Bijlage 10 - Nota beantwoording zienswijzen Omgevingsprogramma
Tekst van het document
Omgevingsprogramma Entree Zoetermeer Nota Beantwoording Zienswijzen Bijlage 10
Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Gemeente Zoetermeer Mei 2025
1
1.
Inleiding
Op 18 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om het ontwerp Omgevingsprogramma Entree vast te stellen en dit gedurende 6 weken, van 28 februari 2025 t/m 10 april 2025 ter inzage te leggen. Gedurende deze termijn kon eenieder zienswijzen indienen op het ontwerp Omgevingsprogramma Entree en bijbehorende stukken, waaronder o.a. de Plan Milieueffectrapportage (Plan-MER), de Ontwikkelvisie Entree, het Beeldkwaliteitsplan Entree, het Geluidkader Entree en de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree. Ook de beantwoording van de zienswijzen op het eerdere ontwerp bestemmingsplan Entree Midden zijn beantwoord en opgenomen in deze stukken. Op 13 maart 2025 heeft de gemeente Zoetermeer tweebijeenkomstengeorganiseerd waar omwonenden en belangengroeperingen zijn uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomsten zijn presentaties gehouden over de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het oude ontwerpbestemmingsplan. Iedereen kon vragen stellen over de ter inzage gelegde stukken. Tijdens de zienswijzetermijn zijn 25 zienswijzen ingediend, waarvan 1 buiten de termijn. De gemeente bedankt indieners voor positieve reacties, de kansen die worden gezien en de constructieve houding ten aanzien van de gebiedsontwikkeling Entree.
Ook kritische reacties en zorgpunten helpen om vanuit verschillende invalshoeken naar de gebiedsontwikkeling te kijken en waar nodig en wenselijk aanpassingen te doen of het beter uit te leggen. Een aantal punten zal de gemeente ook zeker meenemen in het vervolg.
Hieronder worden de tijdig ingediende zienswijzen op volgorde van binnenkomst samengevat en van een antwoord voorzien. Als de zienswijze aanleiding is geweest tot aanpassing van de stukken dan is dat bij het antwoord vermeld. In verband met de privacywetgeving zijn de ingediende zienswijzen van personen geanonimiseerd. Buiten de zienswijzetermijn is 1 zienswijze ingediend. Deze zienswijze is buiten behandeling gesteld. Het college van B&W is bevoegd om een Omgevingsprogramma vast te stellen. Het college van B&W heeft kennisgenomen van alle zienswijzen en deze beantwoord. De beantwoording van de zienswijzen is betrokken bij de besluitvorming over de vaststelling van het Omgevingsprogramma Entree en bijbehorende stukken. Voordat het college tot besluitvorming over is gegaan, heeft ze de gemeenteraad om instemming gevraagd met het vaststellingsbesluit.
2
2.
Beantwoording zienswijzen
Nummer
Zienswijze
Antwoord
1.1
Indiener pleit voor het realiseren van meer bereikbare koopwoningen tussen de 250.000 en 390.000 Euro in plaats van dure koop, en deze eerst aan te bieden aan inwoners van Zoetermeer.
Met de grondeigenaren/ontwikkelaars is, op basis van het besluit van de gemeenteraad over de herprogrammering van Entree d.d. 8 juli 2024, het volgende afgesproken: Het woningbouwprogramma bevat verschillende woningbouwcategorieën waarbij minimaal 52% onder de noemer 'Bereikbare Woningbouw' moet vallen. Daaronder valt: sociale/goedkope huur; middenhuur; goedkope koop tot 250.000 euro (prijspeil 1 januari 2025); bereikbare koop tot 405.000 euro (prijspeil 1 januari 2025). De Huisvestingswet biedt enkel de mogelijkheid om bij de helft van de beschikbare huurwoningen en nieuwbouw koopwoningen tot de betaalbaarheidsgrens (in 2025 is dat 405.000 euro) voorrang te geven aan specifieke doelgroepen. De gemeente erkent met indiener dat Zoetermeer staat voor een grote woonopgave. De stad groeit, de woningmarkt is krap en de behoefte aan passende, betaalbare en duurzame woningen neemt toe. Het college van burgemeester en wethouders heeft onlangs ingestemd met het ontwerp Volkshuisvestingsprogramma: Stad in Balans. Dit programma geeft richting aan het woonbeleid voor de komende jaren en wordt nu ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Het programma zet in op een evenwichtige verdeling van woningen in de stad met als uitgangspunt: 1/3 sociale huur, 1/3 middeldure woningen en 1/3 dure woningen.
Een evenwichtige spreiding van woningen helpt om de sociale samenhang en leefbaarheid te versterken. Het aanbod kan per wijk verschillen met een bandbreedte van 23 - 43%. Elke wijk heeft een uniek karakter en door een evenwichtige verdeling van woningen blijft de sociale samenhang en leefbaarheid behouden. De gebiedsontwikkeling Entree past binnen dit kader.
1.2
Tevens wordt gepleit voor een zelfbewoningsplicht en een anti-speculatiebeding op te nemen.
Bij diverse woningbouwcategorieën zullen instrumenten zoals een zelfbewoningsplicht en antispeculatiebeding worden ingezet. Hierover zijn ook afspraken gemaakt met de grondeigenaren/ ontwikkelaars.
1.3
Als laatste wordt gevraagd om voldoende groen en recreatiemogelijkheden te realiseren.
In de Ontwikkelvisie Entree is aangegeven dat wordt ingezet op een gezonde en levendige buitenruimte. Dat is een van de belangrijkste doelstellingen van Entree. Daartoe wordt er een robuuste groenstructuur (de Groene Kraag) rondom Entree gemaakt die in verbinding staat met de omgeving. Daarnaast wordt ingezet op (semi- openbare) groene binnentuinen in de stedelijke blokken die met elkaar verbonden worden. In en tussen beide structuren worden routes en plekken gemaakt voor bewegen, verblijven en
3
ontmoeten. Rondom Entree beschikt Zoetermeer over grote parken, zoals het Westerpark, Nieuwe Driemanspolder en Buytenpark. Nabij, in aansluiting op Entree, liggen het Arianepark, Bossenpark, het Westerpark en het Willem Alexanderplantsoen. Ook hier kan men recreëren. 2.1
Indiener vindt dat er in Entree te veel woningen worden geprogrammeerd. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid. De bestaande infrastructuur kan de hoeveelheid verkeer straks niet meer aan. Door opstoppingen zal het verkeer vastlopen.
De ambitie van de gemeente om woningen te bouwen is groot. Uit het verkeersonderzoek blijkt echter dat de toename van het aantal nieuwe woningen in Entree niet ten koste zal gaan van de doorstroming van het verkeer. Met de ambities voor Entree wordt een grote stap gezet naar een gezonde leefomgeving, door in te zetten op voldoende groen, natuur en water en een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Zowel de openbare ruimte als de gebouwen worden daarbij zoveel als mogelijk klimaatadaptief ingericht. Dit wordt geborgd door rekening te houden met zowel natte als droge perioden en daarop te anticiperen door middel van bijvoorbeeld het bergen en vasthouden van water en het realiseren van voldoende schaduwplekken. Tegelijkertijd wordt ingezet op een levendige stadswijk, waar alle voorzieningen op korte afstand zijn en er voldoende aanbod van sport, cultuur en werkgelegenheid is. De openbare ruimte wordt zodanig ingericht dat ontmoeten mogelijk is en uitnodigt tot beweging. Door het aanleggen van verschillende speelvoorzieningen voor de diverse leeftijdsgroepen van kinderen is het mogelijk om op relatief korte afstand buiten te spelen. De opgave om in dit uitdagende gebied woningen te realiseren komt voort uit de forse maatschappelijke opgave om woningen te realiseren.
Zoetermeer beschikt niet of nauwelijks over gronden buiten bestaand bebouwd gebied waar in deze aantallen woningen kunnen worden gerealiseerd. Hierdoor zal deze opgave binnenstedelijk moeten worden opgelost. Dat is niet uniek in Nederland en speelt op meer steden, vooral in de Randstad. Dit betekent dat een afweging moet worden gemaakt tussen enerzijds het vraagstuk van het tekort aan woningen en anderzijds voor de effecten op leefbaarheid. De gemeente Zoetermeer neemt haar verantwoordelijkheid door voorwaarden aan de herontwikkeling op te nemen om te borgen dat het aantal toekomstige bewoners die mogelijk (geluids-)klachten ondervinden, tot een minimum wordt beperkt.
