RIB22.082 Zienswijze Jaarstukken 2021 en begroting 2023 RDWI
Tekst van het document
Realisatie Begroting 2021 2022
2023
2024
2025
2026
Nieuwkomers
95.506
125.000
62.500
31.250
0
0
Totaal lasten
95.506
125.000
62.500
31.250
0
0
Begroting 2023 – v0.4
pag. 17
0
0
0
0
0
0
Vooruit ontvangen bijdragen
-29.494
0
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
125.000
125.000
62.500
31.250
0
0
Totaal baten
95.506
125.000
62.500
31.250
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Toelichting Voor de begeleiding van de inburgeraars die onder het oude stelsel vallen is er een overgangsperiode. Vanaf 2022 worden de budgetten jaarlijks met 25% afgeraamd. De verwachting is dat deze inburgeraars uiterlijk in 2024 zullen uitstromen of gebruik kunnen maken van de reguliere dienstverlening.
2.5. Drempel verlagen voor hulp bij schulden De inmiddels wettelijk geregelde vroegsignalering was een belangrijke stap vooruit in het vroegtijdig opsporen van schulden, maar daarmee zijn we er nog niet. Schulddienstverlening blijft afhankelijk van de bereidheid van inwoners zelf om hulp te zoeken. Uit onderzoek blijkt dat het gemiddeld vijf jaar duurt voordat mensen hulp zoeken. Bij zelfstandigen kan dit nog langer duren; deze groep is groeiende. We verwachten in 2023 een groei van het aantal inwoners met schulden, deels doordat we er eerder bij zijn. Naast vroegsignalering willen we ook meer inzetten op preventie door samen met gemeenten en andere netwerkpartners afspraken te maken en activiteiten in te zetten om (toename van) schuldenproblematiek te voorkomen.
Wat willen we bereiken • Vroegtijdig schulden opsporen door de verdere uitbreiding van vroegsignalering in samenwerking met de netwerkpartners • Het ontwikkelen van concrete activiteiten samen met onze netwerkpartners, gericht op preventie van schulden
Wat gaan we doen Drempel verlagen We blijven in overleg met gemeenten inzetten om de drempel naar schulddienstverlening te verlagen. Dit is een kwestie van lange adem; in de praktijk bij andere gemeenten blijkt dat het enkele jaren duurt voordat effecten terug te zien zijn in de cijfers.
Wat betekent dit financieel Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering hiervan past binnen het brede takenpakket van de RSD. In verband met de extra werkzaamheden die voortvloeien uit de vroegsignalering is in deze Begroting, conform de Kadernota 2023, een uitbreiding van de formatie opgenomen van 0,8 fte.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 18
3 Wet sociale werkvoorziening In dit hoofdstuk is het budget voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw) opgenomen. Deze lasten dalen, omdat er alleen uitstroom is uit de Wsw. De Rijksbijdragen dalen met hetzelfde bedrag. De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening wordt onder verantwoordelijkheid van de GR RDWI gedaan door Biga Groep BV. De lasten en baten die hiermee gemoeid zijn, zijn opgenomen in hoofdstuk 4 Bedrijfsvoering in de apparaatskostenbegroting RWDI.
Wat betekent dit financieel Lasten
Realisatie 2021
Begroting 2022
2023
2024
2025
2026
Wet Sociale Werkvoorziening
9.087.860
8.653.200
8.475.800
8.223.900
7.813.400
7.482.900
Totaal lasten
9.087.860 8.653.200 8.475.800 8.223.900 7.813.400 7.482.900
Baten
0
0
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
9.087.860
8.653.200
8.475.800
8.223.900
7.813.400
7.482.900
Totaal baten
9.087.860 8.653.200 8.475.800 8.223.900 7.813.400 7.482.900
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting Vanaf 2015 dalen de lasten omdat er geen instroom meer in de Wsw is en wel uitstroom. Doordat in de periode voor 2015 relatief veel jonge mensen zijn ingestroomd bij Biga Groep is de daling beperkt. Het budget wordt jaarlijks herzien op basis van de informatie van Biga Groep. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. Gemeenten worden via de integratie uitkering gecompenseerd voor de stijging van de lasten.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 19
4 Bedrijfsvoering Er ligt een stevige basis om de dienstverlening voor onze inwoners efficiënt en effectief uit te voeren. Tegelijkertijd zijn er altijd ontwikkelpunten. De RSD wil graag een voortdurend lerende organisatie zijn. Focuspunten zijn onder andere een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel en/of eigenaarschap. Samen met de gemeenten willen we verder bouwen aan een robuuste organisatie, die nu en in de toekomst wordt gezien als een betrouwbare en strategische partner binnen het brede sociaal domein, uiteraard ten behoeve van de inwoners die van ons afhankelijk zijn, met de Strategische Kaders 20202023 als vertrekpunt en verder ingevuld vanuit de kracht van de RSD als organisatie. De strategische ontwikkelagenda die in 2022 is opgesteld en wordt uitgevoerd, zal ook in 2023 nog een doorwerking hebben.
4.1. Organisatie en apparaatskosten Op basis van de ramingen van de bijstandspopulatie en aantallen klanten bij schulddienstverlening is bij de Kadernota 2023 uitgegaan van 153,9 fte voor de uitvoering van de huidige taken van de RDWI. In deze formatie is rekening gehouden met de verhoging van 0,8 fte bij team schulddienstverlening die nodig is voor uitvoering van de dienstverlening in het kader van de vroegsignalering. Daarnaast is in de berekening rekening gehouden met de afbouw van de intensieve aanpak voor nieuwkomers die onder het oude stelsel van inburgering vallen. Tabel apparaatskosten RSD en loonkosten Wsw samengevat Lasten
Apparaatskosten programma Werk & Inkomen (RSD) Apparaatskosten Implementatie (2021)uitvoering Wet Inburgering (WI) personeel SW Bijdrage gemeenten aan BIGA Totaal lasten
Realisatie 2021
Begroting 2022
2023
2024
2025
2026
15.441.452
15.480.200
15.587.700
15.431.450
15.275.200
15.275.200
85.191
510.400
648.100
709.800
709.800
709.800
9.536.332
9.423.000
8.884.000
8.618.000
8.359.000
8.108.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
25.662.975 26.013.600 25.719.800 25.359.250 24.944.000 24.693.000
Baten Overige baten apparaatskosten Baten BIGA Bijdragen gemeenten Bijdragen gemeenten implementatie WI (2021) - & uitvoeringskosten Wet Inburgering Totaal baten
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Begroting 2023 – v0.4
3.708.727
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
9.536.332
9.423.000
8.884.000
8.618.000
8.359.000
8.108.000
11.866.979
13.720.700
13.828.200
13.671.950
13.515.700
13.515.700
249.629
510.400
648.100
709.800
709.800
709.800
25.361.667 25.863.600 25.569.800 25.209.250 24.794.000 24.543.000
-301.308
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
pag. 20
Toevoeging reserves
-635.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
Onttrekking reserves
2.128.946
260.000
260.000
260.000
260.000
260.000
Gerealiseerd/ begroot saldo
1.192.638
0
0
0
0
0
Tabel apparaatskosten (RSD + Wsw loonkosten) baten en lasten uitgebreid Apparaatskosten Realisatie 2021
Begroting 2022
2023
2024
2025
2025
11.866.979
13.720.700
13.828.200
13.671.950
13.515.700
13.515.700
210.000
510.400
648.100
709.800
709.800
709.800
9.423.000
8.884.000
8.618.000
8.359.000
8.108.000
Baten Bijdragen gemeenten (inclusief bijdrage BIGA en intensieve aanpak) Bijdragen gemeenten Implementatie Wet Inburgering / uitvoering Wet inburgering Bijdragen gemeenten PVT Bijdragen BIGA loonkosten SW Sub Totaal Overige baten Totaal baten
39.629 9.536.332
