Bijlage 1 - Perspectiefnota 2023
Tekst van het document
veilige ontwikkeling van het kind in het geding is. Zij voeren o.a. screeningen uit om de noodzaak voor een jeugdhulpvoorziening te kunnen bepalen en voeren langdurige casusregie. In de afgelopen jaren zijn er verschillende wettelijke taken bijgekomen en is de instroom fors toegenomen, maar heeft er geen formatiecalculatie plaatsgevonden om ook daadwerkelijk de menskracht te kunnen matchen aan de wettelijke taken die uitgevoerd moeten worden. Er zijn wachtlijsten van vier tot acht maanden ontstaan, waardoor de wettelijke behandeltermijn van acht weken fors wordt overschreden. Daarnaast maakt dit dat er een extreem hoge werkdruk is en zorgt dit voor problemen in de samenwerking en afstemming met zowel interne als externe partners. Er is een hoge mate van bezorgdheid over de gezinnen op de wachtlijst. Risicotaxaties, integrale probleemanalyses, toekomstbestendige (veiligheids)plannen en toeleidingen naar jeugdhulp kunnen niet tijdig worden uitgevoerd. Concreet betekent dit dat de onveilige/onstabiele (crisis)situaties voor de kinderen maandenlang blijven voortbestaan, hetgeen leidt tot crisissituaties en tot inzet van duurdere jeugdhulp. De stijging van het aantal kinderen in jeugdhulp én de stijging van de kosten zien we ook terug in het benchmark onderzoek van Berenschot.
Er staan op dit moment 88 gezinnen op de wachtlijst, waarvan er bij één sprake is van ernstig huiselijk geweld na een politiemelding, waarvan er bij 36 sprake is van een verzoek tot noodzakelijke jeugdhulp en waarvan er bij 51 sprake is van een multiprobleemgezin, waarbij onveiligheid speelt en casusregie noodzakelijk is. Het ontbreken hiervan maakt dat er een direct veiligheidsrisico aanwezig is voor één of meerdere gezinsleden. Er wordt actief wachtlijsbeheer uitgevoerd om deze risico’s te beperken. Binnen het Consultatie- en Adviesteam is er sprake van een structurele toename van de instroom. Wanneer de cijfers van 2019 en 2021 met elkaar worden vergeleken, wordt zichtbaar dat er bij het CAT sprake is van een procentuele toename van 41,6%. De toename van de extra instroom bij het CAT (consulatie,en adviesteam), is te verklaren vanwege gewenste en noodzakelijke verschuivingen bij verwijzers. De complexiteit van de problemen binnen gezinnen zorgt er echter ook voor dat er binnen het CAT minder uitstroom is, omdat het meer tijd vergt om de problematiek en mogelijkheden van gezinnen in kaart te brengen en hier een integraal plan op te maken. Binnen het Plusteam wordt casusregie gevoerd bij gezinnen met multiproblematiek en onveiligheid. Hier is de instroom gelijk gebleven en dit zorgt al meerdere jaren voor een grote uitdaging.
Er is sprake van een stapeleffect door de toename in werkzaamheden waardoor dit voor de uitvoering niet langer hanteerbaar is. Het aantal gezinnen waarbij het Plusteam betrokken is en casusregie biedt, ligt structureel rond de 200. Dit vraagt om een inzet van 15,38 fte, terwijl de huidig begrote inzet 9,41 fte bedraagt. Wachtlijsten bij aanbieders en toename in complexiteit zorgen ervoor dat de betrokkenheid van het Plusteam langer op intensieve wijze nodig is, waardoor de uitstroom is geminimaliseerd. Op basis van bovenstaande is het noodzakelijk om te komen tot een uitbreiding van de formatie om zodoende de bedrijfsvoering te normaliseren en te kunnen voldoen aan onze wettelijke taken en termijnen. In 2022 is dat een onvermijdelijke ontwikkeling met een structureel effect. Er wordt een uitbreiding gevraagd van 11,66 fte. De kosten exclusief overhead komen neer op € 1.007.000. In het kader van het programma Sturing en bekostiging worden voorstellen uitgewerkt om te komen tot besparingen. Op landelijk, regionaal en lokaal niveau zijn de komende jaren beleidsmatige heroverwegingen aan de orde die mogelijk van invloed zijn op de afschaling van het benodigde aantal fte. Hierin worden de volgende punten meegenomen: - Het is in tijden van Corona extra moeilijk gebleken de gezinnen op een goede manier te blijven helpen.
Het kostte hierdoor meer tijd om de gezinnen en betrokken hulpverleners van een gezamenlijk integraal plan te voorzien waarmee zij zelf verder konden. De extra inhuur die hiervoor is ingezet, zal komen te vervallen. - Wanneer wachtlijsten worden ingelopen door de extra inzet, is beheer hierop niet meer nodig en vervalt de noodzaak tot het inzetten van fte. De 33
implementatie van Beter Samenspel zal eind van dit jaar voltooid zijn welke ook zorgt voor het vrijkomen van uren. In totaal gaat het hier om 562 uur per jaar. De inhuur via Flextender zal hiermee komen te vervallen. - JGH is (net als team WMO) gestart met het optimaliseren van alle processen. Welke mogelijke besparing dit op gaat leveren in fte’s is nu nog niet duidelijk. - Ook de nieuwe inrichting van de gezamenlijke toegang met huisartsen en schoolmaatschappelijk werk zal van invloed zijn op team JGH. Op welke wijze is nu nog niet te zeggen, aangezien plannen in de kinderschoenen staan. Om deze reden is het legitiem om ingaande het jaar 2025 de extra kosten voor de helft mee te nemen in de meerjarenbegroting. In 2024 zal er een herijking moeten plaatsvinden. Gezien het feit dat de inzet van extra formatie op zijn vroegst halverwege 2022 gerealiseerd zal kunnen worden en de krapte op de arbeidsmarkt is de verwachting dat niet alle benodigde fte’s ingezet gaan worden in 2022. Dus voor 2022 wordt een uitzetting van de personele lasten voorzien van € 504.000. Reguliere uitvoering Wmo Er is sprake van een forse uitdaging in de uitvoering bij het team Wmo.
Structurele uitbreiding van de uitvoerende en ondersteunende capaciteit voor de Wmo is essentieel en onvermijdelijk om te komen tot normalisering in de uitvoering: werken zonder wachtlijst, binnen de gestelde wettelijke termijnen, van een voldoende kwaliteitsniveau en met een redelijke werkdruk. De huidige situatie laat het volgende beeld zien: · Er is al langdurig sprake van een achterstand in de uitvoering van 500 tot soms wel 1500+ meldingen. Actueel 1000. · WMO-meldingen worden niet binnen de wettelijke termijn van 8 weken afgehandeld. Is opgelopen tot 18 weken. · Burgers worden nu niet tijdig (binnen 10 werkdagen) te woord gestaan, maar het duurt soms wel 4 tot 6 maanden. · Het aantal klachten is blijvend hoog en wordt in 65% van de gevallen veroorzaakt door de wachttijden en het niet nakomen van afspraken door tijdgebrek. · Er is al te lang sprake van onvoldoende doorontwikkeling in beleid en kwaliteit. · De werkdruk is te lang extreem hoog. Nadere duiding De laatste jaren is er een sterke toename van Wmo-meldingen. Het aantal meldingen is in 2021 circa 20% gestegen ten opzichte van het aantal in 2018. Van 5.679 in 2018 naar 6.959 in 2021. Deze algehele stijgende trend wordt bevestigd in het benchmarkonderzoek van Berenschot. Zoetermeer heeft 2% meer inwoners boven de 65 jaar dan gemeenten van vergelijkbare grootte.
