CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Perspectiefnota 2026

Raadsvergadering 30 juni 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Perspectiefnota 2026 (exclusief stemmingen)29.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Perspectiefnota 2026

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................................................................................2 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................................4 Financieel perspectief ......................................................................................................................................................................................................................6 Toelichting per programma ............................................................................................................................................................................................................17 Programma 1. Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie ...........................................................................................................................................................18 Programma 2.

Samen leven en ondersteunen...............................................................................................................................................................................30 Programma 3. Leefbaarheid, duurzaam en groen .........................................................................................................................................................................39 Programma 4. Vrije tijd ...................................................................................................................................................................................................................48 Programma 5. Veiligheid ................................................................................................................................................................................................................55 Programma 6. Dienstverlening en participatie ...............................................................................................................................................................................60 Programma 7.

Inrichting van de stad .............................................................................................................................................................................................66 Overzicht Overhead .......................................................................................................................................................................................................................76 Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien .................................................................................................................................................................84 Bijlagen...........................................................................................................................................................................................................................................91 Bijlage 1.

Toelichting loon- en prijsstijging .............................................................................................................................................................................92

Bijlage 2.

Samenvatting Eerste Tussenbericht 2025 ..............................................................................................................................................................94

2

Bijlage 3.

Resultaatbestemming jaarrekening 2024 ...............................................................................................................................................................96

Bijlage 4.

Totaaloverzicht financiële ontwikkelingen ............................................................................................................................................................107

Bijlage 5.

Overzicht Tijdelijke middelen ................................................................................................................................................................................119

Bijlage 6.

Monitoring evaluatie Pilots ....................................................................................................................................................................................122

3

Inleiding De Perspectiefnota 2026 (PN) schetst op hoofdlijnen het financieel perspectief voor 2026 en de volgende jaren. Ook worden de afwijkingen over het lopende begrotingsjaar 2025 in de PN opgenomen: het Eerste Tussenbericht. Hiervan zijn de structurele effecten meegenomen in het perspectief van de meerjarenbegroting 2026 – 2029. De PN biedt de raad handvatten om in het perspectiefdebat nader richting te geven voor de komende jaren. Ook kan de raad aandacht voor specifieke onderwerpen vragen. De uitkomsten van het perspectiefdebat zijn de basis voor de Programmabegroting 2026 – 2029, waarover tijdens het begrotingsdebat in november 2025 besluitvorming plaatsvindt.

Meicirculaire De voorschriften van de provinciaal toezichthouder geven aan, dat de gevolgen van de meicirculaire worden betrokken in de Programmabegroting 2026-2029. Er is een eerste inschatting gemaakt van de gevolgen van de aanstaande meicirculaire en die zijn in de Perspectiefnota 2026 verwerkt. Zo snel als mogelijk na het verschijnen van de Meicirculaire 2025 met de definitieve cijfers wordt de raad in een afzonderlijk memo op hoofdlijn over de financiële uitkomst van de meicirculaire voor het perspectiefdebat geïnformeerd.

Leeswijzer Na de inleiding komt het financieel perspectief voor de komende jaren aan bod. Ook wordt ingegaan op de ontwikkeling van de reserves (Reserve Fonds Zoetermeer 2040 en Reserve vrij inzetbaar). In aansluiting daarop wordt per programma en daarbinnen op postniveau, een toelichting op de ontwikkeling van met name het financieel perspectief gegeven. Op 18 februari 2025 was een themabijeenkomst met (een deel van) de raad over de vernieuwing van de begrotingsopzet. Een voorzichtige, algemene conclusie was, dat de huidige indeling eigenlijk niet zo slecht is. Wel kunnen zaken op onderdelen worden aangepast zoals meer samenhang en evenwicht tussen de programma's aanbrengen en meer doorkliklinkjes opnemen. Vanwege het traject bezuinigings- en dekkingsmaatregelen 2026 is het project vernieuwing begroting nog niet verder uitgewerkt. Het voorstel is om voor de Programmabegroting 2026 vooralsnog de huidige programma-indeling te handhaven. Eind dit jaar volgt nadere informatie over de vernieuwing van de opzet van de begroting. In principe kent elk programma de volgende inrichting. Allereerst wordt schematisch de doelenboom getoond met op het hoogste niveau het te bereiken maatschappelijk effect. Daaronder volgen de te realiseren doelen en de effectindicatoren (= meetfactoren).

4

Ten tweede wordt een tabel gepresenteerd met onderwerpen (op postniveau) met daaronder een korte toelichting op de financiële en inhoudelijke gevolgen voor het Financieel perspectief met een indeling in: 1. Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (mee- en tegenvallers). Naast de leereffecten jaarrekening 2024 gaat het om (financiële) afwijkingen van het lopend begrotingsjaar. Uitgangspunt is dat het vastgestelde kwaliteitsniveau gelijk blijft. 2. Onvermijdelijke (of exogene) ontwikkelingen met financiële gevolgen, die buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen. De gemeente heeft geen keuze. Denk aan wetswijzigingen, (natuur)rampen, ontwikkeling bijstandsuitkeringen of hogere aanbestedingskosten. 3. Voorstellen voor beleidswijzigingen zoals wijzigingen van kwaliteitsniveau, inhoud, doelgroep, nieuwe activiteiten, beleidsintensivering, activiteiten naar aanleiding van uitkomsten pilot. 4. Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen. Het uiteindelijke saldo geeft de financiële gevolgen voor het betreffende programma ten opzichte van de Programmabegroting 2025-2028. Hierbij betekent een min - teken een verslechtering van het saldo. Indien van toepassing worden aan het eind van een programma ook de nieuwe strategische risico’s vermeld. Tot slot worden afwijkingen in investeringen en voorzieningen gemeld.

Bijlage 2 Samenvatting Eerste Tussenbericht 2025 toont een samenvatting van het financieel totaaloverzicht van de afwijkingen over het jaar 2025.

Bijlagen De volgende bijlagen zijn bijgevoegd: 1. 2. 3. 4.

Toelichting loon- en prijsstijging Samenvatting Eerste Tussenbericht 2025 Resultaatbestemming jaarrekening 2024 Totaaloverzicht financiële ontwikkelingen: financiële ontwikkelingen bestaand beleid, onvermijdelijke ontwikkelingen, nieuw beleid en bezuinigings- en dekkingsvoorstellen. De inhoudelijke toelichtingen maken onderdeel uit van de programma's. 5. Overzicht tijdelijke middelen 2024-2027 6. Monitoring evaluatie pilots: overzicht van alle recent afgeronde - en lopende pilots

5

Financieel perspectief Inleiding De Perspectiefnota 2026 (PN) schetst op hoofdlijnen het financieel perspectief voor 2026 en de volgende jaren. Ook worden de afwijkingen over het lopende begrotingsjaar 2025 in de PN opgenomen: het Eerste Tussenbericht 2025. Hiervan zijn de structurele effecten meegenomen in het perspectief van de meerjarenbegroting 2026 – 2029. De PN biedt de raad handvatten om in het voorjaarsdebat nader richting te geven voor de komende jaren. Ook kan de raad aandacht voor specifieke onderwerpen vragen. De uitkomsten van het perspectiefdebat zijn de basis voor de Programmabegroting 2026 – 2029, waarover tijdens het begrotingsdebat in november 2025 besluitvorming plaatsvindt. Er wordt gestart met algemene financiële uitgangspunten voor de loon- en prijsstijgingen en het Eerste Tussenbericht 2025. Vervolgens wordt het financieel perspectief op hoofdlijnen gepresenteerd. Daarna komt het vertrekpunt voor het nog op te stellen dekkingsplan van de meerjarenbegroting aan de orde. In aansluiting daarop komen de ontwikkelingen in de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 en de Reserve vrij inzetbaar aan bod. Daarbij wordt ook de relatie gelegd met het resultaat van de Jaarrekening 2024 en het voorstel tot bestemming daarvan.

