CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 18 Omgevingsprogramma Bijlage 3 Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan

Raadsvergadering 14 juli 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling kaderstellende beleidsdocumenten ten behoeve van Omgevingsprogramma Entree47.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

3.32.8

Volgens indiener ondergaat de fauna onherstelbaar verlies (o.a. vleermuizen, roofvogels).

Uit eerste ecologische onderzoeken blijkt in Entree in potentie aanwezig:  nestplaatsen van vogels met en zonder jaarrond beschermde nesten;  verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes van vleermuizen;  leefgebied van rugstreeppad;  voortplantingsplaatsen van grote vos;  groeiplaatsen van flora. Door het nemen van de nodige mitigerende en compenserende maatregelen kunnen de effecten van Entree als neutraal (0) beoordeeld worden.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 47

Door soortgerichte nadere onderzoeken uit te voeren naar potentieel aanwezige soorten bij de plotsgewijze uitwerking kan zekerheid worden verkregen over de aanwezigheid. Zodat er zekerheid is over de noodzaak van het aanvragen van een omgevingsvergunning en er duidelijkheid is over de mitigatie- en compensatiemaatregelen voor de (potentieel) aanwezige soorten. De te nemen mitigerende en compenserende maatregelen in het kader van de omgevingsvergunning moeten in een activiteitenplan worden uitgewerkt. De uitvoering van de maatregelen in het kader van de omgevingsvergunning en de (specifieke) zorgplicht moeten in een ecologisch werkprotocol worden uitgewerkt. Dit protocol moet aanwezig zijn op de werklocatie en het aanwezig personeel moet op de hoogte zijn van de inhoud van dit ecologisch werkprotocol. Het protocol dient te worden opgesteld door een ecologisch deskundige. Eventuele ecologische begeleiding dient eveneens te worden uitgevoerd door een ecologisch deskundige. Op 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet. Alle deelprojecten in Entree dienen te voldoen aan de Omgevingswet. 3.32.9

3.32.10

3.32.11

Het is volgens indiener in principe aardig dat er in Entree meer open water zal komen. Zo kan meer hemelwater opgevangen worden, en het geeft een gevarieerdere aanblik. Indiener vraagt of de totale opvangcapaciteit bij extreme regenval voldoende is. Indiener vraagt of de doorstroming van al het water in Entree wel gegarandeerd kan worden, zodat nergens stilstaand water blijft staan, waardoor de gezondheid in gevaar komt. Kan voorkomen worden, dat er onveilige situatie ontstaan, bijvoorbeeld voor spelende kinderen? Indiener vraagt of gegarandeerd kan worden, dat nergens waterschade zal ontstaan aan de bestaande bebouwing, bijvoorbeeld doordat de waterpartijen direct grenzen aan bestaande kelders. Of dat de grondwaterstanden ongunstig verstoord worden? Indiener vraagt wat bedoeld wordt met “robuuste waterkeringen”.

Zie antwoord onder 3.25.4

De doorstroming van het water wordt afgestemd met het Hoogheemraadschap. Het Programma van Eisen van het Hoogheemraadschap ten aanzien van doorstroming wordt meegenomen bij het ontwerp van het watersysteem. Ten aanzien van waterschade (waterpartijen direct aangrenzend aan gebouwen) zie beantwoording 2.2.2. Ten aanzien van de grondwaterstanden is er onderzoek gedaan voor het onderwerp Water in het MER. De Effectstudie Water laat zien dat de grondwaterstanden in het gebied, naast invloeden door seizoenen, voornamelijk bepaald worden door het oppervlaktewaterstreefpeil en de interactie tussen neerslag en verdamping. Lokaal kunnen hierin wat verschillen ontstaan, want ter plaatse van bergings- en infiltratievoorzieningen kan de grondwaterstand lokaal wat hoger worden door de gerichte infiltratie. Op plekken waar meer verharding wordt toegepast kan lokaal de grondwaterstand iets dalen door een afname van de grondwateraanvulling. Doordat het oppervlaktewaterpeil zeer bepalend in het geheel is, en ongewijzigd blijft, is de verwachting dat voor project Entree een marginale verandering (neutraal effect; 0) optreedt ten opzichte van de huidige situatie. De Omgevingswet omvat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 48

gezonde leefomgeving. Uit artikel 1.7 van de wet volgt: een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht:  alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen,  voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken,  als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Dit betekent dat als ten gevolge van de ontwikkeling toch schade ontstaat door een verandering in de grondwaterstanden, de algemene zorgplicht geldt. Op basis van deze algemene zorgplicht zullen dan maatregelen genomen (moeten) worden. De verwijzing naar robuuste waterkering van indiener kunnen wij niet plaatsen c.q. niet terugvinden in de stukken. 3.32.12

3.32.13

Gezien de steeds meer voorkomende wisselende weersomstandigheden (met nu eens zeer natte en dan weer droge perioden) wil indiener de aanleg van waterkelders bepleiten, die de (vergrote) opvang van hemelwater voor langere tijd kunnen bergen. Deze waterkelders dienen te worden aangelegd onder de geplande parkeergarages (of onder de binnentuinen). Zodoende kan van daaruit direct bluswater geleverd worden aan de parkeergarages, wanneer daar zich calamiteiten voordoen, bijvoorbeeld vanwege het opladen van elektrische voertuigen.

Zie het antwoord onder 2.2.2.

In en om Entree zullen de verkeersintensiteiten volgens indiener flink toenemen. Dit veroorzaakt meer verkeerslawaai en grotere verkeersonveiligheid. In Meerzicht wordt de Meerzichtlaan 28% (bij Abdissenbos) tot 7% (bij Kerkenbos) drukker. Op het Bredewater gaat de verkeersintensiteit naar 263%. Dit is voor indiener volstrekt onaanvaardbaar. In Driemanspolder worden de Van Leeuwenhoeklaan en de Van Stolberglaan 20% drukker, en daarmee ook de Clauslaan en de Dr.J.W.Paltelaan richting de (in spitsuren problematische) spoorwegovergang bij Zoetermeer-Oost. De belasting voor Driemanspolder neemt in ongewenste mate toe. De zuidelijke Boerhaavelaan wordt 35% drukker, terwijl het profiel voor autoverkeer aldaar ingeperkt wordt. Juist Bredewater, zuidelijke Boerhaavelaan en het er tussen gelegen stationsplein krijgen de bestemming groen, met slechts ruimte voor ontsluitingsverkeer. In voorgenomen bestemming, plus voorlopige indeling volgens het SOR, is het onmogelijk om deze aantallen auto’s te verwerken. Dit kan volgens indiener uitsluitend opgelost

Voor de gewijzigde programmering is een nieuw verkeersonderzoek uitgevoerd. De resultaten daarvan worden beschreven in de Effectstudie Verkeer. De Boerhaavelaan en Bredewater worden drukker als Entree gereed is. Met circa 8.000 mvt/etmaal is het volgens de verkeerskundige richtlijnen bij gebiedsontsluitingswegen met een maximale snelheid van 30 km/uur wel mogelijk om deze verkeerbewegingen voldoende veilig te laten doorstromen en ontstaat geen structurele congestie. Daarbij gaan we uit dat alle verkeersbewegingen voor Entree (logistiek, parkeren) via deze twee wegen de bouwblokken van Entree bereiken.

