RIB21.100 Jaarstukken 2020 en ontw. begroting 2022 RDWI
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Aan de gemeenteraad
Ontv. Griffie 19-05-2021/RIB21.100
Datum
19 mei 2021
Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
406730
Uw kenmerk
11 Jaarstukken 2020 en ontwerp-begroting 2022 van de RDWI
Behandeld door
Arno Klarenbeek
Portefeuillehouder
Marcel Fluitman
Geachte leden van de raad, Op 6 april 2021 ontvingen wij van de RDWI de jaarstukken over het jaar 2020 en de ontwerp-begroting voor het jaar 2022 inclusief de meerjarenraming voor de jaren 2023 tot en met 2025. Vervolgens hebben wij op 29 april een gewijzigde jaarrekening 2020 ontvangen inclusief het bericht dat de verwachte goedkeurende accountantsverklaring rond 21 mei verschijnt. Wij hebben de ontvangen stukken met uw raadsrapporteurs Jos van Lozenoord en Jeroen van den Heuvel gedeeld. Tevens zijn de stukken aan uw griffie ter beschikking gesteld voor verspreiding naar uw raad. U vindt de stukken op de postlijst van de raad van 18 mei onder nr. PR21.115. In onze vergadering van 18 mei hebben wij onze reactie aan de RDWI vastgesteld. In deze brief met bijlagen vindt u onze reactie naar aanleiding van onze beoordeling. Deze brief met bijlagen wordt op de lijst van ingekomen stukken van uw raadsvergadering van 8 juni aanstaande geplaatst. Zoals opgenomen in uw activiteitenkalender vindt op dinsdag 25 mei vanaf 20.30 uur een kennismaking met de nieuwe directeur van de RDWI, mw. Bernice Ruiter, plaats. De P&C stukken en onze reactie kan in die kennismaking ook besproken worden. Daarnaast hebben uw raadsrapporteurs voor die bijeenkomst de volgende
gesprekonderwerpen via ons doorgeven: Wat is de stand van zaken met de uitvoering van extra taken: TOZO, TONK etc. Bij de laatste met name kan iedereen het loket goed vinden en wat is de afhandelingssnelheid? In het verleden hebben wij vragen gesteld over de ICT, dat liep nog niet optimaal. Wat is de stand van zaken nu: samenwerking RID processen met SISA etc? Is er al een oplossing voor de re-integratie diensten van de BIGA, kan er al weer gewoon gewerkt worden met preferred suppliership? Hoe zijn de ervaringen met de nieuwe aanpak van de schulddienstverlening? Hoe zit het met de wachttijden bij de SDV? Jaarrekening 2020: In het licht van het budgetrecht van uw raad attenderen wij u erop, dat de effecten van de najaarsnota RDWI (zie RIB20.202) en van de RDWI jaarrekening 2020 door ons worden verwerkt in onze eigen jaarrekening 2020, programma 6. Onze eigen rekening ontvangt u nog van ons voor behandeling en vaststelling in uw raadsvergadering van juli.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
In ons bijgevoegde collegevoorstel/-besluit hebben wij onder het kopje Financiën deze relevante financiële gegevens opgenomen. Bij de vaststelling van onze eigen jaarrekening 2020 neemt u hierover uw besluit, inclusief het effect op het rekeningsaldo voor onze gemeente. Algemeen kan worden opgemerkt dat we zeer tevreden zijn over de prestaties, inzet en wendbaarheid van de RDWI organisatie in het moeilijke coronajaar 2021. Wel vragen wij in onze reactie mede op aandringen van uw raadsrapporteurs om snelle(re) actie met betrekking tot het (nieuwe) contract en de toedeling van reintegratie werkzaamheden aan de BIGA. Daarnaast is op het laatste moment gebleken dat de voorziening “Van Bolwerk naar Netwerk” volstrekt onvoldoende was, waardoor nog een gewijzigde versie van de jaarrekening 2020 en een gewijzigd voorstel resultaat bestemming aan de deelnemers is toegestuurd en er ook nog geen accountantsverklaring ligt. Feitelijk de enige punten waar we zorgen over hebben en kritisch over zijn. Ondanks de coronacrisis is het boekjaar 2021 zowel wat betreft het onderdeel BUIG als wat betreft de apparaatskosten met een hoog positief saldo afgesloten en ontvangen de deelnemers geld terug van de RDWI.
