Bijlage 1 - Perspectiefnota 2023
Tekst van het document
In eerste instantie onder invloed van de coronacrisis en in 2022 vanwege de onzekere situatie rond de oorlog in Oekraïne. Dat de prijsstijgingen een financieel nadelig effect zullen hebben op de kosten van de vastgoedprojecten is evident. De komende periode zal worden gebruikt om de effecten in kaart te brengen. De beperkte capaciteit in de gehele bouwsector is eveneens een punt van zorg, evenals het moeilijker verkrijgen van benodigde grondstoffen. Dit werkt weer door in de bouwprijzen. De Raad van State heeft daarnaast door gebrek aan personeel in toenemende mate moeite om alle bezwaren op de bestemmingsplannen op tijd af te handelen. Dit heeft een vertragend effect op het snel realiseren van nieuwbouwprojecten.
61
Grondtransacties Op 26 november 2021 is door de Hoge Raad het zgn. Didam-arrest gewezen. Daarover is de raad recent via een raadsmemo geïnformeerd. De consequenties voor lopende dossiers van uitgifte van gemeentelijke vastgoed en vervolgstappen worden zo goed mogelijk in beeld gebracht en besproken met de wederpartij. Vaak zijn meerdere scenario’s mogelijk, omdat de exacte reikwijdte en de concrete gevolgen van het arrest voor de gemeentelijke praktijk van gronduitgifte (nog) niet duidelijk zijn. Daardoor is nu nog niet duidelijk of gekozen oplossingen op termijn juridisch houdbaar zijn. Een van de transacties die wordt onderzocht is de verkoop van de gronden aan de Kelvinstraat. In afwachting van de uitkomst hiervan wordt de verwachte verkoopopbrengst van de grondtransactie Kelvinstraaat (zie raadsmemo 27 oktober 2021) nog niet als opbrengst in de meldingen in de perspectiefnota/Eerste Tussenbericht opgenomen.
62
Overzicht Overhead Financiën Bedragen x €1.000 TB1 2022
MJB 2023 - 2026 2023
2024
2025
2026
2027
-1.011
-1.001
-699
-699
-699
1a Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Undercover onderzoek
-29
Extra inhuur juridisch personeel
-150
Overheadkosten als gevolg van formatie-uitbreiding Hybride werken (gebouw/voorzieningen)
-PM
-PM
-PM
-PM
-PM
-PM
Hybride werken thuiswerkmiddelen
-400
-250
-250
-250
-250
-250
Saldo
-579
-1.261
-1.251
-949
-949
-949
-503
-405
-405
-405
-405
1b Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19: niet van toepassing Saldo 2 Onvermijdelijke ontwikkelingen Autonome ontwikkeling informatievoorziening en ICT Professionalisering en impuls werving en selectie
-160
-336
63
Reiskosten woon-werkverkeer
100
Saldo
-60
-839
-405
-405
-405
-405
-639
-2.100
-1.656
-1.354
-1.354
-1.354
3 Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen: niet van toepassing Saldo TOTALE WIJZIGING SALDO PROGRAMMA
Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Undercover onderzoek Naar aanleiding van berichtgeving in de media over zogenoemd ‘undercover onderzoek’ naar moskeeën is een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd. Dit was een eenmalig onderzoek wat heeft geresulteerd in een rapport. De verwachte extra lasten van dit onderzoek bedragen eenmalig € 29.000 in 2022. Extra inhuur juridisch personeel Door een toename van adviesvragen en werkzaamheden is het huidige juridische team niet in staat om de gevraagde werkzaamheden uit te voeren. Onderwerpen zoals het referendum, begeleiding extern onderzoek en complexere bezwaarzaken zorgen ervoor dat er extra personeel ingehuurd wordt. Dit brengt naar verwachting € 150.000 aan extra lasten met zich mee. Dit jaar wordt onderzocht welke werkzaamheden met de huidige bezetting uitgevoerd kunnen worden en welke bezetting nodig is. Overheadkosten als gevolg van formatie-uitbreiding Als gevolg van de voorgestelde formatie-uitbreiding neemt ook de Overhead toe. In totaal neemt de formatie met ruim 40 fte toe, waarvan 4,5 fte tijdelijk in 2022. De formatie groeit in 2023 en 2024 met ca. 36 fte. Vanaf 2024 daalt de groei naar 25 fte structureel ten opzichte van de huidige situatie. De overhead loopt in 2022 op met € 1.011.000, daalt in 2024 licht en bedraagt vanaf 2025 structureel € 699.000.
De kosten van overhead zijn genormeeerde kosten van onder meer huisvesting, ict voorzieningen (licenties, lap top) en de toename in de uitvoeringstaken van bijvoorbeeld personeel en organisatie, facilitaire zaken en financiën. Een structurele uitbreiding van 1 fte betekent gemiddeld € 27.000 per jaar overheadkosten. De norm voor een tijdelijke fte is € 10.200. Hybride werken gebouw/voorzieningen en thuiswerkmiddelen Gebouw/voorzieningen Thuiswerken was een onderdeel van het huidige kantoorconcept, maar kwam in de praktijk weinig voor. Daarnaast is het aantal medewerkers sterk is toegenomen ten opzichte het uitgangspunt bij de verbouwing van het stadhuis in 2018. Het totaal aantal medewerkers dat gebruikmaakte van de werkomgeving lag daardoor veel hoger dan waar in het ontwerp vanuit is gegaan. Investeringen leken onvermijdelijk. Door COVID-19 is de afgelopen jaren thuiswerken de norm geweest voor veel functies. Ook in de toekomst blijft thuiswerken een vast onderdeel van het werkconcept. Hierdoor worden andere vereisten aan de inrichting van het kantoorconcept gesteld zoals de behoefte aan meer ontmoeting-, samenwerking- en vergaderplekken alsmede aan 64
concentratie-/digitale-overlegplekken. Een aantal ruimten is inmiddels voorzien van vergadercubes, zodat daar hybride kan worden overlegd. Het aantal reguliere werkplekken zal afnemen, om de werkplekken te managen is een reserveringsapp voor een werkplek benodigd. Door corona zijn er ook andere eisen van kracht voor de facilitaire diensten/voorzieningen zoals schoonmaak en ventilatie. Zodra een integraal beeld bestaat over het gewenste kantoor- en werkconcept en de bijhorende kosten wordt een voorstel ter besluitvorming aangeboden. Thuiswerkmiddelen De werkgever is ervoor verantwoordelijk dat een thuiswerkplek voldoet aan de Arbonormen. Omdat hybride werken een blijvend onderdeel is van de manier van werken, is het noodzakelijk volgens regelgeving in thuiswerkmiddelen te voorzien. Door terughoudendheid was dit in praktijk nog niet ingevoerd. Om dergelijke regelgeving te kunnen invoeren is een structureel budget benodigd. Alleen de thuiswerkvoorzieningen die op grond van de arbeidsomstandighedenwet verplicht zijn, worden voor werknemers geregeld.
Onvermijdelijke ontwikkelingen Autonome ontwikkeling informatievoorziening en ICT Het werkveld van informatievoorziening en ICT kent een enorm tempo van groei en ontwikkeling. De snelle digitalisering van de maatschappij heeft direct impact op de gemeentelijke dienstverlening, informatiemanagement, informatiebeheer, informatiebeveiliging en afhankelijkheid van de gebruikte technologie en applicaties. De bestedingen op het gebied van informatievoorziening, competentieontwikkeling en personele capaciteit mee laten groeien met de autonome ontwikkeling van digitalisering in de maatschappij is onvermijdelijk om verval tot een onaanvaardbaar niveau te voorkomen. Oorzaken van het oplopende tekort aan kennis en capaciteit op het gebied van IV en ICT zijn ondermeer: • nieuwe wet- en regelgeving, zoals de wet open overheid (WOO), de wet digitale overheid en Modernisering Archiefwet; • toenemende audits en (provinciale of landelijke) controle op informatiebeheer, informatiebeveiliging en gegevensmanagement; • groeiende cyber-dreiging; • sterk toegenomen afhankelijkheid van ICT-voorzieningen voor alle gemeentelijke dienstverlening (bedrijfscontinuïteit); • toenemende digitalisering van (dienstverlenings)processen.
