CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. 1253574 - Bestemmingsplan Groessenseweg 15 - Toelichting en regels

Raadsvergaderingen 2022-2026 25 juni 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/22/431096 ‎Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar’23.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Versie: Vastgesteld Datum: 13 april 2025

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Het geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Landschappelijke inpassing 2.4 Ontsluiting en parkeren Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Beleid Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieu Hoofdstuk 5 Bestemmingsplanregeling 5.1 Algemeen 5.2 Juridische vormgeving Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4 4 4 5 5 6 6 7 10 10 11 11 11 18 18 34 34 34 36 36 36

Bijlagen bij toelichting

37

Bijlage 1 Bijlage 1a Bijlage 1b Bijlage 1c Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 4a Bijlage 4b Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

2

Verkennend bodemonderzoek Samenvatting bodemkwaliteit Nader asbestonderzoek Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Quickscan flora en fauna Onderzoek stikstofdepositie Stikstofberekening gebruiksfase Stikstofberekening realisatiefase Archeologisch onderzoek Advies VVGM Watertoets Notitie akoestische inpasbaarheid Rapport trillingen

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Toelichting

(vastgesteld)

3

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De provincie Gelderland heeft in het kader van de “Kavelruil Rijnstrangen”[1] het agrarische bedrijf aan de Groessenseweg 15 te Zevenaar aangekocht. Van het agrarische bedrijf aan de Groessenseweg 15 zijn alleen de gronden en de bedrijfsgebouwen aangekocht. De bedrijfswoning is in eigendom gebleven van de voormalige agrariër. De grond behorende bij het agrarisch bedrijf van ongeveer 30 ha is onderdeel van de kavelruil van in totaal 130 ha waardoor natuur wordt gerealiseerd in de Gelderse waard/ Rosandse polder, verbetering van de landbouwstructuur en realisatie van wandelpaden. Op 0.79 ha daarvan worden 3 woningen gerealiseerd. Dat kan omdat er een agrarisch bedrijf verwijderd is. Daarvoor zijn de sterk vervuilde gronden afgegraven en gezeefd. De opbrengst voor de gronden zal weer worden ingezet in verbetering van landschap. De provincie is voornemens de agrarische bestemming te onttrekken aan het agrarisch bedrijfsperceel, om het te ontwikkelen voor woningbouw. In beginsel geldt dan het beleid dat op grond van het Streekplan 2005 is opgesteld voor de invulling van Vrijkomende agrarische bebouwing (Vab-beleid). De gemeente Zevenaar heeft dit beleid verwerkt in een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Past een initiatief niet in de kaders van die wijzigingsbevoegdheid, dan wordt beschouwd of op andere gronden aan het initiatief kan worden meegewerkt.

Het voorliggende bestemmingsplan is een uitvloeisel van dat laatste spoor. De provincie wenst in overleg met de gemeente te komen tot een hoogwaardige kwalitatieve ruimtelijke ontwikkeling. Voor de locatie Groessenseweg 15 wil de provincie alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing – met uitzondering van de bedrijfswoning - slopen en vervangen door drie nieuw te realiseren vrijstaande woningen in een nieuwe erfopzet. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden en wordt planologisch omgezet naar een burgerwoning. Het realiseren van deze drie nieuwe woningen is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief ruimtelijk inpasbaar is op de locatie (zie paragraaf 3.2.3.1), is het wenselijk om medewerking te verlenen aan het initiatief. In de voorliggende toelichting van het bestemmingsplan wordt het initiatief toegelicht en onderbouwd.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van Zevenaar aan de Groessenweg. Op de volgende luchtfoto is de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1: Globale ligging locatie Groessenseweg 15, Zevenaar (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) [1]

4

Voor meer informatie: https://www.gelderland.nl/themas/natuur/gelderse-natuurgebieden/rijnstrangen

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

1.3

Het geldend bestemmingsplan

Voor de gronden van het perceel Groessenseweg 15 te Zevenaar geldt het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord 2018. Dit bestemmingsplan heeft de gemeenteraad op 10 juni 2020 vastgesteld. De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch' en de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie hoge verwachting' en 'Waarde Archeologie - middelmatige verwachting'. Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven waarbinnen agrarische bedrijfsbebouwing waaronder een bedrijfswoning is toegestaan. De dubbelbestemmingen voor archeologie zijn opgenomen voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied aangegeven, rood omlijnt.

Afbeelding 2: Uitsnede geldende bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid en de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 is het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Tevens is in dit hoofdstuk ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. In hoofdstuk 5 is vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van de inspraak en overlegmomenten zijn opgenomen.

(vastgesteld)

5

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Ontstaansgeschiedenis Het plangebied ligt op de meest oostelijk grens van het buurtschap Ooy. Ooy maakt onderdeel uit van de middeleeuwse oeverwal langs de Oude Rijn, die van Babberich via Oud-Zevenaar, Ooy, Groessen en Loo richting Westervoort loopt. Bij hoog water op de Rijn liep het water over deze oeverwal heen en stroomde het komgebied van het Broek ten noorden van Duiven en Zevenaar vol. Waar het water het eerst over de oeverwal heen liep, sleten zich geulen uit. De Aa in Zevenaar en de Ooijse Aa zijn twee van dergelijke geulen. Deze heten crevassegeulen of oeverwal-doorbraakgeulen. Beide zijn in de vroege middeleeuwen ontstaan, tussen de 7ee en 10e eeuw. Op de stroomrug langs de Ooijse Aa is de eerste bewoning in Ooy ontstaan. Vanaf de elfde eeuw is sprake is van bewoning in een strook langs de Slenterweg.