Over de omvang van de positieve saldi, de voorgestelde bestemming van het resultaat en onze overige bevindingen en inhoudelijke reactie op de jaarrekening verwijzen wij u verder graag naar de bijgevoegde bijlagen. Ontwerp-begroting 2022: Ook voor 2022 geldt dat de ontwerp-begroting als gevolg van de nog voortdurende coronacrisis onder een zeer onzeker gesternte tot stand is gekomen. Ten opzichte van de vastgestelde Kadernota 2022 zijn door het dagelijks bestuur van de RDWI al wel wat wijzigingen in de ontwerp-begroting verwerkt. Per saldo is al met een kostenstijging van bijna €1,4 mln rekening gehouden (RDWI-breed). Naast de coronacrisis (toename klanten bestand en schulddienstverlening) vormt ook de nieuwe Wet inburgering voor 2022 en daarop volgende jaren nog een onzekere (financiële) factor voor de exploitatie, voor de apparaatskosten en voor het meerjarig perspectief. In onze reactie gaan wij hierop in. Voor onze verdere bevindingen en inhoudelijke reactie op de ontwerp-begroting verwijzen wij u hier graag naar de bijgevoegde bijlagen. Wij hebben onze reactie toegestuurd aan de RDWI. Zoals hiervoor gesteld kan het geplande kennismakingsgesprek met de nieuwe directeur ook worden benut voor nadere bespreking van onze bevindingen over de P&C stukken dan wel andere onderwerpen die u voor de taakuitoefening van de RDWI voor onze inwoners van belang acht.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twitter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Dagelijks Bestuur van de RDWI t.a.v. dhr. S. Jansen Postbus 13 3700 AA ZEIST
Datum
20 mei 2021
Ons kenmerk
0406730
Uw kenmerk Bijlage(n) Onderwerp
Behandeld door
S&B/B&A
Zienswijze n.a.v. P&C stukken april 2021
Geachte heer Jansen, Op 6 april 2021 ontvingen wij van u de jaarstukken over het jaar 2020 en de ontwerp-begroting voor het jaar 2022 inclusief de meerjarenraming voor de jaren 2023 tot en met 2025. Op 29 april hebben wij vervolgens een gewijzigde jaarrekening 2020 van u ontvangen. In deze brief geven wij u onze reactie naar aanleiding van de beoordeling van deze stukken. Jaarrekening 2020: Het uitvoeringsjaar 2020 is zeker voor uw organisatie een bewogen en bijzonder jaar geweest in verband met de uitvoering van de verschillende maatregelen als gevolg van de coronacrisis. Uw organisatie heeft gedurende dit uitvoeringsjaar aangetoond dat het in de basis staat en in tijden van crisis pro actief, flexibel en wendbaar is. De inwoners en deelnemers plukken hier nu de vruchten van. Er is een positief financieel resultaat van €1,7 mln op de apparaatskosten en op BUIG een overschot van €2,3 mln. Ondanks de coronacrisis is de groei van het klantenbestand met 2,5% beperkt gebleven en ultimo 2020 uitgekomen op 2825 bijstandspartijen. Dat is 1,1% lager en dus beter dan de landelijke groei van 3,6%. Dit is weer gunstig voor de exploitatie en afrekening BUIG 2021, een mooi gegeven. Wij constateren dat de jaarrekening 2020 prettig in omvang is, goed leesbaar is en overall een goede informatieve waarde heeft.
Er zijn heldere toelichtingen en verklaringen en eventuele afwijkingen of verbeterpunten zijn zoveel mogelijk inzichtelijk gemaakt. Door de positieve ontwikkelingen en signalen in de achterliggende jaren zijn we verwend geraakt, waardoor de kwestie van de te lage voorziening “Van Bolwerk naar Netwerk” ons nu in negatieve zin extra verrast. Dit overigens zowel inhoudelijk als qua momentum. Hoe kan het dat de verplichtingenperiode voor een oud medewerker zo verkeerd is vastgesteld door APG en RDWI (ipv tot maart 2021 tot maart 2026, hetgeen nog al een groot verschil is) en dat dit gebrek vanaf het moment van het instellen van de voorziening in 2018 ook niet eerder via de interne controle mechanismen en/of door de accountant is geconstateerd. Daarnaast bevreemdt de oorspronkelijke verhoging van het bedrag met “slechts” €100K bij een jaarlijks recht van de oud medewerker van circa €65K.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
Aan alle zijden lijken de gewenste kwaliteit en de controle mechanismen hier niet op orde geweest. Dit roept de vraag op hoe we er op kunnen vertrouwen dat op dit punt in de toekomst een herhaling van zetten wordt voorkomen. Daarnaast valt terugkijkend naar de teksten in de P&C documenten ook op dat de informatie over de voorziening weinig concreet en specifiek is geweest en daarmee onvoldoende transparant en begrijpelijk. Een aandachtspunt bij het instellen van toekomstige voorzieningen, zorg voor een begrijpelijke en concrete uitleg van de bedoeling en doel van de voorziening. Graag ontvangen wij uw reactie hierop. Prestaties en doelstellingen: Bij de prestaties t.o.v. de doelstellingen zien wij mooie resultaten. Het bijzondere corona jaar in ogenschouw nemend kunnen we zeer tevreden zijn. Waar prestaties niet zijn behaald staat dit op het netvlies van uw organisatie, zijn er verklaringen voor en/of is hier met maatregelen op bijgestuurd. De sturing op de doelstellingen is binnen de structuur en cultuur van de organisatie geborgd, dat verheugt ons. Over één punt maken wij ons wel toenemend zorgen, te weten het uitblijven van structurele afspraken over re-integratie met BIGA Groep (doelstelling 4).
Ook omdat we constateren dat ondanks opdracht en uitspraak van uw Algemeen Bestuur vorig najaar al gedurende langere tijd geen re-integratie klanten meer naar BIGA worden doorgezet. Wij verzoeken u per direct weer klanten naar BIGA door te geleiden en te bewerkstelligen dat de nieuwe overeenkomst alsnog in dit tweede kwartaal, i.p.v. het eerste kwartaal zoals was afgesproken, gerealiseerd wordt. Op organisatorisch vlak zien wij verbetering van de situatie. In 2019 was er nog sprake van een (te) hoge mate van inhuur (20%). Dit is conform opdracht en inzet beter in balans gekomen. De totale inhuur bedroeg 14% in 2020 (inclusief projecten en uitvoering coronamaatregelen). Voor de reguliere werkzaamheden bedroeg de inhuur 4,8 %, wat alleszins acceptabel is. Het ziekteverzuim over 2020 bedroeg 8,32%. Dat is een stijging t.o.v. 2019 toen het verzuim 7,66% bedroeg. Het streven was een percentage van 7,2%. Het verzuimbeleid heeft structureel aandacht, dit is geborgd binnen uw organisatie. U geeft aan te verwachten dat het verzuimpercentage in 2021 daalt door re-integratie en/of uitstroom. Graag zien wij het verzuim in uw P&C documenten in relatie gebracht tot landelijke benchmark cijfers voor gelijksoortige uitvoeringsorganisaties zodat we dit in perspectief kunnen blijven beschouwen en een reële norm kunnen hanteren.
