RIB22.084 Zienswijze begroting 2023 VRU
Tekst van het document
Ontwikkel- en egalisatiereserve Het doel van de ontwikkel- en egalisatiereserve is het vermijden van incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen. Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: • Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan of structurele efficiencyvoordelen te realiseren. • Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. Van het saldo van € 527K per ultimo 2021 is € 270K al geoormerkt voor ontwikkelingen die doorlopen in 2022. Bestemmingsreserve meldkamer De Meldkamer Midden-Nederland zal naar verwachting in 2025 in gebruik genomen worden. Middels deze reserve worden de door het rijk en de Nationale Politie toegekende middelen ingezet als dekking voor de te verwachten project- en frictiekosten in de jaren 2022 t/m 2025. Bestemmingsreserve Omgevingswet De kosten voor de invoering van de omgevingswet worden uit deze reserve onttrokken. Door uitstel van de invoering van de omgevingswet naar 2022 zijn in 2021 geen middelen onttrokken. Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel De OMS-opbrengsten zijn tot en met 2021 algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU verwerkt.
De reserve OMS-fonds is in 2021 ingesteld om te voorkomen dat het wegvallen van de opbrengsten per 2022 in deze beleidsperiode doorwerkt als verhoging op de gemeentelijke bijdrage. De middelen uit de reserve worden in 2022 en 2023 ingezet om het wegvallen van de opbrengsten op te vangen. In aanloop naar de nieuwe beleidsperiode vindt nadere besluitvorming plaats over de structurele dekking.
53
2.2.7
Voorzieningen
Tabel 38 Voorzieningen Bedragen x € 1.000
31-12-20
Mutatie 2021 Toevoeging
Onttrekking
31-12-21
Voorziening juridische geschillen
17
-
-17
-
Totaal
17
-
-17
-
Voorzieningen
In 2021 is het resterende saldo van de voorziening vrijgevallen in verband met de afwikkeling van het juridische geschil. 2.2.8
Vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar
Tabel 39 Vaste schulden looptijd langer dan 1 jaar Bedragen x € 1.000
Langlopende schulden
Rente 2021
31-12-20
Mutatie 2021 Nieuwe lening
Aflossing
31-12-21
BNG Bank Gemeente Amersfoort NWB Bank
460 11 175
12.399 501 18.000
17.000
-1.067 -56 -1.000
11.332 445 34.000
Totaal
646
30.900
17.000
-2.123
45.777
De langlopende schulden worden hoofdzakelijk gebruikt voor de financiering van de vaste activa. In 2021 is een nieuwe lening aangetrokken van € 17 miljoen voor de financiering van lopende investeringen, die grotendeels in 2022 worden afgerond. 2.2.9
Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar
De in de balans opgenomen netto-vlottende schulden met een rente typische periode van minder dan 1 jaar bestaan uitsluitend uit het crediteurensaldo. Tabel 40 Vlottende schulden looptijd korter dan één jaar Bedragen x € 1.000
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
31-12-20
31-12-21
Crediteuren
2.303
3.977
Totaal
2.303
3.977
54
2.2.10 Overlopende passiva Tabel 41 Overlopende passiva Bedragen x € 1.000
Overlopende passiva
31-12-20
31-12-21
Belastingen en premies inzake salarissen Nog te betalen bedragen Nog te betalen personele lasten Nog af te dragen BTW Nog te ontvangen facturen Vennootschapsbelasting Te betalen aan het rijk Te betalen aan gemeenten Overige schulden
7.156 3.245 2.465 160 96 6 510 125 13.763
4.686 3.535 1.742 242 177 16 1.967 403 12.768
196 196
186 186
13.959
12.954
Verplichtingen in begrotingsjaar opgebouwd m.b.t. een volgend begrotingsjaar Vooruit ontvangen voorschotten van overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen Vooruit ontvanen bedragen Totaal
Te betalen aan het rijk In 2021 heeft het kabinet om aan gemeenten een specifieke uitkering te verstrekken voor het ondersteunen van de naleving van de controleplicht van het coronatoegangsbewijs (CTB). De Minister van Justitie en Veiligheid heeft deze incidentele bijdrage aan de veiligheidsregio verstrekt. De uitkering voor veiligheidsregio Utrecht bedroeg € 3,5 miljoen. Hiervan is in 2021 circa € 2 miljoen door de gemeenten besteed. Het resterende saldo van € 1,5 miljoen moet conform de regeling worden terugbetaald aan het rijk. Onder deze post is ook de afrekening van de declaratie meerkosten COVID-19 met betrekking tot 2020 opgenomen. In 2020 was € 1,2 miljoen aan meerkosten gedeclareerd. Na verrekening van minderkosten resteerde een einddeclaratie van € 0,7 miljoen, waarmee nog € 0,5 miljoen moet worden terugbetaald. De einddeclaratie is nog in behandeling bij het Ministerie van VWS. Vooruit ontvangen voorschotten van overheidslichamen De vooruit ontvangen voorschotten van overheidslichamen betreffen de resterende middelen van een subsidie voor beleidsontwikkeling op het gebied van overstromingen (€ 43K) en middelen van het Samenwerkingsverband Dijkringen 14/15/44 (€ 143K). Deze middelen worden in 2022 overgedragen aan veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland die vanaf dan de administratie voor dit samenwerkingsverband voert.
Waarborg en garanties In 2021 is een bankgarantie verstrekt van € 56K met betrekking tot de huur van de nieuwe ademluchtbescherming-werkplaats in Houten die momenteel in opdracht van de verhuurder wordt gebouwd. De nieuwe ademluchtbescherming-werkplaats zal in 2022 in gebruik worden genomen.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen De VRU is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verscheidene, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen. De volgende tabel bevat een opsomming van de belangrijkste verplichtingen.
55
Tabel 42 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Bedragen x € 1.000
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
<1 jaar
1-5 jaar
>5 jaar
Totaal
819 111 930
408 890 1.298
2.336 2.336
1.227 3.338 4.565
Tankautospuiten Redvoertuigen Inventaris admenluchtwerkplaats Installaties etc. admenluchtwerkplaats Verplichtingen investeringen
4.454 3.302 2.067 1.080 10.903
6.730 6.604 13.334
-
11.184 9.906 2.067 1.080 24.237
Totaal
11.833
14.632
2.336
28.802
Huur hoofdkantoor Utrecht Huur ademluchtwerkplaats Houten Huurverplichtingen
Huurverplichtingen Ons hoofdkantoor aan de Archimedeslaan in Utrecht is contractueel tot juni 2023 gevestigd in het Huis van de Provincie te Utrecht. De jaarlijkse huur- en servicekosten bedragen € 819K (prijspeil 2021). Vanaf medio 2022 wordt voor 15 jaar een pand in Houten gehuurd waarin de adembeschermingwerkplaats wordt gevestigd. De huur bedraagt € 222,5K per jaar (prijspeil 2021). Verplichtingen investeringen In het overzicht is een aantal grote investeringen opgenomen die reeds zijn besteld, maar waarvan de levering nog moet plaatsvinden. Een deel van deze investeringen houden verband met de inrichting van de ademluchtwerkplaats in Houten. Niet opgenomen verlofdagen Ten aanzien van de verlofdagen zijn uitsluitend de feitelijke jaarlasten in de rekening opgenomen.
Gebeurtenissen na balansdatum Er is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum met een materiële impact op de jaarrekening 2021.
