Bijlage 1 - Perspectiefnota 2026
Tekst van het document
moeten flexibeler werken en beter inspelen op individuele behoeften. Er wordt steeds meer nadruk gelegd op het signaleren van fraude, wat vraagt om scherpere controlemechanismen en bewustwording van risico's. De burgers verwachten steeds meer maatwerk en snelle oplossingen. Dit vereist dat medewerkers communicatief sterk zijn en goed kunnen omgaan met verschillende typen inwoners. Medewerkers moeten dus verder kijken dan de directe taken en processen en in staat moeten zijn om bredere, strategische oplossingen te bedenken. De herstructurering van de afdeling heeft als doel om tegemoet te komen aan deze nieuwe eisen, dat moet leiden tot een meer efficiënte en klantgerichte werkwijze. In 2026 is dit hele proces gereed. De totale meerkosten zijn € 0,170 mln. Er is een tekort van € 0,12 mln. Voor de schaalverhoging van de teammanager en de unitmanager in totaal € 0,115 mln. wordt gekeken naar dekking vanuit overhead. De resterende € 5.000 kan worden gedekt uit de legesverhoging.
3 Beleidswijzigingen/nieuw beleid Niet van toepassing. 4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Kostendekkendheid leges omgevingsvergunning (maatregel 202a) Deze maatregel omvat het verhogen van de leges voor omgevingsvergunningen leidend tot extra inkomsten van € 0,2 mln. per jaar. 4.2 Kostendekkendheid leges huwelijken en scans (maatregel 202b) De kostendekkendheid van de leges wordt verhoogd door een tariefsverhoging van 20% voor: 1. huwelijkstarieven; 2. leges van externe trouwambtenaren (BABSen); 3. annuleringsleges; 4. leges voor scans van o.a. bouwtekeningen (nu nog gratis). 4.3 Dienstverlening publieksbalies (maatregel 174 en 192) De maatregel omvat het sluiten van de publieksbalies op zaterdag en de bereikbaarheid van de telefonie van 8.00 - 17.00 uur naar 9.000 - 17.00 uur (1 uur minder). 4.4 Verkiezingen (maatregel 179) Bij verkiezingen wordt de bezetting op minder drukke stembureaus aangepast.
64
Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp
Toelichting onderwerp
Voertuigen bouw- en woningtoezicht
Aanschafwaarde per voertuig is +/- € 42.000 exclusief BTW voor een Nissan Townstar. De kapitaallasten van een voertuig van € 42.000 exclusief BTW bedragen bij 2% rente en afschrijvingstermijn van 9 jaar € 5.146 per jaar. De exploitatiekosten bedragen jaarlijks € 2.900. In totaal voor 2 voertuigen bedragen de jaarlijkse kosten € 16.092. Het benodigde krediet bedraagt € 84.000.
Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad
Toelichting
Risico’s Niet van toepassing.
65
Programma 7. Inrichting van de stad
66
Financiën
Bedragen x € 1.000 TB1
MJB 2026 - 2029
Doorkijk MJB
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
1.1 Omgevingswet - verlaging gemeentefonds via OAD
166
166
166
166
166
166
166
1.2 Flexwoningen Ruimtebaan
-20
1
1
1
1
1.3 Aanpassing raming afschrijving
-33
-33
-34
-35
-35
-50
-102
-102
-102
-102
-102
-102
3.2 Extra vastgoedadviseur - dekking via inzet op projecten
-116 58
-116 58
-116 58
-116 58
-116 58
-116 58
3.3 Dakenteam - dekking via reserve Fonds Zoetermeer 2040 - dekking via subsidie en kostenverhaal
-200 120 80
-200 120 80
3.4 Volkshuisvestingsprogramma - dekking via reserve Fonds Zoetermeer 2040
-300 300
-300 300
1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)
2 Onvermijdelijke ontwikkelingen (niet van toepassing) 3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid 3.1 Omgevingswet
67
3.5 Formatie wonen - dekking via reserve Fonds Zoetermeer 2040 3.6 Formatie verkeer/mobiliteit - dekking via reserve Fonds Zoetermeer 2040
-80 80
Mobiliteit participatie en onderzoek - dekking via reserve Fonds Zoetermeer 2040
-116 116
-116 116
-195 195
pm
pm
pm
pm
-195 195
-195
-195
-83
pm
-240 240
3.7 Wet Goed Verhuurderschap en Wet betaalbare huur - dekking via OAD
-135
-135
-106
-97
-93
3.8 Voorbereiding regiodeal - dekking via reserve Fonds Zoetermeer 2040
-50 50
-100 100
pm
pm
pm
3.9 Subsidie woningbouwproject - dekking via provincie
-200 200
3 .10 GR Bedrijvenschap Hoefweg - storting in reserve Fonds Zoetermeer 2040
200 -200
Penvoerderschap Hoefweg - dekking via reserve Fonds Zoetermeer 2040
-20 20
-20 20
-20 20
-20 20
-20 20
-20 20
-20 20
-72
-161
-133
-320
-316
-77
6
4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen (niet van toepassing) TOTAAL SALDO PROGRAMMA
Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Omgevingswet Voor de digitale ondersteuning van de Omgevingswet is een landelijk stelsel gerealiseerd. De jaarlijkse kosten worden door het rijk niet afzonderlijk in rekening gebracht aan de gemeenten maar verrekend met het gemeentefonds. Hierdoor is het budget niet meer nodig. Dit levert een structureel voordeel van € 0,166 mln. op. Hier staat ook een afname van de algemene uitkering tegenover. 68
1.2 Flexwoningen Ruimtebaan De oplevering van 80 tijdelijke, sociale huurwoningen is later dit jaar gepland. De uit de investering voortvloeiende kapitaallasten schuiven hierdoor een jaar op (voordeel € 68.000). Dit heeft ook een geringe invloed op de afschrijvingslasten voor de jaren na 2026. De huuropbrengst van Vidomes wordt pas na oplevering van de flexwoningen ontvangen (nadeel opbrengst € 88.000). 1.3 Aanpassing raming afschrijving De geraamde afschrijvingslast van de verbouwing voor de UWV blijkt te laag ingeschat. Met deze correctie op de toekomstige geraamde afschrijvingslasten voor de verbouwing voor de UWV wordt dit weer in balans gebracht.
Onvermijdelijke ontwikkelingen Niet van toepassing.
Beleidswijzigingen/nieuw beleid 3.1 Omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet is vanaf 1 januari 2024 het wettelijke kader voor de fysieke leefomgeving sterk veranderd. Het nieuwe Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) vervangt bestaande systemen zoals Ruimtelijkeplannen.nl, het Omgevingsloket online en de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). Hierdoor is de beheerrol van omgevingsdocumenten veranderd en zijn er extra taken bijgekomen. Het beheer van de verschillende omgevingswetinstrumenten, zoals de omgevingsvisie, diverse omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan, is complexer geworden. Zo moeten in het DSO alle kaartvlakbegrenzingen en de gekoppelde beleidsregels samenhangen en consistent zijn, zodat gebruikers (inwoners) geen strijdigheden zien wanneer ze het DSO gebruiken (bijvoorbeeld door op de kaart te klikken). Hiervoor is regie en (versie)beheer nodig, waarmee wijzigingen worden gecontroleerd en geregistreerd. Voor het uitvoeren van de nieuwe wettelijke taken is een extra fulltime stedenbouwkundig medewerker nodig. Deze medewerker is primair verantwoordelijk voor het beheer en de publicatie van de omgevingsdocumenten en vervult daarnaast een centrale rol als schakel tussen de afdeling en de leverancier. Deze medewerker stemt softwarewijzigingen af en fungeert als vraagbaak voor de gebruikers. De kosten voor 1,0 fte bedragen € 0,102 mln.
Met de inzet zorgen we ervoor dat het DSO betrouwbaar is en voldoen we aan de eisen van de Omgevingswet. Daarnaast borgen we hiermee de continuïteit en kwaliteit van de werkzaamheden en beperken we juridisch risico door foutieve informatie op het DSO. 3.2 Extra vastgoedadviseur De vaste formatie van de vastgoedadviseurs is al enkele jaren onvoldoende voor de bouwopgave waar Zoetermeer voor staat. Om deze reden wordt al enkele jaren een vastgoedadviseur (1,0 fte) ingehuurd. De kosten hiervan worden gedeeltelijk gedekt vanuit projectbudgetten. Om de extra woningbouwprojecten, bestaande programma's (Binnenstad, Meerzicht) en uitgifte van (bedrijfs)kavels structureel goed te kunnen bedienen, is 1,0 fte nodig op de vaste formatie. Dit betekent een extra benodigd budget van € 0,116 mln., waarvan circa 50% gedekt wordt uit projectbudgetten. Met de uitbreiding van de formatie houden we de kennis in huis en verminderen we de inhuur.
