Bijlage 2 - Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
onbelemmerd toegankelijk moeten blijven. Indiener verzoekt de gemeente tevens alle gronden van indiener te voorzien van de bestemming Verkeer-Railverkeer.
calamiteitenroutes. Waar dit aan de orde is zal dit planologisch geborgd worden door het toekennen van de bestemming VerkeerRailverkeer. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
11.7
11.8
11.9
11.10
Indiener verzoekt de gemeente om haar vooruitlopend op de Omgevingswet - actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan.
De gemeente zal indiener actief betrekken bij ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan. Waar nodig zal de gemeente ook initiatiefnemers hierop wijzen.
Indiener verzoekt de gemeente om met haar contact op te nemen indien de door de gemeente voorgestelde visie effect kan hebben op de bestaande overwegen in de gemeente. Indiener verwijst de gemeente naar de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 -2025 waarin het Ministerie van Infrastructuur en Veiligheid.
In de ontwerp omgevingsvisie worden geen locatie specifieke uitspraken gedaan op het niveau van overwegen. De gemeente zal indiener actief betrekken bij ontwikkelen die effect kunnen hebben op overwegen in de gemeente.
Indiener wijst de gemeente erop dat in verband met het borgen van de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen het waterpeil niet mag wijzigen. En dat de gemeente dient te borgen dat werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen.
De gemeente is zich hiervan bewust. Deze aspecten worden echter niet geregeld door een omgevingsvisie. Aan deze aspecten zal door de gemeente Zoetermeer separaat van de omgevingsvisieprocedure aandacht worden gegeven.
Indiener geeft aan dat voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan rekening gehouden dient te worden met het bepaalde in artikel 19 van de Spoorwegwet.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder 11.9
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Zienswijze 12: 12.1
Indiener vindt, met het oog op de opvolgende plannen, de ontwerpvisie teleurstellend door het ontbreken van ruime aandacht voor de cultuurhistorie, zoals de Omgevingswet vraagt, en in het algemeen in het ontbreken van precisie ten aan zien van locaties, kwantiteiten en jaartallen.
In de ontwerp omgevingsvisie is cultuurhistorie niet als afzonderlijk onderwerp opgenomen en worden ook geen locatie specifieke uitspraken gedaan. De oorzaak hiervan ligt in de analyse die ten grondslag ligt aan de visie. De analyse van de Staat van Zoetermeer toont de samenhang tussen sociale, economische en fysieke aspecten. Vanuit deze samenhang moeten specifieke opgaven worden aangepakt. Vandaar dat in de visie geen sectorale thema´s
apart als paragrafen zijn opgenomen. Deze thema’s zijn in de zes hoofdlijnen van het toekomstbeeld 2040 in samenhang met elkaar gebracht. De hoofdlijnen van het toekomstbeeld bieden voldoende aanknopingspunten om met cultuurhistorie aan de slag te gaan (o.a. palet van wijken en buurten). Nadere uitwerking daarvan zal plaatsvinden in programma’s (gebieds- en/of beleidsprogramma) en het omgevingsplan. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 12.2
Indiener is van mening dat een cultuurhistorische waardenkaart onderdeel zou moeten uitmaken van de omgevingsvisie. En geeft aan graag te willen meewerken aan een cultuurhistorische waardenkaart.
De omgevingsvisie is vormvrij. Een cultuurhistorische waardenkaart is geen verplicht onderdeel van de omgevingsvisie. In de ontwerp omgevingsvisie is ervoor gekozen om de integrale vraagstukken voor Zoetermeer centraal te stellen. Bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie naar programma’s (gebieds- of beleidsprogramma’s) wordt bekeken voor welke aspecten of thema’s een (ruimtelijke) vertaling naar kaartbeelden nodig of wenselijk is. Cultuurhistorie zal hier onderdeel van zijn. Hierbij maakt de gemeente graag gebruik van de expertise van indiener. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
12.3
Indiener mist de kans om cultuurhistorie als productieve factor voor de toekomst een duidelijke plek te geven.
De cultuurhistorie zal met name onderdeel zijn bij de uitwerking van de hoofdlijnen palet van wijken en buurten alsmede Zoetermeer: stad in en tussen de parken. Daarbij willen we graag gebruik maken van uw expertise. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
12.4
12.5
Indiener vindt het problematisch dat de omgevingsvisie na vaststelling, op grond van de Omgevingswet, aan het College van B&W de bevoegdheid geeft zgn. “buitenplanse omgevingsplanactiviteiten” te vergunnen. Gesteld wordt dat die dus buiten de Raad om gaan. Voor indiener betekent dit dat ook belangrijke afwijkingen buiten zicht blijven en dus niet vatbaar zijn voor vragen, opmerkingen of zienswijzen. Oftewel: niet vatbaar voor participatie.
De wijze waarop de bevoegdheden op lokaal niveau zijn opgenomen in de Omgevingswet is een opvallend aspect. Voor Zoetermeer achten we dit ook niet wenslijk. Vandaar dat in hoofdstuk 4 van de visie is opgenomen dat bij de uitwerking en vaststelling van programma’s de raad in positie is gebracht.
Indiener geeft aan dat gemeenten tot en met 2024 de tijd hebben om een Omgevingsvisie vast te stellen. En stelt daarom voor deze concept-visie
De gemeente is, van mening dat het voor de Zoetermeerse samenleving van groot belang is dat de huidige sociaaleconomische
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
niet vast te stellen en na de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen alsnog een veel meer gespecificeerde Omgevingsvisie, inclusief het onderwerp cultuurhistorie, vast te stellen.
vraagstukken met voortvarendheid worden opgepakt. Zij is van mening dat er geen reden is om de omgevingsvisie niet vast te stellen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Zienswijze 13: 13.1
Indiener vindt het jammer dat de reactietermijn op de Visie beperkt is en ook nog eens in de vakantieperiode valt. Dat maakt een terugkoppeling en afstemming met haar brede achterbannen in de stad niet goed mogelijk.
De ontwerp omgevingsvisie ter inzage gelegd op grond van afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Daarin is een wettelijke termijn van 6 weken vastgelegd. De gemeente is gehouden aan die termijn. Desondanks is de gemeente bij deze zienswijzeprocedure coulant met deze bepaling omgegaan. De gemeente hanteert hierbij het algemene uitgangspunt dat maximaal 3 van de 6 weken van de ter inzage termijn in de zomervakantie mag vallen. De zomervakantie in onze regio loopt van 17 juli t/m 29 augustus. De zienswijzeperiode van de ontwerp omgevingsvisie is ingegaan op 25 juni (3 weken voor de vakantie). Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
13.2
Indiener constateert dat zij als stakeholders en samenwerkingspartners niet zijn meegenomen bij de voorbereiding van de visie.
Ten behoeve van het opstellen van de ontwerp Omgevingsvisie 2040 is in de periode 2017 tot 2020 een uitgebreid participatieproces geweest met de inwoners en organisaties. Onder meer in het kader van het traject ‘Schaalsprong Zoetermeer: samen vormgeven aan de toekomst van de stad’. Alle participatiemomenten zijn zowel digitaal aangekondigd als in het Streekblad. Wij vinden het spijtig te moeten vernemen dat u die participatiemomenten mogelijk heeft gemist. De visie zal stapsgewijs verder worden uitgewerkt in programma´s. Ook hierbij zal de gemeente bewoners en stakeholders betrekken bij de voorbereiding. De gemeente gaat graag het gesprek aan met indiener over de inzet van haar expertise bij de uitwerking van de omgevingsvisie. Ook in de reguliere overleggen met indiener zal daar verder vorm aan worden gegeven. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
13.3
Indiener mist in de visie met name het perspectief van geestelijk/mentaal welzijn. Dan gaat het over hoe we als burgers van Zoetermeer met elkaar om gaan, over respect, over burgerschap, over identiteit. Kortom over Compassie. Indiener zou dit perspectief graag in de Visie 2040 opgenomen en uitgewerkt zien door: -
-
het benoemen en toevoegen van Compassie als een constituerend (drijvend) principe. het principe van Diversiteit ook uit te werken voor de veelkleurigheid van de diverse Zoetermeerse (levensbeschouwelijke/culturele) gemeenschappen.