Afbeelding 3: Bodemkaart met globale ligging plangebied (bron: Dorpsvisie Ooy 2010)

De voormalige geul is ook nu nog wel in het landschap herkenbaar. De eerste plek waar ze nog herkenbaar is, is bij boerderij De Toetenburg (Slenterweg). Het kolkje bij de boerderij is nog een restant van de oude geul. Van hieruit loopt een voormalige waterpompstation (hoek Rosandeweg /Slenterweg). Het bosje, enkele woonhuizen, het schuttersgebouw, het kermisterrein en het bosje op de hoek Slenterweg/Pannerdenseweg liggen allemaal (op de voormalige gemene gronden) in de dichtgeslibde geul, zo blijkt uit de bodemkartering. De hoogteverschillen zijn hier echter nagenoeg verdwenen. Eeuwenlang beperkte de bewoning in Ooy zich tot de omgeving van de Slenterweg en wat huizen aan de Rosandeweg en de Pannerdenseweg. De locatie Groessenseweg 15 grenst aan de oostzijde ook aan de Pannerdenseweg en aan de Ooijse Aa. Het landschap van de Rijn Dit is het gebied waar de kernen Oud Zevenaar, Babberich en het buurtschap Ooy een onlosmakelijk onderdeel van uitmaken, elk met een eigen specifieke identiteit en vervlechting met het omliggend landschap. De invloed die het water hier op het landschap heeft gehad is zichtbaar aanwezig. Niet in de laatste plaats door de duidelijke aanwezigheid van de dijk die grotendeels de zuidgrens bepaalt. Maar ook de wielen, de lintbebouwingstructuren en het reliëf getuigen hiervan.

6

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Hoewel het nadrukkelijk behoort tot het landelijk gebied is bebouwing hier nooit ver weg. Het zorgt voor een zachte overgangszone tussen de stad Zevenaar en het buitengebied. Het is vanwege het aantrekkelijke kleinschalige landschap en de nabijheid van voorzieningen een populair woongebied. Daarnaast komen ook typische ''buitengebied" functies voor, zoals weiden, boomgaarden, recreatie en landgoederen. Het Rijnstrangengebied, gelegen ten zuiden van de dijk, maakt deel uit van Natura 2000gebied. De omgeving dient ook als uitloopgebied voor de zuidelijke kernen van de gemeente en kent een afwisseling van landschapselementen, recreatieve voorzieningen, (agrarische) bedrijvigheid en maatschappelijke functies. Het gebied fungeert tevens als buffer tussen de stedelijke zone en het Rijnstrangengebied (ten zuiden van de gemeente). Het plangebied maakt onderdeel uit van dit landschapstype. Het voormalige agrarische bouwperceel Op het bedrijfsperceel is de logboxenstal en de werkplaats/werktuigenberging (B en C in onderstaande afbeelding) gesloopt. De bedrijfswoning, paardenstal en een schuur (A, D en E in onderstaande afbeelding) zijn behouden. Op de volgende afbeelding zijn deze gebouwen opgenomen met vermelding van de oppervlakten.

Afbeelding 4: Overzicht van (gesloopte) bebouwing in het plangebied (bron: Landschappelijke inpassing Oostzee Ontwerp en Omgeving)

2.2

Toekomstige situatie

De inmiddels gesloopte agrarische bedrijfsbebouwing had een oppervlakte van 1.580 m2. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Op het perceel worden drie extra woningen met bijbehorende bebouwing gerealiseerd aan een gemeenschappelijke ontsluitingsweg.

(vastgesteld)

7

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” De enigszins afzijdig gelegen boerderij beschikt over een eigen in- en uitrit, die rechtstreeks aantakt op de Groessenseweg. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie. Deze afbeelding is ook opgenomen in de bijlage 1 bij de regels: 'Landschappelijke inpassing Groessenseweg 15'.

Afbeelding 5: Toekomstige situatie (bron: Landschappelijke inpassing Oostzee Ontwerp en Omgeving)

De inhoud van de geplande vrijstaande woningen bedraagt maximaal 800 m3. De middelste van de drie nieuwe woningen beschikt over een vrijstaande garage/berging. De andere twee woningen worden uitgevoerd met een inpandige garage/berging. De oppervlakte van deze garages/bergingen mag maximaal 100 m2 bedragen. Duurzaamheid De woningen beschikken over voldoende - grote - dakvlakken en gronden voor het plaatsen van zonnepanelen. De nieuwe woningen worden 'gasloos' gebouwd in combinatie met het gebruik van een warmtepomp. Ter vermindering van hittestress blijven de erven bij de woningen zo groen mogelijk en zal een groot deel van de verharding van het voormalige erf worden verwijderd. Het hemelwater van het dakoppervlak en van de verharding wordt afgekoppeld van het rioolstelsel en geïnfiltreerd op eigen terrein/erf. De woningen beschikken over een ruim perceel zodat er voldoende mogelijkheden zijn om het hemelwater op te vangen en te infiltreren door de aanleg van vijvers, wadi's of infiltratiekratten op eigen erf. De infiltratie van hemelwater komt ten goede aan het grondwaterpeil, het beperkt verdere verdroging en het voorkomt overbelasting van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Bij de bouw wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame (bouw)materialen.

Beeldkwaliteit Om te waarborgen dat de uitstraling van bebouwing en kavelinrichting van de particuliere kavels in samenhang wordt ontworpen én passend is in de omgeving, zijn hieronder een aantal criteria verwoord waaraan getoetst wordt door gemeente en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Op de volgende pagina’s wordt de gewenste beeldkwaliteit voor de nieuwe woningen verder omschreven. Onderdelen als opgave, situering, massa, gevels, detaillering, kleuren, materialen, buitenruimte en erfafscheiding komen hier aan bod.

8

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Situering / buitenruimte De drie woonkavels zullen naast de bestaande voormalige boerderij in een lintje in het landschap komen te liggen. Zo wordt het afwisselende karakter van het landschap versterkt. Aansluitend bij de overige bebouwing die in de loop der tijd in de omgeving is ontstaan, zijn de nieuwe kavels afzonderlijk van elkaar ontsloten via een smalle toegangsweg. De woningen zijn zo gepositioneerd dat er vanuit de bestaande woningen een vrij zicht blijft bestaan. Aan de achterzijde zijn de kavels meer open om zo de relatie met het landschap te versterken. De woonkavels hebben een groene uitstraling en wordt de overgang naar het omringende landschap op zorgvuldige wijze vormgegeven. De bebouwing oriënteert zich op de nieuwe toegangsweg, watergang en knotwilgen en zijn ook duidelijk zichtbaar vanaf de Groessenseweg. De samenhang tussen de nieuw te bouwen woning en de overige woningen in de omgeving wordt bereikt door het toepassen van en aansluiting te zoeken bij dezelfde karakteristieken op gebied van oriëntatie, massa en schaal, alsmede enige samenhang in architectuurbeeld tussen naastgelegen woningen. De beoordeling van de woning in de ruimtelijke context wordt hierbij getoetst door de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