Financiële prestaties/resultaten: Het gerealiseerd resultaat 2020 op de apparaatskosten voor reservemutaties bedraagt € 2 mln. Na opplussen van de voorziening “Van Bolwerk naar Netwerk” en toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves resteert een gerealiseerd resultaat apparaatskosten van €1,7 mln. Een hoog positief incidenteel resultaat, mede veroorzaakt door de extra middelen van het Rijk voor de Tozo uitvoering. Er wordt in de gewijzigde jaarrekening 2020 voorgesteld aan het algemeen bestuur om het resultaat voor een bedrag van €109.750 toe te voegen aan de algemene reserve (weerstandsvermogen) en een bedrag van €1.627.763 terug te storten naar de deelnemers. Met de genoemde toevoeging groeit het weerstandsvermogen naar een bedrag van €419.500 met een weerstandsratio van 0,7 t.o.v. het benodigde bedrag van €619.500. Daarmee wordt de in de begroting 2021 vastgelegde weerstandsratio 1 dan dus niet gehaald. Met een dergelijk omvangrijk overschot 2020 vinden we dat echt een gemiste kans, temeer daar het onze ervaring is dat dergelijke kansen zich slechts sporadisch voordoen. Wij zijn er daarom voorstander van dat wanneer de kans er is, die dan ook wordt benut. Dat is dan immers ook wel zo consequent. Nu niet afdoende handelen, lijkt niet logisch.
Temeer daar we als gevolg van de coronacrisis voor zeer onzekere jaren staan wat betreft de ontwikkelingen van de omvang van het werk en de daarmee samenhangende apparaatskosten voor uw organisatie in de jaren 2021 – 2024. Dit ook in relatie tot de door uw dagelijks bestuur vastgestelde taakstelling van €200K op de apparaatskosten, die we gezien de onzekere tijden op dit moment minder logisch en niet wenselijk achten. Tenzij uw bestuur constateert dat u al langer (te) ruim in uw jasje zit, wat wij ons overigens niet voor kunnen stellen. Daarmee voelt dit als het ene gaatje met het andere vullen wat meestal geen structureel houdbare strategie is en wij daarom afraden op dit moment.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
Het heeft onze voorkeur dat er per deelnemer iets minder geld terug komt en dat daartegenover een beter weerstandsvermogen bij de RDWI zelf beschikbaar is om schommelingen en tekorten op de apparaatskosten binnen de regeling zelf op te vangen. Afspraak voor de RDWI is een ratio van 1. Laten we ons als RDWI en deelnemers nu de kans zich aandient ook aan deze afspraak houden. Wij zijn daarom tegen het voorliggende voorstel voor de bestemming van het resultaat en voorstander van dekking van de extra benodigde €200K voor de genoemde voorziening ten lasten van het aan de deelnemers terug te storten overschot op de apparaatskosten. Op het onderdeel BUIG is t.o.v. de begroting 2020 een fors positief resultaat behaald (€2,-mln). Vanzelfsprekend mooi, maar wij vragen ons af of dit resultaat niet eerder voorzien had kunnen en moeten worden en niet eerder tot een bijstelling van de begroting 2020 en verrekening met de deelnemers in 2020 had kunnen leiden. Wij ontvangen hier graag uw reactie op. Bij de collectieve ziektekostenverzekering heeft zich een forse overschrijding voorgedaan van €144K door declaraties hogere aanvullende verzekeringen van de klanten. Opvallend is dat dit niet is voorzien noch dat dit bij de najaarsnota is gemeld.
Gelet op de verwachting dat het klantenbestand in 2021 – 2022 met 11% stijgt, rijst bij ons de vraag of hiermee binnen de begrotingen 2021 en 2022 wel afdoende rekening is gehouden. Graag uw reactie hierop. Overigens vinden wij t.o.v. de presentatie in de begroting van de budgetten in paragraaf 2.5 “Inkomensvoorzieningen voor wie ondersteuning nodig heeft” (een weergave per voorziening), de gebundelde presentatie van de uitkomsten in de jaarrekening in paragraaf 7.3 minder transparant. Om de ontwikkelingen t.a.v. de voorzieningen beter te kunnen volgen en te kunnen duiden vinden we het nadrukkelijk gewenst dat deze ook in de jaarrekening uitgesplitst worden gepresenteerd en verantwoord. Wij ontvangen graag uw reactie hierop. De financiële kengetallen laten voor het tweede achtereenvolgende jaar een verbetering zien. Hieruit blijkt dat de RDWI financieel meer in balans en op orde is gekomen. Accountantsverklaring: Bij toezending van de gewijzigde jaarrekening op 29 april heeft u aangegeven een positieve verklaring van de accountant rond 21 mei te verwachten. Wij vinden het vervelend dat wij bij de beoordeling van de stukken hierover nog niet kunnen beschikken en verzoeken u het controleproces zo in te richten dat dit net zoals vorig jaar ook volgend jaar weer wel het geval zal zijn.
