Bijlage 2 - Bestemmingsplan 2e partiële herziening Palenstein, winkelcentrum Croesinckplein e.o. – Bijlagenboek
Tekst van het document
57/58/58
57/57/57
57/57/57
56/56/56
58/58/58
57/57/57
55/55/55 46/45/45
46/45/45
45/44/45
452680
452640
94440 94480 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [wegverkeer okt 2020 - balkons zuidzijde - Palensteijn Zoetermeer; concept verkaveling - Du Meelaan gewijzigd - V6 t/m V8 - oktober 2020] , Geomilieu V2020.0 Licentiehouder:
Bijlage 4f: Rekenresultaten Australiëweg appartementen deelgebied C - verdieping 6 t/m 8 Resultaten excl. reductie ex art. 110g Wgh
57/58/59
57/58/59 58/59/60/59/60/60 52/53/54
40/43/47
39/41/47
40/43/48
42/43/47/41/45/47
periode: groep:
../56/56/56/57/57
47/50/52
0m
40/43/49 47/50/52
45/48/51
50 m schaal = 1 : 1200
54/54/55/56 40/42/47/41
41/43/47
45/47/49 38/41/45
Lden Weg
41/44/51
53/54/55/55 42/45/51
37/41/46
50/51/52/52
40/42/44
50/50/51 49/49/50 37/41/43
Akoestisch onderzoek Palenstein, gemeente Zoetermeer
57/58/59 53/54/55
620.153.50
452700
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen
57/57/58/58 40/42/50/52 43/44/49/49
452600
41/44/51/52
43/45/50/51
40/42/49 47/47/47/49
39/42/46
42/44/49 42/43/45/45/47/51
38/39/40 94400 94500 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [wegverkeer okt 2020 - balkons zuidzijde - Palensteijn Zoetermeer; concept verkaveling - Du Meelaan gewijzigd - BG t/m V5 oktober 2020] , Geomilieu V2020.0 Licentiehouder: KuiperCompagnons
Bijlage 4g: Rekenresultaten wegverkeer cumulatief Begane grond t/m vijfde verdieping Resultaten excl. reductie ex art. 110g Wgh
94600
KuiperCompagnons
31/32/34/30/30/29
Akoestisch onderzoek Palenstein, gemeente Zoetermeer
KuiperCompagnons
620.153.50 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen periode: groep:
Lden Weg
0m
10 m schaal = 1 : 350
58/59/60/59/60/60
58/59/59/59/59/59
../58/59/59/59/59
../60/60/60/61/61
58/59/59/59/59/59 52/53/54 ../58/58/58/59/59
../56/56/56/57/57 42/43/47/41/45/47
../41/46/40/45/47
../../../../47/46
452680
55/56/57/57 38/42/46/40
54/54/55/56 40/42/47/41
452640
40/42/47/43
53/54/55/55
94440 94480 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [wegverkeer okt 2020 - balkons zuidzijde - Palensteijn Zoetermeer; concept verkaveling - Du Meelaan gewijzigd - BG t/m V5 oktober 2020] , Geomilieu V2020.0 Licentiehouder:
Bijlage 4h: Rekenresultaten wegverkeer cumulatief appartementen deelgebied C - begane grond t/m verdieping 5 Resultaten excl. reductie ex art. 110g Wgh
Akoestisch onderzoek Palenstein, gemeente Zoetermeer
KuiperCompagnons
620.153.50 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen periode: groep:
Lden Weg
0m
10 m schaal = 1 : 350
60/60/60
59/59/59
59/59/59
59/59/59
61/61/61
59/59/59
57/57/57 47/46/46
47/46/46
46/45/46
452680
452640
94440 94480 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [wegverkeer okt 2020 - balkons zuidzijde - Palensteijn Zoetermeer; concept verkaveling - Du Meelaan gewijzigd - V6 t/m V8 - oktober 2020] , Geomilieu V2020.0 Licentiehouder:
Bijlage 4i: Rekenresultaten wegverkeer cumulatief appartementen deelgebied C - verdieping 6 t/m 8 Resultaten excl. reductie ex art. 110g Wgh
Bijlage 5 Resultaten wegverkeerslawaai maatregelen concept verkavelingsplan
Akoestisch onderzoek Palenstein, gemeente Zoetermeer
KuiperCompagnons
620.153.50
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen periode: groep:
Lden Australieweg
0m 452700
4m schaal = 1 : 100
58
452690
57 43
49
46
94480 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [wegverkeer okt 2020 - balkons zuidzijde - Palensteijn Zoetermeer; V5 borstwering 1.6 m] , Geomilieu V2020.0 Licentiehouder: KuiperCompagnons
Bijlage 5a: Rekenresultaten Australiëweg hoekappartement deelgebied C - verdieping 5 Resultaten excl. reductie ex art. 110g Wgh Maatregel: borstwering 1.60 meter hoog (paarse lijn)
Akoestisch onderzoek Palenstein, gemeente Zoetermeer
KuiperCompagnons
620.153.50
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen periode: groep:
Lden Australieweg
0m 452700
4m schaal = 1 : 100
58
452690
57 45
50
45
94480 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [wegverkeer okt 2020 - balkons zuidzijde - Palensteijn Zoetermeer; V6 borstwering 1.5 m] , Geomilieu V2020.0 Licentiehouder: KuiperCompagnons
Bijlage 5b: Rekenresultaten Australiëweg hoekappartement deelgebied C - verdieping 6 Resultaten excl. reductie ex art. 110g Wgh Maatregel: borstwering 1.50 meter hoog (paarse lijn)
Akoestisch onderzoek Palenstein, gemeente Zoetermeer
KuiperCompagnons
620.153.50
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen periode: groep:
Lden Australieweg
0m 452700
4m schaal = 1 : 100
58
452690
57 44
50
44
94480 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [wegverkeer okt 2020 - balkons zuidzijde - Palensteijn Zoetermeer; V7 borstwering 1.5 m] , Geomilieu V2020.0 Licentiehouder: KuiperCompagnons
Bijlage 5c: Rekenresultaten Australiëweg hoekappartement deelgebied C - verdieping 7 Resultaten excl. reductie ex art. 110g Wgh Maatregel: borstwering 1.50 meter hoog (paarse lijn)
Akoestisch onderzoek Palenstein, gemeente Zoetermeer
KuiperCompagnons
620.153.50
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hoogtelijnen periode: groep:
Lden Australieweg
0m 452700
4m schaal = 1 : 100
58
452690
57 44
50
45
94480 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [wegverkeer okt 2020 - balkons zuidzijde - Palensteijn Zoetermeer; V8 borstwering 1.5 m] , Geomilieu V2020.0 Licentiehouder: KuiperCompagnons
Bijlage 5d: Rekenresultaten Australiëweg hoekappartement deelgebied C - verdieping 8 Resultaten excl. reductie ex art. 110g Wgh Maatregel: borstwering 1.50 meter hoog (paarse lijn)
Notitie Opdrachtgever: A. Gerritsen (De Goede Woning), S. Witte (Vidomes) Auteur: Betreft:
G. Bakker & N. de Zwarte Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer
Projectnummer: Datum: Status:
1701 17 december 2018 DEFINITIEF
bezoekadres: Natuurhistorisch Museum Rotterdam Westzeedijk 345 3015 AA Rotterdam telefoon: 010 – 266 04 70 e-mail: info@bureaustadsnatuur.nl www.bureaustadsnatuur.nl
Inleiding In het kader van de voorgenomen sloop van drie flats en een winkelcentrum in de wijk Palenstein te Zoetermeer, heeft Bureau Stadsnatuur inventarisaties verricht in het kader van de Wet natuurbescherming. Bij eerder onderzoek in de wijk in het kader van de sloop van deze en twee andere flats (Florens van Brederode en Jan van Beieren) in 2012, 2015 en 2016 (Bakker 2012, Bakker 2015, Bakker & De Zwarte 2016), is gebleken dat de diverse flats gebruikt worden door beschermde diersoorten, met name enkele soorten vleermuizen. Voor achtergronden en kaders wordt verwezen naar de eerdere rapportages. Doelen van het onderzoek in 2018 zijn: • een actueel beeld te hebben van het vóórkomen van beschermde diersoorten in het plangebied; • met die kennis vervolgens mitigerende maatregelen kunnen implementeren in de sloopfase en nieuwbouw; • en daarmee weer een goede onderbouwing te leveren voor aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming wanneer er negatieve effecten op soorten te verwachten zijn. De komende jaren zijn verschillende partijen betrokken bij de sloop van de resterende galerijflats. Het gaat om: A. Goeswijn vd Poel (Vidomes) B. Dirc van de Doortoge (Vidomes) C. Diederik van Teylingen (DGW) D. Het oude Winkelcentrum (DGW) In Figuur 1 zijn de flats met een letter aangegeven zoals hierboven opgesomd. Een aantal flats is inmiddels gesloopt.
