CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: GEWIJZIGD Raadsvoorstel Omgevingsvisie Zoetermeer 204020.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer 2040

GEANONIMISEERD

Gemeente Zoetermeer

1.

Inleiding

Op 14 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Zoetermeer ingestemd met de ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en is besloten de ontwerp omgevingsvisie ter inzage te leggen opdat inwoners, organisaties en overheden zienswijzen kunnen indienen op de omgevingsvisie. De duur van deze periode voor het indienen van zienswijzen is wettelijk bepaald op zes weken. De ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is het resultaat van de input uit de brede participatie en consulatie met inwoners, organisaties, overheden en externe experts die afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. In die periode is op diverse momenten overleg geweest met inwoners, organisaties, overheden en experts over de gewenste ontwikkeling van Zoetermeer. Met ingang van 25 juni 2021 kon iedereen gedurende een periode van 6 weken een zienswijze indienen op de ontwerp omgevingsvisie. Hiervan is op de gebruikelijke wijze kennisgegeven door een publicatie in het Gemeenteblad en de Staatscourant van 24 juni 2021 en een verwijzing in het Streekblad. Daarnaast is de publicatie op de gemeentelijke website geplaatst. Verder zijn gedurende de zienswijzeperiode op diverse social media kanalen berichten gepost om publiciteit te geven aan de ontwerp omgevingsvisie en inwoners, organisaties en andere belanghebbenden op te roepen om een reactie te geven op de ontwerp omgevingsvisie.

Het gaat hierbij onder meer om: 2 wekelijks berichten over de ontwerp visie en één van de hoofdlijnen van het toekomstbeeld 2040 uit de visie op Facebook, LinkedIn en Twitter. 2 wekelijk een link naar interview met burgemeester en wethouders over de visie Zoetermeer 2040 op Facebook, LinkedIn, Twitter en Instagram Story. Wekelijks een interview met burgemeester en wethouders en extra berichtgeving over de zienswijzeprocedure in het Stadsnieuws Digitaal en het Streekblad. Er zijn in totaal 20 zienswijzen ingediend. De gemeente spreekt haar dank en waardering uit naar de inwoners, organisaties en overheden die gedurende de zienswijzeperiode een reactie hebben ingediend op de ontwerp omgevingsvisie. De gemeente Zoetermeer is ook dankbaar voor alle bijdragen die zij in de afgelopen jaren vanuit de samenleving heeft ontvangen. En voor de betrokkenheid van vele partners in de stad en de gesprekken die met hen zijn gevoerd bij de totstandkoming van de visie. Deze hebben mede vormgegeven aan de omgevingsvisie zoals die nu voorligt. In hoofdstuk 2 zijn de zienswijzen samengevat weergegeven in een tabel. Per onderdeel is de zienswijze beantwoord. In hoofdstuk 3 is weergegeven op welke onderdelen de omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is aangepast ten opzichte van de ontwerpversie.

De zienswijzen hebben geleid tot een aanscherping van de visie, aandachtspunten voor de verdere uitwerking van de visie of zijn een bevestiging en ondersteuning van de visie. Een aantal zienswijzen benadrukt een selectie van feiten en inzichten die bij het opstellen van de visie bekend waren, maar soms vanuit een ander of sectoraal perspectief zijn benaderd. Omdat het in essentie geen nieuwe feiten of inzichten zijn die tot een fundamenteel andere argumentatiebasis voor de visie zouden leiden is ervoor gekozen de visie daar niet op aan te passen. Ook richt een deel van de zienswijzen zich op onderwerpen die bij de verdere uitwerking van de visie aan de orde zullen komen. Deze zienswijzen hebben niet geleid tot een inhoudelijke aanpassing van de visie. Maar de gemeente gaat de komende periode graag het gesprek aan met de indieners van de zienswijzen en met andere partners van de stad, om gezamenlijk uitvoering te geven aan de omgevingsvisie. De inzet van de expertise van inwoners en partners is hierbij van groot belang voor een succesvolle aanpak.

2.

Samenvatting en beantwoording zienswijzen

Indieners zienswijzen Er zijn 20 zienswijzen ingediend op de ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. Onderstaand zijn de ingediende zienswijzen genummerd weergegeven.

INHOUD ZIENSWIJZE

BEANTWOORDING

1.1

Indiener deelt de ambitie om Zoetermeer een sterker fundament te geven en beter in balans te laten komen. Maar plaats een aantal kanttekeningen bij de probleemanalyse en de voorgestelde maatregelen.

Kennis wordt genomen dat indiener de ambitie deelt om Zoetermeer een sterker fundament te geven en beter in balans te laten komen. Bij de beantwoording van zienswijze 1.2 t/m 1.12 wordt ingegaan op de kanttekeningen van indiener.

1.2

Indiener onderschrijft de doelstelling om de sociaal economische kracht van Zoetermeer te versterken en daarbij in te zetten op een evenwichtige in- en uitstroom van doelgroepen. Indiener heeft echter de indruk dat de gemeente lijkt te denken dat Zoetermeer relatief veel aanbod heeft voor lage (midden)inkomens en de instroom van lage inkomens groter is dan de uitstroom. Indiener wil de gemeente erop wijzen dat dit niet het geval is.

Uit onderzoek van ABF blijkt dat Zoetermeer een voor de woningmarktregio gemiddeld aandeel woningen voor lage (midden)inkomens heeft, b.v. lager dan Rijswijk, Den Haag en Delft, maar dat die verschillen vooral verklaard worden doordat in deze gemeenten een grotere woningvoorraad gereguleerde huurwoningen in het bezit van particulieren en marktpartijen hebben.

Zienswijze 1:

In afwijking t.o.v. de gegevens van de indiener heeft de gemeente niet alleen gekeken naar de verhuisstromen van de lage en middeninkomens maar naar de hele in- en uitstroom van de gemeente. Hiernaast beslaat de onderzoeksperiode van de gemeente circa 20 jaar i.p.v. 4 jaar van de indiener. Doordat de verhuisstromen over een langere periode zijn geanalyseerd wordt de ontwikkelingstrend beter zichtbaar. Uit die gegevens is naar voren gekomen dat over die periode relatief meer mensen uit gebieden met een lage sociaaleconomische status Zoetermeer instroomden dan verlieten. En dat gedurende die periode relatief meer mensen uit Zoetermeer verhuisden naar hogere sociaaleconomische statusgebieden buiten Zoetermeer. Dit profiel van eenzijdige in- en uitstroom is kenmerkend voor de Zoetermeerse ‘roltrapfunctie’, en onlosmakelijk verbonden

met de samenstelling van de Zoetermeerse woningvoorraad. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1.3

1.4

Indiener stelt dat Zoetermeer minder doelgroepvoorraad heeft dan het regionale gemiddelde. Aangegeven wordt dat ABF in het kader van de regionale woningmarktafspraken (NWMA) mede in opdracht van de gemeente Zoetermeer geïnventariseerd heeft hoe de doelgroepvoorraad en de sociale doelgroep verdeeld is over de regio Haaglanden. Uit deze inventarisatie blijkt dat Zoetermeer in regionaal perspectief relatief weinig huishoudens heeft met een laag (midden)inkomen (40% om 49%) en ook weinig woningen die behoren tot de doelgroepvoorraad (41% om 48%).

Het gaat hier om een momentopname uit 2019, waardoor (in tegenstelling tot de analyse voor de omgevingsvisie) de beweging door de tijd niet zichtbaar is gemaakt. Verder is het verschil in doelgroepvoorraad vooral te wijden aan een hoger aandeel particuliere huurvoorraad.

