CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB24.067 Onderzoeksrapport omgang met joods vastgoed tijdens en na WOII

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 21 mei 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: C - Raadsinformatiebrieven43.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

nvt

nvt

nvt

Joseph Bannet (Schiedam, 17 oktober 1893 – Auschwitz, 31 december 1943). Echtg.: Jeannette Caroline Josephine Bannet-Levi (Amsterdam, 11 februari 1894 – Auschwitz, 31 augustus 1942)

Bouwdossiers BWT 9827. Bannet was de bouwer. Woningkaart aanwezig, Bannet staat erop, Levi vanaf 1949.

nvt

nvt

nvt

Joods bezit dat niet in de Verkaufsbücher staat Waterigeweg 31

Aanvullende bronnen: Gemeentearchief Zeist, toegang 1039, inv. nr. 199: de gemeente kocht het pand in 1957 van de nabestaanden in het kader van uitbreidingsplan Zeist-West en verhuurde het direct aan nabestaande Joseph Theodoor Jacob Levi. Op het perceel stond toen ook een poppenfabriek van Levi aan de Koelaan. [Dit dossier bevat ook informatie over de tennisclub aan de Waterigeweg. De exploitant Veenendaal ging in 1953 failliet en had nog schulden, onder andere bij ene Isaac Zwaaf, Kersbergenlaan 43. Die was waarschijnlijk joods maar hij staat niet op de lijst met joodse ingezetenen. Zwaaf wilde de exploitatierechten overnemen van Veenendaal maar de gemeente wilde dat niet. Er ontstond een conflict over. Uiteindelijk werd er betaald aan Zwaaf. Niet direct van belang voor dit onderzoek.]

De Breul, Driebergseweg 15

E 381 later E 1660

Echtpaar Paul May-Fuld

Het echtpaar staat op de lijst met joodse ingezetenen. Bouwdossier BWT 4723: Paul May was in 1917 al eigenaar want toen vroeg hij een vergunning voor verbouwing aan en in 1937 opnieuw. Volgens de woningkaart was hij de eerste bewoner. Volgens het kadaster werden alle bezittingen in 1947 en 1948 verkocht waaronder het huis. Het ging bijna allemaal naar de St. Willibrordusstichting. Geen verkoop tijdens de oorlog. Ook werd het perceel niet in beheer genomen. Zie ook: https://www.joodsmonument. nl/nl/page/391395/paul-may-en-de-einsatzstab-reichsleiter-rosenberg. Het pand staat op de lijst die door gemeentearchivaris Rhoen in 2013 werd samengesteld genaamd Vordering van woningen en andere gebouwen in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetting. Het was door de Weermacht gevorderd.

nvt

nvt

nvt

Amersfoortseweg 18, Oud Zandbergen

Volgens bouwdossier C669 in 1923 en C 685 in 1949.

Robert May en Johannes Post

Bouwdossier BWT 2810, Robert May was in 1923 de bouwer en eigenaar. In 1949 zijn de Zevende Dag Adventisten eigenaar. Robert May staat in adresboek 1941. Geen woningkaart. Kadastrale informatie is ingewikkeld met heel veel percelen die vaak vernummerd werden. Het vastgoedbezit werd wel in beheer genomen. Maar er zijn geen verkopen uit de oorlogsjaren. Het lijkt erop dat het huis in 1947 verkocht werd na verwoestingen en gedeeltelijke sloping, aan de Zevende Dag Adventisten. De woning staat ook in het ERR het dossier bij het NIOD, toegang 093a, inv nr 79, p. 118. De melding lijkt te suggereren dat het huis niet is leeggehaald maar dat de meubels gebruikt werden door de Weermacht die het gevorderd had. Het pand staat op de lijst die door gemeentearchivaris Rhoen in 2013 werd samengesteld genaamd Vordering van woningen en andere gebouwen in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetting.

nvt

nvt

nvt

52



53

Bijlage II: Hypotheken Adres

Kadasstraal

Eigenaar en bewoner

Schuldenaar

Hypotheek

Geschillendossier toegang 2.09.48 Nationaal Archief

Woningkaarten, bouwdossiers en overige bronnen

Rechtsherstel ja/nee

Jaar rechtsherstel

Rechtsherstel regeling

Kersbergenplein 7C en D.

H 974 of N 522

J. Spinoza Catella Jessurun

Remmet van Heyst, Nachtegaalstraat 82 bis Utrecht, later Utrechtseweg 48, Zeist

9000

Inv nr 883 aangiftenummer S 12397

Woningkaart aanwezig, bewoner was Cornelis van Wijk. Bouwdossier BWT 5943

nee

1948

Joodse hypotheekverstrekker wilde dat de aflossing die de schuldenaar aan de ANBO had gedaan, ongedaan werd gemaakt. De rechter ging er niet in mee omdat de schuldennaar geen keus had gehad. Dat betekende dat Spinoza Catella zijn geld dus niet kreeg want de hypotheek werd als afgelost beschouwd. Hoe dit afliep is onduidelijk maar waarschijnlijk hield hij een vordering op de NGV over.

Van Doornweg 29

H 175

Jeremias Mesritz (overleden 30 april 1946). Erfgename weduwe Dientje Cohen te Zeist (Wilhelminalaan 35 te Zeist, geb. 2 nov 1870) en dochter Cornelia Sara Mesritz, Prof. Magnuslaan 26 te Maartensdijk (geb. 2 maart 1905)

Bart van de Beek en Jacobus Henricus Stipdonk, Van Doornweg 31, Zeist

2000

Inv nr 898 aangiftenummer S 14311

Geen bouwdossier. Woningkaart aanwezig

nee

1953

Het geschillendossier bevat alleen het aanmeldformulier, geen akte en een briefje dat het rechtsherstel was ingetrokken.

Prof. Lorentzlaan 89

I 655

Jacob Wallage, Heemstede (heeft overleefd). Het lijkt alsof hij de hypotheek had overgenomen van Leonard Maurits/Morits de Hes in Zeist. Hes was de overleden vader van Wallages vrouw, Henriëtte Helena de Hes.

Jacobus Verburgt, Lorentzlaan 89, later Roemer Visscherlaan 46 bis, Zeist

4000

Inv nr 910 aangiftenummer S 15917

Woningkaart aanwezig met Verburgt. Bouwdossier BWT 7058

nee

1955

Het geschillendossier bevat alleen het aanmeldformulier, geen akte, en een briefje dat het rechtsherstel was ingetrokken.

Er wordt geen adres genoemd in de akte maar volgens kadaster is het een pand aan de Eerste Hoogeweg 10

M 1195

Jacob Wallage, Heemstede (heeft overleefd).

Herman en Marinus France, Zeist

5000

Inv nr 910 aangiftenummer S 15918

Ja

1955

Hypotheekverstrekker Wallage wilde dat de aflossing die de schuldenaar aan de ANBO had gedaan, ongedaan werd gemaakt. De rechter gaf hem gelijk omdat France willens en wetens en uit eigen initiatief had afgelost. De hypotheek werd dus hersteld en de schuld aan Wallage bleef bestaan. France kreeg een vordering op de NGV en moest de kosten van het proces en het herstel van de hypotheek betalen. Het is een zeer lijvig dossier.

Bothalaan 92

H 702

Henriette H. de Hes. Het lijkt alsof Wallage de hypotheek had overgenomen van Hes. Hes was Wallages vrouw.

Catharinus Tijsma, Zeist

2500

Inv nr 791 aangiftenummer S 653

V/d Merschlaan 14

M 1813

Hypotheekhouder is Jacob Wallage of Leonard Maurits de Hes, Zeist of Johanna de Hes Drukke (De Bilt)

J. v.d. Flier, v/d Merschlaan 14 te Zeist

54

Woningkaart aanwezig. Bouwdossier BWT 10525

Inv nr 839 aangiftenummer S 6783



Nee

Nader uit te zoeken indien gewenst

?

Nader uit te zoeken indien gewenst

55

Noten

1.

Het citaat op de titelpagina is afkomstig uit: NL-ZtGAZ_3500-193, melding 2832, melding over de familie Bernheim, d.d. 3 september 1942.

2.

Schütz, Raymund, ‘Het eeuwig terugkerende rechtsherstel (1954-2017)’. In: Pro Memorie. Bijdragen tot de rechtsgeschiedenis der Nederlanden, 20e jrg. (2018) aflevering 1, p. 118-141. Zie ook: Blauw, Maili, Roof en rechtsherstel in Haarlem. Vastgoed uit joods bezit en de rol van de gemeente tijdens de bezetting en de naoorlogse jaren (rapportage, december 2021), p. 4-6. In Leeuwarden is inmiddels ook aangetoond dat een aantal joodse huisbezitters na de oorlog straatbelasting betaalde over oorlogsjaren dat hun pand niet door hen gebruikt kon worden, zie: Roof en rechtsherstel. Rapport inzake de gedwongen vervreemding en de herverkrijging door rechtsherstel van onroerende goederen van joodse eigenaren en erfpachters in de gemeente Leeuwarden, alsmede de afwikkeling van eigendomsgebonden betalingsverplichtingen dienaangaande gedurende het tijdvak 1941-1957 (Rapportage Historisch Centrum Leeuwarden, 2021), p. 26-28. Zie ook: Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’. De houding van de gemeente Den Haag tegenover Joodse eigenaren van onroerend goed 1940-1955 (Den Haag: De Nieuwe Haagsche 2017), p. 149-185. Zie ook: https://pointer.kro-ncrv.nl/ vastgoedboeken-onderzoek-amersfoort-klaar-wrevel-groningen geraadpleegd op 26 januari 2024.

