Bijlage 1 - Jaarrekening 2020 (oud)
Tekst van het document
68
Ontwikkeling woonlasten 2016 - 2020 In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van de woonlasten opgenomen van een woning van € 200.000 in 2016 voor de jaren 2016 - 2020. Bedragen x €
Woning meerpersoons 2016
2017
2018
2019
2020
Waarde
200.000
206.000
214.000
232.000
258.000
OZB
375,40
374,60
384,34
390,15
396,46
Afvalstoffenheffing
265,08
264,55
271,43
280,12
284,60
Rioolrecht
111,04 751,52
105,67 744,82
108,47 764,24
110,16 780,43
111,79 792,85
Gemeentelijke lasten
2.2.1.3 Kwijtschelding gemeentelijke heffingen en belastingen In 2020 hebben 5.781 mensen kwijtschelding aangevraagd voor gemeentelijke heffingen en belastingen. Dit is 25% meer dan vorig jaar. Na de toets van de in behandeling genomen aanvragen is 76% gehonoreerd (4.375 aanvragen). Het totaalbedrag aan kwijtschelding bedraagt € 1,3 mln., waarvan het grootste deel betrekking heeft op de afvalstoffenheffing (€ 0,9 mln.) en een belangrijk deel op de rioolheffing (€ 0,4 mln.). Aan hondenbelasting en OZB zijn maar hele kleine bedragen kwijtgescholden.
69
2.2.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft een overzicht van de belangrijkste financiële risico’s voor de gemeente Zoetermeer. De beschikbare weerstandscapaciteit is de belangrijkste financiële buffer voor risico’s, waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen. De omvang van deze risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit bepalen of de gemeente over voldoende weerstandsvermogen beschikt. In 2020 is de nieuwe Kadernota Risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Het doel van deze nieuwe nota is het bieden van een toekomstbestendig kader voor het omgaan met risico’s. Het gaat om het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van doelstellingen kunnen beïnvloeden. Dus proactief in plaats van reactief handelen. Het accent ligt op het vroegtijdig opmerken en sturen in plaats van een focus op interne controle en verantwoorden achteraf. Dit stimuleert ook het vergroten van het voorspellend vermogen, zodat verrassingen worden geminimaliseerd. Er wordt gebruik gemaakt van de systematiek van risicoscore met kansklasse en gevolgklasse voor het kwalificeren, kwantificeren en analyseren van risico’s.
Bij de kwalificaties van risico’s de volgende vijf kansklassen te onderscheiden: Kansklasse Kanspercentage Actie 1 onwaarschijnlijk < 10% Geen risicobedrag opnemen 2 mogelijk 10 - 30% 20% van risico opnemen 3 aannemelijk 30 - 50% 40% van risico opnemen 4 waarschijnlijk 50 - 70% 60% van risico opnemen 5 bijna zeker >70 100% van het bedrag: een voorziening treffen of opnemen in calculatie In principe worden risico’s met een score van 1 niet of nauwelijks meegewogen, maar soms kan het toch belangrijk zijn deze separaat zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld vanwege de financiële impact of politiek-bestuurlijke aandacht. Bij de kwantificering van de risico’s de volgende vijf gevolgklassen te onderscheiden: Gevolgklasse Omvang risico in € 1 < € 100.000 2 € 100.000 – € 500.000 3 € 500.000 – € 1.250.000 4 € 1.250.000 – € 2.500.000 5 > € 2.500.000
2.2.2.1 Risico’s Inschaling risicoscore Risico’s worden geprioriteerd met behulp van een risicoscore. De risicoscore wordt bepaald door de kansklasse en de gevolgklasse te vermenigvuldigen. In de onderstaande tabel is zichtbaar gemaakt hoe de risicoscore wordt ingeschaald: zie de cellen. Risico’s in de groene vlakken worden als laagste ingeschaald. Deze risico’s zijn wel in beeld, maar vragen geen extra aandacht. Risico’s met een lage inschaling in geel worden toegelicht. De risico’s die hoog worden ingeschaald (oranje) vragen minimaal elk kwartaal extra aandacht van directie en management.
70
De belangrijkste risico’s op peildatum eind 2020 staan hieronder. Risico Grondzaken Hogere civieltechnische kosten* Dwarstocht* Markt 10* Lansinghage* Delftsewallen* Amerikaweg* Plataanhout* Algemeen: Formatierisico Grondbedrijf, plankosten, VTA*** Algemeen: Immateriële vaste activa (IMVA)*** Cadenza 2 (visie binnenstad) Tekort grondexploitatie Palenstein*** Van Leeuwenhoeklaan Oosterheem*** Voorweg Noord*** Katwijkerlaantrace
Bedrag
Kans
€ 1,62 mln € 1,35 mln € 1,35 0,40 mln € 0,53 mln € 0,17 mln € 0,05 mln € 0,05 mln € 2,11 mln € 0,18 mln ** € 1,74 mln ** € 2,39 mln € 0,07 mln **
40% 20% 40% 20% 20% 40% 40% 20% 40% ** 40% ** 20% 40% **
Concern Gemeentegaranties geldleningen aan woningbouwverenigingen**** Gemeentegarantie eigen woningen Vpb plicht reclameopbrengsten* Afwikkeling verkoop Eneco claim (Remu) Eindheffingsloon fiscale uitruil 2020* Gemeentegarantie zorg
€ 2,3 mln **** € 0,58 mln **** € 0,16 mln ****
**** **** 20% **** 40% ****
* Nieuw risico ** Om bijzondere (juridische) redenen niet vermeld/nog niet in te schatten *** Bedrag en/of kans gewijzigd **** Financiële impact en/of politiek-bestuurlijke aandacht
Gewijzigde, nieuwe en afgevoerde risico’s Ten opzichte van de in de Programmabegroting 2021-2024 gemelde risico’s zijn de volgende risico’s gewijzigd, nieuw of vervallen: Risico Hogere investeringen
Toelichting mutatie bij jaarverslag Risico is vervangen door het risico van hogere civieltechnische kosten en wordt aangepast op basis van resterende kosten. Hogere Nieuw risico. Dit risico komt in de plaats van het risico hogere investeringen civieltechnische kosten en wordt aangepast op basis van resterende kosten. Hogere plankosten Bedrag verhoogd van € 2,0 mln. naar € 2,1 mln. Percentage verlaagd van 25 naar 20. Bedrag wordt jaarlijks aangepast op basis van de hoogte van de nog te realiseren plankosten. Afwaarderen Bedrag verlaagd van € 0,6 mln. naar € 0,2 mln. Percentage verlaagd van 50 Immateriële vaste naar 40. activa De voorbereidingskosten die gemaakt worden vooruitlopend op het openen van een grondexploitatie, mogen maximaal 5 jaar geactiveerd worden als immateriële vaste activa (IMVA). Na 5 jaar moeten deze kosten als verlies genomen worden. De kans wordt bijgesteld naarmate het verstrijken van deze 5 jaar termijn dichterbij komt. Boerhavelaan Risico doet zich niet meer voor. Westelijke entree Risico doet zich niet meer voor.
71
Oosterheem
Palenstein
Dwarstocht
Markt 10
Lansinghage
Delftsewallen
Amerikaweg
Plataanhout
Bedrag verhoogd van € 1,3 mln. naar € 2,4 mln. Percentage verlaagd van 42 naar 20. Dit betreft een samengesteld risico. De risico’s worden jaarlijks herzien en aangepast aan de meest actuele inzichten. De risico’s bevatten informatie die de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden als deze openbaar wordt, daarom worden de individuele risico’s niet nader gespecificeerd. De aantrekkende markt heeft het risico op de Noordrand aanzienlijk verkleind. Bedrag verhoogd van € 1,3 mln. naar € 1,7 mln. Percentage verlaagd van 67 naar 40. Dit betreft een samengesteld risico. De risico’s worden jaarlijks herzien een aangepast aan de meest actuele inzichten. De risico’s bevatten informatie die de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden als deze openbaar wordt, daarom worden de individuele risico’s niet nader gespecificeerd. Nieuw risico. Dit betreft een samengesteld risico. De risico’s worden jaarlijks herzien en aangepast aan de meest actuele inzichten. De risico’s bevatten informatie die de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden als deze openbaar wordt, daarom worden de individuele risico’s niet nader gespecificeerd. Deze zijn toegelicht in het MPG. Nieuw risico. Dit betreft een samengesteld risico. De risico’s worden jaarlijks herzien en aangepast aan de meest actuele inzichten.