Afbeelding 6: Impressie vogelvlucht bouwmassa noordwestzijde (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Erfafscheiding - Erfafscheidingen worden met landschappelijke hagen bestaande uit streekeigen beplanting uitgevoerd; - Rasters met begroeiing (klimop) langs de openbare ruimte of aan de landschapszijde zijn niet passend bij de beoogde erfopzet. Bouwmassa Hoofdgebouw • 1-1,5 bouwlaag met kap; • Het hoofdgebouw zal in massa afgestemd worden op de bebouwing in de omgeving (massief volume); • De bouwmassa heeft een duidelijke kap; • Zowel een langgevel als een kopgevel is mogelijk; • Een heldere zadeldak is nadrukkelijk onderdeel van het hoofdvolume en voorzien van een pannen of eventueel rieten dak; Bijgebouwen • Bijgebouwen blijven ondergeschikt aan het hoofdgebouw, en staan achter de voorgevelrooilijn van de woning; • 1 bouwlaag met een duidelijke kap; • Eventueel wordt het bijgebouw geïntegreerd in het hoofdgebouw, maar het blijft ondergeschikt aan de woning;

(vastgesteld)

9

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” •

De massa’s hebben een ingetogen en eenduidige hoofdopzet.

Detaillering, kleuren en materialen • Eventuele dakkapellen en aan- of uitbouwen blijven ondergeschikt aan de hoofdvorm; • De materialen zijn natuurlijk; baksteen, glas hout, riet en pannendaken en ook als zodanig herkenbaar; • De toegepaste kleuren zijn natuurlijk en gedekt; • Ondergeschikt kan gebruik gemaakt worden van andere, minder voorkomende materialen zoals zink, beton, metaal, ect. Daarbij is beplating (bv. sandwichpanelen) uitgesloten; • Het bijgebouw is qua materialisering en architectonische verschijningsvorm ondergeschikt aan de woning; • De details zijn sober en functioneel; • Het toepassen van houten gebinten en kolommen in gevelbeeld is mogelijk; • De plaatsing van de zonnepanelen dienen in het ontwerp mee genomen te worden, bij voorkeur geïntegreerde panelen in het dakvlak.

2.3

Landschappelijke inpassing

Het initiatief moet een positieve bijdrage leveren aan het behoud en de ontwikkeling van een goed functionerend karakteristiek landschap. De bestaande en nieuwe bebouwing met de aangrenzende gronden wordt op landschappelijk verantwoorde wijze ingepast binnen het plangebied en zijn omgeving. Hieronder wordt een aantal maatregelen uit de landschappelijke inpassing nader toegelicht.  De woonpercelen worden omzoomd met een struweelhaag en een knip- en scheerhaag met enkele solitaire bomen op de erfgrens.  De aan te planten hoogstamfruitboomgaard met diverse streekeigen fruitsoorten in combinatie met een weide zorgt voor de landschappelijke verbinding met de nieuwe woonerven.  De noordelijk gelegen watergang wordt voorzien van natuurvriendelijke oevers met knotwilgen ter versterking van de natuur- en landschapswaarden ter plaatse.  De nieuwe woningen hebben een inhoud van maximaal 800 m3. De oppervlakte van het bijbehorend bijgebouw bedraagt maximaal 100 m2 per nieuwe woning.  Het aantal aan te leggen/toe te voegen parkeerplaatsen bedraagt 7, waarvan 5 parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. De gehele afbeelding van de landschappelijke inpassing is opgenomen in de bijlage 'Landschappelijke inpassing Groessenseweg 15' behorend bij de regels.

2.4

Ontsluiting en parkeren

De bestaande in- en uitrit op de Groessenseweg blijft de primaire ontsluiting voor de bestaande boerderij. De drie nieuwe vrijstaande woningen krijgen een gemeenschappelijke in- en uitrit op de Groessenseweg. Binnen het plangebied moeten 7 parkeerplaatsen aanwezig zijn. 5 parkeerplaatsen worden op eigen terrein aangelegd, en voor de twee resterende parkeerplaatsen is voldoende ruimte langs de ontsluitingsweg van de drie percelen. Mocht dit desondanks tot problemen leiden bij de verkeersafhandeling, dan is er voldoende ruimte op elk woonperceel om nog een extra parkeerplaats aan te leggen.

10

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Inleiding

In dit hoofdstuk worden ingegaan op het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid voor zover dat relevant is voor het plangebied en het voorliggende initiatief.

3.2

Beleid

3.2.1 Rijksbeleid 3.2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI (vastgesteld (11-09-2020) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen die zich aandienen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio's;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;  Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toekomstbestendig en duurzaam wooninitiatief in het landelijk gebied in combinatie met versterking van de landschappelijke waarden past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het kabinet heeft in de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR), welke onder meer de Nota Ruimte vervangt, voor een beperkt aantal onderwerpen van nationaal belang vastgesteld dat de rijksbevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet.

In het Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) van 20 augustus 2011 zijn de kaders aangegeven waaraan plannen c.q. initiatieven met betrekking tot de nationale belangen moeten voldoen. Nationale belangen zijn hierbij niet in het geding. Op grond van het Barro bestaan er geen belemmering voor uitvoering van het plan en daartoe vaststelling van het bestemmingsplan. 3.2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds 1 oktober 2012 is het op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro, verplicht om in de plantoelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. Met betrekking tot de functiewijziging van gronden en gebouwen voor stedelijke functies is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' van belang die het Rijk in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft opgenomen. Bij de afweging van een besluit tot een functiewijziging moeten alle relevante belangen worden betrokken.

(vastgesteld)

11

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Onderzoek en conclusie Het initiatief heeft betrekking op een functiewijziging op perceelsniveau in het buitengebied waarbij sprake is van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, de bouw van drie extra woningen en de beëindiging van alle bedrijfsactiviteiten. Op basis van de heersende jurisprudentie wordt de bouw van drie extra woningen niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De kwaliteit van de omgeving verbetert door de sloop van voormalige (niet-karakteristieke) agrarische bebouwing. Daarnaast worden de gebouwen en het erf op landschappelijk verantwoorde wijze ingepast. In de gemeente Zevenaar bestaat voorts behoefte aan landelijk wonen. Met de toevoeging van drie extra woningen wordt in deze behoefte voorzien. 3.2.2 Provinciaal beleid 3.2.2.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving.