2.2
Naar verwachting van indiener zal de nieuwe stadsstraat Afrikaweg een bottleneck worden door de nieuwe gelijkvloerse oversteekplaatsen en stoplichten.
Voor het onderdeel doorstroming is veel onderzoek gedaan. Deze onderzoeken zijn als bijlagen bij de Effectstudie Verkeer en Vervoer gevoegd. Entree is voor wat betreft het onderdeel doorstroming onderzocht op twee hoofdaspecten; doorstroming op wegvakken en doorstroming op kruispunten. Per aspect zijn verschillende indicatoren beschouwd. Voor de doorstroming op wegvakken is de I/Cverhouding bepalend. Deze geeft de verhouding weer tussen de intensiteit en de capaciteit van een weg. Voor de doorstroming van de wegvakken is gekeken naar de A12, de hoofdstructuur van Zoetermeer, binnen Entree en de omliggende wijken. De beoordeling is uitgevoerd voor zowel de ochtend- als avondspits. Voor de doorstroming op de kruispunten is gekeken naar de voertuigverliesuren (VVU) in het
4
netwerk (alle kruispunten samen), de cyclustijd en wachtrijlengte bij de aansluiting A12 – Afrikaweg en de verkeerslichten op de Afrikaweg en de verliestijd en wachtrijen rotonde Bredewater – Meerzichtlaan. De onderzoeken laten zien dat de doorstroming in beide plansituaties gelijk blijft. Wel zal door de komst van Entree een toename van de VVU verwacht worden door introductie van een meer stedelijke omgeving en de twee gelijkvloerse oversteken. Doordat de doorstroming echter vergelijkbaar blijft met de referentiesituatie, zullen de gelijkvloerse oversteekplaatsen en verkeerslichten – in tegenstelling tot de verwachting van indiener – geen bottleneck worden. 2.3
Volgens de MER bedraagt de parkeernorm in Entree 0,75 per woning. Er zouden dus 5.300 parkeerplaatsen moeten worden aangelegd voor 7.000 woningen. Indiener ziet hiervoor echter geen plannen. Indiener vreest voor enorme parkeeroverlast in de omliggende wijken. En als de gemeente vervolgens 'betaald parkeren' gaat invoeren zal dit gepaard gaan met een enorme waardedaling van de bestaande woningen.
In de MER staat dat in het verkeersmodel voor 2040 is uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm van 0,75 auto per woning van Entree. Dit betekent niet dat voor elke woning in Entree een parkeernorm van 0,75 geldt. De norm varieert per type woning. In bijlage 1 van de Nota Maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree staan de verschillende normen beschreven. Deze parkeernorm van 0,75 komt overeen met de parkeernorm voor het Stadshart Zoetermeer. Ontwikkelingen binnen Entree worden getoetst aan de beleidsregel in paragraaf 4.5 van het Omgevingsprogramma Entree. Daarin is bepaald dat parkeren wordt opgelost met toepassing van de Nota Maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree. De parkeerplaatsen moeten op elke plot worden aangelegd in, of onder de nieuwe gebouwen. Dit is vastgelegd in het Nota Maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree en geborgd via de beleidsregel opgenomen in paragraaf 4.5 van het Omgevingsprogramma. De bouw/aanleg van de nieuwe parkeerplaatsen vormt onderdeel van de bouwplannen die straks worden aangevraagd. Zonder voldoende parkeerplaatsen kan er geen omgevingsvergunning worden verleend. De gemeente toetst de aanvragen voor omgevingsvergunningen aan de parkeernorm voor Entree. Zodoende wordt geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. Er is op dit moment geen aanleiding om betaald parkeren in te voeren.
2.4
De nieuwe bewoners zullen veel geluidoverlast gaan ervaren van het verkeer op de Afrikaweg. De officiële regel is dat er geen woningen mogen worden gebouwd binnen 150 meter van een snelweg. Als we telkens van deze regels gaan afwijken omdat het ons beter uitkomt, wat hebben regels dan voor zin?
De Omgevingswet bevat regels voor geluid waar gemeenten zich aan moeten houden. Daarin is geen regel opgenomen dat niet mag worden gebouwd binnen 150 meter van een snelweg. Verder voldoet de ontwikkeling Entree aan de regels van de Omgevingswet en heeft deze met toepassing van het geluidkader voldoende akoestische kwaliteit om woonfuncties toe te staan. Onder de Omgevingswet geldt dat projecten of activiteiten in en nabij de vastgestelde aandachtsgebieden getoetst moeten worden aan de (rijks)omgevingswaarden voor luchtkwaliteit. Voor beide planalternatieven geldt dat er ruimschoots wordt voldaan aan de vastgestelde rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit.
5
Uit het voorgaande blijkt dat er geen sprake is van aanpassing van wetten en/of regels om de ontwikkeling van Entree mogelijk te maken, maar dat de ontwikkeling binnen de geldende regels voor geluid en luchtkwaliteit kan worden gerealiseerd. 2.5
2.6
3.1
Volgens indiener komen veel plannen uit de kokers van de projectontwikkelaars. Hun belang is voornamelijk zoveel mogelijk winst maken. Een parkeerprobleem is niet hun probleem maar van de gemeente. De gemeente moet niet haar oren laten hangen naar de projectontwikkelaars, maar de gemeente moet een eigen beleid hebben. Een beleid dat het beste is voor de stad en haar inwoners.
Het is onjuist dat de plannen uit de kokers van de grondeigenaren/ ontwikkelaars van Entree komen. Zij hebben nog geen plannen gemaakt, omdat zij eerst moeten afwachten wat de gemeente aan beleidskader(s) voor dit gebied gaat vaststellen. Ook zijn ontwikkelaars gebaat bij goede en werkbare oplossingen voor parkeren en automobiliteit.
Indiener stelt voor om de Afrikaweg te behouden zoals deze is, met een paar fietstunnels erbij en aan weerszijden laagbouwappartementen. Beperk het aantal woningen tot ongeveer 2.000 en zorg voor voldoende parkeerplaatsen
Het beperken van het aantal woningen tot 2.000 past niet bij het raadsbesluit dat op 8 juli 2024 is genomen en het kader vormt voor de programmering van Entree. In dat besluit heeft de raad de bandbreedte van 6.250 – 7.250 woningen vastgesteld.
Indiener wijst op de mogelijkheid dat (grond)trillingen als gevolg van de sloop-, bouw, en heiwerkzaamheden van Entree, negatieve gevolgen zouden kunnen hebben op de funderingen, gevels en betonnen grindgevelplaten van bestaande woningen rondom Entree, met name voor de woningen in de Waterbuurt. Er kunnen barsten en scheuren ontstaan en de gevelplaten kunnen losraken. Er dient een nulmeting (met foto's) plaats te vinden voorafgaand aan de bouw. Enige jaren geleden hebben zich al problemen voorgedaan met de gevelplaten. Dit is al eerder ingebracht als zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan Entree Midden maar in de beantwoording wordt hier onvoldoende op ingegaan. Ook beperkt het antwoord zich tot het gebied van de Entree zelf, terwijl trillingen zich verder verspreiden tot buiten het plangebied.
Met de grondeigenaren/ontwikkelaars is een BLVC-kader (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie) afgesproken. Onderdeel hiervan zijn de afspraken over werkzaamheden die trillingen kunnen veroorzaken: “Bij werkzaamheden die trillingen kunnen veroorzaken dient een bouwkundige opname plaats te vinden. Gebaseerd op de bouwkundige opname(n) moet de opdrachtnemer/aannemer/ontwikkelaar maatregelen treffen tegen schade/hinder. Hierbij dient voldaan te worden aan de meetmethoden en de grenswaarden/ streefwaarden vanuit de meet- en beoordelingsrichtlijn voor trillingen van Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR-richtlijn). Eigenaren van panden, objecten of infrastructuur (waarvan het eigendom binnen het risicocontour van de werkzaamheden valt) krijgen inzicht in de rapporten die over hun eigendom op worden gesteld.”
De gemeente Zoetermeer heeft de Ontwikkelvisie Entree en het Beeldkwaliteitsplan Entree opgesteld. Deze zijn onderdeel van het Omgevingsprogramma Entree. Daarin heeft de gemeente beleidsregels opgenomen die aangeven waar de toekomstige plannen van ontwikkelaars aan worden getoetst en moeten voldoen.
