RIB24.022 Alternatief Ring Utrecht
Tekst van het document
Binnen het Alternatief Ring Utrecht wordt er gestreefd naar een versterking van de mobiliteitstransitie om de leefkwaliteit in bestaande gebieden te verbeteren en een gezonde groei van de stad en regio (zie ook de voorgaande paragraaf) mogelijk te maken zonder dat verbreding van de bak Amelisweerd nodig is.
2.3 Beoordeling op basis van Brede Welvaart Er is voor deze studie een beoordelingskader opgesteld. Dit beoordelingskader is gebruikt om de effecten van de verschillende varianten in beeld te brengen, zoals weergegeven in de bijlage: Beoordelingskader. Brede welvaart Het Expertpanel heeft geadviseerd om voor de opbouw van het beoordelingskader gebruik te maken van de benadering ‘brede welvaart’. Het doel van het hanteren van een brede welvaartsperspectief is om naast economische aspecten, meer aandacht te hebben voor ecologische en sociaal-maatschappelijke aspecten (bron: Monitor Brede Welvaart CBS, 2022).
Pagina 18 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
De focus ligt dan meer op het welzijn van mensen, in plaats van een nadruk op materiële welvaart. Het beoogt de focus te verleggen van economische groei naar duurzame en inclusieve ontwikkeling.
Figuur 6. Vier dimensies van brede welvaart in relatie tot mobiliteit (bron: PBL).
Mobiliteit levert een belangrijke bijdrage aan de brede welvaart van mensen (PBL, 2021). Brede welvaart houdt rekening met onder meer gezondheid, onderwijs, inkomensverdeling, milieukwaliteit, sociale cohesie en subjectief welzijn. De toepassing van brede welvaart op de beoordeling van infrastructuuroplossingen is echter nog niet eerder gemaakt. Daarom is hiervoor in deze studie een specifieke uitwerking gemaakt, onder andere gebaseerd op publicaties van het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving, 2022) en het KIM (Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2021). Hierbij is gebruik gemaakt van de dimensies: bereikbaarheid, veiligheid, gezondheid en leefomgeving. Anders dan andere variantenonderzoeken wordt in dit beoordelingskader bijvoorbeeld aandacht geschonken aan de bereikbaarheid voor verschillende doelgroepen, met uitsplitsingen naar inkomensniveau. Ook is een indicator als ‘gezond gedrag’ toegevoegd. Ook is een aantal (technische) aspecten toegevoegd die relevant zijn voor de afweging van varianten. De gehanteerde beoordelingsaspecten zijn in hoofdstuk 6 toepast. In de bijlage Beoordelingskader is een uitgebreide versie van het beoordelingskader opgenomen.
Pagina 19 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
3 Opbouw van het alternatief 3.1
Een integrale aanpak met 3 pijlers
Het ARU streeft naar een goede bereikbaarheid én leefbaarheid in zowel bestaande alsnog te realiseren woongebieden. Om dit te bereiken is gezocht naar een integrale aanpak van het mobiliteits- en leefbaarheidsvraagstuk op en rondom de Ring Utrecht. De beoogde bouwstenen van deze aanpak zijn beschreven in de tussenrapportage van januari 2023 (Studio Bereikbaar, 2023). Drie pijlers vormen de inhoud van het Alternatief Ring Utrecht: 1. Verbeteren van alternatieven voor de auto 2. Vergroten van de wegcapaciteit 3. Beter benutten van het hoofdwegennet Essentieel kenmerk van het Alternatief Ring Utrecht is dat het bestaat uit een integraal pakket met verschillende typen maatregelen. Het introduceren van maatregelen om de vraag naar automobiliteit te beïnvloeden moet het mogelijk maken om de capaciteit op de Ring in beperktere mate te hoeven uitbreiden dan bij het Tracébesluit het geval is. Hierdoor kan de capaciteitsuitbreiding binnen de bestaande bak Amelisweerd worden gerealiseerd. Dit wordt ondersteund door het beter benutten van het beschikbare (hoofd)wegennet, waarin we verkeersstromen sturen naar de daarvoor meest geschikte wegen. Ook in geval van calamiteiten. De pijlers worden in de volgende paragrafen verder uitgewerkt.
3.2
Pijler 1: Verbeteren van alternatieven voor de auto
Pijler 1 van het alternatief richt zich op het verminderen van de groeiende vraag naar automobiliteit. Er wordt hierbij ingezet in op het stimuleren van reizigers om (voor een deel van de reis) met het openbaar vervoer of de (deel)fiets te reizen, thuis te werken of buiten de spits te reizen. Om te weten welke reizigers daarvoor het meeste in aanmerking komen, is gekeken welke doelgroepen gebruik maken van de bak A27 en gestimuleerd kunnen worden om anders te reizen. Kansrijke doelgroep: woon-werkverkeer in piekperioden De bereikbaarheid knelt vooral in spitsperioden, met name in de ochtendspits. In de bak A27 rijdt ca 15% van alle etmaalverkeer in de ochtendspits, volgens de modelanalyses naar de situatie 2040. Dit sluit goed aan op tellingen van gemiddelde werkdagsituatie in 2016 (ca 16%, zie grafiek). Van alle ochtendspitsverkeer in 2040 is ca 41% woon-werkverkeer, volgens de modelanalyses. Vraagbeïnvloedingsmaatregelen gericht op deze doelgroep kunnen een deel
Pagina 20 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
van de bereikbaarheidsproblematiek oplossen. Denk aan o.a. het stimuleren van hybride werken voor werknemers die dit kunnen.
Figuur 7. Samenstelling van het verkeer in de bak A27 in 2040 op werkdagen tijdens de ochtendspits
Kansrijke doelgroep: autoverkeer op korte afstanden Naast een landelijke verdeelfunctie vervult de A27 ook een rol voor (stads)regionaal autoverkeer. Volgens de modelanalyses rijdt in 2040 ca. 40% van al het autoverkeer dat in een etmaal gebruik maakt van de bak A27 een rit korter dan 20 km. Het betreft vooral verkeer van en naar Utrecht, Houten, Bunnik en De Bilt. Bij deze doelgroep liggen kansen voor de (deel)fiets/e-bike en regionaal OV als alternatief voor een autorit. Dit geeft minder autoverkeer op het HWN en meer ‘lucht’ voor nationale stromen. Ritten tot 10km: ca. 9%
Ritten 10km tot 20km: ca. 31%
Ritten langer dan 20 km: ca. 60%
Figuur 8. Samenstelling van het autoverkeer in de bak A27 naar afstandsklasse en naar herkomst en bestemming
Pijler 1 bestaat uit maatregelen waarmee de groeiende vraag naar automobiliteit verminderd kan worden. Het verminderen van de groeiende vraag gaat om het veranderen van mobiliteitsgedrag van mensen door verleiden, prijsprikkels en regelgeving. Deze
Pagina 21 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
benaderingen stimuleert mensen om alternatieve vervoerswijzen te kiezen in plaats van de auto, al dan niet voor een deel van hun reis, en op een ander moment (buiten de spits) te reizen. Deze maatregelen versterken elkaar: de praktijk heeft aangetoond dat het beïnvloeden van de vraag vooral succesvol is wanneer er gelijktijdig wordt gewerkt aan het verbeteren van de beschikbare alternatieven voor de auto en het reguleren van autogebruik. Wat betreft het beïnvloeden van de vraag, worden de volgende maatregelen ingezet:
• • • •
Modal shift maatregelen: verbetering van de alternatieven: OV, (deel)fiets en hubs/P+R Mobiliteitsmanagement: stimuleren van duurzaam reisgedrag (o.a. werkgeversaanpak) Aanscherping van het parkeerbeleid Betalen naar gebruik
Figuur 9. Maatregelen in pijler 1 (vraagbeïnvloeding)
De maatregelen die in pijler 1 zijn opgenomen komen voort uit een inventarisatie binnen gemeente Utrecht, provincie Utrecht en omliggende gemeenten in de regio. De hieronder genoemde maatregelen komen dus niet ‘uit de lucht vallen’, maar sluiten aan op ambities om bereikbaarheid van de regio te versterken zoals ook beschreven in de U Ned Mobiliteitsstrategie. Dit samenhangende pakket maatregelen is hieronder verder toegelicht.