Deze ontwikkelingen maken het onvermijdelijk een aantal ingrepen door te voeren om het basisniveau van dienstverlening, informatieveiligheid en bedrijfscontinuïteit op een acceptabel niveau te brengen zoals: • versterken capaciteit en kennis op informatiebeheer; • uitbreiden middelen ten behoeve van informatiebeveiliging; • uitbreiden capaciteit voor bedrijfscontinuïteit; • behoud van capaciteit op het gebied van gegevensmanagement en data voor essentiële ondersteuning van (sturing op) gemeentelijke taken. Voor de uitvoering van genoemde activiteiten is vooral een investering nodig in personeel en voor een klein deel in materiële middelen. Een deel van de investering in personeel wordt gedekt binnen de eigen begroting door inzet van vacatureruimte en door herschikking van functies en taken. Het benodigde budget wordt verder teruggebracht door recent behaalde inkoopvoordelen en de tijdelijke inzet van het innovatiebudget. Per saldo blijft voor de uitvoering van de activiteiten een aanvullend budget noodzakelijk van € 503.000 in 2023 en vanaf 2024 € 405.000 structureel.
65
Professionalisering en impuls werving en selectie Als gemeente hebben we te maken met stevige concurrentie op de arbeidsmarkt, niet alleen van (omliggende) gemeenten en de rijksoverheid, maar ook van bureaus, bedrijven en andere (publieke) organisaties. Het aantal vacatures binnen de gemeentelijke sector is hoog. In 2021 steeg het aantal vacatures binnen de gemeente Zoetermeer met 35% t.o.v. het jaar 2020, los van de vacatures voor extern personeel (inhuur derden). De huidige krapte op de arbeidsmarkt levert ons een forse uitdaging op. Het wordt steeds lastiger om de juiste mensen te vinden én vervolgens te behouden. Deze uitdaging is fors, omdat we als organisatie en stad de komende jaren voor grote opgaven staan, zoals Zoetermeer 2040, de opgaven in het sociaal domein, maar ook die op het gebied van informatievoorziening en ICT, de Omgevingswet en het leveren van een betrouwbare dienstverlening aan onze inwoners. Voor de organisatie ligt er dan ook niet alleen de noodzaak én ambitie op het gebied van werving & selectie (het vinden van de juiste mensen), maar ook op het gebied van duurzame inzetbaarheid en aantrekkelijk werkgeverschap (het binden en boeien van medewerkers). Prognoses laten zien dat de arbeidsmarktkrapte voorlopig aanhoudt, met name door de (voorlopig) groeiende economie, de vergrijzing en de hoge arbeidsparticipatie die Nederland kent.
Om goed te kunnen anticiperen op de steeds krapper wordende arbeidsmarkt, zijn in 2022 en de jaren erna extra inspanningen noodzakelijk. We moeten ons blijvend onderscheiden van andere werkgevers en bereid zijn een flink deel van onze tijd te besteden aan het vinden van de juiste mensen. Alleen zo kunnen we als organisatie het aandeel eigen personeel verhogen met kwalitatief goed personeel. Per 1 januari 2022 zijn twee recruiters beschikbaar om de organisatie te adviseren bij het vinden van nieuwe collega’s, met name bij de moeilijk vervulbare vacatures. Verder bouwen we in 2022 aan het ‘merk Zoetermeer’ om ons werkgeversimago te verbeteren. We vertalen het werkgeversverhaal naar content die we gebruiken in campagnes, zodat onze doelgroepen een goed beeld krijgen van waar wij als werkgever voor staan. Zo versterken we onze positie op de arbeidsmarkt. We gaan daarnaast experimenteren met innovatieve werving- en selectiemethoden zoals referral recruitment en gaming. Tot slot investeren we in de kennis, vaardigheden en bewustwording van managers én medewerkers als het gaat om het belang van het vinden van de juiste mensen en hoe we dat doen. Immers: werving is van ons allemaal. De meerkosten voor 2023 zijn € 336.000. De kosten voor de twee recruiters (€ 230.000 per jaar) worden in 2022 nog gedekt uit Flankerend Beleid in het kader van Ombuigen en Vernieuwen.
Vandaar dat het bedrag in 2022 lager is dan het gevraagde budget voor 2023. De komende twee jaren worden gebruikt om te bezien wat het effect is van onze inspanningen en middelen en bepalen vervolgens wat nodig is voor de jaren daarna. Reiskosten woon-werkverkeer Gedurende de eerste maanden van 2022 was het dringende advies 'werk zoveel mogelijk thuis' nog van toepassing, waardoor hoofdzakelijk de essentiële functies in aanmerking kwamen voor een reiskostenvergoeding. Na het intrekken van het thuiswerkadvies ontstaat een nieuwe balans tussen thuiswerken en werken op locatie. De verwachte werkelijke kosten hebben niet alleen betrekking op reiskosten. Vooralsnog worden ook de kosten van de thuiswerkvergoeding ten laste gebracht van het budget woon-werkverkeer. Deze vergoeding maakt onderdeel uit van het akkoord 'CAO-gemeenten en CAOSGO 2021 en 2022'. Het verwachte voordeel in 2022 is € 100.000.
Technische begrotingswijzigingen College/Raad
Toelichting
66
Raad
In het programma Ombuigen & Vernieuwen zijn de voorstellen 105 (Organisatieontwikkeling en efficiency) en 107 (Inrichten wasstraat procesverbetering en verbeteren van de dienstverlening en efficiency) gebundeld in een efficiencytaakstelling van in totaal € 1,5 mln. De taakstelling is met de inzet op scherper inkopen bij met name inhuur en het vaker gebruik maken van regionale inkoopmogelijkheden, vanaf 2025 volledig ingevuld. In de jaren 2022-2024 resteert nog een tijdelijk bedrag aan taakstelling tussen de € 0,3 en € 0,08 mln. Daarvoor wordt nog naar tijdelijke dekkingsmogelijkheden gezocht.
Risico’s Niet van toepassing.
67
Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien Financiën
Bedragen x €1.000 TB1 2022
MJB 2023 - 2026 2023
2024
2025
2026
2027
250
250
250
250
250
1a Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Heffen en Invordering
-110
Bezwaarschriften
-65
Opbrengst OZB
1.350
Stelpost Wmo
600
Basisniveau belastingen
-196
-381
-381
-381
-381
-381
Saldo
1.579
-131
-131
-131
-131
-131
1b Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19 Compensatie derving parkeeropbrengsten
1.500
Saldo
1.500
2 Onvermijdelijke ontwikkelingen
68
Aanpak energiearmoede
5.500
Huisvesting asielzoekers
PM
Rentelasten
250
600
600
600
400
200
Algemene uitkering exclusief regeerakkoord
4.697
5.184
5.254
6.174
7.730
7.730
Algemene uitkering als gevolg van regeerakkoord
6.146
21.461
26.614
28.178
13.510
12.617
Gevolgen loon-, prijs- en volumeontwikkeling
-625
-3.306
-3.438
-3.822
-5.939
-5.866
-938
-2.813
-4.688
-4.688
-4.688
Herijking gemeentefonds Groei OZB/gemeentefonds vanwege woningbouwontwikkeling
94
106
1.709
2.789
3.868
4.396
Toevoeging aan reserve investeringsfonds (Rif)
-47
-53
-662
-926
-1.262
-1.250
Stelpost groei voorzieningen door netto toename inwoners
-47
-53
-1.046
-1.863
-2.606
-3.146
Dekking meerkosten openbaar gebied ten laste van Rif
114
97
235
235
235
235
Prijsontwikkeling maart 2022
-2.000
-1.000
Compensatie invoering Omgevingswet
1.000
Compensatie invoering Wkb
175
70
70
70
70
70
15.257
22.168
26.523
26.748
11.318
10.298
Invoeren Diftar (maatregel 111)
-250
-300
-525
-675
Saldo
-250
-300
-525
-675
Saldo 3 Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen
69
TOTALE WIJZIGING SALDO PROGRAMMA
18.336
22.037
26.142
26.317
10.662
9.492
Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Heffen en invordering Door de hoge werkdruk binnen het team Belastingen is extra personeel ingehuurd om de piek op te vangen en tevens de ontstane achterstand in de afhandeling van de kwijtscheldingsverzoeken weg te werken. Op dit moment is de verwachting dat dit leidt tot een overschrijding van circa € 110.000. Bezwaarschriften Door de hoge werkdruk binnen het team Belastingen is extra personeel ingehuurd om de bezwaarschriften binnen de gestelde termijn af te handelen. Naar verwachting leidt dit tot een overschrijding van circa € 65.000. Opbrengst OZB De OZB opbrengst 2022 toont een voordeel van € 1,35 mln. Dit voordeel wordt verklaard door een incidenteel effect van € 1,2 mln. door waardeontwikkeling en € 150.000 (met een structurele doorwerking van € 250.000) door volumeontwikkelingen. Bij het vaststellen van de tarieven 2022 is op basis van de marktontwikkelingen een schatting gemaakt van de waardenaanpassingen in het onroerend goed. Een waardestijging leidt tot een daling van het tarief. Bij een waardedaling volgt een stijging van het tarief. Deze werkwijze leidt ertoe dat de totale opbrengst OZB (exclusief inflatie en exclusief volumeontwikkeling) gelijk blijft.
