Bijlage 6 - Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp RSZ en OER (geanonimiseerd)
Tekst van het document
‘Versterken oppervlaktewaterstelsel en waterkwaliteit voor waterberging, leefomgeving en biodiversiteit’. Naar aanleiding van deze zienswijze worden tekstuele aanpassingen gedaan in de RSZ. Deze zijn weergeven in de Nota van Wijzigingen.
17.1
Indiener onderschrijft het belang van een integrale ruimtelijke strategie voor Zoetermeer en herkent in de RSZ diverse positieve elementen die bijdragen aan het versterken van het ondernemers- en vestigingsklimaat.
De gemeente dankt indiener voor deze reflectie en ondersteuning.
17.2
Indiener is verheugd over de strategie om Dutch Innovation Park te laten groeien en het regionale campusnetwerk te versterken. Deze ontwikkeling kan bijdragen aan kennisintensieve werkgelegenheid en innovatie binnen de regio. Ook de verbetering van OV- en fietsverbindingen met omliggende steden ziet indiener als een positieve ontwikkeling voor de bereikbaarheid van werklocaties.
Dank voor deze reflectie en ondersteuning. De bereikbaarheid van werklocaties is een belangrijks aspect bij de verdere uitwerking van de Ruimtelijke Strategie in omgevingsprogramma's.
17.3
Indiener verzoekt om in de RSZ expliciet het behoud van voldoende ruimte te garanderen voor bedrijvigheid en bedrijfsontwikkeling, met bijzondere aandacht voor de maakindustrie en het mkb.
Dit verzoek sluit aan bij strategische keuze 4, waarin benoemd wordt dat Zoetermeer als stad een evenwichtige groei nastreeft. Hierbij is ruimte voor werk en bedrijvigheid belangrijk. Bij het behoud van voldoende ruimte voor werkgelegenheid streeft de gemeente naar het gebruik van de ruimte vanuit het principe functiescheiding waar het moet en functiemenging waar het kan. Bedrijventerreinen willen we reserveren voor bedrijven die door hun bedrijfsvoering op bedrijventerreinen zijn aangewezen. Maakindustrie kan daar onder vallen. Bedrijvigheid dat goed mengbaar is met andere functies, waar veel mkb binnen valt en ook schone maakindustrie, wil de gemeente deels faciliteren binnen ontwikkelingen in wijken.
17.4
Indiener ondersteunt de gedachte achter verdichting rond OV-knooppunten, maar vraagt aandacht voor het behoud van voldoende parkeer- en leveringsmogelijkheden voor ondernemers en hun klanten.
Het belang voor goede bereikbaarheid van bijvoorbeeld winkelcentra bij OV-knooppunten wordt onderschreven. Bij verdichting wordt de parkeersituatie en het systeem van laden en lossen onderzocht, zodat nieuwe gebouwde ontwikkelingen ruimtelijk goed ingepast kunnen worden en bijdragen aan het draagvlak voor voorzieningen en ondernemingen.
17.5
Indiener verwijst naar een passage in de RSZ met betrekking tot "actief beleid om bedrijven die eigenlijk niet op een bedrijventerrein horen te weren." Indiener verzoekt om zorgvuldigheid bij het bepalen welke bedrijven dit betreft en om tijdige communicatie met betrokken ondernemers over eventuele verplaatsing naar een alternatieve locatie.
De achterliggende ambitie achter strategische keuze 6 en de beschrijving van het werk leefmilieu is om bedrijventerrein zoveel mogelijk in te zetten juist zoveel mogelijk te benutten voor de bedrijven met een hogere milieucategorie. De bedrijven met een lagere milieucategorie kunnen beter gemengd worden met wonen in de daarvoor aangegeven delen van de stad, bijv. in de nieuwe stadswijk Entree of het gemengde bedrijventerrein Hoornerhage.
Indiener geeft mee dat het hanteren van een minimale milieucategorie daarbij behulpzaam kan zijn. 17.6
Indiener zit graag dat wonen en werken hand in hand gaat en vraagt aandacht voor
Dank voor de aangedragen suggestie over hanteren van een minimale milieucategorie. Deze zal betrokken worden bij de verschillende wijze waarop we invulling kunnen gaan geven aan het beter benutten van bedrijventerreinen. De RSZ benadrukt in strategische keuze 6 het belang van voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Het meer multifunctioneel gebruiken van de ruimte en het mengen van functies (wonen en
het behoud van voldoende ruimte voor bedrijvigheid. 17.7
Indiener geeft de volgende aanbevelingen mee:
1. Neem in de RSZ een concrete ambitie
2.
3.
4.
5.
17.8
op voor het behoud en de ontwikkeling van bedrijfsruimte, uitgedrukt in hectares of percentages van het totale grondgebied. Ontwikkel samen met ondernemersverenigingen een visie op gemengde woon-werkgebieden waarin bedrijven en woningen op een prettige manier kunnen samengaan. Blijf indiener en de overige lokale ondernemersverenigingen actief betrekken bij de verdere uitwerking van de tien strategische keuzes, vooral waar deze raken aan het economisch klimaat. Waarborg voldoende ruimte voor mkbmaakbedrijven en zorg dat kostbare bedrijventerreinen met hogere milieuruimte beschermd worden in het ruimtelijk beleid. Ontwikkel een monitoringssysteem om de balans tussen wonen en werken te bewaken en tijdig bij te kunnen sturen als de economische ruimte onder druk komt te staan.