Andere demografische factoren zoals opleidingsniveau, participatieniveau, besteedbaar inkomen, armoede en vermogenspositie per huishouden ontwikkelden zich de afgelopen jaren minder positief ten opzichte van de regio en het landelijk gemiddelde. Het heeft als effect dat de vraag naar Wmo voorzieningen steeg. Het aantal Wmo cliënten in 2022 ligt in Zoetermeer 7% hoger dan in vergelijkbare gemeenten. De invoering van het abonnementstarief (in 2019) voor de Wmo heeft specifiek een impuls gegeven aan de toename van de meldingen en de Wmo lasten en dan in het bijzonder van de huishoudelijke hulp. De verwachting is dat deze stijgende trend in het aantal meldingen en kosten doorzet. Het is moeilijk te voorspellen hoe snel en hoe ‘stijl’ deze stijging de komende jaren zal zijn. Dat hangt van vele factoren af. De groei van de bevolking en de samenstelling, d.i. meer ouderen en beleidsontwikkelingen zoals de decentralisatie van Beschermd wonen (vanaf 2024) dragen daar o.a. aan bij. Stijging meldingen en Wmo-lasten versus apparaatskosten De stijging van de Wmo-lasten en de meldingen houdt geen gelijke trend met de toename van de benodigde apparaatskosten (personeelskosten: inhuur en interne uren). De Wmo-lasten stijgen vanaf 2017 relatief veel meer dan de apparaatskosten. De voorlopige begroting 2023 laat een stijging zien van de Wmo34
lasten van 64% ten opzichte van de realisatie 2017. De begrote personele lasten (formatie) in 2023 tonen daarentegen een stijging van 51% ten opzichte van de realisatie 2017. Er is dus sprake van een scheefgroei, die gedeeltelijk gecompenseerd is door externe inhuur. Daar heeft de raad ook meermaals op aangedrongen. Het bedrag wat daaraan is uitgegeven, komt overeen met de kosten van 7,6 fte formatie. Externe inhuur is per definitie tijdelijk en kent een groot verloop met capaciteitsverlies tot gevolg. Ondanks de gemaakte kosten geeft ook de benchmark van Berenschot aan dat Zoetermeer structureel minder uitgeeft aan apparaatskosten. Op grond van het gehouden interne formatieonderzoek is uitgerekend dat er structureel 6,96 fte nodig is om te komen tot normaliseren van de uitvoering. De onderbouwing daarvan is als volgt. Voor de uitvoering van de Wmo op basis van het verwachte aantal meldingen is netto 45.234 uur nodig (32.898 uur consulenten en 12.336 administratie). De afwikkeling van een melding voor consulenten (ruim 6.600 in 2023) is begroot op gemiddeld zes uur netto per melding. De administratie verwacht in 2023 iets minder dan 28.000 administratie processen af te handelen tegen een gemiddelde tijd van 30 minuten netto.
In termen van productiviteit betekent dit dat 1 fte consulent gemiddeld 240 meldingen per jaar afwikkelt en voor de administratie dat een medewerker per fte 2.900 administratieve processen op jaarbasis afhandelt. Dat alles leidt op basis van een beschikbaarheid van 1.450 netto per fulltime fte per jaar tot een benodigde formatie van 31,3 fte. Begroot voor 2023 is 24,24 fte. Een structureel tekort van 6,96 fte netto. De kosten exclusief overhead komen neer op € 540.000. In het kader van het programma Sturing en bekostiging zullen voorstellen worden uitgewerkt om te komen tot besparingen. Op landelijk, regionaal en lokaal niveau zijn de komende jaren beleidsmatige heroverwegingen aan de orde die mogelijk van invloed zijn op de afschaling van het benodigde aantal fte. Daarnaast is team WMO (net als JGH) gestart met het optimaliseren van processen. Welke mogelijke besparingen dit gaat opleveren is nog niet duidelijk. Om deze reden is het legitiem om ingaande het jaar 2025 de extra kosten voor de helft mee te nemen in de meerjarenbegroting. In 2024 zal er een herijking moeten plaatsvinden. Gezien het feit dat de inzet van extra formatie op zijn vroegst halverwege 2022 gerealiseerd zal kunnen worden en de krapte op de arbeidsmarkt is de verwachting dat niet alle benodigde fte’s ingezet gaan worden in 2022.
Dus voor 2022 wordt een toename van de personele lasten voorzien van € 270.000. Tijdelijke inhuur Wmo consulenten In 2022 zijn tijdelijk 9 fte Wmo-consulenten ingehuurd om productieachterstanden in te lopen en ruimte te creëren binnen het team, zodat er meer focus kan komen op het verbeteren van processen en de kwaliteit van de dienstverlening. Dit zorgt voor € 428.000 meer inhuurkosten dan begroot. Zie ook het raadsmemo Plan van aanpak achterstanden Wmo (februari 2022). Verbeterplannen Gecertificeerde instellingen jeugd Op 8 november 2019 is het landelijk inspectierapport: ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd‘ en het signalement: ‘Jeugdbeschermingsketen in gevaar’ gepubliceerd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) concludeerde in haar rapport dat jeugdigen met een Jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel onvoldoende bescherming kregen en gecertificeerde instellingen (GI’s) hun wettelijke opdracht onvoldoende konden uitvoeren vanwege het ontbreken van goede randvoorwaarden (vooral financiën en personeel). In verband met het Inspectierapport zijn onder coördinatie van de VNG verbeterplannen opgesteld. Een onderdeel van de verbeterplannen is het afgeven van een (onder voorwaarden) compensatie voor het verlagen van de caseload, waarmee de medewerkers in staat worden gesteld binnen de door de IGJ gestelde kwaliteitsnorm te functioneren.
Tot nog toe zijn alleen afspraken gemaakt voor 2021 en 2022 omdat bij het maken van de afspraak rondom de caseloadverlaging de verwachting was dat gedurende deze periode de landelijke hervorming van de jeugdbeschermingsketen zou plaatsvinden en een nieuwe, passende caseload wordt bepaald, met daarbij de structurele financiering en tarieven. Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming maakt duidelijk dat deze hervorming een langer proces zal zijn. Het is uitgesloten dat er snel een nieuwe caseloadnorm is. Vanuit het toekomstscenario zal de komende jaren het stelsel van Jeugdbescherming zich 35
gaan ontwikkelen naar een nieuwe vorm. De wijze waarop en het tempo waarmee dit wordt vormgegeven, vragen nog een tijdelijke financiering van de gemeenten.
Onvermijdelijke ontwikkelingen Wmo woningaanpassingen Vanwege de grilligheid in het verloop van de kosten voor de woningaanpassingen wordt het budget bepaald op basis van de gemiddelde lasten van de afgelopen vijf jaar. Dit gemiddelde bedrag ligt € 100.000 hoger dan in de meerjarenbegroting is opgenomen. Huisvesting asielzoekers Op verzoek van het COA is de voormalig penitentiaire instelling ingericht als opvanglocatie voor asielzoekers. De kosten die de gemeente hiervoor maakt worden door het rijk vergoed. Zie ook het raadsmemo van 10 december 2020. In een afzonderlijk raadsvoorstel wordt het besluit tot aanpassing van de begroting aan de raad aangeboden. Ingeschat wordt dat de gemeentelijke kosten ongeveer € 0,3 mln. bedragen.
Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen Maatregel 4: Onderwijs-jeugdhulp arrangement Speciaal (Basis) Onderwijs Doel van de maatregel was om een kwalitatieve verbetering van de zorgstructuur binnen het onderwijs te realiseren. Aan de maatregel is een kostenbatenanalyse gekoppeld om het effect van de maatregel op het jeugdhulpgebruik te kunnen monitoren. Gedurende de uitvoering van de maatregel is gebleken, dat de ontwikkeling om de zorgstructuur op scholen te verbeteren en de samenwerking met de jeugdhulp te verbeteren van groot belang is, maar dat de koppeling met de besparingsopgave niet reëel is. De beoogde besparing van € 38.000 voor 2022 wordt niet gehaald. Bij de update van het Actieplan Jeugd (voor het zomerreces) wordt hierover een nadere toelichting gegeven. Maatregel 5: Toevoegen van GGZ expertise aan de zorgteams voor begeleiding op locatie Op basis van de evaluatie van de pilot in 2021 is besloten om de inzet van de gedragswetenschapper en de tijdelijke extra capaciteit voor het schoolmaatschappelijk werk op de scholen ten behoeve van de ondersteuning aan leerlingen met GGZ-problematiek, te beëindigen. Het doel van de maatregel was leerlingen vroegtijdig binnen de school te ondersteunen ter voorkoming van de inzet van (dure) jeugdhulpproducten – in het bijzonder het product OnderwijsJeugdhulp.
Gebleken is, dat een deel van hulpvragen waarvoor leerlingen voorheen werden verwezen naar het OnderwijsJeugdhulpproduct niet konden worden ondervangen met deze werkwijze en er alsnog een verwijzing nodig was naar specialistische jeugdhulp. De opbrengsten van de pilot worden meegenomen in de doorontwikkeling van de Toegang tot jeugdhulp. De besparing is grotendeels bereikt, doordat er een tariefsverlaging is afgesproken voor het Onderwijs-Jeugdhulpproduct. Het is niet mogelijk om na te gaan welke kosten zijn verbonden aan de jeugdigen die, ondanks de inzet van hulp op school, toch zijn verwezen naar de specialistische jeugdhulp. Daardoor kan niet worden vastgesteld of de beoogde besparing volledig is behaald. Aanname is dat de besparing voor 50% wordt gerealiseerd (€ 335.000). Bij de update van het Actieplan Jeugd wordt een alternatief voorstel gepresenteerd.
