CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. 1253574 - Bestemmingsplan Groessenseweg 15 - Toelichting en regels

Raadsvergaderingen 2022-2026 25 juni 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/22/431096 ‎Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar’23.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

22

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 4.6 Ecologie 4.6.1 Algemeen Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de wettelijk beschermde dieren niet worden verontrust, dat de nesten, holen of andere verblijfplaatsen niet worden vernield, beschadigd of verstoord en dat de wettelijk beschermde planten niet worden verwijderd van hun groeiplaats en deze groeiplaats behouden blijft. In verband hiermee is een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Het veldonderzoek vond plaats op 10 januari 2025. 4.6.2 Beoordeling Gebiedsbescherming De locatie is niet gelegen in een beschermd natuurgebied. Het plangebied ligt op minimaal 1,13 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Rijntakken. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000- gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 10: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 gebieden (bron: Natuurbank Overijssel)

De nieuwe ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van de stikstofemissie. de ontwikkeling betreft de sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing en de bouw van drie woningen op het perceel. Zowel bij de sloop van de bedrijfsbebouwing als bij de bouw van de drie woningen zal de stikstofemissie tijdelijk toenemen. Met de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is het agrarisch bedrijf beëindigd. De beëindiging van de agrarische activiteiten (waarbij de relevante stikstofbronnen de dieren en de verkeersbewegingen van en naar het erf zijn), leidt tot een significante afname van de stikstofemissie op deze locatie. De ammoniakdepositie op het Natura-2000 gebied de Rijntakken, die veroorzaakt wordt door de ammoniakemissie van het voormalige agrarische bedrijf zal in zijn geheel verdwijnen. Met het computerprogramma Aerius Calculator is voor de realisatie en de gebruiksfase (gasloos) de depositie van stikstofdioxiden berekend op Natura 2000-gebieden (de rapportage en berekeningen zijn als bijlagen opgenomen). Er zijn geen rekenresultaten berekend die hoger zijn dan 0,00 mol per hectare per jaar. De berekeningen zijn als bijlagen bij de toelichting gevoegd.

(vastgesteld)

23

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Gelders Natuurnetwerk Het Gelders Natuurnetwerk ligt op een afstand van circa 750 meter en de Groene Ontwikkelingszone op circa 500 meter. Zie onderstaande afbeelding voor de ligging van de locatie ten opzichte van deze beschermde gebieden. De voormalige bedrijfsgebouwen zijn (op één bedrijfsgebouw na) inmiddels gesloopt. De functieverandering op perceelsniveau heeft een neutraal effect op de beschermde soorten en gebieden.

Afbeelding 11: Ligging plangebied t.o.v. GO en GNN (bron: Natuurbank Overijssel)

Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied maar benutten het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de ligusterhaag verwijderd en de loods gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.

Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. 4.6.3 Conclusie Mits bezette vogelnesten beschermd worden en er geen beschermde grondgebonden zoogdieren of

24

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” amfibieën gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten. De quickscan natuurwaardenonderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen. 4. 7 Leidingen In of bij het plangebied liggen geen onder- bovengrondse leidingen, die van invloed zouden kunnen zijn op de planontwikkeling. Zie ook de volgende paragraaf 4. 8 Externe veiligheid 4.8.1 Algemeen Externe veiligheid gaat over het binnen aanvaardbare grenzen houden van risico's voor mens en milieu bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij uitsluitend om de kans dat derden (omwonenden) dodelijk letsel oplopen door een calamiteit bij een bedrijf of door een ongeval bij het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Rond bedrijven en langs routes (of buisleidingentracés) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zijn daarom invloedsgebieden ingesteld waarbinnen de risico's moeten worden onderzocht en getoetst voor toekomstige bebouwing. Deze risico's worden uitgedrukt in een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR) en betreffen alleen de personen die niet deelnemen aan deze activiteiten. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Bij overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico of een significante toename dient het bevoegd gezag het groepsrisico te betrekken bij de vaststelling van het ruimtelijk besluit. Voor deze groepsrisico verantwoording is de hoogte van het groepsrisico of de toename ervan onderdeel van de afweging. Daarnaast worden factoren meegenomen zoals mogelijke bronmaatregelen ter verlaging van het risico, eventuele alternatieven, de bestrijdbaarheid van het incident en de zelfredzaamheid van de personen in het invloedsgebied.

Daarvoor wordt door het bevoegd gezag advies gevraagd aan de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM). Ongevallen met gevaarlijke stoffen kunnen nader worden onderscheiden in ongevallen met betrekking tot: • bedrijven; • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. 4.8.2 Beoordeling In de omgeving kunnen de volgende externe veiligheidsrisicobronnen relevant zijn: Risicobron Relevantie Hogedruk aardgasleidingen Niet relevant., het invloedsgebied van de nabijgelegen (Bevb1) aardgastransportleiding ligt niet over het plangebied. Inrichtingen (Bevi2) Niet relevant, geen invloedsgebied over het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen over Niet relevant, momenteel geen invloedsgebied over het de weg (Bevt3) plangebied. Transport gevaarlijke stoffen over Niet relevant, op ongeveer 4500 meter ten zuidwesten ligt de het water (Bevt) Rijn. Het invloedsgebied (1070 meter) ligt niet over het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen over Op ongeveer 250 meter ten noorden van het plan ligt het spoor het spoor (Bevt) van de Betuweroute. Hierover worden gevaarlijke stoffen

