CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB22.084 Zienswijze begroting 2023 VRU

Overige evenementen 23 juni 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisgeving)28.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

7. 8. 9.

21

Prestatie-indicatoren Tabel 10 Prestatie-indicatoren GHOR Nr. Prestatie-indicatoren

1 2

3

4 5 6

1.

2.

3.

4.

5.

6.

22

Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTO-jaarplannen conform branchenormen Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken

De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

geen

geen

geen

GHOR4all operationeel

GHOR4all operationeel

GHOR4all operationeel

ja

ja

deels

94%

nee, via accounthouders gemeenten 94%

geen

geen

geen

ja

ja

ja

Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTOjaarplannen conform branchenormen. Dit zal in 2022 weer worden opgepakt waarbij de ervaringen van de coronacrisis zullen worden meegenomen. Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie. GHOR4ALL is de applicatie die (landelijk) gebruikt wordt om relevante objecten (o.a. zorgvoorzieningen en instellingen) in relatie tot het incident in beeld te brengen. Ook door de COVID-19 crisis is hier meer zicht op gekomen en maakt dat informatiemanagement een belangrijke factor is. Dit dient dan ook te worden versterkt. De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en Imgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken. Jaarlijks worden middels de systeemtest de processen getoetst. In 2020 is voor het laatst getoetst aan de hand van de coronacrisis. De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam. Vanaf maart 2020 heeft het OTO-programma nagenoeg stilgelegen. Eind 2021 zijn de jaarplannen OTO van de piketfuncties uitgerold en worden activiteiten herstart. De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken.

De GHOR-adviezen zijn integraal onderdeel van het proces vergunningverlening voor evenementen en worden niet individueel besproken. Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s: Zorgcontinuïteit: In de COVID-19 crisis is duidelijk zichtbaar dat de continuïteit van zorg belangrijk is voor zowel de acute zorgketen als de niet acute zorg partijen. Het systeem van zorg zit onlosmakelijk aan elkaar verbonden en heeft effect op elkaar. De gezamenlijke aanpak met Bevolkingszorg moet nog opgestart worden. Crisisorganisatie GHOR: Is vanaf medio februari 2020 volop in bedrijf om de COVID19 crisis te managen vanuit de primaire (wettelijke) taakstelling. De operationele leiding in de geneeskundige kolom door de DPG. De preparatie de afgelopen jaren werpt haar vruchten nu af! Zichtbaarheid GHOR: Door de COVID-19 crisis is in één klap voor veel interne als externe partijen duidelijk geworden wat de rol en taak zijn van de GHOR. Het versneld realiseren van website voorzieningen heeft hier aan bijgedragen. Analyse GHOR-organisatie in relatie tot doelstellingen beleidsplan: Door de COIVID-19 crisis is de scope van activiteiten vrijwel geheel opgegaan aan het ondersteunen van de zorginstellingen bij de uitvoering van hun vaak complexe zorgtaak. Binnen de eigen begroting zijn de mogelijkheden tot versterking ingezet ten behoeve van de bestuurlijke advisering van het ROAZ en andere

netwerkpartners. In het traject is ook functieonderhoud uitgevoerd, wijzigingen zijn voor twee functies doorgevoerd. Het zelf organiserend vermogen en de benodigde prioritering en eventuele uitbreiding zal begin 2022 duidelijk moeten worden. Daarnaast zijn er landelijke ontwikkelingen die voortvloeien uit de COVID19 crisis en ook effect hebben op de GHOR in de regio. Hierop zal geanticipeerd moeten worden. De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s zal vertaald dienen te worden door het Kabinet en is dus in detail nog ongewis.

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 11 Baten en lasten GHOR Bedragen x € 1.000

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Totaal lasten Totaal baten

1.816 -

1.609 -

207 -

Saldo van baten en lasten

-1.816

-1.609

207

Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves

-

-

-

Gerealiseerd resultaat

-1.816

-1.609

207

GHOR

23

5 Brandweer Wat wilden we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden. Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: een goede alarmering, het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne en het veiligheidsbewustzijn van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Brandweer 6 doelstellingen opgenomen:  Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.

Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven;  Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten);  Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden;  Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie;  Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie;  Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. In 2021 hebben wij onder andere de volgende resultaten behaald:  De reorganisatie bij Brandweerrepressie is afgerond. We zijn er trots op dat deze reorganisatie binnen budget, binnen de planning en naar tevredenheid van medewerkers is gelukt.  De tweede tussenevaluatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer is uitgevoerd.  De implementatie van het materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan is voor veel posten afgerond. Resterende onderdelen zijn belegd in de lijnorganisatie.  Een sluitende businesscase voor de adembeschermingswerkplaats in Houten is opgesteld. De bouw van de werkplaats is gestart.  Het algemeen bestuur heeft ingestemd met de proef voor het verbeteren van de dekking in Amersfoort. De proef is per 1 oktober gestart.  De evaluatie van de AED-taak is uitgevoerd.

24

De taskforce voor het opleidingsinstituut heeft een plan van aanpak opgeleverd voor noodzakelijke verbeteringen in de aantoonbare vakbekwaamheid van onze instructeurs. Tijdens de audit in september door het IFV is het opleidingsinstituut met een voldoende beoordeeld. De eerste mono evaluaties zijn uitgevoerd en via verschillende middelen gedeeld binnen de organisatie.

Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand is gekomen. Zodoende is de inrichting van de brandweerzorg voorbereid op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen (zoals het gebruik van de twee weg pagers, de (door)ontwikkeling van het dashboard paraatheid en de inzet van opstappers) uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2021 zijn deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Verbeteringen worden ingevoerd. Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost.

In 2022 zal de VRU een centraal gelegen pand in Houten betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken.

