreter is waar de functiemenging beoogd is en met welke omvang gaat de gemeente graag met

bedrijventerrein in de aanvaarde bedrijventerreinenstrategie MRDH.

indiener in gesprek over de wijze waarop hier invulling aan gegeven kan worden.

De passages over beter benutten en intensiveren zijn conform provinciaal beleid. De inzet daarop juicht indiener toe.

Daarbij bespreken we ook graag de mogelijkheden om op andere plekken hogere milieucategorie (hmc) bedrijvigheid te concentreren en waar mogelijk het toewerken naar minimale milieucategorieën voor delen waar we de hmc willen/kunnen concentreren. De bedrijventerreinen strategie MRDH is tot stand gekomen voorafgaand aan de besluitvorming over het eerdergenoemde omgevingsprogramma waar Hoornerhage deel van uitmaakt. Het gemeentebestuur moet over het toekomstig gebruik van het bedrijventerrein nog een besluit nemen. Het genomen besluit wordt meegenomen in de eerstvolgende actualisatie van de bedrijventerreinenstrategie MRDH. Dat besluit gaat ook over Kwadrant A dat wel staat opgenomen in de aanvaarde bedrijventerreinenstrategie MRDH.

7.5

Indiener verzoekt de gemeente de Ruimtelijke Strategie aan te passen, nader uit te werken, naar aanleiding van de door haar gemaakte opmerkingen.

Verwezen wordt naar de beantwoording onder zienwijzen 7.1 t/m 7.4. Dit geeft op dit moment geen reden om de RSZ aan te passen.

Zienswijze 8 8.1

Indiener is erg positief over de aandacht die de ondergrond en bijbehorende uitdagingen krijgen in de RSZ 2040, en over de borging van het belang van het veiligstellen van de drinkwatervoorziening in de OER. Indiener geeft aan blij te zijn met de aandacht voor de drinkwatervoorziening en de huidige samenwerking met de gemeente Zoetermeer in de ondergrond.

Dank voor de door u geuite waardering voor de ontwerp Ruimtelijke Strategie en het OER. De gemeente zet de huidige samenwerking met indiener graag door.

8.2

Indiener verzoekt de gemeente de volgende tekstuele aanpassingen te doen om het belang van het beschermen van de vitale drinkwaterinfrastructuur nog beter te borgen:

1. In de tekst van paragraaf 6.8.1 zal de opsomming van

1. In paragraaf 6.8.1 in de RSZ staan verschillende ondergrondse functies benoemd. Hier staat bijvoorbeeld de energie-infrastructuur apart benoemd. Indiener ziet graag dat hier ook de drinkwaterinfrastructuur specifiek wordt benoemd. Het maken van de link tussen 'kabels en leidingen' en dat dit bijvoorbeeld gaat over de drinkwaterinfrastructuur is belangrijk om minimaal eenmaal te vermelden.

2.

ondergrondse functies aangevuld worden met drinkwaterinfrastructuur. De gemeente onderkent het belang om eenduidige termen te gebruiken en zal naar aanleiding van het verzoek de legendanamen in de betreffende afbeelding in de Ruimtelijke Strategie aanpassen.

Naar aanleiding van deze zienswijze worden tekstuele aanpassingen gedaan in de RSZ. Deze zijn weergeven in de Nota van Wijzigingen.

2. In de afbeelding op pagina 77 in de RSZ

8.3

staan de twee grote rivierwatertransportleidingen en de grootste drinkwatertransportleidingen ingetekend. Indiener is blij te zien dat haar ondergrondse infrastructuur op deze manier wordt geborgd in de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040. Indiener verzoekt de legendanamen voor deze leidingen aan te passen naar onderstaande om zo te zorgen dat altijd over dezelfde termen gepraat wordt: o Transportwaterleiding (bestemming) vervangen door drinkwatertransportleiding; o Rivierwaterleiding vervangen door rivierwatertransportleiding. Indiener merkt op dat in de Omgevingseffectrapportage meermaals wordt verwezen naar het beschermen van de drinkwatervoorziening. Het valt indiener op dat drinkwater mogelijk niet altijd in de juiste context wordt gebruikt en geeft daarbij enkele voorbeelden. Indiener geeft aan dat het grondwaterbeschermingsgebied waar zij haar water uit haalt zich buiten de gemeentegrenzen van de gemeente Zoetermeer bevindt. Dat betekent natuurlijk niet dat daarmee de grondwaterkwaliteit niet belangrijk is, maar de link naar drinkwater is hier specifiek niet van toepassing.

De constateringen rondom drinkwaterwinning in het OER zijn in algemene zin geformuleerd, rekening houdend met de bestaande drinkwaterwinningen die buiten de gemeentegrenzen gelegen zijn. De geplaatste kanttekeningen zijn op de ligging en afstand van de gemeente Zoetermeer tot aan de drinkwaterwinningen echter terecht: de relatie tussen de voorgenomen activiteiten in de gemeente en de drinkwaterwinningen is daardoor wat te sterk benadrukt in het OER. Dat wordt bij definitieve besluitvorming gecorrigeerd.