56
3 Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten naar rubriek Tabel 43 Overzicht baten en lasten naar rubriek Realisatie 2020
Geactualiseerde begroting 2021
Realisatie 2021
Afwijking realisatie en begroting
Bedragen x € 1.000
Rubriek A B C D E F G
Personeelskosten reguliere werkzaamheden Ondersteunende personeelskosten Personeelskosten additionele werkzaamheden Gebouwkosten Kosten voertuigen en operationele middelen Kantoorkosten Overige kosten Totaal Lasten
66.528 5.890 1.888 3.098 10.239 3.996 2.031 93.669
69.837 7.100 1.676 3.781 10.577 3.426 1.781 98.178
68.409 5.618 1.880 3.758 9.672 3.625 1.608 94.568
1.428 1.482 -204 23 906 -198 174 3.610
I J K L
Bijdragen gezamenlijk basistakenpakket Vergoedingen individueel gemeentelijk pluspakket Rijksbijdrage Overige baten Totaal Baten
85.357 10.642 2.323 98.322
84.380 3.428 9.798 2.356 99.962
84.380 3.343 9.726 2.623 100.073
-85 -71 267 111
Saldo baten en lasten Stortingen reserves Onttrekkingen reserves
4.653 5.274 2.751
1.784 4.076 2.292
5.505 4.292 1.889
3.721 -216 -403
Gerealiseerd resultaat
2.129
-
3.102
3.102
N O
Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar rubriek De tabellen geven inzicht in de afwijkingen per rubriek. De grootste (>100K) en bestuurlijk relevante afwijkingen worden vervolgens nader toelicht. 3.2.1
Rubriek A – Personele kosten reguliere werkzaamheden
Tabel 44 Personele kosten – reguliere werkzaamheden Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek A - Personeelskosten reguliere werkzaamheden 1 Hogere lasten FLO-overgangsrecht 2 Lagere kosten vergoedingen brandweervrijwilligers 3 Lagere piketkosten crisisbeheersing 4 Lagere salariskosten door vacatures en saldo overige afwijkingen Totaal rubriek A
1.
2.
structureel/ Afwijking incidenteel -305 Incidenteel 475 Incidenteel 131 Structureel 1.127 Incidenteel 1.428
Hogere lasten FLO-overgangsrecht (€ -305K): de kosten voor het FLO-overgangsrecht waren in 2021 hoger dan begroot. Dit betreft voornamelijk kosten met een incidenteel karakter: kosten voor het versneld sparen en kosten met betrekking tot een kleine groep medewerkers met FLO-rechten tot en met 2023. Lagere vergoedingen vrijwilligers (€ 475K): de vrijwilligersvergoedingen waren in 2021 lager dan begroot. Dit komt voornamelijk doordat de in 2021 uitbetaalde vergoedingen over november en december 2020 (€ 284K) lager waren dan waarmee rekening was gehouden in
57
3.
4.
2020. Daarnaast valt de incidentele nabetaling met betrekking tot de cao 2021 lager uit dan begroot (€ 134K). De reguliere vergoedingen voor 2021 zijn in lijn met de begroting (afwijking € 57K), waarbij wordt opgemerkt dat in de geactualiseerde begroting 2021 al rekening was gehouden met incidenteel lagere lasten voor vrijwilligers door beperkingen als gevolg van de landelijke coronamaatregelen. Lagere piketkosten crisisbeheersing (€ 131K): medewerkers van gemeenten en andere partners, zoals de Politie, werken als piketfunctionaris in de regionale crisisorganisatie. Zij ontvangen daarvoor een piketvergoeding via hun eigen werkgever, die deze kosten op basis van een overeenkomt bij de VRU in rekening kan brengen. In 2021 zijn minder kosten (€ 128K) bij de VRU in rekening gebracht, dan waar we op basis van de overeenkomsten rekening mee houden. Ook in voorgaande jaren was dit het geval. Met de partners zal overleg worden gevoerd om vast te stellen of sprake is van een structurele afwijking, die ook als zodanig in de begroting kan worden verwerkt. Lagere salariskosten door vacatures en saldo overige afwijkingen (€ 1.127K): dit betreft voornamelijk het voordelige saldo van lagere salarislasten door tijdelijke vacatureruimte en hogere kosten voor inhuur op vacatures.
Een deel van de vacatures blijkt lastig in te vullen, zodat vacatures langer open staan en meer inspanningen verricht moeten worden om vacatures te vervullen. Tegenover een deel van de lagere salarislasten staan hogere kosten voor werving en selectie (€ 203K) in rubriek B (zie B3).
3.2.2
Rubriek B – Ondersteunende personele kosten
Tabel 45 Ondersteunende personele kosten Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek B - Ondersteunende personeelskosten 1 Lagere kosten opleiden, trainen en oefenen brandweer 2 Lagere kosten opleiden, trainen en oefenen crisisbeheersing en GHOR 3 Hogere kosten werving en selectie 4 Lagere opleidingskosten omgevingswet 5 Lagere kosten saamhorigheid vrijwilligers 6 Saldo overige afwijkingen Totaal rubriek B
1.
2.
3.
4.
58
structureel/ Afwijking incidenteel 1.033 Incidenteel 268 Incidenteel -203 Incidenteel 112 Saldoneutraal 83 Saldoneutraal 189 Incidenteel 1.482
Lagere kosten opleiden, trainen en oefenen brandweer (€ 1.033K): de onderschrijding betreft voor € 619K het postgebonden en specialistisch/realistisch oefenen en voor € 414K lagere opleidingskosten. De voornaamste oorzaak van het niet volledig realiseren van het opleidingen oefenprogramma zijn de beperkingen als gevolg van de landelijke coronamaatregelen. Daarnaast zijn de opleidingskosten lager door minder instroom van repressieve medewerkers en duikers. Lagere kosten opleiden, trainen en oefenen crisisbeheersing en GHOR (€ 268K): de onderschrijding is het gevolg van het niet volledig realiseren van het programma voor opleiden, trainen en oefenen, mede als gevolg van de beperkingen door de landelijke coronamaatregelen. Hogere kosten werving en selectie (€ -203K): de personeelsbegroting is gebaseerd op de vastgestelde formatie. Daar tegenover staat dat geen kosten worden begroot voor werving en selectie. Kosten voor werving en selectie worden gedekt uit de lagere salarislasten als gevolg van tijdelijke vacatureruimte. Lagere kosten opleidingen omgevingswet (€ 112K): in verband met uitstel van de omgevingswet zijn de opleidingskosten waarvoor incidentele middelen beschikbaar zijn gesteld in de begroting 2021 uitgesteld naar 2022. Tegenover de uitgestelde kosten staat een toevoeging aan de bestemmingsreserve Omgevingswet (zie O2). Per saldo is geen sprake van een resultaateffect.
5.
6.
Lagere kosten saamhorigheid vrijwilligers (€ 83K): in de begroting van 2021 is € 83K gereserveerd om de saamhorigheid onder vrijwilligers te bevorderen. Deze middelen zijn bestemd in de ontwikkel- en egalisatiereserve. In verband met de beperkingen als gevolg van de coronamaatregelen zijn deze middelen in 2021 niet besteed. Tegenover de lagere kosten staat een lagere onttrekking aan de ontwikkel- en egalisatiereserve, zodat deze middelen voor dit doel beschikbaar blijven in 2022 (zie O1). Per saldo is geen sprake van een resultaateffect. Saldo overige afwijkingen (€ 189K): het voordelige saldo op de overige afwijkingen betreft voornamelijk lagere kosten voor de niet operationele opleidingen en trainingen. In 2021 zijn er minder opleidingen en trainingen gevolgd, mede als gevolg van de beperkingen door de landelijke coronamaatregelen.
3.2.3
Rubriek C – Personele kosten additionele werkzaamheden
Tabel 46 Personele kosten additionele werkzaamheden Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek C - Personele kosten additionele werkzaamheden 1 Hogere kosten inhuur en inleen COVID-19 2 Lagere kosten inhuur huisvestingsprojecten 3 Lagere kosten inhuur programma Harmonisering arbeidsvoorwaarden 4 Saldo overige afwijkingen Totaal rubriek C
1.
2.
3.