De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd. Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afvalloze provincie in Nederland.

Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets.

12

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Vestigingsklimaat De concurrerende positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland. Woon- en leefomgeving Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Zevenaar.

In hoofdstuk 4 van deze toelichting is de verdere toetsing aan deze themakaarten verwoord. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • Regionaal waterprogramma; • Handreiking plussenbeleid; • Beleidslijn windenergie. Onderzoek en conclusie De sanering van een agrarisch bedrijf draagt bij aan de doelstellingen van de provincie. De sloop van ruim 1.645 m² voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de bouw van 3 nieuwe woningen zorgt voor een ruimtelijke verbetering. Bij de realisatie van de nieuwe woningen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de energietransitie, circulair bouwen en klimaatadaptatie. De landschappelijke inpassing van het perceel en de sanering van het agrarisch bedrijf levert een positieve bijdrage aan de biodiversiteit. 3.2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving.

De verordening bevat relevante regels op het gebied van:  Ruimte (hoofdstuk 2):  Milieu, ontgrondingen en natuur (hoofdstuk 3): Wonen Ten aanzien van 'Wonen' is in artikel 2.1 opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het geldende, door Gedeputeerde Staten vastgestelde, Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio. Ook het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen geldt als toetsingskader. In de toelichting hiervan wordt aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een ruimtelijk plan worden opgenomen; dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd. Zoals in subparagraaf 3.2.4.2 is beschreven, past de beoogde ontwikkeling binnen de gemeentelijke woonagenda (en derhalve binnen de subregionale woonagenda). Daarmee is het plan passend binnen de omgevingsverordening.

(vastgesteld)

13

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Bijzondere gebiedsaanduidingen Het plangebied ligt niet in een Nationaal landschap, Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelzone of gebied ten behoeve van de Natuurherstelwet. Aangezien het een kleinschalige functieverandering betreft en de sanering van een agrarisch bedrijf zijn er geen negatieve effecten te verwachten op deze beschermde natuurgebieden. In paragraaf 4.1.6 wordt hier nader op ingegaan.

Afbeelding 7: Uitsnede Omgevingsverordening (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Klimaatadaptatie In de nieuwe omgevingsverordening van de provincie Gelderland zijn regels opgenomen over klimaatadaptatie (artikel 2.65b). Artikel 2.65b (klimaatadaptie) 1. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan a) een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te b) beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a) waterveiligheid; b) wateroverlast; c) droogte; en d) hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Onderzoek en conclusie Het initiatief voorziet in de sanering van een agrarisch bedrijf en de realisatie van drie nieuwe woningen. De bebouwing neemt daardoor aanzienlijk af. Ook wordt het gebruik minder intensief door de sanering van een agrarisch bedrijf. De landschappelijke inpassing zorgt voor een versterking van het landschap en tevens voor de gewenste schaduw voor de nieuwe bewoners. Daarnaast bevordert een goede landschappelijke inpassing de biodiversiteit ter plaatse en levert het een bijdrage aan de verbetering van de omgevingskwaliteit.

De woningen worden gasloos gerealiseerd en dragen daardoor bij aan de energietransitie. De afname van verharding en infiltratie van het hemelwater in de bodem zorgt voor het tegenaan van verdroging. Het plan draagt daarmee op verschillende aspecten bij aan de doelstellingen van de provincie op het gebied van klimaatadaptatie.

14

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Voor het overige staan in de Omgevingsverordening geen specifieke regels die de ontwikkeling beïnvloeden. Onderhavig plan is niet in strijd met de uitgangspunten van het provinciaal beleid van Gelderland. 3.2.3 Gemeentelijk beleid 3.2.3.1 Bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord Het bestaande beleid (uit 2009) met betrekking tot vrijkomende (agrarische) bebouwing is opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Het functieveranderingsbeleid dient ter ondersteuning van de transformatie van het landelijk gebied. Nieuwe functies kunnen in het landelijk gebied een plek krijgen mits het gebied zich daarvoor leent en de functieverandering leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en vitaliteit. Naast het agrarisch gebruik mogen andere belangrijke functies van het landelijk gebied daarbij niet onevenredig aangetast worden. Met het VAB-beleid wordt een goede wijze van (her)gebruik bevorderd voor gebouwen in het buitengebied die hun huidige functie verliezen of hebben verloren. Het VAB beleid is vertaald in het geldende bestemmingsplan. Op basis van artikel 3.6.3 is B&W bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen, mits wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn genoemd in de wijzigingsbevoegdheid: • • • •

• • •

• • • • • • •

het agrarisch bedrijf wordt permanent beëindigd; voor het agrarisch bedrijf verleende milieuvergunningen worden ingetrokken; het bestaande bebouwingsoppervlak wordt met minimaal 50% gereduceerd, met dien verstande dat alle bebouwing die naar oordeel van het bevoegd gezag de landschappelijke waarden en/of beeldkwaliteit onevenredig aantasten wordt gesloopt; ter plaatse van 'Overige zone - Het Broek' bedraagt de afstand tot een agrarisch bouwvlak met de aanduiding 'intensieve veehouderij' minimaal 300 m en de afstand tot overige agrarische bouwpercelen minimaal 100 m, met dien verstande dat indien wordt aangetoond dat een kortere afstand niet tot een extra belemmering voor het agrarische bedrijf leidt, deze kortere afstand is toegestaan, onder de voorwaarde dat de bestaande afstand tot het agrarisch bouwvlak niet kleiner wordt; voor het bepalen van het aantal woningen gelden in ieder geval de volgende overwegingen: voor het bepalen van de reductie van de bestaande bebouwingsoppervlakte geldt een rekenregel van een bebouwingsoppervlak van 250 m2 (normatief) per woning, inclusief bijbehorende bebouwing; maximaal 5 woningen (inclusief de bestaande bedrijfswoning), waarbij naast de bestaande bedrijfswoning maximaal 2 woongebouwen toegevoegd mogen worden. Aan deze voorwaarde wordt niet voldaan. Omdat er drie nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt.