De transformatie van de Afrikaweg naar een stadsstraat is één van de uitgangspunten van en voorwaarden voor de ontwikkeling van Entree. Behoud in de huidige vorm is daarom geen optie.
Vervolgens is er afgesproken dat er voorafgaand aan de bouw een meer gedetailleerd BLVC-plan wordt opgesteld, met een meer locatie specifieke uitwerking. De aannemer is juridisch verantwoordelijk voor gevolgen van zijn bouwwerkzaamheden en moet daarmee rekening houden. Dit blijkt uit de afspraak die hiervoor is opgenomen in het BLVC-plan. Het is gebruikelijk dat de aannemer vooraf een risicoanalyse uitvoert naar de impact van de bouwwerkzaamheden op de omgeving. Input voor dergelijke analyses zijn geluids-, trillings- en zettingsprognoses. Uit de risicoanalyse volgt dan de impact van de beoogde funderingsmethode,
6
bemalingssysteem en dergelijke. Dit kan aanleiding zijn om bijvoorbeeld de wijze van funderen aan te passen. Op basis van de risicoanalyse wordt een monitoringsplan opgesteld. In dit monitoringsplan is aangegeven op welke plaatsen (meestal bij direct omliggende gebouwen) monitoringsinstrumenten moeten worden geplaatst. Ook wordt bepaald in welk gebied rondom de bouwactiviteiten bouwkundige vooropnames moeten worden uitgevoerd. Met bouwkundige vooropnames wordt vastgelegd of bij omliggende gebouwen op dit moment al sprake is van bouwkundige gebreken – de nulsituatie. Tijdens de bouw worden, op basis van het monitoringsplan, het geluid, de trillingen en de zettingen in de omgeving gemonitord. Mocht overschrijding van de grenswaarden dreigen, dan wordt de aannemer hierover automatisch gealarmeerd en kan hij zijn werkzaamheden hierop aanpassen. 3.2
Indiener pleit daarom voor een aantal zaken: - rekening houden met de mogelijkheid dat trillingen schade kunnen veroorzaken aan bestaande woningen binnen ca 350 meter van Bredewater. - houdt rekening met resonantietrillingen in de gevelankers van de gevelbeplating, van de verankering van de zonnepanelen en met de gordingen van de daken. - de fundering van de Bg vloer alsmede de tussenmuren, leidingen, bakgoten en aanbouwen. In de MER is geen rekening gehouden met de gevolgen van trillingen voor bestaande bouw. Gepleit wordt voor een nulmeting en continue monitoring van het bouwproces.
Zie voorgaande beantwoording onder 3.1. In het opstellen van het BLVC-plan van de betreffende ontwikkelkavel zal aandacht zijn voor uw verzoek.
3.4
Gepleit wordt voor schroefboren van heipalen in plaats van het slaan van heipalen. (Gewezen wordt op een krantenartikel uit 2019 in Assen, waarin gekozen is voor schroefboren van heipalen in verband met de onrust bij omwonenden).
Zie voorgaande beantwoording onder 3.1. Bij de verdere uitwerking zal bepaald worden op basis van de normen en richtlijnen en risico-inventarisatie, welke heisysteem er kan worden toegepast. Tijdens het ontwikkelproces en in de voorbereiding naar de bouw, zullen omwonenden hier kennis van kunnen nemen.
4.1
Indiener acht de niet onderbouwde inhoudelijke als ook tekstuele kwaliteit van de documentatie zo ver onder de maat dat hij zich niet kan indenken voor wie dit nut heeft. De essentie om doelstellingen uit het Masterplan te verwezenlijken, namelijk de uitwerking van architectonische concepten, wordt gemist. Entree zal niet van de grond komen. Het alweer indienen van een zienswijze heeft geen enkele zin.
Het is jammer dat indiener zich op dit standpunt stelt. Met het verzoek om teksten van indieners niet te manipuleren, verwijst indiener naar het samenvatten van zienswijzen. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State is het samenvatten van zienswijzen echter toegestaan. Hierbij wordt ook opgemerkt dat de volledige - niet geanonimiseerde - zienswijze opgenomen is in het bestuurlijk documentatiesysteem en daarmee raadpleegbaar voor college en raad.
3.3
Het is juist dat in de MER geen rekening is gehouden met de gevolgen voor trillingen voor bestaande bouw. Dit is op het niveau van de MER-onderzoek niet mogelijk. In het kader van de toekomstige vergunningverlening zijn afspraken gemaakt over een BLVC-kader. Zie voorgaande beantwoording onder 3.1.
7
Indiener verzoekt tot slot om teksten van indieners niet te manipuleren. 5.1
Indiener heeft grote bedenkingen tegen de aannames en maatregelen op gebied van geluid, parkeer- en verkeersdruk. Ook ecologische impact op Driemanspolder lijkt groot te worden.
6.1
In de transitie van de huidige kantorenstrook dient de uitgangssituatie niet langer een door sloop leeg (gemaakt) veld te zijn, maar veeleer een betekenisvolle laag die onderdeel uitmaakt van integrale gebiedsontwikkeling en besluitvorming. Minder slopen en meer hergebruiken komt niet alleen voort uit liefde voor het cultuurhistorisch waardevol zijn van “jonge” gebouwen, maar ook uit overwegingen van duurzaamheid en circulariteit. De bestaande gebouwen zoals de Mammoet en Kristalkantoren kunnen samen de ankerpunten zijn voor de zo gewenste stedelijke kwaliteit en historische gelaagdheid. In de Ontwikkelingsvisie worden de Mammoet en Kristalkantoren genoemd en worden hun erfgoed waarden onderkend. Daarbij wordt verwezen naar een studie waarin door middel van ontwerpend onderzoek de transformatie mogelijkheden van beide gebouwen, zowel afzonderlijk maar bovenal als ensemble is onderzocht. Volgens de Ontwikkelingsvisie passen beide kantoren niet binnen de stedenbouwkundige randvoorwaarden en is sloop onvermijdelijk. Argumentatie voor deze barbaarse Zoetermeerse cultuurdaad is weinig overtuigend, terwijl transformatie zeer goede mogelijkheden blijkt te bieden. Voor de kruising van de Centrumstraat met de Stadsstraat wordt een betekenisvolle plek voorgesteld, een ankerpunt, docht het gebruik van bestaande kwaliteiten -de ruimte tussen
De onderzoeken voor wat betreft geluid, parkeren en verkeer zijn uitgevoerd conform de daarvoor gebruikelijke methodieken. De stelling van indiener wordt daarom niet onderschreven. Omdat uit de zienswijze verder niet blijkt tegen welke concrete aannames of maatregelen er bezwaar is, is een verdere inhoudelijke reactie niet mogelijk. In de effectstudie Natuur zijn de gevolgen voor het plan- en studiegebied in beeld gebracht. Voor soortenbescherming komt het studiegebied grotendeels overeen met het plangebied. Voor gebiedsbescherming is tot een afstand van 25 km getoetst op de effecten op stikstof op Natura 2000-gebieden. De conclusie van indiener dat de ecologische impact op Driemanspolder groot lijkt te worden, kan de gemeente gelet op de uitkomsten van de effectstudie Natuur niet volgen. In het Masterplan wordt voor de ontwikkeling van Entree uitgegaan van sloop- en nieuwbouw van alle bestaande kantoren. Nadat het Masterplan in 2019 is vastgesteld zijn er door de raad in 2019 de volgende moties aangenomen. Met de indiening van de motie “Cultuurhistorische panden inventariseren” en de motie “Cultuurhistorische waardenkaart” is het verzoek gedaan om een inventarisatie uit te voeren naar gebouwen in Zoetermeer met een mogelijk cultuurhistorische betekenis of waarde uit de periode van de groeikern.
