Bijlage 1 - Perspectiefnota 2022
Tekst van het document
Hoewel de verschillende kosten over een langere periode gaan, is besloten om in afwachting van het overleg met het rijk en de compensatie hiervoor alleen over de periode 2021-2023 melding te doen. Bedragen x € 1.000
Eenmalige invoeringskosten extra aanvullend budget Transitiekosten Structurele kosten (liggen al vast) Structurele kosten/inkomsten (prognose) Totaal
A B C C
2021 210.000
210.000
2022 150.000
2023
80.000
50.000 80.000
230.000
130.000
Implementatiekosten (2021-2022) De inwerkingtreding van de omgevingswet is door het rijk voor de tweede maal uitgesteld en is nu voorzien op 1 januari 2022. Door dit uitstel treden er extra eenmalige invoeringskosten op die niet binnen de bestaande exploitatie en aanvullend budget kunnen worden opgevangen. Het betreft extra inzet van het programmamanagement (langere doorlooptijd) en kosten voor automatisering (extra migratie kosten omdat software niet tijdig beschikbaar is). Ook treden er tijdelijk dubbele softwarelicentiekosten op, die zijn opgenomen bij structurele effecten. Transitiekosten (prognose 2023-2025) Dit betreft eenmalige kosten voor de transitie van de basis situatie naar de gewenste situatie en die niet binnen de reguliere exploitatie kunnen worden opgevangen. In deze tabel is een prognose opgenomen voor de frictiekosten met betrekking tot personeel. Daarnaast is er een aandachtspunt met betrekking tot het digitaliseren van het kaartmateriaal en het gewenste digitaliseringstempo; niet al het kaartmateriaal is digitaal of van de juiste kwaliteit. Mogelijk moet hier nog extra kosten voor worden opgenomen. Structurele kosten (die al vastliggen vanaf 2022) De automatiseringskosten (het gebruik van de systemen) worden structureel hoger.
Dit bestaat uit twee componenten: de jaarlijkse exploitatiebijdrage aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en extra software om met het DSO te kunnen werken, waardoor de jaarlijkse extra exploitatielast hoger wordt. Structurele effecten (prognose vanaf 2024) Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat de structurele kosten afnemen. Op basis van de huidige inzichten is er op dit moment per saldo een lastentoename in beeld. Zo wordt een kostenafname verwacht, maar ook een afname van de legesopbrengsten die hoger is dan de kostenafname. Dit effect is een landelijk beeld. Bij de VNG is het Amendement van de gemeente Noord-Oostpolder ingediend en aangenomen. De strekking van dit amendement is dat de inwerkingtreding van de wet kan pas kan, als budgetneutraliteit voor gemeenten is gewaarborgd.
43
Daarnaast is er ook nog geen inzicht op het effect van werkzaamheden en de bijbehorende financiën die tussen de ketenpartners verschuiven (b.v. bodemtaken van provincie naar gemeente). Vooralsnog wordt rekening gehouden met een toename van de kosten. Maar aan de andere kant wordt met de gemaakte keuzen en verwachte uitwerkingen wel invulling gegeven aan de geest van de wet want voor de burgers en bedrijven worden de aanvragen eenvoudiger en goedkoper. WABO en Toezicht Voor het afhandelen van WABO-vergunningen worden vergunningverleners, toezichthouders en juristen ingezet. In de huidige marktomstandigheden, mede als gevolg van de corona-crisis, zijn deze functies moeilijk vervulbaar. Het budget op dit product is € 3,8 mln. De verwachte onderschrijding is € 150.000. Inkomsten bouwleges Voor het afhandelen van WABO-vergunningen worden leges geïnd. Enkele vergunningaanvragen zijn uitgesteld, waardoor de verwachte data vergunningverlening later in de tijd worden ingeschat. Het budget op dit product is in 2021 € 6,7 mln. Het verwachte nadeel is € 600.000. In 2023 is de prognose naar boven bijgesteld met € 1,1 mln.
Beleidswijzigingen Donorregistratie In de donorwet is opgenomen dat gemeenten een wettelijke informatieplicht hebben om burgers te informeren over de nieuwe wet. In de praktijk betekent dit dat iedereen die een paspoort, Nederlandse identiteitskaart of rijbewijs aanvraagt, informatie over de nieuwe donorwet krijgt. De meerkosten bedragen € 28.000 per jaar per 1 juli 2021 en worden gecompenseerd vanuit de algemene uitkering via het gemeentefonds. Zie OAD. Implementatie nieuwe wetgeving Er gaan in 2022 en 2023 twee nieuwe wetten in, die de volgende consequenties hebben voor de digitale dienstverlening van de gemeente: - Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WEMBV) De nieuwe WEMBV bepaalt dat burgers en ondernemers alle soorten formele berichten digitaal naar de overheid kunnen verzenden. De gemeente voldoet voor een deel aan de wet maar nog niet volledig. Onder meer moet aan alle formele berichten een kanaal worden aangewezen, moeten formulieren worden gecontroleerd op overbodige vragen en moeten mensen altijd een terugkoppeling krijgen op een bericht. De wet gaat in op 1 juli 2022. - Wet open overheid (WOO) De WOO vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) en gaat waarschijnlijk in 2023 in. Nieuw in de WOO is de verplichting om informatie actief openbaar te maken, dus ook zonder dat iemand er expliciet om heeft gevraagd.
Dit betreft onder meer adviesdocumenten, WOBverzoeken en klachten. Vanaf 2023 moet steeds meer gemeentelijke info worden gepubliceerd op het Platform Open Overheids Informatie (PLOOI). De WMEBV en de WOO raken veel werkprocessen. Om de invoering goed en soepel te laten verlopen is voor twee jaar inzet nodig van een projectleider. De kosten hiervan bedragen € 96.000 per jaar. De meerkosten van de uitvoering van de WEMBV en WOO zijn nog niet bekend en worden nog uitgewerkt. Voor de dekking van de incidentele kosten voor een projecteider en structurele kosten voor de uitvoering wordt uitgegaan dat extra rijksmiddelen via de algemene uitkering worden ontvangen. Zie OAD.
44
Programma 7. Inrichting van de stad
Wijzigingen doelen en indicatoren Met de komst van de Omgevingswet is de effectindicator ‘% grondgebied voor bestemmingsplannen jonger dan 10 jaar’ niet meer toepasselijk. In de Programmabegroting 2021-2024 is aangekondigd, dat hiervoor in de Perspectiefnota 2022 een nieuwe effectindicator wordt voorgesteld. Hiervan wordt op dit moment toch afgezien, omdat nieuwe indicatoren in het kader van (de doelen van) de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 worden geformuleerd en deze omgevingsvisie is nog in ontwikkeling.
Financiën Bedragen x € 1.000
Doorkijk MJB
MJB 2022-2025 1e TB 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Verbinding OV-knooppunt
75
74
Upgrade Stadshart
117
Bestuurlijke opdracht Bleizo-West
-153
- dekking bijdrage GR Bleizo
153
Nathaliegang 79 en Petuniatuin 7
-19
-19
Morapad 7 & Carry van Bruggenhove 25
-32
-32
Coronasteun instellingen
-45
73
72
71
70
73
72
71
70
- rijksbijdrage, zie OAD Saldo
96
45
23
Beleidswijzigingen Seniorenmakelaar
-40
-40
-40
-40
- dekking binnen begroting
40
40
40
40
23
73
72
71
Saldo
Totale wijziging saldo programma
96
70
Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en 1e TB) Verbindingsbrug OV-knooppunt In de begroting zijn kapitaallasten opgenomen voor de aanleg van een brug nabij station Lansingerland-Zoetermeer en het Dutch Innovation Park (raadsbesluit nr. DOC-2017-007969 'visie Dutch Innovation Park en verbinding OV-knooppunt'). In het raadsbesluit is aangegeven dat het opdrachtgeversoverleg van de projectgroep Vervoersknoop Bleizo de aanleg als scope wijziging heeft meegenomen, maar dat de gemeente hiertoe garant moet blijven staan totdat er duidelijkheid is of er projectbudget overblijft voor de aanleg van deze brug. Vanwege deze onduidelijkheid is toen besloten om de kapitaallasten van de brug in de begroting op te nemen totdat er duidelijkheid is over de dekking. In najaar 2020 is deze duidelijkheid gekomen en is besloten om de aanleg van de brug voor rekening van het budget van de vervoersknoop te nemen. Dat houdt in dat, met uitzondering van de rentelasten over de grond (investering van ca. € 238.000), ca. € 75.000 van het gereserveerde budget kan vrijvallen voor 2021 en volgende jaren. Dit loopt af vanwege rechtlijnige afschrijving. Upgrade Stadshart Voor de upgrade van het Stadshart zijn kapitaallasten in de begroting opgenomen van ongeveer € 117.000. Het budget is verstrekt en met raadsbesluit nr.
