CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.047 Bijlage 3 Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 RDWI

Raad 9 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 RDWI22.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2.317.880

1.981.000

2.446.810

2.446.810

2.446.810

2.446.810

15.680

0

0

0

0

0

Totaal programma lasten:

2.333.560

1.981.000

2.446.810

2.446.810

2.446.810

2.446.810

Baten: Bijdragen gemeenten voorzieningen Wet inburgering 2021 Bijdragen gemeenten intensieve aanpak/balans - voorgaande jaren

2.317.880

1.981.000

2.446.810

2.446.810

2.446.810

2.446.810

Dienstverlening aan Inburgeraars Lasten: Voorzieningen Wet Inburgering 2021 Intensieve aanpak

15.680

0

0

0

0

0

Totaal programma baten: 2.333.560 Gerealiseerd/ begroot totaal saldo van baten en lasten 0 Tabel 14: Programmabegroting Wet inburgering 2021

1.981.000

2.446.810

2.446.810

2.446.810

2.446.810

0

0

0

0

0

Toelichting De begroting 2027 is na het opstellen van de kadernota 2027 geactualiseerd en wijkt daarom af. De begroting 2027 voor voorzieningen Wet inburgering 2021 is opgesteld op basis van de huisvestingstaakstelling 2026 en de gerealiseerde uitgaven voor voorzieningen in 2025. Op basis van de realisatie 2025 is de ratio voor het aantal inburgeringsplichtigen bijgesteld van 70% naar 60% van de taakstelling. Deze bijstelling is op basis van de gerealiseerde instroom van inburgeringsplichtigen in de U16regio in voorgaande jaren aangepast. De tarieven van de trajecten bij de taalscholen zijn geïndexeerd met 1,8%. Dit percentage volgt uit de regionale aanbesteding van de taalscholen. Onzekerheid rondom landelijk asielbeleid maakt dat de prognoses met enig voorbehouden geschreven zijn De instroom van inburgeraars is sterk afhankelijk van landelijke en (geo)politieke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. Naar verwachting worden de eerste gevolgen van landelijke beleidswijzigingen, zoals de mogelijke invoering van de Asielnoodmaatregelenwet en het Europese Migratiepact, medio 2027 zichtbaar. Wijzigingen worden gecommuniceerd in de 1 e of 2e nota begrotingswijziging 2027.

2.5

Hulp bij schulden en het voorkómen van schulden

De RDWI werkt samen met de inwoners aan een stabiele financiële situatie, waarin geldzorgen of schulden worden aangepakt, verminderd of voorkomen. Hierbij worden de inwoners geadviseerd, begeleid en ondersteund bij hun financiële situatie en financiële zelfredzaamheid. Wat zijn de doelen? We zetten in op vroegsignalering om (hogere) schulden te voorkomen Met vroegsignalering wordt samen met de sociale teams gewerkt aan het voorkomen van (hogere) schulden. Naar verwachting zal het aantal vroegsignalen toenemen in 2027, net als in voorgaande jaren. Door vroegtijdig inwoners met betalingsachterstanden of

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

21

beginnende schulden op te zoeken, wordt gewerkt aan het voorkomen van (problematische) schulden. Wanneer de RDWI één van de schuldeisers is, wordt sociaal incasseren toegepast. Sociaal incasseren houdt in: vroegtijdig persoonlijk contact over betalingsachterstanden, betalingsregelingen op maat en het voorkomen van incassokosten. We houden onze dienstverlening toegankelijk voor inwoners en proberen wettelijke termijnen te halen De instroom van inwoners met geldzorgen en/of schulden blijft onverminderd hoog. Naar verwachting zal dit in 2027 eveneens het geval zijn. Door de hoge instroom staan de doorlooptijden binnen de dienstverlening onder druk. Vanuit de wettelijke taak is hulp bij schulden toegankelijk voor alle inwoners die zich bij de RDWI melden. Daarbij wordt geprobeerd te voldoen aan wettelijke termijnen, maar wel binnen de mogelijkheden van de dienstverlening. Wachttijden worden zoveel mogelijk voorkomen, maar gezien de grote instroom van inwoners met geldzorgen en/of schulden, kan niet worden gegarandeerd dat er geen wachttijden zullen ontstaan. De landelijke ontwikkeling van de elementen basisdienstverlening voor schuldhulpverlening en het Nationaal Programma Armoede en Schulden zullen daarnaast de intensiteit van de dienstverlening vergroten. De RDWI blijft hierover met gemeenten in gesprek.

Hoe gaan we deze doelen bereiken? We streven ernaar om onze dienstverlening op peil te houden volgens de NVVK-normen Kwalitatief goede dienstverlening is het doel. Om ervoor te zorgen dat schulden vroegtijdig worden gesignaleerd, worden interne processen voortdurend verbeterd. Verbeterpunten uit de laatste audit van de NVVK 2 worden actief opgepakt. We zetten onze integrale samenwerking voort, zowel binnen de RDWI als met lokale partners Professionals die inwoners die zich bij ons melden spreken voor een uitkering of een inkomensondersteunende maatregel, hebben een belangrijke signalerende functie als het gaat om het opsporen van schulden. Zij verwijzen actief en ‘warm’ door naar professionals die zich bezighouden met schulddienstverlening. Daarnaast wordt blijvend ingezet op de samenwerking met de lokale partners. Een stevige samenwerking met het lokale voorveld draagt bij aan de financiële zelfredzaamheid van inwoners in de gemeenten. Wat betekent dit financieel? Voor dit onderdeel is geen afzonderlijk programmabudget opgenomen. De uitvoering van deze taken valt binnen de algemene apparaatskostenbegroting.

2.6

Regeling opvang ontheemden Oekraïne

Mogelijk wijzigt de verblijfsstatus van Oekraïense ontheemden in 2027, waardoor zij recht krijgen op (gedeeltelijke) bijstand Het definitieve besluit over deze regeling wordt in het voorjaar van 2026 verwacht. De verwachting is dat per maart 2027 Oekraïense ontheemden in Nederland een driejarige tijdelijke reguliere verblijfsvergunning krijgen. Deze vergunning biedt vergelijkbare rechten en plichten als andere verblijfsvergunningen, zodat ontheemden volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Door deze regeling kunnen zij, zolang zij in Nederland verblijven, actief bijdragen aan de maatschappij. De focus ligt op maximale arbeidsparticipatie en onderwijsdeelname voor wie dat aankan. Voor ontheemden die niet De Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) is de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening, beschermingsbewind en sociaal bankieren in Nederland. 2

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

22

in staat zijn om te werken, wordt een (gedeeltelijke) bijstandsuitkering mogelijk. Het Rijk stelt extra middelen beschikbaar om deze maatregelen te ondersteunen. Zodra hierover meer duidelijk is vanuit het Rijk, wordt de financiële impact opgenomen in de 1e of 2 e nota begrotingswijzigingen 2027. Wat betekent dit financieel? In deze begroting is de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) opgenomen, zodat er een volledig beeld van de te verwachte kosten voor de gemeenten ontstaat voor de komende jaren. Hoewel het hierbij om een incidentele regeling gaat, is de verwachting dat vanwege de aard ervan, deze regeling een structureel karakter zal krijgen. De ramingen voor RooO, inclusief de uitvoeringskosten, zijn conform de raming in de kadernota 2027, welke gebaseerd zijn op de kostenontwikkeling van 2025. Incidentele regeling: RooO Oekraïners