25

Productie-indicatoren Tabel 12 Productie-indicatoren Brandweer Nr. Productie-indicatoren

1

2

3 4 5 6 7 8

9 10 11 12

Incidenten bestrijden Het aantal incidenten (uitrukken) voor brandbestrijding en redding 1a. Het aantal incidenten (uitrukken) voor gebouwbranden 1b. Het aantal incidenten (uitrukken) voor overige branden 1c. Het aantal incidenten (uitrukken) voor onechte of onterechte OMSHet aantal incidenten (uitrukken) voor hulpverlening 2a. Het aantal incidenten (uitrukken) voor technische hulpverlening 2b. Het aantal incidenten (uitrukken) voor hulpverleningen m.b.t. dieren 2c. Het aantal incidenten (uitrukken) voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 2d. Het aantal incidenten (uitrukken) voor AED-inzet Het aantal incidenten (uitrukken) voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten (uitrukken) voor ondersteuning bij waterongevallen Het totaal aantal incidenten (uitrukken) Het aantal geredde slachtoffers Het aantal nazorg gesprekken met bewoners bij incidenten Het aantal inzetten voor en in buurregio’s Vakbekwaamheid Het aantal uren besteed aan de vakbekwaamheid van incidentbestrijders Aantal cursisten manschap A dat de opleiding heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding bevelvoerder heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding voertuigbediener-pompbediende heeft afgerond

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

4.845 521 2.250 2.074 3.155 177 353 1.971

4.250 550 2.150 1.550 3.400 200 350 2.200

4.172 547 2.042 1.583 3.151 231 393 1.740

654 645

650 600

787 638

99 8.744 10 2 165

100 8.350

160

123 8.084 25 10 231

135.000 42 24 24

180.000 96 20 44

115.000 86 15 24

5.3.1 Incidenten bestrijding 1.

2.

6.

26

Aantal uitrukken voor brandbestrijding. De realisatie van het aantal uitrukken voor brandbestrijding ligt lager dan in 2020. Dit verschil komt met name door een gewijzigd alarmeringsprotocol op de alarmcentrale, om te beoordelen of brandweerzorg noodzakelijk is bij OMS-meldingen. Hierdoor worden onechte en onterechte meldingen eerder onderkend waardoor alarmering van brandweereenheden niet plaats hoeft te vinden. Het aantal incidenten voor overige branden is ten opzichte van 2020 iets lager uitgekomen. Er waren minder alarmeringen voor natuur- en buitenbranden dan in 2020. Het aantal uitrukken voor hulpverlening. Het aantal uitrukken voor hulpverlening met dieren is licht toegenomen. Ook is een stijging waar te nemen bij de categorieën technische hulpverlening. Het vermoeden is dat het aantal verkeersbewegingen in 2021 ook toe is genomen ten opzichte van 2020, toen is er een periode een avondklok geweest. De grootste stijging is te vinden in het aantal uitrukken voor AED-inzetten. Deze toename is onder andere toe te schrijven aan COVID-19-gerelateerde incidenten. Het aantal geredde slachtoffers. Hier is een verdeling gemaakt tussen reddingen bij brand, waterongevallen en technische hulpverlening. De reddingen bij brand betreffen één persoon van het dak gehaald en de ander uit de woning.

Bij technische hulpverlening gaat het om reddingen (bevrijding) van personen die fysiek bekneld zaten in een voertuig.

Prestatie-indicatoren Tabel 13 Prestatie-indicatoren Brandweer Nr. Prestatie-indicatoren

1 2 3 4 5

6

7

Paraatheid & Vakbekwaamheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) De inzet op belangrijke objecten is volgens het jaarplan beoefend en geëvalueerd De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest De piketfunctionarissen van de brandweer zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam De kwantiteit en kwaliteit van de brandweerinzetten zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd Het percentage uitgestroomde jeugdbrandweerleden dat kiest voor een vervolg (werk/studie) binnen het veiligheidsdomein

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

83%

80%

82%

nee, i.v.m Covid-19 ja

Ja

gedeeltelijk (i.v.m. Covid) Ja

nee, i.v.m Covid-19 ja

Ja Ja

gedeeltelijk (i.v.m. Covid) Ja

40%

15%

20%

0%

15%

15%

Ja

5.4.1 Paraatheid & Vakbekwaamheid 1. 2. 3. 4. 5.

De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden). De opkomsttijden zijn conform begroting. De inzet op belangrijke objecten is volgens het jaarplan beoefend en geëvalueerd. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden. De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden. De piketfunctionarissen van de brandweer zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam. In verband met COVID-19 heeft dit niet plaatsgevonden. De kwantiteit en kwaliteit van de brandweerinzetten zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden.

5.4.2 Jeugdbrandweer 6.

7.

Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd. In 2021 konden activiteiten van de jeugdbrandweer door COVID-19 voor een deel alleen online plaatsvinden. Daarom is besloten dispensatie te verlenen aan de 18-jarigen. Dit houdt in dat zij een jaar langer lid mogen blijven van de jeugdbrandweer. De uitstroom is dit jaar daarom laag: alleen de leden die geen gebruik maken van de dispensatie, zijn gestopt. Zes jeugdleden zijn doorgestroomd naar aspirant manschap. Het percentage uitgestroomde jeugdbrandweerleden dat kiest voor een vervolg (werk/studie) binnen het veiligheidsdomein: twee van de uitgestroomde jeugdbrandweerleden heeft gekozen voor een studie of werk binnen het veiligheidsdomein.