DOC-2015-006421-geamendeerd Uitvoeringsprogramma Upgrade Stadshart. Bij de besluitvorming was voorzien dat het werk in 2020 zou zijn afgerond. Eind december 2020 zijn alle opdrachten verstrekt voor de uitvoering van de Upgrade Stadshart en de oplevering is voorzien in 2022. Dit houdt in ieder geval in dat het budget voor de kapitaallasten van 2021 vrijvalt en één jaar opschuift naar de toekomst. Mogelijk vallen ook de lasten voor 2022 vrij. Dit laatste is afhankelijk van de daadwerkelijke oplevering. Bestuurlijke opdracht Bleizo-West Op basis van de uitkomsten van bijeenkomsten van de gezamenlijke raden van Lansingerland en Zoetermeer is een bestuurlijke opdracht voor het uitwerken van een ontwikkelperspectief voor BleizoWest vastgesteld. De kern van deze opdracht is om een ontwikkelperspectief met een visie op een samenhangend, realistisch en uitvoerbaar concept te maken dat gericht is op (cq bijdraagt aan en aansluit op): - een multifunctioneel samenhangend en uitvoerbaar concept; - vervoerswaarde en doorontwikkeling van de OV-knoop; - de omgeving en de kansen die dit biedt. Voor de uitvoering van de bestuurlijke opdracht is ambtelijke en externe ondersteuning nodig. De coördinatie ligt bij de gemeente Lansingerland. De ambtelijke begeleiding van de gemeente is begroot op € 153.000 en deze kosten zullen afzonderlijk in rekening worden gebracht.
Met het memo Uitkomst aanbesteding opstellen ontwikkelperspectief Bleizo-West van 8 januari 2021 is de raad hiervan in kennis gesteld. Huren In een aantal gemeentelijke accommodaties worden de komende periode lagere huurinkomsten verwacht. Dit komt omdat de accommodaties/ruimtes vanwege andere beleidsuitgangspunten, niet meer worden gebruikt voor de doeleinden waar ze voorheen voor werden ingezet. Het gaat hierbij om Nathaliegang 79 (vertrek wijkpost & prikpost), Morapad 7 (verhuur onderwijs), Petuniatuin 7 (vertrek prikpost) en de Carry van Bruggenhove 25 (verhuur stichting Wilmahuis). Nathaliegang 79 en Petuniatuin 7 De huurinkomsten zijn sterk gedaald door het vertrek van de wijkposten. Daarnaast werden deze accommodaties ingezet als prikpost locaties. In verband met de kwetsbare doelgroep (palet welzijn) en de beperkte ruimte is bloedprikken op deze locatie en op locatie Petuniatuin in de huidige COVID19 crisis, niet meer verantwoord. Voor de jaren 2021 en 2022 worden daarom lagere huurinkomsten verwacht.
46
Morapad 7 & Carry van Bruggenhove 25 Morapad 7 en Carry van Bruggenhove zijn al jaren moeilijk verhuurbare panden. Door beleidswijzigingen zijn beide panden leeg komen te staan. Voor het Morapad 7 is nog geprobeerd deze per uur te verhuren. Helaas is dit door klachten van omwonenden niet mogelijk gebleken. Inmiddels is het Morapad 7 verhuurd aan een schoolbestuur (OPOZ). Zij huren de ruimte om leerlingen (2 leslokalen) op te vangen. Het pand wordt daarom voor een lager, maatschappelijk tarief verhuurd. De Carry van Bruggenhove heeft de laatste jaren ook leeg gestaan. Sinds 2020 is het tijdelijk verhuurd aan het WilmaHuis. Door de bovenstaande ontwikkelingen worden voor de jaren 2021 en 2022 lagere huurinkomsten verwacht. In 2021 wordt een vastgoedplan gepresenteerd met daarin de uitgangspunten voor het aanhouden van verschillende locaties. De verwachting is dat op basis van de uitgangspunten een aantal locaties wordt afgestoten. Er is nog geen beeld op de mogelijke positieve gevolgen hiervan. Coronasteun instellingen Voor instellingen is het ook weer mogelijk om in 2021 coronasteun te vragen. Daartoe is het afwegingskader ook in 2021 van toepassing. Tot 1 april is er voor een bedrag van € 45.000 huurkorting en steun beschikbaar gesteld.
Beleidswijziging Seniorenmakelaar De pilot seniorenmakelaar uit 2020, doorlopend in 2021, is succesvol verlopen. De seniorenmakelaar: verlaagt de druk op de woningmarkt door een betere benutting van de bestaande sociale huurvoorraad (meer inwoners in hetzelfde aantal woningen); zorgt voor een betere draagkracht van stedelijke - en buurtvoorzieningen; voorkomt dure Wmo-woningaanpassingen. In 2020 zijn er 25 doorstroomverhuizingen gerealiseerd. Voortzetting van de seniorenmakelaar is wenselijk (t/m 2025). Het jaarlijks benodigde bedrag is € 40.000 en wordt – ‘middels oud voor nieuw’ als volgt gedekt: € 10.000 afromen uit het onderzoeksbudget Wonen; € 10.000 middels de vergoeding die de gemeente met ingang van 2022 ontvangt van woningcorporatie De Goede Woning (DGW) voor garantstellingen voor leningen; € 20.000 afromen uit budget voor woningaanpassingen. Hoewel dit budget een tekort kent, wordt met de seniorenmakelaar het verder oplopen van dit tekort juist voorkomen.
47
Overzicht Overhead
Financiën Bedragen x € 1.000
Doorkijk MJB
MJB 2022-2025 1e TB 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Kantoorautomatisering
-94
-94
-94
-94
-94
- dekking ICT werkplek
53
53
53
53
53
-171
-41
-41
-41
-41
-171
-41
-41
-41
-41
Lagere huuropbrengsten: Bibliotheek Stadhuis
-130
Reiskosten woon-werkverkeer
250
Saldo
250
Onvermijdelijke ontwikkelingen Thuiswerkvoorzieningen
-75
- rijksbijdrage, zie OAD Saldo
-75
Beleidswijzigingen Uitgewerkt plan verbetermaatr. raad- en commissiezaal
-100
Saldo
-100
Totale wijziging saldo programma
75
Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en 1e TB) Kantoorautomatisering De economische levensduur van de huidige laptops is bereikt en worden dit jaar vervangen. De huidige laptops zijn volledig afgeschreven. Om bij de vervanging optimaal te kunnen profiteren van prijs- en (leverings)voorwaarden wordt gebruikt gemaakt van de VNG EUD collectieve aanbesteding. De laptops die destijds zijn aangeschaft voldoen niet meer aan de huidige eisen. Zo worden er zwaardere eisen gesteld aan beveiliging, is het gebruik van audiovisuele vergadermogelijkheden (o.a. MS Teams) toegenomen en worden in toenemende mate zwaardere applicaties ingezet voor bijvoorbeeld data-analyses en 3D modellering. De prijs van apparatuur die aan deze eisen en specifieke behoeften voldoet ligt op een hoger niveau dan waar vier jaar geleden voor is gekozen. Als gevolg van het structureel meer thuiswerken voorzien we een lichte groei in het aantal benodigde apparaten met name voor medewerkers die tot op heden buiten de verstrekking vielen. Naar verwachting is een investering nodig, die € 358.000 hoger ligt dan het beschikbare vervangingsbudget.
De kapitaallasten die voortvloeien uit deze overschrijding kunnen vanaf 2022 deels gedekt worden uit budgetten, die samenhangen met de totale ICT-werkplekbegroting onder meer doordat ingecalculeerde prijsstijgingen van mobiele telefoons zich niet of nauwelijks voordoen. Per jaar blijft € 41.000 ongedekt. Lagere huuropbrengsten bibliotheek Stadhuis Vanaf februari 2021 heeft de bibliotheek alle ruimtes op de begane grond afgestoten. Hierdoor ontstaat een lagere inkomst uit huur- en servicekosten. Naar aanleiding van de evaluatie onder de raad- en commissieleden bestaat de mogelijkheid, dat de vrijgekomen ruimte wordt ingezet om gewenste verbeterpunten voor de raadzaal mogelijk te maken.
