RIB22.080 Zienswijze div. jaarstukken ODrU
Tekst van het document
In de kadernota 2022 bepalen wij het tarief voor 2022. Met dit tarief compenseren wij de autonome lastenstijging uit eerdere jaren. Daarnaast moeten wij de autonome lastenstijging in 2021 ook 'terugverdienen'. De eerste mogelijkheid hiervoor is bij het opstellen van de begrotingswijziging 2022, de volgende bij de begroting 2023. Mogelijk is in de tussentijd de werkelijke prijsstijging hoger dan de voorcalculatie. Dit heeft een negatieve invloed op het resultaat. Wij moeten dit voorfinancieren uit de algemene reserve, totdat op het tarief een correctie kan plaatsvinden. Beheersmaatregelen: Om het risico zo laag mogelijk te houden, hebben wij deze beheersmaatregelen genomen : • Jaarlijks een voorlopige nacalculatie die wij meenemen in de volgende begroting. • Meenemen loon- of prijsstijging/daling in de begrotingswijziging van het eerstkomende jaar. Dit leidt eventueel tot een tariefaanpassing . • Voorkomen van een forse nacalculatie door uit te gaan van een reële kostenstijging in het begrotingsjaar. Financieel risico: Wij schatten in dat het risico zich kan voordoen (50%). Dit percentage is hoger dan vorig jaar. Hoewel onze cao naar verwachting met een gelijk niveau stijgt ten opzichte van de tariefindexeringen, blijft de kans aanwezig dat premies en inhuurtarieven harder stijgen dan verwacht. Bijvoorbeeld door de krapte op de arbeidsmarkt.
De jaarlijkse in huurkosten bedragen circa 5 miljoen euro. Bij een stijging van de inhuurtarieven van 5%, is er 3,5% meer stijging dan rekening mee is gehouden. Dit komt neer op een restrisico van afgerond € 88.000 (5 miljoen * 3,5% * 50%). Als vervolgens de overige 12 miljoen aan kosten ook nog 1% harder stijgen, geeft dat een restrisico van€ 60.000 (12 miljoen* 1% * 50%). In totaal bedraagt het restrisico hiermee € 148.000. Het bedrag van het restrisico is€ 105.000 hoger dan vorig jaar, als direct gevolg van het hoge inflatierisico. e) Onderbezetting op formatieplan Algemeen: Door de hoge druk op de arbeidsmarkt is in recente jaren schaarste ontstaan, vooral bij specifieke functies . Vorig jaar verwachtten wij door de coronacrisis in een werkgeversmarkt terecht te komen. Het tegendeel is waar. In vrijwel alle sectoren is het moeilijk om goed personeel te vinden, net als het aantrekken en behouden van ervaren adviseurs. Hierdoor hebben we een knelpunt bij het vasthouden van personeel en het werven van (tijdelijk) personeel. Ook
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
55
Jaarstukken 2021
gemeenten en omgevingsdiensten definiëren dit risico in hun begrotingen.4 Wij kunnen dit risico slechts deels beheersen en niet volledig wegnemen , omdat het externe oorzaken heeft. Als wij onvoldoende gekwalificeerde (tijdelijke) medewerkers kunnen vasthouden en/of aantrekken, dan moeten wij mensen inhuren op formatieplaatsen . Dit is kostbaar in vergelijking tot vaste bezetting. Een inhuurkracht is gemiddeld € 15.000 duurder dan een vaste kracht. Het verlies in dekkingsbijdrage voor de overhead vangen we daarbij (deels) op door de marge op uren die we bovenop de dienstverleningsovereenkomst afnemen . Dit risico verschilt van risico d, het inflatierisico. Dat risico gaat over een prijsverschil, terwijl dit risico gaat over een volumeverschil (meer inhuur nodig). Beheersmaatregelen: Om het risico zo laag mogelijk te houden, hebben wij deze beheersmaatregelen genomen: • Strategisch personeelsbeleid. • Tijdig starten met werving. • Profileren op de arbeidsmarkt. • Aanscherpen van het stagebeleid (instroom bevorderen). • Aantrekkelijke werkgever zijn (uitstroom beperken). • Contracteren van aanvullende uren en projecturen . Financieel risico: Het risico komt uit op in totaal€ 300.000 (20 fte x € 15.000) en wij schatten de kans in als waarschijnlijk (75%). Dit komt neer op een restrisico van€ 225.000, aan te houden in de benodigde weerstandscapaciteit.
Dit risico is € 150.000 hoger dan in 2020 door de toenemende schaarste op de arbeidsmarkt. f)
Conjunctuurgevoeligheid Algemeen: Na een langdurige periode van hoogconjunctuur, waarin het aantal activiteiten hoger lag dan gemiddeld, had Nederland in 2020 te maken met economische neergang . Sinds 2021 herstelt de economie snel. Omdat wij voor bepaalde werkzaamheden een vaste capaciteit aanhouden, hebben wij te maken met conjunctuurgevoeligheid . Als de conjunctuur verandert en daardoor de vraag minder wordt, ontstaat het risico dat wij onnodige bezetting hebben op die onderdelen. Beheersmaatregelen: Om het risico zo laag mogelijk te houden, hebben wij deze beheersmaatregelen genomen: • Tijdig communiceren met de klant en goede afspraken vastleggen . Wij houden hierbij rekening met de gemeentelijke begrotingscyclus. • Met de gemeenten zijn wij in gesprek om het contract te laten aansluiten op de werkzaamheden. Financieel risico: Het risico komt uit op € 300.000. Dit bestaat uit wegvallende ruimte voor dekking tegenvallers en wegvallende dekking door een lagere realisatie dan begroot. Wij schatten het risico in op zeer onwaarschijnlijk (10%), dus houden wij in de benodigde weerstandscapaciteit een restrisico aan van€ 30.000. Dit restrisico is hiermee afgenomen ten opzichte van 2020 (50%), omdat de kans op laagconjunctuur lager is. Het risico blijft echter aanwezig.
g) Informatiebeveiliging / privacy Algemeen : De wereld van de ODRU verandert sterk. Enerzijds door wijzigingen in wet- en regelgeving en de daaraan gekoppelde dienstverlening (bijvoorbeeld de Omgevingswet en de 4 "Personeel als risico in begrotingen 2022," Binnenlands bestuur, 43 (2021).
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
56
Jaarstukken 2021
Archiefwet). Door de nieuwe privacywetgeving (AVG, sinds 2018) is een up-to-date informatiebeveiliging nog belangrijker. Anderzijds hebben gemeenten, bedrijven en inwoners meer vraag naar diensten en hebben derden behoefte aan kwalitatief hoogwaardige informatie. In een omgeving met steeds meer mobiel gebruik moeten wij blijven voldoen aan de wet- en regelgeving en aan onze beschik- en bereikbaarheid. Risico 's zijn bijvoorbeeld ongeautoriseerde toegang, datalekken, bedrijfscontinuïteit en systeem- en gebruikersfouten. De eventuele boetes zijn maximaal 4% van de jaaromzet. In 2021 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens actief gecontroleerd, en last onder dwangsommen en 4 miljoen aan boetes opgelegd. Beheersmaatregelen: Om het risico zo laag mogelijk te houden, hebben wij deze beheersmaatregelen genomen: • Strategisch ICT-plan voor visie op en investeringen in de gehele ICT-omgeving. • Functies geformaliseerd voor informatiebeveiliging (Chief Information Security Officer en Functionaris Gegevensbescherming). Financieel risico: Het maximale risico van 4% * € 17.000.000 is€ 680.000. Gezien de urgentie hebben wij het afgelopen jaar een aantal functies gecreëerd voor informatievoorziening, mobiel gebruik en benaderen van de informatievoorziening. Wij schatten het risico op een opgelegde boete in op zeer onwaarschijnlijk (10%) . Het restrisico is hierdoor€ 68.000 voor 2022.