4.
structureel/ Afwijking incidenteel -413 Incidenteel 53 Saldoneutraal 44 Saldoneutraal 112 Incidenteel -204
Hogere kosten inhuur en inleen COVID-19 (€ -413K): dit betreft de extra kosten voor inhuur en inleen ter ondersteuning van de regionale en gemeentelijke crisisorganisaties met betrekking tot COVID-19. Dit betreft onder andere de kosten voor de juridische ondersteuning, inclusief de vergoeding aan gemeenten voor inzet juridisch loket (€ 208K). Lagere kosten inhuur huisvestingsprojecten (€ 53K): de lagere kosten worden veroorzaakt door uitgestelde activiteiten met betrekking tot huisvestingsprojecten. Tegenover de lagere kosten staat een lagere onttrekking (zie O3) zodat de daarvoor bestemde middelen beschikbaar blijven voor de uitvoering van deze activiteiten in 2022. Per saldo is in 2021 geen sprake van een resultaateffect. Lagere kosten inhuur programma Harmonisering arbeidsvoorwaarden (€ 44K): dit betreft uitgestelde activiteiten met dekking uit de ontwikkel- en egalisatiereserve. Tegenover de lagere kosten voor inhuur lagere onttrekking aan de ontwikkel- en egalisatiereserve, zodat deze middelen beschikbaar blijven voor de afronding in 2022 (zie O1). Per saldo is in 2021 geen sprake van een resultaateffect. Saldo overige afwijkingen (€ 112K): dit betreft minder inhuur voor overige projecten.
3.2.4
Rubriek D – Gebouwkosten
Tabel 47 Gebouwkosten Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek D - Gebouwkosten 1 Lagere kosten beheerpakketten brandweerposten 2 Hogere gebouwkosten regionaal 3 Kosten klimaatbeheersing beroepsposten 4 Lagere kapitaallasten gebouwen Totaal rubriek D
structureel/ Afwijking incidenteel 85 Saldoneutraal -32 Incidenteel -40 Incidenteel 10 Saldoneutraal 23
59
1.
2. 3.
4.
Lagere kosten beheerpakketten brandweerposten (€ 85K): de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de brandweerposten en stellen deze om niet ter beschikking aan de veiligheidsregio. Gemeenten kunnen via het individueel gemeentelijk pluspakket beheertaken door de VRU laten uitvoeren en betalen daarvoor een kostendekkende vergoeding. De lagere kosten in 2021 zijn verrekend in de (lagere) vergoeding voor het individueel pluspakket (zie J1). Per saldo is er dus geen sprake van een resultaateffect. Hogere gebouwkosten regionaal (€ -32K): dit betreft voornamelijk hogere schoonmaakkosten in verband met de coronamaatregelen. Kosten klimaatbeheersing beroepsposten (€ -40K): dit betreft de kosten voor het op orde brengen van de klimaatbeheersing op beroepsbrandweerposten om te voldoen aan de arboeisen. Lagere kapitaallasten gebouwen (€ 10K): de lagere kapitaallasten worden veroorzaakt door activa dat in de loop van 2021 geheel was afgeschreven, waarvoor in de begroting rekening was gehouden met kapitaallasten voor een volledig jaar. Tegenover de lagere kapitaallasten staat een dotatie aan de reserve kapitaallasten. Per saldo zijn de afwijkingen ten aanzien van de kapitaallasten saldoneutraal (zie N1).
3.2.5
Rubriek E – Kosten voertuigen en operationele middelen
Tabel 48 Kosten voertuigen en operationele middelen Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek E - Kosten voertuigen en operationele middelen 1 Lagere lasten voertuigen en overig materieel 2 Lagere lasten operationeel materiaal en uitrusting 3 Lagere kapitaallasten Totaal rubriek E
1.
2.
3.
60
structureel/ Afwijking incidenteel 432 Incidenteel 430 Incidenteel 44 Saldoneutraal 906
Lagere lasten voertuigen en overig materieel (€ 432K): de kosten voor gebruik, onderhoud en schade van de voertuigen waren lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door minder reisbewegingen en oefeningen in 2021 door de landelijke coronamaatregelen. Lagere lasten operationeel materiaal en uitrusting (€ 430K): de kosten voor operationele middelen en uitrusting zijn lager. Dit betreft onder meer lagere kosten voor kleding (€ 221K) in afwachting op het operationele uniform en lagere kosten voor wassen kleding (€ 111K) door minder oefeningen. Ditzelfde geldt voor de kosten voor onderhoud operationele middelen (€ 202K). Alleen de kosten voor de apparatuur in de ademluchtwerkplaats zijn hoger (€ -105K) in afwachting op de nieuwe werkplaats, die in 2022 in gebruik wordt genomen. Lagere kapitaallasten operationele middelen (€ 44K): de lagere kapitaallasten worden onder andere veroorzaakt lagere kapitaallasten met betrekking tot activa die in de loop van 2021 is afgeschreven of verkocht, waarvoor in de begroting rekening was gehouden met kapitaallasten voor een volledig jaar. Tegenover de lagere kapitaallasten staat een dotatie aan de reserve kapitaallasten. Per saldo zijn de afwijkingen ten aanzien van de kapitaallasten saldoneutraal (zie N1).
3.2.6
Rubriek F - Kantoorkosten
Tabel 49 Kantoorkosten Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek F - Kantoorkosten 1 Hogere licentiekosten 2 Hogere ICT-lasten back-up en opslag 3 Lagere kosten omgevingswet 4 Saldo overige overige afwijkingen kantoorkosten Totaal rubriek F
1.
2. 3.
4.
structureel/ Afwijking incidenteel -212 Structureel -113 Incidenteel -30 Saldoneutraal 157 Incidenteel -198
Hogere licentiekosten (€ -212K): de kosten voor licenties stijgen structureel. Deze stijging is in 2022 structureel verwerkt in de begroting. De hogere licentiekosten worden gedekt uit de kapitaallasten omdat een verschuiving plaatsvindt van periodieke (af)koop van software naar jaarlijkse licentiekosten. Hogere ICT-lasten back-up en opslag (€ -113): in 2021 zijn incidenteel extra kosten gemaakt voor onderhoud aan opslag (€ 45K) en back-up voorzieningen (68K). Lagere kosten digitaal stelsel omgevingswet (€ 30K): In verband met uitstel van de wet zijn de werkzaamheden met betrekking tot het digitaal stelsel omgevingswet uitgesteld naar 2022. Hiervoor waren in de begroting 2021 incidentele middelen beschikbaar gesteld. Tegenover de uitgestelde kosten staat een lagere onttrekking aan de bestemmingsreserve Omgevingswet, zodat deze middelen beschikbaar blijven voor de uitvoering in 2022 (zie O2). Per saldo is geen sprake van een resultaateffect. Saldo overige afwijkingen kantoorkosten (€ 157K): dit betreft onder andere lagere kosten voor druk-, print- en verzendkosten (€ 78K) en minder kosten voor overige kantoorbenodigdheden (€ 64K). In verband met het effect van de coronamaatregelen is deze afwijking vooralsnog als incidenteel aangemerkt, maar structureel zal een verschuiving plaatsvinden van de overige kantoorkosten naar de ICT-kosten in verband met de toenemende digitalisering.
3.2.7
Rubriek G – Overige kosten
Tabel 50 Overige kosten Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek G - Overige kosten 1 Lagere rentekosten vaste activa 2 Lagere kosten digitalisering dossiers risicobeheersing 3 Saldo overige afwijkingen Totaal rubriek G
1.
2.
structureel/ Afwijking incidenteel 89 Saldoneutraal 80 Saldoneutraal 5 Incidenteel 174
Lagere rentekosten vaste activa (€ 89K): de lopende investeringen en een deel van de vaste activa is in 2021 gefinancierd met eigen vermogen. Dit leidt tot een financieringsvoordeel omdat in de begroting rekening wordt gehouden met een financiering van de vaste activa met vreemd vermogen. Tegenover de lagere rentekosten staat een hogere storting in de egalisatiereserve kapitaallasten (zie O1). Per saldo is er geen sprake van een resultaateffect. Lagere kosten digitalisering dossiers risicobeheersing (€ 80K): voor het digitaliseren van risicobeheersing dossiers zijn middelen bestemd uit de ontwikkel- en egalisatiereserve. Tegenover de lagere kosten vanwege het doorschuiven van activiteiten naar 2022, staat een lagere onttrekking aan de ontwikkel- en egalisatiereserve (zie O1). Per saldo is geen sprake van een resultaateffect.