Het opslaan van regenwater in kelders onder de toekomstige bebouwing is een voor de hand liggende manier om te kunnen voldoen aan de eisen die het Hoogheemraadschap Rijnland stelt aan nieuwe ontwikkeling die zorgen voor een toename van verhard oppervlak. Deze optie is bekend bij de grondeigenaren die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van de kavels. De exacte technische uitwerking van dat opvangen van regenwater is nog niet aan de orde vanwege de vroege fase waarin het project Entree zich thans nog bevindt.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 49

3.32.14

worden door de gehele verkeerscirculatie in Entree te herzien, o.a. door beter doorverbinden van de parallelwegen van de stadsstraat. Het verkeer op de stadsstraat neemt ten opzichte van de huidige Afrikaweg volgens indiener eveneens toe: ter hoogte van de Voorweg met 5%, in het middengebied met 11% en bij de A12 met 19%. Deze percentages lijken volgens indiener klein, maar het gaat hier om grote etmaalintensiteiten: tot ruim 46.000 motorvoertuigen per etmaal, en dat door een stadsstraat met aanliggende bebouwing en gelijkvloerse oversteken, die daarmee in ernstige mate onveilig is, hetgeen tot levensgevaarlijke situaties leidt. Dit heeft indiener eerder toegelicht in de “Notitie Oversteken Stadsstraat”. Ondanks herhaald aandringen is de toegezegde schaal 1 op 1 levensgrote oversteekproef nog steeds niet gehouden. Binnen het voorziene profiel kunnen doorstroming en verkeersveiligheid niet tegelijkertijd gegarandeerd worden. Het is dan volgens indiener dan ook onverantwoord, dat de gemeente een dergelijke onveilige situatie laat ontstaan.

Op basis van het verkeeronderzoek komen er op de Afrikaweg circa 40.000 mvt/etmaal. Met behulp van doorstromingsberekeningen (COCON, VISSIM) is met deze intensiteiten zowel de doorstroming van het autoverkeer als het veilig gelijkvloerse oversteken voor fietsers en voetgangers met verkeerslichten voldoende gewaarborgd. Voor het ontwerp in het Omgevingsprogramma is een (nieuwe) verkeerssimulatie uitgevoerd om de effecten van de doorstroming in beeld te brengen. In het rapport Verkeerseffecten Entree (d.d. 28 oktober 2024, Goudappel) is hier meer informatie over te vinden. In hoofdstuk 4 van deze studie zijn de effecten voor Zotermeer beschreven. In hoofdstuk 5 en 6 van deze studie wordt specifiek op de verkeerseffecten in Entree en de Afrikaweg ingegaan. In de micromodelsimulatie op individueel voertuigniveau (Vissim, zie verkeerseffecten hoofdstuk 6) voor de Plan Max 2040, is te zien dat de wachtrijen niet terugslaan naar andere kruispunten en de cyclustijden voor de regelingen circa 80 tot 90 seconden bedragen. Er zijn dan ook geen doorstromingsproblemen op de Afrikaweg te verwachten. En dat zelfde zien we voor Bredewater en Boerhaavelaan.

3.32.15

3.32.16

3.32.17

De parallelwegen zijn volgens indiener onvoldoende doorverbonden, krijgen teveel en te divers verkeer te verwerken. De vele uitritten naar zijstraten en parkeergarages maken het doorgaande fietspad aan de oostkant onveilig. Het fietspad aan de westzijde valt ten onrechte samen met de parallelweg: ook dit is volgens indiener onveilig. Binnen de hier geplande bestemmingen verkeer en groen dreigt alle ruimte door het autoverkeer te worden opgeslokt. Indiener vraagt wat er nog voor groen op de stadsstraat overblijf en of dit veilig kan worden ingepast. Kunnen hulpdiensten, waaronder uitrukkende brandweervoertuigen, veilig van de stadsstraat gebruik maken? Vooral de aansluiting op de A12 en de terugslag op de A12 zelf worden volgens indiener extra problematisch. Dan is er nog geen rekening gehouden met de komst van de brandweerkazerne (verstoring rechtstreeks op stadsstraat, dan wel via de kruising met de Meerzichtlaan), noch met een busplatform boven op de A12, waardoor het kruispunt A12 / stadsstraat drukker en complexer zal worden. Indiener vraagt hoe het staat met het aangekondigd onderzoek naar de Zoetermeerse hoofdwegenstructuur, en hoe de resultaten ervan doorwerken in dit bestemmingsplan.

Het voorliggende profiel kent geen ventwegen (meer). Wel fietspaden aan beide zijden langs de Afrikaweg. Langs de Afrikaweg zullen weinig in- en uitvoegende bewegingen meer komen en dit komt ten goede aan de verkeersveiligheid.

Indiener vraagt of er ruimte voor busbanen en veilige, bereikbare bushaltes is. Samenhang met en afstemming op een passende aansluiting met zowel het station, dan wel busplatform boven op de A12, als ook met het ov-knooppunt Centrum West is

Ja, er is ruimte voor het veilig bereiken van de bushaltes en er wordt rekening gehouden met voldoende wachtruimtes.

Hulpdiensten hebben met sirene altijd een aparte status in het verkeer en kunnen in dat geval ook gebruik maken van de busbanen om snel ergens te komen.

De doorstroming bij de aansluiting A12 is met de komst van de Entree in 2040 goed regelbaar (zie beantwoording zienswijze 3.11.2). Effecten als gevolg van bijvoorbeeld een nieuw busplatform zijn ontwikkelingen die op dit niet voldoende concreet om in de verkeersberekeningen mee te nemen. De brandweerkazerne is niet meer voorzien in Entree. Voor het Omgevingsprogramma zijn specifieke onderzoeken uitgevoerd om de effecten van de ontwikkeling op onder andere de hoofdwegenstructuur in beeld te brengen.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 50

3.32.18

3.32.19

3.32.20

3.32.21

volgens indiener dringend noodzakelijk. Deze afstemming moet binnen het bestemmingsplan gegarandeerd worden, in het belang van optimale kwaliteit van het openbaar vervoer in geheel Zoetermeer. Nu al moet volgens indiener rekening gehouden worden met een mogelijke herinrichting van ov-knooppunt Centrum West in relatie tot het Stadshart. Indiener vraag of er ruimte voor vervoershubs is gereserveerd, en zo ja, waar? Indiener wijst desgewenst op zijn “Notitie toekomst openbaar vervoer Zoetermeer”. Op grond van de punten genoemd onder 32.13 t/m 32.17 is het volgens indiener onvoorwaardelijk noodzakelijk om de verkeerssimulaties met inbegrip van brandweerkazerne en busplatform te herberekenen, de resultaten ervan toe te passen in bestemmingsplan en SOR, en de inrichting van de stadsstraat, plus de verkeerscirculatie binnen Entree dienovereenkomstig te herzien. Dit om de noodzakelijke veiligheid en voldoende dwarsverbindingen voor het langzaam verkeer te garanderen, om tevens de splijtende werking van de stadsstraat op te heffen, om het Entreegebied goed te laten aansluiten op de aangrenzende wijken Meerzicht en Driemanspolder, en om elders op het Zoetermeerse (hoofd)wegennet ongewenste verschuivingen in de verkeersintensiteiten te voorkomen.

Gezien de onveiligheid van de fietspaden langs de stadsstraat, moeten er volgens indiener veilige, rechtstreekse en gestrekte alternatieven blijven voor de langzaam verkeersverbinding tussen station, Entree en Stadshart via de Boerhaavelaan, en een vrijliggend fietspad langs het Bredewater en Abdissenbos. Alle fietspaden die bij het station samenkomen, moeten volgens indiener onderling goed verbonden zijn. Een fietspad langs het viaduct Afrikaweg over de A12 richting Rokkeveen is ongewenst. Voor de doorgaande noord zuid interwijk langzaam verkeersroute over de A12 is een andere, optimale oplossing nodig. Grondeigenaren zijn verantwoordelijk voor de bouw en beheer van bewonersparkeerplaatsen in ondergrondse garages. De gemeente bepaalt het parkeerbeleid, dus de parkeernormen. Dit kan volgens indiener leiden tot (tijdelijk of permanent) onvoldoende bewonersparkeerplaatsen en inefficiënt gebruik van parkeerplaatsen. Voor indiener is onduidelijk waar de bezoekersparkeerplaatsen (op maaiveld in de openbare ruimte) gepositioneerd worden, en hoe dit de andere bestemmingen (langzaam verkeer, groen, water) beperkt en de kwaliteit van de openbare ruimte aantast (lelijk uitzicht op grote vlakten “autoblik”).

Wanneer er een gerechtelijk verbod komt op het opladen van elektrische auto’s in ondergrondse garages, of als er geen passende oplossingen voor hierdoor te ontstane mogelijke calamiteiten worden gevonden, moet er nu al een alternatief meegenomen worden voor de ondergrondse garages. Dit ontbreekt volgens indiener ten onrechte.