(vastgesteld)

25

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” vervoerd. Het invloedsgebied ligt over het plangebied. De spoorverbinding Arnhem - Doetinchem ligt op circa 350 meter van de woningen. Afbeelding 12: Tabel risicobronnen in de omgeving van het plangebied (bron: Risicokaart Gelderland)

Transport gevaarlijke stoffen over het spoor (Bevt) Er vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de Betuweroute op 250 meter van het plangebied. De beoordeling van externe veiligheid wordt uitgevoerd voor de twee genoemde risiconormen, namelijk het plaatsgebonden risico en groepsrisico vanwege de aanwezigheid van de Betuweroute. 1. Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een Bevi inrichting, transportroute en hogedruk aardgastransportleiding. Dit is de contour waarbij de kans 1 op een miljoen is dat iemand overlijdt ten gevolge van een zwaar ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen. Deze contour vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. 2. Groepsrisico Het plangebied ligt in het invloedsgebied van de Betuweroute. Daarmee hebben wijzigingen in het plangebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Doordat de afstand tussen het plan en de Betuweroute groter is dan 200 meter heeft de wetgever aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden verricht worden:  Conform de motivatie onderdelen van Bevt artikel 7 en 9 moet het groepsrisico beperkt verantwoord worden voor de Betuweroute;  Er moet advies worden aangevraagd bij de 'Veiligheid Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM)'.

De risicokaart van Gelderland geeft verder geen risicobronnen aan die mogelijk een gevaar kunnen vormen voor de nieuwe ontwikkeling aan de Groessenseweg 15 te Zevenaar. Op de volgende uitsnede van deze risicokaart is het plangebied globaal aangegeven met een groen ovaalfiguur.

Afbeelding 13: Uitsnede risicokaart met daarop het plangebied aangegeven (bron: Risicokaart Gelderland)

Beperkte verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van de spoorweg Betuweroute en mogelijk de toekomstige snelweg A15. Doordat de afstand tussen het plan en deze risicobronnen groter is dan 200 meter kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Conform vigerende

26

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” wetgeving moet de gemeente het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze risicobronnen. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 18 juli 2022 (kenmerk: 2022- 003859). Onderstaand een beschouwing van deze aspecten. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid van effecten wordt vooral bepaald door de aanwezige veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De VGGM heeft een adviserende rol in het kader van bestrijdbaarheid van incidenten en de mate waarin betrokkenen zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Dit is relevant voor de verantwoording van het groepsrisico.

In haar advies geeft de VGGM terecht aan dat – ten opzichte van de huidige situatie – er geen veranderingen optreden in het kader van de bestrijdbaarheid bij een ramp. . De wijze waarop een ramp wordt bestreden, behoeft geen aanpassing vanwege de komst van 3 nieuwe woningen, ook al omdat het groepsrisico door de toename van een beperkt aantal personen in het gebied niet wezenlijk verandert. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. De VGGM geeft het volgende aan: • Het plan ligt binnen de effectafstand van het scenario toxische wolk. De kans daarop is klein. Het plan leidt tot een (beperkte) toename van het aantal aanwezigen. Het ligt in de verwachting dat zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd; • VGGM adviseert toekomstige bewoners te infomeren over de aanwezige risico’s in hun leefomgeving en het aan te reiken handelingsperspectief en technische maatregelen zoals afschakelbare centrale ventilatie. Ten aanzien van de risicocommunicatie is er NL-alert.

Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plangebied via de Groessenseweg en Pannerdenseweg te ontvluchten, weg van de risicobron. Daarnaast is het te verwachten handelingsperspectief voor een toxische wolk binnenshuis schuilen. De nieuwe woningen bieden hier voldoende mogelijkheden toe. De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren. 4.8.3 Conclusie Het ruimtelijk initiatief heeft geen of slechts zeer beperkte impact op het groepsrisico. Voor zover er sprake is van een vergroot groepsrisico, dan is de toename zeer beperkt en zijn is de zelfredzaamheid onder de nieuwe bewoners hoogstwaarschijnlijk groot. Om die reden acht de gemeente een eventuele toename van het groepsrisico acceptabel. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het initiatief.

4.9

Water

4.9.1 Algemeen Het is wettelijk verplicht om in het kader van bestemmingsplannen en afwijkingen op basis van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een watertoets uit te voeren. De watertoets omvat het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in voormelde plannen en ontheffingen. Voor het oppervlaktewaterkwantiteit- en kwaliteitsbeheer van het onderhavige plangebied is het Waterschap Rijn en IJssel verantwoordelijk.

(vastgesteld)

27

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Waterbeheerprogramma 2022-2027 Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het Waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 is de opgave om het gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het Waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het Waterschap de doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s. Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig in te vullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Zorgen voor veilige dijken, nu en in de toekomst.

De ambitie is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar kan worden ingespeeld op ontwikkelingen. Het beheer dienen we op een duurzame wijze uit te voeren en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Bij het uitvoeren van de primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij dient in 2050 het onderdeel te zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving Het Waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Daarbij is het streven dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken we de (digitale) watertoets.