Algemene financiële uitgangspunten Loon- en prijsstijging De gevolgen voor loon- en prijsstijging ten opzichte van de begroting 2025 worden als volgt in de programma’s van de begroting 2026 verwerkt. 2026 Prijsstijging

4,0 %

Loonstijging

1,4 %

Prijsstijging 2026 Op basis van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2025 wordt de prijsstijging voor 2026 bepaald. Voor de prijsstijging wordt de Index materiele overheidsconsumptie (Imoc) gebruikt. Voor de lasten, baten en de opbrengsten van de belastingen, leges en heffingen van de begroting 2026 wordt uitgegaan van een prijsstijging van 4% ten opzichte van de begroting 2025. Dit percentage is als volgt tot stand gekomen. De inschatting van het Centraal Plan Bureau (CPB) van de Imoc staat in onderstaande tabel weergegeven. Het bestaat uit de inschatting voor 2026 van 2,1% en een correctie van 5,5% over voorgaande jaren. In totaal een stijging van 7,6%. 6

2026 Correctie 2024 en 2025 Inschatting 2026 Vermindering*

5,5 % 2,1 % -3,6 %

Prijsstijging in begroting 2026

4,0 %

*Vooral de correctie over 2024 is fors. Deze stijging is waar nodig al in de begroting 2024 verwerkt door actualisatie van de ramingen gedurende het jaar. Dit is gebeurd door bij de tussenberichten extra structurele middelen toe te kennen aan bepaalde programma’s om de hogere prijsstijging op te vangen. Daarnaast proberen we scherp aan de wind te varen in het kader van de bezuinigingen. Hiermee voeren we de toezegging uit dat bezuinigingsmaatregel 311 van pakket 3 naar pakket 1 is overgeheveld. Vanwege de onzekerheid of 4% voldoende is, wordt 1,6% gereserveerd op OAD voor programma’s waar de prijsstijging toch hoger blijkt te zijn dan 4%. Loonstijging 2026 Op basis van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2025 wordt de loonstijging voor 2026 bepaald. Voor de loonstijging wordt de loonvoet overheid gebruikt. Voor de stijging van de loonkosten wordt een stijgingspercentage van 1,4% aangehouden ten opzichte van de begroting 2025. Bij de bepaling van het stijgingspercentage is rekening gehouden met de sociale lasten, zoals deze bekend zijn op 1 januari 2025. Zie ook bijlage 1. Eerste Tussenbericht 2025 De komende programmabegroting heeft betrekking op 2026 - 2029. De afwijkingen over het lopend jaar 2025 maken daarvan geen onderdeel uit, maar beïnvloeden wel de financiële positie.

Een wijziging van het voor 2025 verwachte resultaat werkt door naar de hoogte van de reserve vrij inzetbaar. Daarnaast kunnen de afwijkingen van 2025 ook een doorwerking hebben naar 2026 en mogelijk latere jaren. De afwijkingen van de lopende begroting 2025 (€ 4,637 mln. negatief) vormen feitelijk het Eerste Tussenbericht 2025. In het kader van het traject van inventariseren van bezuinigings- en dekkingsmogelijkheden is extra aandacht besteed aan 'praktijkgericht begroten'. Dit heeft voor meerdere onderwerpen geleid tot de constatering van een onderuitputting van budgetten. Dit is verwerkt in het Eerste Tussenbericht 2025. Bijlage 2 toont de financiële samenvatting van het Eerste Tussenbericht 2025.

Financieel perspectief In de afgelopen periode heeft het college, conform de gemaakte afspraken, de raad actief bij het bezuinigingsproces betrokken. Hiertoe is in maart 2025 een memo Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 2026 aan de raad gezonden met een voorlopige richting van de maatregelen die het college overweegt. Dit betrof een extra stap ten opzichte van het reguliere proces binnen de planning en control cyclus van de gemeente Zoetermeer. Het doel hiervan was om de raad nader te informeren en een eerste richting te laten bepalen, zodat het college dit bij de voorbereiding op de Perspectiefnota 2026 kon meenemen. Op 18 7

april 2025 presenteerde het rijk de Voorjaarsnota 2025, wat voor Zoetermeer een voordeel van € 2,75 mln. in 2025 en € 10 mln. in de jaren 2026 en 2027 betekent. Ondanks deze positieve uitkomsten blijven de financiële verwachtingen vanaf 2028 zorgelijk. Om een structureel en reëel sluitende begroting voor 2026 te bereiken, is een pakket aan bezuinigings- en dekkingsmaatregelen nodig dat is opgenomen in deze Perspectiefnota 2026. Het structureel begrotingssaldo voor 2026 vertoont een krap positief saldo van € 1.031.000, dankzij bezuinigings- en dekkingsvoorstellen van ruim € 23 mln. inclusief een onttrekking van € 5 mln. aan de algemene reserve. Vanaf 2027 daalt het structurele begrotingssaldo verder, wat resulteert in aanzienlijke tekorten in de jaren 2027-2029. Onderstaande tabel toont het financieel perspectief op hoofdlijn.

Bedragen * € 1.000 Financieel perspectief op hoofdlijn Omschrijving

2025

2026

Saldo MJB 2023-26, incidentele posten

-11.863

-2.097

-788

-206

0

Saldo MJB 2023-26, structurele posten

1.557

-29.255

-32.105

-38.954

-42.932

-10.306

-31.352

-32.893

-39.159

-42.932

-350

164

-9

-79

-18

1

Progr.begr. 2025-2028

2027

2028

2029

2

Raadsbesluiten tot en met april 2025

3

Mutaties TB1:

3a

- Septembercirculaire 2024

1.700

3.700

4.600

4.900

4.900

3b

- Verwacht accres Meicirculaire 2025/indexatie lonen en prijzen

3.650

-4.217

-5.635

-4.691

-5.402

3c

- Financiële ontwikkelingen bestaand beleid

151

-599

-954

234

202

3d

- Onvermijdelijke ontwikkelingen

-50

-600

-340

-340

-340

3e

- Nieuw beleid

-2.183

-1.138

-485

-680

-680

4

Algemene uitkering, voorjaarsnota rijk

2.750

10.000

10.000

2.500

2.500

-4.637

-24.043

-25.715

-37.315

-41.770

5

Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen, structureel

0

23.211

16.569

16.628

16.686

-4.637

-831

-9.145

-20.687

-25.084

Progr.begr. 2026-2029 excl. dekking 6

XXX

Progr.begr. 2026-2029 Waarvan incidenteel

-9.175

-1.862

-557

-137

58

* waarvan structureel (inclusief inzet surplus, in 2025 € 14,7 mln. en in 2026 € 5,0 mln.)

4.538 *

1.031*

-8.589

-20.550

-25.142

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

*Dit is in 2025 inclusief € 14,7 mln. en in 2026 inclusief € 5 mln. inzet van het zogenaamde surplus in de algemene reserve. 8

Financiële vertreksituatie (regel 1) In november 2024 is de begroting 2025-2028 vastgesteld. Gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten bedroeg het structurele saldo voor 2025 nog € 1,5 mln. positief. Hierbij is gebruik gemaakt van de inzet van het zogenaamde 'surplus in algemene reserve' voor een bedrag van in totaal € 14,7 mln. We teren dus in op het eigen vermogen. Vanaf 2026 vertoont de meerjarenraming tekorten van ruim € 31 mln. in 2026 oplopend tot bijna € 43 mln. in 2029. Raadsbesluiten tot en met april 2025 (regel 2) Na de vaststelling van de Programmabegroting 2025 is een aantal raadsbesluiten met een effect op het begrotingssaldo genomen waaronder o.a. Markt 10, Van Kunstwerk naar Kunstwerk, Maatregelen Crisisorganisatie Sociaal Domein, Lokaal Mediabeleid Zoetermeer en Uitwerkingskader Roggeakker. Septembercirculaire 2024 (regel 3a) In oktober 2024 is de raad via een memo geïnformeerd over de uitkomsten van de Septembercirculaire 2024. De financiële consequenties zijn in deze Perspectiefnota 2026 verwerkt. Verwacht accres meicirculaire en indexatie lonen en prijzen (regel 3b) De groei van de algemene uitkering (het accres) wordt bepaald aan de hand van de groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De raming van het CPB voor het BBP maakt onderdeel uit van het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierdoor kunnen gemeenten een berekening maken van het accres.

