CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Nota beantwoording zienswijzen Omgevingsprogramma

Raadsvergadering 14 juli 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling kaderstellende beleidsdocumenten ten behoeve van Omgevingsprogramma Entree40.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Dit uit zich voornamelijk in:  Financiële ruimte die te beperkt is om de realisatie van tal van ambities waar te maken;  Gemeentelijk beleid dat niet goed aansluit op de realiteit van gebiedstransformaties;  Bijsturen wordt overschat (snelheid, kosten, vertragingen).

De Rekenkamer beschrijft uiteraard de situatie in transformatiegebieden in Amsterdam, maar de geplande en deels gerealiseerde ontwikkelingen daar zijn volstrekt vergelijkbaar met de plannen voor de realisatie van de Entree. De zorgen die de Rekenkamer benoemt zijn identiek aan de zorgen die door ons als BGD al eerder werden geduid. Helaas heeft het College in Amsterdam zich in haar reactie op dit rekenkamerrapport beperkt: de genoemde problemen en zorgen worden door het college herkend, maar tegelijkertijd wordt verwezen naar beleid en maatregelen die tegemoet zouden komen aan de door de Rekenkamer benoemde zorgen. De Rekenkamer maakt terecht gehakt van deze reactie: pappen, nathouden en vooral doorgaan op de ingeslagen weg, en waarschuwt voor de ernstige gevolgen van deze keuze. Diezelfde houding lijkt het College in Zoetermeer te hanteren. Ook in Zoetermeer is woningbouw de aanjager en het vastgestelde aantal te bouwen woningen een hard gegeven. Ook in Zoetermeer gaat het aantal woningen voor de kwaliteit: de kwaliteit (en bvo) van de woningen, de leefbaarheid tussen de dichte bebouwing, het optimisme over de maakbaarheid van bewonersgedrag en

Ook wordt in de praktijk naar oplossingen gezocht:  Flexibiliteit behouden in het plan (niet onnodig op kavelniveau sturen);  Slimmere keuzes maken bij het realiseren van ambities (doelmatiger werkwijze);  Projectteam maakt het verschil, vooral als de gemeente ook als geheel goed samenwerkt. In het rapport zijn daarom 11 aanbevelingen te vinden. Deze aanbevelingen hebben een zekere samenhang dan wel overlap. Deze zijn daarom te onderscheiden in aanbevelingen ten aanzien van politieke en bestuurlijke ambities, ten aanzien van veranderende omstandigheden, ten aanzien van organisatie en ten aanzien van informatie en inzicht. Kort samengevat gaat het om de volgende aanbevelingen. Per aanbeveling is een korte reactie opgenomen toegespitst op Entree. Houd rekening met échte betaalbaarheid, nu en in de toekomst; In de ontwikkeling van Entree sluit de gemeente aan bij de definities die door de Rijksoverheid worden gehanteerd als het gaat over betaalbare dan wel bereikbare woningbouw. In het

20

commerciële mogelijkheden en keuzes van kleine bedrijven.

woningbouwprogramma is er voor gekozen om een uitgebreide mix binnen bandbreedtes op te nemen. Hiervoor verwijst de gemeente naar 1.1 en 1.2.

De BGD maakt het rapport van de Rekenkamer Amsterdam tot integraal onderdeel van deze zienswijze en verwacht dan ook een gedegen reactie over de kritiek van deze Rekenkamer, toegespitst op de Entree.

Stuur niet nodeloos op kavelniveau; In het Omgevingsprogramma, de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan is op visie en ambitie gestuurd door gebruik te maken van doelen, essenties en ontwerpprincipes. Wees terughoudend met vooraf gedetailleerd vastleggen; In het Omgevingsprogramma, de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan is alleen dat wat essentieel is als kader vastgelegd. Tegelijkertijd is flexibiliteit ingebouwd doordat gelijkwaardigheid (en daarmee uitwisselbaarheid) van ontwerpprincipes mogelijk is, mits de essenties en doelen bereikt worden. Werk aan een meer besluitvaardige gemeentelijke organisatie; Dit overstijgt de planontwikkeling van Entree. Investeer eerder voor meer leefbaarheid; In Entree is voorzien in een integrale gebiedsontwikkeling waarbij het Omgevingsprogramma juist alle aspecten van de gebiedsontwikkeling samenbrengt. Werk aan beter passende kaders voor transformatiegebieden; De gemeente is van mening dat het Omgevingsprogramma een passend kader biedt als handvat voor de vertaling van de visie en ambities voor Entree. Wees terughoudend met bijsturen; Dit is vooralsnog niet aan de orde. Bijsturing zal pas aan de orde zijn als dit uit monitoring blijkt. Demp het effect van veranderlijke economische omstandigheden; Dit is vooralsnog niet aan de orde. Het rapport van de rekenkamer geeft een aanbeveling voor de gebiedsontwikkelingen in Amsterdam.

In Amsterdam is er bijna altijd sprake dat de gemeente het grootste deel van de grondpositie (al dan niet via erfpacht) in eigendom heeft. Dat is in Entree niet het geval, aangezien de gronden grotendeels in eigendom zijn van private partijen. Natuurlijk nemen we samen met de private partijen de aanbeveling ter harte en zal getracht worden om continuïteit in de gebiedsontwikkeling te waarborgen. Dat is ook de reden dat in het Omgevingsprogramma met bandbreedtes wordt gewerkt en een brede mix van wonen en niet-woonfuncties is, zodat er ruimte is om in verschillende marktomstandigheden door te kunnen bouwen. Zorg voor geschikte informatie om effectief en preventief te sturen op een complete stad; De geschikte informatie om effectief en preventief te sturen zal onderdeel zijn van (het plan van aanpak voor de) monitoring. Het sturen op een complete stad overstijgt de planontwikkeling van Entree. Wel is op stadsniveau aansluiting gezocht bij de ruimtelijke strategie en woningbouw als aanjager.

21

Houd realistisch rekening met randvoorwaarden; De gestelde randvoorwaarden zijn afgestemd op de beleidskaders van de gemeente en besproken met de grondeigenaren om in samenspraak te komen tot een realistische en uitvoerbare planontwikkeling. Breng ambities voor groei van de stad in evenwicht met (financiële) mogelijkheden. Onderdeel van het vaststellingsproces van het Omgevingsprogramma is ook de vaststelling van de gewijzigde businesscase. De ontwikkeling van Entree is daarin financieel onderbouwd. 13.5

Bouwhoogte en bezonning Terecht is de bouwhoogte voor de bouwvolumes langs de A12 teruggebracht tot maximaal 70 meter. Bovendien is bouwkundig bouwen tot 70 meter prijstechnisch veel gunstiger, wat bijdraagt aan de haalbaarheid van de plannen. Echter, uit het bezonningsonderzoek dat door bureau Peutz is uitgevoerd, blijkt dat op een groot deel van de bestaande woningen (o.a. Kinderen van Versteegplein en galerijflats aan de Stadhoudersring en Dunantstraat) de effecten van hoogbouw langs de Afrikaweg aanzienlijk zijn. Indiener citeert een stuk uit het bezonningsonderzoek. Op de afbeelding in het rapport worden de gevels van de beoogde woningen groen ingekleurd. De suggestie dat de groene kleur betekent dat het met de bezonning in orde is, klopt niet met de tekst zoals hierboven opgenomen. Peutz zegt “bij een deel van de woningen betreft het mogelijk wel de zijde waar de woonkamer zit….”.

Voor beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar het antwoord onder zienswijze 10.5. Het bezonningsrapport van Peutz gaat in op de bezonningssituatie van nieuwe en bestaande woningen. Het gaat niet over de bezonning van de openbare ruimte. Daar zijn ook geen normen voor. De Groene Kraag wordt een gebied dat groter is dan het huidige groengebied. Dit komt onder andere doordat het aantal rijbanen wordt gehalveerd ten opzichte van de huidige situatie en deze ruimte wordt toegevoegd aan de groene zoom. Bovendien wordt het gebied toegankelijk gemaakt om te verblijven en te ontmoeten en vindt er een substantieel deel van de wateropgave voor de ontwikkeling van Entree plaats. Ook vindt er een kwaliteitsverbetering plaats van het groen in het gebied. De gemeente is het niet eens met de stelling van indiener dat de toename van bewoners moet leiden tot meer oppervlakte groen. Daarnaast komt een deel van het bestaande groen door het niet invullen van de planologische mogelijkheden. Met de maatregelen binnen Entree, gecombineerd met de stedelijke groenstructuren en omliggende parken, is de gemeente van mening dat in en rond Entree voldoende groen wordt gerealiseerd.

