CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.100 Jaarstukken 2020 en ontw. begroting 2022 RDWI

Overige evenementen 1 juni 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)38.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

14

reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Balans 31- Weerstands12-2020 capaciteit

Eigen vermogen

Algemene reserve

309.750

309.750

1.737.513

0

Bestemmingsreserve groot onderhoud

100.287

0

Bestemmingreserve frictie

53.932

0

Bestemmingsreserve huur

0

0

Bestemmingsreserve ICT

0

0

Bestemmingsreserve Verbeterplan

182.000

0

Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls

87.000

0

Bestemmingsreserve Tozo

500.000

0

Totaal eigen vermogen

2.970.483

309.750

Gerealiseerd resultaat 2020

Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Bij vaststelling van de Begroting 2021 in juli 2020 heeft het Algemeen bestuur besloten om met ingang van 2020 het weerstandsratio te verhogen van 0,5 (ruim onvoldoende) tot 1 (voldoende). De kwalificatie van het weerstandsvermogen, conform de onderstaande tabel, wordt daarmee voldoende. Om de ratio 1 te bereiken zou het weerstandsvermogen moeten stijgen tot € 619.500. Waardering

Ratio Weerstandsvermogen

Betekenis

A

➢

2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2.0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte. Kengetallen

Rekening 2019

Begroting 2020

Rekening 2020

Netto schuldquote

3,8%

4,0%

0,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

3,8%

4,0%

0,7%

11,93%

2,41%

19,49%

0,3%

0,04%

0.90%

Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Jaarstukken 2020 v0.6

15

De solvabiliteitsratio is verbeterd in 2020 ten opzichte van 2019 door de toename van het eigen vermogen. De netto schuldquote is in 2020 lager ten opzichte van 2019 omdat het saldo van de openstaande leningen is afgenomen.

2.2. Onderhoud kapitaalgoederen In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij het uitvoeringsorgaan RSD is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name aanschaffingen voor kantoorinrichting en aanschaffingen ICT). Verder beschikt de GR RDWI – sinds de overname van de GR SWZ per 1 januari 2013 – over de kapitaalgoederen gebouwen, installaties en terreinen aan de Thorbeckelaan te Zeist. Deze worden verhuurd aan BIGA Groep BV. In 2019 is het onderhoudsplan van de Thorbeckelaan geactualiseerd. De hoogte van de bestemmingsreserve groot onderhoud Thorbeckelaan is afdoende om de onderhoudsverplichtingen tot en met 2027 te dekken.

2.3. Financiering Op basis van de gemeenschappelijke regeling doen de deelnemende gemeenten bij voorschot betalingen voor de uitvoering van de taken door de RDWI. Verder heeft de RDWI de mogelijkheid om een egalisatie en innovatiereserve te vormen. De bovengenoemde regeling, tezamen met het treasury statuut en de financiële verordening en uitvoeringsregels, geven de mogelijkheid om verantwoord om te gaan met de liquiditeitspositie van de RDWI. Deze positie is in 2020 maandelijks beoordeeld. Tussentijdse financiering is niet nodig geweest, mede dankzij het systeem van periodieke bevoorschotting door gemeenten. Berekening kasgeldlimiet 2020 (Wet Fido) : Omschrijving

1e Q 2020

2e Q 2020

3e Q 2020

4e Q 2020

(bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 1 januari (=grondslag)

88.951

88.951

88.951

88.951

Kasgeldlimiet in % v.d. grondslag

8.2%

8.2%

8.2%

8.2%

Kasgeldlimiet in een bedrag

7.294

7.294

7.294

7.294

0

0

0

0

6.490

11.855

21.854

19.744

0

0

0

0

6.490

11.855

21.854

19.744

548

388

495

3.481

0

0

0

0

Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

5.128

32.660

38.990

28.112

Totaal vlottende middelen

5.675

33.047

39.485

28.593

2. Omvang vlottende schuld Schulden in rekening courant Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld

3. Vlottende middelen Tegoeden in rekening-courant Contanten in Kas

4. Toets kasgeldlimiet Jaarstukken 2020 v0.6

16

Totaal netto vlottende schuld

814

-21.192

-17.632

-8.850

Toegestane kasgeldlimiet

7.294

7.294

7.294

7.294

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

6.480

28.486

24.926

16.144

Er is geen sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Renterisico 2020: Omschrijving

2020

(bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen op leningen 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico (1+2) 4. Begrotingstotaal

0 503 503 88.951

5. Het bij Min. Regeling vastgestelde %

0

6. Renterisiconorm Toets renterisiconorm 7. Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

17.790 17.287

2.4. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, huisvesting, automatisering, communicatie, organisatieontwikkeling, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dat betreft primair de dienstverlening aan de directe klanten en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: - Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende wet- en regelgeving; - Betrouwbaarheid: de RDWI heeft haar zaken voor elkaar en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; - Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; - Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen een zo goed mogelijk effect bereiken; - Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.

Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: een financiële verordening; controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; budgethoudersregeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; er is een intern controleplan. Deze verordeningen en regelingen zijn in 2020 beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Het controleprotocol 2020 ten behoeve van de accountantscontrole is op verzoek van het Algemeen Bestuur nog gewijzigd. Deze wijziging is in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 25 maart 2021 vastgesteld. Jaarstukken 2020 v0.6

17

Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar Planning en controlinstrumentarium aanwezig en een planning en controle jaarkalender. Organisatie De totale bezetting inclusief inhuur per 31 december 2020 is 137,38 fte inclusief 7,13 fte inhuur. Daarnaast is 13,11 fte ingezet op projecten per 31 december 2020.

Formatie 2020 in begroting

Inhuur

Tnhuur projecten incl Tozo

Bezetting

Totaal

Directie en Advies & Support

17,39

Team Nieuwe Inwoners (TNI)

13,47

15,07

1,00

1,22

17,29

8,34

1,78

2,99

Intake, Diagnose en Werk (IDW)

13,11

39,69

35,83

2,56

4,34

42,73

Activering en Inkomen (A&I)

51,82

47,29

4,56

51,85

Financien, Informatiemanagement, Facilitair

23,81

20,62

1,67

22,29

Overige formatie Totaal toegestane formatie en bezetting

3,22

3,00

0,22

3,22

149,4

130,15

7,23

Vastgestelde formatie en bezetting RDWI (in fte)

Inhuur reguliere formatie Formatie / bezetting reguliere bedrijfsvoering

13,11

150,49

7,23 149,4

Inhuur op projecten (incl Tozo)

137,38 13,11

Totaal

150,49

Toelichting Bovenstaande tabel geeft inzicht in de toegestane formatie, inclusief team nieuwe inwoners zoals die ultimo 2020 geldt en de werkelijke bezetting van de reguliere formatie ultimo 2020. De werkelijke bezetting inclusief inhuur reguliere formatie is 12,02 fte lager dan de begrote formatie. Daarnaast is eind 2020 op tijdelijke basis 13,11 fte ingehuurd op projecten. Dit betreft onder andere externe ondersteuning bij de uitvoering Tozo en de lokale initiatieven (10% participatiebudget voor lokale projecten). In de eerste helft van het jaar heeft de werving enige tijd vrijwel stil gelegen vanwege de beperkingen door de coronamaatregelen. In de tweede helft van het jaar is de mobiliteit in de formatie toegenomen. Ter vergelijking: formatie ultimo 2019 Een vergelijking met de toegestane formatie en bezetting van één jaar eerder is lastig te maken. In 2019 is onder andere de klantreis geïmplementeerd en eind van het jaar is de nieuwe governance vast gesteld. Hierbij is het organogram gewijzigd, wat vergelijking met 2019 bemoeilijkt. De toegestane formatie op 31 december 2019 was 151,97 fte. De werkelijke bezetting per 31 december 2019 was 150,47 fte. Ultimo 2019 is de inhuur op projecten 13,84 fte. Vastgestelde formatie en bezetting RDWI (in fte)

begrote formatie

Bezetting ultimo 31-12-2019

Formatie en bezetting reguliere dienstverlening

149,40

123,46

Inhuur op formatie/ziekteverzuim Toegestane formatie en bezetting reguliere formatie

149,40

13,17 136,63

149,40

150,47

Inhuur op projecten

13,84

Totaal

Naast de reguliere dienstverlening heeft de organisatie in 2020 de (nood)regeling Tozo ingeregeld en uitgevoerd. Tevens is verder gewerkt aan het verbeteren van de Jaarstukken 2020 v0.6

18

bedrijfsvoering en informatievoorziening. Hiervan is verslag gedaan in paragraaf 1.3 Ontwikkeling van de organisatie. Rechtmatigheid Bij de controle door de accountant is getoetst of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. De verklaring die door de accountant op dit punt is afgegeven is onder hoofdstuk controleverklaring opgenomen.