De plannen voor Centrum-West en een busplatform bij station Zoetermeer kennen een eigen (juridisch-planologisch) spoor. Op dit moment zijn deze ook nog niet voldoende concreet uitgewerkt. Wel zal bij de verdere uitwerking de OVinfrastructuur in zowel Entree, stationsgebied Zoetermeer als Centrum-West goed op elkaar worden aangesloten.

De inrichting van het openbaar gebied is gewijzigd.

De fietspadenstructuur is nu zo ontworpen dat er gestrekte routes mogelijk zijn naar Entree, Stadshart en station Zoetermeer. In Entree is een logische fietsroute langs de Afrikaweg over de A12 gepland (ook opgenomen in het regionale fietspadenplan van de regio/MRDH). Fietsers kunnen bijvoorbeeld makkelijk via de gelijkvloerse oversteken richting Meerzicht. Deze verbinding geeft voor fietsers voldoende comfort voor korte routes. Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.2.4.

De landelijke wetgeving omtrent het bouwbesluit is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangepast en opgenomen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). In het Bbl is opgenomen dat nieuwe garages zijn voorzien van veilige aansluitpunten (geen gewone stekker aansluitingen meer). De nieuw aan te leggen parkeergarages moeten voldoen aan het Bbl.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 51

3.32.22

3.32.23

3.32.24

3.32.25

De punten die indiener heeft genoemd leiden tot een grote parkeerdruk op de aangrenzende wijken Meerzicht (Waterbuurt) en Driemanspolder, waar de grens van de parkeercapaciteit nu reeds wordt bereikt en waar nog onvoldoende laadpalen staan, die een groter ruimtegebruik zullen vergen. Invoering van betaald parkeren in deze wijken dreigt, terwijl vele bewoners aldaar fel gekant zijn tegen betaald parkeren. Wanneer de zorg voor energievoorziening wordt overgelaten aan de afzonderlijke grondeigenaren, is dat volgens indiener een gemiste kans om voor het gehele Entreegebied één centrale oplossing te creëren. In het kader van de energietransitie zou een dergelijke oplossing zich kunnen uitstrekken tot de aangrenzende buurten / wijken. Overigens is voor indiener de vraag, of Entree überhaupt voldoende energie toegeleverd kan krijgen (bijvoorbeeld heeft het elektriciteitsnet voldoende capaciteit?). Is er ruimte voor alternatieve oplossingen: restwarmte (uit kassen), aquathermie, waterstof?

Rond de vele hoge gebouwen in Entree ontstaat volgens indiener windhinder, met levensgevaarlijke situaties tot gevolg. In Entree zullen ongewenste situaties vooral rond het stationsplein ontstaan, terwijl juist daar veel reizigers, voetgangers, en fietsers gebruik maken van de openbare ruimte. Daarbij komt nog de enorme schaduwwerking, zodat het stationsplein volgens indiener een heel onaangenaam tochtig en donker verblijfsgebied zal worden. Ten onrechte is er geen rekening gehouden met windhinder die gaat ontstaan rondom de aangrenzende bestaande bebouwing, vooral alle flats langs de Boerhaavelaan. De meest adequate oplossing voor windhinder is het terugbrengen van de bouwhoogtes. De gemeentelijke inventarisatie van modern erfgoed lijkt volgens indiener volkomen zinloos, nu deze op geen enkele wijze doorwerkt op gebouwen van grote architectonische waarde binnen Entree. De toekomst van met name het Uniegebouw en de Kristalkantoren blijft onzeker, ondanks hun plaatsing op de gemeentelijke inventarisatielijst van waardevolle gebouwen, en dankzij het gebrek aan overeenstemming met de grondeigenaren van betreffende kavels. Indiener dringt er op aan om in Entree (en gerelateerd: ook t.a.v. de huidige brandweerkazerne) met deze abjecte gemakzucht van afbreken te breken, en serieus behoud, dan wel hergebruik van bestaande monumenten te overwegen.

Daarbij functioneert het Uniegebouw momenteel als een uitstekende werkplek voor talloze bedrijven.

Howel dit een uitvoeringsaspect betreft die niet in het Omgevingsprogramma Entree wordt geregeld, is op dit moment geen aanleiding om betaald parkeren in te voeren.

De Ontwikkelvisie onderschrijft dat het doel is om lokale energieopwekking te maximaliseren, terwijl de wijk voldoet aan de wettelijke eisen voor duurzaamheid en bijdraagt aan de verduurzaming van de stad. Hierbij worden de volgende ontwerpprincipes gevolgd: 1. Realiseren van toekomstbestendige energievoorzieningen (o.a. WKO en zonnepanelen); 2. Onderzoeken van mogelijkheid van een collectief warmtenet (in samenwerking met Dunea) 3. Realiseren van een gezond en comfortabel binnenklimaat. Ten aanzien van de vraag van indiener of er wel voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet is al langere tijd overleg met de netbeheerder(s). Op West 8 is ook in dit kader een uitbreiding van het transformatorstation voorzien. Onderdeel van deze gesprekken zijn bijvoorbeeld ook een mogelijke fasering in realisatie van de woningen en/of voorzieningen. Ten aanzien van het aspect wind wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 3.25.1. Ten aanzien van het aspect bezonning wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.1.1.

Voordat het Masterplan in 2019 is vastgesteld, is er door de raad in 2018 de motie 1811-38 Cultuur-Historische panden inventariseren aangenomen. In deze motie is het verzoek gedaan om een inventarisatie uit te voeren naar panden in Zoetermeer met een cultuurhistorische waarde uit de periode van de groeikern. Dit heeft geresulteerd in het onderzoeksproject Post 45, dat zich richt op het erfgoed uit de periode 1945-1990. Daarnaast is in 2019 een cultuurhistorische inventarisatie- en waardenstelling uitgevoerd door een extern bureau vanwege de transformatieopgave in Entree. Uit beide onderzoeken is naar voren gekomen dat een aantal gebouwen binnen Entree een cultuurhistorische waarde heeft, waaronder heel specifiek de Mammoet en de Kristalkantoren. Deze gebouwen komen in aanmerking voor de selectie van nieuwe gemeentelijke monumenten.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 52

Ten tijde van het Masterplan is besloten tot sloop- en nieuwbouw van de huidige kantoren en dit was als zodanig opgenomen in het ontwerp-bestemmingsplan. Naar aanleiding van onder meer de zienswijzen en de actualisering en de verrijking van de Ontwikkelvisie is in de afgelopen periode ontwerpend onderzoek gedaan naar de (on-)mogelijkheden van het behoud van de kantoren en de gevolgen voor de cultuurhistorische waarde, het aantal woningen, het parkeren, de betekenis voor de stadsstraat, Centrumstraat en belangrijkste principes van Entree en de financiele gevolgen in relatie tot de gebiedsbusinesscase. Ook de eigenaar van de locatie is gevraagd naar zijn visie en de ontwikkelbaarheid van de betreffende kavels. Alles te samen is verwerkt in een afwegingskader en afgezet tegen het vigerende sloop- en vervolgens nieuwbouw scenario en bijbehorende businesscase. Op 14 januari 2025 heeft het college – het geheel overwegende - besloten om het ontwikkelkader voor het deelgebied Entree- West 6 en 7 definitief vast te stellen op sloop- en nieuwbouw. Dit besluit is als zodanig ook verwerkt in de stukken behorende bij het ontwerp-omgevingsprogramma. 3.32.26

3.32.27

Een brandweerkazerne hoort volgens indiener op grond van de uitgangspunten van het Masterplan niet in het Entreegebied thuis. De brandweerkazerne zal volgens indiener extra verkeersproblemen en –onveiligheid veroorzaken op Abdissenbos, Meerzichtlaan en stadsstraat. In- en uitrukken van brandweervoertuigen verstoort de beoogde “groene golf” voor autoverkeer op de stadsstraat. Door de komst van een kazerne aldaar zullen bewoners van de flat Molenwijk, plus nog een veel groter aantal omwonenden in Meerzicht, Terra Nova, enz. elke dag ernstige lawaaihinder ondervinden. Een brandweerkazerne op die plek is volstrekt onverenigbaar met de toekomstige (zeer dichte) woningbouw in het Entreegebied daaromheen en frustreert de voorgenomen ontwikkeling van het aangrenzende deel van Meerzicht. Bovendien gaat kostbare ruimte verloren, die volgens indiener veel beter voor woningbouw ware bestemd. Het transformatorstation van Stedin en de geplande uitbreiding daarvan is hier volgens indiener niet op zijn plek. Dit station is al een lelijke puist, en zal bij ongewijzigde planontwikkeling zelfs nog meer een gevaarlijke (ontploffingen, brand, straling) en ontsierende doorn in het oog van een voorgestane mooie Entree worden.

