CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Perspectiefnota 2026

Raadsvergadering 30 juni 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Perspectiefnota 2026 (exclusief stemmingen)29.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.3 Effectiever inrichten individuele voorzieningen (Wmo/HH)

250

250

250

250

250

250

4.4 Vrijwilligerswaardering

20

20

20

20

20

20

4.5 Verbonden partijen (maatregel 5, 27, 157, 167), Gemeenschappelijke regelingen: - GGD/VT - Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden

189 11

189 11

189 11

189 11

189 11

189 11

363

533

725

702

742

752

TOTAAL SALDO PROGRAMMA

-609

Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Noodopvang Oekraïne De gemeente vangt vluchtelingen uit de Oekraïne op. Vanwege onduidelijkheid over het verloop van de oorlog, de opvang en de bijbehorende vergoeding is hiervoor vorig jaar een 'pm -post' opgenomen. In de loop van 2024 is bekend geworden dat de tijdelijke bescherming voor de ontheemden op grond van de 32

Europese richtlijn de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) is verlengd tot en met 4 maart 2026. Dat houdt in dat we doorgaan met het opvangen van de ontheemden tot deze datum. Er is een reële mogelijkheid dat de tijdelijke bescherming in Europees verband opnieuw verlengd wordt met een jaar, maar dit is geen gegeven. Bij het aflopen van de tijdelijke bescherming onder de RTB vallen ontheemden uit Oekraïne in beginsel terug op hun eerder ingediende asielaanvraag die is gekoppeld aan de aanspraak op de RTB. De prioriteit van het kabinet is inzetten op vrijwillige terugkeer wanneer dat duurzaam kan. Het rijk heeft de normvergoeding met ingang van 1/1/2025 bijgesteld van € 61 per dag naar € 44. Hierdoor dalen de inkomsten ten opzichte van voorgaande jaren maar omdat de kosten nog steeds passen binnen de normvergoeding is er nog steeds sprake van een voordeel. Daarnaast zijn gemeenten met ingang van 2025 verplicht een eigen bijdrage te innen. Omdat dit met het rijk wordt verrekend, is dit voor de exploitatie budgetneutraal. De voorlopige schatting voor de inkomsten vanuit het rijk voor 2025 en de gemeentelijke uitgaven bedragen: • • •

Rijksinkomsten xxx€ 6,5 mln. Uitgaven xxxxxxxx € 3,6 mln. Voordeel xxxxxxxx € 2,9 mln.

Het voordelige saldo is vrij besteedbaar en valt in principe vrij ten gunste van het gemeentelijk resultaat. Het voorstel is om het voordeel deels in te zetten voor een lange termijnperspectief waarin in plaats van tijdelijke locaties ingezet wordt op gemeentelijke permanente huisvesting voor verschillende doelgroepen. 1.2 Hotel- en accommodatieregeling (HAR) In het kader van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en de wettelijke taakstelling huisvesting statushouders biedt onze gemeente opvang aan statushouders in de Huisvesting en Asielopvang Regeling (HAR). Momenteel verblijven 38 statushouders in deze opvanglocatie. Omdat we door de huidige woningnood niet tijdig de statushouders in een woning kunnen plaatsen, moeten we naar verwachting zes maanden langer kamers huren in de HAR-locatie. Na deze periode zijn er naar verwachting wel huizen beschikbaar. Voor het huidige half jaar ontvangen wij een vergoeding van het COA van ca. € 0,371 mln. De kosten om de kamers voor een half jaar te huren inclusief begeleiding en nutsvoorzieningen bedragen ca. € 0,371 mln. Voor de periode na deze zes maanden ontvangen we geen vergoedingen meer van het COA. De kosten van het komende halfjaar worden begroot op € 0,4 mln. Hiervoor doen wij een beroep op het vrij besteedbare voordeel van de Oekraïne gelden.

1.3 Noodopvang asielzoekers Om aan de indicatieve opgave van de Spreidingswet te voldoen, dient Zoetermeer 703 opvangplekken te hebben, waarvan 60 plekken voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Het college wil hier aan voldoen door de voormalige PI beschikbaar te stellen voor maximaal 703 plekken aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) voor de duur van vijf jaar. De gemeentelijke kosten voor de noodopvang bestaan uit de gemeentelijk voorbereidings- en begeleidingskosten, bijkomende kosten gemaakt zoals voorlichtingskosten en de beveiligingskosten en kosten van gemeentelijke taken zoals onderwijs, gezondheidszorg en openbare orde en veiligheid. De uitgaven zijn in voorgaande jaren beperkt gebleven. Op grond van deze inschatting wordt voor de categorie uitgaven een bedrag van € 50.000 opgenomen. Als dit niet toereikend is, wordt hiervan melding gemaakt via de P&C-cyclus. 33

De kosten worden gedekt vanuit een door het rijk genormeerd bedrag volgens het faciliteitenbesluit. Dit bedrag wordt een decentralisatie-uitkering van ca. € 0,28 mln. via de algemene uitkering van het gemeentefonds verkregen. 1.4 Behoud uitvoeringscapaciteit Wmo In 2025 wordt een nadeel van € 1,1 mln. verwacht op de personele uitvoeringskosten binnen de Wmo. Dit komt voornamelijk door de inzet van capaciteit om de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening te blijven waarborgen. Voor het eerst in jaren worden Wmo-meldingen binnen de wettelijke termijn van acht weken afgehandeld. De druk op de uitvoering blijft echter onverminderd hoog, onder meer door het toenemende aantal meldingen en de toenemende complexiteit van aanvragen. 1.5 Werkbudget naar uitvoeringsbudget Wmo Binnen het maatwerkbudget Wmo, met name op de onderdelen huishoudelijke ondersteuning en hulpmiddelen, is sprake van een voordeel. Dit voordeel wordt in 2025 ingezet ter dekking van het genoemde nadeel op de personele kosten onder 1.4 Huidige uitvoeringscapaciteit Wmo. Hiermee wordt het nadeel binnen hetzelfde product gedekt. 1.6 Uitvoeringscapaciteit JGH Jeugd- en Gezinshulp (JGH) verzorgt een groot deel van de toegang tot jeugdhulp en richt zich tevens op complexe gezinssituaties in Zoetermeer waarbij een veilige ontwikkeling van het kind in het geding is.

JGH voert (onder andere) beoordelingen uit om de noodzaak voor jeugdhulp te kunnen bepalen en voert langdurige casusregie. Ondanks dat de instroom in de specialistische jeugdhulp zich stabiliseert en in 2024 is gedaald, is er bij JGH nog wel een stijging geweest van de instroom. Daarnaast heeft de organisatie te maken gehad met langdurige ziekte van een aantal medewerkers. Dit heeft geleid tot het ontstaan van wachtlijsten bij JGH. De beschikbare formatie is onvoldoende gebleken om de hogere instroom bij JGH op te vangen. Daarnaast was er sprake van langdurige uitval van medewerkers. Om de wachttijden niet nog verder te laten groeien, zijn er tijdelijke medewerkers ingezet. In financiële zin betekent dit dat de personeelskosten in 2025 toenemen met € 800.000. De extra inzet is op dit moment noodzakelijk, maar voor de toekomst ongewenst. Er wordt ingezet op het beheersbaar krijgen van de instroom, het terugdringen van de wachttijden en het beheersen van de totale kosten van de jeugdhulp. Dit gebeurt onder andere door: - De inzet van besparingsmaatregelen vanuit de crisisorganisatie Jeugd, zoals de nieuwe verordening jeugd. De gemeenteraad ontvangt hierover voor het zomerreces nadere informatie. - De implementatie van een nieuwe softwareapplicatie met als doel om met meer efficiency in de werkprocessen te bereiken. - De definitieve implementatie van lokale buurtteams vanaf 2026.

Dit betreft een ingrijpend reorganisatietraject van de gemeentelijke inrichting van de jeugdhulp. Het college ziet deze reorganisatie als noodzakelijk om de kosten beheersbaar te maken. De lokale buurtteams gaan zelf lichte hulp en ondersteuning bieden, betere sturing geven aan de toeleiding tot gespecialiseerde jeugdhulp en beter regie voeren over jeugdhulptrajecten. In de komende periode worden de consequenties voor de organisatie, het personeel en de financiën verder uitgewerkt. De uitwerking wordt vóór het zomerreces aan de raad gestuurd. De verwachte gevolgen worden meegenomen in de Programmabegroting 2026. 1.7 Jeugdgezondheidszorg Binnen de regio werken gemeenten samen op het gebied van de Jeugdgezondheidszorg. Jaarlijks vindt er een indexatie plaats volgens een in het convenant afgesproken methodiek. Deze indexatie is hoger dan de gemeentelijke indexatie. Dit betreft een nadeel van € 0,15 mln.