Wij hebben uw jaarstukken onder voorbehoud van verkrijging van de positieve accountantsverklaring beoordeeld. Resumerend: Wij kunnen instemmen met de jaarrekening maar niet met de voorgestelde bestemming van het resultaat, e.e.a. zoals hiervoor aangegeven. Ontwerp-begroting 2022: Wij constateren als opmerking vooraf dat de ontwerp-begroting 2022 afwijkt van de gewijzigde jaarrekening 2020. Voor wat betreft het onderdeel weerstandsvermogen en weerstandsratio vinden wij dat niet erg want de lijn in de ontwerp-begroting steunen wij. Wij vragen uw aandacht er voor dat bij behandeling in de vergadering van het Algemeen Bestuur er wel versies van jaarrekening en ontwerpbegroting liggen die met elkaar overeenkomen. Onzekerheid door coronacrisis: Net zoals voor de ontwerp-begroting 2021 gold is ook voor de ontwerp-begroting 2022 de coronacrisis nog een grote onzekerheidsfactor wat betreft de bestands- en kostenontwikkeling. Ook de Wet inburgering brengt nog onzekerheden voor de exploitatie in 2022 met zich mee. U heeft dit net zoals de afwijkingen t.o.v. de kadernota 2022 helder in beeld gebracht. Per saldo houdt u in de ontwerpbegroting 2022 al met een kostenstijging van bijna €1,4 mln rekening. Wij gaan hiermee akkoord. Wij begrijpen dat het lastig is de meerjarige financiële effecten (2023-2025) goed te voorspellen.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
Aansluitend op onze opmerking bij de jaarrekening over het grote resultaatsverschil op BUIG gaan wij er van uit dat grotere positieve en negatieve afwijkingen op de exploitatie zo snel mogelijk via de reguliere P&C documenten en via tussentijdse begrotingswijzigingen ter besluitvorming worden voorgelegd, worden verwerkt en worden verrekend met de deelnemers. Van de bestandsontwikkeling en de ontwikkelingen rond de Wet inburgering (nieuw en oud) worden wij graag via de reguliere rapportages op de hoogte gehouden. BBZ- bedrijfskredieten: Met u zien we dat het moeilijk is om een objectieve onderbouwing te geven voor het benodigde budget en de mogelijke stijging hiervan na de coronacrisis en als gevolg van de crisis. Evenzeer zien wij met u het risico van stagnerende terugbetaling en de mogelijke financiële impact daarvan voor de deelnemers, mede als gevolg van de door het Rijk veranderde spelregels risicodeling. Wij hechten aan goede monitoring op deze punten en ontvangen bij stijging graag tijdig signalen zodat op mogelijke financiële effecten ook tijdig geanticipeerd kan worden. Tevens verzoeken wij u op dit punt ook de landelijke trends en ontwikkelingen te volgen en zonodig via Divosa en/of VNG eventuele negatieve ontwikkelingen in Den Haag onder de aandacht te brengen en bespreekbaar te maken.
Doelstellingen en beleidsindicatoren: Uw in de begroting opgenomen doelstellingen en beleidsindicatoren voor 2022 zijn helder en passend voor 2022, we kunnen daar mee instemmen. Participatie arbeidsbeperkten: Wij zijn zeer tevreden met de inzet van de Werkroute om inwoners met een arbeidsbeperking zo volwaardig mogelijk en naar vermogen te laten meedoen op de arbeidsmarkt. Mede door corona zien wij helaas dat de arbeidsparticipatie van deze doelgroep in 2020 (46%) ten opzichte van 2019 (51%) is gedaald. Wij vragen u om deze negatieve ontwikkeling waar mogelijk weer terug te buigen. Om de inzet van de banenafspraak en beschut werk te stimuleren, heeft het kabinet besloten om de loonkostensubsidie vanuit de BUIG vanaf 2022 te financieren op basis van het werkelijk gerealiseerde aantal banen met loonkostensubsidie. Graag ontvangen wij een financiële analyse van de gevolgen hiervan. Passende ondersteuning aan klanten: Wij zijn blij te lezen dat u zich inzet voor klanten met een korte – en grote afstand tot de arbeidsmarkt en aan de doelgroep getroffen door de coronacrisis. Voor inwoners met mogelijkheid tot Arbeidsparticipatie zet u in op (boven)regionale samenwerking. Voor inwoners waarvoor het lastiger is om te werken zet u in op lokale participatie.
Wij zien en waarderen dat u zoveel mogelijk maatwerk levert voor onze inwoners en daarbij de samenwerking zoekt met (boven)regionale partijen en lokale organisaties. Wij stellen het op prijs als u bij de samenwerking met de gemeente aangeeft welke vormen van ondersteuning er nodig zijn voor diverse groepen klanten. Zoals activeringsklanten, statushouders en bijna job ready klanten. Ook zien wij de meerwaarde in een integrale aanpak met lokale organisaties uit de gemeente. We zien graag dat er lokaal contact is tussen de organisaties en met de klanten. Ondernemersteam: Uw initiatief tot het opzetten van het ondernemersteam waarderen wij zeer. Wij spreken onze waardering uit voor de snelle en daadkrachtige wijze waarop u uitvoering geeft aan de coronamaatregelen voor gedupeerde ondernemers en ZZP’ers. Wij zien het ondernemersloket als een waardevol instrument ook voor de periode van herstel na de coronacrisis. Graag worden wij op de hoogte gehouden van de resultaten van de ondernemersScan, het bereik en gebruik van het specifiek voor ondernemers ingerichte loket en de ervaringen hiermee van de ondernemers zelf. Nieuwe Wet inburgering De invoering van de nieuwe Wet inburgering brengt mede in relatie tot de bestaande situatie en de fluctuerende aantallen nieuwkomers een aantal onzekerheden met zich mee. U heeft deze in beeld.