61
3.2.8
Rubriek J – Vergoedingen individueel gemeentelijk pluspakket
Tabel 51 Vergoedingen individueel gemeentelijk pluspakket Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek J - Vergoedingen individueel gemeentelijk pluspakket 1 Lagere vergoeding beheerpakketten brandweerposten Totaal rubriek J
1.
structureel/ Afwijking incidenteel -85 Saldoneutraal -85
Lagere vergoeding beheerpakketten brandweerposten (€ -85K): De lagere opbrengst betreft de verrekening van de lagere kosten in 2021 (zie D1). Per saldo is er dus geen sprake van een resultaateffect.
3.2.9
Rubriek K - Rijksbijdrage
Tabel 52 Rijksbijdrage Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek K - Rijksbijdrage 1 Lagere vergoeding meerkosten COVID-19 2 Hogere reguliere rijksbijdrage Totaal rubriek K
1.
2.
structureel/ Afwijking incidenteel -91 Incidenteel 20 Structureel -71
Lagere vergoeding meerkosten COVID-19 (€ 91K): in de geactualiseerde begroting 2021 was rekening gehouden met een declaratie van meerkosten COVID-19 voor 2021 van € 91K. In 2021 zijn uiteindelijk geen meerkosten gedeclareerd, omdat duidelijk was dat de minderkosten de meerkosten in 2021 overstijgen. Hogere reguliere rijksbijdrage (€ 20K): de hogere bijdrage betreft een voordeel op de loonen prijsbijstelling. Dit voordeel wordt via de geactualiseerde begroting 2022/begroting 2023 (structureel) doorberekend als verlaging van de gemeentelijke bijdrage vanaf 2022.
3.2.10 Rubriek L – Overige baten Tabel 53 Overige baten Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek L - Overige baten 1 Boekwinst verkoop activa 2 Opbrengst omgevingsveiligheid 3 Saldo overige baten Totaal rubriek L
1.
2.
3.
62
structureel/ Afwijking incidenteel 73 Saldoneutraal 57 Incidenteel 137 Incidenteel 267
Boekwinst verkoop activa (€ 73K): dit betreft de gerealiseerde boekwinst op de verkochte activa die conform het activabeleid wordt gedoteerd aan de egalisatiereserve kapitaallasten (zie O1). Per saldo leidt dit niet tot een resultaateffect Opbrengst omgevingsveiligheid (€ 57K): dit betreft een vergoeding voor de bijdrage die door de VRU is geleverd aan landelijke programma’s in het kader van de versterking van de omgevingsveiligheid. Saldo overige baten (€ 137K): dit betreft onder andere hogere opbrengsten met betrekking tot opleidingen, detacheringen en werkzaamheden voor andere overheden vanuit de werkplaatsen.
3.2.11 Rubriek N – Storting reserves Tabel 54 Storting reserves Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek N - Storting reserves 1 Hogere dotatie kapitaallastenreserve Totaal rubriek N
1.
structureel/ Afwijking incidenteel -216 Saldoneutraal -216
Hogere dotatiekapitaallasten (€ -216K): conform het activabeleid worden voordelen ten aanzien van de kapitaallasten (zie D4, E3, G1) en gerealiseerde boekwinsten (E1) gestort in de egalisatiereserve. Per saldo is geen sprake van een resultaateffect.
3.2.12 Rubriek O – Onttrekking reserves Tabel 55 Onttrekking reserves Bedragen x € 1.000
Nr. Rubriek O - Onttrekking reserves 1 Lagere onttrekking ontwikkel- en egalisatiereserve 2 Lagere onttrekking reserve omgevingswet 3 Lagere onttrekking kapitaallastenreserve Totaal rubriek O
1.
2.
3.
structureel/ Afwijking incidenteel -208 Saldoneutraal -142 Saldoneutraal -53 Saldoneutraal -403
Lagere onttrekking ontwikkel- en egalisatiereserve (€ -208K): de lagere onttrekking betreft een aantal activiteiten die mede door de coronamaatregelen zijn doorgeschoven naar 2022 (zie B5, C3 en G2). Lagere onttrekking reserve omgevingswet (€ -142K): de lagere onttrekking aan de reserve omgevingswet is het gevolg van het uitstel van de invoering van de nieuwe wet. De opleidingskosten (€ 112K, zie B4) en ICT kosten (€ 30K, zie F3) waarvoor incidentele middelen beschikbaar zijn gesteld in de begroting 2021 uitgesteld naar 2022. Door de lagere onttrekking aan de reserve omgevingswet blijven de middelen beschikbaar voor de uitvoering in 2022. Per saldo is geen sprake van een resultaateffect. Lagere onttrekking kapitaallastenreserve (€ -53K): de lagere onttrekking aan de kapitaallastenreserve houdt verband met het doorschuiven naar activiteiten naar 2022 (zie C2).
63
Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2021 De begroting bestaat uit één programma: Veiligheidsregio Utrecht, met daarin de programmaonderdelen die zijn opgenomen in de programmaverantwoording. Tabel 56 Overzicht baten en lasten Bedragen in € 1.000
Actualisatie 2021 Lasten Baten
Saldo
Lasten
Realisatie 2021 Baten
Saldo
Overzicht van baten en lasten Veiligheidsregio Utrecht Overhead Saldo van baten en lasten
74.469 23.709 98.178
99.962 99.962
25.493 -23.709 1.784
71.764 22.804 94.568
100.057 17 100.073
28.292 -22.787 5.505
Mutaties in reserve Veiligheidsregio Utrecht Overhead Saldo mutaties in reserve
3.298 777 4.075
765 1.527 2.292
-2.533 749 -1.784
3.510 782 4.292
602 1.287 1.889
-2.908 505 -2.403
102.253
102.254
-
98.860
101.962
3.102
Totaal
64
4 Wet normering topinkomens (WNT) Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op Veiligheidsregio Utrecht. Het voor de VRU toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2021 € 209.000, het algemeen bezoldigingsmaximum.
Bezoldiging topfunctionarissen Leidinggevende topfunctionarissen, gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling: Tabel 57 Bezoldiging topfunctionarissen bedragen x € 1
Gegevens 2021 Functiegegevens
Aanvang en einde functievervulling Deeltijdfactor in fte Gewezen topfunctionaris? (Fictieve) dienstbetrekking?
