CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.033 Bijlage 2 Jaarstukken RDWI 2025

Raad 9 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Zienswijze Jaarstukken RDWI 202524.743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarstukken 2025 RDWI

Versie: 1.0

Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2025 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI). Met dit verslag informeren wij u over de resultaten die wij het afgelopen jaar samen met onze partners hebben bereikt. De jaarstukken bestaan uit het (financiële) jaarverslag en de jaarrekening en geven inzicht in onze inzet, prestaties en de maatschappelijke waarde van onze dienstverlening. Sterke dienstverlening gericht op werk, participatie en bestaanszekerheid In 2025 leverde de RDWI opnieuw een belangrijke bijdrage aan het versterken van participatie en bestaanszekerheid van inwoners in onze regio. Wij begeleidden inwoners naar werk of naar vormen van participatie die passen bij hun mogelijkheden. Tegelijkertijd boden wij inkomensondersteuning aan inwoners die dat nodig hadden, zodat zij kunnen rekenen op financiële stabiliteit in een kwetsbare periode. Ook ondersteunden wij een groeiend aantal inburgeraars bij hun inburgeringstraject, zodat zij hun weg kunnen vinden in de Nederlandse samenleving en op de arbeidsmarkt. Daarnaast ontvingen meer inwoners met geldzorgen of schulden tijdig passende begeleiding en ondersteuning, gericht op het herstellen van grip op hun financiële situatie. In 2025 voerden wij bovendien nieuwe en aanvullende taken uit.

Zo verzorgden wij de inning van het leefgeld voor Oekraïense ontheemden en startten wij met de uitvoering van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek. Daarmee leverden wij een concrete bijdrage aan rechtvaardige en toegankelijke ondersteuning voor inwoners die afhankelijk zijn van publieke voorzieningen. Onze professionals staan dagelijks klaar voor inwoners met ondersteuningsvragen die steeds vaker complex en veelzijdig zijn. Met betrokkenheid, deskundigheid en doorzettingsvermogen bieden zij intensieve begeleiding en zoeken zij samen met inwoners naar duurzame oplossingen die hun perspectief op werk, participatie en financiële stabiliteit structureel versterken. Het resultaat RDWI 2025 is positief De jaarrekening RDWI 2025 hebben we afgesloten met een positief resultaat na mutaties op reserves van € 367.310. De bijdrage van de gemeenten is € 634.910 lager dan de gewijzigde begroting. Het resultaat op de BUIG-middelen voor de gemeenten is negatief ten opzichte van het BUIG-budget van het Rijk Het bruto financiële resultaat op de BUIG voor de vijf gemeenten tezamen bedraagt € 1.148.170 nadelig ten opzichte van het definitieve BUIG-budget van het Rijk. De gemeenten Bunnik en Utrechtse Heuvelrug komen in aanmerking voor de aanvullende uitkering (vangnetregeling) van het Rijk van € 110.750, waarmee het nettoresultaat voor gemeenten op € 1.037.420 nadelig uitkomt.

De gemeente Zeist sluit het jaar af met een overschot op de BUIG-middelen, de overige vier gemeenten sluiten het jaar af met een tekort. Door de ontschottingsafspraken worden de tekorten van de gemeenten herverdeeld en afgerekend op basis van het aandeel van de betreffende gemeente in het totale BUIGbudget. Met onze vijfde kernwaarde benadrukken we het belang van samenwerking met onze (lokale) samenwerkingspartners en bouwen we voort aan onze dienstverlening In 2025 is onze vijfde kernwaarde geïntroduceerd: ‘We bundelen krachten met onze partners’. Deze kernwaarde onderstreept het belang van deze samenwerking, omdat gezamenlijk met onze partners nog meer bereikt kan worden voor onze inwoners. In lijn met de Strategische kaders is in samenwerking met Biga Groep en de gemeenten gewerkt aan een gezamenlijke toekomstvisie op werk en inkomen in de ZOU-regio, onder de noemer van ‘ZOU Werkt!’.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

2

Daarnaast is via de Innovatieagenda Werk & Inkomen 2024–2027 ingezet op leren en innoveren. Binnen het project Innovatietafels zijn initiatieven ondersteund en opgeschaald, waaronder de introductie van participatietafels bij meerdere gemeenten. We zijn gestart met de doorontwikkeling van de P&C cyclus RDWI Deze doorontwikkeling richt zich op het verder verbeteren van de planning en control cyclus, waarbij we gezamenlijk met de gemeenten verder bouwen aan een betrouwbare en financieel voorspelbare RDWI. Zeist, 8 juli 2026 Namens het bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, W.J. (Walter) van Dijk, voorzitter

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

R.B. (Bernice) Ruiter, directeur

3

Inhoudsopgave Voorwoord 1. Kerntaken samengevat 1.1. Financieel – Uitvoering kerntaken 1.2. Resultaten van de dienstverlening 1.3. Financieel – Organisatorisch 1.4 Kengetallen 2025 1.5. Ontwikkeling van de organisatie 2. Financiële paragrafen 2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.2. Onderhoud kapitaalgoederen 2.3. Financiering 2.4. Bedrijfsvoering 2.5. Verbonden partijen 2.6. Wet Open Overheid

2 5 5 6 12 13 15 17 17 22 22 23 26 27

Jaarrekening 3. 4. 5. 6. 7.

Balans 28 Overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar 30 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 33 Toelichting op de balans 35 Toelichting op overzicht van baten en lasten 43 7.1. Volume BUIG 43 7.2. Bijzondere bijstand, Studietoeslag, IIT, CAZ, alleenverdienersproblematiek en minimabeleid 44 7.3. Regeling Leefgeld Oekraïne 45 7.4. Re-integratie 46 7.5. Voorzieningen Wet inburgering 2021 en intensieve aanpak oude wet inburgering 48 7.6. Wet sociale werkvoorziening 48 7.7. Kinderopvang 49 7.8. Tijdelijke Ondersteuning Zelfstandig Ondernemers 49 7.9. Apparaatskosten 50

8. Overige Toelichtingen 9. Niet in de balans opgenomen verplichtingen 10. Wet normering topinkomens 11. Exploitatie op taakvelden 12. Sisa 13. Resultaat 2025 14. Rechtmatigheidsverantwoording 15. Gebeurtenissen na balansdatum 16. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

52 54 55 57 58 59 60 61 62

Bijlage 1 Rekening Courant Gemeenten

63

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

4

1. Kerntaken samengevat In dit hoofdstuk geven we een samenvatting van de resultaten van de organisatie; in financieel opzicht (paragraaf 1.1 en 1.3), de resultaten van de dienstverlening (1.2 en 1.4) en tot slot organisatorisch (1.5). In hoofdstuk 7 volgt een meer inhoudelijke toelichting op de financiële resultaten.

