CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.047 Bijlage 3 Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 RDWI

Raad 9 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 RDWI22.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerpbegroting 2027 Meerjarenraming 2028-2030 RDWI

Versie: 0.3

Voorwoord Samen werken aan een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Dat is de drijfveer van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI). Wij geloven in de kracht van mensen en zetten de inwoner centraal in alles wat we doen. Vanuit vertrouwen, met oog voor maatwerk en een zorgvuldige balans tussen rechtmatigheid en doelmatigheid, helpen we onze inwoners. Meer voor elkaar. Onze kernwaarden – vertrouwen, samenwerking en betrokkenheid – geven richting aan onze dienstverlening. We doen dit niet alleen: samen met gemeenten, partners en organisaties in het sociaal domein bundelen we onze krachten. Zo creëren we oplossingen die écht werken en bouwen we aan een inclusieve samenleving waarin iedereen een plek heeft. De komende jaren staan in het teken van verandering. De Participatiewet in Balans, nieuwe wetsvoorstellen rond proactieve dienstverlening en handhaving, én de intensieve samenwerking met partners, zoals Biga Groep en lokale/regionale werkgevers, vragen om flexibiliteit en innovatie. De RDWI loopt op onderdelen al vooruit op de wetswijzigingen. Toch stelt de invoering van deze wetten eisen aan de dienstverlening aan onze inwoners. Dit heeft een effect op onze organisatie en de medewerkers. Het vraagt om zorgvuldige afstemming van processen, heldere communicatie en overleg met onze vijf gemeenten.

Tegelijkertijd spelen financiële uitdagingen bij gemeenten en politieke keuzes op landelijk en lokaal niveau een grote rol. Deze begroting is daarom opgesteld met oog voor deze dynamiek en met het besef dat we moeten blijven anticiperen op wat komt. Wat blijft, is onze ambitie: meer voor elkaar krijgen voor onze inwoners door samen te werken. We blijven in gesprek met gemeenten, partners en inwoners, zodat we samen koers houden in een veranderende omgeving. De begroting gaat in op de doelen die we het komende jaar willen bereiken voor de inwoners van de ZOU-regio. We doen dat (mede) op basis van de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027, die door de gemeenteraden zijn vastgesteld en op de uitwerking daarvan in het Meerjarig strategisch plan. In dat plan geven we aan hoe we de komende jaren invulling willen geven aan ons beleid en ontwikkeling van onze organisatie. We werken in gezamenlijkheid met de gemeenten aan de doorontwikkeling van de Planning & Control cyclus, waarbij we samen met de gemeenten verder bouwen aan een betrouwbare en financieel voorspelbare RDWI. In deze begroting zijn daarvoor de eerste stappen gezet, waaronder een aanpassing van de gehanteerde loon- en prijsindexaties. Daarnaast zijn de BUIG-lasten gebaseerd op de meest actuele gegevens. Verdere aanpassingen zullen in volgende P&C-documenten worden opgenomen.

Zeist, 8 juli 2026 Namens het bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, W.J. (Walter) van Dijk, voorzitter

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

R.B. (Bernice) Ruiter, directeur

2

Inhoudsopgave

Voorwoord 1. Samenvatting 1.1 1.2 1.2 1.3 2.

Programma Werk en Inkomen 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3. 4.

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN FINANCIERING BEDRIJFSVOERING VERBONDEN PARTIJEN WET OPEN OVERHEID

Financiële begroting 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

6.

ONTWIKKELING VAN HET BESTAND EN BUIG-BUDGET RE-INTEGRATIE, PARTICIPATIE EN DIENSTVERLENING AAN WERKGEVERS INKOMENSVOORZIENINGEN DIENSTVERLENING AAN INBURGERAARS HULP BIJ SCHULDEN EN HET VOORKÓMEN VAN SCHULDEN REGELING OPVANG ONTHEEMDEN OEKRAÏNE

Wet sociale werkvoorziening Paragrafen 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

5.

ONTWIKKELINGEN IN 2027 IN VOGELVLUCHT DOELSTELLINGEN 2027 TOTAALOVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN TOTAALOVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER ONDERDEEL

ORGANISATIE EN APPARAATSKOSTEN OVERZICHTEN PER GEMEENTE GEPROGNOTISEERDE BALANS STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN EMU SALDO OVERZICHT LASTEN PER TAAKVELD EN FORMATIE OVERHEAD INCIDENTELE BATEN EN LASTEN

Doelstellingen en kengetallen

2 4 4 4 5 6 10 10 12 17 20 21 22 24 25 25 30 30 32 34 35 36 36 38 40 41 41 42 42 43

Bijlage 1 Bijdragen gemeenten 2028-2030

45

Bijlage 2 Toelichting grondslagen prognose BUIG

48

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

3

1. Samenvatting In de ontwerpbegroting 2027 is geschetst welke dienstverlening in het komende jaar wordt aangeboden aan inwoners in de ZOU-regio, welke doelstellingen geformuleerd zijn in samenspraak met de gemeenten en wat de financiële vertaling van dit alles is.

1.1

Ontwikkelingen in 2027 in vogelvlucht

De komende jaren staan in het teken van verandering. De Participatiewet in Balans, mogelijke nieuwe wet- en regelgeving én de intensieve samenwerking met partners, zoals Biga Groep en lokale/regionale werkgevers, vragen om flexibiliteit en innovatie. Tegelijkertijd spelen financiële uitdagingen bij gemeenten en politieke keuzes op landelijk en lokaal niveau een grote rol. In 2027 komen de volgende ontwikkelingen op de RDWI af: De menselijke maat wordt in diverse landelijke regelgeving steeds belangrijker, de kernwaarden van de RDWI sluiten hier goed op aan De ontwikkelingen rondom de Participatiewet in Balans en andere wetsvoorstellen, zoals Handhaving sociale zekerheid, benadrukken het belang van werken vanuit vertrouwen en het centraal stellen van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Er komt nog duidelijker de nadruk te liggen op het maken van een integrale afweging in de individuele situatie van de inwoner. Ook de ontwikkelingen binnen het schulddomein sluiten hierop aan. Vanuit haar kernwaarden beweegt de RDWI als organisatie al in de richting van de komende wet- en regelgeving. Deze transitie blijft ook de komende jaren de aandacht houden.

Het Rijksbeleid blijft een onzekere factor in de nabije toekomst Het is nog niet duidelijk wat de effecten zijn van mogelijke nieuwe wet- en regelgeving, zoals de Wet proactieve dienstverlening SZW en de verandering van het tijdelijk verblijfsrecht van Oekraïense ontheemden. Ook de in 2026 nieuw ingestelde gemeenteraden zullen de lokale koers voor de komende jaren mede bepalen. De RDWI probeert zo goed mogelijk met gemeenten mee te bewegen in deze tijd van financiële vraagstukken De financiële vraagstukken bij gemeenten zullen de komende jaren een belangrijke rol blijven spelen. De financiële positie van gemeenten, op de korte en langere termijn, is een onzekerheid die door kan werken op de dienstverlening. Samen met de gemeenten maakt de RDWI keuzes voor kostenbeheersing en besparingsmogelijkheden. Samen met Biga Groep werkt de RDWI in het project ‘ZOU Werkt’ aan een integrale aanpak re-integratie In dit project wordt gewerkt aan het realiseren van een flexibele infrastructuur die meebeweegt met de behoeften van zowel werkzoekenden als de arbeidsmarkt. Naast beschut werk en ondersteuning voor mensen die onder de Banenafspraak vallen, wordt binnen dit project ook re-integratiebegeleiding aangeboden aan asielzoekers, statushouders en jongeren tot 27 jaar.

Het project ‘ZOU Werkt’ biedt volop kans om de samenwerking met Biga Groep te verstevigen en te bestendigen richting de toekomst. Op basis van de uitkomsten van een evaluatie wordt deze ontwikkeling verder vormgeven.