De risico’s bevatten informatie die de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden als deze openbaar wordt, daarom worden de individuele risico’s niet nader gespecificeerd. Deze zijn toegelicht in het MPG. Nieuw risico. Dit betreft een samengesteld risico. De risico’s worden jaarlijks herzien en aangepast aan de meest actuele inzichten. De risico’s bevatten informatie die de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden als deze openbaar wordt, daarom worden de individuele risico’s niet nader gespecificeerd. Deze zijn toegelicht in het MPG. Nieuw risico. Dit betreft een samengesteld risico. De risico’s worden jaarlijks herzien en aangepast aan de meest actuele inzichten. De risico’s bevatten informatie die de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden als deze openbaar wordt, daarom worden de individuele risico’s niet nader gespecificeerd. Deze zijn toegelicht in het MPG. Nieuw risico. Dit betreft een samengesteld risico. De risico’s worden jaarlijks herzien en aangepast aan de meest actuele inzichten. De risico’s bevatten informatie die de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden als deze openbaar wordt, daarom worden de individuele risico’s niet nader gespecificeerd. Deze zijn toegelicht in het MPG. Nieuw risico. Dit betreft een samengesteld risico. De risico’s worden jaarlijks herzien en aangepast aan de meest actuele inzichten.
De risico’s bevatten informatie die de financiële belangen van de gemeente kunnen schaden als deze openbaar wordt, daarom worden de individuele risico’s niet nader gespecificeerd. Deze zijn toegelicht in het MPG.
72
Gemeentegaranties Bedrag verhoogd van € 2,1 mln. naar € 2,3 mln. geldleningen aan wo- De rentelast is hoger door herfinanciering van twee leningen. Deze leningen ningbouwverenigingen hadden een negatief rentepercentage. De herfinancieringen hebben een positief rentepercentage (maximaal 0,53) omdat de rente voor een langere periode is vastgezet. Eindheffingsloon Nieuw risico. fiscale uitruil 2020 die Personeelsleden kunnen hun Individueel Keuze Budget inzetten voor na 12 maart 2020 is fiscale vrijstellingen zoals het belastingvrij uitruilen van de resterende geactiveerd fiscale ruimte woon-werkverkeer. Het keuzemoment hiervoor is, tenzij voor 30 november gekozen, vrij. Door de uitbraak van corona heeft de belastingdienst een besluit genomen voor tijdelijke maatregelen en een aantal richtlijnen aangegeven waaronder het keuzemoment, deze dient voor 13 maart 2020 te zijn gemaakt. De VNG heeft via een brief aan het ministerie van 12 oktober 2020, dit keuzemoment onder de aandacht gebracht en om een praktische uitwerking gevraagd. Vooruitlopende op deze uitwerking is besloten om het moment van uit ruilen niet aan te scherpen. Medio januari 2021 is er nog geen reactie op de brief van de VNG. In 2020 is voor ongeveer € 196.000 resterende fiscale ruimte woonwerkverkeer uitgeruild, die na 12 maart is geactiveerd. Over dit bedrag dient mogelijk 80% eindheffingsloon te worden betaald.
Risico is 40%. Vpb plicht Nieuw risico. reclameopbrengsten De belastingdienst heeft het standpunt, dat bij reclameopbrengsten sprake is van Vpb-plichtige activiteiten. Vanaf het jaar 2016 zal de belastingdienst Vpb (25%) opleggen over deze opbrengsten. Gemeenten menen dat sprake is van zogenaamd ‘normaal vermogensbeheer’, dat dan niet leidt tot een Vpb-plicht. Inmiddels is samen met andere gemeenten een beroepsprocedure gestart. Het risico dat de beroepsprocedure niet succesvol is, wordt ingeschat op 20%. In dat geval is Zoetermeer verplicht tot een betaling van € 585.000. Afwikkeling verkoop De voormalige aandeelhouders van het Utrechtse energiebedrijf Remu Eneco claim Remu hebben Remu in 2002 verkocht aan Eneco. Hierbij is bedongen dat als (=Regionale Eneco vóór 2011 verkocht zou worden, zij nog een percentage van die Energiebedrijf Utrecht) opbrengst zouden krijgen. In 2020 is Eneco verkocht en de voormalige aandeelhouders zijn toch van oordeel nog recht te hebben op dat percentage (ter waarde van € 264 mln.). De voormalige aandeelhouders hebben inmiddels hun eis voor een deel van de Eneco-miljoenen ook in hoger beroep zien stranden. Het gerechtshof in Amsterdam heeft de eerdere uitspraak van de rechtbank uit 2019 in hoger beroep bevestigd. Zij beraden zich momenteel op een mogelijke cassatie bij de Hoge Raad. Het aandeel van Zoetermeer hierin bedraagt 2,34%: € 6,1 mln.
Gelet op de eerdere gerechtelijke uitspraak en de juridische hardheid van het verweer wordt het risico niet in een percentage gekwantificeerd. Gemeentegarantie Continuïteit van zorg is leidend. De situatie wordt nauwlettend gevolgd. zorg Momenteel is er geen aanleiding tot extra actie. Financiële omvang risico’s De financiële consequenties van deze risico’s zijn via een NARIS-simulatie in beeld gebracht. Het reserveren van het totale bedrag aan de ingeschatte risicogevolgen is ongewenst en niet noodzakelijk. Het is niet waarschijnlijk dat alle risico’s zich voor doen in hun maximale omvang in hetzelfde jaar. Daarom wordt de simulatie uitgevoerd waarbij 100.000 trekkingen plaatsvinden. Er is een kansberekening gemaakt op de waarschijnlijkheid van het zich tegelijkertijd in het jaar voordoen van de risico’s en het bedrag wat daarmee gemoeid is.
73
Het berekende risico bij grondzaken bedraagt afgerond € 3,3 mln. Bij het overige concern is sprake van berekende risico's: € 0,5 mln.
2.2.2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en mogelijkheden om onverwachte, niet begrote kosten te kunnen dekken. Tot de weerstandscapaciteit voor incidentele risico’s worden de algemene reserves gerekend. In geval van tekortschietende algemene reserves kunnen ook de bestemmingsreserves worden aangewend. Dit betekent dan wel dat wordt afgezien van de realisatie van een bestemming of dat er zo snel mogelijk aanvullende dekkingsmaatregelen worden gezocht om de bestemmingsreserve weer beschikbaar te krijgen. De omvang van de bestemmingsreserves bedraagt eind 2020 € 304 mln. De tabel laat zien hoe de weerstandscapaciteit is opgebouwd. Weerstandscapaciteit Bedragen * € 1 mln.
Rekening 2020 inclusief resultaat 2020
Omschrijving Weerstandscapaciteit exclusief grondzaken Vrij inzetbare reserve - stand reserve 31-12-2019 - mutaties 2020 en volgende jaren Rekeningsresultaat Totaal weerstandscapaciteit excl. grondzaken
16,9 -9,0 4,5 12,4
Weerstandscapaciteit grondzaken Reserve versterking financiële positie grondzaken Reserve risico's Totaal weerstandscapaciteit grondzaken
2,3 1,7 4,0
Totale weerstandscapaciteit
16,4
2.2.2.3 Weerstandsvermogen De verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de waarschijnlijke risico-omvang is gedefinieerd als de ratio voor het weerstandsvermogen. Als gewenste ratio voor het weerstandsvermogen wordt voor het concern exclusief grondzaken ‘voldoende’ gehanteerd. Het NAR hanteert hiervoor de bandbreedte van een ratio tussen 1.0 en 1.4. In Zoetermeer wordt de grenswaarde van 1.0 gehanteerd. Als ratio voor het weerstandsvermogen van grondzaken wordt eveneens ‘voldoende’ als toereikend gezien. Ook hier wordt de ondergrens van 1.0 als ratio gehanteerd. Als de ratio lager is dan 1.0 betekent dat dus dat er onvoldoende weerstandscapaciteit is. Anders gesteld: de risico-omvang vermenigvuldigd met de ratio bepaalt de benodigde weerstandscapaciteit. Bij de berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen wordt onderscheid gemaakt tussen het concern (exclusief grondzaken) en grondzaken.
74
In de tabel is weergegeven hoe de weerstandscapaciteit van deze onderdelen is opgebouwd. Weerstandsvermogen Bedragen * € 1 mln.
