RV26.033 Bijlage 2 Jaarstukken RDWI 2025
Tekst van het document
0,3 %
Tabel 10: Kengetallen 2025 versus 2024
De netto schuldquote is lager dan in 2024 als gevolg van aflossing van leningen en de vrijval van de voorzieningen spaarverlof. Daarnaast is per ultimo 2025 sprake van een hogere openstaande vordering op de gemeenten. Deze gemeentelijke bijdragen zijn inmiddels (in boekjaar 2026) grotendeels ontvangen. De solvabiliteit is verder versterkt. Het eigen vermogen is namelijk relatief harder gestegen dan het balanstotaal. Onder andere door het positieve rekeningresultaat. De structurele exploitatieruimte is vrijwel ongewijzigd. Alle incidentele lasten zijn gedekt uit incidentele baten.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
21
2.2. Onderhoud kapitaalgoederen In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij het uitvoeringsorgaan RSD is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name aanschaffingen voor kantoorinrichting en aanschaffingen ICT). Verder beschikt de GR RDWI – sinds de overname van de GR SWZ per 1 januari 2013 – over de kapitaalgoederen gebouwen, installaties en terreinen aan de Thorbeckelaan te Zeist. Deze worden verhuurd aan Biga Groep BV. Het meest recente onderhoudsplan van de Thorbeckelaan stamt uit 2025. De hoogte van de bestemmingsreserve groot onderhoud Thorbeckelaan is afdoende om de onderhoudsverplichtingen tot en met 2036 te dekken.
2.3. Financiering Op basis van de gemeenschappelijke regeling doen de deelnemende gemeenten bij voorschot betalingen voor de uitvoering van de taken door de RDWI. Verder heeft de RDWI de mogelijkheid om een egalisatie- en innovatiereserve te vormen. De gemeenschappelijke regeling, tezamen met het treasury statuut, de financiële verordening en uitvoeringsregels, geven de mogelijkheid om verantwoord om te gaan met de liquiditeitspositie van de RDWI. Deze positie is in 2025 maandelijks beoordeeld. Tussentijdse financiering is niet nodig geweest, mede dankzij het systeem van periodieke bevoorschotting door gemeenten. Berekening kasgeldlimiet 2025 (Wet Fido): Omschrijving (x1000) (bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 1 januari (=grondslag) Kasgeldlimiet in % v.d. grondslag Kasgeldlimiet in een bedrag 2. Omvang vlottende schuld Schulden in rekening courant Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld
1e Q 2025
2e Q 2025
3e Q 2025
4e Q 2025
100.925 8.2% 8.276
100.925 8.2% 8.276
100.925 8.2% 8.276
100.925 8.2% 8.276
0 9.843
0 8.672
0 12.953
0 11.988
0
0
0
0
9.843
8.672
12.953
11.988
663 0
727 0
653 0
818 0
10.748
14.012
6.958
8.462
11.411
14.739
7.610
9.280
4. Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet
-1.568 8.276
-6.067 8.276
5.342 8.276
2.708 8.276
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
9.844
14.343
2.934
5.568
3. Vlottende middelen Tegoeden in rekening-courant Contanten in kas Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar Totaal vlottende middelen
Tabel 11: Berekening kasgeldlimiet 2025
Er is geen sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Omschrijving (x1000) 1. Renteherzieningen op leningen 2. Netto nieuw aangetrokken schuld 3. Betaalde aflossingen 4. Renterisico (1+2) 5. Begrotingstotaal 6. Het bij Min. Regeling vastgestelde % 7. Renterisiconorm Toets renterisiconorm 8. Ruimte (+) c.q. overschrijding (-) Tabel 12: Renterisiconorm 2025
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
2025 0 0 396 0 100.925 20% 20.185 20.185
22
2.4. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, huisvesting, automatisering, communicatie, organisatieontwikkeling, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dit betreft primair de dienstverlening aan inwoners en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: • Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende weten regelgeving; • Betrouwbaarheid: de RDWI heeft haar zaken voor elkaar en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; • Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; • Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen een zo goed mogelijk effect; • Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.
Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: • De financiële verordening; • Controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; • Mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; • Budgethouder regeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; • Een intern controleplan. Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar planning en controlinstrumentarium aanwezig en een planning en control jaarkalender. Organisatie De interne bezetting per 31 december 2025 is 145,5 fte. Als vervanging van ziekte, verlof en invulling van vacatures wordt 12,1 fte als inhuur ingezet als flexibele schil binnen de organisatie. Daarnaast wordt 6,4 fte inhuur ingezet op projecten. Formatie en bezetting RDWI (in fte) Formatie en bezetting reguliere dienstverlening Inhuur op formatie/ziekteverzuim Formatie en bezetting reguliere formatie Inhuur op projecten Totaal Tabel 13: Formatie en werkelijke bezetting 2025
Formatie 2025 155,1
Werkelijke bezetting 31-12-2025 145,5
Werkelijke bezetting 31-12-2024 140
0
12,1
11,8
155,1 0 155,1
157,6 6.4 164,0
151,8 5,7 157,5
De bovenstaande tabel geeft inzicht in de begrote formatie, zoals deze ultimo 2025 is vastgesteld, evenals de werkelijke bezetting van de reguliere formatie per ultimo 2025. De werkelijke bezetting, inclusief inhuur formatie/ziekteverzuim, bedraagt 2,5 fte meer dan de begrote formatie. Deze inhuur formatie/ziekteverzuim wordt ingezet als tijdelijke ondersteuning bij het vertrek van vaste medewerkers en wegens ziekte- en zwangerschapsverlof. Daarnaast is er eind 2025 op tijdelijke basis 6,4 fte ingehuurd voor diverse projecten, zoals externe ondersteuning bij de uitvoering van de regeling leefgeld Oekraïne, de regeling voor alleenverdienersproblematiek, diverse projecten binnen het REACT EU-programma en het project jobhunter@azc, welke wordt uitgevoerd in opdracht van gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Zeist.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
23
Tevens is gewerkt aan het optimaliseren van de bedrijfsvoering, onder meer door de implementatie van een nieuw financieel systeem en het bieden van ondersteuning bij procesoptimalisaties binnen verschillende units. Daarnaast zijn verschillende beleidsregels en verordeningen geactualiseerd. De inhuurcontracten die per 31 december 2025 zijn beëindigd, zijn niet meegenomen. Ter vergelijking: formatie ultimo 2024 In vergelijking met 2024 is de bezetting en inhuur op reguliere dienstverlening met 5,8 fte toegenomen. Deze groei binnen de organisatie is vooral zichtbaar binnen de teams die betrokken zijn bij het primaire proces. De stijging lijkt samen te hangen met de toegenomen werkdruk, die mede wordt veroorzaakt door het aanzienlijke aantal zwangerschaps- en ouderschapsverloven in 2025. Rechtmatigheid (deze paragraaf kan nog wijzigen als het gevolg van de accountantscontrole) Het dagelijks bestuur (DB) moet verantwoording afleggen over rechtmatigheidsafwijkingen in de paragraaf bedrijfsvoering. De rechtsmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: 1. Begrotingscriterium, 2. Voorwaardencriterium en 3. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Het gaat hierbij om afwijkingen die geconstateerd zijn. De beheersing van de financiële rechtmatigheid is o.a. geborgd door: Administratieve organisatie; • Geautomatiseerde klantreis; • Via interne controles o.b.v.
