Agendabundel
Tekst van het document
Uitgangspunten
In voorliggend geval worden twaalf appartementen uit het betaalbare segment mogelijk gemaakt. In dit geval is voor wat betreft de voorgenomen ontwikkeling uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • • • • 2.5.4
Functie wonen: koop, appartement, midden; Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk / gemeente Zevenaar (bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Parkeerbehoefte: 1,8 per woning; Verkeersgeneratie: 5,6 per etmaal per woning. Parkeren
Uitgaande van het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar’ geldt voor de woningen een minimum parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. Voor de 12 appartementen resulteert dit in een parkeerbehoefte van 22 parkeerplaatsen. In voorliggend geval worden op eigen grond, aan de noordzijde van het projectgebied 24 parkeerplaatsen op maaiveldhoogte gerealiseerd. Hiermee wordt de parkeerbehoefte in voldoende mate ingevuld. De parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering van 2,5 bij 5m. 2.5.5
Verkeer
Uitgaande van de genoemde uitgangspunten geldt voor de woningen een gemiddelde verkeersgeneratie van 5,6 per woning, per weekdagetmaal. Voor de 12 appartementen resulteert in een gezamenlijke verkeersgeneratie van 67,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De beoogde ontsluiting van het projectgebied vind nagenoeg haaks plaats op de 4.80 m brede weg Kruuthuuske, waarna het verkeer via de Boterdijk zal opgaan in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer kan daarna naar het zuiden via de Boterdijk ontsloten worden. Volgens de laatste metingen bedraagt de verkeersintensiteit aan de Boterdijk 1.215 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Boterdijk is van voldoende capaciteit om de toegevoegde verkeersgeneratie als gevolg van de nieuwe woningen af te wikkelen. Ontsluiting projectgebied Het autoverkeer bereikt en verlaat de parkeerplaats van het projectgebied via de weg Kruuthuuske waarna het verkeer via de Boterdijk opgaat in het heersende verkeersbeeld. In de huidige situatie is het Kruuthuuske niet toegankelijk voor autoverkeer doordat twee palen de toegang belemmeren. Om de ontsluiting van en naar het projectgebied mogelijk te maken worden deze palen verwijderd. De twee palen worden verplaatst naar een nieuwe locatie vlak achter de inrit van het projectgebied.
Door het verplaatsen van de palen heeft autoverkeer beperkte toegang tot het Kruuthuuske en faciliteert het Kruuthuuske enkel de auto’s die van en naar het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing projectgebied rijden. Met een slagboom voor de inrit van het projectgebied wordt gegarandeerd dat enkel bewoners en bezoekers van de woningen het Kruuthuuske zullen gebruiken. De voorgenomen ontsluiting is weergegeven in het erfinrichtingsplan in Bijlage 1. 2.5.6
Conclusie
Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / Regeling Algemene Ruimtelijke Ordening (Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke ontwikkelingen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere PKB's (Planologische Kernbeslissingen) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. In de NOVI wordt een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau gegeven. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.
De exacte geografische plaatsbepaling van de geldende reserveringszones is opgenomen in het Rarro. 3.1.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkeling. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / Regeling Algemene Ruimtelijke Ordening (Rarro) Deze omgevingsvergunning raakt geen reserveringszones, zoals opgenomen in het Barro en Rarro. Het projectgebied is wel gelegen in een radarverstoringsgebied. Voor het projectgebied geldt dat geen bouwwerken mogen worden opgericht met een hoogte groter dan 90 m t.o.v. NAP.
Deze omgevingsvergunning staat geen bouwwerken met een dergelijke hoogte toe. De ligging van het projectgebied in het radarverstoringsgebied vormt dan ook geen belemmering. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de van belang zijnde onderdelen. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorliggende omgevingsvergunning voorziet in het in ontwikkeling brengen van een agrarisch perceel naar een woongebied. Gelet op de aard en omvang van het plan dient de woningbouwontwikkeling te worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat is het verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan of in een ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de behoefte die mogelijk wordt gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de nieuwe ontwikkeling.
De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan maakt woningbouw mogelijk. Gelet op de opgave ten aanzien van woningbouw (voor de lokale behoefte) kan het ruimtelijk verzorgingsgebied worden beperkt tot de gemeente Zevenaar. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Voorliggende omgevingsvergunning maakt 12 nieuwe woningen mogelijk. Het gaat hierbij om appartementen in het betaalbare segment. Hierna wordt getoetst aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte In maart 2023 heeft Companen het Woonbehoefteonderzoek 2022 - 2040 gepubliceerd voor de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, waar de gemeente Zevenaar onderdeel van uitmaakt. De gemeente Zevenaar is in het onderzoek opgenomen als onderdeel van de subregio De Liemers. In het onderzoek zijn de volgende bevindingen van belang over de eigenschappen van de lokale woningmarkt: -
In de gemeente Zevenaar vinden de verhuisbewegingen met name binnen de regio plaats.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Dit illustreert dat woningen die gebouwd worden met name worden gebouwd voor de vraag aan woningen voor de bevolking in eigen regio. Daarnaast wordt in het onderzoek geconcludeerd dat: -
de prognose van de huishoudensontwikkeling tegen de verwachting in flink naar boven moet worden bijgesteld ten opzichte van het laatste Primos woonbehoefteonderzoek uit 2019; Jongeren vaak de voorkeur geven aan een koopwoning.