Indiener stelt dat binnen het DAEB segment sprake is van een uitstroom van lagere inkomens uit Zoetermeer naar de regio. Er vertrekken volgens indiener meer lage (midden)inkomens uit Zoetermeer dan zich in Zoetermeer vestigen. Nader uitgesplitst verliest Zoetermeer vooral 1-2 persoonshuishouden van 27-34 jaar aan de andere gemeenten in de regio Haaglanden. Indiener is van mening dat jong volwassen met een laag (midden)inkomen die opgegroeid zijn in Zoetermeer en hier veelal graag willen blijven wonen vanwege het beperkte aanbod aan DAEB woningen gedwongen zijn om te verhuizen naar andere gemeenten in de regio. Zoetermeer verliest hiermee een deel van haar eigen jonge inwoners waardoor de gemeente nog sneller vergrijst en er bestaande sociale netwerken verzwakt worden. Dit komt de sociaaleconomische kracht van Zoetermeer naar mening van indiener niet ten goede. Het lijkt erop dat de gemeente met Zoetermeer 2040 volledig kiest voor het aantrekken van kapitaalkrachtige groepen van buiten Zoetermeer en dit ten kosten laat gaan van huishoudens met een laag (midden)inkomen die al hun hele leven in Zoetermeer wonen.

De gemeente streeft evenals indiener naar een betere balans van de samenleving opdat Zoetermeer een thuis is voor iedereen (zie hoofdlijn 1: Zoetermeer is mijn thuis). Dit geldt zowel voor kapitaalkrachtige, minder kapitaalkrachtigen, jongeren en ouderen.

Om tot een evenwichtigere in- en uitstroom van doelgroepen te komen, vraagt indiener de gemeente om zich in te spannen om het aanbod aan DAEB woningen voor de doelgroep 1-2 persoonshuishoudens te vergroten. Concreet vraagt indiener de gemeente om de doelstelling “meer spreiding & diversiteit van verschillende type woningbouw in elke wijk voor de periode tot 2030” (amendement 2106-B1)

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

De inzichten die de indiener voor bepaalde doelgroepen inbrengt zijn van grote waarde, en kunnen bijdragen aan een goede uitwerking van de visie. Indiener zal nauw worden betrokken bij de uitwerking van de visie (o.a. bij het programma woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad) Gezien het streven naar meer balans in de samenleving leidt het op dit moment niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. Om tot een genuanceerde balans te komen maakt de gemeente graag gebruik van de inzichten van de indiener.

1.5

uiterlijk in 2022 te vertalen naar een woningbouwprogramma op buurt-/wijkniveau waarbij er aangegeven wordt welke type woningen in welke prijsklassen er toegevoegd dienen te worden en hoe de gemeente dit beoogt te bereiken. Indiener juicht het vergroten van sociaal eigenaarschap toe, maar is van mening dat fysiek eigenaarschap voor veel huishoudens onhaalbaar is. Volgens indiener is de voornaamste barrière richting fysiek eigenaarschap dat een grote groep huishoudens onvoldoende inkomen heeft om een hypotheek te kunnen krijgen die het mogelijk maakt om in Zoetermeer een woning te kunnen kopen. Indiener maakt aan de hand van cijfers inzichtelijk dat de primaire doelgroep / doelgroep Passend toewijzen geen toegang heeft tot de koopsector. Het betreft hierbij 13.000 Zoetermeerse huishoudens. En dat de secundaire doelgroep/ Europa doelgroep zeer beperkte toegang heeft tot de koopsector. Het betreft hierbij 9.000 Zoetermeerse huishoudens.

1.6

Indiener stelt dat van de 23 duizend Zoetermeerse huishoudens die tot de primaire en secundaire doelgroep van de corporaties behoren de overgrote meerderheid geen mogelijkheid heeft om voldoende hypotheek te krijgen om een koopwoning te kunnen kopen. De hypotheek die deze huishoudens kunnen krijgen is veel lager dan de huidige vraagprijzen van koopwoningen. Ook als indiener gehoor zouden geven aan de in Zoetermeer 2040 geformuleerde wens om een deel van hun 17 duizend zelfstandige DAEB woningen te verkopen komt hier geen verandering in. Indiener wijst erop dat de DAEB corporatievoorraad met 17 duizend woningen op dit moment al ruim 5 duizend woningen kleiner is dan het aantal huishoudens in Zoetermeer dat op basis van het inkomen aangewezen is op de doelgroepvoorraad. En stelt dat het verder verkleinen van de DAEB voorraad er in veel gevallen voor zorgt dat deze huishoudens niet meer in Zoetermeer terecht kunnen. Dat Zoetermeerders dus niet meer in Zoetermeer kunnen blijven wonen als de plannen in de ontwerp visie worden gerealiseerd. Indiener verwacht dat de nu al zeer lange wachttijden hierdoor versneld verder zullen oplopen. Er zullen nog meer Zoetermeerse huishoudens dakloos worden en er zullen nog meer Zoetermeerse huishoudens bij familie of kennissen op de bank moeten slapen.

De gemeente is verheugd dat indiener het versterken van sociaal eigenaarschap ondersteunt. Fysiek eigenaarschap is nastrevenswaardig aangezien dit inwoners bindt aan de stad en de kans geeft om vermogen op te bouwen. In diverse gemeenten worden hiertoe initiatieven genomen. Zoetermeer kiest ervoor om deze mogelijkheden ook te verkennen en indien dit potentie biedt hiertoe maatregelen nemen. Als gemeente zijn we bereid om ons in te spannen om de woningmarkt zo goed mogelijk toegankelijk te houden voor iedereen. Onorthodoxe oplossingen worden op voorhand niet uitgesloten. De gemeente gaat hierover graag in gesprek met indiener. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Op dit moment ligt de focus van woningbouw op de drieslag: goedkoop, midden en duur. Er zijn niet alleen tekorten in het goedkope segment. In alle segmenten zijn er (forse) tekorten, waardoor Zoetermeerders worden gedwongen om - ongewenst – de stad te verlaten. Als gemeente hebben we geen eenzijdige verantwoordelijkheid voor een bepaalde doelgroep, maar hebben we een verantwoordelijkheid voor alle doelgroepen. Elke doelgroep heeft in het huidige tijdsgewricht met specifieke vraagstukken te maken. Hierop zal de gemeente zich richten. Om deze verantwoordelijkheid waar te maken zal de gemeente hier regie op voeren conform de oproep van de indiener. Dit is één van de argumenten geweest waarom de gemeente de visie Zoetermeer 2040 heeft opgesteld. Zonder regie dreigt er een ongewenste disbalans te

ontstaat in Zoetermeer, die langdurig negatieve impact zal krijgen op de stad. Hiervoor richt de visie de aandacht op een thuis voor iedereen alsmede de kwaliteit en diversiteit van woningen in plaats van aantallen en percentages. Als gevolg van de snelle opbouw heeft Zoetermeer een eenzijdig aanbod van type woningen. De weinig gedifferentieerde woonaanbod spiegelt zich in een weinig diverse samenleving. Dit heeft betrekking op alle segmenten. In de visie worden geen uitspraken gedaan over aantallen en procentuele verdeling. Wel wordt voorgesteld om af te stappen van de standaard percentages voor de diverse categorieën (sociale huur, vrije sector huurwoningen en vrije sector koop). Om zodoende toe te gaan naar een meer precieze verdeling, waarbij maatwerk per wijk of project wordt geleverd. Gezien de groeiambities kan het aandeel van huidige typen woningen veranderen. Echter in absolute aantallen zal er sprake zijn van een toename in elk segment. Tot slot mag van de gemeente worden verwacht dat dakloosheid – voor alle segmenten - zoveel mogelijk wordt voorkomen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1.7