2.5. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI.

Verbonden partijen GR RDWI

De regionale ICT-Dienst Utrecht (RID)

Doel

De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 1.800 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst.

Deelnemende partijen

Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI

Bestuurder(s)

Algemeen Bestuur. Namens de GR RDWI D. Smolenaers.

Financiële bijdrage

Structurele bijdrage 2020 ad € 905.000 en incidentele kosten t.b.v. projecten ca € 125.000

Financieel Resultaat

Verwacht resultaat in Najaarsnota 2020 € 10.000

Eigen en vreemd vermogen

Deze gegevens komen uit de jaarrekening 2019. Het resultaat over 2020 is nog niet bekend. EV € 64.000, Bestemmingsreserve € 10.000, Resultaat € 82.000; VV 6.840.000 (inclusief vlottende passiva).

Belang

De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 11% in de RID.

Financiële ontwikkeling

De financiële bijdragen voor 2020 zijn gestegen met loon- en prijscompensatie. Daarnaast heeft RID in 2020 diverse projecten uitgevoerd, waaronder het faciliteren van het thuiswerken en voor de voorbereiding van E-hrm. Het RID Resultaat nog niet bekend.

Inhoudelijke ontwikkeling

De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische Informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT architectuur voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse Informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe wordt een proces van strategische informatieplanning opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen.

Jaarstukken 2020 v0.6

19

J AARREKENING 3. Balans Balans per 31 december 2020 ACTIVA 31-12-2019

31-12-2020

Investeringen met een economisch nut

4.616.924

4.120.299

Totaal vaste activa

4.616.924

4.120.299

Vorderingen op openbare lichamen

156.239

0

Overige vorderingen

85.731

88.314

Uitzettingen in Rijks schatkist

4.207.784

11.268.024

Totaal uitzettingen

4.449.755

11.356.338

417

139

430.656

521.532

0

0

286.303

271.174

Totaal vlottende activa

5.167.130

12.149.183

Totaal-generaal

9.784.054

16.269.482

Vaste activa

Materiele vaste Activa

Vlottende activa

Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar

Liquide middelen Kassaldi Banksaldi

Overlopende activa De van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Nog te ontvangen / vooruitbetaalde bedragen

Jaarstukken 2020 v0.6

20

PASSIVA 31-12-2019

31-12-2020

Resultaat boekjaar

225.888

1.737.513

Algemene reserve

161.414

309.750

Bestemmingsreserves

780.418

923.219

1.167.720

2.970.482

51.527

300.000

Vaste schulden met een looptijd > 1 jr

2.133.568

1.630.473

Totaal vreemd vermogen

2.185.095

1.930.473

Totaal vaste passiva

3.352.814

4.900.955

2.189.174

5.115.497

116.715

2.082.899

Vaste passiva Eigen vermogen

Totaal Eigen Vermogen

Vreemd vermogen Voorzieningen

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jr Overlopende passiva Vooruitontvangen bedragen Nog te betalen bedragen

4.125.350

4.170.130

Totaal overlopende passiva

4.242.065

6.253.029

Totaal vlottende passiva

6.431.239

11.368.526

Garantstellingen

0

0

Totaal-generaal

9.784.054

16.269.481

Gewaarborgde geldleningen

Jaarstukken 2020 v0.6

21

4. Overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar

Toelichting overzicht baten en lasten Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Lasten

88.951.021

115.891.246

115.655.864

235.382

Baten

13.172.500

14.050.614

15.036.522

-985.908

Saldo

75.778.521

101.840.632

100.619.342

1.221.290

Bijdragen gemeenten

75.778.520

101.840.632

102.422.104

-581.472

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

75.778.520

101.840.632

102.422.104

-581.472

-1

0

1.802.762

-1.802.762

Toevoeging reserves

-110.000

-510.000

-610.000

100.000

Onttrekking reserves

144.199

646.199

544.751

101.448

Verwacht resultaat

34.198

136.199

1.737.513

-1.601.314

Overzicht van baten en lasten

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

Programma Werk en Inkomen

Verwacht saldo van baten en lasten voor reserves

Afwijking ten opzichte van de gewijzigde begroting na de Najaarsnota 2020 Ten opzichte van de Najaarsnota is op de lasten van het programma Werk en inkomen een onderschrijding gerealiseerd van ongeveer € 235.000. Daarnaast zijn de overige baten bijna € 1 miljoen hoger. De overschrijding op de bijdragen gemeenten is bijna € 6 ton. Het saldo van baten en lasten voor reserves is ruim € 1,8 miljoen positief. De toevoeging aan reserves is € 100.000 hoger dan begroot, terwijl de onttrekkingen aan reserves ruim € 100.000 lager zijn. Het resultaat na mutaties reserves is € 1,7 miljoen. In hoofdstuk 7 worden de afwijkingen per programmaonderdeel inhoudelijk toegelicht.

Jaarstukken 2020 v0.6

22

Toelichting overzicht baten en lasten Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

-

27.029.163

27.463.018

-433.855

Gebundelde uitkeringen / BBZ

45.715.000

43.970.795

42.774.095

1.196.700

Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid

5.911.000

5.850.295

5.870.376

-20.081

Re-integratie, Participatie en Werkgeversdienstverlening

4.032.449

3.159.918

3.007.701

152.217

Wet sociale Werkvoorziening

8.272.000

9.702.399

10.022.016

-319.617

Kinderopvang

83.000

287.656

269.746

17.910

Nieuwkomers

125.000

125.000

49.876

75.124

Apparaatskosten RSD

15.547.572

15.547.571

16.275.463

-727.892

loonkosten SW

9.265.000

10.218.449

9.923.573

294.876

Totaal lasten

88.951.021

115.891.246

115.655.864

235.382

Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

-

27.029.163

27.463.018

-433.855

Gebundelde uitkeringen / BBZ

45.715.000

43.970.795

42.774.095

1.196.700

Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid

5.911.000

5.850.295

5.870.376

-20.081

Re-integratie, Participatie en Werkgeverdienstverlening

4.032.449

3.159.918

3.007.701

152.217

Wet Sociale Werkvoorziening

Lasten per onderdeel

Programma Werk en Inkomen Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Baten per onderdeel

Programma Werk en Inkomen Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

8.272.000

9.702.399

10.022.016

-319.617

Kinderopvang

83.000

287.656

269.746

17.910

Nieuwkomers

125.000

125.000

49.876

75.124

Apparaatskosten RSD

15.547.571

15.547.571

18.078.226

-2.530.655

Apparaatskosten (bijdrage BIGA)

9.265.000

10.218.449

9.923.573

294.876

88.951.020

115.891.246

117.458.626

-1.567.380

Totaal baten

Jaarstukken 2020 v0.6

23

Verwacht saldo van baten en lasten

-1

0

1.802.762

-1.802.762

Toevoeging reserves

0

-510.000

-610.000

100.000

Onttrekking reserves

0

646.199

544.751

101.448

Verwacht resultaat

-1

136.199

1.737.513

-1.601.314

Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten voor reserves bedraagt € 1.802.762. Na toevoegingen en onttrekking aan reserves is het gerealiseerde resultaat € 1.737.513 positief. Een inhoudelijke toelichting per onderdeel is in hoofdstuk 7 opgenomen. Vennootschapsbelasting (VPB) Vanaf 2017 is het verplicht volgens het BBV om in de jaarrekening verantwoording af te leggen over de VPB. Na een onderzoek uitgevoerd door een fiscalist is gebleken dat de RSD niet VPB-plichtig is. Er is daarom geen VPB last in de jaarrekening opgenomen.