27

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 14 Baten en lasten Brandweer Bedragen x € 1.000

Brandweer

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Totaal lasten Totaal baten

56.076 1.766

55.011 1.702

1.065 -64

Saldo van baten en lasten

-54.310

-53.309

1.001

Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves

3.372 685

2.717 602

654 -83

Gerealiseerd resultaat

-56.997

-55.425

1.572

28

6 Meldkamer Wat wilden we bereiken? De meldkamer is het kloppend hart van de hulpdiensten. De meldkamer neemt 24 uur per dag en 7 dagen per week hulpverzoeken van burgers in nood aan en dirigeert de hulpverleners snel en efficiënt naar de plaats van het incident. De centralisten vormen daarbij de ogen en oren van de brandweer, vanaf een incidentmelding tot het moment dat een leidinggevende op de plek van het incident arriveert en de aansturing van de collega’s op straat overneemt. De brandweer deelt de meldkamer met de politie en de ambulancedienst. Voor incidenten die om een multidisciplinaire aanpak vragen, kan daardoor snel een calamiteitencoördinator worden ingezet die alle drie de hulpdiensten kan aansturen. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor het programma Meldkamer 2 doelstellingen opgenomen:  Wij willen meldingen van burgers sneller en slimmer ontvangen, registreren, beoordelen en bewaken, ten einde nog sneller en adequater hulp te kunnen bieden.  Wij sturen op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de informatie waarover de meldkamer beschikt, en de snelheid waarmee deze beschikbaar komt ten behoeve van de uitvoering van ons werk.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met een paar specifieke beleidsactiviteiten: Meldingen sneller en slimmer ontvangen en verwerken De meldkamer moet ons helpen de hulpverlening aan de burger betrouwbaar en steeds zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. In lijn met het landelijk vastgestelde kwalificatiedossier voorziet ons in 2021 vastgestelde vakbekwaamheidsprogramma meldkamer (2022-2025) naast technische training in competentiegerichte training. Wij zijn nauw aangesloten op landelijke ontwikkelingen. In 2021 hebben wij ons voorbereid op de landelijke introductie van de 112NL-app, die het ook voor mensen die niet goed kunnen horen en/of spreken mogelijk maakt om contact te leggen met de meldkamer middels een chatfunctie. In 2021 hebben we de eerste ervaringen opgedaan met het in Q4 2020 landelijk geïntroduceerde ‘geen spoed, wel brandweer’-nummer, voor meldingen zonder spoed. Zo blijft het 112-nummer vrij voor levensbedreigende situaties. In de eerste helft van 2022 zal de introductie van het nummer worden geëvalueerd. De aansluiting van de meldkamer Utrecht op de landelijke meldkamer infrastructuur is door de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) opgeschort.

In de periode tot de aansluiting zullen technologische vernieuwingen tevens voor toepassing in het huidige geïntegreerd meldkamer systeem (GMS) beschikbaar worden gemaakt. Voor de middellange termijn bouwen wij samen met de politie, de veiligheidsregio’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek, en de Regionale Ambulancevoorzieningen van Gooi en Vechtstreek, Flevoland en Utrecht, aan de nieuwe, innovatieve meldkamer Midden-Nederland die in 2025 operationeel moet zijn. Naast de fysieke totstandkoming van de meldkamerlocatie staan daarbij de harmonisatie en synchronisatie van de regionale meldkamerprocessen centraal. Sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van informatie

29

Voor veel taken in onze organisatie maken wij gebruik van informatie. Van het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van de beste inzet bij een brand, tot het rapporteren over incidenten en opkomsttijden. De meldkamer beschikt over een belangrijk deel van de informatie die nodig is voor ons presterend vermogen. Het is daarom van belang voor onze organisatie, partners en de samenleving dat wij kunnen sturen op de bruikbaarheid en kwaliteit van deze informatie, alsmede op de snelheid waarmee deze ter beschikking komt. In de afgelopen periode hebben wij geïnvesteerd in de eenduidigheid, kwaliteit en bruikbaarheid (vergelijkbaarheid) van informatie. Dit gaan wij in 2022 nog verder automatiseren. Overdracht beheer meldkamer De overdracht van het beheer van de meldkamer naar de politie in 2020 heeft geleid tot een financieel nadeel, omdat de uitname uit de rijksbijdrage € 0,2 miljoen hoger is dan de wegvallende beheerskosten voor de VRU. De VRU verwacht dit nadeel te kunnen compenseren na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland door het efficiencyvoordeel op de personele lasten dat daarbij ontstaat. Aanvankelijk zou de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland begin 2022 plaatsvinden. In 2020 is bekend geworden dat dit pas wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2025 door een vertraging van de nieuwbouw in Hilversum.

Door deze vertraging wordt het voorziene efficiencyvoordeel op de personele lasten pas later gerealiseerd. Met de politie is een regeling getroffen om het financiële nadeel voor de VRU in de periode 2022 tot de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland te compenseren. Met deze middelen kan vanaf 2022 het financiële nadeel als gevolg van de overdracht van het beheer worden opgevangen. Vanaf 2025, na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland, wordt verwacht dat de verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 0,2 miljoen structureel binnen de begroting kan worden gedekt uit het verwachte efficiencyvoordeel op de personele lasten. Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2022 structureel verlaagd kan worden met een bedrag van € 193k.

Productie-indicatoren Tabel 15 Productie-indicatoren Meldkamer Nr. Productie-indicatoren

1 2 3 4

Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen Het aantal vanuit de meldkamer begeleide en ondersteunde uitrukken Verwerkingstijd meldingen Het percentage GRIP incidenten met inzet CaCo

5

Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar

1.

2.

3.