Bij alle woningen betreft het de zijde van de gevel waar zich de woonkamer bevindt. De verslechtering van de bezonning op deze woningen heeft invloed op het woongenot van deze bewoners en ook op de waarde van de woningen. Het is voorstelbaar dat hierdoor meer doorstroming zal plaatsvinden en verpaupering zal plaatsvinden. Ook de bezonning van de woningen in de Entree zelf is niet op orde, zo blijkt uit de analyse van Tauw. Uit de bijlagen blijkt dat veel hogere bebouwing zich ook bevindt aan de west-, zuid- en oostzijde van de kavels, waardoor zonlicht

22

in de oost-west-straten en de binnentuinen beperkt zal zijn. Tauw pleit dan ook voor vermindering van de bouwvolumes, wat de BGD steeds heeft bepleit. Daarnaast gaat het rapport van Peutz niet in op de gevolgen van de hoogbouw voor de openbare ruimte aan de zijde van de Boerhaavelaan. Juist hier worden voorstellen gedaan voor uitbreiding en versterking van groene openbare ruimte met ruimte voor sport, spel en verblijven. Ook hier is onvoldoende rekening gehouden met de beperking van de bezonning op deze openbare ruimte als gevolg van de geplande hoogbouw langs de A12 en de Afrikaweg. Bovendien constateert Tauw dat de Groene Kraag niet leidt tot meer groen (p. 152 MER): de hoeveelheid groen wordt negatief beoordeeld bij de realisatie van de Entree, De Groene Kraag is niet meer dan het upgraden van het bestaande groen en het toegankelijker maken van dit groen, maar het leidt niet tot meer groen in oppervlakte, wat wel nodig is voor de 10.000 nieuwe inwoners voor wie dit het gebruiksgroen zou moeten gaan worden. Deze strook een wijkpark noemen, maakt het nog niet tot een wijkpark! 13.6

Verkeersontsluiting en 30 km per uur wegen. De verkeersontsluiting is aanzienlijk gewijzigd ten opzichte van de eerdere ontwikkelplannen. Al het autoverkeer aan de Oostzijde moet via de Boerhaavelaan afgewikkeld worden. Het is ook de schaduwzijde van de bebouwing waardoor dit een onaantrekkelijke route gaat worden. Voor bewoners van Driemanspolder is dit de ontsluitingsroute richting het station en richting Meerzicht. Het perspectief van een 30 km weg met klinkerverharding voor de Boerhaavelaan is een terechte keuze gelet op de discussies over verkeersveiligheid en snelheid van autoverkeer. Dit vergt echter consequent doorzetten van het profiel op de Stolberglaan/Paltelaan richting de spoorwegovergang bij Zoetermeer-Oost om te benadrukken dat hier daadwerkelijk sprake is van een woonwijk.

Uit de zienswijze blijkt de zorg over een onaantrekkelijke route door de Boerhaavelaan. De ontwikkelplannen van Entree voorzien in de aanleg van een groene zone langs de oostzijde van de Boerhaavelaan. In combinatie met de aanleg van een nieuwe watergang neemt de kwaliteit van het woonklimaat toe. Ook in de zone langs de nieuwe bebouwing is nieuw groen onderdeel van de planvorming. Het is goed om lezen dat indiener positief staat tegenover de invoering van 30 km/u op de Boerhaavelaan en het gedeelte van de Van Stolberglaan dat valt in het plangebied. Het resterende deel van de Van Stolberglaan is geen onderdeel van project Entree (zie ook beantwoording zienswijze 13.8). Het vrijliggend fietspad aan de noordzijde van de Van Stolberglaan blijft. In de toekomst kan nog steeds gebruik worden gemaakt van een vrijliggende fietsroute op de Van Stolberglaan richting de Paltelaan en station Zoetermeer Oost.

23

Uitgangspunt zou moeten zijn dat het vrijliggende fietspad vanaf de Boerhaavelaan tot aan de spoorwegovergang blijft bestaan (twee richtingen fietspad). Het verkeersrapport bij de MER constateert een negatief effect op de verkeersveiligheid. Daarom wordt gepleit voor behoud van vrijliggende fietspaden én het terugbrengen van de snelheid van autoverkeer naar 30 km per uur (dat laatste moet door de weginrichting wel worden afgedwongen). 13.7

Gevolgen van het bouwprogramma De inhoudelijke bezwaren zijn gebaseerd op de overbelasting van het gebied door een veel te groot programma van te kleine woningen, onvoldoende waarborg van voorzieningen en grootstedelijke ambities waarvoor de woningmarkt in Zoetermeer geen aanleiding geeft. Hieronder gaan wij op enkele aspecten in.

De beantwoording van deze onderdelen van de zienswijze vindt hieronder plaats.

13.8

Verkeersintensiteiten – Uit het verkeersrapport bij de MER (p. 27): “… stijgt de intensiteit met name richting Dorp (Van Stolberglaan, Paltelaan, Oranjelaan Karel Doormanlaan) fors in beide plansituaties wat consequenties kan hebben voor de oversteekbaarheid op deze wegen en leiden tot milieuhinder (zie ook effectstudies geluid- en luchtkwaliteit). Doordat het minder aantrekkelijk is om over de Afrikaweg te rijden (door verlaging van de snelheid naar 50 km/u en het toevoegen van meer oversteekplaatsen) zal autoverkeer vanaf bouwblokken oostelijk van de Afrikaweg “binnendoor” naar de snelweg aansluiting bij de Oostweg rijden en niet meer via de Afrikaweg-Zuidweg.”

Voor de 30 km/u Paltelaan; zie 13.6. In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat dit geen onderdeel vormt van het plangebied van Entree. De planontwikkeling Vernèdepark is meegenomen in de verkeersberekeningen van het verkeersmodel voor 2040. In het kader van de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 wordt integraal op meerdere disciplines naar de hele gemeente gekeken. Voor mobiliteit geldt dat dit verder moet worden uitgewerkt in een omgevingsprogramma mobiliteit en verkeersveiligheidsbeleid. Omdat de vaststelling en uitvoering ervan op dit moment nog onvoldoende zeker zijn, is vooralsnog de huidige snelheid aangehouden. Het in stand houden van de huidige situatie is niet ideaal voor de doorstroming in de spits op de Paltelaan/spoorwegovergang met de komst van Entree. Deze route willen we echter ook niet te veel faciliteren met meer capaciteit voor het autoverkeer om te voorkomen dat deze route te aantrekkelijk wordt en nog meer verkeer gaat aantrekken. Daarnaast is het oplossen van de spoorovergang zeer complex en kostbaar door het viaduct A12, fietstunnel en het spoor. Het gaat dus om het evenwicht. En daarvoor past het eventueel afwaarderen van 50 naar 30 km/u op de Paltelaan, als het gaat om specifieke omstandigheden en de weginrichting ook daadwerkelijk wordt aangepast.

Deze stijging komt bovenop de stijging van 14% autoverkeer die tot 2040 ook al verwacht wordt (referentiesituatie, p. 16 verkeersrapport). Wij onderschrijven de conclusie van de forse stijging van autoverkeer in onze wijk, temeer omdat alle autoontsluiting voor de bouwblokken aan de oostzijde van de Afrikaweg aan de zijde van de Boerhaavelaan is gesitueerd.

24

Tot onze grote verbazing wordt nergens verwezen naar de ongelijkvloerse spoorwegovergang, die daarnaast in grote mate zal bijdragen aan filevorming op de Paltelaan/Stolberglaan. Deze route zal dus onaantrekkelijk gemaakt moeten worden, wat onder meer bereikt kan worden door deze wegen ook om te vormen naar 30 km in klinkerverharding. Daarnaast wijzen wij u op de planontwikkeling Vernèdepark-Paltelaan waar ook sprake is van een voorgenomen aanzienlijke toevoeging aan bouwprogramma (inclusief grootschalige sportvoorzieningen). Reden temeer de gehele inrichting van de wegen in Driemanspolder en Dorp mee te nemen in de kostenramingen voor de Entree en Vernèdepark/ Paltelaan. 13.9

Ook hebben wij zorgen over de enorme toename van de NO2 uitstoot in onze wijk door de toename van het autoverkeer.