De plannen voor de verplaatsing van de brandweerkazerne naar het Entreegebied gaan niet door. De brandweerkazerne blijft op de huidige locatie in het Stadscentrum van Zoetermeer. Het college heeft de gemeenteraad hierover geïnformeerd met een memo op 7 juli 2023.

Met het oog op de toekomst en de nieuw te bouwen stadswijk Entree die Stedin zal moeten voorzien van een electriciteitsaansluiting, is het cruciaal dat het huidige station van Stedin op Abdissenbos wordt vernieuwd en uitgebreid. Zonder extra transformatorcapaciteit kan Entree niet worden ontwikkeld. Stedin heeft daarnaast geconstateerd dat er een capaciteits-knelpunt ontstaat bij de verduurzaming van de wijk Meerzicht. Sinds april 2020 is er uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om uit te breiden op de huidige locatie alsmede het bouwen op een nieuwe locatie binnen de wijken Meerzicht en Entree. Uit onderzoek bleek dat de uitbreiding van de huidige locatie de beste keuze was. Verhuizen naar een nieuwe locatie zou betekenen dat alle bestaande kabels en

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 53

leidingen moeten worden verplaatst en worden omgelegd. Dit geeft hoge maatschappelijke kosten en een beperking van bouwmogelijkheden. Het transformaterstation is in milieuonderzoeken beoordeeld en stedenbouwkundig ingepast. De transformatoren worden geplaatst in speciale bouwkundige cellen voor extra veiligheid. 3.32.28

3.32.29

3.32.30

Indiener doet een dringend beroep om de bestemming van het betreffende kavel west 8 zodanig te wijzigen, dat er uitsluitend woningbouw is toegestaan. Tevens om het besluit van de gemeenteraad van 18 mei 2020 om de brandweerkazerne op het Abdissenbos te plaatsen te herroepen, en op zoek te gaan naar een meer geschikte locatie. Daardoor komt er in dit Entree-deelgebied ruimte vrij voor woningen. Daarbij brengt indiener in herinnering, dat hij in 2020 ernstige twijfels aan de gemeenteraad heeft geuit, of er wel voldoende onderzoek is gedaan naar alternatieve locaties voor de brandweerkazerne en zijn ongenoegen heeft uitgesproken over de ondoorzichtige manier, waarop de keuze voor de locatie Abdissenbos tot stand gekomen is. Hopelijk komt de keuze voor een nieuwe locatie voor het politiebureau op meer transparante wijze tot stand. In het bestemmingsplan is het volgens indiener nog onvoldoende duidelijk, welke onderwerpen uit het Inspiratieboek zijn overgenomen. Waar deze wel zijn meegenomen, moet dit duidelijker worden vermeld. Ook na vaststelling van de plannen zal in de toekomst regelmatig de uitvoering van de plannen moeten worden getoetst aan het Inspiratieboek, om zodoende de resultaten van eerdere participatie recht te doen. Tevens moet er volgens indiener ruimte komen voor nieuwe participatietrajecten op het meer gedetailleerde niveau van bouw- en uitvoeringsplannen.

Een lang lopende en regelmatig juist bijgestelde participatienota kan daarbij gedienstig zijn. De huidige participatie (buurtvertegenwoordigersoverleg, klankbordgroepen) moet volgens indiener worden voortgezet. Het informatiepunt Entree (Boerhaavelaan 33) moet de centrale, goed toegankelijke plek worden waar iedereen met vragen en opmerkingen, bezwaren en suggesties permanent toegankelijk terecht kan. De belangen van de wijk Driemanspolder (en evenzo van Meerzicht) worden volgens indiener door de komst van de Entree geschaad. Het groene en rustige karakter van Driemanspolder zal worden aangetast. De bouw in Entree Midden veroorzaakt een enorme druk op de aangrenzende wijken: Meerzichtoost en Driemanpolder. Entree is volgens indiener zo een buitenproportionele toevoeging aan de stad en een ondragelijke belasting voor de aangrenzende wijken, in vele opzichten, waaronder druk op de bestaande voorzieningen en de sociale veiligheid. Door het plompverloren droppen van een dergelijke enorme nieuwe woonwijk en die te proppen in een smalle (van oorsprong kantoren)strook tussen de reeds bestaande, is geenszins gegarandeerd, dat de verbindingen tussen Driemanspolder en Meerzicht

De verplaatsing van de brandweerkazerne naar de locatie West 8 (Abdissenbos) gaat niet door. Er is door de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) en de gemeente besloten om de huidige locatie aan de Brusselstraat te renoveren en verduurzamen. Dit betekent dat, naast de uitbreiding van het transformatorstation van Stedin, ruimte vrijkomt voor andere functies, zoals wonen en andere niet-woonfuncties. Op dit moment is er geen politiebureau voorzien in Entree.

Het inspiratieboek is het eindverslag van de participatie vooruitlopend op het ontwerp-bestemmingsplan. Vanwege de wezenlijke wijzigingen is ook op onderdelen opnieuw participatie uitgevoerd. Hiervoor is eveneens een eindverslag opgesteld dat op 4 februari 2025 is vastgesteld door het college. De inzichten uit het inspiratieboek en het eindverslag van de participatie in 2024 zijn – waar mogelijk – direct verwerkt in het Omgevingsprogramma en de bijbehorende stukken. De door ontwikkelende partijen in te dienen omgevingsvergunningen worden getoetst aan de uitgangspunten opgenomen in het Omgevingsprogramma en bijbehorende stukken. Overleggen met de buurtvertegenwoordiging, klankbordgroep en het centrale punt Club Entree zullen zeker worden voortgezet. In een langlopende gebiedsontwikkeling als deze bestaat de mogeljkheid dat op een gegeven moment de invulling daarvan wel wijzigt. Op dit moment bestaan er weinig verbindingen tussen Driemanspolder en Meerzicht. Uit het MER (onderwerp Ruimtelijke kwaliteit) volgt het volgende: De Afrikaweg is onderdeel van de H-structuur van Zoetermeer en is aangelegd als de verbinding voor forenzende automobilisten naar Den Haag en Delft. Tot aan de jaren ’90 zijn de uitgangspunten voor de H-structuur geweest de bebouwing van de naastliggende wijken niet aan de weg te koppelen en de verkeerssoorten te scheiden.

De Afrikaweg heeft het karakter van een parkway: een brede weg aan beide zijden voorzien van een groenstructuur met forse bomen en hoge onderbegroeiing. Door de dichtheid van het groen en het gebrek aan doorzichten naar de omgeving is de stad is vanaf de weg veelal niet zichtbaar.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 54

zullen verbeteren. Integendeel: door de hoge woningdichtheid zullen volgens indiener de (vooral langzaam verkeers) verbindingen tussen hoge bebouwing ingebouwd worden en daardoor sociaal onveiliger worden. Entree zal in allerlei opzichten juist een barrière gaan vormen tussen Driemanspolder en Meerzicht.

