Bijlage 1 - Omgevingsprogramma Entree
Tekst van het document
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen de locatie ‘Entree voordeuren’ worden de entrees en voordeuren van functies binnen Entree beoordeeld op een zorgvuldige positionering in het blok, daarbij gelden de volgende regels: a. Entrees woningen 1. per zijde van het blok is er minimaal 1 entreehal van de woningen van de bovenliggende verdiepingen; 2. woningen en functies die op de begane grond aan de buitenzijde van het stedelijk blok liggen hebben hun voordeuren aan de openbare ruimte; 3. er is sprake van een overtuigende oplossing voor de verbinding tussen de collectieve entrees, de binnentuin en parkeergarage, vanuit het oogpunt van ontmoeting en interactie tussen bewoners in het blok. b. Entrees autoparkeergarage & fietsenstalling 1. autoparkeren van zowel en bewoners, werknemers en bezoekers gebeurt inpandig; 2. fietsparkeren voor bewoners en werknemers gebeurt inpandig; voor bezoekers in het openbaar gebied; 3. autogarage-entrees zijn zoveel mogelijk opgenomen in de straatwand aan Bredewater en Boerhaavelaan, met minimale onderbreking in de gevel; 4. vlakstand en voorzieningen t.b.v. garage (slagboom/automaat, etc.) dienen binnen de rooilijn opgelost te worden. 5. Aan diverse zijden van het blok zijn, per blok, zorgvuldig vormgegeven en uitnodigende toegangen tot fietsenstalling ontworpen: i.
waarbij de specifieke ingangen afhankelijk zijn van de grootte en positie van het blok in het raamwerk; ii. uitgangspunt is dat de entrees logisch aansluiten op het omliggende fietsnetwerk (waaronder de Afrikaweg), waardoor fietsgebruik zoveel mogelijk wordt gestimuleerd.
27
4.4.1.5 Verbijzondering van het stedelijk blok 4.4.1.5.1 Pleinruimte verbijzondering Rondom de stedelijke blokken West 4, West 7.2, Oost 1 en Oost 4.2 (zie voor de positie van deze stedelijke blokken de Spelregelkaart) zijn verbijzonderingen met betrekking tot de vaste rooilijn aangegeven. Op deze plekken is een uitsparing in de vaste rooilijn voorgeschreven. Die uitsparing, of anders genoemd: pleinruimte verbijzondering, is bedoeld om extra ruimte te bieden in de openbare ruimte aan bijvoorbeeld extra groen, beweegruimte of ruimte voor verblijven. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Ten behoeve van extra oppervlakte voor de openbare ruimte, ligt de rooilijn van het stedelijk blok terug, ter plaatse van a. a. de locatie Pleinruimte verbijzondering, minimaal 100 m2, met dien verstande dat ; 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangeven; 2. de ruime ook kan worden ingezet voor een voetgangersopgang van het stationsplein richting de Afrikaweg. Deze mag een overbouwing krijgen van de bovenliggende bebouwing, mits de onderdoorgang van ruime hoogte is (minimaal 5 meter). b. de locatie Pleinruimte verbijzondering, minimaal 300 m2, met dien verstande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; c. de locatie Pleinruimte verbijzondering, minimaal 600 m2, met dien verstande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; d.
de locatie Pleinruimte verbijzondering, minimaal 1.000 m2, met dien verstande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven. e. de pleinruimtes als bedoeld onder sub b tot en met d mogen niet worden overbouwd. De exacte maat waarin de rooilijn van het stedelijk blok terug ligt, is onderdeel van nadere uitwerking van het ontwerp van de stedelijke blokken, waarbij geldt dat bij het terugleggen van de rooilijn: 1. de diepte van het stedelijk blok 22 meter mag blijven bedragen, met uitzondering van bijzonder programma zoals bepaald in beleidsregel 4.4.1.6 Bijzonder Programma 2. de maximale hoogte van dit deel van het stedelijk blok niet hoger is dan de hoogte van de direct aansluitende gelegen maximale bouwhoogte, niet zijnde een hoogteaccent.
28
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Pleinruimte verbijzondering
4.4.1.5.2 Centrumstraat en West 6 & West 7 Op de spelregelkaart is de ligging van de stedelijke blokken ter plaatse van West 6 en 7 bepaald en daarmee ook de ligging van de Centrumstraat. In de volgende afbeelding is dit tevens weergegeven.
Zuidelijke ligging Centrumstraat zoals opgenomen in Spelregelkaart
Voor deze plots en ligging van de Centrumstraatzijn andere uitwerkingen denkbaar als alternatief, om een betere verbinding met de wijk Meerzicht via de Meerzichtlaan te maken. Daarbij is het denkbaar dat bij de uitwerking van de stedelijke blokken 6 en 7 een verschuiving van de Centrumstraat plaatsvindt. De stadsnis wordt in dat geval ook anders vormgegeven.
4.4.1.6 Bijzonder programma Het doel is te komen tot een zorgvuldige en kwalitatief hoogwaardige inpassing van het totale programma, zodat ook in het stedelijk blok de juiste condities worden gecreëerd om het bijzondere programma, dat niet altijd standaard in de plint of ontwerpprincipes past, in te passen. De stedelijke blokken van Entree bestaan uit een gemengd programma van wonen, werken en diverse voorzieningen. Bij dit programma komt een breed scala aan activiteiten kijken die passen bij een gemengde stadswijk. Een groot deel van dit niet-woonprogramma zal ingepast worden in de plinten. Enkele bijzondere functies vragen om een specifieke inpassing.
Alternatieve varianten ligging Centrumstraat
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen de locatie aangewezen als Centrumstraat en West 6 & West 7 zijn alternatieve uitwerkingen van de stedelijke blokken, de ligging van de Centrumstraat en de stedelijke blokken mogelijk. Een alternatieve ligging dient te passen binnen essenties en doelen van de Ontwikkelvisie Entree.
4.4.1.5.3 Experiment Per blok worden ontwikkelaars uitgenodigd tot het introduceren van een (maatschappelijk gemotiveerd) experiment (zoals bijvoorbeeld een bijzondere typologie, collectiviteit, doelgroepen, duurzaamheid, etc). Het experiment kan als middel worden gebruikt om het blok eigenheid te geven. De plek van het experiment binnen het blok is niet vastgelegd.
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Groot niet-woonprogramma dat in de stedelijke blokken wordt gerealiseerd voldoet aan de volgende bepalingen: a. groot werkprogramma: in principe is met de standaard plinthoogte van minimaal 7,5 m rekening gehouden met de mogelijkheid tot hoge bedrijfshallen of bedrijfsverzamelgebouwen; b. groot maatschappelijk programma: vormt een logisch onderdeel van het stedelijk blok, en wordt als plint uitgevoerd (al dan niet met extra bovenliggende lagen). Indien gekozen wordt erboven geen woonprogramma uit te voeren, dient het volume van voldoende hoogte te zijn (minimaal 3 lagen) om de continuïteit van de bouwwand te garanderen. c. groot kantoorprogramma: indien er ten behoeve van een marktconforme footprint voor een kantoortoren een grotere diagonaal noodzakelijk is, kan daar gemotiveerd van worden afgeweken. De voorwaarde is ook dat de rankheid van het gebouw overtuigend wordt uitgewerkt, middels het benadrukken van de verticaliteit het volume. d. Voor bijzonder programma van meer dan 500m2 b.v.o. (bruto vloeroppervlakte) op de begane grond gelden specifieke regels: 1. Wanneer de maximale blokdiepte van 22m onvoldoende blijkt, is lokaal een uitbouw die de binnentuin insteekt mogelijk. 2.
Bij grote uitbouwen van meer dan 400 m2 is om de impact op de binnentuin te beperken hier geen tweede plintlaag toegestaan en dient gezorgd te worden voor een collectief groen dak dat tevens toegankelijk is vanaf de binnentuin. 3. Voor kleinere uitbouwen tot 200m2 is een tweede laag en een niet-collectieve invulling van het groene dak ook een optie.