Ook hier geldt dat we graag tijdig op de hoogte gehouden en betrokken worden op de ontwikkelingen waarbij voor ons het voor de nieuwkomers te dienen belang van effectieve inburgering voorop staat.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
5
Schulddienstverlening: De omvang van deze taak wordt de komende jaren beïnvloed door twee ontwikkelingen enerzijds door de coronacrisis anderzijds door het feit dat sinds 2021 vroegsignalering wettelijk is vastgelegd. De verwachting is dat dit in beide gevallen zal leiden tot een toename van klanten en werk. Vooralsnog voorziet u de mogelijke groei binnen de bestaande formatie en apparaatskosten uit te kunnen blijven voeren. Wij verzoeken u alert te zijn op de ontwikkelingen en waar nodig tijdig bij te sturen en de deelnemers te betrekken bij de mogelijke financiële effecten. Ook zijn wij benieuwd naar de effecten van vroegsignalering bij schulden en de ontwikkeling van het aandeel daarbinnen van klanten uit de nieuwe doelgroepen als gevolg van de coronacrisis. Wij verzoeken u dit te monitoren en hierover met een duiding te rapporteren. Resumerend: Met in achtneming van het vorenstaande kunnen wij in te stemmen met de ontwerp-begroting 2022. Tenslotte: Wij informeren onze raad over onze beoordeling en deze reactie aan u. Zoals met u afgesproken maakt deze reactie onderdeel uit van het kennismakingsprogramma van uw directeur met onze commissie Samenleving op dinsdag 25 mei aanstaande vanaf 20.30 uur. Voor die bijeenkomst hebben onze raadsrapporteurs RDWI tevens de volgende gesprekonderwerpen doorgegeven:
Wat is de stand van zaken met de uitvoering van extra taken: TOZO, TONK etc. Bij de laatste met name kan iedereen het loket goed vinden en wat is de afhandelingssnelheid? In het verleden hebben wij vragen gesteld over de ICT, dat liep nog niet optimaal. Wat is de stand van zaken nu: samenwerking RID processen met SISA etc? Is er al een oplossing voor de re-integratie diensten van de BIGA, kan er al weer gewoon gewerkt worden met preferred suppliership? Hoe zijn de ervaringen met de nieuwe aanpak van de schulddienstverlening? Hoe zit het met de wachttijden bij de SDV?
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Jaarstukken 2020 V0.6
Inhoudsopgave
VOORWOORD
3
1. SAMENVATTING
4
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
FINANCIEEL – UITVOERING KERNTAKEN FINANCIEEL – ORGANISATORISCH BELEIDSINDICATOREN TOTAALOVERZICHT KERNTAKEN ONTWIKKELING VAN DE ORGANISATIE
4 5 6 7 9
2. FINANCIËLE PARAGRAFEN 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
10
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN FINANCIERING BEDRIJFSVOERING VERBONDEN PARTIJEN
10 16 16 17 19
3. BALANS
20
4. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN OVER HET BEGROTINGSJAAR
22
5. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING
25
6. TOELICHTING OP DE BALANS
27
7. TOELICHTING OP OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN
35
7.1. 7.2 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8.
VOLUME BUIG TIJDELIJKE ONDERSTEUNING ZELFSTANDIG ONDERNEMERS (TOZO 1,2 EN 3) BIJZONDERE BIJSTAND, IIT, CAZ EN MINIMABELEID RE-INTEGRATIE NIEUWE INWONERS WET SOCIALE WERKVOORZIENING KINDEROPVANG APPARAATSKOSTEN
35 37 38 39 41 41 42 43
8. OVERIGE TOELICHTINGEN
47
9. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN
49
10. WET NORMERING TOPINKOMENS
50
11. EXPLOITATIE OP TAAKVELDEN
52
12. SISA
53
13. VOORSTEL RESULTAATBESTEMMING 2020
55
14. CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT
57
BIJLAGE 1 REKENING COURANT GEMEENTEN
58
Jaarstukken 2020 v0.6
2
J AARVERSLAG Voorwoord
Voor u liggen de jaarstukken 2020 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (GR RDWI). We kijken terug op een jaar waarin de organisatie goede resultaten heeft behaald. De dienstverlening aan de inwoners van de regio was ondanks de beperkende maatregelen gewaarborgd, inclusief de dienstverlening aan een grote nieuwe klantgroep, namelijk (ex-)ondernemers. We hebben het jaar afgesloten met positieve financiële resultaten en er staat een stevige organisatie die getoond heeft het nodige aanpassingsvermogen te hebben tijdens de gezondheidscrisis. Met dit uitgebreide jaarverslag informeren wij u over de resultaten van de RDWI van het afgelopen jaar. De jaarstukken bestaan uit het (financiële) jaarverslag, de jaarrekening en overige gegevens. De uitbraak van het COVID-19 virus en de impact van de maatregelen die getroffen werden, hadden grote consequenties op de organisatie zelf, op de dienstverlening aan de inwoners en niet in de laatste plaats op de inwoners zelf. Een grote groep inwoners die voorheen nooit met een sociale dienst te maken had gehad, ontvangt nu ondersteuning via de Tozo. We hebben daarnaast te maken met een kwetsbare groep inwoners voor wie de impact van de coronacrisis groot is geweest. Binnen de mogelijkheden van de coronamaatregelen hebben wij de dienstverlening aan hen zo goed mogelijk ingericht.
In die periode is de basisdienstverlening doorgegaan dankzij het aanpassingsvermogen van de organisatie. De aanvragen voor levensonderhoud en andere voorzieningen zijn binnen de afgesproken termijnen afgehandeld. Door de maatregelen was het wel moeilijker om inwoners te begeleiden naar werk, mede omdat sommigen moeite en/of angst hebben om aan het werk te gaan onder de huidige omstandigheden. Desondanks is de stijging van het bestand beperkt gebleven tot 2,5%; dat is lager dan de landelijke stijging (3,6%). En ondertussen zijn de laatste punten uit het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ afgerond en geborgd. We sluiten 2020 af met een positief financieel resultaat op de apparaatskosten. Het saldo van baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves is € 1,8 miljoen positief. Na toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves resteert een gerealiseerd resultaat van € 1,7 miljoen positief. Ook de programma’s zijn vrijwel allemaal met positief resultaat afgerond. Het financiële resultaat op de BUIG is € 2,3 miljoen positief. Na toepassing van de ontschottingsafspraken heeft geen enkele gemeente een tekort op BUIG in 2020. Gezien de omstandigheden heeft de organisatie een grote prestatie geleverd. We kijken daarom vol vertrouwen naar de toekomst, waarin de lijn die is ingezet geborgd wordt.