Voor Zoetermeer gaat het om € 2,5 mln. in 2025 oplopend tot € 4,3 mln. vanaf 2029. Bij de Meicirculaire 2025 krijgen we de definitieve cijfers. Dit accres wordt allereerst ingezet om de loon- en prijsstijgingen te dekken. Zie hiervoor ook de toelichting in bijlage 1. Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (regel 3c) De analyse van de Jaarrekening 2024 en het Eerste Tussenbericht 2025 toont afwijkingen in de uitvoering van de begroting. De grootste negatieve afwijking betreft de ontwikkeling van kosten met betrekking tot de uitvoering van de WSW en beschut werk door de Binnenbaan. Daarnaast levert ook de uitvoering van jeugdgezondheidszorg hogere kosten op. Deze afwijkingen hebben deels een meerjarig karakter. De noodopvang van Oekraïners levert een incidenteel voordeel op. Bij het onderdeel 'nieuw beleid' wordt voorgesteld hiervan een bedrag van € 2,1 mln. te reserveren voor de realisatie van gemeentelijke opvangplaatsen. Hogere parkeeropbrengsten leveren naar verwachting structureel € 0,5 mln. meer inkomsten op. Een incidenteel nadelig effect wordt veroorzaakt door de dalende rente, waardoor de rente-inkomsten € 0,5 mln. lager uitvallen. De inkomsten uit dividend vallen daarentegen naar verwachting structureel voordelig uit. In de toelichtingen per programma zijn de verschillen op postniveau toegelicht. Een totaaloverzicht van posten is opgenomen in bijlage 4.

Onvermijdelijke ontwikkelingen (regel 3d) De afwijkingen in de categorie onvermijdelijke ontwikkelingen liggen buiten de invloedsfeer van de gemeente. De belangrijkste post hierin betreft de gevolgen van de NIS2-richtlijn met betrekking tot informatiebeveiliging waardoor in 2025 strengere eisen worden gesteld aan de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen binnen essentiële sectoren, waaronder lokale overheden. Dit geeft een structureel nadeel van € 0,3 mln. Door stijging van de kosten van bestuurlijke samenwerkingsverbanden, waaronder tussen de gemeente Zoetermeer, Stedennetwerk G40, Fonds GGU en de VNG verwachten wij een structureel nadeel van € 50.000. Zie voor het totaaloverzicht bijlage 4. Nieuw beleid (regel 3e) De toelichtingen van de voorstellen van nieuw beleid staan in de programma's vermeld. Voorstellen voor nieuw beleid zonder specifieke dekking betreffen o.a. 9

het aanstellen van twee integriteitsmedewerkers, het koersplan van de regionale uitvoeringsdienst (RUD) en het campagnebudget preventie en vroegsignalering schuldhulpverlening. Daarnaast wordt voorgesteld om voor bepaalde onderwerpen zoals wonen, mobiliteit en volkshuisvesting een beroep te doen op de reserve Fonds Zoetermeer 2040. Het totaaloverzicht van beleidsvoorstellen is opgenomen in bijlage 4. Voorjaarsnota 2025 rijk (regel 4) Op 18 april 2025 heeft het rijk haar Voorjaarsnota 2025 gepresenteerd met daarin financiële gevolgen voor gemeenten. In totaliteit komt er tot en met 2027 € 3 miljard beschikbaar voor gemeenten. Dit extra geld helpt om onder andere de jeugdzorguitgaven te dekken en de terugval in het gemeentefonds vanaf 2026 deels te dempen. Dit betekent voor Zoetermeer een voordeel van € 2,75 mln. in 2025 en € 10 mln. in de jaren 2026 en 2027. Ondanks deze voorzichtig optimistische uitkomsten blijven de financiële verwachtingen vanaf 2028 zorgelijk. Het kabinet zet in op invoering van een eigen bijdrage voor de jeugdzorg, verkorting van de trajectduur en daarnaast wordt de opbrengst van de hervormingsagenda geïndexeerd, terwijl er geen indexatie van de jeugdzorgkosten is opgenomen. De gevolgen van de Voorjaarsnota worden verwerkt in de Meicirculaire gemeentefonds 2025.

Zo snel als mogelijk na het verschijnen van de meicirculaire wordt de raad in een afzonderlijk memo over de financiële uitkomst van de meicirculaire geïnformeerd. Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen (regel 5) In april 2024 heeft het college de Inventarisatienota bezuinigings- en dekkingsmogelijkheden aan de raad gestuurd. In maart 2025 heeft het college conform de gemaakte afspraken om de raad actief bij het bezuinigingsproces te betrekken een memo Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 2026 aan de raad gezonden met een voorlopige richting van de maatregelen die het college overweegt. Dit betrof een extra stap ten opzichte van het reguliere proces binnen de planning en control cyclus van de gemeente Zoetermeer. Het doel hiervan was om de raad nader te informeren en een eerste richting te laten bepalen, zodat het college dit bij de voorbereiding op de Perspectiefnota 2026 kon meenemen. Op basis van uitkomsten van de Voorjaarsnota 2025 van het rijk en de richtinggevende uitspraken in de vorm van aangenomen moties door de raad en toezeggingen door het college is een pakket aan maatregelen samengesteld dat is gebaseerd op scenario 1 (hopen op het beste), dat uitgaat van een extra bijdrage van het rijk van € 10 mln. Uitgangspunt hierbij is een structureel en reëel sluitende begroting voor het jaar 2026 binnen de financiële spelregels van de toezichthouder.

Bij het samenstellen van het pakket van bezuinigings- en dekkingsvoorstellen is rekening gehouden met de moties Geen lastenverzwaring voor onze inwoners (2406-12), Stapeleffect bij kwetsbare doelgroepen (2406-36) en Bestaanszekerheid behouden (2406-44). De uitwerking van de moties De kosten gaan voor de baten uit (2411-57) en Kostendekkendheid leges (2411-64) vragen meer doorlooptijd. Het college blijft ondertussen actief zoeken naar verdere besparingsmogelijkheden, manieren om efficiënter (samen) te werken en tijdelijke investeringen die op langere termijn tot besparingen kunnen leiden. Deze inspanningen worden meegenomen in de voorbereiding op de Programmabegroting 2026 en de Perspectiefnota 2027. Groei van de stad Het beter faciliteren van de groei van de stad vraagt om het stellen van prioriteiten bij de strategische – en organisatorische inzet van middelen en het investeren in projecten die de grootste impact hebben op leefbaarheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. Daarbij verdienen met name personele groei, organisatieontwikkeling, slimme technologie en datagedreven beleid specifieke aandacht. Een flexibele/adaptieve begroting die ruimte laat voor groei en kansen is daarbij ondersteunend.

De hogere inkomsten door de toename van inwoners en woningen worden voor (maximaal) 50% gestort in de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 en voor 50% ingezet voor hogere kosten van beheer en een aanleg van voorzieningen, onderhoud openbaar gebied, personeel en 10

organisatieontwikkeling. Enkele concrete voorstellen in deze Perspectiefnota 2026 zijn het structureel aanstellen van een subsidiewerver en een adviseur public affairs. Daarnaast vindt de komende periode een nadere uitwerking plaats van voorstellen in relatie tot groei van de stad. Toelichting provinciaal toezicht Onderstaande tabel geeft het begrotingssaldo met het onderscheid in incidenteel en structureel. Dit onderscheid is van belang in het kader van het provinciaal begrotingstoezicht. Het structureel begrotingssaldo vertoont voor het jaar 2026 een krap positief (structureel) saldo van € 1.031.000. Om dit positieve saldo te bereiken is wel een dekkingsplan nodig met bezuinigings- en dekkingsvoorstellen van ruim € 23 mln. Hierbij is als onderdeel van de bezuinigings- en dekkingsvoorstellen een bedrag van € 5 mln. onttrokken aan de algemene reserve, waarmee een deel van het zogenaamde 'surplus in de algemene reserve' is aangewend. Zonder dit dekkingsplan is sprake van een negatief saldo van ruim € 24 mln. In 2027 daalt het structurele begrotingssaldo naar ruim € 8,5 mln. negatief, in 2028 ruim € 20,5 mln. negatief en in 2029 ruim € 25,1 mln. negatief. Dit als gevolg van het 'uitgestelde financiële ravijn’.