Indiener vraagt de gemeente om de omgevingsvisie zo aan te passen dat er rekenschap wordt gegeven aan de mogelijkheden die huishoudens met een laag (midden)inkomen hebben om een woning te kunnen kopen. Indiener verwijst naar amendement 2106-B1 is uitgesproken dat “… een groei van het absolute aantal woningen in alle segmenten (van sociaal tot vrije sector)” wordt beoogd. Aangegeven wordt dat de visie tegelijkertijd ook in zet op de gefaseerde verkoop van een deel van de (sociale) huurvoorraad. Indiener vraagt de gemeente in de omgevingsvisie duidelijk aan te geven hoe de beoogde toename van het aantal DAEB woningen zich verhoudt tot de door de gemeente beoogde verkoop van een deel van de sociale huurvoorraad en hoe aan beide doelen invulling gegeven wordt. Wanneer de gemeente vasthoudt aan de wens om substantiële aantallen sociale huurwoningen te verkopen, vraagt indiener de gemeente om in de

Verwezen wordt naar de beantwoording onder zienswijze 1.6 Indiener zal nauw worden betrokken bij de uitwerking van de visie (o.a. bij het programma woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad). Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

omgevingsvisie duidelijk aan te geven hoe er ondanks de verkoopambitie zorg gedragen wordt voor een significante toename van het absolute aantal sociale huurwoningen. 1.9

1.10

1.11

Indiener onderschrijft de gedachte dat maatwerk per buurt en per project gewenst is en bij kan dragen aan de doelen van Zoetermeer 2040. Echter ziet zij een groot risico in het loslaten van een minimaal aandeel sociale huurwoningen op stadsniveau. Indiener geeft aan dat veel van de ontwikkellocaties in Zoetermeer in eigendom zijn van commerciële ontwikkelaars. En dat deze partijen geen belang hebben bij het ontwikkelen van sociale huurwoningen en zullen hier uit eigen beweging niet snel voor kiezen. Indiener is van mening dat er een krachtige regie vanuit de gemeente nodig is om te waarborgen dat er ook in het sociale segment voldoende aanbod is. En stelt dat wanneer er geen minimaal aandeel sociale huurwoningen geëist wordt, de kans groot is dat er nauwelijks nog sociale huurwoningen ontwikkeld worden. Indiener stelt dat het loslaten van het minimale aandeel sociale huurwoningen waarschijnlijk zorgt voor een verdere disbalans tussen de vraag en het aanbod in dit segment. Daarnaast is het loslaten van deze eis niet in lijn met de afspraken die gemaakt zijn in het kader van het Stadsbouwakkoord van 10 maart 2021. Het getuigt niet van een betrouwbare samenwerking om enkele maanden na ondertekening van het Stadsbouwakkoord al terug te komen op de gemaakte afspraken.

Om de doelstelling uit Zoetermeer 2040 te bereiken dat er meer balans komt tussen de verschillende wijken in de stad is het van groot belang dat er in een aantal buurten forse aantallen sociale huurwoningen toegevoegd worden, zodat het aandeel sociale huurwoningen in andere buurten kan dalen. Indiener geeft aan dat zij hier een sleutelrol in kan vervullen door in buurten met een zeer hoog aandeel DAEB woningen een deel van de DAEB woningen te verkopen of te liberaliseren. Hiervoor is het echter noodzakelijk dat er elders in de stad forse aantallen DAEB woningen toegevoegd kunnen worden om te waarborgen dat er op stadsniveau voldoende aanbod blijft. Indiener stelt dat wanneer er op stadsniveau geen eis is aan het minimale aandeel sociale huurwoningen, het bij nieuwbouw het heel erg lastig wordt om in kwetsbare buurten het aandeel DAEB woningen te verminderen. Indiener stelt voor om op stadsniveau een minimaal aandeel sociale huurwoningen aan te blijven houden bij nieuwbouw (min. 27%) en dit zelfs te verfijnen naar woningen met een huur tot

Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 1.6. Indiener zal nauw worden betrokken bij de uitwerking van de visie (o.a. bij het programma woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad). Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

De gemeente is blij dat indiener het belang van het meer in balans brengen van wijken onderschrijft. De suggestie die u doet: het in de ene wijk/buurt terugbrengen en in de andere wijk/buurt uitbrengen van de sociale huurvoorraad verdient nadere uitwerking in het woonbeleid. Na het vaststellen van de visie zal de gemeente bestaand beleid gaan herijken op basis van deze visie. De gemeente maakt hierbij graag gebruik van uw expertise op dit vlak. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Dank voor de suggesties die u doet op dit vlak. De instrumenten die u noemt kunnen onderdeel uitmaken van nieuw (woon)beleid. Na het vaststellen van de visie zal de gemeente

de aftoppingsgrens (t.b.v. de primaire doelgroep) en woningen met een huur tot de liberalisatiegrens (t.b.v. de secundaire doelgroep). Op projectniveau kan dan afgeweken worden van dit minimale aandeel als dit in belang is van de buurt of het project. Deze afwijking moet dan door of namens de initiatiefnemer binnen twee jaar op een andere locatie gecompenseerd worden, of er moet een bijdrage gestort worden in een gemeentelijk volkshuisvestingsfonds. Zodat de gemeente met deze middelen op een andere locatie in de stad extra sociale huurwoningen kan laten realiseren. Hiermee biedt de gemeente het maatwerk dat nodig is om specifieke buurten krachtiger te maken terwijl tegelijkertijd er voldoende aanbod blijft voor Zoetermeerse huishoudens die aangewezen zijn op een sociale huurwoning.

1.12

Indiener vraagt de gemeente om een minimaal aandeel sociale huur bij nieuwbouw en de oprichting van een gemeentelijk volkshuisvestingsfonds op te nemen in de omgevingsvisie. Indiener roept de gemeente op om alle instrumenten die zij tot haar beschikking heeft in te zetten om te waarborgen dat Zoetermeer een thuis kan blijven bieden aan alle huishoudens die nu ook al in Zoetermeer wonen en er graag willen blijven wonen. Wees duidelijk en transparant naar ontwikkelaars over de woonproducten die er op stadsniveau en op buurtniveau minimaal benodigd zijn en eis dat ieder project een bijdrage levert aan de realisatie van deze gewenste woonproducten.

bestaand beleid gaan herijken op basis van deze visie. De gemeente maakt hierbij graag gebruik van uw expertise op dit vlak. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Dank voor de suggesties die u doet op dit vlak. De gemeente maakt hierbij graag gebruik van uw expertise op dit vlak. Voor het overige deel van de reactie wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 1.7 Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 2: 2.1

Indiener spreekt waardering uit voor dit omvangrijke document en de bijhorende deelstudies, maar plaats ook de kanttekening dat het gehele document een wel heel optimistisch beeld schetst. De omgevingsvisie beschrijft een te positieve versie van een wenselijke toekomst.