Pagina 22 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Modal shift maatregelen Voor het ARU wordt uitgegaan van het uitvoeren van een uitgebreid pakket aan modal shift maatregelen gericht op (deel)fiets, OV en hubs. In onderstaande tabel is een samenvattend overzicht gegeven van de belangrijkste maatregelen. De maatregelen zijn specifiek geselecteerd op het bieden van een alternatief voor autoverplaatsingen die voeren via de bak Amelisweerd. Vervoerswijze Fiets
Omschrijving maatregel Aanleg van een aantal nieuwe regionale doorfietsroutes en uitbreiding en uitbreiding en verbetering van het stadswestelijk fietsnetwerk. Maatregelen zijn gericht op de grootste reisrelaties voor verplaatsingen <10 km. Daarnaast wordt ingezet op uitbreiding fietsparkeren bij P+R en HOV-haltes.
P+Rs/hubs
Uitbreiding van de capaciteit van P+Rs aan A2, A12 en A28 met in totaal 1.500 – 2.000 parkeerplekken (verhoging van circa 30%). Gericht op bestemmingen met weinig parkeergelegenheid of hoge parkeerkosten (relatie met parkeerbeleid en werkgeversaanpak).
Openbaar vervoer
Infrastructurele maatregelen op de Bus Rapid Transit-corridor Westraven – USP – Zeist die ervoor zorgen dat regionale buslijnen sneller en betrouwbaarder rijden. Deze regionale verbindingen dienen als reisalternatief en zijn verbonden met netwerk van P+Rs/hubs. Ook verbeteringen aan de spoorcorridor Harderwijk – Amersfoort - Utrecht.
Tabel 2. Samenvatting modal shift maatregelen
Fiets Voor de fietsmaatregelen wordt ingezet op de aanleg van nieuwe regionale doorfietsroutes en uitbreiding van het stadswestelijk fietsnetwerk die bijdragen aan ontlasting van de A27. Ongeveer 9% van het verkeer op de A27 reist op korte afstand (<10km), verplaatsingen waarvoor de fiets een goed alternatief biedt. De grootste reisrelaties op de A27 op korte afstand (<10 km) bevinden zich van Houten, Nieuwegein en Utrecht (zuid/west) naar USP, Utrecht (noord/oost), Zeist en De Bilt en andersom. Als onderdeel voor in het vraagbeïnvloedingspakket ARU wordt gekozen voor verbetering van de fietsroutes die deze bestemmingen met elkaar verbinden. Nieuwe regionale doorfietsroutes:
• • • •
Vianen – Houten – Utrecht/USP Houten – Utrecht Utrecht – USP – Zeist/Soesterberg
Pagina 23 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Uitbreiding en verbetering stadsgewestelijk fietsnetwerk: •
USP: verbindingen met directe omgeving
•
Nieuwegein – Laagraven – Lunetten/Waterlinieweg – USP/Rijnsweerd
•
Bunnik/Odijk (Achterdijk, ontsluiting Odijk Kersenweide)
Daarnaast wordt ingezet op uitbreiding van fietsparkeren bij P+Rs en HOV-haltes. Deels om reizigers die bij een P+R parkeren of uitstappen bij een HOV-halte over te laten stappen op de (deel)fiets om naar hun eindbestemming te reizen, maar ook voor de overstap van bewoners die met de fiets naar een HOV-halte reizen. Hubs/P+Rs Gebruikers van P+Rs/hubs zijn personen die het eerste deel van de reis met de auto afleggen, vervolgens parkeren op een hub en met OV of fiets naar hun eindbestemming reizen. Dit zijn reizen met een bestemming waar of geen/weinig parkeergelegenheid is of de parkeerkosten hoog zijn. Er is een sterke relatie met het parkeerbeleid en de werkgeversaanpak; de aanpassing van gereguleerd parkeren, een verminderd aanbod van parkeerplaatsen en een gewijzigd mobiliteitsbeleid van werkgevers (de werkgeversaanpak) zorgt dat automobilisten gestimuleerd worden een P+R te gaan gebruiken in plaats van bij de eindbestemming te parkeren. De regionale ambitie is om langs iedere snelwegcorridor één of meerdere P+Rs te hebben, gekoppeld aan spoor en/of Bus Rapid Transit (BRT). Uitgangspunt is dat voor ARU geen extra P+R’s gerealiseerd worden; het gaat om uitbreiding van P+Rs die nu reeds bestaan of in het kader van de U Ned Mobiliteitsstrategie gewenst zijn.
P+Rs die voor de ontlasting van de bak A27 het meest interessant lijken op basis van (toekomstige) beschikbare OV-verbindingen en kansen voor de fiets zijn Vianen (A2), Driebergen-Zeist/Bunnik (A12-Oost) en USP/Zeist-Noord (lange termijn)/Soesterberg/Amersfoort Vathorst-Nijkerk (A28). Voor deze laatste geldt dat het een zoekgebied voor een nog te realiseren P+R-voorziening betreft. Welke locatie hiervoor het meest geschikt is dient nog nader te worden onderzocht. Er wordt uitgegaan van een uitbreiding van de capaciteit van de P+Rs met in totaal 1.500 – 2.000 parkeerplekken. De exacte verdeling van parkeerplaatsen over de P+Rs is onderwerp van nadere uitwerking en onderzoek. De mogelijkheden of juist onmogelijkheden om op een locatie parkeerplaatsen toe te voegen en zo ja, in welke mate (enkele tientallen of misschien honderden) is afhankelijk van de (ruimtelijke) ambities en ontwikkelingen op iedere locatie.
Pagina 24 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Openbaar vervoer Als onderdeel van het vraagbeïnvloedingspakket ARU wordt ingezet op investeringen in de verbetering van OV-verbindingen die bijdragen aan ontlasting van de A27. Hierbij gaat het om de volgende verbindingen: •
BRT-corridor (Vianen -) Westraven – USP – Zeist (- Amersfoort)
•
Spoorcorridor Harderwijk – Amersfoort - Utrecht
Er worden infrastructurele maatregelen getroffen op de BRT-corridor Westraven – USP - Zeist die ervoor zorgen dat regionale buslijnen versneld kunnen worden Het gaat om de volgende ingrepen: •
Busbaan Westraven – Waterlinieweg via Laagraven (A12)
•
Busbaan/doorstroommaatregelen Waterlinieweg
•
2e HOV-as USP
•
Aanleg busbaan Mooi Zeist – USP langs A28
Deze maatregelen zijn afkomstig uit Studie HOV verbinding van USP naar Mooi Zeist (Arcadis, 2020)) en MIRT-Verkenning OV en Wonen Zeef 1 (Movares, 2022). Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van de spoorcorridor Harderwijk – Amersfoort – Utrecht zodat meer reizigers van deze verbinding gebruik kunnen maken. . In het onderzoek ‘Vervolgstap MIRT-onderzoek Utrecht – Amersfoort – Harderwijk’ (Provincie Utrecht, 2018) zijn hiervoor de volgende mogelijke maatregelen benoemd:
• • •
Keervoorziening en passeerspoor Harderwijk Infrastructurele aanpassingen station Vathorst
Evt. perronverlenging op diverse stations In een vervolgstap zal in overleg met ProRail, NS en regiopartijen worden bekeken welke verbeteringen exact kunnen worden toegepast en hoe effectief deze zijn. (Provincie Utrecht, 2018) Het voordeel van deze OV-verbindingen is dat ze niet alleen als alternatief dienen voor reizigers die bijvoorbeeld van Vianen naar USP, van Nieuwegein naar Amersfoort of van Zeist naar Westraven reizen (al dan niet in combinatie met de fiets), maar dat ze ook verbonden zijn met P+Rs/hubs. Daarmee wordt het ook interessant voor reizigers die bijvoorbeeld vanuit het zuiden hun auto bij P+R Vianen parkeren en de bus naar het USP kunnen nemen. Verbeteringen op de spoorcorridor Harderwijk – Amersfoort - Utrecht kunnen, afhankelijk van de te kiezen treinbediening, niet alleen een aantrekkelijk(er) alternatief bieden voor regionaal autoverkeer maar mogelijk ook voor lange-afstandsverkeer tussen de regio Amersfoort en de regio Den Haag-Rotterdam.