21.652.940 23.654.100 23.360.300 22.999.750 22.584.500 22.333.500 3.708.727
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
25.361.667 25.863.600 25.569.800 25.209.250 24.794.000 24.543.000
Lasten Kapitaallasten Rente Huisvesting Personeel RSD Afwikkeling Tozo regeling Uitvoering Wet Inburgering Mutatie intensieve aanpak personeel SW Automatisering Facilitair Advieskosten Implementatiekosten Wet Inburgering Bijdrage gemeenten aan BIGA Overige lasten Totaal lasten
Totaal saldo voor reserves Dotatie aan reserves
Begroting 2023 – v0.4
351.008
408.000
408.000
408.000
408.000
408.000
48.429
51.500
51.500
51.500
51.500
51.500
926.291
883.000
883.000
883.000
883.000
883.000
11.951.138
11.692.400
12.039.400
12.039.400
12.039.400
12.039.400
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
510.400
648.100
709.800
709.800
709.800
PM
-312.500
-468.750
-625.000
-625.000
9.536.332
9.423.000
8.884.000
8.618.000
8.359.000
8.108.000
1.704.869
1.735.000
1.808.000
1.808.000
1.808.000
1.808.000
303.676
417.300
417.300
417.300
417.300
417.300
156.041
143.000
143.000
143.000
143.000
143.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
85.191 600.000
25.662.975 26.013.600 25.719.800 25.359.250 24.944.000 24.693.000
-301.308
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-635.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
pag. 21
Onttrekking aan reserves Totaal saldo na reserves
2.128.946
260.000
260.000
260.000
260.000
260.000
1.192.638
0
0
0
0
0
Toelichting In de Begroting 2023 is de loon- en prijscompensatie (totaal € 361.000 inclusief de indexatie voor de uitvoering van de Wet inburgering) verwerkt. Daarnaast worden tot 2026 jaarlijks extra werkzaamheden verricht in verband met de afwikkeling van Tozo. Voor deze werkzaamheden is een last opgenomen van € 150.000, die wordt gedekt uit de onttrekking aan de bestemmingsreserve Tozo. In 2023 verwachten we een grotere instroom van inburgeraars dan in 2022. Dit heeft te maken met nieuwe instroom vanuit de azielzoekerscentra (die op het moment van schrijven veel bewoners hebben die zullen doorstromen) en met nareizigers. Op het moment dat asielstatushouders in onze regio gehuisvest worden, start de inburgering. Als de nieuwe instroom groot is, kan de dienstverlening onder druk komen te staan. Als dat het geval is, zullen we met de gemeenten in overleg gaan over de consequenties. We houden nauwgezet vinger aan de pols; we zijn hierin ook afhankelijk van informatie van gemeenten over de taakstelling die zij van het Rijk krijgen. Het Rijk maakt deze taakstelling in het derde kwartaal van 2022 bekend.
4.2 Overzicht lasten per taakveld en formatie overhead In onderstaande tabel zijn de totale lasten per taakveld opgenomen en de toegestane formatie ten opzichte van de formatie overhead weergegeven. Lasten per taakveld, begrote formatie en formatie overhead
2023
lasten overhead (0.4)
5.236.803
lasten treasury (0.5)
51.500
lasten samenkracht en burgerparticipatie (6.1)
3.057.690
lasten inkomensregelingen (6.3)
59.069.845
lasten begeleide participatie (6.4)
18.298.147
lasten arbeidsparticipatie (6.5)
5.680.448
lasten maatwerkdienstverlening (6.71) Totaal
1.920.916 93.315.350
Begrote formatie overhead Totale begrote formatie inclusief uitvoering wet inburgering en intensieve aanpak nieuwkomers Totale begrote formatie overhead
Begroting 2023 – v0.4
153,9 38
pag. 22
4.3 Overzichten per gemeente De verdeelsleutel en bijdragen van de apparaatskosten en compensabele BTW per gemeente in 2023. Verdeelsleut el bijdragen per gemeente in apparaatsko sten
Budget BUIG en inwoneraantallen
Verdeelsleu tel Wsw 2023 (toegepast op bijdrage gemeenten aan BIGA)
Verdeelsleut el uitvoeringk osten wet inburgering
Bijdragen gemeenten in de apparaatskoste n
Bijdragen gemeenten in uitvoeringsko sten Wet inburgering
Bijdragen gemeente n aan de BIGA
Bijdragen Wsw gemeenten tbv BIGA 2023
Bijdrage gemeente compensabel e BTW 2023
Bunnik
4,49%
4,64%
7,16%
594.237
46.433
27.823
393.000
71.876
De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist
20,87%
11,07%
21,58%
2.760.994
139.880
66.407
938.000
333.958
21,69%
15,26%
2.868.996
156.793
91.540
1.293.000
347.021
9,00%
13,88%
1.190.148
72.869
83.257
1.176.000
143.955
43,95%
55,16%
35,82%
5.813.624
232.125
330.973
4.675.000
703.190
100,00%
100,00%
100,00%
13.228.000
648.100
600.000
8.475.000
1.600.000
Totaal
24,19% 11,24%
De verdeelsleutel voor de uitvoering van de Wet inburgering is gekoppeld aan de oorspronkelijk verdeling van deze middelen naar het gemeentefonds. Deze wijkt af van de algemene verdeelsleutel apparaatskosten. De ontwikkeling van dit budget in het gemeentefonds zal de komende jaren regelmatig worden beoordeeld, zodat indien nodig de verdeelsleutel aangepast/ geactualiseerd kan worden. In onderstaande tabel is de gemeentelijke bijdrage per onderdeel en per gemeente weergegeven. Specificatie gemeenten 2023 Gebundelde uitkeringen / BBZ Baten BUIG / BBZ Ontschotting BBZ kredietverstrekking BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten Reintegratie & Participatie & actieplan jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) Kinderopvang Apparaatskosten Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal
Begroting 2023 – v0.4
Utrechtse Wijk bij Heuvelrug Duurstede
Bunnik
De Bilt
Zeist
Totaal
2.165.600
9.347.600
10.880.300
-20.800 -110.500
-162.500 134.200
-188.500 -359.100
4.236.300
20.133.000
46.762.800
-175.400 56.400
-402.800 279.000
-950.000 0
7.000
46.000
58.000
50.000
78.000
239.000
6.000
31.000
17.000
7.000
39.000
100.000
-4.200 107.000 -3.000
-27.600 481.000 -14.000
-34.800 683.000 -29.000
-30.000 282.000 -13.000
-46.800 1.521.000 -66.000
-143.400 3.074.000 -125.000
99.750
214.200
228.900
132.300
642.000
1.317.150
40.000 0
213.000 0
255.000 250.000
102.000 0
532.000 450.000
1.142.000 700.000
86.170 2.808
635.380 13.045
596.100 13.556
218.980 5.623
2.340.360 27.468
3.876.990 62.500
110.439
332.703
372.930
173.319
552.108
1.541.500
393.037 18.000 594.237
938.089 85.000 2.760.994
1.293.122 95.000 2.868.996
1.176.111 3.000 1.190.148
4.675.441 103.000 5.813.624
8.475.800 304.000 13.228.000
46.433 139.880 156.793 72.869 232.125 27.823 66.407 91.540 83.257 330.973 3.565.797 15.234.398 17.248.836 7.570.908 37.233.501
648.100 600.000 80.853.440
pag. 23
Toelichting De verdeling van het totaal bedrag naar gemeenten vindt plaats op basis van verdeelsleutels, op basis van de actualisatie van budgetten zoals vermeld in de septembercirculaire van het Rijk of daaraan gebonden documenten en op basis van verwachte uitgaven op gemeenteniveau.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 24
5 Financiële paragrafen 5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De RSD heeft structurele monitoring en het managen van de risico’s geborgd via de Planning & Control cyclus. Globaal ziet dit proces er als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - Voor- en Najaarsnota: het actualiseren van bestaande risico’s (begroting) en verkenning mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarrekening en Jaarverslag: verantwoording risico’s; - Begroting: borging risico’s komende drie jaar. Omdat de jaarrekening en de begroting gelijktijdig opgesteld worden, vertoont deze paragraaf in beide documenten grote gelijkenis. Voor de beheersing en verantwoording is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd.
Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet. De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor maximaal drie jaar meegewogen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Risico’s doen zich normaliter niet allemaal tegelijk voor of in de volledige omvang, daarom is een optelsom van alle mogelijke risico’s niet noodzakelijk. Er kan worden volstaan met de berekening van ‘impact’ x ‘kans’. Deze werkwijze zorgt ervoor dat risico’s op een eenvoudige wijze worden gekwantificeerd. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2021 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2021 € 515.400 moet zijn. Ontwikkelingen voorjaar 2022 Bij het voorbereiden van de Begroting 2023 stond de samenleving deels nog in het teken van corona.
De economie is gelukkig veerkrachtiger gebleken dan verwacht. Dit was terug te zien in de beperkte instroom in de bijstand en de afname van het aantal aanvragen voor Tozo en het beperkte aantal aanvragen TONK. Door de lockdown was eind december 2021 de instroom van zzp-ers in de BBZ-light regeling wel sterk toegenomen. Het was onzeker of deze groep bij economisch herstel als zelfstandige verder kon of langer een BBZ uitkering levensonderhoud nodig had. Dit risico is meegenomen in de risicobepaling van de BUIG. Al met al was de verwachting dat de economie weer in rustiger vaarwater zou komen.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 25
Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI Risico’s zijn relevant voor het weerstandsvermogen zodra ze kwantificeerbaar zijn. Er zijn echter ook ontwikkelingen waarvan de effecten nog niet kwantificeerbaar zijn. Op het moment van schrijven zien we op het werkterrein van RDWI twee niet kwantificeerbare risico’s. Het gaat om: • De oorlog in de Oekraïne. De inval in Oekraïne heeft impact op verschillende facetten van de samenleving. De oorlog heeft impact op de (wereld)economie. Onder andere door de vluchtelingenstroom die op gang gekomen is. Een deel van deze vluchtelingen wordt in onze regio opgevangen; • Inflatie. Eind 2021 liep deze op, maar de verwachting was dat deze in 2022 zou afvlakken. Zoals gebruikelijk is in de raming voor de Begroting 2023 alleen gerekend met de loon- en prijsindexaties opgenomen in de septembercirculaire. In maart 2022 is de inflatie echter opgelopen tot boven de 10%. Het is nog te vroeg om te bepalen wat het (financieel) effect hiervan precies zal zijn op de verschillende kerntaken van RDWI. Het kabinet heeft toegezegd om de gestegen kosten voor de lagere inkomens te dempen.
De gevolgen van deze gebeurtenissen op de langere termijn zijn echter nog niet in te schatten. Deze ontwikkelingen kunnen mogelijk later dit jaar of volgend jaar leiden tot een bijstelling van de begroting 2023. Naast dit niet kwantificeerbare risico zijn er risico's die we wel kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de overschotten van de afgelopen jaren is de kans dat dit zich voordoet op 50% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als klein, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. Dat betekent dat de impact van het risico ook daalt; • De lasten bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere een stijging van schuldhulpaanvragen en bewindvoering. Door een actievere schulddienstverlening en vroeg signalering is de kans dat dit zich voordoet gezet op gemiddeld (50%); • Het risico debiteurensaldo is ongewijzigd gelaten.
De Tozo kredietverstrekkingen hebben het saldo doen oplopen, maar de periode van invordering is verlengd tot 6 jaar. Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd; • Kredietverstrekking BBZ. Bij de wijziging van financieringssystematiek van het BBZ is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd. Het is mogelijk dat de toenemende verschuldiging van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Voor de bepaling van de hoogte van het risico is nu uitgegaan van stijging van de kapitaalsvertrekkingen met 100% tot 200%. De kans dat dit gebeurt is op 50% gezet; • Kinderopvang. In 2020 en 2021 zijn werkafspraken gemaakt met de gemeenten waarvoor RDWI de regeling uitvoert. In 2021 zijn de kosten binnen begroting gebleven en voor de komende jaren is de begroting verruimd. Daardoor is de
Begroting 2023 – v0.4
pag. 26
inschatting dat het risico zich voor zal doen zodanig gedaald is dat er geen bedrag meer aan gekoppeld is. In de volgende tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen.
Benodigde weerstandscapaciteit Risico’s open einde regelingen totaal (impact X kans X 3 jaar) Tekorten op BUIG budgetten Vangnetregeling Lasten bijzondere bijstand en IIT Debiteurenvorderingen Bedrijfskredieten (BBZ) Impact Inflatie 2022 Impact Oorlog Oekraïne Totaal
Risico’s open einde regeling BUIG budgetten per gemeente Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
7.023.000 176.000 845.000 105.000 375.000 – 750.000 PM PM 8.524.000 -8.899.000
Maximaal risico op BUIG per gemeente 2023, obv voorlopig budget
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 50%
201.000 989.000 1.020.000 417.000 2.056.000 4.683.000
302.000 1.483.000 1.530.000 625.000 3.083.000 7.023.000
De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de Jaarrekening 2021 gedaald met 5 miljoen euro. Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.
Risico’s
Informatiebeveiliging ICT samenwerking RID Inhuur door hoger ziekteverzuim Totaal
Benodigde Maximaal risico weerstandscapaciteit per onderwerp (impact X kans X Incid /Structureel € 725.000 € 136.000 € 117.000 € 978.000
€ 217.500 € 122.400 € 175.500 € 515.400
Informatiebeveiliging Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 27
De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • alle medewerkers hebben een cursus gehad over informatieveiligheid en bewustzijn (iBewustzijn Overheid 2022) van de VNG; • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD. In verband met het toegenomen bewustzijn binnen de organisatie en de beheersmaatregelen is inschatting van de kans verlaagd tot laag (10%). Het risico blijft aangemerkt als structureel. Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verlaagd is tot maximaal € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.500. ICT samenwerking Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op beperkt gesteld (30%). De impact is gekoppeld aan de personeelslasten als het systeem uitvalt. Dan kan het werk niet voort gezet worden. Het risico is aangemerkt als structureel. De benodigde weerstandscapaciteit komt daarmee uit op € 122.400.
Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%). Door actief verzuimbeleid is een sprake van een daling in het ziekteverzuim. Hierdoor daalt de benodigde weerstandscapaciteit tot € 175.500. Het risico is aangemerkt als structureel. Tot slot zien we voor de bedrijfsvoering nog een niet kwantificeerbaar risico. Daarmee is het risico niet relevant voor het weerstandsvermogen: • Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering stelt het Rijk op macro niveau voldoende budget beschikbaar voor uitvoering van deze wet. De uitvoering van de wet is complex en vraagt intensieve samenwerking met verschillende partners, wat efficiency kan verminderen. Verder heeft het kabinet nog niet aangegeven hoe het om zal gaan met fluctuaties in de instroom in de regeling. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit.
Op de vrij besteedbare reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 28
Eigen vermogen
Balans 3112-2021
Weerstandscapaciteit
Algemene reserve
419.500
419.500
Gerealiseerd resultaat 2021
1.192.640
Bestemmingsreserve groot onderhoud
77.875
Bestemmingreserve frictie
48.661
Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls585
43.500
Bestemmingsreserve Tozo
762.000
Bestemmingsreserve Implementatie Inburgering
125.000
Totaal eigen vermogen
2.669.176
419.500
Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Bij vaststelling van de Begroting 2021 in juli 2020 heeft het Algemeen bestuur besloten om te streven naar een weerstandsratio van 1 (voldoende). Om de ratio 1 te bereiken zou het weerstandsvermogen moeten stijgen tot € 515.400. Bij het vaststellen van de jaarrekening 2021 is bij het voorstel tot resultaatbestemming voorgesteld om de Algemene Reserve tot dit bedrag te verhogen. Waardering A B C D E F
Ratio Weerstandsvermogen ➢
2,0 1,4 < x < 2.0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte.
Begroting 2021
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Netto schuldquote
4,0%
0,9%
3,5%
3,6%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
4,0%
0,9%
3,5%
3,6%
Solvabiliteitsratio
5,6%
22,2%
7,3%
9,5%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
0,9%
0,0%
0,0%
Kengetallen
De solvabiliteitsratio is gedaald ten opzicht van de rekening 2021. In de rekening 2021 is een positief resultaat geboekt door incidentele baten. Het gerealiseerd resultaat wordt in
Begroting 2023 – v0.4
pag. 29
2021 verrekend met gemeenten, waardoor het eigen vermogen afneemt. De netto schuldquote daalt doordat het saldo van de openstaande leningen is afgenomen.
5.2. Staat van reserves en voorzieningen Hieronder zijn de staat van reserves en voorzieningen in beeld gebracht op basis van de realisatiecijfers 2021 en de verwachte toevoegingen en onttrekkingen in 2022 en verder.
Stand per 1 januari 2023
Toevoeging
Onttrekking
Stand per 31 december 2023
Algemene Reserve
515.400
-
-
515.400
Egalisatiereserve groot onderhoud
77.875
110.000
110.000
77.875
Bestemmingsreserve frictie
24.661
-
-
24.661
Bestemmingsreserve Tozo
612.000
-
150.000
462.000
1.229.936
110.000
260.000
1.079.936
Staat van reserves
Totaal reserves
Algemene Reserve De Algemene Reserve bedraagt per 1 januari 2022 € 419.500. De verwachte dotatie aan de Algemene Reserve bij de resultaatsbestemming in de Jaarrekening 2021 bedraagt € 95.900 waarmee het saldo van de Algemene Reserve eind 2022 € 515.400 zal bedragen. Bestemmingsreserve groot onderhoud De bestemmingsreserve onderhoud heeft betrekking op het planmatig onderhoud van het pand in eigendom aan de Thorbeckelaan. Onttrekkingen kunnen plaatsvinden in verband met gemaakte kosten voor (gepland) groot onderhoud en renovatie. Hiervoor is een meerjarig onderhoudsbeleidsplan beschikbaar dat in 2021 is geactualiseerd. Bestemmingsreserve frictie Voor het jaar 2022 (en eventueel verder) is € 48.661 reserve beschikbaar. In 2022 wordt naar verwachting een bedrag van € 24.000 onttrokken ten behoeve dekking van de WWlast van enkele oud medewerkers. Bestemmingsreserve Tozo De reserve is bij de Najaarsnota 2020 ingesteld voor de afwikkeling van de regelingen Tozo. Het betreft verwachte werkzaamheden in verband met terugvordering en verhaal van de verstrekte kredieten en voorschotten, de verantwoording hiervan en de kosten bezwaar en beroep. De verwachting dat de werkzaamheden tot en met 2026 zullen lopen. De onttrekking is jaarlijks ca € 150.000.
Voorziening Deze voorziening heeft betrekking op de personele lasten van enkele oud-medewerkers waarvoor langer lopende verplichtingen zijn ontstaan. De hoogte van de voorziening is voldoende om aan WW verplichtingen tot medio 2026 te voldoen.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 30
5.3. Incidentele baten en lasten Incidentele baten
2022
2023
2024
2025
2026
Onttrekking bestemmingsreserve Tozo
0
150.000
150.000
150.000
150.000
Totaal incidentele baten
0
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
Incidentele lasten
Inzet afwikkeling Tozo Totaal incidentele lasten
0
Voor 2023 en verder verwachten we incidenteel extra werkzaamheden te verrichten voor de afwikkeling van de Tozo regelingen. Het gaat om circa € 150.000 aan kosten. Daar staat een zelfde bedrag tegenover dat onttrokken wordt aan de bestemmingsreserve Tozo. Deze reserve is gevormd ter dekking van deze kosten.