Indiener geeft aan daarvoor alsnog graag aan te haken bij de Aanpak van het vervolg. Als stakeholders en samenwerkingspartners.
In hoofdlijn 1 ‘Zoetermeer is mijn thuis’ wordt de ambitie uitgesproken voor een levendige en inclusieve Zoetermeerse samenleving. Een stad met een goede sociale cohesie en een samenleving waarin iedereen kan meedoen en meedenken, die betrokken is bij de stad, de eigen leefomgeving en de gemeenschap. Daarnaast is de ambitie uitgesproken dat in 2040 grote stappen zijn gezet om een tolerante samenleving te realiseren, discriminatie, op welke grond dan ook, terug te dringen, en een einde te maken aan letterlijke en figuurlijke uitsluiting van gehandicapten. Compassie maakt daarmee integraal onderdeel uit van deze ambitie en het geschetste perspectief voor 2040. De gemeente gaat graag het gesprek aan met indiener over de inzet van haar expertise bij de uitwerking van de omgevingsvisie. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
13.4
13.5
Indiener mist – ook in het voortraject (Basisdocument 2040) – een verwijzing naar het Handvest van Compassie, door gemeente (burgemeester Aptroot) en diverse samenwerkingspartners ondertekend in september 2018.
In het Basisdocument Zoetermeer 2040 zijn alleen beleidsdocumenten vermeld die door de gemeenteraad van Zoetermeer zijn vastgesteld. Het Handvest is om die reden niet terug te vinden in het Basisdocument.
Indiener geeft aan dat Zoetermeer mede is gevormd door burgerinitiatieven vanuit levensbeschouwelijke gemeenschappen, en is van mening dat dat in de Visie ook best meer mag worden benoemd. Los van de levensbeschouwelijke gemeenschappen als zodanig, kan daarbij gedacht worden aan historische initiatieven rond onderwijs (o.a. Unicoz), zorg (o.a. Morgenster), wonen (Vidomes, DGW).
In de visie staat de kracht van de samenleving centraal. Een stad ontwikkelt zich met name door de krachten in de stad: inwoners en organisaties. Het sociaal en mentaal eigenaarschap is een drijvende kracht voor de ontwikkeling van een stad. Vandaar dat bij de uitwerking van de visie veel waarde wordt gehecht aan het bieden van ruimte van allerlei vormen van initiatieven (zie o.a. hoofdlijn 3 in de visie: palet van buurten en wijken en hoofdstuk 5).
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 13.6
Naast de principes van samenhang, diversiteit en kwaliteit, en bundeling, vraagt indiener om een vierde principe toe te voegen: compassie, als basis voor het omgaan met diversiteit en inclusie.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder 13.3 Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
13.7
Indiener zou het perspectief van de hoofdlijnen 2.1 en 2.2 graag verbreed willen zien met die van Diversiteit en Compassie.
Eén van de leidende principe binnen de ontwerp omgevingsvisie is sturen op diversiteit en kwaliteit. Diversiteit staat daarmee aan de basis van keuzen die gemaakt (gaan) worden voor Zoetermeer 2040. Dit leidende principe vormt ook één van de rode draden door de hoofdlijnen van het toekomstbeeld 2040 en de beweging die we samen met inwoners en partners van de stad richting 2040 in gang gaan zetten. Diversiteit is daarmee reeds geborgd binnen de hoofdlijnen van het toekomstbeeld. Met betrekking tot het aspect compassie wordt verwezen naar de beantwoording onder 13.3.
Bij deze hoofdlijnen wil indiener graag een passende plek claimen voor o.a. haar projecten voor Diversiteit en Inclusie, en voor Identiteit en Respect. En ook het project voor het Stadsdiaconaat en een uitwerking van een Brede Kerkenvisie.
De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan de realisatie van de visie zijn van harte welkom. Hierover gaat de gemeente graag in gesprek. Echter deze initiatieven worden niet separaat opgenomen in de visie. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
13.8
M.b.t. een breed palet, ook voor Ontplooiing en Innovatie (hoofdlijnen 3, 4 en 5) geeft indiener aan zelf ook drager te zijn van een breed palet (een grote mate van diversiteit) en van compassie (inspiratiebron voor ontplooiing en innovatie). Vanuit de levensbeschouwelijke helft van de Zoetermeerse samenleving draagt indiener graag bij aan de Visie en de uitwerking daarvan. Als stakeholder en als samenwerkingspartner wordt indiener graag door de gemeente als zodanig uitgenodigd.
De gemeente gaat graag het gesprek aan met indiener over de inzet van haar expertise bij de uitwerking van de omgevingsvisie. Daarbij laten wij ons graag informeren over de CompassieImpact-Rapportage en kan bepaald worden of dit een aanvulling zou kunnen zijn op het monitoringsinstrumentarium. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Indiener draagt daarvoor ook een suggestie aan: die van een Compassie-Impact-Rapportage. Dat zou ook een waarde(n)volle aanvulling kunnen zijn op het monitoringsinstrument van de Staat van Zoetermeer. 13.9
Indiener vraagt bij de herijking van beleid i.h.k.v. de 1e Agenda aandacht voor het betrekken van beleidsnota’s vanuit levensbeschouwelijk- en burgerperspectief: -
Het Handvest van Compassie; september 2018 Help een maatschappelijk initiatief; najaar 2017
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 13.8
13.10
13.11
(Brede) Kerkenvisie; aanzet 2020 (bijdrage rijksoverheid)
Voor de pilot Buytenwegh (en later Seghwaert) wenst indiener betrokken te worden bij de selectie van deelnemers en issues, en de uitwerking daarvan in eventuele convenanten. In Buytenwegh is Halte 2717 daarvoor de eerstaangewezen partner.
De gemeente gaat graag het gesprek aan met indiener en genoemde partner over de inzet van haar expertise bij de uitwerking van de omgevingsvisie.
Indiener meldt zich aan als deelnemer voor het Stadscongres, en vraagt om ruimte op de congresagenda voor het verwoorden en verbeelden van de aangedragen hoofdpunten: veelkleurigheid en compassie.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 13.10
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Zienswijze 14: 14.1
Indiener complimenteert de gemeente met het ontwerp dat er ligt. Het document heeft een goed te volgen opbouw en laat helder zien wat de majeure opgaven voor Zoetermeer zijn in de komende decennia. Aan de hand van de zogenoemde ‘Zoetermeerse mechanismen’ zijn de uitdagingen voor nu en de toekomst duidelijk geïllustreerd.
Dank voor de door u geuite waardering voor de ontwerp omgevingsvisie.
14.2
Met de ontwerp omgevingsvisie ligt die basis er. Door te werken met een overkoepelende visie voor de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van de stad zijn de opgaven én de mogelijke oplossingsrichtingen integraal met elkaar in samenhang gebracht. Indiener ziet daarbij volop kansen ook in de toekomst samen op te trekken bij de ruimtelijke opgave in onze regio.
