Bijlage 3. 1253574 - Bestemmingsplan Groessenseweg 15 - Toelichting en regels
Tekst van het document
1.54 Natura 2000 gebied in het kader van de Natuurbeschermingswet aangewezen gebieden ter bescherming van de biodiversiteit.
1.55 Ondergeschikte detailhandel detailhandel binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan detailhandel is, maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie verkoop verricht, waarvan de omvang en uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit. De detailhandel is ondersteunend aan de hoofdfunctie en is hiermee onlosmakelijk verbonden.
44
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 1.56 Ondergeschikte horeca horeca binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is, maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie verkoop verricht, waarvan de omvang en uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit is ondersteunend aan de hoofdfunctie en is hiermee onlosmakelijk verbonden. Verhuur aan derden, zowel tijdens als buiten openingstijden, voor, al dan niet besloten, feesten of partijen is niet toegestaan. 1.57 Overkapping elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een voor mensen toegankelijke oppervlakte overdekt en geheel of gedeeltelijk door ten hoogste twee wanden is omsloten. 1.58 Prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.59 Recreatief onderkomen verblijf voor recreatieve doeleinden buiten het hoofdverblijf, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen. Hieronder worden verstaan kampeermiddelen (artikel1.47), dan wel de plekken voor (mobiele) kampeermiddelen, groepsaccommodaties (artikel 1.41) en recreatieverblijf (artikel1.67).
1.60 Recreatieverblijf een gebouw, dat bestemd is voor recreatief verblijf, niet zijnde permanente bewoning, en dat gedurende het hele jaar wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden door wisselende personen, zoals een trekkershut, zomerhuisje, recreatiewoning, chalet en stacaravan, niet zijnde een groepsaccommodatie. 1.61 Recreatiewoning een gebouw, dat bestemd is voor recreatief verblijf, niet zijnde permanente bewoning en dat gedurende het hele jaar wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden door wisselende personen. 1.62 Seksinrichting één of meer voor publiek de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte(n) waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Hier onder wordt in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekswinkel, sekstheater, parenclub, erotische massagesalon of prostitutiebedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.63 Snelweggerelateerde voorzieningen bij de snelweg horende voorzieningen, gerelateerd aan het verplaatsen van goederen of personen, die gewoonlijk langs of in de nabijheid van een snelweg aanwezig zijn zoals een wegrestaurant, hotel, servicepunt niet zijnde bedrijven of voorzieningen die gewoonlijk op een bedrijventerrein gevestigd zijn, zoals transportbedrijven, distributie- en opslagbedrijven etc.
1.64 Toename van stikstofdepositie er is sprake van toename van stikstofdepositie als de stikstofdepostie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemmissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000 gebied meer bedraagt dan: a. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: 1. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.7 tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, of 2. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die verleend is met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2van de Natuurbeschermingswet 1998; b. indien geen sprake is van een vergunning als bedoeld onder a: de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken die in gebruik zijn bij het agrarisch bedrijf.
(vastgesteld)
45
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” 1.65 Voorgevel de naar de openbare weg of een weg met een openbaar karakter gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel of een gebouw dat gevels heeft gekeerd naar meerdere wegen, de gevel die kennelijk vanuit stedenbouwkundig opzicht als zodanig moet worden aangemerkt, waarbij de toegangsdeur noch noodzakelijk noch bepalend is. 1.66 Voorgevelrooilijn de lijn die, op peil, door het buitenwerkse vlak van de voorgevel loopt, welke lijn in geval van een bouwgrens waarnaar de voorgevel is gekeerd, wordt verondersteld te liggen ter plaatse van die bouwgrens. 1.67 Web- en internetwinkel detailhandel zonder showroom, waarvan de handel via internet verloopt. 1.68 Weg weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet (alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten). Onder weg wordt niet verstaan achterpaden bij woningen, waaronder brandgangen en voetpaden. 1.69 Woning een complex van intern met elkaar in verbinding staande ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de permanente huisvesting van één (1) afzonderlijk (gemeenschappelijk) huishouden (artikel 1.45).