J.R. Donker C.M. Angevaren Algemeen Directeur 01/11 – 31/12 1,0 Nee Ja
P.L.J. Bos
Waarnemend Algemeen Directeur Alemeen Directeur 01/6 - 30/10 01/01 – 30/06 1,0 1,0 Nee Nee Ja Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Totaal beloning
23.923 2.469 26.392
56.530 5.929 62.459
90.664 8.001 98.665
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
34.929
87.608
103.641
Totaal bezoldiging 2021
26.392
62.459
98.665
Gegevens 2020 Aanvang en einde functievervulling in 2020 Deeltijdfactor 2020 in fte Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
01/01 – 31/12 1,0
Beloningen betaalbaar op termijn
174.299 21.838
Totaal bezoldiging 2020
196.137
65
Onbezoldigde topfunctionarissen Leidinggevende of toezichthoudende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder: Voor alle functies in onderstaande tabel geldt dat deze onbezoldigd zijn. Tabel 58 Toezichthoudende topfunctionarissen Gemeente
Naam topfunctionaris
Functie
Amersfoort
L.M.M. (Lucas) Bolsius
Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein
M.A. (Mark) Röell R. (Ruud) van Bennekom M. (Melis) van de Groep S.C.C.M. (Sjoerd) Potters M. (Maarten) Divendal R. (Roland) van Benthem G.P. (Gilbert) Isabella P.J.M. (Patrick) van Domburg G.J. (Gerolf) Bouwmeester L. (Laurens) de Graaf P.J. (Petra) van Hartskamp-de Jong F.Th.J.M. (Frans) Backhuijs
Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht
D.C. (Danny) de Vries P. (Petra) Doornenbal-van der Vlist H. (Hans) van der Pas R.T. (Rob) Metz A.J.H.T.H. (Ap) Reinders S.A.M. (Sharon) Dijksma
Lid algemeen bestuur; Lid dagelijks bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur; Lid dagelijks bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Voorzitter algemeen bestuur; Voorzitter dagelijks bestuur Lid algemeen bestuur; Lid dagelijks bestuur Lid algemeen bestuur; Lid dagelijks bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur; Lid dagelijks bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur Lid algemeen bestuur
Utrechtse Heuvelrug F. (Frits) Naafs Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden
K.J.G. (Gert-Jan) Kats S. (Sjors) Fröhlich I.P. (Iris) Meerts V.J.H. (Victor) Molkenboer
Woudenberg
T. (Titia) Cnossen-Looijenga Y.P. (Yvonne) van Mastrigt (waarnemend) J.J.L.M. (Koos) Janssen
Zeist
66
Duur dienstverband in 2021 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12
1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/05 1/6 tot en met 31/12 1/1 tot en met 31/12
5 Single information Single Audit Figuur 1 Single information Singe Audit
Ontvanger
A2
Juridische grondslag
Uitkeringscode
JenV
Specifieke uitkering
Verstrekker
SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2021 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 3-2-2022
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR)
Indicator Besteding (jaar T)
Indicator
Indicator
Indicator
Indicator
Indicator
Besluit veiligheidsregio's artikelen 8.1, 8.2 en 8.3 Veiligheidsregio's
JenV
A12
Incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op coronatoegangsbewijzen
Aard controle R Indicator: A2/01 € 9.726.462 Besteding in (jaar T) Zelfstandige uitvoering (Ja/Nee) (zelfstandige uitvoering inclusief uitvoering door andere partijen, niet zijnde medeoverheden)
Correctie besteding (jaar T-1) Vanaf SiSa 2022 van toepassing i.v.m. SiSa tussen medeoverheden
Cumulatieve besteding (t/m jaar Eindverantwoording (Ja/Nee) T) in inclusief uitvoering door andere medeoverheden vanaf SiSa 2022
Veiligheidsregio's Aard controle R Indicator: A12/01 € 0 Nee
Aard controle n.v.t. Indicator: A12/02
Aard controle R Indicator: A12/03 €0
Aard controle n.v.t. Indicator: A12/04 € 0 Nee
Aard controle n.v.t. Indicator: A12/05
67
6 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
68
69
Bijlage 1 – Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen Tabel 59 Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen 2021 Bedragen x € 1.000
Gemeente Renswoude Eemnes Oudewater Woudenberg Montfoort Lopik Bunnik Bunschoten Rhenen Wijk bij Duurstede Baarn Leusden IJsselstein De Ronde Venen De Bilt Soest Houten Woerden Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Stichtse Vecht Nieuwegein Zeist Veenendaal Amersfoort Utrecht Afronding Totaal
Begroot GBTP 2021
Begroot IGPP 2021
Totaal begroot
Totaal realisatie
Afwijking
353 547 588 688 806 862 935 1.110 1.140 1.375 1.536 1.611 1.698 2.607 2.597 2.648 2.293 2.969 3.051 3.427 3.870 3.711 4.044 3.128 9.733 27.053
39 19 19 19 92 24 16 76 66 127 102 163 12 894 68 449 1.244
353 586 607 707 806 862 935 1.129 1.140 1.468 1.560 1.611 1.714 2.597 2.607 2.723 2.358 3.096 3.153 3.590 3.870 3.723 4.938 3.196 10.182 28.297
353 595 608 707 806 862 935 1.129 1.140 1.468 1.559 1.612 1.714 2.597 2.607 2.720 2.358 3.104 3.153 3.590 3.870 3.723 4.944 3.196 10.108 28.267
-9 -2 1 4 -8 -6 74 31
84.380
3.427
87.808
87.723
85
De afwijkingen hebben uitsluitend betrekking op de vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket (zie paragraaf 3.2.8 van de jaarrekening).
70
Bijlage 2 – teruggave resultaat 2021 per gemeente Tabel 60 Voorstel resultaatbestemming: teruggave per gemeente Bedragen x € 1.000
Gemeente Renswoude Eemnes Oudewater Woudenberg Montfoort Lopik Bunnik Bunschoten Rhenen Wijk bij Duurstede Baarn Leusden IJsselstein De Ronde Venen De Bilt Soest Houten Woerden Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Stichtse Vecht Nieuwegein Zeist Veenendaal Amersfoort Utrecht Afronding Totaal
Begroot GBTP 2021
Voorstel teruggave resultaat 2021
353 547 588 688 806 862 935 1.110 1.140 1.375 1.536 1.611 1.698 2.607 2.597 2.648 2.293 2.969 3.051 3.427 3.870 3.711 4.044 3.128 9.733 27.053
10 15 16 19 22 24 26 31 31 38 42 44 47 72 71 73 63 82 84 94 106 102 111 86 268 744
84.380
2.320
71
Bijlage 3 – Gerealiseerde baten en lasten per taakveld Tabel 61 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld Bedragen x € 1.000
Taakvelden gemeenten 0. 0.1 0.4 0.5 0.8 0.9 0.10 1. 1.1 8. 8.3
72
Bestuur en ondersteuning Bestuur Overhead Treasury Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting Mutaties reserves Veiligheid Crisisbeheersing en brandweer Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Wonen en bouwen Totaal
Lasten
Realisatie 2021 Baten
Saldo
425 22.926 -89 236 4 4.292
55 79 1.889
425 22.871 -89 157 4 2.403
68.895
99.874
-30.979
2.171 98.860
65 101.962
2.106 -3.102
Bijlage 4 – Begrippen en afkortingen AB Algemeen Bestuur AC Algemeen commandant AED Automatische externe defibrillator AGV Adviesgroep Gemeentesecretarissen Veiligheid AP Autoriteit Persoonsgegevens BAC Bestuurlijke Advies Commissie BBV Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten BDuR Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen BNG Bank Nederlandse Gemeenten BRZO Besluit risico’s zware ongevallen BVL Brand Veilig Leven CB Crisisbeheersing CB/G Crisisbeheersing en GHOR CBS Centraal Bureau voor de Statistiek COC Coördinatiewerkgroep COVID-19 CaCo Calamiteiten Coördinator CoFu Coördinerend functionaris CoPI Commando plaats incident COR Centrale ondernemingsraad DB Dagelijks Bestuur DIV Documentaire informatievoorziening DPG Directeur Publieke Gezondheid DT Directieteam FB Facilitair bedrijf FG Functionaris Gegevensbescherming Fido Wet financiering decentrale overheden FLO Functioneel leeftijdsontslag GBT Gemeentelijk beleidsteam GBTP Gemeentelijk basistakenpakket GC2.0 Gemeentelijke Crisisbeheersing 2.0 GGDrU Gemeentelijke Gezondheidsdiensten regio Utrecht GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio GMS Geïntegreerd meldkamer systeem GMU Gemeenschappelijke meldkamer Utrecht GRIP Gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure HKZ Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector HIN Hoofd informatie HON Hoofd
ondersteuning IBP Incident bestrijdingsplan IFV Instituut Fysieke Veiligheid IGPP Individueel gemeentelijk pluspakket IM Informatie Management I-mgm Informatiemanagement KVO Keurmerk Veilig Ondernemen KVU Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan L&C Leiding en coördinatie LCMS Landelijk Crisismanagement systeem LMO Landelijke Meldkamer Organisatie LMS Landelijke Meldkamer Samenwerking LOT-C Landelijk operationeel Team Corona
73
