CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte 16 november 2023, gemeente Zevenaar27.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hemelwaterverordening gemeente Zevenaar 2023 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Nieuwbouw: een nieuw te bouwen of nog op te leveren bouwwerk. b. Bebouwd oppervlak: oppervlak waarop bouwwerken of niet-waterdoorlatende verharding aanwezig is. c. Afkoppelen: het scheiden van hemel- en grondwaterstromen van vuilwaterstromen. Deze hemelen grondwaterstromen op eigen perceel vasthouden of verwerken, of aansluiten of afvoeren op een door de gemeente aangewezen hemelwatervoorziening. Hiermee wordt ook het beëindigen van het lozen van hemel- en grondwater op het vuilwaterriool bedoeld. d. Gebiedsaanwijzing: in de gebiedsaanwijzing wordt aangegeven voor welk gebied de hemelwaterverordening geldt. Ook wordt in de gebiedsaanwijzing aangegeven op welke manier het hemel- en grondwater verwerkt of afgevoerd moet worden. e. Waterberging: een voorziening voor de opvang van hemelwater die voldoet aan de in deze hemelwaterverordening gestelde eisen. Artikel 2 Lozingsverbod hemel- en grondwater 1. Het is in daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in mechanische riolering. 2.

De termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan is 6 maanden na aanwijzing van het gebied. 3. Als er sprake is van calamiteiten is de termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan 2 maanden na aanwijzing van het gebied. Artikel 3 Verplichting tot waterberging bij nieuwbouw en toename bebouwd oppervlak 1. Het is in daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden vanaf percelen waarop nieuwbouw gebouwd wordt niet toegestaan te lozen op een gemeentelijke rioolvoorziening, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht. De hemelwaterberging moet ook in stand gehouden worden. 2. De verplichting tot waterberging geldt voor nieuwbouw en bij toename van het bebouwd oppervlak. 3. Voor de hemelwaterberging gelden de volgende eisen: a. Bij een toename van het bebouwd oppervlak tot maximaal 2.000 m2 heeft de hemelwaterberging ten minste een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd oppervlak. b. Bij een toename van het bebouwd oppervlak vanaf 2.000 m2 komt de bergingseis terug in de watertoets. 4. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen in de hemelwaterberging kan onder voorwaarden middels een noodoverloop geloosd worden op een nader aan te wijzen openbare rioolvoorziening.

zaaknummer Z/22/429632

pagina 2 van 9

5. Bij een toename van het bebouwd oppervlak tot maximaal 6 m2 mag zonder ontheffing afgeweken worden van de verplichting tot waterberging, zolang het hemelwater op een andere wijze op het eigen perceel gehouden wordt. Het resultaat dient gelijkwaardig te zijn aan de verplichting tot waterberging. Voorwaarde hierbij is dat het hemelwater niet geloosd wordt op een gemeentelijke rioolvoorzienig. 6. De verplichting tot waterberging bij nieuwbouw en toename van bebouwd oppervlak geldt vanaf de dag na de bekendmaking van de gebiedsaanwijzing. Artikel 4 Gebiedsaanwijzing 1. Het gebied waarvoor het lozingsverbod van artikel 2 en de verplichting tot waterberging op eigen perceel geldt van artikel 3, wordt aangewezen in de gebiedsaanwijzing en betreft het werkingsgebied. 2. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing volgt het college van burgemeester en wethouders het Watertakenplan De Liemers. 3. De gebiedsaanwijzing treedt in werking op de dag na de bekendmaking. Artikel 5 Ontheffing 1. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het lozingsverbod bedoeld in artikel 2 en de verplichting tot een waterberging bedoeld in artikel 3. Van een ontheffing kan sprake zijn als vanaf het bouwwerk, open erf of terrein het hemel- en grondwater redelijkerwijs niet op eigen perceel kan worden geborgen, verwerkt of afgevoerd. 2.

Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van de verplichting tot waterberging bedoeld in artikel 3, als het hemelwater op een andere wijze op het eigen perceel gehouden wordt. Het resultaat dient gelijkwaardig te zijn aan de verplichting tot waterberging. Voorwaarde hierbij is dat het hemelwater niet geloosd wordt op een gemeentelijke rioolvoorziening. 3. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Artikel 7 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 8 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Hemelwaterverordening gemeente Zevenaar 2023’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 november 2023. De griffier I.M. van Dijk

De burgemeester L.J.E.M. van Riswijk

zaaknummer Z/22/429632

pagina 3 van 9

Toelichting op de Hemelwaterverordening gemeente Zevenaar 2023 Algemeen Op 1 januari 2009 is de Wet Gemeentelijke Watertaken in werking getreden. Daarmee is onder andere de Wet milieubeheer gewijzigd. In artikel 10.32a van de Wet milieubeheer is opgenomen dat gemeenteraden in het belang van milieubescherming regels kunnen stellen aan het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater. De regels kunnen gelden voor de vuilwaterriolering, maar ook voor hemelwaterriolering en openbare ontwateringsstelsel. Artikel 10.32a biedt ook de mogelijkheid tot het verplichten van een waterberging bij zowel nieuwbouw als bestaande bouw. De hemelwaterverordening is een instrument om de gemeentelijke watertaken (zorgplichten) vorm te geven. De wet geeft een bevoegdheid. Dit betekent dat gemeenten niet verplicht zijn een verordening voor het lozen van hemel- en grondwater in de riolering te hebben. Hemel- en grondwaterlozingen in de riolering zijn geregeld in het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah), het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) en het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit). Over de riolering en de aansluiting van bouwwerken op de openbare riolering staan voorschriften in het Bouwbesluit 2012 (BB). De onderhavige verordening is aanvullend en komt niet in strijd met plichten die elders zijn vastgelegd.

Bij strijd zou de hogere regeling – de “lozingsbesluiten” en het Bouwbesluit – voorgaan. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De hemelwaterverordening wordt van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan. Watertakenplan De Liemers – gemeente Zevenaar Het huidige rioleringsbeleid van gemeente Zevenaar is vastgelegd in het Watertakenplan De Liemers. Het Watertakenplan geldt voor drie gemeenten: gemeenten Zevenaar, Westervoort en Duiven. De klimaatopgave en bijbehorende maatregelen is een van de kernopgaven van het Watertakenplan. Het minder kwetsbaar maken van bebouwd gebied is belangrijk. Water krijg meer ruimte door het op te vangen tijdens piekbuien, maar ook te behouden voor langdurige droge periodes. Het afkoppelen van hemelwater en meer groen in de tuinen toe te passen kunnen burgers hier een rol in spelen. Maar ook bewustwording van de effecten van klimaatverandering is van belang. Binnen het gebied De Liemers wordt gezamenlijk invulling gegeven aan de watertaken door: 1. De natuurlijke situatie zo min mogelijk te beïnvloeden; 2. Niet onnodig veel energie te gebruiken; 3. Zoveel mogelijk water in het gebied vast te houden en te benutten; 4. De belevingswaarde en natuurwaarden van het watersysteem te optimaliseren; 5. Knelpunten in de waterkwaliteit te voorkomen en op te lossen; 6.