Pagina 25 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Mobiliteitsmanagement In de regio/provincie Utrecht is Goedopweg (een samenwerkingsverband tussen Rijk, provincie Utrecht en gemeente Utrecht en Amersfoort) actief om mobiliteit te verduurzamen door bedrijven en organisaties, maar ook vervoerders, winkeliers, bewoners, sportclubs scholen en universiteiten daarbij te helpen. De aanpak richt zich op dit moment met name op gemeente Utrecht en Amersfoort, maar wordt in de komende periode uitgebreid naar de hele provincie (Programmaplan Goedopweg 2025 – 2030). Deze uitbreiding van de aanpak zorgt voor een brede benadering van doelgroepen, waaronder een groot aantal gebruikers dat nu over de A27 rijdt. Als onderdeel van de aanpak wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een regionaal deelfietssysteem. Een concrete maatregel die bijdraagt aan het verduurzamen van mobiliteit en die genoemde maatregelen op gebied van Hubs/P&R en openbaarvervoer kunnen versterken. Parkeerbeleid Voor parkeerbeleid wordt aangesloten op voorgenomen beleid van de gemeenten in de regio. Gemeente Utrecht zet in op gereguleerd/vergunningenparkeren en jaarlijks 0,5 – 1% minder parkeerplaatsen. Daarnaast zet de gemeente bij nieuwe ontwikkelingen o.a. in op lagere parkeernormen (<0.6) en de invoering van betaald parkeren in de hele gemeente.
Regiogemeenten Bunnik, Houten, de Bilt, Nieuwegein en Stichtse Vecht hebben het Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht en Integraal Ruimtelijk Perspectief onderschreven met aangescherpt parkeerbeleid. Daarom wordt in deze studie voor deze stadscentra uitgegaan van een stabilisatie van het autobezit en gereguleerd parkeren. Betalen naar gebruik (BnG) Het Rijk heeft het beleidsvoornemen om de vaste motorrijtuigenbelasting om te vormen tot een belasting op basis van werkelijk gereden kilometers. Naast dat dit rechtvaardiger is voor mensen die relatief weinig autorijden en dat het bijdraagt aan minder autogebruik en CO2uitstoot, is een vorm van Betalen naar Gebruik voor het Ministerie van Financiën noodzakelijk om de zogenaamde grondslagerosie op te vangen1. Het ARU neemt deze maatregel mee, met de zogenaamde vlakke heffing als rekenuitgangspunt2. Deze (reken)vorm van Betalen naar Gebruik geeft een demping van de automobiliteitsvraag. Bij het opstellen van het ARU is in eerste instantie gerekend met het scenario dat BnG wordt ingevoerd. Hoewel er vooruitgang wordt geboekt in dit dossier, is het geen uitgemaakte zaak of en wanneer BnG wordt ingevoerd. De val van het kabinet draagt bij aan de onzekerheid hierover. Met oog op die onzekerheid hebben we bij het ARU ook rekening gehouden met het scenario dat BnG niet wordt ingevoerd.
Bij de effectberekeningen op het gebied van bereikbaarheid zijn twee scenario's doorgerekend. De overige effectberekeningen (o.a. leefomgeving en gezondheid) zijn omwille van de tijd alleen uitgevoerd voor het scenario met BnG.
Pagina 26 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
3.3
Pijler 2: Vergroten van de wegcapaciteit
Ook in het Alternatief Ring Utrecht wordt gestreefd naar een verruiming van de capaciteit op het traject A12/A27 ten opzichte van de huidige situatie om ruimte te bieden aan een toenemend verkeersaanbod. Echter, in plaats van een verbreding van de bak om ruimte te bieden aan in totaal 14 rijstroken zoals in het Tracébesluit wordt beoogd, wordt de uitbreiding van de capaciteit gezocht binnen de grenzen van de bestaande bak. Uitgangspunt is dat er kan worden volstaan met een beperktere uitbreiding van de capaciteit dan bij het Tracébesluit omdat er actief wordt ingezet op een beperking van de groei van het (regionale) autoverkeer (pijler 1). Deze beperktere capaciteitsverruiming, in combinatie met benodigde maatregelen voor het waarborgen van de verkeersveiligheid, komt dan vooral ten goede aan het personenautoverkeer dat geen (goed) alternatief heeft en het vrachtverkeer. Bij het opstellen van de tussenrapportage van januari 2023 is de inschatting gemaakt dat een uitbreiding van het aantal rijstroken van 4 + 6 in de huidige situatie naar 6 rijstroken in beide richtingen inpasbaar zou moeten zijn binnen de bestaande bak. In combinatie met de andere twee pijlers van het alternatief zouden 2 x 6 rijstroken voldoende moeten zijn voor een adequate verkeersafwikkeling. Deze oplossing dient echter uiteraard ook voldoende verkeersveilig te zijn.
Op basis van deze denkrichting is het wegontwerp voor de A27 verder uitgewerkt (zie hoofdstuk 4). Hierbij is ook gekeken naar benodigde aanpassingen aan de knooppunten Rijnsweerd en Lunetten ten behoeve van de doorstroming en verkeersveiligheid. Voor de A12 is uitgegaan van de aanpassingen die zijn opgenomen in het Tracébesluit (extra rijstrook op de parallelbanen).
3.4
Pijler 3: Beter benutten van het wegennet
Pijler 3 richt zich op een optimale verdeling van het autoverkeer over de beschikbare regionale hoofdroutes om de verkeersdruk in de bak Amelisweerd beheersbaar te houden, maar ook te voorkomen dat doorgaand verkeer gebruik maakt van het onderliggend wegennet. Deze hoofdroutes zijn in dit verband de A12, A27, de Waterlinieweg en Noordelijke Randweg Utrecht (NRU). Met name de laatste twee routes vervullen een belangrijke functie voor lokaal en regionaal bestemmingsverkeer, bijvoorbeeld verkeer vanuit Utrecht-Oost dat richting het westen of zuiden van Nederland rijdt, of verkeer vanaf de A28 met Overvecht of Lage Weide als bestemming. De Waterlinieweg en NRU zijn echter niet bedoeld voor lange-afstandsverkeer. Met behulp van digitale en/of fysieke reisinformatie en dynamisch verkeersmanagement wordt, afhankelijke van de verkeerssituatie, stedelijk, regionaal en doorgaand verkeer gestuurd naar de daarvoor meest geschikte wegen. Ook in geval van calamiteiten kan met
Pagina 27 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
behulp van reisinformatie en dynamisch verkeersmanagement gestuurd worden, waarbij Waterlinieweg, NRU en Ring Utrecht verkeer uit kunnen wisselen. Voor de situatie in 2040 is uitgegaan van vervanging van de huidige gelijkvloerse verkeerspleinen op de NRU voor drie ongelijkvloerse kruisingen ter verbetering van de doorstroming, leefbaarheid en oversteekbaarheid, conform vigerend beleid. Daarnaast is uitgegaan van handhaving van de Waterlinieweg in huidige vorm (2 x 2 rijstroken en ongelijkvloers).
Pagina 28 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
4 Ontwerp Ring Utrecht In dit hoofdstuk is de invulling van pijler 2 van het Alternatief Ring Utrecht (vergroten van de wegcapaciteit) beschreven. Het gaat hierbij met name om een deels alternatieve invulling van de infrastructuuraanpassingen aan van het de A27, A12 en A28 ten opzichte van het TB.
4.1
Een ander ontwerpproces
Van binnen naar buiten werken Het meest dwingende element binnen het ontwerpproces is de bestaande bak Amelisweerd. Het ontwerpproces voor pijler 2 is dan ook begonnen vanuit het samenstellen van een dwarsprofiel voor de A27 dat past binnen deze bak (van binnen naar buiten), en niet vanuit een brede beschouwing van regionale alternatieven naar lokale varianten en subvarianten (van buiten naar binnen). Dit ontwerpproces is het ‘inside-out ontwerpprincipe’ genoemd, waarbij eerst naar de bak is gekeken, en vervolgens naar de aanliggende infrastructuur van de knooppunten en wegvakken (zie figuur hieronder).
Figuur 10. Het inside- out ontwerpprincipe
Voor het ARU is ervoor gekozen om vanwege de beperkt beschikbare tijd te koersen op één meest kansrijke en realistische variant om te laten zien hoe er kan worden voldaan aan de opdracht uit het regeerakkoord. Er is dus niet een brede range van varianten en subvarianten uitgewerkt en beoordeeld.