34

In de Perspectiefnota 2025 is incidenteel een bedrag toegekend voor 2025 voor het leveren van het basistakenpakket. Duidelijk is geworden dat deze gelden (€ 0,19 mln.) ook nodig zijn in 2026 en 2027. Komende periode wordt onderzocht wat de impact is voor de jaren 2028 en verder. 1.8 Organisatieontwikkeling Sociaal Domein In het Sociaal Domein is voor 1 januari 2026 een reorganisatie beoogd. De kwaliteit van dienstverlening staat daarbij voorop. In de komende periode worden de consequenties voor de organisatie, het personeel en de financiën uitgewerkt. Deze consequenties hebben betrekking op programma 1, programma 2 en overzicht overhead, en worden meegenomen in de Programmabegroting 2026. De raad ontvangt de benodigde informatie voorafgaand aan het begrotingsdebat zodat tijdens het begrotingsdebat een integrale afweging kan plaatsvinden.

Onvermijdelijke ontwikkelingen 2.1 Kinderopvang op sociaal medische indicatie Sociaal-medische indicatie (SMI) is een vangnetregeling voor gezinnen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en waarvoor het wel noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de kinderen, kinderopvang te indiceren. Via kinderopvang op sociaal medische indicatie kunnen gemeenten deze gezinnen een (gedeeltelijke) vergoeding bieden voor het gebruik van kinderopvang. Het indiceren van kinderopvang op sociaal medische indicatie past binnen de doorontwikkeling van de jeugdhulp, omdat dit een collectieve, reguliere voorziening betreft, die jeugdhulp kan voorkomen. De volgende ontwikkelingen vinden plaats, waardoor de kosten hiervan stijgen (€ 30.000). Hiervoor is tot 2029 € 27.000 extra rijksbijdrage beschikbaar gesteld en vanaf 2029 € 50.000): • • •

De kosten van kinderopvangplaatsen zijn door onder andere CAO-afspraken (fors) gestegen. De sociaal medische problematiek in gezinnen is langduriger van aard geworden waardoor langere toekenningen van kinderopvang op sociaal medische indicatie nodig zijn. De aangekondigde ontwikkelingen van het rijksbeleid (verwacht vanaf 2029) leiden tot lagere ouderbijdragen, dus hogere gemeentelijke kosten.

Dekking kan gevonden worden in de taakmutatie sociaal medische indicatie in de algemene uitkering op OAD.

Beleidswijzigingen/nieuw beleid 3.1 Realisatie gemeentelijke opvang Om te voldoen aan onze inspanningsverplichting voor ontheemden uit Oekraïne en de taakstelling voor statushouders, is het essentieel om passende huisvesting te realiseren. Een zorgvuldige zoektocht naar geschikte opvanglocaties vereist gedegen voorbereiding. Wij willen dit breed oppakken zodat de locatie na vertrek van ontheemden ook ingezet kan worden voor andere doelgroepen zoals statushouders, spoedzoekers, studenten en starters. Om de zoektocht naar geschikte opvanglocaties binnen de gemeente zorgvuldig uit te voeren en de nodige voorbereidingen te treffen, is een voorbereidingsbudget van € 0,1 mln. noodzakelijk. Dit bedrag wordt gebruikt voor onderzoek, locatie-analyse en haalbaarheidsstudies. Daarnaast houden we rekening met een mogelijke onrendabele top, aangezien wij verwachten dat een deel van de investeringen in de locaties niet volledig wordt terugverdiend.

35

Daarom stellen wij voor om een bedrag van € 2,0 mln. te reserveren als dekking voor deze onrendabele top. De reservering wordt gestort in de brede bestemmingsreserve. Als het bedrag niet nodig is, valt het weer vrij. Het budget voor het onderzoek en de reservering voor de onrendabele top wordt gedekt uit het te verwachten voordeel van € 2,9 mln. dat voortvloeit uit de opvang van ontheemde Oekraïners. Op deze manier zorgen we voor een structurele en toekomstbestendige oplossing voor opvang binnen onze gemeente en zijn we goedkoper uit dan we dit moeten huren. 3.2 Crisisorganisatie Sociaal Domein In 2024 is de crisisorganisatie Sociaal Domein gestart. Het doel van deze crisisorganisatie is het ombuigen van de kostenstijgingen in de gespecialiseerde jeugdhulp. Er zijn diverse maatregelen gestart om steviger te sturen op de kosten en de inzet van jeugdhulp. Het is noodzakelijk dit voort te zetten in 2026 om de gewenste effecten te bereiken. De diverse maatregelen die we startten, vragen aanvullende capaciteit van Jeugd- en Gezinshulp, zoals het verstevigen van de regie op de gecertificeerde instellingen en regie op de thuiszitters. Daarnaast is een aanvullend Zorg-in-Natura team gestart dat de verwijzingen naar specialistische jeugdhulp toetst.

De extra activiteiten en inzet, voornamelijk door Jeugd- en Gezinshulp en het ZiN team leiden tot een benodigd incidenteel budget van € 0,65 mln. In de doorontwikkeling van de lokale teams worden deze activiteiten en taken meegenomen in de totaalberekening die later dit jaar volgt. 3.3 Digital decade (budgettair neutraal) De VNG ondersteunt gemeenten in het realiseren van de Europese Digital Decade door gezamenlijke inzet op digitale inclusie, weerbaarheid en innovatie. Gemeenten werken samen aan een gedeelde digitale infrastructuur en standaarden om zo door middel van slim digitaliseren de dienstverlening te verbeteren en de inwoners hierbij centraal te stellen. Deze aanpak versterkt de regierol van Zoetermeer in de digitale samenleving en vergroot het vertrouwen van inwoners. Door de toepassing van digitale innovaties verwachten wij efficiënter te werken en de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren. In het sociaal domein zien we mogelijkheden om te investeren in deze innovaties. We zetten daarvoor in op lokaal maatwerk en ondersteuning vanuit de VNG.

Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Besparing subsidies Sociaal Domein (Wmo/welzijn) (maatregel 318a) Er is gekeken naar het bezuinigingspotentieel van specifieke subsidies rondom preventie en sociale cohesie. Het doel hiervan is geweest om inzicht te bieden in het bezuinigingspotentieel, waarbij de bezuinigingsmogelijkheden zo min mogelijk ten koste gaan van het realiseren van de beleidsdoelstellingen. Er wordt bezuinigingspotentieel gezien op de specifieke subsidies aan verschillende partners. Deze inventarisatie op specifieke subsidies leidt tot een voorgesteld besparingspakket op het thema preventie en sociale cohesie van € 0,234 mln. 4.2 Besparing subsidies Jeugd (maatregel 318c) De maatregel kenmerkt zich door het uitgangspunt dat het beschikbare budget voor preventieve ondersteuning op het gebied van opvoeden en opgroeien zo doelmatig en effectief mogelijk wordt ingezet. Bij de toekenning van de subsidies jeugd 2025 zijn de subsidieaanvragen scherper dan voorheen getoetst op hun doelmatigheid (de mate waarin zij zich richten op de belangrijkste zorgvragen in Zoetermeer) en hun effectiviteit. Deze ontwikkeling wordt de komende jaren doorgezet waarbij een deel van de bestaande activiteiten steeds meer plaats gaan maken voor bewezen effectieve interventies.