Dit heeft geresulteerd in het onderzoeksproject ‘Inventarisatie Post 45’ dat zich richt op het erfgoed uit de periode 1945 – 1990. Daarnaast is in 2019 een cultuurhistorische inventarisatie- en waardenstelling uitgevoerd door een extern bureau vanwege de transformatieopgave in Entree. Uit beide onderzoeken is naar voren gekomen dat een aantal gebouwen binnen Entree een cultuurhistorische waarde hebben. Het gaat daarbij concreet om de "Mammoet” (West 6, Bredewater 16) en "De Kristalkantoren” (West 7, Bredewater 2 t/m 14). Deze gebouwen komen in aanmerking voor de selectie van nieuwe gemeentelijke monumenten. Vooruitlopend op het selectieproces van het Post 45-project, dit vanwege de planning en voortgang in de ontwikkeling van Entree, is ontwerpend onderzoek gedaan naar de (on-)mogelijkheden van het behoud van de kantoren en de gevolgen voor het aantal woningen, het parkeren, de betekenis voor de stadsstraat, Centrumstraat en belangrijkste principes van Entree en de financiële gevolgen in relatie tot de gebiedsbusinesscase. Ook de eigenaar van de locatie is gevraagd naar zijn visie en de ontwikkelbaarheid van de betreffende kavels. Dit is verwerkt in een afwegingsmatrix en afgezet tegen het vigerende sloop- en vervolgens nieuwbouw scenario en bijbehorende gebiedsbusinesscase.
Het college heeft op 14 januari 2025 – het geheel overwegende - besloten om het ontwikkelkader voor het deelgebied Entree- West 6 en 7 definitief vast te stellen op sloop- en nieuwbouw. Dit besluit is als zodanig ook verwerkt in de stukken behorende bij het Omgevingsprogramma en ter inzage gelegd. Met betrekking tot de Mammoet wordt nog opgemerkt dat de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed voornemens is het pand de Mammoet bij de Minister voor Cultuur voor te dragen om te worden aangewezen als Rijksmonument. De Minister heeft hierover nog geen definitief besluit genomen. Als de
8
de Mammoet en Kristalkantoren- om verleden, heden en toekomst met elkaar te verbinden wordt niet ingezet. Zo wordt aan het (her)gebruik van de bestaande situatie als bron voor een toekomstige ontwikkeling volkomen voorbijgegaan.
Mammoet alsnog als Rijksmonument wordt aangewezen, dan zal de gemeente zich verhouden tot dat aanwijzingsbesluit.
Over het gebruik van verschillende milieuaspecten waaronder cultuurhistorie is het Omgevingsprogramma en de MER glashelder: “Het effect van Entree op de cultuurhistorie is zeer negatief, zowel op de stedenbouwkundige structuur als op de historische gebouwen van de groeikern periode van Zoetermeer. Gevraagd wordt de cultuurhistorische waarde en hun betekenis voor de stad op een verantwoorde wijze terug te laten komen in de planvorming van Entree. 7.1
Indiener heeft dezelfde brief gestuurd als zienswijze 6.
Zie reactie onder 6.1
8.1 Erfgoedvereniging Heemschut
Indiener is sinds lang betrokken bij de planvorming van de groeistad Zoetermeer. Daarbij wordt vanuit het ambtelijk apparaat systematisch onderzoek uitgezet naar de bijzondere waarden van deze New Town. Die inspanningen hebben tal van cultuurhistorische en stedenbouwkundige rapporten opgeleverd, waarvan de onderzoeksresultaten om onderlinge interpretatie en weging vragen op het moment dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen zich voordoen.
Zie reactie onder 6.1
Tegen die achtergrond heeft indiener in 2021 de aanvraag voor een monumentenstatus voor de Kristaltorens en het gebouw de Mammoet ondersteund. Met name als een beschikbaar beleidsinstrument om de waarde van deze gebouwen in hun context te kunnen vaststellen. Indiener zegt dat in 2021 met deze aanvraag dus niet expliciet niet voor integraal behoud wordt gepleit, maar verwacht nu wel dat met zorgvuldigheid wordt gewogen welke kenmerken, constructies of bijzondere verschijningsvormen tot nadenken moeten stemmen bij stedelijke ingrepen of transformatieprocessen. Een stad als
9
Zoetermeer ontkomt er niet aan om grootschalige ingrepen te doen en scherpe keuzes te maken. Er ligt nu een stedenbouwkundig plan voor het Entreegebied, waarbij de toekomst van het gebouw de Mammoet en de Kristaltorens onzeker zijn geworden. Wij betreuren dat en hadden graag gezien dat deze gebouwen een goede transformatie zouden krijgen. Verwezen wordt naar het artikel uit april 2025 van bureau Rijnboutt over kansen voor jong erfgoed in Zoetermeer. Sloop is niet meer vanzelfsprekend en u kunt bij transformatie en integratie van deze concrete gebouwen rekenen op snellere besluitvormingsprocedures dan wanneer sloop op de agenda staat. Wij verzoeken u de voorliggende planvorming goed te wegen omdat deze is ontstaan in jaren dat het vakgebied nog sterk in ontwikkeling was. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat het stedelijk plan los van de kernkwaliteiten van de gebouwde omgeving tot stand is gekomen. Indiener gaat graag in gesprek over de kernkwaliteiten van het Entree-gebied en hoe deze voor de toekomst te behouden. 9.1 Cuypersgenootschap
Sinds 2017 is door diverse partijen aandacht gevraagd voor de cultuurhistorische waarden die in het gebied Entree bescherming verdienen. Zo hebben wij zienswijzen ingediend over de Notitie Detail en Reikwijdte (2020) en op het Ontwerpbestemmingsplan (2022). Na acht jaar is eindelijk een antwoord gekomen in de vorm van de ontwerp Milieueffectrapportage. De conclusie staat op dit plaatje bij de indicator Historische (steden)bouwkunde.
NRD De zienswijzen van het Cuypersgenootschap op de NRD en het ontwerpbestemmingsplan zijn beantwoord in de respectievelijke Nota’s beantwoording zienswijzen. Uit de effectbeoordeling van de MER blijkt dat het effect van Entree op de historische bouwkunde bij het uitgangspunt sloop vanzelfsprekend zeer negatief is. Om een gebiedsontwikkeling mogelijk te maken, zijn er verschillende variabelen waarover integraal een afweging moet worden gemaakt. Zoals in de beantwoording op zienswijze 6.1 al is aangegeven heeft het college m.b.t. de panden Bredewater 4-14 en Bredewater 16 een weloverwogen besluit genomen, wat de negatieve effecten die geconstateerd zijn in het PlanMER tot gevolg heeft. Echter, het college meent dat, in het belang van een grotere maatschappelijke opgave van het realiseren van woningen, dit een verantwoord besluit is. Om die reden heeft het college behoud van deze panden dan ook niet als mitigerende maategel opgevoerd omdat zij immers al een weloverwogen besluit over deze panden had genomen.
10
De aanwezige hoge cultuurhistorische waarden (bouwkunde) worden in beide alternatieven vernietigd. En er worden geen mitigerende of compenserende maatregelen voorgesteld. Dat had wel gekund als vanaf het begin in de planvorming hiermee rekening was gehouden. Dit geldt voor De Kristalkantoren, de Mammoet en de Afrikaweg als deel van de H-structuur. Daarmee zijn alle hoge cultuurhistorische waarden, die ook door het College zijn onderschreven, van de baan. Voor deze afwijzing worden nauwelijks argumenten aangevoerd. - De H-structuur wordt barrièrewerking toegedicht en het onzichtbaar maken van de stad. Dat is tendentieus taalgebruik, geen (door onderzoek) onderbouwd argument. De H-structuur is bewust gekozen in 1968 en goed ontwikkeld als (gedeeltelijke) ‘parkway’. Waarom er nu een ‘stadstraat’ van moet worden gemaakt wordt niet beargumenteerd, mogelijkheden om karakteristieken van de H-structuur te behouden worden niet onderzocht. - De Kristalkantoren (Bredewater 4-12) en Kantoorgebouw De Unie “de Mammoet” (Bredewater 16) zijn onderzocht op transformatiemogelijkheden maar de uitkomst van dat onderzoek wordt niet openbaar. Naar onze mening is transformatie zeer goed mogelijk, levert een goed aantal woningen op, en zijn aanvullende bouwmogelijkheden op de kavels reëel en substantieel.
De kantoren passen niet in de opzet van de Entree (gebouwen in de rooilijn), maar bestaande gebouwen kan niet verweten worden dat ze in een andere stedenbouwkundige opzet passen. Door aanvullende nieuwbouw komen de kavels wél in de nieuwe rooilijnen te staan. Zie de bijlagen over beide gebouwen.