Omdat het (structurele) begrotingssaldo (inclusief bezuinigings- en dekkingsmaatregelen) voor 2026 positief is, heeft het nu gepresenteerde tekort vanaf 2027 geen directe gevolgen voor het oordeel van de provincie in kader van het begrotingstoezicht. In de beoordeling van de provincie is de meerjarenraming 20272029 alleen van belang, indien het eerste jaar van de begroting – dus 2026 – niet structureel en reëel in evenwicht is. Dat betekent dat als de structurele lasten in 2026 lager zijn dan de structurele baten, de meerjarenraming niet in de beoordeling wordt meegenomen. De provincie kijkt wel met een schuin oog naar de meerjarenraming en maakt er mogelijk ook een opmerking over, maar het is geen reden om de gemeenten een andere vorm dan repressief toezicht te verlenen. Indien het jaar 2026 niet structureel en reëel in evenwicht is, ontstaat een andere situatie en dringt de provincie bij de raad eerder aan om tot maatregelen te komen die leiden tot een sluitende begroting. Tevens zal de provincie kritisch de haalbaarheid van de voorgestelde bezuinigings- en dekkingsvoorstellen beoordelen.

Bedragen * € 1.000 Financieel perspectief op hoofdlijn Omschrijving

2025

2026

Saldo incidentele baten en lasten

-9.175

-1.862

Saldo structurele baten en lasten

4.538

1.031

-8.589 -20.550 -25.142

-4.637

-831

-9.145 -20.687 -25.084

Begrotingssaldo XXX Taakmutaties Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal, dekking via OAD

2027 -557

2028 -137

XXXXX XXXXX XXXXX XXXXX

2029 58

XXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Tijdelijk beschikbaar gestelde middelen Via het Coalitieakkoord 2022-2026 en de Programmabegroting 2024 - 2027 zijn voor bepaalde onderwerpen nieuw beleid tijdelijk middelen beschikbaar

11

gesteld: Zie bijlage 5. Dat betekent dat er zonder aanvullende besluitvorming vanaf 2026 dan wel 2027 geen budget meer beschikbaar is voor de uitvoering van die taken. Voor bepaalde onderwerpen wordt via deze Perspectiefnota 2026 een voorstel voor nieuw beleid voorgelegd.

Reserve Fonds Zoetermeer 2040 Onderstaande tabel toont het verloop van de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Per 1 januari 2024 zijn de reserve Investeringsfonds 2030 en de reserve Fonds Zoetermeer 2040 samengevoegd in deze reserve.

12

Bedragen * € 1.000 Reserve Fonds Zoetermeer 2040 Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

A.

Stand 1 januari Fonds Zoetermeer 2040

112.274

94.268

60.301

51.469

47.146

43.711

1

Raadsbesluiten Fonds 2040

-9.574

-14.899

-6.134

-2.972

552

1.432

2

Reserveringen vanuit eerdere besluitvorming Schaalsprong a Binnenstad b Regie, voorbereiding en samenhang c Entree, dekking onrendabele top goedkope huurwoningen

B. 1

-305 -150 -2.000

Begroting 2026 in voorbereiding Herfaseringen/overgebleven middelen jaarrekening 2024 a Strategie werklocaties, verrekening Fonds Z'meer 2040

-100

b OV Schaalsprong

-250

c Woningbouw als aanjager

-100

d Ruimtelijke strategie

-100

e Investeringsagenda

-100

f Nieuwe initiatieven

-100

g Onderzoeksbudget bestemmingsplannen

-35

h Wijkverkenning Buytenwegh, verrekening reserve

-90

-90

i Maatschappelijke initiatieven 2

-100

Perspectiefnota 2026, verwachtingen uit voorgaande jaren a Gebiedsontwikkeling Dutch Innovation Park

-205

b Gebiedsontwikkeling Binnenstad

-15.800

c Woningbouwprogrammering

-220

-220

-220

-220

-220

d Nieuwe initiatieven

-150

-150

-150

-150

-150

e Gemeentelijke inzet 700 woningen

-350

-350

-350

-350

-350

f Voorbereiding schaalsprong, OV en stationsgebied

-120

-120

-120

-120

-120

g Binden en onderhouden relatienetwerk

-120

-120

-120

-120

-120

h Strategische agenda Zoetermeer (Fonds Z'meer 2040)

-592

-592 -80

-80

-166

-166

-91

-91

i Beheerlasten openbare ruimte Edisonpark en Roggeakker j Parkeervoorziening auto's en fietsen elders in de Binnenstad

-5.200

k Verduurzaming woningen en openbare ruimte l Kerkenbos

-2.750 -44

-91

m Rooseveltlaan 3

-91

-91

36

Perspectiefnota 2026, nieuwe voorstellen a Technische praktijkocatie

-40

10

b Grand Depart (start Tour de France)

160

40

30 -200

13

c Realisatie filmhuis Cameo

-127

d Zoetermeerse panden

-190

-190

e Dakenteam

-120

-120

f Volkshuisvestingsprogramma

-300

-300

g Formatie wonen

-116

-116

-195

-195

h Formatie verkeer/mobiliteit

-80

i Mobiliteit, participatie en onderzoek

-240

j Voorbereiding regiodeal

-50

k GR Bedrijvenschap Hoefweg

200

l Penvoerderschap Hoefweg Fonds Z'meer inclusief concept voorstellen nieuw beleid per 31-12 C.

-20

-20

-20

-20

-20

-20

94.268

60.301

51.469

47.146

43.711

43.907

Verwachte winstafdrachten (cumulatief) Grondexploitaties Stand Fonds Z'meer 2040 31/12 incl winstafdrachten grondbedrijf

XXX

-100

Taakmutaties Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal, dekking via OAD

957

1.659

2.641

2.247

2.105

925

95.225

61.960

54.110

49.394

45.817

44.832

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXXXXXXXXXXXX

De reserve Fonds Zoetermeer 2040 heeft per eind 2030 nog een bestedingsruimte van € 43,9 mln. Als de winstafdrachten uit de grondexploitaties worden gerealiseerd loopt dit bedrag op naar € 44,8 mln. Onder A staat de beginstand van het lopende jaar inclusief verwerking van de resultaten uit de jaarrekening 2024. Onder A1 zijn de financiële gevolgen van de eerder genomen raadsbesluiten over het Fonds opgenomen. Onder A2 worden reserveringen in het Fonds vanuit eerdere besluitvorming vermeld. B presenteert de begrotingsvoorstellen in voorbereiding. Bij B1 staan de voorstellen tot herfasering van eerder beschikbaar gestelde budgetten uit 2024 naar later jaren, zie ook bijlage 3. B2 vermeldt de verwachtingen uit voorgaande perspectiefnota's. Onder B3 staan de verwachtingen uit deze perspectiefnota. Onder C staan de verwachte winstafdrachten uit grondexploitaties.

Reserve vrij inzetbaar Deze tabel geeft het verloop van de reserve Vrij inzetbaar weer.

14

Bedragen * € 1.000 Reserve vrij inzetbaar Omschrijving Stand per 1 januari, inclusief rekeningsresultaat A.

Raadsbesluiten ten laste van vrij inzetbaar

1

Vastgestelde raadsbesluiten

B.