Het risico is hetzelfde als in 2020. h) Beveiliging ICT-omgeving Algemeen: De complexiteit en grootte van een netwerkomgeving leiden tot kwetsbaarheden in dat netwerk. Denk aan een aanval van buitenaf op het ODRU-netwerk of het netwerk van één van onze softwareleveranciers. De werkzaamheden komen dan stil te liggen. Ook bestaat het risico dat een gebruiker te veel rechten heeft en daardoor (onbewust) schade toebrengt aan het netwerk. Een groot en actueel risico is de gijzeling van computers. Beheersmaatregelen: Om het risico zo laag mogelijk te houden, hebben wij deze beheersmaatregelen genomen: • Implementatie van een aantal beveiligingsmaatregelen, zoals gebruikersbeheer en strikter toegangsbeheer. • Vanaf 2020 voeren we periodiek risico-inventarisaties conform BIO (Baseline informatiebeveiliging Overheid) uit. Hieruit volgen nieuwe maatregelen. Financieel risico: Door bewuste of onbewuste sabotage van de ICT-infrastructuur kan de organisatie gedurende maximaal twee weken (vorig jaar ingeschat op maximaal één week) stilliggen. In die periode blijven onze kosten gelijk, terwijl wij (een deel van de) omzet missen. Bij een omzet van 17 miljoen euro bedraagt dit risicobedrag€ 654.000 (17Mln * 2/52). Wij schatten het risico in op zeer onwaarschijnlijk (10%). Het restrisico komt hiermee uit op€ 65.000.
i)
Verandering van wettelijke milieunormen Algemeen: Wettelijke milieunormen kunnen onverwacht veranderen. Recente voorbeelden hiervan zijn de stikstof- en PFAS-problematiek. Sinds de stikstofuitspraak van het gerechtshof in 2019 neemt het aantal vergunningaanvragen bij gemeenten en provincies af. lngeregelde capaciteit kan daardoor niet benut worden. Dit leidt tot kosten, zonder dat daar dekkingsmiddelen tegenover staan.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
57
Jaarstukken 2021
Wij lopen vergelijkbare risico's en dat vertaalt zich in een financieel risico. Als door veranderende milieunormen werkzaamheden komen stil te liggen, en wij gedurende een jaar de capaciteit niet kunnen inzetten , is de schade circa€ 75.000 per fte.
Beheersmaatregelen: Om het risico zo laag mogelijk te houden, hebben wij deze beheersmaatregelen genomen: • Strategisch personeelsbeleid houdt rekening met een ruimere flexibele schil bij gevoelige taakgebieden. Financieel risico: Wanneer twee fte aan mensen een jaar niet inzetbaar zijn , zijn de kosten € 150.000 (2 fte * € 75.000). In het slechtste geval hebben wij daarvoor geen dekking, doordat we deze mensen niet kunnen inzetten . Wij schatten dit risico in op zeer onwaarschijnlijk (10%) . Het risico is hetzelfde als in 2020. Het restrisico komt hiermee uit op€ 15.000.
j)
Uitvoering Omgevingswet Algemeen: De introductie van de Omgevingswet en met name de invoering van het digitaal stelsel in 2024 hebben een grote impact op onze organisatie en de gemeenten. Daarom gaan wij met gemeenten in gesprek over de taken die de ODRU voor de gemeenten uitvoert. Dit kan leiden tot uitbreiding of inkrimping van onze taken. Ook kunnen de taakaccenten binnen de ODRU veranderen, bijvoorbeeld een verschuiving van vergunningverlening naar meer handhavingstaken. Dit is een groot risico en kan grote gevolgen hebben op de omvang (formatie) en invulling van onze taken. Vanwege de onzekerheden rondom de Omgevingswet mogen gemeenten daarnaast eenmalig in het beginjaar van de Omgevingswet onderschrijden op de contracten. Dit komt door inschattingen die bij inwerkingtreding van de nieuwe wet moeten worden gemaakt. Inmiddels is het beginmoment van de Omgevingswet uitgesteld naar 1 januari 2023. Het is mogelijk dat een aantal gemeenten onderschrijdt en andere gemeenten overschrijden. Als een gemeente overschrijdt, kan deze misschien onze kosten om producten te leveren niet dekken. Daarnaast kan de som van onderschrijdingen groter zijn dan de som van overschrijdingen. In dat geval hebben wij capaciteit ingeregeld die wij niet kunnen inzetten . Wij verlagen dit risico door bij inhuur een korte opzegtermijn te hanteren.
Financieel risico: Omdat de onzekerheden groot zijn, is het risico niet te beïnvloeden of te kwantificeren . Daarom hebben wij het als PM opgenomen. Vanaf de inwerkingtreding van de wet monitoren wij de realisatie op de projecten, om met de gemeenten tijdig te sturen op eventuele overschrijdingen door de nieuwe manier van werken . k) Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Algemeen: Naast de Omgevingswet krijgen wij te maken met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Deze wet versterkt de positie van de bouwconsument ten opzichte van de bouwende partijen. Daarnaast zorgt de Wkb voor een nieuw systeem van kwaliteitsborging bij bouwactiviteiten. Kort samengevat houdt dit in dat niet de gemeente de bouwbesluittoets bij gevolgklasse 1 bouwwerken uitvoert, maar een gecertificeerde partij . Financieel risico: De impact van de Wkb op onze bedrijfsvoering is nog niet duidelijk. Het risico hebben wij daarom als PM opgenomen. Wij maken nog een impactanalyse van de eventuele risico's voor ons operationele proces en het implementatieproces.
Omgevingsdienst regio Utrecht. kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
58
Jaarstukken 2021
6.3
Financiële kengetallen Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resu ltatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ru imte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen in de jaarrekening staan in artikel 11 5 van het BBV en worden in tabel 6 berekend en toegelicht.
K enge t a Il en
Netto-schuldquote Netto-schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
I
Realisatie I Bijgestelde Begroting 2020 2021
I
Realisatie 2021
-6,28%
-5,22%
-8,05%
-6,28% 12,83% n.v.t. -0,53% n.v.t.
-5,22% 11,35% n.v.t. -Ö,10% n.v.t.
-8,05% 33,87% n.v.t. 1,20% n.v.t.
Tabel 6: Financiële kengetallen
Netto-schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto-schuldquote. De quote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Zoals de tabel laat zien, is de quote -6,28% in 2020 en -8,05% in 2021 . De schuldquote is gewijzigd, wat duidt op een lager niveau van de bezittingen. De oorzaak daarvan is dat de voorschotfacturen voor het eerste kwartaal van 2022 niet in het vierde kwartaal z ijn gefactureerd, maar in het eerste kwartaal van 2022. Netto-schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Wij hebben geen verstrekte leningen , waardoor het kengetal niet afwijkt van het eerste kengetal , de netto-schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio laat zien of wij aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Hoe hoger de ratio, hoe groter onze weerbaarheid. De solvabiliteit is het afgelopen jaar fors gestegen , met name door het positieve rekeningresultaat voor 2021 . Een hogere solvabiliteit verhoogt onze financiële weerbaarheid . Grondexploitatie Wij exploiteren geen grond , waardoor dit kengetal niet van toepassing is. Structurele exploitatieruimte Om te zien hoe groot de structurele exploitatieruimte is, kijken wij naar de structurele baten en lasten en vergelijken deze met de totale baten.
Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Het kengetal wijkt iets af ten opzichte van de tweede bijgestelde begroting en geeft aan dat de ODRU een financieel stabiele organisatie is. Daarbij kunnen de structurele baten de structurele lasten opvangen.
5
Verwijzing naar de definities en berekeningsmethode: http://wetten.overheid.nl/BWBR0036853/2016-04-14
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
59
Jaa rstukken 2021
Belastingcapaciteit Omdat wij geen belastingen innen , is dit kengetal niet van toepassing.
6.4
Bedrijfsvoering en personeel
6.4.1 Bedrijfsbureau Samen met Staf zorgt het bedrijfsbureau ervoor dat wij onze primaire processen zo effectief en efficiënt mogelijk uitvoeren . Het Bedrijfsbureau heeft gewerkt aan het veilig en betrouwbaar houden van onze ICT. Wij hebben een nieuw VTH-/Zaaksysteem aanbesteed en zijn gestart met de invoering hiervan. Wij verwachten in de zomer van 2022 met de invoering klaar te zijn , vóórdat de Omgevingswet in werking treedt. Een groot deel van onze uitgaande post is gedigitaliseerd; wij publiceren nu volledig digitaal. Via berichten en e-learning hebben wij onze collega's verteld over het belang informatiebeveiliging.
van
Door het programma om onze inkoop te professionaliseren hebben wij een nieuw inkoopbeleid en inkoopvoorwaarden. De contractenadministratie is voor 90% gevuld. Ook hebben wij een fors aantal aanbestedingen gedaan, zelf of samen met andere overheden. Duurzaamheid speelt bij onze aanbestedingen een grote rol, bijvoorbeeld voor print- en drukwerk. Daarnaast vervangen wij ons wagenpark door volled ig elektrische auto's.