Betaalbare koopwoningen maken in de regio Liemers 19% uit van de woningbehoefte. De vraag naar koopwoningen in het betaalbare segment is in vergelijking met de prognose uit 2019 gestegen. De oorzaak ligt in de toename in huishoudens. Deze groei blijft volgens woonbehoefteonderzoek in ieder geval aanhouden tot 2040, zij het na 2030 wel in mindere mate. De woningbouwplanning kan voor een belangrijk deel worden afgeleid uit de oude regionale Woondeal Arnhem-Nijmegen uit 2020. De Woondeal voorziet niet in de gehele woningbehoefte in De Liemers. Voor het segment betaalbare koop blijft in de subregio De Liemers een tekort van 705 woningen over na het uitvoeren van de plannen in de Woondeal uit 2020. In de vergelijking tussen de behoefte en geplande type woningen blijkt dat in de subregio de Liemers meer behoefte bestaat aan appartementen dan de hoeveelheid die in de planning staat om gebouwd te worden. Daarnaast zijn er op dit moment meer woningbouwplannen voor het bouwen van eengezinswoningen en minder plannen voor appartementen. Dit wordt in afbeelding 3.1 geïllustreerd.
Afbeelding 3.1 Verbeelding van het verschil in de behoefte en bouwplannen voor eengezinswoningen en appartementen en de geplande woningbouwvoorraad (Bron: Companen, Woonbehoefteonderzoek Groene Metropoolregio 2022, bewerkt)
In de periode van 2031 tot 2040 wordt verwacht dat de woningbehoefte in de subregio De Liemers blijft toenemen. Verwacht wordt dat het in de gemeente Zevenaar tussen 2031 en 2039 gaat om een huishoudensgroei van 530 huishoudens. Aan de hand van bovenstaande onderbouwing kan afgelezen worden dat het verzorgingsgebied van de woningen bestaat uit de jongeren uit de gemeente Zevenaar en de regio. In de regio De Liemers bestaat een toenemende vraag naar betaalbare koopwoningen, met name naar appartementen en dat de vraag naar dit soort woningen tot 2040 blijft bestaan. Hiermee sluit de beoogde ontwikkeling uit deze ruimtelijke
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing onderbouwing aan bij de verwachtte kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave, voor de doelgroep jongeren en starters op de woningmarkt. De gemeente Zevenaar heeft verdere invulling gegeven aan de regionale woningbehoefte zoals hierboven is uiteengezet. Voor een verdiepende onderbouwing van de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave voor de regio De Liemers en de gemeente Zevenaar wordt daarom verwezen naar paragrafen 3.3 (Regionaal beleid) en 3.4 (Gemeentelijk beleid). Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. In artikel 1.1.1, eerste lid onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip ‘bestaand stedelijk gebied’ vastgesteld. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De kwalificatie ‘bestaand stedelijk gebied’ hangt af van de omstandigheid van de gronden, de specifieke ligging, de bestemming in het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het projectgebied ligt aan de rand van de kern Tolkamer.
Aan de overzijde van de Batavenweg sluit de bebouwing van de kern Lobith direct aan. Daarnaast is het projectgebied in alle windrichtingen omgeven door functies die aangemerkt kunnen worden als kenmerkend voor een stedelijk gebied: • • • •
Aan de westkant van het projectgebied, is de woonwijk De Erdwal gelegen; Ten noorden van het projectgebied is een tankstation gelegen binnen een bedrijfsbestemming; Ten oosten van het projectgebied aan de overzijde van de Batavenweg heeft de waterscouting een verenigingsgebouw (maatschappelijke bestemming) en begint de bebouwing van de kern Lobith; Ten zuiden van het projectgebied, aan de overzijde van de Boterdijk, is een woonwijk gelegen.
Op basis van de aard en verscheidenheid aan bestemmingen en functies in de directe omgeving en de naastgelegen doorgaande weg kan gesteld worden dat het projectgebied aan te merken is als stedelijk gebied, waar inbreiding mogelijk is. De gronden hebben een agrarische bestemming maar zijn sinds jaar en dag al geen onderdeel meer van een agrarisch bedrijf en zijn daarmee niet in gebruik conform de bestemmingsomschrijving van de agrarische bestemming. Binnen het projectgebied werden tot voor kort hobbymatig dieren gehouden. Agrarische gronden die conform de agrarische bestemming in gebruik zijn, zijn doorgaans niet als bestaand stedelijk gebied aan te merken1. Doordat de gronden niet als agrarisch perceel, maar als dierenweide en stedelijk groen bij de initiatiefnemer in gebruik zijn, kan het projectgebied als bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt. Een dergelijke dierenweide als in het projectgebied is een voorziening die vaker voorkomt in het bestaand stedelijk gebied van dorpen en kleine kernen. Samenvattend kan in onderhavig plan worden beredeneerd dat de locatie voor de woningen beschouwd wordt als passend bij het bestaande stedenbouwkundige samenstel van bebouwing dat hoort bij openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
Het projectgebied kan hiermee volgens artikel 1.1.1, eerste lid onder h van de Bro worden aangemerkt als ‘bestaand stedelijk gebied’. Het aanmerken van de gronden als bestaand stedelijk gebied maakt het mogelijk om stedelijk groen te bebouwen 2. Het projectgebied blijft daarnaast zijn groene uitstraling behouden door de parkachtige inrichting die het projectgebied krijgt. Met de uitvoeringen van de erfinrichtingsmaatregelen die zijn toegelicht in paragraaf 2.3 vindt het plan verdere aansluiting bij het groene karakter van de omgeving van het projectgebied. Geconcludeerd wordt dat het project is aan te merken als bestaand stedelijk gebied.