1.2

Doelstellingen 2027

De Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 zijn leidend voor het beleid en de uitvoering in de komende jaren. Deze kaders sluiten aan bij de koers die in de afgelopen jaren binnen de RDWI is ingezet: we werken aan een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen. Daarom is het uitgangspunt de inwoner centraal te stellen in zijn/haar ondersteuningsvraag. Daarbij wordt gewerkt vanuit vertrouwen in de inwoner, met een juiste balans tussen rechtmatigheid en doelmatigheid en passen we waar nodig maatwerk toe. Dit doet de RDWI niet alleen: samen met gemeenten, partners en organisaties in het sociaal domein worden de krachten gebundeld. Zo worden oplossingen

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

4

gecreëerd die écht werken en wordt er gezamenlijk gebouwd aan een inclusieve samenleving waarin iedereen een plek heeft. Vanuit deze kernwaarden werkt de RDWI aan de dienstverlening voor de inwoners van de ZOU-regio. In deze begroting is inzichtelijk gemaakt welke doelstellingen de RDWI ten behoeve van de inwoners wil bereiken in 2027. Hiervoor zijn de volgende bouwstenen leidend: • De Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027; • Het Meerjarig strategisch plan dat op basis van de Strategische kaders is opgesteld en vervolgens is vastgesteld door het algemeen bestuur RDWI op 17 april 2024; • De ontwikkelingen die op de gemeenten en de RDWI afkomen, zoals geschetst in de kadernota 2027, inclusief de zienswijzen die door de gemeenteraden zijn meegegeven. Bovenstaande bouwstenen sluiten op elkaar aan, waarbij het uitgangspunt is dat we doen wat nodig is om onze inwoners te ondersteunen. De RDWI heeft de ambitie om als een wendbare organisatie te blijven acteren binnen het brede sociale domein. Het uitvoeren van nieuwe taken als de situatie of wet- en regelgeving daarom vraagt, zoals ook de afgelopen jaren is gebeurd, is daar een voorbeeld van.

Voor 2027 worden de volgende doelen nagestreefd: • De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt gelijke tred met de landelijke ontwikkeling; • Inwoners die in staat zijn om betaald werk te verrichten worden hierin voldoende ondersteund; • Inwoners hebben een zinvolle (on)betaalde daginvulling die aansluit bij hun mogelijkheden en waarbinnen zij zich verder kunnen ontwikkelen; • De doorlooptijden van de inkomensondersteunende regelingen zijn zo kort mogelijk; • We helpen inburgeraars duurzaam te participeren in de samenleving; • We zetten in op vroegsignalering om (hogere) schulden te voorkomen; • We houden onze dienstverlening toegankelijk voor inwoners en proberen wettelijke termijnen te halen. De doelstellingen zijn gedeeltelijk gebaseerd op het vastgestelde Meerjarig strategisch plan (MSP). In hoeverre deze doelstellingen worden behaald, wordt gemeten en gevolgd via een aantal indicatoren. Deze indicatoren zijn tot stand gekomen in samenspraak met de gemeenten. Conform de Strategische kaders is samen met gemeenten toegewerkt naar SMART-doelstellingen. Dit alles is verder uitgewerkt en toegelicht in hoofdstuk 6. De manier waarop de RDWI deze doelstellingen wil bereiken, is uitgewerkt in het Programma Werk en Inkomen (hoofdstuk 2).

Via de going concern rapportages1 rapporteert de RDWI gedurende het jaar over de voortgang en wordt uiteindelijk via de jaarrekening 2027 verantwoording afgelegd.

1.2

Totaaloverzicht van baten en lasten

In onderstaande tabellen zijn de overzichten van baten en lasten (conform BBV art. 17 t/m 19) uitgewerkt. Programma Werk en Inkomen (x€) Baten en lasten: Lasten Baten Saldo: Subtotaal programma’s

1

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

110.557.100 12.728.550 97.828.550

104.527.912 10.507.962 94.019.950

117.230.145 11.173.322 106.056.823

115.532.645 10.020.027 105.512.618

114.665.207 9.560.089 105.105.118

113.777.266 9.127.748 104.649.518

97.828.550

94.019.950

106.056.823

105.512.618

105.105.118

104.649.518

De going concern rapportages zijn onderdeel van de 1 e en 2e nota begrotingswijziging 2027.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

5

Bijdragen gemeenten 98.214.320 93.967.950 Totaal algemene dekkingsmiddelen 98.214.320 93.967.950 Totaal saldo van baten en lasten 385.770 -52.000 Toevoeging reserves -110.000 -110.000 Onttrekking reserves 91.500 162.000 Begroot resultaat 367.270 0 Tabel 1: Totaaloverzicht van baten en lasten

106.004.823

105.512.618

105.105.118

104.649.518

106.004.823

105.512.618

105.105.118

104.649.518

-52.000 -110.000 162.000 0

0 -110.000 110.000 0

0 -110.000 110.000 0

0 -110.000 110.000 0

De totale programmalasten 2027 (€ 106,0 miljoen) inclusief overige baten zijn met € 12,0 miljoen gestegen ten opzichte van de totale programmalasten 2026 (€ 94,0 miljoen). Op basis van de raming in de kadernota 2027, zijn vervolgens de benodigde budgetten voor de uitkeringen Participatiewet verder geactualiseerd op basis van de uiteindelijke realisatie per ultimo 2025. De belangrijkste oorzaken en overwegingen worden in hoofdstukken 2, 3 en 5 toegelicht.

1.3

Totaaloverzicht van baten en lasten per onderdeel

Programmalasten Werk en Inkomen per onderdeel (x€)

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

52.749.130 4.764.160

50.492.800 5.067.900

57.480.900 6.048.500

57.480.900 6.048.500

57.480.900 6.048.500

57.480.900 6.048.500

1.953.570

2.183.000

2.710.000

2.418.000

2.418.000

2.418.000

Kinderopvang 550.990 626.000 Rijksbijdrage sociale infrastructuur Impulsbudget sociale infrastructuur Inkomensvoorzieningen , Bijzondere bijstand 3.280.250 3.178.000 Taakstelling BB Studietoeslag 824.440 531.000 Individuele inkomenstoeslagen 1.701.610 1.508.000 Collectieve ziektekostenverzekeringen (CAZ) 1.276.090 745.000 Minimabeleid gemeenten 787.820 725.000 Alleenverdienersproblematiek incl. uitvoeringskosten 135.330 0 Dienstverlening aan Inburgeraars 2.317.880 1.981.000 Intensieve aanpak/balans voorgaande jaren 15.680 Incidentele regeling: RooO Oekraïners (inclusief uitvoeringskosten) 1.112.520 0 Wet sociale werkvoorziening (WSW) 9.847.490 8.898.900 Bedrijfsvoering RSD Apparaatskosten RSD incl. afwikkeling Tozo 18.960.810 19.532.200 Implementatiemiddelen Participatie Wet in balans Bijdrage aan BIGA 600.000 500.000 Loonkosten SW 9.679.310 8.764.862 Effect taakstelling RSD Besluit AB 17-12-2025 -205.750 Totale programmalasten Werk en Inkomen 110.557.060 104.527.912 Tabel 2: Totaal programmalasten per onderdeel

574.000

574.000

574.000

574.000

161.300

172.700

184.200

196.600

231.126

231.126

231.126

231.126

3.446.000 -140.000 1.023.000

3.446.000 -140.000 1.023.000

3.446.000 -140.000 1.023.000

3.446.000 -140.000 1.023.000

1.699.000

1.699.000

1.699.000

1.699.000

822.550 725.000

822.550 725.000

822.550 725.000

822.550 725.000

147.590

0

0

0

2.446.810

2.446.810

2.446.810

2.446.810

1.218.400

1.218.400

1.218.400

1.218.400

9.189.000

8.559.000

8.140.000

7.672.000

20.995.032

20.943.032

20.943.032

20.943.032

22.765 500.000 8.154.922

500.000 7.665.627

500.000 7.205.689

500.000 6.773.348

-225.750

-301.000

-301.000

-301.000

117.230.145

115.532.645

114.665.207

113.777.266

2027

2028

2029

2030

BUIG, BBZ en Tozo BUIG en BBZ Loonkostensubsidie Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Re-integratie programmamiddelen

Baten Programma Werk en Inkomen per onderdeel (x€)