3.

Moore, Bob, Slachtoffers en overlevenden. De nazi-vervolging van de joden in Nederland (Amsterdam: Bert Bakker, 1998), p. 46.

4.

Romijn, Peter, Burgemeesters in oorlogstijd. Besturen onder Duitse bezetting (Amsterdam: Balans 2006), p. 116-122.

5.

Romijn, Peter, Burgemeesters in oorlogstijd, p. 443- 447.

6.

Bakker, Rob, Boekhouders van de Holocaust. Nederlandse ambtenaren en de collaboratie (Hilversum: Verbum 2020), p. 54-55, 443-444, 452-453. Zie ook: Romijn, Peter, Burgemeesters in oorlogstijd, p. 453-454.

7.

Tammes, Peter, ‘Nederlandse burgemeesters en de vervolging van joden’, in: Henk Flap en Marnix Croes (reds), Wat toeval leek te zijn maar niet was. De organisatie van de jodenvervolging in Nederland (Amsterdam: Het Spinhuis, 2001), p. 69-95. Er waren 1050 gemeenten in mei 1941. Zie ook: Romijn, Peter, Burgemeesters in oorlogstijd., p. 289-293.

8.

NL-ZtGAZ_1024-97, Notulen van de vergadering van den Gemeenteraad van Zeist, gehouden op 20 november 1946. Zie ook: Heleen bij ’t Vuur en Gerrit van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen (Zeist 2020), p. 576. Zie ook: Bal, Annemiek, Het Zeister verzet, p. 97-98, 106-108, 186-187.

9.

Zie voor de ledenlijst van het korps 1950: Het Utrechts Archief, toegang 1202, Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht 1920-1954, inv. nr 20. Zie ook: Bal, Annemiek, Het Zeister verzet, p. 35.

10.

Het weren van joden uit zwembaden en badplaatsen vóór de zomer van 1941 was een Anordnung van Rauter op basis van VO 20/1941, zie: Gemeentearchief Zeist, Gemeentebestuur Zeist, 1906-1945, toegang 1024, inventarisnummer 1541, Ambtelijke bekendmaking van de Commissaris-Generaal voor Openbare Veiligheid, d.d. 31 mei 1941. Zie voor VO 138: Presser, J., Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Amsterdam: Aspekt 1965/2005), deel I, p. 143-145.

11.

Zie voor de anti-joodse maatregelen: Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 24-32.

12.

Romijn, Peter, Burgemeesters in oorlogstijd, p. 428.

13.

Zie voor de anti-joodse maatregelen: Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 24-32.

14.

Rhoen, R.P.M., Zij zochten Adullam in Zeist. Overzicht van de joodse inwoners van de gemeente Zeist 1940-1945 (Rotterdam 2001), p. 7-12. Heleen bij ’t Vuur en Gerrit van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aange­ slopen (Zeist 2020), p. 3-6.

56

15.

Volgens een mail van oud-archivaris Pierre Rhoen van 7 april 2023 is het dossier met ariërverklaringen snel na de oorlog vernietigd.

16.

De woonadressen van deze mannen, resp. Regentesselaan 8 en Dalweg 13 zijn meegenomen in dit onderzoek maar waren geen joods bezit. Altmann werd overigens op 23 september 1942 gearresteerd in zijn woning en even vastgezet omdat hij zijn huis niet goed verduisterd had. Zie: NL-ZtGAZ 3500-202, melding 3082. Zie ook: Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 6.

17.

De eerste deportaties waren op 2 (katholieke joden), 19 en 24 augustus (joodse inwoners) en 16 september (joodse buitenlanders) geweest. Zie: Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 18-21. Voor de arrestaties van 16 september 1942, zie: NL-ZtGAZ_3500-201, bericht d.d. 15 september 1942 nummer F. 911/1942. Zie voor het verblijfsverbod in de provincie Utrecht: Katja Happe, Veel valse hoop, p. 233-234.

18.

R.P.M. Rhoen, Een joodse school te Zeist, 1942-1943, in: Oud-Utrecht, juli/augustus 1996, p. 86-90.

19.

Wat betreft het ontslag van joodse gemeenteambtenaren: hierover zijn geen stukken aangetroffen. Wel werd blijkens de naoorlogse notulen in 1941 een joodse onderwijzer ontslagen, M. van Staveren. Hij werkte aan de openbare lagere school aan de Bergweg. Hij kreeg na de oorlog rechtsherstel. Dat betekende dat hij, na een periode van wachtgeld, op 1 september 1946 zijn baan aan dezelfde school terugkreeg. Er was toen een vacature ontstaan waarvoor hij voorgedragen werd. Er was enige discussie in de raad over de vraag waarom het zo lang geduurd had en of van Staveren wel geschikt was. Kennelijk had hij toen gezondheidsproblemen. Omdat het rechtsherstel daar los van stond, hij had recht op rechtsherstel ongeacht zijn persoonlijke situatie van dat moment, werd hij in zijn functie hersteld en begon hij met een ziekteverlof van zes maanden. Zie: NL-ZtGAZ_1024-97, 1945-1946 voorstellen/notulen/verordeningen, notulen 1946, p. 76-78 en p. 131. Er is geen personeelsdossier aangetroffen van Van Staveren. Overigens was Van Staveren in 1941 voorgedragen om aan de joodse lagere school onderwijs te geven maar dat ging niet door (zie daarvoor het genoemde artikel van Rhoen). Volgens het boek over de open­ bare bibliotheek in de serie Zeist, Groei en Bouw was M. van Staveren tevens bestuurslid, secretaris, van de Openbare Bibliotheek en werd hij ook uit die functie ontheven.

Dit was een vrijwillige functie. De latere wethouder Johan Scheps verklaarde in een interview met de auteurs van het boek: “Hij kreeg van het gemeentebestuur een briefje dat hij ontslagen was”. Er is geen archiefmateriaal aangetroffen om deze uitspraak te kunnen onderbouwen maar volgens Mark Deckers was het heel goed mogelijk dat ontslag door de gemeente plaatsvond. Zie: Elvire Derks, Piet van Seeters, Jorien van der Sluijs en Flora de Vrijer, De Openbare Bibliotheek te Zeist. Zeist, Groei en Bouw (Zeist: Kerckebosch 1983), p. 95-96. Dora Nelly Belinfante werd ontslagen als assistent bij de Openbare Bibliotheek Zeist maar ze was als bibliotheekmedewerker niet in dienst van de gemeente. De openbare bibliotheken in Nederland waren privaat-rechterlijke verenigingen en werden gesubsidieerd door de gemeenten en door het rijk gezamenlijk. Onderzoeker Mark Deckers stelt dat de bibliotheken ‘geen echte overheid’ waren. Uit het gemeente­ archief van Zeist blijkt dat de Openbare Bibliotheek opende in 1912 als een vereniging met vanaf 1914 subsidie van de gemeente Zeist en het Rijk en later ook van de provincie. De subsidie van de gemeente werd in de loop der jaren steeds hoger. Zie: NL-ZtGAZ_1024-2291, Jaarverslagen van de vereniging Openbare Leeszaal en Bibliotheek. In de jaren 60 werd de vereniging omgezet in een gemeentelijke stichting en kreeg de gemeente veel meer zeggenschap.

Vanaf dat moment verlangde de gemeente inspraak in de benoeming van het personeel en werden de medewerkers van de bibliotheek officieel gemeenteambtenaren. Ook in die jaren verleenden provincie en rijk nog subsidie aan de bibliotheek maar het merendeel kwam van de gemeente. Zie: NL-ZtGAZ_1036-1569, Vaststellen van een verhoging van de subsidie voor de openbare bibliotheek. En: NL-ZtGAZ_1036-2880 (oud nummer 15199). Zie ook: Elvire Derks, Piet van Seeters, Jorien van der Sluijs en Flora de Vrijer, De Openbare Bibliotheek te Zeist. Zeist, Groei en Bouw (Zeist: Kerckebosch 1983), p. 55. Dit boek bevat ook foto’s waarop Dora Belinfante en M. van Staveren staan, zie p. 54 en 198. In zijn boek over ontslagen joodse bibliotheekmedewerkers, waaronder Dora Belinfante, stelt Mark Deckers dat bibliotheekmedewerkers werden ontslagen door het bestuur of directeur of door de gemeente als verantwoordelijke overheidslaag. Het is dus mogelijk dat Dora door de gemeente werd ontslagen, zelfs waarschijnlijk, zo deelde Deckers mij mondeling mede, al was ze niet bij de gemeente in dienst. Deckers schrijft dat over het ontslag van Dora verder weinig bekend is. Er is geen ontslagdocument aangetroffen.