een risico-inventarisatie; • Inrichting financiële systeem; • Eerste lijns-controle financiële administratie; • Kwaliteitscontroles; • ICT Audits; • Inkoop en aanbestedingsbeleid en ondersteuning IBMN; • Notitie M&O beleid; • Strategisch personeelsbeleid. • De kaders voor de rechtmatigheidsverantwoording zijn door het Algemeen Bestuur op 15 april 2026 vastgesteld (paragraaf 3 van de financiële verordening). Daarbij is de verantwoordingsgrens bepaald op 2% van de totale begrote lasten exclusief toevoegingen aan reserves. Bij een overschrijding van deze grens dient het totaal aan geconstateerde afwijkingen in de verklaring vermeld te worden. Hieronder wordt per rechtmatigheidscriterium een nadere toelichting gegeven op de bevindingen in het kader van de rechtmatigheid. 1. Begrotingscriterium Voor afwijkingen van de begroting als gevolg van onderschrijding van lasten en/of investeringen en afwijkingen van baten die ontstaan na de laatste tussenrapportage en 31 december 2025 kan het melden en verantwoorden (inclusief adequaat toelichten) in de jaarrekening als tijdig worden geduid. De jaarrekening is hierbij het sluitstuk en laatste mogelijkheid van begrotingsoverschrijdingen. Met betrekking tot het begrotingscriterium is in artikel 12 van de Financiële verordening bepaald dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: Artikel 12 lid 3: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
24
b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Artikel 12 lid 4: Onderschrijdingen van lasten en overschrijdingen en onderschrijdingen van baten zijn niet onrechtmatig als die tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. Deze afwijkingen zijn tijdig gemeld als deze zijn opgenomen in een tussentijdse rapportage of begrotingswijziging gedurende het boekjaar dan wel toereikend zijn toegelicht in de jaarrekening over het betreffende boekjaar. Artikel 12 lid 5: Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 2. Voorwaardencriterium Voor zover afwijkingen van het voorwaardencriterium worden geconstateerd die niet tevens tot fouten in de getrouwheid hebben geleid, vermeldt het dagelijks bestuur deze in de verklaring omtrent de rechtmatigheid. Wanneer zich bij de uitvoering van de inkomensregelingen fouten zouden voordoen met betrekking tot het voorwaardencriterium, dan zal dat meestal tevens tot getrouwheidsfouten leiden.
In die gevallen worden die door de accountant betrokken bij de beoordeling van de getrouwheid en niet meegenomen worden in de rechtmatigheidsverantwoording. Uit de interne controle zijn in 2025 geen afwijkingen of onduidelijkheden gebleken ten aanzien van dit criterium. 3. Misbruik & Oneigenlijk gebruik-criterium Het M&O-beleid voor de Participatiewet en TOZO zijn vastgesteld door het algemeen bestuur. Het M&O-beleid voor inburgering is op 6 maart 2025 vastgesteld door het algemeen bestuur. Er zijn in 2025 geen onrechtmatigheden op dit gebied geconstateerd. Rapportagegrens: voor zover er op specifieke begrotingsonderdelen sprake is van afwijkingen boven de rapportagegrens van € 100.000 zijn deze toegelicht in Hoofdstuk 7 Toelichting op overzicht baten en lasten. Bevinding Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens van € 2.203.998. Nr.
Onderwerp Begrotingscriterium 1a Overschrijding lasten programma 1b Overschrijding investeringsbudgetten 2 Ongeautoriseerde reserve mutaties 3 Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig zijn gemeld Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4 Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. Voorwaardencriterium 5 Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed M&O criterium 6 Geen bevindingen Totaal onrechtmatigheden Waarvan acceptabel Waarvan niet-acceptabel
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
25
Bedrag € 357.130 0 0 0 357.130 357.130
0 0 357.130 357.130 0
2.5. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI.
Verbonden partijen
De regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) Deze informatie is nog niet ontvangen van de RID en volgt later.
Doel
De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT-infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 2.100 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT-dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst.
Deelnemende partijen
Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI
Bestuurder(s)
Algemeen Bestuur. Namens de GR RDWI W.J. van Dijk.
Financiële bijdrage
Structurele bijdrage 2024 volgens verdeelsleutel € 922.000 en kosten t.b.v. plusdiensten ca € 265.000 (E-hrm, NFS en hardware)
Financieel Resultaat
Verwacht resultaat 2024 € 0 (n.a.v. concept Bestuursrapportage 2024)
Eigen en vreemd vermogen
EV € 87.000, Bestemmingsreserve € 135.000, Resultaat € 17.000; VV € 3.700.000 per 31-12-2023
Belang
De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 10% in de RID.
Financiële ontwikkeling
De financiële bijdragen voor 2024 zijn gestegen met loon- en prijscompensatie. Daarnaast heeft RID in 2023 diverse projecten uitgevoerd. Het RID Resultaat 2023 is onder voorbehoud.
Inhoudelijke ontwikkeling
De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische Informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT-architectuur voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse Informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe wordt een proces van strategische informatieplanning opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen.
Verbonden partijen
Doel
Deelnemende partijen
Stichting Inkoopbureau Midden Nederland Stichting Inkoopbureau Midden Nederland heeft als motto “Alleen samen kunnen we het Beste uit inkoop halen”. IBMN wil voor de deelnemers op het gebied van inkoop (in brede zin) meerwaarde realiseren door het leveren van maatwerk dienstverlening, in nauwe samenwerking met de deelnemers. Dit wil het bereiken door het aanbieden van professionele en deskundige inkoopondersteuning. Doel is om naast besparingen ook maximale sociale en maatschappelijke meerwaarde te realiseren middels inkoopprojecten. Gemeenten: De Bilt, IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Vijfheerenlanden, Woudenberg, Gemeenschappelijke Regelingen: GR RDWI en RMN
Bestuurder(s)
Algemeen Bestuur: namens RDWI; directeur R.B. Ruiter
Financiële bijdrage
€ 37.900 voor 2025 (vaste bijdrage + garantie afname)
Financieel Resultaat
2025 € 200 (conceptjaarverslag 2025)
Eigen en vreemd vermogen Belang
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
31-12-2025 EV € 219.000 (inclusief gerealiseerd resultaat 2025) 31-12-2025 VV € 100.000 RDWI heeft een belang van 10% (basis vaste bijdrage + garantieafname)
26
Financiële ontwikkeling
De verwachting is dat de bijdrage in 2026 stijgen van € 37.900 naar € 44.650
Inhoudelijke ontwikkeling
In het bedrijfsplan van IBMN, vastgesteld in november 2024 zijn de volgende doelstellingen uitgewerkt: • IBMN wil eerder en vaker betrokken raken bij inkoopprojecten van de deelnemers, om betere projectvoorbereiding te realiseren en de kwaliteit van aanbestedingen te vergroten. • IBMN wil voor de deelnemers de impact die zij met hun inkoop beogen vergroten. IBMN streeft naar meer betrokkenheid bij het voorbereiden van contract- en leveranciersmanagement.