De digitale watertoets is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. 4.9.2 Beoordeling Watertoets Er vindt binnen het plangebied geen uitbreiding plaats van de bebouwing en/of verharding. De voormalige agrarische bebouwing met een oppervlakte van 1.645 m2 is gesloopt, en de oppervlakte van de terug te bouwen woningen en bijbehorende bouwwerken is kleiner dan deze oppervlakte. De voorgestane functieverandering is van beperkte invloed op het waterbeheer binnen het plangebied of direct daar buiten. De voormalige bedrijfswoning is aangesloten op de riolering. De toekomstige woningen zullen ook worden aangesloten op de riolering voor de vuilwaterafvoer. Het hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd op eigen perceel. Inrichting en beheer In of nabij het plangebied bevinden zich geen wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap. Het plan heeft niet de herinrichting van bestaande watergangen tot doel. De feitelijke situatie met betrekking tot het gebruik van de gronden (erf/tuin bij de bestaande boerderij) nabij de watergang van het waterschap verandert niet. Het hemelwater wordt afgekoppeld en op eigen terrein geïnfiltreerd in de bodem.

28

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Afbeelding 14: Uitsnede Legger (bron: Waterschap Rijn en IJssel)

Wateroverlast (oppervlaktewater) De oppervlakte van de bebouwing neemt af. Er is 1.645 m2 bebouwing gesloopt en de verharding is grotendeels verwijderd. Er worden drie woningen gerealiseerd inclusief de daarbij horende verharding. Na realisatie is er circa 400 m² per woning verhard (woning + verharding). Daarmee staat vast dat het totaal verhard oppervlak zal afnemen. Het hemelwater van dakoppervlak en verharding wordt afgekoppeld van het rioolstelsel en opgevangen/geïnfiltreerd in zakgreppels, vijvers en/of infiltratiekratten op eigen terrein. Dit komt ten goede aan het grondwater, beperkt verdroging en voorkomt het overstorten van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Ter vermindering van hittestress blijven de erven zo groen mogelijk en zal de hoeveelheid verharding bij voorkeur zo beperkt mogelijk zijn. Hiertoe is tevens een landschappelijk inpassingsplan aan de planregels gekoppeld middels een voorwaardelijke verplichting Dit zorgt voor de realisatie en instandhouding van voldoende groene elementen. Grondwaterkwaliteit De functiewijziging leidt niet tot een toename van de hoeveelheid hemelwater die geïnfiltreerd wordt. Wateroverlast Er vindt geen toename van afvoer naar het (oppervlakte)watersysteem plaats. Grondwateroverlast De grondwaterstand wordt in de toekomstige situatie niet beïnvloed. De grondwaterstand is tussen 2,57m en 2,70m -maaiveld.

Oppervlaktewaterkwaliteit In de huidige situatie is er sprake van een volledige infiltratie. Het hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd in de bodem. Er wordt geen water afgevoerd naar het oppervlaktewater. Waterhuishoudkundige aspecten In de 'Handreiking Watertoets' zijn inhoudelijke criteria aangereikt voor de watertoets, die basis vormen voor de planbeoordeling door het waterschap en het daaruit voortvloeiende wateradvies. In onderstaande watertoetstabel zijn de voor het bestemmingsplan van belang zijnde waterhuishoudkundige criteria opgenomen.

(vastgesteld)

29

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Watertoetstabel Thema

Vraag

2. Beheer en onderhoud

• Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie? • Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast? • Ligt in of nabij het plangebied een watergang?

3. Veiligheid

• Ligt in of nabij het plangebied een waterkering (primaire waterkering, regionale waterkering, overige kering of kade)?

1. Algemeen

4. Klimaatadaptatie (wateroverlast)

5. Waterkwaliteit

6. Afvalwaterketen

7. Grondwaterbeheer

8. Recreatie en beleving

Relevant

Nee Nee Nee Nee

• Ligt het plangebied in een overstromingsgevoelig gebied of winterbed van een rivier? • Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 500m2? • Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500. • m2? • Bevindt het plan zich in een waterbergingsgebied, laaggelegen gebied of beekdal? • Is er in of rondom het gebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of blijkt er gevoeligheid voor wateroverlast uit de klimaatatlas (https://www.weetvanwater.nl/klimaatatlas) • Is het plangebied gevoelig voor hittestress? (bekijk hiervoor de klimaatatlas) • Is het verschil tussen de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? • Is in of nabij het plangebied oppervlaktewater aanwezig of gepland? • Bevindt het plan zich in een gebied met speciale functie (zoals KRW, EVZ, N2000, natte landnatuur, zwemwater)? • Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? • Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie/ rioolgemaal/ persleiding/ gemengde overstort? • Wordt regenwater afgevoerd naar de rioolwaterzuivering? • Vinden er activiteiten plaats op het verharde oppervlak waardoor verontreinigingen kunnen afspoelen en het oppervlaktewater mogelijk vervuild raakt? • Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? • Bevindt het

plan zich in een kwelgebied ? • Is afstand tussen GHG en bovenkant vloer kleiner dan 80 cm? • Ligt het plan in beschermingszone of intrekgebied van een (drink)wateronttrekking? • Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? • Worden drainagevoorzieningen aangelegd binnen een beperkingengebied voor drainage? • Wordt recreatief medegebruik van wateren en oevers mogelijk gemaakt? • Ligt in het plangebied een beschermd watererfgoed?