Sloop van de vier genoemde gebouwen zal naar verwachting in 2019/2020 plaatsvinden.
B
A
D
C
Figuur 1. Palenstein met daarin met letter A-D aangegeven welke gebouwen gesloopt gaan worden.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
1 / 18
Methodiek Vleermuisonderzoek Er is een volledig vleermuisonderzoek uitgevoerd, conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus et al. 2017). Daarin zijn alle potentiële functionaliteiten onderzocht en in kaart gebracht. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van batdetectors van het type Pettersson D240x (time expansion met mogelijkheid tot direct terugluisteren, van belang om m.n. sociale roep van de twee dwergvleermuissoorten te onderscheiden) en Batlogger M (waarmee alle aanwezige vleermuizen met vocaal gedrag zijn opgenomen en naderhand zijn gedetermineerd in het programma Bat Explorer, hiermee is bijv. het voorkomen van Kleine dwergvleermuis P. pygmaeus en overige gebouwbewonende soorten uitgesloten). Ten behoeve van determinaties golden Barataud (2015) en Russ (2012) als primaire referentie. Ten behoeve van het opsporen van verblijfplaatsen is daarnaast gebruik gemaakt van Helion Pulsar XP28 infraroodkijkers. Hiermee zijn vliegbewegingen en gedrag van vleermuizen in het donker te volgen en nauwkeurig vast te leggen. Weersomstandigheden waren in de regel gunstig (Tabel 2) en nimmer hoefde een bezoek te worden gestaakt vanwege neerslag (alle bezoeken geschiedden onder droge condities), een te harde wind, of een te lage temperatuur.
Afbakening Op basis van een quick scan (Rijksen & Schillemans 2012) en diverse eerdere vleermuisonderzoeken op dezelfde locaties in onder andere 2012, 2015 en 2016 (Bakker 2012, Bakker 2015, Bakker & De Zwarte 2016), heeft het onderzoek zich in beginsel gericht op de Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipstrellus en de Ruige dwergvleermuis P. nathusii. Gedurende het veldwerk in 2018 was er geen aanleiding (op basis van waarnemingen) om het veldwerk uit te breiden richting andere soorten vleermuizen (zo is tijdens 12 bezoeken, goed voor ~24 uren aaneengesloten inventarisatietijd met meerdere waarnemers, slechts éénmaal een passerende Laatvlieger opgenomen; overige potentiële gebouwbewonende vleermuissoorten zijn nimmer waargenomen of gedocumenteerd, een beeld in lijn met eerder stadsbreed verspreidingsonderzoek (Mostert & Bakker 2010) en regionale verspreidingsdata van soorten (Broekhuizen et al. 2016, Mostert & Willemsen 2011). Voorjaarsonderzoek: kraam- en zomerverblijfplaatsen Het voorjaarsonderzoek heeft zich gericht op het uitsluiten/vaststellen en localiseren van zomerverblijfplaatsen en kraamverblijfplaatsen van genoemde twee soorten dwergvleermuizen. In de vroege ochtend vertonen terugkerende vleermuizen gedurende kortere of langere tijd zwermgedrag vóór de verblijfplaats, op basis waarvan de invliegplaats kan worden vastgesteld.
In geval van zomerverblijfplaatsen betreft het doorgaans solitaire exemplaren of kleine groepjes (mannetjes)vleermuizen; in geval van een kraamverblijfplaats gaat het meestal om >10 tot >100 exemplaren. De eerste bezoekronde betrof vooral visueel onderzoek; zwermende en invliegende dwergvleermuizen zijn met het blote oog het beste op te sporen en vaak stil, waardoor deze met een batdetector niet kunnen worden opgemerkt (zeker niet op grotere hoogte bij een galerijflat van 10 etages) maar wel op te merken met de gebruikte infraroodkijkers. Twee waarnemers hebben gedurende twee uren voor zonsondergang gepost bij iedere flat om aanwezigheid van bovenstaande situatie vast te stellen. De tweede bezoekronde betrof een avondbezoek waarbij iedere flat door twee waarnemers gedurende twee uren is bekeken en beluisterd op uitvliegende (en eventuele terugkerende) vleermuizen (Figuur 2). Najaarsonderzoek: (massa)winterverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen Het najaarsonderzoek heeft zich gericht op het uitsluiten/vaststellen en localiseren van (massa)winterverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen van genoemde twee soorten dwergvleermuizen. Met name in de periode augustus-half september kan aanhoudende aanwezigheid van zwermende dwergvleermuizen bij een gebouw een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een (massa)winterverblijfplaats (Korsten et al. 2016).
Van half augustus tot november laten mannetjes een baltszang horen; in geval van Ruige dwergvleermuis meestal vanaf een zangpost op een gebouw of boom en soms in vlucht; in geval van Gewone dwergvleermuis meestal in vlucht. Meestal bevinden de paarverblijfplaats en de dagrustplaats zich op of in de nabijheid van de zanglocatie (Sachteleben & Von Helversen 2006).
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
2 / 18
Paarverblijfplaatsen zijn in principe jaarrond beschermd, ook wanneer ze niet in gebruik zijn en ondanks dat ze soms deel uitmaken van een netwerk van meerdere paarplaatsen binnen een territorium. Paarverblijfplaatsen kunnen door solitaire dieren ook worden gebruikt als winterverblijfplaats. Het vaststellen van paarverblijfplaatsen geschiedde door het middels een batdetector opsporen van dieren die baltsgeluiden cq zang lieten horen. Met behulp van infraroodkijkers is getracht de precieze verblijfplaats van vleermuizen te achterhalen (met name in geval van Ruige dwergvleermuizen die stationair vanaf een flat riepen). In dit onderzoek wordt er vanuit gegaan dat paarverblijfplaatsen ook kunnen worden beschouwd als winterverblijfplaats van solitaire vleermuizen. In tabel 1 zijn de bezoekdata, bezoektijden, momenten van zonsopkomst of zonsondergang, onderzochte flats, onderzochte functies en bij het vleermuisonderzoek betrokken inventariseerders vermeld.
Vogelonderzoek Gierzwaluw Om het voorkomen van- en gebruik van de flats als nestplaats door Gierzwaluwen vast te stellen/uit te sluiten, zijn vijf gerichte bezoeken gebracht in het broedseizoen van deze soort. In de avond van 13 juni, 18 juni, 27 juni en 10 juli is gericht gezocht naar broedplaatsen van Gierzwaluw. Daarnaast is een ochtendbezoek gebracht op 4 juli. In eerste instantie is gelet op aanwezigheid van de soort in de vorm van laagvliegende en/of rond de bebouwing ‘gierende’ exemplaren van de soort. Daarnaast is scherp gelet op eventuele invliegers of uitvliegers op potentieel geschikte plaatsen. De weersomstandigheden waren telkens optimaal (Tabel 2) en de inventarisaties zijn gedaan op momenten dat er rond kolonies in de omgeving op dezelfde avond/ochtend volop activiteit was geconstateerd. Aldus het ‘Kennisdocument Gierzwaluw’ (BIJ12, Anonymus 2017) kan de afwezigheid van broedende gierzwaluwen voldoende aannemelijk worden gemaakt worden als er geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de aanwezigheid van een nest na: • minimaal drie inventarisatiemomenten met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen • waarvan minimaal één inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig) • tussen twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang • tijdens goede (droge) weersomstandigheden. Aan bovenstaande criteria is voldaan.
