CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 18 Omgevingsprogramma Bijlage 3 Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan

Raadsvergadering 14 juli 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling kaderstellende beleidsdocumenten ten behoeve van Omgevingsprogramma Entree47.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

3.1.19 3.1.20

3.1.21

Ten aanzien van het aspect bezonning wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.1.1.

Als gevolg van het gewijzigde programma en de recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State is een nieuwe effectstudie Stikstof opgesteld. De uitkomst van deze effectstudie is dat sprake is van een stikstofbijdrage in de gebruiksfase en in de aanlegfase bij realisatie van meer dan 500 appartementen/100 woningen en niet wonen functies. Hierbij is geen sprake van saldering.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 26

3.1.22

Indiener stelt de vraag hoe een plezierig leefklimaat als kernwaarde is opgesteld, terwijl de geluidbelasting langs de stadsstraat en A12 hoog is. Indiener is verbaasd over de teksten in het MER met betrekking tot de Interimwet Stad- en Milieubenadering. Volgens indiener is het immoreel om extra geluidoverlast toe te staan. Indiener geeft aan dat alleen met het overkappen van een stuk Rijksweg en de Stadsstraat een goed leefklimaat is te realiseren.

Voor meer uitleg over intern en extern salderen, zie paragraaf 2.2 Passende beoordeling van het stikstofonderzoek behorende bij het MER. De woningbouwopgave in Entree komt voort uit de forse maatschappelijke opgave om woningen te realiseren. De gemeente beschikt niet of nauwelijks over gronden buiten bestaand bebouwd gebied waar in deze aantallen woningen kunnen worden gerealiseerd. Hierdoor zal deze opgave binnenstedelijk en deels in de nabijheid van de snelweg moeten worden opgelost. Dat is niet uniek in Nederland en speelt in meer steden, vooral in de Randstad. Dit betekent dat een afweging moet worden gemaakt tussen enerzijds het vraagstuk van het grote tekort aan woningen en anderzijds voor de effecten op geluid en gezondheid. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid door voorwaarden aan de herontwikkeling op te nemen om te borgen dat het aantal toekomstige bewoners die mogelijk klachten ondervinden, tot een minimum worden beperkt. Uit de (eerdere) geluidonderzoeken blijkt dat het geluid op de meeste plekken voldoet aan de wettelijke grenswaarden, met uitzondering van de geluidgevoelige gebouwen dichtbij de A12. Daar worden de wettelijke grenswaarden volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) overschreden.

Verder blijkt uit de (eerdere) geluidonderzoeken dat er redelijkerwijs niet voldoende maatregelen, in de vorm van overkappingen van de A12 en de Afrikaweg, kunnen worden getroffen om alsnog overal te voldoen aan de grenswaarden. Er zijn echter wel zwaarwegende belangen om alsnog meer geluid toe te staan dan de grenswaarden (op grond van artikel 5.78aa Bkl). Daarom heeft de gemeente in een eerder stadium, in samenwerking met GGD Haaglanden, destijds bij het voorbereiden van het ontwerp bestemmingsplan gekeken naar de mogelijkheden om ondanks het geluid toch een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creeren. Deze uitgangspunten zijn vertaald in het ‘Geluidkader Entree’. De opgave is om voor zowel de ontwikkelende partijen als de gemeente te komen tot een bouwplan dat uitgaat van een zo goed als mogelijk woon- en leefklimaat. Dat vergt inspanning van zowel de grondeigenaren als de gemeente, aangezien een bouwplan op verschillende onderdelen wordt getoetst en rekening moet worden gehouden met verschillende randvoorwaarden die allemaal op één plot samen moeten worden gebracht. Het vertrekpunt is dus voldoen aan de standaardwaarden uit het Bkl. Als hieraan niet kan worden voldaan, komen de grenswaarden en het Geluidkader Zoetermeer in beeld. Pas als hier, goed

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 27

3.1.23

Blz. 1386. De samenhang tussen de kengetallen (een check op gegevensintegriteit) ontbreken.

3.1.24

Indiener haalt tekstpassage aan met betrekking tot de geluidbelasting in relatie tot het percentage ernstig gehinderden. Indiener stelt de vraag hoe geconcludeerd kan worden dat De Entree een gezond leefgebied zal gaan worden. Het betreft de volgende tekstpassages: Blz. 1770: “In totaal zal naar verwachting, wanneer er geen maatregelen genomen worden (plansituatie), door de geluidsbelasting 18,5% van de bewoners ernstig gehinderd zijn en bijna 6% ernstig slaapverstoord. Ook zullen in die situatie naar verwachting 4 personen per jaar last krijgen van ischemische hartziekten”. En Blz. 1781: “ (9,9%) bewoners meer ernstig gehinderd, • 293 (3,7%) bewoners meer ernstig slaapverstoord, • 4 personen meer per jaar krijgen last van ischemische hartziekten, • Iedere 3 jaar overlijdt 1 persoon meer aan Ischemische hartziekten, • 1 extra persoon per jaar krijgt een beroerte.” Volgens indiener is de MER, omdat de bestaande situatie met ongebouwde terreinen en lege kantoorgebouwen, niet als referentie is genomen, inhoudelijk gezien niet afdoende (formeel/juridisch zal het wel aan de eisen voldoen). Indiener acht het bewezen dat besluitvorming c.q. het initiëren van vervolgstappen op basis daarvan ronduit onverantwoord is.

Volgens indiener blijkt uit uw eigen documenten dat u de relatie tussen uw gezondheidsambitie en de te verwachten realiteit bij voorbaat al, namelijk op basis van fake onderzoeksresultaten, heeft doorgeknipt.

3.1.25

3.1.26

gemotiveerd en onderbouwd, niet aan kan worden voldaan, komt het Geluidkader Entree in beeld. Binnen dit kader zijn ook mogelijkheden voor alternatieven en afwijkingen opgenomen. Dit geluidkader biedt daarmee handvaten om tot een verantwoorde invulling te komen van dit gebied. De afweging tot toepassing hiervan vindt plaats in overleg met het college op het niveau van het bouwplan. Op deze manier zal gedurende het hele proces van ontwerp tot realisatie aandacht zijn voor een zo prettig akoestische situatie. Ook de relatief rustige binnentuinen zullen een aandeel hebben in de akoestische beleving van het gebied. Het ontbreken van samenhang zoals door indiener wordt gesteld op blz. 1386 is niet te herleiden. Omdat het ontwerp PlanMER met bijbehorende onderzoeken voor grote delen zijn aangepast, zal deze opmerking verder voor kennisgeving worden aangenomen. Als gevolg van het gewijzigde programma is een nieuwe effectstudie Geluid opgesteld. Ook uit deze effectstudie blijkt dat ernstig gehinderden en slaapverstoring op kan treden. Voor een verdere beantwoording van de conclusie hoe Entree desalniettemin een zo goed als mogeljik woon- en leefklimaat zal gaan worden, wordt verwezen naar de beantwoording 3.1.22.

