CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV25 054 Bijlage 0 Begroting 2026 gemeente Zeist

Raad 11 november 2025, gemeente ZeistBij agendapunt: Begroting 202638.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

€ €

€ 100.000 € 312.991

€ 100.000 € 312.991

100.000 312.991

100.000 312.991

72 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Organisatie Voor de taakstellingen op de organisatie zijn bij de 2e Bestuursrapportage van 2022 diverse voorstellen aan uw raad ter goedkeuring aangeboden. Het restant van het saldo is zichtbaar in bovenstaande tabel. Waar dit bedrag eerst nog kon worden opgevangen doordat vacatures niet werden ingevuld, is bij de jaarrekening 2024 een overschrijding gemeld. Vanaf 2026 bestaat er een reële kans dat we de taakstellingen niet (geheel) kunnen realiseren. Mede vanuit het project “Grip op Personeelslasten” (Grip op P) wordt gewerkt aan een betere verwerking van de loonkosten in onze begroting en het beter kunnen monitoren van het verloop hiervan. Omdat er sprake is van een dreigende structurele overschrijding, is in deze begroting een melding gemaakt, als onderdeel van het raadsvoorstel van de Begroting 2026. Wanneer dit voorstel wordt aangenomen komt deze taakstelling te vervallen. Kunst & Cultuur Bij de Begroting 2024 is als beleidskeuze een meer algemene taakstelling opgenomen in de begroting voor kunst & cultuur van € 100.000 per jaar. Bij de behandeling van de Begroting 2025 is een amendement aangenomen om de taakstelling voor 2025 te verlagen naar € 30.000. Vanaf 2026 geldt het volledige bedrag van € 100.000 weer. Momenteel wordt het voorstel uitgewerkt hoe dit invulling te geven. Netcongestie Elektriciteit wordt getransporteerd, gebruikt, opgeslagen en geleverd.

Deze ontwikkelingen groeien veel harder dan het elektriciteitsnet aankan. Hierdoor is enkele jaren geleden netcongestie ontstaan, de situatie waarin het elektriciteitsnetwerk aan de maximum transportcapaciteit zit. Netcongestie wordt onder andere veroorzaakt door de toenemende elektrificering (zoals elektrische auto’s en warmtepompen), de toename van het duurzaam opwekken van energie en door onvoldoende infrastructuur van ons elektriciteitsnetwerk. Er wordt door de landelijke en regionale netbeheerders gewerkt aan het uitbreiden van deze infrastructuur. Deze uitbreiding is naar verwachting vanaf 2033/2035 gereed. Tot die tijd moeten we met netcongestie omgaan. Het gevolg van netcongestie en het tekort aan transportcapaciteit is dat er per direct geen ruimte is op het elektriciteitsnet voor grootverbruik aansluitingen. Hierdoor ontstaat een probleem bij de vestiging van nieuwe bedrijven in Zeist, is het voor bedrijven veel lastiger geworden om te verduurzamen en er kunnen mogelijk geen liften in appartementsgebouwen geplaatst worden. Naar verwachting is er vanaf 2025 ook geen ruimte meer op het net voor kleinverbruik aansluitingen. Dit raakt particulieren en woningbouw. De provincie Utrecht wordt landelijk het hardst geraakt door netcongestie. Zowel provinciaal als landelijk zijn er initiatieven om maatregelen tegen netcongestie te nemen.

De huidige situatie oplossen is niet mogelijk. Tijdelijke oplossingen zijn slim omgaan met energie, door bijvoorbeeld de inzet van batterijen, of door het delen van energie en het verlagen van de energiebehoefte. Daarnaast is er een prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in ontwikkeling die naar verwachting in 2026 van kracht wordt. Daarin wordt bepaald welke ontwikkelingen als eerste aangesloten worden. Vooralsnog lijkt ook in dit kader ruimte voor woningbouw gereserveerd zoals nu het geval is en dat lijkt ook de inzet te zijn. Maar het is nog niet uit te sluiten dat ook woningbouw (klein verbruik) mogelijk op de wachtrij komt. Netcongestie heeft ook impact op de beleidsdoelen van Zeist. Een eerste inventarisatie laat zien dat doelen op het gebied van de energietransitie en duurzaamheid, woningbouw, sportaccommodaties, duurzame opwekking van energie en de verduurzaming van bedrijven, scholen en het eigen vastgoed waarschijnlijk vertraagd worden door netcongestie. Projecten zullen mogelijk extra kosten maken om oplossingen in te zetten die bestendig zijn tegen netcongestie, zoals de inzet van energieopslagsystemen. Gemeente Zeist realiseert zich de urgentie van netcongestie en de gevolgen ervan. We zetten in op het helpen isoleren van huizen en het verduurzamen van bedrijven, om minder energie van het elektriciteitsnet te hoeven afnemen.

Voor de uitbreiding van de infrastructuur van het elektriciteitsnet is het in de gemeente Zeist nodig om de komende jaren 163 transformatorhuisjes (laagspanningsstations in de wijken) en 3 verdeelstations te plaatsen, met daarbij een afweging tussen snelheid en zorgvuldigheid. Zeist heeft ook geïnvesteerd in Stedin om hen financiële slagkracht te geven. Daarnaast wordt nu zowel intern als via de RES regio Utrecht in beeld gebracht welke aanvullende maatregelen de gemeente Zeist kan nemen om de gevolgen van netcongestie te verzachten.

73 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Sociaal Domein Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het Sociaal Domein, waaronder Jeugdzorg en Wmo. Het risicoprofiel van het Sociaal Domein blijft onveranderd hoog. Het gaat niet alleen om een groot deel van de gemeentelijke begroting, maar ook om openeinderegelingen waarbij zorg geleverd wordt als dat nodig is. Veel risico’s zijn in beeld, maar dit vraagt om continue aandacht en beheersing waar dat kan. Deze belangrijke ontwikkelingen hebben gevolgen voor het risicoprofiel: • Binnen het Sociaal Domein maken we met veel verschillende zorgaanbieders afspraken over de levering van zorg aan onze inwoners. De afhankelijkheid van deze zorgaanbieders brengt bepaalde risico's met zich mee. Zoals continuïteit van zorg en rechtmatige besteding van middelen. We merken dat de bedrijfsvoering van sommige zorgaanbieders onder druk staat door gestegen personeelslasten en scherpe tariefafspraken. Hierdoor ontstaat een risico voor de continuïteit van zorg aan inwoners. Ook de noodzakelijke aanbestedingen binnen het Sociaal Domein zijn een risico voor de continuïteit van zorg, bijvoorbeeld als een aanbestedingsproces niet goed verloopt, niet tijdig is afgerond of als een nieuwe overeenkomst met een leverancier niet tijdig kan worden geïmplementeerd. In dat geval moeten we extra kosten maken om de continuïteit te waarborgen.

• Als gevolg van een landelijke toename in de vraag naar jeugdzorg, staan gemeenten onder toenemende druk om passende zorg te leveren binnen beperkte budgetten. Deze druk wordt verder versterkt door de onvoorspelbare instroom van cliënten met extreem hoge zorgkosten, zoals jongeren die langdurige, intensieve of gespecialiseerde hulp nodig hebben. Het gemeentelijke jeugdzorgbudget groeit niet altijd evenredig mee met deze ontwikkelingen en is gebaseerd op historische gegevens of vaste verdeelsleutels. Daardoor ontstaat een reëel risico op budgetoverschrijdingen. Dit kan leiden tot financiële tekorten die een risico vormen voor de algemene gemeentelijke financiën. • Het jaar 2026 staat in het teken van een nieuwe inkoopronde voor gecontracteerde zorg. Deze inkoop vindt plaats op het niveau van de ZOU-regio, de kaders zijn al door de gemeenteraden vastgesteld. De gekozen koers omvat onder meer een beweging van ingekochte zorg richting zorgvormen die worden geleverd vanuit de sociale basis en/of het Sociaal Team/CJG. Om deze reden is er al enkele jaren sprake van investeringen in de sociale basis en de lokale teams. Omgevingswet en onvoorspelbaarheid leges De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn ingegaan op 1 januari 2024. In 2024 en 2025 zijn de eerste ervaringen opgedaan met het werken onder deze wetten.