M&A Melding en alarmering MPBSP Materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan MIP Meerjaren Investeringsplan MKA Meldkamer ambulance MT Managementteam MVI Maatschappelijk Verantwoord Inkopen NBB Natuurbrandbestrijding NWB Nederlandse Waterschapsbank O&A Op- en afschaling ODRU Omgevingsdienst Regio Utrecht OL Operationeel leider OMS Openbaar (brand)meldsysteem OR Ondersteuning & repressie OTO Opleiden, Trainen en Oefenen OvD Officier van Dienst PSH Psychosociale hulpverlening RAC Regionale Alarmcentrale RAVU Regionale Ambulance Voorziening Utrecht RBP Rampbestrijdingsplan RBT Regionaal beleidsteam RO Ruimtelijke Ordening ROAZ Regionaal Overleg Acute Zorg ROCU Regionaal Overleg Crisisbeheersing Utrecht ROT Regionaal operationeel team RUD Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht SCM Strategisch crisismanagement SIS Slachtofferinformatie systematiek SMT Sociaal medisch team TUO Taakuitvoeringsovereenkomst VIC Veiligheidsinformatiecentrum VMS Vakbekwaamheidsmanagementsysteem VP Veiligheidspaspoort VR Veiligheidsregio VRU Veiligheidsregio Utrecht VTH Vergunningverlening Toezicht en Handhaving VWS Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport WABO Wet algemene bepalingen omgevingswet Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wnra Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Wnt Wet normering topinkomens WO Waterongevallen Wvr Wet veiligheidsregio’s WVSV Werkgeversvereniging Samenwerkende
Veiligheidsregio’s ZBO Zelfstandig bestuursorgaan
74
Ontwerp-Begroting 2023 & geactualiseerde begroting 2022 (concept) Versie gemeenten 15 april 2022
Colofon Stafafdeling Bestuur & Control Team Planning & Control Documentnummer: 22.0005368 Vastgesteld op: 28 maart 2022 Door: Algemeen Bestuur VRU
Inhoudsopgave
1
Inleiding Opbouw begroting Proces totstandkoming begroting 1.2.1 Geactualiseerde begroting 2022 1.2.2 Begroting 2023 1.2.3 Beleidsplan 2020-2023
6 6 6 6 7 8
2
Financiële hoofdlijnen Financieel kader 2.1.1 Bijstelling gemeentefonds 2.1.2 Loonaanpassing 2.1.3 Prijsaanpassing 2.1.4 FLO-overgangsrecht 2.1.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding 2.1.6 Samenvatting effect mutaties financieel kader Ontwikkelingen bestaand beleid 2.2.1 Concessievergoeding openbaar meldsysteem 2.2.2 Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer (Caco) 2.2.3 AED 2.2.4 Samenvatting effect mutaties bijstellingen bestaand beleid Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket
10 10 10 13 14 14 15 16 17 17 17 17 18 19 20
3
Beleidsbegroting – programmaplan Risicobeheersing 3.1.1 Wat willen we bereiken? 3.1.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.1.3 Waarop sturen we? 3.1.4 Wat kost het? Crisisbeheersing 3.2.1 Wat willen we bereiken? 3.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.2.3 Waarop sturen we? 3.2.4 Wat kost het? GHOR 3.3.1 Wat willen we bereiken? 3.3.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.3.3 Waarop sturen we? 3.3.4 Wat kost het? Brandweer 3.4.1 Wat willen we bereiken? 3.4.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.4.3 Waarop sturen we? 3.4.4 Wat kost het? Meldkamer 3.5.1 Wat willen we bereiken? 3.5.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.5.3 Waarop sturen we? 3.5.4 Wat kost het?
21 21 21 21 23 25 25 25 26 27 27 28 28 28 29 29 29 29 30 33 34 34 34 34 35 36
Algemeen 3.6.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen 3.6.2 Overhead 3.6.3 Onvoorzien
36 36 37 37
4
Beleidsbegroting – paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.1.1 Weerstandscapaciteit 4.1.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit 4.1.3 Kengetallen Onderhoud kapitaalgoederen 4.2.1 Kapitaalgoederen 4.2.2 Onderhoud gebouwen en installaties 4.2.3 Onderhoud materieel Financiering 4.3.1 Financieringsportefeuille 4.3.2 Risicobeheer 4.3.3 Verloop reserves Bedrijfsvoering 4.4.1 Inleiding 4.4.2 Personeel 4.4.3 Interne beheersing 4.4.4 Duurzaamheid 4.4.5 Privacy 4.4.6 Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en cyberveiligheid 4.4.7 Vennootschapsbelasting Verbonden partijen
38 38 38 38 40 41 41 42 42 42 42 43 44 47 47 48 49 50 50 51 51 51
5
Financiële begroting – baten en lasten 2022 en 2023 Baten en lasten per categorie Overzicht van baten en lasten Incidentele basten en lasten
53 53 53 54
6
Financiële begroting – meerjarenraming 2023-2026 Meerjarenraming 2023-2026 Stand en meerjarig verloop reserves Gemeentelijke bijdrage 2023-2026
55 55 56 56
7
Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans EMU-saldo
58 58 59
Bijlage 1: Overzicht bijstelling bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP)
60
Bijlage 2: Gecombineerd overzicht bijdrage GBTP en vergoeding IGPP per gemeente
62
Bijlage 3: Meerjarenraming bijdrage GBTP 2023-2026
63
Bijlage 4: Baten en lasten per taakveld
64
Bijlage 5: Tarieventabel 2022 en 2023
65
Bijlage 6: Vergoedingentabel 2022 en 2023
66
Bijlage 7: Compensatiebedragen
67
Bijlage 8: Verdelingsgrondslag bijdrage gemeentelijk basistakenpakket
68
Bijlage 9: Investeringen 2022-2023
69
Bijlage 10: Begrippen en afkortingen
70
1
Inleiding Opbouw begroting Deze begroting is als volgt opgebouwd: Een inleiding met daarin het proces van de totstandkoming van deze begroting en de financiële hoofdlijnen, die ook zijn opgenomen in de kadernota 2023; De beleidsbegroting met daarin een weergave van onze primaire producten c.q. diensten in het programmaplan. Daarnaast zijn in de paragrafen de beheersmatige aspecten vastgelegd; De financiële begroting met daarin de lasten en baten voor de jaren 2022 en 2023, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2023 t/m 2026 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen. Figuur 1 Opbouw begroting
Proces totstandkoming begroting De basis voor deze begroting zijn de vastgestelde begroting 2022, de kadernota 2023 en de zienswijzen daarop van de gemeenteraden. Figuur 2 Proces begroten en verantwoorden VRU
Kadernota
Begroting
Begrotingswijziging (en)
Jaarrekening
1.2.1 Geactualiseerde begroting 2022 De geactualiseerde begroting 2022 is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2022, waarop de volgende aanpassingen zijn doorgevoerd: De beleidsteksten en indicatoren zijn geactualiseerd; Het financiële kader is geactualiseerd (o.a. de reguliere loon- en prijsaanpassing); Een aantal beleidsontwikkelingen als gevolg van exogene ontwikkelingen is verwerkt Een aantal (incidentele) technische wijzigingen voor het lopende boekjaar is doorgevoerd zonder effect op de gemeentelijke bijdrage. De financiële positie van de gemeenten is betrokken bij de invulling van de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2023. Het dagelijks bestuur zal actief blijven zoeken naar mogelijkheden om – binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders – de gemeentelijke bijdrage voor 2022 en 2023 verder te beperken, bijvoorbeeld door inzet van het positieve rekeningresultaat van 2021.
Pagina
6
COVID-19 De ontwikkelingen rond COVID-19 hebben ook voor de begroting 2022 consequenties voor de VRU, omdat de veiligheidsregio’s ook in 2022 een centrale rol vervullen bij de coördinatie van crisisbeheersing. De meerkosten die wij voor 2022 verwachten kunnen wij op basis van de huidige situatie opvangen door aan COVID-19 te relateren minderkosten. Per saldo heeft COVID-19 daarmee geen gevolgen voor de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage voor het basistakenpakket zoals opgenomen in de begroting. Vanaf het begin van de COVID-19 crisis heeft de regionale crisisorganisatie gebruik kunnen maken van het juridisch loket. Het juridisch loket speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van gemeenten bij juridische vraagstukken op het terrein van COVID-19. In het juridisch loket werken medewerkers van gemeenten en de VRU samen. De inzet van de VRU wordt niet in rekening gebracht, omdat deze inzet al collectief is betaald. Voor de inzet van medewerkers van gemeenten ontvangen deze gemeenten een vergoeding van de salariskosten. Het juridisch loket is nog operationeel in 2022. Voorgesteld wordt om voor 2022 een bedrag van € 0,1 miljoen te reserveren, zodat voor 2022 geen aparte doorbelasting van de kosten aan de gemeenten hoeft plaats te vinden. Naar verwachting kan de inzet voor het juridisch loket in 2022 worden afgeschaald.