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

Lasten: RooO Oekraïners en uitvoering regeling

1.112.520

0

1.218.400

1.218.400

1.218.400

1.218.400

Totaalprogramma lasten:

1.112.520

0 1.218.400

1.218.400

1.218.400

1.218.400

818.400

818.400

818.400

Baten: Bijdragen gemeenten

645.150

Overige baten

37.900

Bijdrage inning huisvesting

429.470

Totaal overige baten: Totaalprogramma baten:

467.370 1.112.520

Begroot totaal saldo van baten en lasten Tabel 15: Programmabegroting RooO

0

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

0

818.400

0

400.000

400.000

400.000

400.000

0 400.000 0 1.218.400

400.000 1.218.400

400.000 1.218.400

400.000 1.218.400

0

0

0

0

0

23

3. Wet sociale werkvoorziening In dit hoofdstuk is het budget voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw) opgenomen. De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening wordt onder verantwoordelijkheid van de GR RDWI uitgevoerd door Biga Groep. De lasten en baten die hiermee gemoeid zijn, zijn opgenomen in hoofdstuk 5 in de apparaatskostenbegroting RDWI. Wat betekent dit financieel? Wet sociale werkvoorziening

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

Lasten: Wet sociale werkvoorziening Totaalprogramma lasten:

9.847.490 9.847.490

8.898.900 8.898.900

9.189.000 9.189.000

8.559.000 8.559.000

8.140.000 8.140.000

7.672.000 7.672.000

Baten: Bijdragen gemeenten

9.847.490

8.898.900

9.189.000

8.559.000

8.140.000

7.672.000

Totaalprogramma baten:

9.847.490

8.898.900

9.189.000

8.559.000

8.140.000

7.672.000

0

0

0

0

0

0

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030 458.000

Begroot totaal saldo van baten en lasten Tabel 16: programma begroting Wsw Wet sociale werkvoorziening (x€) Lasten/Baten: Bunnik

582.599

502.350

565.000

489.000

456.000

De Bilt

1.018.499

928.100

1.000.000

925.000

866.000

790.000

Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede

1.515.057 1.105.811

1.366.450 1.058.400

1.467.000 958.000

1.420.000 861.000

1.302.000 826.000

1.311.000 642.000

5.043.400

5.199.000

4.864.000

4.690.000

4.471.000

8.899.000

9.189.000

8.559.000

8.140.000

7.672.000

Zeist 5.625.527 Totaal programma lasten en Baten: 9.847.490 Tabel 17: Programmabegroting Wsw per gemeenten

Toelichting In de bovenstaande tabel zijn de Rijksbijdragen weergegeven die de gemeenten ontvangen in het kader van de Wet sociale werkvoorziening in de komende jaren. Deze middelen worden jaarlijks door het Rijk herzien op basis van de realisatie. Deze informatie wordt door Biga Groep verstrekt. De lasten voor het programma Wet sociale voorziening van de gemeenten worden gecompenseerd door het Rijk. Voor de komende jaren zijn deze lasten aangepast op basis van de actualisatie zoals opgenomen in de septembercirculaire 2025. De werkelijke lasten voor de Wet sociale voorziening en de jaarlijks gemeentelijke bijdrage zijn weergegeven in hoofdstuk 5 onder de apparaatskosten.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

24

4. Paragrafen 4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De structurele monitoring en het managen van risico’s wordt geborgd via de Planning & Control cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: • Begroting en jaarstukken: inventarisatie, borging en verantwoording risico’s voor de komende drie jaar; • 1e en 2e nota begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken, is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet.

De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor drie jaar meegewogen, omdat binnen deze periode maatregelen kunnen worden genomen om de risico’s te beheersen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s is ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2025 is de schatting dat de aanwezige weerstandscapaciteit van € 531.000 voldoende is. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen voor RDWI te bepalen, is bij de risicoanalyse rekening gehouden met twee belangrijke criteria: relevantie en kwantificering van de risico’s. In de volgende paragrafen worden deze risico’s gesplitst en toegelicht in risico’s niet relevant en wel relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI De onderstaande risico’s zijn van belang voor de bedrijfsvoering, maar (nog) niet kwantificeerbaar en daardoor niet relevant voor het weerstandsvermogen.

• Voor de bekostiging van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 heeft het Rijk op macroniveau budget toegevoegd aan het gemeentefonds. De hoogte van deze vergoeding stijgt niet mee met de verhoging van de huisvestingstaakstelling van de gemeenten. De taakstelling is vanaf de start van de wet bijna verdrievoudigd. In voorgaande jaren was de instroom telkens hoger dan verwacht, maar de prognoses laten zien dat de instroom van inburgeringsplichtigen afvlakt. Dit komt omdat er door gezinshereniging meer minderjarigen gehuisvest worden in het kader van de huisvestingstaakstelling van statushouders. Minderjarigen zijn niet inburgeringsplichtig. Het is tot op heden onbekend welke middelen beschikbaar zullen zijn in het gemeentefonds voor de begeleiding vanaf 2027 en verder. De begeleiding is intensief en duurt in het kader van inburgering meerdere jaren. De omvang van het risico is nog niet te kwantificeren. • De komende jaren verwachten gemeenten (financieel) zwaar weer. In dit kader heeft de RDWI binnen haar dienstverlening onderzocht op welke wijze kostenbeheersing gerealiseerd kan worden. Eind 2024 heeft het algemeen bestuur

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

25

•

•

•

besloten om uit een lijst van twintig potentiële besparingsmaatregelen vijf opties verder uit te werken, zoals eerder aangegeven. In 2025 zijn deze vijf maatregelen nader uitgewerkt. Vervolgens heeft het algemeen bestuur besloten om in 2026 twee van deze maatregelen te implementeren, terwijl de overige drie opties in 2027 zullen worden doorgevoerd. Deze wijziging in de dienstverlening kunnen mogelijk gevolgen hebben voor de kostenontwikkeling bij (een deel van) de openeinde regelingen die de RDWI uitvoert. De impact hierop wordt gemonitord en de gemeenten zullen tijdig worden geïnformeerd over de stand van zaken hiervan. De geopolitieke situatie kan economische gevolgen hebben die onder andere kunnen leiden tot een stijging van de werkloosheid, wat indirect leidt tot een stijging van de bijstandsuitkeringen en overige verstrekkingen. De omvang van dit risico is niet te kwantificeren. De verblijfstitel voor Oekraïense vluchtelingen gaat wijzigen in 2027. De huidige Europese verblijfstitel bestaat tot 5 maart 2027. Daarna ontvangen de ongeveer 135.000 Oekraïense vluchtelingen in Nederland een verblijfsvergunning voor drie jaar. Hiermee krijgen zij dezelfde rechten en plichten als Nederlanders en kunnen zij een beroep doen op de Participatiewet. Hierover valt meer te lezen in paragraaf 2.6.

