CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Perspectiefnota 2022

Raadsvergadering 28 juni 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectiefnota 202237.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De derde tranche Tozo van deze regeling is 1 oktober 2020 ingegaan met een looptijd tot 1 april 2021. Ondertussen heeft het rijk de regeling verlengd met Tozo 4, die loopt tot 1 juli 2021. De Tozo-regeling bestaat uit het verstrekken van uitkeringen voor levensonderhoud en bedrijfskrediet. Voor Zoetermeer is dat naar verwachting € 5,4 mln in 2021. Ook betekent de uitvoering van de Tozo-regeling een tijdelijke verdubbeling van het klantenbestand en dus meerwerk. Een eerste inschatting van de uitvoeringskosten tot nu toe bedraagt € 650.000. Het rijk heeft geld beschikbaar voor de Tozo-regeling als dekking voor deze uitkeringen en uitvoeringskosten. Voor dit jaar is er een bedrag van € 1,58 mln. ontvangen. Dit bedrag wordt gesplitst in € 930.000 voor de aanvulling op het eerder verkregen voorschot voor levensonderhoud en bedrijfskrediet en € 650.000 voor uitvoeringskosten. Heroriëntatie voor ondernemers Het kabinet stelt middelen vanuit het steun- en herstelpakket als gevolg van COVID-19 beschikbaar om zelfstandig ondernemers voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst.

21

Belangrijkste uitgangspunt is dat alle zelfstandigen met een hulpvraag per 1 januari 2021 in ieder geval een aanspreekpunt hebben binnen de eigen arbeidsmarktregio of gemeente. Er worden drie routes van dienstverlening ingericht: 1. versterken van de eigen onderneming; 2. ondersteuning bij financiële problemen; 3. omscholing, o.a. voor het vinden van een baan of bijbaan in loondienst (al dan niet tijdelijk). De prioriteit ligt bij het inrichten van een loketfunctie waar ondernemers geholpen worden bij hun financiën en het vinden van ander werk. De kosten hiervoor bedragen € 300.000. Dit wordt gedekt uit de rijksmiddelen gevolgen Covid. Zie Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen (OAD). Instrumenten intensivering schuldenaanpak Vanuit het steun- en herstelpakket als gevolg van COVID-19 wordt ingezet op een versnelde opschaling van instrumenten waardoor mensen eerder financiële rust ervaren. Wanneer we door de coronacrisis geconfronteerd worden met een toename in het aantal aanvragen voor schuldhulpverlening, dragen deze instrumenten: Collectief schuldregelen; Uitbreiden Nederlandse Schuldhulproute en Schuldenknooppunt bij aan een snellere en efficiëntere oplossing voor de schuldenproblematiek. De kosten hiervoor bedragen € 78.000. Dit wordt gedekt uit de rijksmiddelen gevolgen Covid. Zie OAD.

Volumegroei klanten Participatiewet De verwachte groei als gevolg van COVID-19 toont een piek in de tweede helft van het jaar, omdat dan de steunmaatregelen (met name Tozo) aflopen. We verwachten een stijging van 1200 aanvragen (op jaarbasis) naar 1900 aanvragen. Voor de lopende Tozo-uitkeringen verwachten we 550 extra aanvragen. Zeker voor de Tozo-klanten geldt, dat we moeten streven naar een doorlopende uitkeringssituatie en zoveel mogelijk voorkomen dat een inkomensgat ontstaat. Om dat aantal aanvragen tijdig te kunnen accommoderen, is voor een periode van 8 maanden 7,6 fte externe inhuur (€ 456.000) nodig. Dit bedrag is voor zover nu te overzien eenmalig voor 2021. Wet Sociale Werkvoorziening (DSW) Het exploitatieresultaat 2020 was bij de gemeenschappelijke regeling DSW € 550.000 positief. Eerder was een voordelig resultaat gerapporteerd, dat nog eens € 150.000 beter was. De aanpassing van het resultaat wordt met name veroorzaakt doordat de transitievergoedingen voor uitgeleend personeel uiteindelijk lager uitvielen dan verwacht. Omdat de eerdere verwachting al in het financieel beeld van Zoetermeer (in de jaarstukken) is verwerkt, betekent de aanpassing met € 150.000 nu een eenmalig nadeel van € 90.000 (het Zoetermeerse aandeel in de DSW is ruim 60%).

Verdeelmodel BUIG/Loonkostensubsidie In de kamerbrief ‘Financiering loonkostensubsidies op basis van realisaties en laagste loonschalen in cao’s’ van 10-12-2020 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het voornemen geuit om de verdeelmethodiek van de vergoeding van Loonkostensubsidies (LKS) van gemeenten vanaf 2022 te wijzigen. Dit onderdeel van de BUIG-uitkering wordt in de plannen van het rijk niet langer verdeeld aan de hand van een objectief verdeelmodel, maar in het vervolg gebaseerd op basis van de historische werkelijke uitgaven per gemeente. Het rijk veronderstelt – in onze ogen ten onrechte – met deze wijziging een sterkere financiële prikkel bij gemeenten te bereiken om het instrument van de LKS meer in te zetten. Het herverdeeleffect dat daaruit voortkomt, wordt voor Zoetermeer ingeschat op € 0,5 tot 1,0 mln. negatief (structureel). Hoewel wij deze wijziging van verdeelmethodiek niet onderschrijven is er tegelijkertijd geen mogelijkheid om ons eraan te onttrekken.

Afwijkingen uitvoering Maatregelen Ombuigen & Vernieuwen Anders organiseren bewindvoering Er is onderzocht of de vernieuwing voor het anders organiseren van bewindvoering haalbaar is via procesverbeteringen in de samenwerking binnen de keten gemeente-rechtbank-bewindvoerders. En via de nieuwe Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags). Over de praktische uitvoering van het adviesrecht is met de kantonrechter gesproken.

22

De verwachting is dat de directe sturingsmogelijkheid van het adviesrecht op de kosten voor bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten op korte termijn zeer beperkt is, omdat de rechter het advies pas afweegt vier maanden nadat het bewind is uitgesproken. Verder wijkt de rechter alleen in zeer uitzonderlijke gevallen af van de koers om toegekend schuldenbewind te laten beëindigen om meer passende en minder verstrekkende voorzieningen zoals budgetbeheer, als alternatief in te zetten. We verwachten hierdoor de besparing van € 131.250 niet te realiseren. Slimmere uitvoering participatiewet Het nieuwe Team Inkomensondersteuning werkt voor diverse onderwerpen aan procesoptimalisatie: de Inkomstenverklaring, de Bijzondere Bijstand, aanschaf en inrichting Burgerportaal, inrichting overlappende werkprocessen met de Binnenbaan, aanvragen Levensonderhoud en de JGO's (Jaarlijks Groot Onderzoek). De besparing van € 83.000 is in 2021 niet haalbaar. De oorzaken zijn vertragingen door COVID-19 en de voorbereiding van de optimalisatie.

23

Programma 2. Samen leven en ondersteunen

Wijzigingen doelen en indicatoren Samenvoegen doelstellingen 2.2 en 2.4 tot 2.2 Bevorderen meedoen aan de samenleving en zelfstandig wonen In de huidige doelenboom zijn binnen programma 2 de doelstelling 2.2 ‘(langer) zelfstandig wonen’ en doelstelling 2.4 ‘meedoen naar vermogen (ongeacht de aard van de beperking)’ opgenomen. De indicatoren onder doelstelling 2.2 hebben betrekking op maatwerkondersteuning Wmo, terwijl de indicatoren onder doelstelling 2.4 betrekking hebben op activiteiten binnen de sociale basis. In de praktijk vervaagt dit onderscheid en worden voor beide doelstellingen maatwerkvoorzieningen en activiteiten uit de sociale basis ingezet. Deze ontwikkeling zet zich naar verwachting in de toekomst voort. We stellen daarom voor deze doelstellingen en indicatoren samen te voegen tot een nieuwe doelstelling: 2.2 Bevorderen meedoen aan de samenleving en zelfstandig wonen. Aanpassen effectindicatoren De gemeenteraad heeft op 2 juni 2020 besloten tot de invoering van de gebiedsgerichte ondersteuning voor de uitvoering van onderdelen van de Wmo, welzijnsactiviteiten en preventieve jeugdactiviteiten. Vanaf 1 mei 2021 worden deze diensten uitgevoerd door een samenwerkingsverband van zorg- en welzijnspartners, die voor deze diensten samenwerken onder één nieuwe naam InZet en hiervoor ook samen één budget krijgen.