5.4. Onderhoud kapitaalgoederen In de begroting is deze paragraaf bedoeld om aan te geven hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Staat van Materiele vaste activa
Boekwaarde Investeringen 1-1-2023
Afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2023
Het Rond 6 Bedrijfsgebouwen en Inventaris Overige materiele vaste activa subtotaal Materiele vaste activa Thorbeckelaan 3 Grond en terreinen Bedrijfsgebouwen en inventaris Machines, apparaten en Installaties subtotaal Materiele vaste activa TOTAAL
487.351
476.000
153.392
809.959
280.087
200.000
113.321
366.766
767.438
676.000
266.713
1.176.725
2.185.000
0
0
2.185.000
828.895
0
102.133
726.762
612.944
0
41.862
571.082
3.626.839
0
143.995
3.482.844
4.394.277
676.000
410.708
4.659.569
Aan de kapitaallasten worden de werkelijke rentelasten (langlopende leningen) toegevoegd. De begrote rentelasten voor langlopende leningen in 2023 zijn € 51.000. Het Rond 6E Zeist in 2016 en 2017 zijn huisvestingsinvesteringen aan het pand Het Rond 6E uitgevoerd. Deze investeringen waren noodzakelijk ter ondersteuning van onze nieuwe dienstverlening. De rente en afschrijvingslasten die hiermee gepaard gaan passen binnen de huidige financiële kaders. In 2022 vinden inhaal- en uitbreidingsinvesteringen plaats om de ICT en automatisering aan te passen aan de nieuwe dienstverlening (meer thuiswerken en digitale dienstverlening). Voor 2023 is een investeringsbudget van € 476.000 beschikbaar voor huisvesting en inventaris. Op het gebied van ICT en automatisering is voor 2023 een maximaal budget van € 200.000 beschikbaar.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 31
Thorbeckelaan Zeist In 2011 is door Bouwraadgever een meerjarig onderhoudsplan ontwikkeld voor het pand aan de Thorbeckelaan Zeist. In 2021 is het meerjarig onderhoudsplan van het pand aan de Thorbeckelaan voor het laatst geactualiseerd. Op basis van dat onderhoudsplan is € 110.000 investeringsbudget beschikbaar. In 2022 vindt de vervangingsinvestering plaats voor een nieuwe luchtbehandelingsinstallatie.
5.5. Financiering Het doel van deze paragraaf is het beleid ten aanzien van de financiering (of treasuryfunctie) van de GR RDWI te verklaren. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van het programma Sociaal Domein. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het beleggen van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De RDWI is gebonden aan de wet Fido. Het middelen beheer loopt via de schatkist. Dit betekent dat in de praktijk overtollige middelen alleen uitgezet worden in de Rijks schatkist. Liquiditeitspositie Met de liquiditeitspositie wordt bepaald of de organisatie in staat is om aan de korte termijn verplichtingen te voldoen. Bij korte termijn financiering horen fluctuerende, maar relatief lage, rentetarieven. Omdat kort geld goedkoper is dan langlopende leningen, wordt in het huidige renteklimaat pas een lange lening aangetrokken als de kasgeldlimiet overschreden dreigt te worden of voor bijvoorbeeld de financiering van materiële vaste activa. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn.
Op grond van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2023 € 7.651.850 is (8,2% van € 93.315.350). De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen. Financieringstekort In 2023 zal sprake zijn van een financieringstekort als gevolg van een hogere boekwaarde van materiele vaste activa ultimo 2023 dan afgedekt via langlopende leningen. Afdekken van dit financieringstekort zal gebeuren via aantrekken van langlopende lening(en), zie hiervoor de rente risiconorm.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 32
Staat van Leningen 2022
Afloop Rente datum %
Hoofdsom
Leningen Aflossingen 1-1-2023 2023
Leningen 3112-2023
BNG: Lening d.d. 01-042002 400088666
2.893.000
3,7
964.465
96.428
867.785
Af te sluiten lening 2022
600.000
2
600.000
60.000
540.000
Af te sluiten lening 2023
676.000
2
0
4.169.000
0
1.564.213
Totaal
1-4-2032
676.000 156.428
2.083.785
Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RDWI loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2023 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moeten worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De verwachte rente voor nieuw op te nemen geldleningen is gesteld op 2%. Er bestaat een risico dat het werkelijke percentage waarvoor leningen worden afgesloten hoger is. Gelet op de rentestand en verwachte ontwikkelding op de geldmarkt is rekening gehouden met een beperkte rentestijging. De begrote rentelasten in 2023 zijn € 51.500. EMU Saldo EMU Saldo (X € 1.000) Exploitatiesaldo voor mutatie reserve Bij: Afschrijvingen ten laste van exploitatie Bij: Dotatie aan de post voorzieningen Af: Investeringen in (im)materiele vaste activa die worden geactiveerd Bij: baten uit bijdragen van andere overheden Overige baten / lasten Totaal
2021
2022
2023
2024
2025
2026
-301
-150
-150
-150
-150
-150
348
266
411
411
411
411
126
0
0
0
0
0
108
783
676
411
411
411
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
65
-667
-415
-150
-150
-150
Het tekort wordt veroorzaakt door tijdelijke werkzaamheden voor de afwikkeling van de Tozo regelingen uit 2020 en 2021. Het tekort wordt gedekt uit een onttrekking aan de reserve Tozo. Geprognotiseerde balans
2021
2022
2023
2024
2025
2026
3.877
4.394
4.660
4.660
4.660
4.660
97
97
97
97
97
97
7.327
5.828
5.821
5.767
5.713
5.636
Liquide middelen
370
215
189
189
189
189
Overlopende activa
330
330
330
330
330
330
12.002
10.865
11.097
11.043
10.989
10.912
(X € 1.000) Activa Materiele vaste activa Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
Totaal activa
Begroting 2023 – v0.4
pag. 33
Passiva Algemene Reserve
1.612
515
515
515
515
515
Bestemmingsreserve
1.057
715
540
540
540
540
Voorzieningen
365
211
185
131
77
0
Vaste schulden
1.127
1.564
2.017
2.017
2.017
2.017
Netto vlottende schulden
3.487
3.487
3.487
3.487
3.487
3.487
Overlopende passiva
4.353
4.353
4.353
4.353
4.353
4.353
12.002
10.845
11.097
11.043
10.989
10.912
Totaal passiva
5.6. Bedrijfsvoering Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dat betreft primair de dienstverlening aan de directe klanten en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: - Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende wet- en regelgeving; - Betrouwbaarheid: de RDWI heeft de basis op orde en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; - Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; - Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen een zo goed mogelijk effect bereiken; - Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.
Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: een financiële verordening; controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; budgethoudersregeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; een intern controleplan. Deze verordeningen en regelingen worden jaarlijks beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar Planning en control-instrumentarium aanwezig en een planning en controle jaarkalender. Rechtmatigheid Het Dagelijks bestuur van de GR RDWI is verplicht (conform de artikelen 212, 213 en 213A van de gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Het is de verwachting dat het Dagelijks bestuur van RDWI, net als de colleges van gemeenten, vanaf 2022 hierover zelf verantwoording af zal leggen door middel van een rechtmatigheidsverklaring. De accountant verstrekt dan alleen nog een verklaring van
Begroting 2023 – v0.4
pag. 34
getrouwheid, die tezamen met de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur in de jaarrekening, wordt opgenomen in de jaarrekening. In voorbereiding op deze wijziging wordt in 2022 hiervoor nader beleid uitgewerkt en geïmplementeerd. Organisatie In de zomer van 2020 zijn de volgende spelregels voor de bedrijfsvoering vastgesteld (besluit Algemeen bestuur): 1. Bandbreedte van het aantal uitkeringen is 10% ten opzichte van het uitgangspunt bij de reorganisatie ‘van bolwerk naar netwerk’ van 3.000 uitkeringspartijen. Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie van 5% formatie inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead); 2. Bandbreedte aantal aanvragen schulddienstverlening is 10% ten opzichte van 550 aanvragen (‘van bolwerk naar netwerk’). Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie van 5% formatie inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead); 3. De toegestane formatie voor 2021 is vastgesteld op 149,4 fte. Dekking van 132,4 fte uit apparaatskosten en 17 fte uit re-integratiebudget. 4. In deze begroting wordt de formatie en de definitieve bijdrage bepaald op basis van de bandbreedtes klantenbestand uitkering (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening. Hieronder in tabelvorm de uitgangspunten en afspraken zoals hierboven uitgewerkt.