6.4.2 Personeel Bij de opstelling van de begroting 2021 zijn wij uitgegaan van de door ons bestuur vastgestelde formatie van 147,68 fte (hierin is dus niet de inhuur inbegrepen) . Begin 2021 hebben wij de begroting gewijzigd door onder andere een kleine DVO-uitbreiding van de gemeente Rhenen. Door deze toename hebben wij de formatie verhoogd van 147,68 naar 148,95 fte. In de tweede begrotingswijziging zijn de contractaanpassingen van Montfoort en IJsselstein verwerkt. De formatie is verlaagd van 148,95 naar 142,77 fte. . . Formatie en bezetting Management
I
Formatie
Bezetting
Vacature . ruimte
man FT
6,29
5,89
0,40
4
•
man PT
Bedrijfsvoering:
vrouw 1
1ingehuurd
PT
_ personeel
Totaa 1
1
1
6
0 0
- .Bestuurs.ondersteuning
3,07
5,20
-2,13
1
1
4
6
-Staf
7,50
7,67
-0,17
3
1
1
4
9
3
- Bedrij fsbureau (overhead)
13,82
10,60
3,22
6
2
5
7
20
9
2
0
18
7
6
6
37
17
32
28
33
19
Relatieman agement
2,85
2,00
0,85
Integraal Toezicht & Handhaving
37,20
34,63
2,57
2
Beleid & Verp;unningen
36,30
25,34
10,96
5
6
1
20
Expertise & Advies
28,99
29,62.
-0,63
12
7
6
8
Bedrijfsbureau - uitvoering
6,75
6,75
0,00
boventalligen
1, 39
1,39
1
,.
0 1
Tabel 7: Formatie en bezetting per 31- 12-2021 (Bestuursondersteuning valt organisatorisch onder Staf)
De vastgestelde formatie bestaat uit 31 ,33 fte voor overhead en 111,44 fte voor uitvoering . Het percentage overhead komt daarmee uit op 21 ,94% . De norm van het algemeen bestuur is maximaal een overhead van 25%.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
60
Jaarstukken 2021
Op 31 december 2021 telde de ODRU 145 medewerkers, waarvan 72 fulltimers en 73 parttimers. In combinatie met de extra niet-begrote werkzaamheden hadden wij - verdeeld over 2021 - in totaal 76 inhuurkrachten nodig om de taken uit te voeren. Op 31 december 2021 hadden wij vijftien fte aan vacatures . Van deze vacatureplekken is een deel opgevuld door inhuurkrachten. Daarnaast besloten wij een gedeelte voorlopig niet op te vullen. Voor de overige vacatures is actief geworven. Ondanks de krapte aan vakspecialisten op de arbeidsmarkt, de coronacrisis en de relatief grote uitstroom in 2021 , is het wel gelukt om vacatureplekken op te vullen . Daardoor hebben wij de bezettingsgraad van 87% in 2020 verhoogd naar 89% in 2021 . In 2021 kwamen dertien nieuwe medewerkers in dienst. Afgelopen jaar hebben wij aandacht besteed aan het invullen van openstaande vacatures. Dat is deels gelukt. Onderstaande grafiek geeft de verdeling weer van fulltime- en parttime-medewerkers, gelinkt aan de verhouding tussen vrouwen en mannen.
Personeelsverdeling per 31-12-2021
• fulltime man • partime man • fulltime vrouw • partime vrouw
6.4.3 Kengetallen strategische personeelsplanning Bezettingsgraad ten opzichte van de formatie 90% (in 2020 verhoogd naar 100%) De formatie die is goedgekeurd in de begroting, is gebaseerd op de omvang van de vaste contracten, zoals overeengekomen in de UVP's. De definitie, die wij hanteren voor de bezettingsgraad, luidt: 'De verhouding van de feitelijke bezetting in fte ten opzichte van de vaste toegestane formatie in fte (uitgedrukt in procenten}'. In 2021 kwamen wij uit op een bezettingsgraad van 89%. Deze ligt onder de streefwaarde van 100% waartoe het MT en het bestuur in 2020 hebben besloten. In 2022 gaan wij door met de wervingsactiviteiten om de bezettingsgraad verder te verhogen . Doorstroming naar andere functie 7,5% (interne mobiliteit) De definitie voor de doorstroming luidt: 'De verhouding van het aantal medewerkers dat doorstroomt naar een andere functie binnen de organisatie, ten opzichte van het totaal aantal medewerkers (uitgedrukt in procenten} . Dit gaat om horizontale en verticale doorstroming (omhoog en omlaag} en een formele wijziging van functie. Het vervullen van een tijdelijke rol (bijvoorbeeld projectleider} zonder bijbehorende functiewijziging geldt niet als doorstroming. In 2021 zijn twee medewerkers intern doorgestroomd naar een andere functie. Dit komt neer op een mobiliteit van 1,4%. De KPI hebben wij daarmee niet gehaald.
Generatie-index conform landelijk gemiddelde: 1,1 De definitie luidt: 'De verhouding van het aantal 50- tot 60-jarigen in de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van het aantal 30- tot 40-jarigen'. Als de verhouding in evenwicht is, is deze 1. Is deze groter dan 1, dan is het aantal 50- tot 60-jarigen in de meerderheid . In 2021 is onze generatie-index 1,6. Deze is hoger dan de streefwaarde van 1,1.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
61
Jaarstukken 2021
Voor de generatie-index hanteren wij twee HRM-instrumenten: a. Regeling Generatiepact In 2022 vervangen wij de Regeling Generatiepact door de Regeling Vitaliteitspact. De afspraken in de Cao SGO 2021 moeten wij nog verwerken in nieuw beleid. Eind 2021 maakten twaalf medewerkers gebruik van de Regeling Generatiepact, waardoor het aantal fte's daalde. b. Young Professionalsprogramma In 2020 zijn wij gestart met een tweede Young Professionalsprogramma, waarvoor wij vijf nieuwe medewerkers hebben aangetrokken. Zij werken nu in de afdelingen 1TH (Integraal Toezicht en Handhaving) en E&A (Expertise & Advies). Dit draagt bij aan de generatie-index. Daarnaast hebben wij een apart kengetal opgesteld voor het aantal Young Professionals dat wij jaarlijks gemiddeld in dienst moeten nemen (zie hieronder). Jaarlijks gemiddeld twee tot drie trainees/Young Professionals in dienst nemen De definitie luidt: 'Aantal trainees of Young Professionals Uonger dan 30 jaar) in dienst op een functie, in vaste dienst of op basis van een tijdelijk contract'. In september 2020 zijn vijf Young Professionals aangenomen . De duur van het Young Professionalsprogramma was 1,5 jaar. De vijf Young Professionals kregen per 1 maart 2022 een vervolgcontract, waarvan vier een contract voor onbepaalde tijd kregen en één voor bepaalde tijd. Het programma is daarmee succesvol afgesloten.
Het MT bepaalt of we in september 2022 starten met een nieuw Young Professionalsprogramma. Dit hangt mede af van de evaluatie die wij in maart/april 2022 uitvoeren . Ook bepaalt het MT of wij de benodigde interne capaciteit beschikbaar stellen voor het organiseren en coördineren van een volgend programma. Wij hebben de KPI in 2021 gehaald. Aantal medewerkers dat een opleiding/cursus heeft gevolgd 70-75% (deskundigheid) De definitie luidt: 'De verhouding tussen het aantal medewerkers dat een opleiding of cursus heeft gevolgd en het totaal aantal medewerkers (uitgedrukt in procenten)'. In 2021 volgde 85% van de medewerkers een cursus of opleiding. 6.4.4 Arbeidsverzuim Het arbeidsverzuim in 2021 was 3,68% (2020: 4,58%) en ligt daarmee ruim onder de norm van 5%. Het verzuim bestaat voor 1,62% uit kortdurend en middellang verzuim en voor 2,06% uit lang en extra lang verzuim. Historisch gezien is het verzuim laag. Dit positieve effect komt door het thuiswerken in coronatijd in combinatie met aandacht voor verzuimpreventie en voor verzuimbegeleiding . Het verzuim komt door werk- en niet-werkgerelateerde oorzaken en betreft steeds wisselende personen. Wij richten ons op preventieve inzet om - in coronatijd - ziekteverzuim te voorkomen .