24

In de nieuwe situatie stappen we af van indicaties voor vaste producten en uren: elke klant krijgt flexibele ondersteuning passend bij zijn situatie op dat moment: meer of minder, individueel of in een groepje, samen met een professional of een vrijwilliger. Er worden daarom minder maatwerkvoorzieningen verstrekt. Deze nieuwe manier van werken vraagt om aanpassing van de indicatoren in de begroting. De volgende effectindicatoren voor de doelstelling ‘Bevorderen meedoen aan de samenleving en zelfstandig wonen’ (Programma 2) te wijzigen/vast te stellen: - % klanten van het samenwerkingsverband InZet dat tevreden is over de kwaliteit van de ondersteuning (nieuw) met als streefwaarde 80% van de klanten geeft minimaal een 7,5; - % mantelzorgers dat zich voldoende ondersteund voelt door de gemeente/het samenwerkingsverband InZet (gewijzigd).

Collegeniveau (prestatie-indicatoren) De volgende prestatie-indicatoren van de doelstelling 2.2 ‘Bevorderen meedoen aan de samenleving en zelfstandig wonen’ (Programma 2) te benoemen of te wijzigen: - aantal unieke klanten van het samenwerkingsverband InZet; - % inwoners dat bekend is met het samenwerkingsverband InZet met als streefwaarde 80%; - % klanten van het samenwerkingsverband InZet in cliëntprofiel ‘begeleiding’ dat (ook) gebruik maakt van groepsaanbod met als streefwaarde 50%; - aantal mensen dat gebruik heeft gemaakt van onafhankelijke cliëntondersteuning. De prestatie-indicator Aantal meldingen dat bij aanvoerders is gedaan laten vervallen (oude doelstelling 2.2 Langer zelfstandig wonen). De volgende prestatie-indicatoren te laten vervallen (oude doelstelling 2.4 Meedoen naar vermogen ongeacht de aard van de beperking): - aantal mensen dat gebruik gemaakt heeft van recreatieve dagbesteding; - aantal mensen dat gebruik gemaakt heeft van arbeidsmatige dagbesteding.

Financiën

Bedragen x € 1.000

Doorkijk MJB

MJB 2022-2025 1e TB 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Mantelzorgwaardering

-80

Maatschappelijke begeleiding door St.Vluchtelingenwerk

-273

- rijksbijdrage, zie OAD GR Veilig Thuis

300

75

Transformatie cliëntcontacttijd J&O producten

-76

-76

75

75

75

75

Wmo huishoudelijke hulp

-700

-700

-700

-700

-700

-700

Wmo Woningaanpassingen

-126

-126

-126

-126

-126

-126

Jeugdzorg in natura

-870

-580

-290

Nog te ontvangen eigen bijdragen Wmo van CAK

447

Coronasteun instellingen

-22 -1.407

-1.041

-751

-751

-751

- rijksbijdrage, zie OAD Saldo

-1.400

25

Onvermijdelijke ontwikkelingen JGZ, nieuw convenant 2022-2027

-93

-93

-93

-93

-93

-248

-248

-248

-248

-248

-341

-341

-341

-341

-16

-16

-16

-16

-16

-16

-16

-16

-2.409 -2.159 -1.398 -1.108 -1.108

-1.108

Wmo Indexering

-248

- dekking zie OAD -284

Verbeterplan Gecertificeerde Instellingen Jeugd Saldo

-248

-625

Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen Doorontwikkeling POH-jeugd en schoolmaatsch. werk

-150

Inzetten op integrale zorg en onderst.: Beter samenspel

-135

Sturen op afname intensiteit bij jeugdhulpproducten

-356

Saldo

-641

Beleidswijzigingen Huis van de wijk Segwaert Huis van de wijk Rokkeveen (bibliotheek openhouden)

-120

Huis van de wijk Oosterheem (bibliotheek openhouden) Saldo

-127 -120

Totale wijziging saldo programma

-127

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en 1e TB) Mantelzorgwaardering Mantelzorgers kunnen in aanmerking komen voor een Mantelzorgwaardering, een financiële waardering van € 200 per persoon. In 2021 wordt een overschrijding van het budget Mantelzorgwaardering met een bedrag van circa € 80.000 voorzien. Dit bedrag is gebaseerd op het bedrag, waarmee het budget 2020 werd overschreden. Maatschappelijke begeleiding door Stichting Vluchtelingenwerk In afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022 is de subsidie aan Stichting Vluchtelingenwerk Zuid-West Nederland verlengd voor 2021. Hierbij is rekening gehouden met de verhoogde taakstelling huisvesting vergunninghouders 2021. In de begroting 2021 was - in afwachting van de inwerkingtreding van de nieuwe wet per medio 2021 nog een lager budget opgenomen. Nu de invoering van de nieuwe wet is uitgesteld tot 1 januari 2022 kan nog een volledig beroep worden gedaan op de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding. De aanpassing van het budget bedraagt € 273.000. Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis Na een lobbytraject van centrumgemeenten via de VNG - via een landelijk onderzoek naar de ontwikkelingen van meldingen en adviezen - heeft het rijk extra structurele middelen voor de Veilig Thuisorganisaties toegekend.

De extra rijksmiddelen worden ingezet voor het verder versterken van Veilig Thuis en het organiseren van goede ketensamenwerking. Hierbij ligt het zwaartepunt bij investeringen in de lokale teams. Dit zijn investeringen die de individuele gemeenten dan niet meer voor hun rekening hoeven te nemen. Het algemeen bestuur heeft op 15 oktober 2020 de nieuwe systematiek bedrijfsvoeringstoeslag vastgesteld. Het effect van de nieuwe systematiek betekent voor Zoetermeer een verlaging van het structureel benodigd budget van € 75.000. Daarnaast is het eenmalig extra budget voor 2021 (€ 225.000) voor tijdelijke bijstelling flexibele schil en de gewijzigde systematiek bedrijfsvoeringstoeslag ook niet meer nodig. Transformatie cliëntcontacttijd producten Jeugd- en Opvoedhulp Bij de inkoopprocedure voor de jeugdhulp voor 2021 en verder zijn nieuwe tarieven met jeugdhulpaanbieders overeengekomen. De nieuwe tarieven voor de producten Jeugd- en Opvoedhulp zijn gebaseerd op het uitgangspunt dat minimaal 55% van de bestede tijd direct te relateren is aan

26

zorg (de zogenoemde cliëntcontacttijd). Eén jeugdhulpaanbieder voldoet hier op dit moment nog niet aan. Met deze jeugdhulpaanbieder zijn transformatieafspraken gemaakt over de wijze waarop zij in 2021 en 2022 toewerken naar verbeteringen in de bedrijfsvoering. Hierdoor kunnen zij vanaf 2023 wel aan het minimum van 55% cliëntcontacttijd voldoen. De jeugdhulpaanbieder ontvangt hiervoor een eenmalige incidentele subsidie voor 2021 en 2022. In de Programmabegroting 2021-2024 is hiervoor € 160.000 opgenomen. De bijdrage van Zoetermeer is € 76.000 hoger dan eerder aangenomen. Wmo Huishoudelijke hulp De kosten voor huishoudelijke hulp zijn in 2020 verder gestegen ten opzichte van 2019 door de toename in het gebruik van de Wmo voorziening huishoudelijke hulp. Dit hangt in ieder geval samen met de introductie van het inkomensonafhankelijke abonnementstarief per 1 januari 2019. Het is voor gebruikers met een hoger inkomen en/of vermogen aantrekkelijker geworden om een beroep te doen op de Wmo voorzieningen. Daarnaast zijn de achterstanden in de aanvragen huishoudelijke hulp weggewerkt, waardoor er een piek was in het derde kwartaal 2020. Het aantal unieke klanten huishoudelijke hulp is gestegen van 2.830 aan het begin van 2020 naar ongeveer 3.700 aan het eind van het jaar. Dit is stijging van 30% binnen een jaar. De kosten stijgen met € 1,5 mln.