Zienswijze 9 9.1

Indiener wijst op meerdere ontwikkelingen die in de RSZ genoemd worden, welke (mogelijke) raakvlakken hebben met de A12, zoals onder andere een metropolitaan of regionaal knooppunt met fietskruisingen over de rijksweg, de wens voor een mobiliteitshub ter hoogte van af- en toerit 7 en ondertunnelen of overkluizen van de A12. Indiener verzoekt de gemeente om haar bij het uitwerken van deze plannen, en anderen met betrekking tot mobiliteit vroegtijdig te betrekken, zodat getoetst kan

De gemeente Zoetermeer gaat graag in op uw verzoek om voor toekomstige ontwikkelingen met elkaar in gesprek te treden. De gemeente Zoetermeer zal voor uitwerking van de Ruimtelijke Strategie een overleg inplannen in combinatie met het gebiedsprogramma Entree en de daaronder vallende ontwikkeling van stationsgebied Zoetermeer Mochten er vanuit indiener nog aanpassingen nodig of wenselijk zijn dan verneemt de gemeente dat graag.

worden of onze belangen voldoende geborgd zijn. Zienswijze 10 10.1

Indieners erkennen de inzet op het versterken van de leefbaarheid en duurzaamheid, waarbij de notie van een "Duurzame stad in en tussen de parken" indieners in het bijzonder aanspreekt. Indieners onderstrepen de constatering dat het tijd is voor een "herwaardering van de groene omgeving, landschap en natuur: kwaliteiten waarmee Zoetermeer zich positief onderscheidt in de omliggende regio".

De gemeente dankt indiener voor haar positieve reflectie.

10.2

Vanuit het perspectief van natuur en biodiversiteit, zoals verwoord in hun vijfpunten Natuurplan, achten indieners het van groot belang dat de ambities van de Visie Zoetermeer 2040 zich vertalen in concrete en meetbare doelstellingen en acties binnen de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer (RSZ) en het toekomstige Omgevingsplan.

De Ruimtelijke Strategie is de ruimtelijke uitwerking van de Visie Zoetermeer 2040, waarin ambities en opgaven vertaald zijn naar acties en doelen. Deze acties zullen verder geconcretiseerd worden in omgevingsprogramma's en waar nodig vastgelegd worden in het Omgevingsplan. Via de Staat van Zoetermeer en binnen de omgevingsprogramma's monitoren we het effect van deze acties. Dit gebeurt aan de hand van een uitgebreide set aan indicatoren, zowel prestatie- als effectindicatoren.

10.3

Indieners bepleiten dat natuur als een zelfstandige entiteit met grote waarde voor de stad, zowel maatschappelijk als economisch, een prominente plaats dient te krijgen in de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer. Indieners zien in de Visie Zoetermeer 2040 de potentie om dit te verankeren, met name in de hoofdlijn "Duurzame stad in en tussen de parken". Indieners benadrukken dat de intrinsieke waarde van natuur, los van direct menselijk nut, hierin explicieter erkend en geborgd dient te worden in de RSZ.

Wij zien ook de waarde van natuur van belang is. In de RSZ is zorgvuldig aandacht besteed aan de waarde en kwaliteit van natuur in de stad, waarbij het daarbij gaat om plekken en gebieden met gebruikswaarde voor de inwoners als rustige natuurgebieden waar ruimte is voor planten en dieren.

10.4

Indieners bepleiten het hanteren van heldere ecologische randvoorwaarden bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in en om Zoetermeer. Hoewel de RSZ de zorg voor een klimaatbestendige en natuurinclusieve stad als strategische keuze benoemt, constateren indieners, in lijn met de aanbevelingen in het OER, dat natuurinclusief bouwen niet uitdrukkelijk als uitgangspunt is vastgelegd. Indieners pleiten ervoor dat de RSZ concrete richtlijnen en afspraken bevat die waarborgen dat nieuwe ontwikkelingen

Bij Ruimtelijke Keuze 7 is aangegeven: ‘In dit kader is het belangrijk om ook meer natuurinclusief te bouwen.’ Voor de helderheid vervangen we dat door: ‘In dit kader is het belangrijk om ook natuurinclusief bouwen meer als uitgangspunt te nemen.’ Het opnemen van richtlijnen en kaders voor natuurinclusief bouwen maakt geen onderdeel uit van de Ruimtelijke Strategie 2040. Deze aspecten zullen verdere uitwerking krijgen in gebieds- en/of thematische programma's.

daadwerkelijk bijdragen aan de versterking van de biodiversiteit en het groenblauwe netwerk. 10.5

Indieners bepleiten de noodzaak tot een gebiedsgerichte aanpak die rekening houdt met de specifieke ecologische kwaliteiten en potenties van verschillende delen van Zoetermeer. Indieners geven aan dat de RSZ de leefmilieus beschrijft van Zoetermeer, wat een goede basis kan vormen voor een dergelijke aanpak. Indieners vragen echter om een verdere concretisering van hoe de ecologische waarden binnen deze leefmilieus behouden en versterkt zullen worden.