Tabel 14: Verbonden partijen 2025
2.6. Wet Open Overheid De Wet Open Overheid (Woo), die vanaf 1 mei 2022 in werking is getreden, heeft tot doel een transparante overheid te bevorderen en de informatiehuishouding van de overheid op orde te brengen. Voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen gelden de volgende verplichtingen uit de Woo die direct in werking treden: 1. Een contactpersoon aan te wijzen om vragen van inwoners te beantwoorden. 2. De bepalingen omtrent openbaarmaking op verzoek: voortaan moeten onder meer ook documenten met persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren in geanonimiseerde vorm betrokken worden. Ook moet een Woo-verzoek elektronisch kunnen worden ingediend. 3. Maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. 4. De inspanningsverplichting om informatie over beleid actief openbaar te maken. In maart 2025 is de privacy officer ook als Woo-contactpersoon aangesteld. Hiermee zijn bovenstaande vier verplichtingen geïmplementeerd. In 2025 zijn er geen Woo verzoeken ingediend.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
27
J AARREKENING 3. Balans Balans (voor resultaatbestemming) per 31 december 2025 ACTIVA 31-12-2025
31-12-2024
Investeringen met een economisch nut
6.321.900
6.858.487
Totaal vaste activa
6.321.900
6.858.487
2.316.085
676.345
185.035
216.552
Uitzettingen in Rijks Schatkist
5.259.331
5.319.586
Totaal uitzettingen
7.760.451
6.212.483
Kassaldi
2
135
Banksaldi
408.745
453.805
605.067
386.627
8.774.264
7.053.050
15.096.165
13.911.535
Vaste activa Materiële vaste Activa
Vlottende activa
Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
Liquide middelen
Overlopende activa Nog te ontvangen / vooruitbetaalde bedragen
Totaal vlottende activa
Totaal generaal
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
28
PASSIVA 31-12-2025
31-12-2024
Gerealiseerd resultaat
367.311
368.958
Algemene reserve
531.000
499.000
Bestemmingsreserves
535.600
364.100
1.433.912
1.232.059
153.480
253.995
Vaste schulden met een rente-typische looptijd > 1 jaar
3.074.998
3.471.426
Totaal voorzieningen en vaste schulden met looptijd > 1 jaar
3.228.478
3.725.421
Totaal vaste passiva
4.662.390
4.957.481
Vaste passiva Eigen vermogen
Totaal Eigen Vermogen
Voorzieningen
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jaar
3.968.445
3.115.469
Netto-Vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jaar
3.968.445
3.115.469
788.143
834.427
Overlopende passiva Vooruit ontvangen bedragen Nog te betalen bedragen
5.677.187
5.004.158
Totaal overlopende passiva
6.465.330
5.838.586
Totaal vlottende passiva
10.433.775
8.954.054
Totaal generaal
15.960.165
13.911.535
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
29
4. Overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar Toelichting totaaloverzicht baten en lasten 2025
Begroting 2025
Gewijzigde begroting 2025
Jaarrekening 2025
Afwijking (Gewijzigde begroting 2025 -/- jaarrekening )
Baten en lasten: Lasten Baten Subtotaal programma’s
100.925.400 10.321.400 90.604.000
110.199.910 11.200.700 98.999.210
110.557.040 12.728.550 97.828.490
- 357.130 - 1.527.850 1.170.720
Bijdragen gemeenten
90.454.000
98.849.210
98.214.300
634.910
Totaal algemene dekkingsmiddelen
90.454.000
98.849.210
98.214.300
634.910
- 150.000 - 110.000 260.000 0
- 150.000 - 110.000 216.150 - 43.850
385.810 -110.000 91.500 367.310
- 535.810 0 124.650 -411.160
Overzicht baten en lasten (x €) Programma Werk en inkomen
Saldo van baten en lasten Toevoeging reserves Onttrekking reserves Gerealiseerd resultaat Tabel 15: Totaaloverzicht baten en lasten 2025
Afwijking ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 is op de lasten van het programma Werk en inkomen een overschrijding gerealiseerd van € 357.130. Daarnaast zijn de overige baten € 1.527.850 hoger dan de gewijzigde begroting 2025. De onderschrijding op de bijdragen gemeenten is € 634.910. Bij de mutatie reserves zijn enkele afwijkingen te melden. De onttrekking aan de reserves is € 124.650 lager dan begroot, in verband met afwijkingen op de kosten voor de projecten die gedekt worden uit de reserves. Het gerealiseerde resultaat is € 367.310. Dit is een afwijking van € 411.160 positief ten opzichte van de gewijzigde begroting. In hoofdstuk 7 worden de afwijkingen per programmaonderdeel inhoudelijk toegelicht.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
30
Toelichting overzicht baten en lasten 2025 per onderdeel Programmalasten Werk en Inkomen per onderdeel (x €) BUIG, BBZ en TOZO BUIG en BBZ Loonkostensubsidie Tijdelijke overbruggingsregeling (TOZO) Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Re-integratie programmamiddelen Kinderopvang Inkomensvoorzieningen Bijzondere bijstand Studietoeslag Individuele inkomenstoeslagen Alleenverdienersproblematiek Uitvoeringskosten Alleenverdienersproblematiek Collectieve ziektekostenverzekeringen (CAZ) Minimabeleid Dienstverlening aan Inburgeraars Intensieve aanpak/balans voorgaande jaren RooO Oekraïners leefgeld RooO Oekraïners uitvoeringskosten Wet sociale werkvoorziening (WSW) Bedrijfsvoering RSD Apparaatskosten RSD incl. afwikkeling TOZO Uitvoering Wet inburgering 2021 Bijdrage aan BIGA Groep Loonkosten SW Totaal programmalasten
Begroting 2025
Gewijzigde begroting 2025
Jaarrekening 2025
Afwijking (gewijzigde begroting 2025 -/jaarrekening )
48.961.400 4.310.100 0
52.485.350 4.534.120 0
52.749.130 4.764.160 0
- 263.780 - 230.040 0
1.598.100 480.000
2.120.370 520.000
1.953.570 550.990
166.800 - 30.990
3.294.000 0 1.343.000
3.230.000 987.000 1.752.000
3.280.250 824.440 1.701.610
- 50.250 162.560 50.390
124.570
71.000
53.570
71.800
64.330
7.470
1.385.000 775.000 1.981.000
1.385.000 805.000 2.939.810
1.276.090 787.820 2.317.880
108.910 17.180 621.930
0 0
50.000 875.000 270.000
15.680 854.250 258.270
34.320 20.750 11.730
8.625.400
9.847.490
9.847.490
0
17.975.100 1.033.000 600.000 8.564.300 100.925.400
18.005.100 1.033.000 600.000 8.564.300 110.199.910
17.927.790 1.033.000 600.000 9.679.310 110.557.040
77.300 0 0 - 1.115.010 - 357.130
Tabel 16: Programmalasten Werken en Inkomen per onderdeel 2025
Programmabaten Werk en Inkomen per onderdeel (x€) BUIG, BBZ en Tozo BUIG en BBZ Loonkostensubsidie Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Re-integratie programmamiddelen Kinderopvang
Begroting 2025
Gewijzigde begroting 2025
Jaarrekening 2025
Afwijking (Gewijzigde begroting -/jaarrekening)
48.961.400 4.310.100 0
52.485.350 4.534.120 0
52.749.130 4.764.160 0
0 -263.780 -230.040 0
2.120.372 480.000
2.120.370 520.000
1.953.570 550.989
166.800 -30.989
Inkomensvoorzieningen Bijzondere bijstand Studietoeslag Individuele inkomenstoeslagen Alleenverdienersproblematiek Uitvoeringskosten Alleenverdienersproblematiek Collectieve ziektekostenverzekeringen incl. taakstelling CAZ dec 2025 Minimabeleid gemeenten Dienstverlening aan Inburgeraars
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
0 3.294.000
3.230.000
3.280.251
-50.251
1.343.000
987.000 1.752.000 124.570
824.440 1.701.610 71.000
162.560 50.390 53.570
71.800
64.330
7.470
1.385.000 775.000
1.385.000 805.000
1.276.090 787.820
108.910 17.180
1.981.000
2.939.810
2.317.880
621.930
31
Intensieve aanpak/balans - voorgaande jaren Regeling opvang ontheemden Oekraïne(RooO) Leefgeldregeling Oekraïners Overige baten RooO: Inning huisvesting Oekraïners Verhaal en terugvordering Noodregeling leefgeld Oekraïners Wet sociale werkvoorziening (WSW)
8.625.400
50.000
15.680
34.320
0
818.000
645.150
172.850
0
327.000
429.470
-102.470
37.900
-37.900
9.847.490
9.847.490
0
0
0
0
15.379.600 2.451.000
15.379.600 2.451.000
15.379.600 2.451.000
0 0
1.033.000
1.033.000
1.033.000
0
8.564.300 594.500 101.297.672
8.564.300 624.500 110.049.910
9.679.230 1.083.080 110.942.850
-1.114.930 -458.580 -892.940
372.272
-150.000
385.810
-535.810
Toevoeging reserves
-110.000
-110.000
-110.000
0
Onttrekking reserves Gerealiseerd resultaat
260.000 0
216.150 -43.850
91.500 367.310
124.650 -411.160
Bedrijfsvoering RSD Bijdragen apparaatskosten RSD incl. taakstelling RSD Bijdrage uitvoering RSD Re-integratie Bijdrage uitvoering RSD Wet inburgering 2021 Loonkosten SW Overige baten Totaal programmabaten Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
Tabel 17: Programmabaten Werken en Inkomen per onderdeel
Het gerealiseerde resultaat bedraagt € 367.310 positief. Een inhoudelijke toelichting per onderdeel is in hoofdstuk 7 opgenomen.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
32
5. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet onder andere gedacht worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voorts zijn voor de waardering de bepalingen in de financiële verordening van de RDWI van belang. Overeenkomstig deze verordening gelden voor materiële vaste activa met economisch nut de volgende regels: Afschrijving geschiedt lineair. De eerste afschrijving vindt plaats in het jaar volgend op het jaar van investeren.