Er heeft een onderzoek naar luchtkwaliteit plaatsgevonden (MER bijlage 5). Een van de indicatoren in dit onderzoek was N02. Voor N02 geldt een maximale Omgevingswaarde van 40 ug/m3 jaargemiddelde. Uit het onderzoek blijkt dat in beide planalternatieven ruimschoots onder dit jaargemiddelde wordt gebleven, de hoogst berekende waarde bedraagt 22,8 ug/m3. Er is ook onderzocht of onder het maximum van een uurgemiddelde van 200 ug/m3 wordt gebleven, dit uurgemiddelde mag maximaal 18 keer per jaar plaatsvinden. Uit de berekeningen blijkt dat dit minder dan 18 keer per jaar plaatsvindt. Ten opzichte van de huidige situatie is er wel sprake van een toename van blootgestelden aan N02. Het effect van Entree is daarom wel negatief gescoord, maar feitelijk gezien wordt nog ruimschoots onder de wettelijke omgevingswaarden gescoord.

13.10

Parkeren De korte en duidelijke conclusie uit het parkeeronderzoek is: het past niet. Het lange verhaal is vervolgens een uitgebreide redenering op grond waarvan van parkeernormen kan worden afgeweken, mogelijke tijdelijke voorzieningen moeten worden gebouwd en er vooral gemonitord moet worden. Wij scharen dit onder de categorie “wensdenken”. In elk geval gaan wij er van uit dat geen overloop mogelijk is vanuit het Entreegebied naar de huidige parkeergelegenheid in onze wijk. We verwijzen naar recent onderzoek naar de parkeerdruk in Driemanspolder, die als zeer hoog werd geclassificeerd. Parkeergelegenheid voor de huidige bewoners moet gewaarborgd blijven; de oplossing van parkeerproblemen in de Entree mag niet afgewenteld worden op de

Als eerste wordt verwezen naar de beantwoording bij zienswijze 2.3. In aanvulling daarop nog het volgende: het gebruik van de in Entree gerealiseerde en in de omliggende woonwijken aanwezige parkeerplaatsen (parkeerdruk) worden door de gemeente gemonitord. De kosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Als uit monitoring blijkt dat de parkeercapaciteit van de deelplannen van Entree de parkeerbehoefte van de functies in Entree naar behoren faciliteren én er geen sprake is van uitwijkgedrag (verhoogde parkeerdruk in de omgeving), dan is er sprake van een goed werkende maatwerkparkeernorm. Als de monitoring uitwijst dat er sprake is van uitwijkgedrag, dan heeft de initiatiefnemer de verplichting maatregelen te nemen om het geconstateerde uitwijkgedrag aan te pakken. Daarvoor zijn meerdere instrumenten mogelijk (van aanspreken van bewoners tot aanleg van meer parkeren). Dit zal in de vergunningverlening worden geborgd en is ook zo met de initiatiefnemers afgesproken in de anterieure overeenkomsten. Op dit moment is er nog geen reden om aan te nemen dat parkeerregulering, anders dan hierboven beschreven nodig is.

25

bewoners van de omliggende wijken, niet fysiek en niet financieel. Parkeren moet in de eigen wijk mogelijk worden gemaakt en problemen daarmee moeten ook in de eigen wijk opgelost worden. Zeker bij een nieuwbouwwijk zou dit een normaal uitgangspunt moeten zijn bij het ontwerp en de realisatie van die wijk. Dit betekent een goede parkeerregulering met consequente handhaving, waarbij de kosten gedragen worden door de gebiedsontwikkeling en bewoners van die wijk, en nooit door de bewoners van de bestaande woningen in de omliggende wijken, die niet om deze ontwikkeling hebben gevraagd. 13.11

(Woning)bouwprogramma Objectief gezien houdt het plan in dat meer dan 7000 nieuwe woningen gebouwd moeten worden in 10 tot 15 jaar, die gezien de bouwtypologie vrijwel allemaal gestapeld zijn (appartementen). Deze liggen voor een groot deel op milieutechnisch onprettige locaties (langs de Afrikaweg westzijde in de schaduw en geluidbelast, langs de oostzijde geluidbelast, aan de Boerhaavelaan in de schaduw, alleen aan de zijde van het Bredewater zijn de woningen goed op de zon gelegen en aan de geluidluwe zijde). Een dergelijk programma voegt geen kwaliteit toe aan de woningvoorraad van Zoetermeer. De betaalbaarheid zal zeer onder druk staan, wat leidt tot kleine woningen voor inwoners die eigenlijk niets te kiezen hebben. De verwachting is dat de doorstroom dan ook hoog zal zijn, deze ervaring blijkt ook uit andere steden bij dergelijke bouwprogramma’s, met alle consequenties voor de leefbaarheid. Om deze reden verwijzen wij ook naar het rapport van de Rekenkamer Amsterdam.

Als eerste wordt opgemerkt dat sprake is van een bandbreedte van 6.750 – 7.250 woningen. Verder deelt de gemeente de aannames die door de indiener worden genoemd grotendeels niet. Het is juist dat nagenoeg alle woningen gestapeld zullen zijn. Dat past ook bij de ambities en visie van Entree. Dat enkel woningen aan de Bredewater goed op de zon zijn gelegen is een onjuiste aanname. Juist omdat de bouwblokken ruim van opzet zijn, kunnen diverse woningtypologieën worden opgenomen om kwalitatief goede woningen te realiseren. Kwaliteit, haalbaarheid, betaalbaarheid en leefbaarheid zijn voor de gemeente belangrijke criteria die in balans moeten zijn. Het één kan niet zonder het ander. En samen met diverse ontwikkelende partijen wordt hier naar het juiste evenwicht gezocht bij de uitwerking. In het Plan-Mer dat is uitgevoerd, is uitgebreid onderzoek gedaan naar het aspect geluid. Daaruit blijkt dat inderdaad op enkele plekken in het plangebied sprake is van overschrijding van de grenswaarden. Binnen de wettelijke kaders is gezocht naar een instrument dat waarborgt dat ondanks deze overschrijding sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervoor is het Geluidkader Entree opgesteld met aanvullende voorwaarden.

Gelet op het vorenstaande is de gemeente van mening dat het programma in Entree wel degelijk kwaliteit én andere woningtypologieën toevoegt aan de woningvoorraad van Zoetermeer. De stelling van indiener dat hierdoor de betaalbaarheid zeer onder druk komt te staan en dat de doorstroom daarmee ook hoog zal zijn, hetgeen consequenties heeft voor de leefbaarheid deelt de gemeente niet. Doorstroom is wenselijk voor bepaalde type woningen. Bijvoorbeeld bij jongeren-woningen zal dit het geval zijn. Het woonprogramma van Entree is zo opgezet dat doorstroming binnen de wijk van jong tot oud mogelijk is. Voor onze reactie op het rapport van de Rekenkamer Amsterdam wordt verwezen naar 13.3.