36
Maatregel 7: Uitbreiding trajectbegeleiding Jongerenwerk Door de COVID-19 pandemie is de aanloop van de uitvoering van de trajectbegeleiding door het jongerenwerk langer geweest dan gepland. Daarnaast zijn in 2021 minder trajecten gestart dan gepland. De verwachting is dat in 2022 het beoogde aantal trajecten wordt behaald. Aanname is dat van de 30 jongeren die worden begeleid, circa 10 jongeren geen jeugdhulp nodig hebben en 20 jongeren toch doorverwezen worden naar een vorm van specialistische jeugdhulp. Van de beoogde besparing in 2022 van € 147.000 wordt € 75.000 gerealiseerd. Eerder was in de financiële doorrekening aangenomen, dat geen enkele jongere zou doorstromen naar specialistische jeugdhulp, maar dat blijkt niet reëel. Vandaar dat de beoogde besparing voor dit jaar is bijgesteld. Maatregel 15: Verschuiven van landelijk hoog specialistische jeugdhulp naar regionaal specialistische jeugdhulp In 2021 is het aantal cliënten met jeugdhulp ingekocht via het Landelijke Transitiearrangement (hierna: LTA) licht gestegen. De gemiddelde kostprijs van de LTA-producten is echter sterk gestegen. Bij LTA-zorg gaat het vaak om dure trajecten. Een beperkt aantal jeugdigen zorgt daarmee voor een sterke stijging van de kosten, waardoor de beoogde besparing (€ 14.000) niet wordt gehaald.
Gezien de beperkte invloed die de gemeente heeft op de inzet van deze trajecten, is het niet meer reëel om hier een besparingsopgave aan te koppelen. Bij de update van het Actieplan Jeugd wordt een alternatief voorstel gepresenteerd. Maatregel 8: Doorontwikkelen POH-jeugd en schoolmaatschappelijk werk Er worden meer jeugdigen gezien door de POH-jeugd en het schoolmaatschappelijk werk dan bij aanvang van de maatregel werd aangenomen. Een deel daarvan wordt (alsnog) doorverwezen naar specialistische jeugdhulp. Op basis van de aannames en de berekening die ten grondslag ligt aan de maatregel, wordt de beoogde besparing bereikt. Dit leidt echter niet tot een verlaging van de kosten voor specialistische jeugdhulp. Dit wordt mede veroorzaakt door een toename van de intensiteit van het jeugdhulpgebruik (zie ook de toelichting bij maatregel 16). Aanname is dat de verwachte besparing dit jaar voor 50% wordt behaald (€ 112.000). Op basis van de evaluatie van de Toegang tot jeugdhulp wordt een voorstel voor bijsturing en verdere doorontwikkeling opgesteld. Dit voorstel maakt onderdeel uit van de update van het Actieplan Jeugd. Maatregel 16: Sturen op afname intensiteit bij jeugdhulpproducten Het doel van deze maatregel is het maximeren van het aantal uren in toewijzingen naar de jeugd-GGZ. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van een normenkader.
Resultaat van de maatregel is dat steeds meer toewijzingen worden afgegeven binnen het vastgestelde normenkader. De POH-jeugd en de medisch specialisten verwijzen echter nog alleen op product en niet op hoeveelheid zorg, terwijl de meeste verwijzingen voor jeugd-GGZ via de medische verwijsroute lopen. In het raadsmemo over de analyse van de kostenontwikkeling jeugdhulp Zorg in Natura 2021 is dit reeds aangegeven. De verwachting is dat de beoogde besparing (€ 711.000) in zijn geheel niet wordt gehaald. Herijking van de maatregel is nodig en staat niet los van de evaluatie van Toegang (zie ook de toelichting bij maatregel 8). Een voorstel hiertoe maakt onderdeel uit van de update van het Actieplan Jeugd.
Risico’s Gebiedsgerichte ondersteuning Sinds 1 mei 2021 is de gebiedsgerichte ondersteuning door de gemeente extern belegd. Welzijnsactiviteiten, dagbesteding, begeleiding en preventieve jeugdhulp worden in samenhang zo dicht mogelijk bij de bewoners in de wijk aangeboden. Naast een inhoudelijke verbetering zou dit ook tot een kostenbesparing moeten leiden. Gerekend vanaf het basisjaar 2020 een besparing van € 0,6 mln. (na aanpassing) in 2021 oplopend naar € 1,55 mln. vanaf 2025. 37
Over de opstartkosten, volumes en kwaliteit voert het college overleg met de aanbieder. In het eerste jaar van uitvoering van de nieuwe organisatie komt een aantal vraagstukken aan het licht. In de eerste plaats bestaat de kans dat de opstart- en implementatiekosten voor de aanbieder hoger zijn dan eerder voorzien. Afhankelijk van de redenen van die kostenstijging is het mogelijk dat de gemeente contractueel verplicht is om een deel van die hogere opstartkosten te vergoeden. Daarnaast is er onduidelijkheid over het feitelijke gebruik van voorzieningen. Dat laatste is van belang, omdat het contract met de aanbiedende partij(en) erin voorziet, dat de gemeente bij een aantoonbaar afwijkend gebruik van voorzieningen, op basis van nacalculatie, een extra vergoeding verstrekt in aanvulling op de overeengekomen lumpsum vergoeding. Voor een extra vergoeding is alleen sprake bij aantoonbaar hoger gebruik van voorzieningen. Hoewel er nog geen gevalideerde feitelijke gegevens zijn, achten wij het niet ondenkbaar dat het bedrag van de taakstelling uit maatregel 98 van Ombuigen en Vernieuwen, niet volledig te realiseren is. Zodra er meer feitelijke gegevens over het gebruik bekend zijn, wordt beoordeeld of en in hoeverre er sprake is van meerkosten voor de gemeente.
38
Programma 3. Leefbaarheid, duurzaam en groen
39
Financiën Bedragen x €1.000 TB1 2022
MJB 2023 - 2026 2023
2024
2025
2026
2027
-74
-73
-73
-72
-72
-1.873
-74
-74
-73
-73
1a Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Parkeeropbrengsten Markt 10 Onderhoud kapitaalgoederen 2022
150 -1.873
Onderhoud kapitaalgoederen 2023 Onderhoud kapitaalgoederen 2024
-485
Groot onderhoud Mandelabrug
-600
Juridische procedures
-40
-80
-80
-7 7
-46 -7 53
-46 -7 53
-46 -7 53
-46 -7 53
-2.363
-2.027
-712
-147
-145
-145
Opbrengst parkeren
-800
-PM
-PM
-PM
-PM
-PM
Saldo
-800
Rente en afschrijving aanschaf hybride inzamelvoertuigen Rente en afschrijving aanschaf oplaadvoorziening - dekking uit afvalstoffenheffing Saldo 1b Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19
2 Onvermijdelijke ontwikkelingen
40
Energielasten Openbare Verlichting
-120
Schade februari stormen
-150
Beheer en Onderhoud bomen
-100
-100
-100
-100
-100
-100
Beheer en onderhoud openbare ruimte nieuwe woonwijken
-114
-97
-235
-235
-235
-235
Groot onderhoud overdekte fietsenstallingen Randstadrailhaltes
-150
Saldo
-634
-197
-335
-335
-335
-335
-3.797
-2.224
-1047
-482
-480
-480
3 Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen: niet van toepassing Saldo TOTALE WIJZIGING SALDO PROGRAMMA
Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Parkeeropbrengsten Markt 10 Met raadsbesluit 0637589359 -geamendeerd raadsvoorstel Businesscase Markt 10 is € 16,4 mln. beschikbaar gesteld voor de aanleg van een ondergrondse parkeergarage. Een gevolg van de ontwikkeling is dat de mogelijkheden voor het maaiveldparkeren vervallen. Voor de inkomstenderving is hiervoor een bedrag van € 150.000 per jaar opgenomen. De realisatie van Markt 10 en bijbehorende parkeergarage is door het stopzetten van de aanbestedingsprocedure vertraagd en er hoeft in 2022 geen rekening gehouden te worden met de inkomstenderving. Dit levert voor 2022 een incidenteel voordeel op van € 150.000. Tegenover dit voordeel staat ook een nadeel. De parkeerexploitatie staat ook in 2022 als gevolg van COVID-19 en verdere ontwikkelingen onder druk (zie toelichting afwijkingen COVID-19). Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente doet investeringen in de openbare ruimte die voor langere tijd mee gaan. Deze investeringen, ook wel kapitaalgoederen genoemd, worden planmatig beheerd en onderhouden. De gemeente heeft veel onderhoudsgevoelige kapitaalgoederen zoals wegen, groen en bomen, oppervlaktewater, civiele kunstwerken, openbare verlichting en spelen.