Dit zijn interventies die op grote schaal zijn onderzocht en waarvan bekend is dat zij van positieve invloed zijn op bijvoorbeeld de opvoedvaardigheden van ouders of het sociaalemotioneel welzijn van jeugdigen. Door meer gebruik te maken van deze interventies neemt het gebruik van specialistische jeugdhulp naar verwachting af. 36

Vanuit de hierboven geschetste ontwikkeling zijn drie onderdelen waarbinnen besparing mogelijk is: A. Het aandeel bewezen effectieve interventies opvoeden en opgroeien wordt vergroot en de gemeente stopt met onvoldoende onderbouwde activiteiten en interventies (€ 0,145 mln.). B. Aanscherpen van de opdracht aan organisaties met een breed palet aan activiteiten en interventies (€ 50.000). C. Stoppen met een aantal activiteiten zoals Mentortrajecten van Jong Perspectief, Jongeren in Actie van het Jongeren Informatie Punt (JIP), Huttenbouwweek, jongerenactiviteiten en zomerkamp van YMCA en Stadhuis van de Democratie (totaal € 55.000). Het betreft een deel van het activiteitenaanbod van aanbieders; overige activiteiten worden voortgezet. 4.3 Effectiever inrichten individuele voorzieningen (Wmo/HH) (maatregel 43/44) Door de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning effectiever in te richten, verwachten we structureel te kunnen besparen. Het uitgangspunt wordt dat inwoners in hun huishouden zelf blijven doen wat zij nog kunnen. Daarbij gaan we inwoners ondersteunen middels drie ondersteuningsniveaus: • • •

Een algemene voorziening om de inzet van een maatwerkvoorziening te voorkomen; Een kortdurende maatwerkvoorziening; Een maatwerkvoorziening voor langere duur als dit echt noodzakelijk is.

4.4 Vrijwilligerswaardering (maatregel 47) Het bevorderen van vrijwilligerswerk is opgenomen in de Wmo. De invulling van vrijwilligerswaardering en -ondersteuning biedt keuzevrijheid en op onderdelen kan hierop bezuinigd worden. Het stoppen met de inkoop van externe expertise levert een besparing van € 20.000. 4.5 Verbonden partijen (maatregel 5, 27, 157, 167): Gemeenschappelijke regelingen GGD/VT en Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Aan de gemeenschappelijke regelingen is gevraagd om voor 2026 een aangepaste begroting in te dienen. De financiële omvang hiervan moet 6,2% lager liggen dan in 2025.

Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp

Toelichting onderwerp

37

Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad

Toelichting

College

Het verplaatsen van het budget van € 125.000 voor Integrale Vroeghulp van doelstelling 2.1 (Jeugd) naar doelstelling 2.2 (Wmo) vanwege de uitvoering hiervan door inZet welke onder doelstelling 2.2 valt.

Risico’s Integraal Zorgakkoord In het najaar 2022 is het Integraal Zorgakkoord (IZA) ondertekend door gemeenten en partijen uit de zorg, ondersteuning en welzijn. Met het IZA is de lokale en regionale samenwerking tussen partijen verstevigd en zijn gezamenlijke doelen gesteld om in de toekomst zorg te kunnen (blijven) bieden aan inwoners die het nodig hebben. Voor de regio Haaglanden (Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer) is voor 2025 een bedrag van € 6,7 mln. beschikbaar om bij te dragen aan het verwezenlijken van de doelstellingen. Het is nog niet duidelijk of dit bedrag in 2026 ook beschikbaar zal zijn, nadat tijdens deALV van de VNG op 29 november 2024 is besloten (tijdelijk) te stoppen met IZA. Er wordt gewerkt aan een aanvullend zorg- en welzijnsakkoord (AZWA) om het IZA te verbreden, concretiseren en te intensiveren. De afspraken die gemaakt worden in het AZWA worden doorgerekend op (extra) kosten voor het sociaal domein. Vervolgens moeten afspraken gemaakt worden met het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland over gelijkwaardigheid tussen partijen en de bekostiging en voorgelegd worden aan de ALV van de VNG.

38

Programma 3. Leefbaarheid, duurzaam en groen

39

Financiën

Bedragen x € 1.000 TB1

MJB 2026 - 2029 2028

Doorkijk MJB

2025

2026

2027

2029

2030

2031

3.162 -3.000

1.000 -1.000

-3.162 3.000

1.2 Klimaat- en energiebeleid - dekking via SPUK

-2.800 2.800

-2.800 2.800

-2.800 2.800

-2.800 2.800

-2.800 2.800

1.3 Vervanging wasstraat AIZ - dekking via Afvalstoffenheffing

-11 11

-11 11

-11 11

-11 11

-11 11

-11 11

500

500

500

500

500

500

-60

-60

-60

-60

-60

-60

88

87

74

74

1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Warmte-Koude opslag Palenstein - dekking via Brede bestemmingsreserve

1.4 Structurele verhoging inkomsten betaald parkeren

500

1.5 Verlichting Jan Waaijerbrug

-180

1.6 Waterspeeltuin Rakkersveld

-100

1.7 Voertuigen toezicht en storingsdienst 1.8 Aanpassing raming afschrijving

184

-1.000 1.000

2 Onvermijdelijke ontwikkelingen (niet van toepassing) 3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid 40

3.1 Natuurinclusief verduurzamen en Soortenmanagementplan - dekking via SPUK

-67 67

-150 150

-150 150

4.1 Vervangingsinvesteringen kapitaliseren

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

4.2 Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

350

350

350

350

350

350

4.3 Kostendekkendheid rioolheffing

130

130

130

130

130

130

4.4 Zwerfvuil ruimen beperken

35

35

35

35

35

35

4.5 Versoberen beheer openbare ruimte

45

45

45

45

45

45

4.6 Beperken herstelwerkzaamheden openbare ruimte

53

53

53

53

53

53

4.7 Verlagen budget tijdelijke kwaliteitsimpuls

100

4.8 Stoppen met het organiseren van adoptiegroen

28

56

84

112

139

139

4.9 Beperken van het nemen van verkeersmaatregelen

15

15

15

15

15

15

4.10 Verlagen werkbudget energietransitie

63

63

63

63

63

63

4.11 Groenprojecten

63

63

63

63

63

63

8.410

8.174

8.351

8.379

8.332

8.332

4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen

TOTAAL SALDO PROGRAMMA

566

Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Warmte-Koude opslag Palenstein In het kader van het landelijke Programma Aardgasvrije wijken (PAW) is aan de gemeente een bedrag van € 6,5 mln. toegekend. De middelen zijn in de Brede bestemmingsreserve gestort. Het bedrag is als bijdrage voor de onrendabele top voor de aanleg van een WKO-net in Palenstein beschikbaar gesteld. 41

Voor 2025 is hiervoor een bedrag van € 3 mln. in de begroting opgenomen. In 2024 hebben wij gemeld dat het project in overleg met de betrokken partijen met maximaal twee jaar is opgeschort. De herstart is afhankelijk van een wetswijziging die nu voorbereid wordt en parlementair behandeld moet worden. De wetswijziging is noodzakelijk als gevolg van de gevolgen van het Acantus-arrest. Aan de realisatie van de aanleg gaat een openbare aanbesteding vooraf. Dat houdt in dat op z’n vroegst in 2026/27 een eerste bijdrage te verwachten is en de (meerjarig) in de begroting opgenomen bedragen opschuiven. De kosten worden gedekt vanuit de Brede bestemmingsreserve en zijn daarmee kostenneutraal. 1.2 Klimaat- en energiebeleid Voor de jaren 2023-2025 is via de specifieke uitkering Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ca. € 8,2 mln. beschikbaar gesteld. De regeling is bedoeld voor capaciteit voor klimaat- en energiebeleid gericht op de reductie van broeikasgasemissies. De toegekende middelen zijn nog niet allemaal besteed. De gemeente mag het budget van een bepaalde jaarschijf tot twee jaar na het jaarlijks verstrekte voorschot uitgeven. Voor de jaren 2026 tot en met 2030 wordt een nieuwe regeling opgesteld. Het is nog onduidelijk wat de omvang van de regeling wordt en op welke wijze de uitkering wordt verstrekt.

Bij het bepalen van de omvang van de subsidie is rekening gehouden met de voorgenomen bezuiniging van 10% op de SPUKS. De volgende scenario’s zijn mogelijk voor de opvolger van de CDOKE vanaf 2026: • • •

Overheveling naar gemeentefonds als decentralisatie uitkering. Overheveling naar bijzonder fondsuitkering (nog in ontwikkeling). Voortzetten van SPUK-regeling (eventueel tijdelijk totdat bijzonder fondsuitkering beschikbaar is).