De visie is gebaseerd op onderzoek naar steden met vergelijkbare problematiek. De visie bevat aldus beproefde strategieën. Uit ervaringen van andere steden blijkt dat het mogelijk is om de vraagstukken van Zoetermeer aan te pakken. Dit vergt een heldere richting en een lange adem. Oftewel het is ambitieus maar niet te ambitieus. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

2.2

Indiener vraagt meer aandacht voor de hoofdlijn Zoetermeer als regiostad. Waar vroeger de stad als het object van bewerking gold, is het nu het grotere geheel van stedelijke en landschappelijke artefacten dat tot het domein van de Zoetermeer gerekend mag worden. Die rijkdom aan attractieve milieus, het instant houden van die kwaliteiten vraagt extra inspanningen van de gemeente en trekt ook een stevige wissel op het kwalitatief in

Zoetermeer 2040 betreft een integrale visie, waarin een balans is aangebracht tussen de opgaven die van belang zijn voor de toekomst van Zoetermeer. Zoetermeer als regiostad is één van de zeven belangrijke perspectieven. Het groene karakter van Zoetermeer is ten opzichte van de omliggende regio een van de positief onderscheidende factoren. Om de

orde houden van de grote Zoetermeerse groengebieden.

woonaantrekkelijkheid op een hoger niveau te brengen is in de visie de lijn ingezet om zorgvuldig met deze positief onderscheidende factor om te gaan. De ambities en opgaven die in de ontwerp visie zijn opgenomen zullen verder worden uitgewerkt in programma’s (beleids- en gebiedsprogramma’s). Daarin zullen ook voorstellen worden gedaan voor interventies om het groen in en rondom de stad beter met elkaar te verbinden en waar mogelijk te versterken en uit te breiden. De gemeente zal bij deze uitwerkingen de inzichten van deze zienswijze betrekken. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

2.3

Indiener vindt het terecht dat bij hoofdlijn 2 ‘Duurzame stad tussen de parken’ het benutten van de groene kracht centraal wordt gesteld. Maar mist de link naar een echt stadspark. Volgens indiener kan dat het visitekaartje worden van Zoetermeerse suburbane stedelijkheid.

Niet duidelijk is wat indiener exact bedoeld met de term een ‘echt’ stadspark. Zoetermeer is rijk aan stadsparken, zowel in als aan de rand van de stad, die in omvang en gebruik van elkaar verschillen. In paragraaf 2.2. van de ontwerp omgevingsvisie is aangegeven dat we het groen in de stad, waaronder de bestaande stadparken, functioneler willen gaan gebruiken. En het groen in en om de stad beter met elkaar willen gaan verbinden. Het groen (als samenhangend geheel) zal daarmee nog nadrukkelijker het visitekaartje worden van de Zoetermeerse stedelijkheid.

Indiener geeft aan dat aan de andere kant in de regio, in het met kassen reeds verstedelijkt landschap, de discussie moet worden gevoerd over andere vorm van verstedelijken. Indiener vraagt of een paar nieuwe buurtschappen in een nieuw Rotte-landschapspark ook op de regionale woningbouwagenda kunnen worden geplaatst?

De omgevingsvisie doet alleen uitspraken over het grondgebied van de gemeente Zoetermeer. De discussie over een andere vormen van verstedelijking in de regio of nieuwe buurtschappen in een nieuw Rottelandschapspark is in eerste instantie aan andere overheden (provincie en de gemeenten die in die gebieden het bevoegd gezag zijn). De visie Zoetermeer 2040 spreekt echter wel de ambitie uit om diverse vraagstukken op het niveau van de regio in gezamenlijkheid aan te pakken. Het inzicht van de indiener met betrekking tot de buurtschappen sluit aan bij deze ambitie. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

2.4

Indiener stelt dat de Omgevingsvisie ook te maken heeft met de context waarin het toekomstig handelen kan worden geplaatst. En dat je als gemeente het streven naar een betere balans

De inschatting is dat met gerichte inzet van de gemeentelijke middelen in samenwerking met partners van de stad in de komende 20 jaar een opwaartse beweging kan worden gemaakt. Dit vraagt echter wel scherpte van iedereen

tussen stad en samenleving maar deels in eigen hand hebt.

(bestuur en organisatie) en een gezamenlijke koers (Zoetermeer 2040), die voor langere tijd wordt vastgehouden. De omgevingsvisie zet daarvoor de koers uit en biedt handvatten voor dit gemeenschappelijk handelen.

Indiener wijst erop dat een stad, en ook een new Town 1.0 of straks 2.0 nooit af zal zijn.

De gemeente is - conform de zienswijze van de indiener - zich ervan bewust dat de stad nooit af zal zijn. Steden die honderden jaren oud zijn, blijven zich ook voortdurend ontwikkelen. De omgevingsvisie vormt ook nadrukkelijk geen blauwdruk voor de toekomst. Maar zet de koers uit voor de ambities en opgaven dis in de visie zijn opgenomen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

2.5

Indiener geeft aan dat naast het landschap in al zijn verschijningsvormen als drager voor de groene eigenheid, de historische kwaliteiten van Zoetermeer een grote rol spelen; zowel de oudere monumentale elementen vanuit het dorp-zijn tot aan opvallende artefacten uit het recente verleden; het culturele erfgoed vanaf 1945 behoort bij een ontwikkelingsvisie een eigen plek te hebben.

Deze zienswijze is in lijn met de visie Zoetermeer 2040. Het belang van de opvallende artefacten zijn benoemd in de lijn Zoetermeer een palet van wijken en buurten. Deze artefacten zijn van grote betekenis en vaak de parels van de wijken en buurten. In de omgevingsvisie is ervoor gekozen om sectorale thema’s niet apart op te nemen. De reden hiervan ligt in de analyse die ten grondslag ligt aan de visie. Uit de analyse van de Staat van Zoetermeer blijkt de samenhang tussen sociale, economische, ruimtelijke aspecten, met inbegrip van het cultureel erfgoed in de stad. Deze onderdelen zijn in de zes hoofdlijnen in samenhang met elkaar gebracht. Vanuit deze samenhang moeten de opgaven worden aangepakt. De hoofdlijnen bieden voldoende aanknopingspunten om in de uitvoering (in specifieke beleids- of gebiedsprogramma’s) het thema cultureel erfgoed nader uit te werken. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

2.6

Indiener geeft een pleidooi om veranderingen en vernieuwing in kleine weldoordachte stappen op de agenda te houden en niet alles - de stad zelf, de procedures - als grootschalige herstructureringsopgaven te organiseren.

Dit pleidooi wordt ondersteund. Het is onmogelijk om een plan voor de komende twintig jaar in één keer geheel uit te werken en vast te leggen. Dit doen we stap voor stap, met maatwerk per gebied of wijk. De realisatie van Zoetermeer 2040 knippen we daarvoor op in kleinere eenheden. Dit zijn programma’s. In deze programma´s concretiseren we de ambities en opgaven uit Zoetermeer 2040. Deze programma’s hebben een looptijd van twee tot acht jaar. Door de kortere looptijd hebben programma’s het voordeel dat ze behendig op

nieuwe ontwikkelingen en inzichten kunnen inspringen. De programma’s waar jaarlijks aan wordt gewerkt zijn opgenomen in de Strategische agenda Zoetermeer 2040. Deze agenda behoort bij de omgevingsvisie en slaat de brug tussen de lange termijn ambities en de concrete uitvoering. De agenda wordt periodiek geactualiseerd. Hierdoor kunnen we stap voor stap de visie realiseren en adequaat reageren op nieuwe inzichten en omstandigheden. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Zienswijze 3: 3.1

Indiener is van mening dat Zoetermeer veel zaken heeft die al goed zijn, behouden zouden moeten worden en versterkt kunnen worden om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten. Dit had wat indiener betreft meer aandacht mogen krijgen in de visie, waardoor het document een positievere toon uit had geademd.