1
ABRvS 29 april 2015; ECLI:NL:RVS:2015:1340
2
ABRvS 20 mei 2015; ECLI:NL:RVS:2015:1581
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.2 Uitsnede van het bestaand stedelijk gebied, het stedelijk gebied wordt in het rood aangeduid, het projectgebied is in het blauw omcirkeld (Bron: Gemeente Zevenaar)
3.1.3
Conclusie toets aan het rijksbeleid
Het initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’, die is verankerd in de omgevingsverordening. Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten van Gelderland de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ vastgesteld. De bijbehorende ‘Omgevingsverordening Gelderland’ is in januari 2023 vastgesteld. 3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat historisch en landschappelijk gezien heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: • • • • • • •
Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Biodiversiteit Bereikbaarheid het economische vestigingsklimaat Woon- en leefklimaat
Voor deze omgevingsvergunning is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening richt zich net zo breed als de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. Ten aanzien van voorliggend initiatief zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'wonen' relevant.
In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma, successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. 3.2.2.1 Van toepassing zijnde artikelen In het kader van voorliggende omgevingsvergunning zijn hoofdzakelijk artikelen 2.2 (doorwerking regionale woonagenda), 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap), 2.60 (romeinse limes) en 2.64 (bescherming windvang molen) van belang. Hierna wordt op deze artikelen ingegaan.
Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. 2.
Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.
Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1.
2.
Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing c.
compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.
Artikel 2.60 (instructieregel bestemmingsplan bescherming Romeinse Limes) 1.
2.
3.
Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Romeinse Limes maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten, bedoeld in artikel 2.59, daarvan aantasten. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat een beschrijving van de in het projectgebied aanwezige cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten, het door de gemeente te voeren beleid en de onderbouwing hiervan. Een bestemmingsplan bevat regels over de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan.
Artikel 2.64 (bescherming windvang molen) 1. 2.
Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. Het eerste lid is niet van toepassing op de molens in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem.
Artikel 2.65b Klimaatadaptatie 1.
2.
Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte.
De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. 3.2.2.2 Toetsing aan het initiatief aan de Gelderse omgevingsverordening Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda Zoals blijkt uit de toetsing van het voornemen aan het gemeentelijk en regionaal (woon)beleid (zie respectievelijk paragraaf 3.3 en 3.4), voorziet de voorgenomen ontwikkeling in kwalitatief en kwantitatief opzicht in woningbouw waar in de gemeente Zevenaar een behoefte aan bestaat. Artikel 2.56 ontwikkeling in Nationaal landschap Wanneer een ontwikkeling plaatsvindt binnen Nationale Landschappen dienen de plaatselijke kernkwaliteiten van het landschap een duidelijke plaats te krijgen in de ontwikkeling. De provincie Gelderland heeft enkele deelgebieden geformuleerd en per deelgebied de kernkwaliteiten benoemd. Onderhavig plan ligt in het Nationaal Landschap Gelderse Poort, in het deelgebied Ooijpolder en Rijnstangen. De kernkwaliteiten van dit gebied centreren zich rondom de kom-oeverwal-uiterwaard-rivier en de dynamiek van de rivieren. In dit gebied zijn veel dijken aanwezig die niet meer functioneel zijn, maar die herinneren aan de strijd tegen het rivierwater.
Daarnaast zijn ook de open landschappen met een afwisseling van weidebouw, oude stangen en kleiputten met ooibos afgewisseld met bouwland, grasland en boomgaarden kenmerkend voor het landschap. Bebouwing wordt voornamelijk geconcentreerd in dorpen en dijklinten. De dijken hebben volgens de provincie een grote cultuurhistorische kwaliteit. Bewoning is van oudsher gebonden aan hogere, voor het rivierwater relatief veilige plaatsen. Bewoning langs de dijken bestaat voornamelijk uit voormalige (kleinere) boerderijen en voormalige steenfabriekswoningen. Ten tijde van het schrijven van deze ruimtelijke onderbouwing heeft de provincie een ‘Ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023’ ter inzage gelegd. In de bijlage ‘Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Gelderse streken’ wordt de locatie van het projectgebied aangeduid als streek ‘Liemers’. Voor het Gelders Eiland wordt beschreven dat de rust en ruimte worden gewaardeerd en gekoesterd moeten worden. De kernwaarden voor de Liemers uit deze ontwerp verordening wijken niet af op grote punten van de huidige verordening. Het rekening houden met de kernkwaliteiten van het gebied bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen staat voorop. Hoewel het projectgebied volgens de provincie binnen Nationaal Landschap ligt kent de directe omgeving van het projectgebied niet de ruimtelijke en landschappelijke waarden die normaal gesproken met het Nationaal Landschap worden geassocieerd. Het groene karakter van het projectgebied is echter wel een belangrijke waarde die nog steeds aanwezig is na het versmelten van het bebouwde gebied van Tolkamer en Lobith. Tevens is het projectgebied gelegen tegen de Boterdijk. Hoewel deze dijk geen waterkerende functie meer heeft na het aanleggen van de Batavenweg is de dijk wel karakteriserend voor het rivierenlandschap waar het projectgebied onderdeel van uitmaakt. In het erfinrichtingsplan (paragraaf 2.3) is uiteengezet hoe bij de projectontwikkeling aandacht wordt besteed aan onder andere het groene karakter van de omgeving van het projectgebied.