29
4.4.2 Entreepoort De toekomstige bebouwing van Entreepoort bestaat in essentie uit een langwerpig plintgebouw dat evenwijdig loopt aan de verkeersstromen van de randstadrail, de A12 en het spoor. Op dit plintgebouw staat een serie hoogteaccenten die een duidelijke zichtlocatie vormt en bijdraagt aan de beleving van Zoetermeer vanuit de voorbijrijdende trein, auto, tram of bus. Tegelijkertijd maken ze onderdeel uit van de beleving vanaf de stadsstraat, als markering van de stedelijke bebouwing van Entree, komend vanuit het noorden over de Afrikaweg. Deze accenten zorgen voor een compositie van aparte volumes, als een verwijzing naar de panden van het stedelijk blok in Entree Midden. De serie volumes heeft eveneens een afschermende werking van spoor- en snelweggeluid richting Entree Midden. Met de Ontwikkelvisie Entree wordt een aantal belangrijke ontwerpprincipes op niveau van het deelgebied vastgesteld. Deze principes geven enerzijds helderheid geven over de globale stedenbouwkundige opzet in relatie tot de omliggende bebouwing, van Entree Midden en de omliggende buurten. Het gaat er daarbij om helderheid te creëren over de maximale hoogtes, de vaste rooilijnen en de principes van de ontsluiting de Entreepoort. Deze ontwerpprincipes vormen het vertrekpunt voor een verdere planuitwerking in afstemming met de verschillende kaveleigenaren in het gebied.
De opgedane inzichten kunnen leiden tot een verdere aanscherping van uitgangspunten.
Voor Entreepoort gelden de volgende beleidsregels: • Plintgebouw • Het plintgebouw • Bouwhoogtes • Hoogteaccenten Entreepoort • Positie en bouwhoogte van het hoogteaccent. • Footprint van het hoogteaccent 4.4.2.1 Plintgebouw 4.4.2.1.1 Het plintgebouw De toekomstige bebouwing van Entreepoort bestaat in essentie uit een langwerpig plintgebouw. Op dit plintgebouw staat een serie hoogteaccenten die een duidelijke zichtlocatie vormt en bijdraagt aan de beleving van Zoetermeer. Het plintgebouw is onderdeel van de nadere uitwerking van Entreepoort. Bij die nadere uitwerking van het plintgebouw wordt in elk geval de onderstaande beleidsregel in acht genomen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen de locatie ‘Plintgebouw Entreepoortwordt een plintgebouw gerealiseerd: a. het plintgebouw van bestaat uit twee lagen; b. het daklandschap sluit in hoogte aan op de Afrikaweg. c. een groot gedeelte van het plintgebouw mag bestaan uit parkeer (auto en fiets)- en logistiek programma dat in twee lagen mogelijk is.
Principe compositie accenten: aflopend in hoogte richting de parken & buurten aan oost en westzijde, en oplopend vanaf het Poortgebouw en Nelson Mandelabrug
Principe van de accenten in Entreepoort wat betreft hoogtes, verjonging, onderlinge afstand en footprint 30
ONTWIKKELVISIE ENTREE
4.4.2.1.2 Bouwhoogtes Het beoogde doel van deze beleidsregel is om, in aanvulling op de beleidsregel beschreven in paragraaf 4.4.2.1 ‘Het plintgebouw’ helderheid te scheppen over de bouwhoogtes van het plintgebouw. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De maximale bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven: a. locatie ‘Bouwhoogte 8 meter’, maximaal 8 meter; b. locatie ‘Bouwhoogte 17 meter’, maximaal 17 meter; c. locatie ‘Bouwhoogte 20 meter, maximaal 20 meter.
4.4.2.2 Hoogteaccenten Entreepoort 4.4.2.2.1 Positie en bouwhoogte van het hoogteaccent. De positie van de hoogteaccenten is middels een ster indicatief aangegeven op de spelregelkaart. De exacte positie is onderdeel van nadere uitwerking. De ster is in de beleidsregel vertaald naar een zoekgebied voor het hoogteaccent, met bijbehorende bouwhoogte daarbij aangegeven. Bij de nadere uitwerking gelden de maximale bouwhoogten die in deze beleidsregel zijn aangegeven. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen het gebied Entreepoort kunnen hoogteaccenten worden gerealiseerd. Daarbij gelden de volgende regels: a. Een hoogteaccent is mogelijk ter plaatse van: 1. de locatie ‘Zoekgebied hoogteaccent 35 meter’, kan een hoogteaccent worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 35 meter; 2. de locatie Zoekgebied hoogteaccent 50 meter, kan een hoogteaccent worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 50 meter; 3. de locatie Zoekgebied hoogteaccent 60 meter, kan een hoogteaccent worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 60 meter; 4. de locatie Zoekgebied hoogteaccent 70 meter, kan een hoogteaccent worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 70 meter; b. Bij hoogteaccenten van meer dan 50 meter hoogte, is sprake van minimaal 3 bouwlagen verschillen ten opzichte van naastge- legen accenten.
4.4.2.2.2 Compositie van de hoogteaccenten De hoogteaccenten binnen het deelgebied Entreepoort zorgen voor een compositie van losstaande volumes, als een verwijzing naar de panden van het stedelijk blok in Entree Midden. Bij de nadere uitwerking van het deelgebied Entreepoort wordt daar middels onderstaande beleidsregels invulling aan gegeven. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen de locatie Compositie van de hoogteaccenten is sprake van een zorgvuldige compositie van losstaande volumes door in de uitwerking het volgende in acht te nemen: a. accenten lopen aan uiterste oost- en westzijde in hoogte af, zodat er een geleidelijke overgang richting de parken (o.a. Arianepark) vormgegeven kan worden; b. de compositie wordt in samenhang ontworpen met de bestaande volumes en structuren in de omgeving, zoals het Poortgebouw en het viaduct van de Afrikaweg; c. de compositie wordt in samenhang ontworpen met het plan voor Entree midden zodat het beleefd wordt als een integraal plan; d. de accenten hebben een onderlinge afstand van tenminste 12 meter; e. de accenten laten aan de noordzijde ten minste 7,5m vrije breedte op het dak van het plintgebouw voor een openbaar toegan- kelijke daktuin die een aantrekkelijke extra route vormt tussen de bovenliggende programma’s in de torens en richting het Ari- anepark; f.
aanvullende maatregelen boven het plintgebouw om verdere geluidsbelasting te voorkomen kunnen in het gebouwontwerp worden meegenomen middels een geïntegreerd geluidsscherm of via zogenoemde ‘vleugels’ of een volledige opbouw van maximaal 4 bouwlagen boven op het plintgebouw, zodanig dat dit geen afbreuk doet aan de beleving van de compositie van afzonderlijke torens.
31
4.4.2.2.3 Footprint van het hoogteaccent De positie van een hoogteaccent is onderdeel van nadere uitwerking. De hoogteaccenten hebben een ranke opzet. Ongeacht waarbinnen het zoekgebied (zie de beleidsregel m.b.t. de positie en bouwhoogte hoogteaccent) wordt bij de uitwerking van het deelgebied Entreepoort de onderstaande beleidsregel in acht genomen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De footprint van hoogteaccent dat wordt gerealiseerd binnen de locatie Footprint hoogteaccent Entreepoort, voldoet aan de volgende regels: a. de diameter van de footprint bedraagt maximaal 45 meter in diameter; b. de breedte van de footprint bedraagt maximaal 40 meter; c. accenten hoger dan 50 meter verjongen naar boven toe, met minimaal 4 meter breedte of diepte, vanaf ongeveer 2/3e van de totale hoogte.
4.4.3 Binnentuinen en binnentuinenroute 4.4.3.1 Binnentuinen Het doel is te komen tot een robuuste groene inrichting van de binnentuinen. De overgangen tussen privé en collectief zijn zorgvuldig vormgegeven, zodat ze uitnodigen tot gebruik en het collectieve karakter van de tuin versterken en tegelijk de privacy van de eigen woonruimte garanderen. Daarnaast is de bin- nentuin uitnodigend voor bezoekers die de tuin via enkele doorsteken of poorten kunnen bereiken. De stedelijke blokken van entree zijn gesloten blokken met gebouwd programma rondom een binnentuin met een collectief karakter, en nodigen uit tot gebruik door de direct omwonenden in het blok. Diverse toegangen rondom maken het echter ook mogelijk om als bezoeker te gast de binnentuin te bezoeken. De tuinen vormen een oase van rust ten opzichte van de reuring en ruis aan de buitenzijde van het stedelijk blok.