Zie antwoord onder 3.1.16

De stelling van indiener onderschrijft de gemeente niet.. Voor zowel het ontwerpbestemmingsplan en het Omgevingsprogramma als de bijbehorende MER-ren zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd conform wettelijke vereisten, beleidsuitgangspunten of op basis van expert judgement. Het voorlopig advies van de commissie mer is betrokken bij het opstellen van het ontwerp-MER bij het Omgevingsprogramma. Dit ontwerp-MER zal wederom worden voorgelegd voor onafhankelijk advies van de commissie MER. Dit advies

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 28

zal onderdeel zijn van de vaststellingsprocedure van het Omgevingsprogramma en bijbehorende stukken. Zienswijze 004 inzake Entree/parkeernormen, 8 maart 2022. 3.1.27

Indiener constateert dat voor parkeren wordt aangesloten op de normen van de CROW. Volgens indiener zijn normen weinigzeggend gebleken als basis voor duurzaam parkeerbeleid en kan derhalve op basis daarvan geen verantwoord (en duurzaam) beleid formuleren. Indien het wel gewenst is om normen toe te passen, dan dienen die volgens indiener op zijn minst te worden gevalideerd. Indiener heeft niets aan een norm waarvan waarschijnlijk is dat die (over de jaren heen) meer dan 2% van de praktijk zal gaan afwijken, omdat zo’n geringe afwijking van de norm al in geval van overbezetting tot chaos zal leiden. Het valideren (= toetsen aan de praktijk) is bijzonder eenvoudig: gewoon het aantal parkeerplaatsen tellen; dat was 20 minuten “werk”. Voor- en om de appartement complexen (Oranjestein en Noorderbosch) aan de Stadhoudersring zijn de resultaten als volgt:

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.4.

Indiener constateert dat hiermee onomstotelijk is bewezen dat de bewoners en ook sommige raadsleden zich terecht zorgen maken over de parkeerfaciliteiten en dat het toepassen van de CROW normering dan wel het doordrukken van de beleidsintenties misplaatst zijn. Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 29

Met een paar honderd procent verschil kan je niet meer rommelen, met 30% nog wel (= het wordt crisis, het aantal auto’s vermindert met 30% en andere enigszins reële varianten die je kunt bedenken). Bij de zinsnede “geen overaanbod aan parkeerplaatsen” had volgens indiener moeten staan: “een te verwachten onaanvaardbaar tekort aan parkeerplaatsen”. 3.1.28

Indiener vindt het onvoorstelbaar dat er wordt geconcludeerd dat er geen parkeer overlast is in de omringende wijken. Indiener eist dat dit geoperationaliseerd wordt: 1. Komt er een slagboom met toegangspasjes of kentekenherkenning aan het begin van de Stadhoudersring? 2. Of komen er op de andere toegangswegen/inritten slagbomen te staan?

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.4. Er komen geen slagbomen aan het begin van de Stadhoudersring of andere toegangswegen te staan.

3.1.29

Bij het groepje bezorgde omwonenden is een discussie gaande wat onder “hoogte” van de gebouwen moet worden verstaan. Is dit de hoogte vanaf het maaiveld (ergo: een reflectie van de werkelijkheid), of is dit de hoogte vanaf de parkeergarage die – naar indiener heeft begrepen – boven op het huidige maaiveld komt te liggen? Op basis van het bovenstaande eist indiener dat het parkeerbeleid wordt herzien, dan wel de ruimte (in het ontwerp of bij het stellen van bouweisen) creëert om de te voorziene parkeerplaatstekorten te pareren. Indiener eist dat niet voor het parkeren betaald hoeft te gaan worden.

De toegestane bouwhoogte van gebouwen zal worden gemeten vanuit peil. Het peil wordt gedefinieerd in het Omgevingsprogramma. Ten aanzien van het aspect parkeren wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.2.4.

U heeft een “plezierig leefbare” wijk als ambitie staan. Wat onder “plezierig leefbaar” wordt verstaan is per definitie altijd persoons-, situatie-, en tijdsafhankelijk. Volgens indiener is met andere woorden maar één goed beleidsuitgangspunt, en dat is dat alle variabelen rondom het begrip “plezierig leefbaar” op een zo ruim mogelijke wijze worden geoperationaliseerd, en dat voor zowel de nieuwe- alsook voor de huidige bewoners van Zoetermeer. Dus én veel groen, én een parkeerlaag onder het gehele terrein (of diverse parkeerverdiepingen onder de gebouwen), én het onder tunnelen van de Afrikaweg, én de minst mogelijke veiligheidsrisico’s, én een optimale gezondheid voor iedereen, én zo veel mogelijk bezonning voor iedereen, én etc…. Bij de bouw van een duurzame, mooie en nieuwe wijk, die tussen de 500 miljoen en de miljard gaat kosten, móet je geen concessies doen en volgens indiener meteen gaan voor het beste. Dat is ook het goedkoopste. Want als je niet gaat voor het beste, krijgen we over een tijdje op basis van veranderende politieke inzichten en situaties, tóch weer, maar dan ook extra kostbaar, patchwork. Dus de ondertunneling gaat er tóch – over een jaar of 25 - komen, dus dan kan je het maar beter meteen doen.

Door indiener wordt gepleit om geen enkele concessie te doen en te gaan voor het beste. Met die insteek is de ontwikkeling van Entree op voorhand financieel niet uitvoerbaar. Met het Omgevingsprogramma worden de kaders geboden voor de realisatie van de realistische ambities van Entree: een levendige stadswijk waar gezondheid, duurzame mobiliteit en toekomstbestendigheid belangrijke waarden zijn. Dit kan alleen worden bereikt met een gebiedsgerichte integrale aanpak. Door onderzoek en studies naar verschillende effecten van de nieuwbouw op alle thema’s van het MER, de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan zijn we van mening dat deze ontwikkeling voldoet aan de ambities.

3.1.30

3.1.31

Op dit moment is geen sprake van invoeren van betaald parkeren in omliggende wijken als gevolg van de beoogde ontwikkeling van Entree.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 30

Dergelijk beleid schaart indiener pas écht onder “visie” en “leiderschap”. En bovendien kan Zoetermeer toch niet achterblijven bij Den Haag en Leidschendam?

3.2

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

3.3

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1.

3.4

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1. Beantwoording

Deze zienswijze betreft de zienswijze 1. 3.5

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1. Beantwoording

Deze zienswijze betreft de standaardzienswijze 2. 3.6

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2. Beantwoording

Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

3.7

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

3.8

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

3.9

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

3.10

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

Beantwoording

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 31

3.10.1

Deze zienswijze betreft de gemeenschappelijke zienswijze 1 en 2. Daarnaast heeft indiener een aantal punten toegevoegd.

Voor de beantwoording van de gemeenschappelijk ingediende zienswijzen wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

Mogelijke verkleining van het Prinses Amaliapark.

Het schetsontwerp voor de openbare ruimte is in het afgelopen jaar op onderdelen aangepast.

(redactie: Bedoeld wordt waarschijnlijk het Prinses Arianepark. Het Prinses Amaliapark bestaat niet).

In de meest actuele versie wordt het Prinses Arianepark niet verkleind. Het wordt zelfs nog iets vergroot, met name door de aanleg van extra water in westelijke richting, in het verlengde van de bestaande waterpartij. De opzet van Entree is gebaseerd op het beter met elkaar verbinden van grotere groenstructuren binnen de stad en de bestaande wijken Driemanspolder en Meerzicht. Zo gaat het aangepaste ontwerp uit van het verlengen van het groene park richting de Boerhaavelaan. In het ontwerp van de Boerhaavelaan is een brede groene zone ontworpen (als onderdeel van de groen-blauwe kraag), met nieuw water, tussen de Van Stolberglaan en het Prinses Arianepark. Dit is mogelijk door het wegprofiel van de huidige Boerhaavelaan te versmallen en iets te verschuiven in westelijke richting.

3.10.2

Indiener geeft de volgende aanvulling op punt 4 van standaardzienswijze 2 (parkeerdruk): Toename elektrisch rijden betekent aanleg laadpunten op straatniveau. Gezien het aantal te verwachten auto’s en dat niet iedereen tegelijkertijd “aan de laadpaal” moet gaat indiener uit van tenminste 1.000 laadpalen. Is de elektrische infrastructuur hierop berekend? Indiener maakt een berekening dat er per laadpunt tenminste een 25kW (voor snelladen 35kW) aansluiting benodigd is. Bij 50% tegelijkertijd volledig gebruik betekent dit een extra vermogen van 12,5 MW (Mega Watt). Dit komt boven op de extra capaciteit die al van het net wordt gevraagd als gevolg van het besluit om “van het gas” af te gaan.