Zo wordt het projectgebied na de bouwwerkzaamheden opnieuw teruggebracht in een parkachtige inrichting en worden inheemse boomsoorten geplant. De Boterdijk zal door het plan niet worden beïnvloed en blijft onaangetast door onderhavige ontwikkeling. Met de uitvoering van het erfinrichtingsplan worden de plaatselijk aanwezige kernkwaliteiten van het Nationale Landschap binnen het projectgebied niet aangetast. Artikel 2.60 instructieregel bestemmingsplan bescherming Romeinse Limes Voor een onderbouwing ten aanzien van het aspect cultuurhistorie wordt verwezen naar paragraaf 4.8.2. In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat artikel 2.60 van de Omgevingsverordening Gelderland geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Artikel 2.64 bescherming windvang molen De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening een molenbiotoop opgenomen voor de Tolhuys Coornmolen in Lobith. Dit houdt in dat ontwikkelingen binnen de molenbiotoop een maximale hoogte hebben, afhankelijk van de afstand tot de molen. De molenbiotoop is opgenomen ter bescherming van de windvang van de molen. Berekening maximale bouwhoogte Omdat in het bestemmingsplan ‘Tolkamer’ geen regels heeft opgenomen over de molenbiotoop is getoetst aan het beleid van de gemeente en de provincie waar het aankomt op het bepalen van de bouwhoogte van gebouwen binnen molenbiotopen.
Tijdens de onderbouwing is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: De onderbouw van de molen ligt op 15,1 m boven NAP. De afstand van de onderkant van de onderbouw tot aan de askop (de vlucht) van de molen bedraagt 8,26 m. Opgesteld (15,1 + 8,26) wordt de maximale bouwhoogte gesteld op 23,36 m. Gezien het peilverschil tussen het hart van de Batavenweg (13 m boven NAP) en dat van het projectgebied (12,9 m boven NAP) dient het verschil bij de bouwhoogte te worden opgeteld. De askop bevindt zich zodoende op 23,46 m boven NAP. Vanuit de askop kan een denkbeeldige horizontale lijn worden getrokken naar het projectgebied. Vastgesteld kan worden dat het in het projectgebied geldende peil tot maximaal 10.46 m boven NAP gebouwd kan worden. Maximale bouwhoogte bestemmingsplan ‘Lobith’ De maximale toelaatbare hoogte van een nieuw gebouw(waardoor de windvang van de molen beschermd blijft) wordt op de volgende wijze berekend: H(x) = x/n+c*z waarin: •
H(x) = maximale toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing •
• •
x = afstand van een obstakel tot de molen (in meters) • n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. Voor een gesloten gebied zoals bij het Kruuthuuske geldt de waarde 50. c = een constante met een waarde van 0,2 (bij maximaal toelaatbare windreductie van 5%) z = askophoogte (helft van gevlucht + de hoogte van de belt). Voor molen Lobith: (26,4/2) + 3,1 = 16,3 meter
De afstand van de nieuwbouw tot de molen bedraagt minimaal 250 meter. Uitgaande van deze afstand bedraagt volgens de rekenmethode de maximaal toelaatbare bouwhoogte: H(250) = 250/50 + 0,2 * 16,3 = 8,26 meter. Hierbij is geen rekening gehouden met verschil in maaiveldhoogte tussen de molen en de nieuwbouw. De onderbouw van de molen ligt op 15,1 meter boven NAP. Het huidige maaiveld van het projectgebied ligt op circa 12,9 meter boven NAP. De maximale bouwhoogte bedraagt daardoor 8,26 + (15,1-12,9) = 10,46 meter (t.o.v. huidig maaiveld). De maximale hoogte van het nieuwe gebouw bedraagt, inclusief de liftschacht en airco-installatie, circa 10,46 meter. Daarmee is het bouwplan uitvoerbaar zonder de windvang van de molen te beperken. Geconcludeerd wordt dat het appartementencomplex van 3 verdiepingen geen negatieve invloed zal hebben op de windvang van de Tolhuys Coornmolen in Lobith.
Artikel 2.65b Klimaatadaptatie De Klimaateffectatlas weergeeft de diverse effecten van klimaatverandering en de gevolgen die overstromingen kunnen hebben op het projectgebied en de directe omgeving. In de atlas komen de effecten van wateroverlast (extreme neerslag), droogte, hittestress en waterveiligheid (overstromingen) nu en voor het jaar 2050 aan bod. Het projectgebied is geanalyseerd met behulp van de atlas. Hieronder zijn de conclusies per aspect weergegeven. Wateroverlast (extreme neerslag) Voor wateroverlast is gekeken naar extreme neerslag. Voor voorliggende ontwikkeling is getoetst aan de korte buien van 70 mm in 1 uur en van 140 mm in 2 uur. Voor beide type buien blijkt dat er op het grootste gedeelte van het projectgebied geen water blijft staan. De diepte van een waterplas bedraagt ongeveer 10 tot 15 cm water bij een heftige bui van 140 mm in 2 uur. Het projectgebied en de omliggende wegen blijven begaanbaar voor normaal verkeer en hulpdiensten. In de toekomstige situatie waarin de verharding binnen het projectgebied toeneemt zal het water tijdens regenbuien zo veel mogelijk worden geïnfiltreerd. Een overschot aan water kan via de bestaande sloot aan de Batavenweg worden afgevoerd.
Afbeelding 3.4: Waterstand bij een bui van 70 mm bij 1 uur en 140 mm in 2 uur (Bron: Klimaateffectatlas)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Droogte Voor droogte is het van belang om te weten hoe diep het grondwater zit, zodat planten en gewassen tussen regenbuien door hieruit water kunnen onttrekken. Bij te diep grondwater is dat immers niet mogelijk en droogt de omgeving uit. Ook funderingen van gebouwen kunnen schade oplopen bij een te lage grondwaterstand. In de atlas is te zien dat de grondwaterstand in de omgeving van het projectgebied 2 meter onder het maaiveld zit. Met sterke klimaatverandering zal de laagste grondwaterstand naar verwachting dalen met 0,1 tot 0,25 m. In de omgeving wordt geen significante bodemdaling verwacht. Ten slotte wordt gesteld dat de gronden ter plaatse van het projectgebied gematigd gevoelig zij voor natuurbrand. Hittestress Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt welke zorgt voor gezondheidsrisico's. Langdurig aanhoudende hitte kan leiden tot klachten als vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Er bestaat ook verhoogde kans op uitdroging en oververhitting. In het ergste geval kunnen mensen hieraan overlijden. In de fysieke omgeving verhoogt de aanwezigheid van verhard oppervlak de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Binnen het projectgebied en in de omgeving van het projectgebied zijn veel bomen aanwezig.