Verwachting

1

Overgebleven middelen 2024

2

4

2026

2027

2028

2029

191.495

157.141

151.227

151.350

151.394

-20.431

105

290

290

290

102

123

44

10

-290

-290

-290

151.350

151.394

151.404

a. Herijking schoolgebouwen

-798

b. Was- en kleedaccommodatie FC Zoetermeer

-39

Rekening 2024 a. Budgetoverhevelingen en resultaatbestemmingsvoorstellen

3

2025

-8.449

Begroting 2025 a1. Begrotingssaldo 2025, structureel

4.538

a2. Begrotingssaldo 2025, incidenteel

-9.175

Begroting 2026-2029 in voorbereiding a1. Begrotingssaldo 2026, structureel

1.031

a2. Begrotingssaldo 2026, incidenteel

-1.862

a3. Bezuiniging, verlaging dotatie Vrij inzetbare reserve

-290

a4. Dekking begrotingstekort, inzet surplus

-5.000

Nog beschikbaar 31-12 (weerstandscap. reserve vrij inzetbaar)

C. XXX

157.141

151.227

Totaal aan af te dekken risico's

22.025

Saldo aan weerstandscap. excl grondbedrijf

129.379

Factor weerstandsvermogen (weerstandscapaciteit / risico's) Taakmutaties Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal, dekking via OAD

7,13 XXXXX

6,87 XXXXX

6,87 XXXXX

6,87 XXXXX

6,87 XXXXX

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Deze reserve vormt de weerstandscapaciteit van de gemeente. De reserve moet de ruimte hebben om de financiële gevolgen van eventuele tijdelijke financiële tegenvallers en risico's op te vangen. In de stand van de reserve is rekening gehouden met:

15

• • •

rekeningresultaat 2024 resultaatbestemmingsvoorstel 2024 (zie tabel punt B2) verwachte begrotingsresultaten 2025 en 2026 (zie tabel punten B3 en B4)

De reserve Vrij inzetbaar moet dekking bieden voor: • •

het verwachte rekeningresultaat van het lopende begrotingsjaar (inclusief voorstellen Perspectiefnota 2026/Eerste Tussenbericht 2025) en de financiële risico's bestaande uit: - de financiële vertaling van de benoemde risico's uit de paragraaf Weerstandsvermogen in de Jaarstukken 2024 en - 4% van het begrotingstotaal (exclusief grondexploitaties) voor eventueel niet onderkende risico's.

Het verwachte structurele begrotingssaldo voor 2026 komt uit op € 1,031 mln. positief (4a1). Dat is inclusief inzet van het surplus in de reserve ter dekking van het structurele begrotingstekort voor een bedrag van € 5 mln. Zonder de inzet (4a4) is het structureel begrotingssaldo negatief. Onderdeel van het pakket van bezuinigingen is het achterwege laten van een jaarlijkse dotatie in de Vrij inzetbare reserve ter grootte van € 0,29 mln. Dit leidt tot een nadeel in de reserve (4a3). De omvang van de reserve is ruim voldoende om de risico's te dekken, zie C. De verhouding tussen weerstandscapaciteit en waarschijnlijke risico-omvang is de factor weerstandsvermogen en is daar een indicatie voor. De grenswaarde van de gewenste factor weerstandsvermogen ligt voor gemeente Zoetermeer op 1.0.

16

Toelichting per programma In de volgende hoofdstukken worden de gevolgen per programma toegelicht.

17

Programma 1. Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie

18

Financiën

Bedragen x € 1.000 TB1 2025

MJB 2026 - 2029 2026

2027

Doorkijk MJB

2028

2029

2030

2031

1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Reclame-inkomsten

-406

1.2 Alleenverdienersproblematiek

-168

1.3 Aanpassing ramingen Voortijdig schoolverlaten

56 -56

1.4 Ontwikkeling WSW

-254

-498

-328

1.5 Oploop Nieuw Beschut Werk (i.h.k.v. de Participatiewet)

-151

-149

-158

-177

-208

-208

-208

1.6 Re-integratie (werkbedrijf de Binnenbaan)

-462

-462

-462

-462

-462

-462

-462

1.7 Aanpassing ramingen Onderwijsachterstandenbeleid / OKE- regeling: - baten - lasten

800 -800

1.8 Aanpassing ramingen Volwasseneneducatie / laaggeletterdheid: - baten - lasten

1.094 -1.094

19

1.9 Aanpassing raming Nationaal Programma Onderwijs: - baten - lasten

428 -428

1.10 Verhelpen klimaatklachten schoolgebouw Spitsbergen

-50

1.11 Collegevoorstel inzet Geldpunt 2025 - dekking: reserve Zoetermeers noodfonds Energiecrisis

-223 223

1.12 Organisatieontwikkeling Sociaal Domein

-4

-4

-4

-4

-4

-4

pm

pm

pm

pm

pm

pm

1.13 Uitvoeringscapaciteit Leerplicht en Doorstroompunt

95

1.14 Aanpassing raming afschrijving

-2

-4

2.1 Bijstandsuitkeringen (BUIG) - lasten - baten

-4.935 4.935

-4.935 4.982

-4.935 4.982

-4.935 4.982

-4.935 4.982

-4.935 4.982

-4.935 4.982

2.2 Verhoogde asielinstroom

-110

pm

pm

pm

pm

pm

pm

2.3 Juridische overdracht schoolgebouwen

-100

2.4 Uitbreiding Basisschool IKC De Vijf Pilaren

-50

-150

-150

-150

-1.146

-966

-1.256

-1.430

-1.172

-1.001

-830

2 Onvermijdelijke ontwikkelingen

3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid 3.1 Work in Nederland (WIN) - dekking via OAD 3.2 Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal - dekking via OAD

20

3.3 Taakmutatie Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal - regionale doelgroepspecifieke aanpak - dekking via OAD

-137

3.4 Verhoogde inzet asiel en integratie

-258

3.5 Campagnebudget voor versterking preventie en vroegsignalering Schuldhulpverlening

-25

-137

-25

-25

-25

-25

-25

-25

-223 223

-223 223

-223 223

-223 223

-223 223

-223 223

4.1 Besparing subsidies Onderwijs

262

193

224

254

254

254

4.2 Economie, werkbudget en capaciteit

150

150

150

150

150

150

4.3 Verbonden partijen (maatregel 5, 27, 157, 167): - De Binnenbaan BV - Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag

450 9

450 9

450 9

450 9

450 9

450 9

-1.477

-1.533

-1.193

-961

-790

-619

3.6 Collegevoorstel inzet Geldpunt - dekking via SPUK 4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen

TOTAAL SALDO PROGRAMMA

-3.374

Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) 1.1 Reclame-inkomsten De gemeente kent verschillende soorten inkomsten vanuit reclame. Dit betreft reclame op masten, in lichtbakken aan lantaarnpalen, reclameframes, reclamevitrines, billboards en driehoeksborden. Voor de abri’s en de reclamevitrines is een contract afgesloten met opbrengsten tot € 0,326 mln. Het contract gaat pas in als de abri’s en reclame-vitrines zijn aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit is nog niet gebeurd en het is onzeker wanneer dit gaat plaatsvinden. Daardoor kan het afgesproken bedrag nog niet in rekening worden gebracht. Dit geeft naar het zich laat aanzien een nadeel op de opbrengsten van € 0,326 mln. Voor de reclame aan de lichtmasten geldt dat de opbrengsten door opzeggingen (waaronder één grote tussenpersoon) aanzienlijk teruglopen. In de 21

begroting is daar € 0,134 mln. voor opgenomen. Het is onzeker wat het effect voor 2025 is en wat de mogelijke structurele gevolgen zijn. Voorlopig wordt rekening gehouden met een nadeel van € 0,08 mln. 1.2 Alleenverdienersproblematiek In de Septembercirculaire 2024 heeft het rijk middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten om financiële ondersteuning te bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. De middelen zijn in 2024 nog niet besteed. Naar verwachting worden 170 aanvragen ingediend, met een totale uitgave van € 0,17 mln. (170 x € 1.000). 1.3 Voortijdig schoolverlaten - aanpassing raming baten en lasten 2025 In de Jaarrekening 2024 zijn voor een aantal regelingen voortijdig schoolverlaten met een bestedingsverplichting (over meerdere jaren) de niet in 2024 bestede middelen op de balans (onderdeel vooruitontvangen bedragen) gezet. Deze middelen kunnen hierdoor alsnog in 2025 uitgegeven worden. Het betreft RMC Rijksmiddelen, Kwalificatieplicht en Aanval op Uitval. In totaliteit zijn zowel de baten als de lasten hierdoor in 2025 € 56.000 hoger. De middelen worden ingezet om te voorkomen dat kinderen/jongeren uitvallen in het onderwijs en om hun startkwalificatie te behalen. 1.4 Ontwikkeling WSW Werkbedrijf de Binnenbaan voert in opdracht van de gemeente de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) uit.