1.1. Financieel – Uitvoering kerntaken In de jaarrekening 2025 wordt een vergelijking gemaakt tussen het gerealiseerde resultaat en de gewijzigde begroting. De gewijzigde begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur op 17 december 2025. In totaal is de bijdrage van gemeenten op de kerntaken € 634.910 lager dan bij de gewijzigde begroting 2025. Hieronder worden de financiële afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 globaal samengevat: Bijdragen gemeenten (x €) TOZO BUIG, BBZ en LKS Inkomensvoorzieningen Leefgeldregeling Oekraïners Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Bijdragen gemeenten voorzieningen Wet inburgering 2021 Wet sociale werkvoorziening Kinderopvang Bedrijfsvoering RSD Uitvoering re-integratie Uitvoering Wet inburgering 2021 Totaal bijdragen gemeenten

Begroting 2025

Gewijzigde begroting 2025

Jaarrekening 2025

Afwijking (gewijzigde begroting 2025 -/- jaarrekening )

0 52.233.900 6.672.000 0

- 469.000 55.981.870 8.230.370 818.000

- 446.760 56.685.250 7.834.980 645.150

- 22.240 - 703.380 395.390 172.850

1.598.100

2.117.070

1.915.840

201.230 V

1.981.000 8.625.400 480.000 15.379.600 2.451.000 1.033.000 90.454.000

2.939.810 9.847.490 520.000 15.379.600 2.451.000 1.033.000 98.849.210

2.317.760 9.847.490 550.990 15.379.600 2.451.000 1.033.000 98.214.300

622.050 V 0 - 30.990 N 0 0 0 634.910 V

N N V V

Tabel 1: Bijdragen gemeenten 2025

Afwikkeling TOZO-regeling Er is sprake van een onderschrijding op de baten van de afwikkeling van de TOZOregeling. Deze afwijking hangt samen met de afname in de 2e helft van het jaar in de terugbetaling op de verstrekte kredieten. BUIG/BBZ en LKS De afwijking wordt veroorzaakt door een overschrijding bij de BUIG-uitkeringen. De gemiddelde uitkeringsbedragen lagen hoger dan verwacht. Het aantal uitkeringen lag wel in lijn met de verwachting zoals opgenomen in de gewijzigde begroting. De kosten voor loonkostensubsidie zijn € 230.040 hoger dan begroot. De afwijking wordt vooral toegerekend aan hogere toekenningen bij gemeente Zeist en Utrechtse Heuvelrug als gevolg van een verhoogd aantal plaatsingen binnen de doelgroep van de banenafspraak. Daarnaast zijn de terugvorderingen binnen BUIG/BBZ lager uitgevallen dan verwacht. Inkomensvoorzieningen De afwijking bij inkomensvoorzieningen wordt veroorzaakt door de onderschrijdingen op alle deelprogramma’s, behalve bijzondere bijstand. Bij bijzondere bijstand is er sprake van een kleine overschrijding. Regeling leefgeld Oekraïne De onderschrijding op de regeling leefgeld Oekraïne wordt vooral veroorzaakt door lagere kosten voor de uitkering zelf, een lagere benodigde vergoeding voor de uitvoering van de regeling en hogere inkomsten als gevolg van de ophoging van de eigen bijdrage van huisvestigingskosten dan begroot.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

5

Re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening Er is sprake van een onderschrijding op de re-integratiemiddelen. De inzet op deze middelen is niet geheel voorspelbaar, aangezien er wordt ingezet op wat een inwoner nodig heeft. Dit kan verschillen per ondersteuningsbehoefte. Verder hangt de onderschrijding samen met het verzoek vanuit de gemeenten om de basis- en aanvullende dienstverlening in kaart te brengen en eventuele kostenbesparing die daaruit zouden kunnen voortvloeien. In het licht van dit verzoek is er meer terughoudend omgegaan met de inzet van aanvullende dienstverlening. Daarnaast zijn er middelen uit de SPUK inburgering aangewend om re-integratieactiviteiten voor inburgeraars te bekostigen. Voorzieningen nieuwe Wet inburgering 2021 De onderschrijding heeft vooral betrekking op de voorzieningen Wet inburgering en hangt samen met een lager dan verwachte instroom van inburgeringsplichtigen ten opzichte van de U16-brede jaarprognose. Kinderopvang Er is sprake van een beperkte afwijking op de kinderopvang. Het aantal aanvragen voor kinderopvang is moeilijk te voorspellen. Deze aanvragen worden sterk beïnvloed door sociaal medische indicaties. In 2025 zijn concrete afspraken gemaakt met gemeenten over de inzet van de sociaal medische indicaties en de rol van de sociale teams bij de toekenning hiervan.

Daarnaast is een nieuwe verordening door de gemeenten vastgesteld en zijn de voorwaarden enigszins aangepast.

1.2. Resultaten van de dienstverlening In de begroting 2025 zijn zeven doelen afgesproken. Hierover is gerapporteerd in de 1e en 2e nota going concern rapportage. In de primitieve begroting 2025 is aangegeven wat de doelen waren voor de vijf beleidsterreinen van de RDWI en daarnaast welke acties we gingen ondernemen om deze doelen te bereiken. In deze paragraaf is uiteengezet in hoeverre we erin geslaagd zijn onze doelen te bereiken. 1.2.1 Ontwikkeling van bestand en BUIG-budget Wat was het doel voor 2025? De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt minimaal gelijke tred met de landelijke ontwikkeling Het aantal huishoudens met een uitkering Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ is in 2025 licht gestegen. Eind 2025 waren er 2.766 bijstandsgerechtigden in onze regio. De stijging ten opzichte van eind 2024 is daarmee 0,4% (13 inwoners). Over heel Nederland gemeten was er sprake van een stijging van het aantal huishoudens met een uitkering met 1,5%.1 Wat hebben we gedaan om dit doel te bereiken? Een effectief proces bij de intake, gericht op een vroegtijdige begeleiding naar werk en het voorkomen van onnodige instroom in de uitkering Wanneer inwoners zich melden voor een uitkering en in staat zijn om te werken, wordt direct een traject op twee sporen gestart. Terwijl de aanvraag in behandeling wordt genomen, gaat direct ook een recruiter aan de slag.

Deze recruiter brengt de inwoner in contact met potentiële werkgevers. Op die manier wordt geprobeerd nog vóór de aanvraag is afgerond, een passende baan te vinden. Ook zijn inwoners door middel van de aanpak ‘Gelijk aan de slag’ aan het werk gegaan bij Biga Groep. Zowel de intake-procedure als Gelijk aan de slag hebben onnodige instroom in de uitkering voorkomen.

1

StatLine - Sociale zekerheid; kerncijfers, uitkeringen naar uitkeringssoort (geraadpleegd op 20 februari 2026).

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

6

Loonkostensubsidies vergroten de mogelijkheden voor werk Binnen het BUIG-budget zijn er middelen om loonkostensubsidies te verstrekken aan werkgevers voor inwoners die vanwege een beperking een verminderde productiviteit hebben. De loonkostensubsidie wordt steeds vaker ingezet voor werkplekken voor inwoners met een arbeidsbeperking. Daarmee stromen inwoners direct geheel of gedeeltelijk uit de uitkering. In 2025 zijn 337 loonkostensubsidies ingezet. Dit is een stijging van 7,3% ten opzichte van 2024 (314). Hiermee wordt steeds meer bewogen in lijn met het landelijk gemiddelde en is er sprake van een inhaalslag. Deze stijging is in lijn met de overschrijding op het BUIG-budget, zoals in paragraaf 1.1 is toegelicht. 1.2.2 Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Wat waren de doelen voor 2025? Inwoners hebben een zinvolle (on)betaalde daginvulling die aansluit bij hun mogelijkheden en waarbinnen zij zich verder kunnen ontwikkelen Het merendeel van de inwoners heeft intensieve begeleiding nodig om stappen te zetten richting participatie of betaald werk, of heeft een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. We hebben gewerkt aan meer gerichte aandacht per doelgroep en een sterkere focus op wat nodig én mogelijk is om inwoners verder te helpen in hun ontwikkeling. De samenwerking met lokale netwerkpartners is verder versterkt.

Daarnaast hebben aanvullende initiatieven, zoals de Participatiecoach (Utrechtse Heuvelrug), Meedoen Punt (Wijk bij Duurstede), BasisMaatwerk (De Bilt) en Meander Omnium (Zeist), een belangrijke meerwaarde. Zij bieden extra lokale ondersteuning, aanvullend op de intensieve begeleiding die de RSD inzet voor inwoners die dit nodig hebben. Inwoners die in staat zijn om betaald werk te verrichten, worden hierin voldoende ondersteund Inwoners die in staat zijn om te werken, zijn in 2025 effectief begeleid naar werk. Zij worden direct naar werk bemiddeld door regisseurs of met inzet van een jobhunter. Waar mogelijk wordt al bij het aanmeldproces ingezet op werk. Voor inwoners die kunnen werken maar ondersteuning nodig hebben, wordt per persoon beoordeeld wat hiervoor nodig is. Hierbij kan onder meer maatwerkbudget worden ingezet, bijvoorbeeld voor scholing of een vervoersvoorziening. Voor inwoners met een indicatie is daarnaast jobcoaching en werkbegeleiding mogelijk. Waar nodig wordt ook (forfaitaire) loonkostensubsidie ingezet. Tot slot zijn er specialistische trajecten beschikbaar, zoals IPS en Sterk met Werk (en scholing), gericht op de psychisch kwetsbare doelgroep.