69
3.3 Dakenteam In 2024 en 2025 zijn de eigenaren van vastgoed, investeerders, ondernemers en bewoners bekend en ‘actiebereid’ gemaakt om daadwerkelijk met de daken in Zoetermeer aan de slag te gaan. In 2026 en 2027 is het zaak om daadwerkelijk tot structurele initiatieven en resultaten te komen. Daartoe zijn doelgerichtheid (focus) en inspanningen nodig, voornamelijk op de Aanpak Optoppen-Aanplakken-Uitplinten (OAU). Deze aanpak is essentieel om het huidige woningtekort in Zoetermeer te helpen verminderen en om de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van bestaande buurten een broodnodige impuls te geven. Om de Aanpak OAU goed uit te kunnen rollen en om woningen toe te kunnen voegen aan bestaande wooncomplexen van de woningcorporaties, zijn we aan de slag gegaan met de woningcorporaties (De Goede Woning, Stedelink en Vidomes). We hebben een intentieovereenkomst getekend waarin de verschillende partijen de ambitie onderschrijven en afspraken gemaakt over een inspanningsverplichting om resultaten te kunnen boeken. Hiervoor is een budget van € 0,2 mln. voor 2 jaar nodig (2026 en 2027, € 0,1 mln. per jaar). Dit budget is met name nodig voor de volgende activiteiten. • • • • • •
Een projectleider Optoppen-Aanplakken-Uitplinten Zoetermeer (inclusief coach en coördinator van de aanpak met de woningcorporaties). Kwartiermaker voor het optoppen van complexen van Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Verkennen van dakeninitiatieven voor parkeergarages in Stadshart (o.a. P9). Initiëren en begeleiden van collectieve inkoopacties voor groene/blauwe daken voor eigenaar-bewoners en ondernemers. Organiseren van de Week van het Dak (Dakenfestival 2.0). Verkennen van dakeninitiatieven/mogelijkheden voor optoppen-aanplakken-uitplinten in kansrijke gebieden in de stad (o.a. wijkwinkelcentra rondom HOV-haltes).
De kosten worden gedekt vanuit een bijdrage van de reserve Fonds Zoetermeer 2040 en subsidies zoals de Vliegende Brigade en de Knelpuntenpot van de provincie Zuid-Holland, en een mogelijke experimentensubsidie voor OAU vanuit het rijk. Op het moment dat OAU-projecten van start gaan (voorbereidingsen realisatiefase) zijn de reguliere regels ten aanzien van kostenverhaal van toepassing. 3.4 Volkshuisvestingsprogramma Op 7 november 2023 stelde het college de programmaopdracht ‘Woningbouw als Aanjager’ vast. In deze opdracht is afgesproken een omgevingsprogramma, hierna te noemen Volkshuisvestingsprogramma, op te stellen. Met het Volkshuisvestingsprogramma spelen we in op verschillende sociaaleconomische ontwikkelingen waarmee Zoetermeer te maken heeft. Wij zien namelijk dat het aantal inwoners en huishoudens groeit en dat hun samenstelling aan het veranderen is. Daarnaast zien we een uitgebreid maar tekortkomend woning- en voorzieningenaanbod dat tegelijkertijd duurder blijft worden. Het in goede banen leiden van deze ontwikkelingen vereist sturing vanuit de gemeente. Met de uitvoeringsagenda van het Volkshuisvesting en Woonzorgvisie geven we richting aan deze sturing aan de hand van concrete handelingen. We hebben de intentie om nieuwe indicatoren op te stellen, zodra het Volkshuisvestingsprogramma is vastgesteld, om de voortgang van dit nieuwe beleid te kunnen monitoren.
In het ontwerp Volkshuisvestingsprogramma zijn de uitgangspunten van het programma opgenomen. We verwachten dat er voor 2025 voldoende programmabudget is om acties in gang te zetten. Voor 2026 en 2027 verwachten we € 0,3 mln. per jaar aan programmabudget nodig te hebben. Om het hele uitvoeringsprogramma volgens planning uit te voeren, is een opschaling op de ambtelijke capaciteit nodig. Deze opschaling is essentieel om de continuïteit en de kwaliteit van de werkzaamheden te waarborgen en om de sociaaleconomische ontwikkelingen in goede banen te leiden. Met het extra budget voor 2026 en 2027 kunnen we de gestelde doelen van het Volkshuisvestingsprogramma realiseren en Zoetermeer optimaal voorbereiden op de toekomstige ontwikkelingen 70
3.5 Formatie Wonen De huidige formatie voor Wonen is niet toereikend om alle bestaande en nieuwe taken op dit gebied uit te voeren. De opgave om een bijdrage te leveren aan het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040 en de werkdruk zijn toegenomen ten opzichte van eerdere jaren. Daarom wordt voorgesteld om incidenteel 1 fte toe te voegen aan de formatie om zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het werk te waarborgen. Na deze periode wordt opnieuw beoordeeld in hoeverre de uitbreiding noodzakelijk blijft. Op dat moment wordt ook de dekking opnieuw bekeken. Een mogelijke toekomstige dekking kan komen uit de groei van de algemene uitkering. De extra fte wordt onder andere ingezet voor: • •
De advisering en verankering van het woningbouwprogramma in woningbouwprojecten (input woningbouw als aanjager stadsontwikkeling). De uitvoering en vernieuwing van lokale prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties en de samenwerking met de regio via de Regionale Woonagenda Haaglanden.
De kosten voor 2026 en verder bedragen € 0,116 mln. per jaar. Het voorstel is om dit in een overgangsfase gezien de opgaven vanuit Zoetermeer 2040 gedurende twee jaar te dekken van de reserve Fonds Zoetermeer 2040 en daarna bezien of dit vast in de begroting kan worden opgenomen via de groei van de algemene uitkering van het gemeentefonds. 3.6 Formatie Mobiliteit De ambities en opgaven met betrekking tot Mobiliteit zijn groot in Zoetermeer (binnen de gebiedsprogramma’s, daar is een kader en beleid voor nodig, en beleid voor het toekomst bestendig maken van de stad en het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040). We werken hiervoor ook samen met de regio. Deze ambities en opgaven knellen met de bestaande ambtelijke capaciteit. Het doel is om de komende jaren de capaciteit weer in lijn te brengen met de maatschappelijke opgaven. Voor de lijnwerkzaamheden wordt voorgesteld om de formatie voor een periode van vijf jaar uit te breiden met 1,5 fte, wat neerkomt op € 0,195 mln. per jaar. Deze kosten worden gedekt vanuit de reserve Fonds Zoetermeer 2040 voor de duur van twee jaar en daarna, indien mogelijk, via de groei van de algemene uitkering. Door de extra capaciteit voorkomen we versnippering van de inzet en vertragingen bij de besluitvorming.
Dit borgt de kwaliteit en voorkomt dat de kwaliteit van onze projecten en de positie van Zoetermeer binnen de regio negatief beïnvloed worden. De extra fte wordt onder andere ingezet op: • • • •
De regionale samenwerking en advies binnen de MRDH en andere landelijke en regiocontacten, zoals de Provincie en het rijk. De uitvoering van de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer. Het in gang zetten van nieuwe projecten, zoals het realiseren van de metropolitane snelfietsroute tussen Zoetermeer richting Rotterdam en de OV schaalsprong zoals de ZoRo-lijn en Leizo waardoor een robuust ov-systeem ontstaat. Het opstellen en uitvoeren Actieplan Verkeersveiligheid.