Omschrijving Weerstandsvermogen exclusief grondzaken Totaal aan gekwantificeerde risico's Norm voor niet gekwantificeerde risico's Gewenst niveau in euro's tegen ratio 1,0 Weerstandscapaciteit excl. grondzaken Overschot aan weerstandscapaciteit excl. grondzaken Grondbedrijf Totaal aan risico's grondzaken Weerstandscapaciteit grondzaken Overschot aan weerstandscap. grondzaken obv ratio 1.0
Rekening 2020 inclusief resultaat 2020 0,5 15,7 16,2 12,4 -3,8
3,3 4,0 0,7
Concern exclusief grondzaken Uit het simulatiemodel met de risico’s van het concern exclusief grondzaken blijkt dat de omvang van de risico’s (met een zekerheid van 95%) uitkomt op € 0,5 mln. De omvang van de berekende risico’s wordt aangevuld met 4% (voor de niet te kwantificeren risico’s) van het begrotingstotaal (lasten) van de gewone dienst van de begroting, exclusief grondzaken. Gebleken is dat sommige risico’s moeilijk zijn te schatten. Daarbij is het wenselijk een zekere financiële buffer aan te houden. Tussen het bekend worden van budgettaire tegenvallers en het treffen van passende maatregelen kan enige tijd bestaan. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij de periodieke aanbesteding van onderhoud van de openbare ruimte. De beschikbare budgetten kunnen onvoldoende blijken. De budgettaire frictie die daardoor ontstaat moet kunnen worden opgevangen. De berekende norm voor de niet gekwantificeerde risico’s voor deze jaarrekening bedraagt € 15,7 mln. De gekwantificeerde risico-omvang komt uit op € 0,5 mln. De totale risico-omvang wordt dus ingeschat op € 16,2 mln. De weerstandscapaciteit bedraagt € 12,4 mln. Het weerstandsvermogen bedraagt 0,77 en voldoet daarmee nog niet aan de norm.
Reden is dat in deze cijfers alleen rekening is gehouden met formele begrotingssaldi en niet met de verwachte verhoging van de rijksbijdrage voor de oplopende kosten van jeugdzorg of met een mogelijk beroep op de Enecoreserve voor het tekort 2021. Bij de Perspectiefnota 2022 wordt het financieel perspectief geactualiseerd. Een tekort (ratio < 1,0) of overschot van de weerstandscapaciteit van grondzaken ten opzichte van het totaal van de risico’s kan leiden tot afroming of aanvulling van de weerstandscapaciteit. Indien sprake is van een ratio > 1,2 wordt het overschot gestort in de Reserve Investeringsfonds 2030. De omvang van de risico’s is volgens de simulatie van het NARIS € 3,3 mln. Grondzaken beschikt over een weerstandscapaciteit per 31 december 2020 van € 4,0 mln. Het weerstandsvermogen komt daarmee uit op 1,20 namelijk 4,0 (weerstandscapaciteit)/3,3 (risico-omvang).
2.2.2.4 Financiële kengetallen Kengetallen zijn verplicht voorgeschreven en hebben voor de raad vooral een signaleringswaarde bij het beschouwen van de financiële positie van de gemeente. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet zo veel en moet altijd in relatie met de andere kengetallen worden bezien. Vergelijkende cijfers zijn te vinden op de site Waarstaatjegemeente.nl (https://www.waarstaatjegemeente.nl/).
75
Daarnaast is informatie van Zuid-Hollandse gemeenten te vinden op staatvan.zuid-holland.nl (http://staatvan.zuid-holland.nl/). Financiële kengetallen De eerste vier kengetallen staan in relatie met financiële risico’s met een lange termijn karakter, die een gemeente loopt. De laatste twee kengetallen geven aan in hoeverre ruimte in de exploitatie bestaat om de financiële lange termijn risico’s af te kunnen dekken. De kengetallen zijn in 2020 sterk beïnvloed door de verkoop van aandelen Eneco en door corona. Het effect wordt per kengetal nader toegelicht. Omschrijving
Rekening
Begroting
Rekening
2019
2020
2020
1a Netto schuldquote
25,2%
34,3%
-4,4%
1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
23,4%
32,2%
-5,3%
2 Solvabiliteitsratio
57,3%
47,7%
64,6%
3 Kengetal grondexploitatie
4,1%
4,8%
6,9%
4 Structurele exploitatie ruimte
-1,5%
0,6%
2,0%
101,9%
103,5%
98,7%
5 Belastingcapaciteit
De netto schuldquotes geven inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Ze geven een indicatie van de mate, waarin de rentelasten op de exploitatie drukken. De schuldquotes zijn in 2020 sterk gedaald ten opzichte van 2019 en liggen ook fors lager dan de cijfers uit de begroting 2020. In de begroting 2020 was nog geen rekening gehouden met de verkoop van Eneco-aandelen. De verkoop heeft tot gevolg dat het verhoudingsgetal tussen schulden en financiële activa verbeterd is. Er zijn geen nieuwe leningen aangetrokken om in de financieringsbehoefte te voorzien terwijl daar in de begroting wel rekening mee was gehouden en de vorderingen zijn gestegen omdat een aanzienlijk deel van de verkoopopbrengsten bij het Rijk is ondergebracht in afwachting van besluitvorming over de besteding van de Eneco-gelden. De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal en geeft inzicht in de mate, waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen, de optelsom van alle reserves, is in 2020 verbeterd. De belangrijkste oorzaken daarvan zijn de instelling van de reserve Enecogelden en een fors hoger dan geraamde afdracht aan de Reserve Investeringsfonds uit grondexploitaties. Omdat ook het balanstotaal is toegenomen wordt de verbetering van de solvabiliteit iets gematigd.
Het verloop van de reserves wordt toegelicht in de jaarrekening onder vaste passiva. Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de gronden moet worden terugverdiend bij verkoop. Het aandeel van de grondexploitaties is in 2020 voor het eerst in jaren toegenomen. Het verloop van de grondexploitaties wordt toegelicht in de toelichting op de voorraden in de jaarrekening onder vlottende activa. De structurele exploitatieruimte is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. De exploitatieruimte is in 2020 positief. Dit verhoudingsgetal is beïnvloed door COVID-19. Mutaties in reguliere activiteiten van de gemeente zijn als structureel aangemerkt. In 2020 zijn door COVID-19 een aantal activiteiten niet uitgevoerd volgens planning. Dit heeft geleid tot een positief rekeningresultaat. De voordelen op reguliere activiteiten zijn onderdeel van de structurele ruimte. Meer hierover bij het overzicht incidentele baten en lasten in de jaarrekening en in de Bijlage COVID-19.
76
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit in 2020 ligt onder de 100%. Dit betekent dat de woonlasten in Zoetermeer iets lager liggen dan het landelijk gemiddelde, zie ook paragraaf Lokale heffingen.
77
2.2.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De instandhouding van de kapitaalgoederen is in de gemeente Zoetermeer vastgelegd in beheerplannen, waarin het meerjarig onderhoudsprogramma en de daarbij behorende financiële middelen zijn opgenomen. In de beheerplannen is ook het gewenste kwaliteitsniveau van de voorziening vastgelegd. Hierna wordt per categorie ingegaan op het onderhoud van de kapitaalgoederen. De volgende categorieën worden behandeld: • Openbare ruimte (wegen, water, groen) • Riolering • Ondergrondse inzamelmiddelen • Begraafplaatsen • Gebouwen • Beeldende Kunstobjecten Omschrijving
Begroot
Realisatie
Openbare ruimte
€ 8.030.503
€ 4.865.724
Riolering
€ 1.723.120
€ 1.172.810
€ 35.000
€ 16.500
€0
€0
€ 3.324.196
€ 1.881.113
€ 68.807
€ 69.655
Ondergrondse inzamelmiddelen Begraafplaatsen Gebouwen Beeldende kunstobjecten
2.2.3.1 Openbare ruimte Omschrijving algemeen beleidskader De Beheervisie Openbare Ruimte (BOR) is in 2016 door de raad vastgesteld. In de BOR worden de kwaliteitsdoelen voor de wegen, het openbaar groen en overige voorzieningen in het openbaar gebied opgenomen. In de BOR is aangegeven wat de financiële consequenties zijn voor het onderhoud de komende 60 jaar, rekening houdend met de vastgestelde uitgangspunten. Jaarlijks wordt ruim € 34 mln. besteed aan onderhoud en vervanging van de openbare ruimte. Door wijziging in het BBV dienen m.i.v. 2017 investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut, evenals investeringen met een economisch nut, te worden geactiveerd en over de verwachte levensduur te worden afgeschreven. Groot onderhoud en vervangingsinvesteringen maatschappelijke vaste activa In 2016 zijn in de Beheervisie Openbare Ruimte (BOR) twee pijlers van de beheerstrategie voor de komende jaren geïntroduceerd: omgevingsbewust en risicogestuurd beheer. In 2017 is een geslaagde pilot risicogestuurd wegbeheer uitgevoerd waarvan de resultaten zijn verwerkt in het programma groot onderhoud 2019 en verdere jaren. De begroting voor groot onderhoud en vervanging in de openbare ruimte is gebaseerd op een theoretische levensduur van kapitaalgoederen en komt ten laste van programma 3.