Hiervan wordt € 800.000 toegerekend aan de zogenaamde autonome groei door veroudering van de bevolking. Hiervoor is een stelpost op OAD opgenomen. Zie technische begrotingswijziging. Het saldo van € 700.000 legt een beslag op het begrotingssaldo. Wmo woningaanpassingen Vanwege de fluctuaties in het verloop van de kosten voor de woningaanpassingen wordt het budget bepaald op basis van de gemiddelde lasten van de afgelopen vijf jaar. Dit gemiddelde bedrag ligt voor 2021 € 126.000 hoger dan in de meerjarenbegroting is opgenomen. Jeugd Zorg in natura Op basis van de trend in de afgelopen jaren is de verwachting dat de kostenstijging voor de regionaal ingekochte jeugdhulp zorg in natura zich – ondanks de ingevoerde maatregelen - doorzet. De belangrijkste oorzaak hiervan is, dat de intensiteit van de zorg aan jeugdigen al een aantal jaar toeneemt. De verwachting is dat de kostenstijging de komende jaren stapsgewijs kan worden afgebogen door de implementatie van (aanvullende) lokale en regionale kostenbeheersingsmaatregelen om het sociaal domein voor de toekomst financieel bestendig te houden. Vooralsnog wordt daarom een afbouw van de kostenstijging voorzien van 25 procent per jaar. Dat betekent dat we er naar streven, dat de kostenstijging in 2024 tot € 0 is gereduceerd volgens onderstaande reeks: Bedragen x € 1.000

2020

2021

2022

2023

2024

1.160

870

580

290

0

Nog te ontvangen eigen bijdragen Wmo van CAK Vanwege vertragingen bij het Centraal Administratie Kantoor (CAK) in het opleggen en innen van de eigen bijdrage Wmo in 2020 loopt de afdrachtenstroom aan de gemeente door in 2021 (€ 447.000). Wetgeving laat niet toe deze nog te ontvangen opbrengsten te verantwoorden in de jaarrekening 2020. Coronasteun instellingen Voor maatschappelijke instellingen is het ook weer mogelijk om in 2021 coronasteun te vragen. Daartoe is het afwegingskader ook in 2021 van toepassing. Tot 1 april is er voor een bedrag van € 22.000 huurkorting en steun beschikbaar gesteld. Bij de reguliere subsidie is sprake van de coulance afspraak, dat ondanks dat veel activiteiten niet kunnen plaatsvinden door de corona maatregelen of anders worden ingevuld, toch volgens het normale betalingsritme wordt uitbetaald en subsidie niet zal worden teruggevorderd.

Onvermijdelijke ontwikkelingen Jeugdgezondheidszorg, nieuw convenant 2022-2027 Het convenant met de Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West loopt per 31 december 2021 af. Het nieuwe convenant heeft een langere looptijd: van 1 januari 2022 t/m 31 december 2027.

27

Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West heeft het verzoek gedaan om de bijdrage voor het wettelijk basistakenpakket per 1 januari 2022 structureel te verhogen met € 93.000. De verhoging heeft verschillende oorzaken waarvan de belangrijkste het achterblijven van de indexering in de afgelopen jaren en de correctie van een fout in de geprognosticeerde loonkosten in de begroting 2021 zijn. Wmo indexering 2021 De vergoedingen die worden gegeven voor de Wmo maatwerkvoorzieningen zijn hoger dan het beschikbare budget. Deze vergoedingen zijn gebaseerd op het ‘Wmo Besluit Zoetermeer 2021’. De indexering in het besluit is met name gebaseerd op de ontwikkeling van de loonkosten. Deze onvermijdelijke indexeringskosten van € 248.000 worden gedekt vanuit de stelpost budgettering op OAD. Verbeterplan Gecertificeerde Instellingen Jeugd Voor 2020 (vanaf juni) en heel 2021 hebben we een tijdelijke vergoeding met Jeugdbescherming West (JBw) afgesproken voor een caseloadverlaging. Deze afspraak is gemaakt naar aanleiding van het verschijnen van een inspectierapport, waarin werd gesteld dat de Gecertificeerde Instellingen in het land hun werk niet naar behoren kunnen uitvoeren, omdat de randvoorwaarden niet goed geregeld zijn, met als gevolg dat kwetsbare kinderen onvoldoende worden beschermd.

Bij het maken van de afspraak rondom de caseloadverlaging is ook afgesproken dat gedurende deze periode (tot eind 2021) de hervorming van de jeugdbeschermingsketen plaatsvindt en een ‘nieuwe, passende’ caseload wordt bepaald, met daarbij uiteraard de financiering. De hervorming van de keten is echter een lang proces. Een nieuwe caseloadnorm wordt dit jaar niet bereikt. Dit betekent dat een besluit nodig is over het al dan niet voortzetten van de tijdelijke financiering van de caseloadverlaging. Voor Zoetermeer betekent dit € 284.000 in 2022. Voor het definitief toekennen van extra middelen voor de voortzetting van de afspraak over 2021 naar 2022 is zowel een besluit in regionaal als bovenregionaal verband noodzakelijk.

Afwijkingen uitvoering Maatregelen Ombuigen & Vernieuwen Doorontwikkeling POH-jeugd en schoolmaatschappelijk werk Door de toegangspartners Praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts (POH-jeugd) en Schoolmaatschappelijk werk (SMW) te versterken, is de verwachting dat minder jeugdigen specialistische jeugdhulp nodig hebben, omdat zij binnen de huisartspraktijk en op school geholpen kunnen worden. In 2020 werden er als gevolg van de coronamaatregelen relatief minder jeugdigen begeleid dan verwacht door de POH-jeugd of het SMW. In 2020 vond een evaluatie plaats van de inzet van de POH-jeugd (periode 2018-2020). Huisartsen beoordeelden de ondersteuning van de POH-jeugd in de praktijk als zeer positief. Ondanks het inhoudelijk succes van deze maatregel heeft de introductie van de POH-jeugd en het SMW binnen de toegang nog niet geleid tot de gewenste financiële besparing. Dit heeft twee oorzaken. Ten eerste neemt de intensiteit en duur van jeugdhulptrajecten jaarlijks toe: er zijn minder jeugdigen in zorg maar de zorg per jeugdige wordt duurder. Ten tweede wordt er nog veel jeugdhulp verlengd op basis van een verwijzing van de huisarts, afgegeven vóór 2018. Dit betekent een nadeel van € 150.000. Inzetten op integrale zorg en ondersteuning: Beter Samenspel Deze maatregel bestaat uit twee delen: 1.

Het inrichten, organiseren en implementeren van een integrale werkwijze, inclusief de werkwijze 'Beter Samenspel'. 2. Het inzetten van procescoördinatie voor huishoudens met een zeer complexe problematiek. Tijdens de voorbereidingen voor de implementatie van Beter Samenspel bleek, dat in Zoetermeer verschillende instrumenten die gebruikt worden bij Beter Samenspel al zijn geïmplementeerd. Hierdoor sluiten de berekeningen en beoogde kostenbesparingen uit de regionale businesscase niet volledig aan op de Zoetermeerse situatie. Het is daardoor twijfelachtig of de besparing dit jaar wordt gehaald. Door het werken volgens Beter Samenspel vindt een verschuiving plaats naar 'de voorkant' en is er extra inzet nodig van het lokale team. Uit de ervaringen in de voorlopersgemeenten lijkt deze extra inzet groter dan voorheen voorzien. De pilotfase geeft een concreter beeld van de investering, de opbrengst en voordelen van deze werkwijze voor het gezin toegespitst op de Zoetermeerse situatie.

28

Om het onderzoek naar de 40 complexe cases mogelijk te maken, is begin dit jaar een data protection impact analyse (DPIA) afgerond. Deze DPIA geeft aan onder welke voorwaarden het onderzoek kan worden uitgevoerd binnen de vereisten van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Door de coronamaatregelen is het momenteel echter niet mogelijk om het onderzoek op een goede manier uit te voeren. Hiervoor is namelijk een direct gesprek met betrokkenen noodzakelijk. Voor beeldbellen of telefonisch interview leent dit onderzoek zich niet. Het onderzoek is daarom uitgesteld tot na de zomer, in afwachting van versoepeling van de coronamaatregelen. Dit betekent een nadeel van € 135.000. Sturen op afname intensiteit op jeugdhulpproducten Het doel van deze maatregel is het maximeren van het aantal uren in toewijzingen naar de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). De gedachte om volgens P*Q (prijs*hoeveelheid) te werken, is volledig geïmplementeerd bij de lokale toegang van het team Jeugd- en Gezinshulp en bij het Schoolmaatschappelijk Werk (SMW). Bij de Praktijkondersteuners Huisartsen Jeugd (POH-jeugd) is een wijziging opgetreden. Voor nu is de afspraak dat er door de POH alleen op de 'P' wordt verwezen en wordt intensief onderzocht of en hoe zij kunnen gaan verwijzen op de 'Q' en welke andere mogelijkheden er zijn om meer op de 'Q' te sturen.