Pagina 29 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Afwijken van de ideale situatie = mitigeren Voor het ontwerpproces is het de opgave een balans te vinden tussen de beschikbare ruimte, de doorstroming en de verkeersveiligheid. In zekere zin kan het ontwerpproces worden benaderd als een benuttingsopgave, zoals bijvoorbeeld ook bij spitsstroken wordt toegepast. Hierbij wordt er van een ideaal geometrisch ontwerp afgeweken en met mitigerende of compenserende maatregelen wordt gewerkt. Ook komt het voor dat er bij dure civiele constructies zoals tunnels, bruggen en verdiepte liggingen, van het standaard dwarsprofiel van een autosnelweg wordt afgeweken. Zo wordt in tunnels doorgaans een lagere ontwerpsnelheid gehanteerd, zonder vluchtstroken, vanwege de ongunstige verhouding tussen kosten en baten. Wel worden dan mitigerende maatregelen toegepast om de verkeersveiligheid te waarborgen zoals camerabewaking en incidentdetectie. Ook de bak Amelisweerd kan beschouwd worden als een dergelijke constructie waarbij om bovengenoemde reden een afwijkend ontwerp is uitgewerkt.
4.2
Benutting van de ruimte in de bak
4.2.1
Varianten dwarsprofiel
Door Arcadis is een brede analyse gemaakt van mogelijke dwarsprofielen in de bak (zie bijlage Ontwerp). Deze varianten zijn beoordeeld op haalbaarheid. Op basis van deze analyse is ervoor gekozen 2 varianten uit te werken: •
“ARU Weefvakken” bevat 2x6 rijstroken met een weefvak en vluchtstroken aan de buitenzijde, en maakt zoveel mogelijk gebruik van de bestaande infrastructuur. Wel is de Varkensbocht in knooppunt Rijnsweerd vervangen door een fly-over.
•
“ARU Ontweven” bevat 2x6 rijstroken met twee gescheiden rijbanen per richting (3+3+3+3) zonder vluchtstroken, en maakt zoveel mogelijk gebruik van het ontwerp van het TB.
4.2.2
Trechtering naar variant ‘ARU Weefvakken’
Gegeven de beperkte beschikbare tijd was het niet mogelijk beide varianten volledig uit te werken. Wel zijn beide varianten zijn in eerste instantie op hoofdlijnen uitgewerkt en op beoordeeld op hun bijdrage aan de bereikbaarheidsdoelstellingen. Op basis van deze bevindingen is besloten om de variant ARU Weefvakken verder uit te werken. Hieraan liggen de volgende argumenten ten grondslag: •
De variant ARU Weefvakken zal beduidend goedkoper zijn dan de variant ARU Ontweven, met name omdat er minder aanpassingen aan de knooppunten Rijnsweerd en Lunetten hoeven plaats te vinden.
•
De variant ARU Weefvakken beschikt over vluchtstroken, de variant ARU Ontweven niet. Dit is vanuit verkeersveiligheid een belangrijk aspect.
•
Op het gebied van doorstroming scoort de variant ARU Ontweven weliswaar beter dan de variant ARU Weefvakken, maar ook de variant ARU Weefvakken zorgt voor een adequate afwikkeling van het verkeer (zie ook volgend hoofdstuk).
Pagina 30 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
4.2.3
Rijstrookbreedte
De dwarsprofielen zijn gebaseerd op de Richtlijn Ontwerp Autosnelwegen (ROA) uit 2019. Hierbij is de breedte van de rijstroken belangrijk. Historisch gezien wordt voor autosnelwegen vaak een ontwerpsnelheid van 120 km/uur gehanteerd (ook al rijden mensen er soms 130 of 100 km/uur). In dat geval zijn de rijstroken 3.50 meter breed. De ROA geeft echter aan dat voor hoofdwegen op ringwegen en belangrijke economische gebieden, een ontwerpsnelheid van 90 km/u acceptabel is. Bij een ontwerpsnelheid van 90 km/uur is de rijstrookbreedte dan 3.30 meter. De ROA noemt deze ontwerpsnelheid van 90 km/uur vooral relevant voor stadsautosnelwegen of parallelbanen, waarin gebruikers een stedelijke omgeving verwachten. Vanuit het perspectief van de ROA is het belangrijk op te merken dat de A27 in het ARU een combinatie van tussen een stadsautosnelweg en een hoofdrijbaan. Het is geen volledige stadsautosnelweg, omdat de omgeving niet overal stedelijk is. Desondanks is het niet ongewoon om een maximale snelheid van 80 km/uur toe te passen op stedelijke ringwegen, zoals te zien is in Amsterdam en Rotterdam. Het ontwerp voor ARU Weefvakken hanteert een rijstrookbreedte van 3.30 m en een maximumsnelheid van 80 km/uur. Dit maakt het mogelijk om vluchtstroken toe te passen op zowel de westelijke als oostelijke rijbaan.
En gezien de opgave, de locatie op het ringstelsel, de toepassing op andere stedelijke ringwegen en de omgeving, wordt dit als een te verantwoorden keuze beschouwd.
4.3
Onderdelen variant ‘ARU Weefvakken’
In deze paragraaf worden de belangrijkste kenmerken van het ontwerp van ARU Weefvakken toegelicht. Hierbij komen achtereenvolgens de Bak bij Ameliseerd, knooppunt Rijnsweerd en knooppunt Lunetten aan bod. Ook de verbreding van de A12 is kort toegelicht. Ten noorden van de aansluiting Bilthoven, ten zuiden van knooppunt Lunetten en op de A12 is het ontwerp gelijk aan het TB-ontwerp. Meer technische uitleg is opgenomen in de ontwerpverantwoording die als bijlage is opgenomen bij deze rapportage. Bak Amelisweerd In de bak bij Ameliseerd heeft het alternatief een systeem met 6-strooks weefvakken, met versmalde rijstroken van 3.30 meter en vluchtstroken van 3.15 meter. Er wordt een snelheidsverlaging toegepast naar 80 km/u tussen de knooppunten Lunetten en Rijnsweerd.
Pagina 31 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Figuur 11 Dwarsprofiel ARU Weefvakken (2x6 rijstroken, 80 km/uur).
Om het dwarsprofiel te kunnen toepassen, is het noodzakelijk om het westelijk deel van de bak opnieuw in te richten. De vloer van dit deel van de bak wordt opgehoogd om het hoogteverschil te elimineren en daarmee meer verkeersruimte te creëren. Door deze herindeling is het noodzakelijk om ook aanpassingen te doen aan de hemelwaterafvoer (zie paragraaf 4.5.2). Aan de zijkanten van bak worden halve step-barriers tegen de wanden geplaatst, zoals gebruikelijk is in een tunnel.
Figuur 12. Voorbeeld van een halve stepbarrier (A2 Leidse Rijn) (bron: Google street view)
Pagina 32 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Figuur 13. Ontwerp A27 in de Bak Amelisweerd
Knooppunt Rijnsweerd De voornaamste aanpassing van knooppunt Rijnsweerd ten opzichte van de huidige situatie is het vervangen van de Varkensbocht (verbinding van de A28 naar de A27-zuid) door een nieuwe fly-over. Deze vervangende verbinding voor de Varkensbocht heeft een ontwerpsnelheid van 90 km/uur. De nieuwe toerit van de aansluiting Science Park voegt vlak voor de boog in op de 3-strooks rijbaan.
Figuur 14. Ontwerp knooppunt Rijnsweerd en aansluiting USP
Pagina 33 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Tussen de bak en knooppunt Lunetten Ten zuiden van de bak gaat de verdiepte ligging over in een folieconstructie. Om opbarsten van de folie te voorkomen, is het belangrijk dat de gronddekking op de folie zoveel mogelijk intact blijft. Aan de oostzijde van de A27 wijzigt het dwarsprofiel nauwelijks omdat het aantal rijstroken gelijk blijft. Aan de westzijde worden wel extra rijstroken aangelegd, maar zoveel mogelijk aan de binnenzijde om de impact op de folie te beperken. Op dit gedeelte van de A27 wordt de autosnelweg gekruist door de spoorviaducten Utrecht – Arnhem (kunstwerk Mereveld) en Utrecht – Den Bosch (Kunstwerk De Knapschinkel). Tegen kunstwerk Mereveld aan is ook nog het fietsviaduct Tussen de Rails gelegen. Naast De Knapschinkel ligt het viaduct van de Nieuwe Houtenseweg. Binnen het profiel van vrije ruimte (PVR) van deze bestaande kunstwerken is het mogelijk om de verbredingen van de rijbanen in te passen. Er zijn geen aanpassingen aan de viaducten noodzakelijk. Voor het bereikbaar houden van aanwezige technische ruimtes zijn verschillende opties uitgedacht, zoals het maken van uitsparingen in de barriers of het verplaatsen van deuren of installaties (zie bijlage Ontwerp).