Realisatie 2025

Begroting 2026

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

6

BUIG, BBZ en Tozo BUIG en BBZ 52.749.130 Loonkostensubsidie 4.764.160 Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Re-integratie programmamiddelen 1.953.560 Kinderopvang 550.989 Rijksbijdrage sociale infrastructuur Impulsbudget sociale infrastructuur Inkomensvoorzieningen Bijzondere bijstand incl. taakstelling BB 3.280.251 Studietoeslag 824.440 Individuele inkomenstoeslagen 1.701.610 Collectieve ziektekostenverzekeringen incl. taakstelling CAZ 1.276.090 Minimabeleid gemeenten 787.820 Incidentele regeling: Alleenverdienersproblematiek en uitvoering regeling 135.330 Dienstverlening aan Inburgeraars 2.317.880 Intensieve aanpak/balans voorgaande jaren 15.680 RooO Oekraïners (inclusief vergoeding uitvoering) 1.112.520 Wet sociale werkvoorziening (WSW) 9.847.490 Bedrijfsvoering RSD Bijdragen Apparaatskosten RSD incl. taakstelling RSD 15.862.700 Bijdrage Uitvoering RSD Reintegratie 2.451.000 Bijdrage Uitvoering RSD Wet inburgering 2021 1.033.000 Implementatiemiddelen Participatie Wet in balans Bijdrage gemeenten aan BIGA 600.000 Loonkosten SW 9.679.230 Totale programmabaten Werk en Inkomen 110.942.870 Gerealiseerd/ begroot totaal saldo van baten en lasten 385.810 Toevoeging reserves -110.000 Onttrekking reserves 91.500 Begroot resultaat 367.310 Tabel 3: Totaal programmabaten per onderdeel

50.492.800 5.067.900

57.480.900 6.048.500

57.480.900 6.048.500

57.480.900 6.048.500

57.480.900 6.048.500

2.183.000 626.000

2.710.000 574.000

2.418.000 574.000

2.418.000 574.000

2.418.000 574.000

0

161.300

172.700

184.200

196.600

231.126

231.126

231.126

231.126

3.178.000 531.000 1.508.000

3.306.000 1.023.000 1.699.000

3.306.000 1.023.000 1.699.000

3.306.000 1.023.000 1.699.000

3.306.000 1.023.000 1.699.000

745.000 725.000

822.550 725.000

822.550 725.000

822.550 725.000

822.550 725.000

0

147.590

0

0

0

1.981.000

2.446.810

2.446.810

2.446.810

2.446.810

0

1.218.400

1.218.400

1.218.400

1.218.400

8.898.900

9.189.000

8.559.000

8.140.000

7.672.000

15.422.950

16.598.624

16.523.374

16.523.374

16.523.374

2.792.600

2.967.874

2.967.874

2.967.874

2.967.874

1.058.900

1.150.784

1.150.784

1.150.784

1.150.784

500.000 8.764.862

22.765 500.000 8.154.922

500.000 7.665.627

500.000 7.205.689

500.000 6.773.348

104.475.912

117.178.145

115.532.645

114.665.207

113.777.266

-52.000 -110.000 162.000 0

-52.000 -110.000 162.000 0

0 -110.000 110.000 0

0 -110.000 110.000 0

0 -110.000 110.000 0

Toelichting De totale verwachte programmalasten voor Werk en Inkomen in 2027 bedragen € 117,2 miljoen, hetgeen een stijging van € 12,7 miljoen is ten opzichte van 2026 (€ 104,5 miljoen). Deze toename wordt met name veroorzaakt door hogere lasten binnen diverse deelprogramma’s, waaronder BUIG en Bbz (€ 8,0 miljoen), inkomensvoorziening (€ 1,0 miljoen), RooO (€ 1,2 miljoen) en apparaatskosten (€ 0,9 miljoen). De totale verwachte baten 2027 bedragen circa € 117,2 miljoen. Na onttrekking en toevoeging aan de reserves is het begrote resultaat neutraal. BUIG en Bbz Voor de bepaling van de lasten van de programma’s BUIG en Bbz baseren wij ons op de meerjarige trends die door het CPB en het Rijk worden voorzien. De totale verwachte lasten van programma’s BUIG en Bbz 2027 zijn circa € 63,4 miljoen. Dit is € 7,8 miljoen hoger dan de verwachte lasten in 2026 (€ 55,6 miljoen). Deze stijging is in belangrijke mate te herleiden naar de verhoging van het wettelijk minimumuurloon, waardoor de gemiddelde uitkering stijgt.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

7

De loonkostensubsidie 2026 bedraagt circa € 6 miljoen, dit is € 0,9 miljoen hoger in vergelijking met 2026 (€ 5,1 miljoen). Het Rijk compenseert gemeenten voor deze verhoging via de aanpassing van het macrobudget BUIG. Inkomensvoorzieningen De te verwachte lasten van het programma Inkomensvoorzieningen zijn ongeveer € 1,0 miljoen hoger dan die van 2026. Deze stijging heeft verschillende oorzaken. De lasten van alle deelprogramma’s zijn gestegen ondanks twee kostenbeheersingsmaatregelen. De stijging bij bijzondere bijstand wordt vooral veroorzaakt door inflatie. De stijging bij studietoeslag is voornamelijk toe te schijven aan de toenemende bekendheid van de studietoeslag. De lasten van individuele inkomenstoeslagen 2027 zullen verder gaan stijgen doordat de doelgroep actief is benaderd. Daarnaast hebben de afgelopen jaren meer asielmigranten de individuele inkomenstoeslag uitgekeerd gekregen. Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) De Regeling opvang ontheemden Oekraïne is in de begroting 2027 opgenomen vanwege het duurzame karakter van de regeling. Apparaatskosten loon- en prijsindexaties 2027 De personeelskosten zijn berekend op basis van de formatiebegroting vermeerderd met het IKB, de werkgeverslasten en overige looncomponenten. Deze kosten zijn geïndexeerd met een percentage van 3,6%.

Dit is gebaseerd op drie maanden het toepassen van de stijging van de Cao van 1,6% (wegens het aflopen van de Cao SGO per 31 maart 2027) en 9 maanden op de loonvoet sector overheid zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan 2026 van 4,2%. De materiële kosten zijn in de begroting geraamd op basis van de verwachte kosten. De reden hiervoor is met name de wijziging van het activeren en afschrijven van laptops en telefoons naar het betalen van een jaarlijkse vergoeding aan de RID. Dit leidt tot een substantiële daling van de kapitaallasten en een stijging van de automatiseringskosten. De systematiek voor de berekening van de apparaatskosten is ten opzichte van de kadernota 2027 aangepast. Daarin werd uitgegaan van de begroting 2026 waarop een indexatie van 5,1% voor de personeelskosten, 2,2% voor de materiële kosten en de verwerking van de salarisstijging conform de Cao van 1,6% werd toegepast. Wet inburgering 2021 De meerjarenbegroting voor Wet inburgering 2021 is naar beneden bijgesteld. Deze bijstelling is gebaseerd op de huisvestingstaakstelling 2026 en de gerealiseerde uitgaven voor voorzieningen in 2025. Kostenbeheersing Op het verzoek van de gemeenten om te voldoen aan de gemeentelijke bezuinigingsopgaven, heeft de RDWI mogelijke besparingsmaatregelen binnen de organisatie in kaart gebracht.

Naar aanleiding van deze ontwikkelingen heeft het algemeen bestuur op 18 december 2024 besloten om vijf kostenbeheersmaatregelen op te nemen, te weten: • Afschalen rechtmatigheidscontroles; • Terugvorderen alleen bij opzet of grove schuld; • Kwijtschelden van alle vorderingen ouder dan vijf jaar; • Aanpassen Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (CAZ); • Apparaatskosten. De implementatie van de kostenbeheersingsmaatregel met betrekking tot CAZ en apparaatskosten wordt uitgevoerd in 2026. De overige drie kostenbeheersmaatregelen worden naar verwachting in 2027 uitgevoerd. Op 17 december 2025 heeft het algemeen bestuur besloten om twee aanvullende kostenbeheersmaatregelen toe te voegen, namelijk:

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

8

• •

Afschaffen uitstroompremie; Aanpassen bedragen inrichtingskosten.

De financiële gevolgen van de kostenbeheersmaatregelen zijn geactualiseerd op basis van historische trends. Voor de meerjarenraming zijn de budgetten voor 2028 tot en met 2030 ongewijzigd gebleven, vanwege het ontbreken van voldoende inzicht in de ontwikkeling van de diverse kostencomponenten voor de gemeenten.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

9

2. Programma Werk en Inkomen De doelstellingen voor 2027 (zie paragraaf 1.2) zijn vertaald naar concrete activiteiten. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de RDWI zich inspant om deze doelstellingen na te streven en wat dit financieel betekent.