In de Nota Kapitaalgoederen is opgenomen wat het gemeentelijk beleid is voor deze objecten en op welke wijze dit wordt uitgevoerd. De nota wordt periodiek herijkt, omdat de openbare ruimte continu aan verandering onderhevig is door gebruik, (her)inrichting en onderhoud. In het raadsmemo achterstanden onderhoud kapitaalgoederen (2022-005908) van 25 januari 2022 is gemeld, dat er als gevolg van achterstanden
41
bij met name wegen en civieltechnische kunstwerken extra kosten worden gemaakt in 2022. Dit betreft geen intensivering of nieuw beleid, maar uitvoering van werkzaamheden binnen het huidige beleid. Voor de vervanging van met name wegen en civieltechnische kunstwerken bedragen de kosten € 1.640.000. Dit bedrag wordt geactiveerd en zorgt voor een meerjarige last op de begroting van circa € 74.000 in 2023 aflopend in 40 jaar. Daarnaast is voor de aanpak van groot onderhoud in 2022 € 828.000 extra budget nodig en voor vervangingen die niet geactiveerd kunnen worden is ook nog € 1.045.000 extra benodigd. De totale extra last op de exploitatie voor 2022 bedraagt daarmee € 1.873.000. Het wegwerken van de achterstanden vindt ook plaats in 2023 en 2024. Doordat de budgetten voor groot onderhoud in de meerjarenbegroting oplopen, is de financiële tegenvaller vanaf 2024 lager. In de loop van 2022 wordt de beheervisie Openbaar gebied ter besluitvorming aangeboden aan de raad. Groot onderhoud Mandelabrug Voor het planmatige onderhoud van de Mandelabrug is in de programmabegroting budget opgenomen. In het raadsmemo Nota Kapitaalgoederen: voortgang en meerkosten van 22 december 2021 is gemeld, dat uit inspecties blijkt dat in de constructie van de liggers (tandopleggingen) over de Zuidweg scheurvorming is geconstateerd.
Door een gespecialiseerd bureau zijn constructieve berekeningen uitgevoerd, waaruit blijkt dat deze tandopleggingen hersteld moeten worden. Inmiddels is de voorbereiding voor een herstelplan in gang gezet, zodat de noodzakelijke werkzaamheden in 2022 kunnen plaatsvinden. Met deze onverwachte kosten van het herstel, ingeschat op een bedrag van € 0,6 mln., is in het budget groot onderhoud geen rekening gehouden. Juridische procedures Het aantal procedures met een juridische component is afgelopen jaren toegenomen. Zo steeg het aantal klachten in 3 jaar met 45%. Deze stijging wordt naar verwachting veroorzaakt door het lage, vastgestelde kwaliteitsniveau voor onderhoud (niveau C), achterstanden en oplettende inwoners die ook vaker overdag thuis zijn (thuiswerkers). Omdat er meer laadpalen geplaatst gaan worden in de openbare ruimte (in lijn met de laadvisie 0637697811), wordt komende jaren een stijging van het aantal bezwaren voorzien. Om dit juridische werk binnen de wettelijke termijnen gedaan te krijgen, is een juridisch medewerker extra noodzakelijk voor de duur van 2,5 jaar. Na deze periode wordt gekeken of structurele invulling nodig is. Hiervoor is voor het 2e halfjaar van dit jaar € 40.000 nodig en jaarlijks € 80.000 voor 2023 en 2024.
Rente en afschrijving aanschaf hybride inzamelvoertuigen en oplaadkosten Voor de afvalinzameling heeft de gemeente inzamelvoertuigen in bezit. Deze voertuigen worden planmatig onderhouden en vervangen. Hiervoor is budget opgenomen in de begroting en de kosten worden gedekt vanuit de afvalstoffenheffing. Inmiddels zijn vier inzamelvoertuigen volledig afgeschreven en aan vervanging toe. De kosten van het extra onderhoud wegen niet meer op tegen de kosten voor nieuwe aanschaf en het risico op uitval is hoog. In het Programma Duurzaam en Groen Zoetermeer 2020-2023 spreekt de gemeente de ambitie uit duurzaam te handelen. Hierbij gaat het onder andere om duurzaam energiegebruik en terugdringen van de CO2 uitstoot. In dit programma is met betrekking tot het gemeentelijk wagenpark daarom het volgende opgenomen: 42
"Element uit het duurzaamheidspact: 47. De gemeente zal haar wagenpark vergroenen en bij nieuwe aanschaf zoveel mogelijk elektrische auto’s, brommers en fietsen aanschaffen Relatie met het programma Duurzaam & Groen Zoetermeer Bij de aanbesteding is het uitgangspunt zoveel mogelijk elektrisch. In een aantal gevallen kan dit (nog) niet zoals bij voertuigen voor gladheidbestrijding en huisvuilinzameling. De grote inzamelvoertuigen worden wel uitgerust met elektrische belading. Ingehuurde aannemers zetten in toenemende mate elektrische veegauto's in. Verder vindt er in 2020 een evaluatie plaats over de pilot met elektrische dienstauto's. N.a.v. de evaluatie wordt een besluit genomen over de continuïteit." Gelet op de inmiddels lange levensduur van de bestaande inzamelvoertuigen en het uitgangspunt van een zoveel mogelijk duurzaam wagenpark worden vier hybride inzamelvoertuigen aangeschaft. Deze hybride inzamelvoertuigen rijden op duurzame diesel en het beladen en persen van het afval gaat elektrisch. Met de aanschaf van deze voertuigen wordt minder diesel uitgestoten (CO2 reductie) en wordt geluidoverlast bij het legen van containers beperkt. De kosten van de voertuigen zijn hoger in aanschaf dan begroot. Om het uitgangspunt te realiseren is extra investeringsbudget nodig van € 377.000.
Daarnaast is een investeringsbudget nodig van ruim € 88.000 voor het aanpassen van de stroomaansluiting. De investeringen leiden tot een toename van kosten voor rente en afschrijving van € 53.000. Deze kosten worden toegerekend aan de kosten van afvalinzameling en daarmee in het tarief van de afvalstoffenheffing betrokken.
Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19 (TB1) Opbrengst parkeren In de begroting is een budget opgenomen voor parkeeropbrengsten van € 2,7 mln. De opbrengst parkeren staat om verschillende redenen onder druk. In 2021 waren de inkomsten voor maaiveldparkeren half zo hoog als begroot. De daling van de inkomsten heeft verschillende oorzaken zoals de verschillende lockdowns in 2021 vanwege COVID-19, de toename van het online-winkelen en het thuiswerken, de opening van een concurrerend winkelgebied de 'Westfield Mall of the Netherlands' in Leidschendam en een vanuit het parkeerbeleid voor de opbrengsten negatief uitpakkende regeling voor inwoners van het centrumgebied, waarin parkeeruren voor bezoek ter beschikking wordt gesteld (zie raadsmemo 0637705977). De verwachting is dat naast het incidentele effect vanuit COVID-19 er ook structureel nadelige effecten zijn. Door de onzekerheid in hoeverre elk van deze factoren structureel zijn, worden de ontwikkelingen op de parkeerexploitatie in 2022 en verder gemonitord. Op basis van de parkeercijfers/inkomsten tijdens de lockdown begin 2022 (winkels weer open vanaf 15 januari jl. en cultuursector geheel open vanaf 25 februari jl. wordt een nadeel verwacht van € 800.000 in 2022. Hierbij zijn nog geen verdere lockdowns voorzien en is een eventueel effect van een mogelijke recessie nog niet opgenomen.