Kansen voor innovatie in de waterketen te benutten, specifiek als het gaat om het verwaarden en terugwinnen van grondstoffen; 7. Te anticiperen op de effecten van mogelijke klimaatverandering; 8. Niet meer geld uit te geven dan nodig is voor een duurzame bedrijfsvoering (3 k’s); 9. Overlast en schade vanuit waterketen of watersysteem te voorkomen; 10. De interactie tussen openbare ruimte en water in De Liemers mee te nemen (om meerwaarde te creëren);

zaaknummer Z/22/429632

pagina 4 van 9

11. Burgers en andere stakeholders te informeren, betrekken en te stimuleren tot duurzaam gebruik van waterketen en –systeem. De hemelwaterverordening geeft invulling aan meerdere taken. Direct door het zoveel mogelijk houden van water in het gebied, waardoor ook geanticipeerd wordt op de effecten van mogelijke klimaatverandering. Door minder schoon water in te zamelen en onnodig te laten zuiveren wordt ook minder energie verbruikt. Maar ook wordt de interactie tussen openbare ruimte en water in De Liemers gestimuleerd, door op een andere manier om te gaan met hemel- en grondwater. Ten slotte leidt het afkoppelen en anders omgaan met schoon water als hemelwater en grondwater tot interactie tussen burger en overheid door te informeren en stimuleren tot duurzaam omgaan met de waterketen en het watersysteem. Voor het omgaan met hemelwater wordt binnen De Liemers vastgehouden aan het principe van vasthouden – bergen – afvoeren, waarbij vasthouden de meest ideale situatie is en afvoeren de keus indien een andere mogelijkheid er niet is. Ook het zoveel mogelijk scheiden van schoon water als hemelwater en grondwater en vervuild water is het streven waar naartoe gewerkt wordt. Door de klimaatverandering kan het voorkomen dat zich situaties van water-op-straat voordoen. Hier wordt op ingespeeld door bijvoorbeeld het afkoppelen en bergen van hemelwater.

Hierdoor wordt de riolering ontlast, wat bijdraagt aan het beperken van wateroverlastsituaties. Voor het omgaan met grondwater geldt dat de perceeleigenaar zelf zorg dient te dragen voor de verwerking van overtollig grondwater op eigen terrein. De gemeente richt zich op het zoveel mogelijk voorkomen en beperken van structurele grondwateroverlast in de openbare ruimte. Situatie I: Bestaande bouw Bestaande bouw is aangesloten op het openbaar vuilwaterriool in een gebied waar een gebiedsaanwijzing geldt (art. 2 van deze Verordening). Voor de bestaande bouw geldt op grond van het Bouwbesluit enkel de verplichting dat afvloeiend hemelwater zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd (art. 6.15, eerste lid, BB). Een verbod als bedoeld in deze verordening om het afvloeiend hemelwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool is hiermee niet in strijd. Het is namelijk mogelijk aan het doelvoorschrift van art. 6.15, eerste lid, BB te voldoen zonder het afvloeiend hemelwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool. De perceeleigenaar kan het afvloeiende hemelwater bijvoorbeeld lozen in een watergang, in de bodem of in een eventueel aanwezig openbaar hemelwaterstelsel. Hieronder valt ook het realiseren en in stand houden van een hemelwaterberging. De gewenste situatie wordt per gebied aangegeven in de gebiedsaanwijzing of kan per maatwerkvoorschrift bepaald worden.

Het lozingsverbod bij bestaande bouw geldt voor percelen met een aansluiting op de mechanische riolering. Dit type riolering is niet bedoeld het ontvangen en transporteren van hemel- en grondwater.

Situatie II: Nieuwbouw en toename bebouwd oppervlak Nieuwbouw en toename bebouwd oppervlak in een bestaand en toekomstig bebouwd gebied waar een gebiedsaanwijzing geldt (zowel uitbreiding als inbreiding) (art. 3 van deze Verordening). Op grond van milieuregelgeving mogen particulieren en bedrijven afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater in oppervlaktewater, in de bodem of in een rioolstelsel lozen (zie art. 2, art. 3.2 en 3.4 Blbi en

zaaknummer Z/22/429632

pagina 5 van 9

art. 3.2 en 3.3 Activiteitenbesluit). Voor nieuwbouw bestaat op grond van bouwregelgeving niet de plicht – wel een mogelijkheid indien uitdrukkelijk bepaald– om de afvoer van hemelwater aan te sluiten op de openbare riolering (art. 6.18, vijfde lid, onder b BB). Dit artikel bepaalt dat B&W een aansluitvoorschrift stellen voor een hemelwaterleiding als het hemelwater “in dat stelsel of riool mag worden gebracht”. Zodra op grond van deze verordening een aanwijzingsbesluit geldt met de bepaling dat het verboden is afvloeiend hemelwater te lozen in het openbaar vuilwaterriool, is een dergelijke lozing niet meer toegestaan. De gemeente zal het aansluitvoorschrift dan weigeren. De wijze waarop het hemelwater wordt verwerkt, moet wel voldoen aan het doelvoorschrift van art. 6.15, eerste lid 1, BB: “het water moet zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kunnen worden afgevoerd”. Dit kan bijvoorbeeld door het water in een oppervlaktewater, de bodem of een eventueel openbaar hemelwaterstelsel te lozen. De achterliggende bedoeling van de hemelwaterverordening is dat bij nieuwbouw en toename van het bebouwd oppervlak geen extra hemelwater geloosd wordt in een gemeentelijke rioolvoorziening. Nieuwbouw, of toename van het bebouwd oppervlak houdt in dat er minder onverhard oppervlak overblijft waarbij het hemelwater dat hierop terecht komt direct de grond in kan trekken.

Door middel van de hemelwaterverordening worden regels gesteld waardoor het hemelwater toch zoveel mogelijk blijft op de plek waar het valt. Bij nieuwbouwsituaties en situaties waarbij het bestaand bebouwd oppervlak vergroot wordt binnen De Liemers wordt hemelwater alleen ingezameld door de gemeente indien de perceeleigenaar dit water zelf niet redelijkerwijs kan verwerken op eigen perceel. De verantwoordelijk ligt hierbij in beginsel bij de perceeleigenaar. In het geval van bedrijfsgebouwen geldt dat de dakvlakken niet aangesloten mogen worden op de riolering. Hoe omgegaan wordt met het water afstromend van verharde terreinen rondom de terreinen wordt per situatie bekeken. Dit is afhankelijk van de vervuilingsgraad van het water. In het buitengebied wordt nieuwbouw aangesloten op mechanische riolering of IBA’s. De lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen a. Nieuwbouw: Een bouwwerk dat gebouwd wordt of opgeleverd wordt vanaf de datum van de inwerkingtreding van de gebiedsaanwijzing. b. Bebouwd oppervlak: Bij deze verordening is gekozen voor de term bebouwd oppervlak. Hiermee wordt bedoeld een oppervlak waarop ofwel een bouwwerk ofwel een niet-waterdoorlatende verharding aanwezig is.