Wat hebben we gedaan om deze doelen te bereiken? We leggen de focus op jongeren, inburgeraars, inwoners met een arbeidsbeperking en inwoners die mét ondersteuning naar werk kunnen In 2025 is vanuit regionale middelen extra ingezet op trajecten, zoals lifecoaching en Sterk met Werk2 (en scholing). Daarnaast is tijdelijk extra capaciteit ingezet om jongeren intensiever te begeleiden vooruitlopend op de Wet van School naar Duurzaam Werk. Mede hierdoor is het aantal jongeren met een uitkering gedaald van 332 naar 308. Deze extra inzet wordt in 2026 geborgd, mede in het licht van de groeiende doelgroep en de aanvullende taken die voortvloeien uit de Wet van School naar Duurzaam Werk. Gemeenten ontvangen hiervoor structureel extra re-integratiebudget. Ook is er in 2025 extra ingezet op de participatie (betaald en onbetaald) van inburgeraars in samenhang met de verplichtingen vanuit de Wet inburgering 2021. Hierover valt meer te lezen in paragraaf 1.2.4. Een belangrijke focusgroep waren de statushouders die woonachtig zijn in een asielzoekerscentrum in de regio. Door al in het asielzoekerscentrum 2 Sterk met Werk biedt begeleiding naar werk of opleiding voor mensen met psychische klachten.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

7

(azc) te begeleiden richting betaald werk met de inzet van een jobhunter in het azc, wordt geprobeerd te voorkomen dat deze statushouders bij huisvesting in de gemeente afhankelijk worden van een inkomensvoorziening. Deze dienstverlening is gecontinueerd ten opzichte van de voorgaande jaren, waarbij de jobhunter gepositioneerd is bij het werkgeversservicepunt. Voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt die met ondersteuning kunnen uitstromen naar werk, is de aanpak ‘Gelijk aan de slag’ verder doorontwikkeld. Het doel is om meer van hen te plaatsen op werkplekken bij Biga Groep. De voorlopige resultaten, die zijn gedeeld aan de innovatietafel, laten zien dat een groot deel van de kandidaten uitstroomt naar werk of afziet van een uitkering omdat zij zelfstandig werk hebben gevonden. Daarnaast blijkt dat een deel van deze kandidaten behoort tot de doelgroep van de Banenafspraak. Door deze aanpak en de intensievere samenwerking met Biga Groep is deze doelgroep beter in beeld. We zetten beschut werk en jobcoaching in op basis van behoefte, in overleg met gemeenten In 2025 hebben we meer ingezet op loonkostensubsidies om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt bij reguliere werkgevers te plaatsen. Hoewel dit leidt tot hogere bruto uitgaven, is het financiële risico voor de gemeente beperkt. Het Rijk compenseert deze uitgaven namelijk achteraf via de t-1 systematiek.

Ook de beschikbare middelen voor reintegratie (zoals jobcoaching en scholing) groeien mee met de omvang van de doelgroep. In 2025 is voor het eerst de taakstellingsnorm voor beschut werk gerealiseerd. Met 89 plaatsingen in beschut werk werd de norm van 86 overschreden. Voor beschut werk vergoedt het Rijk de begeleidingskosten tot aan deze norm. In het kader van kostenbeheersing heeft het algemeen bestuur eind 2025 besloten om niet boven de taakstellingsnorm te plaatsen. Gemeente Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Eindtotaal

Beschikkingen 2024 3 15 23 8 42 91

Plaatsingen

2025 4 20 26 10 52 112

2024 3 14 19 5 36 77

Taakstelling 2025 3 18 20 6 42 89

2024 2 10 14 9 45 80

2025 3 11 15 9 48 86

Tabel 2: beschikkingen, plaatsingen en taakstelling beschut werk

We verwerken de uitkomsten van de beleidsevaluatie 2024 De beleidsevaluatie heeft geleid tot beter inzicht in de opbrengsten van intensieve begeleiding en vitaliteit, inclusief een positieve businesscase. Deze bevindingen zijn ingebracht op de Innovatietafel (meer hierover in paragraaf 1.5.1.). De evaluatie heeft daarnaast duidelijk gemaakt dat de uitstroompremie niet de beoogde resultaten heeft opgeleverd. Om die reden heeft het algemeen bestuur eind 2025 besloten te stoppen met de uitstroompremie. Succesvolle interventies, zoals vitaliteit en intensieve dienstverlening, worden voortgezet. Regionaal sterker, lokaal dichtbij In 2025 is verder gewerkt aan een regionale werkgeversaanpak binnen de arbeidsmarktregio. Grotere werkgevers zijn gekoppeld aan vaste regionale contactpersonen en professionals werken steeds meer volgens een gezamenlijke werkwijze. Dit versterkt de samenwerking en slagkracht richting werkgevers. Deze regionale ontwikkeling gaat niet ten koste van de lokale dienstverlening. Het Werkgeversservicepunt blijft lokaal verankerd, zodat inwoners en werkgevers in de gemeenten laagdrempelig gebruik kunnen maken van ondersteuning.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

8

Samen met partners zijn regionale activiteiten georganiseerd, zoals de Werkexpo, en projecten uitgevoerd, waaronder de inzet van jobhunters op asielzoekerscentra en trajecten zoals Sterk met Werk binnen Hoofdzaak Werk. Ook is verder gewerkt aan de ontwikkeling van het Werkcentrum, met fysieke aanwezigheid van gidsen en coaches bij de RSD. Vanuit de Regionale Aanpak Jeugdwerkloosheid is ingezet op lifecoaching en praktijkleren. Samen met andere partners in de arbeidsmarktregio en het ZOU Doorstroompunt is ervoor gezorgd dat deze activiteiten in 2026 worden voortgezet binnen het regionaal programma Van School naar Duurzaam Werk (VSNDW). 1.2.3 Maatwerk bij inkomensvoorzieningen Wat was het doel voor 2025? Doorlooptijden inkomensondersteunende regelingen De doorlooptijden voor het verwerken van aanvragen voor inkomensondersteunende regelingen laten een wisselend beeld zien in 2025. Voor de aanvragen levensonderhoud is vanaf de zomer tot en met november 2025 de gemiddelde doorlooptijd opgelopen. Deze periode heeft ertoe geleid dat de gemiddelde doorlooptijd over het gehele jaar is uitgekomen op één week boven de wettelijke termijn van acht weken. De doorlooptijden van de overige inkomensvoorzieningen zijn in 2025 binnen de wettelijke termijnen gebleven en laten bovendien een daling zien ten opzichte van 2024.

De gemiddelde doorlooptijden bedragen: • Bijzondere bijstand: 5 weken • Minimaregelingen: 1 week • Individuele inkomenstoeslag: 1 week Wat hebben we gedaan om dit doel te bereiken? Waar mogelijk, lopen we vooruit op Participatiewet in balans Inmiddels is duidelijk geworden dat de Participatiewet in balans niet in 2025, maar gefaseerd vanaf 2026 in werking treedt. Hoewel de formele invoering later plaatsvindt, handelt de RDWI op onderdelen al in de geest van de wetswijziging, voor zover dit past binnen de grenzen van de organisatie. Zo wordt bij het opleggen van de zoektermijn voor jongeren maatwerk toegepast. In situaties waarin een zoektermijn niet passend was, is ruimte genomen om hiervan gemotiveerd af te wijken. Hiermee is aangesloten bij de beoogde beweging naar meer vertrouwen en een individuele benadering. Daarnaast wordt er al gewerkt met een vereenvoudigde aanvraagprocedure. Zo wordt bijvoorbeeld sinds 2025 de datum van de melding gehanteerd als aanvraagdatum. Ook de mogelijkheid om een aanvraag met terugwerkende kracht in te dienen, wordt in de praktijk al ruimer toegepast wanneer de situatie van de inwoner daartoe aanleiding geeft.