32
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De binnentuinen en de toegankelijkheid daarvan voldoen aan de volgende bepalingen: a. Het formaat van de binnentuin is zodanig dat er een prettige binnenruimte ontstaat, in goede verhouding tot de wanden van de gebouwen, met voldoende bezonning en ruimte voor een groene inrichting en collectief gebruik door het blok; b. met betrekking tot de toegankelijkheid van de binnentuinen geldt het volgende: 1. de binnentuinen zijn in principe voor collectief gebruik en ook ingericht als zodanig, maar overdag tenminste openbaar toegankelijk en uitnodigend voor spelende kinderen, bezoekers en toevallige passanten. Overdag zijn de tuinen dus niet afgesloten met hekken om passanten te weren, maar omwille van de beheersbaarheid kunnen deze kunnen ’s avonds worden afgesloten. 2. elke binnentuin is direct vanaf de openbare ruimte bereikbaar vanaf beide dwarsstraten, zoals bedoeld in paragraaf 4.4.4.2, plus één extra zijde met uitzondering van de percelen aangeduid op de spelkaart: O1, O6, O8 en W8), daarbij geldt het volgende: i. i.Dwarsstraten: zorgvuldig vormgegeven doorsteek als onderbreking in straatwand of als poort (beide minimaal 4 meter breed). ii.
ii.Stadsstraat/Buitenstraten: doorgang enkel met poort (minimaal 4meter breed) als uitsparing in het blok, en van roy- ale hoogte zodat het uitnodigend is maar geluidsoverlast wordt voorkomen. iii. iii.Via minimaal één van deze routes is de daktuin vanaf de openbare ruimte obstakelvrij (dus zonder trap of steile helling) te bereiken voor mindervaliden.
4.5 DUURZAAM GEBIEDSGERICHT MOBILITEITSBELEID Entree is een ambitieuze en duurzame gebiedsontwikkeling, gericht op een gezonde, groene leefomgeving. Hiertoe is een mobiliteitsstrategie Entree opgesteld. De focus ligt op mobiliteit met lage milieubelasting, zoals lopen, fietsen, en het gebruik van openbaar vervoer, met de volgende uitgangspunten: 1. Aantrekken van bewoners en ondernemers die kiezen voor gezondheid en de nabijheid van openbaar vervoer. 2. Vermijden van onnodige verplaatsingen door thuiswerken en voorzieningen dichtbij huis. 3. Mobiliteit met prioriteit voor voetgangers, fietsers, en openbaar vervoer, terwijl autoverkeer minder ruimte krijgt. 4. Stimuleren van gedragsverandering om gezond verplaatsingsgedrag te bevorderen. De openbare ruimte in Entree is gericht op gezond bewegen en leefbaarheid. De wijk is inclusief, met voorzieningen voor verschillende doelgroepen, zoals senioren en mensen met een beperking. Door voldoende voorzieningen op loop- of fietsafstand, werkruimtes aan huis en goed georganiseerde vervoersvoorzieningen wordt de behoefte aan (auto-) mobiliteit verminderd. Maar ook marketing om de juiste huishoudens aan te spreken die onder deze specifieke omstandigheden zich in Entree willen vestigingen.
Voor bijzondere verkeersbehoeften, zoals hulpdiensten en bezorgdiensten, zijn speciale voorzieningen en logistieke oplossingen, zoals ‘bezorghubs’, in de plannen opgenomen.
Binnentuinroute
4.4.3.2 Binnentuinenroute Door de aaneenschakeling van doorsteken ontstaat de mogelijkheid om via de collectieve binnentuinen Entree op een bijzondere manier te voet te verkennen. Deze binnentuinenroute vormt een aanvulling op het formele netwerk van voetgangersroutes in de openbare ruimte en maakt het netwerk fijnmaziger Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Daar waar een locatie ‘Binnentuinenroute’ is opgenomen, wordt binnen de blokken in Entree een route als onderdeel van de binnen- tuinenroute Entree gerealiseerd. Daarbij gelden de volgende regels. a. de route weergegeven door de locatie ‘Binnentuinenroute’, is indicatief; b. de exacte ligging en breedte van de binnentuinenroute is nadere uitwerking; c. de entrees liggen in de dwarsstraten in elkaars zicht, zodat er een logische en aantrekkelijke route ontstaat.
Het voetgangersnetwerk is gebaseerd op een fijnmazig stelsel van paden en trottoirs, met brede trottoirs langs de Afrikaweg en gelijkvloerse voetgangersoversteekplaatsen. Het netwerk zorgt voor veilige en comfortabele verbindingen voor voetgangers. Het fietsnetwerk wordt geoptimaliseerd, zowel voor doorgaand fietsverkeer als fietsverkeer naar en van bestemmingen in Entree. Fietspaden worden breed en vrijliggend aangelegd, met stallingsmogelijkheden in de openbare ruimte voor bezoekers die voetgangers niet hinderen. Bewoners kunnen inpandig hun fiets veilig parkeren. Er wordt ingezet op het verminderen van het autobezit door deelautosystemen, met de ontwikkeling van Mobility Hubs en MaaS-diensten (Mobility as a Service). Hiermee worden duurzamere mobiliteitskeuzes, zoals het delen van auto’s en fietsen, en het gebruik van MaaS-diensten gestimuleerd. Dit draagt bij aan het verminderen van de parkeervraag en het gebruik van de auto in het gebied. Er wordt gestreefd naar het verminderen van het autobezit en autogebruik in en door Entree. De Afrikaweg blijft wel als belangrijke verbindingsroute voor autoverkeer bestaan, maar wordt onderdeel van Entree als stadsstraat. Door een rem op het autogebruik te zetten ontstaat er op deze weg capaciteit om gelijkvloers over te steken waarmee de leefbaarheid in Entree wordt versterkt.
33
Door de infrastructuur voor autoverkeer te beperken wordt ruimte gemaakt voor fietser en voetganger, maar ook voor andere functies als groen, water en spelen. De Afrikaweg blijft een belangrijke verkeersader. Parkeren wordt in die mate gefaciliteerd, dat de ruimtelijke en programmatische ambitie kan worden gerealiseerd. Het auto parkeren voor bewoners en bezoekers dient opgelost te worden binnen de stedelijke blokken. Dit geldt ook voor het fietsparkeren van bewoners. Het fietsparkeren voor bezoekers zal wel grotendeels plaatsvinden in de openbare ruimte. Daartoe zijn specifiek voor Entree parkeernormen benoemd, wordt maximaal ingezet op deelmobiliteit en marketing gericht op deze doelgroepen. Hierdoor wordt voorkomen dat de openbare ruimte wordt overbelast met parkeerplaatsen. Er wordt een balans gevonden tussen de ruimte die nodig is voor het parkeren van privéauto’s in combinatie met het stimuleren van andere vormen van mobiliteit. In Entree is de bevoorrading, afvalinzameling en onderhoud efficiënt geregeld, waardoor logistiek autoverkeer in de voetgangerszone rondom het stedelijk blok zo veel mogelijk wordt beperkt en hinder op de omgeving wordt voorkomen. Inpandige voorzieningen ten behoeve van de logistiek zijn vanaf de openbare ruimte goed toegankelijk, en zorgvuldig ingepast in de gevel.
De logistiek wordt zo om de stedelijke blokken gepositioneerd dat de voorzieningen en het wonen in de stedelijke blokken goed kunnen functioneren en waarbij de hinder hiervan in de buitenruimte wordt beperkt. In hoofdstuk 5 van de Ontwikkelvisie Entree zijn deze principes meer in detail uitgewerkt en in paragraaf 3.1 onder het kopje: Mobiliteit en parkeren.