Er is een kolom toegevoegd voor de formatie voor de uitvoering van de Wet Inburgering. Deze wet voert RDWI uit sinds 2022. De formatie (inclusief overhead) is berekend op basis van de taakstelling in 2020 en een schatting van de caseload per fte. Er is nog geen bandbreedte voorgesteld in het kader van deze taak.
Jaar
Max. fte Dekking dekking Bandbreedte volume bandbreedte fte uit fte uit Stand formatie aanvragen BUIG incl. formatie max. formatie app. partipatievolume volume Formatie SDV overhead SDV fte Wi incl Kosten, begroting, BUIG BUIG totaal (prognose) en uitgangspunt SDV overhead incl fte + 30% prognose uitgangpunt intensieve 550 intensieve tbv 3000 aanpak aanpak overhead
2018
3.022
568
> 2700 < 3300
132,8
> 495 <605
19,2
133,8
18,2
152
2019
2.795
500
> 2700 < 3300
132,8
> 495 <605
19,2
133,8
18,2
152
2020
2.767
475
> 2700 < 3300
132,8
> 495 <605
19,2
133,8
18,2
152
2021
2.783
540
> 2700 < 3300
130,7
> 495 <605
18,7
132,4
17
149,4
2022
2.860
575
> 2700 < 3300
128,9
> 495 <605
18,7
6,8
130,6
17
154,4
2023
2.860
600
> 2700 < 3300
127,0
> 495 <605
19,5
7,4
129,5
17
153,9
Op basis van de verwachte ontwikkeling van het klantenbestand in 2023 en wijziging van werkzaamheden bij schulddienstverlening in het kader van vroegsignalering is de formatie verhoogd met 0,8 fte. Daarnaast is in de tabel het effect van het besluit inzake de afbouw van de intensieve dienstverlening nieuwkomers verwerkt en is de formatie voor de uitvoering van de Wet inburgering ingevoegd.
Begroting 2023 – v0.4
pag. 35
Voor de begroting 2023 wordt uitgegaan van onderstaande formatie. Vastgestelde formatie RDWI (in fte)
2022
Directie en Advies & Support
17,7
17,7
Intake, Werk en Participatie (IWP)
56,9
55,61
Inkomen en schulddienstverlening
53,7
54,5
Financien, Informatiemanagement, Facilitair
22,8
22,8
Overige formatie
3,2
3,2
154,4
153,9
Totaal toegestane formatie vertrekpunt 2022
2023
Duurzaamheid Wij werken hard om een duurzame organisatie en de daarbij horende duurzame bedrijfsvoering op te bouwen. Zo is niet alleen milieuzorg (schoonmaak, kantine, samenwerking met BIGA Groep) onder de aandacht, maar ook zaken zoals de werkomstandigheden van de medewerkers (daglicht, vitaliteit, rookbeleid) of de manier waarop we met energie om gaan (zonnepanelen). Zo verweven wij een duurzaamheidsparagraaf in onze inkoopvoorwaarden zodat wij ook van onze leveranciers mogen verwachten dat zij zich houden aan de balans tussen “people, planet en profit”. Risicomanagement De rollen in de organisatie weerspiegelen onze aandacht voor informatiebeveiliging. Wij maken gebruik van een Functionaris Gegevensbescherming, een CISO, een Security Officer en een Privacy Officer, waardoor we niet alleen de technische informatieveiligheid maar ook de persoonlijke informatieveiligheid willen borgen. Zo hebben we jaarlijks terugkerende audits en beschikken we over een door het DB vastgesteld privacy-beleid en informatieveiligheidsbeleid.
5.7. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI. Verbonden partijen GR RDWI
Doel
Deelnemende partijen
Begroting 2023 – v0.4
De regionale ICT-Dienst Utrecht (RID) De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 1.800 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst. Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI
pag. 36
Bestuurder(s)
Algemeen Bestuur. Namens de GR RDWI, D. Smolenaers
Financiële bijdrage
€ 844.000 reguliere bijdragen RID 2023 (kadernota 2023) Het (verwachte) gerealiseerde resultaat in 2021 is € 114.000 (bestuursrapportage 2021)
Financieel Resultaat Eigen en vreemd vermogen Belang Financiële ontwikkeling
Inhoudelijke ontwikkeling
Verbonden partijen GR RDWI – vanaf 2022
Eigen vermogen 31-12-2021 € 87.000 (bestuursrapportage 2021) Vreemd vermogen 31-12-2020 € 7.755.000 (Lvv 5.350.000 + Kvv 2.402.000) (jaarstukken 2020) De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 11% in de RID. De financiële bijdragen voor 2023 stijgen als gevolg van onvermijdbare kosten (loon en prijscompensatie en investeringen) De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische Informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT architectuur. voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse Informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe is een proces van strategische informatieplanning opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen.
Stichting Inkoopbureau Midden Nederland
Bestuurder(s)
Stichting Inkoopbureau Midden Nederland heeft als motto “Alleen samen kunnen we het Beste uit inkoop halen”. IBMN wil voor de deelnemers op het gebied van inkoop (in brede zin) meerwaarde realiseren door het leveren van maatwerk dienstverlening, in nauwe samenwerking met de deelnemers. Dit wil het bereiken door het aanbieden van professionele en deskundige inkoopondersteuning. Doel is om naast besparingen ook maximale sociale en maatschappelijke meerwaarde te realiseren middels inkoopprojecten. Gemeenten: IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Vijfheerenlanden, Woudenberg, Gemeenschappelijke Regelingen: AVRES en RMN Algemeen Bestuur: namens RDWI directeur B. Ruiter
Financiële bijdrage
Ca € 32.000 voor 2022 (vaste bijdrage + garantie afname)
Financieel Resultaat
2021 -/ €3.673 (nadeel, opgave conceptjaarverslag 2021)
Doel
Deelnemende partijen
Eigen en vreemd vermogen Belang Financiële ontwikkeling
Inhoudelijke ontwikkeling
Begroting 2023 – v0.4
31-12-2021 EV € 202.354 31-12-2021 VV € 136.041 (opgave conceptjaarverslag 2021) RDWI heeft een belang van circa 10% (basis vaste bijdrage + garantieafname De verwachting is dat de kosten in 2023 zullen stijgen als gevolg van inflatie en indexatie In het bedrijfsplan van IBMN voor de periode 2022 tot en met 2025 zijn de volgende doelstellingen uitgewerkt: • IBMN wil eerder en vaker betrokken raken bij inkoopprojecten van de deelnemers, om betere projectvoorbereiding te realiseren en de kwaliteit van aanbestedingen te vergroten. • IBMN wil voor de deelnemers de impact die zij met hun inkoop beogen vergroten. IBMN streeft naar meer betrokkenheid bij het voorbereiden van contract- en leveranciersmanagement.
pag. 37
6 Beleidsindicatoren We verantwoorden periodiek aan de gemeenten over de resultaten. We doen dat via een vaste set aan indicatoren die de meest relevante informatie geeft over de prestaties.