30

Realisatie 2020

20.177 8.744 34 43% GRIP 4 COVID19 niet meegerekend 43% GRIP 4 COVID19 niet meegerekend

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

18.500 8.540 60 sec. 100%

18.954 8.084 41 sec. 100%

100%

100%

Het aantal meldingen dat bij de alarmcentrale is aangenomen. In dit overzicht is het aantal unieke incidentnummers opgenomen. Niet ieder incident genereert een uitruk of alarmering. Het aantal vanuit de meldkamer begeleide en ondersteunde uitrukken. Het aantal incidenten waar door de meldkamer één of meer brandweereenheden voor zijn gealarmeerd. Alle gealarmeerde eenheden worden begeleid en ondersteund door de meldkamer. Verwerkingstijd meldingen. Berekening van de verwerkingstijd: de gemiddelde verwerkingstijd van alle prioriteit 1 meldingen voor gebouwbranden (conform uitgangspunt Beleidsplan VRU 2020-2023) waarvoor een brandweereenheid is gealarmeerd. Hierin zijn

alleen meldingen meegenomen met een verwerkingstijd tussen 5 seconden en 10 minuten. Het kost minimaal 5 seconden om een eenheid te koppelen aan een incident. Tijden korter dan 5 seconden zijn niet representatief. Dit zijn ook meldingen die in eerste instantie door de meldkamer van de politie of de meldkamer Ambulance aangenomen zijn. Tijden langer dan 10 minuten betreffen brandweervoertuigen die bijvoorbeeld later gekoppeld zijn aan een eerder incident of waarvan de prioriteit later aangepast is van prioriteit 2 naar prioriteit 1. Ook deze verwerkingstijden zijn niet representatief, en derhalve in de berekening niet meegenomen.

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 16 Baten en lasten Meldkamer Bedragen x € 1.000

Meldkamer

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Totaal lasten Totaal baten

1.477 -68

1.296 -67

181 1

Saldo van baten en lasten

-1.545

-1.363

182

Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves

704 -

704 -

-

Gerealiseerd resultaat

-2.249

-2.067

182

31

7 Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Tabel 17 Algemene kosten en dekkingsmiddelen

In hoofdstuk 2 van de jaarrekening vindt u een toelichting op de afwijkingen tussen de realisatie 2021 en de geactualiseerde begroting 2021.

Overhead Tabel 18 Kosten overhead Bedragen in € 1.000

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Personeelskosten Gebouwkosten Kantoorkosten Overige kosten Operationele kosten Overige baten Mutaties in reserve

19.137 1.605 2.589 377 -749

18.082 1.581 2.632 509 -17 -505

1.056 24 -43 -131 17 -244

Totaal overhead: % overhead

22.959 22,45%

22.282 22,54%

677 0,09%

Overhead

In de berekening van de overhead zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De organisatieonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die hieronder zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan het IFV en WVSV; e. kosten van bestuursondersteuning. 2. Overheadkosten in de primair processen zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100%; b. Managementondersteuning: 100%.

Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post onvoorzien.

32

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 19 Baten en lasten Algemeen inclusief Overhead

33

Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan:  Weerstandsvermogen en risicobeheersing  Onderhoud kapitaalgoederen  Financiering  Bedrijfsvoering  Verbonden partijen

34

8 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 9.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2021 € 0,5 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) groter dan 1 (2,3). Tabel 20 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000

Weerstandscapacteit

2021

Bedrijfsvoeringsreserve

1.409

Totaal

1.409

Benodigde weerstandscapaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de jaarstukken. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht. Tabel 21 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000

Benodigde weerstandscapaciteit Omgevingswet Taakdifferentiatie brandweer Overige (onvoorziene) exploitatierisico's

Effect

Kans

500-1.000 pm

25% 25%

Bedrag risico 31 pm 524

Totaal

524

8.2.1 Omgevingswet Omschrijving risico Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de VRU in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten (wegvallen capaciteit vanwege benodigde inspanningen in het project voor de inrichting van de werkprocessen en het aansluiten op gemeentelijke werkprocessen en digitaal verkeer) en structurele kosten. Bij invoering Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd,

35

waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden geschat op € 0,5 tot 1,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. Het risico voor 2022 is berekend over het laatste kwartaal als gevolg van uitstel van invoering van de Omgevingswet (niet eerder dan per 1 oktober 2022). De inschatting van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet in bedraagt ca. € 100K-€ 200K voor extra personele capaciteit. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2022 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf.

8.2.2 Taakdifferentiatie brandweer Omschrijving risico De minister van JenV heeft op 21 juni 2021 het besluit genomen decharge te verlenen aan de denktank taakdifferentie en een nieuwe stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ in te richten. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om medio 2022 een plan te presenteren voor implementatie van de eerste bouwsteen van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Bij de eerste bouwsteen gaat het om verplichte beschikbaarheid. De vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. In de opdracht van het implementatieplan voor de eerste bouwsteen worden activiteiten, planning, verantwoordelijkheden en financiën opgenomen. Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie op basis van de genoemde uitwerkingen van de stuurgroep 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen.

De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de vrijwilligersproblematiek. Waar zich het risico van een zeer substantiële kostenverhoging gaat voordoen en het tempo van die kostenverhoging is nog niet in te schatten, omdat een eventueel besluit om het gedachte model van taakdifferentiatie in te voeren nog gekoppeld zou kunnen worden aan een derogatiebesluit (uitstel van invoering) vanuit Europa. Dit betekent ook dat de duur van het verleende uitstel van de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren voor personeel van de veiligheidsregio’s nog niet bekend is. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele financiële consequenties als gevolg van wijzigingen in het stelsel door het Rijk worden gecompenseerd.

36

8.2.3 Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten.

Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.

Toelichting kengetallen Netto schuldquote: Het quotiënt van totale schulden minus liquide middelen minus uitgeleende gelden en de totale baten Solvabiliteitsratio:

Tabel 22 Verplichte kengetallen

Het quotiënt van eigen vermogen en balanstotaal

Omschrijving kengetal

2020

2021

Netto s chul dquote Netto s chul dquote gecorri geerd voor al l e vers trekte l eni ngen Sol vabi l i tei ts rati o Structurel e expl oi tati erui mte*

32,3% 32,1% 27,3% -0,3%

22,9% 22,7% 27,0% -0,1%

Structurele exploitatieruimte:

* 2020 is gecorrigeerd t.o.v. de jaarstukken 2020 8.3.1 Netto schuldquote Onze positie met betrekking tot de schuldquote is gunstig te noemen. De norm ligt tussen de 0100%. Wij liggen hiermee ruimschoots onder het maximum van 100%. De daling van de schuldquote is veroorzaakt door een hogere stand van de liquide middelen. 8.3.2 Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is ten opzichte van 2020 gedaald door de toename van vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar. De langlopende leningen worden hoofdzakelijk gebruikt voor de financiering van de vaste activa. 8.3.3 Structurele exploitatieruimte Alle middelen zijn structureel bestemd.