De eigen ervaring leert echter dat er juist na zonsondergang nog een piek kan optreden in de frequentie waarmee Gierzwaluwen terugkeren naar de nestplaats, terwijl deze eerder nog niet aanwezig waren. Met name op plaatsen met één of enkele nesten kunnen exemplaren om die reden makkelijk over het hoofd gezien worden. Om die reden zijn geschikte plaatsen rond de flats van Palenstein gedurende de avondbezoeken tot donker scherp in de gaten gehouden voor wat betreft arriverende en aanvliegende Gierzwaluwen. Kleine mantelmeeuw Dit deel van het onderzoek was secundair (het betreft geen jaarrond beschermde situatie) maar is hier wel meegenomen omdat het relevant is voor de timing van bepaalde werkzaamheden; indien zich een broedende Kleine mantelmeeuw Larus fuscus of andere vogelsoort op een dak ophoudt moet worden gewacht tot de nestlocatie door oudervogels en eventuele jongen is verlaten. Omdat de platte daken van de flats potenties hebben als broedplaats voor vogels, met name Kleine mantelmeeuw, is tijdens alle bezoeken gelet op aanwijzingen voor broedgevallen van vogels op de daken. De ochtendbezoeken ten behoeve van vleermuizen in mei, alsmede de avondbezoeken in juni, leverden een beeld op van aanwezigheid van potentiële dakbroeders. Met name het ochtendbezoek op 4 juli was erop gericht zicht te krijgen op eventueel broedsucces in de vorm van alarm (jongen in de buurt).
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
3 / 18
Tabel 1. Details inventarisatie vleermuizen & Gierzwaluw Palenstein in 2018. (bezoeknr. Gierzwaluw tussen haken). datum
tijd
zon op/onder
onderzochte flat(s)
bezoeknr.
onderzochte soorten
onderzochte functie(s)
inventariseerder(s )
10-5-2018
03:5005:50
05:56
Goeswijn van der Poel
voorjaar 1
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis
kraam- & zomerverblijfplaatsen
Garry Bakker & Cornelis Fokker
15-5-2018
03:4105:50
05:48
Dirc van de Doortoge
voorjaar 1
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis
kraam- & zomerverblijfplaatsen
Garry Bakker & Niels de Zwarte
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gierzwaluw
kraam- & zomerverblijfplaatsen kraam- & zomerverblijfplaatsen
Garry Bakker & Niels de Zwarte Garry Bakker & Niels de Zwarte
kraam- & zomerverblijfplaatsen kraam- & zomerverblijfplaatsen, broedplaatsen
Garry Bakker & Niels de Zwarte
19-5-2018 13-6-2018
03:3505:45 20:5923:59
Diederik van Teilingen Dirc van de Doortoge
05:42 22:03
voorjaar 1 voorjaar 2 (1)
18-6-2018
20:0000:00
22:05
Goeswijn van der Poel
voorjaar 2 (2)
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gierzwaluw
27-6-2018
20:0200:05
22:06
Diederik van Teilingen
voorjaar 2 (3)
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gierzwaluw
4-7-2018
10:0012:00
05:28
alle
voorjaar (4)
Gierzwaluw
broedplaatsen
Garry Bakker
10-7-2018
20:0022:30
22:00
alle
voorjaar (5)
Gierzwaluw
broedplaatsen
Garry Bakker
14-8-2018
23:0001:00
21:06
alle
najaar 1
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis
Paarverblijfplaatsen & winterzwermen
23-8-2018
23:0501:05
20:50
alle
najaar 2
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis
Paarverblijfplaatsen & winterzwermen
Garry Bakker, Rens de Boer & Eva Drukker Garry Bakker & Sanne Hagedoorn
27-8-2018
21:4523:45
20:41
alle
najaar 3
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis
Paarverblijfplaatsen & winterzwermen
Garry Bakker & Niels de Zwarte
11-9-2018
00:0002:00
20:07
alle
najaar 4
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis
Paarverblijfplaatsen & winterzwermen
Garry Bakker
26-9-2018
20:3022:30
19:31
alle
najaar 5
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis
Paarverblijfplaatsen
Garry Bakker & Niels de Zwarte
30-9-2018
22:0000:00
19:22
alle
najaar 6
Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis
Paarverblijfplaatsen
Garry Bakker
Garry Bakker & Niels de Zwarte
Tabel 2. Weersomstandigheden tijdens inventarisaties. datum
temperatuur
bewolking
wind
10-5-2018
13.0
7/8
ZW3
15-5-2018
14.0
0/8
N3
19-5-2018
10.0
7/8
NW2
13-6-2018
18.0
4/8
N3
18-6-2018
19.0
4/8
ZW3
27-6-2018
23.0
3/8
NO3
4-7-2018
22.0
5/8
N2
10-7-2018
18.0
6/8
N4
14-8-2018
18.0
6/8
ZW3
23-8-2018
22.0
8/8
ZW3
27-8-2018
18.0
8/8
ZW3
11-9-2018
20.0
8/8
ZW3
26-9-2018
18.0
4/8
ZW3
30-9-2018
12.0
7/8
W3
Figuur 2. Zicht op uitvliegende Gewone dwergvleermuizen, Diederik van Teilingen, 27 juni 2018, 22:47 uur.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
4 / 18
Resultaten Vleermuizen: aangetroffen functies, soorten en aantallen vleermuizen Het plangebied met daarin de drie te slopen flats is van belang gebleken als leefgebied voor de Gewone dwergvleermuis en de Ruige dwergvleermuis. Op basis van alle waarnemingen gedurende meerdere bezoeken, is vastgesteld dat zich 19 beschermde verblijfplaatsen op de flats bevinden. Het gaat om: • 9 zomerverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis; • 6 paar-/winterverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis; • 4 paar-/winterverblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis. Omdat dwergvleermuizen mobiel zijn en binnen een territorium een netwerk van meerdere plaatsen kunnen bewonen, moet een verblijfplaats in een bredere ruimtelijke context worden beschouwd; iedere flat herbergt een veelheid aan geschikte plaatsen waar de vastgestelde individuele vleermuizen zich in de loop der tijd kunnen ophouden (cf. Voortman 2018). Men dient zich hiervan bewust te zijn wanneer mitigerende maatregelen worden geïmplementeerd in de sloopfase. In het kader van het aanbrengen van alternatieve vleermuisvoorzieningen in de nieuwbouw dienen genoemde aantallen als uitgangspunt te worden genomen. In Figuur 3 zijn de locaties van de vastgestelde functionaliteiten weergegeven.
Figuur 3. Locaties van vastgestelde verblijfplaatsen van vleermuizen op drie flats op basis van in 2018 uitgevoerde inventarisaties: zomerverblijf Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus (n=9); paar-/winterverblijf Gewone dwergvleermuis (n=6); paar/winterverblijf Ruige dwergvleermuis P. nathusii (n=4).
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
5 / 18
Op geen enkele noordgevel is een vleermuisverblijfplaats aangetroffen. De aanwezigheid van felle galerijverlichting is hier de vermoedelijke reden voor (Figuur 4). Zoals verwacht op basis van verkennend onderzoek is ook het winkelcentrum (Figuur 5) ongeschikt gebleken voor vleermuizen; ook hier zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. In de paragrafen hieronder worden de afzonderlijke functionaliteiten voor vleermuizen in het gebied besproken.
Figuur 4. De galerijzijde (noordkant) van alle flats is fel verlicht in de avond en nacht; hier zijn nergens verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld.