De gevoelstemperatuur op warme zomerdagen ingeschat op 39 graden Celsius. Met sterke klimaatverandering kan deze temperatuur nog 2 graden oplopen. Het voornemen voorziet in het toevoegen van verharding, waardoor het projectgebied naar verwachting wat zal opwarmen. Echter, ter compensatie zullen nieuwe bomen worden aangeplant. Het toevoegen van schaduw op een perceel is een effectieve methode om hittestress te beperken. Gelet op vorenstaande wordt aantoonbaar geacht dat binnen het projectgebied voldoende maatregelen zijn getroffen om de effecten van hittestress te minimaliseren. Overstroming De Klimaatatlas maakt bij de toetsing van overstromingskans gebruik van de benadering plaatsgebonden overstromingskans. Dit is de kans dat een locatie binnen één jaar te maken krijgt met een bepaalde overstroming. Voor het projectgebied geeft de atlas voor het jaar 2050 een ‘zeer kleine kans’ (1/3.000 tot 1/30.000 per jaar) voor een overstroming met een diepte van 20 cm en een diepte van 50 cm. Ditzelfde beeld ontstaat wanneer de verwachte situatie tot het jaar 2100 wordt bekeken en de gevolgen van klimaatverandering worden meegerekend. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van de effecten van wateroverlast, droogte, hittestress en overstroming geen negatieve effecten te verwachten zijn ten aanzien van de ontwikkeling. 3.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen
3.3.1.1 Algemeen Op 8 maart 2023 hebben de gemeenten Arnhem, Nijmegen en de gemeenten binnen de Groene Metropoolregio de Woondeal uit 2020 hernieuwd. Op Nationale schaal wordt ingezet op de bouw van 900.000 woningen waarvan 2/3 deel minimaal in het betaalbare segment dient te vallen. De groene Metropoolregio en Arnhem en Nijmegen behoren tot de top drie van regio’s waar het grootste woningtekort speelt. In de nieuwe woondeal wordt ingezet op een bovengemiddelde inzet om aan de woningbouwopgave te kunnen voldoen. Regiobreed wordt in de woondeal ingezet op het bouwen van 33.000 woningen tot 2030.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing 3.3.1.2 Werkafspraken Voor de gemeente Zevenaar is in de Woondeal een woningbouwopgave geformuleerd van 1.950 woningen. Daarvan zouden 435 woningen in het segment betaalbare koopwoningen gerealiseerd moeten worden. Jaarlijks wordt de woningbouwprognose tot 2030 bijgewerkt met het beschikbaar komen van de behaalde resultaten van het afgelopen jaar. In 2024 en 2025, de jaren waarin de realisatie van de appartementen plaatsvindt, dienen respectievelijk 50 en 100 woningen gerealiseerd te worden in de gemeente Zevenaar. De gemeenten die meewerken aan de Woondeal zijn daarnaast overeengekomen in 130% van de benodigde woningplannen te faciliteren. 3.3.1.3 Toetsing aan de Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen De 12 appartementen leveren een bijdrage aan de woningbouwopgave van 435 woningen in het betaalbare segment en aan de 50 tot 100 appartementen die gerealiseerd dienen te worden in 2024 en 2025. In de Woondeal ligt de focus op enkele sleutelprojecten waarbij grotere hoeveelheden woningen worden gerealiseerd. Voor Zevenaar wordt anders dan de bovengenoemde doelen niet uiteengezet hoeveel woningen worden gerealiseerd als onderdeel van woningbouwprojecten en hoeveel woningen gerealiseerd worden buiten de grootschalige woningbouwopgaven. De Liemerse woonagenda gaat verder in op de verdeling van de woningbouwopgave in de regio.
In paragraaf 3.3.2 wordt verder ingegaan op de Liemerse woonagenda en het aandeel woningen dat toegevoegd wordt in de gemeente Zevenaar.
3.3.2
Liemerse woonagenda, de koers voor 2020 – 2025
3.3.2.1 Algemeen De Liemerse gemeenten Duiven, Doesburg, Montferland, Westervoort en Zevenaar hebben samen De Liemerse Woonagenda voor de periode 2020-2025 ondertekend. Door middel van deze woonagenda zijn afspraken gemaakt over de te realiseren woningen, zowel kwalitatief als kwantitatief. 3.3.2.2 De Liemerse woningmarkt In de nieuwe woningbehoefteprognoses is er geen sprake meer van een krimp in De Liemers. De prognoses laten tenminste tot 2040 een huishoudensgroei zien. Voor die groeiende vraag van huishoudens zullen nieuwe woningen gebouwd moeten worden. De groei is het grootst in de komende vijf jaar (ongeveer 500 woningen per jaar). Vanaf 2025 ligt deze op ongeveer 300 per jaar en na 2030 is vooralsnog een beperkte groei van 50 woningen per jaar voorzien. In de periode van vijf jaar van de woonagenda ligt er een woningbehoefte die hoger is dan de nieuwbouwaantallen die in de regio de afgelopen jaren zijn opgeleverd. De regio ziet in de huidige woningmarkt dat veel huishoudens en jongeren in het bijzonder, veel moeite hebben om een (geschikte) woning te vinden op de gespannen woningmarkt. Omdat de vraag naar verwachting nog verder zal toenemen heeft het verhogen van de nieuwbouwproductie op de korte termijn (vóór 2025) dan ook prioriteit.