De opvatting dat Zoetermeer veel zaken heeft die al goed zijn, behouden zouden moeten worden en versterkt kunnen worden om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten wordt gedeeld en is in lijn met de Visie Zoetermeer 2040. Tegelijkertijd laat het onderzoek naar de Staat van Zoetermeer (onderdeel van het Basisdocument Zoetermeer 2040) zien dat er een aantal actuele en grote vraagstukken binnen de stad spelen die aangepakt moeten worden. Ondanks de aanwezige kwaliteiten zien we namelijk dat de woonaantrekkelijkheid van de stad achterblijft bij onze omgeving, de sociaaleconomische kracht van de stad onder druk staat en de verschillen tussen wijken en buurten toenemen. De visie geeft daarmee (in hoofdstuk 1) vooral een realistisch beeld van de huidige situatie van de stad. En die bevat – naast de positieve aspecten die in de afgelopen decennia zijn opgebouwd – ook een aantal fundamentele vraagstukken voor Zoetermeer. In Hoofdstuk 2 van de visie worden de zes hoofdlijnen van het toekomstbeeld voor 2040 beschreven. Dit is een positief toekomstbeeld, waarin we gebruikmakend en voortbouwend op de bestaande kwaliteiten van de stad werken aan een verdergaande opbouw van Zoetermeer. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

3.2

Indiener herkent dat de woningvoorraad onvoldoende aansluit bij de behoefte, waardoor er een scheefte ontstaat in bevolkingsopbouw als het

De opvatting van de indiener wordt gedeeld. De visie schetst het perspectief voor 2040. Echter op dit moment is er sprake van een urgente

3.3

gaat om (o.a.) leeftijd en opleidingsniveau. Maar geeft aan dat de urgentie van (bijvoorbeeld) dit probleem niet uit het document blijkt. De omgevingsvisie heeft het over 2040, maar wat wordt aan dit probleem gedaan op kortere termijn?

woonvraag. Om deze reden is in de strategische agenda opgenomen dat op korte termijn een programma voor woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomische krachtige stad wordt opgezet.

Indiener vindt dat het (gebrek aan het) thema water in de omgevingsvisie ronduit een gemiste kans is. Niet alleen als het gaat om waterberging, waterafvoer en waterkwaliteit, maar ook als het gaat om de functie die water kan vervullen in het recreatieve netwerk.

In de ontwerp omgevingsvisie is water niet als afzonderlijk onderwerp opgenomen. De oorzaak hiervan ligt in de analyse die ten grondslag ligt aan de visie. De analyse van de Staat van Zoetermeer toont de samenhang tussen sociale, economische en fysieke aspecten. Vanuit deze samenhang moeten opgaven worden aangepakt. Vandaar dat in de visie geen sectorale thema´s apart als paragrafen zijn opgenomen. Deze thema’s zijn in de zes hoofdlijnen van het toekomstbeeld 2040 in samenhang met elkaar gebracht. Het thema water komt bijvoorbeeld terug in de hoofdlijn Zoetermeer stad tussen de parken.

Indiener geeft aan dat op pag.18/19 bij ‘Zoetermeer als stad tussen de parken het woord ‘varen’ niet had misstaan. En vraagt waarom Zoetermeer in haar visie niet opneemt dat ze uiterlijk 2040 over een open vaarverbinding met de omgeving beschikt? Indiener stelt in dat verband dat een (sluis)verbinding ontbreekt tussen de Zoetermeerse Plas en dat vaarwater. Het maken van deze verbinding biedt de gemeente volgens indiener veel meerwaarde en maakt Zoetermeer voor een extra modaliteit bereikbaar.

Dank voor deze toevoeging. Het verbinden van groen en water in en rondom de stad biedt uiteraard ook kansen om vanuit de stad tussen de parken direct de omliggende natuur in te varen. De tekstpassage op pagina 19 zal hierop aangepast worden. Waterverbindingen kunnen op vele manieren vormgegeven worden. Een open vaarverbinding kan daar een van zijn. In de ontwerp omgevingsvisie worden echter geen locatie specifieke uitspraken gedaan.

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

De suggestie van een open vaarverbinding kan (in een later stadium) bij de doorwerking van de omgevingsvisie in programma’s, het omgevingsplan of concrete planontwikkelingen voor locaties mogelijk verdere uitwerking vinden. Dit onderdeel van de zienswijze leidt tot een tekstuele aanpassing in de omgevingsvisie. Zienswijze 4: 4.1

Indiener vindt de ontwerp omgevingsvisie weinig concreet.

De ontwerp omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen die de gewenste koers voor Zoetermeer beschrijft. In de ontwerp visie worden dan ook geen locatiespecifieke uitspraken gedaan of uitspraken op projectniveau. De doorwerking en concrete uitwerking van de visie vindt plaats via

programma’s (gebieds- of beleidsprogramma’s), het omgevingsplan en planontwikkelingen.

4.2

Naar aanleiding van de afbeelding van de Mandelabrug in de ontwerp omgevingsvisie vraagt Indiener waar de liften blijven?

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. In de ontwerp omgevingsvisie is de afbeelding van de Mandelabrug alleen als achtergrond foto gebruikt. In de ontwerp visie zelf worden geen uitspraken gedaan over de Mandelabrug. De Mandelabrug is momenteel voorzien van 4 liften, waarvan 2 aan elke zijde van de brug. Deze liften zijn geschikt voor diverse doelgroepen en bieden een alternatief voor de trappen en roltrappen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

4.3

Indiener vraagt of er nagedacht is hoe er van (voorheen 3) nu 1 zwembad gemaakt kan worden en er toch evenveel gezwommen kan worden in Zoetermeer? Indiener mist uitwerking daarvan in beeld en tekst in de ontwerp omgevingsvisie.

De komende jaren vindt de uitwerking van de visie plaats via onder andere programma’s, projecten en regelingen. Op dat niveau vindt de concretisering plaats van bijvoorbeeld de recreatieve voorzieningen zoals zwembaden. In het van Tuyllpark is de bouw van een nieuw zwembad in voorbereiding. Het nieuwe zwembad wordt vele malen groter dan het voorgaande zwembad en zal voorzien in de behoefte voor alle doelgroepen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 5: 5.1

Indiener geeft aan haar dak te willen opofferen om mensen te laten zien hoe mooi en fijn het is, als een visitekaartje voor sedumdaken in Zoetermeer maar niet over de financiële middelen beschikt. Indiener vraagt of zij en de gemeente elkaar daarbij kunnen helpen. Indiener geeft aan voor meer groen te zijn en dan vooral op daken. En stelt dat een fikse vergoeding voor sedumdaken veel beter zou zijn voor het milieu, de leefbaarheid én het aanzicht. En Indiener is van mening dat wanneer de gemeente eventueel afspraken kan maken waardoor iedere woning hetzelfde dak krijgt, dat vele malen goedkoper is.