Op basis van deze ervaringen optimaliseren we de processen en systemen, dit zetten we voort in 2026. We merken dat het nog steeds lastig is om de opbrengsten uit leges goed te voorspellen. De verwachtingen over het aantal vergunningsaanvragen, met name voor grotere bouwprojecten, zijn naar beneden bijgesteld. Dit komt doordat in de praktijk minder van dit soort projecten zijn ingediend dan eerder gedacht. Voor de begroting van 2026 zijn we daarom uitgegaan van meer realistische aantallen. Dit blijft echter een schatting op basis van de kennis van nu. Landelijk zijn er afspraken gemaakt over de compensatie die gemeenten krijgen voor de implementatie van de Omgevingswet. Deze afspraken zijn gebaseerd op een nieuwe berekening van de terugverdientijd van de Omgevingswet. In de Begroting 2026 is als uitgangspunt genomen dat de toegezegde middelen ten gunste komen van het budget voor de implementatie van de Omgevingswet. In dit programma werken we aan de Omgevingsvisie Zeist 2050 en het Omgevingsplan. Arbeidsmarkt en verzuim Er is landelijk een licht dalende lijn in het aantal vacatures te zien. De arbeidsmarkt ontwikkelt zich langzaam van ‘zeer krap’ naar krap. Deze krapte houdt naar verwachting nog jaren aan. In tegenstelling tot een lichte landelijke afkoeling van de arbeidsvraag, neemt de vraag naar nieuw personeel bij gemeenten eerder toe dan af.

74 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

In 2026 doet P&O van alles om de arbeidsmarkt en werkzoekenden te begrijpen en doorgronden. Om de gemeente Zeist zo goed mogelijk te bemensen, maken we gebruik van onze recruitment-expertise, netwerken en voeren we gerichte mediacampagnes uit. Sinds eind 2024 is ons werkgeversmerk vernieuwd, inclusief een nieuwe website, waardoor we onze inzet en strategie beter kunnen monitoren en bijsturen. Bij elk voorval, idee of initiatief dat leidt tot extra of ander werk, kijken we wat de mogelijke oplossingen en denkrichtingen zijn en vooral of weer een vacature openstellen de beste oplossing is. We zetten specialismen in om strategie en beleid te ontwikkelen gericht op onbenut arbeidsmarktpotentieel en het uitdragen van ons werkgeversmerk. We hebben nog steeds te maken met vacatures die lang openstaan. Ook is ons (langdurend) verzuim hoger dan het gemiddelde bij andere gemeenten. Dit zorgt voor productiviteitsverlies. Inhuur is vaak de oplossing voor stagnerende werving en afwezigheid van een medewerker door verzuim. De inzet van flexibele gedetacheerden en zzp’er kan een goede oplossing zijn. Het is echter ook kostbaar en de impact op de organisatie groot. Bovendien hebben we te maken met een wet DBA die toeziet op mogelijke schijnzelfstandigheid bij inhuurcontracten. Het risico bestaat uit naheffingen op loonbelasting/premies (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025).

Vanaf 2026 is er risico op opgelegde boetes en het met terugwerkende kracht een beroep doen op een arbeidsovereenkomst. Het is nog onduidelijk of we hier als gemeenten snel controle op krijgen en hoe hoog eventuele boetes zijn. Daarom reduceren we het aantal zzp’er fors. Het risico is dat afscheid nemen van zzp’ers op lopende opdrachten leidt tot continuïteits- of kwaliteitsverlies op de dienstverlening of resultaten. Het versterken van onze capaciteit op recruitment draagt naar verwachting in 2026 substantieel bij aan de grip op inhuur, een duurzame oplossing en toekomstbestendige plannen voor onze personele capaciteit. We dringen verzuim terug door in te zetten op bevlogenheid en duurzame inzetbaarheid en trekken een nieuwe arbodienst aan. Gemeentefonds Het vorige kabinet heeft in 2022 besloten af te stappen van de normeringssystematiek (samen de trap op en samen de trap af). In de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk is afgesproken de algemene uitkering vanaf 2024 jaarlijks te indexeren met de nieuwe systematiek, gebaseerd op de ontwikkeling van het prijspeil van het bruto binnenlands product (bbp) in het lopende jaar. Ook de volumegroei is gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Deze nieuwe systematiek geeft meer stabiliteit van inkomsten, maar is voor gemeenten financieel ongunstiger dan de oude ‘trap op en trap af’ systematiek.

Het proces om te komen tot een nieuwe verdeling over de gemeenten (herijking) van de middelen van het gemeentefonds loopt al geruime tijd. In de meest recente cijfers (meicirculaire 2022) is het nadelige herverdelingseffect voor gemeente Zeist € 122,40 per inwoner. Met het Rijk is een ingroeipad overeengekomen tot en met het jaar 2025 van maximaal € 37,50 per inwoner aan herverdeeleffect. Bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel deelden de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG in hun adviezen de visie dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het oude model, maar benadrukten dat verder onderzoek nodig is. De ROB heeft hiervoor een onderzoeksagenda voorgesteld, die door de fondsbeheerders is onderschreven. Het model is dus geen eindstation en vraagt continu onderhoud. In 2025 wordt de herijking van het gemeentefonds geanalyseerd, waarbij ook de aanbevelingen van de ROB en VNG worden betrokken. Deze aanbevelingen hebben wellicht een positief effect voor gemeente Zeist. Vanaf het begrotingsjaar 2027 moeten we in beginsel rekening houden met de herverdeling uit de meicirculaire 2022 van € 122,40, tegenover het begrote bedrag van € 37,50 per inwoner. Daarbij kunnen we weer uitgaan van een ingroeipad, waarbij voorlopig sprake lijkt van een stap van € 15 per inwoner per jaar.

Voor gemeente Zeist betreft dit per jaar een cumulatief nadeel van ongeveer € 1 mln. Voor 2027 is dit dus € 1 mln., voor 2028 € 2 mln., voor 2029 € 3 mln. Tot een (voorlopig) maximaal nadeel van ruim € 4,5 mln. Om een eventuele toegenomen korting (deels) op te kunnen vangen, is eerder al vanaf jaarschijf 2026 van de lopende begroting een structurele stelpost opgenomen ad € 1 mln. Voor 2026 is deze inmiddels vrij komen te vallen. Met behulp van de stelpost kunnen we het effect van 2027 opvangen. Voor de jaren 2028 en 2029 vragen we de raad door middel van een melding, als onderdeel van het raadsvoorstel van de Begroting 2026, een additionele stelpost op te nemen.