Figuur 5. Het laagbouw-winkelcentrum is fel verlicht en ongeschikt gebleken als verblijfplaats voor vleermuizen.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
6 / 18
Vleermuizen: kraamverblijfplaatsen Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van enige kraamverblijfplaats in de invloedsfeer van het plangebied. Nimmer werden meerdere zwermende of invliegende vleermuizen bij elkaar gezien of werd een reeks uitvliegers van dezelfde plaats waargenomen. Door het toepassen van infraroodcamera’s is extra zekerheid verkregen dat er niets is gemist voor wat betreft dit aspect van het onderzoek.
Vleermuizen: (massa)winterverblijfplaatsen Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van een massawinterverblijf van Gewone dwergvleermuis in het plangebied. Nimmer werden meer dan vier vleermuizen tezamen gezien en dit betrof telkens foeragerende exemplaren die geen binding vertoonden met een specifieke plaats van een van de drie flats. Doordat gebruik is gemaakt van een infraroodcamera konden de gedragingen van aanwezige vleermuizen zeer nauwkeurig worden vastgesteld. Hoogstwaarschijnlijk is er in geen enkele flat sprake van een luchtspouw achter de stootvoegen maar zit de stootvoeg direct op het isolatiemateriaal. De spleten tussen de balkonvloeren die in gebruik zijn als zomerverblijfplaats bieden slechts ruimte aan enkele dieren en zijn daardoor ongeschikt als massawinterverblijfplaats (maar zie onder). Ook overige mogelijkheden voor de huisvesting van een groter aantal vleermuizen ontbreken. Het is echter zeer wel mogelijk dat de spleten tussen de balkonvloeren door solitaire exemplaren met een paarverblijfplaats alhier (zie onder) ook worden gebruikt om te overwinteren. Het is dus verstandig om er vanuit te gaan dat iedere paarverblijflocatie in de aansluitende maanden ook dienst kan doen als winterverblijfplaats van dezelfde solitaire exemplaren. Dit geldt voor zowel Gewone dwergvleermuis als Ruige dwergvleermuis.
Vleermuizen: zomerverblijfplaatsen Alle drie de onderzochte flats herbergen zomerverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis (Tabel 3). In alle gevallen bevinden deze zich in de voegen tussen de balkonvloeren, en telkens op de zuidgevels. In totaal zijn negen zomerverblijfplaatsen geconstateerd; drie op Goeswijn van der Poel, twee op Dirc van Doortoge en vier op Diederik van Teilingen. Het betrof uitsluitend solitaire vleermuizen. Verblijfplaatsen bevinden zich op schijnbaar willekeurige plaatsen, van laag tot hoog en over de volle breedte van de gevels. Details zijn vermeld in Tabel 4. Het is aannemelijk dat individuele vleermuizen gedurende het seizoen meerdere plaatsen op de gevels benutten als rustplaats; temeer er per flat meer dan 200(!) geschikte spleetvormige openingen te vinden zijn tussen de betonvloeren en Gewone dwergvleermuizen een netwerk van verblijfplaatsen gebruiken (cf. Voortman 2018, Anonymus 2017). Er zijn geen zomerverblijfplaatsen van Ruige dwergvleermuis of andere soorten vastgesteld.
Vleermuizen: paarverblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis Alle drie de onderzochte flats herbergen paarverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis (Tabel 3 & 4). In alle gevallen betrof het een indirecte vaststelling van de functionaliteit aan de hand van baltsende mannetjes, d.w.z. exemplaren met een zangvlucht op consequent dezelfde plaats gedurende de late avond en nacht. Er zijn geen waarnemingen gedaan van stationair vanuit een verblijfplaats baltsende Gewone dwergvleermuizen. Op grond van de aanname dat mannetjes gedurende een langere periode een vast territorium bezet houden en om mogelijke dubbeltelling te voorkomen, is uitgegaan van een conservatieve telling van het aantal verblijfplaatsen naar aanleiding van de verzamelde waarnemingen. Dit heeft geresulteerd in een totaal van zes paarverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis; twee per flat. Het is aannemelijk dat de fysieke paarverblijfplaats van de waargenomen dieren zich bevindt in een stootvoeg op een van de kopgevels, of in een spleet tussen twee balkonvloeren, dezelfde plaatsen waar ook alle zomerverblijfplaatsen van deze soorten werden geconstateerd. Ruige dwergvleermuis Twee van de drie flats herbergden paarverblijfplaatsen van de Ruige dwergvleermuis (Tabel 3 & 5).
Het gaat om twee verblijfplaatsen op de oostelijke kopgevel van Goeswijn van der Poel, één op de oostelijke kopgevel van Diederik van Teilingen, en één op de zuidelijke gevel van het westelijk deel van Diederik van Teilingen.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
7 / 18
Meermaals werd de fysieke paarverblijfplaats ontdekt met behulp van een infraroodkijker en in al deze gevallen zat het dier in een stootvoeg op de kopse kant van de flat. Locaties variëerden van vlak boven de grond (op ca. 3m hoogte, 1e etage Goeswijn van der Poel) tot de 8e etage op dezelfde gevel. In één geval betrof de vermoedelijke zangpost een balkonvoeg, op de zuidgevel van Diederik van Teilingen, een type verblijfplaats dat ook door Gewone dwergvleermuizen wordt gebruikt. Ook voor Ruige dwergvleermuis geldt dat mannetjes langdurig op dezelfde plaats territoria bezet kunnen houden, maar het is niet uitgesloten dat er sprake is geweest van doortrek en verloop in aanwezigheid van verschillende dieren. Er is ten aanzien van het aantal functionele verblijfplaatsen gekozen voor een conservatieve benadering; temeer het aantal potentieel bruikbare fysieke rustplaatsen sowieso veel groter is dan het daadwerkelijk aantal aanwezige dieren en omdat er nooit meer dan twee baltsroepende dieren tegelijkertijd werden waargenomen op één locatie; meestal ging het om één dier.
Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Gedurende het onderzoek bleek nimmer sprake van grote aantallen vleermuizen van enige soort die structureel het plangebied, i.e. de ruimte rondom de flats inclusief de aanwezige bomen, doorkruisten. Wel werd zo nu en dan een enkele passerende vleermuis opgemerkt waarvan werd vermoed dat deze van elders afkomstig was. Het ging om laag passerende exemplaren van Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger (één exemplaar op 26 september 2018) en hoog overvliegende exemplaren van Rosse vleermuis. Met behulp van infraroodcamera’s kon worden waargenomen dat de in het plangebied verblijvende dwergvleermuizen niet afhankelijk zijn van de bomen tussen de flats. De dieren doorkruisen het open luchtruim tot de tiende etage van en naar verblijfplaatsen in een rechte lijn, ook op momenten met een sterkere wind (4Bft). De watergang aan de oostkant van het plangebied werd door een klein aantal (<5) Gewone en Ruige dwergvleermuizen regelmatig gebruikt als foerageergebied (vaststelling op basis van infraroodbeelden). Andere soorten zijn hier nimmer waargenomen. Boomkronen tussen de flats en de gazons rondom de flats worden gebruikt als foerageerplaats door kleine aantallen van beide soorten.
De locaties van verblijfplaatsen op de flats houden geen verband met de aanwezigheid van bomen in de nabijheid en bevinden zich veelal op plaatsen waar geen bomen staan en/of op veel grotere hoogte.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
8 / 18
Tabel 3. Vastgestelde functionaliteiten vleermuizen per bezoek. Gewone dwergvleermuis
Gewone dwergvleermuis.
Ruige dwergvleermuis
Ruige dwergvleermuis
datum
flat(s) functionaliteit
zomerverblijf
paarverblijf
zomerverblijf
paarverblijf
10-5-2018
Goeswijn van der Poel
2
n.v.t.
0
n.v.t.
2
n.v.t.
0
n.v.t.
1
n.v.t.
0
n.v.t.
15-5-2018 19-5-2018
Dirc van de Doortoge Diederik van Teilingen
13-6-2018
Dirc van de Doortoge
1
n.v.t.
0
n.v.t.
18-6-2018
Goeswijn van der Poel
1
n.v.t.-
0
n.v.t.