48
In deze perspectiefnota is een budget van € 100.000 opgenomen om het plan voor verbetering van het de raad- en commissiezaal verder uit te werken. Er is geen budget opgenomen voor een daadwerkelijke verbouwing van de raad- en commissiezaal noch voor de structurele derving van huurinkomsten van de voormalige bibliotheekruimte. We zoeken daarom wel naar mogelijkheden om de vrijgekomen ruimte opnieuw te verhuren. De lagere opbrengst kan in 2021 budgettair worden opgevangen vanuit het budget, dat voor het leegstandsrisico bij het bezuinigingsvoorstel wijkbibliotheken was opgenomen. Vanaf 2022 ontstaat, als er geen nieuwe huurder wordt gevonden, een nadeel van € 130.000 in de geraamde opbrengst. Op het moment dat de raad een besluit neemt over de invulling en/of herinrichting van de begane grond, worden de mogelijke structurele consequenties meegenomen. Reiskosten woon-werkverkeer Het kabinetsadvies is om gedurende de coronacrisis zoveel mogelijk thuis te werken. Als gevolg hiervan wordt in 2021 een voordeel verwacht van € 250.000 op de reiskostenvergoeding woonwerkverkeer. Alleen essentiële functies ontvangen een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer voor de werkelijk gemaakte reisbewegingen. Voorlopig is de verwachting dat het kabinetsadvies geldt tot 1 juli 2021. In programma 3 wordt een nadeel gemeld op de opbrengsten betaald parkeren.
Onvermijdelijke ontwikkelingen Thuiswerkvoorzieningen De door de overheid ingestelde coronamaatregelen hebben tot gevolg gehad dat de medewerkers al een geruime tijd grotendeels vanuit huis hun werk hebben verricht. Vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap is in 2021 (ook in 2020) een bedrag beschikbaar gesteld om de medewerkers te voorzien van faciliteiten om het werk op een Arbo technisch geschikte manier van huis uit te kunnen verrichten. In de begroting is hiervoor geen separaat budget opgenomen. De meeste kosten zijn ITgerelateerd. De totale kosten worden geschat op € 75.000. Zie ook OAD.
Beleidswijzigingen Uitgewerkt plan verbetermaatregelen raad- en commissiezaal Sinds januari 2018 vinden de raad- en commissievergaderingen plaats in in het nieuwe Stadhuis Forum. Eind 2018 heeft een evaluatie plaatsgevonden onder de raad- en commissieleden en de griffie om de tevredenheid over de raad- en commissiezaal te meten. Naar aanleiding van de evaluatie zijn verbeterpunten naar voren gekomen. De volgende verbeterpunten zijn het sterkst naar voren gekomen in de evaluatie: - zichtlijnen in de raad- en commissiezaal verbeteren; - toegankelijkheid van de raadzaal verbeteren; - grootte en/of positie van de schermen aanpassen; - aanwezigheid van onprettig (zwaar) meubilair. Voor de verbeterpunten met betrekking tot de raad- en commissiezaal is in 2020 een werkgroep met vertegenwoordiging vanuit de raad en commissies gestart. De werkgroep heeft aangegeven dat vanwege de huidige financiële positie van de gemeente voorlopig geen verbetermaatregelen doorgevoerd moeten worden. Wel is vanuit het seniorenconvent aangegeven om te komen tot een uitgewerkt plan, waarmee in de toekomst verbetermaatregelen direct kunnen worden doorgevoerd. Een uitgewerkt plan vraagt een budget van € 100.000 voor projectmanagement en het maken van een ontwerp.
Er is geen budget voor de investeringskosten om het plan te realiseren en de structurele derving van huurinkomsten door het vertrek van de bibliotheek.
Afwijkingen uitvoering Maatregelen Ombuigen & Vernieuwen Collegeniveau In Ombuigen & Vernieuwen zijn de voorstellen 105 (inrichten ‘wasstraat’ procesverbetering en verbeteren van de dienstverlening en efficiency) en 107 (organisatieontwikkeling en efficiency) gebundeld in een efficiencytaakstelling van in totaal € 1,5 mln. (nieuw nummer 106).
49
De bezuiniging wordt in principe ingevuld door formatiereductie, maar kan ook worden bereikt via bijvoorbeeld materiaalgebruik, inkoopvoordelen, minder inhuur derden, applicatiesanering en dergelijke. De taakstelling raakt de output niet, maar wordt gerealiseerd door efficiency. De invulling van de taakstelling wordt verwerkt en toegelicht in de Programmabegroting 2022-2025.
Risico's Inhuur informatievoorziening In verband met langdurige ziekte en de omvang van werkzaamheden op het gebied van informatievoorziening, die dit jaar moeten worden uitgevoerd voor de verdere automatisering van de samenwerking tussen de Binnenbaan en gemeente Zoetermeer is aanvullende capaciteit en expertise nodig. In de huidige prognose wordt de inzet gedekt uit nog te vervullen vacatureruimte. Afhankelijk van de duur van de benodigde inzet kan een tekort ontstaan op het personeelsbudget tot een bedrag van circa € 100.000. Programma procesgericht werken Het nieuwe zaaksysteem is technisch volledig geïmplementeerd. Op dit moment is de functionele inrichting gaande. In deze fase van de transitie is het niet mogelijk om het huidige zaaksysteem uit te schakelen, met als gevolg dat lopende contracten hieromtrent vooralsnog niet kunnen worden opgezegd. Daarnaast draait het huidige zaaksysteem op servers en platformen die niet meer regulier ondersteund worden door de leverancier. Door de staat van het huidige zaaksysteem is het ook niet mogelijk de servers en platformen te upgraden naar een wel ondersteunde versie. Om de veiligheid van de informatie in het huidige zaaksysteem te kunnen waarborgen, is extra technische ondersteuning door de leverancier noodzakelijk voor de duur dat het huidige zaaksysteem nog in gebruik is.
Op korte termijn ontstaat meer zicht op de exacte planning voor de uitfasering en op basis daarvan wordt een inschatting gemaakt voor beëindiging van de verschillende contracten. Door deze extra noodzakelijke kosten is het mogelijk dat de begroting wordt overschreden.
50
Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien Financiën Bedragen x € 1.000
Doorkijk MJB
MJB 2022-2025 1e TB 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Maatschappelijke begeleiding vluchtelingen
273
Saldo
273
0
0
0
0
0
248
248
248
248
248
248
Onvermijdelijke ontwikkelingen Indexering Wmo Actualisering rente
300
Septembercirculaire Gemeentefonds
-200
2.400
-200
-200
-200
-200
Toeristenbelasting (corona)
-160
Precario (corona)
-50 200
-250
-250
-250
-250
-250
6.025
2.398
-202
98
-202
-202
Afvalbeleid (nr. 111)
-250
-300
-275
-375
-150
Saldo
-250
-300
-275
-375
-150
28
28
28
28
28
96
96
14
124
124
28
28
28
6.312
2.272
-378
-149
-549
-324
COVID-19-compensatie rijk
5.987
Dividend Stedin Saldo
Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen
Beleidswijzigingen Donorregistratie
14
Nieuwe wetgeving Saldo
Totale wijziging saldo programma
Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en 1e TB) Maatschappelijke begeleiding vluchtelingen (programma 2) De kosten van de maatschappelijke begeleiding door de Stichting Vluchtelingenwerk worden gecompenseerd door het rijk.
