Agendabundel
Tekst van het document
6
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS 2024 Ontwerp
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland, DATUM<<< Secretaris, Bregje Booltink
Burgemeester, Harry de Vries
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders Duiven, >>>DATUM<<< Secretaris, Rutger den Haan
Burgemeester, Huub Hieltjes
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders Zevenaar, >>>DATUM<<< Secretaris, Danielle Jansen
Burgemeester, Lucien van Riswijk
7
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers 2024 De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Montferland, Duiven en Zevenaar; Overwegende dat per 1 januari 1997 de bekostiging van de huisvesting van het voortgezet onderwijs gedecentraliseerd is; Gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Gelet op de intentieverklaringen van de respectievelijke gemeenraden tot samenwerking op het terrein van huisvesting van voortgezet onderwijs in de Liemers, zoals deze zijn vastgesteld in de respectievelijke raadsvergaderingen van oktober 1995; Besluiten de volgende regeling te treffen: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Duiven, Montferland en Zevenaar; Overwegende dat: • de Gemeenschappelijke regeling huisvesting voortgezet onderwijs in de Liemers (GRHVOL) in 1995 in werking is getreden om gezamenlijk de huisvestingslasten van het voortgezet onderwijs te dragen; • deze regeling voor het laatst is gewijzigd in 2006; • dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022 is gewijzigd en • bestaande gemeenschappelijke regelingen binnen de overgangstermijn van twee jaar dienen te worden aangepast aan de wet; • dat nu ook de mogelijkheid wordt benut om de regeling waar nodig te actualiseren; gelet op: de toestemmingsbesluiten van de gemeenteraden van Duiven [d.d.
12 december 2023] en Montferland [d.d. 14 december 2023] Zevenaar [d.d 20 december 2023], en de toepasselijke bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet; besluit: de Gemeenschappelijke regeling huisvesting voortgezet onderwijs in de Liemers te wijzigen waarna deze als volgt komt te luiden: Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers 2024 Begripsbepalingen Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a.
de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
b.
het gemeenschappelijk orgaan: het bestuur van deze gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; 1
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
c.
een deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende gemeente;
d.
Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Gelderland.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: A college college van burgemeester en wethouders B deelnemende gemeente de gemeente wiens bestuursorgaan deelneemt aan deze regeling C deelnemer de aan deze regeling deelnemende bestuursorganen D Gedeputeerde Staten Gedeputeerde Staten van Gelderland E gemeenschappelijk orgaan het bestuur van deze gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, van de Wgr F raad gemeenteraad G regeling deze gemeenschappelijke regeling H wet Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Gemeenschappelijk Orgaan Artikel 2 1.
Er wordt een Gemeenschappelijk Orgaan ingesteld.
2.
Het Gemeenschappelijk Orgaan is gevestigd te Zevenaar.
3.
Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.
Belangen en bevoegdheden Artikel 3 1. De regeling is getroffen voor de uitvoering, de financiering en bekostiging van de gemeentelijke taak op het gebied van de huisvesting van het voortgezet onderwijs. 2. Het gemeenschappelijk orgaan stelt jaarlijks ten behoeve van de begroting en de jaarrekening van de deelnemende gemeenten een eigen begroting en een afrekening op ten aanzien van de taak genoemd in het eerste lid. 3. Het gemeenschappelijk orgaan laat de afrekening bedoeld in het tweede lid door een accountant controleren. Samenstelling Gemeenschappelijk Orgaan Artikel 4 1.
Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit de daartoe door de colleges van burgemeester en wethouders aangewezen leden,
2.
Het college burgemeester en wethouders van iedere deelnemende gemeente wijst daartoe een lid aan.
2
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
3.
Als lid en plaatsvervangend lid kunnen slechts warden aangewezen de leden van het college van burgemeester en wethouder van de deelnemende gemeente.
4.
Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan bij verhindering warden vervangen door een daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsvervangend lid.
5.
Van elke aanwijzing tot lid van het gemeenschappelijk orgaan geven burgemeester en wethouders van de gemeente wie zulks aangaat binnen 8 dagen kennis aan de voorzitter van het gemeenschappelijk orgaan. 1. Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen; 2. Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit een lid per deelnemer; 3. Iedere deelnemer wijst uit zijn midden een lid en een plaatsvervangend lid aan; 4. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan bij verhindering worden vervangen door een aangewezen plaatsvervangend lid. 5. Van elke aanwijzing tot lid en plaatsvervangend lid van het gemeenschappelijk orgaan geven burgemeester en wethouders van de gemeente wie zulks aangaat binnen 8 dagen kennis aan de voorzitter van het gemeenschappelijk orgaan.
Verantwoording Artikel 5 1.
Het lidmaatschap van het gemeenschappelijk orgaan eindigt op de dag waarop het lidmaatschap van bet college van burgemeester en wethouders afloopt. Het college van burgemeester en wethouders wijst in zijn eerste vergadering daaropvolgend -of zo dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk daama- een nieuw lid aan.
2.
Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan te allen tijde ontslag nemen. Hij ricbt een daartoe strekkend verzoek aan het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen. Het lid houdt zitting in bet gemeenschappelijk orgaan totdat in de opvolging is voorzien.
3.
Het college van burgemeester en wethouders kan een door hem aangewezen lid ontslaan als deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. Het lidmaatschap eindigt op de dag waarop bet ontslagbesluit is bekend gemaakt. 1. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan door het college dat dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door dat lid in het gemeenschappelijk orgaan gevoerde beleid. 2. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan legt periodiek uit eigen beweging aan het college dat dit lid heeft aangewezen in de vergadering van dat college verslag en verantwoording af van het door dat lid in het gemeenschappelijk orgaan gevoerde beleid. 3. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan verstrekt aan het college dat dit lid heeft aangewezen mondeling of schriftelijk de gevraagde inlichtingen.
Einde lidmaatschap 3
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Artikel 6 1. Het lidmaatschap van het gemeenschappelijk orgaan eindigt op de dag waarop het lidmaatschap van het college van burgemeester en wethouders afloopt. Het college van burgemeester en wethouders wijst in zijn eerste vergadering daaropvolgend, of zo spoedig mogelijk daarna, een nieuw lid aan. 2. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan te allen tijde ontslag nemen. Hij richt een daartoe strekkend verzoek aan het college van burgemeester en wethouders dat dat lid heeft aangewezen. Het lid houdt zitting in het gemeenschappelijk orgaan totdat in de opvolging is voorzien. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan een door dat college aangewezen lid ontslaan als deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. Het lidmaatschap eindigt op de dag waarop het ontslagbesluit is bekend gemaakt. Werkwijze Artikel 76 1.