Tegenover de daling van parkeerinkomsten veroorzaakt door COVID-19 staat mogelijk nog een vergoeding van het rijk. Voor het jaar 2022 is deze naar verwachting beperkt. De vergoeding van het rijk voor de gederfde parkeerinkomsten 2021 wordt op kasbasis afgewikkeld. Over het jaar 2020 is in 2021 een vergoeding van ruim € 0,8 mln. ontvangen. De compensatie voor 2021 (te verantwoorden in 2022) is op basis van het in de jaarrekening 2021 gemelde tekort € 1,5 mln. De compensatie is verantwoord op OAD. 43
Onvermijdelijke ontwikkelingen Energielasten Openbare verlichting Voor de kosten van het energieverbruik van de openbare verlichting is in de begroting een budget opgenomen van € 450.000. Hiervoor is een langdurig contract afgesloten met periodieke momenten, waarop de prijzen telkens worden vastgelegd voor de periode van 1 jaar. De prijs in 2022 is vastgesteld op een tarief voor de gemeente dat gemiddeld 33% per KwH hoger is dan in 2021. Onderdeel van de tariefstijging zijn de variabele kosten van de energie, het transport en de energiebelasting. Vanwege de hoge, ook mondiale, prijsstijging van de leveringstarieven energie wordt in 2022 een incidenteel nadeel verwacht van € 120.000. Dit wordt o.a. veroorzaakt doordat de verhoogde algemene korting op energiebelasting alleen voor aansluitingen met een verblijfsfunctie geldt en niet voor b.v. aansluitingen lichtmasten en verkeerslichten. Deze exceptionele prijsstijging kan niet binnen de ‘standaard prijsontwikkeling’ die in de budgetten is opgenomen, worden opgevangen. In het programma OAD wordt nader op de bijzondere prijsontwikkelingen ingegaan. Schade februari stormen Van 31 januari tot en met 20 februari 2022 trokken vier stormen over het land, waarbij Eunice op 18 februari de zwaarste was in afgelopen jaren. Hierdoor is schade ontstaan aan de gemeentelijke eigendommen, zoals bomen, lichtmasten, verkeersborden etc.
De noodwerkzaamheden en de herstelwerkzaamheden binnen korte termijn in de openbare ruimte betroffen bijvoorbeeld het weghalen van omgevallen bomen of takken, het herstel van bushokjes, openbare verlichting, hekken, verkeerslichten en verkeersborden. Een aantal van de herstelwerkzaamheden kan pas in ander seizoen plaatsvinden, zoals de herplanting van bomen. Dit gebeurt in het najaar. Voor de extra kosten wordt een nadeel verwacht van € 150.000. Beheer en onderhoud bomen De gemeente Zoetermeer heeft ongeveer 44.000 geregistreerde bomen in beheer. Voor het onderhoud is budget in de begroting opgenomen. Voor de bestrijding van overlast (zoals bij de eikenprocesssierups), de bescherming van de bomen (bij ziekten als essentaksterfte, iepziekte, kastanjebloedziekte) en de veroudering van het bomenbestand, waardoor er ook meer snoeiwerkzaamheden moeten plaatsvinden, is structureel meer dagelijks onderhoud nodig. Het daarbij behorende budget is daarop niet aangepast. De extra werkzaamheden zijn nodig voor het behoud en de bescherming van de bomen en ook om de veiligheid in de directe omgeving te waarborgen. Vanaf 2022 wordt een structureel nadeel verwacht van € 100.000 per jaar. In 2020 en in 2021 zijn nadelen gemeld van respectievelijk € 39.000 en € 114.000 voor het dagelijks onderhoud van bomen.
Beheer en onderhoud openbare ruimte nieuwe woonwijken In de stad wordt op verschillende plekken gewerkt aan de realisatie van nieuwe woningen. Daartoe worden ook investeringen verricht in het openbaar gebied, die moeten worden beheerd en onderhouden. Belangrijke nieuwe gebieden zijn Nutrihage (het Dorp) en het project Juweel (Berkelseweg, Rokkeveen) waar in totaal tot en met 2024 260 woningen worden gerealiseerd. Daarnaast is openbare ruimte ontwikkeld aan de Hildamlaan, dat moet worden beheerd. De met deze uitbreidingsinvesteringen samenhangende beheer- en onderhoudskosten (op onderhoudsniveau C) zijn nog niet in de begroting opgenomen. De te verwachten dagelijks/periodieke beheer- en onderhoudslasten bedragen € 114.000 (inclusief € 17.000 incidenteel voor openbare verlichting) in 2022 en € 97.000 in 2023. De structurele lasten zijn € 235.000 vanaf 2024. Tegenover deze kosten staan ook hogere opbrengsten algemene uitkering uit het gemeentefonds en onroerendezaakbelasting als gevolg van de toename van het aantal woningen en inwoners. Zie hiervoor de toelichting op OAD.
44
Naast deze ontwikkelingen zijn er ook andere belangrijke nieuwe ontwikkelgebieden zoals Dwarstocht. Met toezegging 477 is aangegeven te inventariseren wat de extra kosten zijn wanneer het onderhoud op een hoger niveau wordt uitgevoerd. Bij dit project is namelijk sprake van de aanleg van nieuw openbaar gebied waar bewust een keuze is gemaakt om deze kwalitatief hoogwaardig uit te voeren. De hieruit voortvloeiende beheer- en onderhoudskosten worden in de volgende perspectiefnota inzichtelijk gemaakt. Groot onderhoud overdekte fietsenstallingen Randstadrailhaltes In het parkeerbeleid wordt ingezet op hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen bij de Randstadrailhaltes. Op korte termijn is vanwege veiligheidsredenen groot onderhoud nodig aan de overdekte fietsenstallingen bij negen Randstadrailhaltes. Het betreft het vervangen van diverse onderdelen, zoals glasplaten, kopplaten, bevestigingsmateriaal en verlichting. De noodzaak hiervan volgt uit een inventarisatie uit het 4e kwartaal van 2021. Voor het groot onderhoud is in 2022 € 150.000 nodig.
Afwijkingen investeringen en voorzieningen Onderwerp Onderhoud Kapitaalgoederen
Bedrag * €1.000 €1.640
Toelichting onderwerp In het raadsmemo achterstanden onderhoud kapitaalgoederen (2022-005908) is gemeld dat als gevolg van onder andere achterstanden bij met name wegen en civieltechnische kunstwerken, extra kosten worden verwacht in 2022. Dit betreft geen intensivering of nieuw beleid, maar uitvoering van werkzaamheden binnen het huidige beleid. Het verwachte nadeel voor de vervangingsinvesteringen in 2022 is € 1.640.000. De grootste afwijkingen zitten op de civieltechnische kunstwerken (- € 804.000), wegen (elementenverharding) (- € 668.000) en overig (€ 168.000). De exploitatielasten zijn meegenomen bij de financiële ontwikkelingen bestaand beleid.
Hybride inzamelvoertuigen en elektrische voorzieningen
€377 €88
Voor de vervanging van tractiemiddelen is een vervangingskrediet beschikbaar. De investering voor de vervanging van vier huisvuilwagens wordt naar verwachting € 377.000 hoger door de keuze voor hybride voertuigen. Daarnaast is een investeringsbudget nodig van € 88.000 voor de aanleg van een stroomvoorziening. De exploitatielasten zijn meegenomen bij de financiële ontwikkelingen bestaand beleid.
Risico’s Nieuwe aanbestedingen voor beheer en onderhoud van de buitenruimte In 2022 besteden we diverse onderdelen van beheer en onderhoud van de buitenruimte opnieuw aan. Vooral het langjarige contract waarin in 2013 de uitvoerende dienst van Stadsbeheer is overgenomen, is een groot contract. Hierin is het integrale beheer en onderhoud in het centrum, Seghwaert, Noordhove en op bedrijventerreinen en een deel van de gladheidsbestrijding belegd. Ook loopt er een grote aanbesteding voor de buiteninstallaties. In de nog af te sluiten, nieuwe contracten hebben we te maken met hogere prijzen door schaarste van materialen en personeel.
45
Meer claims prijsstijgingen doorlopende contracten Contractpartners hebben te maken met veel hogere kosten dan bij contractvorming voorzien. Het risico is groot dat er veel meer van dergelijke claims te verwachten zijn. In het OAD wordt nader op de bijzondere prijsstijgingen ingegaan. Regeling parkeren bezoek inwoners binnenstad De huidige regeling loopt tot en met 2022. In het formatiedossier is opgenomen, dat er dit jaar een beslissing nodig is voor het vervolg. Afhankelijk van de keuze heeft dit meer of minder effect op de parkeerexploitatie. Dit wordt inzichtelijk gemaakt ten behoeve van de besluitvorming. Voorlichtings- en bewustwordingsactiviteiten (zwerf)afval Met het project ‘Schoon is gewoon’ heeft de gemeente zich vanaf 2013 ingezet voor het aanpakken en terugdringen van zwerfafval door bewustwording te creëren en concrete acties op te zetten (zwerfafvalvergoeding). Dit werd bekostigd vanuit de Zwerfafvalsubsidie beschikbaar uit de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022. Vanaf 2023 komt er een opvolger voor deze raamovereenkomst, waarin naar verwachting ook weer subsidie voor gemeenten beschikbaar komt. De vorm van de nieuwe subsidieregeling is nog niet bekend, maar de regeling wordt naar verwachting direct gekoppeld aan uitvoeringskosten, die een gemeente maakt op zwerfafval.