1.70 Woningsplitsing het splitsen van één (1) woning in, dan wel het gebruiken van één woning als, twee of meer zelfstandige woningen. Inpandig is onvoldoende samenhang tussen de verschillende ruimten en/of meerdere primaire ruimten aanwezig met het kennelijke doel afzonderlijke bewoning mogelijk te maken. 1.71 Wooneenheid een zelfstandige woonruimte ondergebracht in een woongebouw met minimaal 2 wooneenheden (zelfstandige woningen), ontstaan als gevolg van woningsplitsing. 1.72 Woongebouw een gebouw met meerdere zelfstandige woningen of wooneenheden. 1.73 Woonwagen een voor bewoning bestemd hoofdgebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.
46
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstand tot de bouwperceelsgrens kortste afstand van een bepaald punt van het bouwwerk tot de grens van het bouwperceel. 2.2 Afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens kortste afstand van een bepaald punt van het bouwwerk tot de zijdelingse grens van het bouwperceel. 2.3 Bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken mag worden bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, dan wel bouwvlak, bestemmingsvlak of maatvoeringsvlak, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; dit percentage heeft geen betrekking op volledig ondergronds gelegen bebouwing. 2.4 Bouwhoogte vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 Dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.7 Goothoogte vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel. 2.8 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9 Ondergeschikte bouwonderdelen bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, droogstanden, ingangspartij, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.10 Oorspronkelijk hoofdgebouw hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. 2.11 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.12 Oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.13 Peil a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. indien in het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
(vastgesteld)
47
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Tuin
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) tuin; b) behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden; c) in- en uitritten en parkeervoorzieningen. met daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bouwverbod a. Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders bouwwerken op te richten. b. Deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 3.2.2 Uitzonderingen op het bouwverbod In afwijking van 3.2.1 mogen bouwwerken opgericht worden onder de volgende voorwaarden: 3.2.2.1 Algemeen Op of in de in 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 3.2.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. totale oppervlakte maximaal 30 m2, waarbij de gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bebouwing bij de woning niet meer bedraagt dan 150 m2; b. bouwhoogte maximaal 3 m; 3.2.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde a. grondgebonden zonnepanelen zijn niet toegestaan; b. bouwhoogte erfafscheiding voor de voorgevel maximaal 1 m; c. bouwhoogte erfafscheiding achter de voorgevel maximaal 2 m; d.
bouwhoogte overige bouwwerken maximaal 3 m; 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Bijbehorende bebouwing gebouwen mogen gebruikt worden overeenkomstig bijbehorende bouwwerken bij de bestemming wonen. 3.3.2 Verharding De oppervlakte (half)verharding bedraagt maximaal 20% van het bestemmingsvlak; 3.4.3 Strijdig gebruik Tot strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a) het gebruik van een mantelzorgwoning voor bewoning anders dan ten behoeve van mantelzorg.
48
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 4
Wonen - 1
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen - 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals tuinen, erven en verhardingen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op of in de in 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 4.2.2 Gebouwen Voor gebouwen, inclusief overkappingen, gelden de volgende regels: a. maximaal 1 woning per bouwvlak; b. voor hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, inclusief overkappingen, gelden de in artikel 9.2 genoemde regels; 4.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. bouwhoogte erfafscheiding voor de voorgevel maximaal 1 m; b. bouwhoogte erfafscheiding achter de voorgevel maximaal 2 m; c. voor hobbymatige paardenbakken gelden de in artikel 8.3 genoemde regels; d. grondgebonden zonnepanelen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. aangetoond is dat het ondoelmatig is om de zonnepanelen op bestaande dakvlakken te realiseren; 2. de omvang van de opstelling c.q. installatie, inclusief zonnepanelen op de dakvlakken, is niet groter dan noodzakelijk om te voorzien in de energiebehoefte van het eigen perceel; 3. de grondopstelling is compact en geconcentreerd vormgegeven achter, het verlengde van, de voorgevel van de woning; 4.