Het gemeenschappelijk orgaan vergadert ten minste eenmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of indien een van de leden van bet gemeenschappelijk orgaan dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.
2.
De vergaderingen van het gemeenschappelijk orgaan worden in het openbaar gehouden. De deuren worden gesloten indien een van de leden daarom verzoekt of de voorzitter dit nodig oordeelt. Het gemeenschappelijk orgaan beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
3.
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen betreffende de onderwerpen bedoeld in artikel 24 van de Gemeentewet, wijziging en opheffing van de regeling, het toetreden tot en het uittreden uit de regeling. 1. Het gemeenschappelijk orgaan vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of indien één van de leden van het gemeenschappelijk orgaan dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt. 2. De vergaderingen van het gemeenschappelijk orgaan worden in het openbaar gehouden.
lnformatie- en verantwoordingsplicht Artikel 7 Het gemeenschappelijk orgaan geeft binnen 3 maanden aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden schriftelijk gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met bet openbaar belang. De deelnemende gemeenten geven alle informatie die de accountant nodig oordeelt in het kader van de controle van de jaarrekening van deze gemeenschappelijke regeling.
Vergoedingen
4
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Artikel 8 De leden en de plaatsvervangend leden van het gemeenschappelijk orgaan ontvangen van het gemeenschappelijk orgaan geen enkele tegemoetkoming in de hun functie gemaakte kosten.
Voorzitter Artikel 9 1.
De voorzitter van bet gemeenschappelijk orgaan wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het gemeenschappelijk orgaan uit zijn midden aangewezen.
2.
Artikel 41 b van de Gemeentewet is ten aanzien van de voorzitter van overeenkomstige toepassing.
3.
Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een hiertoe door het gemeenschappelijk orgaan uit zijn midden aan te wijzen lid.
4.
Het gemeenschappelijk orgaan kan de voorzitter als voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het gemeenschappelijk orgaan niet meer bezit.
5.
Indien de voorzitter tussentijds ophoudt lid te zijn van het gemeenschappelijk orgaan, houdt hij tevens op voorzitter te zijn. In geval tussentijds de functie van voorzitter beschikbaar komt, wijst het gemeenschappelijk orgaan zo spoedig mogelijk een nieuwe voorzitter aan. Gaat het openvallen van de functie van voorzitter gepaard met het openvallen van een plaats in het gemeenschappelijk orgaan, dan wordt het aanwijzen van een nieuwe voorzitter uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het gemeenschappelijk orgaan is bezet.
6.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het gemeenschappelijk orgaan. Hij tekent de stukken die van het gemeenschappelijk orgaan uitgaan.
7.
Artikel 26 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Secretaris Artikel 10 1.
Burgemeester en wethouders van de gemeente van vestiging van het gemeenschappelijk orgaan wijzen in overeenstemming met het gemeenschappelijk orgaan een secretaris aan.
2.
Alle stukken uitgaande van het gemeenschappelijk orgaan warden door de secretaris mede ondertekend.
3.
De gemeente van vestiging brengt voor de werkzaamheden ten behoeve van het gemeenschappelijk orgaan geen kosten in rekening bij het gemeenschappelijk orgaan of de deelnemende gemeenten.
5
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Werkgroepen / ambtelijke ondersteuning Artikel 11 1.
Het gemeenschappelijk orgaan kan werkgroepen instellen ter bestudering van onderwerpen en ten behoeve van de voorbereiding van de uitvoering van taken in het kader van de behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen.
2
Het gemeenschappelijk orgaan regelt de samenstelling en de werkwijze.
3.
De secretaris is tevens secretaris van de in het eerste lid bedoelde werkgroepen, tenzij anders wordt bepaald.
4.
De ambtelijke ondersteuning geschiedt om niet.
Financien Artikel 112 1. 1. Het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting vast uiterlijk 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt. Voor wat betreft de begrotingscyclus zijn de artikelen 34, 34b en 35 van de Wgr van toepassing.
2.
Het gemeenschappelijk orgaan zendt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting uiterlijk op 15 april toe aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. De colleges van burgemeester en wethouders kunnen omtrent de ontwerpbegroting van hun gevoelen zienswijze doen blijken. Het gemeenschappelijk orgaan gaat na of de commentaren waarin dit gevoelen deze zienswijze is vervat aanleiding geven tot wijziging. 2. 3. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage aan het gemeenschappelijk orgaan voor het jaar waarop deze begroting betrekking heeft. op basis van het aantal leerlingen per gemeente dat in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het voortgezet onderwijs bezoekt volgens de meest recente prognose.
4.
De bijdrage wordt op aanwijzing van het gemeenschappelijk orgaan gebruikt ter dekking van huisvestingslasten, waaronder te weten: kapitaallasten, gebruik sportvelden, verzekeringen brand/storm, OZB, onderhoud en overige kosten, gedaan door een of meer van de deelnemende gemeenten.
5.
De bijdrage van de deelnemende gemeenten voor 2006 is, overeenkomstig de vorige Gemeenschappelijke regeling (rbs december 1995) afhankelijk van het aantal leerlingen van het voortgezet onderwijs dat in die gemeente, voor wat betreft het onderwijs is gehuisvest, en de capaciteit van de onderwijsgebouwen in die gemeente. Voor 2006 wordt bij de begroting zowel de capaciteit als het aantal leerlingen vastgesteld.
6
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Ingaande 2007 is de bijdrage van de deelnemende gemeenten afhankelijk van het aantal leerlingen van het voortgezet onderwijs <lat in gemeente, voor wat betreft het voortgezet onderwijs, is gehuisvest op de teldatum 1 oktober van het voorgaande kalenderjaar. Jaarlijks wordt bij de begroting het aantal leerlingen voor het begrotingsjaar vastgesteld. Daarbij wordt de weging van de soort voortgezet onderwijs in acht genomen. Onder weging wordt verstaan de factor die het Rijk hanteert bij de berekening van de vergoeding per leerling voor huisvestingslasten in de Algemene Uitkering uit het· Gemeentefonds. 3. 6. Het Gemeenschappelijk orgaan stelt bij de begroting vast de financiële bijdrage die de afzonderlijke deelnemende gemeenten verschuldigd zijn op basis van het aantal leerlingen per gemeente dat in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het voortgezet onderwijs bezoekt volgens de meest recente prognose.. Na verrekening van de geraamde lasten met de verschuldigde bijdrage, wordt het deficit tekort of overschot verrekend met het eigen vermogen van de Gemeenschappelijke regeling. Overschotten/tekorten worden via de egalisatiereserve direct afgerekend met deelnemende gemeenten. De egalisatiereserve zal altijd saldo € 0 hebben. De verrekening is per 15 juli van het begrotingsjaar volgend op het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
De verrekening is per 1 juli van het begrotingsjaar. 4. 7. Het eigen vermogen wordt in de vorm van een reserve aangehouden bij de gemeente waar het Gemeenschappelijk orgaan is gevestigd. Jaarlijks wordt daaraan rente toegerekend. Als de reserve leeg is, wordt er geen rente aan toegerekend. De hoogte van het rentepercentage wordt bepaald op dat een annuïtaire geldlening met een looptijd van 40 jaar, en zo deze niet aanwezig is, de daarop volgende looptijd, bij de BNG op 2 januari van het begrotingsjaar. Als deze niet aanwezig is wordt de daarop volgende looptijd genomen die bij de BNG geldt op 2 januari van het begrotingsjaar. 8.