Denk aan een enquête onder medewerkers over wat zij in coronatijd nodig hebben, de inzet van vitaliteitsactiviteiten (stoelyoga, workshop omgaan met stress, middelen voor een ergonomische werkplek, coaching) en het formeren van een zorgteam in coronatijd.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4 113
Scandatum: 19-04-2022
62
Jaarstukken 2021
Kengetal
Waarde -
Verzulmperc-ilntage totaal çumulatief Verz.ufmuren kef'! (<8 dagen) Ver.tul.muren middellang {8-42 dagen) Verzulmuren lang{> 42 dagen) Vertuirinuren ext,a lang (> 1 jaal')
-
-
368% 0,73% 0,89%
1.62% 0,44%
Tabel 8: Arbeidsverzuim
6.4.5 Arbo / BHV In 2021 hebben wij gewerkt aan de oplossing van de laatste zaken uit de risico-inventarisatie en evaluatie (Rl&E) uit 2017. Ook hebben wij thema's opgepakt rond het thuiswerken door de coronacrisis. Het gaat om deze zaken: Het Coronazorgteam zorgt ervoor dat medewerkers handelen volgens de coronarichtlijnen en dat medewerkers thuis volgens de arborichtlijnen kunnen werken . Wij hebben aandacht besteed aan mogelijke psychische druk door het thuiswerken, onder andere door online-groepsbijeenkomsten te organiseren. Daarin kunnen collega's hun ervaringen uitwisselen . Wij hebben stoelyoga aangeboden. Wij hebben aandacht gehad voor werkdruk en werkstress. Wij hebben instructies gegeven over het gebruik van bedrijfskleding en persoonlijke beschermingsmiddelen. Net als in 2020 faciliteerden wij in 2021 medewerkers om hun thuiswerkplek arboproof in te richten. De arbeidsomstandigheden blijven onder onze aandacht. Wij spraken met de Ondernemingsraad af om in 2021 de Rl&E te actualiseren , maar door de coronacrisis is dit uitgesteld. Wij pakken dit op in afstemming met de Arbodienst. In het provinciehuis is een aantal BHV-voorzieningen centraal geregeld . Zo is elke etage voorzien van brandblussers, verbandmiddelen, een AED en een Evac-chair. Verder hebben wij een ontruimingsplan en maken wij onderdeel uit van een gezamenlijke BHV-ploeg.
Op de verschillende NOC-locaties zorgen we voor voldoende opgeleide BHV'ers om de veiligheid te waarborgen. Door de vele bezoekers is dit van groot belang. Ondanks de coronacrisis hebben alle BHV'ers in 2021 deelgenomen aan de BHV-herhaling . Bij de NOC-locaties hebben veiligheid, arbo en milieu prioriteit. Wij hebben een kledingcommissie met vertegenwoordigers uit verschillende disciplines. Deze commissie heeft een protocol opgesteld voor verstrekking, onderhoud, vervanging en inname van kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Voor medewerkers die regelmatig naar bedrijven gaan, hebben wij op basis van de risico's, behoefte en functie, een passend pakket samengesteld. Zij krijgen in onze maatschappij steeds vaker te maken met onveilige situaties. De kledingcommissie, de Arbo coördinatoren en het MT hebben hier oog voor en proberen met een goede training en beschermingsmiddelen de veiligheid van onze medewerkers te waarborgen. In 2022 houden wij weer een training in het kader van ongewenst gedrag. Daarnaast bekijken wij of wij de uitrusting van medewerkers moeten aanpassen .
6.4.6 Rechtmatigheid Vanaf 2022 is de accountant niet langer verantwoordelijk voor het afgeven van een rechtmatigheidsoordeel. Deze verantwoordelijkheid komt bij ons dagelijks bestuur te liggen. Het
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
63
Jaarstukken 2021
algemeen bestuur bepaalt de kaders voor de rechtmatigheidsverantwoordelijkheid . Volgens het Addendum Kadernota Rechtmatigheid 2021 moeten wij al in onze jaarrekening 2021 rapporteren over rechtmatigheid . Het gaat om een toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van de Wet Fido (stellige uitspraak) en een toelichting op fraude door eigen medewerkers (aanbeveling). Hieronder lichten wij beide onderwerpen toe. Niet-financiële (on)rechtmatigheden in relatie tot Wet Fido De Wet Fido en onderliggende regelingen moeten de risico's beperken voor gemeenten bij lenen en beleggen. In veel gevallen zijn bij overtredingen van de Wet Fido geen (directe) financiële gevolgen. Deze onrechtmatigheden hoeven wij daarom niet op te nemen in de verklaring Rechtmatigheid. Volgens de commissie BBV zijn onrechtmatigheden op dit vlak wél van belang voor het beeld dat het algemeen bestuur heeft van onze financiële positie. Daarom moet zij geïnformeerd worden in geval van afwijkingen.
Wij constateren geen onrechtmatigheden met betrekking tot de Wet Fido. Uit onderstaande toelichting blijkt dat wij voldoen aan a) de kasgeldlimiet, b) renterisiconorm en c) het drempelbedrag schatkistbankieren . a)
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het totaal aan kortlopende leningen dat een gemeente per kwartaal uit mag hebben staan . Het bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet bedroeg in 2021 € 850.000. In 2021 is deze norm niet overschreden .
b)
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel dat een lokale overheid spreiding aanbrengt in de vaste leningenportefeuille, zodat renterisico's gelijkmatig over de jaren worden verdeeld. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat wij per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal mogen vernieuwen (herfinanciering en/of renteherziening) . Wij hebben geen langlopende leningen en voldoen daarom aan de renterisiconorm .
c)
Schatkistbankieren Sinds 2014 is het zogenaamde schatkistbankieren verplicht. Wij hebben hiervoor een speciale rekening geopend bij de huisbankier BNG en het Rijk. Als het drempelbedrag ad € 250.000 op de rekening courant is bereikt, romen wij het teveel af naar deze speciale rekening schatkistbankieren. Medio 2021 vond een wijziging plaats in het drempelbedrag dat lokale overheden mochten aanhouden op hun Rekening Courant. In de eerste helft van 2021 was het drempelbedrag € 250.000 en in de tweede helft € 1.000.000. In 2021 hebben wij het drempelbedrag niet overschreden.
(Niet) geconstateerde fraude door eigen medewerkers Volgens het controleplan 2021 hebben wij via interviews gecontroleerd op fraude door eigen medewerkers. Hieruit zijn geen fraudesignalen naar voren gekomen.
6.5
Overige paragrafen
6.5.1 Planning- & Control-producten Afgelopen jaar hebben wij aandacht besteed aan de verbetering van de P&C-cyclus Uaarkalender) en de kwaliteit van de Planning- & Control-producten (focus op relevantie en draagvlak). Daarnaast hebben wij geïnvesteerd in de advisering aan het managementteam en de bespreking van de
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
64
Jaarstukken 2021
afdelingsrapportages. Naast het reguliere werk hebben wij met behulp van het programma SMV tijd besteed aan diverse trajecten, zoals de BI-tool, financieringssystematiek en efficiency (zie hoofdstuk 2.5). In 2022 willen wij bekijken welke processen en producten simpeler kunnen.
6.5.2 Verbonden partijen Wij hebben geen bestuurlijke en/of financiële belangen in andere gemeenschappelijke regelingen of vennootschappen en lopen dus geen risico's. 6.5.3 Grondbeleid Wij zijn een dienstverlenende instelling die geen activiteiten heeft in het kader van grondaankoop of verkoop. Wij lopen dan ook geen risico. 6.5.4 Lokale heffingen Wij zijn dienstverlenend aan de deelnemende gemeenten en innen zelf geen lokale heffingen. Eventuele heffingen worden door de gemeenten geïnd. Gemeenten kunnen de opbrengsten van de lokale heffingen gebruiken om de kosten voor de ODRU te dekken. 6.5.5 Onderhoud kapitaalgoederen Wij zijn een dienstverlenende instelling die geen activiteiten uitvoert in het kader van onderhoud aan kapitaalgoederen. Wij lopen dan ook geen risico.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
65
Jaarstukken 2021
DEEL 3: JAARREKENING
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
66
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN
Jaarstukken 2021
erstegen accountants en adviseurs B.V. Behorend bij verklaring
7.
afgegeven d.d. Q?.(M(~Q.?.?.
Overzicht van baten en lasten 2021
Tabel 9 geeft het totaaloverzicht van de baten en lasten 2021 . De gegevens hebben wij volgens BBVvoorschrift begroot en verantwoord op taakveldniveau. In hoofdstuk 11 is dit uitgewerkt.