Algemeen: indicatoren beleidsrealisatie In onze P&C-documenten rapporteren we over de volgende zaken: 1. Ontwikkeling volume BUIG 2. Ontwikkeling omvang Participatiewet 3. In- en uitstroom 4. Het percentage klanten met een arbeidsbeperking dat aan het werk is 5. Aantal afgehandelde aanvragen BBZ (starters en gevestigden) 6. Ontwikkeling omvang bijzondere bijstand – aantal aanvragen en aantal toekenningen 7. Ontwikkeling omvang Individuele inkomenstoeslag – aantal aanvragen en aantal toekenningen 8. Aantal klanten schulddienstverlening en aantal nieuwe instroom 9. Het aantal bezwaar- en beroepszaken Met Biga Groep BV is afgesproken dat we met betrekking tot de Wsw rapporteren over: 10. Aantal Wsw-ers totaal, waarvan: Aantal in individuele detachering Aantal in groepsdetachering Aantal in begeleid werken 11. Aantal Wsw-ers met een Individueel ontwikkelingsplan 12. Mobiliteit Wsw-ers We beperken ons tot de belangrijkste indicatoren. Voor al deze indicatoren geldt dat we in onze P&C-documenten de cijfers presenteren met een duiding van de ontwikkeling die we daarin zien. Mochten gemeenten andere informatie nodig hebben, is deze altijd na te vragen.
Specifiek: jaarlijkse doelen Jaarlijks stellen we doelen vast. Zie hoofdstuk 2 voor de doelen per onderdeel. In onze Voorjaarsnota en Najaarsnota geven we aan of we op koers zijn. In onze Jaarstukken geven we een uitgebreidere rapportage, conform de opzet van deze Begroting. De doelen voor 2023 zijn: • • • • •
De ontwikkeling van het bestand BUIG houdt minimaal gelijke tred met de landelijke ontwikkeling (paragraaf 2.1) Het poortproces is erop gericht om de instroom te beperken en inwoners vroegtijdig naar werk te begeleiden (paragraaf 2.1) Zicht op de participatie- en uitstroommogelijkheden van alle inwoners met een uitkering (paragraaf 2.2) Een plaatsingspercentage van minimaal 50% van de kandidaten met een indicatie banenafspraak (paragraaf 2.2) Het plaatsen van alle kandidaten beschut werk die beschikbaar zijn voor werk, met als maximum het aantal waarvoor gemeenten de middelen ontvangen vanuit het ministerie (paragraaf 2.2)
Begroting 2023 – v0.4
pag. 38
•
• • • •
Voor de doorlooptijden van aanvragen levensonderhoud, bijzondere bijstand, minimaregelingen en individuele inkomenstoeslag hanteren we de maximale wettelijke termijnen (deze zijn acht weken). Waar mogelijk, worden aanvragen sneller afgehandeld (paragraaf 2.3) Het vergroten van het bereik en de bekendheid van regelingen, in samenspraak met de gemeenten en onze lokale netwerkpartners (paragraaf 2.3) Het bieden van een traject op weg naar duurzame inburgering en participatie in de samenleving aan alle inburgeraars (paragraaf 2.4) Vroegtijdig schulden opsporen door de verdere uitbreiding van vroegsignalering in samenwerking met de netwerkpartners (paragraaf 2.5) Het ontwikkelen van concrete activiteiten samen met onze netwerkpartners, gericht op preventie van schulden (paragraaf 2.5)
Begroting 2023 – v0.4
pag. 39
BIJLAGE Bijdragen gemeenten ’24-’26 Specificatie gemeenten 2024 Gebundelde uitkeringen / BBZ Baten BUIG / BBZ Ontschotting BBZ kredietverstrekking BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten Re-integratie & Participatie & jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) Kinderopvang Apparaatskosten Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal
Specificatie gemeenten 2025 Gebundelde uitkeringen / BBZ Baten BUIG / BBZ Ontschotting BBZ kredietverstrekking BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten Re-integratie & Participatie & jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein)
Begroting 2023 – v0.4
Utrechtse Wijk bij Heuvelrug Duurstede
Bunnik
De Bilt
Zeist
Totaal
2.238.900 -20.800 -110.500
9.585.300 -162.500 137.700
11.234.900 -188.500 -371.900
4.370.600 -175.400 58.100
20.621.600 -402.800 286.500
48.051.300 -950.000 -100
7.000
46.000
58.000
50.000
78.000
239.000
6.000
31.000
17.000
7.000
39.000
100.000
-4.200 107.000 -3.000
-27.600 481.000 -14.000
-34.800 683.000 -29.000
-30.000 282.000 -13.000
-46.800 1.521.000 -66.000
-143.400 3.074.000 -125.000
99.750
214.200
228.900
132.300
642.000
1.317.150
40.000 0
213.000 0
255.000 250.000
102.000 0
532.000 450.000
1.142.000 700.000
88.640 1.404
646.140 6.523
610.190 6.778
227.630 2.812
2.384.830 13.734
3.957.430 31.250
121.473
365.941
410.187
190.634
607.265
1.695.500
381.356 18.000 587.227
910.209 85.000 2.728.423
1.254.691 95.000 2.835.151
1.141.157 3.000 1.176.108
4.536.488 103.000 5.745.041
8.223.900 304.000 13.071.950
50.853 153.197 171.720 79.807 254.224 709.800 27.823 66.407 91.540 83.257 330.973 600.000 3.636.926 15.465.939 17.577.855 7.688.004 37.630.056 81.998.780 Utrechtse Wijk bij Heuvelrug Duurstede
Bunnik
De Bilt
Zeist
Totaal
2.324.200 -20.800 -140.600
9.853.700 -162.500 179.800
11.645.700 -188.500 -488.800
4.525.700 -175.400 75.900
21.170.400 -402.800 373.900
49.519.700 -950.000 200
7.000
46.000
58.000
50.000
78.000
239.000
6.000
31.000
17.000
7.000
39.000
100.000
-4.200 107.000 -3.000
-27.600 481.000 -14.000
-34.800 683.000 -29.000
-30.000 282.000 -13.000
-46.800 1.521.000 -66.000
-143.400 3.074.000 -125.000
99.750
214.200
228.900
132.300
642.000
1.317.150
40.000 0
213.000 0
255.000 250.000
102.000 0
532.000 450.000
1.142.000 700.000
91.460 0
658.480 0
626.420 0
237.630 0
2.436.220 0
4.050.210 0
121.473
365.941
410.187
190.634
607.265
1.695.500
362.320
864.775
1.192.062
1.084.196
4.310.047
7.813.400
pag. 40
Kinderopvang Apparaatskosten Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal
Specificatie gemeenten 2026 Gebundelde uitkeringen / BBZ Baten BUIG / BBZ Ontschotting BBZ kredietverstrekking BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking Ontschotting Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten Re-integratie & Participatie & jeugwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) Kinderopvang Apparaatskosten Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal
Begroting 2023 – v0.4
18.000 580.208
85.000 2.695.810
95.000 2.801.262
3.000 1.162.050
103.000 5.676.370
304.000 12.915.700
50.853 153.197 171.720 79.807 254.224 709.800 27.823 66.407 91.540 83.257 330.973 600.000 3.667.487 15.704.210 17.784.690 7.797.073 38.008.800 82.962.260
Utrechtse Wijk bij Heuvelrug Duurstede
Bunnik
De Bilt
Zeist
Totaal
2.398.800 -20.800 -173.300
10.046.100 -162.500 230.500
11.997.600 -188.500 -633.700
4.656.000 -175.400 97.200
21.545.900 -402.800 479.400
50.644.400 -950.000 100
7.000
46.000
58.000
50.000
78.000
239.000
6.000
31.000
17.000
7.000
39.000
100.000
-4.200 0 107.000 -3.000
-27.600 0 481.000 -14.000
-34.800 0 683.000 -29.000
-30.000 0 282.000 -13.000
-46.800 0 1.521.000 -66.000
-143.400 0 3.074.000 -125.000
99.750
214.200
228.900
132.300
642.000
1.317.150
40.000 0
213.000 0
255.000 250.000
102.000 0
532.000 450.000
1.142.000 700.000
91.460 0
658.480 0
626.420 0
237.630 0
2.436.220 0
4.050.210 0
121.473
365.941
410.187
190.634
607.265
1.695.500
346.995 18.000 580.208
828.196 85.000 2.695.810
1.141.639 95.000 2.801.262
1.038.335 3.000 1.162.050
4.127.735 103.000 5.676.370
7.482.900 304.000 12.915.700
50.853 153.197 171.720 79.807 254.224 709.800 27.823 66.407 91.540 83.257 330.973 600.000 3.694.061 15.910.731 17.941.267 7.902.813 38.307.488 83.756.360
pag. 41
BIJLAGE Overzicht zienswijzen bij Kadernota 2023 De Kadernota vormt de start van de planning & control cyclus en de opmaat voor de Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026. De gemeenten hebben de gelegenheid gekregen om een zienswijze in te dienen. De zienswijzen leiden tot nadere specificering en uitwerking in de begroting. De Kadernota is op 7 april 2022 vastgesteld door het Algemeen bestuur, inclusief de reactie van de RDWI op de ingediende zienswijzen. Hieronder een beknopt overzicht van de ingediende zienswijzen en de wijze waarop deze verwerkt worden.