Bij de tariefstelling OZB is bij de woningen de waardestijging ingeschat op 10% en bij de niet woningen is uitgegaan van een waardedaling van 4%. De feitelijke waardeontwikkeling komt uit op een stijging van 13,04% resp. daling van 0,2%. Door de hogere stijging resp. lagere daling van de waardeontwikkeling zijn de tarieven 2022 hoger dan achteraf bezien noodzakelijk was. Met als gevolg een hogere opbrengst dan begroot: voor woningen een bedrag van € 670.000 en voor de niet woningen € 530.000. Dit voordeel is incidenteel. Bij de tariefberekening voor 2023 wordt rekening gehouden met de afwijkende waardeontwikkeling. Daarnaast heeft in de afgelopen periode een actualisering/inhaalslag plaatsgevonden in de aansluiting tussen de Basisadministratie Gebouwen en de belastingadministratie. Naar aanleiding daarvan is voor een aantal objecten nog een waardebeschikking afgegeven en de aanslag opgelegd. Deze actualisatie/inhaalslag is nog gaande. Verder zijn er als gevolg van feitelijke nieuwbouw en sloop afwijkingen in het aantal objecten dan waarmee in de begroting – op basis van schattingen – rekening is gehouden. Het financieel gevolg van de geactualiseerde volumeontwikkeling is een meeropbrengst in 2022 van € 150.000. Gelet op het aantal woningen in aanbouw wordt het structureel effect hiervan ingeschat op € 250.000.
Stelpost Wmo Omdat de gemiddelde leeftijd in de stad toeneemt, neemt ook het beroep op Wmo voorzieningen naar verwachting toe. Voor deze groei is op OAD een reservering opgenomen van € 0,8 mln. De afgelopen jaren is deze reservering ook benut. Uit de meldingen op programma 2 komt naar voren dat er met de kennis van dit moment geen grote financiële afwijkingen zijn, die voortkomen uit een hoger beroep op Wmo voorzieningen als gevolg van veroudering. Omdat er nog onzekerheid zit in een beroep voor de rest van 2022 en eventuele structurele effecten, wordt ingeschat dat in ieder geval voor het jaar 2022 het beroep op deze stelpost fors lager is (75%). Of ook sprake is van een structureel effect moet nader onderzocht.
70
Basisniveau Belastingen Bij belastingen is een aantal basiszaken niet op orde. De werkdruk is te hoog waardoor, ondanks forse inhuur, er niet volledig wordt voldaan aan de normen die worden opgelegd door de Waarderingskamer. Daarnaast zijn er in de ENSIA-rapportages tekortkomingen gesignaleerd bij de BAG en WOZ. Ook is de dienstverlening onvoldoende op peil: inwoners moeten gemiddeld een half jaar tot een jaar wachten op een uitspraak op hun kwijtscheldingsverzoek of afhandeling van hun WOZ-bezwaar. Doordat zaken onvoldoende op orde zijn, bestaat jaarlijks het risico dat er niet of later beschikt mag worden. Dit terwijl beschikken een zekerheid zou moeten zijn. De afgelopen jaren is structureel ingehuurd om knelpunten op te lossen. Uit diverse formatieonderzoeken, waaronder het 213a onderzoek, blijken de totale loonkosten fors onder het gemiddelde van referentiegemeenten te liggen: € 1,3 mln. versus € 1,9 mln. De formatie van het team is nooit meegegroeid met de ontwikkeling van de stad. Wat overigens ook bij de groei van Zoetermeer 2040 weer van belang is. Om de basis op orde te krijgen is er een plan van aanpak opgesteld. Door extra capaciteit toe te voegen en de processen slim in te richten kan met een beperkte uitbreiding, de kwaliteit duurzaam worden gewaarborgd.
Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19 (TB1) Compensatie derving parkeeropbrengsten Het rijk vergoedt aan de gemeenten de lagere parkeeropbrengsten die het gevolg zijn van de Covid-19 maatregelen. Op grond van de boekhoudvoorschriften wordt de compensatie bij gemeenten verantwoord in het jaar waarin deze vergoeding wordt uitbetaald. In de jaarrekening 2021 is een lagere parkeeropbrengst van € 1,5 mln. verantwoord. In het jaar 2022 wordt hiervoor de compensatie van het rijk verwacht. Omdat nog niet duidelijk is welke afspraken tussen het rijk en de VNG worden gemaakt over de compensatie (en periode) van de COVID-19 kosten in 2022 wordt nog geen rekening gehouden met een eventuele vergoeding in 2023 van de lagere parkeeropbrengsten van het jaar 2022 .
Onvermijdelijke ontwikkelingen Aanpak energiearmoede Verwachte rijksbijdrage in energiekosten minima (zie inhoudelijke toelichting op programma 1). Huisvesting asielzoekers Verwachte rijksbijdrage in de kosten voor huisvesting asielzoekers (zie inhoudelijke toelichting op programma 2). Rentelasten Rentescenario Voor de ontwikkeling van de rente hanteren we in deze perspectiefnota hetzelfde rentescenario als vorig jaar. Wel wordt daarbij het scenario een jaar opgeschoven. Dat is te zien in onderstaande tabel.
71
Hiermee blijft de rente die structureel gehanteerd wordt in de begroting en bij investeringsbeslissingen 2%. De afgelopen maanden is de rente voor langlopende leningen gestegen (naar ongeveer 1%) en de rente voor korte leningen is stabiel rond de -0,5% (dus negatief). De lange rente is daarmee iets hoger dan in onderstaande scenario is weergegeven voor 2022. Door de oplopende inflatie heeft de ECB aangekondigd het opkoopprogramma van staatsobligaties versneld af te bouwen en op een later moment de rente verhogen. Aangezien zowel de situatie rondom COVID-19 als de kortgeleden ontstane inval van Rusland in de Oekraïne nog onzeker is en blijft, is het afwachten wat het uiteindelijke effect op de financiële markten is. De reden dat het rentescenario niet wordt aangepast, heeft te maken met de vastgestelde werkwijze voor het rentescenario (rentenota 2018). Het beleid is dat er niet op elke schommeling in de markt gereageerd wordt. Pas bij een afwijking van het rentepercentage van meer dan twee procent of wanneer een kleinere afwijking langer dan een jaar optreedt, wordt het rentescenario aangepast (zie onderstaand schema). Hiermee hanteren we stabiele rente in de begroting en ook in de tarieven. Verschillen in de rentelasten kunnen worden opgevangen met de rente-egalisatiereserve.
Financieringsbehoefte De huidige stand van eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) en de verwachting dat zowel besluitvorming als de besteding van het Fonds Zoetermeer 2040 doorlooptijd nemen, leiden tot de inschatting dat de financieringsbehoefte de komende jaren kan worden ingevuld met eigen financieringsmiddelen. Anders gezegd: er is nog geen aanleiding om de komende jaren nieuwe leningen aan te trekken. Omdat bij eerdere investeringskredieten op basis van de meerjarige voorcalculatie wel rentelasten zijn geraamd, worden de rentelasten naar beneden bijgesteld. Vanaf 2026 is 72
het voordeel lager door de verwachte afnames van reserves en de toename van (vervangings-)investeringen. De renteraming voor 2022 was reeds lager dan de raming in de overige jaren. Algemene uitkering gemeentefonds De ontwikkeling van de algemene uitkering bestaat uit een aantal onderdelen: a. algemene uitkering (exclusief regeerakkoord); b. algemene uitkering als gevolg van regeerakkoord; c. gevolgen loon-, prijs- en volume ontwikkeling; d. herijking gemeentefonds; e. ontwikkeling van woningbouw; f. prijsontwikkeling maart 2022. a. Groei van de algemene uitkering (exclusief regeerakkoord) Het kabinet heeft in de Miljoennota een forse bestedingsimpuls in de rijksuitgaven opgenomen. Die stijging werkt door in de omvang van het gemeentefonds en daarvan afgeleid de algemene uitkering voor de gemeente. Daarnaast groeit het gemeentefonds door de economische groei en is de algemene uitkering hoger door de actualisatie van de waarde van een aantal gemeentelijke gegevens (zoals woningen, inwoners en OZB waarde). De stijging van de algemene uitkering bedraagt bijna € 4,7 mln. in 2022 oplopend tot ruim € 7,7 mln. vanaf 2026. Uit deze inkomstenstijging moeten de kosten als gevolg van loon, prijs en aantal exogene volume ontwikkelingen worden gedekt (zie onderdeel c). b.