Dank voor het aanbod dat u doet op dit vlak. De komende jaren vindt de uitwerking van de visie plaats via onder andere programma’s, projecten en regelingen. Op dat niveau zal ook de concretisering plaats vinden van bijvoorbeeld de vergroening van de stad met bijvoorbeeld sedumdaken. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 6: 6.1

Indiener merkt op dat in de ontwerp Omgevingsvisie de klimaatproblematiek niet

In de ontwerp omgevingsvisie is klimaat niet als afzonderlijk onderwerp opgenomen. De

centraal wordt gesteld. Aangegeven wordt dat in een overleg met de gemeente aangegeven is welke (urgente) vraagstukken er spelen in Zoetermeer als het gaat om water, waterveiligheid en klimaatadaptatie. Daarbij is verwezen naar de Strategische SamenwerkingsAgenda 2021-2024 die indiener samen met de gemeente begin dit jaar heeft ondertekend. Indiener merkt op dat de gemaakte opmerkingen niet zijn overgenomen in de ontwerp Omgevingsvisie.

oorzaak hiervan ligt in de analyse die ten grondslag ligt aan de visie. De analyse van de Staat van Zoetermeer toont de samenhang tussen sociale, economische en fysieke aspecten. Vanuit deze samenhang staan de specifieke opgaven voor Zoetermeer centraal in de visie. Vandaar dat in de visie geen sectorale thema´s apart als paragrafen zijn opgenomen. Deze thema’s zijn in de zes hoofdlijnen van het toekomstbeeld 2040 in samenhang met elkaar gebracht. De hoofdlijnen van het toekomstbeeld (o.a. Zoetermeer stad tussen de parken) bevat aanknopingspunten om fundamenteel met de klimaatproblematiek aan de slag te gaan. Nadere uitwerking daarvan zal plaatsvinden in programma’s (gebieds- en/of beleidsprogramma) en het omgevingsplan. De gemeente werkt graag samen met de indiener aan deze uitwerking, zodat de noodzakelijke expertise optimaal kan worden ingezet. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

6.2

6.3

6.4

Indiener geeft aan dat zij het onderwerp Klimaatadaptatie graag wil inbrengen in de pilot Buytenwegh om daarmee de krachten te bundelen, participatie op een hoger plan te tillen en klimaatadaptieve maatregelen te bevorderen. Hiermee kan uitvoering worden geven aan de gemaakte afspraken in de Strategische Samenwerkingsagenda 2021-2024.

De gemeente ondersteunt dit en gaat graag samen met indiener het gesprek aan over de wijze waarop hier vorm en inhoud aan gegeven kan worden.

Indiener wijst op de goede samenwerking met de gemeente. Beide partijen hebben gedeelde ambities en geven prioriteit aan het samen werken aan schoon water, het werken aan een leefbare stad door meer bewustwording, beleving en participatie alsmede klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. De komst van de Omgevingswet geeft een extra impuls voor samenwerking en integraliteit. In een komend bestuurlijk overleg over de Strategische SamenwerkingsAgenda 20212024 wil indiener hier graag verder op in gaan.

De gemeente beaamt de goede samenwerking met indiener en is ook van mening dat de komst van de Omgevingswet een extra impuls geeft voor samenwerking en integraliteit. De gemeente gaat graag het gesprek hierover aan in een komend bestuurlijk overleg over de Strategische SamenwerkingsAgenda 2021-2024.

Indiener geeft aan dat zij na bestudering van ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en met name de water gerelateerde aspecten, geen bezwaar heeft tegen de planontwikkelingen. Wel wijst indiener erop dat voor de water gerelateerde aspecten de Keur (Waterwet) van Rijnland 2020

Dank voor deze ondersteuning. De gemeente zal bij water gerelateerde aspecten rekenschap houden met de Keur (Waterwet) en bijbehorende uitvoeringsregels.

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

alsmede bijbehorende uitvoeringsregels van toepassing zijn.

Zienswijze 7: Indiener geeft in haar zienswijze een opsomming wat er nodig is in de wijken (zie punten 7.1 t/m 7.7) en pleit er voor om de inwoner tijd, aandacht en ruimte te geven in 2040.

Dank voor de suggesties. In de ontwerp omgevingsvisie is de Zoetermeerse samenleving centraal gesteld. De visie is er op gericht om samen met onder meer de inwoners, bedrijven en organisaties uitvoering te geven aan het toekomstbeeld voor 2040. De tijd, aandacht en ruimte die daarvoor nodig is zal steeds opnieuw bekeken worden en deel uitmaken van het gemeentelijk handelen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

7.1

Indiener vindt dat er in de wijken meer aandacht nodig is voor groenonderhoud en het beter maaien en onderhouden van groenstroken.

De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen die de gewenste koers voor Zoetermeer beschrijft. Het onderhoud van groen wordt niet in een omgevingsvisie geregeld, maar via uitwerkingen in de vorm van programma’s en projecten. Het belang van goed onderhoud wordt door de visie bekrachtigd. Aan dit aspect zal door de gemeente Zoetermeer via de uitwerking van de visie aandacht worden gegeven. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

7.2

Indiener pleit voor verbouw van kantoren en het maken van woningen voor meerdere woongroepen, ouderen, starters etc, en leeftijdsbestendige woningen zodat verschillende groepen bij elkaar kunnen wonen en daar waar nodig elkaar kunnen ondersteunen. Indiener stelt dat jonge mensen nu noodgedwongen wegtrekken uit Zoetermeer en het gevaar voor verpaupering en verarming zo toeneemt. Door verschillende doelgroepen bij en/of naast elkaar te huisvesten kunnen mensen daar waar nodig hulp geven en/of een oogje in het zeil houden.

De voorgestelde maatregelen sluiten aan op de visie en eveneens het (huidige) gemeentelijk beleid. In de visie wordt ingezet op vergroten van de diversiteit van de woningvoorraad middels transformatie, nieuwbouw en verbouw. Afgelopen jaren zijn op meerdere plekken in de stad leegstaande gebouwen omgevormd naar woningen voor diverse doelgroepen. Ook is in de afgelopen jaren nieuwbouw gerealiseerd voor meerdere woongroepen met een levensloopbestendig karakter. Vanuit de visie zullen waar mogelijk nieuwe initiatieven op dit vlak gestimuleerd en gefaciliteerd worden door de gemeente. Inzet is dat Zoetermeer een thuis kan bieden voor iedereen: van jong tot oud. Dit onderwerp wordt met voorrang uitgewerkt in het programma woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

7.3

Indiener vindt dat er in de wijken woonruimte gecreëerd moet worden voor begeleid en begeleid zelfstandig wonen, dit zou in combinatie kunnen met woningen voor ouderen. Indiener roept op om versnippering in de zorg tegen te gaan en ruimte te maken voor het PGB en kleinschalig wonen en begeleiding door lokale partijen.

Verwezen wordt naar de beantwoording op zienswijze 7.2

De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen die de gewenste koers voor Zoetermeer beschrijft. Dit inzicht van de indiener zal de gemeente betrekken in het vervolg bij de uitwerking van de visie in de vorm van programma’s, projecten en regelingen aan de orde komen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

7.4

Indiener pleit voor buurthuizen en inloopplekken die niet door instanties via de gemeente en alleen voor doelgroepen zijn.

De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen die de gewenste koers voor Zoetermeer beschrijft. Dit inzicht van de indiener zal de gemeente betrekken in het vervolg bij de uitwerking van de visie in de vorm van programma’s, projecten en regelingen aan de orde komen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

7.5

Indiener geeft aan dat de gemeente bereikbaar moet zijn en blijven voor mensen die niet digitaal “vooruit” kunnen. En pleit voor een inloop in het buurthuis waar mensen door mensen in de buurt geholpen kunnen worden.

De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen die de gewenste koers voor Zoetermeer beschrijft. Dit inzicht van de indiener zal de gemeente betrekken in het vervolg bij de uitwerking van de visie in de vorm van programma’s, projecten en regelingen aan de orde komen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

7.6

Indiener geeft aan dat de participatie veelal digitaal wordt aangekondigd en is van mening dat met de resultaten van reacties van inwoners niet veel wordt gedaan. Indiener verzoekt meer in de lokale kranten te zetten, mensen via het buurthuis te laten reageren, en mensen te informeren per post als er inspraak gevraagd wordt per straat en/of wijk. Indiener geeft mee ook ruimte te laten voor suggesties en niet alleen bevestiging te vragen voor het voorgenomen beleid. Indiener is van mening dat de Adviesraad totaal geen voeling heeft met de inwoners en er voor de inwoners geen ingang/klankbord is voor het beleid van de gemeente. Indiener pleit voor openbare vergaderingen, ruimte voor inwoners om bij

Dank voor deze reflectie. Participatie is belangrijk aspect voor de uitwerking van de visie. De gemeente streeft ernaar om dit optimaal te laten verlopen, waarbij geleerd wordt van de reacties die worden ontvangen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

aanvang van de vergaderingen vragen en/zorgen voor te leggen en een moment na afloop waar inwoners persoonlijk kunnen spreken met leden van de Adviesraad.