Aangezien de huisartsen voornamelijk naar de jeugd-GGZ verwijzen (ongeveer 60% van de jeugdigen met jeugd-GGZ) wordt de beoogde besparing voor 50% niet behaald. Dit betekent een nadeel van € 356.000.

Beleidswijzigingen Huizen van de Wijk Wijkgericht werken dient als integrale gebiedsgerichte benadering bij te dragen aan hoofdlijnen van de visie Zoetermeer 2040. Uitgangspunt hierbij is ook het investeren in de kwaliteit van de wijken en prioriteit te geven aan wijken en ontwikkelingen die daar om vragen. Eén van de ambities in het kader van wijkgericht werken is de realisatie van een Huis van de Wijk in elke wijk in Zoetermeer, te beginnen bij de pilotwijken Oosterheem en Seghwaert en op verzoek van de raad ook in Rokkeveen. Een ontmoetingsplaats op een centrale plek in de wijk, voor en door bewoners, waarbij het Huis van de Wijk het hart van de wijk moet zijn. Bewoners kunnen binnenlopen met vragen over bijvoorbeeld zorg en welzijn en voor informatie over aangelegenheden in de wijk. Maar ook voor afspraken en bijeenkomsten met partijen als het maatschappelijk werk, jongerenwerk, schuldhulpverlening, de wijkagenten en de wijkregisseur. Ook worden activiteiten georganiseerd voor en door bewoners in de wijk, waarbij bewoners elkaar op een laagdrempelige manier kunnen ontmoeten. Om in de toekomst te kunnen aansluiten op deze ambitie wordt de wijkvestiging van de bibliotheek in Oosterheem in 2021 en 2022 opengehouden, omdat deze locatie in het ondernemingsplan voor deze wijk wordt aangemerkt als beste locatie.

De subsidie voor de bibliotheek zou vanaf 2022 met € 127.000 per jaar worden verminderd. Dit is de oorspronkelijke bezuiniging van € 167.000 minus het budget voor de realisatie van de Bibliotheek op School (dBos) in Oosterheem. De dBos was gekoppeld aan de sluiting van de wijkvestiging en vindt bij openhouden van de wijkvestiging geen doorgang. Voor het openhouden van de wijkvestiging is voor 2022 € 127.000 benodigd. In de wijk Rokkeveen wordt in 2021 de wijkvestiging van de bibliotheek opengehouden, omdat deze locatie als beste locatie naar voren komt voor deze wijk. Om dit te realiseren is een eenmalige investering van € 200.000 benodigd. Een deel hiervan kan gedekt worden uit het niet realiseren van dBos in Rokkeveen, zijnde € 80.000. Hiermee is eenmalig een bedrag van € 120.000 benodigd. In de wijk Seghwaert wordt IKC De Velddreef ontwikkeld en hierin wordt ruimte gerealiseerd voor een toekomstig Huis van de Wijk. De extra investering bedraagt € 700.000. De exploitatielasten die hieruit voortvloeien worden beperkt gedekt door huurinkomsten en het energievoordeel, hetgeen resulteert in een jaarlijkse extra exploitatielast van € 16.000. Vooruitlopend hierop wordt bij Buurtvereniging Weideveld gestart.

29

Technische begrotingswijziging Autonome groei Wmo Voorgesteld wordt het budget autonome groei door veroudering van € 800.000 af te ramen en het budget huishoudelijke hulp met hetzelfde bedrag te verhogen.

Risico's Gebiedsgerichte ondersteuning door een samenwerkingsverband Per 1 mei 2021 is de gebiedsgerichte ondersteuning door een samenwerkingsverband gestart. Bij de besluitvorming over de gebiedsgerichte ondersteuning (raadsbesluit 2 juni 2020) is het budget ten behoeve van het samenwerkingsverband vastgesteld op basis van het aantal cliënten 2019. In het raadsbesluit wordt onderkend, dat het aantal inwoners dat een beroep doet op de Wmo jaarlijks groeit. Tevens wordt onderkend dat de gemeente op grond van de Wmo verplicht is voor de ondersteuning een reëel budget beschikbaar te stellen. Tegen deze achtergrond is het van belang dat het budget, bij de start van de gebiedsgerichte ondersteuning in mei 2021, is afgestemd op het verwachte aantal cliënten in 2021. Het voor 2021 verwachte volume tekent zich langzamerhand af. Er wordt rekening gehouden met een groei tot 5% ten opzichte van de uitgangswaarden 2019. In de begroting 2021 is voor gebiedsgerichte ondersteuning jaarlijks een totaal bedrag van ruim € 11 mln. opgenomen, waarvan ongeveer 60% bestemd voor maatwerkvoorzieningen en vrij inzetbare voorzieningen. Genoemde ontwikkelingen hebben betrekking op deze voorzieningen. De zogenaamde welzijnsvoorzieningen en preventieve jeugdactiviteiten blijven hier buiten beschouwing.

In het Tweede Tussenbericht 2021 wordt nader over de ontwikkeling van het volume en de financiële gevolgen daarvan bericht.

30

Programma 3. Leefbaarheid, duurzaam en groen

Wijzigingen doelen en indicatoren Doelstelling 3.1 Aantal kg restafval per inwoner, streefwaarde Eén van de effectindicatoren voor doelstelling 3.1 is ‘aantal kg restafval per inwoner’. Het doel bij deze effectindicator is om elk jaar iets minder restafval te hebben dan het jaar ervoor en om in 2023 op 160 kg per inwoner te zitten. Vanwege het verwachte referendum over het afvalbeleid wordt er (nog) geen nieuw afvalbeleid uitgevoerd. Dat betekent dat er geen grote stappen richting de streefwaarde van160 kg per inwoner gemaakt worden. De streefwaarde voor 2023 dient daarom bijgesteld te worden naar ‘minder dan in 2022’ (<2022) en het doel voor 2024 naar ‘minder dan in 2023’ (<2023). Collegeniveau (prestatie-indicatoren) Eén van de effectindicatoren voor doelstelling 3.2 is het ‘% van de openbare ruimte dat op het afgesproken kwaliteitsniveau zit’. Dit is vastgesteld op 90%. Op collegeniveau is deze effectindicator uitgesplitst in presatieindictatoren voor diverse kwaliteitsniveaus van assets (verharding, meubilair, groen, verzorging). Hiervoor staan de streefwaarden op 100%. Het college heeft deze ook op 90% vastgesteld. Dit komt overeen met de overkoepelende doelstelling uit de begroting én met de landelijke standaard waarin 90%-scores ten opzichte van de ambitie als norm wordt gehanteerd.

Klimaatakkoord Naar verwachting stelt het rijk voor de extra taken, die voortvloeien uit het Klimaatakkoord voor 2022 en verder budget beschikbaar via een specifieke uitkering. Omdat in afwachting van de kabinetsformatie hierover nog geen besluit is genomen en geen goede indicatie is te ramen over een eventuele omvang worden in deze Perspectiefnota 2022 geen extra middelen opgenomen (met als dekking de specifieke uitkering).

31

Financiën Bedragen x € 1.000

Doorkijk MJB

MJB 2022-2025 1e TB 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Kostprijsverhogende BTW begraafplaatsen

-100

-100

-100

-100

-100

-100

Gemeentelijke parkeervergunningen/inkomstenderving

-250

-120

-120

-120

-120

-120

- Beschoeiing herberekeningsvoorstel (in voorbereiding)

-pm

-pm

-pm

-pm

-pm

- Asfalt/wegen (in voorbereiding) Groenonderhoud (vervanging groen bij einde levensduur) Programma water (riolering)

-pm

-pm

-pm

-pm

-pm

-300

-600

-700

-800

-900

-pm

-pm

-pm

-pm

-pm

- dekking rioolheffing

+pm

+pm

+pm

+pm

+pm

- dekkingsmogelijkheden overhead Inkomsten parkeerexploitatie

-700

- rijksbijdrage, zie OAD Nota kapitaalgoederen:

Verdere digitalisering

-100

-100

-100

-100

Elektrische laadinfrastructuur

-81

-9

34

49

52

56

-1.231

-629

-886

-971

-968

-1.064

Basisregistratie Ondergronds (concernbreed)

-50

-50

-50

-50

-50

-50

Afvalinz. en -verwerking: matrassen en oud papier

-125

-125

-125

-125

-125

-125

125

125

125

125

125

-50

-50

-50

-50

-50

Afval- en grondstoffenbeleid (stimuleren afvalscheiding, maatregel 111), uitstel nav referendum, zie OAD

-250

-300

-275

-375

-150

Saldo

-250

-300

-275

-375

-150

-929 -1.236 -1.296 -1.393

-1.264

Saldo

Onvermijdelijke ontwikkelingen

- dekking verhoging afvalstoffenheffing COVID-19 Maatregelen

-80

- compensatie rijk, zie OAD Saldo

-255

Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen

Totale wijziging saldo programma

-1.486

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Kostprijsverhogende BTW begraafplaatsen In de Perspectiefnota 2021 is de verwachting geuit dat de BTW op de beheerkosten van de begraafplaatsen fiscaal verrekenbaar (terugvorderbaar) was. Inmiddels is uit een gerechtelijke uitspraak duidelijk geworden dat de BTW niet verrekenbaar is en voor de gemeente een kostenpost vormt. Gemeentelijke parkeervergunningen/inkomstenderving Er zijn in 2021 minder parkeervergunningen afgenomen dan begroot. Dit komt voor een belangrijk deel doordat vanwege COVID-19 werknemers thuis werken en daardoor hebben besloten om (nog) geen vergunning aan te schaffen.