De werkelijke staat van kapitaalgoederen, zoals vastgesteld middels inspecties, kan om verschillende redenen afwijken van de verwachte staat. Bij de totstandkoming van het onderhouds- en vervangingsprogramma wordt bepaald wat de meest efficiënte maatregel is om het kapitaalgoed of asset in gewenste staat te houden. Daarbij wordt eerst gekeken of een groot onderhoudsmaatregel volstaat. In de praktijk wordt later en/of minder vervangen dan verwacht op basis van de technische levensduur. Dit kan extra druk leggen op de begroting maar verdient de voorkeur vanuit circulariteit en duurzaamheid.
78
De jaarlijkse fluctuaties worden verrekend via de egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds. Bij de vijfjaarlijkse actualisatie van de BOR worden de benodigde budgetten voor de komende jaren doorgerekend. In 2020 is € 0,48 mln. toegevoegd aan de egalisatiereserve Groot Onderhoud Bovengronds. Dit heeft onder andere te maken met duurzaamheid- en veiligheidsoverwegingen. Er is € 0,94 mln. minder uitgegeven aan investeringen in het wegennetwerk. Bij kunstwerken en dan met name voor bruggen is er in 2020 fors minder uitgegeven, te weten € 2,2 mln. Het voordeel bestaat uit een voordeel van het investeringsbudget houten bruggen € 3,7 mln. en een nadeel bij het budget stalen en betonnen bruggen € 1,5 mln. Het verschil in besteding tussen de budgetten voor houten bruggen en die voor stalen en betonnen bruggen is ontstaan door een beleidswijziging. Vanwege duurzaamheid- en veiligheidsoverwegingen is gekozen om de houten bruggen te vervangen door betonnen en stalen bruggen. Betonnen bruggen vergen voor de gehele levensduur bezien gemiddeld minder groot onderhoud dan houten bruggen en hebben ook een langere levensduur. De vervanging van houten bruggen maakt onderdeel uit van de nieuwe nota kapitaalgoederen en de nieuwe beheervisie die in 2021 wordt aangeboden.
Doelstellingen en effectindicatoren De effectindicatoren voor de doelstelling Behouden van een aantrekkelijke en veilige openbare ruimte zijn gehaald. Wel blijkt uit de Omnibusenquête dat een groter aantal bewoners van mening is dat de waardering voor groen is gestegen en voor de openbare ruimte in totaal is afgenomen. Een objectieve meting laat zien dat het kwaliteitsniveau nog steeds boven het door de raad vastgesteld niveau B voor de winkelcentra en niveau C voor woongebieden is. Vanwege de kwaliteitsimpuls is de kwaliteit van het groenonderhoud (schoffelen) van vakbeplanting en het vegen van de goten langs wegen omhooggegaan van niveau C naar niveau B.
2.2.3.2 Riolering Omschrijving beleidskader Volgens de Wet milieubeheer geeft de gemeente in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) aan op welke wijze zij haar wettelijke taak voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater wil uitvoeren. Het plan is gericht op een duurzame instandhouding van een goed werkende riolering voor afvalwater, regenwater en grondwater. In 2016 is het geactualiseerde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld door de raad op 12 september 2016. In het GRP wordt ervan uitgegaan dat door relining (een kunststof kous in de rioolbuis) een zeer beperkte hoeveelheid rioolbuizen hoeft te worden vervangen met een open sleuf, zoals bij een verkeerde hoogteligging van een leiding. Hierdoor gaat de kwaliteit van het rioolstelsel omhoog en gaan de kosten naar beneden. Ook is het niet meer nodig dat de straten moeten worden opengebroken, waardoor de overlast voor de omgeving beperkt wordt. De uit het VGRP voortvloeiende kosten worden gedekt door de rioolheffing. Voorziening Grootonderhoud Ondergronds (VGO) In 2020 is er € 0,5 mln. minder uitgegeven dan begroot. Dit komt door dat er minder gerelined is in 2020, namelijk 3 km terwijl er in het GRP uitgegaan wordt van 6 km per jaar. Echter is er in de voorgaande jaren meer gerelined, namelijk in 2016 8 km, in 2017 13 km, in 2018 9 km en in 2019 79
5 km. Over de totale planperiode van het GRP 2016 t/m 2020 is er voor 38 km gerelined, wat neer komt op een gemiddelde van 7,5 km relining per jaar. Het gemiddelde van 7,5 km ligt hoger dan de geraamd 6 km en dat heeft te maken met een zeer gunstige aanbesteding waardoor de bestekprijs lager werd dan waarmee in het GRP gerekend is. In 2020 is gestart met het opstellen van het nieuwe GRP (Programma Water).
2.2.3.3 Ondergrondse inzamelmiddelen Omschrijving algemeen beleidskader De kosten van het (groot) onderhoud van de ondergrondse inzamelmiddelen ten behoeve van afvalinzameling verlopen niet gelijkmatig over de jaren. Om een constante lastenraming in de begroting te hebben is een reserve groot onderhoud ondergrondse inzamelmiddelen gevormd. Per ultimo 2017 is deze reserve groot onderhoud ondergrondse inzamelmiddelen omgevormd naar de voorziening afvalstoffenheffing. Uitvoering In 2020 was er € 35.000 begroot voor het vervangen van displays van de bedienzuilen. Er zijn minder displays vervangen dan begroot, hierdoor is er € 18.500 minder uitgegeven aan het groot onderhoud.
2.2.3.4 Begraafplaatsen Omschrijving algemeen beleidskader Voor de begraafplaatsen zijn de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen’ (2020) en de ‘Uitvoeringsbesluiten gemeentelijke begraafplaatsen’ (2020) leidend. In 2011 is een investeringsbudget van € 3,3 mln. beschikbaar gesteld om in de toekomst voldoende begraafmogelijkheden te kunnen waarborgen en is in de afgelopen jaren een uitbreiding van de begraafplaats gerealiseerd, genaamd ‘Parkgebied’. Hier zijn particuliere tweepersoonsgraven, kindergraven en islamitische graven aangelegd. Mede door het verzoek van de raad (motie 1609-01 ‘urn en as’) om meer mogelijkheden aan te bieden om as te bestemmen is hier ook een urnentuin aangelegd. De as kan worden bijgezet in urnengraven of urnengraven met een zuil. Er zijn gedenkzuilen geplaatst waar nabestaanden kunnen worden herdacht. In 2020 is een asverstrooischaal aan de urnentuin toegevoegd. De gebouwde voorzieningen op de begraafplaatsen zijn op basis van kapitaallasten gefinancierd, waardoor vervanging op termijn mogelijk is. De kosten voor het ruimen en onderhoud van de begraafplaats en gedenktekens worden gedekt uit de voorziening afkoopsommen onderhoud graven. Door het ruimen ontstaat er weer ruimte op de begraafplaats. In 2021 vindt er een reguliere ruiming plaats van algemene graven voor volwassenen. Hieraan voorafgaand zal het verzamelgraf worden opgeschoond.