75 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

2.2 Specifieke aandacht bij risicobeheersing in 2026 Naast de reguliere werkzaamheden binnen het risicomanagement richten wij in 2026 onze speciale aandacht op: Sociaal Domein Hoewel de begroting van zowel de Wmo als de Jeugdzorg de laatste jaren is aangepast naar aanleiding van de grotere vraag, blijft het risicoprofiel van het Sociaal Domein hoog. We staan voor de uitdaging om als gemeente goed grip te krijgen op de zorg zelf. Dit doen we onder andere door in te blijven zetten op het versterken van de sociale basis, de doorontwikkeling van de lokale teams en datagedreven werken. In Q3/Q4 van 2025 wordt een prognosemodel voor de zorgkosten ontwikkeld. Daar gaan we in 2026 mee (leren) werken. Doel is om vroegtijdig inzicht te krijgen in de kosten om bij te kunnen sturen op de totale verwachte kosten. Op deze manier hopen we meer preventief te werken, waardoor we minder beroep hoeven te doen op de tweedelijnszorg en -ondersteuning. Wij richten ons in 2026 op de volgende onderwerpen: • Versterken en uitbreiden van aanbod in de sociale basis Er zijn beleidsregels en budgetplafonds vastgesteld voor de sociale basis. Ook is er een werkwijze geïmplementeerd waarbij een integrale afweging wordt gemaakt over de toe te kennen subsidies. Het is noodzakelijk dat we de sociale basis zo inrichten dat deze daadwerkelijk in staat is om de verschuivende ondersteuning te leveren.

Om deze beweging goed te maken, brengen we structureel in kaart welk aanbod in de sociale basis ontbreekt. • Meer zelf begeleiding bieden door consulenten van het CJG en Sociaal Team Het doel is zelf meer begeleiding te bieden, zodat we minder tweedelijnszorg hoeven in te kopen. Dit komt de dienstverlening ten goede en bespaart kosten. Door het zelf bieden van hulp (individueel of collectief) door CJG/ST kunnen we na de vraagverheldering direct starten met ondersteuning, zonder een extra overdracht en eventueel wachttijden vanuit de tweedelijns zorg. Daarnaast krijgt de inwoner ondersteuning van de consulent die hij of zij al kent, waardoor er minder verschillende hulpverleners betrokken zijn bij een inwoner. Ook benutten consulenten het aanbod van de sociale basis beter, omdat ze in het algemeen vaker verwijzen naar en samenwerken met de sociale basis dan hulpverleners uit de tweedelijnszorg. Consulenten werken met een helder kader, vanuit doelen, met duidelijke afspraken over monitoren, evalueren en afsluiten. • Jeugdzorg Vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het project 'Doorontwikkeling CJG' nemen we maatregelen om de kosten te beheersen en het aantal jeugdigen in de jeugdhulp terug te dringen. In 2025 passen we onze verordening aan, dit moet bijdragen aan het beperken van de reikwijdte van de jeugdhulp. De effecten verwachten we in 2026 te zien.

Daarnaast werken we samen met aanbieders van hoogspecialistische jeugdzorg om de instroom in extreem dure zorgvormen te beperken en de uitstroom naar minder specialistische zorg te bevorderen. Tot slot ontwikkelen we een financieel prognosemodel waarmee we de kosten gedurende het jaar beter kunnen voorspellen. Dit moet leiden tot een betrouwbaardere inschatting van de uitgaven en een lager financieel risico. Al blijft het lastig om incidentele instroom van dure cliënten betrouwbaar te voorspellen.

76 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Kwaliteitsverbeteringen in de uitvoering • Team Kwaliteit & Implementatie werkt, aan de hand van een ontwikkelagenda, aan kwaliteitsverbeteringen in de uitvoering. Ze zetten zich onder andere in voor de aanscherping van processen, het sturen op de kwaliteit van dienstverlening en het verbeteren van de rechtmatigheid. • We integreren en borgen datagedreven werken verder binnen het sociaal domein. De ontwikkelde dashboards worden doorontwikkeld met aanvullende inzichten, ook over de sociale basis. We werken aan het benutten van data voor het beter sturen op doelen in de uitvoering, beleidsvorming en evaluatie en als stuurmiddel voor management en bestuur. Doel is de ‘beweging naar de voorkant’ inzichtelijk te krijgen en te monitoren, zodat we effectief en tijdig kunnen bijsturen: intern in het CJG en ST, op de beleidsafdeling en in de uitvoering met de partners in de sociale basis. Binnen het Sociaal Domein gaan grote geldbedragen om. Door sturing te geven, zijn we in control om de middelen het beste in te zetten en maximaal maatschappelijk effect te bereiken. • Toezichthouders rechtmatigheid Wmo en Jeugd dragen bij aan doelmatige en rechtmatige besteding van zorggelden. Zij onderzoeken mogelijke onrechtmatigheid op basis van signalen. Daarnaast werken zij preventief om misbruik en fraude te minimaliseren.

In 2026 krijgen de volgende onderwerpen prioriteit: meer inzet op risicogestuurd toezicht en een intensievere samenwerking met regionale toezichthouders. 2.3 Top 10 risico’s De tien belangrijkste financiële risico’s zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Top 10 risico’s Risico- Risico nummer R1183 Als gevolg van toenemende vraag naar jeugdzorg, en de mogelijkheid dat er extreem dure cliënt instromen, bestaat de kans dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat.

R973

Als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt bestaat de kans dat we geen goed gekwalificeerd personeel kunnen binnenhalen waardoor we kwetsbaar zijn op sleutelfuncties en kennisniveaus te laag worden waardoor wettelijke taken mogelijk onvoldoende uitgevoerd kunnen worden.

Maatregelen

Kans

1. Vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het project gericht 50% kiezen/doorontwikkeling CJG worden maatregelen voor kostenbeheersing en terugbrengen van het aantal jeugdigen in jeugdhulp. 2. We passen in 2025 onze verordening aan, dit moet bijdragen aan het beperken van de reikwijdte. Dit effect moet in 2026 zichtbaar zijn. 3. Hoog specialistische Jeugdzorg: We werken met aanbieders van extreem dure zorg om instroom in extreem dure zorgvormen te beperken, en uitstroom naar minder specialistische zorg te bevorderen. 4. We werken aan een prognosemodel om de kosten gedurende het jaar beter te kunnen voorspellen. Dit moet resulteren in een meer betrouwbare inschatting van kosten, waarmee het financiële risico dan ook lager zal worden. Dit geldt echter niet voor incidentele instroom van extreem dure cliënten, het is onmogelijk om hier betrouwbaar op te prognosticeren. We hebben sinds 2025 extra fte beschikbaar om met volle aandacht de vacatures 90% in te vullen en proactief kandidaten te benaderen. Daarnaast blijven we werken aan een goed werkgeversimago en passende arbeidsvoorwaarden. Ons verbeterde EVP (employer value proposition) en bijbehorende marketing helpt ons al zichtbaar te zijn of op andere manieren zichtbaar te worden voor kandidaten. Hiermee sorteren we voor op mogelijk vertrek en sleutelposities.

Andere activiteiten op dit gebied zijn strategische personeelsplanning, adequate opleiding en scholing van medewerkers, meer samenwerking in de regio, mogelijk uitbesteding van werk en aanbrengen van nieuwe medewerkers door eigen personeel. Maar ondanks deze maatregelen merken we dat dit toch de realiteit is en blijft.

Financieel gevolg max.€ 1.700.000

max.€ 700.000

77 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Risico- Risico nummer R1117 Als gevolg van de mogelijkheid dat het nog te nemen verkeersbesluit om de spoorwegovergang in Den Dolder af te sluiten door de rechter of de Raad van State wordt teruggedraaid, bestaat de kans dat de gemeente conform afspraak met ProRail €6.500.000 moet terugbetalen. R194

R12701

R5 R941

R1148

R952 R63

Maatregelen

Kans

We onderhouden goede contacten met ProRail. Over dit onderwerp dragen we via 10% de ambtelijke en bestuurlijke lijn het standpunt uit dat het reeds genomen besluit van de raad afdoende is. Mocht er onverhoopt toch tot uitbetaling over moeten worden gegaan, dan kunnen we hier in eerste instantie de middelen uit de “Reserve Drieluik Den Dolder” voor inzetten. De reserve heeft per 31/12/2024 een saldo van €3,9 mln.