Voor de verschillenden leefmilieus zullen richtlijnen voor behoud en versterking van ecologische waarden worden opgenomen. Bij de uitwerking van de Ruimtelijke Strategie in omgevingsprogramma's (gebieds- en thematische programma's) worden deze waarden nader geconcretiseerd.

Indieners geven aan dat de Groenkaart van Zoetermeer en de Visie Biodiversiteit daarbij belangrijke aanknopingspunten bieden. 10.6

Indieners bepleiten het belang van monitoring en evaluatie van de staat van natuur en biodiversiteit, met een signaalfunctie voor mogelijk toekomstige problematiek. Indieners zijn van mening dat de RSZ mechanismen dient te bevatten voor het periodiek in beeld brengen van de ontwikkeling van de natuurwaarden en het tijdig signaleren van bedreigingen. Dit sluit aan bij de algemene monitoring van de "Zoetermeerse mechanismen" in de Visie Zoetermeer 2040, maar dient voor natuur specifieker uitgewerkt te worden.

Monitoring van natuur en biodiversiteit is nodig om inzicht te krijgen in het resultaat van beleid en de noodzaak en mogelijkheden van sturing. Het opzetten van een systeem van monitoring en sturing voor natuur en biodiversiteit maakt geen deel uit van de Ruimtelijke Strategie. De mogelijke uitwerking hiervan zal plaats krijgen in een omgevingsprogramma.

10.7

Indieners bepleiten de noodzaak tot structureel overleg tussen de gemeente en natuurorganisaties over het gemeentelijke natuurbeleid. Indieners stellen voor dat de RSZ concrete vormen van participatie en overleg met natuurorganisaties borgt bij de verdere uitwerking van het natuurbeleid en bij specifieke ruimtelijke projecten.

Natuurorganisaties zullen worden betrokken bij herziening en uitwerking van beleid waar het thema natuur relevant is. Binnen de trajecten die daarvoor worden georganiseerd wordt ruimte geboden inbreng te geven. De wijze waarop deze ruimte wordt geboden zal binnen de betreffende trajecten en de participatieverordening van Zoetermeer worden uitgewerkt.

Indieners onderschrijven de aanbeveling uit het OER om de natuurambitie concreter vast te leggen en natuurinclusief bouwen als uitgangspunt mee te nemen.

Bij de uitwerking van de Ruimtelijke Strategie in omgevingsprogramma's (gebieds en thematische programma's) worden deze aspecten nader geconcretiseerd.

10.8

In de Ruimtelijke Strategie nemen we hiervoor geen concrete vormen van participatie en overleg op.

10.9

Indieners stellen de gemeente voor om:

1. De vijf punten van het Natuurplan Zoetermeer expliciet te integreren in de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040. Dit kan door per punt concrete doelstellingen, maatregelen en verantwoordelijkheden te formuleren. 2. Een paragraaf in de Ruimtelijke Strategie te wijden aan de concrete invulling van natuurinclusief bouwen, met verwijzing naar specifieke richtlijnen en best practices. 3. Een structureel overlegorgaan in te stellen, waarin de gemeente en de Zoetermeerse natuurorganisaties (waaronder indieners) periodiek samenkomen om het natuurbeleid te bespreken en te evalueren. 4. Een meetbaar systeem te ontwikkelen voor de monitoring van de staat van natuur en biodiversiteit, waarbij de resultaten periodiek gepubliceerd worden en leiden tot waar nodig aanpassing van het beleid. 5. Bij de uitwerking van het Omgevingsplan concrete regels en richtlijnen op te nemen die de ecologische randvoorwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen.

De vijf punten van het Natuurplan Zoetermeer – zoals benoemd in uw zienswijze- worden niet allen expliciet geïntegreerd in de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer. De wijze van verwerking is aangegeven bij de antwoorden bij 10.3 tot en met 10.7. In het vervolg op de Ruimtelijke Strategie maken wij graag gebruik van uw expertise en betrokkenheid.

Indieners zijn graag bereid om hun expertise en betrokkenheid in te zetten bij de verdere uitwerking hiervan. Zienswijze 11 11.1

Indiener spreekt haar waardering uit voor de RSZ.

Dank voor de door u geuite waardering voor de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer.

11.2

Indiener vraagt aandacht voor haar belangen en betrokkenheid bij de uitwerking van de strategie in concrete omgevingsplannen en denkt graag vroegtijdig mee bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk.

Bedankt voor de ingediende reactie en het aanbod om mee te denken. De gemeente Zoetermeer zal bij gebiedsuitwerkingen in overleg treden met indiener. Bij ontwikkelingen rondom gronden van Prorail wordt indiener actief betrokken.