2.1

Ontwikkeling van het bestand en BUIG-budget

Voor de ontwikkeling van het bestand en het BUIG-budget zijn de ramingen van het CPB als uitgangspunt genomen, waarbij ook is gekeken naar de ontwikkeling van de aantallen uitkeringsgerechtigden in de ZOU-regio. Een belangrijke ontwikkeling in 2027 is dat de verblijfstitel voor Oekraïense vluchtelingen gaat wijzigen. De huidige Europese verblijfstitel bestaat tot 5 maart 2027. Daarna ontvangen de ongeveer 135.000 Oekraïense vluchtelingen in Nederland een verblijfsvergunning voor drie jaar. Hiermee krijgen zij dezelfde rechten en plichten als Nederlanders en kunnen zij een beroep doen op de Participatiewet. Hierover valt meer te lezen in paragraaf 2.6. De effecten hiervan voor de volumeontwikkeling van de algemene bijstand wordt door het CPB echter niet meegenomen in de prognose van het bestand. De verwachte stijging van de loonkostensubsidie in 2027 is 19,3% t.o.v. 2026. De verwachting is dat de ontwikkeling van onze regio gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Zolang dit het geval is, worden de lasten gecompenseerd door de stijging van het macrobudget. Wat is het doel? De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt gelijke tred met de landelijke ontwikkeling Dit wordt gemeten aan de hand van de procentuele stijging of daling, afgezet tegen de landelijke ontwikkeling zoals deze gepubliceerd wordt door het CBS.

Hoe gaan we dit doel bereiken? Een effectief proces vanaf de intake, gericht op een vroegtijdige begeleiding naar werk en het voorkomen van onnodige instroom in de uitkering Direct bij een aanvraag levensonderhoud worden de mogelijkheden voor werk beoordeeld. Inwoners die direct aan de slag kunnen, worden vóór instroom in de uitkering naar betaald werk begeleid. Zodoende is het mogelijk dat een inwoner een baan heeft gevonden, voordat het aanvraagproces voor de uitkering is afgerond. Om uitstroom te stimuleren wanneer iemand al een uitkering heeft, zijn re-integratieactiviteiten (in brede zin) de belangrijkste instrumenten. In paragraaf 2.2 wordt hier uitgebreider op ingegaan. Loonkostensubsidies vergroten de mogelijkheden voor werk Binnen het BUIG-budget zijn er middelen om loonkostensubsidies te verstrekken aan werkgevers. Zij komen hiervoor in aanmerking wanneer zij inwoners in dienst nemen die vanwege een arbeidsbeperking een verminderde productiviteit hebben. Op deze manier kunnen inwoners direct geheel of gedeeltelijk uit de uitkering stromen. Deze subsidies worden door het Rijk vergoed op basis van werkelijk verstrekte subsidies op macroniveau. Per gemeente kan wel een voor- of nadeel ontstaan als gevolg van de verdeelsystematiek.

De inzet van loonkostensubsidies kan gevolgen hebben voor de programmakosten reintegratie (zie paragraaf 2.2), omdat deze inwoners vaak begeleid worden op de werkplek met bijvoorbeeld job coaching of werkbegeleiding. Hoewel dit leidt tot mogelijk hogere uitgaven, is het financiële risico voor de gemeente beperkt. Het Rijk compenseert deze uitgaven namelijk achteraf via de t-1 systematiek. Ook de beschikbare middelen voor reintegratie (zoals jobcoaching en scholing) groeien mee met de omvang van de doelgroep.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

10

Wat betekent dit financieel? Realisatie Begroting BUIG en BBZ 2004 2025 2026 Lasten: BUIG en BBZ levensonderhoud 52.585.360 50.256.800 Loonkostensubsidie 4.764.160 5.067.900 Overige lasten BBZ 2004: Kredietverlening BBZ 64.760 121.000 Onderzoekskosten levensvatbaarheid 99.010 115.000 Totaal overige lasten BBZ 2004 163.770 236.000 Totaal programma lasten: 57.513.290 55.560.700 Baten: Bijdragen gemeenten 56.685.250 54.537.100 Overige baten: Overige baten BUIG en BBZ levensonderhoud 711.650 950.000 Overige baten Loonkostensubsidie 13.260 Terugontvangen op kredietverstrekking BBZ 2004 103.120 73.600 Totaal overige baten: 828.030 1.023.600 Totaal programma baten: 57.513.290 55.560.700 Begroot totaal saldo van baten en lasten 0 0 Tabel 4: Programmabegroting BUIG en Bbz

2027

2028

2029

2030

57.318.500 6.048.500

57.318.500 6.048.500

57.318.500 6.048.500

57.318.500 6.048.500

62.400 100.000 162.400 63.529.400

62.400 100.000 162.400 63.529.400

62.400 100.000 162.400 63.529.400

62.400 100.000 162.400 63.529.400

62.538.000

62.538.000

62.538.000

62.538.000

900.000

900.000

900.000

900.000

91.400 991.400 63.529.400

91.400 991.400 63.529.400

91.400 991.400 63.529.400

91.400 991.400 63.529.400

0

0

0

0

Toelichting De programmabegroting BUIG en Bbz 2027 is samengesteld op basis een actualisatie van de prognose in de kadernota 2027 waarbij de laatste ontwikkelingen uit het Centraal economisch plan 2026 van het CPB zijn meegenomen. Minimumloon De totale programmalasten BUIG en Bbz 2027 bedragen € 63,5 miljoen. De lasten van de uitkeringen BUIG en Bbz (€ 57,3 miljoen) zijn met € 7 miljoen gestegen ten opzichte van de begroting 2026 (€ 50,3 miljoen). De realisatie van 2025 bedroeg met € 52,6 miljoen al meer dan in de begroting 2026 was voorzien. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de verhoging van het wettelijk minimumloon. Dit leidt tot een hogere uitkering, aangezien de normen van de Participatiewet aan het minimumuurloon zijn gekoppeld. Loonkostensubsidie De lasten loonkostensubsidie blijven stijgen. Het aantal inwoners met een arbeidsbeperking (zowel met als zonder uitkering) groeit. Voor 2027 en verder is rekening gehouden met een stijging van 19,3%. Daardoor maakt de loonkostensubsidie een steeds groter deel uit van de totale BUIG-lasten. Overige posten Bbz 2004 Hoewel het aantal hulpvragen van zelfstandigen ook in 2025 is toegenomen, wordt er geen stijging in de kredietverlening verwacht en blijven de onderzoekskosten voor levensvatbaarheid redelijk stabiel.

Op basis hiervan zijn voor de komende jaren beperkte aanpassingen doorgevoerd voor zowel de kredietverlening als de onderzoekskosten. Kostenbeheersing dienstverlening Naar aanleiding van het besluit van het algemeen bestuur van 17 december 2025 is zowel in het begrotingsjaar 2027 als in de meerjarenraming een kostenbeheersmaatregel opgenomen in de bijdrage voor de apparaatsbegroting. Deze maatregel wordt onder meer ingevuld op specifieke dienstverlening in het kader van de BUIG. De verandering in de dienstverlening kan ook impact hebben op de BUIG-lasten. Dit effect kan echter alleen achteraf met terugwerkende kracht worden vastgesteld. Resultaat BUIG voor gemeenten Bij de raming in deze begroting is het uitgangspunt dat de ontwikkeling van het klantenbestand van de gemeenten gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Op basis van de meest recente prognoses van het CPB in het CEP 2026 en de raming van het

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

11

bijstandsvolume in de MEV 2026 zal naar verwachting in 2027 het resultaat voor alle gemeenten, behalve gemeente Wijk bij Duurstede, negatief zijn. In voorgaande jaren compenseerde gemeente Zeist via de solidariteitsafspraak het nadelig saldo van de overige gemeenten. Inmiddels werkt de lagere realisatie in de afgelopen jaren van gemeente Zeist door via de systematiek van de BUIG. Hierdoor wordt de uitkering van gemeente Zeist met ingang van 2026 lager. In onderstaande tabel is in kolom E het resultaat na toepassing van de solidariteitsafspraak opgenomen. Daarbij geldt dat gemeenten - die met een tekort voor ontschotting eindigen - tot maximaal nul worden gecompenseerd. In bijlage 2 wordt een nadere toelichting gegeven op de bij de prognose 2027 gehanteerde uitgangspunten. In onderstaande tabel wordt het resultaat en effect van de ontschotting gepresenteerd, waarbij het verwachte Rijksbudget BUIG per gemeente in kolom A staat. Dit budget wordt verminderd met de geraamde lasten BUIG en loonkostensubsidie (kolom B). Hierin zijn ook de baten uit terugvordering en verhaal verwerkt. In kolom C staat de geraamde uitkering uit de vangnetregeling. Kolom D geeft het resultaat vóór verwerking van de vangnetuitkering. In kolom E is het resultaat na verwerking van de vangnetuitkering vermeld. In kolom F is dan de uiteindelijke verdeling volgens de ontschottingssystematiek zichtbaar.