De WSW is bedoeld voor mensen die door een lichamelijke -, psychische - of verstandelijke handicap niet onder normale omstandigheden kunnen werken. De Binnenbaan biedt deze mensen een werkplek met de juiste aanpassingen en begeleiding. Met ingang van 2015 is er geen nieuwe instroom meer in deze wet. De gemeente betaalt aan de Binnenbaan de werkelijke loonkosten van WSW'ers. Bij het tekenen van de opdracht- en budgetbrief 2025 is geconstateerd dat voor het onderdeel WSW een nadeel ontstaat van € 0,25 mln. ten opzichte van de begroting 2025. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de voor 2025 verwachte loonprijsbijstelling van het bruto-minimumloon met 5,9%. Daarnaast betaalt de gemeente aan de Binnenbaan een jaarlijks oplopende exploitatiebijdrage vanwege het exploitatieverlies dat de Binnenbaan lijdt als gevolg van de afbouw van de WSW. Voorafgaand aan de periode 2021 t/m 2025 is besloten om dit jaarlijks oplopende bedrag te middelen en de bijdrage gedurende deze periode gelijk te houden. Met de nog te ondertekenen dienstverleningsovereenkomst 2026 t/m 2030 zal worden voorgesteld om deze bijdrage niet langer te middelen, maar jaarlijks mee te laten stijgen met het oplopende exploitatieverlies. Dit zorgt voor een nadeel van € 0,5 mln. in 2026 en een nadeel van € 0,33 mln. in 2027.

Naar verwachting kan de oplopende exploitatiebijdrage vanaf 2028 worden opgevangen binnen de begroting. 1.5 Oploop Nieuw Beschut Werk (i.h.k.v. de Participatiewet) Beschut werk is bedoeld voor mensen die alleen in een zogenaamde beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. De rijksoverheid verplicht gemeenten om deze voorziening aan te bieden. Het aantal te realiseren plekken loopt jaarlijks op omdat beschut werk een voorziening is die in de plaats is gekomen voor de Sociale Werkvoorziening. Er kan geen nieuwe instroom meer plaatsvinden in de Sociale Werkvoorziening, maar wel in beschut werk. Het rijk stelt financiële middelen beschikbaar aan gemeenten om beschut werk te financieren. Dit gebeurt via de Integratie Uitkering Participatie (IUP) van het gemeentefonds. Deze uitkering loopt jaarlijks op met het aantal verplicht te realiseren plekken.

22

In 2024 is besloten om jaarlijks meer geld voor beschut werk beschikbaar te stellen aan Werkbedrijf De Binnenbaan om daarmee het oplopend aantal plekken te financieren. Sindsdien vindt de financiering plaats op basis van de werkelijke uitgaven en niet meer als onderdeel van de lumpsumfinanciering van Werkbedrijf De Binnenbaan. In 2025 liggen de uitgaven structureel € 0,15 mln. hoger dan begroot. Dit betreft hoofdzakelijk een prijsverschil. 1.6 Re-integratie (werkbedrijf de Binnenbaan) Werkbedrijf de Binnenbaan begeleidt in opdracht van de gemeente alle inwoners die vallen onder de Participatiewet naar werk. De kernopgave is de begeleiding naar duurzaam werk, d.w.z. regulier, beschut werk, gesubsidieerd, of met behoud van uitkering. Voor de uitvoering van deze opdracht liggen de lasten vanaf 2025 structureel € 0,46 mln. hoger dan begroot. Dit wordt hoofzakelijk veroorzaakt door (loon-)prijsstijgingen van met name het kaderpersoneel van de Binnenbaan. 1.7 Aanpassing raming Onderwijsachterstandenbeleid / OKE- regeling De rijksvergoeding 2025 op grond van de Wet op het primair onderwijs (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE)) valt € 0,8 mln. hoger uit dan nu is geraamd in de begroting 2025 (€ 5,3 mln.). Het is een geoormerkte rijksvergoeding en dat betekent dat het bedrag uitgegeven moet worden aan het doel waarvoor het beschikbaar wordt gesteld.

De aanpassing van de rijksvergoeding voor de OKE-regeling heeft betrekking op het onderdeel Rijksbijdrage voor Onderwijsachterstanden. Deze middelen worden ingezet om onderwijsachterstanden bij kinderen in de leeftijd van 2 tot 12 jaar te verminderen en te voorkomen, zodat zij zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen. 1.8 Laaggeletterdheid / Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) De rijksvergoeding 2025 Laaggeletterdheid op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) is € 0,64 mln. hoger dan nu in de begroting 2025 is geraamd (€ 1,385 mln.). Bij de besluitvorming over de begroting 2025 was de definitieve beschikking 2025 nog niet beschikbaar. De voor 2025 beschikbare middelen vallen ook hoger uit door een beroep op de WEB-middelen die in 2024 niet zijn besteed. Deze middelen zijn in de jaarrekening 2024 opgenomen als 'Vooruit ontvangen bedragen' en hierdoor beschikbaar gebleven om in 2025 uit te geven. Het gaat hierbij om een bedrag van € 0,454 mln. De totale aanpassing betreft € 1,094 mln. en heeft betrekking op zowel de baten als de lasten. Het betreffen geoormerkte middelen; deze moeten worden uitgegeven voor het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld.

1.9 Aanpassing ramingen Nationaal Programma Onderwijs De gemeente heeft in 2022 de gehele rijksbijdrage voor het Nationaal Programma Onderwijs ontvangen voor de periode 2022-2025 (in totaal ongeveer € 2,5 mln.). Dit geld mag tot en met juli 2025 worden besteed en wordt naar verwachting geheel ingezet. Er resteert voor 2025 nog een bedrag van € 0,428 mln. Het is als Vooruitontvangen 2025 doorgeschoven naar 2025. Baten en lasten worden hierbij in dezelfde omvang in de begroting 2025 opgenomen. 1.10 Verhelpen klimaatklachten schoolgebouw Spitsbergen Om de klimaatproblemen van het scholengebouw Spitsbergen te verhelpen is eerder een investeringsbudget van € 0,135 mln. beschikbaar gesteld. Vanwege de bouwstijl kan ‘eenvoudige’ zonwering zoals screens niet aan de gevel bevestigd worden. Om op een adequate wijze de zonwarmte uit het gebouw te houden dient het beschikbare investeringsbudget opgehoogd te worden naar € 0,180 mln. Dit betekent jaarlijks ca € 4.000 hogere kapitaallasten. Daarnaast wordt om extra verkoeling te verzorgen een bomenrij aangeplant naast het gebouw: geschatte kosten € 50.000.

23

1.11 Collegevoorstel inzet Geldpunt 2025 Eind 2022 is het GeldPunt opgericht als tijdelijk steunpunt voor inwoners met vragen over financiële problemen en (dreigende) schulden. Directe aanleiding was de koopkracht- en energiecrisis, waardoor veel huishoudens te maken kregen met geldproblemen en vragen hadden. InZet heeft het GeldPunt opgezet op drie locaties: Buytenweg-De Leyens, Seghwaert-Noordhove en Meerzicht. Inwoners kunnen ook bellen of mailen met hun hulpvragen. De kosten van € 0,223 mln. worden gedekt uit de reserve Zoetermeers noodfonds Energiecrisis. De voortzetting en financiering van het GeldPunt zijn opgenomen in een collegevoorstel. 1.12 Organisatieontwikkeling Sociaal Domein In het Sociaal Domein is voor 1 januari 2026 een reorganisatie beoogd. De kwaliteit van dienstverlening staat daarbij voorop. In de komende periode worden de consequenties voor de organisatie, personeel en financiën uitgewerkt. Deze consequenties hebben betrekking op programma 1, programma 2 en overzicht overhead en worden meegenomen in de Programmabegroting 2026. De raad ontvangt de benodigde informatie voorafgaand aan het begrotingsdebat zodat tijdens het begrotingsdebat een integrale afweging kan plaatsvinden.