Gemeente Bunnik, UH, WbD, Zeist
Onderwerp Uitkomsten van het onderzoek over de verdeling van het re-integratiebudget kan gevolgen hebben voor de kadernota en/of de begroting 2023.
Bunnik, De Bilt, UH
Verzoek om alert te blijven op wetswijzigingen algemene bijstand en de gemeente hierover te informeren of gezamenlijk tot keuzes te komen wanneer deze effect hebben op de inwoners.
Bunnik, UH, WbD
Verzoek om geïnformeerd te worden over de ontwikkelingen in bijstandsbestand, met name de mogelijk verhoogde instroom in BBZ.
Bunnik, UH
Verzoek om geïnformeerd te worden over projecten voor doelgroepen en versteviging samenwerking met Biga Groep en de regionale en lokale aansluiting, in het bijzonder ook met betrekking tot ‘groep 3’. Benieuwd naar de effecten vroegsignalering.
Bunnik, UH, WbD, Zeist Bunnik Bunnik, UH, WbD
Benieuwd naar effect inburgering sinds 2022 op bedrijfsvoering en organisatie. Benieuwd naar inspanningen van de aanpassingen LKS (toepassing, registratie en rapportage).
Reactie RSD Aangezien er nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, is in de kadernota 2023 en wordt in de ontwerp begroting 2023 uitgegaan van de bestaande afspraken. Indien aan de orde, worden gewijzigde afspraken verwerkt in een eerstvolgend P&C-document. De verwachting is nu dat per 1 januari 2023 wetswijzigingen worden doorgevoerd. Hoe deze er uit zien, is op het moment van schrijven niet bekend. Zodra dit wel het geval is, zullen wij ons hier op voorbereiden in samenspraak met de gemeenten. In de ontwerp begroting wordt dit vermeld. Wij blijven gemeenten hierover informeren via de P&Cdocumenten, going concern rapportages en de maandelijkse overzichten per gemeente; in de ontwerp begroting wordt in het bijzonder ook aandacht besteed aan BBZ. Dit is een ondersteuning van de ingezette lijn; in de ontwerp begroting wordt hier specifiek op ingegaan.
Maakt onderdeel uit van de reguliere P&C- en going concern documenten. Maakt onderdeel uit van de reguliere P&C- en going concern documenten. Maakt onderdeel uit van de reguliere P&C- en going concern documenten.
Bunnik, UH, Zeist
Verzoek om geïnformeerd te worden over mogelijk (financiële) effecten van ontwikkelingen rondom informatieveiligheid.
Bunnik
De verdeling van het re-integratiebudget per gemeente is in de Kadernota 2023 per abuis onjuist verwerkt. Door de RDWI is toegezegd dat dit gecorrigeerd wordt bij de vaststelling van de Kadernota en dat het op de juiste wijze in de ontwerp begroting terecht komt. Oproep om samen met lokale inzet en andere uitvoeringsorganisaties naar werk begeleiden van onbenut arbeidspotentieel.
De Bilt
De Bilt
Verzoek om instrument LKS vaker in te zetten. De instroom in LKS is ook nodig om de afbouw van de Wsw te compenseren zodat Biga Groep van voldoende arbeidskrachten verzekerd is.
De Bilt
Goede positie in de arbeidsmarktregio zodat werkzoekenden hiervan kunnen profiteren. Graag betrokkenheid gemeente bij eventuele wijzigingen Wet inburgering, ook met het oog op de communicatie met de lokale partners. Graag tijdig op de hoogte van de effecten van mogelijk meer instroom inburgeraars Verzoek om tijdig en volledig informeren over de ontwikkelingen inkomensvoorzieningen gezien de onzekerheden. Verzoek om tijdige rapportage over veranderingen in het BUIG-resultaat, zodat geanticipeerd kan worden.
UH
UH, Zeist UH
UH
Het actieplan Informatieveiligheid is uitgewerkt en wordt op dit moment binnen de verschillende gremia van de RID afgestemd. In Q2 zal inzicht worden gegeven aan het bestuur van de RDWI welke noodzakelijke acties moeten worden uitgevoerd en welke (extra) kosten daarmee gepaard zullen gaan. Dit is juist; de correctie is verwerkt in het AB-voorstel vaststelling kadernota en in de ontwerp begroting 2023.
Dit is een ondersteuning van de werkwijze; de inspanningen op dit terrein worden in de ontwerp begroting inzichtelijk gemaakt, zowel op bovenregionaal, regionaal als lokaal niveau. De gewijzigde financieringssystematiek biedt kansen op het instrument LKS optimaal te benutten. Bij plaatsing van een kandidaat is het uitgangspunt de meest passende werkplek voor die persoon. Biga Groep heeft net als iedere werkgever de mogelijkheid om kandidaten uit de doelgroep in dienst te nemen. Dit is een ondersteuning van de bestaande inzet. Gemeenten worden betrokken bij de voortgang en eventuele wijzigingen. Indien van toepassing, zullen wij de gemeenten hierover tijdig informeren en zo nodig voorstellen voorleggen. Maakt onderdeel uit van de reguliere P&C- en going concern documenten. Maakt onderdeel uit van de reguliere P&C- en going concern documenten.