Het voorstel is om dit in een overgangsfase, gezien de opgaven vanuit Zoetermeer 2040, gedurende twee jaar te dekken via de reserve Fonds Zoetermeer 2040. Daarna wordt bezien of deze uitbreiding nog tijdelijk vanuit het fonds moet worden gedekt of vast in de begroting kan worden opgenomen via de groei van de algemene uitkering van het gemeentefonds. 71
Daarnaast is er een werkbudget voor participatie en onderzoek op het gebied van Mobiliteit nodig van € 0,24 mln. Het voorstel is om de kosten te dekken vanuit de reserve Fonds Zoetermeer 2040. a. Participatietraject thematisch Omgevingsprogramma Mobiliteit (externe inhuur) De huidige mobiliteitsvisie 2030 vervalt volgens de overgangsregeling van de Omgevingswet per 1 januari 2027. Er wordt gewerkt aan een hernieuwde visie op mobiliteit die beter aansluit op de visie Zoetermeer 2040 en de nog vast te stellen Ruimtelijke Strategie 2040. Dit moet volgens de Omgevingswet worden opgenomen in een thematisch omgevingsprogramma. Dit betekent dat er ook participatie moet plaatsvinden op inhoudelijke onderdelen, waarvoor een budget € 80.000 van nodig is. b. Onderzoek naar alternatieve verkeerscirculatie wegenstructuur Zoetermeer inclusief voorrang fiets bij VRI's (externe inhuur). Verkeerstellingen op de hoofdstructuur als basis voor monitoring Een onderzoek naar alternatieve verkeerscirculatie is een maatregel genoemd in de Ruimtelijke Strategie 2040. Het onderzoek is bedoeld om maatregelen in kaart te brengen die bijdragen aan de opgave om het autoverkeer niet te laten toenemen. Deze maatregel sluit ook aan bij de opgave uit de mobiliteitsvisie om bestaande en nieuwe noord-zuidverbindingen te onderzoeken. De kosten bedragen € 0,11 mln. c.
Verkeerstellingen op de hoofdstructuur als basis voor monitoring Om goed onderzoek te kunnen blijven doen naar de verkeersstromen op de hoofdstructuur is het noodzakelijk om verkeerstellingen uit te voeren. De kosten hiervoor zijn inbegrepen in de € 0,11 mln. genoemd bij onderdeel b. d. Evaluatie Parkeerbeleid en onderzoek en advies mobiliteitsnorm Zoetermeer actualiseert regelmatig haar parkeerbeleid zodat dit beleid aansluit bij de laatste inzichten en wensen ten aanzien van parkeren. Dit staat in de Parkeernota en uitvoeringsregels 2019. Het parkeerbeleid is daarom aan evaluatie toe. De parkeeropgave draagt bij aan de ambitie “Mobiliteitssysteem en ruimtelijke ambities gaan hand in hand”. De kosten bedragen € 50.000. 3.7 Wet Goed Verhuurderschap en Wet betaalbare huur De Wet Goed Verhuurderschap (Wgv) is sinds 1 juli 2023 van kracht. Deze wet verplicht gemeenten om vanaf 1 januari 2024 een meldpunt in te richten waar inwoners terecht kunnen met vragen of klachten over hun verhuurder. Een inwoner kan bij overtreding van een van de algemene regels uit de Wgv een verzoek tot handhaving indienen bij de gemeente. Dit betekent dat de gemeente werkprocessen moet inrichten om deze meldingen in behandeling te nemen, te (laten) onderzoeken en hierop te handhaven.
Medio 2024 heeft de gemeente Zoetermeer dit meldpunt ingericht en een pilot gestart om de werkprocessen voor deze nieuwe taak in de organisatie te borgen. De Wet betaalbare huur (Wbh) is op 1 juli 2024 ingegaan. Deze wet breidt het gereguleerde huursegment (met huurprijsbescherming) uit met het middenhuursegment. Deze regels met betrekking tot de huurprijsbescherming zijn opgenomen binnen de Wgv. Gemeenten moeten al handhaven op de algemene regels van Wgv, maar door deze Wbh komen er nog drie regels bij waarop gemeenten moeten toezien. Deze bevoegdheid gaat in op 1 januari 2025. Dit betekent dat de werkprocessen hierop aangepast moeten worden.
72
De kosten voor 2025 zijn begroot op € 0,135 mln. om verder invulling te geven aan de implementatie en uitvoering door de inzet van extra arbeidscapaciteit bij team Handhaving en Wonen en voor juridische diensten. In de opvolgende jaren zal de benodigde inzet naar verwachting geleidelijk afnemen. Voor het uitvoeren van deze wettelijke taak heeft het rijk via de algemene uitkering structurele en incidentele (tot 2029) middelen ter beschikking gesteld om deze nieuwe processen te implementeren en het toezicht en de handhaving erop uit te voeren. 3.8 Voorbereiding Regiodeal Uit onderzoek blijkt dat de leefbaarheid en sociale samenhang in Nissewaard, Zoetermeer en Capelle aan den IJssel achterloopt op de rest van Nederland. Dat het minder gaat in Zoetermeer is door onze gemeente eerder onderkend en was de aanleiding voor de ontwikkeling van de Visie Zoetermeer 2040 en onze acties om de wijken aan te pakken. Het is dan ook belangrijk dat het rijk heeft erkend dat New Towns extra ondersteuning behoeven om grotere problemen te voorkomen en toekomstbestendig te maken. Het rijk heeft begin 2025 bekendgemaakt een Regiodeal van € 10 mln. toe te kennen aan de New Town-gemeenten Nissewaard, Zoetermeer en Capelle aan den IJssel. Dit geld is bedoeld om de leefbaarheid in deze voormalige groeikernen te verbeteren.
De toekenning van deze Regiodeal onderstreept het belang van een gezamenlijke aanpak van de uitdagingen waarmee deze steden kampen. Een Regiodeal is een samenwerkingsovereenkomst tussen de rijksoverheid en regio’s om de kwaliteit van leven, wonen en werken te verbeteren. De drie gemeenten gebruiken dit geld om wijken en buurten op te knappen en sociale problemen aan te pakken. De verwachting is dat de subsidie eind 2025 wordt toegekend. Om de regiodeal voor te bereiden is onderzoek nodig en een projectmanager om deze inhoudelijk voor te bereiden. De kosten worden door de drie gemeenten gedragen. De subsidieregeling voorziet in uitvoeringskosten, maar deze zijn beperkt tot 3% van het toegekende bedrag voor de hele looptijd. Voor de voorbereiding en het eigen aandeel in de uitvoeringskosten wordt een budget geraamd van € 50.000 voor 2025 en € 0,1 mln. voor 2026 met dekking vanuit de reserve Fonds Zoetermeer 2040. Als de plannen zijn uitgewerkt en de subsidiebeschikking is afgegeven, wordt hiervoor een afzonderlijk raadsvoorstel ter besluitvorming voorgelegd. Voor de cofinanciering zal veelal gebruik worden gemaakt van bestaande budgetten. 3.9 Subsidie woningbouwproject Om betaalbare woningen in de regio Haaglanden te realiseren heeft de provincie budget beschikbaar gesteld.
De gemeente heeft voor het project Dwarstocht/Happy Days subsidie aangevraagd en eind 2024 toegekend gekregen. Het gaat om de bouw van 40 sociale huurwoningen die verlieslatend is. De subsidie draagt bij aan onze volkshuisvestelijke doelstelling om het aantal voldoende goed onderhouden betaalbare woningen door de investeringscapaciteit van woningbouwcorporaties te vergroten. De gemeente verwerkt de subsidie in de grondexploitatie van het project. De subsidie dient als dekking van de kosten voor het openbaar gebied dat door de eisen voor de ruimtelijke kwaliteit duurder is dan gebruikelijk. Er is geen cofinanciering benodigd. De kosten voor dit woningbouwproject worden in 2025 gemaakt en bedragen € 200.000. Hier staat een even hoge subsidie tegen over. 3.10 Penvoerderschap Hoefweg Met het Raadsvoorstel opheffing gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg en wijziging gemeenschappelijke regeling Bleizo (14-05-2024, 2024061263) is gemeld dat de regeling GR Bedrijvenschap Hoefweg een looptijd heeft tot 1 januari 2025. De gemeente Zoetermeer is benoemd tot penvoerende gemeente vanaf het moment dat de jaarrekening 2024 door het Algemeen Bestuur is goedgekeurd. Uit het voordelig resultaat bij opheffing ontvangt Zoetermeer € 0,2 mln. voor het penvoerderschap.
De penvoerende gemeente wordt belast met het afhandelen van alle contacten, vorderingen en mogelijke juridische procedures gedurende een periode van 10 jaar na de opheffingsdatum.