Zeist, 28 april 2021 Namens het bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug,
S. Jansen Voorzitter
B. Ruiter Directeur
Jaarstukken 2020 v0.6
3
1. Samenvatting
In vele opzichten was 2020 geen ‘gewoon’ jaar. Desondanks sluiten we het jaar 2020 af met een positief financieel resultaat. Ook onze belangrijkste beleidsdoelstellingen zijn behaald. De borging van het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ stond centraal aan het begin van 2020. Al snel kwam daar een forse uitdaging bij voor de organisatie, namelijk de uitbraak van het COVID-19 virus en de impact van de maatregelen die getroffen werden. Vanaf medio maart 2020 zijn daarom in hoog tempo aanpassingen gedaan om de basisdienstverlening aan klanten in het algemeen en in het bijzonder de dienstverlening aan ondernemers te garanderen. Medewerkers zijn ingezet op de zogenoemde cruciale processen, waaronder het afhandelen van aanvragen van reguliere klanten (Participatiewet) en ondernemers/ZZP-ers (Tozo). Vanaf juni is de reguliere dienstverlening in aangepaste vorm hervat. Re-integratieactiviteiten werden weer gestart. Ook werd de dienstverlening bij team activering en team schulddienstverlening weer gestart. Het aantal klanten dat een beroep doet op een bijstandsuitkering is gestegen, al is die stijging minder groot dan de landelijke stijging. In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de resultaten van de organisatie; allereerst in financieel opzicht (paragraaf 1.1 en 1.2), daarna inhoudelijk (1.3 en 1.4) en tot slot organisatorisch (1.5).
1.1. Financieel – uitvoering kerntaken De belangrijkste financiële ontwikkelingen met betrekking tot onze kerntaken zijn: - BUIG Het saldo op BUIG/BBZ voor gemeenten is circa € 1 miljoen positief ten opzichte van de herziene begroting bij de Najaarsnota. Dit wordt veroorzaakt door onderschrijding op de zowel de BUIG als op BBZ 2004 door minder instroom dan verwacht. Basis voor de berekening in de Najaarsnota was 3.200 bijstandspartijen eind 2020, de realisatie is 2.825. De daling van de BBZ aanvragen hangt waarschijnlijk samen met de tijdelijke steunmaatregelen voor ondernemers, waardoor zij op andere regelingen (Tozo) aanspraak konden maken. - Bijzondere bijstand, CAZ, minimabeleid Per saldo is de afwijking beperkt tot een € 12.000 lagere bijdrage voor gemeenten. - Re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening Doordat veel integratie trajecten hebben stil gelegen is de bijdrage gemeenten € 200.000 lager dan bij de Najaarsnota. - Nieuwkomers Er is een onderschrijding op de kosten van € 75.000. Voor dit budget geldt dat de middelen meegenomen mogen worden naar volgende jaren. Daarom is de bijdrage gemeenten niet gewijzigd. - Kinderopvang Hoewel bij de Najaarsnota het budget kinderopvang is verhoogd, is 2020 afgesloten met een tekort van € 18.000. Dit heeft te maken met een toename van het aantal sociaal medische indicaties (SMI).
Eind 2020 zijn met De Bilt en Utrechtse Heuvelrug werkafspraken gemaakt om de stijging van de kosten te beperken. - Tozo Per saldo is de bijdrage gemeenten ruim € 1,5 miljoen hoger dan bij de Najaarsnota. Hierin zijn de volledige kosten voor Tozo 1 en 2 verwerkt en de voorschotten die gemeenten hebben ontvangen voor de uitvoering van Tozo 3. Omdat deze laatste regeling doorloopt in 2021, is het nog niet bestede deel van dit voorschot overgeboekt naar de balans als vooruit ontvangen subsidie. Tevens zijn de uitvoeringskosten voor deze regeling nog niet genomen, omdat het grootste deel van de werkzaamheden in 2021 plaats zal vinden. Jaarstukken 2020 v0.6
4
Resultaat BUIG budgetten 2020 De afwijkingen die hierboven zijn toegelicht, hebben betrekking op de realisatie van de lasten bij de RSD. Daarnaast is het voor de deelnemende gemeenten relevant om een verbinding te leggen met de BUIG-budgetten die zij ontvangen van het Rijk. Daarvoor stelt de RSD bij de primaire begroting een berekening op, op basis van de op dat moment bekende macro BUIG-budgetten. In de primaire begroting 2020 werd ervan uitgegaan dat gemeenten een overschot op de BUIG zouden realiseren van € 345.000. Eind 2020 blijkt het resultaat ruim € 2,3 miljoen positief te zijn. Dit ondanks de stijging van het aantal bijstandspartijen tot 2.825. Dit resultaat wordt deels veroorzaakt door de gunstige vertrekpositie aan het begin van 2020 als gevolg van de bestandsdaling in 2019 en deels doordat de stijging van het bestand minder groot is dan verwacht en lager is in vergelijking met de landelijke ontwikkeling. Tot slot heeft het Rijk in september 2020 de definitieve BUIG budgetten verhoogd. Deze berekening is opgesteld aan de hand van de beschikkingen BUIG 2020 die de gemeenten hebben ontvangen en de werkelijke lasten die bij RSD gerealiseerd zijn.