80
2.2.3.5 Gebouwen Omschrijving algemeen beleidskader De opgave voor vastgoed vloeit voort uit de beleidsdoelen (sport, onderwijs, welzijn en kunst & cultuur). Daarnaast zijn er ook directe uitvoeringskaders, de gebouwen dienen veilig, schoon, duurzaam en functioneel te zijn. De kernopgave van de vastgoedportefeuille is dat deze in kwaliteit, functie, omvang en ligging voldoet aan de beleidsmatig vastgestelde huisvestingsvraag van de gemeente, vastgesteld in de Vastgoednota in 2013. Voor de sport, onderwijs en sociaal-culturele (doorgaans wijk gebonden) voorzieningen zet de gemeente in op krachtige, flexibele, eenvoudig aanpasbare multifunctionele centra waarin meerdere (wijk)functies zijn gecentreerd. De vorming van ’Integrale Kind Centra' is daar een voorbeeld van. Zoetermeer vindt het belangrijk dat het gemeentelijk vastgoed van voldoende kwalitatief niveau is en optimaal gespreid over de stad, zodat de activiteiten die bijdragen aan de ambitie en doelstellingen van de gemeente kunnen worden gehuisvest. Bij structurele leegstand worden gebouwen afgestoten en bij huisvestingsvragen, waarvoor binnen de bestaande vastgoedportefeuille geen passende huisvesting beschikbaar is, worden nieuwe gebouwen ontwikkeld of aangetrokken. Verduurzaming en het toegankelijk maken van het vastgoed is een belangrijk speerpunt.
Onderwijs In 2020 is de nieuwbouw voor het Overwater gerealiseerd en is IKC De Entree gestart in het nieuwe gebouw. In 2020 is voor de nieuwbouw van de Moerbeigaarde een aannemer gecontracteerd en is gestart met de realisatie van de school. Ook heeft de raad in 2020 een besluit genomen om een nieuwe VMBO-school te bouwen aan het Van Doornenplantsoen. De gesprekken met het schoolbestuur zijn opgestart. Sport In 2020 is gewerkt aan de realisatie van een aantal sportprojecten: Het nieuwe zwembad, de nieuwe sporthal ter vervanging van De Driesprong, vervanging kunstgrasvelden, was- en kleedaccommodatie FC Zoetermeer, oplevering Gymworld en de Limiet (vm. NW-hal Buytenpark). Voor het zwembad geldt dat in 2020 een definitief ontwerp is opgeleverd en is gestart met de aanbesteding van de realisatie. Voor de vervanging van de Driesprong is eerder gekeken of er een mogelijkheid was om de sporthal te integreren in een toekomstige ontwikkeling op de locatie Eerste Stationsstraat. Helaas bleek dit aanbesteding-technisch niet te kunnen. Voor de realisatie van het project moet eerst een omgevingsvisie worden vastgesteld. Zodra deze is vastgesteld, kan een planning worden voorgelegd. In 2020 zijn bij SV DWO, SV DSO, SV Oosterheem de kunstgrasvelden vervangen.
Voor het project FC Zoetermeer geldt dat er zoals eerder aangegeven, door marktwerking, waarschijnlijk onvoldoende budget is voor de bouw van de was- en kleedaccommodatie bij FC Zoetermeer. In 2020 is samen met de verenigingen gekeken of de Was- en Kleedaccommodatie gezamenlijk gerealiseerd kan worden met de nieuwe clubaccommodatie en is hiervoor een ontwerp gemaakt. Daarnaast is het plan goedgekeurd in de ledenvergadering van FC Zoetermeer. Begin 2021 wordt financieel inzichtelijk gemaakt wat het gezamenlijke ontwerp zal kosten en of het binnen de kaders valt.
81
In 2020 is de realisatie van Gymworld en de renovatie van de Limiet afgerond. Beide projecten zijn volgens planning en binnen het budget opgeleverd. Er zijn nog een aantal kleine restwerkzaamheden die begin 2021 worden uitgevoerd. Sociaal-cultureel In 2020 is gestart met de realisatie van het nieuwe onderkomen voor Terra Art/Franx, het gebouw aan de Vlamingstraat wordt volgens planning in 2021 opgeleverd. Ambtelijke huisvesting Op basis van een enquête onder verschillende groepen gebruikers is in de Perspectiefnota 2020 een extra budget van € 1,0 mln. beschikbaar gesteld om verbeterpunten uit de enquête door te voeren. Eind 2020 is in een raadsvoorstel een deel van het krediet gevraagd om de ARBO-technische maatregelen uit te voeren. Daarnaast zijn met raads- en commissieleden werkgroep sessies opgestart om de maatregelen voor het verbeteren van de raad- en commissiezaal in kaart te brengen.
2.2.3.6 Beeldende kunstobjecten Vanaf 2020 lopen de reguliere uitgaven voor dit onderhoud niet meer via een reserve, maar zijn deze kosten verwerkt in de exploitatie. Op basis van ervaringscijfers is in 2018 na aanbesteding een raamovereenkomst voor onderhoud van beeldende kunst in de openbare ruimte gesloten. Dit voorziet in reguliere schoonmaak, klein onderhoud, groot onderhoud en calamiteiten m.b.t. beeldende kunst in het openbaar gebied. Voor enkele bijzondere objecten (fonteinen, geurtuin, en dergelijke) lopen aparte contracten. Binnen het budget is beperkt ruimte om kleine (onvoorziene) schades te herstellen. Daarnaast lopen vanaf 2021 kosten voor de zogenoemde ‘kunstspecials’ via de reserve BKOR. In deze reserve zit het gespaarde budget voor eenmalige renovaties en restauraties die niet onder het reguliere onderhoud vallen. Het gaat hier bijvoorbeeld om het verhelpen van grotere schades, hergebruik van kunstwerken uit onder meer gesloopte schoolgebouwen en om verbetering van de visuele kwaliteit en verduurzaming van kunstwerken (onder meer door toepassing van LED-licht en andere duurzame materialen). Incidentele onttrekkingen voor de kunstspecials worden separaat aan de raad voorgelegd.
82
2.2.4 Paragraaf Financiering Inleiding In het Treasury handvest en -Statuut is de structuur, inrichting en het beleid van de treasuryfunctie vastgelegd. De concrete vertaling van het uitgevoerde treasurybeleid wordt jaarlijks in de financieringsparagraaf bij de jaarrekening weergegeven. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s met als doelstelling: “Het beheren van financiële posities en geldstromen op een zodanige wijze dat de daaraan verbonden risico's worden beperkt en de daarmee gepaard gaande kosten en opbrengsten worden geoptimaliseerd". De beheersing van deze geldstromen dient uitsluitend de publieke taak. Het prudente karakter van de treasury-activiteiten staat hierbij voorop. Uit de treasuryactiviteiten volgen rentelasten en/of rentebaten. In deze paragraaf wordt ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen in 2020, op de uitkomsten van het risicobeheer en op het renteresultaat.
2.2.4.1 Belangrijke ontwikkelingen Marktrente Hieronder wordt ingegaan op de rentetarieven gedurende geheel 2020. De rentetarieven voor leningen korter dan een jaar zijn het hele jaar negatief geweest. Dat wil zeggen dat er rente wordt ontvangen (in plaats van betaald), wanneer er geld wordt geleend. De 3-maands Euribor (een maatstaf voor de korte rente) bedroeg op 31 december – 0,545%. Het rentetarief voor leningen langer dan een jaar meten we af aan leningen van 10 jaar (10 jaar fix) dat de BNG hanteert. Dit tarief is gedurende 2020 langzaamaan gedaald, met een kleine en kortdurende verhoging rondom de lockdown vanwege COVID-19. Op 31 december bedroeg het tarief van de BNG 0,10%. Dat de rente zo laag is, is vooral te danken aan de refi-rente die de ECB (Europese Centrale Bank) hanteert. Dit is de rente waarvoor banken kunnen lenen bij de ECB. In onderstaande grafiek is de trend zichtbaar van de afgelopen 5 jaar voor zowel de 3 maandseuribor als de 10-jaar fixe (voor de gemeente geldt voor een 10-jaar fixe lening een tarief die enkele tienden van procenten lager ligt).