Onvermijdelijke ontwikkelingen Indexering Wmo (programma 2) Uit de stelpost voor loon- en prijsontwikkelingen wordt een extra bedrag van € 248.000 toegekend voor de Wmo maatwerkvoorzieningen. Deze indexering volgt daarmee op het ‘Wmo Besluit Zoetermeer 2021’ in plaats van de standaardindexering voor loon- en prijsontwikkeling. Actualisering rente In de meerjarenbegroting worden de rentekosten voor vreemd vermogen ingeschat op basis van de ontwikkeling van de financieringsbehoefte (hoeveel geld moeten we lenen) en de ontwikkeling van de rente (hoe duur zijn de leningen). Financieringsbehoefte De stand van de investeringen die gedaan zijn in 2020 is lager dan geraamd. Daarnaast zijn de reservemiddelen hoger dan geraamd. De financieringsbehoefte kan daarom naar beneden worden
51
bijgesteld (we hoeven geen/minder leningen aan te trekken). De verwachting is dat dit voor 2024 geldt. Vanaf 2025 is de gedachte dat de reserve positie lager is door onder andere uitgaven van Enecomiddelen en dat er volop wordt geïnvesteerd in de stad. Het vermoeden is dat de financieringsbehoefte dan groeit. Rentescenario (ontwikkeling rente) Voor de ontwikkeling van de rente hanteren we in deze perspectiefnota hetzelfde rentescenario als vorig jaar. Wel wordt daarbij het scenario een jaar opgeschoven. Dat is te zien in onderstaande tabel.
Rentescenario Programmabegroting 2021-2024 nieuw: Programmabegroting 2022-2025 rente langlopende leningen rente kortlopende leningen < 1 jaar
2020 0,5%
2021 0,9%
2022 1,3%
2023 1,7%
2024 2,0%
2025 2,0%
0,5% -0,5%
0,9% -0,1%
1,3% 0,3%
1,7% 0,7%
2,0% 1,0%
Invloed op rentelasten Bovenstaande vermindering van de financieringsbehoefte en de verlaging van het rentescenario geven een verwacht voordeel op de rentelasten van € 300.000 in 2024. De verlaging van het rentescenario en de financieringsbehoefte hebben geen invloed op de jaren 2021, 2022 en 2023, omdat er in die jaren geen nieuwe leningen worden aangetrokken en daar in de begroting reeds vanuit gegaan is. Septembercirculaire Gemeentefonds De gevolgen van de septembercirculaire 2020 zijn structureel beperkt tot een lagere inkomsten van € 200.000. Daarnaast heeft het kabinet in deze circulaire de beperkte tegemoetkoming in de jeugdkosten van macro € 300 mln., met een jaar verlengd tot en met 2022. Voor Zoetermeer betekent dit € 2,6 mln. Opbrengst Toeristenbelasting De coronacrisis heeft ook in 2021 financiële gevolgen op de verwachte opbrengsten toeristenbelasting. De inschatting is dat het aantal overnachtingen ongeveer de helft is van de raming in de begroting. Hierdoor valt de opbrengst toeristenbelasting ongeveer € 160.000 lager uit dan in de begroting opgenomen. Opbrengst precario Bij de precariobelasting is de verwachting dat de opbrengst als gevolg van COVID-19 € 50.000 lager is.
COVID-19-compensatie rijk Het Eerste Tussenbericht 2021 vermeldt binnen verschillende programma’s financiële gevolgen als gevolg van corona, waarvoor een compensatie van het rijk wordt verwacht. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen:
52
Overzicht kosten corona PN (1e TB)
* € 1.000
Maatschappelijke instellingen
-242
Herorientatie ondernemers
-300
Instrumenten intensivering schuldenaanpak
-78
Volumegroei klanten participatiewet TONK
-456 -3.300
Parkeren
-700
COVID-19 maatregelen
-80
Coronamaatregelen verkiezingen
-546
Toeristenbelasting
-160
Precariobelasting
-50
Thuiswerkvoorzieningen
-75
Saldo
-5.987
Dividend Stedin In de begroting is voor het dividend uit gewone aandelen Stedin € 250.000 opgenomen. Door de energietransitie nemen de investeringen van het netbedrijf Stedin de komende jaren sterk toe. De stijging in investeringen leidt tot een toename van financieringskosten die in de huidige door het rijk voorgeschreven, prijsstelling met vertraging doorwerkt in de tarieven van eindgebruikers en dus ook in de omzet van Stedin. Daarnaast zijn de kosten die Tennet aan Stedin doorbelast fors hoger geworden. Hierdoor staat het bedrijfsresultaat van Stedin de komende jaren onder druk en verwachten wij de komende jaren geen of een hooguit beperkt dividend uit de gewone aandelen. De in de meerjarenbegroting 2022 opgenomen dividendraming brengen wij daarom terug naar 0. Over het boekjaar 2020 van Stedin is de verwachting, dat in 2021 nog een € 200.000 hogere dividendbetaling wordt ontvangen dan geraamd.
Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen Afvalbeleid/OZB (nr. 111) Op het besluit voor de aanpassing van het afvalbeleid wordt een referendum gehouden. Hierdoor worden de besparingen twee jaar later gerealiseerd en ook de verhoging van de OZB.
Beleidswijzgingen Uitvoering wet Donorregistratie (programma 6) Per 1 juli 2020 verstrekken de gemeenten donorinformatie bij het aanvragen van persoonsdocumenten. Hiervoor heeft het rijk compensatie toegezegd. Nieuwe wetgeving (programma 6) Voor de implementatiekosten van de nieuwe wetten WEMBV en WOO wordt een bijdrage van het rijk verwacht.
Potje van de raad Het potje van de raad is in 2021 en volgende jaren alle jaren nog € 100.000.
53
Bijlage 1. Toelichting loon- en prijsstijging De gevolgen voor loon- en prijsstijging ten opzichte van de begroting 2021 worden als volgt in de programma’s van de begroting 2022 verwerkt. Prijsstijging% - lasten - baten Loonstijging%
2022
vanaf 2023
1,9 2,4 2,0
1,5 1,5 2,0
Prijsstijging 2022 Op basis van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2021 wordt voor de lastenkant van de begroting uitgegaan van een prijsmutatie 2022 van 1,9% ten opzichte van de begroting 2021. Dit percentage bestaat uit de inschatting voor 2022 van 1,4% en een correctie van 0,5% over voorgaande jaren. Voor de batenkant van de begroting 2022 wordt rekening gehouden met een algemene mutatie van de tarieven van 2,4%. Ook hierin is de stijging van 2022 1,4%. De correctie op de lasten is gebaseerd op een vergelijking met de bij de besluitvorming in het voorjaar 2020 gehanteerde percentages. De vergelijking met de baten is gebaseerd op de peildatum van de gegevens in het najaar van 2020. Het nu ingeschatte algemeen stijgingspercentage van 2,4% wordt ten behoeve van het tarievenvoorstel van december 2021 in het najaar definitief vastgesteld op basis van de gegevens van de Miljoenennota/Macro economische verkenningen. Loonstijging 2022 Voor de stijging van de loonkosten wordt een stijgingspercentage van 2,0% aangehouden ten opzichte van de begroting 2021. Op dit moment is er veel onzekerheid over de ontwikkeling van de loonkosten voor de gemeenten. De huidige CAO liep tot 1 januari 2021. De onderhandelingen voor de nieuwe CAO zijn op 1 mei 2021 nog niet afgerond.
Gezien deze onzekerheid gaan we in de begroting uit van een stijging van de loonkosten met 2,0% voor de mutaties van de sociale lasten per 1 januari 2021 en een nominale ontwikkeling in 2022 op basis van een nieuwe CAO. Op de verschillende programma’s stijgen de loonkosten in 2021 met 2,0%. Loon- en prijsstijging vanaf 2023 Vanaf 2023 wordt op concernniveau voor de ontwikkeling van lonen rekening gehouden met een stijging van 2,0%. Voor de stijging van de overige lasten in de begroting volgen we de raming van het CPB voor het indexcijfer materiele overheidsconsumptie (IMOC) van 1,5% per jaar. De hieruit voortvloeiende kostenstijging wordt gedekt uit de stijging van de Algemene Uitkering als gevolg van ontwikkeling van de accressen van het Gemeentefonds.