34
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Het gebied wordt zodanig ontwikkeld dat invulling wordt gegeven aan de ambities m.b.t. duurzaam gebiedsgerichte mobiliteit, met daarbij de focusop mobiliteit met lage milieubelasting, zoals lopen, fietsen, en het gebruik van openbaar vervoer, met de volgende uitgangspunten: a. a.aantrekken van bewoners en ondernemers die kiezen voor gezondheid en de nabijheid van openbaar vervoer. b. b.vermijden van onnodige verplaatsingen door thuiswerken en voorzieningen dichtbij huis. c. c.mobiliteit met prioriteit voor voetgangers, fietsers, en openbaar vervoer, terwijl autoverkeer minder ruimte krijgt. d. d.stimuleren van gedragsverandering om gezond verplaatsingsgedrag te bevorderen. e. e.Het parkeren van fietsen en auto’s wordt als volgt opgelost: 1. met toepassing van de bepalingen uit de Nota Maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree (bijlage VI) met dien verstande dat: 2. het toepassen van maatwerk (ambitiescenario, zie bijlage VI) is mogelijk, waarbij de gehele Nota Maatwerk Parkeernormen en uitvoeringsregels Entree onverkort geldt en 3. bij het toepassen van maatwerk, als bedoeld onder 2, de initiatiefnemer geen gebruikt maakt van de bepalingen uit de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels Zoetermeer 2019.
4.6 GEZONDE EN LEVENDIGE BUITENRUIMTE De hoge bebouwingsdichtheid van Entree, met veel activiteit, veel voorzieningen, beweging en reuring, vraagt om een inrichting van de buitenruimte waar ook voldoende groen aanwezig is en ruimte voor ontspanning. De inzet voor de buitenruimte van Entree is een prettige woonomgeving, die qua ambitie past bij de uitstraling van de gebouwen, en bij het hoogstedelijk karakter van Entree. Veel mensen maken gebruik van de buitenruimte, om te verblijven, te ontmoeten, om te sporten en buiten te spelen. In de stadsstraat is reuring, rustiger zijn de groene binnentuinen van de stedelijke blokken, de woonerven in de tussenstraten en de nabij gelegen parken. 4.6.1 Openbare ruimte De essentie van de openbare ruimte in Entree wordt gevormd door: • Een robuust groen-blauw raamwerk in verbinding met omgeving. • Levendige en verbindende stedelijke openbare ruimte/ verblijf en ontmoeting altijd dichtbij. Robuust groen-blauw raamwerk Het robuuste raamwerk bestaat uit de groen-blauwe kraag rondom Entree en de sterke bomenstructuur van de stadsstraat. Binnen Entree worden stedelijke groenvakken op de Afrikaweg en in de tussenstraten verbonden met de nieuw aan te leggen groene binnenterreinen, de daktuinen en de groene gevels.
De groen-blauwe kraag wordt aangesloten op bestaande groengebieden als het Prinses Arianepark, het Westerpark, het Bossenpark en het plantsoen in de kop Waterbuurt. De uitbreiding van de waterstructuur in de groen-blauwe kraag sluit aan op bestaande waterlopen en er worden nieuwe verbindingen gemaakt. De groen-blauwe kraag is belangrijk voor de compensatie van het toevoegen van verhardingen, het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering (hitte, droogte, wateroverlast) in natuurlijke systemen (zie ook ‘intrinsieke duurzame wijk’). Levendige en verbindende stedelijke openbare ruimte Entree is een woonwijk met adressen en voorzieningen aan een centrale stadsstraat, die het stationsgebied met Centrum West en de Binnenstad verbindt. De verschillende plekken en pleinen met de stedelijke blokken worden verbonden door een aaneengesloten voetgangersgebied met eenduidige materialisatie. De openbare ruimte aan de Afrikaweg, waar de voetganger het primaat heeft, ademt kwaliteit uit met een vriendelijk ogende elementenverharding. De eenduidige uitstraling van de bestrating is rondom heel Entree te herkennen. De trottoirs zijn breed, zodat er ruimte is voor groen, verblijf en ontmoeting en zijn in verhouding met de bebouwingshoogte. De buitenruimte is toegankelijk en gebruiksvriendelijk, onder meer door de niveauverschillen goed op te lossen.
Verblijf en ontmoeting altijd dichtbij Groen op loopafstand is kenmerkend voor de Zoetermeerse wijken. Zo ook in Entree: groen is om de hoek, evenals plekken voor ontmoeting, verblijf, sporten en spelen binnen de nieuwe wijk. Verschillende typen
en groottes van plekken bevinden zich op korte afstand van de woning. Naast een eigen plekje binnenprivate buitenruimtes, de collectieve daken en de Zoetermeerse Stoep, is iedere bewoner zo in de semi-openbare, groene binnentuin. Kinderen hebben hier de mogelijkheid om veilig te spelen zonder een straat over te steken. Verschillende onderdelen kennen een eigen inrichting De groen-blauwe kraag kan opgedeeld worden in verschillende zones, met elk een ander sfeer, beplanting, doelsoorten en inrichtingsprincipes. De verschillende overgangen zorgen voor grotere leefgebieden van planten en dieren en meer biodiversiteit. Waar mogelijk blijven bestaande groenstructuren behouden en worden zij ingepast in de nieuwe ontwikkeling. Dat zal vooral langs de randen van Entree zijn, langs de Boerhaavelaan en het Bredewater. Delen van die bestaande structuren bestaan uit grote oude bomen die in hoge mate het groene aanzicht van het kenmerkende straatbeeld bepalen. Veel van deze bomen zijn dermate oud dat behoud op de lange termijn niet verantwoord is. Deze bomen blijven in Entree behouden zolang dit verantwoord is terwijl jonge nieuw aangeplante bomen in die tijd steeds meer in volume toenemen. Dit zorgt ervoor dat tijdens de gefaseerde realisatie van Entree het totale volume van boomkronen zo groot als mogelijk is. Er zijn ook deelgebieden die een nieuwe inrichting krijgen.
Doordat de wijk in het nieuwe plan aan twee zijden (oost en west) geleidelijk oploopt naar de Afrikaweg wordt er veel veranderd in de hoogtepeilen en de infrastructuur van het gebied. Dat zorgt voor beperkingen bij het inpassen van het bestaande groen, waardoor niet veel van het bestaande groen behouden kan worden. Een groot deel van de wateropgave zal worden gerealiseerd op de kavels door middel van maatregelen in de kelder, in de binnentuinen en ook deels op de daken. Het overige deel van de wateropgave wordt in de openbare ruimte opgelost in de vorm van extra oppervlaktewater. Het water draagt bij aan de natuurlijke beleving en past bij de identiteit van Zoetermeer. Ook levert het een bijdrage aan het ecologische systeem. De plantvakken in de Afrikaweg zijn deels verhoogd, zodat de randen ervan ook zitelementen zijn. In de bakken staat vaste beplanting van diverse groottes, bomen en meerstammige struiken. Sierwaarde en seizoensbeleving zijn het uitgangspunten. Het gevelgroen wordt bij voorkeur geplant in de volle grond, waardoor het levensvatbaar is. Deze beplantingen dragen bij aan verkoeling en aan vergroening. De binnentuinen zetten de beplantingen en bomen/ meerstammige struiken van de plantvakken in de tussenstraten door. 4.6.2 Spelen en sport In Entree wordt vol ingezet op gezondheid; actief bewegen en natuurlijk spelen dragen hieraan bij.