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Afbeelding 15: Watertoetstabel (bron: Handreiking Watertoets)

30

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 4.9.3 Conclusie Het aspect water is bij de uitvoering van het bestemmingsplan niet in het geding. Het plan draagt bij aan de doelstellingen van het waterschap zoals beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.10.1 Archeologie Met de ondertekening van het verdrag van Malta en de parlementaire goedkeuring daarvan heeft de Nederlandse overheid zich verplicht erop toe te zien dat bij ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het bekende en het nog niet bekende archeologische “bodemarchief”. De Erfgoedwet biedt de wettelijke basis voor de bescherming van archeologisch en cultureel erfgoed. 4.10.1.1 Beoordeling Op basis van de archeologische waardenkaart van de gemeente Zevenaar ligt het plangebied in een zone met een hoge en middelmatige archeologische waarde en daarvoor geldt een onderzoek verplichting bij een verstoringsoppervlak van meer dan 200 en 500 m2.

Afbeelding 16: Uitsnede Archeologische waardenkaart (bron: gemeente Zevenaar)

Op basis van de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002 en een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) conform de BRL SIKB 4003 uitgevoerd (Bijlage 5). Het bureauonderzoek Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plan en onderzoeksgebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Volgens de geomorfologische kaart ligt het westen van het plangebied op een stroomrugglooiing en het oosten van het plangebied op een crevasserug. Op ca. 65 m ten oosten van het plangebied bevindt zich een overloop- of crevassegeul. Op de bodemkaart zijn in het plangebied kalkhoudende ooivaaggronden in lichte zavel gekarteerd. De relatief hoge delen van het landschap in de nabijheid van water, zoals oeverwallen, crevasseruggen en stroomrugglooiingen, vormen van oudsher gunstige vestigingslocaties voor zowel jagers/verzamelaars als voor landbouwsamenlevingen. De crevasse is waarschijnlijk afkomstig van Oude Rijn-Pannerden stroomgordel op 1.200 m ten zuiden van het plangebied. In dat geval is bewoning op de oeverafzettingen/crevasserug op basis van de actieve fase van de stroomgordel op zijn vroegst mogelijk in de IJzertijd.

Eventuele oudere resten kunnen worden aangetroffen in de top van het Pleistocene zand uit de Formatie van Kreftenheye. Dit niveau kan aangetroffen worden tussen 2,0 en 3,0 m-mv en ligt daarom naar verwachting buiten het bereik van de beoogde bodemingrepen. In de omgeving van het plangebied zijn hoofdzakelijk archeologische vondsten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bekend.

(vastgesteld)

31

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Op de kaart van de Liemers uit 1733-1734 ligt het plangebied op een onbebouwd perceel landbouwgrond. Direct ten oosten van het plangebied bevindt zich een historisch erf ter hoogte van de huidige woning op Groessenseweg 15. Op de kadastrale minuut van 1811-1832 bevindt zich ook ten westen van het plangebied ter hoogte van de huidige Hoevestraat 10 een erf. Op latere kaarten blijft de westelijke helft van het plangebied tot op heden onbebouwd. Rond het oosten van het plangebied staat pas in 1931 bebouwing. In 1962 staat voor het eerst met zekerheid bebouwing in het zuidoosten plangebied. De oostelijke helft van het plangebied wordt in de loop van de 20e eeuw meerdere malen heringericht. De huidige situatie stamt uit 2017-2018, na de sloop van de stal in het zuidoosten van het plangebied. Hoewel historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen geeft voor de aanwezigheid van bouwhistorische waarden in het plangebied vanaf 1734, kunnen archeologische resten uit de periferie van het erf ter hoogte van Groessenseweg 15 en resten van eventuele voorgangers die mogelijk terug gaan tot in de Late Middeleeuwen niet worden uitgesloten.

Indien er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn in het plangebied, dan kunnen deze aangetroffen worden in en direct onder de huidige bouwvoor, in de oeverafzettingen/crevasserug en in de top van het Pleistocene zand. De opdrachtgever heeft aangegeven dat de bodem in het plangebied tot circa 1,0 m-mv is verstoord bij een bodemsanering. Uit aanvullende informatie van Provincie Gelderland (d.d. 26-04-2022) blijkt dat op de plaats waar de melkstal heeft gestaan de grond geroerd is geweest tot een diepte van 2,5 m-mv. Op het overige terrein is de grond geroerd tot een diepte van 1,0 m-mv. Selectie-advies Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor resten van bewoning vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd en resten gerelateerd aan de Tweede Wereldoorlog. Omdat het plangebied echter ontgraven is geweest en de grond gezeefd is, kan de hoge archeologische verwachting bijgesteld worden naar laag ter plaatse van de voormalige melkstal (ontgraven tot 2,5 mmv), met als indicatie ‘verstoord’. Ter plaatse van de voormalige melkstal wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Buiten de voormalige melkstal is de grond geroerd tot 1,0 m-mv. Hiervoor geldt alleen nog een hoge verwachting indien dieper dan 1,0 m-mv sprake is van oever- en/of crevasseafzettingen.

Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht als de toekomstige bodemingrepen beperkt blijven tot 1,0 m-mv. De resultaten van dit onderzoek zijn beoordeeld op 5 september 2022 door de archeologisch adviseur (Omgevingsdienst Regio Arnhem) van de bevoegde overheid (gemeente Zevenaar). Voor de bescherming van de archeologische verwachting is een aanlegstelstel in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. De rapportage betreffende het bureauonderzoek en verkennend booronderzoek is als bijlage bij de toelichting gevoegd. 4.10.2 Cultuurhistorie Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Zevenaar ligt het plangebied in een attentiegebied met een intacte historische (infra)structuur. De weg en de watergang maken geen onderdeel uit van de planprocedure en blijven intact. Naast een verantwoorde landschappelijke inpassing (groen) is het beeld van de nieuw te bouwen woningen van invloed op sfeer aan het lint. De bestaande bebouwing in de directe omgeving van het plangebied heeft zijn eigen karakteristiek. Bij de geplande nieuwbouw dient bij voorkeur aangesloten te worden bij de karakteristiek van deze bebouwing, qua materiaal gebruik, kleur, nokrichting, ed. Dit is geborgd middels een beeldkwaliteitsparagraaf. De te handhaven bebouwing heeft geen monumentale status.

4.10.3 Conclusie De archeologische en cultuurhistorische waarden zijn bij de uitvoering van het bestemmingsplan niet in het geding. Ten behoeve van de bescherming van de mogelijke archeologische waarden in de grond is een aanlegstelsel opgenomen.

32

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 4. 11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Algemeen Een ruimtelijke ontwikkeling mag niet leiden tot problemen bij de verkeersafwikkeling of tot parkeeroverlast. De gemeente Zevenaar past daartoe parkeernormen toe, en beoordeelt ontwikkelingen aan de hand van de extra verkeersbewegingen die deze veroorzaakt op de openbare weg. Hierbij worden de parkeernormen uit het bestemmingsplan ‘parapluplan parkeren gemeente Zevenaar’ gebruikt, en tevens wordt het plan aan de algemeen geldende uitgangspunten van de verkeersveiligheid getoetst. 4.11.2 Beoordeling Op grond van het paraplubestemmingsplan 'parkeren' van de gemeente Zevenaar wordt het plangebied aangemerkt als 'overige zone - parkeernormen buitengebied'. Voor elke vrijstaande woning moet 2,4 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dit betekent dat er binnen het plangebied 7 parkeerplaatsen (afgerond) moeten worden aangelegd voor de 3 nieuwe woningen op de locatie. Deze parkeerplaatsen worden grotendeels (5 stuks) aangelegd op de percelen van de nieuwe woningen. Daarnaast is parkeerruimte voor (minstens) twee voertuigen op de ontsluitingsroute ten noorden van de nieuwe woningen. Het is aannemelijk dat de functiewijziging niet leidt tot een substantiële toename van extra verkeersbewegingen in de omgeving ten opzichte van het voormalige agrarische bedrijf.

Op basis van de CROW geldt voor één woning 5,4 verkeersbewegingen per dag, oftewel gemiddeld één keer per uur een auto. Voor 3 woningen komt dat neer op 5.913 verkeersbewegingen per jaar. Vrachtverkeer zal juist afnemen door de beëindiging van het agrarisch bedrijf. Verkeersbewegingen vanwege de ontwikkeling kunnen eenvoudig worden opgevangen op de bestaande infrastructuur, ook ten tijde van de realisatie van het plan. De Hoevestraat en Groessenseweg beschikken over voldoende capaciteit om de verkeertoename op een goede en veilige wijze af te handelen. De bestaande ontsluiting en parkeerplaatsen van de voormalige bedrijfswoning op de Groessenseweg blijft gehandhaafd. 4.11.3 Conclusie Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om in de parkeerbehoefte te voorzien voor de nieuwe woningen. De verkeersafwikkeling levert geen belemmeringen op voor de omgeving. De geringe toename van verkeersbewegingen voegt zich eenvoudig binnen de bestaande verkeersstromen.

(vastgesteld)

33

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Hoofdstuk 5 5.1

Bestemmingsplanregeling

Algemeen

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn eventuele aanlegregels, uitwerkingsregels, nadere eisen, ontheffing- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen.

5.2

Juridische vormgeving

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012. Voor de inhoudelijke systematiek is aangesloten bij het geldende bestemmingsplan Buitengebied gemeente Zevenaar, 2018. Hieronder wordt de opbouw van het plan kort toegelicht. 5.2.1 Inleidende regels Conform SVBP bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten. 5.2.2 Bestemmingsregels In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Artikel 3 Tuin De gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bedoeld voor tuinen / groen (landschappelijke inpassing), parkeren en in- en uitritten behorende bij de woningen. Artikel 4 Wonen-1 Deze bestemming betreft de burgerwoningen binnen het plangebied, niet zijnde (agrarische) bedrijfswoningen. Het betreft hier hoofdgebouwen met bijgebouw(en) en/of overkappingen. Hiervoor zijn bepalingen opgenomen wat betreft omvang en afmeting van de bebouwing.

Binnen de bestemming 'Wonen -1' is eveneens het hobbymatig houden van dieren toegestaan, waarbij het gaat om een beperkt aantal dieren en er eveneens sprake dient te zijn van het houden van dieren die in eigendom zijn van de bewoner van het perceel. Binnen de bestemming is (tijdelijke) kamerverhuur niet toegestaan. De landschappelijke inpassing van het erf wordt geborgd met een voorwaardelijke verplichting voor uitvoering en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Artikel 5 Waarde - Archeologie hoge verwachting Voor een deel van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachtingswaarde. Binnen deze bestemming moeten de archeologische waarden worden beschermd als de bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m zijn. In alle gevallen geldt een aanlegvergunningplicht indien dieper dan 1 meter wordt gegraven.