Financieel gevolg max.€ 2.600.000

Als er een onjuiste grondslag voor de bepaling van de Dit risico blijft altijd bestaan. De BghU voert de wet WOZ namens ons uit en 50% hoogte van de OZB-aanslag(en) wordt gehanteerd, daarmee deze taak. De Waarderingskamer is toezichthouder en controleert op loopt Zeist mogelijk inkomsten mis. deze wijze de BghU en geeft hierbij jaarlijks een oordeel aan de hand van maximaal 5 sterren. Het risico is in de laatste jaren hoger geworden omdat de BghU 2 van de 5 sterren krijgt (t.o.v. 3 van 5 eerder) van de Waarderingskamer. Als gemeente zijn wij deelnemer/eigenaar van de BghU en vanuit die rol zullen wij altijd betrokken blijven en aandacht hiervoor vragen. Als gevolg van het niet volledig op ProRail kunnen Momenteel hebben wij als gemeente (t/m 2024) een bedrag van € 1.423.319 10% verhalen van de voorbereidingskosten t.a.v. de voorgeschoten die wij voornemens zijn te verhalen op ProRail. Mochten de kosten spoorwegovergang in Den Dolder bestaat het risico (gedeeltelijk) niet verhaald kunnen worden dan kunnen we dit mogelijk dekken uit dat (een deel van) deze kosten voor rekening van de de “Reserve Drieluik Den Dolder”. Of dit mogelijk is hangt ook af van het verloop gemeente komen. van risico R1117.

max.€ 500.000

Als gevolg van een planontwikkeling, kan de gemeente geconfronteerd worden met nadeelcompensatie (planschades). Als gevolg van klimaatverandering zijn de buien heviger en komen deze vaker voor, de periodes zijn droger en het stormt het meer waardoor extra maatregelen of voorzieningen noodzakelijk zijn. Extreme droogte heeft rechtstreeks invloed op de kwaliteit van het bomenareaal en kwaliteit van het water. Gemeente kan niet voldoen aan de verantwoordingseisen in tijd en kwaliteit richting het Rijk over specifieke uitkeringen (SPUKS).

max.€ 250.000

Met de aanvrager worden vooraf afspraken gemaakt/wordt een overeenkomst 50% gesloten aangaande nadeelcompensatie. Is deel van de reguliere werkprocessen. Vóór besluitvorming moet de overeenkomst gesloten zijn. Klimaatstresstest is uitgevoerd. De nota Klimaatbestendig Zeist en het Verbreed 50% Gemeentelijk Rioleringsplan zijn vastgesteld. De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan de gestelde verbetermaatregelen. In projecten zullen er zoveel mogelijk maatregelen direct getroffen worden.

Dit risico neemt toe naarmate er door het Rijk steeds meer specifieke uitkeringen 10% worden toegekend en jaarlijks dienen te worden verantwoord. Het Rijk is echter voornemens om het aantal SPUKS terug te dringen, bij de septembercirculaire 2025 verwachtten we hier weer meer duidelijkheid over. Bij de SISA verantwoording over 2024 zijn er geen problemen geweest. Als gevolg van digitale sabotage (intern of extern), Realiseren van uitwijkmogelijkheden, maatregelen door security specialist, 30% loopt de gemeente een risico op informatieverlies. aangesloten bij veiligheidsinstanties. Als gevolg van nieuwe regelgeving zijn Wanneer nodig dividendinkomsten dividendinkomsten minder goed voorspelbaar en bestuursrapportage daardoor onderhevig aan fluctuatie, waardoor deze inkomsten minder juist kunnen worden begroot.

lager

inboeken

bij

de

1e

en

2e 50%

max.€ 1.245.220

max.€ 250.000

max.€ 1.200.000

max.€ 400.000 max.€ 219.888

Totaal maximaal netto financieel gevolg top-10 risico’s max. € 9.065.108 1 In recent bestuurlijk overleg met ProRail is een afspraak gemaakt over de verdeling van deze kosten, het risico zal naar alle waarschijnlijkheid bij een volgende versie niet meer actueel zijn.

78 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Toelichting op tabel 2.1: De kans en het genoemde bedrag zijn dat wat netto overblijft, rekening houdend met de genoemde maatregelen. Het totale (netto) risicobedrag is licht gedaald ten opzichte van de vorige inventarisatie bij de jaarrekening 2024. Van € 21,8 mln. naar € 21,4 mln. nu. Het aandeel van de top-10 risico’s in het totaal is toegenomen: van € 8,8 mln. (40,4% van € 21,8 mln.) naar € 9,1 mln. (42,5% van € 21,4 mln.). In de top-10 zijn een aantal wijzigingen. Het ontbreken van evenementenbeleid (R1316) en de grilligheid van de energiemarkt (R1291) zijn vervallen doordat deze risico’s zijn afgeschaald of komen te vervallen. Daarvoor in de plaats gekomen zijn een risico op digitale sabotage (R952) en een risico door fluctuatie van de dividendinkomsten (R63). Voor de rest is de top-10 gelijk gebleven. 2.4 Verdeling risico’s per kansencategorie en financieel gevolg Door de risico’s te plaatsen in een risicokaart krijgen we inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt om aandacht.

Een risico in het rode gebied vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. We maken onderscheid in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen. De risicokaart gebruikt het netto risico. Voor de begroting 2026 zijn in totaal 174 risico’s geïnventariseerd. Dat is fors minder dan de 217 risico’s ten tijde van de jaarrekening 2024. Dit is voornamelijk het gevolg van het hernieuwde beleid conform de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2025-2028 (RV25.013). Daarbij is besloten dat risico’s met een netto risico incidenteel lager dan € 25.000 niet worden opgenomen op deze lijst. Als een risico onder deze grens valt, gaan we ervan uit dat eventuele gevolgen binnen de exploitatie worden opgevangen. Tabel 2.2 geeft de verdeling van deze risico’s weer naar kans van optreden en financiële impact. Tabel 2.2 Verdeling netto risico’s per kanscategorie en financieel gevolg Financieel

Aantal/Kans

10%

30%

50%

70%

90%

x > € 1.500.000

2

1

€ 750.000 < x < € 1.500.000

3

3

€ 300.000 < x < € 750.000

8

5

1

1

€ 75.000 < x < € 300.000

57

20

23

12

1

1

x < € 75.000

35

11

14

7

1

2

Geen financiële gevolgen

69

33

9

24

1

2

Totaal

174

73

47

45

3

6

1

1

79 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Dit betekent dat vijf risico’s in het (donker)oranje gebied extra aandacht vragen. Dit zijn er twee minder dan bij de vorige risico-inventarisatie. Er zijn geen risico’s die in het rode gebied zitten en dus direct aandacht nodig hebben. De twee risico’s in het donkeroranje gebied zijn het risico op Jeugd (R1183) en het risico van de krapte op de arbeidsmarkt (R973). Voor deze risico’s zijn een aantal beheersmaatregelen gedefinieerd, zie § 2.3 Top 10 risico’s. 2.5 Benodigde weerstandscapaciteit Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de actuele risico’s. Deze risico’s zijn zo breed mogelijk geïnventariseerd bij alle teams. Zij geven vanuit hun expertise een inschatting van de kans op het optreden van een risico en het maximale financiële gevolg bij optreden ervan. Met behulp van ons risicomanagementsysteem Naris berekenen we welk weerstandsvermogen nodig is bij de opgevoerde risico’s. Dit gebeurt volgens de Monte-Carlo methode. Uitgangspunt is dat de risico’s niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang zullen optreden. Er worden 100.000 verschillende scenario’s doorgerekend, waarbij een risico zich de ene keer wel voordoet en de andere keer niet. Tevens kan de omvang van het risico verschillen per scenario. Het totale bedrag van alle geïnventariseerde risico’s bedraagt € 21,4 miljoen.