27-6-2018
Diederik van Teilingen
4
n.v.t.
0
n.v.t.
n.v.t.
1
n.v.t.
1
n.v.t.
0
n.v.t.
0
n.v.t.
2
n.v.t.
0
n.v.t.
1
n.v.t.
2
14-8-2018 14-8-2018 14-8-2018 23-8-2018
Goeswijn van der Poel Dirc van de Doortoge Diederik van Teilingen Goeswijn van der Poel
23-8-2018
Dirc van de Doortoge
n.v.t.
1
n.v.t.
0
23-8-2018
Diederik van Teilingen
n.v.t.
2
n.v.t.
1
27-8-2018
Goeswijn van der Poel
n.v.t.
0
n.v.t.
1
n.v.t.
1
n.v.t.
0
n.v.t.
1
n.v.t.
1
27-8-2018 27-8-2018
Dirc van de Doortoge Diederik van Teilingen
11-9-2018
Goeswijn van der Poel
n.v.t.
0
n.v.t.
1
11-9-2018
Dirc van de Doortoge
n.v.t.
0
n.v.t.
0
11-9-2018
Diederik van Teilingen
n.v.t.
1
n.v.t.
0
n.v.t.
1
n.v.t.
0
n.v.t.
1
n.v.t.
0
n.v.t.
0
n.v.t.
0
n.v.t.
0
n.v.t.
0
26-9-2018 26-9-2018 26-9-2018 30-9-2018
Goeswijn van der Poel Dirc van de Doortoge Diederik van Teilingen Goeswijn van der Poel
30-9-2018
Dirc van de Doortoge
n.v.t.
0
n.v.t.
0
30-9-2018
Diederik van Teilingen
n.v.t.
0
n.v.t.
2
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
9 / 18
Tabel 4. Detailinformatie vastgestelde verblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus (Pp). datum
flat
soort
gedrag
coordinaten
details
10-5-2018
Goeswijn van der Poel
Pp
zomerverblijf
94453, 452567
10e etage, 2e betonnen legger, invliegend
10-5-2018
Goeswijn van der Poel
Pp
zomerverblijf
94409, 452612
6e etage, 3e betonnen legger, invliegend
18-6-2018
Goeswijn van der Poel
Pp
zomerverblijf
94443, 452579
4e of 5e etage (t.h.v. of net achter boom) ter hoogte van circa vijfde adres vanaf oost, uitvliegend
15-5-2018
Dirc van de Doortoge
Pp
zomerverblijf
94508, 452578
10e etage, exact hierboven in spleet daklijst, invliegend
15-5-2020
Dirc van de Doortoge
Pp
zomerverblijf
n.v.t.
6e etage, westelijk deel, plafondbint bovenrand, invliegend
13-6-2018
Dirc van de Doortoge
Pp
zomerverblijf
94510, 452589
5e of 6e etage halverwege flat, uitvliegend
19-5-2018
Diederik van Teilingen
Pp
zomerverblijf
94384, 452512
10e etage, 8e bint na begin muur, invliegend
27-6-2018
Diederik van Teilingen
Pp
zomerverblijf
94402, 452490
7e of 8e etage, uitvliegend
27-6-2018
Diederik van Teilingen
Pp
zomerverblijf
n.v.t.
westelijk deel, exacte locatie onduidelijk, uitvliegend
27-6-2018
Diederik van Teilingen
Pp
zomerverblijf
n.v.t.
westelijk deel,exacte locatie onduidelijk, uitvliegend
27-6-2018
Diederik van Teilingen
Pp
zomerverblijf
94374, 452513
4e etage, ca. middelste woning, uitvliegend
14-8-2018
Goeswijn van der Poel
Pp
paarverblijf
n.v.t.
Rond beide kopse kanten flat, zangvlucht
23-8-2018
Goeswijn van der Poel
Pp
paarverblijf
n.v.t.
Bij westelijke kopgevel flat, zangvlucht
26-9-2018
Goeswijn van der Poel
Pp
paarverblijf
n.v.t.
2 territoria, op twee plaatsen bij zuidgevel flat, zangvlucht
23-8-2018
Dirc van de Doortoge
Pp
paarverblijf
n.v.t.
Bij westelijke kopgevel flat, zangvlucht
27-8-2018
Dirc van de Doortoge
Pp
paarverblijf
n.v.t.
Bij westelijke kopgevel flat, zangvlucht
26-9-2018
Dirc van de Doortoge
Pp
paarverblijf
n.v.t.
bij oostelijke kopgevel flat, zangvlucht
14-8-2018
Diederik van Teilingen
Pp
paarverblijf
n.v.t.
2 territoria; op twee plaatsen westelijk deel flat, zangvlucht
23-8-2018
Diederik van Teilingen
Pp
paarverblijf
n.v.t.
2 territoria; Bij westelijke kopgevel flat en voor zuidelijke gevel, zangvlucht
27-8-2018
Diederik van Teilingen
Pp
paarverblijf
n.v.t.
Bij westelijke kopgevel flat, zangvlucht
11-9-2018
Diederik van Teilingen
Pp
paarverblijf
n.v.t.
Bij westelijke kopgevel flat, zangvlucht
Tabel 5. Detailinformatie vastgestelde verblijfplaatsen Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii (Pn). datum
flat
soort
gedrag
coordinaten
details
14-8-2018
Goeswijn van der Poel
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op oostelijke kopgevel, zang vanaf kopgevel. Dier niet gezien.
23-8-2018
Goeswijn van der Poel
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op oostelijke kopgevel, 1e etage, zang vanuit meest rechter stootvoeg.
23-8-2018
Goeswijn van der Poel
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op oostelijke kopgevel, 8e etage, zang vanuit stootvoeg
27-8-2018
Goeswijn van der Poel
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op oostelijke kopgevel, 8e etage, zang vanuit stootvoeg, ca. midden muur.
11-9-2018
Goeswijn van der Poel
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op oostelijke kopgevel, 1e etage, zang vanuit meest rechter stootvoeg.
23-8-2018
Diederik van Teilingen
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op oostelijke kopgevel, zang vanaf kopgevel. Dier niet gezien.
27-8-2018
Diederik van Teilingen
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op oostelijke kopgevel, 2e etage, zang vanuit meest rechter stootvoeg.
30-8-2018
Diederik van Teilingen
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op oostelijke kopgevel, zang vanaf kopgevel. Dier niet gezien.
30-8-2018
Diederik van Teilingen
Pn
paarverblijf
n.v.t.
Op westelijk deel flat, zang vanaf zuidgevel t.h.v. 'knik'. Dier niet gezien.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
10 / 18
Vogels: Gierzwaluw Er is geen enkele waarneming gedaan van Gierzwaluwen rondom de drie onderzochte flats. Op basis hiervan kan worden gesteld dat de soort in 2018 niet broedde of verbleef op één van deze gebouwen.
Vogels: Kleine mantelmeeuw In de ochtend van 4 juli 2018 waren zeven rustende Kleine mantelmeeuwen aanwezig op de dakranden van Diederik van Teilingen. Op de overige flats waren geen exemplaren aanwezig. In de avond van 10 juli werden wederom rond de zeven exemplaren geteld, alle adulte vogels, op Diederik van Teilingen. Tijdens eerdere bezoeken in de broedtijd (mei en juni) zijn geen harde aanwijzingen gevonden (alarmgedrag, jongen) voor broedgevallen, maar op basis van bovenstaande waarnemingen is gebruik van het dak niet geheel uit te sluiten. In de bomen boven de parkeerplaats ten noorden van de flat Goeswijn van der Poel bevindt zich een slaapplaats van Kauw Coloeus monedula. Het gaat om honderden exemplaren die gedurende het gehele seizoen gebruik maakten van deze locatie; op basis hiervan kan worden gesteld dat de bomen van essentieel belang zijn voor een deel van de lokale populatie van deze soort.