de kortste afstand tussen de woning en de zonnepanelen bedraagt niet meer dan 20 m; 5. de maximale hoogte van de grondopstelling bedraagt niet meer bedraagt dan 2 meter en is via een palenconstructie verbonden met de ondergrond (bodem); e. bouwhoogte overige bouwwerken (geen gebouw zijnde) maximaal 3 m. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Voorwaardelijke verplichting dove gevel Ter plaatste van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’ mogen gronden uitsluitend in gebruik worden genomen of zijn ten behoeve van de bestemmingsomschrijving conform artikel 8.2.1 onder e indien aan de zijde van de Groessenseweg (noordzijde) het gebouw is voorzien van een dove gevel en deze in stand wordt gehouden. 4.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a) gronden mogen uitsluitend in gebruik worden genomen of zijn ten behoeve van de bestemmingsomschrijving conform artikel 4.1 indien binnen één jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan alle natuur- en landschapselementen zoals opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan in bijlage 1 bij deze regels zijn gerealiseerd, worden beheerd en in stand worden gehouden; b) het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a. ten behoeve van de wijziging van het bij de voorwaardelijke verplichting behorende landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, waarbij geldt dat het gewijzigde landschappelijke inpassingsplan minimaal gelijkwaardig dient te zijn aan het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels. 4.3.3 Strijdig gebruik Tot strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; b. woningsplitsing (splitsing in meer dan 1 zelfstandige woning); c. dubbele bewoning (het bewonen van een woning door meer dan 1 huishouden), met uitzondering van inwoning ten behoeve mantelzorg.
(vastgesteld)
49
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
4.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van artikel 4.1, onder de voorwaarden genoemd in artikel 11.1 een omgevingsvergunning verlenen voor: 4.4.1 Ondergeschikte horeca Voor ondergeschikte horeca gelden de volgende voorwaarden: a. uitsluitend als nevenactiviteit gerund door (één van) de bewoner(s) van de woning; b. uitsluitend horeca categorie 1; c. oppervlakte (exclusief terras) maximaal 50 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van tentoonstellingsruimte, beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast, ondergeschikte horeca en voorzieningen voor een mini-camping niet meer bedraagt dan 150 m²; d. een kleinschalige terrasvoorziening wordt uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. oppervlakte maximaal 50 m², met dien verstande dat de totale oppervlakte van het terras op het perceel niet meer dan 50 m² bedraagt; 2. afstand tot een woning van derden minimaal 30 m; 3. geen onevenredige aantasting van belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; e. geen buitenopslag of stalling van goederen; f. geen verhuur van horecaruimte ten behoeve van feesten of partijen. 4.4.2 Kleinschalig kamperen (mini-camping) Voor een mini-camping gelden de volgende voorwaarden: a. uitsluitend als nevenactiviteit gerund door (één van) de bewoner(s) van de woning; b.
de afstand tot een woning van derden bedraagt minimaal 30 m; c. de afstand tot een naburig kampeerterrein bedraagt minimaal 250 m; d. de oppervlakte bedraagt maximaal 0,5 ha., met dien verstande dat de totale oppervlakte bij het perceel niet meer bedraagt dan 0,5 ha. e. kampeermiddelen mogen uitsluitend in de periode van 15 maart tot 31 oktober op het terrein aanwezig zijn; f. een mini-camping aansluitend op het bestemmingsvlak wordt toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. aangetoond is dat het ondoelmatig is om de mini-camping geheel of gedeeltelijk binnen het aanwezige bestemmingsvlak 'wonen' en/of 'tuin' te realiseren; 2. oppervlakte maximaal 0,5 ha., met dien verstande dat de totale oppervlakte van een minicamping bij het perceel niet meer bedraagt dan 0,5 ha. 3. direct aansluitend op het bestemmingsvlak 'wonen'; 4. gelegen buiten de contour van het plaatsgebonden risico externe veiligheid; 5. uitsluitend binnen de bestemming 'Agrarisch', met dien verstande dat een mini-camping ter plaatse van de aanduiding 'Waardevol open gebied' niet is toegestaan; 6.