Uit de uitgevoerde simulatie blijkt dat met een waarschijnlijkheid van 90% gesteld kan worden dat het weerstandvermogen € 3.840.676 moet bedragen (bij een ratio van 1,0). 2.6 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de post onvoorzien uit de exploitatie en de reserve weerstandsvermogen. Deze middelen kunnen vrij worden ingezet om risico’s in financiële zin af te dekken, waarbij de middelen uit de exploitatie conform bestaand beleid met factor 2,5 worden vermenigvuldigd. In 2026 heeft de gemeente Zeist een weerstandscapaciteit voor de reguliere risico’s van € 10.626.074. In tabel 3 is dit nader gespecificeerd. Tabel 2.3: Beschikbare weerstandscapaciteit Omschrijving Incidenteel Post Onvoorzien in exploitatie € 205.379

€513.448

Structureel (205.379 x factor 2,5) Reserve weerstandsvermogen Totaal

Structureel

€ 205.379

€ 10.112.627 € 10.626.074

De reserve weerstandsvermogen bij de vorige risico-actualisatie (de jaarrekening 2024) was € 10.112.627. Dit is derhalve ongewijzigd.

80 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

2.7 Beoordeling van het weerstandsvermogen Om te bepalen of het huidige weerstandsvermogen toereikend is, dienen we de relatie te leggen tussen de benodigde weerstandscapaciteit (die uit de risicosimulatie voortvloeit, zie § 2.5) en de beschikbare weerstandscapaciteit (zie § 2.6). De uitkomst van deze berekening vormt het weerstandsvermogen en wordt uitgedrukt in een ratio. Daarbij geldt: hoe hoger de ratio, hoe groter het vermogen om weerstand te bieden aan de financiële gevolgen van optredende risico’s. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

€ 10.626.074 € 3.840.676

= 2,6

Voor de beoordeling van de ratio wordt een norm gehanteerd (zie tabel 4) die is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze norm wordt landelijk veel toegepast en is door de raad ook als norm vastgesteld in de nota stabiliteitscriteria. Tabel 4: Waardering ratio Waarderingscijfer Ratio A >2.0 B 1.4-2.0 C 1.0-1.4 D 0.8-1.0 E 0.6-0.8 F <0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Op basis van de landelijk gangbare normering krijgt de ratio de kwalificatie ‘Uitstekend’. Dit is in lijn met het gekozen beleid. Concreet betekent dit dat de reserve weerstandsvermogen voldoende is qua omvang gezien ons risicoprofiel. In de nota risicomanagement is afgesproken dat we een weerstandsratio van 1,0 hanteren. Mocht de ratio na de inventarisatie van de risico’s voor de begroting afwijken (naar boven of beneden), dan wordt de reserve weerstandsvermogen pas aangepast als de ratio bij de jaarrekening nog steeds afwijkt. De aanpassing van de reserve weerstandsvermogen vindt dan plaats bij de resultaatbestemming van de jaarrekening of de 1e bestuursrapportage .

81 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

2.8 Kengetallen In juli 2021 heeft de raad de Nota Financiële stabiliteitscriteria 2021- 2024 vastgesteld. De nota bevat stabiliteitscriteria die een samenhangend inzicht geven in de financiële robuustheid van de gemeente. Naast andere getallen maken de volgens het BBV verplichte kengetallen voor deze paragraaf onderdeel uit van deze nota. Elk stabiliteitscriterium is voorzien van een signaalwaarde die bij een verwachte of werkelijke overschrijding moet aanzetten tot een gesprek tussen gemeenteraad en college en vervolgens tot actie. Daarom vergelijken we de kengetallen in deze paragraaf met de signaalwaardes zoals vastgesteld in de Nota Financiële stabiliteitscriteria 2021-2024. Eventuele benodigde bijsturingsacties zijn hieronder benoemd.

Kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

Realisatie 2024 6% 3% 68% 1% 2,2% 101%

2025 38% 35% 54% 1% 1,9% 106%

2026 62% 60% 44% 2% 1,8% 110%

Begroting 2027 95% 93% 37% 0% 1,7% 110%

2028 110% 108% 34% 0% 0,2% 110%

2029 111% 109% 33% 0% 1,0% 100%

De netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De komende jaren stijgt de netto schuldquote, waar deze bij de jaarstukken 2024 nog onder de 10% zat. Dit is het gevolg van een toename in de investeringen (onderwijshuisvesting, wegen, e.d.), waardoor we aanvullende leningen aan moeten trekken om onze liquiditeitspositie op orde te houden. In de hier rechts gepresenteerde cijfers is daar rekening mee gehouden. Belangrijk is dat dit investeringsniveau gebaseerd is op een planning . Wanneer de uitvoering vertraagt, wordt er minder geld aangesproken en vlakt de stijging af. De gepresenteerde kleuren in bijgaande grafiek zijn de beoordelingsmaatstaven vanuit de provinciaal toezichthouder. Conform onze eigen stabiliteitscriteria beoordelen we de netto schuldquote als zeer goed zodra deze onder de 20% ligt. Tussen de 20% en de 40% dreigt de schuldomvang hoog te worden. Boven de 40% worden alle bezittingen zwaar belast met schulden. De ontwikkeling van de netto schuldquote beweegt zich de komende jaren richting en vervolgens over deze grenswaarden. We blijven onze liquiditeit en de investeringen monitoren en rapporteren over het verloop via de P&C Cyclus en het dashboard stabiliteitscriteria.

Daarnaast actualiseren we de nota stabiliteitscriteria, waarin we ook bij deze ontwikkeling stilstaan.

82 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij verstrekte leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal worden terugbetaald, maken we bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Op deze manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij deze netto (gecorrigeerde) schuldquote gelden dezelfde normen en toelichting als voor de netto schuldquote. Alleen houden we bij deze quote rekening met het door de gemeente zelf verstrekken van leningen. Het betreft vooral eerder verstrekte hypotheken aan medewerkers. In het kader van de wet FIDO is het verstrekken van leningen sterk ingeperkt. Zo is het niet meer toegestaan om nog hypotheken te verstrekken, waardoor het saldo verstrekte geldleningen jaarlijks afneemt. In 2024 heeft de raad ingestemd met het verstrekken van een lening aan Saestum en begin 2025 is het Revolverend fonds verduurzaming sport en cultuur vastgesteld om onder voorwaarden renteloze leningen te verstrekken aan deze doelgroep. Inmiddels zijn de eerste aanvragen ingediend.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is te voldoen aan haar financiële verplichtingen doordat zij voldoende eigen vermogen heeft. Onder de ratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio zien we dalen als gevolg van de geplande investeringen en de noodzaak om externe financiering aan te trekken. In de gepresenteerde grafiek zijn de beoordelingsmaatstaven van de provinciaal toezichthouder opgenomen. Hier zakken we in het ‘aandachtsgebied’, maar blijven we nog boven de kritische grens van 20%. Voor onze stabiliteitscriteria liggen ook hier onze eigen normen scherper. Volgens de signaalwaarden in de nota stabiliteitscriteria spreken we van een goede ratio indien deze 60% of hoger is. De schuld van de gemeente dreigt te hoog te worden als deze onder de 60% uitkomt. Onder de 50% zijn de bezittingen te zwaar belast met schulden. De solvabiliteitsratio van onze gemeente komt naar verwachting voor het begrotingsjaar 2025 uit op 52%. De komende jaren neemt deze ratio verder af, naar 33% in 2028. Dat ligt dus onder de signaalwaarde van 60%. Hierbij geldt dezelfde nuancering, in deze presentatie is gerekend is met de te verwachten aan te trekken leningen.