Raming resultaat BUIG 2027 (x€)

A. Raming Rijksbudgetten BUIG

B. Raming netto lasten BUIG/LKS

C. Vangnet regeling

D. Resultaat voor ontschotting voor Vangnetuitkering AB =D

3.449.700 13.790.000 13.836.800 5.640.200 25.750.300 62.467.000

100.200 266.200 366.400

-165.400 -531.800 -856.900 255.500 -112.500 -1.411.100

Bunnik 3.284.300 De Bilt 13.258.200 Utrechtse Heuvelrug 12.979.900 Wijk bij Duurstede 5.895.700 Zeist 25.637.800 Totaalbudget 61.055.900 Tabel 5: Resultaat BUIG per gemeente

E. Resultaat voor ontschotting na vangnetregeling AB+C = E

F. Resultaat na vangnetuitkering na ontschotting

-165.400 -431.600 -590.700 255.500 -112.500 -1.044.700

-69.900 -282.300 -276.400 129.900 -546.000 -1.044.700

Afwikkeling regeling Tijdelijke ondersteuning zelfstandig ondernemers (Tozo) Sinds het stopzetten van de regeling Tijdelijke ondersteuning zelfstandig ondernemers (Tozo) eind 2021 wordt de afwikkeling van de regeling uitgevoerd. Dit betreft de invordering van verstrekte kredieten en ten onrechte verstrekte uitkeringen, en waar nodig de ondersteuning van ondernemers die na corona ondersteuning nodig hadden. De bedragen die terugbetaald moeten worden, dienen uiterlijk juli 2028 volledig te zijn voldaan. De ontvangen inkomsten uit deze terugbetalingen worden afgerekend met het Rijk. Omdat kwijtschelding van de Tozo-uitkering voor de meeste ondernemers niet mogelijk is, is er een schatting gemaakt op basis van de openstaande vorderingen ultimo 2024 en realisatie 2025 voor de te ontvangen terugvorderingen. Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandigen (Tozo) Lasten: Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Totaal programma lasten: Baten: Bijdragen gemeenten Overige baten Vooruitontvangen bijdragen Totaal programma baten: Begroot totaal saldo van baten en lasten Tabel 6: Programmabegroting Tozo-regeling

2.2

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

-446.760 446.760 0 0

0 PM 0 0

-664.000 664.000 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0

0

0

0

0

0

Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers

Het re-integratiebeleid is erop gericht inwoners waar mogelijk te stimuleren, begeleiden en faciliteren naar een plek op de reguliere arbeidsmarkt. Voor een groot deel van onze

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

12

inwoners is de stap naar (betaald of onbetaald) werk groot. Om deze inwoners passend te ondersteunen, biedt de RDWI begeleiding op maat. Dit wordt samen opgepakt met de sociale teams van de gemeenten en andere lokale samenwerkingspartners, bijvoorbeeld bij het vinden van een passende daginvulling of vrijwilligerswerk. In 2027 werkt de RDWI in het kader van ‘ZOU Werkt’ samen met de vijf ZOU-gemeenten en Biga Groep verder aan één integrale uitvoering van re-integratie per 2030. Hiermee wordt een stap gezet naar een toekomstbestendige uitvoering van werk en inkomen in de regio, waarbij wordt ingezet op inclusief werkgeverschap. In 2027 treden de overige maatregelen van de Participatiewet in Balans in werking. Hierdoor komt er meer nadruk op doelmatigheid, doen wat nodig is, maatwerk en integraal samenwerken. Ook worden re-integratieverplichtingen meer toegespitst op het individu. Maatschappelijke participatie wordt wettelijk een even belangrijk doel als werk en inwoners krijgen meer ruimte om hun participatie zelf vorm te geven. Daarnaast treedt naar verwachting in 2027 de Wet handhaving sociale zekerheid in werking. De lokale regelingen en uitvoeringspraktijk worden hierop aangepast. Daarbij is al geanticipeerd op een deel van de wetswijzigingen en de geboden beleidsruimte, die aansluiten bij de kernwaarden en ambities van de RDWI.

Tot slot vragen de Participatiewet in Balans en aanverwante wijzigingen meer expertise en capaciteit van regisseurs en zet dit de basisdienstverlening verder onder druk. Tegelijkertijd groeit de doelgroep arbeidsbeperkten met een indicatie voor de banenafspraak en beschut werk. In afstemming met de gemeenten zullen keuzes voor de dienstverlening moeten worden gemaakt over de inzet van capaciteit en middelen. Deze keuzes hangen onder andere samen met de richting die wordt bepaald binnen ‘ZOU Werkt’. Wat zijn de doelen? Inwoners die in staat zijn om betaald werk te verrichten worden hierin voldoende ondersteund Aan de hand van de volgende indicatoren wordt inzichtelijk gemaakt hoe dit doel wordt bereikt: • Uitstroom van inwoners met een uitkering naar werk of scholing. • Het aantal inwoners met een uitkering dat parttime werkt en de inkomsten uit parttime werken. • 50% van het aantal inwoners met een beschut werk beschikking of een indicatie banenafspraak is aan het werk. Inwoners hebben een zinvolle (on)betaalde daginvulling die aansluit bij hun mogelijkheden en waarbinnen zij zich verder kunnen ontwikkelen De volgende indicatoren geven aan in hoeverre dit doel wordt bereikt: • Het aantal inwoners dat naar werk kan, het aantal inwoners dat daarin nog een ontwikkeling kan doormaken en het aantal inwoners dat zorg of andere vormen van ondersteuning nodig heeft.

• De mate waarin we inwoners in beeld hebben. Dit kan bijvoorbeeld met een plan van aanpak, een diagnose en/of een activiteit die wordt ingezet. Hoe gaan we deze doelen bereiken? We stimuleren, faciliteren en begeleiden inwoners waar mogelijk naar werk Inwoners worden, waar mogelijk, zo snel mogelijk naar werk begeleid. Dit begint al bij de aanvraag. Inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt worden tijdens de aanvraag van een uitkering zo snel mogelijk begeleid naar passend werk. Daarbij worden zij ondersteund met bijvoorbeeld bemiddeling of een training. Waar nodig faciliteren we dit met een vervoersvoorziening of een andere maatwerkoplossing. Ook kan eerst worden ingezet op een proefplaats, een forfaitaire loonkostensubsidie of een werkervaringsplek.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

13

We geven specifiek aandacht aan jongeren, inwoners met een arbeidsbeperking en (voormalig) inburgeraars Het gaat hierbij om de volgende focusdoelgroepen: • De doelgroep met een arbeidsbeperking groeit en vraagt extra aandacht. Voor deze groep wordt ingezet op specialistische begeleiding via Werkroute en instrumenten zoals beschut werk en jobcoaching, met inachtneming van de afspraken met gemeenten over de taakstelling. Daarnaast wordt ingezet op loonkostensubsidie, onder andere via de aanpak ‘Gelijk aan de Slag’, om meer mensen uit deze doelgroep duurzaam bij reguliere werkgevers aan het werk te helpen. Voor psychisch kwetsbare inwoners wordt gebruik gemaakt van Sterk met Werk en Individuele Plaatsing en Steun (IPS). • De groep jongeren groeit en heeft steeds vaker te maken met multiproblematiek. De opgave voor deze doelgroep is groter geworden door de Wet van School naar Duurzaam Werk (2026). Daarom wordt gewerkt aan een goede integrale samenwerking met gemeenten en het Doorstroompunt. Daarnaast wordt regionaal ingezet op het continueren van specialistische trajecten, zoals Sterk met Werk, scholing en lifecoaching voor (psychisch) kwetsbare jongeren met multiproblematiek, binnen het Regionaal Programma. Zodra meer duidelijk is vanuit het Rijk over de beschikbare middelen voor de gemeenten, zal dit worden aangepast in de 1e of 2e nota begrotingswijziging 2027.