De effecten hiervan voor de volumeontwikkeling van de algemene bijstand worden door het CPB echter niet meegenomen in de prognose van het bestand. De gevolgen zijn derhalve niet te kwantificeren. De systematiek voor de berekening van de apparaatskosten is aangepast en deze kosten zijn geïndexeerd met een percentage van 3,6%. Dit is gebaseerd op het gedurende drie maanden toepassen van de stijging van de Cao (1,6%), wegens het aflopen van de Cao SGO per 31 maart 2027, en 9 maanden op de loonvoet sector overheid zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan 2026 (4,2%). De loonvoet sector overheid moet stijgingen van zowel de Cao als stijgingen van werkgeverslasten dekken. In voorgaande jaren werd de index van de loonvoet sector overheid toegepast naast een eventuele stijging van de Cao. Het risico bestaat dat in 2027 percentages voor de werkgeverslasten gaan stijgen die niet zijn begroot. Een eventuele stijging moet dan worden gedekt uit de totale geraamde indexatie van 3,6% die mogelijk ontoereikend is. In dat geval zal in de 1e en/of 2e nota begrotingswijziging extra financiële middelen worden gevraagd.

Daarnaast bestaan er een aantal risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI, maar die wel kwantificeerbaar zijn. Deze risico’s zijn wel van belang voor de ZOU-gemeenten. Het betreft hier de risico’s van zogenaamde openeinderegelingen. In de volgende tabellen is de financiële impact van de openeinderegelingen voor 2025 opgenomen. Deze financiële risico’s kunnen worden opgenomen door de gemeenten, zodat de gemeenten deze risico’s kunnen betrekken bij hun begrotingen of weerstandsvermogen. Risico’s openeinderegelingen totaal

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar)

Tekorten op BUIG budgetten Vangnetregeling Lasten bijzondere bijstand en IIT Debiteurenvorderingen Bedrijfskredieten (Bbz) Onderzoeken levensvatbaarheid Studietoeslag Kinderopvang Kredieten Tozo Totaal Tabel 18: Risico’s openeinderegelingen

9.160.000 314.000 552.000 503.000 pm pm 294.000 pm pm 10.823.000

Hieronder worden de risico’s van de openeindregelingen nader toegelicht: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Op basis van de resultaatontwikkeling op de BUIG in de afgelopen jaren is de kans op een tekort vastgesteld op 50%.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

26

Risico’s openeinderegelingen BUIG budgetten per gemeente

Maximaal risico op BUIG per gemeente 2027, o.b.v. definitieve budgetten

Benodigde weerstandscapaciteit 2027 (impact X kans X 3 jaar)

Bunnik

329.000

493.000

De Bilt

1.326.000

1.989.000

Utrechtse Heuvelrug

1.298.000

1.947.000

Wijk bij Duurstede

590.000

885.000

Zeist

2.564.000

3.846.000

Totaal Tabel 19: Benodigde weerstandscapaciteit

6.107.000

9.160.000

•

•

•

•

•

•

•

De totaal benodigde weerstandscapaciteit in 2027 bedraagt voor de BUIG budgetten € 9.160.000. Het risico op de BUIG bedroeg in 2025 € 8.324.000. Dit is toegenomen met € 836.000. De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als laag, omdat de vangnetregeling onderdeel uitmaakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. De kosten voor de bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere als gevolg van een hogere instroom in schuldhulpaanvragen en bewindvoering. Door een meer proactieve aanpak in schulddienstverlening en vroegsignalering wordt de kans op deze kostenstijging geschat op 30%. De kosten voor de studietoeslag zijn de afgelopen jaren toegenomen. Voornamelijk vanwege de bekendheid van de regeling en aanvragen met terugwerkende kracht. Voor het jaar 2027 blijft het risico bestaan dat de kosten verder zullen toenemen dan begroot. Het risico op een toename van de debiteurenvorderingen wordt als gering beschouwd. Hoewel de Tozo-kredietverstrekking heeft geleid tot een toename in het debiteurensaldo, is de invorderingsperiode verlengd tot zes jaar. Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd. Daarom wordt het risicoprofiel voor Tozo als nihil beschouwd.

Het is onbekend of het wetsvoorstel inzake het kwijtschelden van vorderingen ouder dan 5 jaar wordt ingevoerd en vanaf wanneer. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van het op te nemen saldo van de weerstandscapaciteit. Gemeenten hebben voor de post debiteurenvorderingen Participatiewet en Bbz 2004 een voorziening oninbaarheid opgenomen in de balans. Bij de wijziging van financieringssystematiek van de Bbz is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd. Het is mogelijk dat de toenemende schulden van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zullen leiden. Het risico is op nihil gezet, aangezien de lasten van kredietverstrekking lastig te bepalen en jaarlijks relatief laag zijn. De kosten voor levensvatbaarheidsonderzoeken worden door het Rijk via het gemeentefonds aan de gemeenten vergoed. De RDWI streeft ernaar binnen de beschikbare budgetten te blijven. Het risico dat het aantal onderzoeken naar de levensvatbaarheid toeneemt, wordt als gering ingeschat. De toename van de lasten voor kinderopvang in 2025 is lager dan in voorgaande jaren. Voor de begroting van 2026 en daaropvolgende jaren is hiermee inmiddels rekening gehouden. Vandaar dat het risico momenteel als verwaarloosbaar is ingeschat. Bij de bepaling van het risico is geen rekening gehouden met toekomstige wet- en regelgeving.

Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Risico’s Maximaal risico per onderwerp Informatiebeveiliging & privacy 725.000 ICT-samenwerking RID 130.000 Ziekteverzuim 122.670 Totaal 977.670 Tabel 20: Relevante risico’s voor het weerstandsvermogen RDWI

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X incidenteel/structureel) 217.000 130.000 184.000 531.000

27

Hieronder worden de risico’s nader toegelicht: Informatiebeveiliging & privacy In 2026 is sprake van een groeiende geopolitieke dreiging waarbij publieke organisaties onderdeel kunnen worden van bredere maatschappelijke of internationale spanningen. Dit betekent dat naast de dreiging van gerichte cybercriminaliteit er ook een toename is van digitale verstoringsaanvallen, zoals gericht aangestuurde overbelasting van websites (DDoS-aanvallen). Dit onderschrijft het belang van een robuuste organisatie én van de uitvoering van preventieve en daarnaast ook herstelmaatregelen op het gebied van informatieveiligheid. De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • Binnen de RID zijn alle technische maatregelen vanuit de BIO ingericht, waardoor deze uniform, toetsbaar en duurzaam zijn geborgd. De effectiviteit van deze maatregelen is getoetst door externe partijen en hierin is bevestigd dat het ambitieniveau is gerealiseerd; • Er is een bedrijfscontinuïteitsplan opgesteld om de continuïteit van de RSD in geval van een cyberaanval te borgen.

Dit plan wordt doorlopend getest en waar nodig bijgesteld; • Afspraken voor het rechtmatig gebruik in het kader van de AVG inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • Uitrol van het I-bewustzijnsprogramma voor medewerkers; • Afspraken gebruik Suwinet inclusief het uitvoeren van de vereiste auditverplichtingen; • Afspraken over de inrichting van de control-rol binnen de RSD (binnen team financiën en de Functionaris Gegevensbescherming) en de CISO binnen het IVsamenwerkingsverband. De getroffen beheersmaatregelen zijn passend om het toegenomen risico op een adequate wijze te beheersen. Ondanks de genomen beheersmaatregelen is de inschatting van de kans gelijk gebleven (10%), omdat de dreiging op een informatie veiligheidsincident onverminderd aanwezig is. Het risico blijft aangemerkt als structureel (3 jaar meewegen). Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verhoogd is tot € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.000. ICT-samenwerking RID Dit risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT-systemen.

Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • Continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • Jaarlijks ISAE 3402 Type 2 verklaring RID (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • Afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening; • Besluit regionale samenwerking ICT, IV en IB&P. Binnen ZOU-verband is met de RID-gemeenten een nieuwe vorm van samenwerking afgesproken, waarbij het perspectief is uitgesproken op een brede I-samenwerking: ICT, informatievoorziening (IV) en Informatiebeveiliging en Privacy (IB&P). In dit perspectief komt er een robuuste I-organisatie in de vorm van een GR, waarbij gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de RDWI een breder pakket aan diensten afnemen van de RID. De inschatting van de kans is laag (10%). De impact is gekoppeld aan de bijdrage 2027 van € 1.357.000 aan de RID. Het risico wordt aangemerkt als incidenteel, maar wel continu aanwezig. De benodigde weerstandscapaciteit wordt geschat op € 130.000.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

28

Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Regelmatige intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%). Door actief verzuimbeleid is sprake van een gelijkblijvend relatief laag ziekteverzuim. Hierdoor daalt de benodigde weerstandscapaciteit naar € 184.000. Het risico is aangemerkt als structureel. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk vormen de reserves de belangrijkste basis voor de beschikbare weerstandscapaciteit, hetgeen essentieel is voor het financieel opvangen van calamiteiten. Het is gebruikelijk om enkel de vrij besteedbare reserves te beschouwen bij het bepalen van de weerstandscapaciteit. De vrij besteedbare reserves zijn niet onderhevig aan bestedingsclaims. In de onderstaande tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Eigen vermogen

31-12-2025

Beschikbaar weerstandscapaciteit 2025

Algemene reserve

531.000

531.000

Gerealiseerd resultaat 2025 367.310 Bestemmingsreserve groot onderhoud 73.500 Bestemmingsreserve Ontwikkelagenda 38.500 Bestemmingsreserve Tozo 270.600 Bestemmingsreserve SDV 153.000 Totaal eigen vermogen 1.433.912 Tabel 21: Eigen vermogen ultimo 2025 versus beschikbaar weerstandscapaciteit 2025

0 0 0 0 0 531.000

Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Het algemeen bestuur heeft in 2021 besloten een maximale weerstandsratio van 1 (voldoende) na te streven. Om deze ratio van 1 te realiseren en te kunnen behouden, dient er minimaal een weerstandsvermogen van € 531.000 te worden aangehouden. Dit bedrag komt overeen met de beschikbare weerstandcapaciteit. Waardering

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

➢

2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2.0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Tabel 22: Ratio weerstandsvermogen

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor om een verplichte basisset van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: • Netto schuldquote; • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • Solvabiliteitsratio; • Structurele exploitatieruimte.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

29

Kergetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Jaarrekening 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

4,40%

4,90%

2,86%

4,40%

4,90%

2,86%

9,50%

5,05%

4,13%

0,31%

-0,05%

0,34%

Tabel 23: Financiële kengetallen

Door de aflossing van het vreemd vermogen neemt in 2027 de netto schuldquote verder af. De solvabiliteitsratio wordt lager als gevolg van de daling van de bestemmingsreserves. Deze reserves zijn gekoppeld aan incidentele bedrijfsvoeringsactiviteiten die voor de toekomst in omvang zullen afnemen. De structurele exploitatieruimte neemt in 2027 verder toe onder andere door de effecten van het implementeren van de kostenbeheersingsmaatregelen in 2026.

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen

In de begroting is deze paragraaf bedoeld om aan te geven hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Staat van materiële vaste activa (x€)

Boekwaarde 1-1-2027

Investeringen

Afschrijvingen

Boekwaarde 31-12-2027

1.370.577

0

219.671

1.150.906 0

Het Rond 6 Bedrijfsgebouwen en inventaris Overige materiele vaste activa Subtotaal materiële vaste activa

18.248

0

18.248

1.388.825

-

237.919

Grond en terreinen

2.185.163

-

-

Bedrijfsgebouwen en inventaris

1.299.582

-

124.610

975.357

-

64.853

4.460.101

-

189.463

5.848.926

-

427.382

1.150.906

Thorbeckelaan 3

Machines, apparaten en installaties Subtotaal materiële vaste activa Totaal Tabel 24: Onderhoud kapitaalgoederen

2.185.163 1.174.972 910.504 4.270.638 5.421.544

Het Rond 6E Zeist In 2027 vinden naar verwachting geen extra investeringen plaats. Overige materiële vaste activa In 2027 vinden naar verwachting geen extra investeringen plaats. Thorbeckelaan Zeist Op basis van het geactualiseerde onderhoudsplan van maart 2024 is jaarlijks gemiddeld € 110.000 budget noodzakelijk. In 2027 vinden naar verwachting geen extra investeringen plaats. Het pand aan de Thorbeckelaan wordt verhuurd aan Biga Groep B.V.

4.3

Financiering

Het doel van deze paragraaf is het beleid ten aanzien van de financiering (of treasuryfunctie) van de GR RDWI toe te lichten. De RDWI is gebonden aan de wet Fido (Financiering decentrale overheden). Het middelen beheer loopt via de Rijksschatkist. Dit betekent dat in de praktijk de overtollige middelen alleen uitgezet worden in de Rijksschatkist.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

30

Liquiditeitspositie Met de liquiditeitspositie wordt bepaald of de organisatie in staat is om aan de korte termijn verplichtingen te voldoen. Bij korte termijn financiering horen fluctuerende, maar relatief lagere Euribor rentetarieven. Omdat kort geld goedkoper is dan langlopende leningen, wordt in het huidige renteklimaat pas een lange lening aangetrokken wanneer de kasgeldlimiet overschreden dreigt te worden of bijvoorbeeld voor de financiering van materiële vaste activa. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn. Op grond van de wet Fido wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming.

Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2027 € 9.211.449 is (8,2% van € 112.334.739). De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen. Financieringstekort In 2027 is geen sprake van een financieringstekort. Staat van leningen 2027

Hoofdsom

Afloop datum

Rente %

Leningen 1-1-2027

Aflossingen 2027

Leningen 31-12-2027

BNG: Lening 4088666

2.893.000

1-4-2032

3,7

578.501

96.428

482.073

BNG: Lening 40116629

3.000.000

15-8-2033

3.5

2.100.000

300.000

1.800.000

Totaal

5.893.000

0

2.678.501

396.428

2.282.073

Tabel 25: Leningen

In 2027 zal er naar verwachting geen langlopende lening worden aangetrokken ter financiering van langlopende verplichtingen. Aan de kapitaallasten worden de werkelijke rentelasten (langlopende leningen) toegevoegd. De begrote rentelasten voor langlopende leningen in 2027 zijn € 95.000. Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RDWI loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2027 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moeten worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. Gelet op de rentestand en verwachte ontwikkeling op de geldmarkt wordt rekening gehouden met een beperkte rentestijging. De begrote rentelasten in 2027 zijn € 95.000.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

31

4.4

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, huisvesting, automatisering, communicatie, organisatieontwikkeling, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dat betreft primair de dienstverlening aan de directe klanten en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: • Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende wet- en regelgeving; • Betrouwbaarheid: de RDWI heeft haar zaken voor elkaar en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; • Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; • Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen een zo goed mogelijk effect; • Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.

Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: • Financiële verordening; • Controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; • Mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; • Budgethoudersregeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; • Intern controleplan. Deze verordeningen en regelingen worden periodiek beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar planning en control instrumentarium aanwezig evenals een planning en control jaarkalender. Rechtmatigheid Het dagelijks bestuur van de GR RDWI is verplicht (conform de artikelen 212, 213 en 213A van de Gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Vanaf 2023 legt het dagelijks bestuur van RDWI hierover zelf verantwoording af door middel van een rechtmatigheidsverantwoording.

De accountant verstrekt een verklaring van getrouwheid die tezamen met de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur wordt opgenomen in de jaarrekening. Organisatie Vanaf 2020 gelden de volgende spelregels voor de bedrijfsvoering 34: 1. Bandbreedte van het aantal uitkeringen is 10% van 3.000 uitkeringen. Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie van 5% formatie inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead); 2. Bandbreedte aantal aanvragen schulddienstverlening is 10% ten opzichte van 550 aanvragen. Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie

3

Besluit algemeen bestuur in oktober 2024 om de huidige bandbreedte systematiek vooralsnog ongewijzigd te laten totdat een vijftal processen zijn geïmplementeerd. 4 Besluit algemeen bestuur 28 oktober 2020.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

32

van 5% formatie inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead); 3. Bij de 2e nota begrotingswijziging wordt de formatie en de definitieve bijdrage bepaald op basis van de bandbreedtes klantenbestand uitkering (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening; 4. Bijstellingen van de apparaatskosten als gevolg van stijgingen of dalingen buiten de bandbreedte worden altijd door het algemeen bestuur vastgesteld. In deze begroting is de formatie en de definitieve bijdrage bepaald op basis van de bandbreedtes klantenbestand uitkering (volume BUIG), de aanvragen schulddienstverlening en de dienstverlening aan inburgeraars. Daarnaast is voor de vastgestelde formatie nog een mutatie verwerkt. Er is 1,8 fte voor de schulddienstverlening toegevoegd aan de formatie. Het financieel effect van de afspraken is na de vaststelling van de strategische kaders reeds structureel verwerkt in de begroting 2027. Daarnaast is voor deze begroting ook het effect van kostenbeheersing in 2027 op de formatie van RDWI verwerkt. Het betreft een vermindering van 1,5 fte. Na deze mutaties wordt voor de begroting 2027 uitgegaan van de volgende verdeling van de formatie over de units. Vastgestelde formatie RDWI (in fte)

2026

Mutatie 2027

2027

Directie en Advies & Support Intake, Werk en Participatie (IWP) Inkomen en Schulddienstverlening Financiën, Informatiemanagement, Facilitair Overige formatie Totaal toegestane formatie Tabel 26: Vastgestelde formatie RDWI

18,1 58,9 54,0 24,9 3,2 159,1

0.3 0,3

18,1 58,9 54,3 24,9 3,2 159,4

Automatisering De RDWI investeert in 2027 structureel in automatisering en informatiemanagement om de kwaliteit, continuïteit en veiligheid van de dienstverlening te waarborgen. Digitalisering is geen ondersteunende functie meer, maar een randvoorwaarde voor het functioneren van een betrouwbare en toekomstbestendige publieke organisatie. De stijgende kosten zijn het gevolg van groeiende digitale dienstverlening, toenemende complexiteit van ICT en zwaardere eisen aan informatiebeveiliging. Deze investering sluit aan bij de vastgestelde Visie op informatiemanagement 2030. De kosten aan automatisering nemen toe door drie samenhangende ontwikkelingen: 1. Groei van digitale dienstverlening Inwoners, gemeenten en ketenpartners verwachten veilige en altijd toegankelijke digitale diensten. Vrijwel alle primaire processen moeten digitaal worden ondersteund, inclusief gegevensuitwisseling en ketensamenwerking. Dit vraagt om robuuste infrastructuur, verdere digitalisering van processen en goed functionerende portalen en koppelingen. 2. Toenemende complexiteit en afhankelijkheid van ICT Het applicatielandschap wordt complexer en afhankelijker van externe leveranciers (SaaS en cloud). Continuïteit en beheersbaarheid vereisen investeren in architectuur, standaardisatie, leveranciers- en contractmanagement en regie op uitbestede diensten. 3.

Hogere eisen aan informatiebeveiliging en continuïteit Cyberdreigingen en datarisico’s nemen toe. De RDWI moet aantoonbaar voldoen aan wet- en regelgeving en “in control” zijn op beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie. Dat vraagt om structurele middelen voor beveiliging, monitoring, samenwerking met specialistische partijen en versterking van digitale weerbaarheid. De kostenstijging wordt mede veroorzaakt door een verschuiving van incidentele investeringen naar structurele exploitatiekosten. ICT wordt steeds vaker als dienst afgenomen. Dit leidt tot voorspelbare, maar blijvende kosten die meebewegen met

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

33

gebruik, beschikbaarheid en beveiliging. Deze ontwikkeling is bewust gekozen en vergroot de flexibiliteit en toekomstbestendigheid van de organisatie. De hogere kosten voor automatisering zijn een noodzakelijke en strategisch verantwoorde investering. Zij volgen uit eerder vastgesteld beleid en zijn essentieel om de publieke taak van de RDWI duurzaam, veilig en betrouwbaar te kunnen blijven uitvoeren. Duurzaamheid De RDWI werkt hard om een duurzame organisatie te zijn en de daarbij horende duurzame bedrijfsvoering op te bouwen. Zo is niet alleen milieuzorg (schoonmaak, kantine, samenwerking met Biga Groep B.V.) onder de aandacht, maar ook zaken zoals de werkomstandigheden van de medewerkers (daglicht, vitaliteit, rookbeleid) of de manier waarop met energieverbruik wordt omgegaan (zonnepanelen). In de inkoopvoorwaarden van de RDWI is een duurzaamheidsparagraaf opgenomen, zodat ook van gecontracteerde leveranciers kan worden verwacht dat zij zich houden aan de balans tussen ‘people, planet en profit’. Risicomanagement De rollen in de organisatie weerspiegelen de aanhoudende aandacht voor informatiebeveiliging. Er wordt gebruik gemaakt van een Functionaris Gegevensbescherming, een CISO, een Security Officer en een Privacy Officer, waarmee niet alleen de technische informatieveiligheid maar ook de persoonlijke informatieveiligheid wordt geborgd.

Zo zijn er jaarlijks terugkerende audits en is er door het dagelijks bestuur vastgesteld privacy beleid en informatieveiligheidsbeleid.

4.5

Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI. Verbonden partijen GR RDWI

De Regionale ICT-Dienst Utrecht (RID)

Doel

De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT-infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 2.100 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT-dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst.

Deelnemende partijen

Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI.