De investeringen worden geacht te worden gedaan op basis van een veertigjarige annuïteit, tegen het rentepercentage dat geldt voor een annuïtaire geldlening bij de BNG met eenzelfde looptijd ten tijde van het raadsbesluit. over de honorering van aangevraagd krediet.
9.
Uitsluitend huisvestingslasten (zie art. 11 lid 4), waaronder kapitaallasten, die voortvloeien uit investeringen volgens de wet op het voortgezet onderwijs, en die voorafgaande aan het betreffende raadsbesluit zijn goedgekeurd door het Gemeenschappelijk orgaan, worden gedekt binnen de begroting van de Gemeenschappelijke regeling. Bij de beoordeling door het Gemeenschappelijk orgaan van de investering wordt geen acht geslagen op eventuele gemeentelijke verordeningen op het gebied van huisvesting.
Verdeling van lasten Artikel 123 De in artikel 112, lid 5, omschreven wijze van verdeling van de lasten sluit aan bij de wijze van vergoeding van deze kosten door het Rijk aan de gemeenten. Wanneer de vergoeding door het Rijk wijziging ondergaat, waardoor het onredelijk wordt om de verdeling van de lasten te doen plaatsvinden op de wijze als omschreven in het bedoelde lid, zal een nieuwe verrekeningswijze worden vastgesteld door de raden van de deelnemende gemeenten, die wanneer dat redelijkerwijs mogelijk is, aansluit bij de vergoeding die de gemeenten ontvangen voor het voortgezet onderwijs. 7
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Wanneer ook dit geen basis is voor de verdeling, wordt deze gebaseerd op het belang dat de verschillende gemeenten hebben bij de onderwijsvoorziening.
Geschillen Zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten Artikel 134 1.
Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, kan het gemeenschappelijk orgaan het geschil voorleggen aan een daartoe door partijen in te stellen en nader te regelen geschillencommissie.
2.
De in bet vorige lid van dit artikel bedoelde geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken partijen en brengt advies uit over de mogelijkheid partijen tot overeenstemming te brengen.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen zienswijzen naar voren brengen met betrekking tot de besluiten van het gemeenschappelijk orgaan waarvoor de wet dat voorschrijft. Inlichtingen Artikel 14 1. Het gemeenschappelijk orgaan verstrekt uit eigen beweging en op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten of leden daarvan schriftelijk de inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 2. Op verzoek van raden van deelnemende gemeenten of leden daarvan worden door het gemeenschappelijk orgaan de schriftelijk gevraagde inlichtingen binnen drie maanden schriftelijk gegeven. 3. De deelnemende gemeenten geven alle informatie die de accountant nodig oordeelt in het kader van de controle van de jaarrekening van deze gemeenschappelijke regeling. Betrekken van ingezetenen en belanghebbenden Artikel 15 1. Belanghebbenden en ingezetenen worden door het gemeenschappelijk orgaan op uitnodiging bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken. 2. Belanghebbenden en ingezetenen kunnen bij de secretaris van het gemeenschappelijk orgaan een met redenen omkleed verzoek doen om een uitnodiging als bedoeld in het eerste lid te ontvangen. 3.
Het gemeenschappelijk orgaan kan belanghebbenden en ingezetenen betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling door daartoe bijeenkomsten te organiseren. Toetreding, uittreding en opheffing Artikel 165
8
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
1.
Toetreding tot de regeling door andere gemeente kan plaatsvinden bij besluit van de raad het college van die gemeente na verkregen toestemming van de raad, indien tenminste twee-derde van de deelnemende gemeenten daarmee instemt.
2.
Het gGemeenschappelijk orgaan regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden,
3.
Het gGemeenschappelijk orgaan regelt de rechten en verplichtingen welke voor de toetredende gemeente uit de regeling voortvloeien.
4.
De toetreding gaat in op de eerste <lag van de maand, volgende op die waarin het door Gedeputeerde Staten goedgekeurde besluit tot toetreding is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 27, lid 2, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
5.
Terstond na de toetreding wijst de raad van de toegetreden gemeente het lid en diens plaatsvervanger aan dat zitting neemt in het Gemeenschappelijk orgaan.
Uittreding Artikel 176 1.
Een deelnemende gemeente kan uittreden uit de regeling door een daartoe strekkend besluit van de raadhet college, na daartoe verkregen toestemming van de raad.
2.
Het Gemeenschappelijk orgaan regelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de financiële gevolgen en overige gevolgen van de uittreding.
3.
De financiële gevolgen voor de uittredende gemeente omvatten tenminste het saldo van de contante waarde van de rechten en verplichtingen van de uittredende gemeente jegens het gemeenschappelijk orgaan, daarin begrepen de aangegane toekomstige rechten en verplichtingen.
Wijziging Artikel 187 1.
De raden van de deelnemende gemeenten deelnemers kunnen aan het gemeenschappelijk orgaan voorstellen doen tot wijziging van de regeling.
2.
Indien het gemeenschappelijk orgaan wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel doen toekomen aan de besturen van colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
3.
Een wijziging is tot stand gekomen wanneer de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten daartoe hebben besloten.
4.
De wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de goedkeuring van Gedeputeerde Staten van het besluit tot wijziging is ontvangen en waarin de wijziging overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, lid 3, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is geregistreerd.
5.
Het gemeenschappelijk orgaan regelt de gevolgen van de wijziging. 9
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
1. Artikel 1, tweede en derde lid, van de wet zijn van overeenkomstige toepassing bij de wijziging van de regeling. Opheffing Artikel 198 1.
De regeling wordt opgeheven wanneer de raden van tenminste twee-derde van·de deelnemende gemeenten deelnemers daartoe besluiten.
2.
In geval van opheffing van de regeling regelt het gemeenschappelijk orgaan, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan.
3.
Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld, dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten zijn gehoord.
4.
Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing, met overeenkomstige toepassing van artikel 16, lid 3.
5.
Alle rechten en verplichtingen van het gemeenschappelijk orgaan gaan na opheffing over op de deelnemers aan de regeling zoals voorzien in het Iiquidatieplan.
Archief Artikel 2019 1.
De bepalingen van de Archiefwet 196295 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften, voor zover betrekking hebbende op de archiefbestanden van de gemeenten, zijn van overeenkomstige toepassing.
2.
De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.
3.
De gemeentearchivaris van de gemeente van vestiging oefent overeenkomstig de voor hem gestelde regels toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden.
Slotbepalingen Evaluatie van de regeling Artikel 210 De regeling treedt in werking op 1 januari 2006, respectievelijk zodra de regeling is ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 27, lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 1. Deze regeling wordt eens per vier jaar door het gemeenschappelijk orgaan geëvalueerd. 2. Van de evaluatie als bedoeld in het eerste lid wordt een verslag gemaakt dat aan de deelnemers en de raden van de deelnemende gemeenten wordt toegestuurd. Inwerkingtreding 10
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Artikel 221 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van vestiging draagt zorg voor toezending van de regeling, besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling zoals bedoeld in artikel 26, van de Wet gemeenschappelijke regeling. De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd en treedt in werking op 1 juli 2024. Artikel 22 De begroting van deze Gemeenschappelijke regeling wordt voor de eerste maal vastgesteld voor het kalenderjaar 2006. De eerste jaarrekening van de deze Gemeenschappelijke regeling heeft betrekking op dezelfde periode als die van de begroting.
Citeertitel Artikel 23 De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.
Artikel 24 De regeling kan warden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling huisvesting voortgezet onderwijs in de Liemers 2024”. Aldus vastgesteld in de raad door het college van de gemeente Montferland in zijn openbare vergadering van 23 februari 2006, << DATUM>> GriffierSecretaris,
Voorzitter Burgemeester,
Aldus vastgesteld in de raad door het college van de gemeente Duiven in zijn openbare vergadering van 6 februari 2006, << DATUM >> Griffier Secretaris,
Voorzitter Burgemeester,
Aldus vastgesteld door de raad het college van de gemeente Zevenaar in zijn openbare vergadering van 22 februari 2006, << DATUM >> GriffierSecretaris,
VoorzitterBurgemeester,
11
Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers Agenda GRHVOL, d.d. 12-10-2023, gemeentehuis Zevenaar. Aanwezig: Bart Kagei (BK, Zevenaar, voorzitter), Wytske Dijkstra (WD, Zevenaar, secretaris), Henk Groote (HG, Montferland), Bernadette Groenenstijn (BG, Montferland), Ricardo Dorst (RD, Duiven) en Manfred Haveman (MH, Zevenaar, notulist). Afwezig: bestuurlijke vertegenwoordiging uit Duiven, Daan van Onna (penningmeester, Montferland).
1 Opening en agenda vaststellen Geconstateerd wordt dat gemeente Duiven niet bestuurlijk is vertegenwoordigd. Hiermee mist dit overleg de bestuurlijke slagkracht die nodig is. De aanwezige bestuurders vinden dit kwalijk. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
2 Mededelingen -
Daan van Onna kan niet aanwezig zijn (penningmeester). Voor dit overleg wordt zijn taak waargenomen door Bernadette Groenenstijn. In gemeente Duiven is een nieuwe collega gestart op het gebied van accommodatiebeleid. Mogelijk hoort daar tzt ook onderwijshuisvesting bij.
3 Verslag d.d. 8 juni 2023 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. Naar aanleiding van: Besproken wordt hoe de huidige raden, die de geschiedenis niet/onvoldoende kennen, geïnformeerd worden over de gemeenschappelijke regeling, de GRHVOL, om zodoende een doorwrocht besluit te kunnen nemen. De ontwikkelingen van nu zijn een gevolg van de besluitvorming inzake Vestersbos. Daartoe dienen de raden voldoende inzicht te hebben in het hoe en wat, over nut en noodzaak van deze gemeenschappelijke regeling. Tevens dienen de raden te worden meegenomen in de nieuwe ontwikkelingen op Heerenmäten. Ambtelijk is dit nog niet tot een eenduidige insteek gekomen. Geconstateerd wordt dat het erg lastig is dat deze gemeente Duiven nu niet bestuurlijk is vertegenwoordigd. Dit betekent dat er een separaat moment gezocht moet worden om bestuurlijke afstemming over standpuntbepaling en het raadstraject te krijgen. Voor het verslag het citaat van HG: “Uiterst teleurstellend dat de collega van Duiven er niet is.” Verder wordt afgesproken om als eerste stap op korte termijn bijeen te komen met de 3 bestuurders. Vervolgens begin volgend jaar een nieuw -fysiek- bestuurlijk overleg te plannen met Quadraam. Actie: WD organiseert bestuurlijk overleg op korte termijn.
4 Wijziging GRHVOL ivm nieuwe Wgr De Wet gemeenschappelijke regelingen is per 1 juli 2022 gewijzigd. Gemeenten hebben twee jaar de tijd om hun gemeenschappelijke regelingen daarop aan te passen. Het ontwerp van de nieuwe regeling ligt voor, inclusief college- en raadsvoorstel. Het concept is eerder besproken in dit gremium. Inhoudelijk heeft dat niet tot aanpassingen geleid. Qua planning wordt gekoerst op de colleges van 12 december (Duiven), 14 december (Montferland) en 20 december (Zevenaar). Ook hier geldt de vraag: wat vindt Duiven? Ambtelijk wordt gesteld dat er geen op- en/of aanmerkingen op het voorstel worden verwacht en dat e.e.a. op route kan. Aldus wordt besloten: allen zijn akkoord met wat voorligt en de stukken kunnen op route naar de colleges en raden van de drie gemeenten. Ambtelijk wordt nog een finale check op spelling en verwijzingen gedaan (Actie WD). En voor de goede orde wordt aangegeven dat het verslag van deze bespreking onderdeel uitmaakt van het raadsvoorstel.
Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers 5 Ontwikkelingen toekomstige huisvesting De bestuurlijke afwezigheid van Duiven maakt dat deze huidige vergadering waarbij Quadraam aanschuift, informerend van aard is, waarin kennis wordt genomen van het eindrapport van De Mevrouwen. Gesuggereerd wordt om wel alvast ook een lijn wat betreft financiën namens de gemeenten mee te geven. Montferland geeft bij voorbaat aan dat het scenario van 32 miljoen niet realistisch is. Geopperd wordt om het onderwijs ofwel te verzoeken om naar een lager bedrag te schrijven, ofwel een richtinggevend bedrag mee te geven wat vanuit de gemeenten haalbaar is. Geconstateerd wordt andermaal dat het nu helaas niet lukt om een heldere bestuurlijke boodschap af te geven. Aangegeven wordt dat het gesprek zich niet moet beperken tot een financiële. Er is een goede duiding nodig waarom een investering noodzakelijk is; de onderwijskundige meerwaarde; de investering op langere termijn. Niet blind staren op bedrag dat je morgen kwijt bent, maar vanuit lange termijnvisie. Binnen de GRHVOL is overeenstemming nodig om gezamenlijke lijn te hebben. Ambtelijk is vanuit gemeenten en onderwijs is een overzicht gemaakt van scenario’s van afschrijvingstermijnen en 3 varianten. BG licht toe. In de huidige begroting van de GR is 3,5 mln opgenomen.
Het schoolbestuur komt nu met een plan van 32 mln. Gemeenten schrijven investeringen in 40 jaar af conform de financiële verordeningen. Om de jaarlijkse kosten te drukken, vraagt het schoolbestuur om in 60 jaar af te schrijven. Dit betekent heel plat dat de totaalkosten met 18 mln toenemen. Eerder is de suggestie gedaan om met een restwaarde van de panden over 40 jaar te rekenen, met 5 mln opbrengst. Echter, boekhoudkundig is dit niet zondermeer te organiseren in alle gemeenten. Ambtelijk wordt aangegeven dat om moverende redenen mag worden afgeweken van de verordening. Evenwel wordt hier zeer wisselend en terughoudend over gedacht. Geconstateerd wordt dat er een aanzienlijk verschil zit in bedrag per leerling in de verschillende scenario’s en normbedragen. De verschillen moeten voor uiteindelijke besluitvorming goed geduid worden. Overigens is er vanuit de PO- en VO-raad het advies aan het rijk gedaan om landelijk 1,2 miljard extra vrij te maken voor onderwijshuisvesting, waarmee toekomstbestendige en duurzame onderwijshuisvesting gerealiseerd kan worden. Er is over de hele linie een tekort. Voorgesteld wordt om het volgend bestuurlijk overleg de financieel adviseur mee te nemen. Afgesproken wordt om het onderwijs wel alvast winstwaarschuwing mee te geven dat het gevraagde budget sowieso niet zal lukken.
AFSLUITING VAN HET BESTUURLIJK OVERLEG VAN DE GRHVOL
Pagina 2
*Z07D0338FE7*
Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille behandelend ambtenaar/afdeling telefoon email
Wijziging gemeenschappelijke regeling BVO DRAN Z/23/458796 INT/23/1184970 Stef Bijl Doelgroepenvervoer H. Dolleman, afdeling Maatschappelijke ontwikkeling 0316-595561 h.dolleman@zevenaar.nl
1. Samenvatting Als gevolg van een wijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) moeten er wijzigingen doorgevoerd worden in de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN. Alle colleges van de deelnemende gemeenten in de BVO DRAN moeten instemmen met de wijzigingen, maar kunnen dat pas besluiten nadat de gemeenteraden om een zienswijze is gevraagd. Met dit voorstel neemt u kennis van het ontwerp wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN en wordt u voorgesteld om geen zienswijze in te dienen op dit ontwerp. 2. Raadsvoorstel Wij stellen u voor om: 1. Kennis te nemen van het ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling BVO DRAN; 2. Kennis te nemen van de concepttekst gewijzigde gemeenschappelijke regeling BVO DRAN; 3. Geen zienswijze in te dienen op het ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling BVO DRAN. 3. Waarom naar de raad Op basis van de Wgr wordt u in de gelegenheid gesteld om op het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN te reageren (zienswijze). De BVO DRAN is de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen en is opgericht om te komen tot een goede uitvoering van het doelgroepenvervoer. 4. Doelstelling en beoogd resultaat De gemeenschappelijke regeling BVO DRAN aanpassen, zodat deze voldoet aan de nieuwe geldende weten regelgeving en aan de huidige situatie. 5.
Argumenten en alternatieven Argumenten 3.1 Wijzigen van de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN is een bevoegdheid van het college met betrokkenheid van de raad. Op grond van artikel 25 lid 2 van de huidige gemeenschappelijke regeling is unanimiteit door de deelnemers vereist bij wijziging van de regeling. De deelnemers zijn de deelnemende colleges. Dit betekent dat de betreffende colleges bij unanimiteit tot de wijziging moeten besluiten. Dit kan, conform
de wet gemeenschappelijke regelingen, echter pas nadat de gemeenteraad is betrokken. U heeft namelijk de mogelijkheid om binnen 8 weken na ontvangst van het ontwerp een zienswijze naar voren te brengen. 3.2 Voorstel is om geen zienswijze in te dienen U wordt voorgesteld om geen zienswijze in te dienen. De voorgestelde wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN zijn namelijk het gevolg van nieuwe wet- en regelgeving en sluiten aan bij de huidige situatie. Wet- en regelgeving In de regeling is nu expliciet opgenomen dat de gemeenteraad om zienswijze wordt gevraagd voor zover dit wettelijk is voorgeschreven. Artikel 9 lid 1 van de Wgr vereist dat een regeling bepalingen bevat over wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. Waaronder de bepalingen over de gevolgen voor het vermogen van de bedrijfsvoeringsorganisatie, met inachtneming van artikel 1 van de Wgr. Alle aanpassingen zijn verwerkt in de artikelen 25 t/m 28. Ook is artikel 29 toegevoegd op basis van het feit dat er in de regeling bepalingen opgenomen moeten worden over het wel of niet toepassen van een evaluatie van de regeling. Artikel 10, lid 11a van de Wgr eist dat in de regeling bepalingen worden opgenomen over participatiemogelijkheden.
Aangezien participatie hierbij gericht is op beleid en de BVO een beleidsarme regeling betreft is in de regeling enkel opgenomen welke mogelijkheden er zijn voor belanghebbende als het gaat om rechtstreekse inspraak op de taken van de BVO. Huidige situatie Met de wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN wordt bij de huidige situatie aangesloten. Zo werd in de regeling nog uitgegaan van een samenwerkingsovereenkomst met de Provincie over het aanvullende openbaar vervoer. Deze overeenkomst is niet meer van kracht en als zodanig in artikel 1, lid 2 en 4 komen te vervallen, is de tekst in artikel 3 komen te vervallen en in artikel 4 zijn de woorden aanvullende vervoer verwijderd. Artikel 5 is komen te vervallen, deze ging expliciet over de overeenkomst met de Provincie. Verder komen vanwege vereenvoudiging van de regeling de artikelen 13, 14, 16, 19, 20 en 21 te vervallen. Alternatieven N.v.t. 6. Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? We bereiken het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN als volgt: nadat alle deelnemende gemeenten het proces van het al dan niet indienen van een zienswijze hebben doorlopen, zal het college u in het 2e kwartaal 2024 met een voorstel om toestemming vragen voor de wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling BVO DRAN.