De gemeenteonderschrijft de stelling van indiener dat Entree een substantiele toevoeging is aan de stad, maar een ondraaglijke belasting voor voor de aangrenzende wijken niet. Door de komst van Entree zullen er andere routes en verbindingen komen, waardoor de gebruikswaarde van het gebied, zowel intern als extern sterk verbetert. De Afrikaweg wordt getransformeerd naar een stadsstraat met over de gehele lengte gebouwen met voordeuren en publieksfuncties in de plint. Met de bebouwing tezamen met brede trottoirs, fietspaden en vrije busstroken wordt de Afrikaweg onderdeel van de stad en een echte stadsentree van Zoetermeer. Entree wordt ook verblijfsgebied en heeft voor de levensvatbaarheid van voorzieningen en de gewenste levendige uitstraling behoefte aan bezoekers en bewoners. De belevingswaarde van het gebied wordt hierdoor sterk verbeterd. In Oost-West richting zullen Driemanspolder en Meerzicht via Entree eindelijk goed toegankelijk met elkaar worden verbonden. Voor deze twee wijken wordt Entree een verbinding (en een bestemming) in plaats van een barrière. Twee nieuwe gelijkvloerse oversteekplaatsen over de Afrikaweg (in aanvulling op de te handhaven en te verbeteren tunnels) zorgen voor een goede connectie tussen de oostzijde en de westzijde van de Afrikaweg en smeden het gebied aaneen.

De binnengebieden in de stedelijke blokken worden ook voorzien van doorlopende routes. Voor alle routes geldt dat daarlangs plekken worden gemaakt die ontmoeten, bewegen en spelen stimuleren. Deze stedenbouwkundige opzet komt hierdoor zowel het sociale aspect als het fysieke aspect van gezondheid ten goede. Entree gaat in de vorm van de doorlopende groen-blauwe kraag rondom de verbinding vormen tussen verschillende parken in de omgeving; Arianepark, Westerpark, park Meerzicht en Willem Alexanderplantsoen. Ook daar worden bijzondere plekken in gecreerd. Dit draagt eveneens bij aan een gezonde leefstijl waarin actief en sociaal gebruik van de openbare ruimte belangrijk is.

3.32.31

Deel A van de MER (hoofdlijnen van het onderzoek) is volgens indiener te vaag en het verdoezelt en bagatelliseert de feitelijke problemen. Deel B, de MER-bijlagen laten wél grote problemen zien: vooral geluid en luchtkwaliteit maken Entree tot een onaangename en ongezonde woon- en leefomgeving.

Het MER is opgebouwd uit twee delen, deel A en deel B. In deel A zijn inleidende hoofdstukken en de hoofdlijnen van de resultaten van de effectstudies opgenomen. In deel B zijn de volledige effectstudies opgenomen van alle aspecten, inclusief het beleidskader en de referentiesituatie. De delen A en B vormen samen het MER. Dat de Effectstudies Geluid en Luchtkwaliteit grote problemen laten zien onderschrijft de gemeente niet.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 55

3.32.32

De geluidsproblemen worden volgens indiener omzeilt met behulp van lapmiddelen: het Besluit Hogere waarden geluid en Stap 3 Besluit Interimwet Stad- en Milieubenadering, waardoor de geluidsnormen worden opgerekt. Dit is volstrekt onaanvaardbaar en onfatsoenlijk. Want zo worden de geluidsproblemen neergelegd bij de grondeigenaren en afgewenteld op de toekomstige bewoners. De bouwers krijgen de onmogelijke opdracht om geluidsarme en dus extreem dure woningen te bouwen. De bewoners worden gehuisvest in bunkers met dikke muren, kleine ramen, met beperkt uitzicht op slechts één zijde. Vrijwel nergens in de buitenruimte van het Entreegebied wordt het rustig vertoeven. Constante geluidsdruk levert stress op, waardoor het in en om Entree ongezond wonen wordt. Het is voor indiener dan ook onbegrijpelijk, dat de gemeente een dergelijke abominabel slechte woonsituaties durft te laten ontstaan. Aanpakken van geluidshinder aan de bron kan uitsluitend, wanneer de verkeersintensiteiten sterk afnemen. Dit is voor de A12 onmogelijk, en voor de stadsstraat enkel, wanneer daar voor een geheel andere verkeersoplossing wordt gekozen, met grote gevolgen voor de verkeerscirculatie in heel Zoetermeer.

De woningbouwopgave in Entree komt voort uit de forse maatschappelijke opgave om woningen te realiseren. De gemeente beschikt niet of nauwelijks over gronden buiten bestaand bebouwd gebied waar in deze aantallen woningen kunnen worden gerealiseerd. Hierdoor zal deze opgave binnenstedelijk moeten worden opgelost. Dat is niet uniek in Nederland en speelt op meer steden, vooral in de randstad. Dit betekent dat een afweging moet worden gemaakt tussen enerzijds het vraagstuk van het tekort aan woningen en anderzijds voor de effecten op geluid en gezondheid. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid door voorwaarden aan de herontwikkeling op te nemen om te borgen dat het aantal toekomstige bewoners die mogelijk klachten ondervinden, tot een minimum worden beperkt. Uit de (eerdere) geluidonderzoeken blijkt dat het geluid op de meeste plekken voldoet aan de wettelijke grenswaarden, met uitzondering van de geluidgevoelige gebouwen dichtbij de A12. Daar worden de wettelijke grenswaarden volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) overschreden. Verder blijkt uit de (eerdere) geluidonderzoeken dat er redelijkerwijs niet voldoende maatregelen kunnen worden getroffen om alsnog overal te voldoen aan de grenswaarden. Er zijn echter wel zwaarwegende belangen om alsnog meer geluid toe te staan dan de grenswaarden (op grond van artikel 5.78aa Bkl).

Daarom heeft de gemeente in een eerder stadium, in samenwerking met GGD Haaglanden, destijds bij het voorbereiden van het ontwerp bestemmingsplan gekeken naar de mogelijkheden om ondanks het geluid toch een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te creeren. Deze uitgangspunten zijn vertaald in het ‘Geluidkader Entree’. De opgave is om voor zowel de ontwikkelende partijen als de gemeente te komen tot een bouwplan dat uitgaat van een zo goed als mogelijk woon- en leefklimaat. Dat vergt inspanning van zowel de grondeigenaren als de gemeente, aangezien een bouwplan op verschillende onderdelen wordt getoetst en rekening moet worden gehouden met verschillende randvoorwaarden die allemaal op één plot samen moeten worden gebracht. Het vertrekpunt is dus voldoen aan de standaardwaarden uit het Bkl. Als hieraan niet kan worden voldaan, komen de grenswaarden en het Geluidkader Zoetermeer in beeld. Pas als hier, goed gemotiveerd en onderbouwd, niet aan kan worden voldaan, komt het Geluidkader Entree in beeld. Binnen dit kader zijn ook mogelijkheden voor alternatieven en afwijkingen opgenomen. Dit geluidkader biedt daarmee handvaten om tot een verantwoorde invulling te komen van dit gebied. De afweging tot toepassing

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 56

3.32.33

3.32.34

3.32.35

3.32.36

Indiener doet een beroep om de jarenlange overlast door bouwlawaai en bouwverkeer zoveel mogelijk te beperken door gebruik van geluidsarme bouwtechnieken, faseren van bouwtijden, en geen bouwverkeer door de aanliggende wijken. Het luchtkwaliteitsonderzoek is volgens indiener ten onrechte gebaseerd op berekeningen en niet op feitelijke metingen. De gemeente heeft tot nu toe categorisch geweigerd om zelf metingen te doen, ondanks talloze verzoeken van inwoners om in Zoetermeer meetpunten te plaatsen (dit geldt ook voor geluidsmetingen). Metingen verricht door particuliere burgers in de Meetgroep Luchtkwaliteit Zoetermeer hebben aangetoond, dat de luchtkwaliteit in de omgeving van wegen wel degelijk beduidend slecht is. Vooral op de stadsstraat blijft fijnstof tussen de hoge aangrenzende bebouwing lang hangen. De MER-berekeningen zijn te rooskleurig. Ook zeer geringe concentraties van fijnstof hebben een blijvende funeste uitwerking op de longen, dus een onomkeerbaar verlies van gezondheid. Opnieuw is het volgens indiener onvoorstelbaar, dat de gemeente dergelijke ongezonde leefsituaties laat ontstaan.