54
Bijlage 2. Samenvatting Eerste Tussenbericht 2021 De perspectiefnota en het Eerste Tussenbericht worden zoals gebruikelijk tegelijkertijd aan de raad aangeboden in één document. In de perspectiefnota wordt een actueel financieel perspectief op meerjarenbasis geschetst. Het Eerste Tussenbericht is een rapportage over de uitvoering van de begroting in het huidige jaar. Daarin worden afwijkingen op bestaand beleid, onvermijdelijke ontwikkelingen en afwijkingen Ombuigen en vernieuwen meegenomen. Bij de tussenberichten komt het voor dat de uitvoering van bestaand beleid ook meerjarige (onvermijdelijke) financiële gevolgen heeft. Die gevolgen worden dan betrokken in het meerjarig financieel perspectief. Andersom gebeurt het ook dat voorgesteld nieuw beleid wordt opgestart in het lopende jaar. In onderstaande tabel is voor 2021 weergegeven waar de prognose per programma op uit komt als alle voorstellen uit het Eerste Tussenbericht worden overgenomen. Gegevens Primitief 2021 programma + naam 1. Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie 2. Samen leven en ondersteunen 3. Leefbaarheid, duurzaam en groen 4. Vrije tijd 5. Veiligheid 6. Dienstverlening en samenspraak 7. Inrichting van de stad Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Heffingsbedrag Vennootschapsbelasting Overzicht overhead Eindtotaal
-43.780 -105.799 -19.995 -16.550 -15.351 -6.842 -4.358 244.388 -175 -40.703 -9.166
Begrotingswijzigingen -1.019 -301 -69 218 3 -239 178 538 0 499 -192
* € 1.000 Begrotings- Meldingen TB1 Prognose eind wijziging PN 2021 TB1 -3.371 -4.957 -53.127 -1.251 -2.289 -109.640 0 -1.486 -21.550 -280 -226 -16.838 -166 -1 -15.515 -229 -1.253 -8.564 -572 147 -4.605 6.431 6.298 257.655 0 0 -175 -783 175 -40.811 -220 -3.592 -13.169
* In de begrotingswijziging van de Perspectiefnota 2022 (PN) is de jaarschijf 2021 opgenomen voor de voorstellen uit de Jaarstukken 2020 (budgetoverhevelingen, herfaseringen en resultaatbestemming), technische begrotingswijzingen en de voorstellen voor de beleidswijzigingen uit deze PN, jaarschijf 2021. De kolom meldingen bevat de financiële ontwikkelingen bestaand beleid, onvermijdelijke ontwikkelingen en afwijkingen Ombuigen en vernieuwen.
Relatie met Perspectiefnota 2021 De samenvattende tabel 3.1 in hoofdstuk 3 laat in 2021 een actueel financieel perspectief zien van € 4,909 mln. nadelig. Het verschil met het saldo in bovenstaande tabel ad. € 13,169 mln. negatief is € 8,260 mln. en wordt veroorzaakt door het verwachte beroep van € 4,5 mln. op de vrij inzetbare reserve waar bij het vaststellen van de Programmabegroting 2020-2023 rekening mee is gehouden (tabel 3.1, regel e) en het verwacht beroep op de vrij inzetbare reserve van € 3,360 uit de Programmabegroting 2021-2024 (tabel 3.1, regel f). Het resterende verschil van € 0,4 mln. is een claim voor extra rijksvergoeding voor de Wmo (tabel 3.1, regel c). Deze bedragen zijn meegenomen in het financieel perspectief als verwachting. De financiële verwerking vindt plaats bij de jaarstukken voor het werkelijk benodigde bedrag.
55
Bijlage 3. Resultaatbestemming jaarrekening 2020 In de jaarrekening 2020 is een resultaat van € 4,503 mln. vastgesteld. Dat positieve resultaat is, in afwachting van het voorstel ’resultaatbestemming’ ten gunste gebracht van de reserve vrij inzetbaar. Het definitief bestemmen van het resultaat geschiedt, zoals ieder jaar, via de perspectiefnota. Hierdoor kan de gemeenteraad dit betrekken bij de integrale afweging van de verschillende beleidsvoornemens. Het begrote rekeningresultaat 2020 bedroeg € 13,6 mln. negatief en werd uiteindelijk € 4,503 mln. positief. Ten opzichte van de verwachting een verbetering van ruim € 18 mln. Die verbetering krijgt in de reserve vrij inzetbaar vorm door een storting van € 4,503 mln. (het feitelijke rekeningresultaat) terwijl de geraamde aanwending van de reserve voor het verwachte tekort van € 13,6 mln. zich niet voordeed. De reserve vrij inzetbaar wordt vanuit de jaarrekening 2020 dus met een bedrag van € 18 mln. minder belast dan voorzien. Het rekeningresultaat wordt voor € 10,9 mln. positief beïnvloed door taken die in 2020 niet volledig zijn afgerond en waarvan het vervolg in de jaren 2021 en verder is voorzien. De daarvoor benodigde voorstellen tot budgetoverheveling en resultaatbestemming worden in deze bijlage toegelicht. Het totale bedrag van € 10,9 mln.
betreft: twintig posten met een totaalbedrag van € 7.309.000 die doorschuiven naar later jaren en worden toegelicht in paragraaf 1 een bedrag van € 3.544.000 aan onderuitputting op diverse budgetten 2020 doordat als gevolg van Covid-19 het beroep op gemeentelijke voorzieningen lager is uitgekomen dan verwacht terwijl feitelijk rekening werd gehouden met een mogelijke overschrijding van budgetten. De verwachting is dat als gevolg van de afloop van Covid-19 op een aantal voorzieningen in 2021 juist een hoger beroep zal worden gedaan en daarnaast bestaat nog onzekerheid of de Covid-19-compensatie van het rijk in 2021 toereikend zal zijn om eventueel meerkosten/minderinkomsten te dekken. Voorgesteld wordt om voor dit budgettaire risico binnen de reserve vrij inzetbaar een reservering aan te houden van € 3,544 mln. Deze bijlage geeft de toelichting op het voorstel bestemming resultaat (zie hoofdstuk 3 Financieel perspectief). 1. Budgetoverhevelingen / overige resultaatbestemmingsvoorstellen In het begrotingsbeleid bestaat de optie om budgetten die in een begrotingsjaar zijn toegekend, maar niet zijn uitgegeven over te hevelen naar het volgend boekjaar.
Conform ons begrotingsbeleid moeten voorstellen tot deze budgetoverhevelingen van 2020 naar 2021 voldoen aan de volgende criteria: • de activiteiten waar het budget in 2020 voor beschikbaar was zijn niet (geheel) uitgevoerd en de activiteiten zijn ook in 2021 nog noodzakelijk; • voor deze activiteiten is geen structureel budget in de begroting beschikbaar; • bij het vaststellen van de jaarrekening is op het betreffende programma sprake van een positief rekeningresultaat. Voor twintig posten met een totaal bedrag van € 7.309.000 staat vast dat deze betrekking hebben op incidentele budgetten waarvan de activiteit in 2020 niet of nog niet geheel is uitgevoerd en waarvan die uitvoering in een later begrotingsjaar nog wel noodzakelijk is. Omdat het feitelijk rekeingresultaat van € 4,503 mln. positief fors beter was dan het geraamde tekort van € 13,5 mln. negatief biedt de reserve vrij inzetbaar ook de mogelijkheid om het bedrag van activiteiten die in 2020 niet of niet geheel zijn uitgevoerd op te nemen in de meerjarenbegroting 202225 met als dekking een beroep op de reserve vrij inzetbaar. Voor de reserve vrij inzetbaar betekent dit beroep feitelijk een herfasering in de tijd waarop de reserve wordt aangesproken. Er is geen sprake van een per saldo hoger beroep op de reserve dan voorzien in 2020.