73
Vervallen prestatie indicator bestemmingsplannen De indicator 'Aantal vastgestelde bestemmingsplannen' bij doelstelling 7.2 is niet langer geschikt door de invoering van de Omgevingswet. Deze wet vervangt de traditionele bestemmingsplannen door een integraal omgevingsplan voor het gehele grondgebied van een gemeente. Vanaf 2025 worden er geen afzonderlijke bestemmingsplannen meer vastgesteld, waardoor deze indicator niet meer relevant is als maatstaf. In lijn met onze ambities en doelen in de Omgevingsvisie en de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer, worden nieuwe effect- en prestatie-indicatoren geformuleerd. Deze nieuwe indicatoren zullen ons helpen onze ambities en doelen te realiseren en zorgen voor een transparante en samenhangende beleidsvoering. Het is echter nog te vroeg om nieuwe indicatoren vast te stellen, omdat er vanuit Zoetermeer 2040 nog wordt gekeken naar een nieuwe systematiek voor indicatoren om te sturen op de doelen vanuit de visie en onderliggende programma’s. Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen Niet van toepassing.
Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp
Toelichting onderwerp
Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad
Toelichting
Motie 2411-76: Uitbreiding onderzoek Krakeling
In de raadsvergadering van 25 november 2024 is de motie 2411-76: Uitbreiding onderzoek Krakeling aangenomen. In deze motie wordt het college verzocht om € 40.000 uit het potje van de raad beschikbaar te stellen om in het kader van het lopende onderzoek naar de toekomst van de krakeling in samenwerking met de MRDH en HTM ook de varianten 'spoorboog' en 'óók rechtsom rijden' op kosten van de gemeente Zoetermeer te onderzoeken. Het budget voor de kosten wordt opgenomen in programma 7 en gedekt vanuit het potje van de raad.
74
Risico’s
75
Overzicht Overhead Financiën
Bedragen x € 1.000 TB1 2025
MJB 2026 - 2029
Doorkijk MJB
2026
2027
2028
2029
2030
2031
1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Loonkosten overhead
300
1.2 Informatisering en Automatisering
120
1.3 Beveiliging Stadhuis
-190
-190
-190
-190
-190
-190
-190
1.4. Formatiewijziging opslag overhead
-451
-387
-278
-240
-240
-240
-240
pm
pm
pm
pm
pm
pm
1.5 Organisatieontwikkeling Sociaal Domein 1.6 Extra afschrijving personeelsfietsenstalling
481
1.7 Aanpassing raming afschrijving
156
12
9
9
9
-171
-205
-205
-205
-205
-205
-205
-290
-290
-290
-290
-290
-290
2 Onvermijdelijke ontwikkelingen 2.1 Wet Open Overheid (WOO) - dekking via OAD 2.2 NIS2-richtlijn
76
3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid 3.1 Subsidiewerver (structureel vanaf 2026) - dekking via OAD (reservering groei van de stad)
-130
-130
-130
-130
-130
-130
3.2 Public Affairs: (extra adviseur) - dekking via OAD (reservering groei van de stad)
-130
-130
-130
-130
-130
-130
-40
-40
-40
-40
-40
-40
-250
-250
-250
-250
-250
-250
-300
-300
-300
-300
-300
-300
290
290
290
290
290
290
1.500
pm
pm
pm
pm
pm
4.3 Verlaging personeelsgerelateerde kosten
100
100
100
100
100
100
4.4 Verlagen ICT
150
150
150
150
150
150
4.5 Verlagen inhuur (organisatiebreed)
250
250
250
250
250
250
4.6 Citymarketing
47
47
47
47
47
47
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
3.3 Public Affairs: uitvoeringsbudget - dekking via OAD (reservering groei van de stad)
-25
3.4 Meterkasten Netbeheerder - dekking potje van het college
-25 25
3.5 Personeelsvergoedingen: reiskostenregeling - dekking vanuit bezuinigingsvoorstel Ramingssystematiek (p-max -1) via OAD
250
3.6 Integriteitscoördinatoren (2 fte) en integriteitsonderzoek 4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Dotatie algemene reserve 4.2 Realistische investeringsplanning
4.7 Systematiek overheadtoerekening aan projecten
77
TOTAAL SALDO PROGRAMMA
470
1.427
33
71
71
62
62
Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Loonkosten overhead Het verwachte resultaat voor 2025 bedraagt € 0,3 mln. positief door (tijdelijk) openstaande vacatures. 1.2 Informatisering en Automatisering Het verwachte resultaat 2025 is per saldo € 120.000 positief. Dit voordeel ontstaat enerzijds door vrijgevallen kapitaallasten van € 0,28 mln. doordat een investering nog niet is afgerond. Anderzijds worden extra (eenmalige) kosten verwacht door nieuwe aanbestedingen en door prijsstijgingen van het mobiele telefoonabonnement en van bestaande diensten op het gebied van informatiebeveiliging. Tot slot zijn extra laptops aangeschaft vanwege organisatiegroei. De extra kosten bedragen in totaal circa € 0,16 mln. 1. 3 Beveiliging in het Stadhuis De sterk gestegen loonkosten in de beveiligingssector leiden tot een tekort van € 0,19 mln. per jaar. Mede oorzaak is het gewijzigde beveiligingsbeleid dat vereist dat er altijd beveiligers aanwezig moeten zijn zolang er mensen in het pand zijn, dus ook tijdens de fractievergaderingen in het vergadercentrum. 1.4 Formatie-uitbreiding opslag overhead Door de voorgestelde uitbreiding van de formatie neemt ook de overhead toe. Ten opzichte van het huidige moment groeit de formatie in 2025 met ongeveer 31 fte. Daarna neemt deze iets af. De totale toename in 2026 is circa 19 fte.
In de jaren daarna neemt de toename verder af tot ongeveer 7,5 fte. De overheadkosten zijn genormeerde kosten van onder meer huisvesting, ict voorzieningen (licenties, laptop) en de toename in de uitvoeringstaken van bijvoorbeeld personeel en organisatie, facilitaire zaken en financiën. De gemiddelde overheadkosten bedragen € 36.800 per jaar voor een structurele fte, terwijl de norm voor een tijdelijke fte op € 12.600 ligt. 1.5 Organisatieontwikkeling Sociaal Domein In het Sociaal Domein is voor 1 januari 2026 een reorganisatie beoogd. De kwaliteit van dienstverlening staat daarbij voorop. In de komende periode worden de consequenties voor de organisatie, personeel en financiën uitgewerkt. De consequenties daarvan worden meegenomen in de Programmabegroting 2026. De raad ontvangt de benodigde informatie voorafgaand aan het begrotingsdebat zodat tijdens het begrotingsdebat een integrale afweging kan plaatsvinden. 1.6 Extra afschrijving personeelsfietsenstalling De personeelsfietsenstalling nabij de Frankrijklaan 6 moet plaatsmaken voor de grondexploitatie Markt 10. In de begroting 2025 is een bedrag van € 0,481 mln. opgenomen als extra afschrijvingslast. De extra afschrijving is echter al verwerkt in het boekjaar 2024. Vandaar dat deze begrotingspost in 2025 kan vrijvallen.
78
1.7 Aanpassing raming afschrijving Het gaat om diverse kleine correcties van de afschrijvingslasten met als onderliggende basis: - (nog) niet uitvoeren van een vervangingsinvestering; - geraamde afschrijvingslast versus gerealiseerde afschrijvingslast; - opgelopen vertraging bij de uitvoering van het investeringskrediett.
Onvermijdelijke ontwikkelingen 2.1 Wet Open Overheid (WOO) De Wet open overheid uit 2022 regelt de openbaarheid van bestuur door openbaarmaking van informatie door de Nederlandse overheid. De wet is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur, die op 1 mei 1992 in werking was getreden. Onze gemeente heeft steeds vaker te maken met verzoeken van belanghebbenden. Dat houdt in dat de wet succesvol is en dat de belemmeringen om verzoeken in te dienen kleiner worden. De gemeente maakt ten behoeve het onderzoek ook kosten. Kosten die nu vaak ten laste van een project worden gebracht, of als algemene kosten of op het product. Het rijk heeft onderkend dat de kosten voor gemeenten oplopen en heeft via de algemene uitkering budget beschikbaar gesteld. Het voorstel is om dit budget via het programma overhead beschikbaar te stellen en dit namens de gehele organisatie centraal te beheren via juridische zaken. Hiermee voorkomen we dat de projecten en andere product en onterecht belast worden. Voor 2025 bedraagt het toegekende budget € 0,171 mln. en voor de periode daarna € 0,205 mln. 2.2 NIS2-richtlijn Met de invoering van de NIS2-richtlijn met betrekking tot informatiebeveiliging in 2025 worden strengere eisen gesteld aan de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen binnen essentiële sectoren, waaronder lokale overheden.