Voor De Liemers als geheel is berekend dat het huidige tekort aan woningen minder groot is dan in de rest van de regio, maar dat tekort is niet overal even groot. Vanwege het grotere tekort op de Arnhemse woningmarktregio wordt in de aangrenzende gemeenten Westervoort en Duiven een groter dan gemiddelde woningmarktdruk ervaren. 3.3.2.3 Behoefte aan betaalbaar wonen Ten opzichte van 2017 ligt het accent nu sterk op de oplopende woningtekorten en de betaalbaarheid van woningen voor middeninkomensgroepen. Volgens het woningbehoefteonderzoek zou tot 2025 bijna de helft van het woningbouwprogramma moeten bestaan uit betaalbare koopwoningen. Daarnaast geeft het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing onderzoek aan dat er vanuit de middeninkomens ook behoefte is aan vrije sector huurwoningen in de middenhuur. 3.3.2.4 Aan de slag met de versnelling van de woningbouw in Liemers In de komende vijf jaar is de toename van de woningbehoefte het grootst. De Liemerse woonagenda beschrijft dat het huidige woningbouwprogramma nog niet van voldoende omvang is om te voorzien in deze behoefte, zeker wanneer de gemeente wil voorzien in extra planaanbod van 130% zoals afgesproken in de Woondeal Regio Arnhem-Nijmegen. Om voor de komende 10 jaar voldoende plancapaciteit beschikbaar te hebben zijn extra locaties nodig. Naast nieuwe transformatielocaties (vrijkomende scholen, sportvelden, kerken etc.) is daarnaast ook een beperkt aantal nieuwe uitleglocaties nodig. 3.3.2.5 Toetsing van het initiatief aan de Liemerse woonagenda, de koers voor 2020 - 2025 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingespeeld op de concrete kwalitatieve en kwantitatieve behoefte in de regio en specifiek in de gemeente Zevenaar. De woningen in onderhavig plan betreffen betaalbare koopwoningen. In deze categorie woningen is sprake van een tekort. Wanneer de helft van de te bouwen woningen dient te bestaan uit deze categorie, ligt er voor de betaalbare koopwoningen nog een grote woningbouwopgave.
Voorliggend plan levert op kleine schaal een bijdrage aan deze woningbouwopgave op een binnenstedelijke locatie. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Liemerse woonagenda.
3.3.3
Regionale Woningmarktmonitor Arnhem-Nijmegen 2020
3.3.3.1 Woningbehoefte Adviesbureau Companen houdt een woningbouwmonitor bij waarin de reeds gerealiseerde woningbouwprojecten en geplande woningbouw vergeleken kunnen worden met de huidige woningbehoefte per gemeente. In de gemeente Zevenaar staat op het moment van schrijven de woningbehoefte tot 2030 op 1.750 woningen. Van de 1.750 woningen bestaan voor 1244 woningen harde plannen (plannen die uitgevoerd gaan worden), of zijn reeds in de realisatiefase. Wanneer de zachte plannen hierbij opgeteld worden komt het totaal op 1982 geplande woningen tegenover een woningbehoefte van 1.750 woningen tot 2030. Dit wordt geïllustreerd in afbeelding 3.5. Omdat van de zachte plannen het doorgaans niet zeker is of de plannen tot uitvoering worden gebracht is het wenselijk om meer zachte plannen in behandeling te nemen dan gevraagd wordt vanuit de woningbouwbehoefte. 3.3.3.2 Realisatie versus woningbehoefte 2022 - 2030 In de monitor is uiteengezet dat voor koopappartementen een woningbehoefte wordt verwacht van 805 woningen tot 2030, waarvan er 41 zijn gerealiseerd in 2022.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.5 Uitsnede van de geplande woningbouw en de woningbouwbehoefte uit de woningmarktmonitor in de gemeente Zevenaar (Bron: groenemetropoolregio.nl, geraadpleegd: juli 2023, bewerkt)
3.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de behoefte aan de woningen volgens de Regionale woningmarktmonitor De woningbouwmonitor van Companen illustreert het verschil in de woningbehoefte en het aantal woningen waarvan de bouw uitgevoerd zal worden (realisatie en harde planning) en waarvan de bouw nog niet vaststaat (zachte planning). Wanneer zowel de gerealiseerde woningen, de harde- en de zachte planning bij elkaar op worden geteld wordt aan de woningbehoefte van de gemeente Zevenaar voldaan. Echter, van de zachte plancapaciteit worden niet alle plannen tot uitvoering gebracht. Tussen de gerealiseerde woningen en harde plannen bestaat een verschil van 506 woningen. Onderhavig plan voegt 12 woningen toe aan de zachte plancapaciteit van de woningbouwopgave en draagt bij aan het verkleinen van het verschil van 506 woningen dat gebouwd dient te worden voor 2030. Daarnaast levert het plan een bijdrage aan de behoefte aan 805 koopappartementen. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat in de Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen de woningbouwopgave voor de gemeente Zevenaar naar boven is bijgesteld, naar 1950 woningen in 2030. Deze aanpassing is nog niet opgenomen in de woningmarktmonitor. Het overschot dat ontstaat met de zachte plannen is met deze bijstelling aanzienlijk kleiner. Het toevoegen van meer harde plannen is hiermee wenselijk. 3.3.4
Conclusie toetsing aan het regionaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten van het regionaal beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030