37

Het quotiënt van structurele baten minus structurele lasten en de totale baten

9 Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven Conform artikel 59 van het BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. 9.1.1 Investeringen in gebouwen De VRU had ultimo 2021 vier brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die in eigendom van de gemeenten zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kapitaallasten worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen, via het individueel gemeentelijk plus pakket. 9.1.2 Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRU een meerjarig investeringsplan welke periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren.

Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting.

Onderhoud 9.2.1 Onderhoud gebouwen en installaties Hoofdkantoor Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het gehuurde pand in het provinciehuis. Het onderhoud voor deze locatie is onderdeel van de servicekosten die wij naast de huur aan de provincie Utrecht betalen. Brandweerkazernes De kosten voor het beheer en onderhoud van de brandweerkazernes zijn voor rekening en risico van de gemeenten. 9.2.2 Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer door - uitgevoerd of uitbesteed via het VRU-organisatieonderdeel Bedrijf Preparatie Brandweer.

38

10 Financiering Het wettelijke kader voor het financieringsbeleid is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het treasury-beleid van de VRU ligt vast in het treasurystatuut VRU.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximumbedrag zien waarmee een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming van de reserves. Het netto overschot in 2021 bedroeg gemiddeld € 26,6 miljoen. Onderstaande tabel laat de berekening zien van de kasgeldlimiet in 2021. Daaruit blijkt dat de gemiddelde liquiditeitspositie over heel 2021 voldoet aan de norm. Tabel 23 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000,-

Maand v/h kwartaal

Kw 1

Kw 2

Kw 3

Kw 4

(1) Vlottende (korte) schuld (1) Vlottende (korte) schuld (1) Vlottende (korte) schuld

maand 1 maand 2 maand 3

6.192 2.865 6.470

4.151 6.597 6.116

10.079 12.041 11.735

10.537 14.415 15.618

(2) Vlottende middelen (2) Vlottende middelen (2) Vlottende middelen

maand 1 maand 2 maand 3

24.019 18.258 8.890

42.682 36.659 29.357

50.202 43.433 35.856

51.523 48.514 38.602

maand 1 maand 2 maand 3

-17.827 -13.393 -2.420

-38.531 -30.062 -23.341

-40.123 -31.392 -24.121

-40.986 -34.099 -22.984

-11.214

-30.611

-31.878

-32.690

(5) Kasgeldlimiet

8.051

8.051

8.051

8.051

(6a) Ruimte onder kasgeldlimiet (5>4) (6b) Overschrijding van de kasgeldlimiet (4>5)

19.598 -

38.996 -

40.263 -

41.075 -

Berekening kasgeldlimiet (7) Begrotingstotaal (8) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage (9) Kasgeldlimiet : 7 x 8 : 100

98.178 8,2% 8.051

98.178 8,2% 8.051

98.178 8,2% 8.051

98.178 8,2% 8.051

(3) Netto vlottende schuld (+) of Overschot vlottende middelen (-) (1-2)

(4) Gemiddelde netto vlottende schuld (+) of Gemiddeld overschot vlottende middelen (-)

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel het renterisico bij herfinanciering te beperken. De jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen mogen niet méér bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Uit de volgende tabel blijkt dat is voldaan aan de renterisiconorm.

39

Tabel 24 Renterisiconorm Bedragen in € 1.000

Renterisiconorm

2020

2021

Omvang begroting Renterisiconorm Toets renterisiconorm

95.602 20% 19.120

98.178 20% 19.636

Renteherzieningen op leningen o/g Betaalde aflossingen Renterisico

2.123 2.123

-2.123 2.123

Ruimte onder renterisiconorm

16.997

17.513

40

11 Bedrijfsvoering Personeel 11.1.1 Formatie en bezetting (fte) De formatie en bezetting (in fte) per ultimo 2021 is als volgt: Tabel 25 Formatie & bezetting Formatie per 31-12

Bezetting per 31-12

Verschil

Bezetting in %

Concerndirectie en stafafdeling Brandweerrepressie Bedrijf Preparatie Brandweer Risicobeheersing Crisisbeheersing GHOR Bedrijfsvoering

33,1 273,2 126,2 115,3 32,5 11,3 106,4

29,1 253,9 119,6 106,1 29,7 12,3 97,5

4,0 19,3 6,6 9,2 2,9 -1,0 8,9

88% 93% 95% 92% 91% 109% 92%

Totaal

698,1

648,2

49,9

93%

Organisatieonderdeel

Het verschil tussen formatie en bezetting betreft een momentopname. Een deel van de vacatures is moeilijk in te vullen, mede door de coronacrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt een deel van de vacatures bewust aangehouden, bijvoorbeeld in het kader van een lopende reorganisatie. 11.1.2 Aantal vrijwilligers Het gemiddelde aantal vrijwilligers bedroeg 1.641 in 2021. In 2021 is het aantal vrijwilligers per saldo met 24 afgenomen. In 2020 nam het aantal vrijwilligers per saldo af met 44. 11.1.3 Wet banenafspraak De VRU heeft voor 2021 de ambitie gesteld om 15 garantiebanen te realiseren. Ultimo 2021 zijn er 14,8 fte garantiebanen gerealiseerd en is de ambitie daarmee nagenoeg gehaald. 11.1.4 Diversiteit In wervingsuitingen geeft de VRU consequent aan naar inclusiviteit en talent te streven: “Veiligheidsregio Utrecht werft mensen met de beste capaciteiten en laat zich niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. [Wij zijn] op zoek naar mensen met talent.” In 2021 is het beleid voor werving en selectie aangepast waardoor diversiteit in de selectie een voorrangspositie heeft gekregen bij gelijke geschiktheid. Er is een project gestart dat tot doel heeft om meer collega’s te werven uit specifieke doelgroepen.