34

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Artikel 6 Waarde - Archeologie middelmatige verwachting Voor een deel van het plangebied geldt een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Binnen deze bestemming moeten de archeologische waarden worden beschermd als de bodemingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 0,5 m zijn. In alle gevallen geldt een aanlegvergunningplicht indien dieper dan 1 meter wordt gegraven. 5.2.3 Algemene regels In hoofdstuk 3 van de bestemmingsplanregels zijn algemene bouw- en gebruiksregels opgenomen, die gelden voor alle bouw- en gebruiksactiviteiten. Daarnaast bevat dit hoofdstuk afwijkings- en wijzigingsregels. Ook de parkeernormen zijn in dit hoofdstuk opgenomen. 5.2.4 Overgangsrecht en slotregels In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

(vastgesteld)

35

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Bij de uitvoering van een voornemen kan onderscheid worden gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij de eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Bij het tweede gaat het erom hoe de uitvoering van het plan door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Dit kan enkel bij aangewezen bouwplannen, zoals een plan voor woningbouw. De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de feitelijke realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De gemeente sluit met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst, waarin wordt vastgelegd dat de gemeente de kosten voor de planologische procedure in rekening brengt bij de initiatiefnemer. Daarnaast wordt in de overeenkomst vastgelegd dat eventuele tegemoetkoming in planschade geheel voor rekening van de initiatiefnemer is.

Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is en dat de gemeentelijke kosten anderszins verzekerd zijn waardoor er geen exploitatieplan opgesteld hoeft te worden.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Omgeving Het planvoornemen is bekend gemaakt aan de omwonenden. Uit deze informatieronde is gebleken dat het plan in beginsel positief is ontvangen door omwonenden. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn twee zienswijzen ingediend, waarvan één van een direct omwonenden. Naar aanleiding van deze zienswijze is vervolgens overleg gevoerd met de reclamant, en is het plan op onderdelen aangepast (zie Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen). De verwachting is dat hiermee in aanzienlijke mate tegemoet is gekomen aan de bezwaren. Procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd op grond van artikel 3.1 Wro. Gedurende deze termijn heeft iedereen mondeling of schriftelijk de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Er zijn 2 zienswijzen ingediend, welke zijn beantwoord in de Nota van Zienswijzen die als bijlage bij dit bestemmingsplan is gevoegd. De zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan, zoals verwerkt in de Nota van Wijzigingen. Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad en 6 weken ter visie gelegd. Belanghebbenden kunnen dan beroep indienen bij de Raad van State. Wettelijk vooroverleg Voor zover noodzakelijk en relevant is het plan voorgelegd aan vooroverlegpartners in de zin van 3.1.1 Besluit omgevingsrecht en overige vooroverlegpartners.

36

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 1a Bijlage 1b Bijlage 1c Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 4a Bijlage 4b Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

(vastgesteld)

Verkennend bodemonderzoek Samenvatting bodemkwaliteit Nader asbestonderzoek Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Quickscan flora en fauna Onderzoek stikstofdepositie Stikstofberekening gebruiksfase Stikstofberekening realisatiefase Archeologisch onderzoek Advies VVGM Watertoets Notitie akoestische inpasbaarheid Rapport trillingen

37

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Regels Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Tuin Artikel 4 Wonen - 1 Artikel 5 Waarde - Archeologie hoge verwachting Artikel 6 Waarde - Archeologie middelmatige verwachting Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 12 Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel

38

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan het bestemmingsplan 'Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar' met identificatienummer NL.IMRO.0299.BPgroessnswg15-VA01 van de gemeente Zevenaar. 1.2 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels van dit plan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.3 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.4 Archeologische verwachtingswaarde de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op de aanwezigheid van archeologische relicten 1.5 Archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met het voorkomen van archeologische relicten. 1.6 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.7 Bebouwingspercentage de oppervlakte van de bebouwing binnen het bouwvlak, het bestemmingsvlak of bouwperceel, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak. 1.8 Bed & breakfast een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte overnachtingsaccommodatie voor het tegen betaling bieden van kortstondig verblijf en ontbijt aan huis, zonder kookgelegenheid. Een bed en breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt gerund door de bewoner van het betreffende huis en bevat geen openbare eetgelegenheid. 1.9 Bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.10 Bedrijfsgebouw een gebouw, of gedeelte hiervan, en/of overkapping dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten, inclusief opslag en stallen van bedrijfswagens en goederen.

1.11 Bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is, tevens bedoeld voor diegene(n) die gedurende ten minste 20 jaar als agrarisch ondernemer op het bedrijf woonachtig en werkzaam is (zijn) geweest en die na beëindiging van zijn/haar/hun ondernemerschap op de bedrijfslocatie wil(len) blijven wonen. 1.12 Bedrijf aan huis door de bewoner van de betreffende woning bedrijfsmatig verlenen van diensten, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, die niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten door de bewoner en maximaal één administratief ondersteunend personeelslid met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend.