Over de inzet van de middelen wordt verantwoording afgelegd bij de jaarrekening 2022.
1.2.2 Begroting 2023 Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de begroting 2023, vanaf de concept-kadernota 2023 tot de voorliggende begroting 2023. Het concept van de kadernota 2023 is in september 2021 voor het eerst besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2021 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid (AGV) en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) bedrijfsvoering en financiën. Beide commissies hebben een positief advies gegeven met inachtneming van een aantal opmerkingen. Deze zijn verwerkt in de voorliggende stukken. De AGV heeft waardering uitgesproken voor het beleidsarme karakter van de kadernota (geen verhoging van de bijdrage, met uitzondering van de reguliere loon- en prijsaanpassing) en heeft aandacht gevraagd voor de aanstaande herijking van het gemeentefonds. Het gehanteerde uitgangspunt wordt gesteund dat de uitkomst van de herijking pas in het verdeelmodel wordt toegepast op het moment dat deze definitief is. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens de concept-kadernota 2023 conform voorstel vastgesteld. De concept-kadernota 2023 is op 1 november 2021 nogmaals besproken met betrokken ambtenaren van de gemeenten. Op 8 november 2021 is de kadernota behandeld en vastgesteld in het algemeen bestuur van de VRU, bestaande uit alle burgemeesters van gemeenten in de provincie.
Begin december 2021 is de kadernota 2023 voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden. Zienswijzen kadernota 2023 In de BAC bedrijfsvoering en financiën is op 17 januari 2022 gesproken over de tot dan toe ontvangen zienswijzen op de kadernota 2023. De BAC heeft eerder al positief geadviseerd op de voorstellen in de kadernota en ziet naar aanleiding van de zienswijzen geen aanleiding tot inhoudelijke wijzigingen. Op basis van de stand van de ingekomen zienswijzen heeft het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voorgesteld met inachtneming van het advies van de BAC bedrijfsvoering en financiën de voorstellen uit de kadernota ongewijzigd te verwerken in de ontwerpbegroting 2023. Op 7 februari 2022 zijn de zienswijzen op de kadernota 2023 in het AB besproken. Uit de zienswijzen bleek brede steun voor de voorgestelde financiële kaders, die dan ook in de
Pagina
7
voorliggende stukken zijn verwerkt. Tijdens de bespreking is wederom aandacht gevraagd voor de financiële positie van gemeenten. In de voorliggende stukken is daar nadrukkelijk rekening mee gehouden door: In de begroting geen bijdrage te vragen voor nieuw beleid en waar mogelijk financiële voordelen ten aanzien van het bestaande beleid door te berekenen in de bijdrage; schommelingen in de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te voorkomen door de inzet van reserves, waar onder de ontwikkel- en egalisatiereserve; Een aanzienlijk deel van het rekeningresultaat 2021 terug te storten naar de gemeenten. Naast de steun voor de financiële kaders en complimenten over de aanpak en de helderheid van de stukken vragen verschillende gemeenten om betrokken te blijven worden bij een aantal ontwikkelingen, zoals taakdifferentiatie, de omgevingswet en de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s. In het verlengde daarvan verzoekt een aantal gemeenten om de financiële risico’s nader te kwantificeren en te relateren aan de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor zover de financiële effecten kunnen worden ingeschat is dit verwerkt in de geactualiseerde risicoparagraaf van de begroting.
Zoals gebruikelijk worden het bestuur en de gemeenten op de hoogte gehouden van relevante ontwikkelingen, waarbij het uitgangspunt is dat eventuele bestuurlijke keuzes tijdig worden voorgelegd en de gemeentelijke bijdrage niet stijgt zonder expliciete besluitvorming daarover. Vervolgproces repressieve huisvesting Het algemeen bestuur heeft na afronding van de evaluatie repressieve huisvesting, op 8 november 2021 afgesproken om in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode het bestuurlijke gesprek te voeren over de regionalisering van de repressieve huisvesting.
1.2.3 Beleidsplan 2020-2023 De opbouw van het huidige beleidsplan dat het AB in juli 2019 vaststelde, volgt de indeling van de programmaonderdelen van de begroting van de VRU. Hiermee is een optimale aansluiting tussen de beleidscyclus en de planning-en-controlcyclus geborgd. In figuur 3 is de samenhang van de beleidscyclus en de planning-en-controlcyclus weergegeven.
Pagina
8
Figuur 3 Samenhang beleidscyclus en planning-en-controlcyclus
Beleidsambitie en -beginselen
Beleidsplan
Beleidsdoelstellingen
Begroting
Beleidsactiviteiten en -begroting
De voorliggende begroting heeft betrekking op het laatste jaar van de huidige beleidsperiode. De strategische doelstellingen die in het beleidsplan zijn opgenomen worden via de reguliere begrotingscyclus nader uitgewerkt in concrete beleidsactiviteiten per jaar. Op basis daarvan wordt de meerjarenraming jaarlijks bijgesteld. Begrotingswijzigingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen worden altijd voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. De gemeenten worden op deze manier in de gelegenheid gebracht om zowel invloed uit te oefenen op de strategische koers van de VRU die wordt beschreven in het beleidsplan, als de concrete uitwerking en financiële vertaling daarvan in de begroting.
Pagina
9
2
Financiële hoofdlijnen Financieel kader 2.1.1 Bijstelling gemeentefonds De ontwikkeling van het gemeentefonds is van invloed begroting van de VRU. De voorliggende begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. De meeste gemeentebegrotingen zijn gebaseerd op de daarop volgende meicirculaire. In 2020 is een landelijk herijkingsonderzoek voor het gemeentefonds uitgevoerd. Op 19 oktober 2021 bracht de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) zijn eindadvies over de herijking van het gemeentefonds uit. De fondsbeheerders hebben op 13 december 2021 een reactie uitgebracht op het ROB-advies, waarin zij aangeven hoe zij invulling willen geven aan de aanbevelingen van de ROB. Het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling is op zijn vroegst 1 januari 2023 met een stapsgewijze ingroei naar 2027. De individuele bijdrage per gemeente in de kadernota 2023 is daarmee nog gebaseerd op de huidige verdeling van het gemeentefonds. Zodra de herijkte verdeling van het gemeentefonds definitief is vastgesteld, kunnen de nieuwe ijkpuntscores worden toegepast in het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage.
De effecten van het herijkingsonderzoek op het verdeelmodel van de VRU en daarmee op de individuele bijdrage per gemeente zullen niet eerder dan bij besluitvorming over de kadernota 2024 (najaar 2022) of de begroting 2024 inclusief de actualisatie van de begroting 2023 (voorjaar 2023) specifiek aan het algemeen bestuur worden voorgelegd. Op basis van gangbare normeringssystematiek worden de gemeenten bij de meicirculaire 2022 via de uitkering van het gemeentefonds voor het jaar 2023 gecompenseerd voor zowel de wijzigingen van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage als de loon- en prijsontwikkeling voor 2023. Het financiële effect van de loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de kadernota 2023 van de VRU, wordt daarmee indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen.1 Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (hierna GBTP). De ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor het GBTP. De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal.
Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores. In tabel 1 zijn de percentages voor de actualisatie van de begroting 2022 en de percentages voor 2023 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. Ter vergelijking zijn ook de percentages uit de reeds vastgestelde begroting 2022 vermeld.
1 Het is mogelijk dat de loon- en prijsontwikkelingen bij het Rijk niet volledig gelijk zijn aan de loon- en
prijsontwikkelingen bij gemeenten maar deze ontwikkelingen volgen wel eenzelfde trend.