Vanwege de COVID-19-pandemie is de implementatie van dit project uitgesteld (de voorbereidingen zijn wel door gegaan, voor zover dit digitaal mogelijk was, waardoor er nu een situatie is dat er gestart kan worden zodra de maatregelen dit toelaten). 11.1.5 Verzuim Na een relatief laag ziekteverzuim in 2020 is in 2021 sprake van een toename van het verzuimpercentage. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van langdurig verzuim.

41

Tabel 26 Verzuimpercentage naar verzuimduur

Verzuimpercentage

2018

2019

2020

2021

1 tot 8 dagen (kort) 8 tot 42 dagen (middelllang) 43 dagen en meer (lang)

0,55% 0,72% 2,68%

0,48% 0,51% 4,73%

0,36% 0,83% 3,29%

0,36% 0,94% 4,72%

Totaal

3,96%

5,72%

4,46%

6,02%

11.1.6 Pilot geestelijke verzorging In augustus 2021 is gestart met de tweejarige pilot geestelijke verzorging. De geestelijk verzorger is een nieuwe functie binnen de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). We geven met de geestelijke verzorging een impuls aan de zorg voor de mens achter de taak. Dat betekent een brede visie op geestelijke verzorging. Het gaat niet alleen om levensbeschouwelijke of religieuze aspecten, maar om een gezonde omgang met de levensvragen en de zingeving, die de intensiteit van het werken binnen een crisisorganisatie nu eenmaal oproept. Aandacht voor het mentale welbevinden van medewerkers versterkt de weerbaarheid en veerkracht en daarmee de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Aandacht voor zingeving biedt daarmee een belangrijke aanvulling op het zorgaanbod van de VRU. Met deze pilot onderzoekt de VRU op welke wijze de inzet van een geestelijk verzorger kan bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers.

Inhuur Tabel 27 Inhuur per rubriek Bedragen x € 1.000

Inhuur per rubriek

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afwijking

Inhuur reguliere werkzaamheden Vervanging i.v.m. ziekte Vervanging i.v.m. vacature Instructeurs Subtotaal inhuur binnen formatie

352 904 253 1.509

778 2.333 233 3.344

-426 -1.429 21 -1.834

Inhuur additionele werkzaamheden Tijdelijke capaciteit voor projecten Subtotaal inhuur bovenop de formatie

1.643 1.643

1.605 1.605

38 38

Totaal inhuur

3.152

4.948

-1.796

De inhuur voor reguliere werkzaamheden zijn onderdeel van Rubriek A van de staat van baten en lasten. De hogere kosten voor inhuur betreft voornamelijk de inhuur op een aantal moeilijk in te vullen vacatures. De dekking van de overschrijding van de inhuur binnen de formatie wordt gevonden binnen de reguliere salarisbegroting. De inhuur voor additionele werkzaamheden zijn onderdeel van Rubriek C2 van de staat van baten en lasten.

2 Naast de inhuur voor additionele werkzaamheden bevat rubriek C ook de kosten voor inleen van andere

overheden (realisatie 2021: € 275K).

42

Beleidsindicatoren Tabel 28 Beleidsindicatoren Naam indicator

Eenheid

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Externe inhuur Overhead

Fte per 1000 inwoners Fte per 1000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom Totale kosten inhuur externen % van de totale lasten

0,51 0,48 € 66,0 9% € 3,8 mln 23%

0,52 0,48 € 76,5 6% € 3,1 mln 22%

0,51 0,48 € 69,0 9% € 4,9 mln 24%

Op basis van de CBS is voor de realisatie 2021 uitgegaan van 1.361.153 inwoners per 1 januari voor de provincie Utrecht.

Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de ambtelijke organisaties. Dit zijn in feite de totale lasten van de VRU minus de jaarlijkse bijdrage aan het IFV en de WVSV. Zie paragraaf 11.2 een nadere toelichting op de externe inhuur.

Duurzaamheid In onze samenleving ligt een grote uitdaging op het gebied van duurzaamheid. Om de aandacht voor duurzaamheid vast te houden en te verstevigen is een duurzame bedrijfsvoering als beleidsbeginsel opgenomen in het VRU-beleidsplan 2020-2023. In onze interne communicatie en in onze bedrijfsvoering besteden we steeds aandacht aan duurzaamheid. Waar de uitvoering van onze taken dit niet in de weg staat, kiezen we voor duurzame oplossingen. Er zijn verschillende initiatieven binnen de organisatie op dit gebied. Een aantal voorbeelden van dit jaar:  Verduurzaming wagenpark: in 2020 is een start gemaakt met verduurzaming van het (ondersteunende) wagenpark en wordt er actief gestuurd op het verminderen van het aantal ondersteunende voertuigen. Momenteel zijn twee elektrische dienstvoertuigen in gebruik en loopt een pilot met elektrische fietsen;  De printers zijn vervangen door multifunctionele printers die energiezuiniger zijn;  We zijn overgegaan op nieuwe datacentra (servers, storage, centrale netwerkcomponenten, firewalls etc.) die energiezuiniger zijn.  Veel gemeenten maken een beweging om hun gemeentelijk vastgoed te verduurzamen, de meeste brandweerposten zijn of worden voorzien van zonnepanelen, als het nieuwbouw betreft dan gaat dit verder.

 Duurzaamheidseisen en social return in aanbestedingen (bijvoorbeeld koffiebonen, eindejaarsgeschenken);  Tijd- en plaatsonafhankelijk werken draagt bij aan minder reisbewegingen en een betere werk-privébalans.