Bestuurder(s)

Algemeen bestuur. Namens de GR RDWI de heer W.J. van Dijk.

Financiële bijdrage

Structurele bijdrage 2027 volgens verdeelsleutel € 1.026.000 en kosten t.b.v. plusdiensten € 331.000 (E-hrm, NFS en hardware).

Financieel resultaat

Resultaat 2025: -/- € 4.000 (n.a.v. concept jaarrekening 2025). Resultaat 2026: € 0 Resultaat 2027: € 0

Eigen en vreemd vermogen

1-1-2027: EV € 295.000, VV € 8.657.000 31-12-2027: EV € 109.000, VV 8.511.000

Belang

De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 10% in de RID.

Financiële ontwikkeling

De financiële bijdragen voor 2027 zijn gestegen met loon- en prijscompensatie. Het RID Resultaat 2025 is onder voorbehoud.

Inhoudelijke ontwikkeling

De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT-architectuur voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe wordt een proces van strategische informatieplanning

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

34

opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen.

Verbonden partijen GR RDWI

Doel

Deelnemende partijen

Stichting Inkoopbureau Midden Nederland Stichting Inkoopbureau Midden Nederland heeft als motto “Alleen samen kunnen we het beste uit inkoop halen”. IBMN wil voor de deelnemers op het gebied van inkoop (in brede zin) meerwaarde realiseren door het leveren van maatwerk dienstverlening, in nauwe samenwerking met de deelnemers. Dit wil het bereiken door het aanbieden van professionele en deskundige inkoopondersteuning. Doel is om naast besparingen ook maximale sociale en maatschappelijke meerwaarde te realiseren middels inkoopprojecten. Gemeenten: De Bilt, IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Vijfheerenlanden, Woudenberg. Gemeenschappelijke Regelingen: GR RDWI, AVRES en RMN.

Bestuurder(s)

Algemeen bestuur: namens RDWI; directeur R.B. Ruiter.

Financiële bijdrage

€ 44.050 voor 2027 (vaste bijdrage + garantie afname)

Financieel resultaat

Resultaat 2025: € 200 (conceptjaarverslag 2025) Resultaat 2026: € 0 Resultaat 2027: € 0

Eigen en vreemd vermogen

31-12-2025 EV € 219.000 (inclusief gerealiseerde resultaat 2025) 31-12-2025 VV € 100.000

Belang

RDWI heeft een belang van 10% (basis vaste bijdrage + garantieafname).

Financiële ontwikkeling

De kosten in 2027stabiliseren zich ten opzichte van 2026. In het bedrijfsplan van IBMN, vastgesteld in november 2024 zijn de volgende doelstellingen uitgewerkt:

•

IBMN wil eerder en vaker betrokken raken bij inkoopprojecten van de deelnemers, om betere projectvoorbereiding te realiseren en de kwaliteit van aanbestedingen te vergroten.

•

IBMN wil voor de deelnemers de impact die zij met hun inkoop beogen vergroten. IBMN streeft naar meer betrokkenheid bij het voorbereiden van contract- en leveranciersmanagement.

Inhoudelijke ontwikkeling

Tabel 27: Verbonden partijen

4.6

Wet Open Overheid

De Wet Open Overheid (Woo), die vanaf 1 mei 2022 in werking is getreden, heeft tot doel een transparante overheid te bevorderen en de informatiehuishouding van de overheid op orde te brengen. Voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen gelden de volgende verplichtingen uit de Woo die direct in werking treden: 1. Een contactpersoon aan te wijzen om vragen van inwoners te beantwoorden. 2. De bepalingen omtrent openbaarmaking op verzoek: voortaan moeten onder meer ook documenten met persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren in geanonimiseerde vorm betrokken worden. Ook moet een Woo-verzoek elektronisch kunnen worden ingediend. 3. Maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. 4. De inspanningsverplichting om informatie over beleid actief openbaar te maken. 5. In maart 2025 zijn de privacy officer en de Woo-contactpersoon aangesteld. Hiermee zijn bovenstaande vier verplichtingen geïmplementeerd. In 2025 zijn er geen Woo verzoeken ingediend. Vanaf 1 januari 2026 is de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer grotendeels in werking getreden. Per 1 januari 2027 treedt het laatste deel in werking. Deze wet geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze.

De implementatie van deze wet zal ter hand worden genomen.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

35

5. Financiële begroting In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe de organisatie is opgebouwd en hoe zich dat financieel vertaalt naar de bijdragen van de vijf gemeenten.

5.1

Organisatie en apparaatskosten

Op basis van de ramingen van de bijstandspopulatie en aantallen inwoners bij schulddienstverlening wordt jaarlijks de formatie vastgesteld voor de uitvoering van de huidige taken van de RDWI. Voor 2027 wordt uitgegaan van een formatie van 159,4 fte.5 Ten opzichte van 2026 (159,1 fte) vertoont de formatie voor 2027 een lichte stijging. Deze toename houdt verband met de nog te realiseren kostenbeheersmaatregel (1,5 fte), waarvoor een besparing van 1,5 fte is ingeboekt. Daarnaast wordt voor de schulddienstverlening een extra capaciteit van 1,8 fte toegevoegd. In onderstaande tabel 26 zijn de apparaatskosten samengevat. Bedrijfsvoering RSD (x€) Lasten: Apparaatskosten RSD incl. afwikkeling Tozo Bijdrage gemeenten aan BIGA Implementatiemiddelen Participatie Wet in balans Personeel SW Effect taakst7lling RSD Besluit AB 18-12-2025 Totaal programma lasten: Baten: Bijdragen gemeenten bedrijfsvoering RSD verlaagd met taakstelling RSD Bijdrage gemeenten uitvoering Re-integratie Bijdragen gemeenten uitvoering Wet inburgering Implementatiemiddelen Participatie Wet in balans Overige baten: Overige baten apparaatskosten Overige baten BIGA Totaal overige baten: Totaal programma baten: Begroot totaal saldo van baten en lasten Toevoeging reserves Onttrekking reserves

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

18.960.810

19.532.200

20.995.032

20.943.032

20.943.032

20.943.032

600.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

0

0

22.765

0

0

0

9.679.310

8.764.862

8.154.922

7.665.627

7.205.689

6.773.348

-205.750

-225.750

-301.000

-301.000

-301.000

29.240.120

28.591.312

29.446.969

28.807.659

28.347.721

27.915.380

15.379.620

15.328.450

16.270.624

16.195.374

16.195.374

16.195.374

2.451.000

2.792.600

2.967.874

2.967.874

2.967.874

2.967.874

1.033.000

1.058.900

1.150.784

1.150.784

1.150.784

1.150.784

0

0

22.765

0

0

0

1.083.080 9.679.230

594.500 8.764.862

828.000 8.154.922

828.000 7.665.627

828.000 7.205.689

828.000 6.773.348

10.762.310

9.359.362

8.982.922

8.493.627

8.033.689

7.601.348

29.625.930

28.539.312

29.394.969

28.807.659

28.347.721

27.915.380

385.810 -110.000

-52.000 -110.000

-52.000 -110.000

0 -110.000

0 -110.000

0 -110.000

91.500

162.000

162.000

110.000

110.000

110.000

0

0

0

Begroot Resultaat 367.310 0 Tabel 28: Begroting apparaatskosten RSD en loonkosten Wsw samengevat