1.13 Uitvoeringscapaciteit Leerplicht en Doorstroompunt Het team Leerplicht en Doorstroompunt houdt zich bezig met het toezicht op en de naleving van de Leerplichtwet en de kwalificatieplicht. Daarnaast biedt het team begeleiding en ondersteuning aan jongeren van 18 tot 23 jaar die het risico lopen zonder startkwalificatie het onderwijs te verlaten. Het team Leerplicht en Doorstroompunt wordt in 2025 geconfronteerd met langdurige uitval van medewerkers, verloop van personeel en onderbezetting vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat dit leidt tot een voordeel van de personele kosten van € 95.000. 1.14 Aanpassing raming afschrijving Het gaat om diverse kleine correcties op de raming van afschrijvingslasten met als onderliggende basis: - (nog) niet uitvoeren van een vervangingsinvestering; - geraamde afschrijvingslast versus gerealiseerde afschrijvingslast; - opgelopen vertraging bij de uitvoering van het investeringskrediet.

Onvermijdelijke ontwikkelingen 2.1 Bijstandsuitkeringen (BUIG) De gebundelde uitkering Participatiewet, ook wel genoemd de BUIG, wordt door het rijk uitgekeerd aan de gemeente en bestaat uit vijf uitkeringen. De totale omvang van de BUIG voor de gemeente Zoetermeer was € 52,9 mln. in 2024. De uitkering participatiewet (PW) is de voornaamste en beslaat ongeveer 95% van de BUIG; hiervan betaalt de gemeente de reguliere bijstandsuitgaven. Daarnaast zijn in volgorde van omvang aflopend: - loonkostensubsidie (LKS); - inkomensondersteuning arbeidsongeschikte werknemers (IOAW); - inkomensondersteuning arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ); - besluit bijstandsverlening zelfstandigen levensonderhoud (Bbz). Het aantal bijstandsuitkeringen heeft zich in 2024 relatief gunstig ontwikkeld in vergelijking met andere gemeenten. De krapte van de arbeidsmarkt houdt aan en dit resulteert erin dat het aantal bijstandsuitkeringen naar verwachting ook in 2025 relatief stabiel blijft. De gemiddelde prijs van een bijstandsuitkering loopt 24

echter wel op; dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte verhoging van het wettelijk minimumloon o.b.v. de consumentenprijsindex van 5,6% in 2025. De lasten zijn daarmee in 2025 naar verwachting hoger dan eerder begroot. Het rijk maakt in september van het voorlopende jaar een voorlopig budget bekend en dat wordt eind mei/begin juni bijgesteld. Op basis van de landelijke volumeontwikkeling in 2024 is de verwachting dat het budget € 0,9 mln. lager uitkomt dan het kenbaar gemaakte voorlopige budget voor 2025. Voor deze perspectiefnota gaan wij er vooralsnog vanuit dat dit geen gevolgen heeft voor het begrote saldo van € 0,66 mln. voordelig. De budgetbijstelling (batenkant) wordt meegenomen in TB2 als duidelijk is wat de bijstelling van het rijksbudget precies is. Tevens zijn de inkomsten uit de BUIG vanaf 2026 structureel € 50.000 hoger i.v.m. de overheveling van de middelen voor de bijstand jongerennorm van de algemene uitkering (cluster Participatie) naar de algemene bijstand. Dit zorgt voor lagere inkomsten vanuit de algemene uitkering, zie ook Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen (OAD). 2.2 Verhoogde asielinstroom De verhoogde asielinstroom van de afgelopen jaren heeft geleid tot een toename van de uitvoeringslast. Door de gemiddelde doorlooptijd van circa drie jaar per inburgeringstraject blijft de druk op de uitvoering hoog.

Aan de raad is eerder toegezegd dat de uitvoering binnen het geoormerkte budget zou plaatsvinden. Door de aanhoudende instroom is voortzetting binnen dit budget vanaf 2025 echter niet langer haalbaar. Voor 2025 wordt een verwachte overschrijding van € 0,11 mln. voorzien. 2.3 Juridische overdracht schoolgebouwen De juridische overdracht van de bestaande schoolgebouwen in Zoetermeer naar de schoolbesturen heeft nog nooit plaatsgevonden. In de praktijk leidt dat tot problematische situaties bijvoorbeeld bij het aanvragen van subsidies e.d. Het juridisch juist regelen van deze onvolkomenheid zal juridische capaciteit en notariskosten vergen: Kosten € 0,1 mln. 2.4 Uitbreiding Basisschool IKC De Vijf Pilaren De doorgroei van het aantal kinderen op de school De Vijf Pilaren vergt na de zomervakantie een 15e lokaal. Het schoolgebouw aan de Carry van Bruggenhove 23 biedt de mogelijkheid om een 15e en eventueel 16e lokaal te maken. Voor de uitbreiding is een budget van € 50.000 nodig.

Beleidswijzigingen/nieuw beleid 3.1 Work in Nederland (WIN) Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan EU-arbeidsmigranten te bieden stelt het rijk extra middelen beschikbaar ten behoeve van de verschillende arbeidsmarktregio’s. Voor de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal, waarvoor de gemeente Zoetermeer centrumgemeente is, gaat het om een bedrag van € 0,45 mln. verspreid over de jaren 2025 t/m 2027. Hiervoor is bij het rijk een decentralisatie-uitkering aangevraagd die bij de Meicirculaire 2025 toegevoegd wordt aan de algemene uitkering. Zie het Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien (OAD).

25

3.2 Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal In het kader van de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur ontvangen centrumgemeenten vanwege hun regierol in de arbeidsmarktregio vanaf 2025 twee decentralisatie-uitkeringen. De eerste is een tijdelijk (impuls-)budget ter bevordering van gezamenlijke dienstverlening aan inwoners en werkgevers, waarvan de effectiviteit in 2027 wordt geëvalueerd. In 2025 wordt hieraan eenmalig € 0,1 mln. toegevoegd voor de communicatie rondom het Werkcentrum, waardoor het totale Impulsbudget in 2025 uitkomt op € 1,0 mln. per arbeidsmarktregio. Daarnaast ontvangen centrumgemeenten structureel € 0,65 mln. per jaar voor coördinatie van het Werkcentrum, het Regionaal Beraad en de gidsfunctie, waarbij zij zelf de besteding bepalen. Het rijk zal hiervoor bij de Meicirculaire 2025 extra middelen toevoegen aan de algemene uitkering. Zie hiervoor OAD. 3.3 Taakmutatie Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal Het rijk heeft in het kader van het plan van aanpak 'Statushouders aan het werk' en de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur extra middelen beschikbaar gesteld aan centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio's voor een regionale doelgroepspecifieke aanpak. Het beoogde doel is om de arbeidsparticipatie van statushouders en andere kwetsbare groepen te vergroten en hen extra te ondersteunen.

Het betreft een bedrag van € 0,14 mln. in 2025 en eenzelfde bedrag in 2026. De dekking komt via de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds, zie ook het Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien. 3.4 Verhoogde inzet asiel en integratie In 2025 wordt extra inzet gepleegd in de vorm van de tijdelijke inhuur van twee beleidsadviseurs asiel en integratie. Tegenover het gevraagde budget staat een voordeel op de rijksvergoeding voor de noodopvang voor Oekraïners op programma 2. 3.5 Campagnebudget voor versterking preventie en vroegsignalering Schuldhulpverlening Voor de versterking van preventie binnen de schuldhulpverlening is eerder een incidenteel campagnebudget van € 50.000 toegekend, verdeeld over twee jaar: € 25.000 in 2023 en € 25.000 in 2024. Om de preventieve aanpak van campagnes en voorlichting duurzaam voort te zetten, wordt een structureel bedrag van € 25.000 opgenomen in de begroting. 3.6 Collegevoorstel inzet Geldpunt Eind 2022 is het GeldPunt opgericht als tijdelijk steunpunt voor inwoners met vragen over financiële problemen en (dreigende) schulden. Directe aanleiding was de koopkracht- en energiecrisis, waardoor veel huishoudens te maken kregen met geldproblemen en vragen hadden. inZet heeft het GeldPunt opgezet op drie locaties: Buytenweg-De Leyens, Seghwaert-Noordhove en Meerzicht. Inwoners kunnen ook bellen of mailen met hun hulpvragen.