Indiener verlangt om het ontwerp bestemmingsplan en het ontwerp beeldkwaliteitsplan, alle bijbehorende plannen en besluiten aan te passen, en het SOR en PUK te herzien, en wel zodanig dat het aantal te bouwen woningen in Entree Midden wordt beperkt tot maximaal 3500, en alle op de plankaart vermelde bruto vloeroppervlakten en bouwhoogtes evenredig te reduceren. Daardoor ontstaat er een betere balans tussen de belangen van de huidige en die van de toekomstige bewoners en een meer evenwichtige verhouding tussen bestaande wijken en de nieuwe wijk. De resterende 1000 woningen kunnen elders in Zoetermeer gebouwd worden, mits de bouwplannen eerst na voldoende samenspraak met omwonenden tot stand komen. Indiener stelt voor om de bestemmingen van bedrijfsterreinen (Lansinghage, Rokkehage, Hoornerhage, Zoeterhage, Dwarstocht) zodanig te wijzigen, dat ook daar woningbouw kan plaatsvinden: zowel tussen, als ook boven de bedrijven. Dat levert een flink potentieel aan nieuwe woningbouwlocaties op. Tevens draagt het bij aan afname van het woon-werkverkeer. Indiener vraagt of de schaalsprong wel een reële ambitie is. Het beleid zou gericht moeten zijn op betere kwaliteit en diversiteit van de volkshuisvesting, in plaats van op telkens maar meer woningen via (vrijwel) uitsluitend de vrije markt.

3.33

hiervan vindt plaats in overleg met het college op het niveau van het bouwplan. Op deze manier zal gedurende het hele proces van ontwerp tot realisatie aandacht zijn voor een zo prettig akoestische situatie. Ook de relatief rustige binnentuinen zullen een aandeel hebben in de akoestische beleving van het gebied. Ten aanzien van het aspect bouwoverlast wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.2.5. De luchtkwaliteit in Nederland verschilt van plek tot plek en van moment tot moment. Plaatselijk hebben vooral bronnen in de directe omgeving invloed op de luchtkwaliteit. Hoe groot die invloed is hangt sterk af van hoe groot de uitstoot is. De luchtkwaliteit in Nederland wordt door de overheid vastgesteld met een combinatie van metingen en modelberekeningen. Er worden door verschillende overheden, ingenieursbureaus en particuliere initiatieven (zoals AiREAS in Eindhoven) luchtkwaliteitsmetingen uitgevoerd. Er wordt onderscheid gemaakt in metingen die voldoen aan de wettelijke voorschriften en alternatieve metingen. Juridisch gezien zijn (in Nederland) modelberekeningen door middel van de Monitoring Luchtkwaliteit (MLK) leidend. Voor verdere beantwoording wordt verwezen naar 3.23.5. Ten aanzien van het aspect Programmering wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.2.6.

Ten aanzien van het aspect Programmering wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.2.6.

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1 en 2.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2. Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 57

3.34

Beantwoording Deze zienswijze betreft de zienswijze 1, 2 en 3.

Voor de beantwoording wordt verwezen naar het antwoord onder 2.1 en 2.2 en 2.3.

3.35 In het MER en bestemmingsplan worden cultuurhistorische waarden erkend die bij uitvoering van het plan zeer negatief worden beinvloed. Het plan stelt volgens indiener echter niet voldoende specifieke maatregelen voor om deze effecten te mitigeren en daarmee deze waarden te beschermen. Er wordt alleen een procedure voorgeschreven, die geen enkele garantie biedt en geheel buiten de gemeenteraad omgaat. Als dit plan ongewijzigd wordt vastgesteld door de Raad ontbreekt een adequate bescherming van het erfgoed. De zienswijze richt zich op de navolgende punten.

3.35.1

3.35.2

Waardering van de cultuurhistorische elementen Vijf gebouwen worden cultuurhistorisch waardevol genoemd (blz. 25, MER-deel A, bijlage Ruimtelijke Kwaliteit) waarvan drie in het bestemmingsplangebied. De waardering berust op een rapport van Flexus dat alleen een quick scan inhoudt. Voor een volledige waardering is volgens indiener beoordeling van de interieurs nodig, een bouwhistorisch onderzoek, en dient de waarde ook in de regionale en nationale context te worden bepaald. Het rapport van Flexus was al in 2019 beschikbaar. Het is volgens indiener ten onrechte niet gebruikt om de beschreven waarden in de planvorming mee te nemen. In de zienswijze op de startnota had indiener daar wel op aangedrongen.

Beantwoording In het MER worden in de effectstudie ruimtelijke kwaliteit een tweetal cultuurhistorische indicatoren inzichtelijk gebracht:  Historische geografie (landschap)  Historische (steden)bouwkunde (bij deze wordt zowel ingegaan op de stedenbouwkundige structuur van het gebied en Zoetermeer, als op cultuurhistorisch waardevolle panden) Het effect van de ingrepen in het plangebied op het gebied van historische geografie zijn vrijwel nihil. Op dit moment is er sprake van een lage beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteit van het landschap. In de plannen is geen sprake van verdere verstoring, doorsnijding of vernietiging van het landschap. Het effect is neutraal beoordeeld (0). Het effect van het plan in het plangebied op de historische (steden)bouwkunde, en dus cultuurhistorie, is negatief, omdat de gedachte, de stedenbouwkundige structuur inclusief de parkway en de bebouwing van de groeikernperiode van Zoetermeer worden aangetast. Het negatieve effect op de historische (steden)bouwkunde zal niet gemitigeerd worden. Dit is het gevolg van het besluit van het college zoals beschreven in 32.25 en één van de belangrijkste uitgangspunten van Entree om de Afrikaweg te transformeren tot een levendige stadsstraat.

Zie hiervoor de beantwoording onder 3.32.25 en 3.35.

Het rapport van Flexus is destijds wel betrokken in de bestemmingsplanprocedure, zie hiervoor ook hetgeen indiener zelf stelt in 3.35.1.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 58

Voor de thans gemaakte inhoudelijke afweging over de panden de Mammoet en de Kristalkantoren wordt verwezen naar 3.32.25. 3.35.3

Vermeld wordt dat uit het Inventarisatie- en selectieproject naoorlogs erfgoed Zoetermeer 1945-1990 nog meer waardevolle objecten en gebieden kunnen voortkomen. Dat is volgens indiener verheugend, maar in het bestemmingsplan is ten onrechte niet geregeld hoe dan de uitkomsten van dat project in het bestemmingsplan worden verwerkt.

In de zienswijzen op het ontwerp-bestemmingsplan is door een aantal indieners verzocht om behoud van een aantal bestaande gebouwen en deze aan te wijzen als gemeentelijk monument. Dit is mede naar aanleiding van een op 12 november 2018 aangenomen raadsmotie (1811-38), waarbij het verzoek werd gedaan om een inventarisatie uit te voeren naar gebouwen in Zoetermeer met een mogelijk cultuurhistorische betekenis of waarde uit de periode van de groeikern. Het verzoek tot een inventarisatie heeft geresulteerd in het onderzoeksproject ‘Inventarisatie Post-45’ dat zich richt op het erfgoed uit de periode 1945 – 1990. Als gevolg hiervan is in 2019 een cultuurhistorische inventarisatie- en waardenstelling uitgevoerd door een extern bureau vanwege de transformatieopgave in Entree. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat een aantal gebouwen binnen Entree een cultuurhistorische waarde hebben, waaronder de Mammoet (Bredewater 16, West 6) en de Kristalkantoren (Bredewater 2 t/m 14, West 7). Deze gebouwen komen in aanmerking voor de selectie van nieuwe gemeentelijke monumenten. Hierover is de raad geinformeerd op 10 april 2024 aan de hand van de memo ‘Afdoening motie 1811-38 Cultuurhistorische panden inventariseren en motie 2106-36 Cultuurhistorische waardenkaart’.

Vooruitlopend op het Post-45 project dat in de eerste van helft van 2025 zal worden vastgesteld, was voor de ontwikkeling van Entree een besluit nodig voor de panden de Mammoet en Kristalkantoren. In de beantwoording van de zienswijze 3.32.25 is deze keuze nader toegelicht en uitgewerkt.