Overige fauna Er zijn geen soorten met een jaarrond beschermde status waargenomen waarvan het voorkomen niet was voorzien. Gedurende diverse bezoeken aan het plangebied zijn Egels Erinaceus europaeus waargenomen, foeragerend op de gazons onder de flats. Voor deze soort geldt de Zorgplicht maar het leefgebied is niet strikt beschermd.
Conclusie • • •
•
•
De flats Dirc van de Doortoge, Goeswijn van der Poel en Diederik van Teilingen vormen alle drie een beschermde rustplaats voor Gewone dwergvleermuis en de Ruige dwergvleermuis. In totaal zijn negen zomerverblijfplaatsen en zes paar-/winterverblijfplaatsen van de Gewone dwergvleermuis, en vier paar-/winterverblijfplaatsen van de Ruige dwergvleermuis vastgesteld. Een klein aantal winterverblijfplaatsen van solitaire exemplaren van deze soorten moet worden aangenomen. In dit onderzoek gaan we er vanuit dat iedere paarverblijfplaats ook in de winter bewoond kan zijn door een vleermuis. Sloop van de flats conflicteert hiermee en vereist mitigerende en compenserende maatregelen vastgelegd in een activiteitenplan én een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming, waarin daaraan goedkeuring wordt verleend door het bevoegd gezag. Ontheffingsplichtige situaties ten aanzien van andere fauna, of flora, zijn uitgesloten.
Aanbevelingen •
•
•
•
Dwergvleermuizen verhuizen regelmatig van rustplaats. Honderden voegen tussen de betonvloeren aan de balkonzijde van de flats kunnen in potentie een rustende vleermuis bevatten en moeten voorafgaande aan sloop worden geïnspecteerd, indien redelijkerwijs mogelijk op hoogte en anders vanaf de grond. Men kan er vanuit gaan dat er in de winter vleermuizen op de flats verblijven, die op dat moment in rust zijn. Sloop in de winter kan om die reden niet plaatsvinden, behalve wanneer potentiële rustplaatsen voorafgaand aan de winterrust zijn geïnspecteerd en ongeschikt zijn gemaakt. Dat laatste mag pas wanneer men in bezit is van een ontheffing. In de nieuwbouw dienen inbouwvoorzieningen te worden opgenomen voor de Gewone en de Ruige dwergvleermuis. Type, aantal en plaatsing dienen te worden afgestemd met architecten en de stadsecoloog van Zoetermeer. Ten minste het aantal in voorliggend onderzoek aangetroffen functionele vleermuisverblijfplaatsen (19) moet in de gehele nieuwbouwsituatie op de plaats van de uiteindelijk gesloopte drie flats worden
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
11 / 18
•
•
•
gerealiseerd, waarbij de vestigingskansen worden verruimd door een uitgebreider aanbod aan mogelijkheden aan te bieden. In het kader van de (reeds onder voorwaarden van ontheffingen uitgevoerde) sloop van de flats Florens van Brederode en Jan van Beieren, is reeds een gebiedsplan opgesteld dat (deels) invulling geeft aan bovenstaande. In de planning van sloopwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid van broedende Kleine mantelmeeuwen op de daken. Aanbevolen wordt om in april-mei controles uit te voeren van daken, met name dat van Diederik van Teilingen, op broedverdachte meeuwen en/of nesten. Mogelijke instandhouding van de Kauwenslaapplaats is een aandachtspunt.
Figuur 6. Voorbeeld van aanwezige spleetvormige ruimten tussen twee betonvloeren: gebruikt door Gewone en Ruige dwergvleermuis.
Figuur 7. Infraroodbeeld van baltsend mannetje Ruige dwergvleermuis P.nathusii in stootvoeg kopgevel Diederik van Teilingen.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
12 / 18
Literatuur Anonymus. 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0. Online publicatie BIJ12, juli 2017. Anonymus. 2017. Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0. Online publicatie BIJ12, juli 2017. Anonymus. 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0. Online publicatie BIJ12, juli 2017. Barataud, M. 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze; Muséum national d’Histoire naturelle, Paris Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys. 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Naturalis, Leiden. Korsten, E., E.A. Jansen, M. Boonman, M.J. Schillemans, H.J.G.A. Limpens. 2016. Swarm and Switch: On the trail of the hibernating common pipistrelle. Bat News 110: 8-10. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers. 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV-Uitgeverij. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep (Dienst Regelingen, brief 26 augustus 2009, kenmerk ffw2009.corr.046). Mostert, K. & J. Willemsen. 2011. Voorlopige werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 2000-2011. Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland, Delft. Bakker, G. 2012. Inventarisatie beschermde natuurwaarden Palenstein, Zoetermeer. bSR-notitie 0827.
Bureau Stadsnatuur, Rotterdam. Bakker, G. 2015. Inventarisatie beschermde natuurwaarden Palenstein. Actualiserend onderzoek 2015. bSR-rapport 280. Bureau Stadsnatuur, Rotterdam. Bakker, G. & N. de Zwarte. 2016. Vleermuisonderzoek flat Jan van Beieren, Zoetermeer. bSR-notitie 1520. Bureau Stadsnatuur, Rotterdam. Mostert, K. & G. Bakker. 2010. Vleermuizen in Zoetermeer. Samenvattend rapport 2004-2010. bSR-rapport 156. Bureau Stadsnatuur, Rotterdam. Rijksen, A. & M. Schillemans 2012. Ecologische Quickscan, Palenstein, Zoetermeer – in het kader van actualisatie bestemmingsplan. Tauw bv, afdelig Water, Capelle aan den IJssel. Russ, J. 2012. British bat calls. A guide to species identification. Pelagic Publishing, Exeter. Sachteleben, J. & O. von Helversen. 2006. Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (Pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat. Acta Chiropterologica 8(2): 391–401. Vleermuisprotocol 2017. Gegevensautoriteit Natuur. Te raadplegen op www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/vleermuisprotocol Voortman, T. 2018. Spatial and temporal variation in maternity roost site use of common pipistrelles (Pipistrellus pipistrellus) in Rotterdam. Report no. 350. Bureau Stadsnatuur, Rotterdam.
© Bureau Stadsnatuur | Westzeedijk 345 | 3015 AA Rotterdam Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. bSR kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
13 / 18
Bijlage – Wettelijk kader 1. Inleiding De Wet Natuurbescherming is per 1 januari 2017 van kracht en vervangt de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De informatie hieronder vat de belangrijkste feiten samen met betrekking tot de bescherming van soorten via de Wet natuurbescherming, en is gericht op personen en instanties die te maken krijgen met de wet in het kader van ruimtelijke ontwikkeling, beheer en onderhoud. Uitvoering van de wet valt onder de verantwoordelijkheid van de provincies, met uitzondering van grote infrastructurele projecten aan onder meer waterwegen; daarbij blijft de Rijksoverheid het bevoegd gezag. De inhoud van deze samenvatting betreft in eerste instantie de algemeen geldende verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming en in tweede instantie de Zuid-Hollandse context waarin deze verbodsbepalingen moeten worden toegepast. De aanvullende regelgeving rond bescherming van soorten in Natura 2000-gebieden wordt hier slechts kort besproken. 2. Doel van de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en natuurgebieden. 3. Beschermingsregimes soorten In de Wet natuurbescherming zijn drie categorieën soorten onderscheiden met een eigen beschermingsregime en daaraan gekoppelde verbodsbepalingen: vogels, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten.
Een soort kan niet onder meer dan één van deze regimes vallen. Vogels vallen per definitie onder het regime van de Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn betreffen Europese beschermingsregimes waar met de verbodsbepalingen artikel 3.1 en 3.5 in de Wet natuurbescherming in Nederland invulling aan wordt gegeven. Het regime ‘andere soorten’, artikel 3.10, heeft betrekking op soorten die alleen vallen onder een nationaal beschermingsregime; deze soorten zijn niet vermeld in de Europese richtlijnen. De drie beschermingsregimes met hun verbodsbepalingen zijn hieronder weergegeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel B, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
14 / 18
Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.