56
Naar aanleiding van de in de jaarrekening 2020 geconstateerde onderschrijding stellen we voor de volgende budgetten in de programmabegroting 2022-25 op te nemen met als dekking een beroep op de Reserve vrij inzetbaar: Programma 1 Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie 1 Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie 1 Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie
1 Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie 1 Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie 2 Samen leven en ondersteunen 2 Samen leven en ondersteunen 2 Samen leven en ondersteunen 2 Samen leven en ondersteunen 2 Samen leven en ondersteunen 4 Vrije Tijd 4 Vrije Tijd 5 Veiligheid 5 Veiligheid 6 Dienstverlening en samenspraak 7 Inrichting van de stad 7 Inrichting van de stad Overzicht overhead Overzicht overhead Overzicht overhead
Budgetoverhevelingen/Resultaatbestemming Onderwerp Bedrag Eenmalige subsidie SSVOZ € 2.750.000 Afboeking boekwaarde van Doornenplantsoen 1 irt € 771.678 nieuwbouw Versterking hoger onderwijs en kenniseconomie € 136.787 (innolabs, verbind jongeren aan de stad, ontw.lijn onderwijsarbeidsmarkt) Arbeidsmarktregio ZHC gelden € 622.752 Wet Inburgering € 248.000 Project beter samenspel € 193.000 Project Implementatie inkoop ZIN 2020/2021 € 164.000 Wijkbudget (Impuls wijkgericht werken) 2020 - 2021 € 145.000 Onafhankelijke clientondersteuning (OCO) – Koplopertraject cliëntondersteuning Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Citymarketing Balijhoeve Versterkingsgelden radicalisering Aanpak ondermijning Voorbereidingskosten Omgevingswet Engelandlaan 270 Herinrichting Bleiswijkseweg Flankerend beleid Zaakgericht werken / Digitalisering dienstverlening Procesverbetering en verbetering dienstverlening, “wasstraat”
Totaal
Naar 2021 Naar 2022 Naar 2023 € 2.062.500 € 687.500 € 385.839 € 385.839 €
136.787
€ € € € €
622.752 248.000 193.000 164.000 50.000 €
95.000
€
123.000 €
24.000 €
99.000
€ € € € € € € € € € €
70.000 150.000 75.000 107.546 58.000 377.000 305.000 412.250 346.000 154.000 100.000
€ € € € € € € € € € €
20.000 € 150.000 75.000 107.546 58.000 215.000 € 160.000 412.250 346.000 86.700 € 100.000
50.000
162.000 €
145.000
€
7.309.013 €
5.617.374 €
1.546.639 €
145.000
67.300
Hieronder lichten we per programma de onderwerpen toe: Programma 1 Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie Eenmalige subsidie SSVOZ De gemeente heeft een zorgplicht om te voorzien in voldoende openbaar onderwijs voor haar inwoners. Vanwege financiële problemen van de Stichting Stedelijk Onderwijs Zoetermeer (SSVOZ) heeft de raad (agendapunt 7d) in oktober 2020 ingestemd met een bestuursoverdracht aan de Stichting Lucas Onderwijs en een eenmalige subsidie aan SSVOZ toegezegd van € 2,75 mln. Het gaat om een bijdrage in de exploitatie over de periode januari 2021 tot en met april 2022. In het raadsbesluit is per abuis budget gevraagd voor 2020. Dit budget wordt met deze budgetoverheveling netjes toegerekend aan periode waarom de subsidie betrekking heeft. Afboeking boekwaarde Van Doornenplantsoen 1 in relatie tot nieuwbouw Bij Raadsvoorstel 2020 - 142 - 06 37 62 87 24 - Voorgang voortgezet onderwijs september 2020 is besloten om de kosten van de afboeking van de huidige activa van in totaal € 1,2 mln. ten laste te brengen van het begrotingssaldo 2020. In 2020 is het te slopen gebouwdeel nog in gebruik, waardoor op grond van de regelgeving van het BBV de afboeking nog niet aan de orde is. Vanuit de verwachting dat de buitengebruikstelling plaats vindt begin 2023 moet het schoolgebouw 1 januari 2023 afgeschreven zijn.
Dit betekent dat de resterende boekwaarde per 1 januari 2020 in drie jaar moet worden afgeschreven. Een deel zal dus afgeschreven moeten worden in 2021 en 2022. Versterking hoger onderwijs en kenniseconomie. In de samenwerkingsovereenkomst met De Haagse Hogeschool is de ambitie vastgesteld om van Zoetermeer een living lab te maken (collegebesluit, oktober 2017). In het coalitieakkoord is afgesproken om ‘ruimte voor praktijkgericht, hybride onderwijs’ te organiseren. Om deze ambities vorm te geven is voor de jaren 2019 tot en met 2022 jaarlijks een bedrag van in totaal € 136.787 (gebaseerd op 2020, bedragen worden jaarlijks geïndexeerd) beschikbaar gesteld als werkbudget. De uitgaven zijn opgeschort door het uitbreken van het coronavirus, waardoor het niet mogelijk was om in stadslabs onderzoek te doen met studenten, inwoners en andere partners of vanuit stadslabs onderwijs in de praktijk te geven. MBO en HBO hebben online onderwijs nu geregeld en ook stadslabs zijn online gericht. Ook is een gedeelte van het onderzoek in de stad naar de Dutch Innovation Factory (DIF) verplaatst waar, binnen de maatregelen, nog praktijkonderzoek mag plaatsvinden. Het onderwijs en onderzoek wordt in 2021 dus ingehaald.
57
Arbeidsmarktregio ZHC gelden Via de intentieverklaring Perspectief op Werk op landelijk niveau getekend door ondernemers, overheid en onderwijs wordt gezamenlijk de krapte op de arbeidsmarkt aangepakt. Werkgevers zijn bereid om iedereen die werkfit en gemotiveerd is een baan, leerwerkplek of aangepaste plek aan te bieden. Vervolgens zijn de arbeidsmarktregio’s opgeroepen om in de regio’s aan de slag te gaan met de uitwerking in een regionaal plan, de zogenaamde doe-agenda met daarin een samenwerkingsovereenkomst. Hier is € 1 mln. voor beschikbaar gesteld. Hiervan resteert nog € 434.228. De gemeente Zoetermeer ontvangt als centrumgemeente een decentralisatie-uitkering voor het versterken van de arbeidsmarktregio’s met als doel om de regiefunctie van de centrumgemeente voor de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s duurzaam te ondersteunen en versterken. De centrumgemeente van een arbeidsmarktregio treedt op als regievoerder en is de ontvanger van de decentralisatie-uitkering. Bij ministeriële regeling wordt per arbeidsmarktregio een centrumgemeente vastgesteld die belast is met de regie op de regionale samenwerking en het beheer van de daarvoor beschikbaar gestelde financiële middelen. Van de decentralisatie-uitkering resteert nog € 188.524. In totaal betreft het daarom € 622.752.
Wet Inburgering De gemeente Zoetermeer ontving in 2020 een verstrekking van het rijk voor de implementatie van de wet inburgering. Aanvankelijk zou de nieuwe wet op 1 juli 2021 ingaan. Er bleek echter meer tijd nodig te zijn om de invoering van de wet goed voor te bereiden. Het ministerie van SZW voerde hierover lange tijd gesprekken met de VNG. Per 1 januari 2022 treedt de Wet Inburgering in werking, de voor 2020 toegekende incidentele implementatiegelden zijn hierdoor niet benut waardoor de activiteiten doorschuiven naar 2021. Voorgesteld wordt om € 248.000 beschikbaar te stellen voor 2021, vanwege de implementatie die in gang gezet wordt. Programma 2 Samen leven en ondersteunen Project beter samenspel Voor de uitvoering van ombuigingsmaatregel 11 (integrale zorg en ondersteuning) is in 2020 een eenmalig projectbudget van € 223.000 beschikbaar gesteld. Uitgangspunt is om alle zorg en ondersteuning aan inwoners van Zoetermeer integraal te organiseren. Beoogd wordt een verbeterslag in de kwaliteit van het gehele traject door te voeren waardoor een financiële besparing gerealiseerd kan worden op hulp- en ondersteuningskosten. Beter Samenspel is een programma dat door de jeugdhulpregio Haaglanden in samenwerking met Gecertificeerde Instellingen (GI) is ontwikkeld en als pilot gestart is in de drie voorloopgemeenten Den Haag, Delft en Westland.
Door de samenwerking tussen lokaal en GI te richten op het doorbreken van in standhoudende patronen, kunnen gezinnen en kinderen effectiever geholpen worden en kan er een hogere kwaliteit van zorg geboden worden. Door steeds meer en sneller gezamenlijk het geheel én de samenhang in een casus te zien, zijn gemeenten en GI’s in staat om effectievere hulp te bieden.De implementatie van de nieuwe werkwijze in deze voorloopgemeenten is als gevolg van personele wisselingen niet conform planning in 2020 afgerond. De insteek is om Beter Samenspel in 2021 in alle gemeenten van de H10 te implementeren. Project Implementatie inkoop ZIN 2020/2021 In 2018 hebben alle raden van de H10-gemeenten de Inkoopstrategie specialistische jeugdhulp regio Haaglanden 2020-2024 vastgesteld met de brede kaders van de resultaatgerichte inkoopstrategie. Het kort geding aangespannen door enkele jeugdhulpaanbieders (uitspraak op 22 oktober 2019) resulteerde in een overgangsjaar voor 2020, en een uitstel van de invoering van resultaatgerichte inkoop. De verwachting was dat in 2021 de nieuwe contracten in zouden gaan waarin zou worden verwezen op PIC (Profiel-Intensiteit-Combinatie), maar afgerekend op prijs maal hoeveelheid (PxQ).