Voor de jaren 2026 tot en met 2030 is voorlopig rekening gehouden met een jaarlijks toekenning via een SPUK van ca. € 2,8 mln. 1.3 Vervanging wasstraat AIZ De wasstraat is na 25 jaar aan vervanging toe. Door roestvorming in de leidingen werkt de wasstraat niet meer goed en staat de installatie regelmatig in storing. De investering bedraagt € 0,13 mln. en de afschrijvingstermijn is 15 jaar. Het krediet van € 0,13 mln. is in 2025 nodig. De kapitaallasten bedragen met ingang van 2026 € 11.000. Deze kapitaallasten worden gedekt uit een hogere afvalstoffenheffing. 1.4 Structurele verhoging inkomsten betaald parkeren De Jaarrekening 2024 toont hogere inkomsten uit parkeeropbrengsten. Aanleiding voor deze toename lijkt het effect van de inzet van de scanauto. Op basis van de inkomsten van de eerste twee maanden van 2025 worden de inkomsten structureel verhoogd met een bedrag van € 0,5 mln. 1.5 Verlichting Jan Waaijerbrug Een deel van de verlichting op de Jan Waaijerbrug functioneert niet. Om de verlichting weer werkend te krijgen, is het nodig om armaturen te vervangen en een storing in de grondkabel te verhelpen. De kosten bedragen € 0,18 mln. in 2025. 1.6 Waterspeeltuin Rakkersveld Om de waterspeeltuin in de zomer van 2025 weer in werking te stellen, is een bedrag van € 0,1 mln. nodig voor onder andere het opnieuw coaten van het bad. 42

1.7 Voertuigen toezicht en storingsdienst Voor het toezicht op werkzaamheden in de buitenruimte en inzet van de storingsdienst bij calamiteiten wordt door medewerkers gebruik gemaakt van hun eigen voertuig. Hiervoor krijgen zij een kilometervergoeding. Door een toename van het aantal projecten en daarmee toezichthouders en een afname van de bereidheid bij medewerkers om hun eigen auto in te zetten wordt in 2025 overgegaan tot de aanschaf van zeven bedrijfswagens. 1.8 Aanpassing raming afschrijving Het gaat om diverse correcties van de raming afschrijvingslasten met als onderliggende basis: • •

(nog) niet uitvoeren van een vervangingsinvestering; In 2024 is minder aan groot onderhoud gerealiseerd dan oorspronkelijk was geraamd. Het gevolg hiervan is dat de geraamde afschrijvingslasten hiervan ook hoger liggen dan de daadwerkelijk af te schrijven lasten. Met deze correctie op de toekomstige geraamde afschrijvingslasten voor groot onderhoud wordt dit weer in balans gebracht.

Onvermijdelijke ontwikkelingen Niet van toepassing. Beleidswijzigingen/nieuw beleid 3.1 Natuurinclusief verduurzamen en Soortenmanagementplan Bij de bouw, verbouw en/of verduurzaming hebben inwoners en belanghebbenden te maken met flora en fauna bescherming. Om aan de Omgevingswet te voldoen moet elke gebouweigenaar hier zelf een onderzoek doen. Hierdoor lopen de kosten op en het onderzoek vertraagt de gewenste ontwikkelingen in de (ver)bouw en de verduurzaming. Om dit te voorkomen willen we starten met het opstellen van een soortenmanagementplan (SMP). Een SMP houdt in dat we op basis van uitgebreid ecologisch onderzoek een gemeente breed biodiversiteitsplan maken. Hiermee vereenvoudigen we procedures en kunnen we collectieve ontheffingen verstrekken. Voor het maken van een SMP krijgen we € 0,367 mln. subsidie (de Specifieke Uitkering natuurvriendelijk isoleren) om dit onderzoek de komende jaren te kunnen uitvoeren. Hierdoor profiteert de gebouwde omgeving, binnen het stedelijk gebied, in haar geheel om de gebouwen te verduurzamen.

Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Vervangingsinvesteringen kapitaliseren (maatregel 105) Het is een technische maatregel die conform het BBV (artikel 59) verplicht is. Het is geen bezuiniging, (de investeringskosten en cash-flows wijzigen niet) maar het is een andere wijze van het toerekenen van de lasten in de tijd. De lasten van de vervangingsinvesteringen worden vanaf 2026 verdeeld over de gebruiksduur van de investering in plaats van deze in één keer ten laste van het jaar van aanschaf/realisatie wordt gebracht. Het huidige beleid is dat alle investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd, maar in de praktijk is dit nog niet geëffectueerd. Met deze maatregel worden alle vervangingen geactiveerd en uitvoering gegeven aan het vastgestelde beleid. Door het activeren van investeringen zijn er geen lasten in de begroting in jaar van realisatie/verkrijging. In de jaren daarna wordt gedurende de gebruiksduur

43

van de investering een gelijk deel van de kosten in de begroting opgenomen. Bij jaarlijkse investeringen neem de jaarlijkse last ieder jaar toe totdat alle vervangingscyclussen eenmaal zijn doorlopen, dan wordt het lastenniveau stabiel bij gelijkblijvende activa (ideaal complex). 4.2 Kostendekkendheid afvalstoffenheffing (maatregel 102a) De afvalstoffenheffing is op dit moment 94% kostendekkend (Verordening 2025). Zonder het tarief van de afvalstoffenheffing te verhogen kan het saldo van de begroting stijgen met € 0,35 mln. Dit komt door de toename van het aantal huishoudens. 4.3 Kostendekkendheid rioolheffing (maatregel 102b) De kostendekkendheid van de rioolheffing wordt verhoogd van 98% naar 99%. Hierdoor nemen de inkomsten toe met € 0,13 mln. 4.4 Zwerfvuil ruimen beperken (maatregel 81a) Het ruimen van zwerfvuil wordt beperkt. Meer zwerfvuil is in de openbare ruimte toegestaan. 4.5 Versoberen beheer openbare ruimte (maatregel 81b) Deze maatregel kan bestaan uit bijvoorbeeld: • • •

Het niet meer plaatsen van bladkorven; Minder maaien; Minder verwijderen onkruid.

4.6 Beperken herstelwerkzaamheden openbare ruimte (maatregel 84a) De gemeente ontvangt jaarlijks bijna 40.000 meldingen over allerlei zaken in de openbare ruimte. N.a.v. deze meldingen en zelf geconstateerde zaken neemt de gemeente in een groot aantal gevallen maatregelen. Met deze maatregel worden de herstelwerkzaamheden beperkt. 4.7 Verlagen budget tijdelijke kwaliteitsimpuls (maatregel 84b) De begroting voor de tijdelijke kwaliteitsimpuls 2026 wordt verlaagd met € 0,1 mln. Dit leidt tot minder vervangen van groenvakken en een lagere bijdrage aan verbeteringen in de openbare ruimte. 4.8 Stoppen met het organiseren van adoptiegroen (maatregel 97) De gemeente faciliteert met capaciteit en geld het adopteren van openbaar groen. Met deze bezuiniging stopt de gemeente met het uitgeven van adoptiegroen. Openbaar groen wat al is geadopteerd blijft adoptiegroen. Wanneer het adoptiegroen niet voldoet aan de spelregels wordt het in de toekomst alsnog teruggevorderd. 4.9 Beperken van het nemen van verkeersmaatregelen (maatregel 98) Met een verlaging van het budget gaan we minder snel over tot het nemen van maatregelen voor de verkeersveiligheid, zoals toepassen van wegversmallingen en drempels.

44

4.10 Verlagen werkbudget energietransitie (maatregel 76) In de begroting is afzonderlijk werkbudget voor de energietransitie opgenomen. Op jaarbasis is in totaal circa € 0,5 mln. geraamd over de periode 2026 tot en met 2028. De besparing van € 63.000 op het werkbudget energietransitie omvat met name het verminderen van de inzet voor communicatie en het inschakelen van adviesbureaus. In de periode 2026 tot en met 2030 kan de bezuiniging worden opgevangen door het maximaal benutten van de rijksmiddelen voor de capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE-middelen) en vrijval van de gemeentelijke middelen (Coalitieakkoord). 4.11 Groenprojecten (maatregel 78) Op jaarbasis is in totaal circa € 0,5 mln. geraamd. De bezuiniging van € 63.000 betekent dat er vanaf 2026 minder groenprojecten kunnen worden gestart.

Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp

Toelichting onderwerp

Vervanging wasstraat AIZ

De wasstraat is na 25 jaar aan vervanging toe. Door roestvorming in de leidingen werkt de wasstraat niet meer goed en staat de installatie regelmatig in storing. De investering bedraagt € 0,13 mln. en de afschrijvingstermijn is 15 jaar. Het krediet van € 0,13 mln. is in 2025 nodig.