Figuur 15. Wegontwerp tussen de bak (rechts) en knooppunt Lunetten (links)
Knooppunt Lunetten De aanpassingen in knooppunt Lunetten ten opzichte van de huidige situatie zijn beperkt: de knooppuntsvorm blijft behouden, alleen de verbindingswegen naar de A12-west en de westelijke rangeerbaan krijgen een capaciteitsuitbreiding. Er wordt aangesloten op een capaciteitsuitbreiding van de A12.
Pagina 34 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Figuur 16. Ontwerp Knooppunt Lunetten in variant ARU Weefvakken
A12 Ten westen van knooppunt Lunetten worden aanpassingen gedaan ten behoeve van de capaciteitsuitbreiding van de parallelbanen aan weerszijden. Hierbij wordt het ontwerp van het TB gevolgd. Aan de noordzijde wordt de TB-configuratie van de parallelbaan behouden en een extra rijstrook aangelegd. De parallelbaan aan de zuidzijde wijzigt wel van configuratie: de parallelbaan krijgt tussen Laagraven en knooppunt Lunetten een zogenaamd breiwerk, waarin het verkeer ongelijkvloers wordt verdeeld naar de A27 en de A12.
Figuur 17. Ontwerp A12 tussen aansluiting Waterlinieweg en knooppunt Lunetten
Pagina 35 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
4.4
Waar verschillen TB en pijler 2 van ARU van elkaar?
Op basis van het hierboven beschreven ontwerpproces is een alternatieve invulling voor de Ring Utrecht beschreven. Dit ontwerp wijkt voor een groot deel af van het TB, maar is ook op onderdelen gelijk aan het TB. In de afbeelding hieronder is weergegeven welke onderdelen gelijk zijn en welke verschillend.
Figuur 18. Waar zijn het Alternatief en het TB gelijk of verschillend?
Samengevat komt het erop neer dat het TB en het Alternatief verschillen in de volgende deelgebieden: •
A27 Rijnsweerd en Lunetten (inclusief de bak)
•
Knooppunt Lunetten
•
Knooppunt Rijnsweerd
•
A28 Rijnsweerd - Zeist
Het Alternatief en het TB zijn echter gelijk in de volgende deelgebieden: •
A12 Oudenrijn – Lunetten
•
A27 Zuid: Houten – Lunetten
•
A27 Noord: Rijnsweerd – Bilthoven
Afwijken ten opzichte van de richtlijnen In het ontwerp van ARU is verder op een aantal punten in het ontwerp afgeweken van de geldende ontwerprichtlijnen:
Pagina 36 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Afwijking op de ontwerprichtlijnen
Mitigerende maatregel
Smallere rijstrookbreedtes: 3.30 i.p.v. 3.50 meter.
Lagere rijsnelheid toepassen: 80 km/uur en toepassing vluchtstroken.
Laatste deel nieuwe fly-over van A28 naar A27-zuid heeft een (te) krap alignement.
Geen, i.v.m. ontbreken risico. Wel een optimalisatie benoemd.
Tabel 3. Afwijkingen op de ontwerprichtlijnen en mitigerende maatregelen
4.5
Technische opgaven
In het ontwerp van ARU is een aantal technische aspecten naar voren gekomen die om een nadere beschouwing vragen. In de ontwerpverantwoording van Arcadis (zie bijlage Ontwerp) zijn deze aspecten nader toegelicht. Hieronder zijn voor de volgende technische vraagstukken korte toelichtingen van mogelijke oplossingen gegeven: •
Dak op de bak
•
Afwatering
•
Viaduct Koningsweg
•
Kasten verkeerssignalering
4.5.1
Dak op de bak
In het Tracébesluit voor de Ring Utrecht is een overkluizing opgenomen ter hoogte van Amelisweerd. Deze groene verbinding vormt de aanhechting van het landgoed Amelisweerd aan de stad Utrecht rond de Koningsweg (zie afbeelding hieronder).
Figuur 19. Groene verbinding over de A27 uit het Tracébesluit Ring Utrecht
Pagina 37 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Verkeersveiligheid De overkluizing uit het TB heeft een lengte van 249 meter, omdat een overkluizing vanaf 250 meter zou vallen onder de richtlijnen voor veiligheid van wegtunnels. Een dergelijk lange overkluizing is vanuit oogpunt van verkeersveiligheid bij het ARU niet wenselijk. Het verkeer rijdt hier in de bak met versmalde rijstroken en in een groot weefvak. Ook als het formeel geen tunnel is, zullen weggebruikers het wel als zodanig ervaren. De aanwezigheid van een lange overkluizing kan de weggebruiker afleiden van de rijtaak. Daarnaast is het tegenlicht van verkeer uit tegengestelde richting van belang. Vanuit de kaders voor ‘verdiepte wegen, overkappingen gedeeltelijk gesloten constructies’ geldt dat bij constructies langer dan 80 meter een gesloten middenwand tussen de rijbanen moet worden toegepast (Rijkswaterstaat, 2023). In het ARU is echter onvoldoende middenruimte om een dergelijke wand te realiseren. Dat betekent dat het oorspronkelijke plan van het dak op de bak moet worden ingekort, bijvoorbeeld naar twee kortere overkluizingen. Daarom wordt in de beoordeling en kostenraming van het ARU uitgegaan van 2 korte overkluizingen van ongeveer 50 tot maximaal 80 meter breedte per stuk.
4.5.2
Afwatering
In de vloer van de bak bij Amelisweerd lopen drie ingestorte buizen voor de afvoer van regenwater (hemelwaterafvoer/HWA). Deze buizen lopen in de langsrichting van de weg (noord-zuid). De inlaatpunten (kolken) voor de buizen bevinden zich aan de zijkant van de rijbanen, in de zogenaamde redresseerstrook. Deze zijn in onderstaande afbeelding met blauwe pijlen aangeduid.
Figuur 20. Locaties van de afvoerbuizen in de bak Amelisweerd.
Pagina 38 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Figuur 21. Voorbeelden van locaties van de afvoerbuizen in de bak Amelisweerd (bron: Google street view).
Het ARU gaat uit van een maximale benutting van de beschikbare breedte in de bak. Het gevolg daarvan is dat de rijstroken moeten opschuiven richting de tussenwand of buitenwanden, en de plekken waar de buizen en inlaatpunten liggen eigenlijk gebruikt moeten worden voor rij- en vluchtstroken. Arcadis heeft daarom een oplossing uitgewerkt waarbij de buizen blijven liggen, maar de inlaatpunten worden verplaatst naar de zijkanten. Die is in onderstaande afbeelding conceptueel weergegeven.
Figuur 22. Principe van verplaatsing van inlaatkolken in de bak.
Door de aanpassing van het van het dwarsprofiel in de bak van de A27 wordt er meer regenwater afgevoerd aan de lage zijde van de rijbanen. Berekeningen laten zien dat de leidingen voldoende capaciteit hebben om deze grotere hoeveelheid water af te voeren.
4.5.3
Viaduct Koningsweg
Het viaduct Koningsweg kruist de A27 die op dit traject in een betonnen bak is gelegen. De doorrijhoogte onder het viaduct is circa 4.55 meter. Bij herinrichting van het wegprofiel in de bak komt het hoogste punt van de A27 circa 20 cm hoger te liggen. De doorrijhoogte wordt
Pagina 39 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
dan te klein, waardoor het dek van de Koningsweg moet worden verhoogd met 15 tot 25 cm. om voldoende doorrijhoogte aan de onderzijde te creëren. Het dek van de Koningsweg ligt los op de fundering waardoor het mogelijk is om deze te verhogen. Aan de overige viaducten op het traject zijn geen aanpassingen ten behoeve van de doorrijhoogte nodig.
Figuur 23. Viaduct Koningsweg (bron: Google street view)
4.5.4
Kasten verkeerssignalering
Op de Ring Utrecht is verkeerssignalering aanwezig ten behoeve van de verkeersveiligheid, incident management en onderhoud. Ook in het ontwerp van het alternatief is signalering een essentieel systeem. In de huidige situatie zijn de kasten voor het aansturen van het zogenaamde MTM-systeem in de middenberm aanwezig. Door de extra rijstroken in de bak resteert er geen ruimte meer voor kasten in de middenberm. In de bijlage Ontwerp is benoemd dat hierdoor de kasten achter de wanden van de bak geplaatst moeten worden en dat er een onderhoudspad achter de wanden noodzakelijk is. Mogelijk heeft dit impact op de aanwezige bomen achter de wanden. Daarom heeft Arcadis aanvullend oplossingen uitgedacht zoals het vergroten van de afstand tussen de portalen, zodat deze niet in de bak staan, het maken van een nis in de wand van de bak of het verplaatsen van de kasten buiten de bak naar de andere zijde.