We verkennen het (meer) automatisch toekennen van regelingen en minder druk voor de inwoner voor het aanleveren van gegevens In 2025 is ingezet op het verder automatiseren van de toekenning van inkomensregelingen en het beperken van de administratieve lasten voor inwoners. Een belangrijk onderdeel hiervan was de ambtshalve toekenning van de individuele inkomenstoeslag aan inwoners die drie jaar of langer een uitkering op grond van de Participatiewet ontvingen, voor zover zich geen relevante wijzigingen in hun persoonlijke of financiële situatie hadden voorgedaan. Door deze werkwijze is voorkomen dat deze doelgroep een afzonderlijke aanvraag moest indienen.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

9

Met deze aanpak is invulling gegeven aan de ambitie om inwoners die langdurig van een minimuminkomen afhankelijk zijn proactief te ondersteunen, terwijl tegelijkertijd de uitvoeringslasten en administratieve procedures zijn beperkt. We voeren een beleidsevaluatie uit In verband met de ontwikkelingen rondom de Participatiewet in balans is de beleidsevaluatie inkomensvoorzieningen doorgeschoven naar 2027. 1.2.4 Dienstverlening aan inburgeraars Wat was het doel voor 2025? Een duurzame participatie aan de samenleving van inburgeraars In 2025 is voor alle inburgeraars die woonachtig zijn in één van de ZOU-gemeenten het inburgeringstraject opgestart. Aan het eind van 2025 zijn 1.048 inburgeringsplichtigen aan ons gekoppeld, waarvan er 945 woonachtig zijn in één van de gemeenten. De meesten van hen waren asielmigrant (771). Eind 2025 werden er 277 gezinsmigranten begeleid bij hun inburgeringstraject. Alle gekoppelde inburgeringsplichtigen zijn in beeld en alle gehuisveste inburgeraars werken aan hun inburgering en integratie in de regio. Daarnaast worden nog 44 inburgeraars, die vallen onder de Wet inburgering 2013, begeleid. Wat hebben we gedaan om dit doel te bereiken? Continuering van de dienstverlening met aandacht voor vroege start en participatie Afgelopen jaar stond in het teken van het verder uitbouwen en verfijnen van de aanpak rondom participatie van inburgeraars.

Er is gewerkt aan onder andere de verdere ontwikkeling van de participatiecomponent en dualiteit in de leerroutes, in samenwerking met de lokale partners. De interne organisatie is tegen het licht gehouden om participatie voor inburgeraars verder aan te jagen en er is inzichtelijk gemaakt welke interne ondersteuning nodig is om deze doelgroep naar werk of participatie te begeleiden. Concrete stappen om participatie van deze doelgroep verder door te ontwikkelen zijn de komst van een jobhunter voor inburgeraars in de B1-route, een jobhunter in het azc en de inzet van jobcoaching specifiek voor inburgeraars. Het aanbieden van een vroege start met het inburgeringstraject vanuit het azc is op afroep van het COA aangeboden. Verder is er geïnvesteerd in de samenwerking met lokale partijen, zoals de lokale vluchtelingenwerk- en vrijwilligersorganisaties in de gemeenten. 1.2.5 Hulp bij schulden Wat waren de doelen voor 2025? Het voorkómen van schulden, voor zover we er zelf invloed op hebben Eind 2024 ondertekende de RDWI het convenant Lokale overheid. In 2025 waren de gemaakte afspraken in het convenant voor de RDWI als schuldeiser geldend. In het convenant is afgesproken dat de organisatie als schuldeiser automatisch instemt met betalingsvoorstellen van de schuldhulpverlener. Voor inwoners die zich aanmelden voor schuldhulp worden incassomaatregelen tijdelijk stopgezet.

Daarnaast wordt sociaal incasseren toegepast bij inwoners met betalingsachterstanden. Verminderen van aantal personen met schulden en verlaging gemiddeld schuldenbedrag In 2025 meldden zich 729 inwoners met geldzorgen en/of schulden. Dit is een toename van 109 inwoners (+17,5%) ten opzichte van 2024. In 2025 is het aandeel inwoners met problematische schulden volgens landelijke CBS-gegevens gedaald van 8,9% naar 8,6%3. In de ZOU-regio liggen deze cijfers lager (gemiddeld 6,0%). 3 Schuldenproblematiek in beeld. Centraal Bureau voor Statistiek, januari 2025

Schuldenproblematiek in beeld

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

10

Het CBS geeft bij deze cijfers aan dat het onduidelijk is of deze daling wordt bepaald door een wijziging in gehanteerde definities. Het aantal inwoners met problematische schulden in de ZOU-regio is met 0,25% afgenomen ten opzichte van 2024 (6,3%). Hoewel het aantal inwoners met problematische schulden landelijk én regionaal daalt, is er een stijging te zien in het aantal aanmeldingen voor schulddienstverlening. Het gemiddelde schuldbedrag in 2025 was € 115.000. In 2024 was het gemiddelde schuldbedrag € 59.000. Er is sprake van een toename, omdat een aantal ondernemers met zeer hoge schulden boven 1 miljoen euro zich hebben aangemeld voor schuldhulp. Dit trekt het gemiddelde schuldbedrag aanzienlijk omhoog. Wat hebben we gedaan om deze doelen te bereiken? We houden onze dienstverlening op peil volgens de NVVK -normen Door ingezette verbeteracties is het gelukt om de wachttijden voor een intakegesprek te verkorten. Tijdens de periode van opgelopen wachttijden zijn inwoners actief gewezen op het aanbod van het lokale voorveld, ter voorbereiding op het hulpverleningsaanbod vanuit de RDWI. Inmiddels zijn de wachttijden binnen de wettelijke maximale wachttijd. Sinds 2024 is jongerendienstverlening onderdeel van de elementen basisdienstverlening voor schulddienstverlening, zoals vastgesteld in het bestuursakkoord van SZW, VNG en NVVK4.

In 2025 is de jongerendienstverlening gefinancierd door middel van incidentele middelen. We werken steeds meer ‘integraal’ Actief samenwerken met onze lokale partners sluit aan bij de vijfde kernwaarde van de RDWI, namelijk het bundelen van krachten met onze partners. Voor schulddienstverlening zijn de belangrijkste partners de sociale teams van gemeenten, lokale vrijwilligersorganisaties en bewindvoerders. Op verzoek van het algemeen bestuur 5 zijn gesprekken gevoerd met alle lokale vrijwilligersorganisaties per gemeente om samen te verkennen hoe de samenwerking voor inwoners met geldzorgen en/of schulden verbeterd kan worden. Inmiddels zijn de verbeteracties, die voortvloeiden uit deze gesprekken, in gang gezet. Hiermee blijft er voortdurend aandacht voor het verder ontwikkelen van de samenwerking met lokale partners. 1.2.6 Tijdelijke regelingen In 2025 voerde de RDWI namens de gemeenten de leefgeldregeling voor ontheemde Oekraïners (RooO) en de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek uit. Leefgeldregeling Oekraïners (RooO) Op 31 december 2025 ontvingen 141 Oekraïners leefgeld. Dit betreft een momentopname; gedurende het jaar lag het totaal aantal personen dat tijdelijk gebruikmaakte van de regeling hoger als gevolg van in- en uitstroom.