De NIS2-richtlijn staat voor 'Network and Information Security 2-richtlijn'. Deze richtlijn is een opvolger van de oorspronkelijke NIS1-richtlijn en is bedoeld om de cyberbeveiliging binnen de Europese Unie verder te versterken. Recente cyberaanvallen bij verschillende gemeenten en andere overheidsorganisaties tonen aan welke schade veroorzaakt wordt door onvoldoende beveiliging. Om ervoor te zorgen dat de Gemeente Zoetermeer kan voldoen aan de strengere eisen van de NIS2 en daarmee dus te zorgen voor een betere beveiliging van onze gemeentelijke digitale infrastructuur is het noodzakelijk om een tweetal aanvullende maatregelen te nemen in het kader van informatiebeveiliging. Allereerst is het noodzakelijk om een 24/7-dienst die de gemeentelijke systemen continu monitort en indien nodig ingrijpt op verdacht verkeer. Daarnaast wordt een wachtwoordmanager ingezet die helpt bij het afdwingen van sterke wachtwoorden. Dit vermindert de kans op het hergebruiken van wachtwoorden of het kiezen van zwakke, gemakkelijk te raden wachtwoorden, wat een veelvoorkomende oorzaak is van beveiligingsinbreuken. De inzet van deze twee maatregelen helpen ons de informatiebeveiligingsrisico's effectief te beheren en de gemeentelijke systemen te beschermen tegen potentiële cyberincidenten.
De kosten voor de 24/7 informatiebeveiligingsdienst en de wachtwoordmanager bedragen respectievelijk € 0,25 mln. en € 40.000 structureel op jaarbasis vanaf 2026.
Beleidswijzigingen/nieuw beleid 3.1 Subsidiewerver (structureel vanaf 2026) Voor 2024 en 2025 zijn voor het verwerven van nationale en Europese subsidies incidenteel middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van een 79
subsidiewerver. Het extra beschikbaar gestelde bedrag leidde ertoe dat er een begin is gemaakt om de informatie over subsidies en subsidieaanvragen te centraliseren. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van bestaande subsidiekansen en worden de nieuwe subsidiekansen vergroot. Bij een groeiende stad in de omvang van Zoetermeer is een subsidiewerver wenselijk. In 2024 was de subsidiewerver in meer of mindere mate betrokken bij de aanvragen en bijdragen van ca. € 42 mln. aan subsidies waarvan € 35 mln. is toegekend (b.v. Regiodeal € 3,3 mln. en Binnenstad € 14,9 mln.). Het voorstel is om structureel vanaf 2026 budget vrij te maken voor een subsidiewerver van € 0,13 mln. (fte schaal 12). Dekking hiervoor kan gevonden worden in de reservering voor de groei van de stad op OAD. 3.2 Public affairs (extra adviseur structureel vanaf 2026) In 2023, 2024 en 2025 is tijdelijk geïnvesteerd in de uitbreiding van de lobbycapaciteit door een extra adviseur public affairs aan te stellen. De adviseur public affairs zorgt ervoor dat de gemeentelijke belangen worden behartigd bij onder andere medeoverheden en Tweede Kamer en ook voor goede ondersteuning van het bestuur bij diverse complexe onderwerpen zoals de New Towns en Bleizo-West. Bij een groeiende stad in de omvang van Zoetermeer is een extra adviseur wenselijk.
De gemeente wil voortijdig kunnen anticiperen op externe ontwikkelingen en, waar mogelijk, invloed uit kunnen oefenen. Om deze lobbytrajecten goed te kunnen ondersteunen, wil het college structureel inzetten op het borgen van deze activiteiten binnen de organisatie. Het aantrekken van een adviseur public affairs (schaal 12) kost € 0,13 mln. Dekking hiervoor kan gevonden worden in de reservering voor de groei van de stad op OAD. 3.3 Public affairs: uitvoeringsbudget Om ervoor te zorgen dat public affairs ook uitvoering kan geven aan de taken zijn middelen nodig om hier vorm aan te geven van structureel € 0,040 mln. Dekking hiervoor kan gevonden worden in de reservering voor de groei van de stad op OAD. 3.4 Meterkasten netbeheerder Onderzoek toont aan dat beschilderde meterkasten of elektriciteitshuisjes ons vrolijker maken. We voelen ons er veiliger door en is er minder vandalisme. In sommige gemeenten is het al mogelijk om deze huisjes op te knappen d.m.v. kunst. Het college wil ook dat de kastjes in gemeente Zoetermeer mooi beschilderd worden. Het past ook bij de doelstellingen van Zoetermeer 2040 en de manier waarop wij Zoetermeer via City Marketing neerzetten. Bewoners worden via de kanalen van City Marketing opgeroepen om ontwerpen te bedenken. Een kunstenaar begeleidt hen vervolgens met opleiding en uitvoering.
Het voorstel is om de kosten van € 25.000 te dekken uit het potje van het college. 3.5 Personeelsvergoedingen: reiskostenregeling De nieuwe reiskostenregeling, die op 1 april 2024 is ingevoerd, omvat de vergoeding voor woon-werkverkeer, de thuiswerkvergoeding en de fiscale uitruilregeling voor een fiets. Voor de invoering is een extra budget van € 0,50 mln. toegekend voor zowel 2024 als 2025, waarbij is aangegeven dat de regeling inhoudelijk structureel gewenst is, maar vanwege de financiële situatie eerst tijdelijk voor twee jaar werd toegekend. Na analyse van de eerste negen maanden (van april tot en met december 2024), rekening houdend met een verwachte groei van het aantal gebruikers, blijkt dat € 0,25 mln. voldoende is in plaats van de oorspronkelijk geraamde € 0,50 mln. Dit resulteert in een overschot van € 0,25 mln. in 2025. Vanaf 2026 is € 0,25 mln. extra budget nodig om de regeling voort te zetten. Het vanaf 2026 benodigde bedrag van € 0,25 mln. dient te worden gedekt vanuit de beschikbare ruimte binnen het bezuinigingsvoorstel Ramingssystematiek (p-max -1) (maatregel 322), zoals opgenomen in de Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien (OAD).
80
3.6 Integriteitscoördinatoren (2 fte) en onderzoek Vanwege de groei van de organisatie zijn twee integriteitsmedewerkers nodig. De organisatie is de afgelopen jaren in omvang gegroeid, waardoor de kans op integriteitskwesties en misstanden eveneens is toegenomen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ongewenste omgangsvormen, belangenverstrengeling, fraude of lekken van vertrouwelijke informatie. De regelingen integriteit zijn zowel politiek bestuurlijk als ambtelijk vernieuwd. Voor ambtenaren is het laagdrempeliger geworden om meldingen van vermoedelijke integriteitsschendingen en misstanden te doen. De verwachting is dat hierdoor het aantal meldingen toeneemt en als gevolg daarvan zijn ook vaker integriteitsonderzoeken nodig. Naast handhaving is preventie en bewustwording belangrijk. De integriteitsmedewerkers gaan trainingen organiseren. Ze gaan toezien op actualiteit van het beleid, samenhang, en zorgdragen voor een eenduidige opvolging van meldingen. Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Dotatie algemene reserve (maatregel 301) Bij het raadsvoorstel ‘Verkleining, Renovatie en Verduurzaming Stadhuis’ (2014-000060) is besloten om gedurende 35 jaar € 0,29 mln. toe te voegen aan de Vrij inzetbare reserve. Het voorstel is hiermee te stoppen, omdat de hoogte van deze reserve voldoende is. Hierdoor houden we dit bedrag over in de begroting.