• De groei van het aantal (voormalig) inburgeraars is afhankelijk van landelijke en internationale ontwikkelingen. De verwachting blijft dat een grote groep tijdens en na de inburgering afhankelijk is van een uitkering. Deze inwoners ervaren vaak specifieke belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van taal en cultuur. Tegelijkertijd biedt de huidige arbeidsmarkt ook kansen. Daarom wordt blijvend ingezet op taaltrajecten en extra begeleiding richting werk. Voor inwoners met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt zetten we in op ontwikkeling richting werk of participatie Voor inwoners met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt ligt de focus op ontwikkeling richting werk of participatie. Ondersteunen bij het wegnemen van belemmeringen en het creëren van randvoorwaarden is daarbij van cruciaal belang. Dit vraagt vaak meer tijd, aandacht en begeleiding om stappen richting participatie of werk mogelijk te maken. In situaties waarin sprake is van multiproblematiek kan daarnaast intensievere begeleiding en/of een empowermenttraject worden ingezet. Dit gebeurt in samenwerking met (lokale) netwerkpartners en in nauwe afstemming met de inwoner, die met de Participatiewet in Balans ook meer regie krijgt over het vormgeven van zijn of haar participatie.

We werken steeds meer bovenregionaal om arbeidsmarktvraagstukken effectiever en in samenhang op te pakken Landelijke en bovenregionale ontwikkelingen, zoals de Meerjarenagenda, geven richting aan de ingezette koers, terwijl de RDWI in het Regionaal Beraad samen met gemeenten, UWV, sociale partners, SBB en onderwijs de regionale prioriteiten bepaalt en keuzes maakt voor uitvoering. Het Werkcentrum vormt daarbij de gezamenlijke toegangspoort waar publieke en private partners dienstverlening voor werkzoekenden, werkenden en werkgevers samenbrengen volgens het ‘no wrong door’-principe. Zo vergroten we de vindbaarheid, wordt de regionale uitvoeringskracht versterkt en wordt beter aangesloten op ontwikkelingen over regiogrenzen heen. De werkgeversaanpak wordt in 2027 verder ontwikkeld Er wordt samen met werkgevers en gemeentes geïnvesteerd in een innovatieve aanpak waarin werk, inkomenszekerheid en perspectief centraal staan voor inwoners. In deze publiek-private samenwerking worden lokale en regionale werkgevers aan deze maatschappelijke opgave verbonden en worden kansen voor inwoners gecreëerd om aan het werk te gaan en te blijven. Ten aanzien van inkomenszekerheid wordt ingezet op de

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

14

mogelijkheden die de Participatiewet in Balans biedt, zoals het optimaal inzetten van het bufferbudget. Daarnaast wordt ingezet op begeleiding en informatievoorziening (inkomen) als inwoners aan het werk gaan en/of aan het werk zijn. Er worden in de ZOU-regio mogelijkheden onderzocht om inwoners meer zekerheid te bieden, onder meer via een baangarantie en stabiel inkomen. Taaleis in de Participatiewet krijgt hernieuwde aandacht Vanaf 2027 komen er mogelijk stapsgewijs ook extra middelen beschikbaar vanuit het Rijk voor het uitvoeren van de taaleis in de Participatiewet. Deze middelen zullen op een later moment worden opgenomen in de circulaires. Zodra meer duidelijk is vanuit het Rijk over de beschikbare middelen voor de gemeenten, zal dit worden aangepast in de 1e nota begrotingswijziging 2027. Wat betekent dit financieel? In deze paragraaf worden de programmalasten re-integratie en project ‘Zou Werkt’ behandeld. De uitvoeringskosten van re-integratie komen later in hoofdstuk 5 aan bod. Meerjarenraming 2027-2030 reintegratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers (x €)

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

Lasten: Re-integratie

1.849.980

2.183.000

2.364.000

2.478.000

2.478.000

2.478.000

69.750

0

406.000 0

0

0

0

33.840

0

0

0

0

0

Extra Forfaitaire loonkostensubsidie Projecten Lokini's EU-REACT Kostenbeheersmaatregel afschaffen uitstroompremie

0

0

-60.000

-60.000

-60.000

-60.000

Totaal programma lasten:

1.953.570

2.183.000

2.710.000

2.418.000

2.418.000

2.418.000

Baten: Bijdragen gemeenten

1.849.980

2.183.000

2.710.000

2.418.000

2.418.000

2.418.000

65.860

0

0

0

0

0

Overige baten: Overige baten/ vrijval voorgaande jaren Projecten Lokini's Overige baten en vooruit ontvangen subsidies EU-React Totaal overige baten: Totaal programma baten:

3.880 33.840

0

0

0

0

0

37.720 1.953.570

0 2.183.000

0 2.710.000

0 2.418.000

0 2.418.000

0 2.418.000

0

0

Gerealiseerd/ begroot totaal saldo van baten en lasten 0 0 0 Tabel 7: Programmabegroting Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers

0

Toelichting In de strategische kaders 2024-2027 is vastgesteld dat de meerjarige ramingen voor de programmamiddelen ten behoeve van re-integratie, geleidelijk gebaseerd dienen te worden op een combinatie van regieafspraken met gemeenten over de inzet van instrumenten en een realistische begroting. In de periode voorafgaand aan 2027 zullen er, in voorbereiding op dat jaar, overlegmomenten plaatsvinden met de gemeenten om de wensen en verwachtingen met betrekking tot de uitvoering te bespreken. Aangezien deze begroting betrekking heeft op 2027, is het budget voor Beschut werk conform de septembercirculaire 2025. De stijging van € 406.000 voor Beschut werk in 2027 wordt veroorzaakt door een aanvullende verhoging als overbrugging voor de hogere forfaitaire loonkostensubsidie vanaf 2028. Vanaf 2028 is de verwachting dat deze verhoogde financiering wordt ondergebracht in de BUIG via loonkostensubsidie en geldt als realisatiebekostiging. Voor de overige componenten is uitgegaan van de kostenontwikkeling van 2025. Raming programmakosten re-integratie per gemeente per component Hieronder zijn de raming 2027 en meerjarenraming 2028-2030 voor het programma Re-integratie per gemeente en per component opgenomen. De verdeling van de te

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

15

verwachten lasten voor re-integratie is conform de afspraken die zijn vastgesteld in de Strategische kaders 2024-2027.

Raming Re-integratie 2027 (x €)

Beschut Werk

Extra forfaitaire loonkostensubsidie

Jobcoaching

Verstrekking

Overig instrumenten

Taakstelling

Totaal na taakstelling

12.000 53.000 71.000

11.000 53.000 58.000

5.000 23.000 25.000

30.000 148.000 162.000

-2.936 -12.261 -13.555

86.064 400.739 483.445

Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug

31.000 136.000 181.000

Wijk bij Duurstede

114.000

44.000

27.000

12.000

74.000

-5.947

265.053

Zeist

582.000

226.000

165.000

71.000

456.000

-25.301

1.474.699

1.044.000

406.000

314.000

136.000

870.000

-60.000

2.710.000

Totaal

Tabel 8: Raming Re-integratie 2027 Meerjarenraming reintegratie 2028-2030 (x €)

Kostenbeheersing

Totaal na kostenbeheersing

Jobcoaching

Bunnik

35.000

11.000

5.000

30.000

-2.936

78.064

De Bilt

151.000

53.000

23.000

148.000

-12.261

362.739

Utrechtse Heuvelrug

201.000

58.000

25.000

162.000

-13.555

432.445

Wijk bij Duurstede

126.000

27.000

12.000

74.000

-5.947

233.053

Zeist

645.000

165.000

71.000

456.000

-25.301

1.311.699

1.158.000

314.000

136.000

870.000

-60.000

2.418.000

Totaal

Verstrekking

Overige instrumenten

Beschut

Tabel 9: Meerjarenraming re-integratie 2028-2030

Gesprekken over de voortgang De gesprekken met de gemeenten die voortvloeien uit de regieafspraken vinden later in 2026 plaats. Daarom is het bij deze begroting alleen mogelijk om de autonome ontwikkelingen op te nemen. Voor de begeleiding van beschut werk is wel een mutatie opgenomen in verband met de stijging van de wettelijke taakstelling. Mogelijke financiële effecten In deze begroting is nog geen rekening gehouden met de mogelijke financiële effecten van de ontwikkelingen rondom re-integratie. Deze gaan onder meer over een verzwaring van de doelgroepen voor wie de re-integratieactiviteiten ingezet worden. Dit kan extra inzet vragen van zowel de bedrijfsvoering als van de programmamiddelen. Dit vraagstuk zal ook onderdeel zijn van de accountgesprekken over 2027. Indien deze gesprekken leiden tot een aanpassing van de dienstverlening en/of de inzet van de programmamiddelen re-integratie, dan wordt dit in de begrotingswijziging 2027 verwerkt. Kinderopvang Naast de programmakosten re-integratie maakt het budget kinderopvang ook deel uit van deze paragraaf. Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