57

Ontslagen joodse medewerkers kregen gedurende enige tijd wachtgeld uitgekeerd. In de begrotingen van de bibliotheek zien we dat bij Dora terug. Voor 1941 werd nog een salaris van ƒ 845 begroot. Een jaar later, na haar ontslag, is het een toelage van ƒ 720. Zie: NL-ZtGAZ_1024-2292, Stukken betreffende de exploitatierekeningen van de vereniging Openbare Leeszaal en Bibliotheek over 1922-1945. Als ontslagen medewerkers de oorlog overleefden, zoals Dora, hadden zij recht op rechtsherstel. Voor Dora betekende dat, dat ze weer in dienst van de Openbare Bibliotheek Zeist kwam. Dat was een financiële last voor de bibliotheek omdat die al lang iemand anders in dienst had genomen. Volgens Deckers zou Dora daarom dankbaar zijn geweest dat ze in 1946 bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag aan de slag kon. Overigens was ze na haar ontslag in 1940 of begin 1941 weer naar Den Haag verhuisd. Zie: Mark Deckers, Geruisloos verdwenen uit de bibliotheekgeschiedenis. Het lot van de ontslagen Joodse bibliotheekmedewerkers (Walburgpers: Zutphen 2022), p. 14-23, 29 en 43. 20.

Er is wel een circulaire in het archief van de Gemeentearchivaris, toegang 1066, aangetroffen. De circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, d.d. 3 juli 1941, stelt dat de burgemeester verantwoordelijk was voor het stempelen van een zwarte J in de persoonsbewijzen van joodse inwoners. Zie: NL-ZtGAZ_1024-38. Zie ook: NL-ZtGAZ_1044-186, brief van de burgemeester van Utrecht aan de burgemeester van Zeist over de instructiebijeenkomst om vingerafdrukken te nemen, d.d. 25 februari 1941. Zie ook een instructie in: NL-ZtGAZ_1066-38.

21.

Verordnungsblatt für die besetzten Niederländischen Gebiete Jahr 1941, p. 658.

22.

Vos, Maarten-Jan en Serge ter Braake, Rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog van geroofd Joods onroerend goed. Inzicht in een administratief proces (Amsterdam: Boom 2013), p. 21-24. Zie ook: Piersma, Hinke en Jeroen Kemperman, Openstaande rekeningen. De gemeente Amsterdam en de gevolgen van roof en rechtsherstel, 1940-1950 (Amsterdam: Boom 2015), p. 76-83. Zie ook: Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 24 en 33-38.

23.

Schütz, Raymund, Kille mist. Het Nederlandse notariaat en de erfenis van de oorlog (Amsterdam: Boom 2016). p. 242-246.

24.

Piersma en Kemperman, Openstaande rekeningen, p. 66-69. Zie ook: Eric Slot, ‘Crimineel vastgoedcircuit verdiende grof geld aan de Jodenvervolging,’ Historisch Nieuwsblad, nr. 9/2008. Zie ook: Schütz, Raymund, Kille mist, p. 266-269 en 274-282. Zie ook: Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 48-56.

25.

Schütz, Raymund, Kille mist, p. 246-248.

26.

Schütz, Raymund, Kille mist, p. 254 en 262-263. Huurwoningen werden trouwens ook bezet door nieuwe eigenaren, net als bedrijfspanden. Deze werden of verkocht of gebruikt door een nieuwe niet-joodse eigenaar van het bedrijf. Huurpanden en bedrijfspanden vallen buiten het bestek van dit onderzoek.

27.

Blauw, Maili, Roof en rechtsherstel in Haarlem. Vastgoed uit joods bezit en de rol van de gemeente tijdens de bezetting en de naoorlogse jaren (rapportage december 2021), p. 15.

28.

Vos, Maarten-Jan en Serge ter Braake, Rechtsherstel, p. 13-20. Zie ook: Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p.33. De dossiers van verkochte landbouwgronden zitten in: Nationaal Archief, Den Haag, Directie van de Landbouw: Afdeling Grondzaken en Pachtzaken, nummer toegang 2.11.08.01, inv. nr. 118. Er zijn in dit dossier geen landbouwgronden uit de gemeente Zeist aangetroffen.

29.

Vos, Maarten-Jan en Serge ter Braake, Rechtsherstel, p. 43-44.

30.

Die akten worden bij het kadaster minuutakten genoemd. In het Nationaal Archief zijn de akten terug te vinden in toegang 2.09.48, inventaris nummers 786-919. Daar heten ze geschillendossiers.

31.

Schütz, Raymund, Kille mist, p. 376-383. Zie ook: Piersma, Hinke en Jeroen Kemperman, Openstaande rekeningen, p. 132-134.

32.

Nationaal Archief, Den Haag, Raad voor het Rechtsherstel, nummer toegang 2.09.48.

33.

Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 95-102, 117-118, 130.

34.

Soms moest de joodse eigenaar ook de hypotheek betalen die de oorlogskoper had afgelost. De geschiedenis van het herstel van hypotheken en de roof van particuliere joodse hypotheken wordt in dit onderzoek summier behandeld. Wat betreft straat- en rioolbelasting zijn voor dit onderzoek in het gemeentearchief bronnen bestudeerd die mogelijk iets konden prijsgeven over naheffingen. We hebben het dan over de index op geheime vergaderingen van de gemeenteraad, gemeentelijke verordeningen op weg- en rioolbelasting, begrotingen en jaarrekeningen 1946 en 1947 met bijlagen, stukken met wijzigingen op de begrotingen en vergaderingen

58

van de financiële commissie. Deze zijn bestudeerd over de naoorlogse jaren. De belastingaanslagen werden bijgehouden in kohieren. Belastingkohieren over de periode 1945-1950 zijn niet gevonden en zijn waarschijnlijk regulier vernietigd. De volgende dossiers zijn bestudeerd: NL-ZtGAZ_1024: 1509 en 1510. NL-ZtGAZ_1036: 71, 402, 407, 408, 409, 428, 429. 35.

Vos, Maarten-Jan en Serge ter Braake, Rechtsherstel, p. 28-30. Zie ook: Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 95-102, 117-118, 128-130. In akten van rechtsherstel is soms ook sprake van het registratierecht. Dat is de overheidsbelasting die bij aankoop van vastgoed werd geheven. Er is soms sprake van een vordering op de Staat tot teruggave van het registratierecht dat bij de oorlogskoop was betaald. Maar deze vordering zie je niet in alle akten terug. Zie: Schütz, Raymund, Kille mist, p. 249-250.

36.

Nationaal Archief, Den Haag, Raad voor het Rechtsherstel, nummer toegang 2.09.48, inv. nr. 888, aangiftnr. S 12912, p. 3.

37.

Piersma en Kemperman, Openstaande rekeningen, p. 110.

38.

Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 105-109, 124, 128.

39.

Vos, Maarten-Jan en Serge ter Braake, Rechtsherstel, p. 29-30. Zie ook: Schütz, Raymund, Kille mist, p. 375-376.

40.

Vos, Maarten-Jan en Serge ter Braake, Rechtsherstel, p. 43-44.

41.

Rijsselt, René van, Erik van Rijsselt en Marjolein Vlieks, Onvoltooid verleden. Ontrechting en rechtsherstel van Joodse inwoners in de gemeenten Maastricht, Amby en Heer (z.p., 2023), p. 42. Zie ook: Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 100-101.

42.

Slaa, Robin te, ‘Daar dit een immorele aanslag is’, p. 152 en 173-185. Zie ook: Roof en rechtsherstel (Rapportage Historisch Centrum Leeuwarden, 2021), p. 20-24. Zie ook: Duijvendak, Maarten en Stefan van der Poel, Lege plekken. Ontvreemding van Joods vastgoed en rechtsherstel in de gemeente Groningen (1940-1955), (Onderzoeksrapport Rijksuniversiteit Groningen: november 2021), p. 15, 19. In Zeist lijkt erfpacht geen thema te zijn geweest. De percelen uit de Verkaufsbücher waren geen erfpacht en in de inventaris van het gemeentearchief is alleen sprake van erfpacht voor niet-private partijen.

43.

Nationaal Archief, Verkaufsbücher mei 2019, https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/open-data/ open-data-indexen.

44.

Dit is gebaseerd op de Verkaufsbücher. Daarvan ontbreekt het eerste deel dus dat kan een iets vertekend beeld geven.

45.

https://labs.kadaster.nl/stories/verkaufsbucher/index.html geraadpleegd op 8 mei 2023. Voor de omrekening is een rekentool van het IISG gebruikt, zie: https://iisg.amsterdam/nl/onderzoek/projecten/ hpw/calculate.php geraadpleegd op 8 mei 2023.

46.

https://pointer.kro-ncrv.nl/ruim-70-gemeenten-doen-onderzoek-naar-roofhandel-van-joods-vastgoed geraadpleegd op 27 juni 2022.

47.