32

Het aantal reisbewegingen in het post-coronatijdperk is nog moeilijk in te schatten, maar het is aannemelijk dat werknemers meer thuis zullen werken. Daarnaast is het vergoedingenstelsel met ingang van 2021 gewijzigd. Werknemers krijgen een reiskostenvergoeding die zij naar eigen keuze kunnen inzetten. Het is een risico dat werknemers bewuster zullen kiezen of en hoe zij naar de werklocatie reizen (in combinatie met de afweging om thuis te werken) en besluiten om geen parkeervoorziening aan te schaffen. Voor 2021 wordt een nadeel verwacht van € 250.000 op de parkeerinkomsten. Tegenover de lagere opbrengsten staat een voordeel bij overhead van € 250.000 in 2021 wegens niet gemaakte en te vergoeden woon-werk reiskosten. Voorlopig wordt structureel rekening gehouden met een nadeel van € 120.000. Inkomsten parkeerexploitatie In een groot deel van het centrum van Zoetermeer geldt betaald parkeren op het maaiveldniveau. De totale omvang van de parkeerinkomsten bedraagt normaal € 2,9 mln. Zoals gemeld in TB2 2020 en de jaarrekening 2020 blijven als gevolg van de coronacrisis ook in 2021 de werkelijke inkomsten ver achter bij de begroting. Ook de opbrengst uit verhoogde parkeerinkomsten door verruiming van betaald parkeertijden in het centrum en hogere parkeertarieven voor bezoekers wordt niet gehaald. Dit levert in 2021 een nadeel van € 700.000.

Omdat de gevolgen van de dalende parkeerinkomsten door de COVID-19 crisis landelijk spelen heeft het rijk besloten om gemeenten hierin tegemoet te komen. De rijksuitkering is verantwoord in het overzicht OAD. Nota Kapitaalgoederen Openbare ruimte (NKG) De Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte (NKG) is in voorbereiding. In deze nota wordt tot 2060 inzicht gegeven in de onvermijdelijke kosten om de huidige openbare ruimte in stand te houden voor wat betreft groot onderhoud (behoudende maatregelen) en vervanging (of levensduur verlengende maatregelen) van de assets (aan het einde van de levensduur). In deze NKG zijn de laatste areaalmutaties verwerkt alsmede de nieuwste inzichten m.b.t. eenheidsprijzen en afschrijvings-/groot onderhoudstermijnen. Onvermijdelijke innovatieve ontwikkelingen binnen de assets zijn uiteraard ook meegenomen. Als voorbeelden hiervan de intelligente verkeersregelinstallaties en de kunstwerken (bruggen) samengesteld uit een composiet en staal. Verder is de vervanging van het openbaar groen (bijvoorbeeld buurtgroen en parken) volledig meegenomen. De beheerstrategie is gericht op levensduurverlenging, te bereiken door een optimalisatie van het groot onderhoud met als doel vervanging van de assets zo lang mogelijk uit te stellen. De concept NKG laat ten opzichte van de meerjarenbegroting (2022/2029) een tekort zien.

Dit wordt vooral veroorzaakt door een actualisatie van beheergegevens (arealen, eenheidsprijzen en afschrijvingstermijnen), het doorvoeren van onvermijdelijk innovaties en door het doorvoeren van de genoemde beheerstrategie. Vooral de onderdelen wegen (asfalt) en beschoeiingen laten een forse stijging van verwachte uitgaven zien. Er vindt nader onderzoek plaats naar de mogelijkheden om deze uitgaven in activiteiten die een meer/langjarig nut hebben niet in een keer ten laste van de exploitatie van de begroting te hoeven nemen maar om deze investeringsuitgaven te activeren en vervolgens de lasten van rente en afschrijving – op basis van de gebruiksduur - ten laste van de exploitatie te brengen. Op deze wijze wordt de stijging van de lasten meer in de tijd gespreid in het finanieel begrotingsbeeld vertaald. Het inhoudelijk onderzoek naar deze mogelijkheid en het vervolgens financieel vertalen ervan neemt nog enige doorlooptijd. Om die reden wordt in de tabellen een bedrag pm opgenomen. Groenonderhoud (vervanging groen bij einde levensduur) In de concept NKG is de vervanging van openbaar groen volwaardig meegenomen. In de huidige meerjarenbegroting zijn de volumes voor groenonderhoud onvoldoende budgettair vertaald.

De afgelopen jaren is dit in budgettaire zin opgevangen door uitstel van onderhoud, het inzetten van de tijdelijke budgetten uit het coalitieakkoord en het inzetten van onderuitputting op budgetten voor overige delen van groot onderhoud/vervanging. Die laatste mogelijkheid is niet meer voorhanden omdat het groot onderhoud/vervanging op de overige elementen aan de orde is. Door het stelselmatige uitstel van vervanging van groenvoorzieningen bij het bereiken van ‘einde levensduur’, van vooral de groenvakken en plantsoenen in buurten en wijken, loopt de feitelijke (en in latere fase ook ervaren) kwaliteit van het groen steeds verder terug. Hierdoor raakt de bodem uitgeput en ontstaan open plekken in de beplanting.

33

Gevolg is dat de groenvakken er sleets uitzien, het dagelijks onderhoud niet meer goed uit te voeren is en er ongewenste neveneffecten optreden zoals het dumpen van tuin- en zwerfafval in groenvakken. Met de aanvulling van – structureel – budget blijft de groenkwaliteit gewaarborgd op o.a. aspecten als functionaliteit en biodiversiteit en wordt ‘sleetsheid en verloedering’ van het groen voorkomen. Natuurlijk zal de vervanging zo veel mogelijk integraal worden aangepakt, gelijktijdig met vervanging van andere onderdelen in de openbare ruimte. Bij de planvorming worden bewoners betrokken en wordt bij de beplantingskeus ingespeeld op onze ambitie met betrekking tot het verhogen van de biodiversiteit en gebruik worden gemaakt van soorten die klimaatadaptief zijn (goed gedijen in ons veranderend klimaat). De noodzakelijke uitgaven voor de vervanging van groen lopen vanaf 2022 tot 2030 fors op: 2022 € 500.000 en vervolgens jaarlijks oplopend met € 100.000. Voor de hogere uitgaven in 2022 is € 200.000 beschikbaar in het tijdelijk budget kwaliteitsverbetering uit het Coalitieakkoord, dus het budgettair effect voor 2022 is € 300.000. De dekking van de kosten van het vervangen van groen behoeft nog nader onderzoek. Daar waar de vervanging van groen onderdeel uitmaakt van een integraal project of werk kan dit mogelijk als investering worden gezien.

Een andere deel, het uitsluitend vervangen van groen in wijken en buurten, niet gekoppeld aan een grote reconstructie zou wel binnen de exploitatie gevonden moeten worden. De opdracht is om uit te zoeken hoe die verhouding ligt tussen groen vervangen in integrale projecten en welk deel niet. Inschatting op basis van het programma van 2021 is dat dat gaat om ongeveer 50%. Programma Water (riolering) Op dit moment wordt gewerkt aan het programma Water (actualisatie Gemeentelijk Rioleringsplan) met een langjarige doorrekening voor het beheer en onderhoud van de riolering. Voornemen is om dit jaar een aantal opties voor te leggen aan de raad, waarbij ook gekeken wordt naar klimaatverandering. Programma Water/doorrekening riolering wordt in samenhang met de Nota Kapitaalgoederen bekeken. De inhoudelijke keuzes in beheer werken door naar een aanpassing (lees: verhoging van kosten) die op haar beurt doorwerkt in de hoogte van de rioolheffing. Verdere digitalisering De ontwikkeling en gebruik van data en software wordt steeds meer ingezet bij ontwikkeling en beheer en onderhoud van de stad. Dit brengt onvermijdelijke structurele hogere kosten met zich mee zoals de ontwikkeling van nieuwe software modules samen met markt, het gebruik van data en nieuwe technologie en de meerkosten van licenties en contracten. Denk onder andere van digitale kaarten (geografische informatie).