De termijnen voor afschrijving zijn bepaald op: • Maximaal 40 jaar voor nieuwe bedrijfsgebouwen; • Maximaal 25 jaar voor renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen; • Maximaal 20 jaar voor technische installaties in bedrijfsgebouwen; • Maximaal 10 jaar voor veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen en overige materiële vaste activa; • Maximaal 3 jaar voor automatiseringsapparatuur (onder andere laptops, licenties, software) en kleine gebruiksgoederen; • Op gronden en terreinen niet wordt afgeschreven; • Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatstgenoemden worden altijd geactiveerd.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
33
Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerd resultaat. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat en de effecten van de besluiten van het algemeen bestuur leidt tot een vastgesteld resultaat. Dit resultaat wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorziening frictie De kosten hebben betrekking op kosten voor (oud-)medewerkers in verband met ontslagvergoedingen, verplichtingen in het kader WW en van werk naar werkbegeleiding. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorziening verlofsparen In deze voorziening zijn toekomstige verplichtingen opgenomen voor het opnemen van spaarverlof (onderdeel CAO SGO in 2022; vanaf 2023 kunnen opnames plaatsvinden).
Het betreft een egalisatievoorziening, omdat er sprake is van een spaarsaldo dat naar verwachting, wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof, niet van gelijke omvang zal zijn. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Per programmaonderdeel zijn de baten en lasten opgenomen in de jaarrekening. Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid.
Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van artikel 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 17 december 2025 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle afwijkingen van lasten, baten en investeringskredieten groter dan € 100.000 in de paragraaf Bedrijfsvoering worden toegelicht (gedetailleerde toelichting in hoofdstuk 7); o Het misbruik en oneigenlijk gebruikt-criterium onderdeel is van de interne controle.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
34
6. Toelichting op de balans Toelichting activa Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa omvatten investeringen met een economisch nut. Deze investeringen kunnen als volgt worden gecategoriseerd: Boekwaarde 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2024
Gronden en terreinen
2.185.163
2.185.163
Bedrijfsgebouwen
2.948.605
3.259.800
Machines, apparaten en installaties
1.040.210
1.105.063
147.922
308.461
6.321.900
6.858.487
Overige materiële vaste activa Totaal materiële vaste activa Tabel 18: Materiele vaste activa met economische nut 2025
Het hierna opgenomen overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met een economisch nut weer: Boekwaarde 1-1-2025
Investering 2025
Afschrijving 2025
Boekwaarde 31-12-2025
Gronden en terreinen
2.185.163
0
0
2.185.163
Bedrijfsgebouwen
3.259.800
54.727
365.922
2.948.605
Machines, apparaten en installaties
1.105.063
0
64.853
1.040.210
160.539
147.922
591.314
6.321.900
Overige materiële vaste activa Totaal materiële vaste activa
308.461 6.858.487
0 54.727
Tabel 19: Verloopstaat MVA 2025
In 2025 hebben er investeringen in de bedrijfsgebouwen plaatsgevonden, specifiek in het gebouw aan Het Rond 6e. Het betreft investeringen aan diverse rust- en vergaderruimtes, vervanging van parkeerbeugels, het plaatsen van nieuwe displays, evenals de aanschaf van nieuwe bureaus en gordijnen. Verder zijn er investeringen gedaan die voortvloeien uit het veiligheidsadvies naar aanleiding van de RI&E (Risico-Inventarisatie en Evaluatie). Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
31-12-2025
31-12-2024
Gemeente Bunnik
10.012
186.241
Gemeente De Bilt
2.110.502
0
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
53.408
0
Gemeente Wijk bij Duurstede
20.922
490.104
Gemeente Zeist
121.241
0
2.316.085
676.345
Totaal vorderingen op openbare lichamen Tabel 20: Uitzetting met een rente-typische looptijd korter dan een jaar
Toelichting vorderingen op openbare lichamen De openstaande vorderingen hebben betrekking op de nog openstaande posten van gemeenten. De vorderingen betreffen de definitieve afrekeningen over 2025 met de gemeenten inclusief de compensabele BTW per gemeente.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
35
Overige vorderingen
31-12-2025
31-12-2024
Overige vorderingen
185.035
216.552
Totaal
185.035
216.552
Tabel 21: Overige vorderingen 2025
Toelichting overige vorderingen De overige vorderingen hebben betrekking op vorderingen op diverse partners. Uitzettingen in ’s Rijksschatkist (x €)
31-12-2025
31-12-2024
Uitzettingen in ‘s Rijksschatkist
5.259.331
5.319.584
Totaal
5.259.331
5.319.584
Tabel 22: Uitzettingen in ’s Rijksschatkist
Toelichting schatkist De RDWI is als decentrale overheid wettelijk verplicht om alle overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Het maximale bedrag (drempel) dat dagelijks aan liquide middelen mag worden aangehouden is 2% van het begrotingstotaal van de primitieve begroting van € 100.925.400. Omschrijving (x €)
1e Q 2025
2e Q 2025
3e Q 2025
4e Q 2025
532
469
462
595
(Bedragen x € 1.000) Op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag Tabel 23: Overzicht drempelbedragen 2025
2019
2019
2019
2019
1.486
1.549
1.556
1.424
0
0
0
0
Liquide middelen De liquide middelen zijn samengesteld uit het kassaldo en de saldi van de BNG-en RABObankrekeningen per ultimo 2025. Liquide middelen
31-12-2025
31-12-2024
Kassaldo
2
135
Banksaldi
408.745
453.805
Totaal
408.747
453.940
Tabel 24: Overzicht liquide middelen
Toelichting liquide middelen De stand van de liquide middelen op 31 december 2025 is iets lager dan eind 2024. Het saldo valt binnen het toegestane drempelbedrag volgens de Wet schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo van de BNG-rekening afgeroomd naar de schatkistrekening. Overlopende activa De overlopende activa bestaat uit nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Specificatie van overlopende activa: Omschrijving
31-12-2025
31-12-2024
Vooruitbetaalde bedragen
280.302
285.000
Nog te ontvangen bedragen
183.632
67.891
Overloopposten WWB-uitkeringen
47.797
33.736
Saldo aangifte BTW Totaal Tabel 25: Overlopende vlottende activa