Gemeentearchief Zeist, Gemeentebestuur Zeist, 1906-1945, toegang 1024, inventarisnummers 35, 96, 97. Zie voor aankopen de inv. nrs. 223-270 en 2401. Er zijn wel onteigeningen van een gebied voor woningbouw vanaf 1941. Dat zijn 5 dossiers met de inventarisnummers 250-254. Daar zaten geen joodse percelen bij. Zie ook: NL-ZtGAZ_1036-71. Ook zijn de bouwdossiers bestudeerd van de adressen uit de bijlage. Daarnaast is er een lijst van onteigeningen door de gemeente Zeist in 1941. Ook daarbij geen joods bezit. Zie: NL-ZtGAZ_1024-250. Afgezien van de handel in joods vastgoed, is er nog een dossier bij Het Utrechts Archief waarin opgave wordt gedaan van aankopen van vastgoed door joden in de periode 1 januari 1941 tot 15 juli 1941. De gemeenten moesten bij de provincie opgeven welke joden vastgoed hadden gekocht in hun gemeente in de genoemde periode. Mij als onderzoeker was deze opgaaf onbekend, ik ken er ook geen literatuur over, maar deze speelt in de periode voorafgaand aan VO 154, in de periode dat de VO werd opgesteld. De commissaris van de provincie vroeg dit in opdracht van de Beauftragte van de provincie en de opgave moest verstuurd worden aan de Sipo/SD in Utrecht aan de Maliebaan. De Beauftragte was een toezichthouder van Rijkscommissaris Seyss-Inquart, per provincie benoemd.

De Beauftragte handelde in opdracht van Seyss-Inquart wat het waarschijnlijker maakt dat de opgave samenhing met VO 154. Mogelijk werd deze opgave nodig geacht omdat het kadaster een jaar achterloopt met het verwerken van transacties. Daarmee zou de bezetter het joodse vastgoed aangekocht in 1941 niet in beeld hebben en probeerde men dat zo te ondervangen. De opgave werd verstrekt door Zeist op 17 juli 1941: er waren geen percelen door joden



59

gekocht in de genoemde periode. De brief is ondertekend door de loco-burgemeester van Zeist, J. Lammerts van Bueren. Hij was toen kennelijk locoburgemeester. Zie: Het Utrechts Archief, toegang 1202, Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht 1920-1954, inv. nr. 214. De brief bevindt zich ook in het gemeentearchief, zie: NL-ZtGAZ_1024-1541. Dit onderzoek gaat verder niet in op de vordering van panden, joods en niet-joods, door de bezetter volgens VO 144/1940. Dit maakte geen deel uit van de onderzoeksvraag. 48.

Kadastrale gemeente Zeist, leggerartikel 3681. Direct na de bevrijding was hier een noodziekenhuis met de naam Carpe Diem gevestigd. Het is onduidelijk of dit in overleg met de nabestaanden van Enthoven is gebeurd of dat het huis gevorderd was en of daar een vergoeding voor werd betaald. Er is geen beheersdossier op naam van Enthoven en er zijn geen stukken over naoorlogse vorderingen aangetroffen in het gemeentearchief. Op een lijst van “Groote gebouwen in de Gemeente Zeist”, staat de Baarnseweg 6, Den Dolder, onder de naam Carpe Diem, zie: Het Utrechts Archief, toegang 1136, Militair Gezag, inv. nr. 454, p. 64.

49.

De Breul en Oud-Zandbergen werden gevorderd door de Lufwaffe en de Weermacht. Ze staan op een lijst van gevorderde gebouwen in Zeist van de hand van oud-archivaris Pierre Rhoen. Oud-Zandbergen staat ook op een lijst bij het Utrechts Archief van gevorderde panden door de Weermacht, zie: Het Utrechts Archief, toegang 1136, Militair Gezag, inv. nr. 454, p. 63. Het herstellingsoord voor joodse kinderen Bethesda, Baarnseweg 58/Paltzerweg 210 in Den Dolder, staat ook op deze lijst van het MG. Dit was joods bezit en werd in de oorlog niet verkocht. Het was eigendom van het Centraal Israëlitisch Weeshuis in Nederland te Utrecht en vanaf 1962 van Joods Maatschappelijk Werk. JMW verkocht het pand in 1973. Zie: kadastrale gemeente Zeist, leggerartikelen 3147, 17863 en 17933. Er is geen beheersdossier op naam van deze stichting of op naam van JMW. Het pand staat niet op de lijst van Rhoen. Een ander pand in joods bezit dat niet is meegenomen in dit onderzoek is Huydecoperweg 6b van de Duitse jood Max Mendel. Het was niet geroofd want hij had het in een soort gentlemens agreement in 1940 gekocht voor ene Hervé Christien Grossniklaus met de afspraak dat hij het na de bevrijding kon kopen van hem. Dat gebeurde ook. Dit ging geheel buiten de gemeente Zeist of de Duitse roofinstanties om. Een dergelijke afspraak hadden ze ook gemaakt over het bedrijf van Mendel.

Zie: NL-ZtGAZ_3500-319, proces-verbaal Mendel- Grossniklaus. Saillant is dat Mendel wel een beheersdossier heeft, terwijl hij de oorlog in onderduik overleefd had. Hij werd als vijand onder beheer gesteld omdat hij Duitser was. Hij naturaliseerde in 1947 tot Nederlander en kreeg een zogenaamde no-enemy verklaring. Daarmee werd het beheer door het NBI opgeheven. Zie: NL-HaNA, Ned. Beheersinstituut / Beheersdossiers, 2.09.16.10, inv. nr. 125424 en toegang 2.09.16.10, inv. nr. 3989, PE54-4438 en toegang 2.09.16.05, inv. nr. 5567, WFV-834a. Zie ook: kadastrale gemeente Zeist, leggerartikelen 10205 en 11639.

50.

Het Utrechts Archief, toegang 825, Nederlandsch Israëlitische gemeente te Utrecht, inventarisnummer 211, Kohieren van de hoofdelijke omslag, 1935-1943. Voor het onderzoek van de adressen op joods bezit is gebruik gemaakt van het kadaster, de woningkaarten en de bouwdossiers.

51.

NL-HaNA, Ned. Beheersinstituut / Beheersdossiers, 2.09.16.02, inv. nr. 42368.

52.

Nationaal Archief, Raad voor het Rechtsherstel, nummer toegang 2.09.48, inv. nr. 791, aangiftenummer S 657.

53.

Nationaal Archief, Raad voor het Rechtsherstel, nummer toegang 2.09.48, inv. nr. 791, aangiftenummer S 617.

54.

NL-ZtGAZ_3500-320, proces-verbalen uit 1945. Verklaring van Rolf Benedictus Zondervan, d.d. 23 juli 1945, p. 5. Het adres komt niet voor in het archief NIOD toegang 093a, Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, inv. nr. 79, of in Het Utrechts Archief, toegang 1202, Opgaven van burgemeesters in de provincie van de ontruiming van woningen en inventarisatie van inboedels van joodse eigenaren, 1942-1943, inv. nrs. 219-221.

55.

Nationaal Archief, Raad voor het Rechtsherstel, nummer toegang 2.09.48, inv. nr. 867, aangiftenummer S 10478. Zie ook: kadastrale gemeente Zeist, leggerart. 9080. Dat is het artikel van Van de Blankevoort. Er blijkt niet uit dat hij nog meer joods vastgoed kocht. Wel dat hij in de oorlogsjaren veel vastgoed kocht en verkocht.

56.

Nationaal Archief, Raad voor het Rechtsherstel, nummer toegang 2.09.48, inv. nr. 883, aangiftenummer S 12648, p. 3. Zie ook: NL-ZtGAZ_1024, woningkaart Veldheimlaan 35.

57.

Nationaal Archief, Raad voor het Rechtsherstel, nummer toegang 2.09.48, inv. nr. 883, aangiftenummer S 12648. Er is geen beheersdossier aangetroffen op naam van Gerardus Jozef Maria Neesen in NL-HaNA, Ned. Beheersinstituut / Beheersdossiers, 2.09.16.11.

60

58.

NL-HaNA, Ned. Beheersinstituut / Beheersdossiers, 2.09.16.09, inv. nrs. 111391-111393. Zijn NBI dossier bevat een smeekbede van zijn vrouw aan de Koningin om hem vrij te laten omdat het gezin anders te gronde zou gaan. Zie voor de akte: NL-HaNA, Rechtsherstel, 2.09.48, inv. nr. 888, aangiftenummer S12912. Zie voor café Stadtschänke: Regenhardt, Jan Willem, In de schaduw van de Dom. Overleven in de stad van de NSB (Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen 2002), p. 62.

59.

NL-HaNA, Ned. Beheersinstituut / Beheersdossiers, 2.09.16.17, inv. nr. 198053, briefkaart van Th. J. Koetser aan de Binnenlandse Strijdkrachten Zeist, d.d. 27 juni 1945.

60.

Voor rechtsherstel zie: Nationaal Archief, Raad voor het Rechtsherstel, nummer toegang 2.09.48, inv. nr. 810, aangiftenummer S 514. Zie voor de beheersdossiers: NL-HaNA, Ned. Beheersinstituut / Beheersdossiers, 2.09.16.17, inv. nr. 198053 (Zorn) en toegang 2.09.16.08, inv. nr. 109617 (Koetser).

61.

Zie voor de aankoop door Engelsman: Gemeentearchief Zeist, Gemeentebestuur Zeist, 1906-1945, toegang 1024, inventarisnummer 2675, rekeningen Grondbedrijf Zeist, 1940-1944.

62.

NL-HaNA, Rechtsherstel, 2.09.48, inv. nr. 919 aangiftenummer S19070, brief van Eva Maria Nieuwland, niet ondertekend, aan de Heer Mr. I.S. de Vries, d.d. 9 maart 1952.