indien de mini-camping zich binnen een gebied met de aanduiding 'Waarde Natuur en landschap' bevindt, wordt aangetoond dat er geen sprake is van aantasting van de kernkwaliteiten dan wel door het nemen van compenserende of mitigerende maatregelen hieraan voldoende tegemoet wordt gekomen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag; 7. indien de mini-camping zich binnen een gebied met de aanduiding 'Waarde cultuurhistorie' bevindt, wordt aangetoond dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden, dan wel door het nemen van mitigerende maatregelen hieraan voldoende tegemoet wordt gekomen, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag; 8. voorzieningen (waar onder sanitaire voorzieningen en bergingen) mogen uitsluitend binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' worden gesitueerd 9. voor het overige wordt voldaan aan de voorwaarden van dit artikel.
50
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 5
Waarde - Archeologie hoge verwachting
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden. 5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 5.2.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m; b. bodemingrepen dieper dan 1 m, ongeacht de grootte van de werkzaamheden. 5.2.2 Onderbouwing van de aanvraag Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 5.2.3 Toelaatbaarheid De in artikel 5.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; b. door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; c. andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
(vastgesteld)
51
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 6
Waarde - Archeologie middelmatige verwachting
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie middelmatige verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden. 6.2 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.2.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. bodemingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 0,5 m; b. bodemingrepen dieper dan 1 m, ongeacht de grootte van de werkzaamheden. 6.2.2 Onderbouwing van de aanvraag Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 6.2.3 Toelaatbaarheid De in 6.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; b. door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; c. andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
52
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
(vastgesteld)
53
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1 Bestaande bouw In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, afstand tot op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken en/of aantallen, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. 8.2 Woning 8.2.1 Hoofdgebouwen (woningen) Voor woningen gelden de volgende regels: a. maximaal 1 woning per bouwvlak; b. inhoud maximaal 800 m³; c. goothoogte maximaal 4 m; d. bouwhoogte maximaal 11 m e. Ter plaatste van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’ dient de gevel van een gebouw aan de zijde van de Groessenseweg (noordzijde) als dove gevel te worden uitgevoerd. 8.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bijbehorende bouwwerken dienen binnen het ‘bouwvlak’ of de aanduiding ‘bijgebouwen’ te worden gerealiseerd; b. totale oppervlakte maximaal 100 m² per woning; c. goothoogte maximaal 3 m; d.
In afwijking van het gestelde onder c bedraagt de maximale goothoogte voor bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak maximaal 4 meter; e. bouwhoogte maximaal 5 m f. In afwijking van het gestelde onder e bedraagt de maximale bouwhoogte voor bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak maximaal 11 meter; 8.3 Paardenbakken voor hobbymatig gebruik Voor paardenbakken voor hobbymatig gebruik gelden de volgende regels: a. uitsluitend bij en ten behoeve van een woning; b. maximaal 1 paardenbak per woning, met dien verstande dat maximaal 1 paardenbak per agrarisch bouwblok is toegestaan; c. uitsluitend binnen of direct aansluitend aan het bouwvlak, met dien verstande dat het oprichten van een paardenbak buiten het bestemmingsvlak 'Wonen' of 'Tuin', dan wel het agrarisch bouwvlak, uitsluitend is toegestaan indien aangetoond is dat het ondoelmatig is een paardenbak binnen het bestemmingsvlak respectievelijk bouwvlak op te richten; d. niet toegestaan binnen de bestemmingen 'Bos', 'Groen' en 'Natuur'; e. afstand tot de woning van derden bedraagt minimaal 25 m; f. oppervlakte maximaal 800 m²; g. bouwhoogte omheining maximaal 1,7 m; h. lichtmasten zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. afstand tot Natura 2000 gebieden minimaal 50 m; 2. bouwhoogte maximaal 6 m; 3. lichtbundels zijn middels afscherming zijn gericht op de rijbak.