Denk bij nietwaterdoorlatende verharding bijvoorbeeld aan asfalt of andere terreinverharding waardoor het (hemel)water dat hierop terechtkomt niet de grond in kan trekken. Ook tegels of klinkers betreffen een niet-waterdoorlatende verharding. De term bebouwd oppervlak is breder dan enkel het verhard oppervlak, omdat behalve de terreinverharding ook bebouwing bedoeld wordt. c. Afkoppelen: Het scheiden van hemel- en grondwaterstromen van vuilwaterstromen en deze hemel- en grondwaterstromen ofwel aansluiten of afvoeren op het gemeentelijk hemelwaterriool, ofwel op eigen

zaaknummer Z/22/429632

pagina 6 van 9

perceel houden of verwerken. De wijze waarop dit afkoppelen geschiedt kan per situatie verschillen en wordt, waar nodig, nader uitgewerkt in de Gebiedsaanwijzing. d. Gebiedsaanwijzing Met gebiedsaanwijzing wordt aangegeven voor welke gebieden de hemelwaterverordening geldt. Daarnaast wordt in de gebiedsaanwijzing de termijn aangegeven waarbinnen de lozingen van hemel- en grondwater op de openbare riolering opgeheven dienen te zijn en in welke gebieden de verplichting tot waterberging geldt. e. Waterberging: dit betreft een voorziening voor de opvang van hemelwater die voldoet aan de in deze hemelwaterverordening gestelde eisen. Artikel 2 Lozingsverbod hemel- en grondwater Artikel 2 omvat het verbod om afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in mechanische riolering. Dit verbod geldt dus voor zowel bestaande als nieuwe lozingen. Het lozingsverbod geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze binnen de gebiedsaanwijzing liggen en het desbetreffende besluit geen uitzonderingen bevat. De termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan is 6 maanden. De termijn in het geval van calamiteiten wijkt af. Deze termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan is 2 maanden. Er is gekozen voor een afwijkende termijn bij calamiteiten, omdat dit onwenselijke situaties zijn die zo snel mogelijk gestopt moeten worden.

Artikel 3 Verplichting tot waterberging bij nieuwbouw Artikel 3 omvat de verplichting van het aanbrengen van een waterberging bij nieuwbouw en bij toename van het bebouwd oppervlak. De verplichting houdt in dat er verplicht een waterberging wordt aangebracht. De hemelwaterberging moet ook in stand gehouden worden. De verplichting tot een waterberging geldt bij nieuwbouw en bij toename van het bebouwd oppervlak. Aan de waterberging zijn eisen gesteld. Er is gekozen voor een onderscheid tussen toename van het bebouwd oppervlak tot 2.000 m2 en vanaf 2.000 m2. Ten aanzien van de hemelwaterberging geldt dat deze in het geval van een toename van het bebouwd oppervlak tot 2.000 m2 er een bergingseis geldt van minimaal 60 liter met m2 bebouwd oppervlak. Boven de 2.000 m2 komt de bergingseis terug in de watertoets. In geval van calamiteiten kan het hemelwater dat niet kan worden geborgen in de hemelwaterberging middels een noodoverloop het teveel aan hemelwater lozen in een nader aan te wijzen openbare rioolvoorziening. Aan deze bepaling kunnen voorwaarden worden gesteld door het college van burgemeester en wethouders. In gevallen waarbij de toename van het bebouwd oppervlak beperkt blijft tot maximaal 6 m2 mag op grond van lid 5 zonder ontheffing afgeweken worden van de verplichting tot het aanbrengen van een waterberging.

Hierbij dient het resultaat gelijkwaardig te zijn aan een waterberging. Dit houdt in dat het hemelwater op het eigen perceel aanwezig dient te blijven en niet geloosd mag worden op een gemeentelijke rioolvoorziening. Dit lid is opgenomen om te voorkomen dat bij geringe toenames van het bebouwd oppervlak op een bestaand bebouwd perceel een ontheffing aangevraagd dient te worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een kleine overkapping voor fietsen of containers, tuinpad of recreatieve bebouwing zoals een bijenkast. Het doel van de verplichting tot waterberging is het voorkomen dat er extra hemelwater geloosd wordt op een gemeentelijke rioolvoorziening. Door een uitzondering zonder

zaaknummer Z/22/429632

pagina 7 van 9

benodigde ontheffing te maken voor geringe toenames tot 6 m2 bebouwd oppervlak blijft de doelstelling in stand, maar wordt de procedure versimpeld. Artikel 4 Gebiedsaanwijzing De gebieden waarbinnen het lozingsverbod van artikel 2 en de verplichting tot waterberging van artikel 3 gelden worden aangegeven in de gebiedsaanwijzing. De gebiedsaanwijzing betreft het aanwijzen van het werkingsgebied. Deze werkingsgebieden zijn onderdeel van het omgevingsplan. De aanwijzing van gebieden is een bevoegdheid van de gemeenteraad, maar kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet via het delegatiebesluit gedelegeerd worden aan het college van burgemeester en wethouders. Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing neemt het college van burgemeester en wethouders het Watertakenplan De Liemers in acht. Dit artikel legt ook de relatie met het Watertakenplan De Liemers. Dit vervangt het voorheen verplichte gemeentelijk rioleringsplan. Deze verplichting vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij de overgang naar de Omgevingswet wordt deze Hemelwaterverordening en nader vast te stellen gebiedsaanwijzing onderdeel van het omgevingsplan. Artikel 5 Ontheffing In uitzonderingssituaties kan door middel van dit artikel een ontheffing van het lozingsverbod en de verplichting tot waterberging gegeven worden.

Van de verplichting tot waterberging kan ook afgeweken worden als het hemelwater op een andere wijze op het eigen perceel gehouden kan worden. Hierbij wordt het hemelwater niet op de gemeentelijke rioolvoorziening geloosd. Een voorbeeld hiervan is het aanleggen van een vijver op eigenperceel, waar het hemelwater op loost. Of er sprake is van een gelijkwaardige afwijkende situatie wordt beoordeeld door het college van burgemeester en wethouders. Hiervoor kan een verzoek ingediend worden. Het college van burgemeester en wethouders kan de ontheffing onder beperkingen verlenen. Daarnaast kunnen er voorschriften aan een ontheffing verbonden worden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. In het geval van calamiteiten kan ook sprake zijn van een uitzonderingssituatie. Het college van burgemeester en wethouders kan in het geval van calamiteiten een ontheffing verlenen van het lozingsverbod. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Dit is per situatie te beoordelen door het college van burgemeester en wethouders. Artikel 7 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 8 Citeertitel De tekst van artikel 10.32a Wet milieubeheer geeft de verordening geen naam. De naamgeving staat dus vrij. De naam ‘Hemelwaterverordening gemeente Zevenaar’ geeft het beste aan waarover de verordening gaat. Overgangsrecht

zaaknummer Z/22/429632

pagina 8 van 9

Overgangsrecht is niet nodig, omdat niet eerder en dergelijk lozingsverbod voor afvloeiend hemelwater en grondwater bestond. Waar nodig is de Hemelwaterverordening zo opgesteld dat deze na inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen kan worden in het omgevingsplan. Waar strijdigheid met de Omgevingswet is dient de bepaling gelezen en begrepen te worden als ware zij opgesteld zonder strijdigheid.