13.12

Stedenbouwkundige visie De door de gemeente gewenst grote aantallen woningen noodzaken tot het kiezen voor het gesloten bouwblok met

In tegenstelling tot hetgeen indiener aangeeft, ligt de keuze voor een opzet voor stedelijke blokken niet in grote aantallen woningen. Met het stedelijk blok wordt voorzien in een adres aan de Afrikaweg, wat betekent dat er ingangen van woningen en voorzieningen worden gerealiseerd. Hierdoor is geen sprake

26

flinke bouwhoogten. De schets in de ontwikkelvisie en de spelregelkaart met alle variatie die gevraagd gaat worden per blok, gaat zorgdragen voor bouwtechnisch dure oplossingen, waardoor de betaalbaarheid en realiseerbaarheid onder druk komt te staan. Het gaat verleidelijk zijn omwille van de voortgang water bij de wijn te doen voor wat betreft de kwaliteit. De keuze voor het laten vervallen van de ventwegen en daardoor alle ontsluiting voor logistiek en autoverkeer naar de zijde van Boerhaavelaan/Bredewater te verplaatsen, leidt er onzes inziens toe dat de gebiedsontwikkeling meer dan in de vorige visie op zichzelf komt te staan en niet aansluit op de bestaande wijken. De verbinding wordt nu gezocht in de Stadsstraat, we moeten ons blijven realiseren dat door de hoogteverschillen de Afrikaweg nog steeds als barrière zal blijven werken.

meer van een anonieme doorgaande weg. Daarnaast creëert het stedelijk blok een luwe binnenzijde die een prettig en fijn leefklimaat geeft als tegenhanger van de buitenkanten met meer reuring. De plannen zijn tussentijds ook met de grondeigenaren besproken, zodat een reëel beeld is ontstaan over de haalbaarheid ervan. Het Omgevingsprogramma Entree is juist opgesteld om te borgen dat de beoogde kwaliteit en ambities daadwerkelijk worden gerealiseerd. Met beleidsregels en de koppeling met de Ontwikkelvisie Entree en het Beeldkwaliteitsplan Entree is er een helder toetsingskader ontstaan voor de ontwikkelingen en openbare ruimte. In de oude plannen van Entree maakten we inderdaad gebruik van ventwegen. Slechts een gedeelte daarvan zou gebruikt worden voor de ontsluiting van de bouwblokken; de straten rondom, zoals het Bredewater en Boerhaavelaan en de dwarsstraten waren altijd al voorzien als ontsluiting van een deel van de blokken. Door de infrastructuur rondom de blokken beter te benutten, ontstaat er ruimte om de Afrikaweg meer te vergroenen en om het verblijfskarakter te vergroten en de dwarsstraten vrij te houden van ontsluitingsverkeer. De Afrikaweg zal door de langzaam oplopende dwarsstraten niet voelen als een barrière.

De dwarsstraten en de gelijkvloerse oversteekplaatsen zorgen voor verbinding tussen de oost- en westkant van Entree en de daarachter gelegen wijken Driemanspolder en Meerzicht.

13.13

13.14

13.15

Tot slot is het waarborgen van de realisatie van voldoende betaalbare werkruimten, maatschappelijke en algemene/gedeelde voorzieningen een grote uitdaging, daar de gemiddelde woningbouwontwikkelaar hier niet de expertise in heeft. Zonder deze voorzieningen zal de gewenste levendigheid er echter niet komen. De ontwikkeling van het plangebied Entreepoort wordt pas later voorzien. Voor het slagen van de plannen is een goede positieve start in de omgeving van het station echter essentieel. Met de gemankeerde Mandelabrug en het vervallen Hopmangebouw op de achtergrond, vraagt investeren in Entree wel heel veel verbeeldingsvermogen voor partijen die de ontwikkeling moeten financieren.

Het is juist dat het creëren van dergelijke niet-woonfuncties een uitdaging vormt. Dat is de reden dat de gemeente hier ook veel aandacht aan heeft gegeven bij het opstellen van de Ontwikkelvisie en de Plintenstrategie als input daarvoor. Met de grondeigenaren/ontwikkelaars en adviseurs die over de juiste expertise beschikken, zullen de afspraken die over dit programma zijn gemaakt verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd om gezamenlijk de juiste functie op de juiste plek te creëren. Hiervoor lopen al concrete gesprekken met onder andere gezondheidsorganisaties, schoolorganisaties etc. Met diverse partijen is tijdens het participatieproces gesproken over de ontwikkeling van Entree en zijn de plannen voorgelegd: grondeigenaren, beleggers, woningbouwcorporaties, zorgpartijen, ondernemers. Voor veel partijen is Entree interessant om grondpositie in te nemen of woningen in beheer/exploitatie te nemen. De met de gemeente gesloten anterieure overeenkomsten onderschrijven dit ook. De geschetste situatie door indiener omtrent Entreepoort, de Mandelabrug en het Hopmangebouw doet daar niets aan af.

Kortom, de ambitie is hoog, maar naar het oordeel van de Belangengemeenschap Driemanspolder ontbreekt elke realiteitszin.

Het staat indiener vrij om het scenario voor Entree niet realistisch te vinden. De gemeente baseert zich op de diverse onderzoeken die ten grondslag liggen aan o.a. de programmering van Entree, de milieueffecten, maar ook de gesprekken die gevoerd zijn met de grondeigenaren en de overeenkomsten die gesloten zijn. De gemeente ziet op grond daarvan wel degelijk een realistisch scenario voor de realisatie van Entree.

27

13.16

13.17

Het college heeft gekozen voor het maken van een gebiedsprogramma als vrijwillig omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. In tegenstelling tot een bestemmingsplan is tegen een besluit tot vaststelling van een omgevingsprogramma geen bezwaarprocedure bij de rechter/Raad van State mogelijk. Gezien de impact van de maatregelen die met dit omgevingsprogramma beoogd worden, wordt hiermee de rechtsbescherming van de burger aanzienlijk geschaad. De BGD verzoekt een wijziging van het omgevingsplan op te stellen, om daarmee de raad te laten besluiten over de kaders voor de planontwikkeling en de inwoners van Driemanspolder (en Meerzicht) rechtsbescherming te bieden tegen de aanzienlijke impact die de ontwikkeling heeft op de woonomgeving.

De gemeente Zoetermeer heeft de keuze gemaakt, bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, om het nieuwe Omgevingsplan Zoetermeer beleidsneutraal op te stellen. Dat vergt al een enorme inspanning qua capaciteit en middelen. Dit ingewikkelde proces wil de gemeente niet nog verder onder druk zetten door allerlei complexe projecten zoals Entree óók in het begin van de transitiefase in het Omgevingsplan op te nemen. Dit besluit is reeds in 2022 door de gemeenteraad genomen. De uitwerking van het Omgevingsprogramma Entree is op deze besluitvorming gebaseerd. Met de vaststelling van het Omgevingsprogramma ligt een integraal toetsingskader voor Entree vast. De gemeenteraad wordt betrokken bij de kaders voor de planontwikkeling. Immers voordat het college het Omgevingsprogramma Entree kan vaststellen, zal de instemming van de gemeenteraad nodig zijn. Na vaststelling van het Omgevingsprogramma zal Entree te zijner tijd (voor 1 januari 2032) in het Omgevingsplan worden vertaald.

De Belangengemeenschap Driemanspolder behoudt zich alle rechten voor in vervolgprocedures, zoals die o.a. nodig zijn voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor de bouw en afwijking van het geldende omgevingsplan.

Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.

Het is juist dat er geen beroepsgang mogelijk is naar de rechter tegen een vastgesteld Omgevingsprogramma. Echter, de uiteindelijk juridisch planologische inpassing zal plaatsvinden door middel van het verlenen van omgevingsvergunningen (Bopa's). Tegen die besluiten staat vanzelfsprekend wel rechtsbescherming open, in de vorm van bezwaar (als sprake is van een reguliere procedure), beroep en hoger beroep. De rechtsbescherming is hiermee gewaarborgd.

28

14.1

Afbakening ontwerp Ten westen van de Blankaardflat is een deel als parkeerplaats in gebruik en een deel als grasveld. De zogenaamde rooilijn verbijzondering van het ruimtelijk plan loopt echter pal voorbij de materiaal overgang gras verhard oppervlak. Het is onduidelijk waarom die grens zo is gelegd. Indiener gaat ervan uit dat het ontwerp de ruimte laat dat het grasveld hetzij gebruikt kan blijven worden door bewoners Blankaard flat naar huidige gebruik of eventueel als parkeerterrein voor parkeerplaatsen uitbreiding voor de Blankaard flat. Ook wordt gepleit voor behoud van de doorsteek langs het grasveld naar de bushalte.

De constatering van indiener dat de ‘rooilijn verbijzondering’ ter plaatse van perceel E6217 ligt is niet correct. De blauwe stippellijn uit het plaatje van indiener betreft de plangrens van het gebied Entree. Op deze locatie is geen nieuwe bebouwing gepland, maar blijft onderdeel uitmaken van de openbare ruimte. Bij de stukken die ter inzage lagen, zat ook het Schetsontwerp Openbare ruimte, waarop is te zien welke inrichting dit deel van de openbare ruimte in principe krijgt. Er blijft sprake van openbaar groen dat net zoals nu door eenieder kan worden gebruikt. De bestaande

looproute vanaf de parkeerplaats richting het Boerhaavepad blijft behouden. Wel wordt een nieuwe brug toegevoegd aan deze looproute. Dat is noodzakelijk vanwege de watergang die op deze locatie wordt aangelegd.