Groei van de algemene uitkering als gevolg van het regeerakkoord Na de septembercirculaire is eind 2021 het regeerakkoord gepresenteerd. In het regeerakkoord zijn diverse beleidsintensiveringen opgenomen die door de trap op, trap af systematiek leiden tot positieve gevolgen voor de groei van de algemene uitkering en dan met name voor de jaren tot en met 2025. Voor 2026 en volgende jaren hanteert het rijk niet de trap op, trap af systematiek meer, waardoor er een beperkte groei is opgenomen. Voor Zoetermeer betekent dit een bedrag van bijna € 4,2 mln. in 2022 oplopend naar afgerond € 12,4 in 2025. Vanaf 2026 is de groei nog € 5,8 mln. In het regeerakkoord is ook extra geld opgenomen voor de jeugdzorg en wordt de opschalingskorting bevroren voor de jaren tot en met 2025. Dit biedt voor de gemeente tijdelijk extra ruimte. Op basis van de uitkomst van een arbitrage tussen gemeenten en het kabinet Rutte-III is vastgesteld, dat de kosten van de jeugdzorg van gemeenten de afgelopen jaren met € 1,9 miljard zijn gestegen. Het nieuwe kabinet heeft vanaf 2023 in de rijksbegroting budget opgenomen om gemeenten daarvoor te compenseren. In dat budget is rekening gehouden met de door de zogenoemde Commissie van Wijzen in de Hervormingsagenda Jeugd opgenomen besparingsmogelijkheden. Met deze besparingen is – in theorie en met de kennis van eind 2021 – een bedrag gemoeid van € 374 mln.
in 2023 oplopend naar ruim € 1 mld. vanaf 2027. De extra middelen voor Zoetermeer bedragen € 12,795 mln. in 2023 dalend naar € 7,63 mln. in 2026 (en € 7,137 mln. vanaf 2027). Naast de accresontwikkeling en de extra middelen voor de kosten van de jeugdzorg is er nog een onderwerp, dat grote financiële consequenties heeft voor gemeenten. Door kabinet Rutte II zijn de gemeenten gekort in het gemeentefonds, de zogenaamde opschalingskorting. Vanaf 2015 loopt deze korting op tot uiteindelijk € 975 mln. op landelijk niveau. Hiertegen ageren de VNG en de gemeente al jaren. In het regeerakkoord schrapt het kabinet tijdelijk de verhoging van de opschalingskorting. Dit leidt tot een budgettaire verlichting in de jaren 2022 tot en met 2025 voor Zoetermeer van € 1,96 mln. in 2022 oplopend naar € 4,7 mln. in 2025. De inzet van gemeenten en VNG is om het kabinet ervan te overtuigen dat het tijdelijk bevriezen van de oploop van de korting moet worden omgezet in het definitief schrappen van de opschalingskorting, want in 2026 wordt het gemeentefonds weer gekort. 73
In het regeerakkoord zijn nog een aantal andere voor gemeenten relevante onderwerpen opgenomen zoals woningbouw, volkshuisvesting en de Wmo aanzuigende werking. Er is nog onvoldoende concrete duiding van de kabinetsplannen bekend om die plannen in het regeerakkoord te vertalen naar (budgettaire) effecten voor de programmabegroting. Zodra dat wel mogelijk is, wordt de raad daarover bericht. Onderstaande tabel geeft de budgettaire gevolgen van het regeerakkoord op de omvang van de algemene uitkering weer (zie ook raadsmemo van 1 maart 2022).
c. Gevolgen loon- , prijs- en volume ontwikkeling Uit de extra middelen die de gemeente ontvangt in de algemene uitkering moeten de gevolgen van de gestegen lonen en prijzen worden betaald. Ook de volumegroei in de stad komt ten laste van deze extra middelen. De in de programmabegroting opgenomen budgetten voor lonen en prijzen zijn gebaseerd op de door het CPB in maart 2021 verwachte prijspeil. Het CPB heeft dat prijsniveau in september jl. naar boven bijgesteld. Daarnaast is er in januari 2022 (met terugwerkende kracht naar 1 januari 2021) een nieuwe gemeentelijke CAO vastgesteld, waarvan de kosten meer zijn dan waarmee eerder rekening was gehouden. De kosten voor de aanpassing van budgetten aan hogere loon- en prijsniveaus bedragen ruim € 1,8 mln. in 2022 oplopend naar € 4,5 mln. vanaf 2026. De consequenties van de hogere prijzen op basis van de CPB cijfers van maart 2022 zijn opgenomen in onderdeel f. Daarnaast is sprake van aantal technische volume ontwikkelingen waarvoor een beroep op de accresontwikkeling in het gemeentefonds wordt gedaan. Zoals de gevolgen van het ouder worden van de stad. Door de stijging van de gemiddelde leeftijd van de bevolking neemt het beroep op de Wmo voorzieningen in volume toe. Een soortgelijk effect doet zich voor bij het groot onderhoud in het openbaar gebied.
Door het ouder worden van de stad zijn steeds meer onderdelen in het openbaar gebied - zoals wegen en bruggen, etc. - aan groot onderhoud/vervanging toe. De budgetreservering voor de Wmo is jaarlijks € 0,8 mln. Deze stijging is vanaf 2019 in de meerjarenbegroting opgenomen (uitwerking regeerakkoord Rutte 3). De jaarlijkse stijging van lasten groot onderhoud vindt zijn oorsprong in de Perspectiefnota 2018 (bijlage 1, pagina 41). De dekking voor beide groeibudgetten komt uit de accresontwikkeling van het gemeentefonds. De budgetuitbreidingen worden in eerste instantie opgenomen als stelpost op OAD. Een claim daarop is afhankelijk van een concreet onderbouwde (herijking van de voorcalculatie) op basis van bestaande inhoudelijke uitgangspunten in combinatie met de aantoonbare volumemutaties. De reservering voor de kosten van deze ‘veroudering’ komt in onderstaande tabel naar voren in het jaar 2026: een nieuwe jaarschijf ten opzichte van de meerjarenbegroting 2022-2025. De toename van kosten op regel 2 van 2026 ten opzichte van 2025 van € 1,6 mln. betreft in hoofdzaak de hiervoor genoemde twee posten voor veroudering. Daarnaast komt in de toename naar 2026 de reservering vanaf 2026 van € 417.000 ten behoeve van de Boerderij naar voren. De basis daarvoor ligt in de Programmabegroting 2019 en het besluit om de budgetuitbreiding daarvoor te verschuiven naar 2026. 74
Onderstaande tabel geeft het saldo tussen hogere algemene uitkering en daaruit te dekken kostenstijgingen voor loon/prijs en volume weer.
Aan het incidenteel voordeel in 2022 liggen technische verschillen in aansluiting tussen budgettering van taakmutatie//herverdeeleffecten en het verwerken van actuele gegevens uit de gemeentefondscirculaires van de algemene uitkering ten grondslag. Het gegeven van de vrijval is in de aanloop naar het formatiedossier naar voren gekomen. d. Herijking gemeentefonds Het bedrag van het gemeentefonds wordt via een groot aantal verdeelmaatstaven verdeeld over alle gemeenten. Van tijd tot tijd vindt een herijking van deze verdeling plaats. Dit omdat de uitkomst van de verdeling op basis van de ontwikkeling van de feitelijke waarde van verdeelmaatstaven van gemeenten niet goed (genoeg) meer aansluit bij het theoretische uitgangspunt onder de verdeling: alle gemeenten in staat stellen om een gelijkwaardig voorzieningenniveau te realiseren bij een gelijke lastendruk. De laatste volledige herijking van de verdeling van het gemeentefonds vond plaats in 1997. Onder meer door het onderbrengen van de budgetten voor de gedecentraliseerde taken op gebied van jeugd, Wmo en participatie was een volledige herijking van (de verdeling) van het gemeentefonds noodzakelijk. Daar is geen twijfel over. De uitkomst van de nieuwe verdeling leidt per definitie tot voor- en nadeelgemeenten: de ene gemeente gaat er ten opzichte van het vorige model op vooruit. De andere op achteruit.