Deze toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 7. Klimaat en duurzaamheid N.v.t. 8. Communicatie Er is gedurende de zienswijzeprocedure en de daaropvolgende toestemmingsprocedure geen communicatie en/of publicatie nodig. Eerst na de toestemmingsprocedure dient de daartoe bij regeling
zaaknummer Z/23/458796
pagina 2 van 4
aangewezen gemeente zorg te dragen voor publicatie en toezending van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling aan de Provincie. In dit geval is dat de gemeente Arnhem. 9. Kosten, baten en dekking N.v.t. 10. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1. 2. 3.
Documentnummer Naam Z/23/458796/INK/23/1184898 Ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling BVO DRAN (alle voorgestelde wijzigingen). Z/23/458796/INK/23/1184899 Concepttekst gemeenschappelijke regeling BVO DRAN (de nieuwe regeling na instemming wijzigingen). Z/23/458796/INK/23/1184901 Huidige gepubliceerde gemeenschappelijke regeling BVO DRAN.
Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen
zaaknummer Z/23/458796
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 4
Raadsbesluit onderwerp zaaknummer documentnummer
Wijziging gemeenschappelijke regeling BVO DRAN Z/23/458796 INT/23/1184970
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar: Gelet op artikel 35 van de Gemeentewet. besluit: 1. Geen zienswijze in te dienen op het ontwerp wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling BVO DRAN. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 20 december 2023. De griffier I.M. van Dijk
zaaknummer Z/23/458796
De burgemeester drs. L.J.E.M. van Riswijk
pagina 4 van 4
AB BVO DRAN 28-09-2023 – bijlage 5b
DE COLLEGES VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTEN Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar, hierna te noemen de deelnemers; overwegende dat de gemeenten deel uitmaken van de oude regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN); gezien het daartoe strekkende verzoek van het Bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN); gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de verkregen toestemming van de gemeenteraad van de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar; en gelet op artikel 1 en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht en de verleende toestemming; Besluiten: vast te stellen de volgende regeling tot wijziging van de REGELING BEDRIJFSVOERINGSORGANISATIE DOELGROEPENVERVOER REGIO ARNHEMNIJMEGEN (DRAN)
Artikel I Wijzigingen De Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN) wordt als volgt gewijzigd: A. De tekst in de aanhef na ‘Gelet op’ wordt vervangen door: artikel 1 en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht; B. In artikel 1 vervalt in het derde lid ‘,kleinschalig OV’ en vervallen de volgende omschrijvingen, onder vernummering van de overgebleven omschrijvingen tot nummer 1 tot en met 6,: - 2. basismobiliteit; en - 4. aanvullende vervoer. C. In artikel 3 vervalt de laatste zin. D. In artikel 4, eerste en tweede lid, vervalt de tekst ‘en aanvullend vervoer’. E. Artikel 5 vervalt. F. In artikel 10, zesde lid wordt ‘lid 4’ vervangen door: ‘het vijfde lid’. G. In artikel 11 wordt het zesde lid vervangen door:
‘6. De raden wordt alleen om zienswijzen gevraagd voor zover wettelijk voorgeschreven.’ H. De artikelen 13,14 en 16 vervallen. I.
In artikel 17, eerste lid, wordt ‘eerste en derde lid’ vervangen door: eerste, derde en vierde lid.
J.
De artikelen 19, 20 en 21 vervallen.
K. Artikel 23 wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 23 Aansprakelijkheid 1. De DRAN verzekert zich tegen: a. civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. 2. De deelnemers ontvangen van de directeur de verzekeringspolissen.’ L. Het opschrift van hoofdstuk 8 wordt vervangen door: Wijziging, toetreding, uittreding, opheffing en evaluatie M. Artikel 25 wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 25 Wijziging van de regeling 1. Elke deelnemer kan een voorstel voor wijziging indienen. 2. Iedere wijziging van de regeling vereist unanimiteit.’ N. Artikel 26, vierde lid, vervalt. O. Artikel 27 wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 27 Uittreding 1. Indien een deelnemer geheel of deels (per doelgroep) uit wenst te treden, zal het Bestuur in het kader van de in het vierde lid bedoelde afwikkeling van de gevolgen daarvan op basis van een sociaal plan personeel aan deze deelnemer toewijzen. 2. De uittreding kan op twee manieren plaatsvinden: a. gedurende de looptijd van voor deelnemer betreffende contract(en) met inachtneming van een termijn van aanzegging van het besluit aan de andere deelnemers van minimaal één jaar, met ingang van 1 januari van het opvolgende jaar; b.
bij afloop van de looptijd van voor deelnemer betreffende contract(en) met inachtneming van een termijn van aanzegging van het besluit aan de andere deelnemers van minimaal 15 maanden voordat het contract afloopt. 3. Met de uittredende deelnemer dient een vaststellingsovereenkomst gesloten te worden. 4. Bij het uittreden wordt door het Bestuur een uittredingsplan vastgesteld. Het Bestuur geeft een onafhankelijke derde opdracht om een uittredingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht instemming is verkregen van het college van de deelnemer die wenst uit te treden. De kosten van het inschakelen van de onafhankelijke derde zijn voor rekening van de deelnemer die wenst uit te treden. 5. Onderdeel van het uittredingsplan is het berekenen van de uittredingssom. Daaronder wordt verstaan de meerkosten, voor de komende 5 jaar of zoveel korter als de resterende duur van
de contract(en), die de resterende gemeenten moeten maken om de werkzaamheden uit te kunnen blijven voeren zonder de uittredende gemeente. Bij uittreding gedurende de looptijd van contract(en) zullen de financiële gevolgen van de uittreding voor rekening van de uittredende deelnemer komen. Bij een uittreding na afloop van de looptijd van het contract zullen alleen de directe kosten voor rekening van de uittredende deelnemer komen. 6. De kosten die niet direct aan de uittredende gemeente kunnen worden toegerekend, worden berekend door de totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Middelen die onderdeel uitmaken van een reserve, worden naar rato in mindering gebracht op de uittredingssom. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij de kostenverdeelsleutel van de begroting. 7. Bij uittreding blijft de uittredende deelnemer maximaal vijf jaar na uittreding aansprakelijk voor het intreden van risico’s voortvloeiende uit de periode dat de betreffende deelnemer deelnam aan de regeling indien en voor zover deze intredende risico’s leiden tot een kostenverhoging voor de basistaken in zijn geheel of voor de overige deelnemer. 8. Het bepaalde in de vorige leden is, met uitzondering van het tweede lid, van overeenkomstige toepassing als de uittreding van een deelnemer betrekking heeft op een of meerdere doelgroepen.