Een natuurspeelplek, sportveldjes en -voorzieningen bevinden 35
Buitenstraat
Stadsstraat
Buitenstraat
Stadsstraat
A. Variant hellende dwarsstraat
Buitenstraat
Stadsstraat
B. Variant hellende dwarsstraat met fietsverbinding
Stadsstraat
Dwarsstraten
D. Variant dwarsstraat op gelijke hoogte met trap (uitzonderingssituatie) 36
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Buitenstraat
C. Variant hellende dwarsstraat met inrit parkeergarage
zich in deels in de groene kraag, zodat deze vanaf iedere woning goed te bereiken zijn. De realisatie van speelvoorzieningen voor de leeftijd 0-12 jaar vindt plaats binnen de stedelijk blokken en ligt bij de ontwikkelaar van de kavels. Een aantal speelvoorzieningen voor oudere kinderen (12+) wordt in de openbare ruimte van Entree gerealiseerd. 4.6.3 De wegen in Entree De stadsstraat Afrikaweg De openbare ruimte van de stadsstraat Afrikaweg wordt gedefinieerd door de bebouwing aan weerszijden. De gebouwen staan in principe in een vaste rooilijn, waardoor het profiel van de stadsstraat herkenbaar wordt. Op specifieke plekken, daar waar de stadsstraat wordt gekruist door oversteken, vindt er een uitzondering plaats door middel van een sterke verspringing in de rooilijn, waardoor er pleinruimtes worden gevormd. De stadsstraat zal voor voetgangers een fijne plek zijn. Een aangenaam verblijfsklimaat is voor een geslaagde stadsstraat een essentiële kwaliteit. De hoeveelheid verkeer op de Afrikaweg blijft groot, maar het profiel krijgt een andere indeling waarbij er minder ruimte voor de auto is. Basiseisen voor de inrichting van de Afrikaweg zijn: Verblijfsplekken waar je in de luwte van het verkeer kunt zitten, een afwisseling van schaduw en zon, veel groen, bescherming tegen windhinder, obstakelvrije looproutes. De gebouwen langs de stadsstraat worden allen voorzien van een plint.
Deze biedt ruimte aan voorzieningen die levendigheid brengen op de straat en binnen de gebouwen. Er vindt een duidelijke uitwisseling plaats tussen gebouw en openbare ruimte. Dit is de ruimte bij uitstek waar ontmoeting en verblijven plaatsvinden. De Dwarsstraten De dwarsstraten zijn de verbindende straten tussen de blokken in, die dwars op de Afrikaweg uitkomen. Meer over de Dwarsstraten in paragraaf 4.6.4. De Centrumstraat De Centrumstaat is een bijzondere dwarsstraat en met 20 meter breedte, breder dan de overige dwarsstraten. De straat vormt de belangrijkste oost-west verbinding die de wijken Meerzicht en Driemanspolder met elkaar en met Entree verbindt. De straat vormt ook belangrijke plek voor niet- woonprogramma op de begane grond. De veilige en comfortabele oversteek van de Afrikaweg geeft betekenis aan de stadsstraat, terwijl deze ook nog een druk bereden autoverbinding zal blijven. Daarom is een bijzondere vormgeving van deze plek essentieel. Dat vraagt om een integraal stedenbouwkundig ontwerp van de bebouwing, de inrichting van het maaiveld, het programma en het verkeersontwerp. Bij de bebouwing gaat het dan over de stadsnissen, de plinten, de pleinwanden inclusief de juiste plaatsing van de hoogteaccenten.
thuishoren er een plek kunnen vinden. Het verkeersontwerp levert in eerste instantie een veilige oversteek op die qua vormgeving en technische voorzieningen duidelijk maakt dat in dit gebied het autoverkeer zich dient te richten naar de veiligheid en het comfort van de voetganger. De kruising tussen de Centrumstaat en Afrikaweg wordt vormgegeven door een stadsnis. Hier ligt de rooilijn flink terug en wordt er een verblijfsplein gevormd. Dit is de plek voor groen en zitelementen, om horeca met terrassen en speciaal programma in de plint te programmeren, dat zorgt voor levendigheid en reuring. 4.6.4 De Dwarsstraten De dwarsstraten zijn de verbindende straten tussen de blokken in, die dwars op de Afrikaweg uitkomen. In basis een hellende straat, die het hoogteverschil tussen het Bredewater/ Boerhaavelaan en de Afrikaweg overbrugt. Door de flauwe hellingen blijft de wijk op deze manier toegankelijk voor mindervaliden. Een klein aantal dwarsstraten zal een deel hellend en een deel vlak worden uitgevoerd en op hoogte van de Afrikaweg worden aangelegd. Dit heeft als voordeel dat een eventuele parkeervoorziening onder de straat kan worden doorgetrokken. In dit geval zal de bereikbaarheid middels trappen en dwarsliggende hellingbaan verlopen. Ter plaatse van de pleinruimte is het mogelijk dat deze onderbouwd wordt t.b.v. de parkeervoorziening bij het bouwblok.
De dwarsstraten die gekoppeld worden aan oversteken over de Afrikaweg en die op het schaalniveau tussen de wijken een rol vervullen, zullen altijd hellend worden uitgevoerd, waardoor er ook fietsers gebruik kunnen maken om de Afrikaweg te kunnen bereiken vanuit de omliggende wijken. De dwarsstraat is 16 meter breed, is voetganger vriendelijk en biedt toegangen tot de binnentuinen van de woonblokken, waar grotere, groene speel- en verblijfsplekken zijn voor de buurt. Ze zijn toegankelijk voor hulpdiensten en andere voertuigen die incidenteel van de straat gebruik maken. Deze straten worden ingericht als 15 km/u-gebied/ woonerf, waardoor er geen verhoogde stoepen nodig te zijn. De straten hebben voor het grootste gedeelte een woonfunctie; ze bieden toegang tot de voordeuren van woningen, en tot de binnenterreinen. De Zoetermeerse stoep, met geveltuinen en bankjes voor de gevel zorgen voor eigenaarschap op deze woonerven. De straat oogt groen en vriendelijk, met groenvakken en bomen.
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Bij de inrichting van de dwarsstraten en de openbare ruimte van deze straten zijn de essenties en doelen van de Ontwikkelvisie leidend.
De inrichting van het maaiveld betreft de bestratingen, beplantingen (inclusief bomen), verlichting en overig straatmeubilair zodat alle functies die op een stadsplein 37
4.7 LEVENDIGE, GEMENGDE STADSWIJK In Entree wordt stedelijkheid gebouwd in een voor Zoetermeer flink hogere dichtheid. De tijd van functiescheiding is voorbij, de levendige stad wordt juist door functiemenging gekarakteriseerd. De programmering in Entree is een van de belangrijkste onderdelen van de gebiedsontwikkeling om te komen tot een nieuw en levendig stadsgebied. De doelstellingen voor de programmering: • Creëren van een aantrekkelijke mix met stedelijke allure van hoogwaardige, (betaalbare) woningen, voorzieningen en bedrijfsruimten. • Het invullen van een groot deel van de woningopgave van Zoetermeer en de regio • Ruimte bieden voor de groeiende behoefte aan bedrijfsruimte in de regio en schuifruimte voor de huidige bedrijventerreinen. De programmering van Entree is afgestemd met de programma’s Ruimtelijke Strategie 2040 en Woningbouw als Aanjager om zodoende voor wonen en andere functies de juiste vertaling te maken op de schaalniveaus regio, Zoetermeer, Entree en overige wijken. Ter ondersteuning van het totale programma van Entree is een behoefte-onderzoek (Laddertoets) opgesteld door onderzoeksbureau Stec, deze is in te zien op de website Entree Zoetermeer. Onder begeleiding van woningonderzoekbureau Companen is een Visie op Wonen opgesteld, deze is in te zien op de website Entree Zoetermeer.