De gemeente wil de overgang van fossiele brandstoffen naar meer milieuvriendelijke alternatieven, zoals elektrisch rijden, stimuleren. Daarom wordt aan grondeigenaren cq. ontwikkelaars voorgeschreven dat 10 % van de te realiseren parkeerplaatsen – auto én fiets - voorzien zijn van een laadpunt en dat nog eens 10 % van de parkeerplaatsen voorbereid dient te zijn om een laadpunt aan te brengen. Voorbereid houdt in dat de ondergrondse/inpandige infrastructuur al aangelegd is (loze leidingen e.d.) en dat het elektrisch vermogen hierop voorbereid is, zodat, wanneer de behoefte zich voordoet, direct een laadpunt kan worden aangesloten. Indien wordt gekozen voor het “Ambitie parkeerscenario” (zie beantwoording zienswijze 2.2.4) dient aanvullend 100% van de alle parkeerplaatsen voor deelauto's en deelfietsen over werrkende elaadpunten te beschikken. Voor andere innovatieve alternatieven zoals bijvoorbeeld waterstof of zonnecellaadpunten zal indien dit zich voordoet nagegaan worden hoe deze alternatieven het beste gefaciliteerd kunnen worden. Vooralsnog is hier in onderhavige Nota nog geen richtlijn voor opgenomen. De laadpunten bij parkeerplaatsen binnen de contouren van de ontwikkeling dienen door de initiatiefnemer zelf gerealiseerd te worden.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 32

3.10.4

3.10.5

Aanvulling punt 5 (langdurige overlast). De overlast zal volgens indiener met name plaatsvinden door de heiwerkzaamheden (met als gevolg schade aan appartement). Indiener ziet nergens dat er wordt voorgeschreven dat er geboord moet worden i.p.v. geheid. Het langdurig heien zorgt voor geluidsoverlast met stress tengevolge en kan leiden tot beschadiging van het appartement en/of dat van mede flatbewoners van indiener. Indiener mist in de stukken: 1. de verplichting dat de woningen (koopwoningen en huurwoningen in de vrije sector) in eerste instantie alleen aangeboden mogen worden aan inwoners van Zoetermeer. Door de woningen eerst gedurende een bepaalde tijd uitsluitend aan te bieden aan inwoners van Zoetermeer. En de woningen daarna op de vrije markt aan te bieden met dien verstande dat dit tegen tenminste dezelfde prijs moet zijn als waarvoor ze zijn aangeboden aan de inwoners van Zoetermeer. 2.

De verplichting voor de koper om de woning zelf te gaan bewonen. Dit voorkomt dat beleggers de woningen zelf aankopen en verhuren aan derden.

Al gedurende langere tijd vinden gesprekken plaats met Stedin over de ontwikkelingen in Entree. De uitbreiding van het transformatorstation op West 8 is daarvan een uitvloeisel. Hierbij is rekening gehouden met de energievraag van de nieuwe woningen, niet-woonfuncties en daarbij behorende voorzieningen zoals laadpalen. Ten aanzien van het aspect bouwoverlast wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.2.5. In aanvulling daarop is het op voorhand bepalen van de wijze waarop zal worden geheid, in dit stadium van de planvorming niet aan de orde. Dit betreft een uitvoeringsaspect dat aan de orde komt bij de aanvraag omgevingsvergunning. 1. De nieuwbouwwoningen in Entreeworden gebouwd zowel voor de eigen inwoners als voor mensen die nu nog niet in Zoetermeer wonen of mensen die in het verleden uit Zoetermeer zijn vertrokken omdat er geen geschikte woning te krijgen was en die terug willen komen. Uit ervaring weet de gemeente dat ruim 55% van de vrijkomende woningen na verhuizing bewoond worden door Zoetermeerders, voor sociale huurwoningen is dit zelfs 70%. De verplichting die indiener mist om alle woningen in de vrije sector eerst aan Zoetermeerders aan te bieden is juridisch niet houdbaar.

De Huisvestingswet biedt enkel de mogelijkheid om bij de helft van de beschikbare huurwoningen en nieuwbouw koopwoningen tot de betaalbaarheidsgrens (in 2025 is dat 405.000 euro) voorrang geven aan specifieke doelgroepen. In het nieuwe Woonbeleid, het Volkshuisvestingsprogramma, wordt afgewogen of er voorrangsbepalingen gaan gelden bij bepaalde nieuwbouwprojecten. De gemeente wil hierover afspraken maken met de ontwikkelende partijen. Instrumenten die daarbij kunnen worden gehanteerd zijn bijvoorbeeld een zelfbewoningsplicht en/of anti-speculatiebeding. Samen met de ontwikkelende partijen wordt bekeken voor welk woningbouwsegment dit doelmatig kan zijn.

3.11 3.11.1

3.11.2

Beantwoording Indiener heeft zorgen dat hij straks niet kan parkeren in de wijk Waterbuurt. Indiener roept de gemeente op om een concreet initiatief over deelmobiliteit in te voeren in het plan, bijvoorbeeld een apart plein met deelauto’s en deelfietsen. In het plan is het volgens indiener nu veel te vrijblijvend. In de bijlage MER 21 ontbreekt volgens indiener een uitgebreid rapport met ruwe data na aanpassing maatregel K18.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.4.

Maatregel K18 was een uitbreiding van de verkeerslichten bij de aansluiting van de A12. Deze maatregel is niet meer nodig, omdat het autoverkeer in de Plan Max variant (o.a. 7.250 woningen) ongeveer een vergelijkbare verkeersintensiteit heeft

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 33

3.11.3

In de bijlage MER 21 is volgens indiener onvoldoende duidelijk hoeveel verkeer via Meerzichtlaan oost en Leidschendamseweg naar Den Haag gaat; aangezien er ook een nieuwe wijk in Driemanspolder komt, verwacht indiener meer verkeer daar. Het onderzoek zou volgens indiener daarom herhaald kunnen worden over een groter gebied tot oprit 8 leidschendam om de gevolgen beter te weten.

3.12 3.12.1

als in de referentiesituatie en huidige situatie. In de Effectstudie verkeer van het MER is dit opgenomen onder ‘doorstroming A12’. In de effectstudie Verkeer van Goudappel (d.d. 28 oktober 2024) is inzicht gegeven in de (nieuwe) verkeersintensiteiten van de wegen in en rondom Entree. Bij het bepalen van de verkeersintensiteiten is rekening gehouden met de huidige situatie, aangevuld met autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen waarvoor al een (ontwerp) ruimtelijke plan is vastgesteld of waarvan een redelijke mate van zekerheid bestaat dat deze doorgang zullen vinden. Voor de wijk Driemanspolder is voor de verkeersmodelberekeningen rekening gehouden met een toename van 800 woningen in 2040. Beantwoording

De beoogde 5.400 huishoudens zullen volgens indiener een te grote inbreuk maken op de woonsfeer van de wijken Meerzicht en Driemanspolder. Zie voor een onderbouwing eerdere geuite bezwaren van het bewonersplatform. Teveel mensen bij elkaar op zo’n kleine oppervlakte vraagt volgens indiener om problemen in de toekomst.

In het Omgevingsprogramma Entree is de ruimtelijke impact van de nieuwe woonwijk op allerlei aspecten onderzocht. De conclusie luidt dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd voor zowel de nieuwe bewoners als de omgeving. Verwezen wordt ook naar de antwoorden die zijn gegeven op de gemeenschappelijke zienswijzen in Hoofdstuk 2.

3.13

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 2.

3.14

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

3.15

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

3.16

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1.

3.17

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1.