Artikel 3.8 (bepalingen dat ontheffing of vrijstelling kan worden verleend, hier niet uitgebreid besproken), met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel B, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g.
in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.
3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de Bosmuis, de Huisspitsmuis en de Veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
4. Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland De provinciale verordening bevat onder andere regels voor faunabeheereenheden en diverse vrijstellingen voor het bestrijden van schade en het uitvoeren van werkzaamheden. Ook is in de verordening opgenomen voor welke soorten een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming (zie de soortenlijst verderop onder ‘Beschermde andere soorten in Zuid-Holland (artikel 3.10)’). Voor de verordening, zie: http://bit.ly/2n5cKWP 5. Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provinciale beleidsregel staan onderwerpen als het verlenen van tegemoetkomingen in de faunaschade en de vergunningverlening voor Natura 2000-gebieden in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof. Voor de beleidsregel, zie: http://bit.ly/2ml3pMk 6. Vogelsoorten met een (potentieel) ongunstige staat van instandhouding in Zuid-Holland (artikel 3.1) Naar aanleiding van artikel 3.1 lid 5 heeft Bureau Stadsnatuur een lijst opgesteld van vogelsoorten waarbij verstoring van wezenlijke invloed kan zijn op de staat van instandhouding in Zuid-Holland. Het betreft soorten die als broedvogel in de provincie voorkomen en waarvoor onder de Flora- en faunawet reeds een jaarronde bescherming van nestlocaties en vaste rustplaatsen gold (de onder de Flora- en faunawet als ‘categorie 1 t/m
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
15 / 18
4’ gekwalificeerde soorten), aangevuld met soorten die op basis van actuele gegevens van Sovon een ongunstige staat van instandhouding kennen (de voorheen als ‘categorie 5’ gekwalificeerde soorten met een negatieve populatietrend en/of een kleine, kwetsbare populatie) en waarvoor derhalve gemitigeerd of gecompenseerd zou moeten worden in geval van conflicterende ruimtelijke ontwikkeling en beheer. Deze lijst is niet uitputtend en kan naar aanleiding van ontwikkelingen in de toekomst worden gewijzigd op basis van ecologisch zwaarwegende omstandigheden, zoals veranderingen in populatie-omvang of areaal van een soort. Het effect van de ingreep op de instandhouding van de soort is uiteindelijk leidend in de afweging of sprake is van een beschermde (en daarmee ontheffingsplichtige) situatie. Het gaat om de volgende 85 soorten: Appelvink
Groene specht
Krooneend
Roerdomp
Tureluur
Baardmannetje
Grote gele kwikstaart
Kwak
Roek
Veldleeuwerik
Blauwe reiger
Grote karekiet
Kwartelkoning
Scholekster
Velduil
Boerenzwaluw
Grote mantelmeeuw
Kleine zilverreiger
Slechtvalk
Visdief
Bontbekplevier
Grutto
Lepelaar
Slobeend
Waterral
Boomvalk
Havik
Matkop
Snor
Watersnip
Bosuil
Huismus
Middelste zaagbek
Sperwer
Wielewaal
Bruine kiekendief
Huiszwaluw
Noordse stern
Spotvogel
Wilde eend
Buizerd
Grote zilverreiger
Nachtegaal
Spreeuw
Wintertaling
Dwergstern
IJsvogel
Oeverzwaluw
Sprinkhaanzanger
Woudaap
Eider
Kerkuil
Ooievaar
Steenuil
Wulp
Gele Kwikstaart
Kievit
Patrijs
Steltkluut
Zomertaling
Gierzwaluw
Kleine bonte specht
Porseleinhoen
Stormmeeuw
Zomertortel
Goudvink
Kleine plevier
Purperreiger
Strandplevier
Zilvermeeuw
Graspieper
Kluut
Raaf
Tafeleend
Zwarte roodstaart
Grauwe Klauwier
Kneu
Ransuil
Tapuit
Zwarte stern
Grauwe vliegenvanger
Koekoek
Ringmus
Torenvalk
Zwartkopmeeuw
7. Beschermde habitatrichtlijnsoorten in Zuid-Holland (artikel 3.5) Soorten uitsluitend vermeld in Bijlage II – Beschermingsregime artikel 3.5 alleen van toepassing in Natura 2000-gebieden. De volgende 2 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen uitsluitend in voor deze soorten aangewezen Natura 2000-gebieden onder het beschermingsregime artikel 3.5: Nauwe korfslak
Zeggekorfslak
Soorten vermeld in Bijlage IV – Beschermingsregime artikel 3.5 van toepassing. De volgende 39 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen onder het beschermingsregime artikel 3.5: Groenknolorchis
Boomkikker
Otter
Meervleermuis
Dwergvinvis
Platte schijfhoren
Heikikker
Bosvleermuis
Rosse vleermuis
Gewone dolfijn
Bataafse stroommossel
Kamsalamander
Franjestaart
Ruige dwergvleermuis
Gewone vinvis
Gevlekte witsnuitlibel
Poelkikker
Gewone baardvleermuis
Tweekleurige vleermuis
Griend
Groene glazenmaker
Rugstreeppad
Gewone dwergvleermuis
Vale vleermuis
Potvis
Rivierrombout
Zandhagedis
Gewone grootoorvleermuis
Watervleermuis
Tuimelaar
Houting
Bever
Kleine dwergvleermuis
Bruinvis
Witsnuitdolfijn
Steur
Noordse woelmuis
Laatvlieger
Bultrug
8. Beschermde andere soorten in Zuid-Holland (artikel 3.10) De volgende 35 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen onder het beschermingsregime artikel 3.10 (NB: betreft uitsluitend als ‘wild’ gekwalificeerde plantensoorten; bron: verspreidingsatlas.nl): Blaasvaren
Grote leeuwenklauw
Stofzaad
Grote modderkruiper
Grijze zeehond
Bokkenorchis
Karthuizer anjer
Schubvaren
Kwabaal
Steenmarter
Brave hendrik
Kleine wolfsmelk
Smalle raai
Ringslang
Waterspitsmuis
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
16 / 18
Brede wolfsmelk
Knolspirea
Stijve wolfsmelk
Boommarter
Bruinrode wespenorchis
Moerasgamander
Tengere veldmuur
Damhert
Dreps
Naakte lathyrus
Wolfskers
Das
Echte gamander
Rozenkransje
Aardbeivlinder
Eekhoorn
Glad biggenkruid
Ruw parelzaad
Grote vos
Gewone zeehond
Soorten waarvoor in Zuid-Holland een vrijstelling geldt van beschermingsregime artikel 3.10 In Zuid-Holland is een vrijstelling van de verbodsbepalingen artikel 3.10 van toepassing op de volgende 22 soorten: Bastaardkikker
Aardmuis
Egel
Konijn
Wezel
Bruine kikker
Bosmuis
Gewone bosspitsmuis
Ree
Woelrat
Gewone pad
Bunzing
Haas
Rosse woelmuis
Kleine watersalamander
Dwergmuis
Hermelijn
Veldmuis
Meerkikker
Dwergspitsmuis
Huisspitsmuis
Vos
9. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgbeginsel (artikel 1.10 en 1.11) opgenomen: de intrinsieke waarde van soorten is vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime. Het is een algemeen geldende fatsoenseis die erop neerkomt dat redelijkerwijs vermijdbare schade aan en verstoring van planten en dieren moet worden voorkomen. 10. Wanneer ontheffing aanvragen? Wanneer redelijkerwijs kan worden vermoed dat verbodsbepalingen ten gevolge van een voorgenomen activiteit worden overtreden, moet eerst worden bepaald of mitigerende (verzachtende) maatregelen de schade kunnen beperken of tenietdoen zodat het overtreden van het verbod kan worden voorkomen. Wanneer het overtreden van een verbod onvermijdelijk is en er moet worden gecompenseerd voor veroorzaakte schade, dan dient men een ontheffing aan te vragen. Het aanvragen van een ontheffing heeft alleen zin als de functionaliteit van een plangebied voor een beschermde soort voldoende nauwkeurig in beeld is gebracht. Meestal is hier een uitgebreid onderzoek voor nodig waarin rekening wordt gehouden met de seizoensactiviteit van een soort. Dergelijk onderzoek dient aan bepaalde richtlijnen te voldoen op basis waarvan de kwaliteit en volledigheid ervan worden gecontroleerd door de Omgevingsdienst (zie onder).