zaaknummer Z/22/429632

pagina 9 van 9

MEMO Grotestraat 143 - 5141 JP - Waalwijk Tel: +31(0)416 564 235 Email: info@rioolzorg.nl Website: www.rioolzorg.nl

Btw nr: nl8134.06.663.b01

Onderwerp: Wijzigingen hemelwaterverordening Omgevingswet Zevenaar incl. tabel was-wordt

Projectnummer: 20CM50036

Opgesteld door: mr. C.A.A.(Caroline) Moons

Ons kenmerk: 23-50165-CM

Afdeling: Juridisch advies

Datum: 03 november 2023

Wijzigingen in tabel hemelwaterverordening in het kader van de Omgevingswet Overwegingen Ingevoegd: overwegende dat de hemelwaterverordening per 1 januari 2024 van rechtswege onderdeel is van het omgevingsplan; Artikel 1 Begripsomschrijvingen Huidige tekst a. Beheerder van het openbaar riool: het college van burgemeester en wethouders.

c. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. f. Verordening: de Hemelwaterverordening gemeente Zevenaar.

Nieuwe tekst Geen: definitie vervalt. Reden: in verband met aansluiting bij de Omgevingswet de term “beheerder van het openbaar riool” vervangen door “het college van burgemeester en wethouders”. Opnemen definitie is niet nodig. Geen: definitie vervalt.

Reden: In de Omgevingswet, bijlage I, is reeds een definitie van het begrip ‘bouwwerk opgenomen. Geen: definitie vervalt. Reden: de hemelwaterverordening wordt onderdeel van het omgevingsplan.

RioolZorg B.V. is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel Midden-Brabant te Tilburg onder nummer 18074974

g. Gebiedsaanwijzing: er wordt ook een gebiedsaanwijzing vastgesteld. In de gebiedsaanwijzing wordt aangegeven voor welk gebied de hemelwaterverordening geldt. Ook wordt in de gebiedsaanwijzing aangegeven op welke manier het hemel- en grondwater verwerkt of afgevoerd moet worden.

Gebiedsaanwijzing: in de gebiedsaanwijzing wordt aangegeven voor welk gebied de hemelwaterverordening geldt. Ook wordt in de gebiedsaanwijzing aangegeven op welke manier het hemel- en grondwater verwerkt of afgevoerd moet worden. Reden: de bevoegdheid tot aanwijzen van gebieden komt na inwerkingtreding Omgevingswet toe aan de gemeenteraad. De gemeenteraad kan deze bevoegdheid in een delegatiebesluit delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2 Lozingsverbod hemel- en grondwater Huidige tekst 1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verboden is afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in mechanische riolering.

2.

De termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan is 6 maanden na de inwerkintreding van de gebiedsaanwijzing.

3. Als er sprake is van calamiteiten is de termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan 2 maanden na de inwerkingtreding van de gebiedsaanwijzing.

Nieuwe tekst Het is in daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om afvloeiend hemelwater en grondwater te lozen in mechanische riolering. Reden: de bevoegdheid tot aanwijzen van gebieden komt na inwerkingtreding Omgevingswet toe aan de gemeenteraad. De gemeenteraad kan deze bevoegdheid in een delegatiebesluit delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. De termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan is 6 maanden na aanwijzing van het gebied. Reden: tekstuele aanpassing in verband met aansluiten bij Omgevingswet. Als er sprake is van calamiteiten is de termijn waarbinnen aan het lozingsverbod moet worden voldaan 2 maanden na aanwijzing van het gebied. Reden: tekstuele aanpassing in verband met aansluiten bij Omgevingswet.

Pagina 2 van 10

Artikel 3 Verplichting tot waterberging bij nieuwbouw en toename bebouwd oppervlak Huidige tekst 1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen vanaf percelen waarop nieuwbouw gebouwd wordt niet geloosd mag worden op een gemeentelijke rioolvoorziening, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht. De hemelwaterberging moet ook in stand gehouden worden.

Nieuwe tekst Het is in daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden vanaf percelen waarop nieuwbouw gebouwd wordt niet toegestaan te lozen op een gemeentelijke rioolvoorziening, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht. De hemelwaterberging moet ook in stand gehouden worden. Reden: de bevoegdheid tot aanwijzen van gebieden komt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet toe aan de gemeenteraad. De gemeenteraad kan deze bevoegdheid in een delegatiebesluit delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 4 Gebiedsaanwijzing Huidige tekst 1. Het gebied waarvoor het lozingsverbod van artikel 2 en de verplichting tot waterberging op eigen perceel geldt van artikel 3, wordt aangewezen in de gebiedsaanwijzing.

2. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing volgt de beheerder van het openbaar riool het Watertakenplan De Liemers.

4. Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de algemene wet bestuursrecht van

Nieuwe tekst Het gebied waarvoor het lozingsverbod van artikel 2 en de verplichting tot waterberging op eigen perceel van artikel 3 geldt, wordt aangewezen in de gebiedsaanwijzing en betreft het werkingsgebied. Reden: na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gebiedsaanwijzingen (werkingsgebieden) opgenomen in het omgevingsplan. Een aangewezen gebied betreft het werkingsgebied. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing volgt het college van burgemeester en wethouders het Watertakenplan De Liemers. Reden: in verband met aansluiting bij de Omgevingswet de term “beheerder van het openbaar riool” vervangen door “het college van burgemeester en wethouders”. Geen: lid vervalt. Reden: het aanwijzen van een nieuw gebied vanaf de inwerkingtreding van de Pagina 3 van 10

toepassing.

Omgevingswet betreft een wijziging van het omgevingsplan, waarvoor de regels gelden van de Omgevingswet.

Artikel 5 Ontheffing Huidige tekst 1. De beheerder van het openbaar riool kan ontheffing verlenen van het lozingsverbod bedoeld in artikel 2 en de verplichting tot een waterberging bedoeld in artikel 3. Van een ontheffing kan sprake zijn als vanaf het bouwwerk, open erf of terrein het hemel- en grondwater redelijkerwijs niet op eigen perceel kan worden geborgen, verwerkt of afgevoerd.

Nieuwe tekst Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het lozingsverbod bedoeld in artikel 2 en de verplichting tot een waterberging bedoeld in artikel 3. Van een ontheffing kan sprake zijn als vanaf het bouwwerk, open erf of terrein het hemel- en grondwater redelijkerwijs niet op eigen perceel kan worden geborgen, verwerkt of afgevoerd. Reden: in verband met aansluiting bij de Omgevingswet de term “beheerder van het openbaar riool” vervangen door “het college van burgemeester en wethouders”.

2. De beheerder van het openbaar riool kan ontheffing verlenen van de verplichting tot waterberging bedoeld in artikel 3, als het hemelwater op een andere wijze op het eigen perceel gehouden wordt. Het resultaat dient gelijkwaardig te zijn aan de verplichting tot waterberging. Voorwaarde hierbij is dat het hemelwater niet geloosd wordt op een gemeentelijke rioolvoorziening.

Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van de verplichting tot waterberging bedoeld in artikel 3, als het hemelwater op een andere wijze op het eigen perceel gehouden wordt. Het resultaat dient gelijkwaardig te zijn aan de verplichting tot waterberging. Voorwaarde hierbij is dat het hemelwater niet geloosd wordt op een gemeentelijke rioolvoorziening. Reden: in verband met aansluiting bij de Omgevingswet de term “beheerder van het openbaar riool” vervangen door “het college van burgemeester en wethouders”.

Artikel 6. Strafbepaling Huidige tekst Overtreding van het krachtens artikel 2 en 3 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

Nieuwe tekst Geen: artikel vervalt. Reden: het handhaven van bepalingen van het omgevingsplan gaat via de Omgevingswet.

Pagina 4 van 10

Artikel 7 Toezichthouders Huidige tekst Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening gesteld, zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groepen van personen.

Nieuwe tekst Geen: artikel vervalt. Reden: de bevoegdheid tot attributie aan het college van burgemeester en wethouders is reeds opgenomen in de Omgevingswet.

Pagina 5 van 10

Toelichting Onderstaande wijzigingen in de toelichting zijn gebaseerd op de wijzigingen in de tekst van de verordening. De redenen van de wijzigingen zijn gelijk aan de wijzigingen zoals bij bovenstaande wijzigingen opgenomen. Om herhaling te voorkomen zijn de redenen in onderstaande wijzigingen in de toelichting niet nogmaals opgenomen. Algemeen Huidige tekst Op 1 januari (..) het Bouwbesluit – voorgaan.

Nieuwe tekst Op 1 januari (..) het Bouwbesluit – voorgaan. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De hemelwaterverordening wordt van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan.

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen Huidige tekst a. Beheerder openbaar riool: De in artikel 2 genoemde beheerder van het openbaar riool is het college van burgemeester en wethouders. B&W kunnen hun bevoegdheden op grond van deze verordening mandateren aan een uitvoeringsorganisatie. b. Bouwwerk: Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Wet milieubeheer niet. Deze verordening sluit aan bij de in de jurisprudentie aanvaarde definitie: “elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren”.

Nieuwe tekst Geen: definitie vervalt.

f.

Geen: definitie vervalt.

Verordening:

Geen: definitie vervalt.

Hiermee wordt de Hemelwaterverordening gemeente Zevenaar bedoeld.

Pagina 6 van 10

Artikel 3 Verplichting tot waterberging bij nieuwe ontwikkelingen en ontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied Huidige tekst Artikel 3 omvat (..) wijzen openbare voorziening. Aan deze bepaling kunnen voorwaarden worden gesteld door de beheerder van het openbaar riool.

Nieuwe tekst Artikel 3 omvat (..) wijzen openbare voorziening. Aan deze bepaling kunnen voorwaarden worden gesteld door het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 4 Gebiedsaanwijzing Huidige tekst De gebieden waarbinnen het lozingsverbod van artikel 2 en de verplichting tot waterberging van artikel 3 gelden worden aangegeven in de gebiedsaanwijzing. De gebiedsaanwijzing wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing neemt de beheerder van het openbaar riool het Watertakenplan De Liemers in acht. Dit artikel legt ook de relatie met het Watertakenplan De Liemers. Dit vervangt het voorheen verplichte gemeentelijk rioleringsplan. Deze verplichting vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij de overgang naar de Omgevingswet wordt deze Hemelwaterverordening en nader vast te stellen gebiedsaanwijzing onderdeel van het Omgevingsplan. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb, is van toepassing verklaard. De voorbereiding van een besluit duurt iets langer. Daar staat tegenover dat de bezwaarschriftenfase na het nemen van het besluit vervalt.

Nieuwe tekst De gebieden waarbinnen het lozingsverbod van artikel 2 en de verplichting tot waterberging van artikel 3 gelden worden aangegeven in de gebiedsaanwijzing. De gebiedsaanwijzing betreft het aanwijzen van het werkingsgebied. Deze werkingsgebieden zijn onderdeel van het omgevingsplan. De aanwijzing van gebieden is een bevoegdheid van de gemeenteraad, maar kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet via het delegatiebesluit gedelegeerd worden aan het college van burgemeester en wethouders. Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing neemt het college van burgemeester en wethouders het Watertakenplan De Liemers in acht. Dit artikel legt ook de relatie met het Watertakenplan De Liemers. Dit vervangt het voorheen verplichte gemeentelijk rioleringsplan. Deze verplichting vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij de overgang naar de Omgevingswet wordt deze Hemelwaterverordening en nader vast te stellen gebiedsaanwijzing onderdeel van het omgevingsplan.

Pagina 7 van 10

Artikel 5 Ontheffing Huidige tekst In uitzonderingssituaties kan (..) hemelwater op loost. Of er sprake is van een gelijkwaardige afwijkende situatie wordt beoordeeld door de beheerder van het openbaar riool. Hiervoor kan een verzoek ingediend worden. De gemeente kan de ontheffing onder beperkingen verlenen. Daarnaast kan de gemeente voorschriften aan een ontheffing verbinden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. In het geval van calamiteiten kan ook sprake zijn van een uitzonderingssituatie. De beheerder van het openbaar riool kan in het geval van calamiteiten een ontheffing verlenen van het lozingsverbod. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Dit is per situatie te beoordelen door de beheerder van het openbaar riool.

Nieuwe tekst In uitzonderingssituaties kan (..) hemelwater op loost. Of er sprake is van een gelijkwaardige afwijkende situatie wordt beoordeeld door het college van burgemeester en wethouders. Hiervoor kan een verzoek ingediend worden. Het college van burgemeester en wethouders kan de ontheffing onder beperkingen verlenen. Daarnaast kunnen er voorschriften aan een ontheffing verbonden worden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. In het geval van calamiteiten kan ook sprake zijn van een uitzonderingssituatie. Het college van burgemeester en wethouders kan in het geval van calamiteiten een ontheffing verlenen van het lozingsverbod. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Dit is per situatie te beoordelen door het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 6 Strafbepaling Huidige tekst De Wet milieubeheer kent geen strafbepaling voor overtreding van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a. Deze wet bevat een uitgebreid systeem van bestuurlijke boete, maar dit is niet gekoppeld aan art.10.32a. Daarom is in deze hemelwaterverordening een zelfstandige strafbepaling opgenomen, gekoppeld aan de geldboetecategorieën van art. 23 Wetboek van Strafrecht. Gekozen is voor de geldboete van de tweede categorie als bedoeld in art. 23 Wetboek van Strafrecht. Momenteel bedraagt de geldboete van de tweede categorie maximaal € 2.250,- (voor een rechtspersoon € 4.500,-). Voor het handhaven van gemeentelijke verordeningen geldt altijd de mogelijkheid van dwangsom en bestuursdwang. De dwangsom komt voor dit

Nieuwe tekst Geen: artikel vervalt.