Jaarstukken 2020 v0.6

24

5. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet onder andere gedacht worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden.

Balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voorts zijn voor de waardering de bepalingen in de financiële verordening van de RDWI van belang. Overeenkomstig deze verordening gelden voor materiële vaste activa met economisch nut de volgende regels: Afschrijving geschiedt lineair. De eerste afschrijving vindt plaats in het jaar volgend op het jaar van investeren. De termijnen voor afschrijving zijn bepaald op: - maximaal 25 jaar voor renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen; - maximaal 20 jaar voor technische installaties in bedrijfsgebouwen; - maximaal 10 jaar voor veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen en overige materiele vaste activa; - maximaal 3 jaar voor automatiseringsapparatuur (onder andere laptops, licenties, software) en kleine gebruiksgoederen Voorts is bepaald, dat op gronden en terreinen niet wordt afgeschreven en dat activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 niet worden geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerd resultaat. Voor zover het Algemeen Jaarstukken 2020 v0.6

25

bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten en de effecten van de besluiten van het Algemeen bestuur volgt een gerealiseerd resultaat. Dit resultaat wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorziening reorganisatie SW De voorziening reorganisatie is bedoeld ter dekking van de kosten verband houdend met het sociaal Plan van de GR SWZ. Deze kosten hebben betrekking op boven formatieve plaatsing, outplacement, afvloeiing en plaatsing op functies met een lagere functiewaardering. De voorziening reorganisatie is gewaardeerd tegen nominale waarde. In 2019 is de voorziening reorganisatie in zijn geheel vrijgevallen en in 2020 zijn de risico’s overgedragen aan BIGA Groep BV. Voorziening reorganisatie van bolwerk naar Netwerk De voorziening reorganisatie ‘van bolwerk naar netwerk’ is bedoeld ter dekking van de kosten verband houdend met het sociaal Plan van de GR RDWI.

Deze kosten hebben betrekking op de volgende zaken/posten: van werk naar werkkosten, ontwikkelassessments Teamleiders, loonkosten en verplichtingen UWV van boventallige medewerkers, scholingskosten en vakspecifieke trainingen voor medewerkers van de RDWI. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Per programmaonderdeel zijn de baten en lasten opgenomen in de jaarrekening.

Jaarstukken 2020 v0.6

26

6. Toelichting op de balans Toelichting Activa Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa bestaan uit investeringen met een economisch nut. De investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde 3112-2019

Boekwaarde 3112-2020

Gronden en terreinen

2.185.163

2.185.163

Bedrijfsgebouwen

1.824.356

1.623.819

58.403

49.258

Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal materiële vaste activa

549.002

262.059

4.616.924

4.120.299

Het hierna opgenomen overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met een economisch nut weer: Boekwaarde 1-1-2020

Investering 2020

Afschrijving 2020

Boekwaarde 31-12-2020

Gronden en terreinen

2.185.163

0

0

2.185.163

Bedrijfsgebouwen

1.824.356

8.330

208.867

1.623.819

Machines, apparaten en installaties

58.403

0

9.145

49.258

Overige materiële vaste activa

549.002

31.897

318.840

262.059

4.616.924

40.227

536.852

4.120.299

Totaal materiële vaste activa

Toelichting De investering op bedrijfsgebouwen heeft betrekking op Het Rond. Vlottende Activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen

2019

2020

Gemeente Bunnik

19.172

0

Gemeente De Bilt

29.728

0

Gemeente Zeist

107.339

0

Totaal vorderingen op openbare lichamen

156.239

0

Toelichting In afwijking met voorgaande jaren heeft in november jongstleden een voorlopige afrekening plaats gevonden met gemeenten. Na afloop van het boekjaar is gebleken dat de definitieve afrekening met gemeenten lager werd. Daardoor is het saldo van de vorderingen op openbare lichamen (de KRH gemeenten) eind 2020 negatief. Het saldo is opgenomen onder de kortlopende schulden.

Jaarstukken 2020 v0.6

27

Overige vorderingen

2019

2020

Overige vorderingen

85.731

88.314

Totaal

85.731

88.314

Toelichting overige vorderingen De overige vorderingen betreft vordering op BIGA groep BV (huur 4e kwartaal 2020). Uitzettingen in ’s Rijks schatkist

31-12-2019

31-12-2020

Uitzettingen in Rijks schatkist

4.207.784

11.268.024

Totaal

4.207.784

11.268.024

Toelichting Schatkist Het wetsvoorstel verplicht schatkistbankieren is op 13 december 2013 in het Staatsblad gepubliceerd. De wet is op 15 december 2013 van kracht geworden. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Het maximale bedrag (drempel) dat dagelijks aan liquide middelen mag worden aangehouden is 0,75% van het begrotingstotaal van de primitieve begroting van € 88.951.021.

Omschrijving

1e Q 2020

2e Q 2020

3e Q 2020

4e Q 2020

(bedragen x € 1.000) Op dag-basis buiten ’s Rijks schatkist gehouden middelen

380

467

513

457

Drempelbedrag

667

667

667

667

Ruimte onder drempelbedrag

287

200

154

210

0

0

0

0

Overschrijding van het drempelbedrag

Liquide middelen

31-12-2019

31-12-2020

417

139

Banksaldi

430.656

521.532

Totaal

431.072

521.671

Kassaldi

Toelichting liquide middelen De stand van de liquide middelen op 31-12-2020 is vergelijkbaar met vorig jaar. Het saldo is lager dan het toegestane drempelbedrag van € 667.000 dat gehanteerd mag worden volgens het schatkistbankieren. Dagelijks wordt het saldo van de BNG rekening afgeroomd naar de schatkistrekening. Overlopende activa Overlopende vlottende activa

31-12-2019

31-12-2020

Nog te ontvangen / vooruitbetaalde bedragen

286.303

271.174

Totaal

286.303

271.174

Jaarstukken 2020 v0.6

28

Specificatie van vooruitbetaalde bedragen: Omschrijving

31-12-2020

Vooruitbetaalde bedragen

267.524

Overloopposten WWB-uitkeringen

2.957

Btw fiscaal

693

Totaal

271.174

Toelichting Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Resultaat boekjaar

31-12-2019

31-12-2020

Gerealiseerde resultaat

225.888

1.737.513

Totaal

225.888

1.737.513

2019

2020

Beginstand 1/1

124.980

161.414

Resultaat 2018

36.434

Resultaat 2019

0

148.336

161.414

309.750

Algemene Reserve

Eindstand 31/12

Toelichting resultaat boekjaar en algemene reserve Het gerealiseerde resultaat 2019 is € 225.888. Hiervan is € 148.336 in 2020 toegevoegd aan de algemene reserve. De rest van het resultaat 2019 ad € 77.552 is teruggestort naar gemeenten. Het resultaat boekjaar na mutaties reserves 2020 is € 1.737.513. Hiervoor wordt een voorstel resultaatbestemming gedaan. Bestemmingsreserve huur