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
36
93.336
0
605.067
386.627
Toelichting Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen van de RDWI per 31 december 2025 omvat het gerealiseerde resultaat 2025, alsook de algemene reserve en de bestemmingsreserves. Deze reserves zijn: bestemmingsreserve bedrijfsvoering, egalisatiereserve groot onderhoud, bestemmingsreserve SDV, bestemmingreserve ontwikkelagenda, bestemmingsreserve TOZO. Resultaat boekjaar (x €)
2025
2024
Gerealiseerde resultaat
367.310
368.583
Totaal
367.310
368.583
Tabel 26: Resultaat boekjaar Algemene Reserve (x €)
31-12-2025
31-12-2024
Beginstand 1/1
499.000
511.650
Toevoeging
32.000
0
Onttrekking Eindstand 31/12
0
-12.650
531.000
499.000
Tabel 27: Algemene reserve
Toelichting resultaat boekjaar en algemene reserve Het gerealiseerde resultaat over 2025 bedraagt € 367.310. Het resultaat van 2024 ad € 368.583 is als volgt bestemd: • Een toevoeging aan de algemene reserve van € 32.000; • De vorming van een bestemmingsreserve voor dienstverlening ten behoeve van de schulddienstverlening in 2026, ten bedrage van € 153.000; • Teruggestort aan deelnemende gemeenten € 183.584. Het resultaat over 2025 bedraagt € 367.310. Voor dit resultaat wordt een voorstel tot resultaatbestemming gedaan. Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering (x €)
31-12-2025
31-12-2024
Beginstand 1/1
0
178.329
Toevoeging
0
0
Onttrekking
0
-178.329
Eindstand 31/12 Tabel 28: Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering
0
0
Toelichting bestemmingsreserve bedrijfsvoering In 2022 is er een bestemmingsreserve voor bedrijfsvoering gevormd. Deze reserve is bestemd voor de financiering van bedrijfsvoering projecten die zijn uitgevoerd van 2022 tot 2024, met focus op digitalisering, huisvestingactiviteiten in het kader van hybride werken en het implementeren van een nieuw financieel softwarepakket. De meeste projecten zijn afgewikkeld in 2024. Het project nieuw financieel softwarepakket liep nog door tot het voorjaar van 2025. De benodigde financiële middelen in 2025 zullen worden gedekt door de middelen uit de reguliere bedrijfsvoering. Egalisatiereserve Groot Onderhoud (x €)
31-12-2025
31-12-2024
Beginstand 1/1
55.000
55.000
Toevoeging Onttrekking Eindstand 31/12 Tabel 29: Egalisatiereserve Groot onderhoud
110.000 -91.500 73.500
45.300 -45.300 55.000
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
37
Toelichting egalisatiereserve groot onderhoud De bestemmingsreserve voor groot onderhoud bedraagt aan het einde van 2025 € 73.500 en heeft een egaliserend karakter. Jaarlijks wordt € 110.000 opgenomen in de begroting en aan deze reserve toegevoegd. Op basis van de gerealiseerde uitgaven volgens het geactualiseerde onderhoudsplan 2025 is een bedrag van € 91.500 ten laste van deze reserve gebracht. De resterende eindstand van € 73.500 zal voldoende zijn om eventuele (meer)uitgaven in de periode 2026-2037 te dekken. Bestemmingsreserve Schulddienstverlening (x €)
31-12-2025
31-12-2024
0
0
Toevoeging
153.000
0
Onttrekking Eindstand 31/12 Tabel 30: Bestemmingsreserve Schulddienstverlening
0 153.000
0 0
Beginstand 1/1
Toelichting bestemmingsreserve schulddienstverlening Naar aanleiding van het besluit van het algemeen bestuur op 9 juli 2025 is de bestemmingsreserve voor schulddienstverlening gevormd. De vorming van deze bestemmingsreserve is gekoppeld aan de uitbreiding van de schulddienstverlening in 2026. Vanaf 2026 kan een bedrag van € 153.000 wordt ingezet voor de benodigde diensten met betrekking tot vroegsignalering en schulddienstverlening voor ondernemers, zoals vastgelegd in het beleidsplan van de schulddienstverlening. Bestemmingsreserve Ontwikkelagenda (x €) Beginstand 1/1
31-12-2025
31-12-2024
38.500
175.500
Toevoeging Onttrekking Eindstand 31/12 Tabel 31: Bestemmingsreserve Ontwikkelagenda
0
0
0 38.500
-137.000 38.500
Toelichting bestemmingsreserve ontwikkelagenda De bestemmingsreserve ontwikkelagenda is in 2022 gevormd voor de uitvoering van het programma Ontwikkelagenda. Alle programma’s zijn afgerond in 2024 behalve het project Goed Geschreven. Dit project wordt doorgezet in 2026. Bestemmingsreserve TOZO (x €)
31-12-2025
31-12-2024
270.600
402.000
Beginstand 1/1 Toevoeging
0
Onttrekking
0 270.600
Eindstand 31/12 Tabel 32: Bestemmingsreserve TOZO
0 -131.400 270.600
Toelichting bestemmingsreserve TOZO De bestemmingsreserve TOZO is gevormd om de kosten voor de afhandeling van de TOZO-regeling in de komende jaren te dekken. Naar verwachting is deze reserve hiervoor toereikend. Samenvatting Eigen Vermogen Eigen vermogen (x €) Beginstand algemene reserve + bestemmingsreserves
31-12-2025
31-12-2024
1.232.058
2.076.205
Toevoegingen
295.001
148.300
Onttrekkingen
-460.458
-1.361.405
Gerealiseerd resultaat 2024
0
368.958
Gerealiseerd resultaat 2025
367.310
0
1.433.912
1.232.058
Totaal eigen vermogen Tabel 33: Eigen vermogen
Vaste passiva exclusief eigen vermogen
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
38
De totale vaste passiva exclusief het eigen vermogen bedraagt € 3,2 miljoen per ultimo 2025 en bestaat uit de gevormde voorzieningen frictie, spaarverlof en vaste schulden met een rentelooptijd langer dan een jaar. Voorzieningen Saldo 1-12025
Toevoeging
Onttrekkingen
Vrijval
Saldo 3112-2025
Voorziening Frictie
114.995
0
- 74.115
0
40.880
Voorziening Spaarverlof
139.000
0
0
- 26.400
112.600
253.995
0
- 74.115
-26.400
153.480
Omschrijving (x €)
Totaal Tabel 34: Voorzieningen
Toelichting voorzieningen Voorziening frictie In deze voorziening zijn toekomstige verplichtingen opgenomen. De verplichting loopt door tot medio 2026. De onttrekking van € 74.115 heeft betrekking op de WW-lasten van een voormalig medewerker. Voorziening spaarverlof In deze voorziening zijn toekomstige verplichtingen opgenomen voor het opnemen van spaarverlof. Het betreft een egalisatievoorziening, omdat er sprake is van een spaarsaldo dat naar verwachting, wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof, niet van gelijke omvang zal zijn. Door het vertrek van een aantal medewerkers in 2025 is er een daling met betrekking tot het spaarsaldo per einde 2025. De voorziening is berekend op basis van het aantal spaaruren per ultimo 2025 en het gemiddelde uurtarief dat de organisatie ook hanteert bij interne kostenberekeningen. Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar Omschrijving (x €)
31-12-2025
31-12-2024