11.3

Indiener geeft mee dat rondom de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) een beperkingengebied ligt (Omgevingsbesluit, artikel 3.5), ongeveer tot 11 meter buiten de HSWI. Doel van dit beperkingengebied is om het huidig functioneren en de veiligheid

De gemeente is bekend met het beperkingsgebied en is zich ervan bewust dat bouwen in dit gebied vergunningplichting is. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen in het beperkingsgebied en uitwerkingen van de Ruimtelijke Strategie die het belang van het spoornet raken zal afstemming

rondom het spoornetwerk zeker te stellen. Indiener wijst erop dat het bouwen in dit gebied vergunningsplichtig is.

plaatsvinden met indiener en rekening gehouden worden met de door indiener genoemde besluiten.

Daarnaast vraagt indiener om de instructieregel uit artikel 5.163 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bij de uitwerking van de strategie in omgevingsplannen te respecteren. Indiener geeft aan dat dit voor de strategie betekent dat bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werklocaties naast het spoor, gevraagd wordt om toekomstige uitbreidingen van het spoornetwerk mogelijk te houden en de omgevingseffecten op de woon- en werklocaties te verminderen. Dit kan door het houden van de juiste afstand tot het spoor en door een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp. 11.4

Indiener herkent in de RSZ ontwikkelingen richting het spoor die een relatie hebben met het bestaande en beoogde onderhoud, gebruik en vernieuwing van het spoor. Indiener vraagt om de door Zoetermeer beoogde ontwikkelingen te blijven toetsen aan het functioneren van het spoor nu en in de toekomst, in lijn met artikel 5.163 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en noemt daarbij specifiek een aantal ontwikkelingen op en rondom het spoor.

Bedankt voor uw reactie. Van het artikel is kennisgenomen. Er zullen geen regels opgenomen worden in het Zoetermeerse omgevingsplan die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van die infrastructuur belemmeren.

11.5

Indiener vraagt aandacht voor het voorkomen van belemmeringen voor het functioneren en de veiligheid van het spoornetwerk.

In de uitwerking van de Ruimtelijke Strategie richting programma's, omgevingsplan en concrete planontwikkelingen zal rekening worden gehouden met de onderstations en relaiskasten. Waar dit aan de orde is zal rekening gehouden worden met benodigde afstanden, opdat het functioneren van deze voorzieningen niet of niet onevenredig wordt beïnvloed. De gemeente zal indiener actief betrekken bij ontwikkelen die effect kunnen hebben op deze voorzieningen.

Indien verzoekt om in de uitwerking van plannen de onderstations en relaiskasten niet in te sluiten door bebouwing, bebouwing te realiseren op te dichte afstand en te allen tijde bereikbaar te houden voor onderhouds- en hulpdiensten. Indiener geeft aan dat voor deze voorzieningen rekening dient te worden gehouden met een afstand van 5 meter gemeten vanaf de gevel met een hekwerk op de 5 meter-grens. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Dit geldt ook voor het

overbouwen, onderbouwen of overkragen van deze voorzieningen. 11.6

Indiener geeft aan dat uit onderzoek blijkt dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in en indiener wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven

Bij toekomstige ontwikkelingen zal in samenspraak met indiener worden vastgesteld hoe toegankelijkheid en zichtbaarheid het best geborgd blijven.

11.7

Indiener wijst de gemeente erop dat het gebruik van gronden of percelen in eigendom en beheer bij indiener, niet kan zonder schriftelijke toestemming. Dit geldt ook voor bestaande rechten van indiener op percelen van derden.

De gemeente is zich hiervan bewust. In de uitwerking van de Ruimtelijke Strategie richting programma’s, omgevingsplan en concrete planontwikkelingen zal rekening worden gehouden met de verschillende belangen, rechten en eigendomssituaties. Waar dit aan de orde is zal de gemeente in overleg treden met indiener.

11.8

Indiener geeft mee dat het bij het ontwikkelen in de nabijheid van het spoornetwerk, voor een goede Ieefomgeving belangrijk is dat eventuele nadelige effecten van het gebruik van het spoor op een zorgvuldige wijze worden gemitigeerd. Bij de uitwerking van de strategie naar omgevingsplannen, vraagt indiener aandacht voor meerdere aspecten.

De gemeente dankt indiener voor het overzicht van de aandachtspunten en aspecten die van belang zijn bij de verdere uitwerking van de Ruimtelijke Strategie naar omgevingsplannen. Bij toekomstige planontwikkelingen en op het moment dat dit aan de orde is zal met deze aspecten rekening worden gehouden.

11.9

Indiener geeft mee bij de uitwerking van de strategie waar mogelijk gebruikt te maken van Bureau Spoorbouwmeester.

Dank voor uw suggestie. Deze zal betrokken worden bij nieuwe ontwikkelingen van en rondom stationsomgevingen.

Zienswijze 12 12.1

Wat indiener in het hele plan opvalt is dat in de snelgroeiende stad geen rekening is gehouden met de H structuur, oftewel de wegen in de stad. Indiener stelt dat als er ook maar iets gebeurt op één van deze wegen bijna alles dan vastloopt. Indiener vraagt of er geen ringweg of iets dergelijks mogelijk is te realiseren? En in hoeverre het mogelijk is om dit alsnog mee te nemen in de nieuwe plannen van 2040?