De gemeente waardeert de constructieve opstelling van indiener en onderschrijft de kansen om samen op te trekken bij de ruimtelijke opgave in de regio.
Indiener steunt de ambitie dat Zoetermeer in 2040 sociaaleconomisch en sociaal-cultureel in balans is. Een sterke sociaaleconomische positie is ook in het belang van indiener aangezien we één stedelijk systeem zijn. De woonaantrekkelijkheid van Zoetermeer is hierbij een belangrijk aspect. De mogelijkheden om groen stedelijk te wonen leveren een belangrijke bijdrage aan de compleetheid van het palet aan woonmilieus dat de Haagse regio te bieden heeft.
De gemeente dankt u voor de uitgesproken steun. Ook wij zien en onderschrijven het regionale belang dat Zoetermeer kan dienen door sociaaleconomische en sociaal-cultureel in balans te zijn en de woonaantrekkelijkheid te vergroten.
Indiener geeft aan dat het inzetten op diversificeren van de woningvoorraad en het vergroten van eigenaarschap weliswaar past binnen die woningmarktafspraken, alleen moet worden voorkomen dat dit doorslaat en het aandeel sociaal te sterk afneemt. Dat is ook
In de visie worden geen uitspraken gedaan over aantallen en procentuele verdeling. Inzet is dat Zoetermeer een thuis is voor iedereen. Dit zal leiden tot verschillende strategieën per buurt en wijk. Bijvoorbeeld geen standaard percentages voor de diverse categorieën (sociale huur, vrije sector huurwoningen en
14.3
14.4
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
onderwerp van gesprek in het proces om tot het regionale woningmarktakkoord te komen.
vrije sector koop). Om zodoende toe te gaan naar een meer precieze verdeling, waarbij maatwerk per wijk of project wordt geleverd. Gezien de groeiambities kan het aandeel van huidige typen woningen veranderen. Echter gezien de groeiambitie van Zoetermeer zal dit in absolute aantallen leiden tot een toename in elk segment. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
14.5
14.6
Indiener leest dat in 2040 de participatiegraad voor de Zoetermeerse beroepsbevolking en de kans op werk gelijk is aan de omliggende regio. De motor hierachter is het nog beter verbinden van onderwijs, economie en arbeidsmarkt, met een koppeling aan de sterke kernsectoren in Zoetermeer. Indiener begrijpt dat dit enerzijds een opgave is binnen Zoetermeer zelf. Anderzijds ziet zij kansen om de sociaaleconomische kracht – en daarmee de positieverbetering van de Zoetermeerse samenleving – óók in regionaal perspectief te plaatsen. De arbeidsmarkt is immers een regionale markt. Een nauwere samenwerking op het gebied van ruimte voor bedrijvigheid kan behulpzaam zijn om zowel het tekort aan ruimte voor bedrijvigheid in Den Haag aan te pakken, als de sociaal-economische kracht van Zoetermeer te versterken.
De gemeente onderschrijft de kansen die indiener ziet om de sociaaleconomische kracht – en daarmee de positieverbetering van de Zoetermeerse samenleving – óók in regionaal perspectief te plaatsen. Dit is onderdeel van de hoofdlijn Zoetermeer als regiostad. De gemeente gaat graag het gesprek aan met indiener over de invulling van een nauwere samenwerking. Van belang daarbij is het vinden van een goede en werkbare balans tussen de ruimte voor bedrijvigheid en het versterken de sociaaleconomische kracht van Zoetermeer.
Binnen de Kennisregio aan Zee werkt een brede alliantie, waaronder Zoetermeer, aan het versterken van het economische profiel in dit gebied. Zoetermeer, als stad van de toegepaste innovaties, biedt daarbinnen een laboratorium voor sociale en fysieke vernieuwing. Dit uitgangspunt levert een belangrijke bouwsteen aan de missie van de Kennisregio aan Zee: Laat de economie werken aan de maatschappelijke problemen; waar schaarse ruimte onze kennis en praktijk uitdaagt tot innovatieve oplossingen voor een veilige, gezonde en inclusieve leefomgeving.
De gemeente waardeert de constructieve opstelling en gaat graag met indiener in gesprek over hoe we op dit punt met elkaar kunnen samenwerken.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Indiener gaat graag in gesprek hoe we op dit punt met elkaar kunnen samenwerken. Niet alleen nu, maar ook op de langere termijn. 14.7
Indiener leest met belangstelling dat Zoetermeer in 2040 een van de aanjagers van de regionale samenwerking is en bekend staat om haar samenwerkingsgerichtheid. Zoetermeer als regiostad is een opgave waar we samen belang bij hebben. Hier werkt indiener graag in samen. De
De gemeente waardeert de constructieve opstelling en gaat graag met indiener in gesprek over hoe we op dit punt met elkaar kunnen samenwerken. Wij onderschrijven het belang van de samenwerkingsagenda fysieke leefomgeving Haagse regio hierin.
14.8
samenwerkingsagenda fysieke leefomgeving Haagse regio, die de negen gemeenten in de Haagse regio ambtelijk aan het ontwikkelen zijn kan hier een goede rol in spelen.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
In algemene zin valt indiener op dat er veel thema’s en speerpunten in de ontwerp omgevingsvisie zijn benoemd, maar dat die aspecten vrijwel nergens zijn geconcretiseerd. Zo is niet duidelijk waar (ruimtelijke en programmatische) ambities gaan knellen en welke keuzes er dan worden gemaakt. In die gevallen is het van belang om te bepalen of er sprake is van een ‘Zoetermeers’ vraagstuk, of dat dit ook in regionaal verband consequenties heeft.
De ontwerp omgevingsvisie is op hoofdlijnen geformuleerd. De thema’s en speerpunten die in de visie zijn benoemd komen voor een belangrijk deel voort uit de analyse die ten grondslag ligt aan de visie. De analyse van de Staat van Zoetermeer toont de samenhang tussen sociale, economische en fysieke aspecten. Vanuit deze samenhang zijn de opgaven geformuleerd die moeten worden aangepakt. De verdere uitwerking van de thema’s, speerpunten en opgaven vindt plaats in nog nader op te stellen programma’s (gebiedsen/of beleidsprogramma). Daarbinnen zal onder meer de vertaling plaatsvinden van de ruimtelijke en programmatische ambities die voortkomen uit de visie. Indien daar vraagstukken met een regionale component uit naar voren komen dat zullen die in regionale samenwerkingsverbanden onder de aandacht worden gebracht. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
14.9
14.10
Wat betreft regionale bereikbaarheid steunt indiener de ambitie om Zoetermeer alzijdig te voorzien van goede verbindingen met Rotterdam, Leiden en Den Haag. Ze vergroten de agglomeratiekracht van de regio Rotterdam-Den Haag en zijn dus een gezamenlijk belang. Wat versterking van de verbinding met Den Haag betreft, zou indiener graag de gezamenlijke inzet op de regionale lightrail verbinding, de Koningscorridor van Zoetermeer via CID/Binckhorst naar Scheveningen, sterker terug willen zien. In het kader van het rijk-regio programma Mobiliteit & Verstedelijking (MoVe) werken wij samen aan de uitwerking van de regionale OV-corridors, waarbij de haalbaarheid van de business case een van de onderzoeksvragen is.
De gemeente is verheugd met de uitgesproken steun. De verdere uitwerking van de alzijdige verbinding vindt plaats in op te stellen programma’s (gebieds- en/of beleidsprogramma). Daarbinnen zal onder meer de vertaling plaatsvinden van de ruimtelijke en programmatische ambities die voortkomen uit de visie.