Directe personeelskosten:
11.894.500 40.000
- Salaris en sociale lasten vast personeel - Personeel van derden - Uitbesteding
736.500 91.000 1.250.000 670.000 361 .000
Indirecte personeelskosten Bestuurskosten nistratiekosten Algemene beheer- en admi_ Huisvestingskosten Kapitaallasten Milieutaakuitvoering
-·
109.600 5.000 15.157.600
Omgevingswet en PFAS Diversen Totaal lasten
B aten
(.in euro's)
10.540.000 4.550.000 350.000 753.500 96.000 1.426.500 ' 620.000 176.500 315.600 5.000 18.833.100
. b egrotmg . l 2e Bijgestelde I B as1s b t· 2021 egro mg
10.233.983 4.423.220 318.506 729.895 83.386 1.415.649 544.919 176.255 77.051 219.887
306.017 126.780 31.494 23.605 12.614 10.851 75.081 245 -77.051 95.713 5.000
18.222.751
111111m
Rea 11sat1e . .
2021
1
V
h'I ersc •
2021
105.000 .. 14.988.500
Directe per~onele baten Gemeentelijke bijdragen
i 1
55.000 17.765.000
47.766 17.557.900
-7.234 -207.100
760.000
713.495 140.343 111.460 60
-46.505 140.343 1.460 -940
77.051
77.051
124.447 18.772.521
124.447 81.521
219.887 769.657
-95.713
Overige goederen en diensten: - Aanvullende uren eigenaar-gemeenten - AanvullE:nde uren overige
110.000 1.000
- Overige Huisvestingsbaten
110.000 1.000
Kapitaalbaten Milieutaaku itvoering Omgevingswet en PFAS Diversen Totaal Baten Vennootschapsbelasting Saldo van baten en lasten Onttrekking uit bestemmingsreserve Uitvoering Koers (Ow) en PFAS Resultaat
15.204.500
18.691.000
46.900
-142.100
109.600 ' 156.500
315.600 173.500
Tabel 9: Baten- en lastenoverzicht 2021, verschil is realisatie ten opzichte van de 2• bijgestelde begroting
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
67
IEmD
Jaarstukken 2021
8. Toelichting op overzicht van baten en lasten 2021 In tabel 10 staan de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de tweede bijgestelde begroting. Deze verklaren het verschil tussen het begrote en het gerealiseerde resultaat. Verklaring resultaat (in euro's)
v
I
hl
T t 1 o aa
ersc I
Resultaat volgens bijgestelde begroting 2021 (excl. Onttrekking reserve uitvoering koers)
-142.100
Financieel voordeel Lagere salarislasten (lagere formatiebezetting)
306.017 158.274
Lagere inhuur en uitbesteding (extra taken, lagere formatiebezetting) Lagere indirecte personele kosten
23.605
Lagere bestuurskosten
12.614
Lagere algemene kosten
10.851
Lagere huisvestingskosten
75.081
Lagere kosten Omgevingswet en PFAS
95.713
Extra aanvullende uren overige opdrachtgevers
140.343
Diversen (o.a. vrijval voorzieningen)
122.978 945.476
Totaal voordeel
Financieel nadeel Lagere gemeentelijke bijdragen
207.100
Lagere aanvullende uren eigenaar-gemeenten
46.505 253.606
Totaal nadelig Gerealiseerd tótäàl:Saldo van baten en lasten .
-.
-
-
·
1 1
Gerealiseerd resultaat
549.770 219.887 769.657
Tabel 10: Verklaring van het resultaat
Tabel 11 toont de analyse van de incidentele baten en lasten (het niet-structurele gedeelte). In 2021 hadden de incidentele posten een grote invloed op de omzet. De incidentele lasten zijn circa € 281 .000, terwijl de incidentele baten circa€ 1.055.000 zijn. In de kolom 2e bijgestelde begroting staan de incidentele posten . Vooral aan de lastenkant kwamen enkele posten hoger uit dan in de tweede bijgestelde begroting.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-201 0/4113
Scandatum: 19-04-2022
68
1
:
Jaarstukken 2021
-
Incidentele baten
-1
2e
bBasist· egro mg 2021
'
Bijgestelde Realisatie . begroting 2021 2021
760.000
Aanvullende uren eigenaar-gemeenten Aanvullende uren overige opdrachtgevers Milieutaakuitvoering
713.495 140.343 77.051
-46.505 140.343 77.051
124.447
124.447
Omgevingswet en PFAS Diversen (vrijval boventalligen)
1
Incidentele lasten
Begroting 2021
l
Deel arbokosten Extra kosten werving en selectie nieuw personeel Lagere reiskosten woon- werkverkeer Lesmateriaal/onderwijs NDC Activiteiten NOC-locaties Milieutaakuitvoering Omgevingswet en PFAS Totaal
m!BI
mE!IIIIII
Totaal
1
109.600 ' 109.600
Bijgestelde 2e . begroting 2021
Realisatie 2021
1
V
h"I ersc 1
6.500
19.369
-12.869
41 .000 -35.000 -10.000 -12.000
76.230 -64.182 -20.926 -26.247 77.051 219.887
-35.230 29.182 10.926 14.247 -77.051 95.713
315.600 ~~ 306.100 ~~
Tabel 11: Overzicht van incidentele baten en lasten, verschil Is realisatie ten opzichte van 2• bijgestelde begroting
Toelichting incidentele baten en lasten Alle baten en lasten in de basisbegroting zijn structureel, met uitzondering van de projecten Omgevingswet en PFAS. De milieutaakuitvoering is budgettair neutraal en komt bij de baten en lasten voor. In de bijgestelde begroting zijn incidentele baten en lasten opgenomen. De hogere arbokosten, lagere reiskosten en lagere NOC-kosten zijn incidenteel en kwamen door de coronacrisis. De extra kosten voor werving en selectie hebben betrekking op extra wervingsactiviteiten om nieuw personeel te werven. Tot slot kwamen de incidentele kosten voor de Omgevingswet en PFAS tezamen lager uit dan begroot. In paragraaf 8.1 tonen wij - voor de lasten per begrote kostensoort - de oorzaken van de afwijking en in paragraaf 8.2 komen de baten aan bod . In beide paragrafen gaat het om de verschillen tussen de realisatie en de tweede bijgestelde begroting. Daarnaast geven wij een toelichting op afwijkingen die groter zijn dan€ 10.000. Bij kleinere afwijkingen staat een korte beschrijving van de activiteiten.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: 1NT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
69
Jaarstukken 2021
8.1
Lasten 1
Lasten (in euro's) Directe_personeelskosten: - Salaris en sociale lasten vast personeel
- Per~neel van ·d rden - Ultbestedtng 1ndlrecf&personee1sl<osten
Begroting 2021
2e Bijgestelde I Realisatie begroting 2021 l
2021
1
V
hl ersc
1
10.233.983
306.017
4.423,220
126.780
318.506 729.895 83.386
31 .494-
91 .000
10.540.000 4.556.000 350.000, 753.500 96.,000
1.2!50.000 670.000
1:.426.500 620.000
1.41•5.649
10.851
544.919 77.051
75.081 -77.051
109.600
315.600
219.887
95.713
11.894.500 40.0DO 736.500
Bestuurskoste"
23.605
12..614
Algetr1ene beheer- -en administiatie osten
Huisvestlngsk0$t8111 Milieutaakultvoerfng Omgevingswet en PFAS
Tabel 12: Lasten overzicht, verschil>€ 10.000 ten opzichte van 2" bijgestelde begroting
Er is sprake van een begrotingsoverschrijding op Wonen en Bouwen en Openbaar Onderwijs. Deze wordt gedekt door de hogere baten.
8.1.1 Directe personeelskosten De post 'Directe personeelskosten ' bestaat uit drie onderdelen: 'salaris- en sociale lasten vast personeel', kosten van 'personeel van derden' (inhuur van medewerkers) en 'uitbesteding' (uitbesteden van werk aan derden). De laatste twee onderdelen hangen nauw samen met de omvang van de activiteiten en zijn incidenteel. Salarislasten Doordat niet alle vacatures zijn ingevuld, zijn de salaris- en sociale lasten€ 306.000 lager dan begroot. Het aantal openstaande vacatures tot en met juni 2021 liep terug door extra wervingsactiviteiten. In de tweede helft van 2021 is de formatie weer wat teruggelopen door het vertrek van een aantal medewerkers. In 2021 was de gemiddelde bezetting 128,3 fte (in 2020 was dat 125,6 fte) , terwijl het formatieplan uitgaat van 142,77 fte. Een tweede factor waardoor de salarislasten lager zijn, is de caoverhog ing die iets lager was dan verwacht. Inhuur derden en uitbesteding De post 'Personeel van derden ' is ruim€ 126.000 lager dan begroot. Ook aan de post 'Uitbesteding ' hebben wij€ 31 .000 minder uitgegeven dan geraamd . De onderschrijding komt vooral door de lagere inhuur bij de overhead en door de efficiëntere inkoop van flexibel personeel, waardoor de inhuurtarieven lager uitkwamen dan geraamd.