Zienswijze 8: 8.1

Indiener is van mening dat Zoetermeer veel kan leren door ook naar andere steden met vergelijkbare vraagstukken te kijken. En vraagt of de gemeente met bepaalde steden contact heeft.

De visie is gebaseerd op onderzoek naar steden met vergelijkbare problematiek. De visie bevat aldus beproefde strategieën. Uit ervaringen van andere steden blijkt dat het mogelijk is om de vraagstukken van Zoetermeer aan te pakken. Ook bij de uitwerking van de visie zal gebruik worden gemaakt de opgebouwde inzichten en expertise van andere steden. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

8.2

Indiener acht het niet slim om hoge flats te plaatsen op een drassige bodem. En stelt dat vanwege verzakking het kostenplaatje in de toekomst duur zal worden.

In de ontwerp omgevingsvisie worden geen uitspraken gedaan op locatie of gebouwniveau. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen die de gewenste koers voor Zoetermeer beschrijft. Dit deel van de zienswijze wordt verder ter kennisgeving aangenomen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

8.3

Indiener is van mening dat de gemeente ‘vanuit een doos met alleen muren om zich heen, met het licht daarboven’ kijkt. Indiener vindt Zoetermeer een mooie doos, te mooi dat wij als ‘honing werken en heleboel bijen hier komen’. Indiener oppert om liever een metropool te worden en dorpen om Zoetermeer heen een stad (of een wijk) status te geven.

Dit deel van de zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.

Zienswijze 9: 9.1

Indiener vindt de ontwerp-visie op Zoetermeer een overzichtelijk stuk, dat van lef getuigt, omdat het ‘De Staat van Zoetermeer 2019’ als uitgangspunt durft aan te nemen.

Dank voor deze reactie.

Indiener merkt op dat dat rapport een zeer negatief beeld van Zoetermeer geeft, zoals het zich heeft ontwikkeld in de periode 2005 – 2019. Gedegradeerd van de landelijke subtop naar de onderste 10% van de ranglijst van alle gemeenten. Dit is een ernstige constatering, omdat Zoetermeer jarenlang Nederlands beste groeikern was. Indiener wijst erop dat degenen, die de moeite nemen om de gemeentelijke jaarverslagen van 1990 – 2004 te lezen, zullen zien dat deze eretitel

Het onderzoek naar de Staat van Zoetermeer (onderdeel van het Basisdocument Zoetermeer 2040) heeft verscherpte inzichten opgeleverd over hoe Zoetermeer zich in de afgelopen 15 heeft ontwikkeling. Het laat zien dat er een aantal actuele maatschappelijke vraagstukken binnen de stad speelt, dat aangepakt moet worden. Ondanks alle goede inspanningen in het verleden ten aanzien van het voorzieningenniveau en de

niet zo maar is toegekend. Er zijn niet alleen grote aantallen woningen gebouwd, maar ook op sociaaleconomisch, cultureel en sportief gebied werd er gescoord. Het Stadshart, de Floriade, Floravontuur, Siemens, Stadstheater, SilverDome, Snowworld, de (nieuwe) Boerderij, Culinair, CRI, ICT-HHS, Burggolf, Keerpunt, CKC, etc

nieuwbouwontwikkelingen binnen de stad heeft Zoetermeer haar positie niet weten vast te houden. We zien dat de woonaantrekkelijkheid van de stad achterblijft bij onze omgeving, de sociaaleconomische kracht van de stad onder druk staat en de verschillen tussen wijken en buurten toenemen. De visie geeft daarmee (in hoofdstuk 1) vooral een feitelijk beeld van de huidige situatie van de stad. Het schetst tevens de vraagstukken die met urgentie en met prioriteit moeten worden opgepakt, die moeten leiden tot een positieve impuls voor Zoetermeer. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

9.2

Indiener geeft een opsomming van zaken waarmee Zoetermeer in het verleden heeft gescoord. Indiener acht deze opsomming nodig omdat de summiere tekst in de ontwerp-visie over de historie van onze stad ruimte laat voor de gedachte dat groeikernen alleen maar woningen hebben gebouwd en dat zij als zij op leeftijd komen dus vanzelfsprekend kwalitatief achteruitgaan. Het heeft er de schijn van dat Zoetermeer zichzelf heeft verwaarloosd. Indiener vraagt of de gemeente een opvatting heeft over het falen van haar eigen adaptief vermogen?

Een generiek kenmerk van groeikernen is dat er binnen een relatief kort tijdsbestek veel woningen zijn gerealiseerd. In de ontwerp omgevingsvisie is echter ook aangegeven dat Zoetermeer volgens de beste inzichten uit die tijd is opgebouwd : ruim, groen, veilig, bereikbaar en met een breed aanbod aan voorzieningen (onderwijs, cultuur, sport, zorg). Investeringen in deze aspecten hebben naast woningbouw een belangrijke basis gevormd voor het huidige Zoetermeer: een groene, suburbane new town in de Zuidvleugel van de Randstad, die veel te bieden heeft. In de ontwerp omgevingsvisie wordt ook geen causaal verband gelegd tussen het op leeftijd komen van een stad en een kwalitatieve achteruitgang. Wat we op basis van onderzoek constateren is dat een snelle groei van steden– zoals bij Zoetermeer en andere groeikernen – niet direct leidt tot een stad die in balans is. Allerlei factoren en mechanismen spelen daarbij een rol. Het rapport naar de Staat van Zoetermeer duidt diverse factoren en ontwikkelingen die daarbij van invloed zijn (geweest). En laat zien dat met name de afgelopen twee decennia sprake is van een aantal dalende trends die de kwaliteit en de sociaaleconomische kracht van de stad en de samenleving onder druk zetten.

Dit zien we bijvoorbeeld terug in de woonaantrekkelijkheid en het gemiddeld inkomensniveau en vermogen per huishouden dat achterblijft bij het regionaal en landelijk gemiddelde.

Indiener verwijst in dat kader naar pagina 7 waar anders dan in het figuurtje vier in plaats van 5 samenhangende mechanismen worden genoemd.

De observatie van de indiener is correct. In de tekst wordt over vier mechanismen gesproken, terwijl in het figuur vijf mechanismen zijn opgenomen. Gezien het belang van het 5e mechanisme: het adaptief vermogen zal een aanvullende tekst in de visie over dit mechanismen worden opgenomen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt tot een tekstuele aanvulling in de omgevingsvisie

9.3

9.4

9.5

9.6

Helaas moet indiener constateren dat in het recente verleden veel plannen ‘van boven’ zijn gekomen in plaats van organisch gegroeid. De schaalsprong, het schaatsstadion, de hoogbouw en niet te vergeten de outlet. Zegeningen van projectontwikkelaars en anderen, die de gemeente waarschijnlijk heel veel geld hebben gekost.

Het inzicht van de ziener komt overeen met inzet van de visie. Voor een deel zal de stad zich langs een organische ontwikkeling van diverse initiatieven zich blijven ontwikkelen. Hiernaast zal de gemeente ook diverse plannen ‘van boven’ initiëren.