2019

2020

Beginstand 1/1

68.397

34.199

Toevoeging

0

Onttrekking

-34.198

-34.199

Eindstand 31/12

34.199

0

Toelichting bestemmingsreserve huur In 2016 is een bestemmingsreserve huur ‘Het Rond 6’ gevormd. Doel van deze bestemmingsreserve is om over de periode 2016-2020 een evenredig deel ten gunste van de exploitatie te onttrekken. In 2020 is een bedrag van € 34.199 onttrokken. Daarmee is de reserve uitgeput. Voor de rest van de looptijd van het huurcontract tot 31-12-2023 moet de volledige huur binnen de apparaatskostenbegroting worden gedekt. Egalisatiereserve Groot Onderhoud

2019

2020

Beginstand 1/1

45.287

45.287

Toevoeging

110.000

110.000

Onttrekking

-110.000

-55.000

45.287

100.287

Eindstand 31/12

Jaarstukken 2020 v0.6

29

Toelichting egalisatiereserve groot onderhoud De bestemmingsreserve heeft een egaliserend karakter. Jaarlijks wordt een bedrag opgenomen in de Begroting, dat toegevoegd wordt aan de reserve. Vanaf 2019 is de dotatie jaarlijks € 110.000. In 2020 bedraagt de onttrekking € 55.000. Er is sprake van een verschuiving van werkzaamheden tussen 2020 en 2021. Eind 2020 resteert een saldo van € 100.287. Op basis van het in 2019 geactualiseerde onderhoudsplan is dat bedrag voldoende om eventuele (meer)uitgaven over de periode 2020-2028 te financieren. Bestemmingsreserve frictie

2019

2020

Beginstand 1/1

113.932

163.932

Toevoeging

50.000

0

0

-110.000

163.932

53.932

Onttrekking Eindstand 31/12

Toelichting bestemmingsreserve frictie De bestemmingsreserve frictie is in 2018 ontstaan. Bij de Najaarsnota 2019 is besloten tot een dotatie van € 50.000 aan frictiereserve ter borging van het verbeterplan. Voor het jaar 2020 is € 110.000 onttrokken. Dit bedrag is aangewend het doel waarvoor deze is gevormd. De kosten betreffen WW-lasten voor enkele medewerkers die uit dienst gegaan zijn, in verband met het verbeterplan. Voor de verplichtingen die hier uit voortvloeien in 2021 (en verder) resteert € 53.932. Bestemmingsreserve ICT Beginstand 1/1

2019

2020

0

30.000

Toevoeging

30.000

0

Onttrekking

0

-30.000

30.000

0

Eindstand 31/12

Toelichting bestemmingsreserve ICT In 2020 is de reserve volledig aangewend ter dekking van de kosten de voorbereiding van een E-hrm systeem in 2020. De werkelijke kosten zijn ca € 80.000. De resterende kosten zijn binnen de reguliere begroting gedekt. Bestemmingsreserve Verbeterplan

2019

2020

0

407.000

Toevoeging

407.000

0

Onttrekking

0

-225.000

407.000

182.000

Beginstand 1/1

Eindstand 31/12

Toelichting bestemmingsreserve Verbeterplan Deze reserve is in 2019 gevormd om verplichtingen die voortvloeien uit re-integratie projecten die medio 2019 gestart die doorlopen in 2020 te dekken. De onttrekking in 2020 heeft betrekking op kosten voor onder andere het project ‘Goed geregeld?!’. Dit project loopt nog door in 2021 net als enkele ICT projecten. Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls Beginstand 1/1

2019

2020

0

100.000

Toevoeging

100.000

0

Onttrekking

0

-13.000

100.000

87.000

Eindstand 31/12 Jaarstukken 2020 v0.6

30

Toelichting bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls In 2019 is de reserve kwaliteitsimpuls gevormd. Dit heeft te maken met een doorloop vanuit het verbeterplan ‘de RSD maakt stappen’. Het gaat om kosten met een incidenteel karakter die in 2020 en een deel van 2021 gemaakt worden. Het programma 2020 heeft vertraging opgelopen. Door de coronamaatregelen kon een groot deel niet uitgevoerd worden. Voor het deel dat uitgevoerd is, is een subsidie verworven van SZW van € 12.500. De onttrekking aan de reserve ad € 13.000 dient ter dekking van de rest van de kosten. Het voornemen is om het programma in 2021 alsnog uit te voeren. Bestemmingsreserve afwikkeling TOZO (1&2)

2019

2020

Beginstand 1/1

0

0

Toevoeging

0

500.000

Onttrekking

0

0

Eindstand 31/12

0

500.000

Toelichting bestemmingsreserve afwikkeling Tozo (1&2) Bij de Najaarsnota 2020 is een bestemmingsreserve afwikkeling Tozo (1&2) gevormd. Doel is om deze middelen na 2020 beschikbaar te houden voor werkzaamheden die samenhangen met de verantwoording en afwikkeling van vorderingen in verband met verstrekt bedrijfskapitaal en/of terugvordering van verstrekte uitkeringen die te hoog zijn gebleken en kosten bezwaar en beroep. Samenvatting Eigen Vermogen Totaal ultimo jaar

31-12-2019

31-12-2020

1.167.720

2.970.483

2019

2020

Beginstand algemene reserve + bestemmingsreserves

389.030

1.167.720

Toevoegingen

697.000

610.000

Onttrekkingen

-144.198

-544.751

Gerealiseerd resultaat

225.888

1.737.513

1.167.720

2.970.483

Totaal eigen vermogen

Recapitulatie eigen vermogen

Totaal eigen vermogen

Vreemd vermogen Voorzieningen saldo 1Toevoeging Onttrekkingen 1-2020

Omschrijving Reorganisatie SW

saldo 3112-2020

0

0

0

0

Reorganisatie Bolwerk > Netwerk

51.527

315.833

-67.360

300.000

Totaal

51.527

315.833

-67.360

300.000

Toelichting voorzieningen Reorganisatie SW De voorziening reorganisatie GR SWZ is ingesteld als gevolg van de overname van de SWZ door BIGA Groep BV in 2009. Het Algemeen bestuur van de GR RDWI heeft eind 2019 besloten de waarde van de voorziening en de bijbehorende trekkingsrechten over te dragen aan BIGA Groep BV. De voorziening SW is toen vrijgevallen. De afwikkeling van de overdracht heeft in 2020 plaats gevonden. Om tegemoet te komen aan bezwaren van de BIGA Groep BV ten aanzien van vastgestelde hoogte van de voorziening hebben Jaarstukken 2020 v0.6

31

gemeenten in 2020 eenmalig een bedrag van € 58.000 bijgedragen. Deze bijdrage is verwerkt in de exploitatie en is afgedragen aan BIGA Groep BV. Voorziening reorganisatie van bolwerk naar netwerk Sinds 1 januari 2019 resteren nog de WW-lasten van één oud-medewerker ten laste van de voorziening transitie ‘van bolwerk naar netwerk’. De onttrekkingen hebben betrekking op de lasten voor deze oud-medewerker. De verplichting loopt door tot medio 2026. Naar aanleiding van informatie die medio april 2021 beschikbaar is gekomen, is gebleken dat de verplichting van RSD hoger is dan was voorzien. Daarom heeft ter dekking van deze lasten in 2020 een extra dotatie plaats gevonden van € 315.883. Het saldo op 31 december 2020 is voldoende ter dekking van de maximale toekomstige verplichtingen. Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar Omschrijving

31-12-2019

31-12-2020

Vaste schulden met een looptijd > 1 jr

2.133.568

1.630.473

Totaal

2.133.568

1.630.473

Specificatie schulden met een looptijd langer dan één jaar Bank Nederlandse Gemeenten

31-12- Aflossingen 31-12-2020 2019 2020

Leningnummer 40.101442

200.000

66.667

133.333

Leningnummer 40.101117

200.000

100.000

100.000

Leningnummer 40.0088666

1.253.568

96.428

1.157.140

Leningnummer 40.110511

480.000

240.000

240.000

2.133.568

503.095

1.630.473

Saldo per 31/12

Toelichting vaste schulden met een looptijd langer dan 1 jaar De rentelasten van de langlopende leningen in 2020 zijn € 56.610. De aflossing op deze leningen waren in 2020 € 503.095. In 2020 zijn geen nieuwe leningen afgesloten. Vlottende Passiva Omschrijving