58
Onafhankelijk onderzoek in 2020 leverde wel afgestemde tarieven voor 2021 op, maar geen opzet voor het gebruik van PIC. Daarentegen zijn contractuele afspraken gemaakt met individuele gemeentelijke bestedingsruimtes, kwaliteitscontrole en een richtinggevend kader voor een aantal producten. Het wederom stagneren en inhoudelijk wijzigen van het regionale inkoopproces is van invloed geweest op het projectbudget gereserveerd voor de implementatie van de nieuwe werkwijze in Zoetermeer. Het project Implementatie inkoop 2021 heeft, als gevolg van de inhoudelijke veranderingen en de moeilijk in te vullen functie implementatiemanager (meerdere wijzigingen qua bezetting), enige tijd beperkt uitvoering kunnen geven aan haar opdracht. Wijkbudget (impuls wijkgericht werken) Met het raadsmemo ‘Opdracht wijkgericht werken’ van 2 november 2018 heeft het college opdracht gegeven voor het ontwikkelen van wijkgericht werken. Er is voor gekozen om wijkgericht werken op kleinere schaal uit te werken en toe te passen door te beginnen in twee pilotwijken (Oosterheem en Seghwaert). Voor wijkgericht werken is in de programmabegroting 2019 op grond van het Coalitieakkoord voor 2019 € 350.000 en voor 2020 eveneens € 350.000 beschikbaar gesteld. In 2019 werd voornamelijk ingezet op de inhoudelijke uitwerking van de wijkgerichte opgaven en werden nog weinig kosten gemaakt.
Het resterende budget van 2019 (€ 315.000) is overgeheveld naar 2021. Verzocht wordt om het resterende Wijkbudget 2020 (totaal € 145.000) deels van 2020 beschikbaar te stellen voor 2021 (€ 50.000) en deels van 2020 naar 2022 (€ 95.000). Onafhankelijke clientondersteuning (OCO) – Koplopertraject cliëntondersteuning Door Corona heeft de uitvoering van het Koplopertraject clientondersteuning vertraging opgelopen. Daarom wordt voorgesteld de beschikbare gelden, die hiervoor in de begroting 2020 waren opgenomen en niet zijn gebruikt, beschikbaar te stellen voor 2021 respectievelijk 2022. Hierdoor blijven de middelen nog voor hetzelfde doel beschikbaar. Het Koplopertraject bestaat uit de projecten A. Loket welzijn en maatschappij, doorontwikkeling huidig wmo-loket, B. Gebiedsgerichte ondersteuning en C. Onafhankelijk advies en beslaat de periode 2020 – 2021. Door de beperkende mogelijkheden tot fysiek contact (fysiek loket functie) en het later aantrekken van een projectleider is project A later gestart. De aanbesteding gebiedsgerichte ondersteuning en de aanbesteding onafhankelijk advies is door Corona met 5 maanden uitgesteld, zodat aanbieders zich in 2020 konden richten op de dienstverlening aan inwoners i.p.v. in te moeten zetten op een aanbestedingstraject. Aanvankelijke start nieuwe dienstverlening was 1/1/2021 dit is opgeschoven naar 1/5/2021.
Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang De doordecentralisatie van Beschermd Wonen (van de centrumgemeenten naar alle gemeenten) stond gepland voor 1 januari 2021. Beschermd Wonen (en Maatschappelijke Opvang) zijn woon- en opvangvoorzieningen voor personen met een psychische kwetsbaarheid op grond van de Wmo 2015. Ter voorbereiding is in de Programmabegroting 2020 een budget beschikbaar gesteld voor de voorziene implementatiekosten. Inmiddels heeft het rijk besloten de doordecentralisatie uit te stellen en 1 januari 2022 aan te houden als startdatum van de inhoudelijke doordecentralisatie en vanaf 2023 de financiën en taken over alle gemeenten te verdelen. Programma Vrije Tijd Citymarketing Na vaststelling van het citymarketingadvies door de raad (raadsbesluit nr. DOC-2016-006580) heeft de raad het college de opdracht gegeven om een uitgebreid citymarketing actieplan voor 4 jaar te ontwikkelen. Het college heeft hier in het coalitieakkoord incidenteel budget voor vrijgemaakt. Deze middelen zijn nodig voor het opzetten en realiseren van Bureau Citymarketing. Begin 2020 is een voorstel voor het citymarketingadvies vastgesteld door het College. De middelen die beschikbaar waren voor 2020 zijn niet geheel besteed in 2020, mede doordat vanwege Covid-19 veel niet door kon gaan op de eerder geplande manier.
Om verder uitvoering te kunnen geven aan het actieplan citymarketing verzoeken wij om deze middelen beschikbaar te stellen in 2021. Balijhoeve Op de Balijhoeve wordt een beleeftuin aangelegd en er wordt een bijenlint gerealiseerd dat loopt van Zoetermeer richting Delft. Door vertragingen in de verbouwingsplannen van de vernieuwde Balijhoeve,
59
o.a. door de corona omstandigheden, kon het project helaas niet in 2020 gerealiseerd worden. In 2020 is er wel een mooi plan voor de Beleeftuin gemaakt en is er (in het najaar) een aannemer gecontracteerd die dit project in 2021 gaat realiseren. Zodra de beleeftuin gerealiseerd is kan begonnen worden met het bijenlint. We hebben voor dit project van de Provincie een bijdrage op basis van de Subsidieregeling gebiedsprogramma’s groen Zuid-Holland 2016 ontvangen. Als we het project niet realiseren moet het subsidievoorschot van € 60.000 terugbetaald worden. Met een eventuele terugbetaling is in de jaarrekening 2020 geen rekening gehouden. Programma 5 Veiligheid Versterkingsgelden radicalisering De gemeente Zoetermeer ontvangt vanaf 2016 van het rijk jaarlijks versterkingsgelden voor de aanpak van radicalisering. De voor 2020 toegekende versterkingsgelden zijn niet volledig benut door het doorschuiven van activiteiten als gevolg van COVID-19. De geplande activiteiten die door de COVID19 maatregelen niet konden doorgaan, zijn activiteiten waarbij mensen fysiek bij elkaar moeten komen en die niet door online activiteiten kunnen worden vervangen omdat de effectiviteit van de activiteiten dan teveel afneemt. Het gaat bijvoorbeeld om empowermenttrainingen voor moeders of vaders, waarbij het gezien de doelgroep niet haalbaar en niet effectief is om deze aan te bieden als online variant.
Aanpak ondermijning Voor de intensivering van de aanpak ondermijnende criminaliteit zijn door het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor de periode van drie jaar (2019 t/m 2021) gelden toegekend. Een deel van de geplande activiteiten in de aanpak ondermijning van 2020 zijn niet in 2020 gedaan, maar worden in 2021 uitgevoerd. De maatregelen in het kader van het tegengaan van de verspreiding van COVID-19 hebben invloed gehad op de aanpak ondermijnende criminaliteit. Horeca is lange tijd gesloten geweest en hierdoor hebben er minder controles plaatsgevonden dan verwacht. De ondermijningsgelden zijn ingezet om de uitvoeringscapaciteit binnen de aanpak uit te breiden. Zo is er een analist, een projectmedewerker en een BOA ondermijning aangesteld. Tijdens de lockdown periode is gekeken hoe de werkzaamheden ingericht konden worden zodat de aanpak niet stil zou komen te vallen. Aangezien er geen controles konden plaatsvinden in de lockdown periode is de capaciteit ingezet om werkprocessen te verbeteren en analyses uit te voeren. De reden dat een overheveling noodzakelijk is komt doordat wij de ondermijningsgelden pas halverwege 2019 hebben ontvangen en hierdoor kon het werven van personeel pas later starten. De werkzaamheden zijn een aantal maanden opgeschoven.