63.

NL-HaNA, Rechtsherstel, 2.09.48, inv. nr. 919 aangiftenummer S19070, brief van de gedelegeerde aan de Heer Mr. I.S. de Vries, d.d. 9 september 1953.

64.

NL-HaNA, Rechtsherstel, 2.09.48, inv. nr. 919 aangiftenummer S19070, Besluit no. 138, Regeling inzake het rechtsherstelgeschil S19070, d.d. 28 januari 1954.

65.

NL-HaNA, Rechtsherstel, 2.09.48, inv. nr. 919 aangiftenummer S19070, verslag van de gedelegeerde z.d

66.

NL-HaNA, Rechtsherstel, 2.09.48, inv. nr. 919 aangiftenummer S19070, brief van de gedelegeerde aan de Heer Mr. I.S. de Vries, d.d. 9 september 1953. Zie ook: kadastrale gemeente Zeist, leggerartikelen 10845, 10868, 7574/23, 11503. Zie ook: akte kadaster kantoor Amersfoort deel 1103 nummer 138.

67.

NL-HaNA, Rechtsherstel, 2.09.48, inv. nr. 883 aangiftenummer S12397.

68.

NL-HaNA, Rechtsherstel, 2.09.48, inv. nr. 910 aangiftenummer S15918.

69.

Een aanvulling over een verwant onderwerp dat verder niet onderzocht is: woningen die door joden gehuurd werden. Er is gekeken of de gemeentelijke Woningdienst woningen joodse huurders. Daarvoor zijn lijsten van het woningbezit uit 1942-43 vergeleken met de joodse woonadressen op de lijst van joodse ingezetenen. Er waren geen overeenkomsten. Uit de lijst bleek dat de gemeente in 1942-1943 394 woningen verhuurde. De adressen staan in het overzicht van de Woningdienst. Ook is er een jaarverslag van dat dienstjaar bekeken. Daarin geen verwijzing naar joodse huurders of naar het feit dat woningen ineens leeg kwamen te staan. Dat komt overeen met het feit dat de gemeente geen joodse huurders had. Alleen voor de direct naoorlogse periode is er een match: Jütte Langer en Hugo Altmann woonden in juli 1945 aan Panweg 2 in een huis van de gemeente. Zie: NL-ZtGAZ_1024-845, Verslagen Woningdienst 1940-1945, Bijlage II, behoorende bij den bedrijfsrekening van den Woningdienst over 1942-1943. En: Verslag van den Woningdienst 1942/1943. Zie ook: NL-ZtGAZ_1024-2688, Begrotingen en rekeningen met bijlagen van de Woningdienst 1939-1944.

Een ander punt is: hoe kwamen teruggekeerde joden na de oorlog aan woningen als zij in huurwoningen hadden gewoond voor hun deportatie of onderduik? In de meeste gevallen waren hun woningen dan weg en klopten zij waarschijnlijk bij de gemeente aan voor een woning. Mogelijk kwamen Langer en Altmann zo aan hun huurwoning van de gemeente. We kunnen dit voor hen en voor anderen echter niet reconstrueren want er zijn geen stukken over woningtoewijzing aangetroffen in het archief. Waarschijnlijk hield de woningcommissie zich hier mee bezig maar de vergaderingen van die commissie vanaf 1946 geven hier geen inzicht in. Volgens het jaarverslag 1945 van Nederlands Volksherstel Zeist, een landelijke hulporganisatie met lokale afdelingen, opgericht als overkoepelend orgaan voor hulpverlening, klopten daar wel joden aan voor huisvesting. Het verslag geeft niet aan of daarin ook werd voorzien door NVH. Wel verstrekte NVH uitkeringen aan gerepatrieerden, ‘Joodsche gevallen’ en onderduikers in 1945 ter hoogte van f 5536,90. Zie voor de woningcommissie: NL-ZtGAZ_1036-659, Notulen van de vergaderingen van de Woningcommissie. Zie voor NVH: NL-ZtGAZ_1036-1389, Dossier inzake de instelling en de liquidatie van het Vertrouwenscollege van het Nederlands Volksherstel, afdeling Zeist, Verslag van het Plaatselijk Bureau van Nederlands Volks­ herstel, p. 5 en 12.

70.

Bakker, Rob, Boekhouders van de Holocaust, p. 193-249. Zie ook: Frijtag Drabbe Künzel, Geraldien von, Het geval Calmeyer (Amsterdam: Mets & Schilt 2008), p. 84-93. Zie ook: Tammes, Peter, ‘Nederlandse



61

burgemeesters en de vervolging van joden’, in: Henk Flap en Marnix Croes (reds), Wat toeval leek te zijn maar niet was. De organisatie van de jodenvervolging in Nederland (Amsterdam: Het Spinhuis, 2001), p. 69-95, aldaar 81-85. Zie ook: Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 6. 71.

Een vergelijkbare procedure deed zich later voor met de ontvangstbewijzen die werden ingenomen bij de uitreiking van het PB, zie Bakker p. 228-229.

72.

Bakker, Rob, Boekhouders van de Holocaust, p. 241-246.

73.

Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 6. Zie ook: Zeister Courant, 8 februari 1941, p. 2.

74.

Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 215, Opgaven van burgemeesters in de provincie van per 1 juni 1941 in de gemeente wonende joden, onderscheiden naar nationaliteit, 1941. Zie ook de instructie van de Commissaris over wie er precies joods zijn, d.d. 9 juni 1941. Volgens een telling van Gerrit van der Vorst staan op de lijst 12 gemengd gehuwden, 32 joden die in instellingen woonden, 41 joden die al voor de oorlog in Zeist woonden, 27 joden die na de Duitse inval naar Zeist verhuisden en 117 vluchtelingen uit Duitsland/Oostenrijk. Er zijn ook lijsten van 25 november 1941 en 19 september 1942 in het gemeente­ archief, zie: NL-ZtGAZ_1024-1541. Zie ook: Rhoen, R.P.M., Zij zochten Adullam in Zeist. p. 18-19. Het dossier van gemeentearchivaris R.P.M. (Pierre) Rhoen, 1988-2015, Publicaties van R.P.M. Rhoen, [1987] 1991-2014, toegang 1066, nummer 64, bevat gegevens over joodse inwoners van Zeist en correspondentie in het kader van de publicatie. Zie ook: Het Utrechts Archief, toegang 1202, Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht 1920-1954, inv. nrs. 657-662. Dit zijn verzoeken tot vestiging aan de Commissaris vanaf april 1941. Joden vroegen toestemming omdat na 1 maart 1941 joden zich niet meer in de provincie Utrecht mochten vestigen op last van de Beauftragte.

Deze namen werden dus niet geregistreerd in februari 1941 omdat die mensen zich na die tijd nog in Zeist vestigden. Ze staan wel op de lijst met joodse ingezetenen. In de meeste gevallen werd toestemming verleend. Maar er is ook een afwijzing zonder opgaaf van redenen: “In antwoord op Uw brief (..) deel ik U mede dat niet kan worden toegestaan dat de patiënte Albine Jäger-Hoch, die op het oogenblik wordt verpleegd in het Apeldoornsche Bosch te Apeldoorn, in de gemeente Zeist verblijf houdt (inv. nr. 661)”. De namen werden ook toegevoegd aan het dossier met de opgave van burgmeesters van juni 1941, zie: Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 215. Dit archief bevat overigens wel een vorm van protest door de burgemeester van Utrecht tegen deze onwettige maatregel: de Nederlandse wet voorzag niet in het weigeren van inschrijving in een gemeente als aan alle wettelijke en administratieve vereisten was voldaan en de burgemeester zag dus geen gronden om deze joden te weigeren. Hij riep op tot een landelijke regeling (inv. nr. 659). Zie: Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nrs. 657-662. Zie voor het verbod ook: NL-ZtGAZ_3500-138, melding 862.

75.

Statistiek der bevolking van joodschen bloede in Nederland samengesteld door de rijksinspectie van de bevolkingsregisters aan de hand van de formulieren van aanmelding ingevolge verordening no. 6/1941 van den rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, tabel I. Zie ook: Rhoen, R.P.M., Zij zochten Adullam in Zeist. p. 18-19. De lijst die gemeenten aan de vooravond van de deportaties moesten inleveren, voor 15 juli, is voor Zeist niet aangetroffen in het Gemeentearchief of in Het Utrechts Archief. Zie ook: Marnix Croes en Peter Tammes, ‘Gif laten wij niet voortbestaan’. Een onderzoek naar de overlevingskansen van joden in Nederlandse gemeenten, 1940-1945 (Amsterdam: Aksant 2004), p. 34.

76.

Moore, Bob, Slachtoffers en overlevenden, p. 124.

77.

Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 213, Opgaven van burgemeesters in de provincie van het verblijf van joden in ziekenhuizen en verpleeginrichtingen, 1941. Deze lijsten zijn van 4 december 1942. Zie ook inv. nr. 220. Dat dossier bevat een uitbreiding van de oorspronkelijke lijst van de Willem Arntszhoeve met 24 extra namen omdat het bevolkingsregister een jaar achterliep. De Commissaris had om die extra lijst gevraagd. De tweede lijst is van 1 januari 1943. Vergeleken met de lijst van 4 december was er ook een naam verdwenen: Duifje Aluin was op 7 december 1942 overleden. Als we de lijst van 1 januari 1943 vergelijken met de bijlage in het boek Vergeten slachtoffers blijkt dat bij de eerste razzia in de WA hoeve op 2-3 februari 1943 17 joden zijn opgepakt en vermoord. De bijlage bevat 15 namen die niet op de lijst van 1 januari 1943 staan. Dat waren mogelijk onderduikers die dus niet in het

62

bevolkingsregister geregistreerd stonden of patiënten die nog niet in het bevolkingsregister stonden of patiënten die in januari uit Santpoort gearriveerd waren. Het kan ook dat er vrijwillige sanatorium patiënten bijzaten die niet in het bevolkingsregister ingeschreven stonden. Het verschil is waarschijnlijk een combi­ natie van deze gevallen. De joden die bij de razzia op 27 november gearresteerd werden, waren voor een groot deel wel officiële patiënten. In ieder geval staan 12 van de 14 namen op de registratie lijst van 1 januari 1943. Ook de vier gearresteerde joden bij de inval van 13 december 1943 staan op de lijst van 1 januari. Die lijst van 1 januari bevat op zijn beurt weer 25 namen die niet in de bijlage staan, dus joodse patiënten die tijdens deze drie razzia’s niet gearresteerd werden. Een aantal namen staan wel op het digitaal Joods Monument dus deze mensen werden op andere momenten gearresteerd. Dit is niet onderzocht in dit onderzoek. Zie: Gietema, Marco en Cecile aan de Stegge, Vergeten slachtoffers. Psychiatrische inrichting de Willem Arntsz Hoeve in de Tweede Wereldoorlog (Boom: Amsterdam 2017), p. 114-125, 141-147, 248-251. Bethesda ontbreekt bij alle opgaven. Mogelijk zaten daar toen geen joodse kinderen omdat het pand gevorderd was door de bezetter. Zie noot 49. 78.

NL-ZtGAZ_1024-1541, telegram 601 van de Procureur-Generaal Versteeg aan de Burgemeester van Zeist, d.d. 20 maart 1942. Zie ook: Gerritse, Theo, Rauter, p. 220. Zie ook: Aalders, Gerard, Roof, p. 232.

79.

Aalders, Gerard, Roof, p. 232.

80.

Aalders, Gerard, Roof, p. 229-237.

81.

NL-ZtGAZ_1024-1541, Circulaire van Commissaris van de Provincie Utrecht, d.d. 28 november 1942.

82.

NL-ZtGAZ_1024-1541, brief van de burgemeester van Zeist aan de Commissaris der Provincie Utrecht, d.d. 1 december 1942.

83.

Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 220, brief van de burgemeester van Zeist aan de Commissaris der Provincie Utrecht, d.d. 23 november 1942.

84.

Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 219, brief van de Commissaris van Politie met bijgevoegde lijsten, d.d. 3 februari 1943. En: circulaire van de Commissaris, d.d. 27 januari 1943. Prüfer staat niet op de lijst met joodse ingezetenen of in het adresboek van 1942 of op het Joods Monument. Wel staat hij op de lijst van 23 juni 1941 met de vermelding dat hij niet ingeschreven staat in het bevolkingsregister van Zeist. Verder staan de volgende adressen op de lijst van 3 februari: Prof. Spronkclaan 32 en 28, Steniaweg 12, Laan van Cattenbroek 58, Regentesselaan 8, Waterigeweg 31, R. Visscherlaan 3 en 56, Bergweg 66, Choisyweg 3, Traaijweg 2, Verl. Slotlaan 125, Platolaan 68 en Acacialaan 18.

85.

ZtGAZ_3500-243,dossier III, melding 2795 (?), brief Orpo d.d. 16 juli 1943.

86.

Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 221, circulaire van de Commissaris der Provincie Utrecht, d.d. 22 april 1943.

87.

Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 221, antwoord van de burgemeester van Zeist met kenmerk nr. 302-109, d.d. 30 april 1943. Uit het archief van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg blijkt dat de ERR Vondellaan 1 en Prof Lorentzlaan 62 (62 huis genoemd) leeghaalde. Zie: NIOD toegang 093a, Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, inv. nr. 79, pdf pagina’s 149, 150 en 191.

88.

Die waren op 2, 19 en 24 augustus en 16 september geweest. Zie: Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 18-21. Zie voor een melding over 24 september ook: NL-ZtGAZ_3500-202, melding 3141.

89.

NIOD toegang 093a, Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, inv. nr. 79, pdf pagina’s 117-192, p. 171 en 172. De eigenaresse van Sibiriëweg 57 beklaagde zich bij de politie dat de kamer van Hegt verzegeld was terwijl er ook spullen van haar in stonden. Zie: NL-ZtGAZ_3500-202, melding 3141, brief M.C. van de Hoeven, d.d. 19 augustus 1942. De Siberiëweg was eigenlijk de Julianalaan. Zie: https://www.geheugenvanzeist.nl/ articles/straatnamen-i-en-j/#juliana geraadpleegd op 12 maart 2024.

90.

Belinfante, Danzig (de rest van de inboedel was van de niet-joodse verhuurster), Hegt, Schrijver en de Jong staan in de lijst met joodse ingezetenen en Schrijver, Danzig, Hegt staan ook in het adresboek 1941.

91.

NL-ZtGAZ_3500-202, Ingekomen stukken en kopieën van uitgegane stukken bij en van de commissaris en processen-verbaal en rapporten.

92.

NIOD toegang 093a, inv. nr. 79, p. 165.

93.

NL-ZtGAZ 3500-174, melding 3523, rapport d.d. 23 oktober 1942.

94.

Zie voor de melding over Meerdinklaan 16: NIOD toegang 093a, inv. nr. 79, p. 158. Volgens deze melding



63

woonde er toen iemand genaamd Breekman. Ik neem aan dat het om een fout gaat. De naam komt niet voor op het Joods Monument of in de cartotheek van de Joodse Raad. Voor de telefoonaansluiting zie: NL-ZtGAZ_3500-202, melding 3140. En: NL-ZtGAZ 3500-193, melding 2828 en 2834. Zie ook: NL-ZtGAZ_1024, woningkaart Meerdinklaan 16. 95.

NIOD toegang 093a, Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, inv. nr. 79, pdf pagina’s 117-192. Onder de namen van de mannen die de woningen bezochten en de boedellijsten opmaakten zien we namen terug van mannen die ook bij de Colonne Henneicke werkten. De boedellijsten van de ERR overlappen maar voor een klein deel met die van de burgemeester uit februari 1943. Overlappende adressen: Steniaweg 12 en Roemer Visscherlaan 56. Zo zijn er dus 46 adressen uit het ERR archief (eigenlijk 47 maar Amersfoortseweg 18 van Robert May werd niet leeggehaald volgens de melding in het ERR archief ), plus 14 adressen uit het archief van de Beauftragte en een adres dat uitstel had (Platolaan 30) en waarvan twee adressen en Platolaan 30 overlappen. En dan nog vier adressen uit het politie archief, in totaal dus: 62 adressen. Bij deze adressen staat, naast de bewoner, soms de eigenaar vermeld. Hierbij zijn geen nieuwe joodse eigenaren aangetroffen. De woning van Paul May, De Breul, werd ook leeggehaald. De woning komt niet voor op de lijsten van de gemeente of in de boedelinventarissen van de ERR. Maar in het archief van de ERR bevindt zich wel correspondentie over het veilen van kunst van May en vervolgens het afvoeren van de boeken van May.

Zie daarvoor een uitgebreid artikel op het joods monument: https://www.joodsmonument.nl/nl/ page/391395/paul-may-en-de-einsatzstab-reichsleiter-rosenberg geraadpleegd op 17 mei 2023. Zie ook: NIOD toegang 093a, Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, inv. nr. 54, pdf pagina’s 90-109. Er is geen beheersdossier op naam van Paul May.

96.

NL-ZtGAZ_9036, Zeist tijdens de Tweede Wereldoorlog, Documentatie, doos 229/01, map 225, Verklaring van expeditie onderneming ‘Rapide’, d.d. 7 september 1942.

97.

Zie voor Platolaan 12: NL-ZtGAZ_9036, Zeist tijdens de Tweede Wereldoorlog, Documentatie, doos 229/01, map 225, dagrapport politie, d.d. 30 juli 1942. Voor melding over Sproncklaan 16, brief van de commissaris van politie, d.d. 3 september 1942 en proces-verbaal, d.d. 2 september 1942. Origineel: NL-ZtGAZ_3500-193, melding 2832. Zie ook: Verklaring overgenomen van de expeditie-onderneming “Rapide” te Zeist, d.d. 7 september 1942. Uit alle meldingen blijkt dat de woningen geen joods bezit waren behalve uit die van Sproncklaan 16. Die is in het kadaster nagekeken en bleek geen joods bezit te zijn, zie: kadastrale gemeente Zeist, legger­ artikel 10087.

98.

NL-ZtGAZ_9036, Zeist tijdens de Tweede Wereldoorlog, Documentatie, doos 229/01, map 225, kopie van het dagrapport van donderdag 30 juli 1942. Zie ook: Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 17.

99.