31-12-2019

31-12-2020

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jr

2.189.174

5.115.497

Totaal

2.189.174

5.115.497

Specificatie netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Omschrijving

31-12-2019

31-12-2020

Crediteuren

446.230

991.246

Gemeente Bunnik

0

176.363

Gemeente De Bilt

0

566.514

Gemeente Utrechtse Heuvelrug

53.025

145.091

Gemeente Wijk bij Duurstede

83.012

287.446

0

1.448.296

Gemeente Zeist Afrekening compensabele BTW 2020 met gemeenten

0

145.443

Nog te betalen bedragen

948.401

610.803

Afdrachten loonheffing, pensioenen, sociale premies personeel RDWI

658.506

744.294

2.189.174

5.115.497

Totaal

Jaarstukken 2020 v0.6

32

Toelichting netto vlottende schulden met een looptijd korter dan 1 jaar Crediteuren Dit betreft het saldo op 31 december 2020 van geboekte maar nog niet betaalde facturen. Het saldo is hoger dan in 2019. Crediteuren gemeenten In verband met de afwikkeling van 2020 heeft RDWI een schuld aan de 5 gemeenten. Dit komt doordat in november 2020 al een voorafrekening over 2020 heeft plaatsgevonden. De werkelijke kosten zijn lager dan bij de Najaarsnota 2020 werd verwacht. Afrekening compensabele BTW gemeenten De financiële afwikkeling van de compensabele BTW 2020 is in januari 2021 gerealiseerd. Nog te betalen bedragen De overige schulden zijn lager dan in 2019. De hoogte van het saldo hangt samen met het saldo crediteuren. Tezamen zijn de posten over beide jaren ongeveer gelijk. Afdrachten loonheffing, pensioenen, sociale premies personeel RDWI Dit betreft de lasten voor december. Overlopende passiva Onder overlopende passiva worden verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Vrijval of (terug)betaling/ Saldo 31-12-2020 correctie

Vooruit ontvangen bedragen

saldo 1- Ontvangen 1-2020 bedragen

Klantkosten nieuwkomers

55.812

75.124

0

130.936

0

1.844.953

0

1.844.953

60.903

18.282

27.825

107.010

116.715 1.938.359

27.825

2.082.899

Voorschot Tozo 3 tbv uitvoering in 2021 Lokini’s div. gemeenten en overige vooruit ontvangen bedragen Totaal

Vooruit ontvangen bedragen Dit betreft posten waarvan de bedragen in 2020 of eerder zijn ontvangen terwijl de prestatie in 2021 of later zal plaatsvinden. Hieronder is een toelichting van de verschillende onderdelen van vooruit ontvangen bedragen opgenomen. Klantkosten nieuwkomers Zoals bestuurlijk is afgesproken is het saldo van het budget ad € 75.124 eind 2020 overgeboekt naar vooruit ontvangen bedragen. Het budget is onderschreden doordat door de coronamaatregelen minder trajecten konden worden uitgevoerd. Het bedrag op de balans ad € 130.936 wordt in 2021 aangewend voor begeleiding van de doelgroep. Voorschot Tozo 3 t.b.v. uitvoering in 2021 De regeling Tozo 3 loopt van 1 oktober 2020 tot 31 maart 2021. Het restant van het voorschot dat voor de uitvoering van Tozo 3 beschikbaar is gesteld, is overgeboekt naar vooruit ontvangen bedragen. De post ad € 1.844.953 wordt in 2021 gebruikt ter dekking van de lasten voor de maanden januari tot en met maart, inclusief de te ontvangen vergoeding voor de uitvoering van de regeling. Lokini’s diverse gemeenten en overige vooruit ontvangen bedragen De lokale re-integratieprojecten zijn in 2020 voor een beperkt deel uitgevoerd. Op verzoek van de gemeenten Wijk bij Duurstede (€ 9.200) en De Bilt (€ 9.082) wordt het restant budget in 2021 gebruikt als dekking voor (extra) projecten in 2021.

Verder is nog € 88.728 beschikbaar als gevolg van de uitvoering van project handhaving uit 2019. Jaarstukken 2020 v0.6

33

Overige Overlopende passiva Omschrijving

31-12-2019

31-12-2020

Nog te betalen bedragen

4.125.350

4.170.130

Totaal

4.125.350

4.170.130

31-12-2019

31-12-2020

3.800.993

4.137.358

Af te dragen btw 4e kwartaal

42.952

21.099

Afdracht loonheffing, pensioenen en sociale premies personeel SW

278.006

9.655

Overige

3.400

2.019

Totaal

4.125.351

4.170.130

Specificatie van de nog te betalen bedragen: Omschrijving Overloopposten uitkeringen WWB (netto uitkeringen, loonheffingen, sociale premies etc.)

Toelichting nog te betalen bedragen Het gaat hier om bedragen waarvan de betalingen hebben plaatsgevonden in januari 2021.

Jaarstukken 2020 v0.6

34

7. Toelichting op overzicht van baten en lasten 7.1. Volume BUIG Gerealiseerde baten en lasten onderdeel BUIG Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

44.595.000

43.259.218

42.332.611

926.607

681.000

325.873

174.360

151.513

439.000

385.704

267.123

118.581

45.715.000

43.970.795

42.774.095

1.196.700

1.112.000

1.000.001

740.784

259.217

BUIG gevestigden LO

200.000

0

0

0

BBZ

146.000

269.145

357.467

-88.322

Bijdragen gemeenten

44.257.000

42.701.649

41.675.844

1.025.805

Totaal baten

45.715.000

43.970.795

42.774.095

1.196.700

0

0

0

0

Lasten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ starters LO BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ gevestigden LO BBZ 2004 Totaal lasten

Baten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ

Verwacht saldo van baten en lasten

Toelichting Ten opzichte van de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota zijn de uitkeringslasten BUIG gebundelde uitkeringen, inclusief de uitkeringen levensonderhoud starters en gevestigden lager dan begroot, evenals de kredietverlening en onderzoeken levensvatbaarheid BBZ 2004. De baten uit terugvordering & verhaal zijn lager. De bijdragen van gemeenten zijn als gevolg hiervan gedaald met € 1.025.805. Het voordeel op de lasten BUIG, inclusief de uitkering levensonderhoud starters en gevestigden van € 1.078.000, is veroorzaakt door een lagere instroom en hogere uitstroom dan verwacht. Eind 2020 is sprake van 2.825 bijstandspartijen, terwijl bij de Najaarsnota gerekend is met 3.200 bijstandsgerechtigden per eind 2020. Het voordeel op de lasten BBZ 2004 van bijna € 119.000 komt door onderschrijdingen op de kredietverstrekking van € 92.000. Er zijn minder kredietaanvragen binnen gekomen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de coronamaatregelen van banken en het Rijk (onder andere door de toegang tot een beperkt bedrijfskrediet bij Tozo). Daarnaast is de post onderzoeken levensvatbaarheid onderschreden met € 27.000. Er zijn minder aanvragen BBZ binnen gekomen en de onderzoeken worden vaker door de RSD zelf gedaan. De inkomsten zijn lager dan begroot, mede omdat vanwege de coronamaatregelen de terugvordering en verhaal werkzaamheden (tijdelijk) op een laag pitje gezet zijn.

De terugbetalingen op kredieten zijn hoger door enkele grote terugbetalingen. Voor deze post geldt dat gemeenten 75% van de inkomsten moeten afrekenen met het Rijk, voor zover de kredietverstrekking heeft plaats gevonden voor 2020. Op de oorspronkelijke kredieten heeft het Rijk 75% bijgedragen. In de tabel hieronder is het effect van de ontschotting tussen gemeenten verwerkt. Door de vijf deelnemende gemeenten is besloten om de ontschottingssystematiek over het jaar 2020 aan te passen. Voor 2020 zijn de lopende afspraken aangevuld met de Jaarstukken 2020 v0.6

35

afspraak dat gemeenten met een nadelig BUIG resultaat kunnen worden gecompenseerd tot maximaal 0,=.