Daarnaast hebben wij voor de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug en Zeist de inning van de eigen bijdrage voor gemeentelijke opvang uitgevoerd. In deze gemeenten betaalden 256 Oekraïense ontheemden een eigen bijdrage voor de kosten van opvang. Alleenverdienersproblematiek De alleenverdienersproblematiek houdt in dat huishoudens met één inkomen netto minder financieel te besteden hebben dan tweeverdieners met een vergelijkbaar (gecombineerd) inkomen. Door de inrichting van het fiscale stelsel en het toeslagenstelsel in Nederland vervallen voor alleenverdieners bepaalde heffingskortingen en toeslagen, terwijl hun vaste lasten gelijk blijven. Hierdoor beschikken zij vaak over een lager netto besteedbaar inkomen, waardoor zij een groter risico lopen om onder het sociaal minimum uit te komen. 4 Bestuursakkoord ‘Basisdienstverlening schulddienstverlening’, maart 2024. 5 Vergadering algemeen bestuur, 25 april 2025.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

11

Om dit te compenseren, trad op 1 januari 2025 de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek in werking. Dit is een aparte regeling binnen de Participatiewet en biedt de wettelijke grondslag om de bij de Belastingdienst bekende huishoudens met alleenverdienersproblematiek over de jaren 2025, 2026 en 2027 ambtshalve een vaste tegemoetkoming te betalen. In 2025 is aan 71 inwoners een tegemoetkoming van € 1.000 verstrekt conform de tijdelijke regeling. Naast deze 71 inwoners hebben zich vooralsnog geen andere inwoners gemeld voor de compensatie. Met de sociaal raadslieden zijn afspraken gemaakt over het bereik van de regeling, zodat zoveel mogelijk inwoners worden bereikt die recht hebben op deze tegemoetkoming. Dit zal er naar verwachting toe leiden dat nog enkele huishoudens met terugwerkende kracht een beroep zullen gaan doen op deze regeling. De tegemoetkoming kan nog tot 31 december 2028 worden aangevraagd.

1.3. Financieel – Organisatorisch Het resultaat na mutaties in de reserves is € 367.310 positief ten opzichte van de gewijzigde begroting. Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 is er sprake van een afwijking van € 411.160 positief na mutaties reserves. Na eliminatie van de afwijkingen op de kosten personeel SW en bijdrage van Biga Groep die tezamen budgettair neutraal zijn, zijn de belangrijkste afwijkingen op de apparaatskosten ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 als volgt: Bedrijfsvoering RSD(x€) Lasten: Apparaatskosten RSD incl. afwikkeling TOZO Bijdrage gemeenten aan BIGA Personeel SW Totaal programma lasten: Baten: Bijdragen gemeenten bedrijfsvoering RSD verlaagd met taakstelling RSD Bijdrage gemeenten uitvoering re-integratie Bijdragen gemeenten uitvoering Wet inburgering 2021 Overige baten: Overige baten apparaatskosten Overige baten BIGA Totaal overige baten: Totaal programma baten: Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten Toevoeging reserves Onttrekking reserves Gerealiseerd/ begroot saldo Tabel 3: resultaat apparaatskosten RDWI

Begroting 2025

Gewijzigde begroting 2025

Jaarrekening 2025

Afwijking (Gewijzigde begroting 2025 -/jaarrekening )

19.008.100 600.000 8.564.300 28.172.400

19.038.100 600.000 8.564.300 28.202.400

18.960.790 600.000 9.679.310 29.240.090

77.310 0 -1.115.010 -1.037.690

15.379.600 2.451.000

15.379.600 2.451.000

15.379.600 2.451.000

0 0

1.033.000

1.033.000

1.033.000

0

594.500 8.564.300 9.158.800 28.022.399

624.500 8.564.300 9.188.800 28.052.400

1.083.080 9.679.230 10.762.310 29.625.910

-458.580 -1.114.930 -1.573.510 -1.573.510

V V

-150.000 -110.000 260.000 0

-150.000 -110.000 216.150 -43.850

385.810 -110.000 91.500 367.310

-535.810 0 124.650 -411.160

V

Toelichting op het financiële resultaat apparaatskosten Het resultaat na mutaties in de reserves is € 367.310 positief ten opzichte van de gewijzigde begroting. Het positieve resultaat hangt vooral samen met een hogere ontvangsten (€ 293.500) bij post ‘overige baten werkgeversvergoeding’ vanuit UWV. In 2025 is voor deze post niet begroot, omdat hiervoor geen voorafgaande inschatting mogelijk was. Ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 liggen de actuele lasten van RDWI € 77.310 lager. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er binnen de incidentele regeling TOZO geen extra kosten zijn gemaakt, terwijl er wel een kostenpost van €150.000 is geraamd. Dit levert een voordeel op van € 150.000. Daartegenover staat dat er in de reguliere bedrijfsvoering meer kosten (€ 72.690) zijn gemaakt. Deze factoren leiden gezamenlijk tot een netto voordeel van € 77.310. Tevens zijn er bij overige baten hogere opbrengsten gerealiseerd dan bij de gewijzigde begroting waren opgenomen. De afwijking in de lasten SW Biga Groep worden gecompenseerd door de bijdrage van Biga Groep en is per saldo nagenoeg neutraal.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

12

V N

N V

De afwijkingen in de reserves zijn toe te schrijven aan een onderschrijding op de onderhoudskosten voor de Thorbeckelaan in Zeist en andere incidentele projecten. De bovengenoemde afwijkingen worden in hoofdstuk 7 inhoudelijk toegelicht.

1.4. Kengetallen 2025 Jaarlijks wordt er gerapporteerd over een vaste set aan kengetallen. Onderstaande tabel bevat de indicatoren die in de begroting 2025 zijn opgenomen, zodat de voortgang van de indicatoren gevolgd kan worden. Deze indicatoren zijn tot stand gekomen in afstemming met de gemeenten. De onderstaande tabel geeft de behaalde resultaten over 2025 weer.

Kengetal of indicator

Realisatie 2024 totaal

Mei t/m augustus 2025

Januari t/m april 2025

Realisatie 2025 totaal

Participatiewet Volume BUIG Procentuele stijging/daling afgezet tegen landelijke cijfers Volume Participatiewet

2.753

2.758

2.781 (juli)6

2.766

0,8% landelijk 1,2% RSD

-

-

1,5% landelijk 0,4% RSD

2.656

2.668

2.668

2.683

Instroom (cumulatief)

710

239

448

657

Uitstroom (cumulatief) Aantal afgehandelde aanvragen BBZ

657

231

434

633

108

31

26

96

314

317

315 (juli)

337

768

785

806

8177

387 (50%)

394 (50%)

395 (49%)

400 (49%)8

91

92

103

112

77

77

82

89

255

247

241

233

289

281

275

267

12%

11%

12%

11%

0%

0%

0%

0%

- waarvan begeleid werken

5%

5%

5%

6%

% Wsw-ers met een IOP

82%

61%

68%

52%

18

5

9

17

n.t.b.

n.t.b.