Deze woningen zijn ruimtelijk aanvaardbaar. Omdat er niet aan deze voorwaarde wordt voldaan kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid voor B&W. Er is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk om het initiatief mogelijk te maken; maximaal 1 woning (inclusief bestaande bedrijfswoning), indien de oppervlakte van de bestaande bedrijfsbebouwing 1000 m2 of minder bedraagt; de aanwezige natuurwaarden, landschappelijke waarden en/of cultuur-historische waarden worden niet onevenredig geschaad; de woningen zijn stedenbouwkundig inpasbaar; het aantal woningen past binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma; de regels van artikel 27 ('Wonen') zijn van toepassing; het bestemmingsvlak van een woning (wonen inclusief tuin) is maximaal 1.200 m2; een omgevingsvergunning voor de bouw van woningen en bijbehorende bebouwing slechts wordt verleend indien aan de sloopverplichting is voldaan.

Onderzoek en conclusie Aan een groot deel van de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan. Zo wordt de volledige oppervlakte aan bedrijfsbebouwing gesloopt en worden de bedrijfsmatige activiteiten gestaakt. Echter, het plan voldoet niet aan een aantal wezenlijke vereisten: •

Er wordt slechts 1600 m² aan bedrijfsbebouwing gesloopt, wat in beginsel onvoldoende is voor de realisatie van 3 nieuwe woningen (naast de omzetting van de bestaande bedrijfswoning naar een burgerwoning);

(vastgesteld)

15

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” •

De nieuwe woningen zijn alle vrijstaande woningen, terwijl de wijzigingsbevoegdheid woongebouwen verplicht.

Nu niet aan de randvoorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan, is het ook niet mogelijk om hier toepassing aan te geven. Evenwel acht de gemeente het plan wel gewenst en zijn er redenen om van de uitgangspunten van het VAB-beleid af te wijken. Om die reden wordt het bestemmingsplan aangepast: de gemeenteraad is namelijk bevoegd om – goed onderbouwd – alsnog de gevraagde ontwikkeling goed te keuren via een regulier bestemmingsplantraject. De ontwikkelende partij is de provincie. Het project is tot stand gekomen vanuit de zogenaamde ‘kavelruil Rijnstrangen’: een bijzonder gebiedsproces, waarbij met vrijwillige kavelruil veel doelen, onder meer op het gebied van landbouw, natuur, recreatie, cultuurhistorie en water zijn gerealiseerd. In een notendop is - via vijf ruilrondes - grond geruild voor natuurontwikkeling en landbouwstructuurverbetering, maar ook voor natuurinclusief boeren en wandelpaden. Het agrarisch bedrijf aan de Groessenseweg 15, inclusief bijbehorende gronden, is onderdeel geweest van de ruilverkaveling en op die manier in eigendom van de provincie gekomen. Met de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen op het perceel, kunnen de kosten voor de gebiedsontwikkeling (deels) worden gedekt.

Gelet op de forse investering die hiervoor nodig is – in combinatie met de eveneens forse en integrale ruimtelijke winst voor het Rijnstrangengebied - acht de gemeente het acceptabel dat er meer woningen worden gebouwd dan op basis van het VAB-beleid als uitgangspunt is gekozen. De volledige opbrengt wordt immers geïnvesteerd in doelen die aansluiten bij de ruimtelijke ambitie van de gemeente; er is daarmee geen sprake van (onevenredige) verrijking van een (overheids)instantie. Daarnaast leent het plangebied zich ook voor de bouw van drie nieuwe woningen. Het gebied is gelegen in het overgangsgebied tussen stad en platteland. De drie nieuwe woningen komen daarmee te staan in een opzet en korrel die aansluit bij de bestaande indeling van het gebied. Direct ten westen van het plangebied ligt al een woonwijk (Ooij), en daarmee sluit het plangebied aan op een gebied dat redelijk verstedelijkt is, en in de toekomst mogelijk nog verder verstedelijkt raakt. Een plek dus waar de toevoeging van woningen op zichzelf goed voorstelbaar is, ook gelet op het feit dat er zich ten zuiden en westen van de locatie andere vrijstaande woningen bevinden. In de directe omgeving van het plangebied zijn – naast de genoemde (burger)woningen – ook een aantal bedrijven aanwezig. Het betreft twee glastuinbouwbedrijven, een tuincentrum en een grond- en opslagdepot.

Met name ten zuiden van de planlocatie brengt dit de nodige verstening met zich mee. Dit samenstel van functies en bijbehorende bebouwing maakt dat het gebied zich typeert als een gemengd gebied, als uitloper van Zevenaar. De realisatie van meerdere woningen in een dergelijk gebied is vanuit ruimtelijk en beleidsmatig oogpunt goed denkbaar, uiteraard zodanig dat een goed woon- een leefklimaat ontstaat én dat omliggende functies niet belemmerd worden. Dit laatste wordt aangetoond in hoofdstuk 4 van de toelichting. Concluderend geldt dat aan een groot deel van de randvoorwaarden voor functieverandering wordt voldaan. Dat er meer woningen worden gecreëerd dan als uitgangspunt geldt, vloeit voort uit de bijzondere achtergrond van het project. De locatie en directe omgeving lenen zich goed voor deze ontwikkeling. 3.2.3.2 Woonvisie In de Woonvisie Zevenaar is de koers ten aanzien van wonen tot 2025 bepaald. Naast het visiedeel is er een uitvoeringsprogramma waarin is vastgelegd hoe deze koers vormgegeven gaat worden in de komende vier jaar. Het uitvoeringsprogramma wordt iedere 4 jaar bekeken en indien nodig bijgesteld. De gemeente blijft zich inzetten om een jonge populatie en hogere inkomensgroepen aan zich te binden. Dat is goed voor de lokale economie en noodzakelijk om voldoende draagvlak te behouden voor de voorzieningen.

Deze voorzieningen zijn belangrijk voor een prettige woonomgeving en om de leefbaarheid op peil te houden. In de Woonvisie wordt de focus onder andere gelegd op het verbeteren van de positie van doelgroepen met een kwetsbare positie, en het bewaken dat de woningbouw aansluit bij de behoefte: om de potentiële groei maximaal op te vangen én tegelijkertijd het voorkomen van overaanbod.