Dit betekent dat diverse succesvolle voorlichtings- en bewustwordingsactiviteiten, die we in de gemeente afgelopen jaar hebben ondernomen niet meer uit deze subsidie betaald kunnen worden. Riolering en water Door klimaatverandering worden in de toekomst steeds intensievere regenbuien verwacht. Vanuit een capaciteitsstudie van de riolering is gebleken, dat het voor de nabije toekomst noodzakelijk is om riolering op specifieke locaties aan te pakken om daarmee de berging in het rioolstelsel te vergroten. Dit is noodzakelijk om wateroverlast zoveel als mogelijk te voorkomen. Daarnaast signaleren we bij rioolinspecties dat vroegtijdige reparatie van het rioolstelsel nodig is. Onderhoudskosten lopen inmiddels fors op. Dit kan betekenen dat bij de herziening van het huidige gemeentelijk rioleringsplan (GRP), in de nieuwe situatie Programma Water genoemd, het naar beneden bijstellen van de levensduurverwachting van een deel van het stelsel (materiaalafhankelijk) nodig is.
46
Programma 4. Vrije tijd
47
Financiën Bedragen x €1.000 TB1
MJB 2023 - 2026
2022
2023
2024
2025
2026
2027
0
0
0
0
0
1a Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Leefstijlinterventies - vooruit ontvangen specifieke uitkering Saldo
-135 135 0
1b Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19: niet van toepassing Saldo 2 Onvermijdelijke ontwikkelingen: niet van toepassing Saldo 3 Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen: niet van toepassing Saldo TOTALE WIJZIGING SALDO PROGRAMMA
0
Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Leefstijlinterventies In 2021 heeft het rijk budget beschikbaar gesteld voor een ‘Samenhangend steunpakket voor sociaal en mentaal welzijn en leefstijl’ om de schade van de coronamaatregelen te dempen. Het pakket bestond uit drie actielijnen. Eén van de drie actielijnen was gericht op het ‘intensiveren van initiatieven voor gezonde leefstijl’. De gemeente Zoetermeer kreeg op basis van een specifieke uitkering (via het Sportakkoord) een bedrag van € 135.000 uitgekeerd. Dit is echter in 2021 niet gebruikt en om deze reden is het rijk gevraagd of dit budget gebruikt mag worden in 2022. Hiervoor heeft de gemeente toestemming 48
gekregen en het bedrag is bij de jaarrekening 2021 als vooruit ontvangen post op de balans gezet. Het budget wordt in 2022 primair ingezet voor tijdelijke inzet van twee extra combinatiefunctionarissen sport.
Risico’s Mogelijke claims prijsstijgingen investeringswerken Contractpartners hebben te maken met veel hogere kosten dan bij contractvorming was voorzien. Het risico bestaat, dat voor de gevolgen van de prijsstijging een beroep op de gemeente als opdrachtgever wordt gedaan waar mogelijk ook een juridische grondslag voor bestaat. Een voorbeeld hiervan is de nieuwbouw van het zwembad waarover de raad eerder is geïnformeerd. In het OAD wordt nader op de bijzondere prijsstijgingen voor het totaal van de begroting ingegaan.
49
Programma 5. Veiligheid
50
Financiën Bedragen x €1.000 TB1 2022
MJB 2023 - 2026 2023
2024
2025
2026
2027
1a Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1): niet van toepassing Saldo 1b Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19 Controle coronatoegangsbewijs (CTB) - rijkssubsidie
-200 200
IPTA
-100
Saldo
-100
2 Onvermijdelijke ontwikkelingen Veiligheidsregio Haaglanden functioneel leeftijdsontslag (FLO)
137
120
146
277
182
Wet Kwaliteitsborging bouwen
-115
-115
-115
-115
-115
Huisvesting team Handhaving
-PM
-PM
-PM
-PM
-PM
183
22
5
31
162
67
83
22
5
31
162
67
Saldo
183
3 Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen: niet van toepassing Saldo TOTALE WIJZIGING SALDO PROGRAMMA
51
Toelichting financiën Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19 (TB1) Controle coronatoegangsbewijs (CTB) Het kabinet heeft ook voor het jaar 2022 geld aan de gemeenten ter beschikking gesteld ter dekking van de kosten voor de controle op de coronatoegangsbewijzen (ctb) met name in horecabedrijven, bij sportverenigingen en in culturele instellingen. Het kabinet stelt, net als in 2021, een vergoeding in de vorm van een specifieke uitkering beschikbaar. De subsidie kan in de praktijk alleen worden verstrekt voor activiteiten die plaatsvonden vanaf 26 januari 2022 (einde avondlockdown) tot en met 24 februari 2022 (afschaffing van de ctb-controleplicht). Het maximale bedrag dat aan de gemeente Zoetermeer kan worden verstrekt is € 478.664. Inmiddels is door het opheffen van de COVID-19 maatregelen duidelijk dat de kosten van de controle van het ctb lager uitvallen dan eerder verwacht. In 2022 wordt rekening gehouden met € 200.000 aan kosten en een net zo hoog bedrag aan rijksvergoeding. Indien deze declarabele kosten hoger of lager uitvallen geldt dat net zo zeer voor de rijksvergoeding. Voor deze Covid-19 gerelateerde kosten en inkomsten is geen rekening gehouden in de huidige budgetten aan de lasten en batenkant van de begroting. IPTA (Integrale Persoonsgerichte Toegeleiding naar Arbeid) De coronaperiode is voor veel jongeren moeilijk geweest.
Vooral de kwetsbare jongeren maken in de coronatijd minder kans op een baan, die door de sluiting van de scholen hun schoolstructuur verliezen en soms voortijdig uitvallen. Er is € 100.000 uitgetrokken om IPTA (Integrale Persoonsgerichte Toegeleiding naar Arbeid) in te zetten. IPTA is een coachingsmethodiek gericht op jongeren die dreigen af te glijden in criminaliteit. De IPTA coach probeert het leven van jongeren te normaliseren, mede mogelijk door toeleiding naar werk, school of werkervaringsplek.
Onvermijdelijke ontwikkelingen Veiligheidsregio Haaglanden Functioneel Leeftijdsontslag Een onderdeel van de deelnemersbijdrage van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) is het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO). In oktober 2021 is een nieuwe structurele raming FLO aangeleverd aan de deelnemende gemeenten. Wet Kwaliteitsborging bouwen (Wkb) De Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) is nauw verweven met de Omgevingswet en treedt gelijktijdig in werking met de Omgevingswet per 1 januari 2023. De Wkb is direct van toepassing op bouwwerken in gevolgklasse 1 (relatief eenvoudige bouwwerken). Als gevolg van de Wkb vervallen de toetsing en het toezicht op de bouwtechnische aspecten van het Bouwbesluit/Bbl op deze bouwwerken. Daarnaast zijn er bijkomende werkzaamheden, zoals de check op de aanwezigheid van de juiste kwaliteitsborger en een check op de verklaring of het bouwwerk conform het Bouwbesluit is. De wegvallende werkzaamheden konden worden verhaald op de aanvragers. De bijkomende werkzaamheden kunnen niet worden verhaald. Voor de begroting betekent dit een nadeel van € 115.000 vanaf 2023. Er wordt onderzocht of de huidige tarieven van de leges de mogelijkheid tot een hogere kostendekkendheid bieden. Op OAD is een rijksvergoeding voor invoering en structurele werking van Wkb verantwoord.