Indiener (h)erkent de natuurlijke omgeving, rust en ruimte als oorspronkelijke suburbane kwaliteiten van Zoetermeer. Indiener steunt de ambitie van Zoetermeer om de regionale landschappen zoals de Balij, De Nieuwe Driemanspolder en de
De gemeente is blij met de uitgesproken steun voor deze ambitie.
De gemeente zal onverkort de gezamenlijke agenda voor versterking van het infrastructurele netwerk met onder meer de indiener continueren. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Meerpolder te verbinden met de stad. Dit zijn waardevolle groengebieden waar ook Haagse inwoners van kunnen genieten. Daarnaast vormen de groengebieden economisch kapitaal; het zijn cruciale vestigingscondities voor (nieuwe) inwoners en bedrijven binnen de Zuidelijke Randstad. 14.11
14.12
14.13
In hoofdstuk 5 leest indiener dat de gemeente plannen en initiatieven faciliteert die aantoonbaar bijdragen aan de zes hoofdlijnen van het toekomstbeeld en daarnaast bijdragen aan een positieve ontwikkeling van de mechanismen van Zoetermeer. Indiener is benieuwd voor welke concrete taken de gemeente zelf aan de lat staat, behalve dat het gaat om vraagstukken die cruciaal zijn voor het versterken van de sociaaleconomische positie.
De gemeente Zoetermeer is er verantwoordelijk voor om de komende jaren een consistente koers uit te zetten en regie te voeren opdat de structurele vraagstukken van Zoetermeer adequaat worden aangepakt. Zonder een gedegen aanpak, zullen de vraagstukken van Zoetermeer zich gaan verscherpen.
Indiener geeft aan dat de Zoetermeerse mechanismen niet los van de regionale context positief kunnen worden omgebogen. De verschillen tussen wijken en buurten, een disbalans op de arbeidsmarkt en leefbaarheidsvraagstukken spelen ook elders in de regio. Wij kunnen leren van elkaars ervaringen en samen optrekken waar mogelijk. Wellicht kan een investeringsagenda (op hoofdlijnen) helpen om kaders bieden om, samen met de partners in de stad (en regio), effectief te werken aan het opwaarts sturen van de mechanismen.
We onderkennen de afhankelijkheid met de regio op een aantal vraagstukken. Vanuit deze overtuiging is de hoofdlijn Zoetermeer als regiostad opgenomen. We gaan graag in gesprek met de regio en indiener om met elkaar te bespreken op welke wijze we de kracht van de agglomeratie optimaal kunnen versterken en over en weer kunnen benutten.
Indiener blijft graag onverminderd in gezamenlijkheid werken aan de uitdagende opgaven in onze mooie regio.
De gemeente dankt indiener voor haar constructieve opstelling en werkt graag in gezamenlijkheid verder aan de uitdagende opgaven in onze regio.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Zienswijze 15: 15.1
Indiener plaatst een aantal algemene opmerken over de ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer 2040: i.
Indiener juicht toe dat het hier gaat om een visie waarin een omslag in het beleid wordt aangekondigd van een kwantitatieve, sectorale benadering -met name woningbouw en groen- naar een kwalitatieve, integrale benadering. Indiener geeft aan dat voorliggend ontwerp echter nog niet verder reikt dan een gedegen werkmethode met goede bedoelingen maar zonder dat er prioriteiten worden gesteld. Nadere
Indiener duidt in haar reactie de precieze aard van de visie. Het is een visie op hoofdlijnen, die de fundamentele integrale vraagstukken – van sociale, economische en fysieke aard - voor de toekomst van Zoetermeer agendeert. Deze vraagstukken behoeven – zoals indiener aangeeft – een nadere uitwerking. De wijze waarop deze uitwerking stap voor stap zal plaatsvinden staat beschreven in hoofdstuk 4 van de visie. Deze zal gebeuren middels de inzet van beleids- en gebiedsprogramma’s, die vervolgens worden geconcretiseerd in onder andere initiatieven van derden, regelingen, omgevingsplan, projecten etc.
uitwerking is gewenst. ii.
iii. iv.
v.
15.2
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Indiener is van mening dat In Zoetermeer 2040 wel wat meer beleidsrichtingen aangegeven mogen worden, zodat een integrale visie ontstaat met duidelijke ambities en opgaven. Nu wordt er voor sommige onderwerpen slechts een klein haakje genoemd, zonder dat de ambitie of opgave duidelijk wordt. Het valt indiener op dat enig kaartbeeld in de visie ontbreekt. Indiener ziet veel aspecten terugkomen t.a.v. wonen in Zoetermeer. Maar vraagt wat de plannen zijn t.a.v. werkgelegenheid in Zoetermeer en hoe deze bewerkstelligd zullen worden? In verband met bovenstaande ontwikkelingen gaat indiener graag het gesprek met de gemeente aan.
Indiener geeft aan dat zij toeziet op een evenwichtige spreiding van de bouw van sociale woningbouw binnen de stadsregio Haaglanden. Dat betekent dat in de nieuwbouwprogrammering voor de gemeente als geheel een ondergrens van 30 procent sociale huurwoningen wordt verwacht. De gemeente dient hierbij bij de precieze invulling van de verschillende typen woningbouw over de wijken rekenschap te nemen van de optelsom van alle plannen tezamen.
Zoals indiener van de gemeente is gewend zal zij haar verantwoordelijkheid nemen voor ook de sociale woningbouw evenals alle andere segmenten in de woningbouw waarvoor een grote vraag bestaat. Verwezen wordt naar de hoofdlijn: Zoetermeer is mijn thuis en Zoetermeer een palet van buurten en wijken. Gezien de urgentie op de woningbouw is in de strategische agenda prioriteit gelegd bij het opzetten van het programma: woningbouw als katalysator van een sociaaleconomisch krachtige stad. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
15.3
Indiener geeft mee dat tijdelijke woonvormen voor spoedzoekers (flexwonen) een kans kan bieden om de kloof tussen bestaand en gewenst woonmilieu versneld te realiseren. Volgens indiener kan deze nieuwe woonvorm -in afwachting van een definitieve functieverandering van een locatie- een tijdelijk dak boven het hoofd bieden voor starters, gescheidenen, arbeidsmigranten, internationale studenten, alleenstaande statushouders, uitromers uit de zorg enzovoort. Het flexwoonproject aan de Ruimtebaan is daarvan een eerste voorbeeld, maar er zijn wellicht gronden of gebouwen te vinden die tijdelijk aangewend kunnen worden om de transitie naar inclusieve wijken te helpen maken.
Deze inzichten van de indiener worden betrokken bij de uitwerking van de visie. Verder wordt verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 15.2
15.4
Indiener geeft aan dat zaken als de doordecentralisatie van het beschermd wonen en de verdergaande extra-muralisatie van GGZ en Jeugdzorg zorgen voor een toename van de opgave voor alle gemeenten in Nederland waarvoor geen eengezinswoningen maar vooral kleine eenpersoonseenheden onder de jongerengrens van de huursubsidie nodig zullen zijn. Het toevoegen van deze eenheden zorgt voor een zogenaamde spitsstrook die ingezet kan worden voor de spoedzoekende doelgroepen. Door deze voorraad flexibele woningen toe te voegen kunnen bijvoorbeeld statushouders vroegtijdig beginnen aan inburgering zonder direct een beroep te doen op de bestaande woningvoorraad en kan de druk op asielzoekerscentra verminderd worden.