5

0

Samenstelling formatie RDWI 2027: • Vertrekpunt begroting 2026 159,1 fte • Verlaagd met 1,5 fte door taakstelling 2027 • Verhoogd met 1,8 fte voor SDV

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

36

Onderstaande tabel betreft een gedetailleerd overzicht van apparaatskosten RSD en loonkosten van de Wet sociale werkvoorziening: Bedrijfsvoering RSD(x€) Lasten: Kapitaallasten Rente Huisvesting Personeel SW Automatisering Facilitair Advieskosten Personeel RSD Implementatiemiddelen Participatie Wet in balans Afwikkeling Tozo regeling Bijdrage gemeenten aan BIGA Effect taakstelling RSD Besluit AB 17-12-2025 Totaal lasten: Baten: Bijdragen gemeenten (inclusief bijdrage BIGA) Bijdragen gemeenten Uitvoering Re-integratie Bijdragen Gemeenten uitvoering Wet inburgering Impulsegelden Sociale infrastructuur Bijdragen BIGA-loonkosten SW Totaal gemeente bijdragen Overige baten Totaal programma baten: Totaal saldo voor reserves Dotatie aan reserves

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

591.310 118.680 581.450 9.679.310 2.225.580 432.510 294.690 14.716.580

637.400 100.000 605.100 8.764.862 1.900.800 417.300 143.000 15.676.600

430.000 95.000 644.000 8.154.922 2.400.000 470.000 249.000 16.655.032

430.000 95.000 644.000 7.665.627 2.400.000 470.000 249.000 16.655.032

430.000 95.000 644.000 7.205.689 2.400.000 470.000 249.000 16.655.032

430.000 95.000 644.000 6.773.348 2.400.000 470.000 249.000 16.655.032

0

0

22.765

0

0

0

0

52.000

52.000

0

0

0

600.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

29.240.110

-205.750 28.591.312

-225.750 29.446.969

-301.000 28.807.659

-301.000 28.347.721

-301.000 27.915.380

15.379.620

15.328.450

16.270.624

16.195.374

16.195.374

16.195.374

2.451.000

2.792.600

2.967.874

2.967.874

2.967.874

2.967.874

1.033.000

1.058.900

1.150.784

1.150.784

1.150.784

1.150.784

0

0

22.765

0

0

0

9.679.230

8.764.862

8.154.922

7.665.627

7.205.689

6.773.348

28.542.850 1.083.080

27.944.812 594.500

28.566.969 828.000

27.979.659 828.000

27.519.721 828.000

27.087.380 828.000

29.625.920

28.539.312

29.394.969

28.807.659

28.347.721

27.915.380

385.810 -110.000

-52.000 -110.000

-52.000 -110.000

0 -110.000

0 -110.000

0 -110.000

162.000

110.000

110.000

110.000

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves 91.500 162.000 Totaal saldo na reserves 367.310 0 Tabel 29: Begroting apparaatskosten baten en lasten uitgebreid

Toelichting mutaties apparaatsbegroting zoals verwerkt in de begroting 2027 De begroting voor apparaatskosten 2027 is gebaseerd op de kadernota 2027. Wel zijn er verschillende mutaties doorgevoerd in de begroting 2027. Hieronder volgen de toelichtingen over deze mutaties en aandachtspunten. Loon- en prijsontwikkelingen De personeelskosten zijn berekend op basis van de formatiebegroting vermeerderd met het IKB, de werkgeverslasten en overige looncomponenten. Deze kosten zijn geïndexeerd met een percentage van 3,6%. Dit is gebaseerd op het gedurende drie maanden toepassen van de stijging van de Cao van 1,6% (wegens het aflopen van de Cao SGO per 31 maart 2027) en 9 maanden op de loonvoet sector overheid zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan 2026 van 4,2%. De materiële kosten zijn in de begroting geraamd op basis van de verwachte kosten. De reden hiervoor is met name de wijziging van het activeren en afschrijven van laptops en telefoons naar het betalen van een jaarlijkse vergoeding aan de RID. Dit leidt tot een substantiële daling van de kapitaallasten en een stijging van de automatiseringskosten. De systematiek voor de berekening van de apparaatskosten is ten opzichte van de kadernota 2027 aangepast.

Daarin werd uitgegaan van de begroting 2026 waarop een indexatie van 5,1% voor de personeelskosten, 2,2% voor de materiële kosten en de verwerking van de salarisstijging conform de Cao van 1,6% werd toegepast.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

37

Mutaties voor Wet sociale werkvoorziening De loonkosten van de Wet sociale voorziening zijn op basis van meerjarenbegroting 2026 van Biga Groep geactualiseerd. Deze informatie wordt jaarlijks door Biga Groep verstrekt. Nieuwe ontwikkeling m.b.t. kostenbeheersmaatregelen Na een verkenning van de mogelijkheden heeft het algemeen bestuur op 17 december 2025 een positief besluit genomen over vier voorstellen, deze maatregelen hebben betrekking op de apparaatskosten. Binnen deze paragraaf worden de vier maatregelen die betrekking hebben op de apparaatskosten verwerkt. De vier goedgekeurde maatregelen zijn: • Het afschalen van rechtmatigheidscontroles; • Het beperken van terugvorderingen tot situaties met opzet of grove schuld (fraude); • •

Het kwijtschelden van alle vorderingen ouder dan vijf jaar; Apparaatskosten.

In het onderstaande overzicht zijn de effecten van deze vier maatregelen zichtbaar gemaakt in bedragen en in aantal fte's. Samenvatting kostenbeheersing RDWI 2027 2027-fte 2028 2027-2030 (x €) Afschalen -55.250 0.5 -110.500 rechtmatigheidscontroles Beperken terugvordering -55.250 0.5 -55.250 Kwijtschelden vorderingen -55.250 0.5 -55.250 >5 jaar Algemeen kostenbeheersmaatregel -60.000 N.v.t. -80.000 apparaatskosten Effect kostenbeheersing -225.750 1.5 -301.000 RDWI Tabel 30: Effect kostenbeheersing RSD op de apparaatskosten

2028-fte

2029

2029-fte

2030

2030-fte

1

-110.500

1

-110.500

1

0.5

-55.250

0.5

-55.250

0.

0.5

-55.250

0.5

-55.250

0.5

N.v.t.

-80.000

N.v.t.

-80.000

N.v.t.

2

-301.000

2

-301.000

2

Implementatiemiddelen Participatiewet in Balans Het totaalbedrag bedraagt € 398.000, verdeeld over een periode van drie jaar. Voor het jaar 2025 is een bedrag van € 265.000 geraamd, voor 2026 € 110.000 en voor 2027 € 23.000. De beschikbare middelen voor 2027 zijn opgenomen in de begroting 2027 onder apparaatskosten. De in 2025 beschikbare middelen worden overgeheveld naar 2026. Deze wijzing wordt verwerkt in de 1e nota begrotingswijzing 2026.