Privacy De regeling bescherming persoonsgegevens VRU is begin 2020 ter instemming voorgelegd aan de Centrale ondernemingsraad (COR) en op 10 februari 2020 vastgesteld door het algemeen bestuur. In 2021 zijn in totaal 12 datalekken gemeld bij de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Deze meldingen zijn allemaal opgenomen in het daartoe verplichte datalekregister van de VRU. Datalekken worden zorgvuldig beoordeeld om in een zo vroeg mogelijk stadium maatregelen te nemen om eventuele schade te verkleinen of te voorkomen, eventuele betrokkenen te informeren en - zo nodig - te melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

43

Twee datalekken zijn vanwege de risico-inschatting door de FG gemeld aan de AP. In beide gevallen is dit gebeurd binnen de wettelijk verplichte termijn van 72 uur. Hieruit zijn (vooralsnog) geen verdere consequenties voortgekomen. De AP heeft overigens in 2021 de lijn uit 2020 voortgezet om met name ook te handhaven op overheden, met als gevolg enorm hoge boetes.

44

12 Verbonden partijen Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De WVSV is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen Cao valt bijvoorbeeld Cao Ambulancezorg). De WVSV is zelfstandig en onafhankelijk, juridisch vormgegeven als vereniging. Statuten en huishoudelijk reglement zijn beschikbaar op de website: www.wvsv-nl.nl. Belang De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Met het vaststellen van de begrotingen voor 2021 en 2022 heeft de Algemene Vergadering ook de contributiebedragen voor beide jaren vastgesteld. Statutair is bepaald dat het lidmaatschap van de veiligheidsregio’s op gelijkwaardige basis plaatsvindt en dat elke veiligheidsregio 1/25ste van het saldo van de begroting bijdraagt.

Financiële informatie Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2021: nog niet bekend Jaarresultaat 2021: nog niet bekend Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) Het IFV is de landelijke ondersteuningsorganisatie voor de veiligheidsregio's (versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing). Via de Wet veiligheidsregio's zijn verschillende wettelijke taken overgeheveld naar het IFV. Het IFV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Het IFV voert naast haar wettelijke taken ook taken uit in opdracht van de Veiligheidsregio's. Deze taken worden door de Veiligheidsregio’s betaald. Het aandeel van de VRU in de exploitatie bedraagt 6,5%. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het IFV. De bijdrage van de VRU aan het IFV bedroeg € 702K over 2021.

45

Jaarrekening 2021

46

1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten worden slechts genomen voor zo ver zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende, arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. 1.1.1

Vaste activa

Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en eventuele bijdragen van derden in de kosten van dit actief. Ten aanzien van de investering en afschrijving worden de bepalingen en termijnen toegepast zoals deze zijn vastgelegd in de nota activabeleid. Financiële vaste activa Leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. 1.1.2

Vlottende activa

Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid van de vorderingen wordt een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 1.1.3

Vaste passiva

Langlopende schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer.

47

1.1.4

Vlottende passiva

Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva worden opgenomen tegen nominale waarde. 1.1.5

Resultaatbepaling

Algemeen De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar, waarop zij betrekking hebben. De lasten zijn bepaald met inachtneming van de hierboven vermelde waarderingsgrondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Baten zijn verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht. Verliezen zijn in aanmerking genomen in het jaar waarin ze voorzienbaar zijn. Kapitaallasten De geactiveerde investeringen worden afgeschreven met de lineaire afschrijvingsmethode met de daarbij behorende afschrijvingstermijnen. Hierbij wordt de restwaarde bij de bepaling van de afschrijvingsbedragen op nihil gesteld. Van de activa die in de loop van het jaar 2021 in gebruik zijn genomen, wordt vanaf januari 2022 gestart met afschrijven. Aan de geactiveerde investeringen is een rekenrente van 1,69% toegerekend. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari en jaarlijks ten laste van de exploitatie gebracht. De hoogte van de interne rekenrente wordt bij begroting vastgesteld. Lasten FLO-overgangsrecht Op 1 januari 2006 is het Functioneel leeftijdsontslag (FLO) afgeschaft. Voor medewerkers die nog niet met FLO waren, maar wel onder deze regeling vielen, is landelijk het zogeheten FLOovergangsrecht afgesproken. De kosten voor het FLO-overgangsrecht maken onderdeel uit van het gezamenlijke basistakenpakket.

In de begroting van de VRU bevat een structurele post voor de lasten voor het FLO-overgangsrecht. Schommelingen in de begroting worden zoveel mogelijk geëgaliseerd via de bestemmingsreserve FLO-overgangsrecht. Afwijkingen ten aanzien van de realisatie worden toegelicht in de jaarrekening. Jaarlijks wordt de meerjarenraming voor de lasten voor het FLO-overgangsrecht herijkt. Hierbij wordt getoetst of de beschikbare middelen (in meerjarig perspectief) toereikend zijn. Als ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, wordt de begroting (en de daarin opgenomen bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket) bijgesteld, zodat de VRU te allen tijde aan haar verplichtingen kan (blijven) voldoen.

48

2 Balans Balans per ultimo boekjaar Tabel 29 Balans per 31 december Bedragen x € 1.000

Activa

31-12-20

31-12-21

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Financiële vaste activa

48.558 201

45.997 125

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa

13.995 506 1.650

38.152 428 1.243

Totaal activa

64.910

85.945

nihil

nihil

Passiva

31-12-20

31-12-21

VASTE PASSIVA Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden met een rentetypische looptijd langer dan 1 jaar

17.732 17 30.900

23.237 45.777

VLOTTENDE PASSIVA Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overlopende passiva

2.303 13.959

3.977 12.954

Totaal passiva

64.910

85.945

Recht bestaat op verliescompensatie Wet op de Vennootschapsbelasting Bedragen x € 1.000

49

Toelichting balans 2.2.1

Materiële vaste activa

De VRU heeft uitsluitend investeringen met een economisch nut. De volgende tabel geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa weer. Tabel 30 Verloop boekwaarde materiële vaste activa Bedragen x € 1.000

Materiële vaste activa Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige materiële vaste activa Activa in uitvoering Afronding Totaal