De gemeente Zoetermeer is een nadeelgemeente. De uitkomst van de nieuwe verdeling leidt, op basis van de gegevens van het laatste verdeelmodel, tot een nadeel van € 53 per inwoner. In bestuurlijk overleg is overeengekomen dat de nadeelgemeenten er per jaar niet meer dan € 15 per inwoner op achteruit gaan. Dit om hen de tijd te geven om de financiële tegenvaller in hun begroting te kunnen opvangen. Over de feitelijk uitkomst en dan vooral over de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten en keuzes is nog wel discussie. Van verschillende kanten zijn inhoudelijke opmerkingen en aanbevelingen op (verschillende) versies van het nieuwe model geplaatst. Het kabinet heeft besloten om het nieuwe verdeelmodel in 2023 te laten ingaan. Met de boodschap dat er relatief snel (binnen drie jaar) een volgende actualisatie van het model plaatsvindt met invoeringsdatum 2026. De negatieve financiële gevolgen van het model 2023 zijn maximaal € 37,50 per inwoner ( € 7,50 in 2023, € 22,50 in 2024 en € 37,50 vanaf 2025). e. Groei OZB/gemeentefonds vanwege woningbouwontwikkeling In de meerjarenbegroting 2022-2025 (pagina 158) is voor de berekening van de algemene uitkering als aandeel in het gemeentefonds rekening gehouden met 56.853 woningen vanaf 2023. Een aantal dat bij de doorrekening van de gevolgen van de septembercirculaire is bijgesteld.
Daarbij is geen rekening gehouden met de projecten in kader van de zogenoemde schaalsprong. Inmiddels is de ontwikkeling van de verwachte (netto) groei van woningen via gegevens uit de woningbouwmonitor en Entree in beeld. Onderstaande tabel geeft de toename van het aantal woningen weer uit de woningbouwprojecten (inclusief geplande sloop). De gegevens zijn ontleend aan de woningbouwmonitor van begin maart 2022 en de planning van de Entree van begin februari 2022. 75
Opgemerkt wordt dat bovenstaande tabel niet alle woningen weergeeft die in de planning zijn opgenomen. In de woningbouwmonitor worden verschillende fasen onderscheiden: initiatief, haalbaarheid, uitwerking en uitvoering. In de initiatieffase bestaat er nog relatief veel onzekerheid over het wel of niet daadwerkelijk starten van een project. Om die reden wordt met de geplande woningen in die fase geen rekening gehouden bij de verwachte groei van inkomsten uit OZB en algemene uitkering. Van projecten in de volgende fasen is de onzekerheid, zowel in aantal als in fasering van woningen, steeds kleiner. Projecten in de haalbaarheidsfase tellen voor 50% mee, die in de uitwerkingsfase voor 80% en projecten in de uitvoeringsfase voor 100%. De projecten in de Entree – in totaal 4.500 woningen – tellen ook voor 100% mee. De kans op meer woningen is in dat totaalprogramma groter dan op minder woningen. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het totaal aantal woningen en inwoners aan voor de periode 2022 -2027. Vooruitlopend op de gedetailleerde onderbouwing van de inwonersprognose zijn onderstaande inwoneraantallen gebaseerd op de aanname van een in de tijd licht dalende gemiddelde woningbezetting.
Een netto toename van woningen leidt tot hogere inkomsten uit het gemeentefonds en OZB. Deze meer inkomsten worden ingeschat op € 1.500 per woning. De extra inkomsten op basis van de actuele woningbouwprognose wordt vergeleken met de uitkomst op basis van de vorige prognose van woningen. Onderstaande tabel geeft de uitkomst daarvan aan.
76
Gedurende de looptijd van de meerjarenbegroting stijgen de inkomsten uit OZB en het gemeentefonds als gevolg van de volumegroei met een bedrag van ruim € 4 mln. in 2026. De extra inkomsten worden voor 50% gereserveerd in de Reserve Investeringsfonds (Rif) en voor 50% gereserveerd op een stelpost op het programma OAD voor mogelijke meerkosten als gevolg van de noodzakelijke volumegroei in voorzieningen bij een stijgend aantal inwoners. Zoals bovenstaande tabel aangeeft is in de huidige Programmabegroting 2022 voor een deel al rekening gehouden met extra inkomsten uit volumegroei. De volgende tabel toont het overzicht van de bestemming van de groei van de inkomsten aan de Rif respectievelijk de stelpost exploitatie op programma OAD.
Vanwege een eerder raadsbesluit over de basisbestemming van de groeimiddelen is het budgettaire saldo tussen de hogere inkomsten en hogere kosten als gevolg van een (netto) groei van woningen in eerste aanleg budgettair neutraal. Wel is het natuurlijk mogelijk dat er in de perspectiefnota of programmabegroting voorstellen zijn opgenomen, die een beroep op de gereserveerde middelen doen. Die voorstellen worden dan afzonderlijk toegelicht. De feitelijke afdracht aan de Rif wordt bij de jaarrekening bepaald op grond van de feitelijke toename van het aantal woningen. De inzet van de stelpost groei inwoners is afhankelijk van concrete raadsvoorstellen. Een eventueel niet benut deel van de stelpost valt bij de jaarrekening vrij. Beheer en onderhoud openbare ruimte nieuwe woonwijken Op programma 3 zijn de kosten van onderhoud openbaar gebied vermeld, die samenhangen met de uitbreiding van nieuwe woningen/woonwijken. De extra woningen leiden op hun beurt tot extra inkomsten uit OZB/algemene uitkering. Deze hogere inkomsten zijn voor 50% beschikbaar als dekking voor kosten die rechtstreeks samenhangen met de uitbreiding van woningen. Een eventueel saldo tussen deze 50% extra inkomsten en meerkosten gaat ten gunste of ten laste van de Reserve Investeringsfonds (Rif).
In de perspectiefnota worden de toevoegingen aan de Rif op basis van de groei van woningen en het benutten van de Rif als gevolg van de aantoonbare extra directe kosten, bruto weer gegeven. De toevoeging aan de Rif is hiervoor toegelicht. Op basis van de in programma 3 gemelde meerkosten wordt voorgesteld om deze meerkosten ten laste van de Rif te brengen. f. Prijsontwikkelingen maart 2022 Op basis van de gegevens van het Centraal Planbureau van maart 2022 (CEP) loopt de inflatie ten opzichte van de situatie van september jl. verder op. De algemene prijsontwikkeling voor 2022 stijgt ten opzichte van de vastgestelde begroting met 2,5%. Deze extra kostenstijging wordt aan de programma’s toegerekend, waarbij het uitgangspunt is dat dit voor het grootste deel gedekt kan worden uit een hogere algemene uitkering, die naar verwachting in de meicirculaire 2022 wordt getoond. Naast de algemene prijsontwikkeling is het evident, dat op aantal specifieke onderdelen sprake is van een veel forsere prijsstijging dan het algemene prijsstijgingspercentage. Met name de kosten van energie en bouw lopen hard op. Onzeker hierbij is wat de duur van deze bovenmatige prijsstijging is. Het onderzoek naar de meerkosten en een scenario tot de lengte daarvan in de tijd is nog onderhanden werk. Op basis van een eerste globale inschatting wordt 77
voor het jaar 2022 rekening gehouden met een kostenpost van € 2 mln. Voor de jaren vanaf 2023 geldt vooralsnog een inschatting van € 1 mln. Als de hoge prijsniveaus langer aanhouden, dan lopen vooral door de toename van het investeringsvolume in de scholenbouw en het groot onderhoud openbaar gebied de kosten als gevolg van prijsontwikkeling verder op. Op de programma’s 3 en 7 staat (bij de risico’s) een toelichting op waar de extra kosten vooral worden verwacht. Compensatie invoering Omgevingswet Door de vertraging in de invoering van de Omgevingswet hebben gemeenten extra kosten. Hiervoor verstrekt het rijk een vergoeding. De extra kosten voor Zoetermeer zijn op grond van eerdere besluitvorming al in de budgetten verwerkt. Om die reden staan tegenover nu bekende rijksvergoeding van 2022 geen extra kosten. Voor de gevolgen voor 2023 en verder vindt zowel voor kosten als rijkscompensatie nog onderzoek plaats. Compensatie invoering Wet Kwaliteitsborging gebouwen (Wkb) Het rijk stelt voor de invoering en uitvoering van de Wkb een vergoeding beschikbaar via de algemene uitkering. De kosten zijn verantwoord op programma 5.
Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen Maatregel 111: Invoeren Diftar Er is een raadsbesluit genomen, dat met de verlaging van de opbrengst uit de afvalstoffenheffing, als gevolg van lagere kosten van afvalverwerking/inzameling uit maatregelen afvalscheiding, de opbrengst van de OZB deels stijgt. Gelet op de uitkomst van het referendum over de afvalscheiding wordt deze maatregel niet gerealiseerd.
Risico’s Niet van toepassing.
78
Bijlagen
79
Bijlage 1. Toelichting loon- en prijsstijging De gevolgen voor loon- en prijsstijging ten opzichte van de begroting 2022 worden als volgt in de programma’s van de begroting 2023 verwerkt.
Prijsstijging 2023 Op basis van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2022 wordt voor de lastenkant van de begroting uitgegaan van een prijsmutatie 2023 van 4,8% ten opzichte van de begroting 2022. Dit percentage bestaat uit de inschatting voor 2023 van 2,3% en een correctie van 2,5% over voorgaande jaren. De correctie van voorgaande jaren wordt met name veroorzaakt door de sterk gestegen energieprijzen eind 2021 en begin 2022. Voor de batenkant van de begroting 2023 wordt rekening gehouden met een algemene mutatie van de tarieven van 4,2%. Ook hierin is de stijging van 2022 2,3%. De correctie op de lasten is gebaseerd op een vergelijking met de bij de besluitvorming in het voorjaar 2021 gehanteerde percentages. De vergelijking met de baten is gebaseerd op de peildatum van de gegevens in het najaar van 2021. Het nu ingeschatte algemeen stijgingspercentage van 4,2% wordt ten behoeve van het tarievenvoorstel van december 2022 in het najaar definitief vastgesteld op basis van de gegevens van de Miljoenennota/Macro economische verkenningen. Loonstijging 2023 Voor de stijging van de loonkosten wordt een stijgingspercentage van 3,1% aangehouden ten opzichte van de begroting 2022. Bij de bepaling van het stijgingspercentage is rekening gehouden met de afgesloten CAO die loopt tot 1 januari 2023 en de sociale lasten, zoals deze bekend zijn op 1 januari 2022.
Voor de loonkostenontwikkeling in 2023 is in het stijgingspercentage rekening gehouden met een stijging van de loonkosten met 2,0%. Op de verschillende programma’s stijgen de loonkosten in 2023 met 3,1%. Loon- en prijsstijging vanaf 2024
80
Vanaf 2024 wordt op concernniveau voor de ontwikkeling van lonen rekening gehouden met een stijging van 2,0%. Voor de stijging van de overige lasten in de begroting volgen we de raming van het CPB voor het indexcijfer materiele overheidsconsumptie (IMOC) van 2,4% per jaar voor de jaren 2024 en 2025 en 1,9% voor 2026. De hieruit voortvloeiende kostenstijging wordt gedekt uit de stijging van de Algemene Uitkering als gevolg van ontwikkeling van de accressen van het Gemeentefonds.
81
Bijlage 2. Samenvatting Eerste Tussenbericht 2022 De perspectiefnota en het Eerste Tussenbericht worden zoals gebruikelijk tegelijkertijd aan de raad aangeboden in één document. In de perspectiefnota wordt een actueel financieel perspectief op meerjarenbasis geschetst. Het Eerste Tussenbericht is een rapportage over de uitvoering van de begroting in het huidige jaar. Daarin worden afwijkingen op bestaand beleid, onvermijdelijke ontwikkelingen en afwijkingen Ombuigen en vernieuwen meegenomen. Bij de tussenberichten komt het voor dat de uitvoering van bestaand beleid ook meerjarige (onvermijdelijke) financiële gevolgen heeft. Die gevolgen worden dan betrokken in het meerjarig financieel perspectief. Andersom gebeurt het ook dat voorgesteld nieuw beleid wordt opgestart in het lopende jaar. Onderstaande tabel toont voor 2022 waar de prognose per programma op uit komt als alle voorstellen uit het Eerste Tussenbericht worden overgenomen. De verwerking van de meldingen per programma kunnen enigszins afwijken van de meldingen in het hoofddocument, omdat in het hoofddocument de cijfers per onderwerp zoveel mogelijk in samenhang zijn gepresenteerd, terwijl in de tabel de financieel-technische verwerking is weergegeven.
82
Relatie met Perspectiefnota 2023 De samenvattende tabel 3.1 in hoofdstuk 3 laat in 2022 een actueel financieel perspectief zien van € 4,130 mln. voordelig. Het verschil met het saldo in bovenstaande tabel ad. € 2,130 mln. is € 2,0 mln. en wordt veroorzaakt door het verwachte beroep van € 2,0 mln. op de vrij inzetbare reserve waar bij het vaststellen van de Programmabegroting 2020-2023 rekening mee is gehouden (tabel 1.3, blz.8). Dit bedrag is meegenomen in het financieel perspectief als verwachting. De financiële verwerking vindt plaats bij de jaarstukken voor het werkelijk benodigde bedrag.
83
Bijlage 3. Resultaatbestemming jaarrekening 2021 In de jaarrekening 2021 is een resultaat van € 15,312 mln. vastgesteld. Dat positieve resultaat is, in afwachting van het voorstel ’resultaatbestemming’ ten gunste gebracht van de reserve vrij inzetbaar. Het definitief bestemmen van het resultaat gebeurt jaarlijks bij de perspectiefnota. Hierdoor kan de gemeenteraad dit betrekken bij de integrale afweging van de verschillende beleidsvoornemens. Het rekeningresultaat wordt voor € 5,738 mln. positief beïnvloed door taken die in 2021 niet volledig zijn afgerond en waarvan het vervolg in de jaren 2022 en verder is voorzien. De daarvoor benodigde voorstellen tot budgetoverheveling en resultaatbestemming worden in deze bijlage toegelicht. Het totale bedrag van € 5,738 mln. betreft: • •
7 posten met een totaalbedrag van € 1.373.000 die voldoen aan de criteria voor budgetoverhevelingen en worden toegelicht in paragraaf 1; 9 posten met een totaalbedrag van € 4.364.516 die niet volledig voldoen aan de criteria en waarvoor een resultaatbestemmingsvoorstel wordt gedaan. De toelichting is in paragraaf 2 opgenomen
In paragraaf 3 worden de herfaseringen toegelicht en paragraaf 4 de restantkredieten.
Budgetoverhevelingen In het begrotingsbeleid bestaat de optie om budgetten die in een begrotingsjaar zijn toegekend, maar niet zijn uitgegeven over te hevelen naar het volgend boekjaar. Conform ons begrotingsbeleid moeten voorstellen tot deze budgetoverhevelingen van 2021 naar 2022 voldoen aan de volgende criteria: • • • •
de activiteiten waar het budget in 2021 voor beschikbaar was zijn niet (geheel) uitgevoerd en de activiteiten zijn ook in 2022 nog noodzakelijk; voor deze activiteiten is geen structureel budget in de begroting beschikbaar; bij het vaststellen van de jaarrekening is op het betreffende programma sprake van een positief rekeningresultaat; het budget is niet eerder overgeheveld.