3.4.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 is op 25 april 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Rijnwaarden (nu opgegaan in gemeente Zevenaar). De omgevingsvisie is een integrale visie waarin de gemeente strategische keuzes maakt. De hoofdthema’s uit de omgevingsvisie zijn: duurzaam, leefbaar, mooi en toeristisch. De visie geeft geen eindbeeld maar een omschrijving van de kernwaarden en kansen voor het gebied. Initiatieven worden getoetst of ze passen binnen de kernwaarden, of deze versterken. Enkele relevante hoofddoelen die relevant zijn voor voorliggende ontwikkeling worden hierna per thema zijn beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing De visie voor 2030 Levendigheid vind je in de dorpen, op de dijken en rond de recreatieplassen. Het behoud van leefbaarheid is de grootste prioriteit. De leefbaarheid wordt bepaald door de (fiets)bereikbaarheid van voorzieningen en de gemeenschapszin. Maar ook in de creativiteit van het zelfvoorzienend zijn. Iets dat past bij een eiland. Bouwen voor de eigen behoefte, op plekken en manieren met maatschappelijke meerwaarde, en ook voorzien in de eigen (duurzame) energiebehoefte horen daar bij. Ruimtelijke kwaliteit is belangrijk op plekken waar veel bezoekers komen. Op andere plekken mag het ook gewoon functioneel zijn. Zo moeten de boeren in de primaire landbouwgebieden hun werk optimaal kunnen uitvoeren, zonder onnodige hinder van recreanten of natuurontwikkeling. Een duurzaam Gelders Eiland Gesteld wordt dat de gemeente achter loopt op het gebied van duurzaamheid en deze achterstand snel wil inhalen. Er wordt bijvoorbeeld gestuurd op particuliere initiatieven op het gebied van klimaatadaptatie zoals minder verhardingen, maar meer groen op particulier terrein. Een leefbaar Gelders Eiland Inwoners van het Gelders Eiland maken zich zorgen over de leefbaarheid van hun dorpen. Het wegtrekken van mensen brengt leegstand en een onvermijdelijke vermindering van het voorzieningenaanbod met zich mee.
Dat betekent een toenemende druk op de leefomgeving en een uitdaging om het Gelders Eiland aantrekkelijk, vitaal en levendig te houden. Voor de dorpen, maar ook voor het buitengebied. De kracht van het Gelders Eiland ligt in de saamhorigheid en de sociale cohesie in de dorpen. Actieve dorpsraden, verenigingen en lokale ondernemers zijn de belangrijkste motoren van een vitaal Gelders Eiland. In het buitengebied vormt de landbouwsector een belangrijke economische drager. Ook in die sector zijn grote veranderingen gaande. Door een goede positionering en inzet van dorpsraden, verenigingen en ondernemers is het mogelijk om samen de levendigheid in stand te houden of zelfs te vergroten. Dit vergt van de gemeente dat zij open staat voor maatschappelijke initiatief. Duidelijke en heldere communicatie is hierbij van groot belang. Initiatiefnemers krijgen de kans om het Gelders Eiland mooier te maken dan ze al is. De samenleving is hierin leidend. Door marketing zetten samenleving en gemeente het aantrekkelijke wonen en recreëren verder op de kaart. Bereikbaarheid is voor leefbaarheid van het groots belang, zowel per fiets, auto, openbaar vervoer als digitaal. Vanuit Nederland en Duitsland zijn goede verbindingen naar de steden in de regio, zoals Nijmegen, Arnhem en Emmerich. Dit is voor zowel toerisme als voorzieningen belangrijk.
Een mooi Gelders Eiland Het Gelders Eiland is een mooi gevarieerd gebied met een lange geschiedenis. Onderhoud en ontwikkeling van de ruimtelijke omgeving staan in het teken van het versterken en tonen van deze kwaliteiten. De realiteit is echter dat door economische en demografische ontwikkelingen steeds meer plekken leeg (komen) te staan. Dit zet de ruimtelijke kwaliteit van de dorpen en het landschap onder druk. Het resterende programma op het vlak van wonen, bedrijvigheid, recreatie en toerisme, moet worden ingezet op locaties waar dit bijdraagt aan een duurzaam, leefbaar of mooi Gelders Eiland. Afbeelding 3.6 weergeeft een uitsnede van de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 3.6
Uitsnede Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030, projectgebied is rood omlijnd (Bron: gemeente Zevenaar)
3.4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030’ In voorliggende geval worden 12 betaalbare koopwoningen gerealiseerd op een inbreidingslocatie op de rand tussen de kernen Tolkamer en Lobith. De woningen worden verkocht in het betaalbare segment en zijn bedoeld om met name jongeren en starters op de woningmarkt binnen de gemeente en/of regio. Met het creëren van huisvesting voor deze doelgroep wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid van Tolkamer en Lobith. Jongeren hoeven niet buiten de gemeente te zoeken naar leefruimte en zullen een bijdrage leveren aan het in stand houden van de voorzieningen, verenigingen en ondernemers in de gemeenschap. Het toevoegen van woonruimten specifiek voor deze doelgroep komt ten goede aan de sociale cohesie binnen de gemeenschap. Het projectgebied wordt na de realisatie van het appartementencomplex parkachtig ingericht. Het projectgebied zal wanneer de ontwikkeling voltooid is, meer bomen bevatten dan voorheen aanwezig waren. Op het dak van het complex worden zonnepanelen gelegd. In de omgevingsvisie is het projectgebied aangeduid als een plek waar de ruimtelijke kwaliteit belangrijk is (zie afbeelding 3.4). Voor onderhavig plan is daarom een erfinrichtingsplan opgesteld waarin de extra inspanning die is verricht om het plan in te passen in de omgeving is toegelicht.