Pagina 8 van 10

type overtreding het eerst in aanmerking. Artikel 7 Toezichthouders Huidige tekst Een persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt. Het college wijst in de regel een gemeentelijke afdeling of dienst aan waarvan de ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de verordening. Voorts kan het college (in termen van de komende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: bevoegd gezag) ambtenaren aanwijzen van andere afdelingen of diensten. Aanwijzing betekent niet dat zij tevens opsporingsbevoegd zijn. Aangezien buitengewone opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van Strafvordering ontlenen, is een nadere regeling niet nodig. De aanwijzing als toezichthouder is de grondslag voor de aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewone opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken waarvoor zij toezichthouder zijn.

Nieuwe tekst Geen: artikel vervalt.

Overgangsrecht Huidige tekst Overgangsrecht is niet nodig, omdat niet eerder en dergelijk lozingsverbod voor afvloeiend hemelwater en grondwater bestond.

Nieuwe tekst Overgangsrecht is niet nodig, omdat niet eerder en dergelijk lozingsverbod voor afvloeiend hemelwater en grondwater bestond. Waar nodig is de Hemelwaterverordening zo opgesteld dat deze na inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen kan worden in het omgevingsplan. Waar strijdigheid met de Omgevingswet is dient de bepaling gelezen en begrepen te worden als ware zij opgesteld zonder strijdigheid. Pagina 9 van 10

Pagina 10 van 10

Aansluitverordening riolering gemeente Zevenaar 2023 De raad van gemeente Zevenaar, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 149 Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Aansluitverordening riolering gemeente Zevenaar 2023 Afdeling 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1 – Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a.

afvalwater: al het water afkomstig van een perceel, met uitzondering van hemelen grondwater;

b.

bedrijfsafvalwater: al het afvalwater dat niet voldoet aan de definitie van huishoudelijk afvalwater vanwege kwaliteit en kwantiteit;

c.

bronneringswater: grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand;

d.

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

e.

college: het college van burgemeester en wethouders;

f.

controleput: een put waarmee toegang wordt verschaft tot het riool voor het reinigen en inspecteren van rioolaansluitingen;

g.

drukriolering: het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, met uitzondering van hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk;

h.

gescheiden stelsel: het openbaar riool met een buizenstelsel voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de afvoer van afvalwater;

i.

hemelwater: water dat uit de hemel valt zoals: regen, sneeuw, hagel en dauw;

j.

huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden;

k.

IBA: een voorziening voor een Individuele Behandeling van Afvalwater waarmee afvalwater lokaal wordt gezuiverd;

l.

nieuwbouw: nieuwbouw, renovatie, herstructurering, herbouw of uitbreiding van bestaande woningen en bedrijven. Zowel in inbreiding- als uitbreidingslocaties;

m.

openbaar riool: voorziening voor de afvoer en inzameling van afvalwater en / of hemelwater in beheer bij de gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast, met inbegrip van de daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen, kolk- en perceelaansluitingen, IBA’s en werken en installaties van overeenkomstige aard;

n.

overnamepunt: De locatie waar het particulier riool overgaat in de perceelaansluiting;

o.

particulier riool: De binnen de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel gelegen binnen, buiten- of terrein rioolleidingen tot aan het overnamepunt;

p.

perceel: een door het Kadaster begrensd stuk grond dat toebehoort aan een eigenaar;

q.

perceelaansluiting: het riool en voorzieningen die deel uitmaken van dit riool, tussen de inlaat op het openbaar riool en het overnamepunt op de perceelgrens;

r.

rechthebbende: de eigenaar of zakelijk gerechtigde van een perceel, dan wel diens rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel;

s.

storing: onvolkomenheden in of aan een riool zoals breuk, lekkage of wortelingroei waardoor het functioneren van het riool afneemt of stopt;

t.

vacuümriolering; het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater, met uitzondering van hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van een vacuüm;

zaaknummer

pagina 2 van 17

u.

vergunning: een vergunning voor het tot stand te brengen of wijzigen van een aansluiting van een particulier riool of bronneringswater op het openbaar riool;

v.

verstopping: een belemmering in het riool waardoor de afvoerende functie van een riool sterk afneemt of stopt.

Afdeling 2. Begrenzing openbaar riool

Artikel 2 – Begrenzing openbaar riool 1.

Het college is belast met de aanleg, het beheer en het onderhoud van het openbaar riool.

2.

Het college kan buizen en bijbehorende werken voor de afvoer en inzameling van afvalwater, hemelwater op niet-openbare grond aanwijzen als openbaar riool en in die situaties streven naar het aangaan van een overeenkomst met de betrokken grondeigenaar over afspraken betreffende beheer en onderhoud van buizen en bijbehorende werken.

3.

Ieder niet openbaar riool is een particulier riool.

Afdeling 3. Beheer, onderhoud en gebruik

Artikel 3 – Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging 1.

Het beheer en onderhoud van het openbaar riool wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en is voor rekening van de gemeente.

2.

Bij wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het overnamepunt of bij aanpassen van de perceelaansluiting ten gevolge van een wijziging in het openbaar riool wordt de rechthebbende hierover door de gemeente in kennis gesteld en dient de rechthebbende ervoor te zorgen dat het particulier riool hierop kan worden aangesloten op een zodanige wijze dat de afvoer vanuit het perceel ongehinderd plaats kan vinden.

zaaknummer

pagina 3 van 17

3.

De kosten voor eventuele aanpassingen van het particuliere riool ten gevolge van hetgeen in lid 2 is gesteld komen voor rekening van de gemeente en worden vooraf door gemeente en rechthebbende overeengekomen.

Artikel 4 – Verstoppingen en storingen 1.

Bij een verstopping of een storing in de riolering onderzoekt de rechthebbende of het een verstopping of een storing betreft in het particulier riool of in het openbaar riool.

2.

Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in het particulier riool dient de rechthebbende deze verstopping of storing zelf te verhelpen op eigen kosten.

3.

Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat sprake is van een verstopping of storing in het openbaar riool, neemt de rechthebbende met overleg van bewijs van de verstopping of storing in het openbaar riool contact op met de gemeente voor het uitvoeren van de werkzaamheden.

4.

Indien bij het door de gemeente verrichten van de werkzaamheden wordt geconstateerd dat de verstopping of storing is veroorzaakt door onjuist gebruik, zoals bedoeld in artikel 5, vanuit het particulier riool, dan zullen de kosten voor de werkzaamheden aan de rechthebbende in rekening worden gebracht.

5.

In geval van de in lid 3 bedoelde situatie zijn de door rechthebbende gemaakte onderzoekskosten naar redelijkheid en billijkheid voor rekening van de gemeente. De rechthebbende kan de gemeente aansprakelijk stellen voor de gemaakte kosten met overleg van bewijs van de gemaakte kosten.

Artikel 5 – Verboden gebruik Het is verboden om: 1.

hemelwater te lozen op een IBA of op druk- en vacuümriolering.

2.

het riool op een onjuiste manier te gebruiken. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:

zaaknummer

pagina 4 van 17

a. het lozen van stoffen die, vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de riolering kunnen veroorzaken; b. het lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de riolering kunnen aantasten; c. het lozen van stoffen die, door de hoeveelheid, de doelmatige werking van de riolering kunnen beïnvloeden.