8.4 Nadere eisen ten behoeve van de waterhuishouding Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van een omgevingsvergunning ter waarborging van de (toekomstige) waterhuishouding nadere eisen stellen met betrekking tot waterhuishoudkundige voorzieningen, waterbergings- en/of infiltratievoorzieningen, oppervlakteverharding of andere maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing.
54
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
9.1 Beroep en bedrijf aan huis Het gebruik van de gronden, de (bedrijfs)woning en de bijbehorende bouwwerken voor beroep en bedrijf aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. bij een bestaande (bedrijfs)woning; b. de woonfunctie blijft in stand; c. het beroep of bedrijf aan huis is een activiteit in de van deze regels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten aangeduid als categorie 1; d. geen horeca, casino, seksinrichting of detailhandel, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteit of webwinkelinternetverkoop (zonder afhaalpunt en/of showroom), of in de regels anders is bepaald; e. geen activiteit met grote bezoekersaantallen of verkeersaantrekkendende werking; f. een ruimtelijke uitstraling die met de woonfunctie in overeenstemming is; g. geen buitenopslag of stalling van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten; h. het bruto vloeroppervlak voor beroep en bedrijf (inclusief opslag e.a.) bedraagt niet meer dan 30% van de oppervlakte van de (bedrijfs)woning en de daarbij behorende gebouwen, met een maximum van 75 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten, waar onder beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast en ondergeschikte horeca, niet meer dan 150 m² bedraagt; i.
in de omgeving treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op; j. de verkeersveiligheid worden niet onevenredig geschaad; k. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden worden niet onevenredig geschaad. 9.2 Bed & breakfast Het gebruik van de gronden, de (bedrijfs)woning en de bijbehorende bouwwerken voor bed & breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft in stand; b. maximaal 10 overnachtingsplaatsen; c. in de omgeving treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op, waarbij tevens wordt voorzien in voldoende geschikte parkeerplaatsen op eigen terrein, met dien verstande dat is voorzien in minimaal één parkeerplaats per kamer, dan wel voor kamers groter dan 30 m² minimaal 1 parkeerplaats per 15 m²; d. de voorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige woning. Dit betekent ook dat een (aparte) kookgelegenheid niet is toegestaan; e. bij een woonbestemming bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten, waar onder beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast en ondergeschikte horeca niet meer dan 150 m²; f. onverkort het gestelde onder e, bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten, waaronder bed & breakfast, niet meer dan ter plaatse volgens deze regels is toegestaan.
9.3 Gebruiksverbod Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven en/of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde. 9.4 Vormen van verboden gebruik Tot strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. een seksinrichting; b. Bevi-inrichtingen; c. detailhandel; d. sporten die veel omgevingslawaai tot gevolg hebben, zoals (model)vliegsport en motorcross; e. (permanente) opslag of stalling van goederen en materialen voor de voorgevelrooilijn; f. een stand- of ligplaats van onderkomens; g. opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan, en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; h. opslag van bagger en grondspecie, tenzij zulks plaatsvindt langs een waterloop in verband met het onderhoud van de waterloop ingevolge een wettelijke onderhoudsplicht; i. opslag van verpakkingsmaterialen, al dan niet voor hun gebruik geschikte werktuigen en machines dan wel onderdelen daarvan, bouwmaterialen, producten, afval en brandstoffen;
(vastgesteld)
55
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” j. k.