De H-structuur heeft een gebiedsontsluitende functie voor het autoverkeer en biedt voldoende capaciteit om de groei van de stad te faciliteren, dit is in het kader van de RSZ/OER onderzocht. Een ringweg realiseren voor 2040 wordt niet als reële en wenselijke optie gezien vanuit ruimtelijk, financieel en milieuperspectief. Het is niet raadzaam een weg te ontwerpen op incidenten/ongelukken en daarmee piekmomenten.

Zienswijze 13 13.1

Indiener benoemt dat in het ontwerp van de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer een ontwikkeling staat aangegeven voor de realisatie van een zonnepark nabij de Roeleveenseweg. Indiener wijst op de Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten die zij hanteert bij de

De planvorming en vergunningaanvraag van het zonnepanelenveld Roeleveenseweg heeft plaatsgevonden. Op 29 april 2025 is een verlenging van de uitvoeringstermijn vergund. De inzet van het zonnepanelenveld is het vergroten van waterpartijen, het aanleggen van natuurvriendelijke overs met als doel de biodiversiteit te vergroten.

beoordeling van nieuwe ontwikkelingen, zodat een goede invulling aan de uitgangspunten van goed waterbeheer gegeven wordt. Indiener geeft ook mee dat in en rondom het plangebied belangrijke waterstaatswerken en een rioolpersleiding liggen en dat het tevens zo kan zijn dat een omgevingsvergunning wateractiviteit of melding nodig is. Indiener gaat er bij de ontwikkeling vanuit, dat de waterbelangen goed geborgd worden en gaat hierover graag het gesprek met de gemeente aan. Zienswijze 14 14.1

Indiener is verheugd over de ruime aandacht voor gezondheid in deze Ruimtelijke Strategie.

De gemeente dankt indiener voor haar positieve reactie.

14.2

Nog onvoldoende ziet indiener het verkleinen van gezondheidsverschillen terug in de Ruimtelijke Strategie. Indiener adviseert de gemeente om binnen het fysieke domein meer verbinding te maken met gezondheidsbeleid en om domein overstijgend te werken aan het verkleinen van gezondheidsverschillen.

Zoetermeer werkt op vele manieren aan de gezondheid van haar inwoners. Niet alles landt binnen de Ruimtelijke Strategie (RSZ). Het thema gezondheid (zowel gezondheidsbevordering als gezondheidsbescherming) zal op veel andere plekken terugkomen, bijvoorbeeld bij (beleids-)ontwikkelingen op het gebied van buitenruimte, voorzieningen en mobiliteit. De RSZ bevat strategische keuzes, zoals het creëren van een netwerk van gezonde routes en ontmoetingsplekken. Het netwerk is er impliciet op gericht om minder gezonde omgevingen aantrekkelijk en vanzelfsprekend te verbinden met gezonde omgevingen zoals (naast de routes zelf) ontmoetingsplekken, parken en voorzieningen. Dergelijke keuzes zijn in samenwerking tussen de verschillende domeinen tot stand gekomen. Het Sociaal Domein en milieuadviseurs zijn structureel vertegenwoordigd in de gesprekken over de Ruimtelijke Strategie om zo relevante zaken rondom gezondheid te bespreken. Daarnaast werken we doorlopend aan de verbetering van het integrale werken. Een van de voorbeelden hiervan is de kerngroep ‘Integraal werken aan een Gezonde Stad’, met acties en projecten vanuit de GALAdoelstellingen.

14.3

Indiener stelt voor om de Ruimtelijke Strategie op een aantal gezondheidsaspecten verder aan te scherpen. Deze zijn weergegeven onder de punten 14.3 t/m 14.7 Mobiliteit en gezondheid:

De gemeente neemt kennis van de voorstellen. De meegegeven punten worden onderkend en zijn in lijn met de RSZ zoals deze aan de raad is voorgesteld. Overigens met de aantekening dat dit stapsgewijs zou worden ingevoerd. De tekst in de ontwerp RSZ is aangepast n.a.v. twee amendementen die zijn aangenomen bij de raadsbehandeling over de ter inzagelegging van het concept ontwerp Ruimtelijke Strategie op 17 maart 2025. De strekking van die

Indiener adviseert de gemeente om voertuigen die rijden binnen de H-structuur te beperken tot 50km per uur of lager. Door het verlagen van de snelheid wordt de uitstoot van vervuilende stoffen beperkt en daarmee ook de luchtvervuiling. Door een lagere snelheid op de hoofdwegen zal de geluidsoverlast naast deze wegen afnemen. Juist naast de hoofdwegen staan veel nieuwbouwprojecten op de planning. Een hogere lucht- en geluidsbelasting op de inwoners o.a. kan leiden tot meer hart- en vaatziekten. Als de snelheid niet verlaagd wordt, zullen zowel de gezondheidsproblemen toenemen door luchtvervuiling en geluid.

amendementen is dat uitgangspunt voor de maximumsnelheid op hoofdwegen 70 km/u blijft (geen generieke snelheidsverlaging). Er kan alleen sprake zijn van snelheidsverlaging naar 50 km/u als de doorstroming niet verslechtert en dit ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, mogelijk maakt. Het uitgangspunt voor de maximumsnelheid in de wijken blijft 50 km/u en wordt niet algemeen verlaagd naar maximaal 30 km/u. Snelheidsverlaging kan alleen aan de orde zijn als het gaat om specifieke delen en de weginrichting ook daadwerkelijk wordt aangepast.