Als het investeringsniveau – en daarmee de benodigde leningen – door omstandigheden wordt getemporiseerd, zal de daling minder snel verlopen. In de nota stabiliteitscriteria zullen we stilstaan bij deze ontwikkeling.

83 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Kengetal grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is de looptijd van meerdere jaren. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Het kengetal grondexploitatie schommelt net als in voorgaande jaren de komende jaren rond de 0%. Daarmee is ons risicoprofiel erg laag als we dit afzetten tegen de landelijke richtlijnen. Wij hebben op dit moment twee lopende grondexploitaties (Huis ter Heide West & Gemeentewerf). Als stabiliteitscriteria hanteren we een signaalwaarde van 4%. Dit percentage geeft ruimte voor meer grondpositie en grondexploitaties, maar geeft ook een signaal ter waarschuwing voor het toenemende risicoprofiel.

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Is dit kengetal positief, dan is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte is op basis van de primitieve begroting voor ieder jaar positief. De marges blijven echter zeer klein. In 2028 komt dit percentage uit op 0%. Dat betekent dat de structurele lasten (nagenoeg) gelijk zijn aan de structurele baten en er dus geen additionele ruimte is om structurele tegenvallers op te vangen. In Zeist hebben wij de gewoonte dat in het raadsvoorstel additionele voorstellen en/of besparingen worden voorgesteld. Deze cijfers zijn niet verwerkt in de hier gepresenteerde grafiek.

84 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

De belastingcapaciteit De belastingcapaciteit laat zien hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten van een meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. In de begroting voor 2026 is rekening gehouden met een stijging van de OZB-opbrengst van 2,7%. De overige woonlasten zijn bepaald op 100% kostendekkendheid. Volgens de verwachting komen de Zeister woonlasten voor 2026 daarmee gemiddeld uit op 6% boven het landelijke gemiddelde. Of dat daadwerkelijk zo is, kunnen we de komende jaren volgen op Waarstaatjegemeente.nl. De provincie hanteert een waarde van meer dan 105% als het meest risicovol. De kanttekening bij de huidige cijfers is dat onze begrote woonlasten over 2026 afgezet worden tegen het landelijk gemiddelde van 2025. Pas bij de jaarrekening 2026 worden onze cijfers van 2026 afgezet tegen het landelijk gemiddelde 2025 en kunnen we een realistisch beeld schetsen.

Het effect hiervan is te zien bij de cijfers van 2024. Op basis van de jaarstukken komt het percentage uit op 101%, terwijl dit bij de Begroting 2024 nog 114% was.

85 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Gemeente Zeist staat voor een structureel goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu. Hiervoor beheren en onderhouden we onze kapitaalgoederen. Dit zijn goederen waarvoor een langdurige investering nodig is, bijvoorbeeld gebouwen en wegen. In deze paragraaf beschrijven we het beleid over het onderhoud van kapitaalgoederen. Daarnaast geven we informatie voor dit onderhoud. De kapitaalgoederen zijn verdeeld in vier categorieën: wegen, riolering en water, groen en gebouwen. Met een effectieve en efficiënte sturing op de kapitaalgoederen vinden we de balans tussen kwaliteit en kosten en voorkomen we achterstanden en potentieel onveilige situaties. Dit vraagt om een duurzame blik op de kapitaalgoederen en doorlopende budgettaire middelen. 3.1 Belang voor de gemeenteraad De totale omvang van de aanschafwaarde per 1 januari 2025 van de in bedrijf zijnde geactiveerde materiële activa (exclusief gronden en terreinen binnen grondexploitaties) bedraagt circa € 167,1 mln. De onderverdeling is als volgt: Materiële vaste activa per 1-1-2025 Boekwaarde Bedrijfsgebouwen, woonruimten en terreinen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen, machines, installaties e.d. Overige materiële activa Totaal aanschafwaarde materiële activa

Economisch nut 98,28 11,26 5,65 8,67 123,86

bedragen (x € mln.) Maatschappelijk nut 0 40,65 2,53 0,05 43,23

Gezien de omvang van de waarde van deze activa, gevoegd bij de activa die via exploitaties of bijdragen van derden zijn aangeschaft en daardoor niet in bovengenoemde cijfers zijn opgenomen, is duidelijk dat de budgettaire consequenties van het onderhoud aanzienlijk zijn. 3.2 Beheervisies en -plannen Het beheer van kapitaalgoederen is gebaseerd op een beleidskader of beheervisie. Hierin zijn, afhankelijk van het type kapitaalgoed, afspraken gemaakt over de gewenste effecten van het beheer, de beoogde gebruikskwaliteit van de kapitaalgoederen, de werkwijze van de beheerorganisatie, (de omvang van) het budget en de manier van verantwoording. In een beleidskader of beheervisie wordt dit in hoofdlijnen strategisch beschreven. In de beheer- of onderhoudsplannen maken we de vertaling naar de maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit structureel te borgen en doorlopend de toets aan de begroting te kunnen maken. Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in 2001 vastgelegd in de IBOR-rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Anno 2024 is dit nog steeds het geldende beleidskader. De kwaliteitskeuzes die destijds zijn gemaakt, worden nog steeds nagestreefd. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie gewogen basis nagestreefd. Het beheer van kapitaalgoed omvat de hele levenscyclus.

Dit is een continu (dagelijks) proces van in stand houden, namelijk het gebruik afgewisseld door onderhoud en daarnaast het periodieke proces van inrichting, herinrichting, renovatie of vervanging. We kunnen overgaan tot herinrichting als uit de evaluatie 86 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

van het instandhoudingproces blijkt dat normaal onderhoud niet volstaat. Bijvoorbeeld op het moment dat er geen restlevensduur meer is of als gevolg van gewijzigde gebruikseisen. De beheer- of onderhoudsplannen beperken zich tot het proces van in stand houden. Soort kapitaalgoed

Beleids- of beheerplan

Opgesteld

Kwaliteitsniveau

Wegen

IBOR Beheerplan wegen Weginspectie en uitvoeringsplanning Beleidsplan openbare verlichting

2001 2024 2-jaarlijks 2003

Niveau gewogen basis

Beheerplan verkeersregeling-installaties, starten met nieuw beheerplan opstellen in 2025, inclusief camera's en iVRI's IBOR Beleidsplan straatmeubilair (rv 2003074) Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026

2015

Optimaal functioneren

2001 2003 2021 5-jaarlijks

Niveau gewogen basis Ambitieniveau: passief vervangen Wettelijke- en Hoogheemraadschapseisen

IBOR Groenstructuurplan Groenbeheerplan Beheerplan landschappelijk groen Speelruimteplan Zeist Langetermijnvisie Waterplan (07RAAD0108)

2001 2011 2024 2024 2024 2007

Niveau gewogen basis (grootste deel) Niveau excellent (deel centrumgebied) Niveau sober (buitengebied)

Boombeheervisie Lange Termijn Boombeheerplan Meerjarenonderhoudsplannen (MJOP's)

2013 2016 2025

Niveau gewogen basis (grootste deel)

Riolering Groen

Gebouwen

CROW minimaal verantwoord wegbeheer Basisniveau Nederlandse Praktijkrichtlijnen NPR13201

Warenwetbesluit attracties en speeltoestellen Basis zorgplicht gemeentelijke watertaken

NEN 2767 niveau 2 of 3

3.3 Wegen Beleidskader Het beleid over mobiliteit geeft de wensen weer voor de verhardingen in de gemeente. Waar en in welke vorm? Eind 2022 is het Mobiliteitsplan 2022 - 2027 vastgesteld, de financiële consequenties zijn in de begroting verwerkt. Het ‘beheerplan wegen’ beschrijft hoe het onderhoud van de wegen aansluit op het beleid. Het onderhoud richt zich op het meest economisch in stand houden van de verhardingen in Zeist, met als uitgangspunt veiligheid, bereikbaarheid, berijdbaarheid en duurzaamheid. Waar geen integrale aanpak mogelijk is, wordt het wegenonderhoud op zichzelf staand uitgevoerd. • Wegen Het wegenstelsel in gemeente Zeist omvat circa 245 km weg en is, inclusief fiets- en voetpaden, opgebouwd uit de volgende hoeveelheden: 1,25 mln m2 asfaltverharding, 1,5 mln. m2 elementenverharding en 100.000 m2 halfverharding. Twee keer per jaar worden alle verhardingen in gemeente Zeist geïnspecteerd en wordt op basis van de combinatie van schadeclassificaties een ‘groot’ onderhoudsprogramma vastgesteld. Op basis van deze inspectie wordt een beheerplan voor vijf jaar opgesteld. Dit plan geeft inzicht in de gemiddelde jaarlijkse budgetten voor klein en groot onderhoud, maar ook in een meerjaarlijkse vervangingslijst van wegen. De wegmarkeringen (asfalt) zijn inmiddels opgenomen in een digitaal beheersysteem en worden ook twee keer per jaar geïnspecteerd.