4.6
Bovenwettelijk maatregelenpakket
Bij het Tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht is door het Rijk een bedrag van €15 mln. inclusief BTW ter beschikking gesteld voor extra leefbaarheids- en inpassingsmaatregelen. Dit zijn maatregelen die een aanvulling zijn bovenop de (wettelijke) maatregelen die zijn voorzien in het Tracébesluit. Dit zijn de zogeheten ‘Bovenwettelijke maatregelen’. Op 15 locaties in Utrecht, De Bilt en Houten worden extra en/of hogere geluidschermen geplaatst dan beschreven staat in het TB. Daarnaast worden een nieuwe fietsverbinding gerealiseerd: een tunnel voor een fietsverbinding tussen Rijnsweerd en Utrecht Science Park (USP).
Pagina 40 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
De maatregelen uit het bovenwettelijk pakket van het rijk zijn ook opgenomen in het plan voor ARU. Het ARU heeft langs de A27 een beperkter ruimtebeslag dan het TB, waardoor er overal voldoende, en tenminste dezelfde ruimte is om geluidschermen te kunnen plaatsen. In het ARU zijn vooralsnog alle wettelijke geluidmaatrelen uit het TB overgenomen, een pakket van in totaal 15 mln. euro aan bovenwettelijke geluidschermen en de genoemde fietsverbindingen. Hoe het bovenwettelijk pakket aan geluidsmaatregelen er in ARU precies uit komt te zien dient nader te worden bepaald. Dat komt mede doordat er bij de komende inwerkingtreding van de omgevingswet (per 1/1/2024) nieuwe rekenregels gaan gelden voor geluidbelasting van infrastructuurprojecten. Het is vooralsnog niet duidelijk welk effect deze nieuwe rekenregels zullen hebben en wat dat betekent voor een bovenwettelijk pakket voor het ARU. Het overnemen van de maatregelen van het rijk is in deze fase de meest veilige keuze uit oogpunt van leefbaarheid.
4.7
Potentiële optimalisaties
Het ontwerpprincipe van de variant ARU Weefvakken is gebaseerd op het zoveel mogelijk gebruik maken van de bestaande weginfrastructuur. Voor een verdere verbetering van de doorstroming, verkeersveiligheid of minimalisatie van het ruimtegebruik, is het mogelijk om optimalisaties door te voeren aan het ontwerp. In deze paragraaf worden enkele potentiële ontwerpoptimalisaties toegelicht. Deze zijn vooralsnog niet in detail beoordeeld op aspecten als kosten, doorstroming, verkeersveiligheid, geluid, beheer en onderhoud en ruimtelijke inpassing. Afhankelijk van de beoordeling van wat de consequenties van het ARU betekenen voor de geplande gebiedsontwikkelingen, kunnen deze optimalisaties in een volgende fase worden uitgewerkt.
4.7.1
Hoogteligging nieuwe fly-over Rijnsweerd
De nieuwe fly-over, die de huidige Varkensbocht vervangt, kruist de A27 onder een scherpe hoek. In het huidige ontwerp van ARU is uitgegaan van een pergolaconstructie over de A27. Het doel daarvan is de hoogte van de fly-over te beperken en de hoogteligging van de verbindingsweg van de Waterlinieweg naar de A27-zuid niet te hoeven aanpassen.
Pagina 41 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Figuur 24. Uitsnede knooppunt Rijnsweerd
Het nadeel van dit ontwerp is, dat het weefvak op de westelijke parallelbaan van de A27 gedeeltelijk onder de pergolaconstructie komt te liggen. Dit is voor de verkeersveiligheid geen ideale oplossing: verkeer moet van rijstrook wisselen in een (gedeeltelijk) gesloten constructie met licht-donker overgangen. Een optimalisatie zou kunnen zijn om de pergolaconstructie te vervangen door een flyover met grotere overspanning. Hierdoor zal de flyover hoger komen te liggen, waardoor ook de verbindingsweg Waterlinieweg – A27-zuid aangepast moet worden.
Figuur 25. Voorbeeld van een pergolaconstructie (kruising A4 – HSL) (bron: Google street view)
4.7.2
Aanpassingen aan knooppunt Rijnsweerd
Het ontwerp van knooppunt Rijnsweerd in ARU bevat nog enkele krappe klaverbladlussen en korte weefvakken. Een verdere verbetering van de verkeersveiligheid en de doorstroming is mogelijk door de knooppuntsvorm toe te passen die lijkt op die van het TB ontwerp. Belangrijk aandachtspunt hierbij is het hoogteverschil tussen de verschillende
Pagina 42 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
verbindingswegen en daarmee de maakbaarheid van de oplossing. Onderstaand is een schets opgenomen. Hiermee zou ook de verbindingsweg vanuit Rijnsweerd richting de A27 kunnen komen te vervallen t.b.v. de woningbouwontwikkeling Archimedeskwartier.
Figuur 26. Principeschets optimalisatie verbindingswegen knooppunt Rijnsweerd
Pagina 43 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
5 Analyse verkeer en bereikbaarheid 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de resultaten beschreven van de analyse op het gebied van verkeer en bereikbaarheid. Deze zijn gebaseerd op de modelberekeningen die door bureau Goudappel uitgevoerd zijn. De uitgebreide beschrijving van de resultaten zijn opgenomen in de bijlage Verkeer. De analyses zijn onderbouwd met het meest actuele landelijke verkeersmodel (NRM22) 45 . De WLO-scenario’s zijn hierin opgenomen. Zo sluiten de analyses optimaal aan op landelijk afgesproken uitgangspunten. Bij analyses naar het onderliggend wegennet (OWN) en bij analyses naar fiets- en OV-gebruik is ook gebruik gemaakt van het regionale U Nedverkeersmodel (VRU 3.4). Bij de analyses in dit hoofdstuk wordt een aantal situaties/varianten met elkaar vergeleken: •
2018. Dit is het basisjaar van het verkeersmodel en geeft een zo realistisch mogelijk beeld van de verkeerssituatie op dat moment.
•
Referentie 2040. Hierbij wordt een prognose gegeven van de situatie in 2040, waarbij vastgestelde projecten (Tracébesluiten zoals A27 Houten – Hooipolder) en vastgestelde beleidsmaatregelen (zoals de vrachtwagenheffing) mee worden genomen. Voor de A27/A12 (Ring Utrecht) wordt uitgegaan van de huidige situatie, dus zonder Tracébesluit (hele TB-gebied).
•
Alternatief Ring Utrecht (ARU) 2040. In deze variant wordt de referentiesituatie, aangevuld met de ingrepen uit het alternatief, pijler 1 t/m 3, zoals beschreven in hoofdstuk 3.
•
Tracébesluit (TB) 2040. In deze variant wordt uitgegaan van de referentiesituatie, aangevuld met de capaciteitsuitbreiding van de Ring Utrecht zoals in het Tracébesluit is opgenomen.
Daarnaast is een aantal aanvullende (gevoeligheids-)analyses uitgevoerd, om te verkennen wat de effecten zijn op mogelijke toekomstige situaties. Deze zijn opgenomen op verzoek van het rijk ten behoeve van de vergelijkbaarheid van verschillende oplossingen en zijn beschreven in de rapportage van Goudappel: •
TB beleidsrijk 2040: een situatie waarbij het Tracébesluit wordt aangelegd, maar ook Betalen naar Gebruik, mobiliteitsmanagement en parkeerbeleid worden uitgevoerd
4 Ten tijde van de start van het onderzoek, begin 2023, was het NRM22 het meest actuele verkeersmodel. 5 Voor het vastgestelde Tracébesluit A12/A27 Ring Utrecht is voor de berekening van verkeerseffecten gebruik
gemaakt van NRM20. Om ARU en TB op een zo eerlijk mogelijke manier met elkaar te vergelijken (met dezelfde uitgangspunten) en gebruik te maken van de meest actuele inzichten, is er in deze studie voor gekozen om het NRM22 te gebruiken.
Pagina 44 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
(beleidsvoornemens uit pijler 1). Modal shift maatregelen vormen geen onderdeel van het beleidsrijke pakket. •
ARU zonder Betalen naar Gebruik 2040. Dit is het ARU, maar zonder het beleidsvoornemen Betalen naar Gebruik. Het is mogelijk dat Betalen naar Gebruik niet of anders wordt ingevoerd dan nu gedacht.