Mammoet en Kristalkantoren Zie reactie onder 6.1 H-structuur Ter plekke van de Afrikaweg is de “parkway” structuur volgens het oorspronkelijke gedachtengoed niet herkenbaar. Op dit gedeelte van de H-structuur is er geen openbaar groen met recreatiedoeleinden aanwezig en is er sprake van leegstand van verouderde kantoren. Voor de Afrikaweg hebben -in plaats van een hernieuwde “parkway” structuur te maken- andere overwegingen plaatsgevonden. Daarbij is gekozen om nieuwe betekenis te geven aan de hoofdstructuur door hier te verdichten en de woningbouwopgave hieraan te koppelen. De doorstroomfunctie van de Afrikaweg blijft behouden, maar door middel van “behoud door transformatie” in een stadsstraat vindt er een andere invulling plaats van de hoofdstructuur ter plekke. De huidige Afrikaweg is wel degelijk een barrière (fysiek en visueel) tussen de wijken Driemanspolder en Meerzicht. Er zijn beperkte dwarsverbindingen die op zichzelf verkeersveilig zijn (tunneltjes), maar op het gebied van sociale veiligheid beperkt scoren door het ontbreken van ‘ogen’ op straat. Door de Afrikaweg als een stadsstraat te ontwikkelen en nieuwe verbindingen toe te voegen, wordt de barrièrewerking verminderd. Dit gebeurt door de dwarsstraten en door twee gelijkvloerse kruisingen aan te leggen als aanvulling op de bestaande tunnels.
Om hier een prettig woonmilieu te creëren, is een transformatie naar een stadsstraat wenselijk. Met adressen aan de straat, een lagere snelheid en een profiel met meer verblijfskwaliteit voor het langzaam verkeer (brede stoepen en fietspaden).
In de Ontwikkelvisie wordt een lofzang aangeheven op de toevoeging van een nieuwe laag aan het gebied door behoud van oude elementen. Deze lofzang wordt niet waargemaakt.
11
De waardering voor Post65 erfgoed die de New Town Alliantie signaleert, en ook de Ontwikkelvisie, blijkt in het geheel niet uit dit programma. De wens van de gemeenteraad om het bestaande als vertrekpunt te nemen in de Ruimtelijke Strategie wordt hier niet gehonoreerd. Op onze aanvraag voor de gemeentelijke monumentenstatus van 7 november 2021 mede namens erfgoedvereniging Bond Heemschut is niet gereageerd. Met het Ontwikkelprogramma wordt zuivere besluitvorming over de monumentenstatus geblokkeerd, de gemeente is vooringenomen. Dit telt des te sterker daar de gemeente onderhandelt met grondeigenaren over aankoop op basis van het hoge programma met sloopnieuwbouw. De slager keurt zijn eigen vlees. Nergens wordt de afweging van cultuurhistorische waarden ten opzichte van andere waarden expliciet gemaakt. Het programma is dus ondeugdelijk gemotiveerd. Tenslotte mag gewezen worden op de extra CO-2 uitstoot die ontstaat bij sloop van gebouwen, wat tegengesteld is aan het doel Nederland CO-2 neutraal te maken. 10.1
Zienswijze over een onvoldragen, voor velen schadelijk, wellicht geldverslindend en (nog) niet uitvoerbaar plan.
Dit wordt voor kennisgeving aangenomen.
10.2
Indiener heeft artikel 1.2 en 1.3 van de Omgevingswet gekopieerd, inclusief de memorie van toelichting van deze artikelen.
Dit wordt voor kennisgeving aangenomen.
10.3
Het Omgevingsprogramma Entree. Het college van B&W ziet het Omgevingsprogramma Entree als een vrijwillig programma. Indiener neemt aan dat bedoeld wordt dat de weergave van het Omgevingsprogramma op de website van de gemeente vrijwillig wordt gedaan. En ook nog vormvrij.
De Omgevingswet kent verplichte programma’s en de mogelijkheid tot een vrijwillig programma. Het is in dit geval niet verplicht om voor een gebiedsontwikkeling als Entree een omgevingsprogramma op te stellen. De gemeente Zoetermeer heeft hier zelf voor gekozen om zo een integraal toetsingskader te hebben voor Entree dat tevens een beter beeld geeft aan betrokkenen. De vorm en inhoud van een vrijwillig omgevingsprogramma is vormvrij en dus niet door de wet bepaald. Het omgevingsprogramma wordt wel, zoals de Omgevingswet dat vereist, gepubliceerd op Regels op de Kaart, de landelijke
12
Dit kan zo zijn maar het nalaten van publicatie van een zeer ingrijpende verbouwing van Zoetermeer lijkt niemand verstandig. Ook de gemeenteraad dient bij de planvorming te worden betrokken. En dit kan alleen goed gebeuren als die bevolking op de hoogte wordt gesteld van de (i.c. snode) plannen van B&W. Als je het goed bekijkt, klemt dat beroep op vrijwilligheid. De plannen voor een ENTREE gaan al 20 tot 25 jaar rond in Zoetermeer. Er is niets van terecht gekomen. Niemand gelooft nog, dat er ooit een ENTREE zal zijn. De Afrikaweg moest het Afrikalaantje worden, een pad zoals op oeroude foto’s van het vroegere Zoetermeer te zien is. De kar met paard ervoor ontbrak nog net. Oude plannen zoals een landmark aan de A12 of de Outlet zijn ook nooit doorgegaan.
voorziening voor omgevingswetdocumenten en conform alle wettelijke vereisten die nodig zijn voor publicatie. In aanvulling daarop is de publicatie breed aangekondigd in onder meer nieuwsbrieven, social media en huis-aan-huis krant. De indieners van zienswijzen in eerdere fases zijn met een brief op de hoogte gesteld van de terinzagelegging. De stelling van indiener dat beroep op vrijwilligheid klemt, is niet navolgbaar. Het bekend maken is niet onverplicht gedaan. Dat aan de inhoud van het vrijwillige omgevingsprogramma weinig inhoudelijke eisen zijn gesteld is een keuze van de wetgever geweest. De gemeente heeft dit juist wel gedaan doordat de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan onderdeel zijn van het Omgevingsprogramma en dat die verankering door de beleidsregels ook doorwerkt richting de uitwerkingsfase als de vergunningen worden ingediend. In het Omgevingsprogramma zijn beleidsregels opgenomen die borgen dat de plotsgewijze ontwikkelingen getoetst worden aan de visie en ambitie voor Entree (zie ook 10.4).
Maar goed: het bekend maken van het Omgevingsprogramma werd dus onverplicht gedaan. Maar mag hieraan verbonden worden dat aan de opzet en inhoud van het Omgevingsprogramma, dat sturing moet geven aan de ontwikkelingen van en in de ENTREE, weinig eisen mogen worden gesteld? Uit de opzet en inhoud van de Omgevingswet valt zulks niet op te maken! Voor de uitvoering van het programma is het niet te hopen! 10.4
Participatie en verhalen In het programma is veel onzekerheid over de ontwikkelingen van ENTREE. De participatie bijeenkomsten brachten ook geen duidelijkheid. Tijdens een vroege bijeenkomst deelden grondeigenaren/ ontwikkelaars mee, dat er geen parkeerplaatsen bij of onder de nieuwbouw zouden worden gerealiseerd. Kortgeleden was er weer een bijeenkomst en hier stelde een vertegenwoordiger van de gemeente dat er (bijna, met enige aarzeling) voor iedere woning ook een parkeerplaats zou zijn.
Het Omgevingsprogramma biedt een duidelijk beleids- en toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen. Hiertoe zijn beleidsregels opgesteld, die gelezen in samenhang met de spelregelkaart duidelijk aangeven waar, wat en hoe hoog er gebouwd mag worden. Op de participatiebijeenkomsten zijn de belangen van de omwonenden wel degelijk aan de orde gekomen. Bewoners uit de omliggende wijken hebben hun zorgen geuit. Dit kan worden nagelezen in de verslagen van de participatiebijeenkomsten. De parkeeroplossingen in Entree worden juist wel in of onder de nieuwbouw gerealiseerd. Dit is een vereiste. Voor meer informatie wordt verwezen naar de zienswijze onder 2.3.