14.2

Hoe kan ik nog op een gemiddelde winterse tot herfstige dag voldoende ruime mate van vitamine D opdoen door de schaduwwerking als gevolg van de voorziene bouwplannen? Vitamine D bouw je op vanaf een half uur in de zon buiten lopen maar afhankelijk van stand van zon valt de zon al snel achter de nieuwe gebouwen cq blijft het van nature sowieso al vaker achter de wolken. Waarmee elk kostbaar half uur zon op een semi-bewolkte dag danig uit beeld verdwijnt. Het gaat mij hierbij om de combinatie dat het buiten droog is, de zon er is en dat ik een half uur tot 1,5 uur in mijn omgeving kan wandelen vertrekkend vanaf de Blankaard om zon te tanken.

Voor het antwoord op bezonning wordt verwezen naar het antwoord onder zienswijze 10.5. In dat onderzoek wordt ingegaan op de bezonning op panden binnen en buiten het plangebied. Er wordt niet expliciet ingegaan op bezonning in de openbare ruimte, daar is ook geen norm of kader voor. Wel kan geconstateerd worden dat er een afname is van zon in de openbare ruimte ten gevolge van Entree, maar juist doordat de zon draait, zijn er gedurende de dag voldoende plekken waar alsnog van de zon kan worden genoten.

14.3

Zoetermeer is van oudsher een stad van veelzijdige mobiliteit. Zowel fietsen, wandelen, OV als auto verkeer het was geen probleem. Het is onduidelijk hoe snel het

Voor wat betreft doorstroming verwijzen we naar 2.2. Uit de effectstudie Verkeer en Vervoer (bijlage 3 bij het Plan-MER) blijken voor het overige geen onoverkomelijke knelpunten. Voor het onderdeel parkeren wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.3.

29

verkeer op zal stropen, er starre knopen in verkeerssituaties gaan ontstaan en hoe snel dit ook weer zal oplossen. Het is ondoenlijk om een heel laag parkeernorm voor een gebied met hagelnieuwe woningen - naar huidig prijs en reisstandaarden - door te voeren. Moeten bewoners van de Blankaard rekening houden met extra verkeer vanuit Meerzicht naar de Dorpsstraat - 1e Stationstraat / Spoorweg overgang Nutricia nu er meer verkeersproblemen voor de Meerzichtlaan kunnen worden voorzien? En dus ook een drukkere kruising Boerhaavelaan - Van Stolberglaan en hoe is het geluidstoename daarvoor berekend?

Verkeer van Meerzicht richting Nutricia/Spoorwegovergang zal voornamelijk gebruik blijven maken van route via de Afrikaweg en Zuidweg. Ook, omdat de snelheid van het Bredewater en de Boerhaavelaan van 50 naar 30 km/u wordt teruggebracht. In de Effectstudie Geluid (bijlage 4 bij het Plan-MER) is onderzocht welke effecten de ontwikkeling van Entree heeft op het thema geluid. In paragraaf 5.2.1. is opgenomen dat, over het algemeen, de verschillen in geluid voor bestaande woningen tussen de huidige, autonome situatie in vergelijking met de nieuwe plansituatie zeer gering zijn. Dit blijkt ook uit onderstaande visualisatie.

14.4

En wat zijn de effecten als er op de noordbaan respectievelijk de zuidbaan van rijksweg A12 tussen Blijswijk en Knooppunt Ypenburg file is en mensen gaan omrijden? Ik ga uit van een maximale toename van 5 minuten en een maximale duur van 30 minuten van 1x per maand vertraging bovenop de huidige spits doorstroming tijden.

In de effectstudie Verkeer en Vervoer is onderzoek gedaan naar de doorstroming van wegvakken en kruispunten. De A12 is hierin ook onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat de A12 (west) in de huidige situatie al een zware belasting kent, zowel in de ochtend- als in de avondspits. Deze belasting neemt verder toe als gevolg van de realisatie van nieuwe woningen in de gehele regio. Als gevolg van Entree wordt alleen de doorstromingsklasse in de avondspits richting Den Haag negatiever. Op alle andere delen van de A12 blijft dit gelijk in de avondspits. Dat komt doordat er in Entree veel mobiliteitsmaatregelen worden genomen om zodoende een volwaardig en realistisch alternatief te bieden voor het autobezit en autogebruik (o.a. deelmobiliteit, extra buslijnen over de Afrikaweg, betere fietsontsluiting door een fietsbrug over de A12). In de avondspits kan dit inderdaad leiden tot een iets langere reistijd via de A12, maar is niet zodanig dat hiervoor extra maatregelen noodzakelijk zijn.

14.5

Een van de belangrijke kwaliteiten van Zoetermeer in een sub-urbane regio is dat er buiten het winkelgebied niet overal enorme massale bouwplinten zijn te zien. Nou is eens door diverse collega’s van mij vaker uitgesproken negatieve connotatie bij Zoetermeer de enorme massale bouw. Dat is er al jaren, maar beperkt tot een aantal

Zoetermeer heeft – net als andere steden- een grote vraag naar (betaalbare) woningen. Als aan deze woningvraag wordt voldaan door binnenstedelijk te verdichten zal de bestaande situatie uiteraard veranderen. Deze verandering (het meegroeien in de tijd) is noodzakelijk voor de opgave van deze tijd. Dit betekent dat na de planmatige opzet van Zoetermeer in de jaren 60 en 70, opnieuw wordt nagedacht deze woningbouwopgave een plek te geven zonder daarbij de structuur van de stad te wijzigen.

30

percelen. De rest is allemaal laagbouw en ruim van opzet met bijbehorende sub-urbane gebouwdichtheden. Het eerder (medio 2014) door bewoners uitgesproken ok voor extra bebouwing tot 1250/1450 woningen laat een heel ander stadsbeeld zien als je de stad in zou rijden. Nog steeds overwegend sub-urbaan en niet de dichtheden van de binnenstad van Den Haag met al zijn ministeries. Ik ga er van uit dat Zoetermeer aan zijn imago wil werken, dus geen gebouwdichtheid die een veelvoud malen groter is dan de hele wijk Driemanspolder bij elkaar (3.441 woningen op een oppervlak 0,98 km2) tegenover ontwerpplan 45 hectare groot met 7250 woningen. Dat is tegelijk ook van de bouwmassa, gebouwdichtheid in die buurt Driemanspolder West die er al is. Hoe is daarbij voorzien in gevoel voor nabijheid, geen massaliteit en hoezo ontstaat er geen anoniemer leven in de wijk voor bestaande bewoners? De gemeente bereikt een deel nog vrij slecht. 14.6

14.7

Entree past binnen de in de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer benoemde hoofdlijn: Palet van wijken en buurten. Met Entree wordt een nieuwe stadswijk met een ander karakter en met specifieke doelgroepen (jongeren en senioren/stedelijke huishoudens) toegevoegd. Door te kiezen voor stedelijkheid in Entree wordt stedelijkheid geconcentreerd in en rondom het centrumgebied. Voor de leefbaarheid en toekomstbestendigheid is de inzet een gebied te ontwikkelen waar verschillende niet-woonfuncties het wonen juist gaan ondersteunen om de nodige levendigheid te creëren en ontmoeting te stimuleren (een mix-used gebied). Dit betekent dat we de condities zo scheppen dat er meerdere vormen van gebruik in de onderste lagen van de bebouwing langs de stadsstraat mogelijk wordt gemaakt, van winkels tot maatschappelijke functies tot bedrijvigheid, maar ook tot wonen. Ook binnen de bouwblokken is de opgave tot ontmoeting en verblijven een onderdeel van het ontwerpproces.

Lappendeken terwijl integriteit was afgesproken met bewoners. Zoals op de project website is aangegeven wordt er geredeneerd vanaf medio 2019 als voorgeschiedenis. Echter zijn er al bewoners vanaf 2004 t/m 2014 actief betrokken geweest. Telkens een nieuw plan, nieuwe visie. Kortom het is een lappendeken. Door wethouder Rosier (juni 2014) met de toenmalige projectleider is in de bewonersruimte van de Blankaard herbekrachtigd wat per medio 2013 met bewoners is afgesproken, namelijk een integrale benadering en geen Poolse landdagen en geen massaliteit. De afwijkingen in bouwprogramma ten opzichte van 2014 van waar bewoners voor waren zijn legio. Het gaat nu ver buiten dat scenario. De gemeente moet nog wat verder terug naar eerder gemaakte afspraken.