83
Rentescenario In 2020 is het door de gemeente gehanteerde rentescenario verlaagd. Dit scenario wordt gebruikt voor de raming van de rentelasten. De aanpassing van het scenario heeft plaatsgevonden bij de perspectiefnota. Rentescenario Programmabegroting 2021-2024 Nieuwe leningen lang Korte leningen
2020
2021
2022
2023
2024
0,5%
0,9%
1,3%
1,7%
2,0%
-0,5%
-0,1%
0,3%
0,7%
1,0%
Voor 2020 gold het scenario van 0,5% voor lange leningen en voor korte leningen van -0,5%. Zoals uit bovenstaande beschrijving van de marktrente blijkt, sluit het scenario redelijk goed aan in 2020. Het heeft overigens voor 2020 geen effect gehad voor de gemeente. Vanwege de verkoop van Eneco en de daaruit beschikbaar gekomen middelen, zijn er in 2020 geen leningen aangetrokken. Het scenario heeft wel effect gehad op de investeringsbeslissingen voor nieuwe investeringen. De structurele rente-component (lange rente in 2024) bij deze beslissingen is vanaf juli 2020 2% geworden. In de berekening van de structurele lasten van een investering ten behoeve van de besluitvorming is vanaf juli rekening gehouden met 2% rentelasten. Ontwikkeling leningenportefeuille De leningenportefeuille is in 2020 niet gewijzigd. Vanwege de verkoop van Eneco waren de liquide middelen in voldoende mate aanwezig. Hierdoor is er wel sprake van een zogenaamde dubbele geldpositie. Het positieve saldo op de liquide middelen (dat we als gemeente in de Rijksschatkist moeten storten) is ongeveer even hoog als de schuldpositie (bedrag aan leningen). Dit zal komende jaren afnemen vanwege vrijvallende leningen en verwachte toekomstige investeringen. Tabel 1: Overzicht lang lopende leningen (lang geld)
Bedragen x €1.000
Overzicht lang geld Stand lening per 31/12
Rente
2019
2020
2021
2022
2023
2024
220
180
138
94
48
0
Opgenomen BNG
4,600%
BNG
4,600%
197
161
124
84
43
0
Waterschapsbank (8-12-11/21)
3,285%
10.000
10.000
0
0
0
0
BNG (19-12-17/20-12-27)
0,827%
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
10.000
AG (27-2-18/27-2-38)
1,770%
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
BNG (20-6-19/20-6-24)
-0,120%
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
0
BNG (06-12-19/06-12-29)
0,039%
20.000
18.004
16.006
14.008
12.009
10.010
80.417
78.345
66.268
64.186
62.100
40.010
Totaal opgenomen
2.2.4.2 Risicobeheer Op het gebied van financiering worden verschillende risico's onderkend. De wet financiering decentrale overheden (fido) is gericht op het beheersen van renterisico's. Deze beheersing krijgt vorm door wettelijke limieten voor de omvang van de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en limieten op renteherzieningen en herfinanciering van de vaste schuld (renterisiconorm). Kasgeldlimiet Het renterisico op korte termijn wordt in beeld gebracht via de kasgeldlimiet. Maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (totaal van de begrote lasten) mag kort (= korter dan een jaar) worden gefinancierd met geleend geld. Als de kasgeldlimiet drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, dan moet de gemeente een plan ter goedkeuring aan de toezichthouder (Provincie) voorleggen, waarin
84
staat hoe en binnen welke termijn de overschrijding ongedaan wordt gemaakt. Dit betekent normaal gesproken overgaan tot financiering met lang geld. In 2020 was de kasgeldlimiet voor Zoetermeer 32,1 mln. De kasgeldlimiet is in 2020 (en laatste kwartaal 2019) niet overschreden. De ruimte binnen de kasgeldlimiet was zelfs groot te noemen. Dit wordt veroorzaakt door de extra liquide middelen vanwege de verkoop van Eneco (€ 95 mln.) en de bestaande leningenportefeuille die niet is gewijzigd in 2020. Tabel 2: Kasgeldlimiet Kasgeldlimiet
Bedragen * 1 mln.
2019
2020
Kwartaal 4 -9,3
Kwartaal 1 15,2
Kwartaal 2 102,2
Kwartaal 3 106
Kwartaal 4 92,2
Kasgeldlimiet
-30,6
-32,1
-32,1
-32,1
-32,1
Ruimte binnen kasgeldlimiet
21,3
47,3
134,3
138,1
124,3
Saldo vlottende schuld/middelen
Renterisiconorm De norm voor het beheersen van het budgettaire renterisico op lange termijn is de renterisiconorm. De jaarlijks verplichte aflossingen en herzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal (het totaal van de begrote lasten). Uit onderstaande tabel komt naar voren dat in 2020 de financiering van de vaste schuld ruim onder de renterisiconorm is gebleven. Tabel 3: Renterisiconorm
Bedragen x € 1.000
Berekening renterisiconorm 2020 Begrotingstotaal
377.500
Percentage regeling
20%
Renterisiconorm begrotingsjaar (A)
75.500
Renterisiconorm Renterisiconorm A
75.500
Renteherziening
0
Aflossingen
2.073
Totaal renterisico B
2.073
Ruimte onder renterisiconorm (A - B)
73.427
2.2.4.3 Renteresultaat Saldo van de financieringsfunctie Het saldo van de financieringsfunctie wordt gedefinieerd als het saldo van (a) de betaalde rentelast over de aangegane leningen en over de aangetrokken middelen in de rekening courant en (b) de ontvangen rente (baat) over de uitzettingen. Onderstaande tabel geeft dit saldo weer: Tabel 4: Saldo financieringsfunctie
Bedragen x € 1.000
Tabel saldo financieringsfunctie
Betaalde rente
Ontvangen rente
Rente aangetrokken lange geldleningen
788
24
Rente aangetrokken korte geldleningen
0
12
Rente op rekening courant
1
19
Rente uitgezette startersleningen
0
254
789
309
Totaal Saldo financieringsfunctie
- 480
85
Renteresultaat en rente-omslagpercentage De netto rentelasten in 2020 bedragen € 480.000. In de begroting was rekening gehouden met netto rentelasten van € 362.000. Per saldo een verschil van € 118.000. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat een aantal startersleningen vervroegd zijn afgelost, waardoor de rente-ontvangst lager is dan begroot. Daarnaast is de rentetoerekening aan het grondbedrijf iets lager vanwege een lagere boekwaarde. Dit verschil is neutraal gemaakt door een onttrekking aan de rente-egalisatiereserve. Deze werkwijze is vastgesteld in de rentenota van 2018. Het rente-omslagpercentage wordt volgens onderstaande methode berekend: Tabel 5: Rente-omslagpercentage
Bedragen x € 1.000
Rente omslagpercentage
Begroot
Werkelijk
Verschil
A Rentelasten
679
734
- 55
B Rentebaten (startersleningen)
318
254
64
C Verschil (A-B)
361
480
- 119
D Rentetoerekening aan grondbedrijf
233
200
33
E Toe te rekenen aan de programma's (C-D)
128
280
- 152
F Boekwaarde vaste activa
358.988
313.148
Omslagpercentage berekende (E/F)
0,036%
0,090%
0,4%
0,1%
Omslagpercentage afgerond
Omdat het rente-omslagpercentage onder de 0,1% uitkomt, is er geen rente toegerekend aan de programma's. Dit is geen afwijking ten opzichte van de begroting.
86
2.2.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding Bedrijfsvoering in een bijzonder jaar Het afgelopen jaar heeft grotendeels in het teken gestaan van de COVID-19 pandemie. De overheidsmaatregelen die in dit kader zijn genomen, hebben een grote impact gehad op de bedrijfsvoering van de gemeente. Bedrijfsvoering moet de juiste omstandigheden creëren om samen te werken aan de inhoudelijke opgaven, ook onder bijzondere omstandigheden. Het stelt de organisatie in staat om te blijven werken aan de vraagstukken van vandaag en morgen. Binnen bedrijfsvoering is er aandacht voor bijvoorbeeld financiële, juridische, mensgerichte, communicatieve en digitale aspecten van vraagstukken. Om de continuïteit van de bedrijfsvoering zo goed mogelijk te waarborgen, is in het voorjaar het Kernteam Continuïteit Bedrijfsvoering (KCB) opgericht; zie paragraaf 2.2.5.5. Een zichtbaar gevolg van de maatregelen rond COVID-19 is dat vanaf maart (een groot deel van) de medewerkers thuis werkt, wat een grote impact heeft op het werk en de manier van samenwerken. Ook onder deze uitzonderlijke omstandigheden is het de organisatie goed gelukt om te werken vanuit de missie van de gemeente: ‘Met hart voor de stad samen bouwen aan het Zoetermeer van vandaag én morgen’! Deze paragraaf beschrijft de resultaten op de belangrijkste thema's.
Verder zijn aan de bedrijfsvoering gerelateerde onderwerpen opgenomen waarvan is afgesproken de raad en de toezichthouder via de P&C-cyclus op de hoogte te houden, zoals informatiebeveiliging, doorlichtingsonderzoeken college (213a GW), rechtmatigheid en medebewindtaken.