Pagina
10
Tabel 1 Verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) bijdrage GBTP
Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Gemeente
Begroting 2022
Begroting 2022a
Begroting 2023
Renswoude
0,39%
0,39%
0,39%
Eemnes
0,61%
0,62%
0,62%
Oudewater
0,65%
0,63%
0,63%
Woudenberg
0,77%
0,77%
0,77%
Montfoort
0,89%
0,89%
0,89%
Lopik
0,95%
0,95%
0,95%
Bunnik
1,06%
1,05%
1,05%
Bunschoten
1,27%
1,28%
1,28%
Rhenen
1,32%
1,32%
1,32%
Wijk bij Duurstede
1,52%
1,53%
1,52%
Baarn
1,75%
1,72%
1,72%
Leusden
1,89%
1,90%
1,90%
IJsselstein
2,02%
2,01%
2,01%
De Bilt
2,92%
2,91%
2,91%
De Ronde Venen
2,97%
2,95%
2,95%
Soest
3,00%
2,97%
2,98%
Houten
3,05%
3,05%
3,05%
Utrechtse Heuvelrug
3,38%
3,34%
3,34%
Woerden
3,42%
3,41%
3,41%
Vijfheerenlanden
3,68%
3,69%
3,69%
Stichtse Vecht
4,34%
4,23%
4,22%
Nieuwegein
4,46%
4,51%
4,51%
Veenendaal
4,57%
4,54%
4,54%
Zeist
4,58%
4,56%
4,56%
Amersfoort
11,22%
11,25%
11,25%
Utrecht
33,33%
33,56%
33,55%
TOTAAL
100%
100%
100%
Wijzigingen in de ijkpuntscores lopen synchroon met de hoeveelheidsmutatie van de algemene uitkering2 die de individuele gemeenten van het rijk ontvangen. Dit betekent dat een wijziging in het relatieve aandeel in de ijkpuntscores indirect gecompenseerd wordt door een mutatie in de algemene uitkering. In tabel 11 is per gemeente de bijdrage aan het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) voor 2022 en 2023 opgenomen. Deze bijdrage is gerelateerd aan het relatieve aandeel in de ijkpuntscores. In tabel 12 is de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) voor 2022 en 2023 opgenomen. De vergoeding die gemeenten betalen is gebaseerd op taakuitvoeringsovereenkomsten (TUO’s) die de VRU met individuele gemeenten heeft gesloten.
2 De mutatie als gevolg van de actualisatie van de maatstaven die gerelateerd zijn aan het cluster Brandweer-
en rampenbestrijding, gebaseerd op de septembercirculaire 2020.
Pagina
11
Verwerking invulling restant taakstelling Repressieve Efficiency Utrecht Bij de invoering van het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage in 2015 is besloten tot een specifieke bezuinigingstaakstelling van € 1,8 miljoen voor het gebied van de gemeente Utrecht om het financiële nadeel van gemeente Utrecht als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel af te bouwen. Het beoogde effect van de bezuiniging is bereikt en zelfs meer dan dat. Het samenstel van bezuinigingsmaatregelen heeft ervoor gezorgd dat ook Utrecht inmiddels tot de ‘voordeelgemeenten’3 behoort. Het grootste deel van de taakstelling is gerealiseerd in de periode 2015 tot en met 2018. Het resterende deel van € 0,3 miljoen wordt ingevuld door vanaf 2022 een besparing door te voeren op het individueel gemeentelijk pluspakket van gemeente Utrecht. Hiermee wordt de taakstelling volledig gerealiseerd. De taakstelling van € 1,8 is destijds volledig verwerkt in de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP). Nu het resterende deel wordt ingevuld via het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) vindt een saldo-neutrale overheveling plaats van het GBTP (stijging) naar het IGPP (afname). In de reeds vastgestelde begroting 2022 is een deel (€ 236K) daarvan al (saldoneutraal) verwerkt. Het resterende deel (€ 47K) wordt in deze begroting verwerkt.
Zoals blijkt uit tabel 2 blijft het totaal van de gemeentelijke bijdragen (GBTP) en vergoedingen (IGPP) per saldo gelijk. Tabel 2 Verwerking taakstelling repressieve efficiency Utrecht Bedragen x € 1.000
Verwerking taakstelling repressieve efficiency Utrecht Taakstelling repressieve efficiency Utrecht
GBTP
IGPP
Totaal
-1.552
-283
-1.835 -
Verwerking in gemeentelijke bijdrage/vergoeding
-
Initiële verwerking 2015-2018
-1.835
Mutatie opgenomen in begroting 2022 Verwerkt in gemeentelijke bijdrage/vergoeding
236
-236
-
-1.599
-236
-1.835
Verwerkt in begroting 2023/actualisatie 2022
47
-47
-
-1.835
3 Dit betekent dat de bijdrage van de gemeente Utrecht inmiddels lager is dan dat het geval zou zijn geweest
als de nieuwe financieringssystematiek in combinatie met de bezuinigingen niet zou zijn ingevoerd. Als voordeelgemeente draagt Utrecht nu bij aan de compensatie van de nadeelgemeenten.
Pagina
12
2.1.2 Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling4. In tabel 3 is het financiële effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen5. Tabel 3 Financieel effect loonaanpassing op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Loonaanpassing GBTP Stelpost looncompensatie begroting 2022
% Loonaanpassing
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
2,90%
Mutatie stelpost looncompensatie 2022
0,70%
474
474
Stelpost loonaanpassing 2022
3,60%
474
474
Inzet stelpost CAO 2021-2022
-3,60%
-2.436
-2.436
Uitwerking CAO 2021-2022
3,90%
2.639
2.639
Mutatie lasten loonaanpassing structureel
0,30%
203
203
Gefaseerde loonaanpassing 2022
-203
Incidentele dekking loonaanpassing 2023
-203
Mutatie lasten loonaanpassing incidenteel
-203
-203
Stelpost looncompensatie 2023
2,00%
-
1.331
Totaal effect GBTP
2,70%
474
1.804
Bij het opstellen van deze begroting is er nog geen nieuwe CAO afgesloten voor de periode vanaf 1 januari 2023. Om de loonontwikkeling goed te kunnen volgen is hiervoor bij het opstellen van de kadernota 2023 een stelpost voor looncompensatie opgenomen. De berekening van deze stelpost is gebaseerd op de indexcijfers uit de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. Voor de begroting 2022 is structureel een percentage van +2,9% aan looncompensatie in de begroting verwerkt. Bij de kadernota 2023 is het percentage voor 2022 bijgesteld naar 3,6% (+0,7%) op basis van de indexcijfers voor loonontwikkeling uit de septembercirculaire 2021. Het percentage voor de loonontwikkeling vanaf 2022 is op basis van de recent vastgestelde CAO 20212022 structureel + 3,9% . Omdat een deel van de structurele verhoging per 1 april 2022 in gaat, leidt dit in 2022 tot een incidenteel voordelig effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (€ 203K). De premieontwikkeling ABP en sociale verzekeringslasten hebben ook invloed op de loonkosten. De ABP-premies voor 2022 zijn in december 2021 vastgesteld en wijzigen niet ten opzichte van de werkgeverpremies voor 2021. In de begroting 2023 is een structureel tekort van 0,3% (€ 203K) ontstaan als gevolg van de recent vastgestelde CAO 2021-2022.
Dit tekort kan incidenteel worden gedekt uit het overschot in 2022 dat is ontstaan door de gefaseerde salarisverhoging. Het structureel tekort van 0,3% als gevolg van de CAO 2021-2022 is in de meerjarenraming verwerkt vanaf 2024.
4 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en
mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling. 5 Het financiële effect van de loonontwikkeling zoals opgenomen in de begroting 2022 van de VRU, wordt indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De loonontwikkeling van het rijk wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten. De compensatie voor de gemeentelijke loonontwikkeling 2022 wordt bij de meicirculaire 2021 toegekend.
Pagina
13
2.1.3 Prijsaanpassing Voor de prijsaanpassing hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals berekend door het Centraal Plan Bureau en gepubliceerd in de septembercirculaire van het gemeentefonds. Dit is conform artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren. Zo wordt nooit te veel of te weinig geïndexeerd6. Tabel 4 geeft inzicht in het financieel effect van deze prijsaanpassing op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP). Tabel 4 Financieel effect prijsaanpassing op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000