Uitbreiding wagenpark

Door een toename van het aantal projecten en daarmee toezichthouders en een afname van de bereidheid bij medewerkers om hun eigen auto in te zetten, wordt in 2026 overgegaan tot de aanschaf van zeven bedrijfswagens. De investering bedraagt € 0,315 mln. voor de aanschaf van zeven bedrijfswagens die in 9 jaar worden afgeschreven. Het krediet van € 0,315 mln. is in 2025 nodig.

Vervangingen Nota onderhoud openbare ruimte (NOOR)

De NOOR is vastgesteld voor de periode 2023-2026 met een financiële doorkijk tot 2064. De NOOR wordt om de vier jaar geactualiseerd. Vooruitlopend op de vaststelling van een nieuwe NOOR houden wij de geraamde bedragen vanuit de huidige NOOR aan (aangepast naar prijspeil op basis van de Grond-, Wegen Waterbouwindex). Voor 2031 is een investeringskrediet nodig van € 7,403 mln. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten worden verwerkt in de exploitatiebegroting van programma 3.

45

Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad

Toelichting

Risico’s Bezuiniging specifieke uitkeringen In de budgettaire bijlage van het Hoofdlijnenakkoord van 15 mei 2024 heeft de rijkscoalitie een bezuiniging op de specifieke uitkeringen van 10% opgenomen: “Overheveling specifieke uitkeringen naar het Gemeentefonds. Het aantal specifieke uitkeringen is sinds 2018 fors gestegen. Gemeenten en provincies geven aan dat specifieke uitkeringen hen beperkt in autonomie. Dit vanwege de strikte en gedetailleerde eisen die vanuit het Rijk worden gesteld aan de besteding van de gelden uit een specifieke uitkering. Daarnaast kennen deze uitkeringen zware administratieve- en controlelasten. Met deze maatregel worden specifieke uitkeringen overgeheveld naar het Gemeente- of Provinciefonds met een budgetkorting van 10 procent.” De VNG heeft namens de gemeenten aangegeven dat de korting veel hoger is dan de daadwerkelijke administratieve- en controlelasten en bepleit daarom een verlaging of het verdwijnen van de korting. De korting is al wel in de departementale begrotingen van het rijk opgenomen. Dat betekent echter niet dat die korting al definitief in het gemeentefonds wordt opgenomen. Als de korting toch doorgaat, gaat dit ten laste van het beoogde te realiseren doelstelling.

Voor Programma 3 gaat dit onder andere over de Tijdelijke uitkering voor decentrale overheden om de capaciteit voor het uitvoeren van klimaat- en energiebeleid, de regeling energie armoede of de Lokale Aanpak Isolatie. Bij de bepaling van het begrote bedrag is rekening gehouden met de korting. Klimaat en energiebeleid De klimaatmiddelen voor 2023-2025 zijn berekend mede op basis van een advies van de raad voor het openbaar bestuur (ROB). Sinds het verschijnen van het ROB-advies zijn de klimaattaken van gemeenten fors veranderd. Daarom is het advies van de ROB in 2024 herijkt. In het nieuwe ROB-advies concludeert de ROB dat extra middelen nodig zijn voor gemeenten en provincies voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Het rijk heeft nog geen beslissing genomen over het advies van de ROB en de middelen zijn nog niet opgenomen in de rijksbegroting. Dat houdt ook in dat gemeenten de extra klimaattaken nog niet zullen uitvoeren. De VNG onderhandelt met het rijk over een aanvulling van het subsidiebedrag maar de uitkomst hiervan is onzeker. Om deze reden zijn hiervoor geen aanvullende inkomsten en uitgaven opgenomen. Het tussen de VNG en rijk afgesloten klimaatakkoord geldt tot en met 2030. De opgave daarna loopt door maar hier zijn nog geen afspraken over gemaakt.

De gemeente loopt het risico dat de bestaande regeling niet of in een andere mate (lager of hoger) wordt gecontinueerd dan nu het geval is. Via de P&C cyclus houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen. In de huidige meerjarenprognose wordt nog geen rekening gehouden met inkomsten en uitgaven na 2030. 46

Sturing op de infrastructuur in de ondergrond Verschillende maatschappelijke opgaven vragen om nieuw beleid en maatregelen. Hierbij valt te denken aan aanleg warmtenetten, verzwaring van het elektriciteitsnet, binnenstedelijk bouwen, etc. Dit heeft impact op de ondergrondse infrastructuur en moeten onderdeel worden van de planvorming, besluitvorming en uitvoering in de gemeente. Er zijn keuzes nodig terwijl er nog veel onzeker is. Op strategisch niveau is daarom sturing nodig op de ondergrond om effectief te opereren en passend te reageren op toekomstige opgaven. De kans is groot dat dit in de toekomst meer capaciteit vraagt van de gemeente. Veroudering van de stad In de nota Onderhoud openbare ruimte (NOOR 2023-2026) is een meerjarenoverzicht gegeven van het groot onderhoud en vervanging van de kapitaalgoederen en de daarbij behorende financiën. Hierin zien wij vanaf 2034 een grote stijging voor groot onderhoud en vervanging van diverse kapitaalgoederen vanwege de leeftijdsopbouw van de stad. Daarnaast zijn in de NOOR 2023-2026 opgenomen activiteiten en kapitaalgoederen niet volledig. Dit komt omdat deze informatie nog niet bij het opstellen beschikbaar was. Op basis van inspecties worden ontbrekende gegevens van de openbare ruimte en de benodigde aanvullende onderhoudskosten in de NOOR 2027-2030 opgenomen.

47

Programma 4. Vrije tijd

48

Financiën

Bedragen x € 1.000 TB1

MJB 2026 - 2029

2025

2026

1.1 Grand Depárt (start Tour de France)

160 -160

40 -40

1.2 Investeringsimpuls voor amateurverenigingen - dekking via reserve Investeringsimpuls

-178 178

1.3 Zoetermeers Noodfonds - dekking via reserve Zoetermeernoodfonds

-98 98

2027

2028

Doorkijk MJB 2029

2030

2031

1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)

1.4 Brede SPUK (Onderdeel Brede regeling combinatiefunctionarissen) - dekking specifieke uitkering en overige inkomsten

-366 366

1.5 Vervanging bedrijfsbus Vrije tijd - dekking binnen begroting 1.6 Bestuurlijke evenementen

-50

1.7 Afboeken VTA kosten WKA Scheglaan 11

-197

1.8 Motie 2412-07a extra budget mediabeleid

-200 200

8 -8

8 -8

8 -8

8 -8

8 -8

8 -8

-50

-50

-50

-50

-50

-50

-20

49

1.9 Realisatie Filmhuis Cameo - dekking via reserve Fonds Zoetermeer 2040 1.10 Aanpassing raming afschrijving

-127 127 46

14

15

15

15

-379

-379

121

121

121

121

121

121

-314

86

86

86

71

71

2 Onvermijdelijke ontwikkelingen 2.1 Openbare bibliotheken - dekking via OAD 3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid (niet van toepassing) 4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Zwemvergoeding TOTAAL SALDO PROGRAMMA

-580

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Grand Départ (start Tour de France) Voor de Grand Départ Rotterdam is in 2025 € 0,16 mln. en in 2026 € 40.000 beschikbaar gesteld uit de reserve Fonds Zoetermeer 2040. Het bid voor 2025, 2026 en 2027 van Rotterdam heeft het niet gehaald. Voor 2028 is de stad nog in de race. Tot en met 2027 worden geen kosten gemaakt. 1.2 Investeringsimpuls voor amateurverenigingen Amateurverenigingen en -stichtingen kunnen een vergoeding aanvragen om hun gebouw op te knappen of om spullen te kopen die zij voor langere tijd gebruiken. De gemeente vergoedt maximaal 25% van de totale kosten. Voor de investering om het gebouw duurzamer of toegankelijker te maken wordt maximaal 33% van die kosten vergoedt door de gemeente. Dit jaar wordt verwacht dat er voor € 0,178 mln. aan subsidies wordt verstrekt. De financiering hiervan komt uit de reserve Investeringsimpuls. 1.3 Zoetermeers Noodfonds In het raadsmemo Noodfonds energie-armoede staat benoemd dat steun wordt verleend aan maatschappelijke organisaties, verenigingen, ondernemers en bedrijven. Dit wordt gedekt uit de reserve Zoetermeernoodfonds. Het college verwacht dit jaar € 98.000 uit te betalen aan aanvragen voor een subsidie vanuit dit fonds. 50