Deze inzichten van de indiener worden betrokken bij de uitwerking van de visie. Verder wordt verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 15.2
15.5
Indiener geeft aan dat de regio Haaglanden gezamenlijk werkt aan een regionale verdeling van de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten, waarbij iedere gemeente hierin een verantwoordelijkheid heeft om het zogenaamde waterbedeffect te voorkomen. Indiener is benieuwd hoe dit proces zich zal ontwikkelen en of en zo ja, tot welke afspraken dit leidt tussen de gemeenten onderling. En vervolgens: welke gevolgen die opgave zal hebben voor de in Zoetermeer 2040 geschetste ontwikkelingen.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 15.2
15.6
Indiener geeft aan dat veel mensen, waaronder arbeidsmigranten, afhankelijk zijn van de goedkopere woningvoorraad en/of komen in de goedkopere wijken terecht. Of er dienen initiatieven voor te worden gestart met flexwoningen, al dan niet in getransformeerde panden of met units. Indiener vraagt welke keuzes Zoetermeer in dat kader gaat maken en ook waar in de stad we die keuzes wil realiseren. Ook gezien hetgeen op pag. 31 wordt aangegeven; ontzien van de meest kwetsbare wijken.
Deze inzichten van de indiener worden betrokken bij de uitwerking van de visie. Verder wordt verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 15.2
15.7
Indiener geeft aan dat in Zoetermeer 2040 in ieder geval twee bedrijventerreinen worden genoemd die gaan transformeren: Dutch Innovation Park (DIP) en het Kwadrant. Beide terreinen hebben de bestemming bedrijven. De campus lijkt een goede ontwikkeling voor Zoetermeer, maar zorgt voor minder beschikbare gronden voor bedrijven. Indiener wijst erop dat het belangrijk is dat er kwantitatief en kwalitatief voldoende bedrijventerreinen beschikbaar blijven in de regio. Door de transformatie kunnen er tekorten ontstaan. Hetzelfde geldt voor het Kwadrant
Het aandachtspunt van de indiener dat er voldoende werkgelegenheid blijft in Zoetermeer en omgeving wordt herkend en is onderdeel van de visie (Hoofdlijn 5: stad van toegepaste innovatie en Zoetermeer palet van buurten en wijken). De concretisering is onderwerp voor de verdere uitwerking van de visie. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
doordat het gebied ‘schuifruimte’ gaat bieden voor naastgelegen wijken. 15.8
Indiener wijst op beleidskeuzen in het Omgevingsbeleid Zuid-Holland m.b.t. bodem en ondergrond. En indiener beoogt -in samenwerking met andere overheden – om 3D-Ordening standaard en structureel onderdeel te laten worden van alle relevante ruimtelijke planprocessen in Zuid-Holland.Indiener is van mening dat daaraan geen invulling wordt gegeven in Zoetermeer 2040. In geen enkel hoofdstuk wordt aandacht besteed aan bodem en ondergrond. Ook relaties tussen de verschillende maatschappelijke opgaven en de kansen die bodem en ondergrond hierin hebben worden niet gelegd. Geadviseerd wordt om dit alsnog te doen door bodem en ondergrond van Zoetermeer in kaart te brengen en toe te lichtingen (in) hoe(verre) de kwaliteiten van bodem en ondergrond (kunnen) bijdragen aan het realiseren van de integrale opgaven van de gemeente Zoetermeer.
Een omgevingsvisie heeft een grote mate van vormvrijheid, opdat deze zo goed mogelijk aansluit bij de relevante grote vraagstukken van een gemeente. Op basis van een uitgebreide analyse blijkt dat de maatschappelijke vraagstukken zich vooral manifesteren op de samenhang tussen fysiek, sociaal en economie. Deze maatschappelijke vraagstukken vergen een focus op een integrale aanpak in plaats van sectorale aanpak van vraagstukken. Dit betekent niet dat sectorale vraagstukken geen aandacht krijgen, maar dat de prioritering en aanpak een andere is dan de sectorale benadering. De concretisering is onderwerp voor de verdere uitwerking van de visie.
15.9
Indiener is van mening dat er weinig invulling is gegeven aan het erfgoedbeleid in Zoetermeer 2040. Naast het feit dat er weinig aandacht aan wordt besteed wordt concrete uitwerking gemist. Geadviseerd wordt alsnog aandacht te besteden aan cultuur(historie) en erfgoed zodat duidelijk wordt wat voor invloed het kan hebben op het realiseren van de integrale opgaven van de gemeente Zoetermeer.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder zienswijze 15.8
15.10
Indiener vindt het positief dat “sport" en “recreëren” aandacht krijgen in de omgevingsvisie. “Sport” wordt in algemene zin genoemd zoals dat de omgeving uitnodigt voor sport enz. Aan recreatie wordt niet veel aandacht besteed. De term "recreëren komt drie keer voor in de visie. Indiener verzoekt de gemeente hier meer aandacht aan te besteden.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder zienswijze 15.8
15.11
Indiener vindt het fijn om te lezen dat men vanuit de stad tussen de parken direct de omliggende natuur in wandelt, rent, skate en fietst. Zoetermeer verbindt dus de natuur en het stadse met elkaar waardoor er gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Dit sluit aan bij de visie van indiener over de groenblauwe leefomgeving waarbij stad en land verbonden worden.
Er wordt kennis genomen van de overeenkomst tussen de visie van de indiener en Zoetermeer 2040
15.12
Op blz.17 staat dat de oorspronkelijke groene kracht van Zoetermeer in 2040 is verrijkt, versterkt
De uitwerking van de hoofdlijn 2: stad in en tussen de parken wordt aangepakt middels
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
15.13
en verlevendigd. Indiener juicht dit toe, alleen hoe dit bereikt wordt is onvermeld. Indiener vraagt of dit doel nog uitgewerkt wordt in het omgevingsprogramma?
beleids- en gebiedsprogramma’s zoals staat beschreven in hoofdstuk 4 van de visie.
Indiener vraagt hoe de gemeente de mooie volzinnen over natuur op blz. 18 en 19 gaat bereiken.
Deze inzichten van de indiener worden betrokken bij de uitwerking van de visie. Verder wordt verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 15.2
Indiener geeft aan dat natuur in tegenstelling tot groen, dat vooral een belevingswaarde heeft, ook een intrinsieke waarde heeft. In dat kader is het vergroten van de biodiversiteit van belang. Het zorgen voor groene/ecologische verbindingen met het buitengebied kan daarbij helpen maar is zeker niet het enige. Het fauna- en insectenvriendelijker inrichten en beheren van het openbaar groen is een eerste essentiële stap. Daarbij kan o.a. gedacht worden aan bijenlandschappen. Dit zou bij de uitwerking van de visie dan verder vorm gegeven moeten worden. 15.14
Indiener wijst erop dat een deel van het buitengebied van de gemeente, namelijk de Meerpolder, door de provincie aangewezen als belangrijk weidevogelgebied (cat. 2 gebied ruimtelijke kwaliteit). Het zou goed zijn om in de visie ook aandacht te besteden aan de bijzondere natuur- en landschapswaarden van deze polder. Indiener wijst erop dat aan de noord- en noordwestkant van het bebouwd gebied van Zoetermeer meerdere gebieden liggen die als cat. 2 gebied ruimtelijke kwaliteit door de provincie zijn aangemerkt. Het gaat hier om recreatiegebied en groene buffer. Het zou goed zijn als hier ook aandacht aan wordt gegeven in de visie.