Vaste schulden met een looptijd > 1 jaar
3.074.998
3.471.426
Totaal
3.074.998
3.471.426
01-01-2025
Aflossingen
31-12-2025
2.700.000
300.000
2.400.000
Tabel 35: Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar
Specificatie schulden met een looptijd langer dan één jaar Bank Nederlandse Gemeenten (x €)
Lening nummer 40.10117 Lening nummer 40.0088666 Stand per 31-12-2025
771.426
96.428
674.998
3.471.426
396.428
3.074.998
Tabel 36: Schulden met een looptijd langer dan één jaar
Toelichting vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar Per ultimo 2025 zijn er twee leningen met een looptijd die langer is dan een jaar. De rentelasten van de langlopende leningen in 2025 waren € 116.000. De aflossingen op deze leningen waren in 2025 € 396.428. Vlottende passiva Omschrijving (x €)
31-12-2025
31-12-2024
Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jaar
3.968.445
3.115.469
Totaal
3.968.445
3.115.469
Tabel 37: Vlottende passiva
Specificatie netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
39
Omschrijving (x €) Crediteuren
31-12-2025
31-12-2024
1.427.546
1.072.488
Gemeente Bunnik
70.429
0
Gemeente De Bilt
115.139
61.516
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
245.121
181.087
Gemeente Wijk bij Duurstede
212.512
0
Gemeente Zeist Afrekening compensabele BTW Nog te betalen bedragen
0
80.168
- 13
0
875.036
805.919
Afdrachten loonheffing, pensioenen, sociale premies personeel RDWI
1.022.676
914.290
Totaal
3.968.445
3.115.469
Tabel 38: Netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar
Toelichting netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Crediteuren Dit betreft het saldo op 31 december 2025 van geboekte, maar nog niet betaalde facturen. Crediteuren gemeenten In verband met de afwikkeling van 2025 heeft de RDWI een schuld aan gemeente Bunnik, gemeente De Bilt, gemeente Utrechtse Heuvelrug en gemeente Wijk bij Duurstede. De werkelijke uitgaven over 2025 zijn lager dan bij de gewijzigde begroting 2025 is geraamd. Dit betreft de definitieve afrekeningen met de gemeenten, die de genoemde bedragen nog aan de RDWI dienen te betalen. Nog te betalen bedragen Dit betreft de verplichtingen die de RDWI nog moet voldoen. De overige schulden zijn licht gestegen in 2025. Afdrachten loonheffing, pensioenen, sociale premies personeel RDWI Dit betreft de lasten voor december 2025. Overlopende passiva Onder de overlopende passiva zijn de volgende posten opgenomen: a. Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. b. De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. c. Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen.
Vooruit ontvangen bedragen (x €) Klantkosten nieuwkomers Projectsubsidie REACT-EU Lokale initiatief tot 2023 De Bilt en Zeist Subsidie WSP Projectsubsidie Dichterbij Dan Je Denkt RAJ Innovatie budget Project Bibliotheek ZOUT Totaal Tabel 39: Vooruit ontvangen bedragen
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
Saldo 1-12025 84.287 592.993 64.992 24.000
Ontvangen bedragen 0 0 0 0
Besteding of (terug)betaling 15.676 24.526 3.884 0
Saldo 3112-2025 68.611 568.467 61.109 24.000
28.155 40.000 0 834.427
0 41.332 5.785 47.117
0 49.315
28.155 32.017 5.785 788.143
40
93.401
Toelichting Vooruit ontvangen bedragen Begeleidingskosten nieuwkomers Conform de bestuurlijke afspraak wordt het saldo van € 84.287 aangewend voor de begeleiding van de doelgroep nieuwkomers. Van dit bedrag is € 15.676 besteed aan aanvragen voor ELIP (Einde lening, nog inburgering plichtig) in 2025, gebaseerd op de Wet Inburgering 2013, en extra inzet in het kader van de intensieve aanpak. Projectsubsidie REACT-EU Deze middelen zijn afkomstig uit de REACT-EU-fondsen. Dit zijn middelen die meerjarig besteed kunnen worden ter ondersteuning van dienstverlening en projecten gericht op reintegratie en participatie van kwetsbare doelgroepen, zoals afgesproken in de arbeidsmarktregio. Voor het jaar 2025 is een bedrag van € 24.526 besteed aan project Diagnose en bestandanalyse, inclusief de gemaakte administratiekosten. Naar verwachting is er ook in de komende jaren een inzet van deze middelen, in overleg met de gemeenten. Lokale initiatieven Het betreft de bestaande resterende budgetten voor lokale re-integratieprojecten die nog niet volledig zijn aangewend. De RDWI zal het resterende budget, conform de gemaakte afspraken, terugbetalen aan de betreffende gemeente. Subsidie WSP Deze regionale middelen zijn bedoeld ter dekking van de kosten die de organisatie maakt in verband met deelname aan de diverse gremia in de arbeidsmarktregio.
Projectsubsidie Dichterbij dan je denkt De RDWI heeft deze regionale middelen ontvangen op basis van een bestedingsplan, waarin onder andere verschillende regionale projecten zijn opgenomen voor inburgeringsplichtigen. Het restantbudget wordt naar verwachting ingezet in 2026. RAJ Innovatie budget Het betreft innovatiebudget in het kader van de Regionale Aanpak Jeugdwerkloosheid. In het jaar 2025 is er een bedrag van € 40.000 uitgegeven aan het project Jong schuldenvrij. Daarnaast is in het jaar 2025 opnieuw een bedrag van € 41.332 ontvangen ten behoeve van het project intensieve begeleiding jonge inburgeraars. Voor dit laatste project is er een besteding van € 9.315 in 2025. Project Bibliotheek ZOUT Deze middelen zijn bedoeld om in samenwerking met de lokale Bibliotheek ZOUT evenementen en workshops te organiseren voor jongeren, gericht op het ontwikkelen van vaardigheden in het omgaan met financiële middelen. Overige overlopende passiva Omschrijving (x €)
31-12-2025
31-12-2024
Nog te betalen bedragen
5.677.187
5.004.158
Totaal Tabel 40: Overige overlopende passiva
5.677.187
5.004.158
31-12-2025
31-12-2024
5.257.852
4.716.559
Specificatie van de nog te betalen bedragen: Omschrijving (x €) Overloopposten uitkeringen Participatiewet (netto uitkeringen, loonheffingen, sociale premies etc.) e
Af te dragen BTW 4 kwartaal
136.702
42.739
Afdracht loonheffing, pensioenen en sociale premies personeel SW
245.411
241.087
Overige Totaal Tabel 41: Nog te betalen bedragen
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
41
37.221
3.773
5.677.187
5.004.158
Toelichting van de nog te betalen bedragen Het gaat hier om bedragen waarvan de betalingen hebben plaatsgevonden in januari 2025. De post overloopposten betreft de uitkeringen over december 2025 die begin januari zijn uitgekeerd. Deze post is hoger dan in 2024 omdat er eind 2025 meer uitkeringsgerechtigden zijn.