De verhoud ing tussen overhead en uitvoering in de kosten van personeel van derden is 16,5% (in 2020 was dat 28,5%) om 83,5%. Het percentage overhead is lager dan bij de vaste formatie. De inhuur bij overhead bestaat vooral uit ondersteuning bij het bedrijfsbureau (Documentaire Informatievoorziening (DIV), secretariaat en ICT), staf (P&C en HRM) en management (afdeling management).
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
70
Jaarstukken 2021
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT6), en de daarop gebaseerde regelgeving , stellen maxima aan bezoldigingen en uitkeringen door beëindiging van het dienstverband van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Het WNT algemeen maximum over 2021 is€ 209.000. De WNT verplicht de bekendmaking van bezoldigingen en uitkeringen door beëindiging van het dienstverband van alle functionarissen als deze hoger zijn dan het wettelijke bezoldigingsmaximum. Op basis van de voorschriften uit de WNT hebben wij de tabelspecificatie WNT 2021 en 2020 ter vergelijking opgenomen. De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur (en overige topfunctionarissen) over het jaar 2021 is als volgt: 1
Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en l· leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Functiegegevens In dienst vanaf (datum begin functievervulling) In dienst tot en met (datum einde functievervulling) (Fictieve) dienstbetrekking? Deeltijdfactor (minimaal 0,025 fte) Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Voorzieningen voor beloningen betaalbaar op termijn Totale bezoldiging uit hoofde van de functie van topfunctionaris -
-
-
-
-
A.E. van Vuuren -
-
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum -
-
-
-
€209.000
-
Vergelijkende cijfers 2020 (Fictieve) dienstbetrekking? Deeltijdfactor (minimaal 0,025 fte) Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
ja 100% €118.242 €20.304
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Tabel 13: Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking
erstegen accountants en adviseurs B.V. Behorend bij verklaring afgegeven d.d. Q7.(Q~/~9.4.4.
6
WNT is bekrach tigd in het Besluit van de Minist er van Binnenland se Zaken en Koninkrij kre laties va n 26 februari 2014, nr. 2014-
0000106049 en de Regeling van de Minister van Binnenlandse Za ken en Konin krijksrelaties van 26 f ebruari 2014, nr. 2014-0000 104920.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
--
directeur 1-·1-2020 heden ja 100% €118.384 €21.675 €140.059
71
VOOR WAARMERKINGSj DOELEINDEN erstegen accountants
Jaarstukken 2021
en adviseurs B.V. Behorend l1i.i verklaring afgegeven d.d. QZ/Q~~/1.U
Toezichthoudende topfunctionarissen met totale bezoldiging van € 1.700 of minder Naam De heer G.F. Naafs
1
functie Voorzitter DB/AB
waarnemend, Voorzitter
Mevrouw P. Ooomenba1
DB/AS
De heeiP_J_Bekker
Ud DB/AB
De heer W Calsburg Da heer B.C. Lont Da heer I.A'M+ten Hagen De heer J.W. Klomps De heer J. Rensen MevrotJW A, E. Brommersma De heer IP. de Rooij Oe hee:r C. van Uden Da heer A. Vll'issebom Oe heer R. Jorg l:Je heer IE StroobO.sscher :Oe heer H. Zèvenhuizen De heer Ä.. de R~gt
Ld DB/Afl Ud DBJAB Ud DB/AB UdDBJAB Lid AB Lid AB Lid AB
LldAB Lid AB Lid AB Ud AB Lid AB Lid AB lid AB Lid AB
De he.er H. Vreeswijk
De heer p_,Heijmerlnk Mewouw K.:13. Hagen, De heer H. Mamha1
LldAB LidAB
De heer A. Bolderdijk
Lid AB
Tabel 15: Topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen zonder bezoldiging
Toelichting Het bezoldigingsmaximum voor de directie bedraagt€ 209.000. De directeur overschrijdt dit maximum niet. Het bijbehorende bezoldigingsmaximum voor de voorzitter van het bestuur bedraagt€ 31.250 en voor de overige leden € 20.900. Deze maxima worden niet overschreden. De bestuurders van de ODRU krijgen geen vergoeding. 8.1.2 Indirecte personeelskosten Indirecte personeelskosten bestaan onder andere uit opleiding , reiskosten woon-werkverkeer, verzekering personeel, personeelsadministratie, OR en overige kosten. In totaal hebben wij aan indirecte personeelskosten ruim € 23.000 minder uitgegeven dan begroot. Ondanks de coronacrisis hebben wij toch nog voor ruim€ 178.000 aan opleidingen besteed, maar dat is wel circa€ 22.000 lager dan begroot. Ook in 2020 waren de bestedingen lager dan begroot, waardoor de kennisachterstand groter wordt. De kosten voor Young Professionals bleven ruim€ 35.000 achter bij de begroting . Een deel van deze kosten verwachten wij in 2022. Bij de opstelling van de tweede begrotingswijziging is al een aantal posten bijgesteld die nu in lijn liggen met de verwachtingen. Denk aan de reiskosten , de kosten die deels samenhangen met het thuiswerken en de kosten voor werving van personeel. Voor de werkkostenregeling (WKR) blijven wij binnen de wettelijke bandbreedte van 3% over de eerste € 400.000 en 1,2% over het resterende deel.
Over deze vrije ruimte van de loonsom hoeven wij geen eindheffing te betalen.
Omgevingsdienst regi o Utrecht, kenmerk: INT20-2010/41 13
Scandatum: 19-04-2022
72
Jaarstukken 2021
8.1.3 Bestuurskosten De bestuurskosten waren bijna € 13.000 lager dan begroot. Ook de accountantskosten en externe advieskosten zijn lager dan begroot. 8.1.4 Algemene kosten De algemene kosten zijn in 2021 circa€ 11 .000 lager dan begroot. De kosten voor ICT-ondersteuning, ondersteuning inkoop, porto en telecom kwamen lager uit dan begroot. De kosten voor licenties zijn hoger door groei van het aantal applicaties. Tot slot zijn de archiefkosten hoger. Dit komt door een project dat in de tweede helft van 2021 is opgestart voor de bewerking en gereedmaken voor overdracht aan de gemeenten. De kosten van dit project lopen door in 2022. 8.1.5 Huisvestingskosten De huisvestingskosten zijn in 2021 € 75.000 lager dan begroot, doordat wij in de tweede helft van 2021 geen huur hoefden te betalen voor de tweede etage. Dit had te maken met een verbouwing . 8.1 .6 Kapitaallasten De kapitaallasten lopen in 2021 in lijn met de gewijzigde begroting. 8.1. 7 Milieutaakuitvoering Onder deze post vallen projecten waarvoor wij een bijdrage hebben ontvangen van een eigenaargemeente of subsidieverstrekker. Denk aan de werkbudgetten voor het NDC of subsidies als geluidssanering of energie in handhaving . Deze post is niet begroot, omdat wij vooraf niet kunnen inschatten hoe hoog de lasten worden . Het risico voor ons is beperkt, omdat de realisatie budgettair neutraal is.