87 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

• Civiele kunstwerken De civiele kunstwerken in gemeente Zeist bestaan uit drie duikers en 24 houten en betonnen bruggen, waarvan de meeste zich bevinden in Zeist West en tunnels (Griftlaan en Weteringlaan). Deze kunstwerken Een keer in de vier jaa door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd. Hiervoor wordt een vierjaarlijks onderhoudsplan opgesteld. In 2020 vond een inspectie plaats en in 2021 is gestart met de daaruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden. De planning van de onderhoudswerkzaamheden vanuit deze inspectie heeft een looptijd van vier jaar. Het belangrijkste deel van het areaal is hiermee bekend. Een deel van het areaal van beheerobjecten willen we in 2025 inventariseren en inspecteren. Ook willen we alle opgenomen informatie laten samenkomen in een digitaal beheersysteem en deze informatie de komende tijd verder verrijken. Op basis van deze gegevens kunnen we een beheerplan opstellen. Dit beheerplan wordt naar verwachting in 2026 aangeboden. Net als de andere beheerplannen beslaat het een periode van vijf jaar en bevat het een overzicht van de gemiddelde jaarlijkse budgetten voor klein en groot onderhoud en een meerjaarlijkse vervangingslijst van civiele kunstwerken. • Openbare verlichting De gemeente bezit ruim 11.000 lichtpunten.

De lichtpunten die aan vervanging toe zijn of waarbij voor masten en armaturen afschrijvingstermijnen van respectievelijk 40 en 20 jaar wordt aangehouden, vervangen we voor duurzamere en dimbare ledverlichting. Inmiddels is circa 85% van de ov-installatie voorzien van led. We zitten in de laatste fase van de toepassing van ledverlichting (nog circa 2.000 stuks) voor het gehele areaal. Dit traject naar verwachting in 2026 afgerond. We nemen de beheergegevens van de openbare verlichting dit jaar op in een nieuw beheersysteem. • Straatmeubilair Onder het straatmeubilair vallen onze bebording, RVV-borden, straatnaamborden, ANWB-borden, (toeristische) verwijsborden, en daarnaast circa 10.000 elementen als zitbanken, afvalbakken en afzetpalen. Het onderhoud aan het straatmeubilair bestaat in hoofdzaak uit werkzaamheden naar aanleiding van meldingen en het schoon en veilig houden van het areaal. De bebording is dit jaar nog beter inzichtelijk gemaakt en is opgenomen in een digitaal beheersysteem. Een deel van het areaal is daarin echter nog niet opgenomen. In 2025 willen we dit deel inventariseren en inspecteren. Met meer inzicht is het daarna mogelijk om onderhoud meer planmatig uit te voeren. De afvalbakken zijn inmiddels wel in het digitale beheersysteem opgenomen. • Camera’s Voor de handhaving in het gebied op de Voorheuvel en het Emmaplein zijn vijf camera’s in beheer.

Dit wordt voor beheer meegenomen in het beheerplan VRI’s en iVRI's in 2025. • Verkeersregelinstallaties In 2015 vond een actualisatie plaats van het beheerplan voor Verkeersregelinstallaties. Hiermee is een meerjarenperspectief gecreëerd waarbij inzichtelijk is gemaakt welke verkeersregelinstallaties (VRI’s) gehandhaafd moeten worden of dat er ook andere oplossingen denkbaar zijn. Vervangingstermijnen en onderhoudskosten zijn geactualiseerd. Ook zijn verwachte kosten voor onderhoud, storingsdiensten en aanvullen onderzoek klein/groot onderhoud opgenomen. Het beheerplan geeft inzicht in benodigd klein onderhoud (na 15 jaar uitvoeren) en groot onderhoud (uitvoering na 30 jaar). Mede gezien de wijzigingen afgelopen en komende tijd, wordt in 2025 een nieuw VRI-beheerplan vastgelegd, inclusief het toevoegen van nieuwe intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s). • Parkeerapparatuur In Zeist staan negen volmeldinstallaties die verwijzen naar vier parkeergarages en zeven parkeerterreinen. Onze vier parkeergarages zijn voorzien van parkeerapparatuur, zoals camera’s (voor kentekenherkenning), intercoms, betaalautomaten, servers en slagbomen. Op straat staan 32 parkeerautomaten, waarmee parkeerbelasting betaald kan worden. Voor de hierboven genoemde apparatuur zijn onderhoudscontracten afgesloten. Deze automaten zijn in april 2025 geplaatst om 44 verouderde automaten te vervangen.

De parkeerapparatuur in de vier parkeergarages wordt in Q2 van 2026 vervangen.

88 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Financiële consequenties Onderhoud

Investeringen

89 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

3.4 Riolering en water Beleidskader Voor rioleringsbeheer volgen we het vastgestelde verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 – 2026 (vGRP). We zetten in op het zo lang mogelijk in stand houden van riolering. Dat kan, omdat de grondslag in gemeente Zeist gunstig is door overwegend stabiel zand. Riolering gaat lang mee en we vervangen daarom pas als de riolering ook technisch ‘op’ is. Dat betekent dat we riolering projectmatig vervangen, na een aanleiding vanuit een periodieke inspectie of wanneer calamiteiten zich voordoen. Bij overige wegreconstructies wordt de afwatering beoordeeld en indien nodig klimaatrobuust aangepast. Naar aanleiding van inspecties van het vrijvervalstelsel gaan we de vrijvervalriolering en gemalen op diverse locaties renoveren. Financiële consequenties Onderhoud

Investeringen

90 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

3.5 Groen Beleidskader Het groenbeheerplan uit 2024 beschrijft hoe de gemeente omgaat met het openbaar groen. De openbare ruimte in Zeist wordt grotendeels onderhouden op onderhoudsniveau B, met uitzondering van een klein gebied in het centrum (niveau A), bedrijventerreinen en het buitengebied (niveau C). In het Lange Termijn Bomenbeheerplan 2016-2041 is vastgelegd hoe we het bomenbestand op orde houden en hoe we onze lanen en bomen vervangen. Dit plan is geëvalueerd in 2023 en vanuit de conclusies zijn kleine aanpassingen geïmplementeerd. Aansluitend op de uitvoeringsstrategie biodiversiteit is in 2025 het biodiversiteitsplan vastgesteld. Dit plan bevat maatregelen die invulling geven aan het nieuwe beleid. In de beheerplannen voor onder andere landschappelijk groen en speelplaatsen is een visie opgenomen en beschreven hoe we deze kapitaalgoederen gaan beheren. Naast de jaarlijkse budgetten voor verzorgend onderhoud en inboet, bevat het plan een meerjaarlijkse vervangingslijst van het groen. Voor een aantal parken binnen de gemeente bestaan ‘losse’ beheerplannen, onder andere voor Park Nijenheim, Dieptetuin, Park De Brink en Walkartpark. De begraafplaatsen in Zeist (Bosrust en de Oude Algemene Begraafplaats) zijn onderdeel van het nieuwe groenbeheerplan. We zijn voornemens om voor alle parken een beheerplan ‘parken’ te maken.