Dit zowel concernbreed, als in samenwerking met aannemers, inwoners en andere partijen. Het aanbod en gebruik op het vlak van 3D, BIM (bouw informatiemanagement) en algoritmes ontwikkelt zich snel in het bedrijfsleven. Tools die ook inspelen die op actuele onderwerpen zoals energietransitie en klimaatadaptatie. De ontwikkeling van deze toepassing gaat sneller in het bedrijfsleven dan bij de overheid, zo ook bij Zoetermeer (bron: onderzoek VNG en gemeente Amsterdam). Ook vindt er een ontwikkeling plaats waarbij de basisregistraties van het fysieke domein op termijn in 3D gaat plaatsvinden. Het betreft de zgn. SOR (samenhangende objectenregistraties). Dit vraagt dataverrijking van alle beheercomponenten in de openbare ruimte. Zoetermeer is de afgelopen jaren geleidelijk aan gestart met deze ontwikkelingen en werkt hierbij samen met partijen zoals de VNG, Citydeals, CROW en andere partijen. Er zijn extra middelen nodig om meer: - in de pas te lopen en aansluiting te houden met het bedrijfsleven; - het adaptief vermogen van te gemeente te versterken; - aan de wettelijk verplichtingen te kunnen voldoen. In 2021 én de komende drie jaar wordt een tekort van € 100.000 verwacht. Daarna kunnen er door standaardiseringen en beschikbaarheid van meer data mogelijk efficiency voordelen ontstaan.

Elektrische laadinfrastructuur In Zoetermeer staan momenteel ruim 220 oplaadpunten voor elektrische auto's in de openbare ruimte. Naar verwachting zal de komende 10 jaar de vraag naar oplaadpunten fors stijgen. Zoetermeer is één van de weinige gemeenten met eigen bezit. Hoewel het beheer inmiddels door een marktpartij gedaan wordt, brengt plaatsing, communicatie met inwoners, de exploitant en de energiemaatschappij veel werk met zich mee.

34

Ook is het onwenselijk om als gemeente in de toekomst, met meer laadinfrastructuur, als ‘energieleverancier’ te blijven fungeren. In oktober 2020 (0637633980) heeft het college besloten om deel te nemen aan de aanbesteding van de gemeente Rotterdam. Zo kunnen we de gemeentelijke laadinfrastructuur aan een marktpartij overdragen en beheer, uitbreiding en exploitatie door hen laten verzorgen. In een samenwerkingsovereenkomst zijn de voorwaarden en afspraken tussen partijen vastgelegd inzake de uitvoering, zoals de verdeling van de kosten voor het concessiemanagement. Door het uitbesteden van het werk veranderen de kosten en opbrengsten voor de gemeente. Zo is bijvoorbeeld de gemeente zelf geen energieleverancier meer en blijft eigenaar van de palen, maar krijgt de gemeente een concessievergoeding per afgenomen kWh. In de jaren 2021 en 2022 wordt een nadeel verwacht van € 81.000 respectievelijk € 9.000. Dit nadeel wordt met name veroorzaakt door een overschrijding van de kosten van de eerder aangelegde (zie Tweede Tussenbericht 2020) laadpalen en de tegenvallende inkomsten als gevolg van corona. Vanaf 2023 wordt een voordeel verwacht van € 34.000 per jaar, oplopend naar € 56.000 per jaar in 2026. Dit wordt veroorzaakt door de terugkeer naar normaal gebruik, toename van aantal laadpalen en de opbrengst uit de concesssie.

Onvermijdelijke ontwikkelingen Basisregistratie Ondergrond (concernbreed) De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een wettelijke taak. Vanaf 1 januari 2018 is de gemeente verplicht een BRO in te richten en in stand te houden. Het ministerie adviseert nadrukkelijk om binnen de gemeente een 'coördinator ondergrond' aan te wijzen die alle BRO-gerelateerde disciplines kent, begeleidt en die de leveringen vanuit de gemeente aan het bronhouderportaal BRO inricht en bewaakt. De werkzaamheden voor deze nieuwe, wettelijk verplichte taak kunnen niet binnen de bestaande formatie worden opgevangen. Om de werkzaamheden voor deze taak uit te voeren is een structureel jaarlijks budget van € 50.000 nodig. Afvalinzameling en -verwerking: matrassen en oud papier Landelijke regelgeving over de verwerking van matrassen in combinatie met het opschorten van de uitvoering afval- en grondstoffenbeleidsplan zorgt voor € 125.000 aan meerkosten in de verwerking van grofvuil (zie raadsmemo 17 februari 2021, 0637673404). Per 1 oktober 2020 is er een nieuw contract voor de inzameling van oud papier en karton. In de begroting is voor oud papier alleen een vergoeding opgenomen, die nu geraamd is op € 0. De kosten en de vergoeding worden met het nieuwe contract apart van elkaar geboekt. Aan de lastenkant de kosten van afvoer van het ingeleverde papier.

Aan de batenkant wordt de vergoeding opgenomen, die op dit moment nog laag is. De verwachting is dat zowel de inkomsten als de uitgaven uitkomen op € 430.000 per jaar, per saldo dus budgettair neutraal. COVID-19 Maatregelen De gemeente Zoetermeer levert in het kader van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte ook een bijdrage in de beleving en veiligheid van de bewoners. In verband met de coronacrisis zijn extra niet begrote maatregelen genomen om de veiligheid van de bewoners te borgen. Hiertoe zijn op verschillende plekken in de stad tekstkarren geplaatst, aanpassingen aan verkeersregelinstallaties aangebracht, verkeersregelaars en extra controles voor de avondklok ingezet om de (verkeers)veiligheid te kunnen waarborgen. Hierdoor wordt in 2021 een nadeel verwacht van € 80.000.

Beleidswijzigingen Open Stad In de agenda Open Stad zijn een groot aantal thema’s benoemd waarin de aandacht voor toegankelijkheid inhoud wordt gegeven. Dat voorstel is in de raad van januari 2021 besproken. Het college heeft, bij gebrek aan budgettaire mogelijkheden, nog geen voorstellen aan de raad voorgelegd met betrekking tot de aanvullende ambities ontwikkeling buitenruimte (I), kwaliteit buitenruimte (J) en toegankelijkheid maatschappelijk vastgoed (K). De raad heeft bij amendement 2102-E aangegeven de door het college aangegeven ambities heel belangrijk te vinden en deze in het perspectief te plaatsen van de inzet van de Enecogelden en daarbij het besluit genomen ’dat het college tijdens het Voorjaarsdebat met betrekking tot de ambities I, J en K aan de raad een besluit voorlegt.’

35

De invulling van ambitie I – het verbeteren van de toegankelijkheid in de openbare buitenruimte – kan voor wat betreft de huidige innovaties op het gebied van toegankelijkheid in budgettaire zin worden gerealiseerd binnen het structureel beschikbare innovatiebudget van € 50.000 dat in programma 3 voor innovaties in het beheer van de buitenruimte beschikbaar is. Voor de ambities J (kwaliteitsimpuls beheer openbare ruimte) is in de begroting een tijdelijk budget beschikbaar tot en met 2022. Voor het inwilligen van situationele verzoeken met betrekking tot toegankelijkheid is binnen dit budget € 25.000 per jaar beschikbaar. Daarnaast is binnen programma 3, onderdeel onderhoud wegen, structureel € 25.000 beschikbaar voor het uitvoeren van deze kleine aanpassingen. Verder zal het pakket van maatregelen dat samenhangt met deze kwaliteitsimpuls de toegankelijkheid in algemene zin ten goede komen. Voor ambitie K (vergroten toegankelijkheid maatschappelijk vastgoed) is geen budget in de begroting voorhanden. Gelet op ambitie die spreekt uit J en K is het denkbaar, dat er voor de bestaande stad op projectbasis een inhaalslag wordt gemaakt. Het college stelt voor dit onderwerp te betrekken bij de afweging van toe te wijzen Enecogelden, waarbij een inzet voor deze ambities kan worden afgewogen met andere onderwerpen.