A. Resultaat gebundelde uitkering BUIG en starters en gevestigden

B aanvullende uitkering Rijk

C. Resultaat op gebundelde uitkering BUIG en BBZ starters en aanvullende uitkering

Bunnik

200.961

0

200.961

141.350

0

59.611

De Bilt

922.415

0

922.415

623.137

0

299.278

Utrechtse Heuvelrug

-614.441

0

-614.441

0

614.441

0

Wijk bij Duurstede

78.240

0

78.240

271.377

193.137

0

Zeist

1.742.756

0

1.742.756

1.294.067

0

448.689

Totaal

2.329.931

0

2.329.931

2.329.931

807.578

807.578

Gemeente

D. Resultaat na ontschotting

E. Nog te ontvangen D-C

F. Nog te betalen C-D

Toelichting financieel In de begroting 2020 werd rekening gehouden met een geprognosticeerd bruto overschot op de BUIG van € 345.000. De werkelijke realisatie 2020 geeft een overschot van € 2.329.931 (kolom A en C hierboven). Dat is een voordelig resultaat van € 1.984.931 ten opzichte van het resultaat in de primitieve begroting 2020. Naast de beperkte stijging van het aantal bijstandspartijen, is het positieve resultaat mede terug te voeren op de verhoging van het BUIG budget in september 2020. Geen van de gemeenten kan aanspraak maken op de aanvullende uitkering van het Rijk. Het tekort van Utrechtse Heuvelrug is minder dan de 7,5% die gemeenten in ieder geval zelf moeten dragen. In kolom D is het resultaat na ontschotting opgenomen. De ontschotting leidt tot de mutaties in de kolommen E en F. Deze financiële mutaties zijn in de rekening courant per gemeente (bijlage 1) verwerkt. Toelichting beleidsrealisatie Vanwege de uitbraak van het coronavirus was het jaar 2020 wat betreft de ontwikkeling van het volume geen ‘doorsnee’ jaar. Het jaar startte, nog vóór de crisis, met een lichte stijging van het bestand, na de forse daling in 2019. In april zagen we een sterkere stijging die doorzette tot juli. Het is aannemelijk dat dit veroorzaakt werd door de coronacrisis. Daarna was er sprake van een daling.

Omdat er diverse steunmaatregelen van het Rijk zijn, is de instroom in de Participatiewet als gevolg van de crisis nog beperkt gebleven. De ontwikkeling gedurende het jaar ziet er als volgt uit:

Jaarstukken 2020 v0.6

36

Wat betreft de samenstelling van het bestand is de meest duidelijke verschuiving de gemiddelde uitkeringsduur. Het aantal klanten met een kortdurende uitkering is gedurende het jaar gestegen, wat erop duidt dat snelle uitstroom uit de uitkering in deze tijd moeilijker te realiseren is dan voor de crisis:

7.2 Tijdelijke Ondersteuning Zelfstandig Ondernemers (Tozo 1,2 en 3) Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

TOZO

0

27.029.163

27.463.018

-433.855

Totaal lasten

0

27.029.163

27.463.018

-433.855

TOZO

0

0

744.085

-744.085

Vooruit ontvangen bijdragen

0

0

-1.844.953

1.844.953

Bijdragen gemeenten

0

27.029.163

28.563.886

-1.534.723

Totaal baten

0

27.029.163

27.463.018

-433.855

Verwacht saldo van baten en lasten

0

0

0

0

Lasten

Baten

Toelichting Tozo Bij de aanvang van de COVID-19 crisis in het voorjaar van 2020 heeft het Rijk onder meer de regeling Tijdelijke Ondersteuning Zelfstandig Ondernemers (Tozo) open gesteld. De RDWI heeft deze regeling uitgevoerd voor de vijf gemeenten. De regelingen Tozo 1 en 2 zijn inmiddels gesloten. Tozo 3 loopt van 1 oktober 2020 tot 31 maart 2021. In deze jaarrekening worden Tozo1 en 2 verantwoord en afgerekend. Voor Tozo 3 geldt dat de programmalasten voor de periode oktober tot en met december opgenomen zijn en bij de bijdragen gemeenten het volledige voorschot voor Tozo 3 wordt verantwoord. Het bedrag dat niet benut is, is overgeboekt als vooruit ontvangen bijdragen en wordt in 2021 aangewend voor Tozo 3. Naast de programmakosten wordt in Jaarstukken 2020 v0.6

37

2021 de vergoeding voor de uitvoering van de regeling Tozo 3 verrekend en verantwoord. Lasten Het begrote bedrag ad € 27.029.163 heeft betrekking op de voorschotten 1 tot en met 3 die gemeenten hebben ontvangen. De lasten Tozo 1 en 2 bestaan uit de posten: - Uitkeringen levensonderhoud - Bedrijfskrediet - Vergoeding uitvoering regeling Totaal lasten Tozo 1 en 2

€ 20.143.941 - 2.049.556 - 2.382.600 - 24.576.097

Lasten Tozo 3, periode oktober t/m december 2020: - Uitkeringen levensonderhoud - Bedrijfskrediet Totaal lasten Tozo 3 oktober t/m december 2020

€ -

Lasten Tozo 1, 2 en 3 verantwoord

€ 27.463.017

Baten - Terugvordering Tozo 1 en 2 - Terugvordering Tozo 3 okt t/m dec Totaal terugvordering Tozo - Bijdragen gemeenten o Tozo 1 en 2 o Voorschot dat gemeenten hebben ontvangen voor Tozo 3 Subtotaal bijdragen gemeenten Tozo -

2.706.070 180.850 2.886.920

€ €

742.314 1.771 744.085

- 23.833.783 4.730.103 - 28.563.886

Overboeking vooruit ontvangen bijdragen -/- 1.844.953 Het voorschot dat gemeenten hebben ontvangen voor Tozo 3 van circa € 4,7 miljoen is bedoeld voor de looptijd van de regeling van 31 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021. De lasten over de periode tot en met december 2020 waren circa € 2,9 miljoen. Om het restant van het voorschot beschikbaar te houden voor 2021, is het resterende deel ad € 1,8 miljoen naar de balans overgeboekt als vooruit ontvangen subsidie. In 2021 wordt dit bedrag aangewend ter dekking van kosten Tozo 3, inclusief vergoeding uitvoering regeling Tozo 3. Totaal baten 2020

€ 27.463.018

7.3. Bijzondere bijstand, IIT, CAZ en minimabeleid Gerealiseerde baten en lasten onderdeel Bijzondere bijstand, IIT, CAZ en minimabeleid Lasten Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid

Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

5.911.000

5.850.295

5.870.376

-20.081

125.000

238.519

270.720

-32.201

Baten Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid Jaarstukken 2020 v0.6

38

Bijdragen gemeenten

5.786.000

5.611.776

5.599.656

12.120

Totaal baten

5.911.000

5.850.295

5.870.376

-20.081

0

0

0

0

Verwacht saldo van baten en lasten

Toelichting op financiële resultaat bijzondere bijstand, IIT, CAZ en minimabeleid Ten opzichte van de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota 2020 zijn de lasten bijzondere bijstand, IIT en CAZ € 20.000 hoger. De baten uit terugvordering zijn circa € 32.000 hoger. Per saldo zijn de bijdragen van gemeenten € 12.000 lager. Inzoomend op verschillende regelingen is het beeld gemengder. Voor de lasten gelden de volgende afwijkingen: - Bijzondere bijstand, onderschrijding € 120.000 Oorzaken: over het geheel waren er minder aanvragen. Uitzondering vormt de stijging van de kosten bewindvoering. De RDWI heeft geen invloed op deze kosten, omdat bewindvoering opgelegd wordt door de rechtbank. - Collectieve ziektekosten verzekering, overschrijding -/- € 144.000 De deelname aan de collectieve ziektekostenverzekering is ongeveer gelijk gebleven aan vorig jaar. Onderdeel van de regeling is dat gemeenten een deel van de kosten dragen voor de declaraties op de aanvullende verzekering. De afrekening van deze declaraties over de periode medio 2019 tot medio 2020 was bij alle gemeenten hoger dan het betaalde voorschot. Hierdoor is het nadeel op de regeling ontstaan. - Individuele inkomenstoeslagen, overschrijding -/- € 27.000 Het aantal alleenstaanden dat een toeslag ontvangt is licht gestegen.