Voor uittredingsplan moet in dat geval deeluittredingsplan worden gelezen.’ P. Artikel 28 wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 28 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit na toestemming van hun raden. 2. Het Bestuur geeft een onafhankelijke derde opdracht om een opheffingsplan op te stellen. 3. Het opheffingsplan, bedoeld in het tweede lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling en in de personele gevolgen van de opheffing. 4. Het opheffingsplan wordt vastgesteld door het Bestuur. 5. Het Bestuur is belast met de uitvoering van het vastgestelde opheffingsplan.’ Q. Artikel 29 ‘Duur van de regeling’ vervalt. R. Er wordt een nieuw Artikel 29 ‘Evaluatie regeling’ en Artikel 30 ‘Participatie’ ingevoegd, onder vernummering van de artikelen 30 tot en met 32 naar 31 tot en met 33, die komen te luiden: ‘Artikel 29 Evaluatie regeling 1. Elke deelnemer kan vragen om een evaluatie van de regeling. 2. Evaluatie geschiedt als het bestuur daartoe besluit. 3. Het bestuur stelt gezamenlijk de onderzoeksopdracht vast. Artikel 30 Participatie 1. Gebruikers van Avan en belanghebbenden kunnen inspreken tijdens de vergaderingen van het bestuur, voor zover deze openbaar zijn en zover de inspraak betrekking heeft op de taken van de BVO. 2.
Verzoeken om inspraak dienen uiterlijk 3 dagen voor de vergadering gemeld te zijn bij de secretaris.’
S. Artikel 30 Toezending en bekendmakingen wordt vervangen en komt te luiden: ‘Artikel 31 Toezending en bekendmakingen Arnhem is belast met bekendmaking in het Gemeenteblad.’ T. In de Toelichting bij artikel 2 wordt: - ‘artikel 33’ vervangen door: artikel 31 - ‘de Staatscourant’ vervangen door: het Gemeenteblad U. In de Toelichting bij artikel 15: - wordt ‘Artikel 35 lid 6’ vervangen door: Artikel 35, zevende lid - vervalt de laatste zin V. In de Toelichting vervalt de tekst behorende bij ‘Artikel 16’ en ‘Artikel 19’. W. In de Toelichting worden de twee alinea’s onder Hoofdstuk 8 vervangen door: Artikel 9, eerste lid van de Wgr vereist dat een regeling bepalingen bevat omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. Waaronder de bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de bedrijfsvoeringsorganisatie, met inachtneming van artikel 1 van de Wgr. X. In de Toelichting vervalt de tekst behorende bij ‘Artikel 26 e.v’ Y. In de Toelichting bij artikel 27 wordt: de eerste zin vervangen door: Het is verstandig om een derde in te schakelen voor het maken van een uittredingsplan.
wordt een tweede alinea toegevoegd die komt te luiden: ‘De in het tweede en vijfde lid van artikel 27 van de Regeling genoemde contracten doelen op de contracten inkoop van het vervoer, zoals het vraagafhankelijk vervoer, routevervoer en callcenter.’ Z. In de Toelichting wordt na Artikel 28 een toelichting op de nieuwe artikelen 29 en 30 ingevoegd, die komt te luiden: ‘Artikel 29 Evaluatie regeling en 30 Participatie Artikel 10, zevende lid en 11a van de Wgr eisen dat in de regeling bepalingen worden opgenomen over evaluatie en participatie. Aangezien participatie hierbij gericht is op beleid en de BVO een beleidsarme regeling betreft is in de regeling enkel opgenomen welke mogelijkheden er zijn voor belanghebbende als het gaat om inspraak op de taken van de BVO.’ AA. In de Toelichting wordt bij het huidige artikel 30: ‘Artikel 30’ vervangen door: Artikel 31 vervalt in de eerste alinea de tekst ‘aan GS zendt en deze’ vervalt de laatste zin. Artikel II Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Wijziging Regeling DRAN 2024
De colleges van burgemeester en wethouders van Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar. De secretaris,
De burgemeester,
Toelichting op het wijzigingsbesluit Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (DRAN) Bestaande tekst Gelet op
- Artikel 1, eerste lid en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; - Titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht; - De verleende toestemming, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, van de raden van de betrokken gemeenten aan de deelnemers voor het aangaan van de samenwerking en het treffen van deze regeling;
Nieuwe tekst Gelet op
artikel 1 en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder: 1. college: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemer; 2. basismobiliteit: de mogelijkheid voor burgers om zich zelfstandig en tegen een redelijk tarief te verplaatsen met een vorm van aanvullend openbaar vervoer of het doelgroepenvervoer. 3. doelgroepenvervoer: vervoer voor inwoners die geen of niet altijd gebruik kunnen maken van regulier openbaar vervoer. Hiermee wordt bedoeld vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, het leerlingenvervoer, kleinschalig OV, maatwerkvervoer in het kader van de Participatiewet; 4. aanvullend vervoer: het openbaarvervoervangnet dat wordt ingezet daar waar de vervoervraag te laag is voor het exploiteren van een reguliere lijndienst; 5. DRAN: bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio ArnhemNijmegen 6. medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij de DRAN;
In deze regeling wordt verstaan onder: 1. college: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemer;
2. doelgroepenvervoer: vervoer voor inwoners die geen of niet altijd gebruik kunnen maken van regulier openbaar vervoer. Hiermee wordt bedoeld vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, het leerlingenvervoer, maatwerkvervoer in het kader van de Participatiewet;
3. DRAN: bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio ArnhemNijmegen 4. medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij de DRAN;
7. regeling: de regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer regio ArnhemNijmegen (DRAN) 8. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
5. regeling: de regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer regio Arnhem-Nijmegen (DRAN) 6. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 3 Te behartigen belangen
Artikel 3 Te behartigen belangen
De DRAN is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is en dat het vervoer een optimale aansluiting heeft op het openbaar- vervoer-netwerk.
De DRAN is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer.
Artikel 4 Doelen en taken
Artikel 4 Doelen en taken
1. De DRAN heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer voor de deelnemers. 2. De sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer worden overgedragen aan de DRAN.
1. De DRAN heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer voor de deelnemers. 2. De sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer worden overgedragen aan de DRAN.