Dit onderdeel is reeds behandeld in paragraaf 2.3.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Doordat de woningen worden gerealiseerd voor een doelgroep waarbinnen een grote vraag naar woningen bestaat binnen de gemeente en de regio, wordt geen leegstand verwacht. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat het verhuizen van starters op de woningmarkt naar de nieuwe appartementen leegstand tot gevolg zal hebben voor andere woningen binnen de gemeente Zevenaar. De concrete vraag naar het type woningen is reeds onderbouwd bij het onderdeel Ladder voor duurzame verstedelijking onder 3.1.2 en bij het regionaal beleid, onder de paragrafen 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3. Geconcludeerd wordt dat het initiatief aansluit bij de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030. In de volgende paragraaf wordt nader op het gemeentelijk woonbeleid ingegaan. 3.4.2
Woonvisie Gelders Eiland 2018
3.4.2.1 Algemeen Het Gelders Eiland is een prettig gebied om te wonen binnen de gemeente Zevenaar. Dit moet ook in de toekomst zo blijven. Voor de huidige bewoners en nieuwe bewoners. De gemeente kijkt kritisch naar de vraag naar nieuwe woningen, de kwaliteit van de bestaande woningen en naar doelgroepen, die het op de woningmarkt lastig hebben. De woonvisie is in werking vanaf 23 juni 2018 en vormt een nadere invulling van het aspect wonen zoals het is omschreven in de Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030. De woonvisie bestaat uit een visiedeel en een uitvoeringsprogramma. Hierna wordt ingegaan op de relevante onderdelen uit de woonvisie voor onderhavige ontwikkeling. 3.4.2.2 Visie op woningbouw De woonvisie is gebaseerd op een dalende woningbouwbehoefte in de gemeente. In de visie wordt nieuwe woningbouw gezien als een middel om leegstand en verpaupering tegen te gaan. Beperkte ruimte wordt geboden om woningen toe te voegen. Als gevolg hiervan ondersteunt de visie enkel projecten die aansluiten aan de vraag naar het type woningen volgens de regionale afspraken. Enkele uitgangspunten die de woonvisie voor nieuwbouwwoningen aanhoud zijn: -
-
Inbreiden voor uitbreiden; de schaarse ruimte moet duurzaam gebruikt worden en aansluiten bij de woningvraag. Inzetten op maatwerk; de gemeente geeft de voorkeur aan maatwerkprojecten die optimaal bijdragen aan de woningvraag en leefbaarheid in de specifieke kern. Op basis van aard, schaal en de specifieke woningbehoefte wordt samen met bewoners en specialisten welke aanvullingen gewenst zijn. De gemeente hanteert een flexibele woningbouwprogrammering waarin ruimte wordt geboden voor kansrijke en passende woningbouw. De gemeente heeft hierin maximale termijnen opgenomen waarbinnen een plan tot realisatie moet komen. Binnen twee jaar na de principe-uitspraak voor planologische medewerking moet het initiatief zijn vastgesteld in een bestemmingsplan of omgevingsvergunning voor de bouw. Daarna moet binnen twee jaar met de bouw gestart zijn. Wanneer dit niet haalbaar blijkt houd de gemeente de ruimte om afscheid te nemen.
3.4.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Gelders Eiland 2018 In de woonvisie wordt aangegeven dat nieuwbouwprojecten enkel mogelijk zijn wanneer aansluiting wordt gevonden bij de vraag vanuit de doelgroep en de vraag naar het type woning. Daarnaast heeft inbreiden de voorkeur voor uitbreiden. Uit de toetsing aan de meest recente woningbouwopgave in de woonvisie en de regionale woningdeal (paragraaf 3.3.1) is gebleken dat in de jaren na 2018 de woningmarkt veranderd is. Momenteel bestaat er een grote vraag naar woningen voor starters en jongeren en is de bevolkingsprognose tot en met 2040 omgeslagen van een verwachte daling in een verwachte stijging. Naar appartementen binnen het betaalbare segment bestaat meer vraag dan het aantal appartementen uit dit segment dat is opgenomen in de bouwplanning in de regionale woningmarktmonitor. Het initiatief sluit hiermee aan bij de woningvisie in de zin dat gebouwd wordt
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing voor een bestaande vraag. Hiernaast hebben in de planvoorbereiding al enkele woningzoekenden zich aangemeld als geïnteresseerde kopers. De woningen in onderhavig plan worden gebouwd voor starters en jongeren in de gemeente Zevenaar en de omliggende regio. Zo wordt geprobeerd jongeren in de regio te houden en wordt een bijdrage geleverd aan de leefbaarheid van de kleine kernen zoals Tolkamer en Lobith. Daarnaast is reeds onderbouwd dat met onderhavig plan gebruik wordt gemaakt van een inbreidingslocatie. Gesteld wordt dat met onderhavig plan wordt aangesloten bij de vraag naar het type woning binnen de doelgroep en dat de ontwikkeling aansluit bij de voorkeur voor inbreiding uit de gemeentelijke omgevingsvisie. De toetsing van het plan aan de hand van de woningbouwprogrammering volgt in de volgende paragraaf. 3.4.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, besluit milieueffectrapportage en water. Voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing zijn enkele milieukundige onderzoeken uitgevoerd. Dit zijn de onderzoeken naar wegverkeerslawaai, een verkennend bodemonderzoek, een quickscan natuurwaarden en een stikstofberekening. Deze onderzoeken zijn toegevoegd aan de bijlagen van deze ruimtelijke onderbouwing.