15.15
Indiener is van mening dat de visie nog weinig concreet is op het thema klimaatadaptie. Er wordt niet ingegaan op de eventuele uitkomsten van stresstesten, en de daaruit gebleken kwetsbaarheden. Op de mogelijke gevolgen van klimaatverandering voor Zoetermeer wordt nauwelijks ingegaan. In dat kader is het goed voor de gemeente te beseffen dat de aanwezige (regionale) waterkeringen en waterbergend vermogen op orde moeten blijven en dat dit in de toekomst zeer waarschijnlijk ook ruimte/maatregelen zal vragen. Klimaatadaptatie wordt slechts benoemd, er wordt gesproken over de uitvoering van de afspraken over duurzaamheid, klimaatadaptatie en
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
De gemeente is zich hiervan bewust. De verdere uitwerking van natuur- en landschapswaarden vindt plaats in nog nader op te stellen programma’s (gebieds- en/of beleidsprogramma). Daarbinnen zal onder meer de vertaling plaatsvinden van de ruimtelijke en programmatische ambities en opgaven die voortkomen uit de visie.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijzen 15.1 en 15.8 Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
energietransitie (bIz. 9). Niet duidelijk is hoe deze afspraken er concreet uit zien. Eén van de hoofdlijnen is “Duurzame stad in en tussen de parken". Hoe duurzaam eruit ziet, wordt echter niet uitgewerkt. Er wordt vooral gesproken over groen. Onduidelijk is of groen ook klimaatadaptief is. Kortom klimaatadaptatie wordt hier aangetipt maar niet uitgewerkt, vergroening zal effect hebben op klimaatadaptatie, maar wordt het zo ook ingezet? Op blz. 33 wordt ingegaan op het Entreegebied, de rol die dit gebied kan hebben. Niet benoemd wordt dat “De Entree" in het rapport van Deloitte als een pilot opgenomen is t.b.v. het inzetten van instrumenten voor klimaatadaptief bouwen. 15.16
Zoetermeer 2040 is heel hoog over en schetst een toekomstvisie, zonder concreet aan te geven met welke maatregelen de gemeente daar dan denkt te komen.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijzen 15.1 en 15.8 Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Indiener geeft aan dat wellicht in ieder geval de RES Rotterdam Den Haag en de Transitievisie Warmte van de gemeente Zoetermeer genoemd kunnen worden waaruit concrete maatregelen worden gerealiseerd om de energietransitie vorm te geven. De energietransitie vindt niet vanzelf plaats. Hier is ook actieve deelname en inzet van de gemeente voor nodig. Indiener wijst erop dat al een hele hoop gebeurt in het kader van het Klimaatakkoord (waar de RES Rotterdam Den Haag en de Transitievisie Warmte vandaan komen). Zeker het noemen van en bijdragen aan de RES (een regionaal product) sluit aan bij de visie “Zoetermeer is een van de aanjagers van de regionale samenwerking en staat bekend om haar samenwerkingsgerichtheid" (pag. 28). 15.16
Indiener vindt het positief dat circulaire economie een paar keer wordt genoemd. Maar een uitwerking mist. Indiener denkt dat circulaire concepten als modulair, losmaakbaar en biobased bouwen een concretisering en hulpmiddel kunnen zijn voor de uitdagingen die verderop genoemd worden (ouderen wonen langer thuis, natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie en energietransitie).
15.18
Indiener geeft mee dat de nadruk op samenwerking in triple helix-verband (overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen) en de focus op praktijkgericht onderwijs meerwaarde heeft
Deze inzichten van de indiener worden betrokken bij de uitwerking van de visie. Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijzen 15.1 en 15.8
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
We nemen kennis van dit aandachtspunt ten behoeve van de uitwerking van de visie en maken graag gebruik van de expertise en
15.19
wanneer deze geconcretiseerd wordt en gerelateerd wordt aan het thema ruimtelijke ontwikkeling.
andere mogelijkheden van indiener bij de uitwerking.
Op blz. 32 wordt de woonopgave neergezet als "sociale roltrap”. Dit is een aantrekkelijk beeld, dat wat indiener betreft aan kracht wint, wanneer hier een relatie wordt gelegd met praktijkgericht onderwijs gericht op innovatief bouwen. Maak van toekomstbestendige woningen het uitgangspunt, en zorg dat het onderwijs kan meewerken aan het bouwen van die innovatieve woningen. Zo kan Zoetermeer 2040 al op relatief korte termijn concreet worden, bijvoorbeeld door perspectief te bieden voor het tekort aan “handjes in de bouw".
We nemen kennis van dit aandachtspunt ten behoeve van de uitwerking van de visie en maken graag gebruik van de expertise en andere mogelijkheden van indiener bij de uitwerking.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Indiener denkt en werkt graag mee met de gemeente mee om de ambities voor circuiair en innovatief bouwen en de relatie met praktijkgericht onderwijs verder vorm te geven. 15.20
Indiener uit complimenten voor deze omgevingsvisie en verzoekt de gemeente Zoetermeer 2040 nog op bovenstaande aspecten aan te scherpen of in de programma’s verder uit te werken.
Conform bovenstaande opmerkingen krijgt de zienswijze van de indiener zijn vervolg.
Zienswijze 16: 16.1
Indiener geeft aan dat er een koppeling is met een aantal sporen in de (1e) strategische agenda. Alles wordt opnieuw gewogen, hoe worden de burgers hierin meegenomen? Indiener geeft aan dat sommige onderdelen van (beleids)nota's, programma's, verordeningen 'zwaarbevochten' zijn (door politiek, burgers en/of stakeholders, etc.) en vraagt hoe dan wordt voorkomen dat die onderdelen met deze heroverweging geschrapt worden? Hoe houden wij als burgers het overzicht (‘was-wordt’) en vinger aan de pols als er zoveel wordt samengevoegd in omgevingsvisie, -programma en -verordening?
16.2
In het eerste voorwoord van de visie 2040 wordt gesteld dat ”de ontwikkeling van de stad immers niet kan stoppen nu de gemeentegrenzen voor verdere groei letterlijk zijn bereikt. Stilstand is tenslotte achteruitgang. Een stad moet zich blijven ontwikkelen en we moeten oog hebben voor de kwaliteit van de stad.” Voor indiener is onduidelijk
De uitwerking van de visie in programma’s vindt plaats in een participatief proces zoals aangegeven in hoofdstuk 5 van de visie: samen de toekomst van Zoetermeer vormgeven. Dit is maatwerk per onderdeel. Hiernaast zal jaarlijks een staat van Zoetermeer worden opgesteld, opdat voor iedereen op transparante wijze een overzicht beschikbaar is. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
De vragen en wensen van een samenleving blijven veranderen. Een stad moet zich daar continu op kunnen blijven aanpassen. In de eerste fase van de ontwikkeling van de groeikern Zoetermeer lag de nadruk op de ruimtelijke ontwikkeling. In de komende decennia zal de nadruk liggen op de integrale –
welke stilstand wordt bedoeld en waarom stilstand altijd achteruitgang zou betekenen.
sociale, economische en fysieke - ontwikkeling van de stad. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
16.3
Indiener deelt de opvatting dat we (zoals genoemd in het tweede voorwoord) van groter groeien naar versterken (van het fundament) moeten en dan vooral t.a.v. de woonaantrekkelijkheid (w.o. ook tegengaan toenemende criminaliteit/gevoelens van onveiligheid), de sociaaleconomische kracht van de stad en – niet genoemd in het voorwoord – de gevolgen van de klimaatverandering (zoals waterberging vanwege hevige regenval, tegengaan hittestress, etc.).