5.2

Overzichten per gemeente

De verdeelsleutel en bijdragen van de apparaatskosten en compensabele BTW per gemeente in 2027. Verdeelsleutel bijdragen per gemeente in apparaatskosten 2027 Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal

Budget BUIG en inwoneraantallen

Verdeelsleutel uitvoeringsbudget re-integratie 2027

5,63% 21,72% 21,73% 9,88% 41,04% 100,00%

4,89% 20,43% 22,59% 9,91% 42,17% 100,00%

Verdeelsleutel Wsw 2027 (toegepast op bijdrage gemeenten aan Biga Groep) 6,14% 10,88% 15,96% 10,43% 56,59% 100,00%

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

Verdeelsleutel uitvoeringkosten Wet inburgering 2021

Bijdragen gemeenten in de apparaatskosten

7,17% 21,59% 24,20% 11,25% 35,79% 100,00%

900.590 3.474.520 3.475.230 1.580.740 6.565.220 15.996.300

38

Bijdragen gemeenten in Bijdragen uitvoeringskosten gemeenten aan Wet inburgering de Biga Groep 2021 -12.710 145.200 82.500 30.719 -49.035 606.500 248.500 54.400 -49.045 670.500 278.500 79.811 -22.308 294.200 129.500 52.141 -92.653 1.251.500 411.900 282.928 -225.750 2.967.900 1.150.800 500.000 Tabel 31: Gemeentelijke bijdragen 2027 per onderdeel en per gemeente Kostenbeheersing bedrijfsvoering

Bijdragen uitvoeringsbudget re-integratie

Bijdragen gemeenten in subsidie Biga Groep 2027

Bijdrage gemeente compensabele BTW 2027

565.000 1.000.000 1.467.000 958.000 5.199.000 9.189.000

101.340 390.974 391.054 177.874 738.758 1.800.000

De huidige verdeelsleutels zijn gebaseerd op de volgende afspraken: • De verdeelsleutel BUIG is gebaseerd op het Rijksbudget dat gemeenten ontvangen voor uitkeringen Participatiewet (telt mee voor 90%), inclusief het programmabudget re-integratie en het aantal inwoners per gemeente (telt mee voor 10%). Deze verdeelsleutel wordt toegepast op de bijdrage van de gemeenten voor de apparaatskosten en de compensabele BTW; • De verdeelsleutel voor de bijdrage uitvoeringkosten re-integratie is nieuw. De uitvoeringskosten re-integratie worden voor 100% volgens een nieuwe sleutel verrekend. Daarbij is een ingroeimodel afgesproken om de herverdeling tussen gemeenten geleidelijk te laten verlopen; • De verdeelsleutel voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 is gekoppeld aan de oorspronkelijk verdeling van deze middelen naar het gemeentefonds. Deze wijkt af van de algemene verdeelsleutel apparaatskosten. De ontwikkeling van dit budget in het gemeentefonds wordt regelmatig beoordeeld. Indien nodig zal de verdeelsleutel aangepast worden; • De verdeelsleutel Wsw is gebaseerd op het budget dat de gemeenten van het Rijk ontvangen ter compensatie van de kosten sociale werkvoorziening. Deze verdeelsleutel wordt toegepast op de bijdragen van de gemeenten voor de Wsw en de extra bijdrage voor Biga groep. De bandbreedte systematiek is door nieuwe wetgeving en taken op onderdelen achterhaald.

Tevens vraagt complexiteit en problematiek in casuïstiek steeds meer aandacht binnen de verschillende kerntaken van de RDWI. In overleg met de gemeenten werkt de RDWI een voorstel uit voor een systematiek voor de toekomst. In de volgende tabel is de gemeentelijke bijdrage 2027 per onderdeel en per gemeente weergegeven. Toelichting De verdeling van het totaalbedrag naar gemeenten vindt plaats op basis van verdeelsleutels, op basis van de actualisatie van budgetten zoals vermeld in de septembercirculaire 2025 van het Rijk plus daaraan gebonden documenten en op basis van verwachte uitgaven op gemeenteniveau. Hierin is ook de hierboven genoemde nieuwe verdeelsleutel voor de uitvoeringskosten re-integratie verwerkt.

Specificatie gemeenten 2027

Bunnik

De Bilt

Utrechtse Heuvelrug

Wijk bij Duurstede

Zeist

Totaal

Gebundelde uitkeringen / BBZ

3.128.694

12.823.930

12.407.695

5.143.427

23.814.801

57.318.547

BUIG deel LKS

340.670

1.120.025

1.607.670

663.022

2.317.092

6.048.478

Baten BUIG / BBZ

-19.700

-153.900

-178.600

-166.200

-381.600

-900.000

Ontschotting

-95.449

-149.298

-314.266

125.549

433.464

0

0

10.400

15.600

0

36.400

62.400

5.000

20.000

25.000

10.000

40.000

100.000

BBZ kredietverstrekking BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking

0

-25.700

-24.600

-15.400

-25.700

-91.400

Tozo regeling

-33.200

-112.880

-212.480

-53.120

-252.320

-664.000

Bijzondere bijstand

132.240

749.120

764.320

326.040

1.474.280

3.446.000

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

39

Studietoeslag

59.000

151.000

167.000

51.000

595.000

1.023.000

Bijzondere bijstand

-3.240

-15.120

-31.320

-14.040

-71.280

-135.000

Collectieve Ziektekostenverzekering

70.590

142.983

185.969

82.668

340.340

822.550

Individuele inkomenstoeslagen

72.000

357.000

374.000

145.000

751.000

1.699.000

0

0

250.000

0

475.000

725.000

Minimabeleid gemeenten Alleenverdieners problematiek (incl. uitvoeringskosten

2.022

25.266

39.421

4.044

76.837

147.590

Re-integratie & Participatie & jeugdwerkloosheid

135.552

566.033

625.810

274.560

1.168.045

2.770.000

Voorzieningen Wet Inburgering

200.485

614.902

554.097

284.661

792.665

2.446.810

Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein)

565.000

1.000.000

1.467.000

958.000

5.199.000

9.189.000

Kinderopvang

53.000

135.000

142.000

7.000

237.000

574.000

100.844

311.931

226.305

57.378

521.942

1.218.400

-48.000

-96.000

-72.000

0

-184.000

-400.000

7.985

28.745

38.330

19.164

67.076

161.300

Noodregeling leefgeld Oekraïners (incl. uitvoeringskosten) Bijdrage inning huisvesting Oekraïners Rijksbijdrage sociale infrastructuur Impulsmiddelen sociale infrastructuur

11.785

40.405

57.241

26.215

95.480

231.126

Apparaatskosten

900.590

3.474.520

3.475.230

1.580.740

6.565.227

15.996.307

Implementatiemiddelen Participatie Wet in balans Bijdrage uitvoeringskosten reintegratie

1.119

4.652

5.075

2.276

9.642

22.765

145.200

606.500

670.500

294.200

1.251.500

2.967.900

Uitvoeringskosten Wet Inburgering

82.500

248.500

278.500

129.500

411.800

1.150.800

BIGA bijdragen

30.719

54.400

79.811

52.141

282.929

500.000

5.845.406

21.932.414

22.623.308

9.987.825

46.041.620

106.430.573

Totaal Effect taakstelling inrichtingskosten BB

-7.882

-30.408

-30.422

-13.832

-57.456

-140.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16994559/1