(vastgesteld)

39

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 1.13 Beroep aan huis door de bewoner van de betreffende woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, cosmetisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang door de bewoner van de betreffende woning en daarbij behorende bijgebouwen en maximaal één administratief ondersteunend personeelslid met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 1.14 Bestaand bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan rechtmatig aanwezig, in uitvoering of rechtens vergund; bij gebruik: het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan rechtmatig aanwezig of rechtens vergund is; afstand: de afstand zoals die is het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.15 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.16 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 Bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een oorspronkelijk hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend oorspronkelijk hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. Onder dit begrip vallen aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen.

1.18 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een standplaats. 1.19 Bouwgrens de grens van een bouwvlak 1.20 Bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen (hoogteverschil per vloer of balklaag maximaal 1,5 m) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag. 1.21 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.22 Bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.23 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegelaten. 1.24 Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.25 Brancheverwante artikelen artikelen die op één of andere wijze gerelateerd zijn aan het basisassortiment.

40

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 1.26 Bruto vloeroppervlak de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw, met uitzondering van een parkeergarage.

1.27 Dagrecreatie verblijf buiten de woning voor recreatieve doeleinden zonder dat er een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat. 1.28 Dagrecreatieve voorziening voorziening ten behoeve van dagrecreatie, zoals picknickplaatsen, aanlegsteigers, observatiepunten, informatieborden, banken, paden ten behoeve van wandelen, fietsen, zwemmen, vissen, paardrijden, kanoën en natuurobservatie. 1.29 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen, leveren en/of verhuren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30 Dienstverlening een bedrijf of instelling, waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van diensten op administratief, adviesgevend, educatief, financieel, informatietechnologisch, juridisch, (lichaams)verzorgend, ontwerptechnisch, (para)medisch, therapeutisch of daarmee gelijk te stellen terrein, waarbij publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan, niet zijnde een kantoor.

1.31 Dove gevel een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. 1.32 Dubbele bewoning situatie waarbij twee zelfstandige huishoudens wonen in één woning. 1.33 Eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond. 1.34 Erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.

1.35 Evenement kortdurende, maar wel tijdelijke activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve-, sportieve-, toeristisch-recreatieve, commerciële-, sociale-, culturele- en/of levensbeschouwelijke activiteiten, waar onder feesten, kermis, optocht, braderie, wedstrijd of andere bijeenkomst tot ontspanning of vermaak, of een vertoning, voorstelling of herdenking 1.36 Extensieve (dag)recreatie niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, natuurzwemmen en natuurobservatie van een beperkte omvang, waarbij overnachting niet is toegestaan. 1.37 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

(vastgesteld)

41

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 1.38 Groepsaccommodatie (een deel van) een gebouw met tenminste 6 overnachtingsplaatsen welke is bestemd voor het recreatief nachtverblijf, niet zijnde permanente bewoning, en gedurende het hele jaar wordt gebruikt door wisselende groepen, en worden gekenmerkt door de aanwezigheid van gemeenschappelijke voorzieningen en verblijfsruimtes.. 1.39 Grondgebonden agrarisch bedrijf agrarisch bedrijf dat gericht is op het ontwikkelen van activiteiten waarbij de productie voor meer dan 50 procent afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond waarover het bedrijf in de omgeving van de bedrijfsgebouwen beschikt. 1.40 Hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van het perceel en, indien meer gebouwen op dat perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming, situering, afmetingen of functie het belangrijkst is. 1.41 Horeca(bedrijf) [categorie] een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren al dan niet voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of waarin zaalruimte wordt verhuurd en ter plaatse beschikbaar wordt gesteld, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een seksinrichting.

Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: Horecabedrijf categorie 1 een horecabedrijf waarvan de exploitatie doorgaans geen overlast voor het leefklimaat veroorzaakt en dat voornamelijk is gericht op het hoofdzakelijk overdag en 's avonds verstrekken van niet of licht alcoholhoudende dranken en/of eenvoudige maaltijden en/of etenswaren ter plaatse zoals een broodjeszaak/lunchroom, ijssalon, koffiehuis of een naar de aard, openingstijden en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. Openingstijden tussen 7.00 en maximaal 19.00 uur. Horecabedrijf categorie 2a een horecabedrijf waarvan de exploitatie doorgaans minimale overlast voor het leefklimaat kan veroorzaken en dat voornamelijk is gericht op het hoofdzakelijk 's avonds verstrekken van maaltijden en/of dranken ter plaatse waar onder een restaurant, bistro of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf, zoals een proeverij. Openingstijden tussen 7.00 en maximaal 22.00 uur. Horecabedrijf categorie 2b een horecabedrijf van de categorie 2a met een beperkt aantal overnachtingsplaatsen (maximaal 10 kamers), niet zijnde permanente bewoning, zoals een kleinschalig hotel-restaurant of pension en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf.

Horecabedrijf categorie 2c horecabedrijf van de categorie 2a of 2b, met een relatief grote verkeersaantrekkendende werking zoals hotel-restaurant met meer dan 10 kamers en/of hotel-restaurant met vergadercentrum en/of zalenverhuur (niet voor feesten en partijen) en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. Horecabedrijf categorie 3a een horecabedrijf waarvan de exploitatie doorgaans een zekere overlast voor het leefklimaat kan veroorzaken en dat voornamelijk is gericht op het hoofdzakelijk verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide etenswaren met als nevenactiviteit het verstrekken van niet of licht alcoholische dranken. Het accent ligt op de verstrekking van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide, kleine etenswaren, zoals een cafetaria, snackbar, grill-room, fastfoodrestaurant, automatiek en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf, een cateringbedrijf (niet voor consumptie ter plaatse) daar niet onder begrepen. Openingstijden tussen 7.00 en maximaal 24.00 uur.