Beantwoording Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 34

Deze zienswijze betreft de zienswijze 1.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1.

3.18

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.19

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.20 3.20.1

Beantwoording Uit de stukken is voor indiener niet eenduidig op te maken waar de grootste concentraties woningen en andere functies komen. Nabijheid van herkomst en bestemmingen is ook duurzame bereikbaarheid. Indiener verzoekt daarom de grootste dichtheden van de woningbouw te plannen die op locaties die op de kortste afstand van station Zoetermeer liggen.

Ten aanzien van het aspect programmering wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.6. Globaal worden de woningen verdeeld over het gehele plangebied van Entree. De exacte programmering wordt niet in het Omgevingsprogramma vastgelegd; er zijn bandbreedten opgenomen. Over de verdeling van het programma over de deelgebieden, worden afspraken gemaakt in de Anterieure Overeenkomsten. De optelling van deze afspraken leiden tot een totaal dat past binnen de bandbreedtes van de programmering, zoals opgenomen in het Omgevingsprogramma.Er zal sprake zijn van een concentratie van volumes en bebouwing rond het Stationsplein, langs de A12 en langs de stadsstraat, daar zijn hogere volumes gepland. Het grootste gedeelte van de voorzieningen (nietwonen) bevindt zich rondom de stadsstraat en rondom een tweetal knooppunten: de Centrumstraat en het stationsplein (zie onderstaande afbeelding). Er wordt voorzien in goede wandel- en fietsverbindingen van en naar het station. Het is de planning dat een nieuw te realiseren busstation zorgt voor een snelle OV verbinding tussen Entree en het station (er wordt voorzien in een halte ter plekke van de Centrumstraat).

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 35

3.20.2

Bij dit plangebied hoort volgens indiener een parkeernorm dat past bij een binnenstedelijk gebied met een duurzaam bereikbaar station. De parkeernorm is volgens indiener in dit bestemmingsplan geen onderdeel van de planregels, althans niet in bijvoorbeeld een concreet maximum aantal parkeerplaatsen. Daarmee is dit bestemmingsplan voor de parkeernorm niet juridisch bindend. Er is dus geen regeling voor een maximum aantal parkeerplaatsen. Verzocht wordt om alsnog een juridisch bindende parkeernorm In de planregels op te nemen, die past bij dit gebied.

3.21

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.22 3.22.1

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.4.

Beantwoording Indiener verzoekt om de aangetoonde behoefte van 1.350 m2 BVO detailhandel via één wijkgebonden buurtwinkelcentrum mogelijk te maken en deze aan te duiden op de planverbeelding in plaats van mogelijk wel zes losse vestigingen (van ca. 200m2 BVO), en bij een kleiner oppervlak per vestiging, zelfs nog meer over het gehele gebied toe te staan. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor 1.350 m2 bruto vloeroppervlak (BVO) detailhandel dat binnen de bestemmingen Gemengd 1 en Gemengd 2 mogelijk is

Mede naar aanleiding van de zienswijze van indiener en in kader van de gehele herprogrammering van Entree is ook gekeken naar de uitgangspunten voor detailhandel in Entree. De gemeente onderschrijft de zienswijze om detailhandel te concentreren. Dit is vertaald in de Ontwikkelvisie door detailhandel te concentreren rond de twee dwarsassen op de Afrikaweg, te weten het stationsplein en de centrumstraat.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 36

gemaakt middels detailhandelsvestigingen van maximaal 400 m2 BVO. Deze separate vestigingen sluiten ten eerste niet aan bij de behoefte-onderbouwing van STEC. Zij geven het volgende aan: “Vanuit het Detailhandelsbeleid van de gemeente Zoetermeer is gezien de aanzienlijke verdichting in het Entreegebied een passend boodschappenaanbod op het niveau van een buurtstrip tot buurtwinkelcentrum wenselijk.” Een nieuw winkelcentrum zou in dit geval ook aansluiten bij de mogelijkheden binnen het provinciale omgevingsbeleid en de omgevingsverordening (artikel 6.13 lid 1 c). Het is dan wel nodig dat een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie, inclusief omvang in bruto vloeroppervlakte wordt aangewezen via een aanduiding op de verbeelding bij het plan en de ruimte voor separate vestigingen wordt geschrapt in de planregels. Met het nu wijdverbreid toestaan van detailhandelsvestigingen in het plangebied lijkt u aan te willen haken op het begrip ‘gemakswinkels’ uit onze Omgevingsverordening Zuid-Holland (artikel 6.13 lid 3b). De ‘gemakswinkels’ zijn echter niet als zodanig geduid of gedefinieerd in de planregels. Hierover merkt indiener daarnaast op dat er van ‘gemakswinkels' slechts een of enkele toelaatbaar zijn. Als richtsnoer (toelichting op Omgevingsverordening Zuid-Holland) is tevens bepaald dat deze een maximumoppervlak dienen te hebben van ca. 200 m2 BVO.

De keuze voor 400 m2 BVO per vestiging wijkt hier wel erg van af. En zoals hiervoor is aangegeven, wijkt dit dus ook af van de aanbevelingen uit de ladderonderbouwing voor een buurtwinkelcentrum of buurtstrip en dat vindt indiener niet wenselijk gezien de noodzaak van een goede ladderonderbouwing cf. artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

3.23

Vanwege de wijzigingen in het programma van Entree is ook een ladderonderzoek (behoefte-onderzoek) uitgevoerd door STEC, conform de instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregels staan in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit Laddertoets leefomgeving zoals die sinds 1 januari 2024 van kracht is. In dit stadium is nog een ruime mate van flexibiliteit in bandbreedten voor de programmering van het gebied. Later in tijd zal de programmering meer concreet ingevuld worden per plot. Bij vergunningverlening zal aan de hand van de concrete aanvraag worden beoordeeld of de beoogde (deel)ontwikkeling aansluit op deze Laddertoets en binnen de totale vastgestelde bandbreedte van de programmering. Uit het rapport van STEC blijkt dat voor een goede balans in de detailhandelsstructuur een dagelijks programma van circa 2.000 m² wvo (circa 2.900 m² bvo) realistisch is in het Entreegebied. Hiermee kan worden voorzien in een marktgezonde maat waarmee exploitatie van deze dagelijkse detailhandel in het Entreegebied mogelijk is. Ook verwachten we dat er ruimte is voor optimalisatie van de omliggende wijk/buurtcentra (Meerzicht en Vijverhoek), wat bijdraagt aan de balans in de detailhandelsstructuur. Deze uitgangspunten zijn begin januari 2025 in een overleg ook specifiek toegelicht aan de Provincie Zuid-Holland.

Beantwoording Indiener heeft door middel van 2 brieven zienswijzen ingediend.

3.23.1

Indiener uit zijn zorgen over de toename van het verkeer in en door de wijk Bredewater. Het Bredewater en de Meerzichtlaan zullen volgens indiener veel drukker worden, wat zorgt voor geluidoverlast, verslechtering van de luchtkwaliteit, parkeeroverlast in de wijk Waterbuurt en verkeersonveilige situaties.