1.745

200

173

215

292

1.400

1.351

1.304

1.5649

700

739

666

669

-

2.528

2.675

2.814

Re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening Aantal ingezette loonkostensubsidies Aantal inwoners met een indicatie Banenafspraak - waarvan aan het werk Aantal inwoners met een beschikking beschut werk - waarvan aan het werk Aantal Wsw-ers totaal (in SE’s) 2 Aantal Wsw-ers totaal (in personen) - waarvan individuele detachering - waarvan groepsdetachering

Mobiliteit Wsw-ers (toename in) lopende reintegratietrajecten Inwoners in groep ‘werk’ Inwoners in groep ‘ontwikkeling’ Inwoners in groep ‘beheer’ Inwoners in beeld en waar nodig met een plan van aanpak

6 Omdat het aantal huishoudens met een uitkering over augustus een vertekend beeld geeft

(hierover is met de beleidsadviseurs W&I gecommuniceerd) is er voor gekozen de cijfers van eind juli te presenteren. 7 Dit betreft alleen het aantal inwoners met een indicatie Banenafspraak die bij ons in beeld zijn. 8 Het aantal inwoners met een indicatie Banenafspraak die werken en bekend zijn, is voor de eerdere periodes in 2025 (januari t/m april en mei t/m augustus) bijgesteld. 9 De inwoners in de groepen werk, ontwikkeling en beheer zijn toegenomen. Dit is een gevolg van afgeronde overdrachten en door inwoners die zijn ingeburgerd maar nog afhankelijk zijn van de bijstand. Goed om hierbij rekening mee te houden dat in deze groepen niet de inwoners zitten van de specialistische teams Jongeren, Werkroute en Inburgering.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

13

Stijging totaal beschut werk en Banenafspraak Minimaal 50% van inwoners met beschikking beschut is aan het werk Minimaal 50% van inwoners met indicatie Banenafspraak is aan het werk Uitstroom naar werk en scholing Toename van inkomsten uit parttime werk Toename van aantal parttime werkenden

Totaal aantal indicaties: 859

Totaal aantal indicaties: 887

Totaal aantal indicaties: 921

Totaal aantal indicaties: 939

84,6%

83,7%

79,6%

79,5%

50%

50%

49%

49%

236

51

75

18910

€ 871.591

€ 750.104

€ 601.315

€ 936.213

-

Stabiel (9-10%)

Stabiel (9%)

Stabiel (9-10%)

2.241

830

1.486

2.316

Inkomensvoorzieningen Aantal aanvragen bijzondere bijstand - waarvan toekenningen

1.268

612

1.072

1.523

Aantal aanvragen IIT

2.946

1.097

2.052

3.058

- waarvan toekenningen - aanvragen inkomen binnen vier weken afgehandeld (wettelijke termijn is 8 weken)

2.541

998

1.762

2.799

Gemiddeld 6 weken

Gemiddeld 6 weken

Gemiddeld 6 weken

Gemiddeld 9 weken

794

821

966

1.048

163

27

172

254

39

15

49

82

-

654

895

945

573

648

628

618

620

234

464

729

Inburgering Aantal inburgeraars nieuwe WI Waarvan aantal nieuwe instroom Uitstroom (cumulatief) Inburgeraars in traject Schulddienstverlening Aantal lopende zaken schulddienstverlening Aantal nieuwe instroom (cumulatief) Gemiddeld schuldenbedrag particulieren t.o.v. landelijk gemiddelde

Bij een schuldregeling is geen onderscheid te maken tussen particulieren en ondernemers. Daarom kan deze indicator niet ingevuld worden.

Gemiddeld schuldenbedrag landelijk in 202411: € 43.000

Gemiddeld schuldbedrag totaal: € 59.000

Gemiddeld schuldbedrag totaal: € 53.000

Gemiddeld schuldbedrag totaal: € 111.000

Gemiddeld schuldbedrag totaal: € 115.000

-

Ja

Ja

Ja

-

Ja

Ja

Ja

161

53

94

114

30

3

9

20

We passen bij beslaglegging op de uitkering sociaal incasseren toe: we houden in alle situaties rekening met de individuele situatie. De verhouding tussen aantal inwoners in een traject loopt gelijk op met het aantal inwoners met problematische schulden volgens CBS-gegevens. Dienstverlening algemeen Aantal bezwaar en beroepszaken Verlaging van het aantal (gegronde) bezwaarschriften vergeleken met voorgaande jaar. Tabel 4: Kengetallen en doelstellingen 2025

10 Kanttekening hierbij is dat er door een effectief aanvraagproces ook instroom wordt voorkomen.

Iemand die kan werken wordt gelijktijdig tijdens het aanvraag- en intakeproces van de uitkering z.s.m. bemiddeld naar werk. 11 Jaarverslag 2024 NVVK.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

14

Toelichting op enkele afwijkingen: • Het aantal Wsw-ers neemt af, omdat er geen nieuwe instroom meer mogelijk is sinds 2015. • Het aantal lopende re-integratie trajecten is ten opzichte van eerdere going concern rapportages naar beneden bijgesteld. In eerdere cijfers zijn per abuis inburgeringtrajecten meegenomen. In de realisatie over heel 2025 zijn de juiste gegevens opgenomen. • Het aantal lopende trajecten schulddienstverlening en de instroom zijn toegenomen ten opzichte van 2024. Dit komt overeen met de landelijke trend. Het gemiddelde schuldenbedrag is gestegen door een klein aantal dossiers van ondernemers met een zeer grote schuld (>€ 1 miljoen euro). Dit heeft een opdrijvend effect op het gemiddelde schuldenbedrag. Het is niet mogelijk om het gemiddelde schuldenbedrag voor particulieren en ondernemers uit elkaar te halen in de cijfers. Het gemiddelde schuldenbedrag in Nederland over 2025 is ten tijde van het opstellen van deze jaarstukken nog niet bekend. Om deze reden is het gemiddelde schuldenbedrag over 2024 als referentie genomen. • Het aantal bezwaar en beroepszaken en het aantal gegronde bezwaarschriften is gedaald ten opzichte van 2024.

1.5. Ontwikkeling van de organisatie In 2025 heeft de RDWI belangrijke stappen gezet in de voorbereiding op de Participatiewet in Balans. De wet markeert een fundamentele verandering in denken en handelen en vraagt om aanpassing van werkwijzen, processen, systemen en de IT-omgeving. Het gaat hierbij om 23 maatregelen, 16 aan te passen beleidsregels en verordeningen en 41 projectactiviteiten. Met het programma Professioneel balanceren en de huidige Strategische kaders hebben de RDWI en de vijf gemeenten hier tijdig op ingespeeld. De kernwaarden van de RDWI sluiten goed aan bij de uitgangspunten van de nieuwe wet. In 2025 is er bewust gekozen voor het toevoegen van een vijfde kernwaarde: ‘We bundelen krachten met onze partners’. Deze toevoeging onderstreept het belang van samenwerking, omdat gezamenlijk met onze partners nog meer bereikt kan worden voor onze inwoners. Programma Dienstverlening RDWI Om de samenhang tussen beleid, uitvoering en juridische kaders te borgen, is in 2025 het Programma Dienstverlening RSD gestart. Binnen dit programma worden drie samenhangende projecten (beleid, systemen en uitvoering) gezamenlijk opgepakt, gericht op een zorgvuldige en integrale implementatie van de wetswijzigingen.

1.5.1 Strategische kaders Werk & Inkomen 2024–2027 Het afgelopen jaar is er onder andere gewerkt aan de volgende onderdelen: Toekomstvisie Werk en inkomen In lijn met de Strategische kaders is in samenwerking met Biga Groep en de gemeenten gewerkt aan een gezamenlijke toekomstvisie op werk en inkomen in de ZOU-regio. Het definitieve adviesrapport, uitgevoerd door een extern bureau, is in juli 2025 opgeleverd. Op basis hiervan hebben de gemeenten de projectomschrijving ‘ZOU Werkt!’ opgesteld om gezamenlijk de vervolgstappen richting een toekomstbestendige uitvoering te zetten. Innovatietafels Daarnaast is via de Innovatieagenda Werk & Inkomen 2024–2027 ingezet op leren en innoveren. Binnen het project Innovatietafels zijn initiatieven ondersteund en opgeschaald, waaronder de introductie van participatietafels bij meerdere gemeenten en de doorontwikkeling van het Meedoen Punt samen met Wijk bij Duurstede.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