13
Bewoners van de naastgelegen wijken uitten zorgen over hun parkeergelegenheden. Zonder parkeerplaatsen in Entree zouden nieuwe (en hun bezoek) parkeren in de wijken Driemanspolder en Meerzicht. Tijdens de participatiebijeenkomsten ging het nooit over de belangen van degenen die wonen in Driemanspolder en Meerzicht. Dit is niet de bedoeling van de Omgevingswet waarin ook met de belangen van omwonenden rekening moet worden gehouden. Zoals het bestuur van Zoetermeer zegt bij “De nieuwe stadsentree”: “De Afrikaweg zelf wordt daarbij getransformeerd tot een stadsstraat, waarmee je thuiskomt in Zoetermeer.” De Afrikaweg of Afrikastraat vinden we in ENTREE maar is van en voor alle Zoetermeerders. Wij komen allemaal via die straat thuis. En dat willen we blijven doen, ook als ENTREE er staat! Volgens indiener is het noodzakelijk om eens goed te overleggen over de belangen van de mensen die al in Zoetermeer wonen. De Omgevingswet stelt dat de belangen van toekomstige bewoners (wie het ook zijn) niet zwaarder wegen dan de belangen van de huidige bewoners. 10.5
Er is nu veel mis en onduidelijk. Aan de zijde van de A12 zal hoogbouw van 70 meter worden gebouwd. In een rapportage van PEUTZ wordt geïllustreerd wat de gevolgen zijn voor de bezonning van o.a. de appartementsgebouwen Oranjestein en Noordhove aan de Stadhoudersring. Volgens PEUTZ blijft daar – zo wijzen de metingen van 21 juni, 21 augustus en 21 oktober uit – nog twee uur zon over. Veel appartementen liggen gunstig op de zon, op zuid-west. In de koude maanden verwarmt de zon de appartementen tot boven 20C. De kachel gaat dan wel eens ’s ochtends vroeg voor een uurtje aan. Maar vaak is zelfs dit niet nodig
In het kader van de MER is een bezonningsonderzoek uitgevoerd (bijlage 10 MER). Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een realistisch stedenbouwkundig model van Entree, gebaseerd op de maximale uitgangspunten van de spelregelkaart. Bij de uiteindelijke ontwerpen kan het zo zijn dat die anders uitpakken waarbij vanzelfsprekend wel de maximale bouwhoogtes leidend zijn. Daarbij geldt ook dat de maximaal toegestane e bouwhoogtes niet overal zullen worden gerealiseerd, omdat de beleidsregels met betrekking tot de bouwhoogtes en panden voorwaarden stellen aan de bouwhoogtes. Zo moet er sprake zijn van variatie in bouwhoogtes in een bouwwand. Bij de concrete bouwaanvragen zal daarom nog een specifiek bezonningsonderzoek moeten worden gevoegd, zodat duidelijk wordt wat de exacte gevolgen zijn voor de bezonningssituatie. Dit onderzoek in het kader van de MER (en aansluitend op het abstractieniveau van de MER), is een globaal onderzoek waarbij de lichte TNO-norm als referentie wordt gebruikt. Dit is een algemeen aanvaardbare norm die door veel gemeentes wordt toegepast om een afweging te kunnen maken over de gevolgen van nieuwbouw op de bezonningssituatie van bestaande woningen in de omgeving. Volgens
14
want de zon staat laag en schijnt al in de ochtend door de grote ramen de kamer in.
deze norm is sprake van een aanvaardbare bezonningssituatie als er in de periode 19 februari tot en met 21 september sprake is van minimaal 2 mogelijke bezonningsuren op het raam.
De zonverwarming betekent dat de stookkosten gemiddeld laag zijn. Zodra de zon wordt tegengehouden door hoogbouw wordt stoken noodzakelijk. Dit houdt in dat de bewoners van de appartementen voornoemd aanzienlijke schade zullen lijden, uit te drukken in de meerkosten van verwarming. Een voorlopig advies van deskundigen (stedebouwkundigen en juristen) geeft aan: a. Gezien de rapporten van PEUTZ en TAUW kan Zoetermeer geen vergunningen aan grondeigenaren/ ontwikkelaars afgeven voor de bouw zoals in uitlatingen van de gemeente wordt gepresenteerd.
Uit het bezonningsonderzoek (bijlage 10 van de MER) blijkt het volgende:
b. Als de gemeente deze vergunningen afgeeft en de bouw zal zoals nu gepresenteerd worden uitgevoerd, zal de VVE overwegen om namens al haar leden een vordering planschade in te dienen bij betrokkenen. [indiener voegt hier een foto in uit het onderzoek van Peutz]
In de maand juni krijgen de westgevels van de appartementengebouwen aan de zijde Boerhaavelaan, in het algemeen ca. 5 tot 8 uur zon per dag. Er is sprake van een lichte afname van ca. 0,75 tot 1,5 uur bezonning, maar er wordt ruimschoots voldaan aan de lichte TNO-norm. Zie het bezonningsonderzoek bijlage 1 ’Bezonningsduur omgeving’ pagina RA 1.2 In de maand augustus (gelijk aan de maand april) krijgen diezelfde westgevels in het algemeen ca 3 tot 8 uur zon per dag. Er is sprake van een afname van ca. 0,75 tot 2 uur bezonning per dag. Ook hier wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. Zie het bezonningsonderzoek bijlage 1 ‘Bezonningsduur omgeving’ pagina RA 1.4. In de maand oktober (gelijk aan de maand februari) is sprake van een heel divers beeld op de westgevels van de appartementen aan de zijde Boerhaavelaan. Er zijn delen (zuidwest georiënteerd) die nog steeds ca. 6 tot 8 uur zon per dag ontvangen. Het overgrote deel van de gevels (west georiënteerd) ontvangt 2 tot 5 uur zon per dag en gaan er ca 0,75 tot 2,25 uur op achteruit. Deze voldoen aan de lichte TNO-norm. Een deel van de gevels (de noordwest georiënteerde) voldoen in de maand oktober (gelijk aan de maand februari) nu al niet aan de lichte TNO-norm. Deze ontvangen in de huidige situatie al minder dan 2 uur zog. Deze gaan er door Entree nog iets verder op achteruit, ca 0 tot 1,5 uur per dag.
Zie bijlage 1 ‘Bezonningsduur omgeving’ pagina RA 1.6. Hieruit blijkt dat de stelling van indiener, dat er in de maanden juni en augustus slechts 2 uur zon per dag overblijft, niet juist is. Indiener heeft het rapport van Peutz verkeerd geïnterpreteerd. In de maanden april t/m augustus wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. En de meeste woningen in de appartementengebouwen aan de zijde Boerhaavelaan voldoen ook nog aan de lichte TNO-norm in de maanden februari, maart, september en oktober. Dat staat ook in de conclusie van het bezonningsrapport. Het overgrote deel van de gevels van de appartementengebouwen aan de zijde Boerhaavelaan, voldoen (ruim) aan de lichte TNO-norm, ondanks dat deze gevels er door de nieuwe ontwikkelingen iets op achteruit gaan. Ter plaatse van 2 kleine hoekjes in de westelijke gevel van 2 appartementengebouwen, komt een aantal woningen als gevolg van de Entree door de afname onder de minimale 2 uur zonlicht en voldoen dus niet meer aan de lichte TNOnorm. De noordwest georiënteerde gevels van de appartementengebouwen aan de zijde Boerhaavelaan voldoen in de huidige situatie al niet aan de lichte TNO-norm in deze maanden en gaan er nog iets op achteruit. Gezien de beperkte gevolgen voor de bezonningssituatie van omliggende woningen is er geen aanleiding om de maximaal toegestane bouwhoogtes zoals opgenomen in de spelregelkaart, aan te passen.