bijgebouwen, bedrijfsgebouwen en kassen voor bewoning of recreatief verblijf; beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport en de modelsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen of bromfietsen, het racen of crossen met motorvoertuigen, bromfietsen en fietsen; l. het gebruik van een bedrijfswoning als burgerwoning, zijnde bewoning door een persoon die niet met het ter plaatse gevestigde bedrijf is verbonden en wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is; m. het gebruik van een woning of wooneenheid voor de huisvesting van meer dan één huishouden. voor zover dit niet op grond van de regels in dit plan is toegestaan 9.5 Toegestaan gebruik Het volgende gebruik is niet in strijd met het bestemmingsplan: a. het aanleggen van ondergrond kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: 1. aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" en/of een druk van meer dan 40 bar; 2. transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2 en K3-categorie met een diameter van meer dan 4"; 3. hoogspanningsleidingen; 4. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 m of meer en een lengte van 10 km of meer.
56
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1 Algemene voorwaarden voor afwijkingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.6 onder c van de Wet ruimtelijke ordening kan slechts worden verleend indien tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond is dat de afwijking noodzakelijk is, dan wel dat het oprichten van een bouwwerk overeenkomstig de bouwregels van het betreffende artikel ondoelmatig is; b. de verkeersveiligheid, aanwezige natuur- en landschapswaarden en cultuur-historische waarden worden niet onevenredig geschaad; c. in de omgeving treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op, waarbij tevens wordt voorzien in voldoende geschikte parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie nummer 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'; d. de bebouwing en/of gebruik is verkeerstechnisch toelaatbaar; e. er wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing, op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsplan; f. gronden en/of gebouwen mogen niet eerder overeenkomstig de afwijking worden gebruikt dan nadat landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand gehouden conform het beplantingsplan; g. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden worden niet onevenredig geschaad; h.
door initiatiefnemer is een zekerheidstelling afgegeven met betrekking tot de landschappelijke inpassing en de (planschade)kosten. 10.2 Bedrijfscategorie beroep en bedrijf aan huis Voor het afwijken van de bedrijfscategorie, zoals aangeduid in Staat van bedrijfsactiviteiten, gelden de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis is naar aard en ruimtelijke effecten gelijk te stellen met een activiteit in de van deze regels deel uitmakende bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten aangeduid als categorie 1 of categorie 2; b. er wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10.1; c. het overige wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9.1. 10.3 Dubbele bewoning of woningsplitsing Voor dubbele bewoning, dan wel woningsplitsing gelden de volgende voorwaarden: a. de (bedrijfs)woning is op grond van de erfgoedwet aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument; b. de inhoud van de bestaande (bedrijfs)woning bedraagt minimaal 900 m³; c. oppervlakte bijbehorende bebouwing bedraagt maximaal 75 m² per wooneenheid; d. de bestaande bouwmassa wordt als gevolg van dubbele bewoning niet vergroot, met dien verstande dat de totale (gezamenlijke) oppervlakte bijbehorende bouwwerken uitgebreid mag worden tot maximaal 150 m²; e. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; f. er wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 10.1.