Bakker, Rob, Boekhouders van de Holocaust, p. 448-449. Waarschijnlijk werden de kosten later terugbetaald. Ze staan echter niet op een naoorlogs overzicht van bezettingskosten die nog terugbetaald moesten worden. Zie: NL-ZtGAZ_1036-1851, opgave geleden schade tijdens de bezetting aan de vertegenwoordiger van de provincie Utrecht in de Rijkscommissie van Advies inzake bijdragen wederopbouw publiekrechtelijke lichamen, d.d. maart 1946. Ook op een ander overzicht getiteld Oorlogsschade uit 1947, staan geen kosten die met joden of de Jodenvervolging te maken hadden. Er zijn ook geen kosten aangetroffen in de jaarrekeningen van 1942 en 1943 (NL-ZtGAZ-1024-604-625) of in het nog niet geïnventariseerde archief van de Dienst Openbare Werken, toegang 1044. Zie ook: circulaire van de Commissaris der Provincie Utrecht, d.d. 22 november 1943. Wel zijn er kosten bekend van de joodse school. Die had de gemeente f 814,94 gekost. Zie: NL-ZtGAZ_1036-409. Een andere berekening over de kosten van de joodse school stelt het bedrag op f 701,53. In ieder geval werd dat bedrag in 1950 door het rijk gerestitueerd aan de gemeente Zeist. Zie: NL-ZtGAZ_1036-1524, Dossier inzake het ontvangen van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van een vergoeding voor de gemaakte kosten ten behoeve van de Joodse school in de bezettingstijd.

100. NL-ZtGAZ_1024-1541, circulaire Inlevering van aan Joden toebehoorende rijwielen, d.d. 22 juni 1942, met bijgevoegde lijst. Reactie van de burgemeester van Zeist, d.d. 8 december 1942. Zie ook: Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 212, opgaaf ingeleverde fietsen. Zie ook: Aalders, Roof, p. 201-203. Zie voor de verzoeken om vrijstelling: NL-ZtGAZ_9036, Zeist tijdens de Tweede Wereldoorlog, Documentatie, doos 229/01, map 225, brief van de gevolmachtigde voor de reorganisatie van de Nederlandse politie aan de burgemeester

64

van Zeist, d.d. 6 augustus 1942. En: antwoord van de commissaris van politie, d.d. 13 augustus 1942. De originelen zitten in: NL-ZtGAZ_3500-190, melding 2557. Zie ook: NL-ZtGAZ_3500-214, melding 2223. 101. NL-ZtGAZ_1024-1541, opgave van de Commissaris van Politie, d.d. 13 oktober 1941. Zie ook: circulaire van het Departement van Binnenlandse Zaken, d.d. 9 oktober 1941. Zie ook: Circulaire van de procureur-generaal van politie, d.d. 7 mei 1941. Zie ook: Aalders, Roof, p. 202-203. 102. Romijn, Peter, Burgemeesters in oorlogstijd, p. 428. Zie ook: Griffioen, Pim en Ron Zeller Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België 1940-1945. Overeenkomsten, verschillen, oorzaken (Amsterdam: Boom 2011), p. 548-551. Zie ook: Gerritse, Theo, Rauter, p. 183-194. 103. Bakker, Boekhouders, p. 442-444, 397, 402. 104. Griffioen, Pim en Ron Zeller, Jodenvervolging, p. 556 en 560. Zie ook: Piersma, Hinke, Op eigen gezag. Politieverzet in oorlogstijd (Amsterdam/Antwerpen: Querido 2019), p. 85. 105. Bakker, Rob, Boekhouders van de Holocaust. Nederlandse ambtenaren en de collaboratie (Hilversum: Verbum 2020), p. 382, 398-399, 448-449. Zie ook: Griffioen, Pim en Ron Zeller, Jodenvervolging, p. 548-555. 106. Ook het gemeentelijk onderzoek over Maastricht bevestigt dit. Zie voor het onderzoek in Maastricht: Rijsselt, René van, Erik van Rijsselt en Marjolein Vlieks, Onvoltooid verleden, p. 97-98.

Zie voor de lijst van agenten tegen wie geen maatregelen werden genomen: Het Utrechts Archief, toegang 1136, Militair Gezag, inv. nr. 164, lijst d.d. 20 juli 1945, scan 87. Zie voor de ledenlijst van het korps 1950: Het Utrechts Archief, toegang 1202, Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht 1920-1954, inv. nr 20. Zie voor de zuivering in Zeist: Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 568. 107. Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 568-572. Zie voor de ledenlijst van het korps 1950 en de aanstelling van vijf agenten in 1941: Het Utrechts Archief, toegang 1202, Commissaris der Koningin in de Provincie Utrecht 1920-1954, inv. nr 20. 108. Bal, Annemiek, Het Zeister verzet. De geschiedenis van de gemeente Zeist in oorlogstijd 1940-1945 (2007, derde druk 2018. Zie ook: Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 253-259. 109. Zie https://www.yadvashem.org/righteous/stories/schep.html geraadpleegd op 23 oktober 2023. Zie ook: https://www.geheugenvanzeist.nl/articles/vervalsen-voor-het-vaderland/. Zie ook: https://www. geheugenvanzeist.nl/articles/jan-schep/#:~:text=Schep%20hield%20zich%20bezig%20met,onder­ duikers%20ongeveer%201000%20%C3%A0%201100, beiden geraadpleegd op 26 januari 2024. 110. Piersma, Hinke, Op eigen gezag.

Politieverzet in oorlogstijd (Amsterdam/Antwerpen: Querido 2019). 111. Piersma, Hinke, Op eigen gezag. Politieverzet in oorlogstijd, p. 109-111, 126. 112. Piersma, Hinke, Op eigen gezag. Politieverzet in oorlogstijd, p. 192. 113. Gemeentearchief Zeist, Gemeentepolitie Zeist, 1933-1994, toegang 3500, inventarisnummer 62, melding 3106. Voor Prüfer zie: NL-ZtGAZ_3500-60, melding 2945. 114. NL-ZtGAZ_3500-60, melding 2839. 115. NL-ZtGAZ_3500-111 deel 1, melding 76. 116. Ook in april waren er al borden opgehangen in de gemeente Zeist. Daar was discussie over geweest. Die wordt uitgebreid beschreven in: Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 7-8. Zie ook: Gemeentearchief Zeist, Gemeentebestuur Zeist, 1906-1945, toegang 1024, inventarisnummer 1541, brief van de Commissaris, d.d. 1 april 1941, en: antwoord burgemeester van Zeist, d.d. 21 april 1941. Zie ook: Ambtelijke bekendmaking, d.d. 31 mei 1941 en september 1941. Voor de ANWB borden zie: NL-ZtGAZ_1024-1541, brief van de ANWB aan de burgemeester van Zeist, d.d. 8 augustus 1941. En: NL-ZtGAZ_1024-170, notulen van de vergaderingen van burgemeester en wethouders, vergadering 13 augustus 1941, volgnr. 10. In het politiearchief zitten deze beschikkingen ook, zie: NL-ZtGAZ_3500-1003. 117. NL-ZtGAZ_3500-153, melding 1246 en inv. nr. 150, melding 2115. 118. NL-ZtGAZ_3500-120, melding 1661, 3883 en 3919.

119. NL-ZtGAZ_3500-120, melding 1661. En: NL-ZtGAZ 3500-138, melding 810. 120. Het gaat hier om kopieën uit NL-ZtGAZ_9036, Zeist tijdens de Tweede Wereldoorlog, Documentatie, doos 229/01, map 225. Een aantal originelen uit deze collectie bevinden zich in: NL-ZtGAZ_3500, Ingekomen stukken en kopieën van uitgegane stukken bij en van de commissaris en processen-verbaal en rapporten, inv. nrs. 174, 190, 192, 193, 201, 202 en 216. Voor het PV van Schrijver, zie: NL-ZtGAZ_3500-193, melding 2795. Wat betreft Drost: ik noem hem een aantal keer bij naam omdat hij een al bekende jodenjager was in Zeist. 

65

Het was echter zeker niet zo dat hij als enige joden arresteerde. Onder de rapporten en de PV’s staan namen van verschillende agenten. 121. NL-ZtGAZ_3500-192, melding 2703. Voor de melding over Dreijfuss, zie: NL-ZtGAZ_3500-201, melding 2998. Zie ook: Rhoen, R.P.M., Zij zochten Abullam in Zeist. p. 16. Uit het Joods Monument en uit de cartotheek van de Joodse Raad blijkt niet dat het echtpaar Silberstein en Ludwig Thieben vermoord werden. Zie ook: Katja Happe, Veel valse hoop, p. 155. 122. NL-ZtGAZ_3500-202, melding 3141. Zie ook: Rhoen, R.P.M., Zij zochten Adullam in Zeist. p. 16. Zie ook: Bal, Annemiek, Het Zeister verzet. p. 91-92. 123. NL-ZtGAZ_3500-192, melding 2703. 124. NL-ZtGAZ 3500-201, melding 2998. 125. Gemeentearchief Zeist, collectie NL-ZtGAZ_9036, Zeist tijdens de Tweede Wereldoorlog, Documentatie, doos 229/01, map 225, melding 3724. Zie ook: Katja Happe, Veel valse hoop, p. 174-175. 126. Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv. nr. 221, antwoord van de burgemeester van Zeist met kenmerk nr. 302-109, d.d. 30 april 1943. Uit het archief van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg blijkt dat de ERR Vondellaan 1 en Prof Lorentzlaan 62 (62 huis genoemd) leeghaalde. Zie: NIOD toegang 093a, Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg, inv. nr. 79, pdf pagina’s 149, 150 en 191. 127.