•
ARU beleidsarm 2040. Het ARU met alleen infrastructurele aanpassingen voor de A27A12 en zonder vraagbeïnvloedingsmaatregelen. Vanuit de ontwerpfilosofie van ARU bestaat er eigenlijk geen ARU ‘beleidsarm’. Maatregelen om de groei van de automobiliteit af te remmen en een modal shift te bewerkstelligen, worden als integraal en onlosmakelijk onderdeel gezien van een duurzame oplossing.
In aansluiting op het TB is naar een projectgebied en een groter omliggend studiegebied gekeken (zie afbeelding hieronder). De analyses richten zich niet alleen op de infrastructuurbundels zelf, maar bestrijken ook het omliggend stedelijke gebied als geheel.
Figuur 27. Weergave van het projectgebied en studiegebied.
Bij de analyses is gekeken naar verschillende indicatoren, zoals de verkeersdrukte in de bak Amelisweerd, doorstroming en trajecttijden, voertuigverliesuren, vervoerwijzeverdeling, afgelegde voertuigkilometers op hoofdwegennet (HWN) en onderliggend wegennet (OWN) en ontplooiingsmogelijkheden voor mensen. Vooral het aantal voertuigkilometers OWN geeft een indicatie van o.a. de leefkwaliteit (veiligheid, emissies, geluid en barrièrewerking). De
Pagina 45 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
milieueffecten worden in het volgende hoofdstuk beschreven. In het beoordelingskader wordt een overzicht gegeven van alle effecten, inclusief de bereikbaarheidseffecten. Alle analyses in dit hoofdstuk betreffen telkens toekomstscenario 2040 WLO hoog, dus de bovenkant van de bandbreedte als het gaat om automobiliteit 3. Er is een (kleine) kans dat de werkelijke toekomstige verkeersdrukte uitkomt op deze bovengrens. Maar het is waarschijnlijker dat deze lager uitvalt ergens tussen bovenkant en onderkant van de bandbreedte die het Centraal Planbureau (CPB) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) inschatten (zie toelichting hieronder). Naar verwachting groeit de Metropoolregio Utrecht sterk richting 2040. Hoe de groei exact zal verlopen, is echter onzeker. Het Centraal Planbureau (CPB) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hebben zogenaamde WLOtoekomstprognoses over de groei opgesteld met een bandbreedte van hoog tot laag, met het oog op een onzekere toekomst (o.a. variatie in aantal inwoners en arbeidsplaatsen, demografische en economische ontwikkeling, maar ook de prijsontwikkeling van auto- en OV-gebruik, gevoeligheid voor prijsprikkels en innovatiesnelheid). De bereikbaarheidsanalyse in het TB A27/A12 is vooral gebaseerd op het meest hoge toekomstscenario: WLO hoog. Dit scenario vormt een ‘worst case’ voor de verkeersdrukte.
Dit is toen gedaan om a) negatieve effecten van het project voor omwonenden niet te onderschatten en b) om toe te kunnen werken naar een zo toekomstvast en robuust mogelijke capaciteitsuitbreiding.6 Echter: ook al is er een kans dat de toekomstige verkeersdrukte uitkomt aan de bovengrens van de bandbreedte, het is waarschijnlijker dat hij lager uitvalt ergens tussen bovenkant en onderkant van de bandbreedte in, zie onderstaande figuur.
Figuur 28. Ontwikkeling van de mobiliteit in verschillende WLO-scenario’s Historische analyse toont dat het werkelijk aantal voertuigkilometers in Nederland zich in de praktijk telkens eerder ontwikkelt volgens de lage dan de hoge WLO-toekomstscenario’s (bron: Van Eck e.a. ‘Hoe combineren we de klimaattransitie in de mobiliteit met een bruikbare bandbreedte’, CVS-paper, 13 oktober 2022)
6
Bron: A27/A12 Ring Utrecht, oplegnotitie Verkeer 2020, Actualisatie verkeerskundige analyses ten behoeve van Tracébesluit
A27/A12 Ring Utrecht 2020 (November 2020), blz. 13
Pagina 46 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
5.2
Bevindingen bereikbaarheid
In de volgende paragrafen zijn de belangrijkste bevindingen uit de analyse beschreven. In deze rapportage worden de ontwikkelingen in het verkeersbeeld vaak uitgelegd met een zogenaamde watervalgrafiek. Met deze wijze van presenteren worden ontwikkelingen in stapjes afgezet tegen huidige of voorspelde verkeersdrukte zonder die maatregelen. Het basisjaar (2018) wordt op index = 100 gezet, de rode en blauwe balkjes tonen de toe- en afname in verschillende situaties.
5.2.1
Voertuigkilometers op het HWN en OWN
De gecombineerde gedrags- en vraagbeïnvloedingsmaatregelen zorgen op zowel HWN als OWN in het studiegebied voor een afname van de vervoersvraag. De infrastructurele aanpassingen op de A27-A12 geven een extra verschuiving van verkeer van het OWN naar het HWN. Alles tezamen zorgt ARU voor het grotendeels teniet doen van de verkeergroei op HWN én OWN. In vergelijking met het TB zonder vraagbeïnvloedingsmaatregelen resulteert ARU in een vermindering van 34% aan voertuigkilometers op het HWN en -21% op het OWN (op een index van 100%).
Figuur 29. links is de ontwikkeling van het aantal voertuigkilometers op het hoofdwegennet weergegeven, rechts voor het onderliggend wegennet (etmaal, studiegebied, WLO Hoog).
5.2.2
Verkeersintensiteit in bak A27
Door de combinatie van vraagbeïnvloedings- en infrastructurele maatregelen rijdt er minder autoverkeer dan in de situatie met TB, ook in de bak A27. Hiermee komt het handhaven van de bestaande bak A27, met daarbinnen een herschikking van rijstroken, binnen handbereik.
Pagina 47 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
Figuur 30. ontwikkeling verkeersintensiteit in de bak A27, links voor de ochtendspits, rechts voor het etmaal (studiegebied, WLO Hoog).
5.2.3
Voertuigverliesuren
Doordat er bij het ARU minder vraag naar automobiliteit optreedt, is de congestie en het aantal voertuigverliesuren ook lager dan bij het TB. Dit geldt zowel voor het HWN en het OWN.
Figuur 31. ontwikkeling aantal voertuigverliesuren op het HWN en het OWN in het studiegebied. Voor het HWN zijn gegevens gebruikt uit het NRM en voor het OWN uit het U Ned-model, hierdoor verschillen de basisjaren.
5.2.4
Reistijden op de Ring Utrecht
Ter illustratie is gekeken naar de spitsreistijden via de bak A27 in de ochtendspits op de drukste relaties. Op de relatie Hilversum-Breda en vice versa (A27) kostte het in 2018 ruim 10 minuten om de ring Utrecht te passeren. Met het TB in 2040 duurt dit ongeveer 8,5 minuut.
Pagina 48 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
En met het ARU in 2040 kost dit ongeveer 9 minuten. Op het traject Amersfoort-Den Haag en vice versa (A12-A27-A28) geeft het ARU ongeveer 7 seconden langere reistijd dan met het TB (op een totale reistijd van ca 10-15 minuten). De verschillen in reistijden tussen het TB en ARU zijn dus minimaal.
Figuur 32. gemiddelde spitsreistijd (beide richtingen gemiddeld) op trajecten door de bak A27
5.2.5
Vervoerwijzeverdeling
Het ARU levert een sterkere bijdrage aan de duurzame mobiliteitstransitie dan het TB: kijkend naar de mobiliteit met alle vervoerwijzen in het studiegebied worden in totaal ca. 3% minder ritten gemaakt met het ARU, dankzij o.a. hybride werken. Bij het ARU worden in totaal ca. 11% minder autoritten gemaakt dan bij het TB, 8% meer fietsritten en 6% meer OV-ritten. Hierdoor verandert de vervoerwijzeverdeling. Bij ARU (t.o.v. referentie) is er een verschuiving zichtbaar van 4% autoverkeer naar OV (2%) en fiets (2%), zie hieronder. Bij het TB blijft de vervoerwijzeverdeling onveranderd t.o.v. de referentiesituatie 2040 zonder maatregelen.
Figuur 33. overzicht aantal ritten (x1.000) en daarbinnen vervoerwijzeverdeling in het
studiegebied.