10.4 Algemene afwijkingen Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het bepaalde in dit bestemmingsplan, een omgevingsvergunning verlenen voor: a. de bouw van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de energie- en communicatievoorziening, afvalverwerking, waterhuishouding of wachthuisjes voor vervoersdiensten onder de volgende voorwaarden; 1. hoogte gebouwen maximaal 4 m; 2. hoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2 m; 3. oppervlakte gebouwen maximaal 20 m²; b. de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die om waterstaatkundige of verkeersredenen noodzakelijk zijn, zoals duikers, keermuren, bruggen, verkeersgeleiders en wegverlichtingsapparatuur; c. geringe veranderingen in de tracés van wegen en de aanpassing van de ligging en de vorm van bestemmingsgrenzen met die tracés - tot maximaal 3 m -, indien bij definitieve uitmeting blijkt, dat een weg als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein slechts kan worden aangelegd indien op ondergeschikte punten van het plan wordt afgeweken;
(vastgesteld)
57
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” d. afwijkingen van bestemmings- of bouwperceelsgrenzen tot maximaal 3 m, in andere gevallen dan bedoeld onder c, indien daardoor de uitvoering van een bouwplan in verband met de uitmeting in het terrein, de verkaveling of de situering ter plaatse, wordt mogelijk gemaakt, zonder de stedenbouwkundige opzet of vormgeving van het plan of de belangen van derden in onevenredige mate te schaden; e. overschrijding van de bestemmingsgrenzen, zoals aangegeven op de verbeelding, met maximaal 1,5 m, door ondergeschikte bouwonderdelen, zoals erkers, balkons, bordessen, luifels, galerijen, trappen, overhangende verdiepingen, pergola's, lifthuizen en dergelijke; f. het overschrijden van de in de regels genoemde maximum bouwhoogte ten behoeve van lift- en trappenhuizen, centrale verwarmings- en ventilatie-installaties, antennes, lichtkappen, trappen, schoorstenen, torens en dergelijke onderdelen van gebouwen, mits de genoemde bouwhoogte met niet meer dan 5 m wordt overschreden en sprake is van ondergeschikte bouwdelen; g. antennemasten hoogte tot maximaal 15 m. mits, a. de waarden die het plan beoogt te beschermen niet in oneveredige mate worden geschaad; b. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden worden niet onevenredig geschaad.
58
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 11
Overige regels
11.1 Parkeren 11.1.1 Parkeernormen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Hierbij gelden de normen als opgenomen in de tabel in artikel 11.1.5; b. De ruimte voor het parkeren van auto's is afgestemd op gangbare personenauto's waaraan wordt voldaan indien de afmetingen van: 1. bedoelde parkeerruimten ten minste 2,5 x 5 m in geval van kops parkeren en 2 x 6 m bij langsparkeren bedragen; 2. een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst – ten minste 3, 5 x 6 m bedragen. c. in afwijking van het gesteld onder a is het niet noodzakelijk om de parkeerbehoefte op eigen terrein te voorzien, indien is aangetoond dat een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik resulteert in een lagere parkeerbehoefte dan 27 parkeerplaatsen. d. Het aanleggen en / of in standhouden van voornoemde parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.
11.1.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen. Het aanleggen en / of in stand houden van voornoemde ruimte, met bijhorende voorzieningen, geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 11.1.3 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.1.1 en artikel 11.1.2 indien: a. het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en / of; b. op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien. Dit besluit moet worden voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft.
11.1.4 Nadere eis Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 11.1.1 en artikel 11.1.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en / of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de
(vastgesteld)
59
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder geval blijkt dat de eis noodzakelijk is in verband met de ruimtelijke kwaliteit en / of de verkeersveiligheid en / of de verkeerssituatie en / of gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. Een nadere eis kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel in artikel 11.1.5. 11.1.5 Tabel De norm voor voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen op het eigen terrein is voor de volgende functies: FUNCTIE
Per
Rest bebouwde kom
Koop, vrijstaand
woning
2,2
Koop, twee-onder-een-kap
woning
2,1
Koop, tussen/hoek
woning
1,9
Koop, etage, duur
woning
2
Koop, etage, midden
woning
1,8
Koop, etage, goedkoop
woning
1,6
Huurhuis, vrije sector
woning
1,9
Huurhuis, sociale huur
woning
1,6
Huur, etage, duur
woning
1,8
Huur, etage, midden/goedkoop
woning
1,4
Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)
kamer
0,7
Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig
kamer
0,25
Aanleunwoning en serviceflat
kamer
1,1
Wonen
Bij het bepalen van het woningtype gelden de volgende oppervlakte maten: Grondgebonden
Appartement
Goedkoop
< 110 m2
< 100 m2
Midden
110 m2 - 155 m2
100 m2 - 125 m2
Duur
> 155 m2
> 125 m2
60
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Hoofdstuk 3 Artikel 12
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid eenmalig een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
(vastgesteld)
61
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Buitengebied Groessenseweg 15, Zevenaar'.
62
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten
(vastgesteld)
63