- Minimabeleid UHR en Zeist, onderschrijding € 31.000 Het aantal aanvragen is licht gedaald ten opzichte van vorig jaar. Totaal afwijking lasten van de vier regelingen -/-€ 20.000 De baten zijn hoger dan vorig jaar. Dit komt onder meer door een incidentele baat voorgaande jaren ad. € 100.000 als gevolg van de uitvoering van minnelijke regelingen door schulddienstverlening. Ten opzichte van de Najaarsnota zijn de baten nog € 32.000 hoger.

7.4. Re-integratie Gerealiseerde baten en lasten Re-integratie, Participatie en Werkgeversdienstverlening Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

4.032.449

3.159.918

3.007.701

152.217

0

0

45.265

-45.265

Bijdragen gemeenten

4.032.449

3.159.918

2.962.436

197.482

Totaal baten

4.032.449

3.159.918

3.007.701

152.217

Toevoeging reserve

0

0

0

0

Verwacht saldo van baten en lasten

0

0

0

0

Lasten Re-integratie, Participatie en Werkgeversdienstverlening

Baten Overige baten

Jaarstukken 2020 v0.6

39

Toelichting financieel Bij de Najaarsnota 2020 is gerapporteerd dat minder re-integratie activiteiten zijn uitgevoerd als gevolg van de coronacrisis. Hoewel de activiteiten in de zomer opnieuw opgestart zijn, is er toch een onderschrijding op het budget van € 152.000. De onderschrijding hangt samen met de strengere maatregelen in het laatste kwartaal, waardoor geplande activiteiten geen doorgang konden vinden. Van het re-integratiebudget is € 1.748.000 toegerekend aan de apparaatskosten ter dekking van de functies die gericht zijn op begeleiding naar werk en het activeren van cliënten. Het gaat hier om een structurele afspraak. De lasten hebben ook betrekking op de lokini’s, de projecten die gemeenten kunnen inzetten. Gemeenten De Bilt en Wijk bij Duurstede hebben verzocht om de onderbesteding die resteert op deze budgetten door te schuiven naar 2021. Dit is in de lasten verwerkt. Tot slot is onder de overige baten een bedrag van € 45.000 opgenomen voor het project De Verleiding van Utrechtse Heuvelrug. Het restantbedrag ad € 265 heeft betrekking op een kleine terugvordering. Per saldo zijn de bijdragen van gemeenten € 197.482 onderschreden. Toelichting beleidsrealisatie Werkroute RSD heeft in samenwerking met Biga Groep het team Werkroute ingericht, dat klanten met een indicatie banenafspraak of advies beschut werk begeleidt naar passend werk.

We werken daarin nauw samen met onder andere de Pro/VSO-scholen. Eind 2020 hebben we in totaal 633 kandidaten in beeld, waarvan 572 met een indicatie banenafspraak. De nieuwe instroom was 103 in 2020; dat is iets meer dan voorgaande jaren. Van degenen met een arbeidsbeperking zijn 292 klanten aan het werk: 263 via de banenafspraak en 29 via beschut werk. Dat is een stijging ten opzichte van vorig jaar, maar relatief gezien is het aantal plaatsingen gedaald. In het begin van het jaar lag het plaatsingspercentage nog boven 50%, maar in het tweede deel van het jaar is dat lager geworden. Het blijkt mede door de crisis lastiger om klanten aan het werk te houden of (opnieuw) te plaatsen. De klanten die nog niet aan het werk zijn, zijn ofwel in een traject op weg naar werk of zij zijn nog niet in staat om aan het werk te gaan. De begeleidingskosten van zowel beschut werk en de banenafspraak komen ten laste van het re-integratiebudget. Activering Met de gemeenten zijn afspraken gemaakt over de begeleiding van klanten die niet in staat zijn om naar betaald werk uit te stromen. In 2019 is dit projectmatig opgepakt; inmiddels is dit reguliere werkwijze geworden. Eind 2020 zijn er 1.216 klanten gesproken. Doel is om hen in beeld te houden, om zodoende de juiste ondersteuning in te kunnen zetten en waar nodig door te verwijzen naar lokale teams.

Een paar kenmerken, stand van zaken eind december 2020: - 46% is 55 jaar of ouder (ten opzichte van 23% van het hele bestand) - 70% heeft vijf jaar of langer een uitkering (ten opzichte van 39% van het hele bestand). Van deze groep heeft meer dan 20% een uitkeringsduur van 15 jaar of langer. Met de meeste van deze klanten is een plan van aanpak gemaakt. De overige klanten hebben naar onze analyse het hoogst haalbare participatieniveau bereikt. Een deel van de klanten wordt actief verwezen naar lokale teams, vrijwilligerswerk, et cetera. We monitoren actief de voortgang daarvan. Een zorgpunt is het effect van de coronacrisis. Een groot deel van de klanten had vóór de crisis een activiteit waardoor ze op één of andere manier in contact kwamen met anderen. Door de coronamaatregelen is dat lastig en soms onmogelijk geworden.

Jaarstukken 2020 v0.6

40

7.5. Nieuwe inwoners Gerealiseerde baten en lasten Nieuwkomers Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

125.000

125.000

49.876

75.124

125.000

125.000

49.876

75.124

-

0

-75.124

75.124

Bijdragen gemeenten

125.000

125.000

125.000

0

Totaal baten

125.000

125.000

49.876

75.124

Toevoeging reserve

0

0

0

0

Verwacht saldo van baten en lasten

0

0

0

0

Lasten

Nieuwkomers

Baten Vooruit ontvangen bijdragen

Toelichting financieel De lasten Nieuwkomers tonen een onderschrijding van € 75.124. De onderschrijding hangt samen met de coronamaatregelen. Toelichting beleidsrealisatie In het specialistische team nieuwe inwoners worden klanten begeleid die vanaf 1 januari 2013 in Nederland zijn en een asielstatus hebben. Het gaat hierbij ook om mensen die (nog) geen uitkering hebben van de RSD. Het team werkt voor alle klanten aan een individueel plan van aanpak waarin arbeidstoeleiding en inburgering gecombineerd worden. We maken gebruik van het gemeentelijk aanbod van ketenpartners (onder andere vrijwilligerscentrales, kringloop, taalmaatjes en fietsles). Mogelijkheden voor plaatsing op parttime werk en uitstroom worden uiteraard direct benut, al zijn die onder druk komen te staan door de coronacrisis. Uiteraard geldt dit voor het hele bestand van de RSD, maar bij deze specifieke doelgroep zien we ook dat de taalbarrière op dit moment een extra belemmering is. Daardoor hebben minder nieuwkomers dan voorheen een activiteit naast de inburgering. De doelstellingen voor plaatsingen zijn wel behaald in 2020. Er is een pilot opgezet met een jobhunter en een jobcoach; de eerste resultaten zien er goed uit. De inzet voor nieuwe inwoners via het specialistische team wordt doorgezet tot aan de invoering van nieuwe Wet inburgering; dan zal de dienstverlening aangepast worden aan de nieuwe situatie.