Wel wordt in de beleidsregels van het Omgevingsprogramma toegevoegd dat bij gebouwen van
15
30 meter en hoger, waaronder ook hoogteaccenten vallen, bij de aanvraag voor een vergunning een bezonningsonderzoek moet worden overlegd uitgaande van de TNO-norm. Het is niet duidelijk aan welk voorlopig deskundigenadvies indiener refereert. Het staat indiener vrij om een vordering planschade (onder de Omgevingswet is dit nadeelcompensatie) in te dienen. Dit is conform de Omgevingswet overigens pas mogelijk na het onherroepelijk worden van de vergunning (bopa). 10.6
De MER van TAUW vermeld alle gebreken en omissies die kleven aan de plannen van de gemeente Zoetermeer. Verzocht wordt de MER te lezen. In het kort: In Entree worden onvoldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. De voetgangersoversteekplaatsen over de Afrikastraat leveren verkeercongestie op. Dit kan leiden tot ernstige problemen voor mensen die in een ambulance vanaf de A12 naar het HAGA-ziekenhuis in Zoetermeer worden gebracht. In energie is niet (te) voorzien. Veel groen wordt geruimd en er komt weinig terug. Het vergroenen van steden is een belangrijk onderwerp in Nederland, en er zijn verschillende initiatieven en richtlijnen om dit te bevorderen. Indiener geeft enkele landelijke richtlijnen aan. In Nederland wordt er gestreefd naar minimaal 75 vierkante meter openbaar groen per woning en een aaneengesloten groengebied van minstens één hectare per buurt. Helaas blijkt uit recente onderzoeken dat in veel stedelijke gebieden deze norm niet wordt gehaald. In de 30 grootste gemeenten is het aantal vierkante meters groen per woning zelfs met 24% afgenomen in de afgelopen vijf jaar. Indiener gaat in op de regelgeving met betrekking tot vleermuizen, uit zowel de Omgevingswet als het Besluit
Het klopt dat op basis van de vigerende parkeernormen (2019) het niet mogelijk is om binnen de voetprint van de kavels in één parkeerlaag alle benodigde parkeerplaatsen op te lossen. Daarom is sprake van een negatieve score van het plan min alternatief en een zeer negatieve score voor het plan max alternatief. Het doel is echter om voldoende parkeergelegenheid te bieden zonder de openbare ruimte te overbelasten met parkeerplaatsen. Voor Entree is daarom een specifieke “Nota maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree” gemaakt, waarbij de parkeernormen meer specifiek zijn. Met toepassing van het ambitiescenario kan het parkeren binnen de voetprint van de kavels worden opgelost. Hierdoor is de beoordeling vanuit de MER door gebruik te maken van een mitigerende maatregel ‘neutraal’ (0). Voor het parkeren is het uitgangspunt dat de parkeerbehoefte van de nieuwbouw per plot op eigen terrein moet worden opgelost. Dat uitgangspunt is vastgelegd in een beleidsregel in het Omgevingsprogramma (zie tevens beantwoording onder 2.3). Doorstromingsberekeningen in de verkeerseffectenrapportage van Goudappel (MER bijlage 3.1 en de beantwoording onder 2.2) geven aan dat doorstroming in voldoende mate is gewaarborgd voor het autoverkeer. Hulpdiensten kunnen daarnaast gebruik maken van de vrijliggende busbanen.
De energievoorziening is primair de verantwoordelijkheid van de ontwikkelende partijen. Wel is in het kader van de MER onderzocht wat mogelijkheden zijn. De energievoorziening van panden bestaat in het algemeen uit 2 onderdelen: warmte en elektriciteit. De beschikbare thermische energie uit omgevingswarmtebronnen overstijgt de benodigde hoeveelheid in het projectgebied. In vervolgonderzoek moet onderzocht worden welke omgevingswarmtebron het beste kan worden ingezet, aangezien meerdere omgevingswarmtebronnen in de volledige vraag naar thermische energie kunnen voorzien. Voor elektrische energie wordt in eerste instantie gekeken naar duurzame energie in de vorm van wind en zonne-energie. Het plaatsen van windturbines is in Entree Zoetermeer niet mogelijk, het plaatsen van zonnepanelen wel. Voor opwekking van duurzame energie worden daarom PV-panelen op daken en zongeoriënteerde gevels aangebracht. De verwachting is dat circa 71% - 89% van de benodigde energie kan worden ingevuld door zonnepanelen. Dit laat onverlet dat uiteraard ook sprake zal zijn van ‘reguliere energieaansluitingen’. De conclusie van indiener dat in energie niet is (te) voorzien wordt niet gedeeld.
16
activiteiten leefomgeving. Indiener geeft aan regelmatig vleermuizen te zien vliegen vanuit zijn woning.
Het is een feit dat het groene oppervlakte in Entree zal afnemen ten opzichte van de huidige (feitelijke) situatie. Dat komt vooral omdat in de huidige situatie veel percelen nog braak liggen en nooit bebouwd zijn. Volgens de voorheen geldende bestemmingsplannen kon planologisch veel meer worden gerealiseerd dan dat wat nu momenteel staat. Veel percelen zijn daarom feitelijk nog groen terwijl ze volgens de toen geldende bestemmingen eigenlijk wel bebouwd hadden kunnen worden. In de nieuwe openbare ruimte van Entree zijn verschillende soorten groen ontworpen. Groen is vooral ontworpen op de plekken in de openbare ruimte waar wordt verbleven of die wordt gebruikt door langzaam verkeer (fiets en voetganger). Alle vormen van groen zijn beleefbaar, maar niet alle groene delen van de openbare ruimte worden ook toegankelijk. De reden hiervoor is dat delen van de groene openbare ruimte een ecologische functie krijgen, die zich niet goed verhoudt tot toegankelijkheid. Dat brengt anders een ongewenste verstoring met zich mee. In de nieuwe situatie komt er een nieuw ontwerp voor de bebouwing en de openbare ruimte. Daarin komt voldoende groen weer terug in de nieuwe openbare ruimte, in de binnentuinen en op daken en gevels van de nieuwbouw. Nieuwe bouwplannen zijn verplicht tot het realiseren van groene binnentuinen. De nieuwe binnentuinen zijn overdag toegankelijk voor iedereen.
Door de voorgenomen sloop en renovatie van bebouwing en het kappen van bomen, kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd of verstoord. Verder kunnen essentiële vliegroutes van vleermuizen verloren gaan bij het verwijderen van rechtlijnige groenstructuren zoals bomenrijen. Wel zijn compenserende/mitigerende maatregelen mogelijk, door het compenseren van verblijfplaatsen in gebouwen en in bomen voorafgaand aan de werkzaamheden door de inzet van tijdelijke vleermuiskasten. Ook kan voorafgaand aan het verwijderen van essentiële vliegroute(s) een tijdelijke vliegroute gerealiseerd worden of een robuuste vliegroute(s) in de directe omgeving van de oorspronkelijke vliegroute teruggeplaatst worden. Wanneer de benodigde vergunningentrajecten worden doorlopen, wordt dit in beeld gebracht voordat gestart kan worden met de werkzaamheden.
11. Stichting Jong Senioren Zoetermeer
Indiener juicht toe dat er gebouwd wordt in het Entreegebied. Indiener verzoekt om op de locatie van het Abdissenbos een formeel 'Knarrenhof' te realiseren. Dit is een woonconcept waar ouderen kunnen wonen en elkaar helpen en vermaken met als doel om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Het concept draagt bij aan doorstroming op de huizenmarkt (zie www.knarrenhof.nl).
Het is goed te horen dat de Stichting Jong Senioren Zoetermeer de bouw in het Entreegebied toejuicht. Op dit moment wordt onderzocht of en hoe er ruimte is om collectief particulier opdrachtgeverschapconcepten (zoals Knarrenhof) mogelijk te maken op het Abdissenbos (ontwikkelkavel West 8). De gemeente onderschrijft het belang om senioren te verleiden om naar Entree te komen en is zich ervan bewust dat dan ook de juiste gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen gelijktijdig met de woningen moeten worden gebouwd. Voor de eerste ontwikkelkavels wordt nu gewerkt aan een ontwikkelconcept dat gericht is op senioren en inderdaad aansluit bij de voorzieningen, die dan direct zullen worden gerealiseerd.
Ook andere vormen van ouderenhuisvesting zijn zeer welkom. Dat kan variëren van levensloopbestendige woningen tot echte seniorenwoningen, gebouwd vlak bij voorzieningen.
17
Ook dan is het belangrijk om niet zomaar een stapel stenen te bouwen, maar om senioren te verleiden om hun te grote woning te verlaten door bij voorbeeld gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen in het bouwplan op te nemen. 12.1 Provincie Zuid Holland
Het Omgevingsprogramma Entree sluit goed aan op de beleidsdoelen van het provinciaal omgevingsbeleid. Alleen op het punt van detailhandelsbeleid zijn er vragen. Nieuwe detailhandel wordt gerealiseerd in of aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen of wijken, of bijvoorbeeld binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk. In artikel 7.49 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) worden uitzonderingen beschreven, onder andere van kleinschalige en ondergeschikte detailhandel, die zich buiten de winkelconcentraties kan vestigen. Het Entreegebied zou gezien kunnen worden als een nieuwe woonwijk waarbij dagelijks detailhandelsaanbod mogelijk is in een wijkgebonden winkelconcentratie. De omvang van het dagelijks detailhandelsaanbod dient dan afgestemd te zijn op het draagvlak van de nieuwe inwoners van het Entreegebied. Het lijkt er echter op dat de dagelijkse detailhandel verspreid wordt over het gebied. U geeft immers aan dat deze verdeeld wordt over het stationsgebied, de kruising Afrikaweg-Centrumstraat en wellicht de bestaande buurtwinkelcentra Meerzicht en Vijverhoek. Het realiseren van verspreid detailhandelsaanbod past in de basis niet in het provinciaal beleid.