Indiener geeft aan graag constructief bij te dragen aan de verdere ontwikkeling en implementatie van de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 en in gesprek te gaan over de wijze waarop ondernemersbelangen nog beter kunnen worden verankerd in de definitieve Ruimtelijke Strategie.
werken) heeft ook als doel om voldoende bedrijfsfuncties in de stad te handhaven en toe te voegen.
1.
De aanbeveling wordt niet overgenomen. In de RZS is duidelijk in tekst en verbeelding aangegeven welke bedrijventerreinen behouden worden. De ambitie op het gebied van werk is verwoord in een woonwerkbalans. De benodigde ruimte voor arbeidsplaatsen is door digitalisering en robotisering aan verandering onderhevig en verschilt per werktype. Daardoor voor langere termijn lastig in oppervlaktes vast te leggen. Daar komt bij dat bedrijventerreinen ook beter benut kunnen worden door verdichting via optoppen. Er ontstaat dan meer volume in de hoogte i.p.v. op het platte vlak. 2. De RSZ geeft aan waar functiemenging beoogd wordt. De verdere uitwerking van de gemengde woon-werkgebieden is maatwerk. Daarvoor is bij gebiedsontwikkeling participatie gebruikelijk. Ondernemersverenigingen in de gemeente kunnen daar meedenken en participeren. 3. Het verzoek van indiener wordt overgenomen. Bij de uitvoering in omgevingsprogramma's of visies en beleid zal indiener betrokken worden. 4. Zie antwoord bij 17.3. 5. Het verzoek van indiener is overbodig omdat er reeds monitoring plaatsvindt.
Participatie over de RSZ heeft reeds plaatsgevonden. Bij verdere uitvoering in omgevingsprogramma's of visies en beleid zal indiener betrokken worden.
Zienswijze 18 18.1
Indiener merkt op dat het OER-rapport nu vooral sterk beschrijven van aard is en op veel punten lijkt te zijn gebaseerd op expert judgement ipv data.
DE OER omvat zowel kwantitatieve als kwalitatieve beoordelingen en zijn waar mogelijk gebaseerd op onderliggende data. Gezien het abstractie niveau zijn op onderdelen kwalitatieve beoordeling uitgevoerd op basis van expert judgement. Hiervoor heeft een validatieproces plaatsgevonden. Bij verder uitwerking in (gebieds)programma kunnen aspecten verder onderzocht worden op basis van concretere en beschikbare data.
18.2
Indiener doet de aanbeveling om voor een aantal onderdelen diepgravender onderzoek te doen met een meer technische aanpak.
Gezien het abstractie niveau van de RSZ en het OER is de gemeente van mening dat er voor de RSZ geen diepgravender onderzoek noodzakelijk is. Bij verdere uitwerking in programma’s en plannen zal aanvullend onderzoek gedaan worden, indien nodig.
18.3
Indiener vindt dat op het punt van hittestress het OER de plank mis slaat. Inbreiding leidt altijd tot netto versterking van het stedelijk hitte-eiland dat onmogelijk te compenseren is (dus negatief effect). Een UHI-modelstudie kan dit uitwijzen.
Hittestress wordt onderkend en met de RSZ wordt sterk ingezet en aandacht gevraagd om naast de kwantitatieve groei ook sterk in te zetten op een evenwichtige groei, waarbij het groen wel degelijk meegroeit. Het OER is kritisch ingestoken ten opzichte van de RSZ, waarin onder andere wordt geconcludeerd dat “Met de groeiambities het gevaar schuilt dat hier onvoldoende ruimte voor is. De vraag is of behoud van groene ruimten voldoende is om de groeiambitie rondom koelte in combinatie met grootschalige verdichting te accommoderen”. Ook hiervoor geldt dat bij verdere uitwerking in gebiedsprogramma en plannen dit thema nader onderzocht kan worden, bijvoorbeeld aan de hand van een UHI-model.
Zienswijze 19 19.1
Indiener merkt op dat er vanuit het perspectief van de vereniging is er veel dat we met instemming begroeten. Er wordt stevig ingezet op groen in en om de stad en op lopen en fietsen. Dit voornemen sluit direct aan op een hoofddoel van het Convenant Samenwerkende Gebiedsvrienden
De gemeente dankt indiener voor haar positieve reactie.
19.2
Indiener weet dat het niet eenvoudig is om dit ook daadwerkelijk te realiseren. Dat slaagt alleen indien het niet bij mooie woorden blijft. Het moet krachtig worden aangepakt en langjarig worden volgehouden. Indiener doet de aanbeveling uw streven te vervatten in een structureel programma, met ruime financiële middelen en onder directe politiek aansturing.