De kosten zijn tot en met 2025 gedekt met incidentele middelen. Het GeldPunt bestaat nu drie jaar en bereikt steeds meer mensen. In 2024 waren er 1.231 hulpvragen, tegenover 705 in 2023. Vaak is advies of een praktische oplossing voldoende om verergering van financiële problemen te voorkomen. In situaties waar er meer aan de hand blijkt te zijn, wordt er snel intern doorgeleid naar ondersteuning van inZet. Hierom is het wenselijk om het GeldPunt in de huidige vorm, inclusief de spreekuren, voort te zetten. Daarvoor is structurele financiering nodig. Het rijk heeft in de brief van 11 oktober 2024 ('Kabinetsreactie IBO Problematische schulden') aangekondigd structureel extra middelen beschikbaar te stellen om het aantal huishoudens met problematische schulden terug te dringen. Het is nog niet duidelijk hoe het rijk deze extra middelen gaat inzetten. Daarmee is ook onduidelijk of en hoeveel extra middelen beschikbaar komen voor gemeenten. Op dit moment is de aanname dat het rijk in ieder geval voldoende middelen aan de gemeenten geeft zodat het geldpunt in stand kan worden gehouden. Als blijkt dat de middelen niet toereikend zijn, dan komt het college met een ander voorstel. 26

Aanpassingen prestatie-indicatoren doelstelling 1.6 Voorzien in noodzakelijke middelen van bestaan Vanaf 1 juli 2023 is de aflostermijn die voor een schuldregeling geldt, verkort tot 18 maanden. Een simpel rekenkundig percentage geeft niet een volledig beeld weer omdat een deel van de schuldregelingen die in 2023 is gestart nog tot 2026 of later loopt. Daarom wordt de volgende wijziging voorgesteld: De prestatie-indicator '% Succesvol afgeronde schuldregelingen' te vervangen door 'het aantal succesvol afgeronde schuldregelingen in het jaar ten opzichte van het jaar waarin de regeling is gestart.'

Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Besparing subsidies Onderwijs (maatregel 138b) De maatregelen bestaan uit bezuinigingen ten aanzien van de volgende subsidies voor onderwijs: 1. Inleveren onderbesteding subsidie Speeltaalhuizen reguliere peuters (OKE-regeling PSZ) € 0,1 mln. en incidenteel € 0,1 mln. extra in 2026; 2. Bezuiniging subsidie schoolbegeleiding OPOZ/UNICOZ € 0,123 mln. Dit is geen wettelijke taak van de gemeente en het onderwijs ontvangt zelf geld voor deze taak van het rijk; 3. Digi-taalhuis Bibliotheek Zoetermeer € 31.000. Deze subsidie kan vanaf 2025 betaald worden uit het rijksbudget voor volwasseneneducatie (WEB). 4.2 Economie, werkbudget en capaciteit (maatregel 1 en 3) Vermindering van capaciteit: € 0,1 mln. Team economie heeft twee functies vacant. Door een van de vacatures te koppelen aan een beperkte tijdsduur (een jaar) wordt een bezuiniging behaald van € 0,1 mln. Reductie werkbudget: € 50.000 Voorgesteld wordt de onderstaande werkzaamheden minder frequent te doen. Dat resulteert in een bezuiniging van: € 50.000. • • • •

Onderzoek naar de stand van zaken op de bedrijventerreinenmarkt, kantorenmarkt en voor winkelgebieden reduceren naar 1x per collegeperiode. Monitor leegstand kantorenmarkt reduceren naar 1x per collegeperiode. Reductie budget ondersteuning start- & scale up via uitblijven van financiële ondersteuning aan twee eenmalige jaarlijks grote netwerkevents (startersbijeenkomsten): Upstreamfestival en Dag van de Ondernemer. Reductie budget voor publicaties.

4.3 Verbonden partijen: De Binnenbaan BV en Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (maatregel 5, 27, 157, 167) Aan het Werkbedrijf De Binnenbaan BV en de gemeenschappelijke regelingen is gevraagd om voor 2026 een aangepaste begroting in te dienen. De financiële omvang hiervan voor De Binnenbaan moet € 0,45 mln. en van de GR MRDH moet 6,2% lager liggen dan in 2025.

27

Afwijkingen investeringen en voorzieningen Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen Onderwerp

Toelichting onderwerp

Verhelpen klimaatklachten schoolgebouw Spitsbergen

Om de klimaatproblemen van het scholengebouw Spitsbergen te verhelpen is eerder een investeringsbudget van € 0,135 mln. beschikbaar gesteld. Vanwege de bouwstijl kan ‘eenvoudige’ zonwering zoals screens niet aan de gevel bevestigd worden. Om op een adequate wijze de zonwarmte uit het gebouw te houden dient het beschikbare investeringsbudget opgehoogd te worden naar € 0,18 mln. Dit betekent jaarlijks ca € 4.000 hogere kapitaallasten.

Technische begrotingswijzigingen Technische begrotingswijzigingen College/Raad

Toelichting Raadsvoorstel Bijdrage financiering Technische Praktijk locatie 2024-129465 van 25 november 2024 is € 0,15 mln. met dekking van de reserve Fonds Zoetermeer 2040 voor de periode 2025/2027 toegekend. Voor de realisatie van de technische praktijk locatie worden momenteel de voorwaarden opgesteld. In overleg met de uitvoerder is besloten de fasering aan te passen op de uitgaven:

Technische praktijk locatie

Motie 2411-59: Landmarks Dorpsstraat

2025: 2026: 2027:

€ 90.000 € 40.000 € 20.000

i.p.v. i.p.v. i.p.v.

€ 50.000 € 50.000 € 50.000

In de raadsvergadering van 11 november 2024 is de motie 2411-59: Landmarks Dorpsstraat aangenomen. In deze motie wordt het college verzocht om € 25.000 uit het potje van de raad beschikbaar te stellen aan de Vereniging Dorpsstraat Vastgoed BIZ voor het plaatsen van de zogenoemde 'Landmarks'. Het budget voor de kosten wordt opgenomen in programma 1 en gedekt vanuit het potje van de raad.

28

Risico’s In bedrijf houden oud schoolgebouw MBC Nu de in gebruik name van de nieuwbouw voor het MBC-college verschoven is naar het 1e kwartaal 2027, dient het oude gebouw langer in de lucht gehouden te worden. Lucas Onderwijs heeft gemeente gevraagd mee te dragen in het financieel risico van het langer openhouden van dit gebouw. Het aandeel van de gemeente in dit risico wordt op dit moment ingeschat op ca. € 0,2 mln.

29

Programma 2. Samen leven en ondersteunen

30

Financiën

Bedragen x € 1.000 TB1

MJB 2026 - 2029

Doorkijk MJB

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.1 Noodopvang Oekraïne-vergoeding rijk - kosten noodopvang

6.500 -3.600

1.083 -600

pm

pm

pm

pm

pm

1.2 Hotel- en accommodatieregeling (HAR) - vergoeding COA

-771 371

1.3 Noodopvang asielzoekers - dekking via OAD

-30

-50

-50

-50

-50

-10

1.4 Behoud uitvoeringscapaciteit Wmo

-1.100

pm

pm

pm

pm

pm

pm

1.5 Werkbudget Wmo

1.100

1.6 Uitvoeringscapaciteit JGH

-800

pm

pm

pm

pm

pm

pm

- 152

- 152 -192

- 152 -192

- 152

- 152

- 152

- 152

pm

pm

pm

pm

pm

pm

1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)

1.7 Jeugdgezondheidszorg - Indexatie - Basistakenpakket 1.8 Organisatieontwikkeling Sociaal Domein 2 Onvermijdelijke ontwikkelingen

31

2.1 Kinderopvang op sociaal medische indicatie - dekking via OAD

-27

-27

-2.100

pm

-27

-27

-50

-50

-50

3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid 3.1 Realisatie gemeentelijke opvang 3.2 Crisisorganisatie Sociaal Domein - Regie te voeren, te starten bij GI's - Opstarten Zorg in Natura team - Regie op Thuiszitters

-77 -446 -130

4 Bezuinigings- en dekkingsvoorstellen 4.1 Besparing subsidies Sociaal Domein (Wmo/welzijn)

234

234

234

234

234

234

4.2 Besparing subsidies Jeugd

250

250

250

250

250

250

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=db7eecf6-7e0f-4187-94f1-6b1bf6c13806