3.35.4

Een toelichting op de waardering van het Kinderen van Versteeghplein-complex is niet aanwezig, maar er zou wel een – kennelijk niet openbare – ‘diepgravende analyse’ zijn gemaakt (rapport Flexus blz. 78). Het is volgens indiener opmerkelijk dat het complex in het plan is opgeknipt, waarbij twee delen (woningen en hotel) buiten het bestemmingsplan vallen maar wel door worden beïnvloed. Daardoor is de cultuurhistorische samenhang bij voorbaat verstoord. Een verklaring voor het opknippen wordt niet gegeven. Voor het plintgebouw in het Stationsgebied, waar het westelijke deel van het complex deel van uitmaakt, lijkt sloop van delen van het Kinderen van Versteegcomplex uitgangspunt te zijn. De effecten van de omgeving op die ‘witte vlekken’ worden ten onrechte niet behandeld. Dat geldt volgens indiener ook voor het waardevolle Arianepark, dat niet wordt beschreven en dat in de schaduw komt te staan van twee hoge torens. Volgens indiener is de waarde van het hele complex hoger dan ‘redelijk gemiddeld’. De gebouwen zijn structureel intact, en de later aangebrachte veranderingen aan het hotel zijn omkeerbaar. Indiener wijst in dit verband ook op het verzoek (d.d. 7

Het bebouwingsensemble aan het Kinderen van Versteeghplein 6 tm 86 wordt in zijn geheel binnen het Omgevingsprogramma betrokken en vormen daarmee geen "witte vlekken”meer. Deze onderdelen liggen binnen de zone van de ontwikkeling Entreepoort, waarvoor meer globale criteria zijn opgesteld. Eerdere planvorming heeft geleid tot de keuze het leegstaande Hopmangebouw (no 6) te slopen en een gedeeltelijke sloop van het parkeerdek naast het bestaande hotel. De rest van de bebouwing zal worden ingepast in de ontwikkeling van Entreepoort.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 59

november 2021) van de Erfgoedvereniging Heemschut en het Cuypersgenootschap om deze drie panden als monument aan te wijzen. 3.35.5

Volgens de MER moet rekening worden gehouden met de waarden van de H-structuur en het beschermde stadsgezicht Voorweg. Hoe dat gebeurt is volgens indiener niet geregeld. Indiener vreest met name voor verdere aantasting van de Voorweg.

Zoals volgt uit het MER-onderzoek, is er in de plannen voor Entree geen sprake van verdere verstoring van de H-structuur van het gebied, door de nieuwe routes en verbindingen wordt de gebruikswaarde van het gebied, zowel intern als extern sterk verbeterd. In het plangebied ligt aan de noordzijde het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Voorweg, waaraan enkele gemeentelijke en rijksmonumenten gelegen zijn. Deze monumenten liggen niet in het plangebied Entree en die worden dus ook niet met het Omgevingsprogramma Entree gewijzigd.

De bescherming van de cultuurhistorische elementen in het bestemmingsplan 3.35.6

3.35.7

3.35.8

Indiener maakt bezwaar tegen het voornemen tot sloop van de panden Bredewater 414 en Bredewater 16 (Toelichting blz. 54). Aanvullend meent indiener dat het bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld voordat de cultuurhistorische waarderingen vertaald zijn in duidelijke – niet procedurele – maatregelen ter bescherming. Ten onrechte wordt de uitkomst van het Post 45-project voor deze panden niet afgewacht, waardoor het risico aannemelijk is dat de gemeente zijn oordeel over de waarde en de beschermingswijze van de panden laat afhangen van de gevolgen voor het plan voor de Entree, en niet van de inherente kwaliteiten van de panden. De belangrijkste maatregel die het plan voorstelt is een onderzoek verplichting. Ter plaatste van deze gebouwen is de dubbelbestemming Waarde – Karakteristiek’ opgenomen. Daarmee worden de gebouwen volgens indiener niet rechtstreeks beschermd, noch als monument, noch als beeldbepalend pand. De verlening van de omgevingsvergunningaanvraag is een collegebevoegdheid en valt dus buiten het zicht van de gemeenteraad. Daardoor stelt de raad mogelijk een plan vast waarvan niet vaststaat dat cultuurhistorisch waardevolle panden adequaat worden beschermd. Er zijn volgens indiener geen garanties voor de onafhankelijkheid van het onderzoek. En er zijn geen eisen aan het onderzoek gesteld, zoals de eis van een bouwhistorisch onderzoek.

De grondexploitatie gaat uit van zeer hoge aantallen woningen per kavel. Er is volgens indiener niet aannemelijk gemaakt dat met deze aantallen woningen in de grondexploitatie inpassing goed mogelijk is. Inpassing lijkt volgens indiener bij voorbaat kansloos. Als de grondexploitatie moet worden aangepast ter wille van ‘inpassing’ d.w.z. met minder woningen, is het risico groot dat het bestemmingsplan niet meer uitvoerbaar is. De druk om te slopen in plaats van in te passen is door de grondexploitatie bijzonder groot. Daarmee is de druk om van de drie genoemde

Zie beantwoording 3.32.25

Zie beantwoording 3.32.25

Zie beantwoording 3.32.25

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 60

panden, ongeacht de cultuurhistorische waarde, géén monumenten te maken ook heel groot. 3.35.9

Voor de bij de onderzoek verplichting geldende randvoorwaarden voor de eindsituatie op het plot gelden randvoorwaarden die in het beeldkwaliteitsplan zijn uitgewerkt. De bestaande kantoren hebben een geheel andere opzet dan van het huidige plan. Met andere woorden: het planconcept wordt dwingend opgelegd aan cultuurhistorisch waardevolle gebouwen dat in strijd is met de wet. Indiener geeft aan dat niet aannemelijk wordt gemaakt dat het onderzoek naar inpassingsmogelijkheden van cultuurhistorisch waardevolle panden binnen de geformuleerde eisen tot een goed resultaat kan leiden. Overige onderwerpen

Zie beantwoording 3.32.25

3.35.10

De ontwikkeling van de ‘plots’ gaat vele jaren duren. De kans op de ten opzichte van de hoge ambities verbrokkelde ontwikkeling is volgens indiener levensgroot. Juist het behoud van cultuurhistorisch waardevolle panden als uitgangspunt kan rust en herkenbaarheid geven in het gebied.

Zie ten aanzien van de opmerking van indiener over het behoud van cultuurhistorisch waardevolle panden de beantwoording 3.32.25. In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat het Omgevingsprogramma en de bijbehorende Ontwikkelvisie en Beeldkwaliteitsplan zorgen voor de lange termijn borging van de ambities van Entree gedurende de gehele ontwikkelperiode.

3.35.11

Indiener mist in het MER de invloed van de hoogten op het visuele beeld van de gehele stad (stadsbeeld). Dit gebrek komt tot uiting bij de overgangen naar het Stationsgebied inclusief het Arianepark en het beschermde dorpsgezicht Voorweg. Het bestemmingsplan Entree Midden gaat hieraan voorbij.

In de Ontwikkelvisie is een integraal beeld en uitwerking geschetst voor de ontwikkeling van Entree. Bij de totstandkoming van deze Ontwikkelvisie is ook de relatie met het omliggende gebied maar ook in relatie tot andere ontwikkeliingen in de stad (onder andere de Binnenstad) in ogenschouw genomen. In de effectstudie ruimtelijke kwaliteit wordt hier ook op ingegaan. Hierin is onder meer het volgende opgenomen: “Entree wordt door de voorgestane ontwikkeling een representatief, aantrekkelijk en modern stedelijk gebied dat het voorkomen van Zoetermeer ten goede komt. Zichtbaar vanaf de A12 en met de Afrikaweg als de belangrijkste toegangsweg tot de stad. De transformatie van de Afrikaweg naar stadsstraat betekent dat de weg niet meer alleen een doorgangsfunctie heeft voor auto’s maar nu een route (en een bestemming) wordt voor alle modaliteiten. Het beeld verandert hiermee drastisch en de belevingswaarde wordt door de ontwikkeling sterk verhoogd. In alle varianten is sprake van zeer positief effect(permanent/grootschalig/omvangrijk) van het ruimtelijk beeld (++).”