COVID-19 heeft hier niet echt een rol bij gespeeld omdat de werkzaamheden anders zijn ingericht ten tijde van de lockdown. Programma 6 Dienstverlening en participatie Voorbereidingskosten Omgevingswet Voor de implementatie van de Omgevingswet is een budget beschikbaar gesteld van € 3,5 mln. De dekking hiervan is € 1,3 mln. vanuit de reguliere exploitatie en voor € 2,2 mln. is een aanvullend budget beschikbaar gesteld vanuit de algemene middelen. De datum van de inwerkingtreding van de omgevingswet is verschoven van 1 juli 2019, via 1 januari 2021, naar thans 1 januari 2022. Deze verschuiving komt doordat het Rijk meer tijd nodig heeft voor het uitwerken, het vaststellen van de vereisten en het beschikbaar stellen van het landelijke digitale systeem: Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Ultimo 2019 heeft de VNG een lijst met minimale vereisten opgesteld waaraan gemeenten bij de inwerkingtreding aan dienen te voldoen om met de omgevingswet te kunnen werken, deze lijst is nog in beweging. Doordat de voorwaarden nog steeds in beweging zijn, verschuiven ook de uit te voeren activiteiten van de gemeente in de tijd. In de periode 2016-2019 is de jaarlijks onderbesteding van het aanvullend budget overgeheveld naar de nieuwe begrotingsjaren. Ook in 2020 is een onderbesteding van het aanvullend budget opgetreden. Deze middelen zijn noodzakelijk om de implementatie te kunnen uitvoeren.
Gevraagd wordt om het bedrag van € 377.000 via de resultaatbestemming beschikbaar te houden voor de implementatie van de omgevingswet in 2021 en 2022.
60
Programma 7 Inrichting van de stad Engelandlaan 270 Voor het bouw- en woonrijpmaken van het woningversnellingsproject Engelandlaan 270 worden aanvullende kosten gemaakt. In het Eerste Tussenbericht 2020 zijn deze kosten geschat op € 305.000. Doordat er aanpassingen in het bouwplan benodigd waren, is de uitvoering vertraagd en niet in 2020 tot stand gekomen. Het plan is inmiddels zodanig aangepast dat de commissie ruimtelijke kwaliteit hierop een positief advies heeft uitgebracht en voorontwerp bestemmingsplan in procedure kon worden gebracht. De planning is dat in 2021 het ontwerp bestemmingsplan en besluit omgevingsplan worden vastgesteld en ter visie worden gelegd en dat ook de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar kan worden getekend. Naar verwachting sloopt de eigenaar/ontwikkelaar daarna het gebouw en kan de gemeente het terrein bouwrijpmaken (planning eind 2021/begin 2022). Het woonrijpmaken vindt in 2023 plaats. Herinrichting Bleiswijkseweg De gemeente heeft de afgelopen jaren verschillende langdurig bestaande knelpunten op het gebied van woonwagenhuisvesting aangepakt. Een van de lopende knelpunten is de herinrichting van de woonwagenlocatie Bleiswijkseweg. Voor de aanpassing van de buitenruimte van de woonwagenlocatie is circa € 412.000 beschikbaar gesteld, maar nog niet uitgegeven.
Onderdeel van het woonwagendossier was de verhuizing van het oude gemaal naar het Gooimeer. Inmiddels is deze uitgifte volledig afgerond en kan er worden begonnen met de herinrichting van de Bleiswijkseweg. In de tweede helft van het jaar is de eerste fase van herstructurering op de locatie aan de Bleiswijkseweg afgerond en is gestart met de tweede fase. In deze fase worden bewonersgesprekken gevoerd om de aanpassing van de buitenruimte en de inpassing van de autosloperij af te stemmen. Om de toekomstbestendigheid van de locatie te waarborgen geldt het creëren van draagvlak en het kiezen van een gezamenlijke uitgangspositie met de bewoners als zwaarwegende factor. Het is niet mogelijk gebleken om de fysieke bewonersgesprekken op het gemeentehuis voort te zetten. Vanwege de verschillende COVID-19 maatregelen is de voortgang hiervan sterk bemoeilijkt. In deze fase zijn geen kosten gemaakt. Naar verwachting zullen de werkzaamheden, na afronding van de bewonersgesprekken, in het tweede kwartaal van 2021 starten en zal het beschikbare budget volledig worden ingezet. Overzicht Overhead Flankerend beleid Met de Programmabegroting 2020 is de gemeenteraad akkoord gegaan met een pakket aan maatregelen die leiden tot financiële ombuigingen.
Hierbij heeft zij richting gegeven aan deze maatregelen, Ombuigen en Vernieuwen, met als doel om zoveel mogelijk te komen tot voorstellen die leiden tot structurele besparingen. De eenmalige kosten van de (personele) gevolgen van de maatregelen Ombuigen en Vernieuwen worden gefinancierd uit Flankerende Middelen. De criteria voor aanwending van deze middelen worden beschreven in het Flankerend Beleid voor Ombuigen en Vernieuwen. Voor het invullen en uitvoeren van dit Flankerend Beleid is incidenteel budget nodig. In de begroting is hiervoor een bedrag ter grootte van € 2 mln. opgenomen die op basis van een globale inschatting is verdeeld in vier gelijke delen van € 0,5 mln. per jaar. Een eerste uitvraag in de organisatie heeft opgeleverd dat het accent van de maatregelen verwacht wordt in 2021 en 2022. In 2020 is aanspraak gemaakt op een bedrag van € 154.000. Het voordeel in de jaarrekening in 2020 is € 346.000. Zaakgericht werken/digitalisering dienstverlening Voor de uitvoering van het voorstel “herstel basisniveau digitale processen” heeft het college eenmalig middelen toegekend voor de jaren 2019 en 2020. Voortschrijdend inzicht heeft echter geleid tot het besluit om het IT-systeem voor de ondersteuning van zaakgericht werken opnieuw aan te besteden, terwijl dit niet gepland was. Hierdoor zijn een aantal andere projecten niet uitgevoerd en doorgeschoven naar latere jaren.
In de middelen voor “herstel basisniveau digitale processen” was uitgegaan van een financiële planning waarbij de kosten in 2019 en 2020 zouden vallen. Door de herplanning is een bedrag van € 154.000 niet benut. Deze kosten worden in de periode 2021-2022 alsnog gemaakt.
61
Procesverbetering en verbetering dienstverlening, ‘wasstraat’ Voor de inrichting van een “wasstraat” voor procesverbetering en verbeteren van de dienstverlening en efficiency (maatregel 107) is voor 2019 en 2020 tijdelijk extra budget toegekend ad € 100.000 per jaar ten behoeve van de doorlichting van processen. Dit budget dient ter dekking van de inhuur van een processpecialist met kennis op Lean/Black Belt niveau die processen zal optimaliseren en de organisatie zal opleiden om dit in de toekomst zelf te kunnen doen. Het budget 2019 is niet ingezet omdat de specialist pas in januari 2020 is gestart. Omdat voor 2020 reeds budget aanwezig was voor de dekking van de inhuur was het de bedoeling om het budget van 2019 over te hevelen naar 2021. In de uitwerking is het budget van 2019 per abuis echter niet in 2021, maar in de begroting van 2020 verwerkt. Hierdoor is een correctie van de budgetoverheveling benodigd. 2. Herfaseringen De gemeente kent meerjarige projecten in de exploitatie waarvan de kosten worden gedekt uit reserves. Deze projecten zijn voor de exploitatie dus budgettair neutraal. Als de kosten in enig jaar lager zijn dan geraamd door vertraging in de uitvoering is de onttrekking uit de reserve in dat jaar ook lager en blijft het geld in de reserve beschikbaar voor dat project.
De activiteiten (en daarmee gemoeide kosten en dekking uit reserves) schuiven door in de tijd. Er is sprake van een faseringsverschil van kosten en dekking ten opzichte van de begroting. Dit noemen we herfaseren. In onderstaande tabel worden de budgettair neutrale herfaseringen per onderwerp genoemd en kort toegelicht. Gevraagd wordt om in te stemmen met het herfaseren van de volgende projecten naar 2021 respectievelijk 2022 en 2023.
Progr Onderwerp 1 Dutch innovationpark
Dekking Investeringsfonds 2030
Korte toelichting project loopt door naar 2021
Bedrag (in €) 18.652
1 A12 Corridor
Bijdragen derden
project loopt door naar 2021
31.937
1 Extra afschrijving schoolgebouw Chaplinstrook in 2022
Vrij inzetbare reserve
Door vertraging in de planvorming is de sloop nog niet gestart.
198.373
1 Extra afschrijving schoolgebouw Schansbos in 2022 1 Extra afschrijving schoolgebouw Velddreef in 2022 3 Ledlampencampagne
Vrij inzetbare reserve Vrij inzetbare reserve Subsidie
Door vertraging in de planvorming is de sloop nog niet gestart. Door vertraging in de planvorming is de sloop nog niet gestart. project loopt door naar 2021