Kennis wordt genomen dat indiener dezelfde opvatting deelt met betrekking tot sociaal economische kracht, klimaatverandering en balans in de stad. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Indiener deelt de opvatting dat er meer balans in de stad nodig is. Niet alleen uit cijfers, maar ook als inwoner direct waarneembaar zie en merkt indiener dat de woonaantrekkelijkheid afneemt evenals de sociaaleconomische kracht. Indiener vindt dat jammer en het is goed dat hiervoor meer aandacht komt. Het starten met de pijlers (1) Wijken van de toekomst en (2) Woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad lijkt een goede keuze. Indiener herkent dat ook steeds meer 40+ gezinnen de roltrap verlaten, omdat er voor deze doelgroep onvoldoende passende woningen in de stad zijn. Indiener geeft aan die stap ook te overwegen. Niet omdat de huidige woning (koopappartement) niet passend is, maar wel omdat de woonomgeving niet meer passend is. 16.4
Op het gebied van groen, natuur, ruimte en rust onderscheidt Zoetermeer zich (nog wel) positief in de regio, maar er bestaan zorgen of dit wel zo zal blijven als de plannen t.a.v. het toevoegen van extra woningen d.m.v. veel hoogbouw aan de woningvoorraad worden uitgevoerd. Indiener stelt dat zeker in en rond het stadscentrum de leefbaarheid hierdoor zal verminderen. Volgens de visie 2040 zou het centrum van Zoetermeer in 2040 bekend staan als het groene stadscentrum, wat erg gewaardeerd wordt. Voor indiener is niet duidelijk hoe dit realiseerbaar is als hier ook zoveel extra woningen moeten komen. Indiener stelt dat de druk op de schaarse ruimte in het centrum (in en rondom het stadshart) nu al groot is en vergroenen en extra hoogbouw in het centrum staat dan op gespannen voet met elkaar.
Kennis wordt genomen van de opvatting van indiener.
De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen, die de fundamentele integrale vraagstukken – van sociale, economische en fysieke aard - voor de toekomst van Zoetermeer agendeert en de ambities die daarmee samenhangen benoemt. Deze vraagstukken en ambities, zoals het vergroenen van het Stadscentrum, behoeven een nadere uitwerking. De wijze waarop deze uitwerking stap voor stap zal plaatsvinden staat
Daarnaast leert de praktijk dat projecten veelal duurder uitvallen dan oorspronkelijk gepland, waardoor vaak concessies gedaan moeten worden. Indiener vindt dat voorkomen moet worden dat we straks wel veel extra beton realiseren, maar dat het groen kind van de rekening is (omdat budget ontoereikend is of er geen plaats meer voor is).
beschreven in hoofdstuk 4 van de visie. Deze zal gebeuren middels de inzet van beleids- en gebiedsprogramma’s die vervolgens worden doorvertaald naar onder andere initiatieven van derden, regelingen, omgevingsplan, projecten etc.
Indiener wijst erop dat er op dit moment nog vele knelpunten zijn op het gebied van schone en stille mobiliteit en er veel impact is op het milieu door verkeer. Indiener is erg benieuwd naar de concrete plannen om dit aan te pakken.is.
De visie is op hoofdlijnen. De uitwerking vindt plaats via beleids- en gebiedsprogramma’s zoals is beschreven in hoofdstuk 4 van de visie. De inzichten van de indiener zullen worden betrokken bij deze uitwerking.
Indiener stelt dat het wegverkeer de grootste bron van luchtvervuiling is in Zoetermeer. Tot nu toe wijst de gemeente er vooral op dat bijv. concentraties van fijnstof onder de Europese norm valt. Indiener is echter van mening dat ook bij concentraties onder de Europese normen voor stikstofdioxide en fijnstof nog aanzienlijke gezondheidseffecten optreden. Het bouwen langs de Afrikaweg (Entreegebied) vraagt in dit verband aandacht, maar dit geldt ook voor de al bestaande bebouwing langs de hoofdwegen.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
16.8
Indiener vindt het positief dat er in de visie 2040 veel aandacht wordt besteed aan duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie, maar gemist wordt de aandacht voor de consequenties voor de stad t.a.v. klimaatveranderingen en bijv. pandemieën. Indiener vraagt of de stad hier in 2040 dan ook klaar voor is en zo ja, hoe?
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 16.7
16.9
In de ontwerp omgevingsvisie 2040 wordt voorgesteld om de binnenstad en (nieuwe) ontwikkelgebieden, zoals het Entreegebied en het Kwadrant in te zetten om de omliggende buurten en wijken een impuls te geven. Indiener vraagt wat dit betekent voor m.n. de binnenstad? Hoe en op welke manier wil men hier uitvoering aan geven? Is er dan wel voldoende aandacht voor de huidige bewoners van de binnenstad die hiermee te maken krijgen en welke impuls wordt er aan de binnenstad zelf gegeven? De huidige bewoners van de binnenstad hebben nu al 3 jarenlang (ong. sinds komst Primark) te maken met ontwikkelingen, vaak in de vorm van veren nieuwbouw(overlast). Hoe kunnen zij prettig blijven wonen in het centrum?
De uitwerking van gebieden vindt plaats in separate gebiedsprogramma’s (zie hoofdstuk 4 van de visie). In kader van deze programma’s wordt ook de participatie met de omgeving opgezet. Dit is per gebied maatwerk.
Indiener is van mening dat als de gemeente wil concurreren met omliggende winkelcentra en meer bezoekers willen ontvangen, een goed met het OV ontsloten Stadshart essentieel is.
Kennis wordt genomen van de opvatting van indiener.
16.7
16.10
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
16.11
In de visie 2040 wordt de wens uitgesproken om het groen functioneel te gebruiken en meer te laten zijn dan decor. Ook zouden groene openbare plekken aangeboden kunnen worden om vrijetijdsactiviteiten in te programmeren door de organisaties in de stad. Indiener vindt dit een mooie gedachte, maar vraagt ook aandacht voor de inwoners die in alle rust van het groen willen genieten in de hectiek van deze tijd, dus zonder bootcamps, workshops, evenementen, voedselbossen en gemeenschappelijke tuinen.
Voor de visie nemen we kennis van de suggesties van de indiener. Deze zijn echter wel relevant voor de uitwerking van de visie. In die fase zullen deze suggesties worden betrokken. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Zoetermeer geeft veel aandacht aan fietspaden. Indiener ziet graag ook meer aandacht voor voet/wandelpaden. Indiener is van mening dat die nu echt onder de maat zijn. 16.12
Indiener geeft aan dat de gemeente erg inzet op hoogbouw en benoemt een aantal nadelen van hoogbouw, te weten; -
Hoge (investerings)kosten Het zij windvangers en de schaduwwerking kan tot weerstand leiden Hoogbouw is anoniemer waardoor er meer eenzaamheid en minder sociale controle is (sociale cohesie)
Deze inzichten van de indiener worden betrokken bij de uitwerking van de visie. Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 16.12
Indiener is van mening dat het beter is om, zoals de visie 2040 ook aangeeft, gemengd en met veel variatie te bouwen voor alle doelgroepen. En stelt dat door de hoge(re) bouwkosten bij woontorens ouderen/alleenstaanden niet altijd de overstap van een eengezinswoning naar een appartement willen maken, want in de praktijk blijkt dat er dan vaak geld bij moet voor minder ruimte (en veel minder buitenruimte). Volgens indiener is dit een reden voor ouderen (empty nesters) om zo’n stap niet te maken, waardoor doorstroming stagneert. Indiener geeft aan dat er gewaakt moet worden voor een te groot aanbod aan appartementen. 16.13
Indiener geeft aan dat de gemeentelijke organisatie en politiek voor een grote uitdaging staat. En dat de transitie naar een stad in balans met vallen en opstaan zal gebeuren. Indiener is van mening dat een nieuwe samenwerking door het tijdig betrekken van belanghebbenden (inwoners, ondernemers, organisaties/verenigingen, e.d.) tijdens de verschillende fases van belang is om voor die nieuwe balans voldoende draagvlak te creëren en hieraan uitvoering te geven. Ook het regelmatig pas op de plaats maken voor reflectie – zelf en samen met belanghebbenden/ inwoners/ondernemers, etc. - hoort hierbij. Want dan maken we samen Zoetermeer.