Pagina 49 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
5.2.6
Ontplooiingsmogelijkheden voor doelgroepen
Uiteindelijk gaat bereikbaarheid over de ontplooiingsmogelijkheden van mensen. Door de combinatie van vraagbeïnvloedingsmaatregelen, verbetering van alternatieve vervoerwijzen en infrastructurele maatregelen op de A27-A12 zorgt het ARU voor meer ontplooiingsmogelijkheden. In vergelijking met het TB, zorgt ARU dat mensen met een gemiddeld budget 30% meer andere inwoners en 28% meer arbeidsplaatsen en voorzieningen kunnen bereiken met de auto. Met een beperkt budget gaat het om 12% meer andere inwoners en 10% meer arbeidsplaatsen en voorzieningen met de auto. De verschillen komen voort uit het lagere aantal voertuigverliesuren in het ARU. Deze analyses zijn uitgevoerd voor de autobereikbaarheid. Door de modalshiftmaatregelen van ARU verbetert ook de OV- en fietsbereikbaarheid, maar deze effecten zijn niet meegenomen in kwantificering.
Figuur 34. Ontwikkeling van het maximaal aantal te bereiken inwoners en arbeidsplaatsen en voorzieningen voor personen met een gemiddeld en beperkt budget in het studiegebied in 2040.
Figuur 35. Vergelijking tussen het ARU en het TB van het maximaal aantal te bereiken
arbeidsplaatsen en voorzieningen voor personen met een gemiddeld budget (links) en beperkt budget (rechts) in 2040. Met ARU zijn meer arbeidsplaatsen en voorzieningen te bereiken vanuit elk gebied in de provincie Utrecht.
Pagina 50 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
5.2.7
Ruimtelijke ontwikkelingen
Het ARU biedt meer ruimte dan het TB voor het opvangen van extra mobiliteitsstromen als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. Het aantal voertuigverliesuren op het HWN en OWN is lager dan bij het TB, wat wijst op een grotere restcapaciteit in het netwerk. Dit betekent dat eventuele extra groei als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de regio in het ARU gemakkelijker zijn op te vangen. Ook maakt ARU autoluwe ontwikkelingen eenvoudiger door de maatregelen gericht op betere fiets- en OV-voorzieningen.
5.3
Onderliggend Wegennet
5.3.1
Voertuigkilometers op het OWN
Bij het ARU is het totaal aantal voertuigkilometers op het OWN ca 13% lager dan bij het TB. Ook op wegvakniveau is de verkeersdrukte op nagenoeg alle schakels van het OWN in de onderzochte situaties lager dan bij het TB, zowel in stedelijke gebieden als het buitengebied.
5.3.2
Waterlinieweg
Bij het ARU rijdt er ca 5% minder autoverkeer op de Waterlinieweg dan bij de situatie met TB. Het ARU sluit hiermee beter aan op de gemeentelijke ambitie dat de Waterlinieweg vooral een stedelijke ontsluitingsfunctie moet vervullen (auto, OV, actieve vervoerwijzen). Bij het hoge toekomstscenario 2040 in het verkeersmodel groeit het autoverkeer hier bij het ARU desondanks met ca 29% t.o.v. 2015.
5.3.3
Noordelijke Randweg Utrecht (NRU)
Bij het ARU rijdt op de NRU ca 14% minder autoverkeer op de NRU dan bij de situatie met TB. Ook hier sluit het ARU beter aan op de gemeentelijke ambities dan het TB als het gaat om leefbaarheid rondom de NRU. Volgens het hoge toekomstscenario 2040 in het verkeersmodel groeit het autoverkeer hier desondanks met ca 45% t.o.v. 2015. De analyses bevestigen de opgave voor de NRU.
5.4
Effect van Rijnenburg
Een gebiedsontwikkeling van Rijnenburg met 22.000 woningen en 12.000 arbeidsplaatsen veroorzaakt ca. 50.000 autoritten per dag. In een situatie zonder maatregelen geeft dit in de bak A27 een toename van ca. 1% autoverkeer in de ochtendspits en minder dan 1% op etmaalbasis t.o.v. eenzelfde situatie zonder Rijnenburg. Routeanalyses wijzen uit dat de lage groei niet komt door een beperkte relatie met de bak, maar door verdringingseffecten
Pagina 51 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
naar het OWN. Mobiliteitsanalyses in het kader van de U Ned Mobiliteitsstrategie7 tonen een duidelijker relatie: ca. 7% van de ritten (etmaal) vanuit Rijnenburg rijdt via de A27 Amelisweerd. Dankzij de combinatie van vraagbeïnvloeding en infrastructurele maatregelen bevat het ARU meer restcapaciteit op het HWN en het OWN dan het TB om de additionele ontwikkeling van Rijnenburg te faciliteren.
5.5
Effect van niet invoeren Betalen naar Gebruik
Het ARU-pakket houdt rekening met het nationale beleidsvoornemen om Betalen naar Gebruik in te voeren (rekenuitgangspunt vlakke kilometerheffing 8,5 cent/km). Het is echter mogelijk dat Betalen naar Gebruik niet of anders wordt ingevoerd dan nu gedacht. Er is ook gekeken wat er gebeurt zonder enige vorm van Betalen naar Gebruik, waarbij wél de andere ARU-maatregelen worden uitgevoerd. T.o.v. de variant met Betalen naar Gebruik neemt het aantal voertuigkilometers dan toe met ca. 29% op het HWN en ca. 12% op het OWN. Ter vergelijking: in het ARU met maatregelen maar zonder Betalen naar Gebruik is het aantal voertuigkilometers 3% (HWN) en 6% (OWN) lager dan in de situatie met TB zonder Betalen naar Gebruik. De voertuigverliesuren in het studiegebied van het ARU zonder Betalen naar Gebruik zijn vergelijkbaarliggen lager dan met het TB; bij ARU zonder Betalen naar gebruik zijn het 33.900 voertuigverliesuren versus 36.400 bij het TB. In de bijlage ‘Beoordeling aanvullende varianten’ zijn alle resultaten te vinden voor deze variant op het gebied van bereikbaarheid.
De modelanalyses voor de U Ned Mobiliteitsstrategie gaan uit van de ontwikkeling van het TB voor de A27 Amelisweerd. 7
Pagina 52 | Alternatief Ring Utrecht - Onderzoek naar een toekomstbestendige oplossing
6 Beoordelingen In dit hoofdstuk is het beoordelingskader ingevuld. Het beoordelingskader is opgebouwd rond het thema Brede Welvaart en opgenomen in de bijlage Beoordelingskader. Allereerst is in de volgende paragraaf het totaaloverzicht gegeven van de beoordelingen. Vervolgens zijn in de navolgende paragrafen nadere toelichtingen opgenomen over de verschillende aspecten. Voor een meer gedetailleerde weergave wordt verwezen naar de desbetreffende bijlagen. Notatie De effecten zijn beoordeeld op een vijfpuntsschaal met behulp van plussen en minnen. De varianten zijn hierbij op aspecten gescoord ten opzichte van de referentiesituatie. De referentie is de situatie zonder ingrepen in het jaar 2040. De plussen en minnen geven aan of een variant op een bepaald aspect beter, slechter of vergelijkbaar scoort ten opzichte van die referentie. Hierbij komen zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten aan bod. De kwantitatieve aspecten zijn terug te voeren op modelberekeningen of andere rekenmethoden. De kwalitatieve aspecten zijn onderbouwd op basis van kwalitatieve analyse. Hierbij is voor kwalitatieve en kwantitatieve aspecten gebruik gemaakt van de volgende notatie: Notatie
Effect
++
Sterk positief effect
+
Positief effect
0
Gelijk of gelijkwaardig
-
Negatief effect
--
Sterk negatief effect
Tabel 4. Notatie effecten
Varianten De varianten die in de integrale beoordelingstabel zijn opgenomen zijn: Variant
Invulling
ARU
Alternatief Ring Utrecht (pijler 1 t/m 3)
TB
Tracébesluit Ring Utrecht
Tabel 5. Beoordeelde varianten.
In bijlage ‘Beoordeling aanvullende varianten’ zijn tevens de beoordelingen opgenomen van een variant van ARU ‘beleidsarm’, zonder pijler 1 (OV, fiets, hubs, betalen naar gebruik, mobiliteitsmanagement en parkeerbeleid), en een variant van TB ‘beleidsrijk’, inclusief het beleidsvoornemen betalen naar gebruik, mobiliteitsmanagement en parkeerbeleid