Het klopt dat de plannen voor ontwikkeling langs de Boerhaavelaan ver teruggaan in de tijd. In de periode tot 2016 werd gewerkt aan het bestemmingsplan Boerhaavelaan. Dit betrof enkel de gronden tussen de Boerhaavelaan en de Afrikaweg en was in feite een solitaire ontwikkeling. De gemeente zag echter potentie in een grotere gebiedsontwikkeling dan deze solitaire ontwikkeling. Daarom is het project Entree gestart.

Gezien de harmonica’s in het proces met telkens een nieuw verhaal houd ik me tevens het recht voor er nadere aanvullingen op aan te leveren.

Aangezien voor de verschillende ontwikkelingen binnen Entree omgevingsvergunningen moeten worden aangevraagd, komen er binnen die processen nog mogelijkheden om te participeren en als indiener dat nodig acht rechtsmiddelen in te zetten.

In het Masterplan 2019 zijn de visie en ambities voor Entree vastgelegd, waardoor meer integraal naar dit gebied is gekeken en heeft Entree een toegevoegde waarde voor heel Zoetermeer gekregen. Met de totstandkoming van de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan zijn de visie en ambities uit het Masterplan vertaald naar concrete ontwikkelkaders en spelregels voor de uitwerking van bouwplannen per plot en inrichtingsplannen voor de openbare ruimte. Het Omgevingsprogramma Entree is het overkoepelende kader waarin alles samen komt. Entree is daarmee een wezenlijk ander project in schaal, omvang en proces dan eerder is doorlopen voor het bestemmingsplan Boerhaavelaan. Hiermee zijn de door u genoemde afspraken uit 2014 vervangen door nieuwe uitgangspunten, die ook zijn bekrachtigd door de gemeenteraad. Het meest actuele besluit is dat van 8 juli 2024 over de bandbreedten van de programmering in Entree.

31

15.1 GGD

GGD Haaglanden geeft vanuit onze regionale verantwoordelijkheid voor de publieke gezondheid de gemeente graag advies. De GGD ziet dat de gemeente Zoetermeer aandacht heeft voor gezondheid. De GGD heeft een aantal belangrijke aandachtspunten om gezondheid beter te borgen. Deze gaan over de geluidbelasting, locatie van sociale woningbouw en omgaan met hitte.

De gemeente Zoetermeer dankt de GGD voor haar inbreng tijdens de totstandkoming van het Omgevingsprogramma en het geven van belangrijke aandachtspunten. Onze reactie op de zienswijze volgt hierna.

15.2

Hoge geluidbelasting zorgt voor stress bij bewoners. In de ambitie staat dat gezondheid een belangrijke waarde is. In dit plangebied heeft een groot deel van de woningen een hoge geluidbelasting. Dit zal gezondheidsklachten veroorzaken bij toekomstige bewoners. In 2021 heeft de GGD de gemeente geadviseerd hoe ondanks deze hoge geluidbelasting er zo gezond mogelijk gebouwd kan worden. Deze regels zijn overgenomen in het geluidkader Entree en deels in het geluidkader Zoetermeer. De GGD heeft haar advies geschreven voor alle woningen in het Entreegebied en niet alleen voor de woningen die niet aan het geluidkader van Zoetermeer voldoen. De woningen worden eerst getoetst aan het geluidkader van Zoetermeer. Hierin zijn aanvullingen voor binnenstedelijke nieuwbouw en transformaties opgenomen, waardoor tot 20% van de woningen minder strenge eisen gelden (zoals een geluidluwe gevel of geluidluwe buitenruimte). De GGD voorziet dat er veel woningen zullen komen met een hoge geluidbelasting, waarbij geen gezond akoestische leefomgeving gecreëerd kan worden. De GGD adviseert de gemeente Zoetermeer om het geluidkader Entree te gebruiken in plaats van de aanvullingen voor transformaties en binnenstedelijke nieuwbouw die in het geluidkader Zoetermeer staan.

Het vertrekpunt voor alle woningen in het gebied Entree midden is het voldoen aan de standaardwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Als hieraan niet kan worden voldaan, komen de grenswaarden en het Afwegingskader geluid Zoetermeer in beeld. Pas als hier, goed gemotiveerd en onderbouwd, niet aan kan worden voldaan, komt het Geluidkader Entree aan de orde. De achtergrond van deze werkwijze en volgorde is om ontwikkelende partijen bij het ontwerp zo veel als mogelijk rekening te laten houden met de hoog geluidbelaste situatie door uit te gaan van het principe van 'akoestisch ontwerpen'. Om deze reden zal in het Q-team (een kwaliteitsteam dat de ontwikkelaars begeleidt en toetst bij de verschillende stadia van de ontwerpen van de bouwplannen) ook een akoestisch deskundige plaatsnemen die in een vroegtijdig stadium mee kan denken en dit belang in het ontwerpproces extra vertegenwoordigt. Uit verkennende studies is gebleken dat vanwege de oriëntatie van de stedelijke blokken langs de Afrikaweg en de stedenbouwkundige opzet een deel van de woningen ‘eenzijdig georiënteerd’ zullen zijn. De buitengevels van deze woningen zullen meer geluid ontvangen dan de standaardwaarde.

Door de eenzijdige oriëntatie van deze woningen is het niet mogelijk om deze woningen aan het Afwegingskader geluid Zoetermeer te laten voldoen en een geluidluwe (buiten)zijde en geluidluwe buitenruimte te laten hebben. Om ook voor deze (met name eenzijdig georiënteerde) woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren is het Geluidkader Entree opgesteld. Het Geluidkader Entree direct van toepassing verklaren voor alle woningen in het gebied Entree midden zou kunnen leiden tot de situatie dat er minder rekening wordt gehouden met de hoog geluidbelaste situatie in het gebied en dat minder of geen gebruik wordt gemaakt van het principe van 'akoestische ontwerpen'. Het afwegingskader geluid Zoetermeer stuurt vanwege de daarin genoemde aanvullende voorwaarden meer op de realisatie van meer- of alzijdig georiënteerde woningen, terwijl het geluidkader Entree juist eenzijdig georiënteerde woningen met één hoog geluidbelaste gevel mogelijk maakt. Daarnaast gelden de aanvullingen uit het Afwegingskader geluid Zoetermeer voor maximaal 20% van het totale aantal te realiseren woningen/appartementen in een (bouw)plan. De overige woningen (minstens 80%) moeten gewoon voldoen aan de “standaard” (aanvullende) voorwaarden van het beleid. De afweging of gebruik kan worden gemaakt van de aanvullingen (voor 20% van de woningen) vindt plaats

32

in overleg met en na afweging van het college van burgemeester en wethouders. Alleen onder voorwaarden en in uitzonderingssituaties kan goed onderbouwd worden afgeweken. Er kan hiervan alleen gebruik worden gemaakt als er naar het oordeel van het college sprake is van een goed woon/leefklimaat. 15.3

Sociale woningbouw niet uitsluitend op locaties met hoge milieubelasting. In veel nieuwbouwprojecten wordt de sociale woningbouw gerealiseerd op locaties waar de milieubelasting hoog is. Uit de ontwikkelvisie Entree is nog niet duidelijk waar de sociale woningbouw komt. In deze sociale huurwoningen wonen vaker mensen met een lagere en middelinkomsten die meer gezondheidsklachten en lagere (gezonde) levensverwachting hebben. Door sociale huurwoningen op milieubelaste locaties te realiseren worden deze bewoners extra benadeeld. GGD Haaglanden adviseert gemeente Zoetermeer om het woningprogramma evenredig te verdelen in de bouwblokken, om te voorkomen dat de sociale woningbouw op de hoogst belaste locaties komen.

In Entree wordt er onderscheid gemaakt tussen sociale en goedkope huurwoningen. Deze woningen zijn bedoeld voor dezelfde doelgroep. In het Omgevingsprogramma Entree is bewust geen beleidsregel opgenomen die aangeeft waar de sociale en goedkope huurwoningen gerealiseerd gaan worden. Deze woningen zullen verspreid in Entree worden gerealiseerd en niet geconcentreerd worden op één plek, dan wel allemaal op de zwaarst belaste locaties. Tegelijkertijd is de mogelijkheid dat dit type woning ook op een zwaarder belaste locatie kan worden gerealiseerd niet op voorhand uitgesloten.