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
42
7. Toelichting op overzicht van baten en lasten 7.1. Volume BUIG Gerealiseerde baten en lasten onderdeel BUIG
BUIG en BBZ 2004 (x€)
Begroting 2025
Lasten: BUIG en BBZ levensonderhoud 48.715.400 Loonkostensubsidie 4.310.100 Overige lasten BBZ 2004: Kredietverlening BBZ 146.000 Onderzoekskosten levensvatbaarheid 100.000 Totaal overige lasten BBZ 2004 246.000 Totaal programma lasten: 53.271.500 Baten: Bijdragen gemeenten 52.233.900 Overige baten: Overige baten BUIG en BBZ levensonderhoud 950.000 Overige baten LKS Terugontvangen op kredietverstrekking BBZ 2004 87.600 Totaal overige baten: 1.037.600 Totaal programma baten: 53.271.500 Saldo van baten en lasten 0 Tabel 42: Gerealiseerde baten en lasten onderdeel BUIG 2025
Gewijzigde begroting 2025
Jaarrekening 2025
Afwijking (Gewijzigde begroting -/- jaarrekening )
52.244.350 4.534.120
52.585.360 4.764.160
-341.010 -230.040
146.000 95.000 241.000 57.019.470
64.760 99.010 163.770 57.513.290
81.240 -4.010 77.230 -493.820
55.981.870
56.685.250
-703.380
950.000 0
711.650 13.260
238.350 -13.260
87.600 1.037.600 57.019.470 0
103.120 828.030 57.513.290 0
-15.520 209.570 -493.820 0
Toelichting op het financiële resultaat BUIG Lasten: Ten opzichte van de gewijzigde begroting zijn de uitkeringslasten BUIG van de gebundelde uitkeringen € 341.010 hoger. De gemiddelde kosten per uitkering lagen iets hoger dan verwacht. Qua aantal uitkeringen ligt het in lijn met de verwachting van de gewijzigde begroting. De loonkostensubsidie is € 230.040 hoger dan begroot. De afwijking wordt vooral veroorzaakt door hogere toekenningen bij gemeente Zeist en Utrechtse Heuvelrug door een hoger aantal plaatsingen binnen de doelgroep banenafspraak. Bij de kredietverlening is er sprake van een onderschrijding van € 81.240 en bij onderzoeken levensvatbaarheid BBZ is er sprake van een overschrijding van € 4.010. Deze twee posten zijn moeilijk te voorspellen in verband met het kleine aantal aanvragen en het verschil in hoogte van de aanvragen. De kredietaanvragen hebben een lange doorlooptijd, omdat alle schuldeisers moeten instemmen. Baten: De baten terugvordering en verhaal op BUIG en BBZ-uitkeringen hebben een onderschrijding van € 238.350. Voor deze post is in de (gewijzigde) begroting 2025 een te hoog bedrag geraamd. Daarnaast is er een ontvangst van € 13.260 voor terugvordering en verhaal van LKS, welke niet begroot was. De aflossingen op kredieten zijn iets hoger dan verwacht (€ 15.520).
Deze aflossingen/terugbetalingen hebben voor een deel betrekking op kredieten die verstrekt zijn vóór 2021. Voor deze ontvangsten geldt dat gemeenten 75% van de inkomsten moeten afrekenen met het Rijk, voor zover de kredietverstrekking heeft plaatsgevonden voor 2020. De rijksbijdrage voor deze kredieten was 75%. Per saldo hebben deze afwijkingen van lasten en baten geleid tot een stijging van de bijdragen van gemeenten met € 703.380. In de tabel hieronder is het effect van de ontschotting conform de afspraak tussen de gemeenten verwerkt. De tekorten van één of meerdere gemeenten worden verdeeld over alle vijf gemeenten. De verdeling vindt plaats op basis van het aandeel BUIG van de
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
43
rijksuitkering. Het tekort na de vangnetregeling van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede is verdeeld over alle vijf gemeenten. Gemeente Bunnik ontvangt de BUIG financiering op basis van het historisch model. Hierbij is financiering gebaseerd op het gemeente aandeel in het macrobudget van twee jaar daarvoor. Hierdoor is het resultaat voor deze gemeente vrijwel niet beïnvloedbaar. A. Resultaat gebundelde uitkering BUIG en BBZ LO
B Aanvullende uitkering Rijk, Vangnetregeling
C. Resultaat op gebundelde uitkering BUIG en BBZ LO
Bunnik
- 278.990
69.830
- 209.160
- 109.520
- 99.640
0
De Bilt
- 759.560
0
- 759.560
- 462.560
- 297.000
0
Utrechtse Heuvelrug
- 953.740
40.920
- 912.820
- 456.540
- 456.280
0
Wijk bij Duurstede
- 297.110
0
- 297.110
- 190.080
- 107.030
0
Zeist
1.141.230
0
1.141.230
181.280
0
959.950
Totaal
- 1.148.170
110.750
- 1.037.420
- 1.037.420
- 959.950
959.950
Gemeente (x €)
D. Resultaat na ontschotting
E. Nog te ontvangen D-C
F. Nog te betalen C-D
Tabel 43: Het effect van de ontschotting
Toelichting op de ontschotting BUIG Op basis van de definitieve BUIG budgetten 2025 is het resultaat van de vijf gemeenten tezamen € 1.148.170 negatief (kolom A). De gemeenten Bunnik en Utrechtse Heuvelrug hebben rechten op een aanvullende uitkering van € 110.750 (kolom B). In kolom C is het resultaat na vangnetregeling gepresenteerd. Kolom D toont het resultaat na ontschotting. De ontschotting leidt tot de mutaties in de kolommen E en F. Deze financiële mutaties zijn in de rekening courant per gemeente (bijlage 1) verwerkt. Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 is het resultaat na ontschotting circa € 110.750 minder negatief. Er is geen eenduidige oorzaak te benoemen voor de afwijking. De hoogte van de rijksbijdrage is afhankelijk van een aantal variabelen, waaronder het aantal inwoners. De afwijking in het resultaat van de BUIG-budgetten wordt veroorzaakt door meerdere factoren, waaronder een hogere gemiddelde uitkering en een grotere inzet van loonkostensubsidies. Daarnaast wijkt het resultaat af omdat het Rijk in het macrobudget werkt met landelijke gemiddelden, die kunnen afwijken van de situatie in onze regio. De berekening van het resultaat van de BUIG-budgetten is gebaseerd op de BUIGbeschikkingen voor 2025, zoals deze door het Rijk aan gemeenten zijn verstrekt, in combinatie met de werkelijke gemaakte kosten van de vijf gemeenten.