Voor de beantwoording over parkeren wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.4. Uit de Effectstudie Verkeer en de onderliggende onderzoeken blijkt inderdaad dat het drukker wordt op het Bredewater (van circa 3.000 naar circa 8.000 mvtg/etmaal). De intensiteit van 8.000 motorvoertuigen/etmaal is overigens wel passend bij een gebiedsontsluitingsweg met een maximale snelheid van 30 km/uur. De Meerzichtlaan ten westen van de rotonde Bredewater neemt met ongeveer 8% af. Dat autoverkeer gaat via de Meerzichtlaan-West naar de Amerikaweg Leidschendamseweg rijden

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 37

3.23.2

3.23.3

Indiener heeft ernstige zorgen over de toename verkeersintensiteit op het Bredewater. De ventweg Noord-Zuid Meerzichtlaan heeft geen aansluiting naar de Afrika weg en daarom ook geen ontsluiting naar de A12 en de Zuidweg. Dit betekent volgens indiener dat de bewoners van de Entree door het woonerf via het Bredewater richting de Meerzicht rotonde moeten rijden. Dit kan een extra belasting zijn van 2.000 tot 4.000 voertuigen per dag. De geluidsoverlast door de toename van het autoverkeer over het Bredewater zal aanzienlijk de rust in de wijk Waterbuurt verstoren. Ook de luchtkwaliteit zal door de toename van het autoverkeer over het Bredewater sterk verontreinigd worden door het toenemen van de CO2 en Fijnstof uitstoot van het autoverkeer. 1. Concrete zienswijze: Luchtkwaliteit en geluidniveau metingen zal moeten aantonen of de normen die hiervoor in woongebieden gelden niet overschreden worden. Daar de prognoses van Bureau Goudappel Coffeng in 2040 6.800 voertuigen per dag is, wat volgens indiener al onaanvaardbaar is voor een woonerf woonwijk, is het van groot belang dat er naar een oplossing gezocht wordt om het uitgaande verkeer van de nieuwe woonwijk Entree Bredewater zich op een andere wijze naar hun bestemming kan begeven. 2. Concrete zienswijze: Indiener stelt voor dat de ventweg Noord-Zuid Meerzichtlaan doorgetrokken wordt en een aansluiting krijgt naar de Afrikaweg.

Indiener heeft het hierboven beschreven probleem al aangekaard en het antwoordt was toen, nee doen we niet om te voorkomen dat er een sluipverkeersroute kan ontstaan als er op de Afrikaweg richting A12 zich een file gevormd heeft. 3. Concrete zienswijze: Het probleem van eventueel sluipverkeer is volgens indiener zeer eenvoudig te voorkomen door aan het begin van de ventweg Noord-Zuid Meerzichtlaan verkeerslichten en slagbomen te plaatsen die alleen toegang geven, via Camera’s geregeld, aan het bestemmingsverkeer in de Entree Bredewater wijk dus voornamelijk aan de bewoners aldaar. Indiener schets verder in de zienswijze een aantal detailaanpassingen. Met het aanpassen van dit wegenplan is de schatting van indiener dat het een vemindering van voertuig verplaatsing in het woonerf Bredewater tussen de 2.000 en 4.000 voertuigen zal bedragen. 4. Concrete zienswijze: Het verzoek is het voorstel van aanpassing te nemen en uit te voeren. Indiener vraagt welke maatregelen er worden genomen om het wegverkeer geluid op de Afrikaweg binnen de wettelijke geluidsnorm te krijgen.

In de Effectstudie Geluid en Luchtkwaliteit is inzicht gegeven in de gevolgen van de toename van het verkeer. Uit de Effectstudie Verkeer en de onderliggende onderzoeken blijkt inderdaad dat het drukker wordt op het Bredewater (van circa 3.000 naar circa 8.000 mvtg/etmaal). In de Effectstudie Geluid en Luchtkwaliteit is inzicht gegeven in de gevolgen van de toename van het verkeer. De ventwegen zijn komen te vervallen met het gewijzigde ontwerp voor de openbare ruimte. Om die reden zal het overige deel van de zienswijze niet verder worden beantwoord. Overigens is de intensiteit van 8.000 motorvoertuigen/etmaal volgens verkeerskundige richtlijnen wel passend bij een gebiedsontsluitingsweg met een maximale snelheid van 30 km/uur.

Er hoeven geen maatregelen te worden getroffen om de geluidbelasting door het wegverkeer op de Afrikaweg binnen de wettelijke normen te houden. Het geluid van gemeentewegen is ten hoogste 68 dB. De grenswaarde van 70 dB wordt niet

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 38

3.23.4

3.23.5

Het bovenmatig geluid in het Entree gebied wordt nu veroorzaakt door het intensive autoverkeer op de Afrikaweg en het doordringen van bovenmatig geluid van het autoverkeer op de Rijksweg A12. Dit probleem dient men volgens indiener in de kern aan te pakken en geen pleisters toe passen bij de bouw van de woningen. Er wordt nu voorgesteld zogenaamde blinden muren te bouwen die van geluid dempend materiaal worden voorzien om aan de geluidsnormen te voldoen die voorgeschreven zijn voor woningen en woongebieden. Dit is een zeer kostenverhogende bouwmethode waar van het geluiddempend effect minimaal zal zijn in de woning. Indiener vraagt welke maatregelen er worden genomen om de geluid overlast van de A12 binnen de wettelijke norm te krijgen. Om het geluid dat van de A12 het Entree woongebied binnen dringt tegen te houden is de oplossing volgens indiener een Galerij Flatgebouw van 30 meter hoog op de kop van het Bedewater en de Boerhaavelaan aan te leggen waarbij de Galerij aan de A12 zijde gesitueerd en van geluiddempend materiaal voorzien wordt of een fraai Hotel van dezelfde hoogte aangelegd wordt. Zie het onderstaande voorstel.

overschreden. In het akoestisch onderzoek is er wel van uitgegaan dat de wegdekverharding van de Afrikaweg zal worden aangepast naar een stiller type (SMA NL8 G+) en dat de maximale rijsnelheid zal worden aangepast van 70 naar 50 km/h.

Indiener vraagt welke maatregelen er worden genomen om de lucht kwaliteit binnen de gestelde eisen te krijgen. De metingen van het RIVM geven aan dat de luchtkwaliteit nu in het Entree gebied van zeer slechte kwaliteit is voornamelijk veroorzaakt door het intensive auto verkeer op de Afrikaweg. Daar in de toekomst het auto verkeer aanzienlijk zal toenemen, zal evenredig hieraan ook de luchtkwaliteit verslechteren. Door het afremmen, stoppen en bij voertuigen met een startstop systeem zal door dit systeem het afzetten van de motor plaats vinden. Na het op Groenlicht schakelen van de verkeerslichten voor de motor voertuigen bij de vier oversteekplaatsen zal de motor van de Voertuigen door dit start/stop systeem weer gestart worden, en als negatief effect zal de uitstoot van extra CO2 en Fijnstof deeltjes in het milieu aanzienlijk zijn. Het is namelijk bekend dat het starten van motorvoertuigen die op fossiele brandstof werken extra vervuiling van CO2 en Fijnstof geven bij het starten van hun motor.

Uit de effectstudie Luchtkwaliteit blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) na realisatie van de ontwikkelingen zowel hoger uitvallen (toename) als beperkt lager uitvallen (afname) dan in de referentiesituatie. Voor beide planalternatieven geldt dat er sprake is van meer dan 5% van de blootgestelden in de klasse met een toename van meer dan 1,2 µg/m3. Hieruit volgt dat de beoordeling voor NO2 neerkomt op ‘zeer negatief’ voor beide planalternatieven. Dit komt door de verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Desondanks wordt wel geconcludeerd dat op alle onderzochte locaties wordt voldaan aan de te toetsen omgevingswaarden uit de Omgevingswet. Hiermee staat het aspect luchtkwaliteit verdere besluitvorming niet in de weg. Wel zijn mitigerende maatregelen mogelijk die een positief effect kunnen hebben.