15.4

Geluid spelende kinderen in rustige binnentuinen.

Bij het ontwerpen van de bouwblokken is het van belang dat de bouwblokken en de binnengebieden voor veel gebruikers te benutten zijn. Dit betekent plekken voor jong en oud. Voor de doelgroep 0-12 jaar is het wenselijk veilige plekken in de directe woonomgeving te realiseren. De binnengebieden van de bouwblokken zijn daar uitermate geschikt voor. Geluid van spelende kinderen kan niet volledig worden vermeden in de binnengebieden. Wel kan er dusdanig worden ontworpen of gezoneerd, dat dit niet direct leidt tot overlast bij bewoners van woningen die gebaat zijn bij een meer rustige woonomgeving. Dit geldt ook voor het ontwerpen van de gevels aan de binnentuinen. Bij de uitwerkingen van de blokken via bopa's zal met de plaatsing en inrichting van de speelplaatsen en hoeveelheid speeltoestellen rekening worden gehouden met eventuele geluidsaspecten. Buiten de binnengebieden worden eveneens speelplekken gerealiseerd in de Groene Kraag.

In elk bouwblok wordt een speelvoorziening voor 0-12 jaar gerealiseerd. Dit is voor veel woningen aan de rustige en aangename zijde van het gebouw. Het geluid van spelende kinderen in binnentuinen kan overlast geven en de rust aan die zijde juist verstoren. Stemgeluid hoeft niet meer meegenomen te worden in de geluidberekeningen, echter wil dit niet zeggen dat dit geen probleem is. Zeker in de binnentuinen waar een schoolplein of buitenspeelplaats van een kinderdagverblijf wordt gerealiseerd zal veel stemgeluid, geschreeuw en gegil te verwachten zijn. De GGD adviseert om in de binnentuinen een beperkte hoeveelheid speelaanleidingen en speeltoestellen te plaatsen en grotere speelplekken buiten de binnentuinen te realiseren. Voor een prettig akoestisch klimaat zijn galmreducerende maatregelen in de binnentuinen wenselijk. Denk hierbij aan de gevel en de inrichting van de tuin.

33

15.5

De GGD is erg tevreden over de schaduweisen in de openbare ruimte en de binnentuinen en over het groene karakter in de wijk. Om relevante schaduw te realiseren heb je bomen nodig die diep kunnen wortelen. De GGD constateert dat in het plan onder elke binnentuin een parkeergarage gepland is. De GGD vraagt zich af hoe de schaduwnormen door groen gehaald kan worden in de binnentuinen met onderliggende parkeergarages. De GGD adviseert om hier in dit stadium al over na te denken en met oplossingen te komen.

De Ontwikkelvisie Entree schrijft voor toe te werken naar een robuuste groene inrichting van de binnentuinen, met de optimale pakketdikte voor de juiste groeicondities en klimaatadaptieve en ecologische inrichting van de tuin. Hiermee is geborgd dat er voldoende worteldiepte voor bomen is en zijn er voldoende mogelijkheden om te voorzien in voldoende schaduw conform het bepaalde in de Ontwikkelvisie Entree. Bij de uiteindelijke bouwplannen en inrichtingsplannen voor de binnentuinen zal daarop getoetst worden.

15.6

De GGD verwacht dat de temperatuur in nieuwbouwwoningen erg kan oplopen als er geen zonwering aanwezig is bij woningen met grote glazen ramen georiënteerd op het zuiden. De GGD adviseert om bij woningen die zuidgeoriënteerd zijn altijd zonwering aan de buitenzijde toe te passen, ook als dit volgens de TO juli berekening niet nodig is.

Bij de uitwerking en toetsing van de bouwblokken zal rekening worden gehouden met de zonligging. Een goede detaillering en het integreren van zonweringen zullen worden meegenomen in de ontwerpen van de woningen, om te voorkomen dat er oververhitting plaatsvindt. Hiervoor is als één van de ontwerpprincipes in de Ontwikkelvisie Entree opgenomen: het voorkomen van opwarming in de woning gaat via bijvoorbeeld kleurstelling bebouwing, buitenzonwering, zonwerend glas, etc. en passieve manieren van koelen.

16.1

Allereerst dank ik u voor de (uit)eindelijke beantwoording van mijn in maart 2022 ingediende zienswijze, zoals vermeld in de Nota Beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Entree Midden. Deze antwoorden leveren echter voor mij nauwelijks tot geen resultaat op. Ook de inbreng van de klankbordgroep Entree en mijn bijdragen aan de participatie in oktober en november 2024 hebben slechts geleid tot verwaarloosbare aanpassingen van de plannen. Dit ontmoedigt om opnieuw een zienswijze in te dienen. Maar mede omdat ik door de ontwikkeling van het Entreegebied conform het Omgevingsprogramma in vrijwel dezelfde mate in mijn persoonlijke belangen word geschaad en om commentaar te geven op enkele andere onderwerpen en wel aangebrachte wijzigingen, dien ik toch opnieuw een zienswijze in.

De gemeente bedankt indiener voor zijn betrokkenheid door zijn deelname aan de klankbordgroep Entree, de bijdragen aan de participatie en de eerdere zienswijze en vindt het jammer dat het ontbreken van resultaat indiener ontmoedigt om nogmaals een zienswijze in te dienen. Wel wil de gemeente benadrukken dat juist de eerdere zienswijzen alsook de klankbordgroep en de participatie van Q3/Q4 2024 hebben geleid tot wijzigingen c.q. aanscherpingen van de plannen voor Entree. Zo zijn onder andere de verkeersstructuur gewijzigd (vervallen ventwegen), bouwhoogten verlaagd, hoogbouw concreter vastgelegd en de openbare ruimte verder uitgewerkt.

16.2

Verlies van uitzicht en bezonning door hoge toekomstige bebouwing.

De ontwikkeling van Entree heeft effect op uitzicht en bezonning. Dat is ook inherent aan nieuwe ontwikkelingen die de bestaande feitelijke situatie wijzigen. Op grond van vaste jurisprudentie is het inderdaad zo dat er geen blijvend recht is op vrij uitzicht. Indien het verlies van uitzicht onevenredig is, kan er sprake zijn van nadeelcompensatie. Hiervoor kan een verzoek worden ingediend bij de gemeente na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning die de bebouwing mogelijk maakt. Dit geldt

Over mijn verlies van uitzicht heeft u reeds geantwoord, dat ik dat maar voor lief moet nemen.

34

Uit het bezonningsrapport van Peutz blijkt, dat mijn bezonning op 21 augustus en 21 oktober aan de westzijde met ruim 1,5 uur afneemt. 16.3

Verlies van groen en bomen.

overigens ook voor het verlies aan bezonning. Voor een meer algemene toelichting op de bezonning wordt verwezen naar 10.5.

Het aantal bomen in het plangebied is inderdaad afgelopen jaren afgenomen. Uit onderzoek blijkt dat in 2020 sprake was van het hoogst aantal bomen in Entree, namelijk 1379. Dat aantal zal ook weer worden teruggebracht in de definitieve situatie. Dit betekent dat er circa 500 bomen bijkomen ten opzichte van de huidige situatie. Vanwege de (bouw) werkzaamheden in het gebied zal dit gefaseerd plaatsvinden. Per saldo is dus geen sprake van een verlies van bomen. Waar mogelijk blijven bestaande groenstructuren behouden en worden zij ingepast in de nieuwe ontwikkeling. Dat zal vooral langs de randen van Entree zijn, langs de Boerhaavelaan en het Bredewater. Delen van die bestaande structuren bestaan uit grote oude bomen die in hoge mate het groene aanzicht van het kenmerkende straatbeeld bepalen. Veel van deze bomen zijn dermate oud dat behoud op de lange termijn niet verantwoord is. Deze bomen blijven in Entree behouden zolang dit verantwoord is terwijl jonge nieuw aangeplante bomen in die tijd steeds meer in volume toenemen. Dit zorgt ervoor dat tijdens de realisatie van de nieuwe ontwikkelingen het totale volume van boomkronen zo groot als mogelijk is. Er zijn ook gebieden die een nieuwe inrichting krijgen.