Deze visie bevat onder andere een doelgroepenanalyse met vertaling naar een woonbibliotheek. Deze is gebruikt tijdens de participatie en heeft uiteindelijk geresulteerd in de woonbibliotheek, zoals opgenomen in de Ontwikkelvisie. Entree biedt een grote verscheidenheid aan huisvesting voor diverse doelgroepen, en er zal veel aandacht gaan naar specifiek drie doelgroepen: jongeren, stedelijke huishoudens en senioren. Dit alles heeft geresulteerd in de volgende programmering op hoofdlijnen voor Entree: De totale woningopgave binnen de totale gebiedsontwikkeling is verdeeld in 3 hoofdsegmenten met voor elk een bandbreedte: • Goedkope huur/Sociale huur: 27% - 30% • Middeldure-huur woonruimten/ Betaalbare koop: 25% - 35% • Vrij voor overig woonprogramma: 35% - 48%
38
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Om een levendige stadsstraat en een goede leefbare stadswijk te maken is een goede basis van voorzieningen nodig voor de woningen. Qua voorzieningen is een mix van verschillende functies nodig die op verschillende tijden (’s ochtends tot ’s avonds) activiteit laten zien. Entree alleen in de buitenruimte maar ook door de positionering van woningen ten opzichte van de andere functies. Een levendige plint ontstaat niet vanzelf, maar is wel cruciaal voor het slagen van de stadsstraat. Hiervoor is een plintenstrategie opgesteld, deze is in te zien op de website Entree Zoetermeer. De plintenstrategie richt zich op de positionering, de programma-mix in de plint, plintenkaart en proces om ambitie en doelstellingen te bereiken.Ruimtelijk gezien zijn de plinten die voor interactie zorgen met de openbare ruimte – en dus adequaat ontworpen en gevuld met toepasselijk programma - vooral belangrijk langs beide zijden van de Afrikaweg, langs de Centrumstraat en aan het Stationsplein. Commerciële functies zoals detailhandel en horeca vormen ‘brandpunten’ bij de kruising Afrikaweg-Centrumstraat en nabij het station. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen het plangebied Entree past de invulling van de programmering binnen de volgende bandbreedte: Bandbreedte Min Max Wonen Wonen (aantal) Wonen (m2 bvo)
6.750 540.000
7.250 640.000
Niet-wonen Kantoren Bedrijven (commercieel, retail, kleine kantoorunits) Maatschappelijk
40.000 20.000
50.000 40.000
35.000
45.000
Totaal programma (m2 bvo)
675.000
735.000
4.8 INTRINSIEK DUURZAME WIJK Om de biodiversiteit te behouden en versterken in Zoetermeer wordt Entree natuurinclusief ontwikkeld. Daarbij wordt ingezet op het behoud en de versterking van natuur, het verbinden van groenblauwe structuren, habitatrealisatie, en het realiseren van voldoende ruimte voor natuur in het plangebied. De duurzaamheidsthema’s staan niet op zichzelf en kunnen elkaar versterken, de som is meer dan de losse delen. Het integreren en combineren van deze duurzaamheidsthema’s in het stedenbouwkundig ontwerp biedt de kans om van Entree een intrinsieke duurzame wijk te maken. De doelen van de duurzaamheidsthema’s zijn samen te vatten in een hoofddoel namelijk: ‘Groen tenzij’. Deze maatregel draagt bij aan meerdere facetten van duurzame ontwikkeling. Het toevoegen van groen draagt bij aan klimaatadaptatie, aan biodiversiteit en natuurinclusief, aan de gezondheid (stressreductie, eerder herstel na ziekte). Daarnaast draagt groen ook bij aan de energieopgave. Door de verkoelende werking van groen wordt het rendement van zonnepanelen verhoogd. Vanuit circulair oogpunt zorgt groen voor een langere levensduur van de dakbedekking. Tenslotte heeft groen ook een positief effect op de vastgoedwaarde. Met Entree wil de gemeente Zoetermeer een intrinsieke duurzame wijk realiseren.
Hierbij zijn – in navolging van het convenant Toekomstbestendig bouwen van de Provincie Zuid Holland - zes verschillende thema’s nader uitgewerkt: • klimaatadaptatie; • natuurinclusiviteit en biodiversiteit; • duurzame mobiliteit (zie ‘duurzaam gericht mobiliteitsbeleid’); • energie; • circulariteit; • gezonde leefomgeving. Hierna is per thema beknopt de doelstellingen en essenties weergegeven. Deze zijn in de ontwikkelvisie nader uitgewerkt in principes. Daar waar eisen gelden die een opgave zijn voor de gemeente (openbaar gebied) of ontwikkelaars (private gronden) is dit in een beleidsregel vertaalt. Een deel van de principes zijn ambities die in de toekomst mogelijk verder kunnen uitgewerkt en opgepakt. Daarom is een algemene beleidsregel opgenomen dat per bouwplan – in samenspraak met ontwikkelaar – wordt bekeken of een verdere invulling van deze ambities mogelijk is. In de Ontwikkelvisie is dit ook verwoord door het streven om geleidelijk een hogere prestatieniveaus te bereiken.
4.8.1 Klimaatadaptatie Het gebied wordt klimaatadaptief ontwikkeld, wat betekent dat het droogtebestendig, hitte-proof en waterrobuust is, zodat het gebied zowel leefbaar als veilig blijft voor bewoners, ook tijdens extreme weersomstandigheden. Het doel is enerzijds om de stad weerbaar te maken tegen de negatieve effecten van watertekorten en hitte, maar ook te zorgen voor een veerkrachtige waterhuishouding. Ook is het streven om het drinkwater verbruik te verminderen zonder in te boeten op de kwaliteit van leven of de gezondheid van de bewoners. Voor een veerkrachtige waterhuishouding die die het vermogen van de stad versterkt om met extreme weersomstandigheden om te gaan. Naast de al wettelijke eisen van het waterschap en rijksregels voor duurzaamheid (BENG-eisen en bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt in Entree ingezet op voldoende schaduw, koele (inpandige) verblijfsplaatsen, robuuste groenvoorzieningen en een waterrobuuste inrichting. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Entree wordt klimaatadaptief ontwikkeld. Hier wordt onder verstaan: • Het realiseren van 30% schaduw in de openbare ruimte en in de binnenterreinen van het plangebied waarbij als gevolg van groei dit gefaseerd plaats kan vinden om tot het eindbeeld te komen.
• Op maximaal 300 meter loopafstand is een openbaar toegankelijk, in de buitenruimte of inpandig, koele, schaduwrijke verblijfsplek. • Groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten zo veel als mogelijk bestand zijn tegen de hitte. • De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving en er moeten maatregelen worden getroffen om de opwarming van de binnentemperatuur te voorkomen in de voorkeursvolgorde: 1. Een koele omgeving. 2. Warmte weren door het gebouwontwerp. 3. Passief koelen. 4. Actief koelen. • Een waterrobuuste inrichting met vloerpeilen hoger dan de wegen en aanleg van gevoelige nutsvoorzieningen boven maai- veld/peilhoogte.
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Om invulling te geven aan de ambities ten aanzien van een ‘Intrinsiek duurzame wijk’ wordt per bouwplan - in samenspraak met de ontwikkelaar - bekeken of en hoe verdere invulling van deze ambities betrokken kunnen worden.
39
4.8.2 Natuurinclusiviteit en biodiversiteit De ontwikkeling van de wijk Entree heeft als doel een robuuste ecologische structuur te creëren die de biodiversiteit bevordert, natuur en stedelijkheid met elkaar verbindt en de ecologische hoofdstructuren van Zoetermeer versterkt. Het gebied is belangrijk voor zowel flora als fauna en speelt een cruciale rol in de ecologische verbinding tussen natuurgebieden buiten de stad en stedelijke parken. Door natuurinclusief bouwen en het versterken van bestaande ecologische kwaliteiten, wordt het gebied een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving voor zowel mensen als dieren. Het gebied wordt zodanig ontwikkeld dat de ecologische hoofdstructuur wordt versterkt en de natuur in de wijk wordt behouden en versterkt. Hier wordt onder verstaan: • Rondom Entree wordt een nieuwe blauw-groene kraag gerealiseerd die een ecologische verbindingszone vormt tussen de wijk en omliggende natuurgebieden. Binnen Entree vormen de binnentuinen als ecologisch kralen. Zowel de blauw-groene kraag als de ecologische kralen worden aangelegd volgens het inrichtingsplan. • Ecologische lijnen en bestaande natuurwaarden worden zoveel als mogelijk behouden. Als dat niet mogelijk is, zal de nieuwe inrichting moeten voldoen aan het (nog op te stellen) inrichtingsplan. • Menselijke verstoringen in de ecologische structuren wordt zoveel als mogelijk voorkomen.