Uit eerder uitgevoerde onderzoeken en uit de Effectstudie Geluid en de motivering ‘zwaarwegende belangen’ die als bijlage bij het ontwerp Plan-MER voor het Omgevingsprogramma zijn gevoegd blijkt dat de ontwikkeling Entree ook zonder dergelijke maatregelen mogelijk is met de stedenbouwkundige uitgangspunten die in de Ontwikkelvisie zijn opgenomen. Zie ook de beantwoording 3.1.22.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 39

3.23.6

3.23.7

Doordat de verkeerslichten voor de vier voetgangers oversteekplaatsen minuten lang op groen kunnen staan, blijven de motoren van de meeste motorvoertuigen over het algemeen draaien en zullen ook extra CO2 en Fijnstof in het milieu doen belanden. De in 23.1 t/m 23.5 benoemde zienswijzen zijn volgens indiener in één keer goed op te lossen door een landtunnel aan te leggen op het maaiveld van de Afrikaweg. Een Landtunnel dient dan wel met uitstekende filtersystemen uitgerust te worden.

De aanleg van een Landtunnel geeft volgens indiener een strook van ongeveer 50.000 m2 gebiedsuitbreiding. Het dak van de tunnel geeft diverse mogelijkheden zoals het aanleggen van speelweiden, leuke kleine parkjes, winkeltjes, moestuintjes, kinderboerderij, uitspanningen, bewoner ontmoetingsplaatsen, parkeerplaatsen en nog meer andere mogelijkheden. Dit zal zeker bijdragen tot ontsluiting van beide woongebieden doordat de geluidshinder en de luchtverontreiniging door de bouw van de Afrika Landtunnel binnen de aangegeven grenzen en normen blijft. Indiener doet een aantal voorstellen voor de financiering van de landtunnel. De investeerders hebben volgens indiener een groot voordeel indien er een Afrika Landtunnel wordt aangelegd in het Entree gebied. Zij zijn dan waarschijnlijk ook wel bereid om voor een deel de Afrika landtunnel te financieren zodat het aanleggen van een Afrika landtunnel betaalbaar wordt. Indiener heeft een voorstel om het Entreegebied met het Stations- en Rokkeveen te verbinden. Indiener illustreert de zweefbrug aan de hand van een presentatie. Het aanleggen van een zweefbrug is volgens indiener zeer vooruitstrevend en de bijzondere architectuur zal de stad Zoetermeer een moderne uitstraling geven.

Gezien het geschatte aantal personen dat van de zweefbrug gebruik gaat maken en de in de zienswijze genoemde gedetailleerde aandachtspunten, is het volgens indiener gepast om dit bouwwerk aan te leggen. Indiener onderbouwd dit met prognosecijfers. Er wordt geprognosticeerd hoeveel mensen dagelijks van de zweefbrug gebruik zal maken (geschat totaal: 5280 Personen).

In het coalitieakkoord 2022-2026 “Samen doen wat nodig is” is opgenomen dat er met een snel onafhankelijk haalbaarheidsonderzoek uitgezocht wordt of een landtunnel over de Afrikaweg mogelijk is. De voorwaarden die eraan gesteld worden is dat de financiële haalbaarheid, het aantal woningen en het realisatietempo van de ontwikkeling niet verminderen. In maart 2023 Is de gemeenteraad middels een raadsmemo geinformeerd over de uitkomsten van dat onderzoek. In het onderzoek zijn een overkapping en half-verdiepte ligging onderzocht. Met als resultaten: - De kosten zijn 225-230 miljoen euro (exclusief onderhoudskosten), waar een landtunnel op maaiveld -zoals indiener schetst- nog duurder uit zou vallen; - Beide varianten hebben geen invloed op het aantal te realiseren woningen; - De juridisch-planologische procedure bij het aanleggen van een overkapping of (half) verdiepte ligging zorgt voor een extra uitwerkingsperiode van zeker 2-3 jaar. In deze raadsmemo is aangegeven dat alles overwegend het college heeft besloten om geen verdere stappen te ondernemen met betrekking tot de overkapping omdat de geraamde kosten niet opwegen tegen de voordelen van de komst van de overkapping. Gelet op deze uitkomst is een verder inhoudelijke beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze achterwege gelaten.

De suggestie om Entree te verbinden met het Stations- en Rokkeveengebied, door middel van een nieuwe zweefbrug, is ter kennisname aangenomen. Deze zal betrokkken worden bij de lopende verkenningen naar de ontwikkeling van een fietsverbinding tussen Rokkeveen en Entreegebied. En dat zal integraal deel gaan uitmaken van het Project Stationsgebied Zoetermeer.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 40

Voorbeeld zweefbrug afkomstig uit de presentatie behorende bij de zienswijze 3.24

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.25 3.25.1

Beantwoording Indiiener stelt namens bewoners langs de Boerhaavelaan (lees hier de complexen Oranjestein, Noorderbosch, de Blankaard en in mindere mate Molenwijk, en (deels) Antoni van Leeuwenhoek) de vraag of het aspect windhinder ook geldt voor de bestaande bebouwing? In de stukken staat vermeld dat de nieuwe bebouwing gesitueerd wordt op de rooilijn van de bouwkavels. Dit gebeurt om de oppervlakte van de binnentuinen te optimaliseren. Dit betekent dat de afstand tussen de knik in appartementencomplex Noorderbosch en de nieuwbouw 45 meter bedraagt. Indiener vraagt of dit gevrijwaard blijft van windhinder? Indiener verzoekt om in de plannen bij onderwerp "windhinder" de tekst zodanig aan te passen dat hetgeen door indiener uit de MER geciteerd wordt, ook voor de omliggende wijken geldt. Namelijk dat ook de NEN 8100 ten opzichte van de

Een windhinderonderzoek is vooral bij hoogbouw gewenst en brengt het lokale windklimaat in kaart als gevolg van de realisatie van de nieuwe bebouwing. In het Omgevingsprogramma Entree is onderzoek gedaan naar het aspect windhinder. Dit windhinder onderzoek is verricht op basis van het stedenbouwkundig model dat is opgenomen in het Omgevingsprogramma. Daaruit komt naar voren dat de het risico op windhinder in het gehele plangebied afneemt ten opzichte van de huidige situatie (dus dat er minder windhinder te verwachten is). Ook worden er twee plekken aangewezen waar een beperkt risico op windgevaar groter is dan de huidige situatie, te weten: Op het dek van de parkeergarage ten zuidwesten van het poortgebouw is het windklimaat in de opening tussen de gebouwen en aan de zijde van de Afrikaweg matig voor doorlopen. Hierbij is aan de zijde van de Afrikaweg lokaal net sprake van een beperkt risico op windgevaar. Door

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 41

omliggende bebouwing, met name de complexen Oranjestein, Noorderbosch en de Blankaard, van toepassing wordt verklaard. -

bijvoorbeeld het plaatsen van een scherm aan de rand van het dek is het windklimaat in dit gebied echter eenvoudig te verbeteren. Het gebied waar in de huidige situatie al een slecht windklimaat voor doorlopen bestaat, naast het gebouw aan de noordzijde van de Nelson Mandelabrug, wordt iets vergroot. Hiermee wordt op een zeer klein gebied een beperkt risico op windgevaar verwacht. Het windklimaat is hier echter niet wezenlijk anders dan in de huidige bebouwingssituatie. Hierbij wordt door Peutz opgemerkt dat een beperkt risico op windgevaar in doorloopgebieden kan worden geaccepteerd.

Zie voor een uitgebreide toelichting op het bovenstaande conclusies de Effectstudie Windhinder in het MER.

Evenals in de huidige bebouwingssituatie is er nergens sprake van een gevaarlijk windklimaat. Voor elke BOPA die wordt aangevraagd zal een nader windhinder onderzoek moeten plaatsvinden op de concrete ontwikkeling op het plot. Eventuele noodzakelijke maatregelen om windhinder bij de aanvraag BOPA tegen te gaan, kunnen dan worden genomen en geïntegreerd in het ontwerp.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 42

3.25.2

Indiener mist in de stukken het aspect ‘overlast tijdens de bouw’. Daarom, om de geluidshinder tijdens bouw te reduceren, verzoekt indiener ten behoeve van de fundering de heipalen te schroeven in plaats van te slaan.’