Omdat over het afwegingskader Eneco en vervolgens het toedelen van middelen vanuit de Enecogelden in een afzonderlijk voorstel aan de raad worden voorgelegd, is in de perspectiefnota zelf geen voorstel tot het opnemen van middelen voor de ambities J en K opgenomen. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en (her)inrichting van de openbare ruimte vallen de uitgangspunten en randvoorwaarden van toegankelijkheid binnen de scope van de projecten en worden hierbinnen gerealiseerd.

Afwijkingen uitvoering Maatregelen Ombuigen & Vernieuwen Afval- en grondstoffenbeleid (stimuleren afvalscheiding maatregel 111) Vanwege het ingediende referendumverzoek wordt de uitvoering van het raadsbesluit van het Afvalen grondstoffenbeleid niet gestart. Dit heeft tot gevolg dat de voorgenomen beleidsaanpassingen voorlopig niet uitgevoerd worden en dat betekent dat de hoeveelheid restafval niet zal dalen naar de verwachte 160 kg in 2023. De ingeboekte verlaging van de afvalstoffenheffing wordt niet gehaald. Om de financiële gevolgen goed te kunnen blijven volgen worden de nu opgenomen middelen (volgens begrotingswijziging 20-129 d.d. 14 december 2020) in de meerjarenbegroting teruggedraaid. Dit betekent dat de begrotingswijziging volledig wordt teruggedraaid. Na de uitslag van het referendum wordt er een nieuwe (financiële) doorrekening gemaakt en een nieuwe begrotingswijziging van de gevolgen aan de gemeenteraad voorgelegd. De gevolgen voor het later kunnen verhogen van de OZB zijn opgenomen onder OAD. In het Afvalbeleidsplan was vanaf 2023 € 85.000 opgenomen ten laste van het begrotingssaldo. Dit zijn de afschrijvingslasten van de ICT-aanpassingen, die niet ten laste van de afvalstoffenheffing kunnen worden gebracht. Deze middelen worden vooralsnog gereserveerd voor de toekomstige noodzakelijke ICT-aanpassingen, waardoor de wijziging neutraal is voor de begroting.

Vanwege het ingediende referendumverzoek worden er geen investeringen gedaan voor het Afval- en grondstoffenbeleid.

Risico's Plaagdierbestrijding Er loopt een nieuwe aanbesteding voor plaagdierbestrijding. Dit brengt een risico op hogere kosten met zich mee. Parkeerexploitatie Afhankelijk van de effecten waar ondernemers (van winkels) en consumenten mee te maken krijgen, kan COVID-19 ook een langdurig effect hebben op de parkeerexploitatie. Dit heeft ook gevolgen voor het behalen van de doelen uit Ombuigen en Vernieuwen. In dit tussenbericht/de perspectiefnota wordt alleen een inschatting voor 2021 gegeven.

36

Programma 4. Vrije tijd

Financiën Bedragen x € 1.000

Doorkijk MJB

MJB 2022-2025 1e TB 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Sportakkoord

-60

-60

- dekking Rijksvergoeding Sportakkoord

60

60

Coronasteun instellingen

-175

- rijksbijdrage, zie OAD Saldo

-175

0

Beleidswijzigingen Realisatie sportzaal/ontmoetingsruimte IKC Touwladder

-155

-155

-155

-155

Saldo

-155

-155

-155

-155

-155

-155

-155

-155

Totale wijziging saldo programma

-175

0

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en 1e TB) Sportakkoord Met het Nationaal Sportakkoord willen de sport, de gemeenten en de rijksoverheid samen met de provincies, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties de kracht van sport in Nederland nóg beter benutten. In Zoetermeer is dit vertaald in het Zoetermeers Sportakkoord. Het Sportakkoord loopt van 2020 tot en met 2022. De eerste tranche van het Sportakkoord (2020 en 2021) is al in de begroting verwerkt.

37

Het rijk heeft het budget voor het Sportakkoord voor 2021 opgehoogd van € 60.000 naar € 120.000. Inmiddels is bekend dat Zoetermeer voor 2022 ook € 60.000 krijgt. Gevraagd wordt om voor 2021 het budget voor het Sportakkoord met € 60.000 op te hogen naar € 120.000 en voor 2022 € 60.000 beschikbaar te stellen met als dekking de rijksvergoeding. Coronasteun instellingen Voor instellingen binnen de sector kunst en cultuur is het ook weer mogelijk om in 2021 coronasteun te vragen. Daartoe is het afwegingskader ook in 2021 van toepassing. Tot 1 april is er voor een bedrag van € 175.000 huurkorting en steun beschikbaar gesteld. Bij de reguliere subsidie is sprake van de coulance afspraak dat ondanks dat veel activiteiten niet kunnen plaatsvinden door de corona maatregelen of anders worden ingevuld, toch volgens het normale betalingsritme wordt uitbetaald en subsidie niet zal worden teruggevorderd.

Beleidswijzigingen Realisatie sportzaal en ontmoetingsruimte IKC Touwladder (Seghwaert/Velddreef) In 2016 is door het vaststellen van het Integraal Huisvestingsplan 2016-2020 budget vrijgemaakt voor de realisatie van nieuwbouw van de school aan de Velddreef 322-328. De afgelopen maanden is door verschillende maatschappelijke - en sportaanbieders in Zoetermeer bekeken of de toekomstige IKC breder kan worden gebouwd op een locatie in de wijk, dan alleen voor onderwijs en kinderopvang. Zo is gekeken om functies als sport, ontmoeting en zorg te integreren in het gebouw. Door de verbreding bestaan niet alleen kansen om het gebouw duurzaam, toegankelijk en kwalitatief beter vorm te geven, maar wordt ook door de maatschappelijke invulling een belangrijke kwaliteitsimpuls gegeven aan het voorzieningenniveau in de wijk Seghwaert. Zoetermeer groeit en verandert. Om hier invulling aan te geven, werkt zij aan grote interventieprogramma’s als de Schaalsprong, Zoetermeer 2040 en Wijkgericht Werken. Het aanbieden van passende vrijetijdsbesteding zoals sport en ontmoeting, levert een belangrijke bijdrage aan deze wijk. De toevoeging van de functie van kinderopvang kan op een kostendekkende manier gerealiseerd worden. Voor de functies sport en ontmoeting moet een investeringsbudget beschikbaar gesteld worden. Hiervoor komt een apart raadsvoorstel.

Met de daaruit voortkomende exploitatielasten wordt in deze persepctiefnota een voorstel gedaan. Sport wordt hieronder toegelicht. Het onderdeel Ontmoeting is opgenomen in programma 2. Sport Voor binnensport geldt dat uit capaciteitsonderzoeken is gebleken, dat in de gemeente Zoetermeer te weinig sportzalen en -hallen beschikbaar zijn. De wijk Seghwaert is een van de wijken die nu al een tekort heeft aan sportaccommodaties en door de realisatie van de Schaalsprong wordt dat tekort groter. Daarnaast kennen de huidige gymzalen aan de Velddreef een hoge bezetting van meer dan 80% en zijn de locaties aan vervanging toe. Daar komt bij dat de huidige thuisbasis van Basketbalvereniging Zoebas officieel te klein is om wedstrijden te kunnen spelen en dringend op zoek is naar een grotere uitvalbasis met een tribune. Zodat bezoekers en sporters op een veilige en toekomstbestendige manier in de zaal kunnen zitten/spelen. De investering voor het toevoegen van een sportzaal is € 7,4 mln. inclusief BTW. De BTW kan worden teruggevorderd via de SPUC-uitkering (specifieke uitkering sport), deze bedraagt € 1,3 mln. De netto-investering bedraagt dus € 6,1 mln. De exploitatielasten, die hieruit voortvloeien worden gedeeltelijk gedekt door huurinkomsten en het energievoordeel. Per saldo is sprake van een jaarlijkse exploitatielast van € 155.000.

Achterblijflocaties De gebieden aan de Koeienweide 2 en Velddreef 330 komen na de verplaatsing naar de IKC plus, beschikbaar voor herontwikkeling. Hiertoe wordt op termijn een voorstel voorgelegd, waarbij ook de huidige boekwaardes van de gebouwen per eind 2020 € 396.000 worden betrokken, de kosten van de gebiedsontwikkeling, de bijbehorende exploitatiekosten en de toekomstige inkomsten Algemene uitkering en OZB. Naar aanleiding van een recent taxatie onderzoek is de verwachting is dat dit budgetneutraal of met een klein voordeel kan worden ontwikkeld.