4.2 Realistische investeringsplanning (maatregel 113, 126, 127, 309, 310) Een realistische investeringsplanning met bijbehorende kapitaal- en exploitatielasten ten aanzien van Nieuwbouw Poppodium de Boerderij, Investeringsagenda Sport, Onderwijshuisvesting, Vervangingsinvesteringen (o.a. ICT) en Investeringen m.b.t. de ‘Schaalsprong’. Voor de komende jaren staat een ambitieus investeringsprogramma gepland. Het college blijft daarbij volop inzetten op de verschillende ontwikkelingen en tegelijkertijd leert de ervaring dat niet alle projecten conform de planning kunnen worden gerealiseerd. Door realistischer te plannen kunnen de in de begroting opgenomen kapitaallasten, rentelasten en exploitatielasten voor een deel worden doorgeschoven, waardoor in ieder geval voor 2026 een aanzienlijke besparing kan worden gerealiseerd. Voor de komende jaren kan worden overwogen om een investeringsplafond in te stellen op basis van de historische realisatie van de afgelopen jaren en hierbinnen de verschillende projecten te herprioriteren en/of in de tijd uit te zetten. 4.3 Verlaging personeelsgerelateerde kosten (maatregel 234, 264, 293, 295) Het gaat hier om het verlagen van personeelsgerelateerde kosten.
Er kan gekozen worden om specifieke maatregelen te benoemen, zoals het afschaffen of versoberen van de activiteiten van de Cultuurgids (nieuwjaarsbijeenkomst/gouden giraf), fruit op de werkvloer, versoberen van de catering, verminderen abonnementen en repro, verlagen opleidingskosten en representatie. 4.4 Verlagen ICT (maatregel 280) De besparing zit in het snijden in het applicatielandschap. Door bijvoorbeeld te stoppen met overlappende en ‘nice to have’ applicaties, kunnen we niet alleen kosten verlagen, maar ook de efficiëntie en effectiviteit van onze ICT-diensten verbeteren. Dit betekent dat we ons zullen richten op kernapplicaties die noodzakelijk zijn voor onze bedrijfsvoering en de dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven. 4.5 Verlagen inhuur (organisatiebreed) (maatregel 320) In de totale begroting zit naast de toegestane personeelsformatie een bedrag van ongeveer € 5 mln. voor externe inhuur. Indien hiervan 5% wordt bezuinigd, levert dit € 0,25 mln. op. Dit betekent minder budget voor inhuur van specialistische kennis, piekbelasting, ziektevervanging.
81
4.6 Citymarketing (maatregel 237) Het budget voor City Marketing is in het coalitieakkoord structureel opgehoogd. Bureau City Marketing zou zo met een ruimer budget meer impact gaan maken. Door de aangekondigde bezuiniging zal de impact van het bureau zich beperken tot het ontsluiten en ‘in de etalage zetten’ van onderwerpen, activiteiten en evenementen die bijdragen aan het versterken van het merk Zoetermeer. Zoals beschreven in het strategisch canvas Zoetermeer is de Plek. De rol van het bureau gaat van trekker en organisator naar coördinator en kwaliteitbewaker. Wat blijft zijn de website, de social media en jaarlijks vier campagnes. Bij gelijkblijvende formatie kan ook de Uitagenda onderhouden worden. 4.7 Systematiek overheadtoerekening aan projecten (maatregel 302) Het voorstel is om de overheadkosten op een andere manier te verdelen. In het kort komt het erop neer dat we overstappen naar een methode waarbij overheadkosten worden verdeeld via een vaste opslag op productieve uren en naar een integrale kostprijs. Door deze maatregel worden meer lasten toegerekend aan projecten. Projecten worden daardoor duurder. Bij projecten die worden geactiveerd of toegerekend aan een grondexploitatie heeft dat een structureel positief effect op de exploitatie. De afschrijvingslasten worden in de toekomst hoger.
Door deze maatregel worden meer lasten toegerekend aan projecten, die daardoor duurder worden. Bij projecten die worden geactiveerd of toegerekend aan een grondexploitatie heeft dat een structureel positief effect op de exploitatie. De afschrijvingslasten worden in de toekomst hoger.
Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp
Toelichting onderwerp
Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad
Toelichting
Reservering Stelpost Overhead
Herverdeling stelpost overhead: Bij uitbreiding van formatie houden we rekening met een stijging van de overheadstaken en functies. Binnen Overhead betekent dit een budget neutrale verschuiving. Dit budget wordt op één plek binnen de organisatie geboekt en nu verdeeld naar de verschillende overheadtaken.
82
Risico’s NIS2-richtlijn Om te voldoen aan de NIS2-richtlijn en de informatiebeveiligingsrisico’s te beperken wordt in deze perspectiefnota voorgesteld tot afname van een 24/7 informatiebeveiligingsdienst en wachtwoordmanager. De totale kosten bedragen ongeveer € 290.000 per jaar. Gezien de noodzaak van een dergelijke dienst wordt zo snel als mogelijk gestart met het inkooptraject wat mogelijk al kan leiden tot kosten in 2025. De hoogte hiervan kan op dit moment niet worden bepaald en wordt indien van toepassing gemeld worden in TB2 dan wel jaarrekening 2025.
83
Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien Financiën
Bedragen x € 1.000 TB1
MJB 2026 - 2029
Doorkijk MJB
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
1.1 Verwerking Septembercirculaire 2024
1.700
3.700
4.600
4.900
4.900
4.900
4.900
1.2 Raming loonstijging
1.870
2.640
2.310
2.090
1.540
1.540
1.540
1.3 Raming prijsstijging
-720
-9.580
10.140
10.400
11.240
11.240
11.240
1.4 Verwacht accres Meicirculaire 2025
2.500
2.723
2.195
3.619
4.298
4.298
4.298
1.5 Renteopbrengst
-500
pm
pm
pm
pm
pm
pm
500
500
1.000
1.000
500
500
1.836
1.581
1.596
1.357
1.053
872
1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)
1.6 Dividend Stedin 1.7 Bezwaarschriften
-180
1.8 Inzetten van taakmutaties
2.009
2 Onvermijdelijke ontwikkelingen (niet van toepassing) 3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid
84
3.1 Aanpassen rentescenario
0
0
0
pm
pm
pm
pm
3.2 Inzetten reservering groei van de stad
25
300
300
300
300
300
300
4.1 Inzet surplus algemene reserve
5.000
pm
pm
pm
pm
pm
4.2 Ramingssystematiek (p-max -1)
1.500
1.500
1.500
1.500
1.500
1.500
4.3 Inflatie voor 2024 niet helemaal compenseren (-2%), inclusief extra verlaging prijsindexatie met 0,25% (toezegging 700)
3.600
3.600
3.600
3.600
3.600
3.600
4.4 Veroudering van de stad
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
11.219
5.446
7.205
6.255
5.451
5.270
4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen
TOTAAL SALDO PROGRAMMA
6.704
Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Verwerking Septembercirculaire 2024 De Septembercirculaire 2024 liet een verhoging zien van de algemene uitkering vanwege een hoger accres, herverdeeleffecten en nieuwe taken. Hierover is een memo gestuurd aan de raad in oktober 2024. De financiële consequenties worden in deze Perspectiefnota 2026 verwerkt. 1.2 Raming loonstijging (op basis van CAO bod werkgever en CPB-raming) Voor de aanpassing van het loonbudget in de begroting wordt elk jaar de index (loonkostenvoet sector overheid) van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB als uitgangspunt genomen. Voor het jaar 2025 bedroeg de inschatting van het CPB vorig jaar 4,4%. Samen met de veranderende sociale lasten zoals pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekering is er voor 2025 rekening gehouden met 5,3%. Het onderhandelingsakkoord tussen VNG en vakbonden vraagt om 3,8% voor onze begroting. Dat levert een structureel voordeel op in de begroting van € 1,87 mln. Voor de jaren 2026 en verder is de raming ook aangepast op basis van de CPB-raming. 1.3 Prijsstijging De prijsstijging voor 2026 (inclusief correctie voor 2024 en 2025) bedraagt 7,6%. Dit komt uit de raming van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2025. (zie ook bijlage 1). Dit geeft een nadeel in de begroting van € 0,72 mln.