15

Dienstverlening en re-integratie In 2025 is op verzoek van de gemeenten inzicht gegeven in de basis- en aanvullende dienstverlening, inclusief mogelijke besparingsopties. Dit heeft onder meer geleid tot het beëindigen van de uitstroompremie en het plaatsen van mensen met een beschut werkindicatie tot de taakstelling. Daarnaast is de opdracht meegegeven om verder onderzoek te doen naar besparingsmogelijkheden op de inrichtingskosten. Beleidsevaluatie re-integratie De beleidsevaluatie re-integratie 2024, afgerond in het eerste kwartaal van 2025, laat zien dat de ondersteuning overwegend positief wordt ervaren. Persoonlijke begeleiding draagt bij aan duurzame uitstroom en de hoge caseloads vragen blijvende aandacht. Het algemeen bestuur heeft de evaluatie in juli 2025 ter informatie ontvangen. Ziekteverzuim Het verzuimpercentage lag in 2025 op 4,87%. Dit is een zeer lichte stijging t.o.v. dezelfde periode vorig jaar (4,54%). Het verzuimcijfer is te verklaren door een aantal langdurige verzuimdossiers met een medische oorzaak, waar de werkgever geen invloed op heeft. Wel ligt het verzuimpercentage ruim onder het landelijk gemiddelde van 6,1% (CBS). OpenUp Sinds september 2024 kunnen medewerkers van de RDWI gebruik maken van het online platform OpenUp. Dit platform zet zich in voor mentaal welzijn en persoonlijke ontwikkeling. Er wordt goed gebruik wordt gemaakt van OpenUp.

Zowel van het aanbod in cursussen, masterclasses en artikelen als van een coach (gecertificeerd psycholoog). Medewerkers zijn tevreden over de laagdrempeligheid, kwaliteit en snelheid waarmee ze terecht kunnen. Sinds de inzet van OpenUp zijn er voor medewerkers, op het gebied van mentaal welzijn, geen losse begeleidingstrajecten meer ingekocht. 1.5.2 Klachtenbehandeling Belangrijk bij het voorkómen van klachten zijn duidelijke (begrijpelijke) en tegelijkertijd vriendelijke taal, een zakelijke en begripvolle houding bij persoonlijke contacten en reflectie op het eigen handelen en communiceren. Hier zet de RDWI zich als organisatie voor in. Desondanks zijn er in 2025 21 klachten ingediend, waarbij de meeste klachten gingen over de werkwijze van de consulent/RSD (bejegening) of over onduidelijke communicatie in combinatie met een trage besluitvorming. Deze klachten zijn schriftelijk en/of per e-mail bij ons ingediend. In 2024 zijn er 28 klachten bij ons ingediend. De aard van de ingediende klachten in 2025 was alsvolgt: • 2 klachten zijn op formele wijze afgehandeld, waarvan 1 (onduidelijke communicatie) gegrond en 1 (bejegening) ongegrond verklaard is. • 4 klachten zijn ingetrokken en/of niet behandeld vanwege het niet (tijdig) reageren van betrokkenen op verzoeken van klachtbehandelaars om informatie/ toelichtingen.

• 1 klacht ging over de schending van privacy en is nog in behandeling. • De resterende (14) klachten zijn op informele wijze afgehandeld (opgelost) door snel contact met betrokkenen op te nemen, uitleg te geven over de procedures en/of regelgeving en door duidelijke afspraken te maken over de toekomstige handelingen en communicatie. • Tot slot is er 1 klacht over de RSD (discriminatie) in 2025 door de Nationale Ombudsman inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

16

2. Financiële paragrafen 2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De structurele monitoring en het managen van risico’s wordt geborgd via de Planning & Control cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: • Begroting en jaarstukken: inventarisatie, borging en verantwoording risico’s voor de komende drie jaar; • 1e en 2e nota begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet.

De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor drie jaar meegewogen, omdat binnen deze periode maatregelen kunnen worden genomen om de risico’s te beheersen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s is ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2025 is de schatting dat de aanwezige weerstandscapaciteit ultimo 2025 van € 531.000 voldoende is. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandvermogen voor RDWI te bepalen, is bij de risicoanalyse rekening gehouden met twee belangrijke criteria: relevantie en kwantificering van de risico’s. In de volgende paragrafen worden deze risico’s nader toegelicht. Aangezien de gemeenten de uiteindelijke risicodragers zijn en alle risico’s bij hen terechtkomen, heeft RDWI geen omvangrijke reserves aangehouden ter dekking van deze risico’s.

Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI De onderstaande risico’s zijn van belang voor de bedrijfsvoering, maar (nog) niet kwantificeerbaar en daardoor niet relevant voor het weerstandsvermogen. • Voor de bekostiging van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 heeft het Rijk op macroniveau budget toegevoegd aan het gemeentefonds. De hoogte van deze vergoeding stijgt niet mee met de verhoging van de huisvestingstaakstelling van de gemeenten. De taakstelling is echter vanaf de start van de wet bijna verdrievoudigd. De verwachting is dat deze taakstelling voor de komende jaren hoog zal blijven, gezien de hoogte van de toestroom van het aantal vluchtelingen in Nederland en de landelijke maatregelen die worden genomen om de vastgelopen asielopvang op te lossen. Het is tot op heden onbekend welke middelen beschikbaar zullen zijn in het gemeentefonds voor de begeleiding vanaf 2026 en verder. De stijging van het aantal inburgeraars, zowel asielstatushouders als gezinsmigranten, zet de dienstverlening onder druk. De begeleiding is intensief en duurt in het kader van inburgering meerdere jaren. De omvang van het risico is nog niet te kwantificeren.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

17

•

De komende jaren verwachten gemeenten (financieel) zwaar weer. In dit kader heeft de RDWI binnen haar dienstverlening onderzocht op welke wijze kostenbeheersing gerealiseerd kan worden. In december 2024 heeft het algemeen bestuur besloten om uit een lijst van twintig potentiële besparingsmaatregelen vijf opties verder uit te werken in 2025. In 2025 zijn deze vijf maatregelen nader uitgewerkt. Vervolgens heeft het algemeen bestuur in december 2025 besloten om in 2026 twee van deze maatregelen te implementeren, terwijl de overige drie opties in 2027 zullen worden doorgevoerd. Deze wijziging in de dienstverlening kunnen mogelijk gevolgen hebben voor de kostenontwikkeling bij (een deel van) de open-einde regelingen die de RDWI uitvoert. De impact hierop wordt gemonitord en de gemeenten zullen tijdig worden geïnformeerd over de stand van zaken hiervan.

Daarnaast bestaan er een aantal risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI, maar die wel kwantificeerbaar zijn. Deze risico’s zijn wel van belang voor de ZOU-gemeenten. Het betreft hier de risico’s van zogenaamde openeinderegelingen. In de volgende tabellen is de financiële impact van de openeinderegelingen voor 2025 opgenomen. Deze financiële risico’s kunnen worden opgenomen door de ZOU-gemeenten, zodat de ZOU-gemeenten deze risico’s kunnen betrekken bij hun begrotingen of weerstandsvermogen. Risico’s open einde regelingenopeneinderegelingen totaal 2025

Benodigde weerstandscapaciteit 2025 (impact X kans X 3 jaar)

Tekorten op BUIG budgetten Vangnetregeling Lasten bijzondere bijstand en IIT Debiteurenvorderingen Bedrijfskredieten (BBZ) Onderzoeken levensvatbaarheid Studietoeslag Kinderopvang Kredieten TOZO Totaal Tabel 5: Risico’s openeinderegelingen 2025

8.324.000 420.000 552.000 503.000 nihil nihil 294.000 nihil nihil 10.093.000

Hieronder worden de risico’s van de openeindregelingen nader toegelicht: •

Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Op basis van de resultaatontwikkeling op de BUIG in de afgelopen jaren is de kans op een tekort vastgesteld op 50%.