Afdeling 4. Aansluitverplichting

Artikel 6 - Aansluitverplichting 1.

Een perceel waar afvalwater vrij komt wordt aangesloten op het openbaar riool.

2.

In het geval er geen openbaar riool aanwezig is, wordt in overleg met de gemeente het perceel op een IBA aangesloten.

3.

Per perceel wordt er één perceelaansluiting voor afvalwater aangelegd.

4.

In afwijking van het derde lid worden meerdere perceelaansluitingen toegestaan bij: a. appartementengebouwen; b. technische beperkingen voor of doelmatigheidsoverwegingen bij het aansluiten van grotere diameters dan 160 mm; c. een woning die fungeert als mantelzorgwoning hetzij prémantelzorgwoning.

Afdeling 5. Vergunning

Artikel 7 – Vergunningsplicht 1.

Het is verboden zonder vergunning een aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand te brengen of te wijzigen.

2.

Het is verboden zonder vergunning bronneringswater te lozen op het openbaar riool.

3.

Het college kan vergunningsvoorschriften stellen met betrekking tot:

zaaknummer

pagina 5 van 17

a. het tot stand brengen van de aansluiting; b. het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de aansluiting; c. sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende; d. de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater of indien het een tijdelijke aansluiting betreft; e. de locatie waar bronneringswater wordt geloosd; f. het aanbrengen van debietmeters, zuiveringsinstallaties, afsluiters en veiligheidsmaatregelen bij lozing van bronneringswater; g. het aanleggen van een buffervoorziening in het geval van een toename van de afvoercapaciteit. 4. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 5. Indien de rechthebbende binnen zes maanden na verlening van de vergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die aansluitvergunning betrekking heeft, uit te voeren, vervalt de vergunning van rechtswege.

Artikel 8 – Gegevens en bescheiden 1.

De vergunningsaanvraag wordt schriftelijk met een daartoe bestemd formulier bij het college ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten perceel.

2.

De vergunningsaanvraag wordt slechts in behandeling genomen nadat bij de aanvraag alle in het aanvraagformulier gevraagde gegevens zijn verstrekt. Bij ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen.

Artikel 9 – Weigering van de vergunning 1.

Een vergunning kan slechts worden geweigerd indien aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van de aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.

zaaknummer

pagina 6 van 17

2.

Aansluiting op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk indien: a. het openbaar riool ter plaatse niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren; b. het een lozing van afvalwater betreft dat door aard, concentratie en/of samenstelling de goede werking van het openbaar riool kan belemmeren of de constructie aan kan tasten; c. een omgevingsvergunning voor het aan te sluiten bouwwerk op het perceel is geweigerd; d. het te lozen bronneringswater i. niet dusdanig is vervuild dat lozing op openbaar riool noodzakelijk is; ii. een debiet heeft van minder dan 10 m3 per uur over een maximale periode van twee kalenderweken en binnen 100 meter op een oppervlaktewater geloosd kan worden; iii. een debiet heeft van meer dan 10 m3 per uur of langer duurt dan twee kalenderweken en binnen 300 meter op een oppervlaktewater geloosd kan worden.

Afdeling 6. Uitvoering Artikel 10 – Voorwaarden aansluiten op openbaar riool Het particulier riool voldoet aan de volgende voorwaarden: 1.

De leidingen voldoen aan de eisen gesteld in de normbladen en/of KOMO-keur.

2.

De kleuren van de leidingen zijn grijs voor afvalwaterriool, bruin voor hemelwaterriool en blauw voor hemelwater afkomstig van daken.

3.

De sleuf of sleuven waarin de riolering op eigen terrein is gelegd, worden pas gedicht nadat de leiding(en) door de behandelend ambtenaar van de gemeente is of zijn gecontroleerd en toestemming heeft gegeven tot het dichten.

4.

Binnen 0,5 meter vanuit de erfgrens op particulier terrein dient een controleput geplaatst worden, die direct vanaf maaiveld toegankelijk is. Wanneer dat niet

zaaknummer

pagina 7 van 17

mogelijk is, plaatst de gemeente in de openbare grond op kosten van de aanvrager een ontstoppingsstuk. 5.

Het particulier riool mag niet dieper liggen dan 75 cm onder het maaiveld, gerekend vanaf bovenkant verharding tot onderkant van de afvoerbuis;

Artikel 11 - Aansluiting 1. De rechthebbende die een vergunning heeft, verzoekt de gemeente de perceelaansluiting aan te leggen of te wijzigen. 2. Bij het verzoek tot aansluiting dienen in ieder geval de volgende gegevens door de rechthebbende te worden doorgegeven: a. de naam en het woonadres van de rechthebbende; b. de door de rechthebbende gewenste datum van uitvoering. 3. Het bouwwerk dient glas en waterdicht te zijn voordat de aansluiting tot stand komt; 4. Het aan te sluiten particulier riool dient aanwezig te zijn conform de aanvraag van de vergunning en de daarop verleende vergunning.

Artikel 12 – Kosten Voor de kosten van het aansluiten of wijzigen van het particulier riool op het openbaar riool is de Verordening rioolaansluitgeld van toepassing.

Afdeling 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13 - Hardheidsclausule Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogd te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

zaaknummer

pagina 8 van 17

Artikel 14 - Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel door het college aan te wijzen personen.

Artikel 15 – Overgangsrecht 1. De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend vallen onder de bepalingen van deze verordening. 2. Op aansluitingen van een particulier riool op het openbaar riool, die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens de tot dan toe geldende regelgeving en voorschriften reeds zijn aangelegd, zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing. 3. Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en rechthebbende, prevaleert het bepaalde in deze overeenkomsten. Artikel 16 - Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 17 - Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Aansluitverordening riolering gemeente Zevenaar 2023’.

zaaknummer

pagina 9 van 17

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van gemeente Zevenaar, gehouden op 29 november 2023 De griffier

De burgemeester

I.M. van Dijk

L.J.E.M. van Riswijk

zaaknummer

pagina 10 van 17

Toelichting

Algemeen Gemeente Zevenaar is onderdeel van het intergemeentelijke samenwerkingsverband De Liemers. Onderdeel van dat samenwerkingsverband zijn ook gemeenten Duiven en Westervoort. Vanwege de samenhangende watertaken van de gemeenten in De Liemers is ervoor gekozen om bij het opstellen van een aansluitverordening in gezamenlijkheid op te trekken. Elke gemeente heeft nog wel zijn eigen verordening die van toepassing is binnen het gehele gemeentelijk grondgebied. Door het vaststellen van de aansluitverordening heeft Zevenaar tot doel om aanvullend op de bestaande wet- en regelgeving regels te stellen over het aansluiten van percelen op het openbaar riool. Het aansluitvoorschrift in het Bouwbesluit 2012 en de lozingsregels in onder meer het Besluit lozing afvalwater huishoudens zijn voldoende om ongewenste lozingen te voorkomen en de ligging van particuliere riolen te sturen. Maar de gemeente heeft de mogelijkheid hier aanvullende bepalingen voor op te stellen. De onderhavige verordening is daarom aanvullend en is niet in strijd met plichten die elders zijn vastgelegd. Bij strijd zou de hogere regeling – de “lozingsbesluiten” en het Bouwbesluit – voorgaan.