Boekwaarde 31-12-20

Investeringen Desinvestering 2021 2021

Afschrijvingen Boekwaarde 312021 12-21

284 3.089 2.867 29.650 12.047 621

1.061 944 1.295 257

-47 -33 -

-117 -836 -2.880 -2.206 -

48.558

3.557

-80

-6.039

284 2.972 3.092 27.667 11.103 878 1 45.997

De volgende tabel geeft inzicht in de gerealiseerde investeringen (€ 3.557K minus € 257K activa in uitvoering) van € 3.300K ten opzichte van de begroting. Tabel 31 Investeringen Bedragen x € 1.000

Begroting 2021

Investering 2021

Verschil

Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige materiële vaste activa

570 4.806 2.087 2.260

1.061 944 1.295

570 3.745 1.143 965

Totaal

9.723

3.300

6.423

Materiële vaste activa

Het verschil tussen de begroting en de gerealiseerde investeringen wordt voor het grootste deel veroorzaakt door het doorschuiven van (het gereedkomen van) de investeringen (€ 5.784K). Ten aanzien van deze investeringen is al wel een deel uitgegeven (activa in uitvoering per ultimo 2021 bedraagt 878K). Voor het resterende deel wordt het lagere investeringsbedrag voornamelijk veroorzaakt doordat in 2021 minder ICT-middelen zijn vervangen dan was begroot. 2.2.2

Financiële vaste activa

Tabel 32 Financiële vaste activa Bedragen x € 1.000

Financiële vaste activa

31-12-20

Mutatie 2021 Toename Afname

31-12-21

Leningen aan personeel u/g

201

-

76

125

Totaal

201

-

76

125

De financiële vaste activa betreft voor de regionalisering verstrekte hypotheken aan personeelsleden die toen in dienst waren van een gemeente. Er worden door de veiligheidsregio geen nieuwe leningen verstrekt. In 2021 werd € 6K rente ontvangen.

50

2.2.3

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

In de volgende tabel is een nadere specificatie opgenomen van de uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder. Tabel 33 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Bedragen x € 1.000

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

31-12-20

31-12-21

Uitzetting in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Voorziening wegens mogelijke oninbaarheid Afronding Totaal

13.311 467 310 -94 1 13.995

37.835 258 172 -113 38.152

De uitzetting in ’s Rijks schatkist is hoger dan ultimo 2020 doordat in 2021 een langlopende lening is afgesloten voor de financiering van investeringen. Deze middelen zijn ultimo 2021 nog niet volledig aangewend. De Regeling schatkistbankieren decentrale overheden geeft de VRU de mogelijkheid om maximaal 2% van het begrotingstotaal aan geldmiddelen buiten ’s Rijks schatkist aan te houden. De volgende tabel toont dat de VRU aan deze bepaling heeft voldaan in 2021. Tabel 34 Regeling schatkistbankieren Bedragen x € 1.000

Regeling schatkistbankieren Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag (2% van begrotingstotaal) Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

2.2.4

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

279 1.964

217 1.964

326 1.964

299 1.964

1.685

1.747

1.638

1.665

-

-

-

-

Liquide middelen

Het saldo van de liquide middelen betreft uitsluitend het saldo van de rekening-courant verhouding met BNG Bank. Deze middelen staan ter vrije beschikking van de VRU. Tabel 35 Liquide middelen Bedragen x € 1.000

Liquide middelen

31-12-20

31-12-21

Banksaldi

506

428

Totaal

506

428

51

2.2.5

Overlopende activa

Tabel 36 Overlopende activa Bedragen x € 1.000

Overlopende activa

31-12-20

31-12-21

Nog te ontvangen voorschotbedragen van overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen

6 1.644

92 1.151

Totaal

1.650

1.243

De vooruitbetaalde bedragen bestaan voornamelijk uit vooruitbetaalde erfpacht voor een brandweerpost en verzekeringen voor het volgende boekjaar. 2.2.6

Eigen vermogen

Tabel 37 Eigen vermogen Bedragen x € 1.000

31-12-2020

Resultaat

Mutatie 2021 Storting

Onttrekking

31-12-2021

Bedrijfsvoeringsreserve Algemene reserve

1.409 1.409

-

-

-

1.409 1.409

Egalisatiereserve kapitaallasten Egalisatiereserve FLO-overgangsrecht Egalisatiereserve tweede loopbaan Ontwikkel- en egalisatiereserve Bestemmingsreserve meldkamer Reserve repressieve efficiency Utrecht Bestemmingsreserve omgevingswet Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel Bestemmingsreserves

10.376 1.677 479 839 500 181 142 14.194

25 2.104 2.129

3.355 108 125 704 4.292

861 375 10 462 181 1.889

12.870 1.302 577 527 1.204 142 2.104 18.726

Gerealiseerd resultaat 2020 Gerealiseerd resultaat 2021

2.129 -

-2.129 3.102

-

-

3.102

Totaal

17.732

3.102

4.292

1.889

23.237

Eigen vermogen

Hierna worden de mutaties per reserve toegelicht. De bestemming van het rekeningresultaat over 2020 is verwerkt conform het besluit van het algemeen bestuur. Bedrijfsvoeringreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct afgewenteld hoeft te worden op de gemeenten. De schommelingen die optreden worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de op basis benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 8.2 van het jaarverslag). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,4% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Tekorten op de kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve

52

gedoteerd. Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten. Egalisatiereserve lasten FLO-overgangsrecht De reserve ‘lasten FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLO-overgangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. De onttrekking in 2021 is conform begroting. Egalisatiereserve tweede loopbaan Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is tweede loopbaanbeleid geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. Jaarlijks wordt een storting gedaan om de kosten voor onder andere om-/bijscholing en vervanging te dekken. In 2021 is hierin conform begroting een bedrag gestort van € 108K. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks aan deze reserve onttrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11602156/1