Risico’s openeinderegelingen BUIG budgetten per gemeente

Maximaal risico op BUIG per gemeente 2025, obv definitieve budgetten

Benodigde weerstandscapaciteit 2025 (impact X kans X 3 jaar) kans 50%)

Bunnik

279.000

419.000

De Bilt

1.178.000

1.767.000

Utrechtse Heuvelrug

1.163.000

1.744.000

Wijk bij Duurstede

485.000

727.000

Zeist

2.445.000

3.667.000

Totaal Tabel 6: Benodigde weerstandscapaciteit 2025

5.550.000

8.324.000

•

•

De totaal benodigde weerstandscapaciteit per ultimo 2025 bedraagt voor de BUIG budgetten € 8.324.000. Het risico op de BUIG bedroeg in 2024 € 7.705.000. Dit is toegenomen met € 619.000. De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als laag, omdat de vangnetregeling onderdeel uitmaakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. De kosten voor de bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere als gevolg van een hogere instroom in schuldhulpaanvragen en bewind voering. Door een meer proactieve aanpak in schulddienstverlening en vroeg signalering wordt de kans op deze kostenstijging geschat op 30%.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

18

•

•

•

•

•

De kosten voor de studietoeslag zijn de afgelopen jaren toegenomen. Voornamelijk vanwege de bekendheid van de regeling en aanvragen met terugwerkende kracht. Voor het jaar 2026 blijft het risico bestaan dat de kosten verder zullen toenemen dan begroot. Het risico op een toename van de debiteurenvorderingen wordt als gering beschouwd. Hoewel de TOZO-kredietverstrekking heeft geleid tot een toename in het debiteurensaldo, is de invorderingsperiode verlengd tot zes jaar. Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd. Daarom wordt het risicoprofiel als nihil beschouwd. Bij de wijziging van financieringssystematiek van de BBZ is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd. Het is mogelijk dat de toenemende schulden van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zullen leiden. Het risico is op nihil gezet, aangezien de lasten van kredietverstrekking lastig te bepalen en jaarlijks relatief laag zijn. De kosten voor levensvatbaarheidsonderzoeken worden door het Rijk via het gemeentefonds aan de gemeenten vergoed. De RDWI streeft ernaar binnen de beschikbare budgetten te blijven. Het risico dat het aantal onderzoeken naar de levensvatbaarheid toeneemt, wordt als gering ingeschat. De toename van de lasten voor kinderopvang in 2025 is lager dan in voorgaande jaren.

Voor de begroting van 2026 en daaropvolgende jaren is hiermee inmiddels rekening gehouden. Vandaar dat het risico momenteel als verwaarloosbaar is ingeschat. Bij de bepaling van het risico is geen rekening gehouden met toekomstige wet- en regelgeving.

Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Risico’s 2025 Informatiebeveiliging & privacy ICT-samenwerking RID Ziekteverzuim

Maximaal risico per onderwerp 725.000 130.000 122.670

Totaal Tabel 7: Relevante risico’s voor het weerstandsvermogen RDWI

977.670

Benodigde weerstandscapaciteit 2025 (impact X kans X incidenteel/structureel) 217.000 130.000 184.000 531.000

Hieronder worden de risico’s nader toegelicht: Informatiebeveiliging & privacy In 2025 is sprake van een groeiende geopolitieke dreiging waarbij publieke organisaties onderdeel kunnen worden van bredere maatschappelijke of internationale spanningen. Dit betekent dat naast de dreiging van gerichte cybercriminaliteit ook een toename is van digitale verstoringsaanvallen, zoals overbelasting van websites (DDoS-aanvallen). Dit onderschrijft het belang van een robuuste organisatie en uitvoer van preventieve en daarnaast ook herstelmaatregelen op het gebied van informatieveiligheid. De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • Binnen de RID zijn alle technische maatregelen vanuit de BIO ingericht, waardoor deze uniform, toetsbaar en duurzaam zijn geborgd. De effectiviteit van deze maatregelen is getoetst door externe partijen en hierin is bevestigd dat het ambitieniveau is gerealiseerd. • Er is een bedrijfscontinuïteitsplan opgesteld om de continuïteit van de RSD in geval van een cyberaanval te borgen. Dit plan wordt doorlopend getest en waar nodig bijgesteld. • Afspraken voor het rechtmatig gebruik in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • Uitrol van het I-bewustzijnsprogramma voor medewerkers; • Afspraken gebruik Suwinet;

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

19

•

Afspraken over de inrichting van de control-rol binnen de RSD (binnen team financiën en de Functionaris Gegevensbescherming) en de CISO binnen het IVsamenwerkingsverband.

De getroffen beheersmaatregelen zijn passend om het toegenomen risico op een adequate wijze te beheersen. Ondanks de genomen beheersmaatregelen is de inschatting van de kans gelijk gebleven (10%), omdat de dreiging op een informatie veiligheidsincident onverminderd aanwezig is. Het risico blijft aangemerkt als structureel. Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verhoogd is tot € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.000. ICT-samenwerking RID Dit risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT-systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • Continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • Jaarlijks ISAE 3402 Type 2verklaring RID (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • Afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening; • Besluit regionale samenwerking ICT, IV en IB&P. Binnen ZOU-verband is met de RID-gemeenten een nieuwe vorm van samenwerking afgesproken, waarbij het perspectief is uitgesproken op een brede I-samenwerking: ICT, informatievoorziening (IV) en Informatiebeveiliging en Privacy (IB&P). In dit perspectief komt er een robuuste I-organisatie in de vorm van een GR, waarbij gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de RDWI een breder pakket aan diensten afnemen van de RID.

De inschatting van de kans is laag. De impact is gekoppeld aan de jaarlijkse bijdrage van € 1.168.000 aan de RID. Het risico wordt aangemerkt als incidenteel, maar wel continu aanwezig. De benodigde weerstandscapaciteit wordt geschat op € 130.000. Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Regelmatige intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%). Door actief verzuimbeleid is sprake van een gelijkblijvend relatief laag ziekteverzuim. Hierdoor daalt de benodigde weerstandscapaciteit naar € 184.000. Het risico is aangemerkt als structureel. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk vormen de reserves de belangrijkste basis voor de beschikbare weerstandscapaciteit, hetgeen essentieel is voor het financieel opvangen van calamiteiten. Het is gebruikelijk om enkel de vrij besteedbare reserves te beschouwen bij het bepalen van deze weerstandscapaciteit. De vrij besteedbare reserves zijn niet onderhevig aan bestedingsclaims. In de onderstaande tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit.

Jaarstukken RDWI 2025 v1.0

20

Eigen vermogen

31-12-2025

Beschikbaar Weerstandscapaciteit 2025

Algemene reserve

531.000

531.000

Gerealiseerd resultaat 2025 367.310 Bestemmingsreserve groot onderhoud 73.500 Bestemmingsreserve Ontwikkelagenda 38.500 Bestemmingsreserve TOZO 270.600 Bestemmingsreserve SDV 153.000 Totaal eigen vermogen 1.433.912 Tabel 8: Eigen vermogen ultimo 2025 versus beschikbaar weerstandscapaciteit 2025

0 0 0 0 0 531.000

Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt vastgesteld door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Het algemeen bestuur heeft in 2021 besloten een maximaal weerstandsratio van 1 (voldoende) na te streven. Om deze ratio van 1 te realiseren en te kunnen behouden, dient minimaal een weerstandsvermogen van € 531.000 te worden aangehouden. Dit bedrag komt overeen met de beschikbare weerstandcapaciteit. Een dotatie uit het resultaat is daarom niet noodzakelijk. Waardering

Ratio Weerstandsvermogen

Betekenis

A

➢

2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2.0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Tabel 9: Ratio weerstandsvermogen

Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: • Netto schuldquote; • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • Solvabiliteitsratio; • Structurele exploitatieruimte. Kengetallen

Rekening 2025

Begroting 2025

Rekening 2024

Netto schuldquote

4,4 %

6,5 %

5,1 %

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

4,4 %

6,5 %

5,1 %

Solvabiliteitsratio

9,5 %

13,58 %

8,9 %

Structurele exploitatieruimte

0,31 %

-0,15 %

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16956837/1