Voor zeven posten met een totaalbedrag van € 1,373 mln. staat vast dat deze betrekking hebben op incidentele budgetten waarvan de activiteit in 2021 niet of nog niet geheel is uitgevoerd en waarvan die uitvoering in een later begrotingsjaar nog wel noodzakelijk is. Naar aanleiding van de in de jaarrekening 2021 geconstateerde onderschrijding stellen we voor de volgende budgetten in de programmabegroting 2022-25 op te nemen met als dekking een beroep op de Reserve vrij inzetbaar:
84
Hieronder lichten we per programma de onderwerpen toe: Programma 1 Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie Innolabs in de wijken Het budget ‘Innolabs in de wijken’ (€ 188.000) is bedoeld voor hbo-onderwijs en -onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken in verschillende labs. Bijvoorbeeld het Experimenteerhuis, waar studenten, docenten, onderzoekers en ambtenaren samenwerken met inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven. Het budget wordt ingezet voor activiteiten die, via een ‘menukaart’, zijn opgesteld in samenwerking met het Dutch Innovation Park, Onderwijs en Economie. In 2021 is dit budget grotendeels niet uitgegeven. De uitgaven zijn opgeschort door het coronavirus, maar ook door de risico’s van het ’verlaten’ van Zoetermeer door De Haagse Hogeschool. Dit is inmiddels geen risico meer, maar hierdoor zijn projecten on-hold gezet en zijn nieuwe initiatieven niet gestart. Initiatieven rondom onderzoek en onderwijs in de wijk blijven noodzakelijk voor zowel Zoetermeerse studenten, als de aansluiting op de arbeidsmarkt en campusontwikkeling van het Dutch Innovation Park. Meer wijkgericht werken, samen met partners is ook een onderdeel uit de visie van Zoetermeer 2040. Voor de Innolabs zijn er concrete plannen voor 2022: • •
Voor het Innolab smart city-smart mobility het werken aan het meerjaren onderzoeksprogramma in afstemming met de betrokkenen. Voor het Innolab Experimenteerhuis wordt op basis van de samenwerkingsovereenkomst een uitvoeringsagenda opgesteld.
Leven lang ontwikkelen, doorlopende leerlijn, hybride onderwijs In december 2021 tekende het college een samenwerkingsovereenkomst tussen MboRijnland, Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Smart Technology, CIV Welzijn en Zorg en De Haagse Hogeschool om gezamenlijk in te zetten op leven lang ontwikkelen, doorlopende leerlijnen en hybride onderwijs in de stad. Het stimuleren van een leven lang ontwikkelen krijgt een plek in de uitvoeringsagenda, die wordt opgesteld naar aanleiding van de getekende samenwerkingsovereenkomst. De uitvoeringsagenda sluit aan bij de visie van Zoetermeer 2040. Onderzoek en onderwijs in hybride omgevingen blijft noodzakelijk om studenten optimaal voor te bereiden op hun werkzame leven en tegelijk samen met inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven te zoeken naar oplossingen in de praktijk van de wijk. Het is bovendien een concrete bijdrage aan twee hoofdlijnen van de omgevingsvisie Zoetermeer 2040, te weten hoofdlijn 4, doorlopende ontplooiingskansen voor inwoners van Zoetermeer, en hoofdlijn 5, stad van toegepaste innovatie.
85
Programma 3 – Leefbaarheid, duurzaam en groen Groen Voor Groenprojecten is gedurende de collegeperiode een extra bedrag beschikbaar gesteld. Omdat de gemeente samenwerkt met derden en daar de coördinatie voor uitvoert is het budget met de bijdrage van derden en een budgetoverheveling vanuit 2018/19 opgehoogd tot in totaal ca. € 612.000 (en € 181.000 bijdrage derden). In 2021 is dat bedrag niet volledig besteed. Dit wordt veroorzaakt doordat het project moerasparels door het uitblijven van een vergunning is vertraagd en omdat het project vergroening schoolpleinen door drie scholen nog niet is opgestart. Daarnaast is veel voorbereidingstijd gaan zitten in het project bij de Zoetermeerse Plas (daar wordt een ijzerhoudend zandfilter langs gelegd om blauwalg te voorkomen) dat samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) wordt uitgevoerd. Naar verwachting zal hiertoe in 2022 een samenwerkingsovereenkomst worden ondertekend. De samenwerkingsovereenkomst wordt pas getekend als de dekking voor beide partijen is geregeld. Programma 4 - Vrije tijd Wijkvestiging bibliotheek Rokkeveen In de wijk Rokkeveen wordt de wijkvestiging van de bibliotheek opengehouden en omgebouwd om daarmee de mogelijkheid open te houden deze vestiging in de toekomst om te vormen tot Huis van de Wijk. Dit mede op verzoek van de raad (motie 2006-32A).
Om dit te realiseren is een eenmalige investering nodig van € 200.000. Hiervoor is in de Perspectiefnota 2022 € 120.000 beschikbaar gesteld en het resterende deel wordt gedekt uit het niet realiseren van dBos in Rokkeveen, zijnde € 80.000. In TB2 is al gemeld dat de voorgenomen verbouwing in 2022 plaatsvindt, omdat er eerst afspraken gemaakt moeten worden met beoogde partners over het programma van eisen en de organisatorische voorwaarden. Sportakkoord Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft het budget voor het Sportakkoord voor 2021 opgehoogd van € 60.000 naar € 120.000. Dit bedrag is in 2021 niet uitgegeven. Oorzaak van de niet bestede middelen zijn de coronabeperkingen in 2021 voor uitvoering van sportactiviteiten. Door tijdelijke sluiting en daarna heel beperkte openingstelling van sportaccommodaties kwamen organisaties niet toe aan het indienen van aanvragen uit het sportakkoord stimuleringsbudget. Nu er in 2022 weer meer mogelijk is kunnen organisaties, naast reguliere sportakkoord ondersteuningsaanvragen om mensen in beweging te krijgen, worden gestimuleerd in te zetten op bestrijding van eenzaamheid en bewegingsarmoede onder jeugd en senioren. Overzicht Overhead Citymarketing Na vaststelling van het citymarketingadvies door de raad (raadsbesluit nr.
DOC-2016-006580) heeft de raad het college de opdracht geven om een uitgebreid actieplan voor vier jaar te ontwikkelen. Het college heeft in het coalitieakkoord hiervoor een budget van € 700.000 vrijgemaakt. In 2020 is hiervoor een strategisch canvas opgesteld – dat is vastgesteld door het college - met ambities en doelstellingen voor citymarketing Zoetermeer tot en met 2025. Begin 2021 is Bureau Citymarketing gestart om hier verder uitvoering aan te geven. In afwachting van structurele middelen is dit restantbudget nodig om met het strategisch canvas aan de slag te gaan. Flankerend beleid Met de Programmabegroting 2020 is de gemeenteraad akkoord gegaan met een pakket aan maatregelen, Ombuigen en Vernieuwen, die moeten leiden tot structurele besparingen. De eenmalige kosten van de (personele) gevolgen van de maatregelen Ombuigen en Vernieuwen worden gefinancierd uit Flankerende Middelen. De criteria voor aanwending van deze middelen worden beschreven in het Flankerend Beleid voor Ombuigen en Vernieuwen. In de
86
begroting is hiervoor een bedrag ter grootte van € 2 mln. opgenomen te verdelen in vier gelijke delen van € 0,5 mln. per jaar. Het accent van de maatregelen wordt verwacht in 2022 en 2023.
Resultaatbestemmingsvoorstellen In de vorige paragraaf beschreven we het deel van het resultaat van 2021 dat wordt veroorzaakt doordat activiteiten niet zijn uitgevoerd en waarvoor budgetoverhevelingen worden voorgesteld. Een ander deel betreft activiteiten die niet volledig voldoen aan de criteria van budgetoverheveling maar waarbij het wel gaat om eenmalig budget voor activiteiten die in 2022 nog uitgevoerd worden. Voor deze activiteiten wordt een resultaatbestemmingsvoorstel gedaan.
Programma 1 - Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie Arbeidsmarktregio ZHC gelden De gemeente Zoetermeer ontvangt als centrumgemeente een decentralisatie-uitkering voor het versterken van de arbeidsmarktregio’s met als doel om de regiefunctie van de centrumgemeente voor de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s duurzaam te ondersteunen en versterken. De centrumgemeente van een arbeidsmarktregio treedt op als regievoerder en is de ontvanger van de decentralisatie-uitkering. Om ervoor te zorgen dat meer mensen kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt werken overheidsinstellingen, werkgeversorganisaties en onderwijsinstellingen samen om de matching in de arbeidsmarktregio te verbeteren. Als gevolg van de coronamaatregelen is een deel van de activiteiten aangepast of uitgesteld. Zo waren tijdens de lockdown werkgevers terughoudend met het aannemen van nieuw personeel en het ontwikkelen van leerwerkarrangementen. Ook zijn voorbereidingen getroffen om de (toen nog) te verwachten stijgende werkloosheid op te vangen. Deze ondersteuning bleek minder nodig omdat de economie zich sneller herstelde dan verwacht en er een krapte aan personeel op de arbeidsmarkt ontstond. In de arbeidsmarktregio wordt gewerkt aan een nieuw uitvoeringsplan gericht op het aanpakken van de krapte op de arbeidsmarkt.