Indiener vindt de vrijblijvendheid in de strategische keuze hierbij opvallend en adviseert dringend om deze keuze voor snelheidsverlaging beter te borgen in de strategie. 14.4

Infectieziektebestendigheid en pandemische paraatheid: Indiener adviseert de gemeente om in de planvorming van de fysieke ruimte vroegtijdig infectierisico’s te herkennen, zodat preventieve, risico reducerende maatregelen en oplossingen toegepast kunnen worden. Indiener geeft aan hierbij te kunnen ondersteunen als expert op het gebied van infectiepreventie en inrichting van de fysieke leefomgeving

14.5

Energietransitie en de gevolgen voor gezondheid: Indiener adviseert in de visie expliciet op te nemen dat het voorzorgbeginsel wordt gehanteerd bij aanleg van nieuwe elektriciteitsinfrastructuur (brongerichte maatregelen en afstand: verblijffuncties buiten 0,4 microTesla). Indiener geeft aan dat verschillende (lokale) oplossingen voor de energietransitie ook negatieve gezondheidseffecten meebrengen, bijv. geluidhinder door warmtepompen. Indiener adviseert om in de strategie op te nemen dat deze bij effecten bij de

U adviseert om in de planvorming van de fysieke ruimte vroegtijdig infectierisico’s mee te nemen. Bij het opstellen van de Ruimtelijke Strategie zijn overwegingen op het gebied van gezondheid in brede zin meegenomen, waaronder infectierisico’s. U geeft daarnaast aan te kunnen ondersteunen op het gebied van infectiepreventie en inrichting van de fysieke leefomgeving. We staan ervoor open om met de GGD te overleggen waar er risico’s worden gesignaleerd zodat we dit mogelijk kunnen meenemen in opvolgend beleid.

Dank voor de aangereikte oplossingen. De gemeente zal bij het toestaan van nieuwe infrastructuur en installaties voor energielevering, -opslag en -opwek steeds meewegen welke milieueffecten daardoor kunnen optreden voor de directe leefomgeving. Voor warmtepompen bevat het Besluit bouwwerken leefomgeving landelijk geldende regels.

energietransitie zullen worden geminimaliseerd. 14.6

Indiener vindt het nu niet duidelijk hoe er gestuurd wordt op gezondheid en hoe prioriteiten worden gesteld bij de uitvoering. Juist vanwege de gewenste integrale benadering wijst indiener op het belang om deze afwegingen expliciet te maken Indiener adviseert de gemeente om bij elke keuze in de Uitvoeringsagenda de consequenties voor de gezondheid zichtbaar te maken, zodat de gezondheidsafweging bewust wordt gemaakt. Indiener geeft aan te kunnen helpen om de gezondheidsgevolgen in beeld te krijgen.

In uw brief adviseert u de gemeente om bij elke keuze in de uitvoeringsagenda de gezondheidsafweging bewust te maken. Dit advies is in lijn met ons eigen beleid. We realiseren ons dat keuzes in de fysieke ruimte consequenties kunnen hebben voor de gezondheid en nemen dit mee in de afweging in de uitvoeringsagenda

14.7

Indiener verwacht dat de gemeente een monitorings- en evaluatiesysteem op zet. Indiener adviseert om daarbij ook gebruik te maken van de Gezondheidsgids van GGD Haaglanden

De gemeente maakt in haar monitoringssysteem al structureel gebruik van de gegevens uit de gezondheidsgids. In het kader van integraliteit in het gezondheidsbeleid wordt momenteel gewerkt aan een datamonitorings- en evaluatiesysteem waar gezonde leefomgeving ook onderdeel van is. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van de Gezondheidsgids Haaglanden.

14.8

Indiener biedt aan om mee te denken over en mee te werken aan de verdere uitwerking in de uitvoeringsagenda, Omgevingsprogramma’s, het Omgevingsplan, concrete gebiedsontwikkelingen en monitoring. En wijst op het belang om vroegtijdig in (plan)processen betrokken te zijn.

We bedanken GGD Haaglanden voor het aanbod om mee te denken en mee te werken aan de verdere uitwerking. Op het moment dat we aanvullende expertise nodig hebben geven we dit aan bij onze contactpersoon.