In dat geval nemen we de begraafplaatsen ook op in dit beheerplan. Financiële consequenties Onderhoud

Investeringen

91 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

3.6 Gebouwen Beleidskader De gemeente Zeist heeft vastgoed in bezit om invulling te geven aan maatschappelijke doelen. Het uitgangspunt voor het hebben en behouden van vastgoed is dat we dit alleen doen als het bijdraagt aan de kerntaken van de gemeente, toekomstige ontwikkelingen of opgaven. We spreken dan over gemeentelijk kernvastgoed. De gemeente Zeist heeft 88 gebouwen in bezit. In 2025 is de nieuwe gemeentewerf opgeleverd en is de uitbreiding van kazerne Den Dolder afgerond. Ook nieuwe gebouwen uit het masterplan buitensport zijn toegevoegd, zoals het nieuwe kantine- en kleedkamergebouw FZO/Patria en het kleedkamercomplex op sportpark Dijnselburg-West. De oude gebouwen van de gemeentewerf zijn niet meer in gebruik en zijn opgenomen in de sloop- en ontwikkelplannen in het gebied aan de Renesselaan. De gemeente heeft circa 88.000 m2 BVO in eigendom, met een percentage van circa 90% gemeentelijk kernvastgoed. Dit percentage is iets gedaald, omdat de oude gemeentewerf tijdelijk als te ontwikkelen vastgoed is bestempeld na de verhuizing. Tot de 88 gebouwen behoren ook 19 woningen die geen onderdeel zijn van ons kernvastgoed. Deze woningen stoten we bij vrijkomen af via de vrije markt. Naar verwachting is dit binnen zes jaar. Om deze eigendommen in goede staat te houden, werken we met duurzame meerjarenonderhoudsplannen.

De gemeente voorziet daarmee in goede, veilige en bruikbare accommodaties. Met de actualisatie van de onderhoudsplannen geven we ook een impuls aan het verder verbeteren van de toegankelijkheid en de verduurzaming van ons eigen vastgoed. Belangrijke ontwikkelingen zijn de maatregelen uit nieuwe wet- en regelgeving, zoals de Energie Maatregelen Lijst. Door op langere termijn te kijken naar de onderhoudskosten zorgen we voor inzicht en financiële borging . Onderstaande tabel geeft de aantallen per type gebouwen in eigendom van de gemeente Zeist weer: Vastgoed eigendom - gemeente Zeist (peildatum jul 2025 ) Type vastgoed (conform RVO) KERNVASTGOED Maatschappelijk vastgoed Sport & Recreatie Welzijn & Cultuur Overig vastgoed Parkeergarages Eigen huisvesting Gemeentewerf Gemalen Begraafplaats Plantsoenonderkomens brandweerposten

STRATEGISCH en/of AF TE STOTEN woningen strategisch (semi) commercieel

aantal objecten

aantal m2 BVO (afgerond)

20 12

22.000 12.000

4 4 1 5 8 5 2 61

27.600 9.700 1.400 200 1.200 1.400 4.400 79.800

19 7 2 27

2.100 6.400 300 8.800

Financiële consequenties 92 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

De onderhoudsplannen zijn in 2025 geactualiseerd op basis van de indexering vanuit marktwerking en de effecten van nieuwe wet- en regelgeving. De onderhoudsplannen worden minimaal eens per vijf jaar geactualiseerd. De onderhoudsplannen worden opgesteld volgens de NEN2767 methodiek en brengen het onderhoud voor de gehele levensduur van het gebouw in beeld. De onderhoudsbudgetten worden over de periode van tien jaar getoetst aan de reserves/voorziening voor het onderhoud kapitaalgoederen. Programma en taakveld

(bedragen x € 1.000)

Onderwijshuisvesting Volwaardig meedoen aan de samenleving Openbaar groen en recreatie Riolering Begraven Doorpakken voor natuur en klimaat Wonen en bouwen Wonen op maat Sportaccommodaties Cultureel erfgoed Cultureel en sportief Zeist Parkeren Mobiliteit brengt ons verder Beheer overige gebouwen en gronden Ondersteuning organisatie Financiële stabiliteit en organisatie

Begroting 2026 261 261 73 3 185 260 11 11 1.463 657 2.121 809 809 1.194 426 1.616

Begroting 2027 336 336 22 2 59 83 21 21 538 211 750 264 264 289 299 588

Begroting 2028 450 450 74 4 115 193 10 10 932 817 1.749 385 385 850 560 1.410

Begroting 2029 450 450 74 4 115 193 10 10 932 817 1.749 385 385 850 560 1.410

Totaal

5.172

2.136

4.292

4.292

93 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

Paragraaf 4 Financiering 4.1

Inleiding

Deze paragraaf maakt de financieringsfunctie inzichtelijk. De uitvoering van de financieringsfunctie is gebonden aan wettelijke regels, zoals met name opgenomen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) en verder vastgelegd in de door de raad vastgestelde Financiële verordening gemeente Zeist. De Wet Fido regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. 4.2

Uitvoering treasurybeleid

De gemeente heeft voor haar betalingsverkeer diverse bankrekeningen. De hoofdrekening wordt aangehouden bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank). Via deze bankrekening loopt het overgrote deel van het gemeentelijke betalingsverkeer. Daarnaast worden nog enkele bankrekeningen aangehouden bij de Rabobank Rijn en Heuvelrug. In het geval dat bij een gemeente sprake is van tijdelijk overtollige gelden, moet de gemeente verplicht deelnemen aan het systeem van schatkistbankieren. De positieve saldi op de gemeentelijke bankrekeningen worden daarbij tijdelijk gestald bij het Rijk, met uitzondering van een vastgestelde marge voor het reguliere betalingsverkeer. De omvang van deze marge bedraagt 2% van het begrotingstotaal, voor Zeist is dat in 2026 een bedrag van ca. € 4,8 mln. In de praktijk heeft Zeist een afspraak met de BNG Bank dat overtollige middelen boven de € 0,5 mln. automatisch worden afgeroomd naar ‘de schatkist’. Voor de beleidsmatige aspecten van het treasurybeleid is een rentecomité ingesteld, dat bestaat uit de wethouder Financiën, de concerncontroller, het afdelingshoofd Financiën en de treasurer. Vier keer per jaar spreekt het rentecomité over de ontwikkelingen op treasurygebied, zoals liquiditeitsprognose, financieringsbehoefte, rentevisie en ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt.

94 Gemeente Zeist – Begroting 2026 - Paragrafen

4.3

Financieringsbehoefte

Op basis van de geschatte investeringen en cashflowstromen ziet de verwachte financieringsstructuur per einde 2026 er als volgt uit: Bedragen x € 1.000

Liquiditeitsprognose

Realisatie 2024

2025

Begroting 2026 2027

2028

2029

Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat Afschrijvingen, afwaarderingen Mutatie werkkapitaal Mutatie voorraden Mutatie uitzettingen, overlopende activa Mutatie vlottende schuld, overlopende passiva Mutatie reserves Mutatie voorzieningen Mutatie waarborgsommen, overige vaste schuld Kasstroom uit operationele activiteiten

5.854 5.625

-654 9.798

6.245 8.433

2.945 10.993

1.484 9.089

3.287 8.359

-294 229 -3.818 -447 1.668 -3 8.814

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16037884/2