38

Programma 5. Veiligheid

Financiën Bedragen x € 1.000

Doorkijk MJB

MJB 2022-2025 1e TB 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Onvermijdelijke ontwikkelingen Functioneel Leeftijdsontslag VRH (FLO)

-504

Deelnemersbijdrage VRH, financieel resultaat 2020

310

Deelnemersbijdrage VRH, vrijval reserve OMS

193

Totale wijziging saldo programma

-1

-10

-10

Onvermijdelijke ontwikkelingen Functioneel Leeftijdsontslag VRH (FLO) Een onderdeel van de deelnemersbijdrage van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) is het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO). Een inhoudelijk uitwerking van het FLOakkoord betreft het versneld sparen. Het financiële effect betreft het naar voren halen van de uitgaven (versneld sparen) en de gevolgen van de netto-garantie. In het raadsmemo ‘FLO-overgangsrecht -Terugkoppeling AB VRH 27 januari 2021’ is aangegeven dat we in 2021 een nadeel verwachten van € 550.000. Deze financiële afwijking wordt nu bijgesteld naar € 504.000.

39

Deelnemersbijdrage VeiligheidsRegio Haaglanden (VRH), financieel resultaat 2020 De VRH verwacht een voorlopig rekeningresultaat in 2020 van € 3,2 mln. Dit betekent voor Zoetermeer in 2021 een voordeel van € 310.000 als dit voordeel wordt teruggestort aan de deelnemende gemeenten. Deelnemersbijdrage VRH, vrijval reserve openbaar meldsysteem (OMS) De VRH heeft in 2020 de exploitatie van het OMS aan de markt overgedragen. Het OMS is aangepast zodat abonnees via meerdere aanbieders kunnen aansluiten. Abonnees kunnen hun eigen aanbieder kiezen. Op termijn zullen ook deze aansluitingen overgaan naar het Landelijke Meldkamer Samenwerkingsplatform. De bestemmingsreserve zal deels gebruikt worden om de VRH frictiekosten voor 3 jaren te dekken (€ 400.000). Het restant van € 1.804.000 komt ten gunste van de gemeenten. Door de reserve te laten vrijvallen is een incidentele verlaging van de Zoetermeerse bijdrage mogelijk. Dit levert in 2021 een voordeel op van € 193.000.

40

Programma 6. Dienstverlening en participatie

Dienstbare gemeente

6.1 Continueren klanttevredenheid

Gemiddeld rapportcijfer tevredenheid gehele dienstverlening

Gemiddeld rapportcijfer aanvraag en afhandeling van digitale producten

6.2 Bevorderen van participatie

Gemiddeld rapportcijfer inwoners over proces van participatie

Gemiddeld rapportcijfer dienstverlening aan ondernemers

Wijzigingen doelen en indicatoren Verbeterde dienstverlening Door Covid-19 moesten het afgelopen jaar veel maatregelen worden genomen om de gewenste dienstverlening te kunnen blijven bieden. Een aantal van deze maatregelen heeft geleid tot procesverbeteringen zonder extra kosten en wil het college om die reden behouden. Zo is online participatie verbeterd. Dit jaar wordt online participatie verder verfijnd, wat ten goede komt van participatietrajecten binnen de Omgevingswet die per 1 januari 2022 van kracht wordt. Een ander voorbeeld is de aanmelding van huwelijken, dat kan aan het loket maar voortaan ook telefonisch en digitaal. Ook is streaming van huwelijken het afgelopen jaar gerealiseerd, naar de toekomst toe blijft dat mogelijk tegen een vergoeding. Bij een aantal diensten is het een optie om te videobellen met de gemeente en in de toekomst kan dat mogelijk bij meer diensten worden aangeboden. Effectindicator gemiddeld rapportcijfer aanvraag en afhandeling digitale producten De streefwaarde is dat er gemiddeld een 7,7 wordt gegeven voor de aanvraag en afhandeling van digitale producten. De ambitie is om uitstekende digitale dienstverlening te leveren, maar dit cijfer lijkt niet reëel. Met de komst van de nieuwe website en verdere digitalisering verbetert de digitale dienstverlening.

Tegelijkertijd stellen inwoners, door de voortgaande ontwikkelingen in techniek en samenleving, steeds hogere eisen aan de digitale dienstverlening. Zo verwachten inwoners terecht ook een steeds groter gebruiksgemak en mogelijkheid om digitaal zaken te doen.

41

Financiën Bedragen x € 1.000

Doorkijk MJB

MJB 2022-2025 1e TB 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Extra kosten verkiezingen

-35

Stadsgewest Haaglanden in liquidatie

120

Saldo

85

-45

-45

-45

-45

-45

-45

-45

-45

-45

-45

Onvermijdelijke ontwikkelingen COVID-19 maatregelen verkiezingen Tweede Kamer

-546

- rijksbijdrage, zie OAD Referendum afvalbeleid

-132

-198

Omgevingswet

-210

-230

Wabo en Toezicht

150

Inkomsten bouwleges

-600

Saldo

-130 1.100

-1.338

-428

970

0

0

0

-14

-28

-28

-28

-28

-28

-96

-96

Implementatie nieuwe wetgeving WEMBV en WOO

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

- rijksbijdrage, zie OAD

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

-14

-124

-124

-28

-28

-28

-1.267

-597

801

-73

-73

-73

Beleidswijzigingen Uitvoeren wet Donorregistratie - rijksbijdrage, zie OAD Implementatie nieuwe wetgeving eenmalig - rijksbijdrage, zie OAD

Saldo

Totale wijziging saldo programma

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en 1e TB) Extra kosten verkiezingen Er zijn structurele meerkosten vanwege de toegankelijkheidseisen die voor de stembureaus gelden. Daarnaast zijn er hogere opslagkosten voor externe opslag. Bij de verkiezingen van 2018, 2019 en 2021 bleek, vanwege toegenomen complexiteit van het organiseren van verkiezingen, extra personele capaciteit noodzakelijk. Dat is tot op heden ingevuld met boventallige medewerkers of medewerkers in een re-integratietraject. Als dat in de toekomst niet mogelijk is, dan is uitbreiding van formatie mogelijk noodzakelijk. Stadsgewest Haaglanden in liquidatie De verwachting is dat rond juni 2021 de liquidatie van het Stadsgewest Haaglanden volledig is afgerond. Het liquidatiesaldo wordt dan aan de voormalige deelnemende gemeenten van het Stadsgewest in liquidatie uitgekeerd. Voor Zoetermeer betekent dit een geschatte meevaller van ongeveer € 120.000.

Onvermijdelijke ontwikkelingen COVID-19 maatregelen verkiezingen Tweede Kamer In januari is over dit onderwerp een memo aan de raad gestuurd over de extra kosten die nodig zijn om de verkiezingen coronaproof te kunnen laten verlopen. De verwachte extra kosten zijn ingeschat op € 629.000 waarvan al een deel (€ 83.000) is betaald en verantwoord in 2020.

42

De overige kosten voor 2021 bedragen nog € 546.000 en worden deels gedekt uit een compensatie van het rijk. Het ongedekte deel blijft vooralsnog ten laste van de gemeente. Via de VNG worden na afloop van de verkiezingen aan de hand van de werkelijk gemaakte kosten door de gemeenten onderhandeld met het rijk over aanvullende compensatie. Referendum afvalbeleid Door de inwoners van Zoetermeer is verzocht om een referendum te houden over het raadsbesluit Afval- en grondstoffenbeleidsplan 2021 ‘Afvalscheiden. Ik haal er alles uit!’ Aan alle benodigde formaliteiten, zoals de drempel van het aantal indieners dat benodigd is, is voldaan. En op 6 april 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met het houden van het referendum, ten tijde van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022. Voor Zoetermeer is het lang geleden dat er een gemeentelijk referendum is gehouden. Met de bijbehorende kosten is geen rekening gehouden in de meerjarenbegroting. De kosten voor 2021 bedragen € 132.000. Dat betreft vooral ambtelijke capaciteit en de kosten voor de commissie. De kosten voor 2022 bedragen € 198.000. Dat betreft ambtelijke capaciteit, de kosten voor de commissie, communicatiemiddelen richting burgers en de uitvoeringskosten van het referendum. Omgevingswet Ten aanzien van de Omgevingswet zijn verschillende ontwikkelingen te melden met elk hun eigen gevolgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=40ecc661-8b62-4873-89ee-b0e503b6b0f9