Zienswijze 15 15.1

Indiener vraagt aandacht voor verkeersveiligheid voor het langzaam verkeer en merkt in dat verband onder meer het volgende op;

i. ii.

iii. iv.

Het wordt nauwelijks genoemd in de RSZ, en nergens duidelijk vormgegeven is een toenemend zorgpunt in verband met de stijgende ongevalscijfers voor fietsers en voetgangers is zeer belangrijk voor de leefbaarheid is ook belangrijk voor het leren van zelfstandige mobiliteit, bijv. voor schoolkinderen.

De gemeente Zoetermeer deelt de waargenomen trends en ontwikkelingen van de fietsersbond en milieudefensie met betrekking tot verkeersveiligheid en maakt zich zorgen. De ruimtelijke strategie als onderdeel van de omgevingsvisie biedt maar beperkt de ruimte zaken toe te lichten. De ontwikkelingen op gebied van verkeersveiligheid waren wel degelijk aanleiding voor veel van de maatregelen. Zoals het verlagen van snelheden en het creëren van een netwerk van gezonde routes (aantrekkelijke en sociaal veilige loop- en fietsroutes), wat in de RSZ omschreven staat bij het thema ‘sociaal en gezond’. Hier zal bij uitwerking en uitvoering van de RSZ verder op ingegaan worden, bijvoorbeeld via uitwerkingen over de buitenruimte en mobiliteit. Verkeersveiligheid wordt onderdeel van het omgevingsprogramma mobiliteit. De gemeente Zoetermeer heeft regelmatig overleg met de fietsersbond, maar is gecharmeerd van het idee om hier een

v. vi. vii. viii. ix.

15.2

helpt het bewegen, te voet of op een gewone fiets: bewegen is zeer belangrijk voor de gezondheid. helpt bij het terugbrengen van autogebruik en -bezit (ruimte- èn klimaataspecten). staat ook onder druk door grotere en zwaardere auto’s, die steeds meer ruimte opeisen. krijgt bij bouw- en andere projecten onvoldoende aandacht in de ontwerpfase. Er ontbreekt een structureel overleg met organisaties die opkomen voor kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals fietsers en voetgangers. Iets vergelijkbaar met de Toegankelijksheidsraad Zoetermeer is gewenst.

Ten aanzien van de weginrichting stelt indiener het volgende: i.

ii.

iii.

iv.

ten onrechte krijgen vrijliggende fietspaden onvoldoende nadruk in crow-richtlijnen omdat deze alleen bij wegen met verkeersfunctie (‘doorstroming autoverkeer’) worden aanbevolen; de aanbevolen fietsstroken zorgen voor schijnveiligheid voor de fiets en zorgen ook voor een wegbeeld, waarbij hogere snelheden van het gemotoriseerd verkeer passen (door risico-compensatie). ten onrechte wordt er aan solitaire fietspaden weinig of geen aandacht besteed, staat ook onder druk door grotere en zwaardere auto’s, die steeds meer ruimte opeisen. bij nieuwe (of aanpassing van bestaande) wijken en/of wegen moet een fijnvertakt fietsnetwerk van vrijliggende en solitaire fietspaden als uitgangspunt worden gehanteerd. alleen de GOW30 versie met vrijliggende fietspaden is acceptabel voor veiliger fietsverkeer; daarnaast dient men maatregelen te nemen om

structureel verkeersveiligheidsoverleg van te maken met meerdere partijen. De gemeente zal hiervoor een voorstel doen.

Wij erkennen de noodzaak van een fijnmazig en veilig langzaamverkeersnetwerk in de stad. Zoetermeer heeft een goede basis als beste fietsstad. De precieze uitwerking van de wegprofielen zal plaatsvinden in nader uit te werken omgevingsprogramma's. Het gevraagde detailniveau van de fietsersbond wordt meegenomen in fiets- en verkeersveiligheidsbeleid. De meest recente richtlijnen voor weginrichting en verkeersveiligheid zullen daarbij worden toegepast.

bestaande ‘grijze wegen’ te elimineren. 15.3

Indient stelt voor om bij bouwprojecten:

i.

ii. iii.

iv.

Te kiezen voor open bebouwingsstructuren met veel zichtlijnen, en veel openbaar groen; dit in tegenstelling tot de kazerne-achtige aanpak bij recente voorgestelde bouwprojecten (o.a. Entree), waarbij het lijkt of het ‘veilige’ verblijfsgebied alleen aan de ‘binnenkant’ is gedacht, terwijl de verblijfsfunctie erbuiten lijkt te zijn ‘vergeten’. Te zorgen voor doorlopende en aaneengesloten verblijfsgebieden als openbare ruimte. Te kiezen voor woonstraten met een erf-status (woonerven): autoparkeren zo veel mogelijk niet op erftoegangswegen of gebiedsontsluitingswegen te realiseren. Ook geeft indiener mee dat het hebben van een parkeerplaats (in garage of op eigen terrein), als randvoorwaarde kan worden gehanteerd bij autobezit om autobezit en gebruik te kunnen beperken. Te kiezen voor ruime afstanden tot voet- en fietspaden omdat windhinder een ernstig euvel is bij hogere bebouwing.