1.4 Brede SPUK-regeling (Onderdeel Brede regeling combinatiefunctionarissen) De Brede SPUK-regeling biedt financiële ondersteuning voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis. Voor de 'Brede regeling combinatiefunctionarissen' hebben gemeenten en rijk afgesproken dat de rijksbijdrage 40% van het totaalbudget is van de investering voor functionarissen in het sport-, beweeg- en cultuurdomein. Gemeenten organiseren de overige 60% van dit bedrag binnen de financiële mogelijkheden. Het gehele beschikbare bedrag is nodig om onderdelen van de 'Sportagenda 2025 en verder', de 'Cultuurvisie 2030' en 'Integraal werken aan de gezonde stad' uit te voeren. De inkomsten en uitgaven worden met € 0,366 mln. verhoogd. 1.5 Vervanging bedrijfsbus Vrije Tijd Eén van de huidige bedrijfsbussen is door ouderdom aan vervanging toe. De bus rijdt niet meer goed en staat regelmatig stil. De investering bedraagt € 54.000 en de afschrijvingstermijn is 11 jaar. Het krediet van € 54.000 is in 2025 nodig. De exploitatiekosten van de bus (inclusief kapitaallasten) bedragen vanaf 2026 € 8.200. De kosten voor 2025 en verder zijn in de begroting gedekt. 1.6 Bestuurlijke evenementen Door het organiseren van evenementen toont de gemeente Zoetermeer haar waardering voor de inwoners van de stad.

Ook bij het organiseren van de bestaande activiteiten blijkt dat de kosten hoger zijn dan het beschikbare budget van € 76.000. In de afgelopen jaren is het nog gelukt om de meerkosten binnen bestaande middelen op te vangen. Vanaf 2025 verwachten wij dat de kosten verder stijgen en dat de huidige budgetten het nadeel niet meer kunnen opvangen. Hierdoor wordt een structureel nadeel verwacht van € 50.000. 1.7 Afboeken VTA kosten WKA Scheglaan 11 Voor de nieuwbouw van de was -en kleedaccommodatie van deze locatie is een optimalisatie van het ontwerp uitgewerkt. Vanwege vertraging van de voorbereidingsfase (start was in 2018) kan een deel van de voorbereidingskosten niet meer worden toegerekend aan de bouwkosten en worden deze eenmalig afgeschreven. 1.8 Motie extra budget mediabeleid 2026 Op 16 december 2024 heeft de gemeenteraad de motie 2412-07a aangenomen, waarin het college voor het begrotingsjaar 2026 is opgedragen € 20.000 extra budget te reserveren vanuit de algemene reserve. 1.9 Realisatie Filmhuis Cameo Het college wil een volwaardige filmhuisfunctie (Cameo) realiseren in het CKC & Partners. Ook andere culturele organisaties, zoals de bibliotheek en het Historisch Genootschap Oud Soetermeer, krijgen de mogelijkheid om van de filmhuisfaciliteiten gebruik te maken.

Voor de benodigde aanpassingen aan het gebouw en vervanging van verouderde filmapparatuur wordt een subsidie van € 0,127 mln. verleend aan CKC & Partners. Hiervoor wordt voorgesteld om € 0,127 mln. te onttrekken aan de reserve Fonds Zoetermeer 2040. Deze subsidie past binnen de criteria van de reserve Fonds Zoetermeer 2040. Omdat dit bijdraagt aan de ambitie om het culturele klimaat in de stad te versterken en daarmee de woonaantrekkelijkheid van Zoetermeer te verbeteren en aantrekkelijker te maken als regiostad. 1.10 Aanpassing raming afschrijving Het gaat om diverse kleine correcties op de afschrijvingslasten met als onderliggende basis: - (nog) niet uitvoeren van een vervangingsinvestering; 51

- geraamde afschrijvingslast versus gerealiseerde afschrijvingslast; - opgelopen vertraging bij de uitvoering van het investeringskrediet.

Onvermijdelijke ontwikkelingen 2.1 Openbare bibliotheken De laatste jaren hebben veel overheden bezuinigd op bibliotheken. Het kabinet wil dat elke gemeente een volwaardige bibliotheek heeft. Gemeenten krijgen vanaf 2026 ook een wettelijke taak, ook wel zorgplicht genoemd. De ingangsdatum hiervoor wordt later bepaald. De provincie is verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze taak. Voor het uitvoeren van de nieuwe zorgplicht krijgen gemeenten structurele middelen via het gemeentefonds en in de overgangsperiode ontvangen zij een decentralisatie-uitkering. Voor Zoetermeer bedraagt deze € 0,379 mln. (jaarlijks) voor 2025 én voor 2026. Deze worden opgenomen in het Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien. Dit bedrag wordt - als voorbereiding op de zorgplicht - ingezet voor het behoud van de twee wijkvestigingen. De bibliotheek richt zich daarbij op verschillende punten zoals het op orde houden van de basis, de bredere functie van wijkvestigingen, het verder ontwikkelen van de 'Bibliotheek op school' en het versterken van de samenwerking rondom basisvaardigheden.

Beleidswijzigingen/nieuw beleid Wijzigingen (streefwaarden) effectindicatoren (raadsniveau) Het voorstel is: 1. De streefwaarde voor de effectindicator 'Waardering inwoners voor evenementen' te wijzigen van 7,9 naar 7,1 (doelstelling 4.1 Bevorderen laagdrempelig toegankelijke culturele -, sport-, groen- en speelvoorzieningen) Tot en met 2022 werd in de Stadspeiling gevraagd naar een waardering van grootschalige evenementen en een waardering van kleinschalige evenementen. Dit werd samengevoegd tot een gemiddeld rapportcijfer. Sinds de Stadspeiling in 2023 wordt naar een waardering voor een groot, middelgroot en/of kleinschalig evenement gevraagd en verwerkt tot een gemiddeld rapportcijfer. Sinds deze aanpassing is het waarderingscijfer gedaald. Waarschijnlijk komt dit door de aanpassing van de vraag. Met het aanpassen van de streefwaarde is de doelstelling weer realistisch. 2. De streefwaarde voor de effectindicator 'Inwoners dat evenementen bezoekt' te wijzigen van 42% naar 71% (doelstelling 4.2 Bevorderen levendige stad) Tot en met 2022 werd gevraagd of een grootschalig en/of een kleinschalig evenement werd bezocht. Sinds 2023 wordt gevraagd of een groot, middelgroot en/of kleinschalig evenement werd bezocht. Sinds de aanpassing van de vraag is een forse stijging te zien. Met het aanpassen van de streefwaarde is de doelstelling realistisch. 3.

De effectindicator ‘Aantal bezoekers stads- en speelboerderijen’ te wijzigen in ‘Aantal bezoekers stads- en speelboerderijen en wijk- en schooltuinen’ (doelstelling 4.2 Bevorderen levendige stad) Deze indicator is in 2024 van naam veranderd (eerst ‘Aantal bezoekers groen- en speelvoorzieningen’) maar dit dekt niet de lading, omdat 'bezoekers van de wijk- en schooltuinen' niet meegenomen worden in de titel. Met deze aanpassing laat deze indicator zien hoeveel bezoekers alle Groen, Spelen, Leren locaties jaarlijks krijgen. 4. De streefwaarde van de effectindicator 'Aantal bezoekers stads- en speelboerderijen en wijk- en schooltuinen’ te wijzigen van 375.000 naar 325.000 (doelstelling 4.2 Bevorderen levendige stad) 52

Tot en met 2023 had de indicator de naam ‘Aantal bezoekers groen- en speelvoorzieningen’. Hierbij werden de deelnemers van Speelmeer en sport- en spelactiviteiten meegeteld. Omdat deze activiteiten niet onder Groen, Spelen, Leren vallen en door de titelwijziging hier niet langer onder vallen, is relevant om de streefwaarde naar beneden bij te stellen.

Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Zwemvergoeding (maatregel 118) Het voorstel is te stoppen met de ‘Zwemvergoeding’. De huidige regeling is bedoeld voor ouders en verzorgers van Zoetermeerse kinderen die zes jaar worden en in dat kalenderjaar zwemles volgen voor zwemdiploma A. Zij kunnen een vergoeding van €100 ontvangen. Dit budget is structureel opgenomen in de meerjarenbegroting en de voorgestelde ombuiging heeft dan ook een structureel effect van het aantal kinderen geboren in specifiek jaar x € 100. Vanaf 2026 is dit een bedrag van € 0,121 mln.

Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp

Toelichting onderwerp

Vervanging bedrijfsbus Vrije tijd

Eén van de huidige bedrijfsbussen is door ouderdom aan vervanging toe. De bus rijdt niet meer goed en staat regelmatig stil. De investering bedraagt € 53.000 en de afschrijvingstermijn is 11 jaar. Het krediet van € 53.000 is in 2025 nodig.

Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad

Toelichting

53

Risico’s Mogelijke BTW-verhoging op cultuur en sport De landelijke overheid overweegt een BTW-verhoging toe te passen van 9% naar 21% voor cultuur en sport. Deze BTW-verhoging zou bijvoorbeeld gelden voor: het verlenen van toegang tot sportscholen (fitness, skibanen, schaatsbanen en sportlessen op locatie, yoga-studio’s etc.) en zwembaden, de levering van kunstvoorwerpen en verzamelingen en de invoer daarvan, openbare musea, concerten, muziekfestivals, toneel-, cabaret- en dansvoorstellingen en musicals, toegang voor sportwedstrijden. Als deze verhoging plaatsvindt, is dit van invloed op de betaalbaarheid van culturele en sportvoorzieningen en op de doelstellingen van de gemeente. Als het rijk besluit tot een verhoging, worden de gevolgen hiervan in kaart gebracht, zoals beschreven in de motie 2411-37 Van 9 naar 21: Maak van Sport en Cultuur geen Dure Droom. Bezuiniging specifieke uitkeringen (Ook opgenomen in andere programma's) In de budgettaire bijlage van het Hoofdlijnenakkoord van 15 mei 2024 heeft het rijk een bezuiniging op de specifieke uitkeringen van 10% opgenomen: “Overheveling specifieke uitkeringen naar het Gemeentefonds. Het aantal specifieke uitkeringen is sinds 2018 fors gestegen. Gemeenten en provincies geven aan dat specifieke uitkeringen hen beperkt in autonomie.

Dit vanwege de strikte en gedetailleerde eisen die vanuit het Rijk worden gesteld aan de besteding van de gelden uit een specifieke uitkering. Daarnaast kennen deze uitkeringen zware administratieve- en controlelasten. Met deze maatregel worden specifieke uitkeringen overgeheveld naar het Gemeente- of Provinciefonds met een budgetkorting van 10 procent.” De VNG heeft namens de gemeenten aangegeven dat de korting veel hoger is dan de daadwerkelijke administratieve- en controlelasten en bepleit daarom een verlaging of het verdwijnen van de korting. De korting is al wel in de departementale begrotingen van het rijk opgenomen. Dat betekent niet dat die korting al definitief in het gemeentefonds wordt opgenomen. Als de korting toch doorgaat, gaat dit ten laste van het beoogde te realiseren doelstelling. Voor Programma 4 gaat dit onder andere over de 'Brede regeling combinatiefunctionarissen' waaruit de buurtsportcoaches en cultuurcoaches worden betaald. Klimaatproblemen CKC & partners Het gebouw van CKC & partners heeft sinds de oplevering in 2000 problemen met het binnenklimaat. Oorspronkelijk werd het gebouw zonder koeling opgeleverd, waarna in 2002 topkoeling werd toegevoegd. In 2017 is bij een verbouwing een aanvullende installatie aangebracht, zonder het gewenste resultaat. Nieuw onderzoek bevestigt dat de problemen zijn verergerd.

Om het probleem structureel op te lossen is volledige vervanging van het klimaatsysteem noodzakelijk. De kosten worden geraamd op ca € 1,2 mln. Het college onderzoekt of dit te combineren is met geplande ingrepen, zoals groot onderhoud en verduurzamingsmaatregelen. SPUK Stimulering Sport De huidige regeling van SPUK Stimulering Sport loopt tot en met 2025. Het ministerie van VWS onderzoekt samen met belanghebbenden hoe gemeenten vanaf 2026 gecompenseerd kunnen worden voor het BTW-verlies op sportuitgaven. Zodra er meer informatie beschikbaar is, delen DUS-I en de VSG deze.

54

Programma 5. Veiligheid

55

Financiën

Bedragen x € 1.000 TB1 2025

MJB 2026 - 2029 2026

2027

Doorkijk MJB

2028

2029

2030

2031

1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) (niet van toepassing) 2 Onvermijdelijke ontwikkelingen (niet van toepassing 3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid 3.1 Zoetermeerse panden - dekking: niet bestede tijdelijke middelen handhaving 2025 (reserve Fonds Zoetermeer 2040)

-190 190

-190 190

4.1 Verbonden partijen (maatregel 5, 27, 157, 167), Gemeenschappelijke regelingen: - Omgevingsdienst Haaglanden - Veiligheidsregio Haaglanden

80 740

80 740

80 740

80 740

80 740

80 740

TOTAAL SALDO PROGRAMMA

820

820

820

820

820

820

4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen

56

Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Niet van toepasing.

Onvermijdelijke ontwikkelingen Niet van toepasing.

Beleidswijzigingen/nieuw beleid 3.1 Zoetermeerse pandenbrigade Waar de aanpak woonoverlast is geborgd in de kadernota 'Voor een veilig Zoetermeer' (2022-2026) is de aanpak van woonfraude nog onvoldoende uitgewerkt. Er is onvoldoende sprake van coördinatie van binnenkomende signalen en een integrale aanpak. Woonfraude omvat diverse vormen van oneigenlijk gebruik van woningen, zoals illegale onderverhuur, adresfraude (het niet correct inschrijven in de Basisregistratie Personen), verkamering zonder de benodigde vergunning, of het verhuren van woningen onder misleidende omstandigheden. De complexiteit en urgentie van woonfraude vereisen een integrale aanpak. Woonfraudecasuïstiek raakt vaak andere vormen van fraude en criminaliteit, zoals adresfraude, uitkeringsfraude, belastingfraude, mensenhandel, illegale prostitutie, woonoverlast en ondermijning. Een effectieve aanpak vraagt daarom om een geïntegreerde en gecoördineerde werkwijze, waarbij de samenwerkingspartners hun instrumenten gezamenlijk inzetten. Het doel van het oprichten van een Zoetermeerse pandenbrigade is het borgen van het juiste gebruik van woningen en panden en waarbij misstanden tijdig worden gesignaleerd en aangepakt en waarbij binnen de integrale aanpak zorg en veiligheid samenkomen. Voor de duur van twee jaar wordt als pilot een Zoetermeerse pandenbrigade opgericht.

Dit is een doorontwikkeling van het bestaande team woonoverlast en wordt uitgebreid met twee functionarissen, te weten een inspecteur Bouw- en Woningtoezicht die zich dedicated gaat richten op woonoverlast en woonfraude en een extra casusregisseur woonoverlast. Hiermee kan breder ingezet worden op de problematiek van overlast en fraude in de bestaande woonomgeving. Hierdoor wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan een prettig en veilig woon- en leefklimaat in Zoetermeer waardoor wordt bijgedragen aan de doelen van Zoetermeer 2040. Zonder pandenbrigade bestaat het risico op een waterbedeffect, omdat omliggende gemeenten wel deze aanpak hebben/opzetten. De kosten voor 2026 en 2027 bedragen jaarlijks € 0,19 mln. en worden gedekt uit de in 2024 niet bestede tijdelijke middelen Team Handhaving (reserve Fonds Zoetermeer 2040). Aanpassing effectindicatoren Veiligheidsbeleid Op 11 april 2023 is het nieuwe veiligheidsbeleid, Voor een veilig Zoetermeer. Kadernota Veiligheidsbeleid 2023-2026 vastgesteld. Naar aanleiding hiervan zijn per speerpunt effectindicatoren opgesteld. De raad heeft op 27 januari 2025 de nieuwe effectindicatoren voor het veiligheidsbeleid vastgesteld: Problematische jeugd(groepen) 1. Aantal succesvol afgesloten IPTA-trajecten 2. Afname politie- en justitiecontact van subjecten in de persoonsgerichte aanpak

57

Ondermijning 3. Aantal meldingen is groter dan of gelijk aan vorig jaar 4. Oplossingspercentage casussen boven de 20% Extremisme en Maatschappelijk Ongenoegen 5. Aantal meldingen is groter dan of gelijk aan vorig jaar 6. Aantal afgeschaalde subjecten in de persoonsgerichte aanpak casuïstiek Digitale criminaliteit 7. Afname misdrijfcijfers digitale criminaliteit Zorg en veiligheid 8. Afname recidivecijfers van huiselijk geweld in de afgelopen vijf jaar 9. Afname registraties van overlast door personen met onbegrepen (verward) gedrag De effectindicatoren zijn verwerkt in de doelenboom van programma 5 Veiligheid.

Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1Verbonden partijen (maatregel 5, 27, 157, 167): Gemeenschappelijke regelingen ODH en VRH Aan de gemeenschappelijke regelingen is gevraagd om voor 2026 een aangepaste begroting in te dienen. De financiële omvang hiervan moet 6,2% lager liggen dan in 2025.

Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp

Toelichting onderwerp

58

Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad

Toelichting

Risico’s Niet van toepassing.

59

Programma 6. Dienstverlening en participatie

60

Financiën

Bedragen x € 1.000 TB1

MJB 2026 - 2029

2025

Doorkijk MJB

2026

2027

2028

2029

2030

2031

-16 16

-16 16

-16 16

-16 16

-16 16

-16 16

3

3

3

3

3

2.1 Bestuurlijke samenwerking

-50

-50

-50

-50

-50

-50

-50

2.2 Transitiekosten Omgevingswet 2025-2026 - dekking compensatiebijdrage rijk 2025

-140 400

-260 0 -120 115 5

-120 115 5

-120 115 5

-120 115 5

-120 115 5

1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Burgerzaken

-50

1.2 Voertuigen bouw- en woningtoezicht - dekking via leges 1.3 Aanpassing raming afschrijving 2 Onvermijdelijke ontwikkelingen

2.3 Doorontwikkeling Burgerzaken - dekking overzicht overhead - dekking uit legesverhoging

-120 115 5

3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid (niet van toepassing) 4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen

61

4.1 Kostendekkendheid leges omgevingsvergunning

200

200

200

200

200

200

4.2 Kostendekkendheid leges huwelijken en scans

43

43

43

43

43

43

4.3 Dienstverlening publieksbalies

50

50

50

50

50

50

4.4 Verkiezingen

84

84

84

84

84

84

70

330

330

330

327

327

TOTAAL SALDO PROGRAMMA

163

Toelichting financiën 1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Burgerzaken Contante betalingen aan de publieksbalie nemen steeds meer toe. Voor een snelle en efficiënte afhandeling maar ook vanwege de fraudegevoeligheid, wordt een betaalautomaat aangeschaft. De totale eenmalige kosten worden geschat op circa € 50.000. 1.2 Voertuigen bouw- en woningtoezicht De taak van een medewerker handhaving & toezicht (bouwinspecteur) is voor een groot gedeelte het controleren op (bouw)regelgeving op buitenlocaties. Dit kan zijn het controleren bij het uitvoeren van een omgevingsvergunning bouw – van een uitbouw tot een woontoren – het controleren van een horecainstelling, het oppakken van een melding of een handhavingsverzoek, schouwen bij een evenement, integrale (heit)controles en ambtshalve controles. Op het borgen van foto’s en rapportages in het zaaksysteem na, vindt het werk voornamelijk buiten plaats. Momenteel heeft het team (6 fte) beschikking over een dienstauto voor hun werkzaamheden. Daarnaast is er nog een piketauto beschikbaar voor degene die piket heeft. Tevens kan gedeeltelijk gebruik worden gemaakt van de dienstauto van Publieksplein/BRP-controles. Door de werkzaamheden voor de functie van bouwinspecteur is het niet ongebruikelijk dat er gemiddeld vier bouwinspecteurs tegelijkertijd buiten een inspectie moeten uitvoeren.

Daarnaast worden deze voertuigen ook gebruikt voor de inzet van team Woonoverlast, waardoor het in de praktijk veel afstemming nodig is, om de voertuigen zo goed mogelijk in te kunnen zetten. Hierbij is het geen uitzondering, dat controles niet kunnen plaatsvinden vanwege het niet beschikbaar zijn van een van de voertuigen. Dit is een onwenselijke situatie. Door de aard van het werk moeten veiligheidsmaterialen zoals bouwschoenen en helmen worden meegenomen. Hierdoor is het niet mogelijk, en tevens niet wenselijk, om gebruik te maken van bijvoorbeeld het openbaar vervoer of een dienstfiets. Dit maakt het noodzakelijk, om de werkzaamheden goed en tijdig te kunnen uitvoeren, dat het aantal dienstauto’s wordt uitgebreid. Momenteel zijn er 431 openstaande controlezaken in de VTH-applicatie PowerBrowser. Controletaken die niet via een handhavingsverzoek of als vervolgzaak op een omgevingsvergunning worden aangemaakt, zijn geen onderdeel van deze workflow, maar zijn wel taken waarvoor een inspecteur buiten moet 62

controleren. Denk hierbij aan meldingen in de openbare ruimte, maar ook het deelnemen aan integrale controles in het kader van woonoverlast of ondermijning. Het feitelijk aantal controlezaken is hiermee hoger dan 431. De twee nieuwe voertuigen worden exclusief gebruikt voor controles op verleende vergunningen, waardoor de kosten daarvoor direct toe te rekenen zijn aan de leges. In totaal voor twee voertuigen bedragen de jaarlijkse kosten € 16.000. Het benodigde krediet bedraagt € 84.000. 1.3 Aanpassing raming afschrijving Een vervangingsinvestering wordt niet uitgevoerd. De hiervoor geraamde kapitaallasten worden afgeraamd.

2 Onvermijdelijke ontwikkelingen 2.1 Bestuurlijke samenwerking Er is € 0,678 mln. beschikbaar gesteld voor bestuurlijke samenwerkingsverbanden, waaronder tussen de gemeente Zoetermeer, Stedennetwerk G40, de Fonds GGU en de VNG. Door een stijging van de bijdragen en de contributies verwachten wij een structureel nadeel van € 50.000. 2.2 Transitiekosten Omgevingswet 2025-2026 De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De invoeringsfase is hiermee afgerond en de transitiefase gestart. De belangrijkste aandachtspunten voor 2025 en 2026 zijn de doorontwikkeling van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, zoals het omgevingsplan en omgevingsprogramma, het verbeteren van de dienstverlening en de gezonde fysieke leefomgeving. In het Projectplan transitiefase Omgevingswet 2024-2026 is uitgewerkt wat hiervoor nodig is. Voor de doorontwikkeling van de kerninstrumenten is tijdelijk extra capaciteit nodig. De kosten voor de transitiefase voor de periode 2025 en 2026 bedragen in totaal € 0,85 mln. Voor 2025 en 2026 is een budget toegekend van € 0,295 mln. Daarnaast is in de jaarrekening 2024 een resultaatbestemming van € 0,155 mln. aangevraagd vanwege de onderbesteding in 2024. Dit betekent dat er nog een bedrag van € 0,4 mln. niet is gedekt. Hiervoor wordt een beroep gedaan op het nog te verkrijgen compensatiebedrag van het rijk.

Het rijk verstrekt compensatie voor extra invoerings- en transitiekosten als gevolg van het herhaaldelijk uitstellen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor de periode 2022-2025 is in totaal circa € 1,8 mln. aan compensatie ontvangen. Hiervan is € 1,345 mln. toegewezen aan het programma Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen (OAD) en € 0,455 mln. aan de implementatie- en transitiekosten van de Omgevingswet voor 2024-2026. Voorgesteld wordt om van de verwachte rijkscompensatie voor 2025 van circa € 0,4 mln. in te zetten voor de dekking van de transitiekosten van de Omgevingswet tot en met 2026. De verwachting is dat de verdere kosten van de transitiefase, die uiterlijk in 2031 wordt afgerond, binnen de bestaande structurele budgetten kunnen worden opgevangen volgens het principe ‘nieuw voor oud’. 2.3 Doorontwikkeling Burgerzaken De afdeling Burgerzaken bereidt zich voor op een belangrijke verandering en transformatie. Met de toenemende complexiteit van taken, digitalisering en het groeiende aantal verantwoordelijkheden, is het belangrijk dat medewerkers zich aanpassen en nieuwe competenties ontwikkelen. Medewerkers moeten zich vertrouwd maken met digitale systemen die het werk ondersteunen. Er zijn meer op maat gemaakte oplossingen nodig zijn voor burgers, de medewerkers 63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=db7eecf6-7e0f-4187-94f1-6b1bf6c13806