42

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Horecabedrijf categorie 3c horecabedrijf van de categorie 3a, met een relatief grote verkeersaantrekkendende werking zoals drivethrouhrestaurant, afhaalrestaurant of maaltijdenbezorgdienst (al dan niet met ondergeschikt verstrekken van maaltijden ter plaatse) en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. Horecabedrijf categorie 4a een horecabedrijf waarvan de exploitatie doorgaans meer overlast voor het leefklimaat kan veroorzaken en een grotere druk op de openbare orde met zich meebrengt en dat voornamelijk is gericht op het 's avonds en/of 's nachts verstrekken van (alcoholische) dranken, zoals een café, of een horecabedrijf categorie 3a met openingstijden na 24.00 uur en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. Horecabedrijf categorie 4b een horecabedrijf van de categorie 4a met een beperkt aantal overnachtingsplaatsen (maximaal 10 kamers), niet zijnde permanente bewoning, zoals een kleinschalig pension in combinatie met een café en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf.

Horecabedrijf categorie 4c horecabedrijf van de categorie 4a of 4b, met een relatief grote verkeersaantrekkendende werking, of een horecabedrijf categorie 3c met openingstijden na 24.00 uur en/of naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. Horecabedrijf categorie 5 een horecabedrijf waarvan de exploitatie doorgaans veel overlast voor het leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt en dat voornamelijk is gericht op het 's avonds en/of 's nachts verstrekken van (alcoholische) dranken en waar tevens gelegenheid wordt geboden tot dansen of vergelijkbaar vermaak, zoals een discotheek, partycentrum en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. 1.42 Huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; daaronder niet begrepen kamerverhuur. 1.43 Kamerverhuur ruimte(n) in een (deel van een) gebouw die geschikt is (zijn) of geschikt te maken is (zijn) voor (nacht)verblijf, niet zijnde een logiefunctie als bedoeld in het Bouwbesluit of niet zijnde een (zelfstandige) woonruimte als bedoeld in de Huisvestingswet, ongeacht de duur van het verblijf en al dan niet tegen betaling.

1.44 Kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander voertuig, niet zijnde een bouwwerk, zonder permanente aansluitingen en/of permanente verbinding met de grond welke tegen aanvaardbare kosten en inspanningen verplaatst kan worden, en bestemd of opgericht is, dan wel wordt of kan worden gebruikt, voor recreatief nachtverblijf niet zijnde permanente bewoning. 1.45 Kampeerterrein terrein ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van recreatieve onderkomens (artikel 1.66), ten behoeve van recreatief nachtverblijf voor personen, die hun vaste verblijfplaats elders hebben, en voor de daarbij behorende voorzieningen. 1.46 Kampwinkel een winkel op een kampeerterrein (artikel 1.48), waarin de bedrijfsuitoefening is gericht op detailhandel in hoofdzaak ten dienste van dat kampeerterrein, zoals de verkoop van levensmiddelen, speelgoed, kampeeraccesoires en souvenirs.

(vastgesteld)

43

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 1.47 Kantoor een gebouw, zonder of met ondergeschikte publieksgerichte functie, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi-)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar aard daarmee gelijk te stellen dienstverlenende bedrijven en instellingen. 1.48 Kleinschalig kamperen (mini-camping) kampeerterrein met maximaal 20 plaatsen, uitsluitend voor kampeermiddelen (artikel 1.47), en dat functioneel verbonden is met de hoofdbestemming en wordt gerund door de bewoner van de betreffende woning. Permanente plaatsing van stacaravans, is niet toegestaan. 1.49 Lawaaisporten een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen, autosport, motorsport, (model)vliegsport, gildes en schietsport met behulp van vuurwapens. De jachtsport wordt hier niet onder begrepen. 1.50 Maatschappelijke voorzieningen voorzieningen ten behoeve van religie, verenigingsleven, cultuur, onderwijs, opvoeding, kinderopvang, gezondheidszorg en volksgezondheid, woonzorg, sociaal-cultureel en openbare en bijzondere dienstverlening.

1.51 Mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning van meer dan 8 uur per week en naar verwachting langer dan 3 maanden zal duren, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur moet worden aangetoond. 1.52 Manege een bedrijf dat is gericht op het geven van instructies in paardrijden en gelegenheid biedt tot het beoefenen van paardensport, inclusief het organiseren van wedstrijden en/of evenementen, al dan niet in combinatie met het stallen en verzorgen van paarden, en al dan niet in combinatie met fokken, africhten en trainen van paarden. Ook wel gebruiksgerichte paardenhouderij genoemd. 1.53 Mantelzorgwoning een bijbehorend bouwwerk, of deel daarvan, ten behoeve van de huisvesting van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg (artikel 1.54) verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. Een mantelzorgwoning functioneel verbonden met het hoofdgebouw en niet aan te merken als eigenstandig hoofdgebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=b33a7694-823d-4fb6-838e-3c06ffc2d5d1