1.2. Financieel – organisatorisch De apparaatskosten sluiten met een positief saldo van € 1.737.513 na toevoeging en onttrekking reserves. Het jaar 2020 is in veel opzichten een afwijkend jaar geweest. Hierdoor is het minder gemakkelijk om scherp onderscheid te maken tussen structurele en incidentele oorzaken. Zo is door gedurende het hele jaar sprake geweest van onderbezetting, terwijl er binnen deze bezetting ruimte was om de eerste maanden de uitvoering van de Tozo regeling grotendeels met ‘eigen’ mensen uit te voeren. Deze inzet was mogelijk omdat aan het begin van de coronacrisis een herprioritering heeft plaatsgevonden van de werkzaamheden, zoals het noodgedwongen afschalen van re-integratie activiteiten. -
-
Afwijkingen lasten incidentele activiteiten o Tozo 1 en 2 uitvoering regeling 850.000 N o Tozo 3 uitvoering regeling 130.000 N o Project nieuwe Wet inburgering 32.000 N o Dotatie voorziening frictie 315.000 N o Projecten (deels) gedekt uit reserves 440.000 N o Bijdrage BIGA (afwikkeling voorziening) 58.000 N Lasten reguliere bedrijfsvoering o Materiële lasten 137.000 V o Personele lasten 960.000 V Baten overig o Tozo 1 en 2 vergoeding uitvoering 2.383.000 V o Overige inkomsten 167.000 V Bijdragen gemeenten o bijdrage afwikkeling BIGA voorziening 58.000 V o terugstorting deel resultaat 2019 -/- 78.000 N
-/- € 1.825.000 N
€ 1.097.000 V € 2.550.000 V -/- € 20.000 N
Reserves Zie specificatie bij resultaatbestemming. Het gerealiseerd resultaat 2020 bedraagt voor reserves € 1.802.762. Na toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve en bestemmingsreserves resteert een gerealiseerd resultaat 2020 van € 1.737.513 positief.
Jaarstukken 2020 v0.6
5
Voorstel Resultaatbestemming
2020
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
1.802.762
Toevoeging bestemmingsreserve groot onderhoud
-110.000
Onttrekking bestemmingsreserve groot onderhoud
55.000
Onttrekking bestemmingsreserve huur
34.199
Onttrekking reserve Verbeterplan
225.000
Onttrekking bestemmingsreserve frictie
110.000
Onttrekking bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls
13.000
Onttrekking bestemmingsreserve ICT
30.000
Toevoeging bestemmingsreserve Tozo
-500.000
Onttrekking Algemene reserve resultaat 2019
77.552
Gerealiseerd resultaat
1.737.513
1.3. Beleidsindicatoren In de Begroting 2020 hebben wij acht doelstellingen afgesproken, waarover we gedurende het jaar periodiek gerapporteerd hebben. In deze paragraaf wordt per doelstelling aangegeven in hoeverre deze gerealiseerd is. 1. Ontwikkeling volume BUIG is 1% gunstiger dan het landelijk gemiddelde Deze doelstelling is behaald. Het klantenbestand van de RSD (volume BUIG = Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ) is hoger dan aan het begin van het jaar. Eind december 2019 waren er 2.755 klanten met een uitkering. Dit betreft uitkeringspartijen, dus dat kunnen meerdere personen zijn (bijvoorbeeld twee personen in één huishouden). Vanaf januari is het uitkeringsbestand gaan groeien, met de relatief grootste groei in april. Eind juli was het klantenbestand het hoogst in dit jaar: 2.876. Daarna is het bestand weer gedaald, waarbij de daling de laatste maanden heel beperkt is geweest. Eind december 2020 waren er 2.825 uitkeringspartijen. In totaal was dat ten opzichte van december vorig jaar een stijging van 2,5%. De stijging van het uitkeringsbestand is lager dan de landelijke trend (3,6%, bron CBS, raming d.d. 26 februari 2021). 2. Nieuwe klanten hebben binnen 1 maand een diagnose en binnen 3 maanden een traject Deze doelstelling is gedeeltelijk behaald, namelijk binnen één maand een diagnose is wel behaald en binnen drie maanden een traject gemiddeld gezien niet.
Nieuwe bijstandsgerechtigden hebben gemiddeld na twee weken een diagnose; ondanks de coronacrisis is dit gelukt doordat we de basisdienstverlening op peil hebben gehouden. De doorlooptijd voor de toekenning van de uitkering ligt onder het landelijke gemiddelde. De doelstelling van een traject binnen drie maanden heeft vanwege de coronamaatregelen onder druk gestaan. Tijdens de eerste fase van de coronamaatregelen (maart tot en met juni) zijn er geen nieuwe plannen van aanpak gemaakt. Later in het jaar is de achterstand ingehaald en in het laatste kwartaal is dit weer op peil. Bovendien boden re-integratiepartners niet allemaal dienstverlening aan waardoor het niet mogelijk was om alle trajecten aan te bieden. 3. Rechtmatige verstrekking van uitkeringen Deze doelstelling is behaald. Op basis van de interne controle en steekproeven blijkt dat we binnen de norm van minimaal 99% rechtmatige verstrekkingen blijven.
Jaarstukken 2020 v0.6
6
4. Structurele afspraken over re-integratie met BIGA Groep De structurele afspraken over re-integratie worden doorgeschoven naar 2021. Met Biga Groep was er een samenwerkingsovereenkomst tot 31 december 2020 over de trajecten Eigen Vermogen. De samenwerkingsovereenkomst in huidige vorm is niet gecontinueerd; over de samenwerking ten aanzien van trajecten, Brede Bos en Werkroute maken we nieuwe afspraken. In 2020 zijn in totaal 195 trajecten gestart. Er zijn 103 trajecten naar werk afgesloten, waarvan er 37 hebben geleid tot een dienstverband bij Biga Groep (9) of elders (28). 5. Afspraken met alle gemeenten over de helft van alle activeringsklanten Deze doelstelling is gedeeltelijk behaald. We zijn op dit moment nog volop in gesprek met de gemeenten en lokale/sociale teams over de inzet van zorgarrangementen, zodat we binnen de mogelijkheden van de huidige coronamaatregelen toch een goede dienstverlening kunnen bieden aan de inwoners. De basis daarvoor is dat we de klanten goed kennen. Het gehele bestand activeringsklanten is in 2020 voor de tweede maal gesproken. Ondertussen lopen diverse trajecten, zoals een pilot met als doel 20 kwetsbare klanten met ernstige psychische klachten op een stress sensitieve manier te benaderen. Ook is er een pilot met de GGZ om IPS trajecten in te zetten. 6.