in 2025 en oplopend naar € 11 mln. in de jaren erna. Bij bezuinigings- en dekkingsvoorstel 4.3 wordt voorgesteld deze prijsstijging niet volledig in de begroting op te nemen. Ook in bijlage 1 staat dit toegelicht. 85
1.4 Verwacht accres Meicirculaire 2025 De groei van de algemene uitkering (het accres) wordt bepaald aan de hand van de groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De raming van het CPB voor het BBP maakt onderdeel uit van het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierdoor kunnen gemeenten een berekening maken van het accres. Voor Zoetermeer gaat het om € 2,5 mln. in 2025 oplopend tot € 4,3 mln. vanaf 2029. Bij de Meicirculaire 2025 krijgen we de definitieve cijfers. Dit accres wordt allereerst ingezet om de loon- en prijsstijgingen te dekken. 1.5 Renteopbrengst Eind 2024 had de gemeente € 117 mln. aan vooruit ontvangen bedragen. Hoofdzakelijk specifieke uitkeringen voor de grote infrastructurele projecten. Daarnaast had de gemeente nog ca € 40 mln. aan leningen. Deze twee posten samen -de overliquiditeit- staan hoofdzakelijk bij de schatkist. We lenen sinds vorig jaar ook een deel uit aan andere gemeenten mits we daar een hogere rente voor ontvangen dan bij de schatkist. Bij de begroting hebben we rekening gehouden met een gemiddelde omvang van de overliquiditeit tegen een gemiddelde rente van 2,5%. Naar de inschatting van dit moment komen zowel de omvang als de rente iets lager uit. Het nadeel wordt voor 2/3 veroorzaakt door een lagere omvang en voor 1/3 door een lagere rente.
Het deel dat door een lagere rente komt, wordt ten laste van de rente-egalisatiereserve gebracht waarmee dat niet het begrotingssaldo beïnvloedt. 1.6 Dividend Stedin Stedin is een vaste deelneming van de gemeente. Als gevolg van de energietransitie is de omzet van Stedin flink gegroeid en dit leidt naar verwachting ook tot een hogere winst en dus ook een hoger dividend. 1.7 Bezwaarschriften Het hoge aantal bezwaarschriften van 2023 heeft geleid tot aanzienlijk meer beroepszaken en dat is nog steeds merkbaar. Vorig jaar is meer dan de helft afgewikkeld. Begin dit jaar waren nog ongeveer 170 beroepszaken open. De verwachting is dan ook dat hierdoor zowel de proceskosten als de proceskostenvergoeding hoger uitvallen dan geraamd met resp. € 0,1 mln. en € 80.000. 1.8 Inzetten van taakmutaties In de algemene uitkering ontvangen gemeenten middelen voor nieuwe taken of voor uitbreiding van bestaande taken. Dit zijn de zogenoemde taakmutaties. Deze middelen worden gereserveerd op OAD, totdat duidelijk is wat de nieuwe of uitbreiding van de taak betekent qua beleid, uitvoering en benodigde middelen. Voor verschillende taakmutaties is inmiddels duidelijk waar en hoe de middelen ingezet gaan worden. Hierdoor vervalt de reservering op OAD. Het betreft de volgende onderwerpen met daarachter het bedrag en het programma waar de uitgaven staan vermeld: • • • • • • • •
Regionale doelgroepsspecifieke aanpak ten behoeve van de arbeidsmarktregio van € 0,137 mln. in 2025 en 2026 (nadeel programma 1) Bijstand jongerennorm verschuift naar de BUIG voor € 46.800 vanaf 2026 (voordeel programma1) Work in Nederland van € 0,15 mln. voor 2025, 2026 en 2027 (nadeel programma 1) Hervorming arbeidsmarktregio van € 1,1 mln. in 2025 en met wisselende bedragen van rond de € 1,5 mln. in de volgende jaren (nadeel programma 1) Noodopvang asielzoekers voor € 30.000 in 2025 en € 50.000 structureel (nadeel programma 2) Kinderopvang sociaal medische indicatie van € 27.000 (nadeel programma 2) Openbare bibliotheek van € 0,379 mln. voor 2025 en 2026 (nadeel programma 4) Wet goed verhuurderschap en wet betaalbare huur aflopend van € 0,135 mln. naar € 93.000 (nadeel programma 7) 86
• •
Digitaal stelsel omgevingswet van € 0,166 mln. (voordeel programma 7) Wet Open Overheid van € 0,171 mln. in 2025 en van € 0,205 mln. in 2026 en verder (nadeel programma Overhead)
1.9 Inzetten reservering groei van de stad Zoetermeer groeit en dat vraagt extra middelen. Hiervoor wordt in de begroting per woning een bedrag van € 1.500 gereserveerd. De helft van deze middelen wordt gereserveerd in de reserve Fonds Zoetermeer 2040 ten behoeve van vooral het extra onderhoud van de stad. De andere helft staat als reservering opgenomen in de begroting voor de uitbreiding van extra werkzaamheden en voorzieningen in/voor de stad. In deze perspectiefnota wordt gevraagd een deel van deze reservering in te zetten voor de uitbreiding van de formatie met een subsidiewerver en een adviseur public affairs en een werkbudget voor public affairs: zie Overhead.
Onvermijdelijke ontwikkelingen Niet van toepassing.
Beleidswijzigingen/nieuw beleid 3.1 Aanpassing rentescenario Voor de berekening van de rentelasten in de begroting wordt gewerkt met een rentescenario. We gebruiken hiervoor niet de werkelijk te betalen rente van dit moment, maar hanteren hiervoor een scenario. Dit doen we om schommelingen te voorkomen. In de rentenota staat beschreven hoe we aan dit rentescenario komen. De spelregels van de rentenota bieden de mogelijkheid om het rentescenario aan te passen op het moment dat de werkelijke rente fors afwijkt van de rente in het scenario. Bij een afwijking van 2% kan dat na 1 jaar, bij een afwijking van 1,5% na 2 jaar en bij een afwijking van 1% na 3 jaar. De lange rente in het scenario bedraagt momenteel 2%. De werkelijke rente (we kijken hierbij naar de tienjaars fixe) steeg 26 september 2022 voor het eerst door de 3%. Sinds dat moment schommelt de rente tussen de 3,0% en de 3,8%. Er is beleidsmatig bezien dus ruimte om het scenario te heroverwegen. Als we kijken naar de macro-economische ontwikkelingen dan zien we op korte termijn de eerste beschietingen van de door Amerika geïnitieerde handelsoorlog. Dit leidt tot twee tegengestelde effecten. In de eerste plaats leiden de importheffingen tot meer inflatie dus hogere rente, maar het kan ook leiden tot een recessie wat de rente juist kan doen afnemen.
Naast de handelsoorlog zien we dichter bij huis dat Europa veel (extra) wil investeren in defensie ook dit leidt tot meer inflatie en omdat de financieringsmethodiek onder meer bestaat uit het versoepelen van de begrotingsregels leidt dit naar verwachting op de lange termijn tot een hogere schuldgraad bij Europese overheden met aannemelijk een hogere rentevergoeding. Kortom, hoewel er ook kansen zijn dat de rente daalt, zijn er meer indicaties voor een rentestijging. Desondanks stellen we voor het rentescenario nog niet te verhogen. Hiermee houden we de druk in de begroting gelijk zodat er geen groter nadeel in de begroting wordt opgenomen. We verwachten pas in 2028 weer leningen aan te trekken. Hiermee is er nog tijd om het scenario volgend jaar aan te passen. Kanttekening hierbij is dat de investeringsbeslissingen die in 2026 genomen worden nog tegen 2% zullen worden gedekt. De kans bestaat dat die dekking niet voor de hele looptijd van deze investeringen voldoende zal zijn.
87
3.2 Inzetten reservering groei van de stad Zoetermeer groeit en dat vraagt extra middelen. Hiervoor wordt in de begroting per woning een bedrag van € 1.500 gereserveerd. De helft van deze middelen wordt gereserveerd in de reserve Fonds Zoetermeer 2040 ten behoeve van vooral het extra onderhoud van de stad. De andere helft staat als reservering opgenomen in de begroting voor de uitbreiding van extra werkzaamheden en voorzieningen in/voor de stad. In deze perspectiefnota wordt gevraagd een deel van deze reservering in te zetten voor de uitbreiding van de formatie met een subsidiewerver en een adviseur public affairs en een werkbudget voor public affairs: zie Overhead.
Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Inzet surplus algemene reserve (maatregel 317) Deze maatregel behelst het onttrekken van een bedrag aan de algemene reserve. Op 21 november 2023 is in het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) ten behoeve van de controle van de begrotingen van gemeenten door de provincies de volgende nieuwe regel afgesproken: Van het vrij besteedbare deel (surplus) van de algemene reserve kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. Het surplus van de algemene reserve is het deel van de reserve dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). 4.2 Ramingssystematiek (p-max -1) (maatregel 322) De personeelsbudgetten van de gemeente zijn gebaseerd op het maximum van de functionele loonschaal op basis van de toegestane formatie. Daarnaast is een structureel bedrag van € 1 mln. opgenomen voor prijsverschillen. Indien de personeelsbudgetten voor de hele gemeente Zoetermeer worden bepaald op basis van 1 trede onder het maximum van de schaal, leidt dit tot een structurele verlaging van de geraamde lasten van circa € 3 mln. (2,5 % van het totale personeelsbudget). Dit bedrag is gebaseerd op de financiële vertaling van de formatie per 1 januari 2025. Deze maatregel levert bruto een besparing van € 3 mln.
op. Echter, door een lagere dekking vanuit projecten, subsidies en valt de netto besparing lager uit. De minimale netto besparing wordt geschat op € 1,5 mln. Komende periode vindt nader onderzoek plaats naar de hoogte van de netto besparing en de haalbaarheid van deze bezuiniging. Gevolg van de verlaging van het personeelsbudget is dat er minder financiële ruimte is voor de (hogere) inschaling van medewerkers in uitloopschalen of toelages, danwel bestaande vacatureruimte niet of pas later kan worden ingevuld. Dit kan gevolgen hebben voor de realisatie van de ambities. De impact van de maatregel voor de organisatieonderdelen is mogelijk beperkt, indien sprake is van zogenaamd vacaturevoordeel. Dit vacaturevoordeel ontstaat bijvoorbeeld door het niet of pas later kunnen vervullen van vacatures als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt. Ook het lager inschalen van medewerkers bij aanstelling kan de gevolgen van deze maatregelen beperken. 4.3 Inflatie voor 2024 niet helemaal compenseren (-2%), inclusief extra verlaging prijsindexatie met 0,25% (toezegging 700) (maatregel 311) De prijsstijging voor 2026 (inclusief correctie voor 2024 en 2025) bedraagt 7,6%. Dit percentage wordt vooral veroorzaakt door een bijstelling op het jaar 2024.
Aangezien afgelopen jaren op programma’s waar dat nodig was al extra indexatie is toegekend in 2023 en 2024, lijkt het verantwoord om niet de volledige 7,6% op te nemen in de begroting. Voorgesteld wordt om de stijging voor 2% niet mee te nemen. Daarnaast wordt voorgesteld om 1,6% niet aan de programma’s toe te kennen, maar te reserveren op OAD mocht de prijscompensatie toch te laag blijken. Per saldo wordt er dan 4% toegekend aan de programma’s en wordt dat ook de stijging van de tarieven voor belastingen, leges en heffingen. Daarnaast wordt 1,6% gereserveerd op OAD voor prijstegenvallers op de programma’s. Vanwege de vrij grote schommelingen in de inflatie en de huidige financiële verhouding met het rijk (onder andere het afschaffen van de trap-op-trap-af88
systematiek voor het bepalen van de groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds) is het voornemen om de huidige systematiek van prijscompensatie tegen het licht te houden. Nadere informatie volgt in de Perspectiefnota 2027. 4.4 Reservering veroudering van de stad (maatregel 105) Programma 3 vermeldt dat de vervangingsinvesteringen worden geactiveerd, waardoor er in de eerstkomende jaren ongeveer € 7 mln. ruimte in de begroting ontstaat. Deze is voor € 6 mln. opgenomen als bezuinigingsmogelijkheid. In de meerjarige onderhouds- en vervangingsplanning zijn nog niet alle kosten opgenomen (de zogenaamde witte vlekken). Wanneer de onderbouwing van deze kosten gereed is, kan het budget op programma 3 worden opgenomen en eventueel vrijvallen wanneer niet het hele budget nodig blijkt te zijn.
Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp
Toelichting onderwerp
Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad
Toelichting
College
Inkomst raming groei van de stad naar OZB: € 0,863 mln. in 2025.
Raad
De reorganisatie van het team Belastingen eind 2024 leidt tot verschuiving van budgetten over verschillende programma’s. Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien, Overzicht Overhead en de programma’s 1 en 6 worden geraakt (budgettair neutraal).
Raad
Waardevast houden van bepaalde reserves en voorzieningen die door de raad hiervoor zijn aangewezen, te verwerken in de begroting en dekken ten laste van de hiervoor op OAD gereserveerde middelen.
89
Risico’s Niet van toepassing.
90
Bijlagen
91
Bijlage 1. Toelichting loon- en prijsstijging De gevolgen voor loon- en prijsstijging ten opzichte van de begroting 2025 worden als volgt in de programma’s van de begroting 2026 verwerkt. 2026 Prijsstijging
4,0 %
Loonstijging
1,4 %
Prijsstijging 2026 Op basis van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2025 wordt de prijsstijging voor 2026 bepaald. Voor de prijsstijging wordt de Index materiele overheidsconsumptie (Imoc) gebruikt. Voor de lasten, baten en de opbrengsten van de belastingen, leges en heffingen van de begroting 2026 wordt uitgegaan van een prijsstijging van 4% ten opzichte van de begroting 2025. Dit percentage is als volgt tot stand gekomen. De inschatting van het Centraal Plan Bureau (CPB) van de Imoc staat in onderstaande tabel weergegeven. Het bestaat uit de inschatting voor 2026 van 2,1% en een correctie van 5,5% over voorgaande jaren. In totaal een stijging van 7,6%. 2026 Correctie 2024 en 2025 Inschatting 2026 Vermindering*
5,5 % 2,1 % -3,6 %
Prijsstijging in begroting 2026
4,0 %
*Vooral de correctie over 2024 is fors. Deze stijging is waar nodig al in de begroting 2024 verwerkt door actualisatie van de ramingen gedurende het jaar. Dit is gebeurd door bij de tussenberichten extra structurele middelen toe te kennen aan bepaalde programma’s om de hogere prijsstijging op te vangen. Daarnaast proberen we scherp aan de wind te varen in het kader van de bezuinigingen. Hiermee voeren we de toezegging uit dat bezuinigingsmaatregel 311 van pakket 3 naar pakket 1 is overgeheveld. Vanwege de onzekerheid of 4% voldoende is, wordt 1,6% gereserveerd op OAD voor programma’s waar de prijsstijging toch hoger blijkt te zijn dan 4%.
92
Vanwege de vrij grote schommelingen in de inflatie en de huidige financiële verhouding met het rijk (onder andere het afschaffen van de trap-op-trap-afsystematiek voor het bepalen van de groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds) is het voornemen om de huidige systematiek van prijscompensatie tegen het licht te houden. Nadere informatie volgt in de Perspectiefnota 2027. Loonstijging 2026 Op basis van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2025 wordt de loonstijging voor 2026 bepaald. Voor de loonstijging wordt de loonvoet overheid gebruikt. Voor de stijging van de loonkosten wordt een stijgingspercentage van 1,4% aangehouden ten opzichte van de begroting 2025. Bij de bepaling van het stijgingspercentage is rekening gehouden met de sociale lasten, zoals deze bekend zijn op 1 januari 2025. Loon- en prijsstijging 2027 en verder
Prijsstijging Loonstijging
2027
2028
2029
2,2% 5,1%
2,2% 4,2%
2,3% 4,5%
93
Bijlage 2. Samenvatting Eerste Tussenbericht 2025 De Perspectiefnota 2026 en het Eerste Tussenbericht 2025 worden zoals gebruikelijk tegelijkertijd aan de raad aangeboden in één document. In de perspectiefnota wordt een actueel financieel perspectief op meerjarenbasis geschetst voor de jaren 2026 en verder. Het Eerste Tussenbericht is een rapportage over de uitvoering van de begroting in het lopende jaar 2025. Daarin worden afwijkingen op bestaand beleid en onvermijdelijke ontwikkelingen opgenomen. Bij de tussenberichten komt het voor dat de uitvoering van bestaand beleid ook meerjarige (onvermijdelijke) financiële gevolgen heeft. Die gevolgen worden dan betrokken in het meerjarig financieel perspectief. Andersom gebeurt het ook dat voorgesteld nieuw beleid wordt opgestart in het lopende jaar.