3.35.12

Indiener constateert onjuistheden in de regels. Artikel 18.1.2. zegt : “Afwijking als bedoeld in artikel 17.2.1. is slechts toegestaan mits…”. Echter artikel 17.2.1. bestaat niet.

De nummering is inderdaad niet correct. Het bestemmingsplan met de bijbehorende planregels is echter komen te vervallen.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 61

3.35.13

Volgens artikel 20 lid a en d wordt de nadere eis 2 weken ter inzage gelegd en kan een schriftelijke zienswijze worden ingediend. Omdat deze nadere eis samenhangt met de in te dienen omgevingsvergunning is dit onjuist en dient er sprake te zijn van een periode van 6 weken.

3.36 3.36.1

3.36.2

3.36.3

Het bestemmingsplan met de bijbehorende regels is komen te vervallen. Inclusief de regels over de nadere eisen. In het Omgevingsprogramma zijn geen nadere eisen opgenomen.

Beantwoording Indiener is positief over de bestemmingswisseling van kantoren naar wonen met commerciële en maatschappelijke functies. De huidige kantoorgebouwen hebben volgens indiener geen historische of karakteristieke waarde. Met uitzondering van het ‘gouden’ kantoorgebouw Bredewater 16, ook wel ‘de Hulk’ of ‘de Mammoet’ genaamd. Dit zou wat indiener betreft behouden moeten worden met gewijzigde bestemming. In de tweede plaats voor het Poortgebouw met Mandelabrug. Maar dit valt buiten dit bestemmingsplan en blijft sowieso behouden. In de plannen is voorzien in 4500 woningen. Daarnaast krijgt B&W de bevoegdheid om uit te breiden naar 5700 woningen. Indiener vindt dit ongewenst. De nieuwe wijk krijgt een voor Zoetermeer extreme woningdichtheid die vrijwel zonder uitzondering in hoogbouw geperst is. Dit heeft gevolgen voor de kwaliteit van leven en samenleven waar geen of in ieder geval heel weinig aandacht is besteed. Indiener wijst op de gevaren van onveiligheid, gebrek aan sociale contacten, sociaal isolement, psychische problematiek etc, die allemaal genoemd worden in relatie tot hoogbouw. Stedelijke leefstijl in modernistische hoogbouw is wellicht voor een groep ‘young professionals’ een aantrekkelijk perspectief, voor de gemiddelde Nederlander is dat meestal niet het geval.

Bovendien is de vraag of de Entree voornoemd stedelijk perspectief wel kan brengen gezien de beperktheid van horeca, detailhandel en maatschappelijke functies onder handbereik. Ongewenst is deze extreme woningdichtheid volgens indiener ook in verband met de daaraan verbonden consequenties voor de omgeving. Indiener noemt het toenemende verkeer op toegangswegen, op de nieuwe Afrikaweg, op de ventwegen, op de eventuele sluipwegen (Bredewater, Boerhavelaan), de druk op winkelcentra in de nabijheid (Meerzicht, Driemanspolder), het parkeren van bewoners en bezoekers die geen plek vinden of willen of misschien wel mogen vinden in de onder de wooncomplexen liggende parkeerruimten, luchtkwaliteit, geluidshinder. Indiener verzoekt aanpassing van de geluidswal (hoger, schuiner gericht naar A12 met overlappend dakje zoals bij Dordrecht) in ieder geval vanaf de fietsbrug als oplossing voor geluidoverlast van de A12. Ondertunneling van de A12 vanaf de fietsbrug is natuurlijk de ultieme oplossing.

Zie beantwoording 3.32.25 en 3.35-3.35.10. In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat indiener gelijk heeft dat het Poortgebouw en de Mandelabrug geen onderdeel zijn van het plangebied.

Ten aanzien van het aspect Programmering wordt verwezen naar het antwoord onder nr. 2.2.6.

Zowel bij de uitwerking van de Interimwet Stad en Milieubenadering eerder bij het ontwerp-bestemmingsplan als in het kader van zwaarwegende belangen in het kader van de Omgevingswet is onderzoek gedaan naar de mogelijke maatregelen. Uit deze onderzoeken is naar voren gekomen dat het aanpassen van de geluidafscherming langs de snelweg A12 een maatregel die financieel niet doelmatig is en om die reden niet zal worden uitgevoerd.

Nota zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan “Entree Midden” - 62

3.36.4

3.36.5

3.36.6

3.36.7

Indiener verzoekt de structuur van wegen aan te passen. Door de structuur van de ventweg(en) zal het verkeer op vooral het Bredewater toenemen. Het onderzoek van Goudappel Coffeng geeft in verschillende scenario’s een aanzienlijke verhoging van de verkeersintensiteit op Bredewater en aansluitende Meerzichtlaan. De toename van de verkeersintensiteit zal niet alleen in de ochtendspits zijn maar over de hele dag, al was het maar dat via het Bredewater de P&R-functie van het parkeren bij station Zoetermeer veel makkelijker bereikbaar is dan via de (slingerende) Boerhavelaan. Dit kan ook gevolgen negatieve gevolgen hebben voor parkeermogelijkheden Bredewater en Waterbuurt. Bovendien zal de luchtkwaliteit verder afnemen. Indiener verzoekt het aantal parkeerplaatsen onder of in de gebouwen van de Entree zodanig aan te passen dat deze voldoen aan de daadwerkelijk behoefte, op basis van het gemiddelde autobezit van 1,0 per woning. Voor bewoners is gerekend met 0,6/0,7 auto per woning. Het autobezit in Zoetermeer ligt gemiddeld op 1,0 per woning (CBS, 2019). Dat betekent gemiddeld dat niet voorzien wordt in 0,3 auto per woning. Dit betekent derhalve een tekort van respectievelijk 1350 parkeerplekken (bij 4500 woningen), 1710 parkeerplekken (bij 5700 woningen) dan wel 1890 parkeerplekken (bij 1890) woningen.

Als oplossing wordt in de plannen vooral gewezen op veranderde mobiliteitsconcepten, waaronder met name deelauto’s. Van alle autoritten wordt volgens het Kennisinstituut Mobiliteit (KiM) 0,02 procent met een deelauto uitgevoerd en dat aandeel is volgens het KiM sinds 2014 niet gegroeid. Van de actieve autodelers gebruikt meer dan de helft de deelauto hooguit een paar keer per jaar en dan nog vaak ten koste van het openbaar vervoer. De beoogde daling van het autobezit door de deelauto is verwaarloosbaar (Algemeen Dagblad 1 november 2021). Dit betekent dus dat het tekort aan parkeerplekken zal leiden tot zware druk op de huidige parkeermogelijkheden in de wijken Meerzicht en Driemanspolder. Dit is volgens indiener ongewenst. In de plannen wordt volgens indiener aangegeven dat teneinde elektrisch rijden te stimuleren vereist is dat minimaal 5% van de te realiseren parkeerplaatsen wordt voorzien van een oplaadpunt en nog eens minimaal 5% hierop is voorbereid. Indiener is van mening dat dit te weinig is. Voorbereiden en daadwerkelijk te plaatsen oplaadpunten dient volgens indiener minimaal 25 % te zijn. Indiener onderbouwt dit aan de hand van de klimaatambities. Een belangrijk punt bij het plaatsen van oplaad punten en het parkeren van elektrische auto’s is wel dat er extra brandvoorzieningen moeten worden geplaatst. Gedacht moet worden aan het plaatsen van een dompelbak.

Maar ook bij de oplaadpunten zijn antibrandvoorzieningen nodig (zie ook ANWB-site). Indiener heeft hier in de ontwerpbesluiten niets over gelezen. Indiener begrijpt de conclusie uit het luchtkwaliteitsonderzoek niet. Uit de metingen van Breezometer (real time metingen over de luchtkwaliteit op straatniveau) ter hoogte van Bredewater blijkt iets heel anders. Op 10 maart 2022 wordt bijvoorbeeld 41 pg/m^ PM2,5 gemeten en 57 pg/m3 PM10. Dit is ver boven de door de WHO

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=78fd96c2-3d31-4241-be7c-1fde3e4e713c