Aanleg vindt plaats volgens het (nog op te stellen) inrichtingsplan. • De inrichting van het gebied richt zich op het creëren van habitats voor vijf belangrijke doelsoorten, waaronder struik-broedende vogels, vleermuizen, egel, watergebonden soorten en wilde bijen. Aanleg van deze habitats vind plaats volgens het (nog op te stellen) inrichtingsplan. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Het gebied wordt zodanig ontwikkeld dat de ecologische hoofdstructuur wordt versterkt, de natuur in de wijk wordt behouden en versterkt waardoor de biodiversiteit wordt versterkt. Hiervoor wordt een (ecologische) gebiedsaanpak en het (nog op te stellen) inrichtingsplan opgesteld waaraan de aanleg van de openbare ruimte en de binnentuinen en het instandhouden daarvan aan moet voldoen.
40
ONTWIKKELVISIE ENTREE
4.8.3 Energie De wijk Entree wordt ontworpen met een sterke focus op duurzame energie, waarbij hernieuwbare bronnen zoals zonnepanelen en bodemenergie (WKO) de basis vormen voor het energieverbruik. De wijk is aardgasvrij met een optimaal en gezond binnenklimaat met aandacht voor koeling en ventilatie en dat wordt gevoed door duurzame energie. De ontwikkeling speelt in op innovaties zoals zonnepanelen in gevels, bodemwarmte en mogelijk aquathermie en buurtbatterijen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Het gebied wordt ontwikkeld met een sterke focus op energie. Hier wordt onder verstaan: • Bodemenergieplan met WKO-systemen die verwarmen en koelen. • De mogelijkheden van een collectief warmtenet wordt onderzocht. • Beschikbaar dakoppervlak en gevels worden benut voor zonnepanelen, lagere daken primair groen/blauw, hogere daken ener- giedaken (met zo mogelijk maatregelen voor water). • Woningen zijn goed geïsoleerd en voorzien van ventilatiesysteem voor gezond binnenklimaat. • Inzet op passieve zonne-energie en zonwering om oververhitting te voorkomen.
4.8.4 Circulair Circulair bouwen betekent het ontwerpen en realiseren van bouwwerken die aan het einde van hun levensduur eenvoudig gedemonteerd, hergebruikt of gerecycled kunnen worden. Dit vraagt om innovatieve en toekomstgerichte bouwpraktijken die aansluiten op weten regelgeving en maatschappelijke ambities. Het doel is het realiseren van een stadswijk die duurzaam omgaat met grondstoffen door waar mogelijk materialen te hergebruiken, CO2-uitstoot te minimaliseren en afval te voorkomen. De ontwerpprincipes zijn overgenomen uit Het Nieuwe Normaal, dat ook is opgenomen in Convenant Toekomstbestendig Bouwen 2.0 (4-10-2024) en dient als inspiratie voor verdere uitwerking van de plannen.
4.8.5 Gezonde leefomgeving 4.8.5.1 Geluid Het gebied Entree ondergaat een transformatie van een verouderd kantoren- en parkeerterrein naar een levendige stadswijk. Vanwege de aanwezigheid van verschillende geluidbronnen ((snel)weg(en), spoorwegen en milieubelastende activiteiten) die het gebied omringen, is de waarde van geluid op het plangebied hoog. Dit vereist een zorgvuldige aanpak om de geluidsimpact zoveel mogelijk te beperken en een zo goed mogelijk woon- en leefklimaat te realiseren. Het geluidbeleid is vastgelegd in het ‘Afwegingskader geluid[1] en het Geluidskader Entree (bijlage V) om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader en gezondheidsoverwegingen. In paragraaf 3.1 wordt verder ingegaan op het thema ‘geluid’. Het doel is om geluidsoverlast te beheersen en zo veel mogelijk te beperken bij de ontwikkeling van het gebied Entree.
Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Om de waarde van geluid te beheersen en zo veel mogelijk te beperken bij de ontwikkeling van het gebied Entree is het volgende bepaald: • Akoestisch ontwerpen is de basis; • Bij overschrijding van de standaardwaarden vindt een nadere afweging plaats op grond van het afwegingskader geluid en geluidskader Entree.
4.8.5.2 Luchtkwaliteit Vanwege de aanwezigheid van verschillende lokale bronnen zoals (snel)wegen en de heersende achtergrondconcentraties is de luchtkwaliteit in het plangebied een belangrijk aandachtspunt. Dit vereist een zorgvuldige aanpak om de luchtkwaliteit in het gebied zo goed mogelijk te krijgen en een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Voor enkele activiteiten moet de overheid de luchtkwaliteit altijd beoordelen. Dit volgt uit de taak tot het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (ETFAL). Het gaat hierbij onder andere om een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. De gemeente moet beoordelen of de luchtkwaliteit aanvaardbaar is. Voor nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwe woningen, toetst de gemeente in het kader van (ETFAL) aan de rijksomgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hierbij moet toetsing plaatsvinden op locaties waar zich mensen voor langere tijd bevinden (blootstellingscriterium). 4.8.5.3 Gezond en vitaliteit Een belangrijke ambitie van Entree is het realiseren van een leefomgeving die mensen stimuleert om actief te bewegen, elkaar te ontmoeten, en te genieten van een gezond en aangenaam klimaat. Het is belanrijk dat de openbare ruimte zodanig wordt ingericht dat die daartoe uitnodigt en toegankelijk voor is. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald.
Het gebied wordt zodanig ontwikkeld een leefomgeving wordt gerealiseerd die stimuleert tot bewegen, ontmoeten en van een gezond en aangenaam klimaat kan worden genoten. Dit wordt bereikt door in te zetten op: 1. Beweging: ontwerp dat uitnodigt tot fysieke activiteit, zoals wandel- en fietspaden. 2. Ontmoeting: creëren van openbare ruimtes en ruimtes in gebouwen waar sociale interactie vanzelfsprekend is. 3. Schoonheid en leefklimaat: zorg voor een zo schoon mogelijke lucht, een prettige temperatuur, en visueel aantrekkelijke groene elementen. 4. Toegankelijkheid: basisvoorzieningen dichtbij en gemakkelijk bereikbaar voor iedereen. 5. Duurzaamheid en verbinding: energiezuinigheid, klimaat adaptief ontwerp, en biodiversiteit versterken de vitaliteit door een betere luchtkwaliteit, stressreductie en bescherming tegen hittestress.
[1] Afwegingskader geluid (weg, rail en industrie) tussen standaardwaarde en grenswaarde (Omgevingswet) | Lokale wet- en regelgeving 41
● ●
Welstandsgebied Snelweg Hoofdwegenstuctuur; Beeldkwaliteitsplan Boerhaavelaan.
In de volgende figuur is dit weergegeven: links de gronden van Entree, midden de g Hoofdwegenstructuur’ (blauw), ‘Meerzicht’ (lichtgeel) en een klein deel van het gebied (oranje) en rechts Beeldkwaliteitsplan Boerhaavelaan (blauw) en Beeldkwaliteitsplan Afbeelding welstandsafbeelding bkp
Afbeelding welstandsafbeelding bkp
Entree volgens de Welstandsnota Zoetermeer 2012
In essentie blijft het intensieve welstandsniveau gelden. Volgens de welstandsnota b standsintensieve gebieden is behoud of zelfs herstel van de structuur en het bebouw punt. Er worden hogere eisen gesteld aan het ontwerp en de relatie met de omgeving voortgebouwd op de oorspronkelijke context; dit kan traditioneel of vernieuwend, m van nieuwe interpretaties'.
Met de vaststelling van het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) wordt een nieuwe toetsingskader voor welstand voor het gehele gebied vastgesteld. Met andere woord ontwikkelingen en plannen binnen Entree worden voor wat betreft beeldkwaliteit en getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan Entree. Dat heeft als gevolg dat het Beeldkwaliteits wordt ingetrokken. En dat ter plaatse van de gronden binnen Entree waar geen beeld was vastgesteld, nu valt onder het Beeldkwaliteitsplan Entree.