16

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Bij de invulling van deze opgaven komt ook het beleid en ambitie rondom duurzaamheid, wonen en zorg, leefbaarheid en het ruimtelijk beleid aan bod. Zevenaar blijft de centrumgemeente in de Liemers en biedt met het woningbouwprogramma ruimte om te groeien. Naast voldoende woningaanbod is een transparante woningmarkt, een goede bereikbaarheid, een aantrekkelijk voorzieningenaanbod en voldoende werkgelegenheid cruciaal om deze ambitie waar te kunnen maken. De verwachting is dat voorlopig een beperkte uitbreidingsbehoefte blijft bestaan voor woningen in het buitengebied. Om verstening te beperken en verpaupering van het buitengebied te voorkomen is nieuwvestiging van woning(en) slechts mogelijk door middel van functieverandering en woningsplitsing. Bij nieuwvestiging door middel van functieverandering is het streven een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit te bewerkstelligen. In paragraaf 3.2.3.1 is aangegeven op welke wijze voorliggend plan past binnen dit kader. Verder zorgt het aan het plan gekoppelde landschappelijke inrichtingsplan voor een kwalitatieve verbetering van de uitstraling van het perceel. 3.2.3.3 Structuurvisie gemeente Zevenaar 2010-2030 De structuurvisie doet uitspraken over de ontwikkeling van Zevenaar in de periode 2010-2030.

In het algemeen richt de gemeente zich (vanuit regionaal perspectief) met de structuurvisie op het '(ruimtelijk) faciliteren van welvaart en welzijn in Zevenaar en het bevorderen van (ruimtelijke) kwaliteit als onderdeel van de leefkwaliteit van Zevenaar'. Tijdens het structuurvisieproces is onderzocht wat daarvoor wenselijk, noodzakelijk en ook daadwerkelijk mogelijk is. Het gaat hierbij om onderwerpen op allerlei terreinen, zoals wonen, zorg, welzijn, voorzieningen en werken, maar ook over recreatie, natuur, cultuurhistorie en infrastructuur. In de kernen Oud Zevenaar en Ooy is geen ruimte voor grote bouwopgaven. Dit neemt niet weg dat er mogelijk op enkele plekken nog ruimte is voor kleinschalige ontwikkelingen, zoals de Tichel. Afhankelijk van de behoefte is een beperkt aanbod appartementen in Oud Zevenaar voor de doelgroep (alleenstaande) senioren en starters mogelijk. Zowel Oud Zevenaar als Ooy zijn rustige woongebieden met een eigen identiteit. Voor Ooy geldt dat dit pas met de ontwikkeling als nieuwbouwlocatie vanaf 2002 echt tot bebouwingscluster van formaat is verworden. Nieuwe uitbreidingen zijn hier niet voorzien en een eigen voorzieningenniveau is gelet op de omvang en de nabijheid van de stad zelf niet nodig. De structuurvisie bevat geen essentiële beleidsuitgangspunten over een kleinschalige ontwikkeling op perceelsniveau.

De functiewijziging levert een positieve bijdrage aan de leefkwaliteit aan de Groessenseweg en omgeving en past hiermee binnen de algemene beleidsdoelstellingen van de structuurvisie. 3.2.3.4 Conclusie Uit de toets aan het relevante gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat het planvoornemen hiermee in overeenstemming is.

(vastgesteld)

17

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde gesteld, te weten water, ecologie, archeologische en cultuurhistorische waarden, bodem, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering, externe veiligheid alsmede de economische uitvoerbaarheid. 4.2 Bodem 4.2.1 Algemeen Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat de bodemkwaliteit geschikt moet zijn voor de beoogde functie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 4.2.2 Beoordeling Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd die als bijlagen bij de toelichting zijn opgenomen. Uit de onderzoeken is het volgende gebleken: Bodemkwaliteit voorafgaand aan de werkzaamheden Op de locatie is voorafgaand aan de sloop een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (bijlage 1c). Op basis van dit onderzoek zijn licht verhoogde gehalten aangetoond (> achtergrondwaarde) aan PCB, zware metalen en PAK. Asbest werd ter plaatse van de voormalige ligboxenstal en aan de zuidkant bij de kuilvoerplaten in de grond aangetoond in gehalten die onder de toetsingsnorm van 0,5 x de interventiewaarde (50 mg/kg ds). De verhoogde gehalten hingen grotendeels samen met de aanwezigheid van puin als bijmenging in de bovengrond.

Uitgevoerde grondwerk en opschoonwerkzaamheden In 2018 is de bebouwing en de verhardingen van de locatie verwijderd. Daarna is de grond ter verbetering van de civieltechnische kwaliteit opgeschoond door middel van zeven. Hiermee is het puin en eventuele plaatjes asbest verwijderd. Bij het opschonen zijn drie depots ontstaan die op basis van de herkomst en de zintuiglijke waarnemingen verontreinigd zijn met asbest. Een depot is ontstaan door verwijdering van een asbestnest en is als asbesthoudend afgevoerd (op zintuiglijke basis > 100 mg/kg ds). De andere twee depots zijn gekeurd. Op basis van de keuring bevat depot 1 350 mg/kg ds en depot 2 19 mg/kg ds aan asbest. Beide depots zijn afgevoerd naar een erkend verwerker. De afvoer is uitgevoerd volgens een met het bevoegd gezag afgestemd plan van aanpak. Bij de afvoer van de depots is grond onder het depot ontgraven. Er bleek in de ondergrond van de depots nog asbest plaatmateriaal aanwezig te zijn. Na uitkeuring van de ondergrond bleken nog gehalte te zitten van respectievelijk 13 en 77 mg/kg d.s. en op basis hiervan is een nader asbestonderzoek uitgevoerd (bijlage 1b). Deze gehalten liggen onder de interventiewaarde. In het onderzoek is een indicatieve risico-analyse op basis van de gemeten concentraties uitgevoerd.

Op basis hiervan is de verwachting dat er geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s zijn (zie voor verdere onderbouwing het nader onderzoek). Bodemkwaliteit eindsituatie (huidige situatie) De bodem is opgebouwd uit zowel zand als klei. Analytisch is in één mengmonster van de kleigrond een licht verhoogd gehalte aan cadmium en lood gemeten. In de twee mengmonsters van de zandgrond zijn geen van de geanalyseerde parameters verhoogd gemeten. De grond is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit indicatief beoordeeld als klasse Wonen of Altijd Toepasbaar. Op basis van de voorinformatie en de uitgevoerde bodemonderzoeken is bekend dat de bovengrond op locatie heterogeen licht verontreinigd is met puin waarin af en toe asbesthoudend plaatmateriaal wordt aangetroffen. Bij oplevering van het terrein is de bovengrond gezeefd zodat de grove delen zijn verwijderd. De grond is niet volledig ontdaan van asbest en er kunnen derhalve nog wel stukjes asbest aan het terreinoppervlak en in de bodem voorkomen. Zoals in het nader onderzoek omschreven is de verwachting dat dit geen onaanvaardbare risico’s met zich meebrengt. 4.2.3 Conclusie Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het beoogde gebruik. Kopieën van de verschillende bodem- en asbestonderzoeken zijn als bijlagen bij het plan gevoegd.