De gemeente dankt de indiener voor de constructieve reactie en de bijdrage die dit levert om samen Zoetermeer verder te ontwikkelen.
Zienswijze 17: 17.1
Indiener geeft aan dat op dit moment in de visie niet wordt ingegaan op de onderwerpen fysieke veiligheid, gezondheid en milieu en een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Indiener wijst erop dat als gevolg hiervan bij de verdere uitwerking niet teruggevallen kan worden op de omgevingsvisie en de kans bestaat dat onderwerpen niet of onvoldoende geborgd zijn bij de uitwerking en uitvoering van de omgevingsvisie. In het geval van fysieke veiligheid kan dit leiden tot risicovolle en onveilige situaties.
In de ontwerp omgevingsvisie zijn deze aspecten niet als afzonderlijk onderwerp opgenomen. De reden hiervan ligt in de analyse die ten grondslag ligt aan de visie. De analyse van de Staat van Zoetermeer toont de samenhang tussen sociale, economische en fysieke aspecten. Vanuit deze samenhang zijn fundamentele integrale vraagstukken voor de toekomst van Zoetermeer geïdentificeerd, die adequaat moeten worden opgepakt. Vandaar dat in de visie geen sectorale thema´s apart als paragrafen zijn opgenomen. Deze thema’s zijn in de zes hoofdlijnen van het toekomstbeeld 2040 in samenhang met elkaar gebracht. De hoofdlijnen van het toekomstbeeld bieden voldoende aanknopingspunten om met de genoemde aspect aan de slag te gaan. Nadere uitwerking daarvan zal plaatsvinden in programma’s (gebieds- en/of beleidsprogramma) en het omgevingsplan. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
17.2
17.3
Indiener geeft aan dat het belangrijk is dat veiligheid wordt meegewogen als onderdeel van de fysieke leefomgeving. Hiermee komen veiligheidsaspecten vroegtijdig in beeld en is er ruimte om zorgvuldige afwegingen te maken. Bovendien worden veiligheidsaspecten daardoor meegewogen wanneer ook andere thema’s op tafel liggen. Daarmee is er aandacht voor het stapelen van risico’s en wordt een bijdrage geleverd aan een veilige fysieke leefomgeving. Dit sluit aan bij artikel 1.3a van de Omgevingswet, het bereiken en in stand houden van een veilige (en gezonde) fysieke leefomgeving. Indiener adviseert de gemeente Zoetermeer om de omgevingsvisie op dit gebied aan te vullen. Indiener geeft aan dat er een aantal fysieke veiligheidsrisico’s is waar de gemeente Zoetermeer mee te maken heeft. Dit zijn risico’s in het kader van externe veiligheid, energietransitie, verdichting, brandveiligheid en klimaat. Gekeken naar de vier mechanismen en zes hoofdlijnen die in de visie worden genoemd is er een duidelijke connectie met deze risico’s. Indiener adviseert dan ook om in de omgevingsvisie bij de mechanismen en de hoofdlijnen de koppeling te maken met de fysieke veiligheidsrisico’s in de gemeente.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 17.1
De gemeente is zich bewust van de fysieke veiligheidsrisico’s voor de genoemde aspecten en dankt de indiener om dit nogmaals onder de aandacht te brengen. Op diverse plekken in de visie is als onderdeel van de ambities en de strategie een koppeling gemaakt met het aspect veiligheid. Het gaat hierbij om een brede interpretatie van dit begrip: zowel sociale, fysieke als verkeersveiligheid. Het aspect veiligheid zal worden meegenomen in de uitwerking van de visie in onder andere
Onder de punten 17.4 t/m 17.8 wordt de zienswijze m.b.t. deze risico’s toegelicht.
beleids- en gebiedsprogramma’s en omgevingsplan. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
17.4
17.5
17.6
17.7
Indiener geeft aan dat het belangrijk is dat er een balans wordt gevonden tussen de aanwezigheid van en activiteiten met gevaarlijke stoffen en de inrichting van de omgeving. Bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat risico’s zoveel mogelijk voorkomen worden en anders worden beperkt. De omgevingsvisie is voor de gemeente de aangewezen plek om toe te lichten hoe onder de nieuwe wetgeving met externe veiligheidsrisico’s wordt omgegaan.
In de wet is een grote mate van vormvrijheid vastgelegd voor de omgevingsvisie. Veiligheidsrisico’s kunnen ook worden uitgewerkt met behulp van andere instrumenten.
Omdat de risico’s van de energietransitie nieuw en onbekend zijn en de wet- en regelgeving hierover beperkt is, is het naar mening van indiener van belang dat in de omgevingsvisie deze risico’s worden benoemd en wordt aangegeven hoe de gemeente hier mee om wilt gaan. Een geschikte plek hiervoor is bijvoorbeeld Hoofdlijn 2: ‘Duurzame stad in en tussen de parken’. Indiener geeft aan dat als gevolg van verdichting de personendichtheid in bepaalde gebieden toeneemt en eventuele incidenten, zowel in de omgeving als in gebouwen, omvangrijkere gevolgen kunnen hebben. Het is van belang dat de inrichting van de fysieke leefomgeving weloverwogen is en bijdraagt aan snelle en effectieve hulpverlening. Aandachtspunten hierbij zijn dat de hulpdiensten gebieden goed kunnen bereiken en dat er voldoende bluswater aanwezig is. Ook vanuit gezondheidsperspectief wijst indiener op de risico’s van verdichting. Verdichting zal, in combinatie met ontwikkelingen als klimaatverandering en vergrijzing, leiden tot een grotere zorgbehoefte waardoor de druk op de gezondheidszorg toeneemt.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijzen 17.1 en 17.3
Uit de voorliggende omgevingsvisie blijkt dat de gemeente Zoetermeer voornemens is om op meerdere plekken in de gemeente te gaan verdichten. De VRH adviseert om hierbij ook de risico’s hiervan te benoemen en bij de nadere uitwerking van de visie hier aandacht aan te besteden. Indiener wijst de gemeente erop dat onder de Omgevingswet gebouwen dienen te voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Zelfs wanneer een gebouw voldoet aan de eisen uit het Bbl blijven er risico’s voor wat betreft brandveiligheid. Met name in gebouwen met een hoger risico zoals hoge gebouwen, seniorenwoningen, (ondergrondse) parkeergarages en grote
Verder wordt verwezen naar de beantwoording bij zienswijze 17.3
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijzen 17.1 en 17.3 Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Bij de uitwerking van de visie zal rekening worden gehouden met wettelijke bepalingen en regelingen. Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijzen 17.1 en 17.3