Kinderopvang Totaal lasten:

550.990 550.990

626.000 626.000

574.000 574.000

574.000 574.000

574.000 574.000

574.000 574.000

Baten: Bijdragen gemeenten Overige baten Totaal programma baten:

550.990 0 550.990

626.000 0 626.000

574.000 0 574.000

574.000 0 574.000

574.000 0 574.000

574.000 0 574.000

0

0

0

0

0

Kinderopvang (x €) Lasten:

Begroot totaal saldo van baten en lasten Tabel 10: programmabegroting kinderopvang

0

Het budget voor kinderopvang is verlaagd ten opzichte van de begroting 2026. De daling in de begroting kinderopvang 2027 is gebaseerd op lagere gerealiseerde uitgaven voor kinderopvang in 2024 en 2025. In de jaren 2024 en 2025 is de eerder gesignaleerde groei afgevlakt. Project ‘ZOU Werkt’ Samen met Biga Groep werkt de RDWI in een proeftuin aan een integrale aanpak reintegratie. In dit project “ZOU Werkt!” wordt de komende vier jaar uitvoering gegeven aan

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

16

de totstandkoming van één integrale uitvoering van re-integratie in duidelijke verbinding met inkomensondersteuning. Impulsbudget sociale infrastructuur Het impulsbudget is bedoeld om gemeenten en werkontwikkelbedrijven te helpen bij de transitie en transformatie van de sociale infrastructuur, zodat inwoners die extra begeleiding nodig hebben, zoals cliënten uit de Participatiewet, (weer) aan het werk kunnen en zich blijven ontwikkelen. Het impulsbudget loopt van 2025 tot en met 2034. Het budget van 2026 bedraagt € 231.126 en was niet opgenomen in de begroting 2026 en zal worden toegevoegd aan de 1e nota begrotingswijzing 2026. Sociale infrastructuur (x€) Lasten: Impulsbudget Sociale infrastructuur Totaalprogramma lasten: Baten: Bijdragen gemeenten Totaalprogramma baten:

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

0

0

231.126

231.126

231.126

231.126

0

0

231.126

231.126

231.126

231.126

0 0

0 0

231.126 231.126

231.126 231.126

231.126 231.126

231.126 231.126

0

0

0

0

Begroot totaal saldo van 0 0 baten en lasten Tabel 11: programmabegroting impulsbudget Sociale infrastructuur

Rijksbijdrage Sociale infrastructuur Vanaf 2025 ontvangen gemeenten een financiële bijdrage ter ondersteuning van de kosten voor arbeidsplaatsen voor inwoners die niet onder beschut werk vallen, maar gedurende een bepaalde periode afhankelijk zijn van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Bijvoorbeeld voor intensieve begeleiding en ondersteuning. Gemeenten ontvangen hiervoor per inwoner die het betreft een bijdrage van ongeveer € 3.600 per jaar. De bijdrage is bedoeld voor vaste bedrijfskosten (gebouw, werkplekken, begeleiding, overhead). Het budget van 2026 van € 149.900 was niet opgenomen in de begroting 2026 en zal worden toegevoegd aan de 1e nota begrotingswijzing 2026. Realisatie Sociale infrastructuur (x€) 2025 Lasten: Sociale infrastructuur 0 Totaalprogramma lasten: 0 Baten: Bijdragen gemeenten 0 Totaalprogramma baten: 0 Begroot totaal saldo van baten en lasten 0 Tabel 12: programmabegroting Sociale infrastructuur

2.3

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

0 0

161.300 161.300

172.700 172.700

184.200 184.200

196.600 196.600

0 0

161.300 161.300

172.700 172.700

184.200 184.200

196.600 196.600

0

0

0

0

0

Inkomensvoorzieningen

Bestaanszekerheid is een basisvoorwaarde voor maatschappelijke participatie. Voldoende inkomen en een stabiele financiële situatie moeten inwoners in staat stellen om hun leven naar eigen inzicht en behoefte in te richten. Dat zijn uitgangspunten die geformuleerd zijn in de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 en in het Meerjarig strategisch plan. Via het verstrekken van (aanvullende) inkomensmaatregelen draagt de RDWI hieraan bij. Vaak melden inwoners zich bij de RDWI met een vraag voor inkomensondersteuning. In de praktijk blijkt echter dat deze vraag veelal onderdeel is van een complexere persoonlijke situatie, waarin meerdere ondersteuningsvragen naar voren komen. In deze gevallen wordt gezocht naar aansluiting bij de (lokale) sociale teams van de gemeenten of andere maatschappelijke organisaties. De komende jaren wordt steeds meer ingezet op proactieve dienstverlening. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt aan het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW, dat naar verwachting per 1 januari 2027 in werking treedt. Op dit moment is nog onduidelijk of en in welke mate deze wet van toepassing zal zijn op

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

17

bijstandsgerechtigden. Met proactieve dienstverlening wordt beoogd dat inwoners tijdig de inkomensondersteuning ontvangen waar zij recht op hebben, om zo niet-gebruik van regelingen en het risico op armoede en schulden te verminderen. Dit vraagt om extra inzet voorafgaand aan de reguliere dienstverlening, zoals het proactief toetsen en informeren van huishoudens, met meer aandacht voor maatwerk en het verhaal achter de aanvraag. Het proactief benaderen van inwoners kan leiden tot een toename van het aantal aanvragen. De financiële en uitvoeringsconsequenties hiervan zijn op dit moment nog niet te kwantificeren. De genoemde wijzigingen kunnen impact hebben op de programmabegroting en de uitvoeringskosten voor 2027. Door de wijzigingen in de Participatiewet en het bieden van meer maatwerk is het momenteel niet mogelijk om een betrouwbare financiële inschatting te maken, omdat er nog te veel onzekere factoren zijn. Wanneer vanuit het Rijk meer duidelijkheid wordt verstrekt, zullen de benodigde aanpassingen indien nodig worden verwerkt in de 1e nota begrotingswijzing 2027. Wat is het doel? De doorlooptijden van de inkomensondersteunende regelingen zijn zo kort mogelijk De wettelijke doorlooptijd voor het beoordelen van aanvragen is acht weken. Alle aanvragen worden binnen de wettelijke doorlooptijd afgehandeld.

Dit wordt gemeten aan de hand van de gemiddelde doorlooptijd van de beoordeling. Hoe gaan we dit doel bereiken? Handhaving als integraal onderdeel van onze dienstverlening In lijn met de wijzigingen in de Participatiewet (Participatiewet in Balans), staat de inwerkingtreding van de nieuwe Wet handhaving sociale zekerheid ook gepland op 1 januari 2027. Met deze nieuwe wet verandert niet alleen het juridisch kader, maar ook de manier waarop wij naar handhaving kijken. Het uitgangspunt is het toepassen van de menselijke maat en het oog hebben voor de complexe situaties waarin sommige inwoners zich begeven. Handhaving is daarom niet een sluitstuk of een afzonderlijke controlerende taak, maar een integraal onderdeel van de dienstverlening van de RDWI. Ter voorbereiding op de wetwijziging wordt een visie geformuleerd op handhaving binnen de dienstverlening van de RDWI. Ook worden de beleidsregel Terugvordering en de Maatregelenverordening aangepast en in lijn gebracht met de voorgenoemde visie. De beleidswijzigingen die hieruit voorvloeien worden in 2027 doorgevoerd. Het terugvorderingsbeleid wordt aangepast en in overeenstemming gebracht met de Participatiewet in Balans In 2024 hebben de gemeenten alle gemeenschappelijke regelingen gevraagd om besparingsmogelijkheden aan te dragen ter ondersteuning van de bezuinigingsopgave van de gemeenten.