De gemeente deelt de mening van dat de visie krachtig moet worden aangepakt en langjarig worden volgehouden.
19.3
Wij hebben inmiddels behoorlijk op deze materie gestudeerd. We zijn heel graag bereid om onze kennis en ervaring voor u in te zetten.
De gemeente geeft graag samen met partijen uit de stad verdere invulling aan de RSZ. Bij verdere uitvoering in omgevingsprogramma's of visies en beleid zal indiener betrokken worden.
19.4
Wij zouden graag zien dat als belangrijke onderdelen van het ringpark ook met name het Bentwoud en de Rottemeren nadrukkelijker worden genoemd.
De RSZ vraagt aandacht voor het ringpark rondom Zoetermeer, waarbij alle schakels in dat netwerk samen moeten leiden tot een succes. Er is hierbij niet gekozen om specifieke delen te benadrukken en/of concrete uitspraken te doen buiten Zoetermeers grondgebied.
Volgend op de Ruimtelijke Strategie wordt een uitvoeringsagenda RSZ opgesteld. Deze uitvoeringsagenda zal beschrijven wat er nodig is om de ambities uit de RSZ succesvol uit te voeren. Deze acties zullen verder geconcretiseerd worden in omgevingsprogramma's en waar nodig vastgelegd worden in het Omgevingsplan. Via de Staat van Zoetermeer en binnen de omgevingsprogramma's monitoren we het effect van deze acties.
19.5
Wij roepen u op dit beleid niet zo naar een tamelijk anoniem programma (NOVEX) te verwijzen, maar als gemeente zelf het voortouw te nemen om het ringpark te sluiten en aan te sluiten op omliggende gebieden met natuur- en recreatiewaarden.
De gemeente zal, met de RSZ in de hand, in overleg met buurgemeenten treden om verder te verkennen hoe de ambities van Zoetermeer in regionaal verband bereikt kunnen worden.
Zienswijze 20 20.1
In aanvulling op eerdere zienswijze wordt door indiener apart iets toegevoegd, waar het gaat om de groene ring rondom Zoetermeer en in het bijzonder het Buytenpark. Indiener ziet graag dat de RSZ op enkele punten een nadere invulling geeft die in het bijzonder groengebieden als het Buytenpark ten goede komen.
De gemeente dankt de indiener voor haar aanvullende reactie.
20.2
De indiener onderschrijft het voornemen om - zoals vermeld op pagina 28 van de ontwerp-RSZ - “in overleg en afstemming met buurgemeenten in te zetten op de ontwikkeling van een aaneengesloten groene zone rond de stad, een ringpark.”
De gemeente vraagt zoals indiener ook benoemd specifiek aandacht voor een aaneengesloten groenzone rond de stad en een evenwichtige groei, waarbij het groen meegroeit, met aandacht voor klimaatadaptatie en biodiversiteit en de gebruikswaarde van het groen te vergroten. Daarmee verschilt de gemeente niet van inzicht met indiener.
Om dit te bereiken stelt de indiener voor dat u - zoals eerder genoemd in ons natuurmanifest - in de RSZ nadrukkelijk vastlegt voortaan:
De wijze waarop invulling gegeven wordt aan verdere uitwerking van de RSZ maakt geen onderdeel uit van de Ruimtelijke Strategie. De genoemde aspecten kunnen verdere uitwerking krijgen in gebieds- en/of thematische programma's.
a) bij nieuwe ontwikkelingsplannen extra rekening te houden met de belangen van natuur en biodiversiteit; b) in natuurgebieden zoals het Buytenpark maatregelen te treffen om rust en ruimte voor mens en dier te realiseren. Dit bijvoorbeeld door in die natuur uitsluitend extensieve recreatie (wandelen en fietsen) toe te staan en waar nodig die natuurgebieden af te sluiten voor publiek bijvoorbeeld tussen zonsondergang en zonopkomst; c) rondom en naast natuurgebieden als het Buytenpark bufferzones in acht te nemen van minimaal 250 meter – ter voorkoming van andere activiteiten in de directe omgeving van die gebieden; d) licht- en geluidsvervuiling tegen te gaan in en rond natuurgebieden; e) kritisch te zijn op welke sporten of andere buitenactiviteiten - denk aan
evenementen - op welke plek kunnen worden beoefend ervan uitgaand dat intensieve recreatiesporten niet moeten plaatsvinden op plekken waar de natuur al kwetsbaar is. 20.3
Indiener is van mening dat dit alles goed past in wat beschreven wordt onder “optimaal benutten van kansen en opgaven” bij ruimtelijk beleid. En sluit aan bij wat gesteld wordt op pagina 16 waar de centrale ligging van Zoetermeer gecombineerd met “rust en ruimte door de opzet van suburbane stedelijkheid en de omarming door groengebieden.” Met name dat laatste mag u van ons trouwens vet drukken.
De gemeente dankt de indiener voor de steun voor het belang het groen en denkt dat dit met de huidige formulering van de RSZ voldoende benadrukt wordt.