18

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Algemeen De luchtkwaliteit is afhankelijk van de mate van verontreiniging door diverse luchtverontreinigende stoffen waarbij de voornaamste bronnen van luchtverontreiniging het wegverkeer, industriële bedrijven en de landbouw zijn. Vanuit Europese richtlijnen wordt aangegeven welke luchtkwaliteitsnormen voor deze stoffen gelden. In Nederland zijn deze richtlijnen sinds 15 november 2007 geïmplementeerd in de Wet milieubeheer middels een wetswijziging van hoofdstuk 5 (milieukwaliteitseisen) titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, beter bekend als de Wet Luchtkwaliteit. Artikel 5.16 lid 1 en 2 van de Wet milieubeheer bepaalt dat bestuursorganen in hun besluitvorming rekening moeten houden met deze luchtkwaliteitseisen. Dit zijn normen voor de concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Deze stoffen zijn: zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), lood, koolmonoxide (CO), fijn stof (PM10), en benzeen (C6H6) De bijbehorende concentratienormen, of grenswaarden, zijn opgenomen in bijlage 2 van de bovenvermelde wet. In de onderstaande tabel zijn deze weergegeven: Stof SO2

NO2

PM10

Lood CO C 6H 6

Grenswaarde 350 ìg/ m³ als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 24 maal per kalenderjaar mag worden overschreden 125 ìg/ m³ als 24 uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 3 maal per kalenderjaar mag worden overschreden 200 ìg/ m³ als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden 40 ìg/ m³ als jaargemiddelde concentratie 40 ìg/ m³ als jaargemiddelde concentratie 50 ìg/ m³ als 24 uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden 0,5 ìg/ m³ als jaargemiddelde concentratie 10.000 ìg/ m³ als 8 uursgemiddelde concentratie 5 ìg/ m³ als jaargemiddelde concentratie

Afbeelding 8: Tabel grenswaarden (bron: Besluit NIBM)

Het Besluit NIBM is van belang om te bepalen of een apart luchtkwaliteitsonderzoek noodzakelijk is. Dit besluit legt namelijk vast wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Dat is het geval wanneer aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. De systematiek voor het bepalen of een project NIBM is voor het grootste gedeelte geregeld in de ‘Regeling niet in betekende mate (luchtkwaliteitseisen)’. Deze ministeriële regeling, verder aan de te duiden als ´Regeling NIBM´, geeft voor een aantal categorieën van projecten een -getalsmatige- invulling aan de NIBM-grens. Het gaat onder meer om woningbouw- en kantoorprojecten en enkele soorten van inrichtingen (bijv. emplacementen, kassen en andere landbouwinrichtingen). Als een project binnen de - getalsmatige - begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de 3% grens en de grenswaarde nodig en kan het project doorgaan zonder dat extra maatregelen behoeven te worden genomen.

Woningbouwprojecten tot een maximumaantal van 1500 woningen (netto) voorzien van minimaal 1 ontsluitingsweg en 3000 woningen voorzien van minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling vallen binnen deze getalsmatige grens. 4.3.2 Beoordeling Het toevoegen van drie extra woningen betreft een kleinschalig initiatief op perceelsniveau en ligt qua aantal in verband met mogelijke milieubelasting ruim onder het hier voor vermelde criteria voor woningbouwontwikkelingen. Dat houdt in dat deze ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen in de Wet luchtkwaliteit. 4.3.3 Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' levert geen beperkingen op voor de uitvoering van het voorliggende plan. (vastgesteld)

19

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

4. 4 Geluid 4.4.1 Algemeen Om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen schrijft de Wet geluidhinder voor dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening dient te worden gehouden met het aspect wegverkeerslawaai. Volgens het gestelde in artikel 74, lid 1 sub A2 van de Wet geluidhinder dient de invloed van alle wegen in een buitenstedelijk gebied met een of twee rijstroken gelegen binnen 250 meter van de woningen in het plangebied op de betreffende gevels te worden onderzocht. De voorkeursgrenswaarde is 48 dB. Wordt aan die voorkeurswaarde voldaan, dan is er in de woning sprake van een goed woon- en leefklimaat. Ligt de geluidsbelasting hoger dan kan er een hogere waarde worden vastgesteld. Voor woningen in een buitenstedelijk gebied (buiten de bebouwde kom) is dit ten hoogste 53 dB (Wgh art. 83). In verband hiermee is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting. 4.4.2 Beoordeling Er is akoestisch onderzoek verricht naar de impact van (spoor)wegverkeerslawaai op de nieuwe woningen (bijlage 2). De nieuwe woningen liggen buiten de bebouwde kom van Zevenaar, en op 16 meter uit de as van de Groessenseweg, op 35 meter van de Hoevestraat, op 126 meter van de Methen en op 130 meter uit de as van de Pannerdenseweg. Daarmee liggen de woningen binnen de geluidzone van deze wegen.

De woningen liggen eveneens op 270 meter van de meest nabijgelegen spoorbaan binnen de geluidzone van het spoor. Geluidbelasting Groessenseweg De geluidbelasting door wegverkeer op de Groessenseweg bedraagt ten hoogste 55 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee door wegverkeer op de Groessenseweg overschreden. De hoogst toelaatbare geluidbelasting van 53 dB na aftrek wordt met 2 dB overschreden. Overige wegen De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt vanwege wegverkeer op de overige wegen niet overschreden. Er zijn voor de geluidbelasting door wegverkeer op de overige wegen geen hogere waarden nodig. Railverkeer De geluidbelasting door railverkeer op de ontwikkeling bedraagt ten hoogste 53 dB. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt op de gevels niet overschreden. Er hoeft voor de woningen geen hogere waarde te worden aangevraagd voor railverkeer. Hogere waarde wegverkeer Het treffen van maatregelen aan de Groessenseweg is om civieltechnische en financiële redenen niet haalbaar. De verkeerssnelheid kan niet worden teruggebracht gezien het karakter van de weg. Afscherming van alle woonlagen van de woningen is op deze locatie landschappelijk ongewenst. De kopgevel van de meest oostelijk gelegen woning kan worden uitgevoerd als dove gevel. Voor de overige rekenpunten kan dan een hogere waarde worden aangevraagd van 49 – 52 dB.

Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex. artikel 110-g Wgh. De maximale geluidbelasting op de gevels bedraagt 49 dB zonder aftrek. De benodigde geluidwering bedraagt dan 20 dB(A). Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Voor deze gevels zijn geen aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig. Dove gevel De kopgevel van de meest oostelijk gelegen woning kan eenvoudig worden uitgevoerd als dove gevel, omdat er sprake is van een inpandig bijgebouw aan de zijde van de weg. Voor dove gevels hoeft geen hogere waarde te worden aangevraagd.

20

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar” Goede ruimtelijke ordening Naast de wettelijke regelingen rond het aspect geluid, dient de geluidssituatie ook te worden beschouwd vanuit het algemene begrip “goede ruimtelijke ordening”. Dit houdt in dat beoordeeld wordt of, met inbegrip van alle te nemen maatregelen, een goed woon- en leefklimaat geborgd is. Hierbij wordt uitgegaan van de cumulatieve belasting van alle relevante geluidsbronnen. De toetsingskaders van de Wgh en het gemeentelijk geluidsbeleid1 spelen onder meer een rol bij de beoordeling van dit aspect.. Het gemeentelijk geluidsbeleid kent geen bijzondere eisen voor de realisatie van nieuwe woningen, ook niet in het geval dat een hogere grenswaarde nodig is. Met het toepassen van een dove gevel en bouw in overeenstemming met het Bouwbesluit/Besluit bouwwerken leefomgeving, is geborgd dat het geluidsniveau in de woningen voldoet aan de geldende normen. De achterzijdes van de woningen, waar de toekomstige bewoners waarschijnlijk hun buitenruimtes zullen realiseren, zijn van de nabijgelegen Groessenseweg afgeschermd door de hoofdgebouwen. Deze buitenruimtes liggen verder ook beschut, zodanig dat er sprake is van een geluidluwe buitenruimte. Overige geluidsbronnen (met name in de avond- en nachtperiode) zijn niet van invloed op het plangebied. Daarmee is op voorhand een goed woon- en leefklimaat geborgd.

4.4.3 Conclusie Het geluidsaspect levert geen beperkingen op voor de geplande nieuwbouw. Het akoestisch rapport is als bijlage bijgevoegd bij deze toelichting. 4.5 Milieuzonering 4.5.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: • ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.

Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype tot rustig buitengebied:

1

https://zevenaar.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/d92d775e-30dd-422a-b797c7824cf0af83?documentId=f9c74626-e8fe-4489-873d-203a4325b6f4&agendaItemId=38bf292a-937a-4dff-b2f9-1e8bd067301a

(vastgesteld)

21

Bestemmingsplan “Buitengebied, Groessenseweg 15, Zevenaar”

Afbeelding 9: Richtafstanden VNG (bron: Brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG)

4.5.2 Beoordeling De vraag is of de toe te voegen woningen de reeds bestaande ruimtelijke functies in de omgeving belemmeren. In de omgeving zijn de volgende functies aanwezig met de voorgeschreven richtafstand, als bedoeld in de brochure Bedrijven en Milieuzonering:  Kassencomplex Hoevestraat 7 Zevenaar, met een richtafstand van 30 m.  Stichting Zozijn/Thushoeve, Methen 8A, 6905 CE Zevenaar, met een richtafstand van 30 m  Groen- en gronddepot aan de Methen ongenummerd (tussen nr. 8 en 12), met een richtafstand van 30 m en voor de paardenbak 25 m*. De feitelijke afstand van de dichtstbijzijnde nieuwe woonbestemming tot de hiervoor vermelde functies bedraagt respectievelijk meer dan 30m, 180m en 90m. Deze afstanden zijn voldoende om een goed woon- en leefmilieu zeker te stellen. Voorts is deze afstand voldoende om geen belemmeringen op te werpen voor de reeds aanwezige functies. Ten aanzien van de paardenbak aan de Methen ongenummerd (tussen nr. 8 en 12), geldt dat in het bestemmingsplan ‘Zevenaar Noord 2018’ een speciale regeling is opgenomen. Ter voorkoming van hinder naar derden als gevolg van het gebruik en/of hebben van een paardenbak (stof, geluid, stank) is in het bestemmingsplan opgenomen dat hobbymatig gebruik van paardenbakken t.b.v. een woning is toegestaan voor zover er minimaal 25 meter wordt aangehouden t.o.v. woningen van derden.

De beoogde nieuwe woningen voldoen aan deze afstand. In de handreiking Bedrijven en milieuzonering is geen specifieke afstand opgenomen van een gevoelige bestemming tot aan een paardenbak. Dit omdat een paardenbak op zichzelf geen bedrijfsactiviteit betreft. Voor een paardenfokkerij/-houderij is wel een richtafstand opgenomen, namelijk 50 meter. Geur is maatgevend (voor stof, gevaar en geluid gelden kortere afstanden). Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan ‘Zevenaar Noord 2018’ is onderbouwd dat bij hobbymatig gebruik (i.c: de enkele aanwezigheid van een paardenbak) een kortere afstand van minimaal 25 meter aanvaardbaar is als afstandsnorm. De gebruiksintensiteit ligt lager dan bij bedrijfsmatig gebruik en ook is een paardenbak niet bepalend voor geurhinder (dat is de mestopslag, die in dit geval op meer dan 50 meter van de nieuwe woningen ligt). 4.5.3 Conclusie Omliggende bedrijfsmatige functies liggen op een dusdanige afstand van de nieuwe woonbestemming, dat geen sprake is van een (onevenredige) impact op de toegestane bedrijfsvoering. Ook is een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen gegarandeerd. Het aspect milieuzonering levert geen beperkingen op voor de nieuwe woonfuncties en de reeds bestaande bedrijven in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=b33a7694-823d-4fb6-838e-3c06ffc2d5d1