In de vergadering van het algemeen bestuur van 18 december 2024 is besloten dat terugvorderingen alleen plaatsvinden in situaties waar sprake is van opzet of grove schuld. In sommige gevallen zal het gaan om een onverschuldigde betaling die teruggevorderd moet worden. In die gevallen zal te allen tijde rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de inwoner en wordt evenredigheid toegepast. Voor het kwijtschelden van alle vorderingen ouder dan vijf jaar is het wenselijk om nader onderzoek te doen naar de financiële gevolgen op het BUIG-budget. Het lijkt realistischer om bij het kwijtschelden van vorderingen ouder dan vijf jaar aansluiting te zoeken bij de Participatiewet in Balans en het wetsvoorstel Handhaven sociale zekerheid. De werkelijke financiële effecten op het BUIG resultaat per gemeente worden na besluitvorming in 2027 doorgevoerd. Gemeenten hebben voor de post debiteurenvorderingen Participatiewet en Bbz 2004 een voorziening oninbaarheid opgenomen in de balans.

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

18

Wat betekent dit financieel? Onderstaand overzicht bevat de programmabegrotingen voor diverse instrumenten die binnen inkomensvoorzieningen worden toegepast. Inkomensvoorzieningen (x €)

Realisatie 2025

Begroting 2026

2027

2028

2029

2030

Lasten: Bijzondere bijstand

3.280.250

3.178.000

3.446.000

3.446.000

3.446.000

3.446.000

824.440 1.701.610

531.000 1.508.000

-140.000 1.023.000 1.699.000

-140.000 1.023.000 1.699.000

-140.000 1.023.000 1.699.000

-140.000 1.023.000 1.699.000

1.276.090 787.820

745.000 725.000

822.550 725.000

822.550 725.000

822.550 725.000

822.550 725.000

135.330 8.005.540

0 6.687.000

147.590 7.723.140

0 7.575.550

0 7.575.550

0 7.575.550

7.834.980

6.562.000

7.588.140

7.440.550

7.440.550

7.440.550

Herijking inrichtingskosten BB i.v.m. AB besluit 17 dec 2025 Studietoeslag Individuele inkomenstoeslagen Collectieve ziektekostenverzekering Minimabeleid gemeenten Alleenverdienersproblematiek incl. uitvoering regeling Totaalprogramma lasten: Baten: Bijdragen gemeenten Overige baten: Bijzondere bijstand

170.560

125.000

135.000

135.000

135.000

135.000

Totaal overige baten:

170.560

125.000

135.000

135.000

135.000

135.000

8.005.540

6.687.000

7.723.140

7.575.550

7.575.550

7.575.550

0

0

0

0

Totaalprogramma baten:

Begroot totaal saldo van baten en lasten 0 Tabel 13: Programmabegroting voor inkomensvoorzieningen

0

Toelichting De begroting voor inkomensvoorzieningen 2027 is opgesteld conform de kadernota 2027. Daarbij is rekening gehouden met de verwachte impact van beleidswijzigingen in de regelgeving. Daarnaast zijn de verwachtingen ten aanzien van kostenbeheersing voor 2027 eveneens in deze begroting verwerkt. Bijzondere bijstand Het gebruik van de bijzondere bijstand neemt toe als gevolg van een aantal factoren. Een belangrijke oorzaak is de inflatie van de afgelopen jaren. Ook is er sprake van onder andere een stijging van de kosten voor bewindvoering. Voor de ramingen voor bijzondere bijstand in 2027 is de prognose van het derde kwartaal 2025 als uitgangspunt genomen. Daarnaast is er rekening gehouden met de wijziging met betrekking tot de aanvullende bijstand voor jongeren. De aanvullende bijstand voor jongeren wordt vanaf 2026 binnen de algemene bijstand opgenomen. In het kader van de herijking van het inrichtingskrediet is de verwachte besparing € 140.000, afhankelijk van het aantal toegekende aanvragen. Eventuele wijzigingen worden gecommuniceerd in de 1e of 2e nota begrotingswijziging 2027. Studietoeslag De geraamde kosten voor de individuele studietoeslag in 2027 liggen hoger dan eerder voorzien. Bij deze prognose is rekening gehouden met de daadwerkelijke lasten in 2025 en de aanvragen die met terugwerkende kracht zijn toegekend.

De gestegen kosten lijken vooral te worden veroorzaakt door een toenemende bekendheid van de regeling onder scholen en huisartsenpraktijken. In de toekomst wordt de ontwikkeling van deze post verder gemonitord. Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (CAZ) Bij de ramingen voor de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (CAZ) 2027 is uitgegaan van de begroting 2025. In 2026 zijn de gemeentebijdragen op de CAZ

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

19

gewijzigd, deze wijzing kan invloed hebben op het aantal deelnemers van de CAZ. Mocht het nodig zijn, dan wordt het effect in de 1e begrotingswijziging 2027 verwerkt. Individuele inkomenstoeslag (IIT) De begroting van de individuele inkomenstoeslag (IIT) stijgt. Dit wordt voornamelijk verklaard door het besluit om vanaf 2025 de toeslag ambtshalve toe te kennen aan huishoudens in de bijstand die hier recht op hebben, maar deze nog niet hebben aangevraagd. Deze groep is actief benaderd. Daarnaast is er een toename zichtbaar van asielmigranten en gezinsmigranten waarvoor de reguliere referteperiode niet van toepassing is. Zij hebben bij het aanvragen van bijstand rechtstreeks recht op een IITuitkering. Bij voorzetting van het huidige beleid zullen de kosten voor deze regeling verder structureel toenemen. Minimabeleid In opdracht van de gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Zeist voert de RDWI een aantal minimaregelingen uit namens deze gemeenten. Het gebruik van de minimaregelingen is voor de beide gemeenten gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2026. Alleenverdienersproblematiek De alleenverdienersproblematiek houdt in dat huishoudens met één inkomen netto minder financieel te besteden hebben dan tweeverdieners met een vergelijkbaar (gecombineerd) inkomen. Dit komt doordat zij heffingskortingen en toeslagen misgelopen zijn door wet- en regelgeving.

Om dit te compenseren, trad op 1 januari 2025 de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek in werking. De wet stelt gemeenten in staat om een vaste tegemoetkoming te verstrekken aan huishoudens die te maken hebben met deze problematiek. Deze regeling loopt tot en met 2027. Vanaf 2028 treedt nieuwe belastingwetgeving in werking waardoor de alleenverdienersproblematiek is verholpen.

2.4

Dienstverlening aan inburgeraars

Duurzaam inburgeren en participeren is het uitgangspunt. Voorop staat dat werk en participatie een instrument voor inburgering zijn en gelijktijdig een vehikel voor economische zelfredzaamheid. Het primaire doel van de inzet van werk of participatieactiviteiten is de bevordering van taal- en cultuurontwikkeling, het aanleren van werknemersvaardigheden en netwerkvorming. Dit leidt ertoe dat inburgeraars als zelfredzame inwoners in de ZOU-regio wonen, werken en deelnemen aan de maatschappij. De begeleiding naar werk en/of inburgering start al vóór huisvesting in de gemeente. Door in een vroeg stadium actief aan de slag te gaan met de inburgeringsplichtigen in de regio, krijgt hun duurzame inburgering en participatie een vliegende start. De begeleiding van inburgeraars onder de Wet inburgering 2013 wordt naar verwachting vrijwel geheel uitgefaseerd in de komende jaren. De focus ligt in 2027 op de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Wat is het doel? Duurzame participatie van inburgeraars Een indicator in hoeverre deze doelstelling wordt bereikt, is wanneer alle inburgeraars een traject volgen op weg naar duurzame inburgering en participatie in de samenleving. Om de tijdige start van het integratieproces in de gemeenten in kaart te brengen, wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel inburgeraars vóór huisvesting starten met (betaald) werk en/of het inburgeringstraject.

Hoe gaan we dit doel bereiken? Continuering van de dienstverlening met aandacht voor werk en participatie Daarmee wordt voortgebouwd op de ingeslagen weg. Op verschillende niveaus (arbeidsmarktregio, regionaal en lokaal) wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van

Ontwerpbegroting 2027 & meerjarenraming 2028-2030 RDWI v1.0

20

de participatiecomponent en dualiteit in de leerroutes, in samenwerking met diverse partners. Wat betekent dit financieel? In deze paragraaf zijn de voorzieningen opgenomen die voortvloeien uit de Wet inburgering 2021. Het gaat om de kosten voor taaltrajecten, de participatieverklaring (PVT), de module arbeidsmarkt en participatie (MAP) en tolkkosten. De gemeenten voeren zelf de regie over de maatschappelijke begeleiding van inburgeraars. Het budget dat hiermee gemoeid is, maakt deel uit van de gemeentelijke begroting. Realisatie 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16994559/1