Doordat de wijk in het nieuwe plan aan twee zijden (oost en west) geleidelijk oploopt naar de Afrikaweg wordt er veel veranderd in de hoogtepeilen en de infrastructuur van het gebied. Dat zorgt voor beperkingen bij het inpassen van het bestaande groen, waardoor niet veel van het bestaande groen behouden kan worden. Voor het verlies aan groen wordt verder verwezen naar 10.6.

16.4

Toenemende verkeersintensiteit op de Boerhaavelaan (meer dan verdubbeling), waardoor meer geluidhinder door verkeer, meer stikstof en fijnstof, waardoor mijn woonomgeving flink ongezonder wordt;

Het is juist dat er meer verkeer zal gaan rijden op de Boerhaavelaan. De effecten daarvan zijn in beeld gebracht in de onderzoeken van de MER. Voor de bestaande woningen leidt de toename van het verkeer vrijwel nergens tot een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (uitgezonderd is een gevel van ‘De Baron’ (West 5)). Een dergelijke toename is vanuit geluidsoogpunt acceptabel en hiervoor zijn op grond van de geluidwetgeving ook geen extra maatregelen vereist. Ook voor stikstof en fijnstof is onderzoek uitgevoerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties NO2 ruim onder de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie liggen (40 µg/m3). De berekende uurgemiddelde concentratie NO2 mag niet meer dan 18 keer per jaar groter zijn dan 200 µg/m3. Uit de berekeningen blijkt dat de uurgemiddelde concentratie NO2 op alle beoordelingspunten minder dan 18 keer per jaar groter is dan 200 µg/m3. Ook hier blijven de berekende jaargemiddelde concentraties PM10 ruim onder de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie liggen (40 µg/m3). De berekende uurgemiddelde concentratie PM10 mag niet meer dan 35 keer per jaar groter zijn dan 50 µg/m3. Uit de berekening blijkt dat de uurgemiddelde concentratie PM10 op alle beoordelingspunten minder dan 35 keer per jaar groter is dan 50 µg/m.

Voor PM2,5 is berekend dat de berekende jaargemiddelde concentraties PM2,5 ruim onder de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie liggen (25 µg/m3).

35

16.5

Toenemende parkeerdruk, dus verlies van mijn parkeergelegenheid, door onzekerheid over voldoende aantal bewonersparkeerplaatsen en idem ten aanzien van parkeerplaatsen voor bezoekers, waardoor uitgeweken zal worden naar huidige parkeerplaatsen op het maaiveld, en daardoor nog meer vervuiling door “autoblik op straat” voor mijn woning;

Voor parkeren wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.3. Op grond daarvan wordt geen uitstralingseffect naar omliggende wijken verwacht.

16.6

Jarenlange overlast door bouwlawaai en bouwverkeer.

In de effectstudie Gezondheidsbevordering en Recreatieve betekenis wordt ingegaan op het onderwerp hinder tijdens aanleg. Daarin is aangegeven: ‘bouwtijd zal geen constante overlast ervaren worden’. Bouwoverlast is helaas niet volledig te voorkomen. Vanwege de omvang, de afstand tot bestaande woningen, de langgerektheid van het gebied en de fasering zal naar verwachting geen sprake zijn van een constant jarenlange overlast. Met de grondeigenaren/ ontwikkelaars is een BLVC-kader (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie) afgesproken. In dit plan wordt vastgelegd op welke wijze aannemers de eisen ten aanzien van de leefbaarheid tijdens werkzaamheden in het gebied gaan invullen. Om de overlast van de bouw zoveel als mogelijk te beperken, zijn in het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) algemene rijksregels voor geluid bij bouwwerkzaamheden opgenomen die gaan over tijdstippen tussen wanneer te bouwen en het maximale geluidsniveau voor de werkzaamheden. In het Bbl is ook opgenomen dat de uitvoerder van de bouwwerkzaamheden maatregelen moet nemen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouwterrein te beperken. Tot slot geldt voor bouwwerkzaamheden een specifieke zorgplicht op grond van het Bbl. De specifieke zorgplicht gaat om het voorkomen van gevaar voor de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving van de bouwwerkzaamheden.

Bij een aanvraag omgevingsvergunning wordt vervolgens specifiek gekeken naar de wijze waarop overlast zoveel als mogelijk kan worden voorkomen en wordt tevens bezien welke maatregelen nodig zijn. Voor de activiteit bouwen is het verplicht een bouwveiligheidsplan in te dienen. Hierin dient duidelijk te worden gemaakt welke maatregelen worden genomen ter voorkoming van overlast. Dit betreft geluids-, stof en verkeersoverlast. Gezien de grootte van de voorgenomen ontwikkeling(en) is in dit geval sprake van een (uitgebreider) (bouw)veiligheidsplan dat voor aanvang van de bouwactiviteiten moet worden overlegd.

Dit geldt eveneens voor al mijn buren die wonen langs de Boerhaavelaan in de flats Oranjestein, Noorderbosch, De Blankaard, Molenwijk, en (deels) Antoni van Leeuwenhoek, direct langs de grens van het bestemmingsplangebied. In totaal gaat het om vele honderden mensen.

Voor alle werkzaamheden in het openbaar gebied wordt tenslotte een integraal faseringsplan gemaakt waarbij er gekeken wordt wat er eventueel gelijktijdig, of juist niet, uitgevoerd kan worden. Daarmee wordt vooraf voorkomen dat er op één bepaald moment bijvoorbeeld te veel verkeersoverlast is, omdat er op dat moment te veel wegen tegelijk afgesloten moeten worden. 16.7

Uitzicht en bezonning

De maximale basishoogte aan de zijde van de Boerhaavelaan is op 25 meter gesteld. Daarnaast is er een aantal spelregels waaraan voldaan moet worden waardoor die maximale basishoogte niet altijd zal

36

Samen met al mijn buren langs de Boerhaavelaan wil ik er ten stelligste voor pleiten, dat nergens langs de oostelijke rooilijn van de toekomstige bebouwing langs de Boerhaavelaan hoger zal worden gebouwd dan 25 meter. Hoger bouwen dient zo ver mogelijk richting stadsstraat te worden opgeschoven. Variatie in bouwhoogte langs die rooilijn blijft mogelijk met een maximum van 25 meter, liefst nog lager: 6 verdiepingen is een menselijke maat die past bij het karakter van de Boerhaavelaan, zeker wanneer men de groene kraag de daarvoor bedoelde eigen functie wil laten uitoefenen.

worden gerealiseerd (dit vanwege de vereiste afwisseling binnen het principe van het stedelijk blok). Wel is het mogelijk om op een drietal plekken bebouwingsaccenten met een hoogte van maximaal 40 meter te realiseren. In de nu geldende bestemmingsplannen is aan deze zijde ook al accentbebouwing mogelijk van 40 tot 50 meter. In de Ontwikkelvisie is deze hoogte teruggebracht naar een hoogte van 40 meter. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is met deze hoogten voldoende ruimte voor de groene kraag en is nog steeds sprake van een menselijke maat. De menselijke maat is overigens ook één van de zeven essenties van de Ontwikkelvisie.

16.8

Voor wat betreft de bezonning wordt bezwaar gemaakt tegen de in Entree gehanteerde lichte TNO-norm, die door de gemeente Zoetermeer voor de binnenstad en nu ook voor Entree is aangevuld, waarbij de voor- en achterkant van een woning bij elkaar worden opgeteld. Dit valt voor mij en honderden van mijn buren ongunstig uit. Vrijwel alle woningen langs de Boerhaavelaan zijn namelijk GEEN doorzonwoningen: de woonkamer ligt aan de westzijde. Omdat de woonkamer de belangrijkste verblijfsruimte in onze woningen is, moet de bezonningsnorm juist en uitsluitend voor de woonkamer gelden en ons verlies aan zonuren enkel voor de woonkamer worden beschouwd. Zo berekend zet u mij en mijn buren in het donker en dient u volgens de lichte TNO-norm (zonder Zoetermeerse toevoeging) verzachtende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld zoals die bij 2.1. genoemd (dan blijft de groene kraag ook langer licht).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=572f978b-f320-41d4-9ba9-715ae6073161