Ten aanzien van het aspect bouwoverlast wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.2.5 Op voorhand kan niet toegezegd worden dat de heipalen zullen worden geschroefd in plaats van geslagen. Dit is een aspect dat pas bij de aanvraag omgevingsvergunning aan de orde komt.

3.25.3

3.25.4

In de diverse stukken wordt een paragraaf gewijd aan schaduwwerking. Vermeldt wordt dat de bebouwing amper invloed heeft op de omliggende gebouwen langs de Boerhaavelaan (lees hier de complexen Oranjestein, Noorderbosch, de Blankaard, Molenwijk, en (deels) Antoni van Leeuwenhoek). De MER is iets uitgebreider, hier is toegevoegd: "effect op de omgeving is beperkt tot de momenten met lage zonnestand" Indiener heeft geen vertrouwen in de deskundigen, namelijk dat de omwonenden langs de Boerhaavelaan amper last hebben van schaduwwerking c.q. verlies aan zonne-uren. Indiener heeft gezien dat bij de totstandkoming van het huidige bestemmingsplan de bebouwing wel degelijk impact heeft. Indiener verzoekt daarom de nodige aanpassingen in de in de zienswijze geciteerde stukken. Verzocht wordt aan de Buitenwegh en de Spazio, de Boerhaavelaan toe te voegen. Daarnaast verzoekt indiener de strenge TNO norm ook voor de bestaande woningen langs de Boerhaavelaan te laten gelden en dit toetsbaar te maken. Voor de bewoners langs de Boerhaavelaan is een dergelijke aanpassing een geruststelling en biedt tevens houvast. In de diverse stukken wordt over het aspect wateroverlast gesproken. In de MER Entree deel B - Deelonderzoeken wordt expliciet vermeldt waarop de te nemen maatregelen zijn gebaseerd, namelijk die extreme regenbui in 2050.

In dit artikel wordt gesproken over onderlopen van onderdoorgangen, parkeerplaatsen, met name aan de westzijde. De oostzijde wordt niet genoemd. Daar maken de bewoners langs de Boerhaavelaan zich zorgen om. Aan de oostkant wordt de groene strook tussen de bebouwing en Boerhaavelaan volgens indiener ontnomen en wordt daar een waterpartij langs de rooilijn van de appartementencomplexen Noorderbosch en Oranjestein gesitueerd. Bij de Wateroverlastkaart (blz 179 bijlagen bij de toelichting) staan een aantal punten die voor indiener niet bepaald geruststellend zijn. Ervan uitgaande dat met kelders de parkeergarages onder de complexen worden bedoeld, rjizen de vragen van indiener dan ook: 1. Staan onze auto's wel safe. 2. Kan de te graven sloot bij hevige regen het water verwerken? 3. Lopen we het risico dat deze parkeergarages opvangbassin worden voor de Entree?

Ten aanzien van het aspect bezonning wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.1.1.

Ten aanzien van de aanleg van nieuwe waterpartijen wordt verwezen naar het antwoord onder nummer 2.2.2. Voorts kan de aanleg van de openbare ruimte in Entree pas starten op het moment dat het Hoogheemraadschap van Rijnland een vergunning heeft verleend. Rijnland verleent die vergunning alleen als het ontwerp succesvol is getoetst aan de Waterverordening. In deze Waterverordening staan o.a. strenge eisen over het vertraagd afvoeren van regenwater. Die eisen zijn met de nieuwe Waterverordening zelfs strenger geworden in vergelijking met de voorganger van de nieuwe Waterverordening, de Keur van Rijnland. De vergunning van het Hoogheemraadschap Rijnland waarborgt dat het regenwater vertraagd wordt afgevoerd en dat de kans op wateroverlast wordt geminimaliseerd.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 43

4.

Kunt u ook de garantie geven dat indieners in onze garages droge voeten houden? 5. Is langs de rooilijn van onze complexen wel de juiste plek om een waterpartij aan te leggen? Indiener verzoekt om in bovengenoemde stukken, waar nodig, aan te geven wat voor maatregelen worden getroffen om te garanderen dat de gebouwen, als gevolg van herinrichting van het plangebied, gevrijwaard blijven van wateroverlast/overstroming.

3.26

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.

3.27

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.28

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.29

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.30

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.31

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2.

3.32 3.32.1

Beantwoording Indiener is het niet eens met de gevolgde volgorde van de besluitvormingsprocedure om het definitieve Startdocument gelijktijdig te beantwoorden met de nu voorliggende

In 2022 is de wettelijk voorgeschreven besluitvormings- procedure voor het bestemmingsplan Entree Midden gevolgd. Dit betreft de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht. Er is niet getornd

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 44

plannen. Daarmee worden de wettelijke mogelijkheden van burgers om hun zienswijzen over de diverse Entreeplannen in te dienen beperkt.

3.32.2

Indiener is van mening dat de vaststelling van het Structuurontwerp Openbare Ruimte (SOR) en het Planuitwerkingskader (PUK) door de gemeenteraad op 17 mei 2021, voordat het ontwerp bestemmingsplan (en bijkomende plannen) door de gemeenteraad zullen zijn vastgesteld, voorbarig en onrechtmatig zijn. SOR en PUK kunnen volgens indiener geen rechtsgeldigheid hebben, totdat het bestemmingsplan Entree midden uiteindelijk definitief is vastgesteld.

3.32.3

Indiener vindt het afkeurenswaardig, dat de MER eveneens tegelijkertijd met de andere voorliggende plannen en besluiten wordt behandeld. Indiener dringt er op aan, dat toetsing van de MER door de commissie MER serieus wordt bekeken, en dat er voldoende tijd en gelegenheid wordt gegeven om de adviezen van de cie. MER terdege te analyseren en mee te nemen in de besluitvorming, voordat het bestemmingsplan (en bijkomende plannen) definitief worden vastgesteld. De twee rollen die de gemeente speelt, moeten daarbij afdoende gescheiden blijven: de adviezen van de cie. MER moeten onafhankelijk en onbevooroordeeld behandeld worden en in de besluitvorming worden opgenomen.

aan de mogelijkheden voor burgers om zienswijzen in te dienen. Er zijn 82 unieke zienswijzen ingediend door omwonenden, belangenverenigingen en instanties tijdens de zienswijzetermijn van 6 weken. Die bestemmingsplan-procedure is eind 2023 stopgezet. Hierover zijn alle indieners van een zienswijze geïnformeerd. Conform de afspraken met de gemeenteraad zijn de ingediende zienswijzen alsnog voorzien van een beantwoording in de procedure voor het Omgevingsprogramma. Het Omgevingsprogramma, met bijbehorend MER, zal eveneens conform de uniforme openbare voorbereidingsprocedure ter inzage worden gelegd waarbij een ieder gedurende 6 weken een zienswijze in kan dienen. De ingediende zienswijzen zullen in het vervolg van de procedure van vaststelling worden beantwoord. Deze nota van beantwoording maakt onderdeel uit de van stukken ten behoeve van de uiteindelijke vaststelling van het Omgevingsprogramma. Het Structuurontwerp Openbare Ruimte (SOR) en het Planuitwerkingskader Entree (PUK) uit 2021 waren de uitwerkingen in beleidsuitgangspunten van het Masterplan Entree. Deze uitgangspunten waren juridisch verankerd in het ontwerp-bestemmingsplan Entree Midden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden nieuwe instrumenten en procedures toegepast. Het Masterplan Entree uit 2019 is nog steeds het uitgangspunt.