Beeldkwaliteitsplan als toetsingskader 42
ONTWIKKELVISIE ENTREE
Onder de Omgevingswet loopt het welstandstoezicht via het omgevingsplan. In het
5 BEELDKWALITEITSPLAN 5.1 INLEIDING Naast de Ontwikkelvisie Entree is het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) opgesteld. Dit beeldkwaliteits- plan gaat in op de gewenste ruimtelijke en architectonische kwaliteit van de bebouwing in Entree en legt de beoogde kwaliteit vast. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld en wijzigt daarmee de Welstandsnota Zoetermeer 2012, voor zover het betreft de gronden van het plangebied Entree betreft. Op grond van de Welstandsnota Zoetermeer 2012 geldt ter plaatse van Entree het volgende: • Intensief welstandsniveau • Welstandsgebied Snelweg Hoofdwegenstuctuur; • Beeldkwaliteitsplan Boerhaavelaan. In de figuur hiernaast is dit weergegeven: links de gronden van Entree, midden de gebieden SnelwegHoofdwegenstructuur’ (blauw), ‘Meerzicht’ (lichtgeel) en een klein deel van het gebied ‘Historische Linten’ (oranje) en rechts Beeldkwaliteitsplan Boerhaavelaan (blauw) en Beeldkwaliteitsplan Voorweg (oranje). Entree volgens de Welstandsnota Zoetermeer 2012 In essentie blijft het intensieve welstandsniveau gelden. Volgens de welstandsnota betreft dit: ‘In welstandsintensieve gebieden is behoud of zelfs herstel van de structuur en het bebouwingsbeeld uitgangs- punt. Er worden hogere eisen gesteld aan het ontwerp en de relatie met de omgeving.
Er dient te worden voortgebouwd op de oorspronkelijke context; dit kan traditioneel of vernieuwend, met gebruikmaking van nieuwe interpretaties’. Met de vaststelling van het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) wordt een nieuwe invulling van het toetsingskader voor welstand voor het gehele gebied vastgesteld. Met andere woorden toekomstige ontwikkelingen en plannen binnen Entree worden voor wat betreft beeldkwaliteit en openbare ruimte getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan Entree. Dat heeft als gevolg dat het Beeldkwaliteitsplan Boerhaavelaan wordt ingetrokken. En dat ter plaatse van de gronden binnen Entree waar geen beeldkwaliteitsplan voor was vastgesteld, nu valt onder het Beeldkwaliteitsplan Entree. Beeldkwaliteitsplan als toetsingskader Onder de Omgevingswet loopt het welstandstoezicht via het omgevingsplan. In het omgevingsplan kunnen regels worden opgenomen over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. Hebben deze regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg nodig, dan is de gemeenteraad verplicht om op grond van artikel 4.19 van de Omgevingswet beleidsregels vast te stellen. Indien daar sprak van is, dan strekt de beleidsregel over het uiterlijk van bouwwerken zich tot materialisering, kleurgebruik, maatvoering en vormgeving.
De plaatsing van de bouwwerken is ook onder de Omgevingswet nog steeds onderdeel van de welstandsbeoordeling (artikel 22.29 Bruidsschat binnenplanse omgevingsvergunning). In het nieuwe deel van het omgevingsplan kunnen regels over de plaatsing van bouwwerken zoveel met de ruimtelijke planregels worden geïntegreerd. De specifieke invulling van de regels voor plaatsing kan dan in een aanvullende beleidsregels staan. Ter plaatse van Entree geldt het tijdelijke Omgevingsplan. Er zijn dus geen regels in het omgevingsplan opgenomen omtrent het uiterlijk van bouwwerken (behoudens de bruidsschatregels) en de regels met betrekking tot de plaatsing van bouwwerken zijn niet toegesneden op de actuele ontwikkeling. Om die reden zal Entree mogelijk worden gemaakt middels omgevingsvergunningen voor een Buiten- planse Omgevingsplan Activiteit (BOPA, zie ook hoofstuk 10 Vervolg). In die gevallen kan het college van Burgemeester en wethouders de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) om advies vragen. De CRK gebruikt het Beeldkwaliteitsplan Entree dan als toetsingskader. Naast de voorgenoemde toets in het formele traject van een aanvraag omgevingsvergunning, is het ook de bedoeld dat het Beeldkwaliteitsplan Entree als inspiratieen toetsingskader wordt gebruikt in de fase van idee tot planvorming (zie ook hoofdstuk 10).
Daarom wordt er een beleidsregel opgenomen die er zorg voor draagt dat het Beeldkwaliteitsplan Entree als zodanig wordt toegepast. 5.2 DE ESSENTIES VAN HET BEELDKWALITEITSPLAN Met Entree voegt Zoetermeer een nieuwe wijk aan de stad toe. In lijn met de Zoetermeerse traditie krijgt ze een eigen karakter en onderscheidende beeldkwaliteit, waar bewoners en gebruikers zich mee kunnen identificeren. In Entree wordt gestuurd op samenhang vanuit familiaire kenmerken. Daarmee overstijgt de identiteit van het gebied de identiteit van een individueel stedelijk blok, pand, object of plek. In het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) zijn deze zeven planessenties uit de Ontwikkelvisie vertaald in ruimtelijke (architectonische) essenties en ontwerpprincipes voor de beeldkwaliteit in Entree Midden. De essenties geven voldoende richting voor een kwalitatieve ontwikkeling van Entree, maar laten vanwege de langjarige ontwikkeling, bewust ruimte voor interpretatie en nieuwe inzichten. Zoals ook al is aangegeven in paragraaf 4.3.2 volgt het gebied Entreepoort een andere ontwikkelpad in tijd dan Entree Midden. In het Beeldkwaliteitsplan Entree zijn dan voor Entreepoort dan ook nog geen essenties en ontwerpprincipes opgenomen. De essenties voor Entree Midden vormen later het vertrekpunt en leggen de basis 43
voor de beeldkwaliteit in de omgeving Entreepoort. In een later stadium worden de essenties voor de omgeving geschreven en aan het Beeldkwaliteitsplan Entree toegevoegd. In de navolgende alinea’s volgt een samenvatting van de essenties voor de gewenste beeldkwaliteit voor Entree. Deze essenties vormen de criteria op basis waarvan ontwerpen worden beoordeeld. Voor een uitgebreidere toelichting op de essenties en de bijbehorende ontwerpprincipes wordt verwezen naar het Beeldkwaliteitsplan Entree in de bijlage III bij dit Omgevingsprogramma Entree. De 18 essenties zijn als volgt 1. Ontwerp integraal en in samenhang: Door te sturen op de samenhang tussen het stedelijk blok, de panden, de buitenruimte, het landschap en de programmering, krijgt de identiteit van het gebied meer betekenis dan die van een individueel object, gebouw of plek. De bebouwing en buitenruimte worden in Entree gelijktijdig als één geheel ontworpen en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als een driedimensionaal stadslandschap is de buitenruimte verweven met de gelaagde opbouw van de panden en de stedelijke blokken. Familiaire kenmerken in architectuur, materiaalgebruik, kleur en volumetrische gelaagdheid creëren samenhang binnen het ensemble van panden met een afwisselende korrel. 2.
Afrikaweg als levendige stadsstraat: Entree Midden wordt een nieuwe stadsentree, met de levendige Afrikaweg als centrale stadsstraat. Deze straat krijgt een groen karakter en biedt een hoge verblijfskwaliteit. De straatwanden, geaccentueerd door hoogteaccenten, hebben een levendige en actieve plint, met een mix van voorzieningen, kantoren en woningen. Er is veel aandacht voorde menselijke maat en schaal. Kenmerkend voor Entree Midden zijn de ruime entrees en poorten die toegang geven tot de binnentuinen, waarbij de interactie tussen binnen en buiten centraal staat. 3. De stedelijke blokken zijn samengesteld en divers: Entree Midden wordt gekenmerkt door stedelijke blokken met verrassende, collectieve binnentuinen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Met oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit, en het behalen van de na te streven beeldkwaliteit van de gebouwen en openbare ruimte binnen Entree, wordt het Beeldkwaliteitsplan Entree betrokken bij zowel de ontwerpfase als de toetsingsfase van de omgevingsvergunning. Daarmee is het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) voor de initiatiefnemer, de gemeente, de CRK en het Q team Entree het inspiratie- en toetsingskader.