52
Huisvesting team Handhaving Het team Handhaving is momenteel gehuisvest in het pand van de brandweer aan de Brusselstraat. Vanuit de Versnellingsagenda woningbouw d.d. 7 september 2018 en de visie Binnenstad is de locatie Brusselstraat, waar momenteel naast de brandweer ook de politie is gehuisvest, aangewezen voor herontwikkeling. Met de herontwikkeling van deze locatie wordt een kwaliteitsimpuls aan de Binnenstad gegeven. Inmiddels is het project nieuwbouw Brandweerkazerne aan het Abdissenbos gestart. Hiervoor is door de raad krediet toegekend. De planning is dat de nieuwe Brandweerkazerne in het derde kwartaal 2023 in gebruik wordt genomen. Hierdoor komt de locatie aan de Brusselstraat leeg te staan. Voor het team Handhaving betekent dit dat uiterlijk 2023 nieuwe huisvesting moet worden gevonden. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar een alternatieve locatie voor de huisvesting van team Handhaving. De meerkosten worden verwacht in de orde van grootte van € 100.000 per jaar. Naar mogelijkheden van dekking vindt onderzoek plaats.
Risico’s Ondermijning Als er geen structurele financiële dekking is voor de aanpak ondermijning, kan de in 2018 gestarte aanpak ondermijning niet worden voortgezet. Ondermijnende criminaliteit heeft een ontwrichtend effect op de samenleving. Ondermijning zorgt ervoor dat het woon- en leefklimaat wordt aangetast, omdat criminelen geweld gebruiken of drugs produceren in woningen. Dit maakt Zoetermeer minder aantrekkelijk om te wonen. Daarnaast is ondermijning slecht voor het ondernemersklimaat, bijvoorbeeld omdat witwassen zorgt voor oneerlijke concurrentie en malafide ondernemers hun omgeving laten verpauperen. Dit zorgt ervoor dat Zoetermeer niet aantrekkelijk is voor bonafide ondernemers, wat slecht is voor de economie en de werkgelegenheid. Met een aanpak van ondermijning kan de gemeente concrete ondermijning aanpakken, maar ook investeren in weerbaarheid op bijvoorbeeld de bedrijventerreinen en in de horeca. Ook is de gemeente met een structurele aanpak minder kwetsbaar voor het waterbedeffect dat ontstaat door de aanpakken van andere gemeentes in de regio.
53
Programma 6. Dienstverlening en participatie
54
Financiën Bedragen x €1.000 TB1 2022
MJB 2023 - 2026 2023
2024
2025
2026
2027
-150
-150
-150
-150
-150
1.350
-150
-150
-150
-150
-PM
-PM
-PM
-PM
-PM
95
281 -216 -559
281 -261 -559
281 -261 -559
-494
-494
-494
1a Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Structurele meerkosten verkiezingen vanaf 2023 Inkomsten bouwleges Wabo en toezicht Saldo
-2.500
1.500
200 -2.300
1b Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19 Gemeenteraadsverkiezingen 2022 - compensatie rijk extra kosten verkiezingen
-320 213
Saldo
-107
2 Onvermijdelijke ontwikkelingen Inschrijving briefadres
-PM
Uitvoeringskosten Omgevingswet - kosten software Omgevingswet - leges Omgevingswet
-190
190 -216 -380
Saldo
-95
-406
3 Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen: niet van toepassing 55
Saldo TOTALE WIJZIGING SALDO PROGRAMMA
-2.407
1.255
-556
-644
-644
-644
Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Verkiezingen De complexiteit van het organiseren van de verkiezingen is de afgelopen jaren toegenomen. Dat gaat onder meer om toegenomen aandacht voor het werven en trainen van stembureauleden, realiseren van geschikte en toegankelijke stembureaus, veiligheidsvraagstukken en aandacht voor communicatie en social media. Zoals verwoord in de perspectiefnota 2022 zijn de extra taken de afgelopen jaren ingevuld met boventallige medewerkers of medewerkers in een reintegratietraject. Ook is extra inhuur ingeschakeld voor het verrichten van de noodzakelijke taken. Dat is echter geen duurzame oplossing en gaat ten koste van kennisopbouw van eigen personeel. Met de uitbreiding van de formatie is een bedrag van € 65.000 gemoeid. Daarnaast zijn er extra kosten voor beveiliging en pop up stembureaus die noodzakelijk zijn voor een goede spreiding van stemlocaties over de stad. Dit wordt geraamd op € 85.000. De extra werkzaamheden als gevolg van COVID-19 maatregelen en early voting in de jaren 2021 en 2022 zijn buiten beschouwing gelaten. Inkomsten bouwleges Voor het afhandelen van WABO-vergunningen worden leges geïnd. Op basis van de huidige en verwachte aanvragen wordt een nadeel verwacht van € 2,5 mln. in 2022.
Dit wordt veroorzaakt door verschuivingen in de tijd van het verlenen van vergunningen. Een deel van de vergunningen is eerder verleend dan verwacht, waardoor in 2021 al een voordeel is gemeld van € 1,0 mln. De verwachting is dat € 1,5 mln. alsnog in 2023 aan leges binnenkomt. De belangrijkste oorzaak is dat de legesinkomsten voor de projecten Entree niet eerder dan in 2023 worden verwacht. Wabo en toezicht Voor het afhandelen van WABO-vergunningen worden vergunningverleners, toezichthouders en juristen ingezet. De verwachte werkelijke kosten voor deze personele inzet worden lager ingeschat dan eerder verwacht. Voorlopig wordt uitgegaan van een voordeel van € 200.000. Dit is een eenmalig voordeel vanwege een herfasering van vergunningverlening.
Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19 (TB1) Organisatiekosten gemeenteraadsverkiezingen Door COVID-19 is er ook besloten tot early voting op 14 en 15 maart 2022. Hiervoor worden stembureaus ingericht en bemenst. Daarnaast moest rekening worden gehouden met mogelijke hygiënemiddelen en 1,5 meter regelgeving. De extra kosten voor dit jaar worden geschat op een bedrag van € 320.000. Het rijk heeft hiervoor een compensatie van € 213.000 toegekend. De structurele gevolgen van de verkiezingen zijn een onderdeel van de financiële ontwikkelingen bestaand beleid op dit programma.
56
Onvermijdelijke ontwikkelingen Inschrijving briefadres Vanaf 1 januari 2022 is de gemeente wettelijk verplicht om iemand in te schrijven op een briefadres. Geen briefadres betekent ook geen uitkering, geen zorgverzekering, geen (schuld)hulpverlening en geen arbeidscontract. De wijziging moet voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen. Als iemand geen briefadresgever beschikbaar heeft, moet de gemeente zelf als briefadresgever optreden. Dat kan bijvoorbeeld het adres van het gemeentehuis zijn. De wetswijziging heeft tot gevolg dat het aantal (complexe) aanvragen briefadressen structureel toeneemt. Op basis van de ontwikkeling van het aantal aanvragen en inrichting van het werkproces wordt de eventuele impact op de formatie beoordeeld. Uitvoeringskosten Omgevingswet In het aangeboden raadsvoorstel Plan van aanpak Omgevingsplan Zoetermeer is ingegaan op de inhoudelijke en budgettaire gevolgen van de Omgevingswet. In budgettaire zin is in dat voorstel een tegenvaller van € 494.000 opgenomen. Deze bestaat uit een tegenvaller voor softwarekosten van € 216.000 vanaf 2024 en een nadeel van € 278.000 door een combinatie van lagere legesopbrengsten en (per saldo) lagere personeelskosten (de inkomsten dalen harder dan de kosten). Tegenover deze meerkosten staan ook mogelijkheden tot dekking.
Uit het gaan heffen van leges op milieubelastende activiteiten en mogelijk verhoging van de kostendekkendheid van legestarieven. Deze mogelijkheden zijn nog in onderzoek. Ook wordt in regionaal verband afstemming gezocht. Daarnaast is het mogelijk dat de extra vergoeding die van het rijk wordt verkregen voor het uitstel van invoering/transitie naar de Omgevingswet hoger is, dan de extra kosten die de gemeente moet maken of alsnog dekking biedt voor budgetten die al in de begroting staan (dan wel stonden). Op korte termijn wordt een financieel voordeel verwacht. In het raadsmemo over de meicirculaire 2022 wordt hierover meer informatie verstrekt. Met de inschatting van dit moment wordt vanaf 2024 een structureel nadeel verwacht van € 494.000. De nadere uitwerking van de hiervoor genoemde onderdelen en de verdeling over de verschillende betrokken programma’s 5, 6 en 7 wordt via een apart raadsvoorstel voorgelegd. Milieuleges Na invoering van de Omgevingswet is het voor gemeenten en provincies weer mogelijk om voor milieubelastende activiteiten leges te heffen. Het is aan de gemeenten om te besluiten of er leges voor de milieubelastende activiteiten geheven worden. In raadsmemo Afdoening toezegging 517: Milieuleges van 13 januari 2022 is het proces weergegeven over het al of niet heffen van leges.