8.1.8 Omgevingswet en PFAS De kosten voor deze projecten zijn ruim € 95.000 lager dan begroot, doordat wij op deze gebieden minder actief zijn door de coronacrisis. De inhoudelijke verantwoording is uitgewerkt in hoofdstuk 4 en de financiële verantwoording hiervan staat in bijlage 2. 8.1.9 Diversen Onder het kopje 'Diversen' was in de begroting een post opgenomen van € 5.000 als overige bedrijfsvoeringkosten . In 2021 zijn geen overige kosten gemaakt.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
73
Jaarstukken 2021
8.2
Baten -
1
Baten (in euro's)
•
2e Basisbegroting Bijgestelde 2021 begroting 2021
Gemeentelijke bijdragen
14.988.500
Overige goederen en diensten: - Aanvullende uren eigenaargemeenten - Aanvullende uren overige M1lieutaakuitvoerlng Diversen
Realisatie
2021
'V
hl ersc
1
17.765.000
17.557.900
-207.100
760.000 ,
713.495 140.343 77.'051 124.447
-46.505 140.343 77.051 124.447
Tabel 16: Batenoverzicht 2021, verschil> 10K ten opzichte van 2• bijgestelde begroting
8.2.1 Gemeentelijke bijdragen eigenaar-gemeenten De gemeentelijke bijdragen bestaan uit de gerealiseerde omzet vanuit de vastgestelde UVP's. Dit zijn de standaard DVO-uren plus de tijdelijke uren en de projecturen. De gemeentelijke bijdragen zijn € 207.000 lager dan begroot. Een uitgebreid urenoverzicht staat in bijlage 1. 8.2.2 Overige goederen en diensten In 2021 hebben we in totaal € 93.000 meer ontvangen als opbrengst van overige goederen en diensten. Het grootste deel hiervan, € 140.000, valt onder de post 'Aanvullende werkzaamheden overige afnemers'. Voor het merendeel gaat het om werkzaamheden voor de provincie Utrecht, de provincie Zuid-Holland, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de gemeenten Woudenberg en Eemnes en - in mindere mate - voor de RUD Utrecht, Omgevingsdienst Midden-Holland en ProRail. Denk hierbij aan uiteenlopende taken , van externe veiligheid, geluidsaneringen en asbestdaken tot archeologische ondersteuning. Daarnaast gaven enkele gemeenten ons in de loop van 2021 aanvullende opdrachten. Het totaal daarvan bleef bijna€ 46.000 achter bij de begroting.
,f
Onder de post 'Milieutaakuitvoering' vallen projecten waarvoor wij een bijdrage hebben ontvangen van een eigenaar-gemeente of subsidieverstrekker. Denk aan de werkbudgetten voor het NOC of subsidies als geluidsanering of energie in handhaving . Deze post is niet begroot, omdat wij vooraf niet kunnen inschatten hoe hoog de lasten worden . Het risico voor ons is beperkt, omdat de realisatie budgettair neutraal is. De post 'Diversen' betreft de gedeeltelijke vrijval van de voorziening boventalligen. Doordat een exmedewerker al enkele jaren geen aanspraak maakt op een WW-uitkering is het reëel dat wij een lagere voorziening kunnen aanhouden voor toekomstige lasten.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: 1NT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
74
Jaarstukken 2021
9.
Baten en lasten 2021 naar taakveld
Volgens de BBV-voorschriften geven wij in de jaarstukken een verantwoording per taakveld. Deze indeling naar taakvelden is ook gepresenteerd in de begroting 2021 en de begrotingswijziging 2021 . Wij verdelen de baten en lasten over vier taakvelden: • Taakveld 7.4 Milieubeheer: alle taken op het gebied van vergunningverlening , toezicht en handhaving op het gebied van milieu en de adviestaken. • Taakveld 8.3 Wonen en bouwen: alle bouwtaken en advisering op het gebied van Ruimtelijke Ordening. • Taakveld 4.1 Openbaar Onderwijs: de taken op het gebied van Natuur- en Duurzaamheidscommunicatie (NDC) . • Taakveld 0.4 Overhead: de werkzaamheden en lasten voor de overhead. Hieronder vallen de kosten die wij niet aan één van de andere programma's kunnen toerekenen. In de realisatiefase hebben wij bij de taakveldindeling goed gekeken naar de voorschriften in het BBV. Daaruit bleek dat de overige personele kosten volledig onder overhead vallen en dat wij de algemene kosten deels mogen toerekenen aan de productieve taakvelden. Het gaat dan om de personele kosten voor het functioneel beheer van bedrijfssoftware en de bijbehorende licentiekosten. In de realisatiefase hebben wij deze indeling aangehouden, terwijl wij bij de begroting de in een eerder stadium vastgestelde indeling hebben aangehouden. De totaaltabel voor de indeling naar taakveld is ook opgenomen in bijlage 5.
In onderstaand overzicht staan de resultaten per taakveld. Overzicht van baten en lasten 2021 . (per programma m euro's)
s aIdo
8 aten
Las ten
V&M (Milieutaken)
14.267.598
9.707.445
4.560.153
VHROSV (Bouwen en RO)
3.341.359
2.033.226
1.308.133
1
I
Onderwijs (Natuur- en Duurzaamheidseduca!ie)
912.819
782.350
130.469
Overhead
250.745
5.699.729
-5.448.984
18.772.521
18.222.751
549.771
Algemen~ dekkingsmiddelen Onvoorzien Gerealiseerd saldo van baten en lasten Onttrekking uit bestemmingsreserve Koers (Ow) en PFAS
Gerealiseerd resultaat
219.887 769.657
Tabel 17: Overzicht baten en lasten per taakveld
In de volgende paragrafen geven wij per taakveld een overzicht van de begroting en realisatie van de diverse posten en verklaren wij de verschillen .
9.1
Taakveld Milieutaken (V&M) Het taakveld Milieutaken behaalde een positief resultaat van € 4.560.000, zie tabel 18. De kosten blijken ruim€ 361 .000 lager te zijn en de opbrengsten€ 527.000 lager. Het resultaat is€ 165.000 lager dan begroot. Dit is ook onze grootste taakuitvoering. De voornaamste oorzaak is de lagere gemeentelijke bijdrage door de iets achterblijvende productie. Onderstaande tabellen (tabel 18 t/m 21) tonen alleen de onttrekkingen uit de bestemmingsreserve. De overige mutaties in de reserves zijn terug te vinden in tabel 17.
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
75
Jaarstukken 2021
Lasten {in euro's)
Begroting 2021
Directe personeelskosten: - Salaris en sociale lasten vast personeel
7.130.000
- Personeel van derden - Uitbested ing Indirecte personeelskosten
332.200
7.150.000
6.193.762
956.238
2.235.000
3.022.558
-787.558
350.000 334.200
269.856
80.144 334.200
Bestuurskosten Algemene beheer- en administratiekosten
221 .270
-221.270
9.707.445
361.755
Huisvestingskosten Kapitaallasten Milieutaakuitvoering Omgevingswet en PFAS Diversen
Totaal lasten '
7.462.200 Baten {in euro's)
Begroting 2021
Directe personele baten
105.000 11 .676.500
Gemeentelijke bijdragen
10.069.200 1
2e 1 Bijgestelde Realisatie begroting 2021 2021 J
55.000 13.953.898 13.553.004
-55.000 -400.894
Overige goederen en diensten: - Aanvullende uren eigenaar-gemeenten
725.671
- A~nvullende uren overige - Overige
60.000
576.194
-149.477
138.400
138.400
60.000
-60.000
Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Milieutaakuitvoering Omgevingswet en PFAS Diversen Totaal baten Vennootschapsbelasting
11.841.500
14.794.569 14.267.598
4.379.300
4.725.369
Onttrekking uit bestemmingsreserve Uitvoering Koers {Ow) en PFAS
Totaal resultaat Tabel 18: Baten en lasten taakveld V&M (Milieutaken)
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
76
-526.971
-
Jaarstukken 2021
9.2
Taakveld Bouwen & Ruimtelijke Ordening (VHROSV)
Directe personeelskosten: - Salaris en Sociale lasten vast personeel
1.574.500
- Personeel van derden
410.000
1.424.962
-1 .014.962
1.285.000
522.385
762.615
48.200
-48.200
- Uitbesteding Indirecte personeelskosten
67.500
40.000
40.000
Bestuurskosten Algemene beheer- en administratiekosten
37.679
-37.679
-298.226
Huisvestingskosten Kapitaallasten Milieutaaku itvoering Omgevingswet en PFAS Diversen
Tda lasten
1.642.00D
1.735.000
2.033.228
Begrnti11g
2lt Bijgestelde .
Realisatie
20211
begroting
1
V
2021
ersc
h'I 1
202,
Directe personefe baten Gemeentelijke bijdragen
2.648.500
3.014.482
3.218.937
204.455
122.422
122.422
Overige goederen en diensten: - Aanvullende uren eigenaar-gemeenten - Aanvullende uren overige - Overige Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Milieutaakuitvoering Omgevingswet en PFAS Diversen
2.648.500
3.014.482
3.341.359
326.877
11111 t11n,1
1.279.482
1.308.133 I -
28~6511
1.308.133
28.651
Totaal baten Vennootschapsbelasting Saldo van baten en lasten Onttrekking uit bestemmingsreserve Uitvoering Koers (Ow) en PFAS iTotaal resultaat
..............'""'11"-'!!!!!I-C!:~~~~
Tabel 19: Baten en lasten taakveld VHROSV (Bouwen en Ruimtelijke Ordening)
Het taakveld Bouwen en Ru imtelijke Ordening behaalde een positief resultaat van € 1.308.000. Dit omvat alle bouwtaken en advisering op het gebied van Ruimtelijke Ordening. Het resultaat is bijna €
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
77
Jaarstukken 2021
29.000 hoger dan begroot. In totaal hebben wij € 298.000 meer uitgegeven, terwijl wij - door extra opdrachten - € 326.000 aan extra baten hebben ontvangen , vooral door extra bouwaanvragen.