Artikel 1 - Begripsbepalingen

In dit artikel worden de in deze verordening gehanteerde begrippen omschreven.

Artikel 2 - Begrenzing openbaar riool

Eerste lid zaaknummer

pagina 11 van 17

De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Voor de afvalwaterketen is dat het verzamelen en transporteren van afvalwater via het openbaar riool. Voor de instandhouding van het openbaar riool is de gemeente daarom verantwoordelijk voor het aanleggen, wijzigen, beheren en onderhouden.

Tweede lid Het kan voorkomen dat de conditie van buizen en bijhorende werken voor de afvoer en inzameling van afval- en hemelwater op niet- openbare grond belangrijk is voor de juiste werking van het openbaar rioolsysteem. De gemeente maakt in dat geval afspraken met de rechthebbende over beheer en onderhoud van het betreffend riool. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn op industrieterreinen waar meerdere bedrijven zijn gevestigd, maar waarvan de grond in eigendom is van een private exploitant.

Derde lid Zover sprake is van een particulier riool houdt de verantwoordelijkheid van de gemeente op. De particulier is verantwoordelijk voor de goede staat en werking van zijn eigen riool. De gemeente kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de aanleg, wijziging, beheer of onderhoud van het particulier riool behoudens eventuele aansluitingverplichtingen.

Artikel 3 – Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging

Het beheer en onderhoud van het openbaar riool waarvoor de gemeente verantwoordelijk is wordt door en voor rekening van de gemeente uitgevoerd tot het aansluitpunt. Het kan voorkomen dat door onderhoud, renovatie en vervanging van het riool dit ook gevolgen heeft voor de aansluiting en ligging van het particulier riool. Indien dergelijke wijzigingen nodig zijn is de rechthebbende gehouden deze werkzaamheden uit te voeren om weer aangesloten te kunnen worden op het openbaar riool. De gemaakte kosten zijn voor

zaaknummer

pagina 12 van 17

rekening van de gemeente, omdat de kosten van de rechthebbende gemaakt zijn als gevolg van de publieke taak van de gemeente.

Artikel 4 - Verstoppingen en storingen

Via de controleput is het mogelijk te constateren of de verstopping of storing in het openbaar riool of particulier riool zit. In beginsel is de rechthebbende zelf verantwoordelijk voor het constateren, lokaliseren en oplossen van verstoppingen en storingen. Indien is geconstateerd dat de storing in het openbaar riool zit, dan moet de rechthebbende contact opnemen met de gemeente. De gemeente stuurt dan een aannemer om het probleem te verhelpen. Alleen de aannemer van de gemeente heeft een vergunning om te werken in openbaar terrein en is dus de enige die indien nodig de verstopping of storing mag verhelpen, het openbaar riool mag opgraven en hier werkzaamheden aan mag verrichten.

De door de rechthebbende gemaakte kosten in het vooronderzoek zijn voor rekening van de gemeente als het probleem in het openbaar riool of de perceelaansluiting is gelegen. Mocht blijken dat de verstopping of verstoring veroorzaakt is door de rechthebbende dan heeft de gemeente een verhaalsrecht van de door de gemeente gemaakte kosten op de rechthebbende.

Artikel 5 – Verboden gebruik

Eerste lid Voor panden die op drukriolering worden aangesloten geldt dat er alleen afvalwater op drukriolering geloosd mag worden. Lozing van (schoon) hemelwater of grondwater op het drukriool is verboden in verband met een adequate en zoveel mogelijk storingsvrije werking van het drukrioolsysteem. Drukriolering wordt voornamelijk toegepast in het buitengebied. Dit geldt eveneens voor vacuümriolering.

zaaknummer

pagina 13 van 17

In het buitengebied wordt ook gebruik gemaakt van IBA’s. Om te voorkomen dat deze de maximale capaciteit bereiken als het gevolg van grote hoeveelheden hemelwater of grondwater is het ook niet toegestaan hemelwater of grondwater te lozen op IBA’s.

Tweede lid Het is niet toegestaan het riool op een wijze te gebruiken dat kan leiden tot verstoppingen of storingen. Omdat niet limitatief is aan te geven onder welke omstandigheden verstoppingen en storingen kunnen optreden is een algemeen lozingsverbod opgenomen voor stoffen die hiertoe kunnen leiden.

Artikel 6 – Aansluitverplichting

Eerste lid Voor zover bekend bij de gemeente zijn alle percelen in de gemeente aangesloten op de riolering. Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn dan is de rechthebbende verplicht alsnog aan te sluiten op het riool. In de praktijk zal deze regel voornamelijk van toepassing zijn op nieuwbouw.

Artikel 7 – Vergunningsplicht

Het aansluiten van een particulier riool en bronneringswater zijn vergunningplichtig. Hiermee tracht de gemeente een zo goed als mogelijk functionerend rioolstelsel in werking te houden.

Artikel 8 – Gegevens en bescheiden

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

zaaknummer

pagina 14 van 17

Artikel 9 – Weigering van de vergunning

Een weigering van de aansluitvergunning is op basis van technische, juridische of milieuhygiënische weigeringsgronden. Een technische weigeringsgrond is bijvoorbeeld de hoogteligging of toename van de afvoercapaciteit waardoor het stelsel overbelast raakt. Een milieuhygiënische weigeringsgrond is bijvoorbeeld de lozing van betreffende stoffen op het openbaar riool. Een juridische weigeringsgronden is bijvoorbeeld dat de verlening van andere benodigde vergunningen, zoals de omgevingsvergunning, is geweigerd.

Artikel 10 – Voorwaarden particulier riool

Tweede lid Hemelwater wordt zoveel als mogelijk op eigen terrein vastgehouden en geïnfiltreerd. Indien (bij een extreme regenbui) hemelwater afgevoerd dient te worden naar het openbaar riool dan gebeurt dat bij voorkeur oppervlakkig via het maaiveld. Mocht oppervlakkige afvoer niet mogelijk zijn dan dient de kleur van de rioolbuis voor afvoer van hemelwater en hemelwater van daken toegepast te worden zoals in het tweede lid is aangegeven.

Artikel 11 – Aansluiting

Als voor een aansluiting een vergunning is afgegeven komt deze tot stand door de gemeente. Het moment voor uitvoering van het werk wordt dan bepaald in overleg met de rechthebbende. Het volstaat om telefonisch contact op te nemen met gemeente, daarbij dienen de gegevens doorgegeven te worden zoals vermeld in het tweede lid.

Artikel 12 – Kosten

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

zaaknummer

pagina 15 van 17

Artikel 13 - Hardheidsclausule

Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen van deze verordening in een concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd met de redelijkheid en billijkheid is een mogelijkheid geboden om af te wijken van de bepalingen in deze verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=400beb22-46d5-4078-95b1-0c9ffc64685f