In het memo is aangegeven dat er een werkgroep, waarin ook diverse gemeenteraden vertegenwoordigd zijn, is gevormd die een verdiepingsslag maken waarmee de diverse raden een principebesluit kunnen nemen voor het wel of niet heffen van milieuregels. Knelpunt is dat het rijk er met de tegemoetkoming aan de gemeenten wel rekening mee houdt dat de leges in rekening worden gebracht. In deze perspectiefnota is nog geen bedrag opgenomen voor inkomsten leges. Dit is afhankelijk van de uitkomst van de afweging wel of geen milieuleges heffen en kan later in 2022 alsnog worden opgenomen.
Risico’s Niet van toepassing.
57
Programma 7. Inrichting van de stad
58
Financiën Bedragen x €1.000 TB1
MJB 2023 - 2026
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1a Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Kapitaallasten 2e deel upgrade Stadshart
64
Woonrijpmaken Engelandlaan
64 145
-145
Kapitaallasten ontsluitingsweg Nutricia
-9
-9
-9
-9
-9
-9
Saldo
55
200
-154
-9
-9
-9
-PM
-PM
-PM
-PM
-PM
0
0
0
0
0
0
55
200
-154
-9
-9
-9
1b Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19: niet van toepassing Saldo 2 Onvermijdelijke ontwikkelingen Prijsstijging bouw en materiaalkosten projecten Saldo 3 Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen: niet van toepassing Saldo TOTALE WIJZIGING SALDO PROGRAMMA
Toelichting financiën 59
Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Kapitaallasten 2e deel upgrade Stadshart In de Reserve investeringsfonds (Rif) was € 7 mln. gereserveerd voor de (her)ontwikkeling van de binnenstad, specifiek Stadshart (Programmabegroting 2015 en 2016). Daarvan is inmiddels circa € 6,1 mln. aangewend voor de upgrade van het Stadshart (1e deel) en de aanleg van het Stadhuisplein. Het restant van € 0,9 mln. is bestemd voor het tweede deel van de upgrade van het Stadhart (het deel rondom de Passage). Als gevolg van gewijzigde voorschriften over het activeren van maatschappelijke investeringen mogen deze uitgaven niet meer in één keer ten laste van de reserve worden gebracht en daarom is deze reservering uit de Rif gehaald. Het eerste deel is als investering opgevoerd en voor het tweede deel is in de programmabegroting een stelpost voor de kapitaallasten opgenomen vanaf 2022 voor € 64.500. Over het tweede deel van de upgrade is nog geen besluit genomen waardoor de reservering voor 2022 en 2023 kan vrijvallen. Dit geeft voor die jaren een voordeel van € 64.500. Het gebied valt binnen deelgebied 3 van het programma Binnenstad en wordt betrokken bij de besluitvorming daaromtrent.
Woonrijpmaken Engelandlaan Voor een door de gemeente gewenste plotverschuiving zijn aanvullende kosten voor het bouw- en woonrijpmaken van het woningversnellingsproject Engelandlaan 270 benodigd. Hiervoor is vanuit de gemeente aanvullend budget verstrekt. Het traject om te komen tot een anterieure overeenkomst heeft veel overleg gevraagd, daardoor lang geduurd en is in 2021 niet afgerond. Vanuit de gemeente is een packagedeal voorgesteld en de verwachting is dat in de eerste helft van 2022 de anterieure overeenkomst getekend kan worden. Daarna volgt het planologische traject en als dat is afgerond kan er eind 2022/begin 2023 worden gestart met het bouwrijpmaken waarna de bouw kan starten. Het woonrijpmaken wordt naar verwachting niet in 2023 maar in 2024 uitgevoerd. Hierdoor verschuift het budget van € 145.000 een jaar. Kapitaallasten ontsluitingsweg Nutricia Voor de ontsluiting van Nutricia is een budget beschikbaar gesteld van € 2.450.000. In 2021 is medegedeeld dat het project vertraging heeft opgelopen en dat er kostenoverschrijdingen zijn voorzien. De extra lasten van € 15.000 die voortvloeien uit de TB2 gemelde overschrijding van € 467.000 zijn reeds in de Programmabegroting 2022 opgenomen.
De extra kapitaallasten die voortkomen uit de melding van de aanvullende overschrijding van € 284.000 uit het memo Financiële afwijkingen na TB2 2021 zijn nog niet in de begroting opgenomen. De kosten bedragen gemiddeld € 9.000.
Onvermijdelijke ontwikkelingen Prijsstijging bouw en materiaalkosten projecten Contractpartners hebben te maken met veel hogere kosten als gevolg van prijsstijgingen.
Afwijkingen investeringen en voorzieningen Onderwerp Centraal Park
Bedrag
Toelichting onderwerp In de reserve Investeringsfonds is voor de realisatie van het Centraal Park een bedrag van € 6,5 mln. gereserveerd. Met raadsbesluit 0637598832 Uitwerking Centraal Park van 14 juli 2020 is een budget van €
60
450.000 verstrekt om een voorstel voor te bereiden met een schetsontwerp. Omdat het nog niet is gelukt om op basis van een uitgewerkt schetsontwerp in 2021 een voorstel te doen bij de raad is de planning van het raadsvoorstel verschoven tot een datum na de verkiezingen in 2022. In de in de Rif opgenomen reservering is nog geen rekening gehouden met de inflatiestijging. Dit wordt zichtbaar gemaakt in het op te stellen raadsvoorstel.
Risico’s Kapitaallasten investeringen openbare ruimte Entree Met Raadsbesluit - geamendeerd Raadsvoorstel Ruimtelijk kader en Gebiedsbusinesscase van 17 mei 2021 is een budget beschikbaar gesteld van € 79,2 mln. aan kosten en € 53,4 mln. aan opbrengsten zodat per saldo een bedrag van € 25,8 mln. resteert waarover wordt afgeschreven. De prijsstijgingen in de bouw zijn (veel) hoger dan was voorzien en het is niet de verwachting dat de recente kostenontwikkeling door een minder hoge kostenontwikkeling in volgende jaren wordt gecompenseerd. Op basis van een eerste indruk worden de meerkosten als gevolg van de prijsstijging ingeschat op ruim € 2 mln. Hierbij is rekening gehouden dat een deel van kostenstijgingen wordt verhaald op de ontwikkelende partijen. Tegelijkertijd is binnen het krediet een budget voor onvoorzien beschikbaar van ca. € 9,2 mln. Met name om de financiële gevolgen van de risico’s in de uitvoeringsfase van het programma te kunnen opvangen. Omdat het programma Entree zich momenteel nog aan het begin van de uitwerkingsfase bevindt, de haalbaarheidsfase is met de vaststelling van het eerder genoemde raadsbesluit van het ruimtelijkkader en de gebiedsbusinesscase afgerond, is het nu niet het moment om de post onvoorzien aan te wenden.
Na het raadsbesluit is gewerkt aan het ontwerpbestemmingsplan en het Structuurontwerp Openbare Ruimte (SOR) en wordt in 2022 het SOR uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp (VO) en uiteindelijk naar een definitief ontwerp (DO) met alle bijbehorende gegevens. Anders gezegd: zolang het (ontwerp)bestemmingsplan nog niet is vastgesteld, het VO en DO nog niet zijn uitgewerkt en de daaropvolgende uitvoeringsfase met een gunning van de diverse opdrachten aan aannemers nog niet is opgestart is er nog geen goed beeld in welke mate het nu het negatieve effect van de nu verwachte prijsstijging binnen het totaalbudget voor onvoorzien kan worden opgevangen. Als de die meerkosten zich in de hiervoor aangegeven mate voordoen en het budget onvoorzien biedt geen dekking, dat leiden de meerkosten tot een jaarlijkse last vanaf 2026 van € 95.000. Dat bedrag daalt in de tijd vanwege de (lineaire) afschrijving. Bij de huidige stand van het programma is het nog te vroeg om een formele extra kredietaanvraag ter besluitvorming voor te leggen. Met de kennis van nu is het risico van een kredietoverschrijding wel aan de orde. Via de periodiek aan de raad te verstrekken voortgangsrapportages van het programma Entree wordt dit financiële risico in beeld gehouden. Prijsstijging bouw en materiaalkosten vastgoedprojecten Al geruime tijd zijn de prijzen op de bouw- en materiaalmarkt extreem aan het stijgen.