7.2. Bijzondere bijstand, studietoeslag, IIT, CAZ, alleenverdienersproblematiek en minimabeleid Gerealiseerde baten en lasten onderdeel bijzondere bijstand, studietoeslag, IIT, CAZ alleenverdienersproblematiek en minimabeleid Inkomensvoorzieningen (x €) Lasten: Bijzondere bijstand Studietoeslag Individuele inkomenstoeslagen Collectieve ziektekostenverzekering (CAZ) Alleenverdienersproblematiek Uitvoeringskosten alleenverdienersproblematiek Minimabeleid gemeenten Totaal programma lasten: Baten: Bijdragen gemeenten Overige baten:
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
Begroting 2025 3.294.000
Gewijzigde Jaarrekening begroting 2025 2025
Afwijking (gewijzigde begroting 2025 -/- jaarrekening)
775.000 6.797.000
3.230.000 987.000 1.752.000 1.385.000 124.570 71.800 805.000 8.355.370
3.280.250 824.440 1.701.610 1.276.090 71.000 64.330 787.820 8.005.540
-50.250 162.560 50.390 108.910 53.570 7.470 17.180 349.830
6.672.000
8.230.370
7.834.980
395.400
1.343.000 1.385.000
44
Bijzondere bijstand Totaal overige baten: Totaal programma baten: Saldo van baten en lasten
125.000 125.000 6.797.000 0
125.000 125.000 8.355.370 0
170.560 170.560 8.005.540 0
-45.600 -45.600 349.830 0
Tabel 44: Gerealiseerde baten en lasten onderdeel inkomensvoorziening
Toelichting op het financiële resultaat bijzondere bijstand, studietoeslag, IIT, CAZ, alleenverdienersproblematiek en minimabeleid Vergeleken met de gewijzigde begroting 2025 zijn de gerealiseerde uitgaven voor inkomensvoorzieningen lager dan begroot, wat resulteert in een verlaging van de gemeentelijke bijdragen met € 349.830. Bijzondere bijstand De overschrijding van € 50.250 in de kosten voor bijzondere bijstand wordt veroorzaakt door een toename in het aantal toegekende aanvragen. Daarnaast worden bepaalde uitgaven, zoals bewind voering, voor een langere periode toegekend (meestal één tot drie jaar). Hierdoor is er sprake van structurele kosten boven op de nieuwe aanvragen. Studietoeslag De onderschrijding van € 162.560 voor de studietoeslag hangt samen met de herberekening in het kader van de fiscalisering aan het einde van het jaar. Deze herberekening wordt beïnvloed door meerdere factoren, waaronder de persoonlijke situatie van inwoners. Hierdoor is het moeilijk om de impact van de herberekening te voorspellen. Individuele inkomenstoeslagen (IIT) De onderschrijding van € 50.390 in de individuele inkomenstoeslag wordt verklaard door het lagere aantal eerste aanvragen, ondanks het actief benaderen van inwoners na de referteperiode van drie jaar en het ambtshalve toekennen na initiële aanvragen.
Collectieve ziektekostenverzekering (CAZ) De onderschrijding van € 108.910 voor de CAZ kan worden verklaard doordat de schatting bij de (gewijzigde) begroting 2025 te hoog was. De werkelijke lasten CAZ van 2025 lijken meer in lijn te zijn met de gerealiseerde lasten in 2023 en 2024. Alleenverdienersproblematiek De onderschrijding bij alleenverdienersproblematiek hangt samen met het lagere aantal aanvragen uit 2024. Daarbij is aangenomen dat de inwoners die twijfelen over de vergoeding na een ambtshalve toekenning een beroep zouden doen op herberekening, indien zij het vermoeden hadden dat de compensatie onvoldoende was. In de praktijk zijn er geen verzoeken om herberekening ontvangen. Minimabeleid De afwijking binnen minimabeleid is beperkt. Overige baten bijzondere bijstand Bij overige baten van bijzondere bijstand is er sprake van een overschrijding. De raming in de (gewijzigde) begroting is te laag.
7.3. Regeling Leefgeld Oekraïne Gerealiseerde baten en lasten regeling leefgeld Oekraïne Begroting 2025
Gewijzigde begroting 2025
Jaarrekening 2025
Afwijking (Gewijzigde begroting 2025 -/- jaarrekening)
Lasten: RooO Oekraïners leefgeld RooO Oekraïners uitvoeringskosten Totaal programma lasten: Baten:
0 0 0
875.000 270.000 1.145.000
854.250 258.270 1.112.520
20.750 11.730 32.480
Jaarstukken RDWI 2025 v1.0
45
Leefgeldregeling Oekraïners (x €)
Bijdragen gemeenten Bijdrage Inning huisvesting Oekraïners Verhaal en terugvordering Noodregeling leefgeld Oekraïners Totaal programma baten: Saldo van baten en lasten
0
0 0
818.000 327.000
645.150 429.470
172.850 - 102.470
0 1.145.000 0
37.900 1.112.520 0
- 37.900 32.480 0
Tabel 45: Gerealiseerde baten en lasten onderdeel RooO
Toelichting op het financiële resultaat regeling leefgeld Oekraïne De gerealiseerde kosten zijn € 32.480 lager dan bij de gewijzigde begroting 2025. De onderschrijding komt vooral doordat meer mensen (deel)tijd werk vinden, waardoor de eigen bijdrage voor huisvestiging hoger is dan begroot.
7.4. Re-integratie Gerealiseerde baten en lasten re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening Re-integratie, participatie en dienstverlening aan Begroting werkgevers (x €) 2025 Lasten: Re-integratie (na zachte landing) 1.598.100 Overige projecten: Project Lokini gemeente De Bilt REACT-EU Totaal programma lasten: 1.598.100 Baten: Bijdragen gemeenten 1.598.100 Bijdrage project Lokini gemeente de Bilt Overige baten: Vrijval voorgaande jaren/ Project Lokini gemeente De Bilt Vooruit ontvangen EU-REACT fonds Totaal overige baten: 0 Totaal programma baten: 1.598.100 Saldo van baten en lasten 0 Tabel 46: Gerealiseerde baten en lasten onderdeel re-integratie
Gewijzigde begroting 2025
Jaarrekening 2025
Afwijking (Gewijzigde begroting 2025 -/- jaarrekening)
2.120.370
1.849.980
270.390
0 0 2.120.370
69.750 33.840 1.953.570
- 69.750 - 33.840 166.800
2.117.070 0
1.849.980 65.860
267.090 - 65.860 0
3.300 0 3.300 2.120.370 0
3.880 33.840 37.730 1.953.570 0
- 580 - 33.840 - 34.430 166.800 0
In de onderstaande tabel worden de gerealiseerde kosten met betrekking tot re-integratie per component weergegeven. Begroting 2025
Gewijzigde begroting 2025
Jaarrekening 2025
Afwijking (Gewijzigde begroting 2025 -/jaarrekening)
422.000 160.000 92.500 923.600
860.000 300.000 130.000 830.370
844.400 320.890 135.550 549.140
15.600 -20.890 -5.550 281.230
Totaal programmalasten: 1.598.100 Tabel 47: Programmabudget re-integratie per component 2025
2.120.370
1.849.980
270.390
Programmalasten re-integratie per component 2025 Component: Begeleiding beschut werk Jobcoaching Verstrekkingen aan inwoners Overige re-integratie instrumenten
Toelichting op het financiële resultaat re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening De onderschrijding op de programmakosten re-integratie zijn vooral gerelateerd aan de categorie overige instrumenten: • De inzet op deze middelen is niet geheel voorspelbaar, omdat er wordt ingezet op de ondersteuningsbehoefte van inwoners, dat is maatwerk; • Verder is terughoudend omgegaan met de inzet van aanvullende dienstverlening, mede omdat er vanuit de gemeenten gevraagd is om de basis- en aanvullende dienstverlening in kaart te brengen en eventuele kostenbesparing die daaruit zouden kunnen voortvloeien; • Specifieke instrumenten die daardoor minder zijn ingezet betreffen vitaliteit trajecten, maatwerkbudget en trajecten voor jongeren; • Daarnaast zijn er middelen uit de SPUK-inburgering aangewend om reintegratieactiviteiten voor inburgeraars te bekostigen.