Het klopt dat Entree als nieuwe stadswijk van Zoetermeer wordt gezien. Dat komt ook door de verandering van het programma met meer woningen (van 4.500 naar ruim 7.000) waardoor ook het aantal niet-woonfuncties nu op een ander niveau is geprogrammeerd, uitgaande dat Entree zelfvoorzienend moet kunnen zijn. Dit betekent ook dat inderdaad mogelijk 2.900 m2 bvo aan dagelijks detailhandel benodigd zal zijn. Daarbij houdt de gemeente rekening met de eerder door de provincie ingediende zienswijze op het bestemmingsplan Entree Midden dat deze detailhandel geconcentreerd zal moeten worden. In de Ontwikkelvisie Entree staan in paragraaf 7.6 afbeeldingen waar de gemeente kansen ziet voor concentratie van detailhandel. Dit is (zoals de provincie zelf ook constateert) rond het kruispunt Afrikaweg – Centrumstraat en bij het station. Via de beleidsregels in het Omgevingsprogramma is geborgd dat aanvragen voor omgevingsvergunningen worden getoetst aan de Ontwikkelvisie Entree. Er zal dus ook worden getoetst of detailhandel binnen de aangewezen gebieden valt. De term levendige stadsstraat zou de indruk kunnen wekken dat levendigheid alleen ontstaat door middel van detailhandel en/of horeca. Maar dat is onze visie niet het geval. De levendige stadsstraat ontstaat ook door mix van kleinschalige bedrijven (niet detailhandel) en wonen.
In de Plintenstrategie en de Ontwikkelvisie is ook terug te vinden dat de detailhandel zal worden geconcentreerd in de Centrumstraat en in een wat beperktere mate (lees: minder m2 bvo en kleinere eenheden) in het stationsgebied. Bij de verdere uitwerking van de plots met een meer concreet gedetailleerd programma voor de bopa’s zal wat betreft detailhandel een DPO-onderzoek worden uitgevoerd en zal contact gezocht worden met de adviescommissie detailhandel.
Het versterken van de bestaande centra Meerzicht en Vijverhoek als gevolg van het nieuwe inwonertal in Entreegebied sluit wel goed aan bij het provinciaal beleid. Beperkte en kleinschalige detailhandel in of tegen het
18
station met stationsgerelateerde detailhandel dan wel een gemakswinkel is hierin ook passend (artikel 7.49 ZHOV). Echter, om dan ook nog dagelijkse detailhandel op de Afrikaweg-Centrumstraat te realiseren, sluit niet aan op het provinciaal detailhandelsbeleid omdat dit dan vanwege de beperkte omvang gezien wordt als verspreid aanbod en niet als een wijkgebonden winkelconcentratie. Het eventueel bundelen en concentreren van alle dagelijkse detailhandel in een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie op het kruispunt AfrikawegCentrumstraat past in de basis in het provinciaal detailhandelsbeleid. Als de dagelijkse detailhandel gebundeld wordt op 1 plek bij de kruising AfrikawegCentrumstraat, dienen wel de effecten op winkelcentrum Meerzicht in kaart gebracht te worden en onderbouwd waarom er vlakbij winkelcentrum Meerzicht een nieuwe en aanvullende wijkwinkelconcentratie wordt gerealiseerd. Overigens dient alle nieuwe detailhandel in het Entreegebied onderbouwd te worden. Indien er meer dan 2.000 m2 bvo detailhandel mogelijk wordt gemaakt in een (nieuwe) wijkwinkelconcentratie is een advies van de adviescommissie detailhandel nodig. Van belang is ook dat de detailhandel ontwikkeld wordt in gelijk tempo met de woningbouw in het plangebied.
Bij de beoordeling van de BOPA’s zullen wij definitief beoordelen of de nieuwe detailhandel die in het Entreegebied mogelijk wordt gemaakt passend is in het provinciaal detailhandelsbeleid. 13.1 Belangengemeenschap Driemanspolder
De gemeente heeft een gewijzigde opzet van de voorgenomen ontwikkeling op tafel gelegd. Slechts op twee onderdelen zien wij een (beperkte) aanpassing in de planontwikkeling die tegemoetkomt aan onze bezwaren. Dit betreft een aanpassing van de bouwhoogte van enkele hoogteaccenten tot een maximum van 70 meter in het plangebied langs de A12 en het terugbrengen van de maximum- snelheid op de gehele
Ten opzichte van de eerdere plannen voor Entree uit 2022 zijn aanpassingen doorgevoerd. Deels naar aanleiding van zienswijzen die op het ontwerpbestemmingsplan 2022 zijn ingediend, maar ook naar aanleiding van het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie mer en voortschrijdend inzicht. Indiener geeft aan dat de aanpassingen onvoldoende tegemoetkomen aan de bezwaren tegen de planontwikkeling. De gemeente heeft de zienswijzen beoordeeld en afgewogen. In Nota's beantwoording zienswijzen op het bestemmingsplan en de NRD is vervolgens gemotiveerd waarom de ingediende zienswijzen niet hebben geleid tot een aanpassing van de plannen.
19
Boerhaavelaan naar 30 km per uur. Dit vindt indiener onvoldoende. 13.2
Daarnaast herhaalt indiener haar eerdere fundamentele bezwaar tegen het beoogde bouwprogramma, dat de oorzaak is van de overige bezwaren tegen het plan en dat ertoe leidt dat een ambitieus maar niet realistisch scenario voor Entree wordt geschetst.
Voor de ontwikkeling van Entree is veel en uitgebreid onderzoek gedaan, die ten grondslag liggen aan o.a. de programmering van Entree, de milieueffecten en het Omgevingsprogramma. Tegelijkertijd is in samenspraak met de grondeigenaren gekeken naar de uitkomsten van de onderzoeken om tot een realistische en uitvoerbare invulling van Entree te komen. De gemeente onderschrijft daarom de stelling van indiener niet dat geen sprake is van een realistisch scenario van Entree.
13.3
Rapport Rekenkamer Amsterdam Om te beginnen wil indiener verwijzen naar het Bestuurlijk rapport van de Rekenkamer Amsterdam van 1 april 2025, “Lessen uit de woningbouw in transformatiegebieden”. De hoofdconclusie van dit rapport is als bijlage bij deze zienswijze gevoegd. Indiener adviseert eren om het gehele rapport inclusief de twee deelrapporten te lezen, zie Bouwen aan de complete stad - Rekenkamer Amsterdam Zaanstad
De Rekenkamer constateert in haar onderzoeksopzet dat gebiedsontwikkelingen langdurige en complexe processen zijn, waarin belangen worden afgewogen. Ook de sturing door de gemeente is complex. Om lessen te kunnen trekken, is aandacht nodig voor de achterliggende werking, dilemma's en afwegingen in een gebiedsontwikkeling. Elke casus van gebiedsontwikkeling heeft een ruimtelijk-historische context en een uitgangssituatie in grondposities. Hoe een gebiedsontwikkeling verloopt, hangt mede af van de specifieke context, en van de doelen die gesteld worden. Voor Amsterdam zijn daarvoor meerdere casussen onderzocht met de onderzoeksvraag: welke ervaringen zijn opgedaan bij het realiseren van betaalbare woningen in gebiedsontwikkelingen en welke lessen bevatten deze ervaringen voor de toekomstige woningbouwproductie in Amsterdam”. De uitkomsten van het onderzoek zijn vertaald in een hoofdconclusie met knelpunten. De oorzaken voor deze knelpunten bij het bouwen van complete wijken zijn uiteenlopend. Maar de rode draad volgens de Rekenkamer is dat deze oorzaken zijn te herleiden tot een gebrek aan realisme over de (on)mogelijkheden in gebiedsontwikkeling.