2.2.5.1 Organisatieontwikkelingen Aandacht voor de mens in de organisatie. Het jaar 2020 was voor iedereen een uitdagend jaar. COVID-19 heeft nog meer het belang aangetoond van onderwerpen als de mentale en fysieke gezondheid en de bevlogenheid van medewerkers. Deze onderwerpen hebben daarom in 2020 ruime aandacht gekregen. Voor de medewerkers die vanaf het voorjaar thuis zijn gaan werken, is een regeling getroffen om hen te voorzien van Arbo technisch goedgekeurde faciliteiten om het thuiswerken zo probleemloos mogelijk te laten verlopen. Er moest en is snel een nieuwe manier worden gevonden voor samenwerken en leidinggeven. Niet alleen thuiswerken zorgde voor een verhoogde werkdruk, ook de hoeveelheid werk nam toe door de diverse maatregelen die zijn genomen en waarvoor de taak van de uitvoering bij de gemeente kwam te liggen. Ondanks deze hoge druk en mede dankzij het goed contact houden met elkaar, is het gelukt om al deze taken goed te blijven uitvoeren. Binnen het project Duurzame Inzetbaarheid wordt gewerkt aan ziekteverzuimpreventie en begeleiding, het verbeteren van de vitaliteit en het werkvermogen van medewerkers en het bevorderen van bevlogenheid. Daarom is eind 2020, naast een Preventief Medisch Onderzoek (PMO), voor het eerst een Medewerkers Onderzoek Bevlogenheid (MOB) gehouden voor de medewerkers.
De uitkomsten van beide onderzoeken zullen handvatten bieden om de gezondheid en bevlogenheid van medewerkers nog gerichter te kunnen bevorderen. Zo wordt een best practice gecreëerd voor de organisatie om structureel passend en effectief gezondheidsbeleid te ontwikkelen. Het vele thuiswerken maakte het lastig om medewerkers in participatiebanen, maar ook stagiaires en leerlingen de aandacht en begeleiding te bieden die zij verdienen. Toch is in 2020 het gelukt om de medewerkers in een participatiebaan allemaal hun plek binnen de organisatie te laten houden. De lichte daling eind 2020 die is geconstateerd in het aantal participatiebanen binnen de gemeente heeft
87
te maken met de oprichting van De Binnenbaan, waar een enkele medewerkers naar toe is gegaan. Ook heeft de organisatie ruimte kunnen bieden aan 49 stagiaires en 10 leerlingen. Indicatoren bedrijfsvoering. Nadat in 2019 een daling van het ziekteverzuimpercentage is ingezet, is dit in 2020 gelijk gebleven op 6%, de richtlijn voor het totale concern van 5,8% is daarmee niet gehaald. Wanneer dit wordt gecorrigeerd voor de medewerkers die het hele jaar door ziekte afwezig zijn geweest, dan komt het verzuimpercentage uit op 5,3%. Een zeer klein aantal medewerkers heeft daarmee een grote invloed op het verzuimcijfer. Uit de wijze waarop de verzuimcijfers worden vastgelegd, kan geen inzicht worden verkregen in de gevolgen van de COVID-19 crisis en alle maatregelen die daaromtrent genomen zijn. Ze laten niet zien of medewerkers ziek zijn geweest als gevolg van COVID-19 noch of het thuiswerken een gunstige of ongunstige invloed heeft op het aantal ziekmeldingen. In wettelijke bepalingen is aangegeven dat de reden van verzuim niet mag worden vastgelegd. Een andere indicator is de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand. In de samenstelling van de leeftijdsopbouw is in 2020 nauwelijks iets gewijzigd; ten opzichte van de 100.000+ gemeenten heeft Zoetermeer nog een iets jonger ambtenarenbestand.
Voor zowel ziekteverzuim als voor leeftijdsverdeling geldt dat de gegevens van de 100.000+ gemeenten over 2020 in het voorjaar van 2021 worden gepubliceerd in de Personeelsmonitor van het AenO Fonds. Aandacht voor de organisatie Ook de organisatie zelf heeft in 2020 nadrukkelijk aandacht gekregen. Organisatie-ontwikkelagenda. Nadat in 2019 de missie en visie van de organisatie is vastgesteld, is van daaruit in 2020 gewerkt aan het opstellen van een organisatie-ontwikkelagenda. De twee belangrijkste aandachtspunten van de organisatie-ontwikkelagenda waren in 2020: sturing en structuur. Vanuit de missie zijn de sturingsprincipes van de organisatie als volgt geformuleerd: • Samen bouwen van buiten naar binnen: de vraagstukken in de stad staan centraal; de samenwerking met inwoners en partners in de stad en de regio opzoeken. • Eigenaarschap bij iedereen: persoonlijk leiderschap en verantwoordelijkheden liggen daar waar het werk plaatsvindt. • Duidelijkheid over rollen, taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en escalatieniveau. • Elke dag beter: er is tijd, ruimte en veiligheid om te leren en te innoveren maar ook om te stoppen met beleid en projecten die onvoldoende bijdragen. Om de sturing te verbeteren is een meer eenduidige manier van werken geïntroduceerd. Een belangrijke ontwikkeling hierbij is de vaststelling van de nieuwe Zoetermeerse werkwijze Projectmatig werken.
Hierbij is besloten om een Projectenbureau op te richten van waaruit in de toekomst alle vastgestelde Zoetermeerse Projecten worden opgepakt en gecoördineerd. Zie Programma 7.
88
Met de Zoetermeerse werkwijze Projectmatig werken is ook het opdrachtgeverschap geprofessionaliseerd. Daarnaast is voor betere gezamenlijke sturing van de afdelingen gezorgd. Onder andere door het opstellen van de jaarplannen van de afdelingen centraal te bespreken. Op deze manier is de onderlinge samenhang van de diverse werkzaamheden duidelijk geworden evenals de omvang ervan. Daardoor kon concernbrede focus beter worden aangebracht. Het opstellen van het expertadvies Zoetermeer 2040 is ook een goed voorbeeld van integraal werken binnen de organisatie vanuit een heldere adviesrelatie met het college. Ten aanzien van structuur is in 2020 besloten om de komende jaren de organisatie door te ontwikkelen, zodat er meer helderheid in de structuur komt en het integrale samenwerken, zowel binnen als buiten, versterkt wordt. Besloten is om dit stapsgewijs aan te pakken per domein. In 2020 is gestart met de doorontwikkeling van het fysieke domein en de oprichting van het eerdergenoemde Projectenbureau. Inhuur derden. Naast vast personeel maakt de gemeente gebruik van extern personeel. Over het algemeen gelden de volgende vijf redenen om personeel van derden in te zetten: • Overbrugging vacature bestaande formatie • Ziekte/ zwangerschapsvervanging • Specialistische kennis • Inhuur t.b.v.
projecten • Flexibiliteit en piekbelasting Volgens de afspraak is vanaf 2020 de registratie volgens deze indeling ingericht (zie tabel 2). De inzet van extern personeel wordt beïnvloed door externe ontwikkelingen, zoals krapte op de arbeidsmarkt, en organisatie specifieke ontwikkelingen, zoals de woningbouwopgave en tijdelijke extra inzet op bijvoorbeeld de uitvoering van de TOZO-regeling. Daarnaast maken afdelingen als Afvalinzameling, Publieksplein en Vrije Tijd gebruik van een flexibele schil inleenpersoneel (uitzendkrachten) rond een vaste schil van eigen personeel. Deze flexibele schil is nodig om de continuïteit van de dienstverlening te blijven waarborgen bijvoorbeeld bij seizoen pieken in de werkzaamheden. In 2020 is opnieuw geïnvesteerd in de recruitmentfunctie, zowel regionaal als lokaal. Het doel hiervan is om in deze krappe arbeidsmarkt sneller de goede mensen te kunnen werven, om op den duur inhuur op met name overbrugging vacatures te verminderen. Resultaat van de inzet van de recruiter in 2020 is dat er 30 moeilijk vervulbare functies zijn vervuld met name bij het Fysieke domein. Of dit heeft geleid tot een daling van inhuur op overbrugging van vacatures kan nog niet worden geconcludeerd, omdat in 2020 voor het eerst de reden van inhuur is vastgelegd.
Ook zijn met succes inspanningen verricht om de inhuur op omgevingsvergunningen te verlagen door het team vaste medewerkers te versterken. De kosten van extern personeel worden hoofdzakelijk gedekt uit de reguliere personeelsbudgetten; voor het overige komt dekking uit tijdelijke projectbudgetten. In 2020 is een bedrag ad € 18,4 mln. besteed aan extern personeel binnen de gemeente Zoetermeer. De verhouding loonkosten extern personeel vs. vast personeel binnen de gemeente Zoetermeer komt hiermee op 19% vs. 81%. Daarmee ligt het bedrag iets hoger dan in 2019 (€ 17,9 mln.) maar de verhouding loonkosten extern vs. vast personeel is hetzelfde als in dat jaar. Ook is deze verhouding gelijk aan die van de Nederlandse 100.000+ gemeenten in 2019; voor 2020 zijn deze percentages nog niet bekend.