9.3
Taakveld Natuur- en Duurzaamheidscommunicatie (onderwijs)
Directe personeelskosten: - Salaris en sociale lasten vast personeel
458.500
- Personeel van derden
440.000
439.039
961
40.000
158.579
-118.579
450
-450
- Uitbesteding
1ndirecte personeelskosten
29.800
23.800
Algemene beheer- en administratiekosten
67.000
47.500
29.742
17.758
Huisvestingskosten
58.500
58.500
72.490
-13.990
Kapitaallasten
5.000
23.800
Bestuurskosten
Milieutaakuitvoering
5.000
-5.000
77.051
-77.051
Omgevingswet en PFAS Diversen
Totaal lasten
618.800 1
.
Baten
(m euro's)
609.800 1
2e Bijgestelde
Be:grcting 2021
1
begroting 1
782.350 Realisatie 2021
V
h"I ersc 1
2021
Directe personele baten Gemeentelijke bijdragen
663.500
796.620
785.959
-10.661
34.329
14.878
-19.451
1.943
1.943
Overige goederen ~n diensten: -Aanvullende uren eigenaar-gemeenten - A~nvullende uren overige - Overige Huisvestingsbaten
50.000
50.000
32.928
-17.072
1.000
1.000
60
-940
77.051
77.051
-
Kapitaalbaten Milieutaakuitvoering Omgevingswet en PFAS Diversen
Totaal baten
714.500
881.949
912.819
30.870
95.700
272.149
130.469
•141.680
IIIIEIZD
272.149 I
130.469
Vennootschapsbelasting
Saldo van baten en lasten Onttrekking uit bestemmingsreserve Uitvoering Koers (Ow) en PFAS
Totaal resultaat Tabel 20: Baten en lasten taakveld onderwijs (NDC)
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
78
Jaarstukken 2021
Het taakveld Onderwijs, waarin onze taken vallen vanuit Natuur- en Duurzaamheidscommunicatie (NOC), behaalde een resultaat van€ 130.000. Dit is ruim€ 141 .000 lager dan begroot. NOC is een kleine tak binnen de ODRU en werkt bijna uitsluitend met vaste medewerkers en vrijwilligers. Dit taakveld kent weinig aanvullende opdrachten, maar 2021 leverde wel extra opdrachten op voor afval en zwerfvuil. Ook is het taakveld belast met de duurzaamheidsopdracht van de eigen organisatie. De extra kosten waren nodig voor de extra opdrachten, een intern programma duurzaamheid en vervanging wegens ziekte. Doordat sprake is van nevenvestigingen zijn er ook algemene beheer- en administratiekosten en huisvestingskosten. Daarnaast hebben wij aan de baten- en lastenkant de milieutaakuitvoering opgenomen . Dit gaat voor een belangrijk deel om de werkbudgetten voor de nevenlocaties, de aanschaf van lesmaterialen en de organisatie van activiteiten . Gemeenten en scholen dragen bij aan de budgetten.
9.4
Taakveld Overhead
Lasten {in euro's)
Begroting 2021
Overhead ~ --r--2e Bijgestelde Realisatie Verschil begroting 2021 2021
Directe personeelskosten: - Salaris en sociale lasten vast personeel
2.540.000 2.176.220
40.000
990.000
719.698
363.780 270.302
Indirecte personeelskosten
307.000
355.500
729.895
-374.395
Bestuurskosten
91 .000
96.000
83.386
12.614
1.379.000 1.126.959
252.041
2.731.500
- Personeel van derden - Uitbesteding
Algemene beheer- en administratiekosten
1.183.000
Huisvestingskosten
611.500
561.500
472.430
89.070
Kapitaallasten
356.000
176.500
171.255
5.245
109.600
315.600
219.887
95.713
5.000
5.000
Milieutaakuitvoering Omgevingswet en PFAS Diversen
Totaal lasten
5.434.600
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
79
Scandatum: 19-04-2022
6.419.100 5.699.729
5.000
lllm!1II
Jaarstukken 2021
Baten (in euro's)
Begroting 2021
2e Bijgestelde begroting 2021
1
Directe personele baten
Realisatie 2021
V hl 1 ersc
47.766
47.766
78.531
78.531
124.447 250.745
124.447 250.745
Gemeentelijke bijdragen Overige goederen en diensten: - Aanvullende uren eigenaar-gemeenten - Aanvullende uren overige - Overige Huisvestingsbaten Kapitaalbaten Milieutaakuitvoering Omgevingswet en PFAS Diversen
Totaal baten Vennootschapsbelasting Saldo van baten en lasten Onttrekking uit bestemmingsreserve Koers (Ow) en PFAS
Totaal resultaat
l
I
970.116
315.600 219.887 -6.103.500 -5.229.098 l
874.402
-5.434.600 J -6.419.100 · 5.448.984 109.600 -5.325.000
-95.713
Tabel 21 Baten en lasten taakveld Overhead
Het taakveld Overhead omvat de werkzaamheden en lasten voor de overhead. Hieronder vallen de kosten die niet aan één van de andere taakvelden zijn toe te rekenen . Het taakveld behaalde een negatief resultaat van € 5.229.000, dit is € 874.000 hoger dan begroot. De salarissen voor vaste medewerkers zijn € 364.000 lager dan begroot en wij hebben voor € 270.000 minder personeel ingehuurd. Door de lagere personele inzet zijn niet alle doelen behaald. Zo zijn er achterstanden in de uitvoering van het archief, de inkoop en de implementatie van het zaaksysteem. De indirecte personele lasten zijn€ 374.000 hoger dan begroot. Dit komt vooral doordat wij volgens de richtlijnen alle indirecte personele lasten tot de overhead moeten rekenen . Bij de opstelling van de gewijzigde begroting was hiermee geen reken ing gehouden . De afwijking bij de algemene beheers- en administratiekosten ontstond doordat wij bepaalde kosten tot de overige taakvelden mogen rekenen . Bij de bestuurskosten , huisvestingskosten en kapitaallasten is de afwijking vergelijkbaar met de kosten op totaaln iveau . De kosten voor Uitvoering Koers (Omgevingswet) en PFAS zijn ruim€ 95.000 lager dan begroot. Een uitgebreide toel ichting staat in bijlage 2.
9.5 Conclusie Wij concluderen dat het resultaat vooral wordt veroorzaakt door incidentele kostenvoordelen binnen het taakveld Overhead. Dit komt doordat niet alle doelen zijn behaald en de kennis en ontwikkeling van de organisatie achterloopt. Daarnaast zijn er lagere kosten op een aantal onderdelen door de coronacrisis en een meevaller in de huur van het kantoor. De gerealiseerde kostenbesparing door slimmere inhuur en het digitaliseren van de papierstroom heeft wel een structureel effect. Door de lagere personele bezetting was de werkdruk binnen de overhead hoog. Tot slot had een gedeeltelijke vrijval van een voorziening (boventalligen) ook een gunstig effect op het resultaat. Al met al een goed
Omgevingsdienst regio Utrecht, kenmerk: INT20-2010/4113
Scandatum: 19-04-2022
80
Jaarstukken 202 1
resultaat voor 2021, maar geen reden om te rekenen op structurele forse meevallers voor de komende jaren .
10. ~
Balans per 31 december 2021
Balans - Activa (voor resultaat bestemming) (in euro's)
-
I
Balans 31-12-2020
Balans 31-12-2021
Vaste activa
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut: - Bedrijfsgebouwen (verbouwing)
17.500
12.500
- Apparaten / installaties
431.720
382.268
449.220
394.768
4.052.015
458.331
29.020
381.090
4.127.899
3.721 .393
8.208.935
4.560.814
- Kassaldi
825
2.000
- Banksaldi
250.557
32.761
251.382
34.761
111.814
51.546
Vlottende activa
Uitzetting met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Overige vorderingen ~ Uitzetting in 's Rijks schatkist