Een randvoorwaarde is daarnaast dat een aanvraag vergezeld dient te gaan van een zogenaamd activiteitenplan. Hierin moet een initiatiefnemer van een potentieel schadelijke handeling het belang van de voorgenomen activiteit onderbouwen en aangeven welke mitigerende en/of compenserende maatregelen ten gunste van de soort(en) in kwestie worden getroffen. 11. Omgevingsvergunning via gemeente Wanneer er sprake is van een omgevingsvergunning mogen ontheffingen voor beschermde soorten aanhaken. Bij aanhaken moet de gemeente een volledigheidstoets uitvoeren en verzorgt de gemeente de toetsing door de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Ten behoeve van een aanvraag zijn een onderzoeksrapport met inventarisatiegegevens en een activiteitenplan noodzakelijk. Met de aanvraag van een omgevingsvergunning is een wettelijke beslistermijn gemoeid van maximaal 26 weken. De gehele aanvraag verloopt via de gemeente. Voor meer informatie, zie: https://www.omgevingsloket.nl 12. Losse ontheffing via provincie Wanneer een ontheffing aangevraagd moet worden waarbij geen omgevingsvergunning nodig is, is de beslistermijn 13 weken met maximaal 7 weken verlenging. De gehele aanvraag verloopt via Omgevingsdienst Haaglanden. De leges bedragen EUR 1800,-. Ten behoeve van een aanvraag zijn een onderzoeksrapport met inventarisatiegegevens en een activiteitenplan noodzakelijk.
Voor meer informatie en aanvraagformulieren, zie: https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/categorie/product/7-ontheffingverlening-soorten.html 13. Gedragscodes Gedragscodes in het kader van de Wet natuurbescherming worden alleen gemeentelijk of branchebreed
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
17 / 18
opgesteld en dienen te worden goedgekeurd door het Ministerie van LNV. Bestaande gedragscodes die zijn goedgekeurd onder de Flora- en faunawet zijn, indien nog niet verlopen, nog altijd geldig voor de soorten die onder de Wet natuurbescherming onder één van de drie beschermingsregimes vallen. Voor nieuwe beschermde soorten waarvoor geen mitigerende maatregelen zijn vermeld in gedragscodes zal mogelijk een ontheffing noodzakelijk zijn. Voor soorten die niet (meer) onder een strikt beschermingsregime vallen hoeft niet per se te worden gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Er moet desalniettemin altijd rekening worden gehouden met de wettelijke zorgplicht. 14. Handhaving Bij een vermoede overtreding van een verbodsbepaling in de Wet natuurbescherming kan handhaving worden ingeschakeld. In Zuid-Holland is de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (OZHZ) hiervoor verantwoordelijk. Voor meer informatie, zie: https://www.ozhz.nl/vergunningen-en-meldingen/groene-handhaving
Melding van een vermoede overtreding: Telefoon: 078-770 85 85 mail: meldingFfwet@ozhz.nl website: http://www.natuurzuidholland.nl/contact/ Overige contactgegevens: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Afdeling Toezicht en Handhaving Postbus 550 3300 AN Dordrecht
bSR-notitie 1701 – Wnb-onderzoek Palenstein Zoetermeer 2018
18 / 18
Besluit hogere waarden geluid voor 232 woningen ten behoeve van het bestemmingsplan “2e Partiële herziening Palenstein, Winkelcentrum Croesinckplein e.o.”. I.
OVERWEGINGEN
1. De locatie De wijk Palenstein wordt momenteel geherstructureerd, waarbij een eenzijdig patroon van hoogbouw woningen wordt vervangen door een meer afwisselende structuur met meer ruimte is voor laagbouw. Er zal sprake zijn van een grotere mix van woningtypen. Ten behoeve van deze ontwikkelingen is in 2013 het bestemmingsplan Palenstein en in 2015 het bestemmingsplan Partiële herziening Palenstein, Winkelcentrum Croesinckplein e.o. vastgesteld. Het voornemen is om 87 extra nieuwe woningen te realiseren ten opzichte van hetgeen het vigerende bestemmingsplan mogelijk maakt. Om de bouw van deze woningen mogelijk te maken is het bestemmingsplan “2e Partiële herziening Palenstein, Winkelcentrum Croesinckplein e.o.” opgesteld. Deze partiële herziening betreft de deelgebieden C, D en G, voorheen in het bestemmingsplan Palenstein aangeduid als vlekken C, D en G. In elk van de 3 deelgebieden C, D en G wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. De Wet geluidhinder (Wgh) schrijft voor dat nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (o.a. woningen, onderwijsgebouwen en gezondheidszorggebouwen) die binnen bepaalde afstanden (zones) van verschillende geluidsbronnen liggen, getoetst moeten worden aan de grenswaarden van die Wet. De geluidszones van de relevante wegen (art. 74 Wgh) en de Randstadrail (art. 106 Wgh en art. 1.4 Bgh) zijn aangegeven op de kaart in bijlage 1.
Het bestemmingsplangebied valt binnen de geluidszone van de Australiëweg de Gaardedreef, de Van Aalstlaan en de Randstadrail. Dit betekent dat een akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Het bestemmingsplangebied en de daar binnen gelegen deelgebieden C, D en G zijn aangegeven in figuur 1.
Figuur 1: Ligging plangebied van het bestemmingsplan “2e Partiële herziening Palenstein, Winkelcentrum Croesinckplein e.o.” en de deelgebieden C, D en G. 1
In verband met de vaststelling van dit nieuwe bestemmingsplan is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de eerder in het kader van het bestemmingsplan Palenstein vastgestelde hogere waarden niet volstaan omdat het aantal woningen dat een geluidsbelasting ondervindt groter. Er moet worden afgewogen of de vaststelling van nieuwe hogere waarden mogelijk is. 2. Toelichting wettelijk kader De Wet geluidhinder kent voor geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen, onderwijsgebouwen en gezondheidszorggebouwen, een systeem van voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Het doel van de Wet is om het aantal mensen dat hinder ondervindt van geluid zoveel als mogelijk te beperken. Een geluidsbelasting die de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt, is zonder meer toelaatbaar. De effecten van het geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde is niet toelaatbaar. In het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde is de geluidsbelasting alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Dit afwegingsproces heeft vorm gekregen in de zogenaamde hogere waarde procedure. In deze hogere waarde procedure dienen burgemeester en wethouders het vaststellen van hogere waarden te motiveren. Het college heeft hiertoe op 29 september 2009 het ‘Hogere waarden beleid’ vastgesteld.
Op 6 juni 2017 heeft het college afwijkingsregels op het ‘Hogere waarden beleid’ vastgesteld. In het rapport “Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai bestemmingsplan ‘Herziening Palenstein” van 24 februari 2021, met werknummer 620.153.50, opgesteld door Kuiper Compagnons, is binnen het te wijzigen bestemmingsplangebied onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting in deelgebieden C, D en G. In het akoestisch onderzoek is per geluidsbron de geluidsbelasting op de grens van de bestemming wonen berekend en getoetst. Hiermee is conform de Wet geluidhinder uitgegaan van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan. Uit het rapport blijkt dat er in elk van de deelgebieden C, D en G overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de Australiëweg optreden. Vanwege de overige geluidbronnen die vallen onder de werking van de Wet geluidhinder wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. De Du Meelaan wordt op korte termijn ingericht als 30 km/uur zone. Hiertoe zal een verkeersbesluit worden genomen. Hiermee is toetsing van de geluidsbelasting vanwege de Du Meelaan aan de Wet geluidhinder formeel niet van toepassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting vanwege de Du Meelaan wel berekend, deze bedraagt ten hoogste 53 dB.