In de jaarstukken is een voordeel van € 2,271 mln. gemeld vanwege lagere uitvoerings- en ondersteuningskosten. Dit bedrag is beschikbaar voor de regio. Toekenning aan gemeenten in de regio gebeurt aan de hand van goed te keuren ingediende plannen.
87
TOZO De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een ondersteuning voor zelfstandig ondernemers die door de coronacrisis in financiële moeilijkheden zijn gekomen. De Tozo bestaat uit inkomensondersteuning en leningen voor bedrijfskapitaal. De uitvoering van deze regeling is bij de gemeente belegd. Het rijk heeft deze uitvoeringskosten vergoed. Het betreft een vaste inclusieve vergoeding voor alle uitvoeringskosten van gemeenten. Dus bijvoorbeeld ook inclusief alle afhandelingen in de komende jaren ten aanzien van rentebetalingen en terugbetalingen van de leningen. In de vergoeding is rekening gehouden met inspanningen van gemeenten ten aanzien van eventueel benodigde herstelacties in het kader van rechtmatigheid en het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Programma 2 – Samen leven en ondersteunen Extra mantelzorgondersteuning Op 1 november 2021 nam de raad het raadsbesluit 0637740214 Extra mantelzorgwaardering aan. Onderdeel van het besluit is mantelzorgers twee tickets voor een culturele activiteit in Zoetermeer aan te bieden om hen een extra dagje uit te geven. Er is nog onvoldoende tijd geweest om het plan uit te voeren. Voor de uitvoering zijn de middelen nodig in 2022. Wijkgericht werken Wijkgericht werken is een van de speerpunten van de huidige coalitie.
Wijkgericht werken is een wijze van werken, gericht op verbetering van de leefbaarheid, de veiligheid en de sociale samenhang in de wijken en buurten. Vraaggericht en vanuit de leefwereld van de inwoner. Eind 2020 is besloten voor de verdere ontwikkeling van wijkgericht werken in te zetten op de volgende twee sporen: • •
Spoor 1. Wijkgericht werken in de pilotwijken Oosterheem en Seghwaert aan de hand van de plannen en doelen die daar zijn gesteld. Een belangrijk onderdeel hiervan is het faciliteren van ontmoeting door middel van Huizen van de Wijk. Later verbreed naar de wijk Rokkeveen. Spoor 2. Aansluiten en verbinden van de doorontwikkeling van de basisstructuur wijkgericht werken bij de planvorming en ontwikkeling van de visie en strategie van Zoetermeer 2040.
In 2021 is benadrukt dat Wijkgericht werken als integrale gebiedsgerichte benadering dient bij te dragen aan hoofdlijnen van de visie Zoetermeer 2040. De activiteiten in de pilotwijken Oosterheem en Seghwaert zijn begin 2022 nagenoeg afgerond. De ervaringen die zijn opgedaan in de pilotwijken zullen worden geëvalueerd; wat hebben we bereikt, waar kunnen we trots op zijn, wat had beter gekund en welke ervaringen geven we mee aan Zoetermeer 2040. De uitkomst van de evaluatie zal in de loop van 2022 ter informatie aan de raad worden aangeboden. De Huizen van de wijk worden voorlopig niet gerealiseerd. Op de beoogde locaties worden wel aanpassingen gedaan. In de toekomst kan op basis hiervan en op basis van de dan voorliggende ondernemingsplannen besluitvorming over verdere realisatie worden opgestart. Voor wijkgericht werken was in 2021 een budget van in totaal € 365.000 beschikbaar. Hiervan is een bedrag van afgerond € 201.000 niet aangewend. Dat is ten dele veroorzaakt door COVID-19 en voor een ander deel door personeelswisselingen. Voorgesteld wordt deze middelen beschikbaar te stellen voor 2022 ten behoeve van afronding van de activiteiten in de pilotwijken, de verbinding van wijkgericht werken aan de visie Zoetermeer 2040, de evaluatie van de pilots wijkgericht werken en het vervolgtraject Huizen van de wijk.
88
Programma 5 - Veiligheid Versterkingsgelden radicalisering De gemeente Zoetermeer ontvangt vanaf 2016 van het rijk jaarlijks versterkingsgelden voor de aanpak van radicalisering. De voor 2020 toegekende versterkingsgelden zijn niet volledig benut door het doorschuiven van activiteiten als gevolg van COVID-19. De geplande activiteiten die door de COVID-19 maatregelen niet konden doorgaan, zijn activiteiten waarbij mensen fysiek bij elkaar moeten komen en die niet door online-activiteiten kunnen worden vervangen omdat de effectiviteit van de activiteiten dan teveel afneemt. Het gaat bijvoorbeeld om empowermenttrainingen voor moeders of vaders, waarbij het gezien de doelgroep niet haalbaar en niet effectief is om deze aan te bieden als online variant. Als deze versterkingsgelden niet worden besteed aan het doel waarvoor deze zijn uitgekeerd geldt een terugbetalingsverplichting. Het budget is dus niet inzetbaar voor andere doeleinden dan de aanpak van radicalisering en extremisme. Programma 6 - Dienstverlening en participatie Voorbereidingskosten Omgevingswet Voor de implementatie van de Omgevingswet is een budget beschikbaar gesteld van € 3,5 mln. De datum van de inwerkingtreding van de omgevingswet is verschoven van 1 juli 2019, via 1 januari 2021, naar thans 1 januari 2023.
Deze verschuiving komt doordat het rijk meer tijd nodig heeft voor het uitwerken, het vaststellen van de vereisten en het beschikbaar stellen van het landelijke digitale systeem: Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Ultimo 2019 heeft de VNG een lijst met minimale vereisten opgesteld waaraan gemeenten bij de inwerkingtreding aan dienen te voldoen om met de omgevingswet te kunnen werken, deze lijst is nog in beweging. Doordat de voorwaarden nog steeds in beweging zijn, verschuiven ook de uit te voeren activiteiten van de gemeente in de tijd. In de periode 2016-2020 is de jaarlijkse onderbesteding van het aanvullend budget overgeheveld naar de nieuwe begrotingsjaren. Ook in 2021 is een onderbesteding van het aanvullend budget opgetreden. Deze middelen zijn noodzakelijk om de implementatie te kunnen uitvoeren. Programma 7 Inrichting van de stad Herinrichting Bleiswijkseweg De gemeente heeft de afgelopen jaren verschillende langdurig bestaande knelpunten op het gebied van woonwagenhuisvesting aangepakt. Een van de lopende knelpunten is de herinrichting van de woonwagenlocatie Bleiswijkseweg. Voor de aanpassing van de buitenruimte van de woonwagenlocatie is circa € 412.000 beschikbaar gesteld, maar nog niet uitgegeven.
Om de toekomstbestendigheid van de locatie te waarborgen is het creëren van draagvlak en het kiezen van een gezamenlijke uitgangspositie met de bewoners een zwaarwegende factor. Het is niet mogelijk gebleken om de fysieke bewonersgesprekken op het gemeentehuis voort te zetten. Vanwege de verschillende COVID-19 maatregelen is de voortgang hiervan sterk bemoeilijkt. Onderdeel van het woonwagendossier was de verhuizing van het oude gemaal naar het Gooimeer. Inmiddels is deze uitgifte volledig afgerond en kan er worden begonnen met de herinrichting van de Bleiswijkseweg. In de tweede helft van 2021 is de eerste fase van herstructurering op de locatie aan de Bleiswijkseweg afgerond en is gestart met de tweede fase. Engelandlaan 270 Het project Engelandlaan 270 is een faciliterend grondbeleid project. Voor een door de gemeente gewenste plotverschuiving zijn aanvullende kosten voor het bouw- en woonrijpmaken van het woningversnellingsproject Engelandlaan 270 benodigd. De planning was dat in 2021 het ontwerp bestemmingsplan en besluit omgevingsplan werden vastgesteld en ter visie werden gelegd en dat ook de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar zou worden getekend. Voordat het bestemmingsplan in procedure kan worden gebracht moet wel eerst een anterieure overeenkomst worden gesloten.