Artikel 5 Overeenkomst provincie Gelderland
Artikel 5
Voor het uitvoeren van de taak aanvullend vervoer genoemd in artikel 4 lid 2 is de DRAN een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de provincie Gelderland. In deze overeenkomst komen de provincie Gelderland en de bedrijfsvoeringsorganisatie overeen dat de DRAN, gedurende de looptijd van de
Vervallen
overeenkomst, de taak van het aanvullend vervoer (basismobiliteit) uitvoert voor de provincie Gelderland. Artikel 10 Vergaderingen
Artikel 10 Vergaderingen
6. Een lid van het Bestuur dat van opvatting is dat een besluit als bedoeld in lid 4 tot ongewenste en onrechtvaardige gevolgen leidt, voor de deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan voorafgaande aan de vergadering een gemotiveerd en beargumenteerd schriftelijk verzoek indienen om via de escape-procedure te stemmen.
6. Een lid van het Bestuur dat van opvatting is dat een besluit als bedoeld in het vijfde lid tot ongewenste en onrechtvaardige gevolgen leidt, voor de deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan voorafgaande aan de vergadering een gemotiveerd en beargumenteerd schriftelijk verzoek indienen om via de escape-procedure te stemmen.
Artikel 11 Informatie en verantwoordingplicht
Artikel 11 Informatie en verantwoordingplicht
6. De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing jegens de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
6. De raden wordt alleen om zienswijzen gevraagd voor zover wettelijk voorgeschreven.
Artikel 13 Aanstellen overig personeel
Artikel 13
1. Het Bestuur heeft de bevoegdheid tot het aanstellen van medewerkers als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van het personeel van de DRAN. 2. Het Bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden mandateren aan de directeur.
Vervallen
Artikel 14 Rechtspositie personeel
Artikel 14
1. Het Bestuur stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast.
Vervallen
Artikel 16 Procedure begrotingsbehandeling
Artikel 16
1. Het Bestuur voorziet de ramingen in de ontwerp-begroting als bedoeld in artikel 35 eerste lid van de Wgr van een behoorlijke toelichting.
Vervallen
2. Het Bestuur zendt de ontwerp-begroting aan de raden van de gemeenten toe voor 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft. 3. De gemeenteraden kunnen hun zienswijze omtrent het ontwerp van de begroting, indien zij dit in de nota van wijziging aan de orde gesteld wensen te hebben dan wel een nadere toelichting van het Bestuur verlangen, binnen acht weken na de verzending ervan aan het Bestuur kenbaar maken. 4. Het Bestuur zendt het ontwerp van de begroting onder bijvoeging van de zienswijzen van de gemeenteraden, zijn commentaar daarop en zo nodig een nota van wijziging uiterlijk drie weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan de gemeenteraden. Artikel 35, tweede lid van de Wgr is ten aanzien van dit commentaar en de nota van wijziging van overeenkomstige toepassing. Artikel 17 Procedure bij wijziging begroting
Artikel 17 Procedure bij wijziging begroting
1. Het bepaalde in artikel 35, eerste en derde lid van de Wgr is niet van toepassing op af- en overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere ontwerp-wijzigingen voor zover daaruit geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit.
1. Het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid van de Wgr is niet van toepassing op af- en overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere ontwerpwijzigingen voor zover daaruit geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit.
Artikel 19 Informatievoorziening
Artikel 19
Het Bestuur geeft voor 1 maart van elk lopend boekjaar inzicht in te verwachten ontwikkelingen alsmede de algemene financiële kaders voor het opvolgende jaar, teneinde de gemeenten in staat te stellen daar in hun begrotingscyclus op te anticiperen.
Vervallen
Artikel 20 Aanbieding rekening
Artikel 20
1. Van de inkomsten en uitgaven van de DRAN wordt door het Bestuur over het dienstjaar verantwoording gedaan onder overlegging van de rekening en het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid
Vervallen
van de rekening, ingesteld door de krachtens artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet aangewezen deskundigen. Voor de raad dient het Bestuur te worden gelezen. 2. Het Bestuur zendt de in het eerste lid bedoelde stukken aan de raden van de gemeenten toe voor 15 april van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarop zij betrekking hebben. Artikel 21 Vaststelling rekening
Artikel 21
1. Het Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast voor 15 juli van het jaar volgende op dat waarop zij betrekking heeft. 2. Het Bestuur zendt de rekening aan Gedeputeerde Staten. 3. In de rekening wordt de door elk der gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.
Vervallen
Artikel 23 Aansprakelijkheid
Artikel 23 Aansprakelijkheid
De DRAN verzekert zich tegen: a. civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade; c. de deelnemers ontvangen van de directeur de verzekeringspolissen.
1. De DRAN verzekert zich tegen: a. civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade; 2. De deelnemers ontvangen van de directeur de verzekeringspolissen.
Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding, opheffing en evaluatie
Artikel 25 Wijziging van de regeling
Artikel 25 Wijziging van de regeling
1. Deze regeling kan door de deelnemers op voorstel van elke deelnemer worden gewijzigd. 2. Een wijziging van de regeling vereist unanimiteit. 3. De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders is bepaald, in werking op de dag
1. Elke deelnemer kan een voorstel voor wijziging indienen. 2. Iedere wijziging van de regeling vereist unanimiteit.
volgend op die waarop de wijziging is bekendgemaakt. 4. Het gemeentebestuur van de plaats van vestiging is belast met de toezending van de gewijzigde regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Gelderland en met bekendmaking van de gewijzigde regeling in de Staatscourant. Artikel 26 Toetreding door andere gemeenten
Artikel 26 Toetreding door andere gemeenten
1. Toetreding van een gemeente tot deze regeling geschiedt als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit. 2. De deelnemers kunnen bij hun besluit de voorwaarden bepalen waaronder de toetreding van een gemeente mogelijk is. 3. Toetreding van een gemeente is gebonden aan de volgende procedure: a. het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het Bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek vergezeld van een advies doorstuurt aan de overige deelnemers; b. de deelnemers beslissen over de in het eerste lid bedoelde instemming; c. het Bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder b. 4. De toetreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin het Bestuur de wijziging van de regeling aan gedeputeerde staten heeft toegezonden.
1. Toetreding van een gemeente tot deze regeling geschiedt als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit. 2. De deelnemers kunnen bij hun besluit de voorwaarden bepalen waaronder de toetreding van een gemeente mogelijk is. 3. Toetreding van een gemeente is gebonden aan de volgende procedure: a. het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het Bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek vergezeld van een advies doorstuurt aan de overige deelnemers; b. de deelnemers beslissen over de in het eerste lid bedoelde instemming; c. het Bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder b.