De voorbereidingen zijn in 2020 volop doorgegaan; aanvankelijk was de implementatie van de nieuwe wet gepland op 1 juli 2021. Inmiddels is dit 1 januari 2022 geworden.

7.6. Wet sociale werkvoorziening Gerealiseerde baten en lasten Wet sociale Werkvoorziening Lasten

Wet Sociale Werkvoorziening

Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

8.272.000

9.702.399

10.022.016

-319.617

0

0

0

0

Baten Wet Sociale Werkvoorziening Jaarstukken 2020 v0.6

41

Bijdragen gemeenten

8.272.000

9.702.399

10.022.016

-319.617

Totaal baten

8.272.000

9.702.399

10.022.016

-319.617

0

0

0

0

Verwacht saldo van baten en lasten

Toelichting financieel De budgetten Wsw worden via de RDWI beschikbaar gesteld aan BIGA Groep BV. Het saldo van baten en lasten Wsw is voor de GR RDWI budgettair neutraal. Het financiële risico voor de uitvoering Wsw ligt bij BIGA Groep BV. Ten opzichte van de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota is de overschrijding ca € 320.000. De overschrijding heeft betrekking op de extra middelen die het kabinet in de 2e helft van 2020 beschikbaar heeft gesteld voor de SW-bedrijven ter dekking van de inkomstenderving door de coronamaatregelen. Het ging om ca € 254.000. Daarnaast heeft het Rijk in 2020 de vrijgevallen bonusmiddelen beschut werk over 2015-2019 uitgekeerd aan gemeenten. Voor de RDWI gemeenten betrof dit ongeveer € 81.000. Hierop is € 15.000 in mindering gebracht van bonussen beschut werk die in eerdere jaren al afgerekend bleken te zijn. Toelichting beleidsrealisatie De Wet sociale werkvoorziening wordt namens de GR RDWI uitgevoerd door Biga Groep BV. Het aantal Wsw-ers neemt af omdat er geen nieuwe instroom meer mogelijk is sinds 2015. Het gemiddeld aantal SE’s was in 2020 gedaald naar 329,38. Het aantal werkzame personen met een Wsw-indicatie was aan het einde van het jaar in totaal 363. Het aantal personen dat via Biga Groep werkt bij een externe werkgever, via detachering of begeleid werken, loopt terug.

Dit is te verklaren door het feit dat er geen nieuwe instroom van Wsw-ers is. Biga Groep heeft met de aandeelhouders afgesproken dat dit opgevangen wordt vanuit nieuwe instroom uit de Participatiewet. De rapportage in deze jaarrekening betreft alleen de zittende doelgroep Wsw.

7.7. Kinderopvang Totaal gerealiseerde baten en lasten kinderopvang Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

83.000

287.656

269.746

17.910

0

0

0

0

Bijdragen gemeenten

83.000

287.656

269.746

17.910

Totaal baten

83.000

287.656

269.746

17.910

0

0

0

0

Lasten

Kinderopvang

Baten Kinderopvang

Verwacht saldo van baten en lasten

Toelichting De lasten kinderopvang in 2020 zijn hoger dan de gewijzigde begroting bij de Najaarsnota. Deze hogere lasten laten zich verklaren door een groter aantal klanten met kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie (SMI), c.q. meer uren en hoger uurtarief. Eind 2020 zijn werkafspraken gemaakt met gemeenten De Bilt en Utrechtse Jaarstukken 2020 v0.6

42

Heuvelrug om de kosten voor kinderopvang beheersbaarder te maken. In hoeverre dat een gunstig effect heeft, is nu nog niet aan te geven. NB: SMI wordt door de RSD uitgevoerd voor de deelnemende gemeenten met uitzondering van Wijk bij Duurstede.

7.8. Apparaatskosten Gerealiseerde baten en lasten Apparaatskosten Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

Apparaatskosten programma Werk & Inkomen (RSD)

15.547.572

15.547.571

16.275.463

-727.892

Apparaatskosten SW

9.265.000

10.218.449

9.923.573

294.876

24.812.572

25.766.020

26.199.037

-433.017

Overige baten apparaatskosten

2.324.500

2.324.500

4.874.706

-2.550.206

Baten BIGA

9.265.000

10.218.449

9.923.573

294.876

Bijdragen gemeenten

13.223.071

13.223.071

13.203.520

19.551

Totaal baten

Lasten

Totaal lasten

Baten

24.812.571

25.766.020

28.001.799

-2.235.779

Verwacht saldo van baten en lasten voor reserves

0

0

1.802.762

-1.802.762

Toevoeging reserve

0

-510.000

-610.000

100.000

Ontrekking reserve

144.199

646.199

544.751

101.448

-1

0

1.737.513

-1.601.314

Verwacht resultaat

Toelichting Ten opzichte van de gewijzigde begroting zijn de lasten RSD circa € 728.000 hoger. Het gaat om een nadeel van € 1.825.000 door incidentele activiteiten en een voordeel op de reguliere bedrijfsvoering van € 1.097.000. Het voordeel op de overige baten is ongeveer € 2.550.000. De afwijkingen worden op hoofdlijnen toegelicht. Het jaar 2020 is in veel opzichten een afwijkend jaar geweest. Als gevolg van de coronacrisis zijn re-integratieactiviteiten afgeschaald en zijn prioriteiten verschoven naar onder andere de uitvoering van de Tozo-regeling. Verder is de onderbezetting mede gebleven, omdat vacatures niet direct na ontstaan zijn opengesteld. Daarom is bij onderstaande toelichting alleen aangegeven als er duidelijk sprake is van incidentele oorzaken voor de afwijkingen. De afwijkingen op de reguliere bedrijfsvoering hebben zowel structurele als incidentele componenten. Lasten Apparaatskosten RSD

-/- €

728.000 N

Afwijkingen door incidentele activiteiten

-/- -

1.825.000 N

-

Uitvoering Tozo 1 en 2 -/- 850.000 N De opzet en uitvoering van de Tozo 1 en 2 is voor een groot deel uitgevoerd met eigen mensen, de projectsturing was in handen van de directeur en een projectteam, dat mede bestond uit externen. Vanaf juni is bij de inzet geleidelijk meer gebruik gemaakt van inhuurkrachten, omdat de reguliere activiteiten weer werden opgestart. De regelingen zijn inmiddels afgerond. Er is de komende jaren wel inzet nodig voor

Jaarstukken 2020 v0.6

43

-

-

-

-

de debiteurenbewaking en invordering en verhaal, evenals financiële en juridische ondersteuning bij de verantwoording en bezwaar en beroepsprocedures. Ter dekking van deze kosten in de komende jaren, is bij de Najaarsnota een bestemmingsreserve gevormd, waaraan een bedrag van € 500.000 is gedoteerd. Tegenover deze lasten staan overige baten. Uitvoering Tozo 3 -/- 130.000 N Vanaf oktober is Tozo 3 opengesteld. Deze regeling wordt deels met eigen mensen uitgevoerd. De regeling loopt nog door tot eind maart 2021. Project nieuwe Wet inburgering (WI) -/- 32.000 N De nieuwe Wet inburgering zou in juli 2021 van start gaan. Voor de voorbereiding is een projectgroep samengesteld. Deze bestond uit de teamleider team nieuwe inwoners en enkele andere medewerkers. Deze inzet is ten laste van de reguliere begroting gekomen. In deze post zijn alleen de kosten opgenomen voor de inhuur van een projectmedewerker die in de tweede helft van het jaar is ingezet. Dotatie voorziening van bolwerk naar netwerk -/- 315.000 N Medio april 2021 is gebleken dat de WW/wachtgeld rechten die aan deze voorziening toe te rekenen zijn doorlopen tot medio 2026 en hoger zijn dan eerder voorzien. In verband hiermee is een extra dotatie gedaan aan de voorziening. Na deze dotatie is de voorziening toereikend voor deze periode.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10161929/1