NL-ZtGAZ 3500-231, dossier nummer niet genoteerd, Instructie van gewestelijk politiepresident Feitsma, d.d. 20 april 1942. Zie voor de arrestaties: NL-ZtGAZ 3500-243, dossier III, melding 1440 en 1554. 128. NL-ZtGAZ_3500-202, melding 3141, PV d.d. 25 augustus 1942. 129. NL-ZtGAZ_3500-243, dossier III, melding 58. 130. NL-ZtGAZ_3500-205, dossier 75, melding 2032. 131. NL-ZtGAZ_3500-233, melding 2213. Een dergelijk verraadbriefje is er ook over de Cornelis Schellingerlaan 21. Ook daar volgde doorzoeking maar geen arrestatie van ondergedoken joden. Zie: NL-ZtGAZ_9036, Zeist tijdens de Tweede Wereldoorlog, Documentatie, doos 229/01, map 225, dossier 75, melding 3306. Het is bij deze huiszoekingen van de politie, op instignatie van de verraadbriefjes, logischerwijze niet duidelijk of de meldingen niet klopten of de politieagenten meldden dat er geen joden waren aangetroffen omdat ze niet wilden meewerken aan deze arrestaties. 132. NL-ZtGAZ_3500-243, dossier III, melding 4301. Zie ook: NIOD, archief 270a Bijzondere Rechtspleging, inv. no. 228, Processen-verbaal van de Politieke Recherche Afdeling Zeist en aantekeningen over SD’er J.F. Kling die ervan verdacht wordt joden opgepakt en mishandeld te hebben, 10 januari 1946 - 27 januari 1948. 133. NL-ZtGAZ_3500-371, register 1943, no. meldingen 2574, 2330, 2275 en 2794. 134. NL-ZtGAZ_3500-273 en 274, registers 1943 en 1944. 135.

NL-ZtGAZ_3500-243, dossier III, melding 3996, transportkosten afgevoerde joden, z.d. 136. Gemeentearchief Zeist, collectie NL-ZtGAZ_9036, Zeist tijdens de Tweede Wereldoorlog, Documentatie, doos 229/01, map 225. Het origineel zit in NL-ZtGAZ_3500-201. Zie ook: Protokoll van E.C. Drost, d.d. 25 augustus 1942. Voor de arrestaties van 16 september 1942, zie: bericht d.d. 15 september 1942 nummer F. 911/1942. Zie ook: Aanhouding Joodse personen, d.d. 2 augustus 1942. 137. Bij ’t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 606-607. Zie voor de andere arrestaties die in dit hoofdstuk besproken worden: p. 74. (arrestatie Schrijver), p. 172-174 (voor de lotgevallen van moeder en dochter Dreijfuss), p. 71-73 (arrestatie van Sundheimer), p. 51-52 (arrestatie Rijnveld), p. 127-130 (echtpaar Peeters-Oremus), p. 34-36 en 138-145 (Kling en zijn arrestaties), p. 89-95 (onderduikers bij Chris de Bruijn), p. 115-118 (A.R. van Kreeveld), p. 96 (S. Goudsmit). De arrestatie van de zusters Simons wordt ook beschreven door Bij ’t Vuur en Van der Vorst maar zij noemen 20 juni als arrestatie datum. Zie p. 103-111. 138. Aalders, Roof, p. 127. 139. Katja Happe, Veel valse hoop. De Jodenvervolging in Nederland 1940-1945 (Amsterdam/Antwerpen, 2018), p. 92-93. 140. Joep Boerboom, Beroofd volgens de regels. Het lot van zeven joodse ondernemers in Deventer (Hilversum 2020), p. 19. 141.

Aalders, Gerard, Berooid. De beroofde joden en het Nederlandse restitutiebeleid sinds 1945 (Amsterdam: Boom 2001), p. 188.

66

142. Gerard Aalders, Roof. De ontvreemding van joods bezit tijdens de tweede Wereldoorlog (The Hague, 1999), p. 135-140. Jean Marc Dreyfus heeft een iets ander nummer in een vergelijkend onderzoek naar roof van joodse bedrijven in Frankrijk, België en Nederland. Hij stelt dat van de 14.000 bedrijven er 11.000 zijn geliquideerd. Er waren nog eens 8000 bedrijven ‘entjudet’. See: Jean Marc Dreyfus, ‘The Looting of Jewish Property in Occupied Western Europe’, in: Martin Dean, Constantin Goschler and Philipp Terr (eds), Robbery and Restitution. The Conflict over Jewish Property in Europe (New York, 2007), p. 53-67, aldaar p. 63. 143. Het andere bedrijf laat ik buiten beschouwing omdat er geen rol van de gemeente was en omdat het bedrijf uiteindelijk niet geliquideerd werd. Het bedrijf van A. Vos aan de Tweede Hogeweg 28 b was een kleine winkel met reparatiewerkplaats, beiden voor Füllfederhaltern, vulpennen. Vos was gemengd gehuwd en de firma werd daarom toch niet geliquideerd. Er werd wel een opdracht daartoe verstrekt door de WPS aan de Omnia op 26 mei 1943. De firma werd ‘geariseerd’ en er werd niets in beslag genomen of verkocht. Als ik het goed begrijp werd de zaak op naam van zijn vrouw gezet. Zie: NIOD, collectie 94f, Omnia-dossiers, inv. nr. 2433, A. Vos. Zie ook: NL-ZtGAZ_1024-1541, brief Beauftrage für die Provinz Utrecht, d.d. 19 januari 1943.

En: brief van de waarnemend commissaris van politie Goorhuis, d.d. 21 januari 1943. Het politiearchief bevat nog een melding over de liquidatie van de schoenzaak Kattenburg, Voorheuvel 16. De politie meldde aan de Omnia dat ze al op 23 september 1941 de hele voorraad in beslag genomen had en het filiaal gesloten had. Dit wegens zwarte handel. De Omnia kon dus geen winkelvoorraad meer vorderen. Zie: NL-ZtGAZ 3500-233, rapport d.d. 17 juli 1943, geen meldingsnummer. Er is ook een dergelijke melding over de winkel Wed. F. Frank-Schot & Zn van Fronica Schott aan het Jan Luykenlaantje 1. Er viel niets meer te halen voor de Omnia, zo liet de commissaris weten. Zie: NL-ZtGAZ 3500-243 melding 1734. 144. Het Utrechts Archief, toegang 4004, Kamer van Koophandel te Utrecht: Handelsregister 1921-1982, inv. nr. 6840, Jos Bannet. Zie voor bouwdossier: Gemeentearchief Zeist, Bouw- en Woning Toezicht (BWT), 19032010, toegang 1029, inventarisnummer 9792, Waterigeweg 31 BWT 9827. 145. Bal, Annemiek, Het Zeister verzet. De geschiedenis van de gemeente Zeist in oorlogstijd 1940-1945 (2007, derde druk 2018), p. 92. Zie ook: Bij ‘t Vuur en Van der Vorst, Dan komen angst en wanhoop aangeslopen, p. 44-51. Bannet had ook een zweefvliegtuigfabriek die echter nooit van de grond kwam en uiteindelijk geen vliegtuigen produceerde.

Zie de website: https://www.hdekker.info/DIVERSEN/tcgroot.htm, geraadpleegd op 12 mei 2023. Deze website noemt in verband met de fabriek het adres de Steniaweg 13 in Zeist maar het is niet duidelijk of dat de (beoogde) locatie van de fabriek was. Het adres was volgens het kadaster geen bezit van Bannet maar stond tot 1955 op naam van Johanna Gerarda Hermans en Theodorus van der Vossen, zie kadastrale gemeente Zeist, leggerartikel 7654. De zweefvliegtuigfabriek zit niet in het Omnia archief bij het NIOD. 146. NL-HaNA, Ned. Beheersinstituut / Beheersdossiers, 2.09.16.02, inv. nr. 31546, Exposée stand bewind­ voeringsopdracht. Object JOS. BANNET c.s., Zeist, 31 Waterigeweg, d.d. 26 maart 1947, p. 4-5, 9. De auto’s werden waarschijnlijk ook gevorderd. In ieder geval stond een van de auto’s, een Chevrolet, rond de bevrijding als een door de Weermacht gevorderde auto in de garage van de firma Broedelet. Zie: NL-ZtGAZ_5004-41, Stukken betreffende de vordering en schadeloosstelling door de Duitse Wehrmacht en de firma Repko als Treuhänder van het bedrijf op 1e Dorpsstraat 18. 147. Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam, collectie 94f, Collectie dossiers afkomstig uit de archieven van de Omnia-Treuhandgesellschaft m.b.H., de Deutsche Revisions- und Treuhand A.G. (Zweigniederlassung Den Haag) en de Wirtschaftsprüfstelle, inv.no. 1649. 148.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14091028/2