89
In de onderstaande tabellen zijn de kosten van de inhuur gecategoriseerd op programmaproductniveau (tabel 1), reden inhuur (tabel 2) en per tariefgroep (tabel 3) Tabel 1: Programma-product Bedragen x € 1.000
Toelichting: De inzet van extern personeel heeft vooral betrekking op de programma’s 1 en 7. Binnen programma 1 is € 0,6 mln. besteed aan inhuur voor de uitvoering van de Tozo-regeling hetgeen gedekt is uit het Tozo-uitvoeringsbudget. Verder wordt binnen deze programma’s met name ingehuurd voor participatie en ruimtelijke fysieke projecten. Ook voor omgevingsvergunningen, veiligheid, handhaving, dienstverlening Wmo, informatie & automatisering en jeugdzorg vindt inhuur plaats. Tabel 2: Reden Bedragen x € 1.000
Toelichting: Uit deze tabel komt naar voren dat 38% van de totale inhuur wordt ingehuurd als gevolg van projecten. Tabel 3: Per tariefgroep
Toelichting: In tabel 3 staat een duiding van het aantal uren dat in verschillende tariefgroepen is ingehuurd. 60% van de totale inhuur in aantal uren heeft een uurtarief tot € 75. Nog geen 5% van de ingehuurde uren vond plaats tegen een tarief van € 125 of meer.
90
Ombuigen en Vernieuwen In het traject Ombuigen en Vernieuwen zijn twee maatregelen gericht op het verbeteren van efficiency door procesverbetering en organisatievernieuwing. Deze maatregelen, 105 en 107, worden uitgevoerd door alle gemeentelijke onderdelen een besparing via een formatiereductie te laten voorstellen; dit betreffen besparingen van € 350.000 in 2021 oplopend tot € 1,5 mln. in 2023. Deze formatiereductie is evenredig aan de formatieomvang over de afdelingen verdeeld. De besparingsvoorstellen, die niet tot outputreductie mogen leiden, worden in de loop van 2021 opgesteld en verwerkt in de begroting van 2022 en verder. Aandacht voor management en bestuur In een tijd waarin het rechtstreekse contact met medewerkers voornamelijk via de digitale weg verloopt, is het extra van belang dat er binnen de bedrijfsvoering aandacht is voor management, bestuur en het goede verloop van de communicatie tussen beide geledingen. Direct aan het begin van de COVID-19 crisis is daarom het Kernteam Continuïteit Bedrijfsvoering (KCB) opgericht, zie 2.2.5.5. Controlfunctie Naast de uitvoering van het Verbijzonderde Interne Controle (VIC) plan heeft de eenheid Concerncontrol met name een bijdrage geleverd aan de opzet en werking van de COVID-19 gerelateerde processen (Tozo, noodsteun).
Het doorlichtingsonderzoek naar de doelmatigheid en rechtmatigheid van het beleid en de uitvoering van inkoop en aanbesteding is afgerond. Op het gebied van rechtmatigheid is voorbereidend werk verricht om als gemeente gereed te zijn voor de (per verantwoordingsjaar 2021) verwachte inwerkingtreding van de rechtmatigheidsverklaring door het college. Aandacht voor processen en systemen Alle bovenstaande ontwikkelingen vragen zowel om aandacht voor processen, systemen en zeker voor de manier van samenwerken met elkaar nu op veel grotere schaal gebruik wordt gemaakt van thuiswerken. De organisatie is blijven doorwerken doordat er direct vanaf het begin van de COVID-19 crisis massaal gebruik is gemaakt van MS Teams. Ook op andere vlakken heeft de organisatie bewezen een flexibele en lerende organisatie te zijn. Datagedreven werken. Maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een lokale overheid die efficiënt met haar middelen omgaat, die dienstverlening hoog in het vaandel heeft staan en die betrouwbare partner is voor de uitvoering van wetgeving en processen. Datagedreven werken betekent gebruik maken van data in het werk; hierdoor kunnen we als gemeente efficiënter ons doel bereiken.
In het sociale domein kan het inzetten van data helpen om een mogelijke hulpvraag eerder in beeld te brengen, terwijl in het fysieke domein data gebruikt kan worden om doelmatiger om te gaan met bijvoorbeeld onderhoud en voor parkeren. Voortgaande digitalisering zorgt niet alleen voor betere toepassingen, ook de hoeveelheid en toepassingsmogelijkheden van data nemen toe. Gecombineerd met technologische ontwikkelingen zoals inzetten van Artificial Intelligence, kan het werk slimmer en beter worden gedaan, bij besluitvorming, in de sturing op de processen en bij de beleidsadvisering en -uitvoering. Voor inwoners en ondernemers betekent voortgaande digitalisering veel. Niet alleen beschikken zij zelf over steeds meer en betere informatie maar hebben zij ook steeds hogere verwachtingen van de kwaliteit van (digitale) dienstverlening en informatievoorziening van de gemeente. We kunnen als gemeenten niet achterblijven en moeten antwoorden kunnen geven, dit kan beter door Datagedreven werken. Door bijvoorbeeld project- en planningsgegevens te gebruiken en te combineren kan ook werk in de openbare ruimte beter op elkaar afgestemd worden, intern en ook met derden.
91
Om een meer datagedreven gemeente te worden staat het leren centraal: leren door kennisontwikkeling, door praktijkervaring en experimenten en door het gebruik van data in de beleidscyclus. In 2020 is een start gemaakt met een reeks van workshops Databewustzijn en -ethiek voor alle medewerkers. Het is van belang dat iedere medewerker zich bewust is van de mogelijkheden van data, daar bewust mee omgaat en kennis heeft van data-ethiek. Deze workshops lopen in 2021 door. Het gebruik van gegevens voor beleidsvorming en sturing betekent onder andere ook dat de datakwaliteit op orde moet zijn. Vanuit de in 2020 opgestelde strategie gegevensmanagement en bijbehorende algemene principes is ook een plan uitgewerkt om te komen tot die goede gegevenshuishouding. Programma Procesgericht Werken In 2020 is het programma Procesgericht Werken verder uitgebouwd door het inrichten van 'de wasstraat' waarin processen worden geoptimaliseerd. Verbeteringen worden getoetst langs de vakgebieden informatiebeheer, dienstverlening, financiën en sturingsinformatie. Daarnaast is de technische oplossing voor de ondersteuning van verbeterde processen aangeschaft. De vervanging van het bestaande zaaksysteem is ongeveer een kwartaal vertraagd door prioriteitsverschuiving rondom COVID-19, hierdoor zal inrichting van het nieuwe systeem pas in eerste kwartaal 2021 gereed zijn.
De eerste besparingen, door de daadwerkelijke uitvoering van de geoptimaliseerde processen ondersteund door het nieuwe zaaksysteem, worden daarom in 2021 gerealiseerd. Privacy Het onderwerp Privacy stond het jaar 2020 vooral in het teken van de COVID-19-crisis. Bewustwordingsactiviteiten zoals workshops, cursussen en roadshows zijn dit jaar voornamelijk digitaal gegeven. Via nieuwsbrieven, intranet, het interne privacy netwerk en een speciaal spel is er bijzondere aandacht gevraagd voor de (privacy)risico’s van thuiswerken. Er is een bijdrage geleverd aan de internetconsultatie voor het Wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein. Daarnaast is er nauwe betrokkenheid geweest bij de inrichting van het Werkbedrijf de Binnenbaan en alle privacyaspecten die daar van toepassing zijn. In 2020 zijn er 54 datalekken gemeld. Daarvan bleken 14 meldingen geen datalek te zijn. Er zijn negen datalekken aan de Autoriteit Persoonsgegevens gemeld. Dat is aanzienlijk minder dan in 2019, toen waren er 14 datalekken aan de Autoriteit Persoonsgegevens gemeld. Melding aan de Autoriteit Persoonsgegevens is op grond van de AVG alleen verplicht wanneer er sprake is van ernstig nadeel voor de bij het lek betrokken personen, zoals een hoog risico op misbruik van de gelekte gegevens.