Het PUK en het SOR zijn geactualiseerd en verrijkt in de Ontwikkelvisie en het beeldkwaliteitsplan die onderdeel uitmaken van het Omgevingsprogramma Entree. Dit Omgevingsprogramma vormt de basis voor de vergunningverlening. De principes van de (inrichting van de) openbare ruimte maken daar een integraal onderdeel van uit. Voordat tot vaststelling wordt overgegaan zal het ontwerp Omgevingsprogramma gelijktijdig met het ontwerp MER gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd zodat een ieder zienswijzen kan indienen. Het Omgevingsprogramma Entree met de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan vervangen het SOR en het PUK. Het is wettelijk verplicht om een ontwerp MER gelijktijdig met het ruimtelijk besluit ter inzage te leggen. Dit betekent dat net zoals bij het ontwerpbestemmingsplan het ontwerp-MER gelijktijdig met het ontwerpOmgevingsprogramma ter inzage wordt gelegd. Er is voldoende tijd en gelegenheid om het advies van de commissie mer te analyseren en te betrekken in de besluitvorming. Het advies van de commissie wordt voorzien van een reactie en zowel het advies als de reactie zijn onderdeel van de stukken voor de besluitvorming.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 45

3.32.4

Indiener eist de maximum bouwhoogte langs de gehele Boerhaavelaan niet hoger te doen zijn dan 25 meter (vanaf maaiveld), zonder verdere specifieke aanduiding afwijkende bouwhoogte en zonder enig voorgenomen “hoogte accent”. Tevens om de gehele rooilijn van de bebouwing met tenminste 8 meter naar het westen, dus in grotere afstand ten opzichte van de bestaande bebouwing te verleggen, om zodoende het verlies van uitzicht en bezonning van zoveel mogelijk bewoners te beperken. De destijds door inzet van omwonenden ten gunste van hen bereikte aanpassingen vastgelegd in het huidige vigerende bestemmingsplan ontwikkeling Boerhaavelaan mogen door bestemmingsplan Entree Midden niet ongedaan worden gemaakt.

De rooilijnen in de spelregelkaart van de Ontwikkelvisie Entree en de huidige bouwvlakken in het ontwerpbestemmingsplan Entree Midden liggen op dezelfde plek. De toegestane bouwhoogtes in het nu geldende bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Boerhaavelaan’ zijn veelal hoger dan 25 meter, met hoogteaccenten van 45 en 52 meter. In het vigerend bestemmingsplan ‘Afrikaweg en omgeving’ is zelfs een hoogteaccent van 70 meter toegestaan. In het spelregelkaart van de Ontwikkelvisie Entree wordt in de oostelijke bouwblokken uitgegaan van een basishoogte van aan de Afrikaweg van 32 meter, aflopend naar een bouwhoogte van 25 meter. Aan de zijde van de Afrikaweg zijn accenten mogelijk tot 70 meter, aan de zijde van de Boerhaavelaan tot 40 meter. (waar in het vigerende bestemmingsplan accenten tot 52 meter mogelijk zijn). Aan de eis van indiener wordt daarmee deels tegemoet gekomen. Met de nieuwe ontwikkelingen zal het uitzicht van de woningen aan de Boerhaavelaan veranderen als gevolg van de realisatie van het programma zoals is opgenomen in het Omgevingsprogramma. Ten aanzien van het aspect bezonning wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.1.1.

3.32.5

3.32.6

Indiener eist een bezonningsonderzoek, waarbij de gemeente zich houdt aan de strenge richtlijnen van TNO dienaangaande, en dat ook de uitkomsten van zo’n bezonningsonderzoek daadwerkelijk bij de uiteindelijke bouwplannen worden gerespecteerd. Op 15 februari 2022 heeft een der projectleiders van Entree tijdens de beantwoording van vragen aangekondigd, dat er een bezonningsonderzoek zal komen. Hierover wil indiener meer duidelijkheid: welk onderzoek betreft dit en wanneer zal het plaatsvinden? Door de bouw van Entree zal volgens indiener veel bestaand groen verdwijnen. Dit begint volgens indiener al met de onrechtmatige bomenkap langs de Afrikaweg, ten behoeve van de aanleg van parallelwegen, terwijl de aanleg van deze wegen nog niet definitief is goedgekeurd. Zeer onzeker is, hoeveel groen er daarvoor in de plaats terugkomt. Weliswaar hebben grote delen op de plankaart de bestemming groen, maar het betreft hier oppervlakten, waarop nu nog wegen en fietspaden lopen, en waar in de nieuwe plansituatie ook veel verkeer verwerkt moet worden. Binnen deze gebieden met bestemming groen zal er volgens indiener dus gevochten moeten worden tussen feitelijke groenvoorzieningen en andere bestemmingen, zoals wegen, fietspaden, parkeerplaatsen op maaiveld, waterpartijen, enz. Deze strijd zal vooral gevoerd gaan worden op het Bredewater, stationsplein, zuidelijk deel van de

Ten aanzien van het aspect bezonning wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.1.1.

Zie het antwoord onder 2.2.2.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 46

3.32.7

Boerhaavelaan en binnen de ruimte van het profiel op de stadsstraat, met onzekere uitkomst betreffende het aandeel groen. Volgens indiener is niet gegarandeerd, dat er bij de bebouwing groene daken en groene wanden komen. Plaatsing van zonnepanelen belemmert uitvoering van groene daken. De in opzet groene binnentuinen binnen de bouwblokken dreigen geïsoleerde lapjes grond ter grootte van postzegeltjes te worden. Daarom is het dringend noodzakelijk om deze binnentuinen onderling te verbinden en eveneens met de zogenaamde groene kraag, of wat daarvan nog overblijft. Al met al dreigt Entree veel minder groen te worden dan in de ambitie van het Masterplan is aangegeven, en daarmee een onaantrekkelijke stenenmassa.

Het robuuste groene en ecologische raamwerk bestaat uit de groen-blauwe kraag rondom Entree en de sterke bomenstructuur van de stadsstraat, die in verbinding staat met de Meerzichtlaan en Van Leeuwenhoeklaan. Op een ander schaalniveau liggen stedelijke groenvakken op de Afrikaweg en in de dwarsstraten; deze zijn verbonden met de groene binnenterreinen, de daktuinen en de groene gevels. De groen-blauwe kraag wordt aangesloten op bestaande groengebieden als het Arianepark, het Westerpark, het Bossenpark en het plantsoen in de kop Waterbuurt. De uitbreiding van de waterstructuur in de groen-blauwe kraag sluit aan op bestaande waterlopen en er worden nieuwe verbindingen gemaakt. Deze kraag biedt een leefgebied voor diverse diersoorten en vormt de schakel tussen de nieuwe wijk en de omliggende stadsparken. Onderdelen van het groene raamwerk worden ook gevormd door de binnentuinen, de daken en groene gevels. Zonder deze groene onderdelen is het robuuste raamwerk niet compleet. De taak hiervoor een kwalitatieve invulling te geven ligt bij de grondeigenaren, waarbij de kwaliteitseisen zijn geformuleerd in de Ontwikkelvisie (hfst. 4 en 6) en het Beeldkwaliteitsplan. De bedoeling is dat de openbare ruimte en de niet-openbare buitenruimte in de blokken samen een organisch geheel gaan vormen door de ontwerpen in de uitwerking steeds goed op elkaar af te stemmen.

Daarnaast wordt het beschikbare dakoppervlak, maar ook gevels optimaal benut voor zonnepanelen. In principe worden de lagere daken vanwege hun zichtbaarheid primair ingezet als groen(blauwe) daken. De hogere daken als energiedaken, al dan niet gecombineerd met een extensief groenpakket, met waterberging of vertraagde afvoer. Gelet op het bovenstaande wordt de geuite zorg dat Entree minder groen zal worden dan de ambitie van het Masterplan niet gedeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=78fd96c2-3d31-4241-be7c-1fde3e4e713c