Dank voor de aandachtspunten. Deze worden ter kennisgeving aangenomen. Per ontwikkeling wordt telkens passende invulling gekozen. Hierbij wordt naar de brede context gekeken, waarin de bestaande omgevingsaspecten, kwaliteiten en de gedefinieerde leefmilieus leidend zijn.

Zienswijze 16 16.1

Indiener juicht toe dat in het Ontwerp Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 ruim aandacht wordt gegeven aan de blauwe dooradering van de stad.

De gemeente dankt indiener voor haar positieve reactie.

16.2

Indiener geeft de gemeente de volgende aanbevelingen mee:

De gemeente neemt kennis van de aanbevelingen van indiener.

1. Neem de uitgangspunten van het Waterbeheerprogramma 6 (20222028) van indiener expliciet op in de omgevingsvisie, met name voor de versterking van groene en waterrijke structuren in de stad; 2. Blauwe Lens: Neem concrete richtlijnen op voor waterberging,

Algemeen: Het Waterbeheerprogramma 6, de Blauwe Lens en de Ruimtelijke Strategie en de deelstudie ‘Water, Bodem en Biodiversiteit Sturend’ daarbinnen hebben een vergelijkbaar perspectief op de omgang met water en de wateropgave. Een verdere concretisering van lokale opgaven, richtlijnen en maatregelen voor Zoetermeer is nodig en zal zijn deel van de vervolgstappen op de Ruimtelijke Strategie, op te pakken binnen één van de beoogde omgevingsprogramma’s. Zoals het

16.3

16.4

infiltratie en natuurinclusieve ontwerpen, passend bij de vier gebiedstypen van die indiener onderscheid, om een waterrobuuste en droogtebestendige inrichting te waarborgen; 3. Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland: Neem de minimale Programma van Eisen (PvE) van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen op in de omgevingsvisie en stuur op klimaatadaptieve maatregelen, zoals groene daken en voldoende waterberging; 4. Waterbewustzijn: Neem strategieën op voor het vergroten van waterbewustzijn, zoals voorlichting over waterbesparende maatregelen en natuurinclusieve tuininrichting, en stimuleer participatie van bewoners in het ontwerpproces.

waterbeheerprogramma en de Blauwe Lens aangeven is het van belang dergelijke stappen tezamen te maken. We werken bij deze concretisering graag verder samen met het Hoogheemraadschap.

Indiener mist in Ruimtelijke strategie aandacht voor waterkwaliteit. Indiener geeft aan dat op dit moment de waterkwaliteit in Zoetermeer nog niet voldoet aan de vereiste normen. Naast de fysieke inrichting van watergangen is er ook aandacht nodig voor onderhoud en het verminderen van emissies naar het oppervlaktewater.

De aandacht voor waterkwaliteit in de ontwerp RSZ richt zich nu vooral op aandacht voor zoet water. Het is van belang om dit breder te benoemen richting ecologische waterkwaliteit als onderdeel van strategieën voor groen, water en biodiversiteit. De tekst in paragraaf 6.2.2. wordt daarop als volgt aangevuld:

Indiener wijst op de goede samenwerking tussen haar en de gemeente. Indiener hoopt de samenwerking ook in de toekomst voort te mogen zetten.

Dank voor deze reactie. De gemeente beaamt de goede samenwerking en wil deze in de toekomst ook graag met indiener voortzetten.

Zienswijze 17

Specifiek per aanbeveling: 1.

De versterking van groene en waterrijke structuren is als richting opgenomen in de Ruimtelijke Strategie. Een verdere concretisering van het blauwe netwerk, de beoogde kwaliteiten en maatregelen daarbinnen is een gezamenlijke opgave. 2. In de Ruimtelijke Strategie zijn diverse strategieën opgenomen die aansluiten op de aandachtspunten en relevante gebiedstypen in de Blauwe Lens. Concrete richtlijnen voor zaken als waterberging, infiltratie en natuurinclusief worden vanuit de strategieën voor groen, water en biodiversiteit verder uitgewerkt in omgevingsprogramma’s. 3. Zoetermeer werkt met het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en maakt de stap naar het Toekomstbestendig bouwen, waarvan de Ruimtelijke Strategie aangeeft dat deze standaard zal worden bij nieuwbouw. Sturing op klimaatadaptieve maatregelen als daken en waterberging vindt reeds plaats op basis van de Klimaatadaptatie Strategie Zoetermeer. De Ruimtelijke Strategie geeft aan dat dit verder zal worden uitgebouwd. 4. Dit doen we al deels vanuit onder andere de Klimaatstrategie Zoetermeer. Vanuit de actualisatie van beleid en het opstellen van relevante omgevingsprogramma bezien we wat verder nodig en mogelijk is als deel van acties om handen en voeten te geven aan het beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=e32a472f-bb58-499d-b194-fa9f7401e972