Indiener vindt de gekozen methodiek van de ontwerp – visie Zoetermeer 2040 logisch. Wat zijn de lessen uit het verleden, die getrokken worden om het beschadigde vertrouwen te hernieuwen. Zoetermeer moet weer in de lift. Wij moeten promoveren naar tenminste de nationale middenmoot. Wat is er nodig om het eigen adaptief vermogen van de gemeente te herstellen?

De opvatting van de indiener sluit aan bij de ambitie zoals deze staat beschreven in de visie. Deze is erop gericht om de neergaande trend om te buigen, opdat de sociaaleconomische kracht alsmede de aantrekkelijkheid van de stad verder gaat toenemen.

Indiener verwijst naar pagina 40, paragraaf 5.1: Iedereen zal worden ingeschakeld zonder aan te geven wat en wie de gemeente zelf inbrengt. Indiener vraagt of de gemeente wel voldoende gekwalificeerd personeel heeft om de Zoetermeerse burgers te garanderen, dat het algemeen belang niet wordt ondergesneeuwd door de belangen van projectontwikkelaars, voorbijtrekkende adviseurs, etc. Indiener is van mening dat de gemeente over eigen deskundigheid dient te kunnen beschikken om vrij te kunnen oordelen over wat derden te bieden hebben.

Zowel het gemeentelijk bestuur als de gemeentelijke organisatie zijn zich bewust van de inzet en expertise – binnen en buiten de gemeentelijke organisatie - die nodig is om Zoetermeer naar een optimaal toekomstperspectief te leiden.

Indiener wijst de gemeente erop dat Zoetermeer in de eerste veertig jaar van zijn groeikernontwikkeling kundig en alert eigen personeel had om de regie te voeren. Zij waren ook in staat extern de belangen van de stad te verdedigen. Zij waren ook bereid zich in Zoetermeer metterwoon te vestigen. Het verdient aanbeveling dat de vertegenwoordigers van de gemeente die het vele overleg met burgers en derden, dat in de visie wordt aangekondigd, professioneel uitvoeren en het ook leuk vinden.

Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 9.5

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 10: 10.1

Indiener wijst de gemeente erop dat de gemeente Zoetermeer medeondertekenaar is van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en zich daarmee gecommitteerd heeft aan het klimaatadaptief ontwikkelen van de woningbouwopgave. Ook stelt het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, dat Nederland = ook Zoetermeer in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig ingericht is. Indiener vindt daar dat in de ontwerp omgevingsvisie slechts minimaal notie aan wordt gegeven.

In de ontwerp omgevingsvisie is klimaat niet als afzonderlijk onderwerp opgenomen. De oorzaak hiervan ligt in de analyse die ten grondslag ligt aan de visie. De analyse van de Staat van Zoetermeer toont de samenhang tussen sociale, economische en fysieke aspecten. Vanuit deze samenhang staan de specifieke opgaven voor Zoetermeer centraal in de visie. Vandaar dat in de visie geen sectorale thema´s apart als paragrafen zijn opgenomen. Deze thema’s zijn in de zes hoofdlijnen van het toekomstbeeld 2040 in samenhang met elkaar gebracht. De ontwerp omgevingsvisie is op hoofdlijnen geformuleerd. Hierin zitten voldoende aanknopingspunten om met dit onderwerp aan de slag te gaan. Nadere uitwerking daarvan zal plaatsvinden in programma’s (gebieds- en/of beleidsprogramma) en het omgevingsplan. Hierbij betrekt de gemeente graag de expertise en inzichten van de indiener. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

10.2

10.3

Indiener waardeert dat er veel aandacht is voor versterking van het groen-blauwe netwerk in en om de stad, omdat dit een bijdrage aan de opvang en de infiltratie van hemelwater en het watersysteem is. Voor indiener is het echter niet duidelijk hoe dit zich verhoudt tot de toenemende kans op wateroverlast en droogte, hitte (waterverbruik en verslechtering waterkwaliteit), biodiversiteit (bijvoorbeeld sterfte van planten en dieren door droogte of slechte waterkwaliteit) en bodemdaling (schade aan funderingen en verzilting).

De door indiener genoemde aspecten staan onlosmakelijk verbonden met het versterken van het groen-blauwe netwerk in en om de stad, zoals in de visie is opgenomen. Vanwege het abstractieniveau van de visie is zijn allerlei sectorale thema´s niet apart als paragrafen in de visie opgenomen. Nadere uitwerking van de genoemde aspecten zal plaatsvinden in programma’s (gebieds- en/of beleidsprogramma) en het omgevingsplan.

Indiener verzoekt de gemeente om het water- en klimaatbelang in de visie en de agenda te verwerken. Daarmee kan het ook als kader voor klimaatadaptieve ruimtelijke ontwikkelingen gaan dienen.

Verwezen wordt naar de beantwoording onder 10.1

Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

Zienswijze 11: 11.1

Indiener verzoekt de gemeente om bij de uitwerking van de visie in ruimtelijke plannen de onder 11.2 t/m 11.10 genoemde aspecten op te

De gemeente dankt de indiener voor het overzicht van aandachtspunten die van belang zijn op moment dat uitwerking van de visie de

11.2

laten nemen c.q. te verwerken, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering van ProRail niet wordt belemmerd.

belangen van het spoornet raakt. Op het moment dat dit aan de orde is bij de uitwerking van de visie, zal afstemming plaats vinden met indiener.

Indiener verzoekt de gemeente voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet).

Het aspect Externe Veiligheid zal (in een later stadium) bij de doorwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan verdere uitwerking vinden. Daarbij zal voor dit aspect onder meer gebruik gemaakt worden van het Basisnet. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

11.3

Indiener verzoekt de gemeente voor het aspect Geluid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Geluidproductieplafonds).

Het aspect geluid zal (in een later stadium) bij de doorwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan verdere uitwerking vinden. Daarbij zal, waar nodig, gebruik worden gemaakt van Geluidproductieplafonds. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

11.4

11.5

11.6

Indiener wijst erop dat indien de ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen, bebouwing dichtbij het spoor mogelijk maken, trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers kan ontstaan als gevolg van treinverkeer.

De gemeente is zich bewust van het ontstaan van trillinghinder als gevolg van treinverkeer. Bij toekomstige planontwikkelingen zal met dit aspect rekening worden gehouden.

Indiener acht het gewenst dat er in de planvorming aandacht is voor trillinghinder. En raadt de gemeente aan om in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Kenniscentrum InfoMil wordt aanbevolen.

Het aspect trillinghinder zal (in een later stadium) bij de doorwerking van de omgevingsvisie in programma’s, het omgevingsplan of concrete planontwikkelingen voor locaties verdere uitwerking vinden.

Indiener raadt de gemeente ook aan om het aspect trillingen te betrekken bij de ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. In dit kader verwijst indiener naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen

Waar nodig wordt bij toekomstige ruimtelijke plannen het aspect trillingen betrokken en zal gebruik gemaakt worden van de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen

Indiener wijst de gemeente erop dat in de ontwerp omgevingsvisie Zoetermeer 2040 gronden zijn opgenomen die in eigendom zijn van indiener. Indiener merkt in dit kader op dat deze gronden zonder hun nadrukkelijke toestemming - niet mogen worden gebruikt en ten alle tijden

In de omgevingsvisie wordt de bestemming van gronden niet geregeld. In de uitwerking van de omgevingsvisie richting programma’s, omgevingsplan en concrete planontwikkelingen zal rekening worden gehouden met de verschillende belangen, de eigendomssituaties,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=9f164cf6-ce30-4bcd-9452-9e643c7f4f1d