Vroegsignalering bij schulden leidt tot voorkómen van huisuitzetting vanwege schulden Deze doelstelling is behaald. In 2020 hebben geen huisuitzettingen vanwege schulden plaatsgevonden. Klanten die zich hebben gemeld vanwege dreigende ontruiming zijn geholpen om de ontruimingen te voorkomen onder andere door inzet van moratoria en afspraken met klanten en woningbouwcorporaties. 7. Aanvragen bijzondere bijstand worden binnen 30 dagen beslist In het begin van het jaar liep de doorlooptijd op tot 45 werkdagen (dat is binnen de wettelijke termijn). Na een interventie in de eerste helft van het jaar is de doorlooptijd wederom rond de 30 dagen. 8. Business case Wet inburgering wordt begin 2020 opgeleverd Het hoofdlijnenplan inburgering is begin 2020 opgeleverd en vastgesteld in het Algemeen bestuur. Het implementatieplan is verschoven naar 2021, omdat de invoering van de nieuwe wet is uitgesteld naar 1 januari 2022.
1.4. Totaaloverzicht kerntaken Onderstaand een volledig overzicht van de kengetallen waarover we rapporteren. Indicator
Realisatie 2019
Maart 2020
Juli 2020
2.755 2.537 654 903 51%
2.776 2.554 194 192 55%
2.876 2.666 520 383 50%
2.825 2.637 848 740 46%
86
29
30
51
1.603
504
1.104
1.747
Bestandsontwikkeling Volume BUIG Omvang Participatiewet Instroom Uitstroom Percentage klanten met een arbeidsbeperking aan het werk (volgens definitie banenafspraak) Aantal afgehandelde aanvragen BBZ starters en gevestigden Aantal aanvragen bijzondere bijstand Jaarstukken 2020 v0.6
7
Dec 2020
o Waarvan toekenningen Aantal aanvragen IIT o Waarvan toekenningen
1.093 2.961 2.423
327 676 603
672 1.544 1.364
1.029 2.303 2.016
616
603
515
511
-
143
287
474
227
94
173
334
22 24%
4 n.t.b. 23%
9 n.t.b. n.t.b.
27 n.t.b. 15%
4
4
4
5
84% 25 351,86 12,2% 0% 4,1%
87% 10 334,28 10,4% 0% 4,4%
73% 15 330,48 9,8% 0% 4,5%
PM 24 329,38 9,6% 0% 4,1%
Schulddienstverlening Aantal lopende zaken schulddienstverlening Aantal nieuwe instroom (cumulatief) Juridische zaken - aantal binnengekomen bezwaarzaken - aantal gegronde bezwaarzaken - bezwaarzaken t.o.v. besluiten - beroepszaken t.o.v. bezwaarzaken - aantal gegronde beroepszaken Wet sociale werkvoorziening Aantal Wsw-ers met IOP Mobiliteit Wsw-ers Aantal Wsw-ers totaal (aantal SE) - waarvan individuele detachering - waarvan groepsdetachering - waarvan begeleid werken
Toelichting enkele afwijkingen: In het begin van het jaar lag het plaatsingspercentage van de banenafspraak nog boven 50%, maar in het tweede deel van het jaar is dat lager geworden. Het blijkt mede door de crisis lastiger om klanten aan het werk te houden of (opnieuw) te plaatsen. Het aantal bezwaarzaken was in 2020 hoger dan in voorgaande jaren. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door bezwaarzaken Tozo. De overige meest opvallende en relevante zaken met betrekking tot de kerntaken worden toegelicht in hoofdstuk 7. Aanvullende informatie: aantal en ontwikkeling Tozo In maart is door het Rijk de Tijdelijke regeling aangekondigd voor zelfstandig ondernemers (Tozo 1) waarmee zij een uitkering voor levensonderhoud of bedrijfskapitaal kunnen aanvragen vanwege het wegvallen van inkomsten door de coronacrisis. Na afloop van die regeling heeft het Rijk de regeling verlengd (Tozo 2). Het aantal afgehandelde aanvragen Tozo 1 levensonderhoud bedroeg 3.786. Het aantal binnengekomen aanvragen Tozo 1 bedrijfskrediet was 233. Het beroep dat op de Tozo 2 regeling werd gedaan, is minder in verband met de ingevoerde partnertoets. De belangrijkste wijziging ten opzichte van Tozo 1 betreft de toevoeging van de inkomenstoets van de partner bij de aanvullende uitkering voor levensonderhoud en een controle op faillissement of surseance van betaling bij verstrekking van het bedrijfskrediet.
Er zijn 1.062 Tozo 2 aanvragen levensonderhoud afgehandeld. Het aantal afgehandelde aanvragen Tozo 2 bedrijfskrediet was 63. Vanaf 1 oktober 2020 loopt de voortzetting van de Tozo-regeling (Tozo 3). De aangekondigde vermogenstoets is niet ingevoerd. Er zijn tot en met 31 december 2020 819 Tozo 3 aanvragen afgehandeld. Het aantal afgehandelde aanvragen Tozo 3 bedrijfskrediet is 34. De Tozo 3 regeling loopt door tot en met 31 maart 2021. In de volgende tabellen is de stand van zaken rond de uitvoering van de Tozo 1, 2 en 3 regeling tot en met 31 december 2020 opgenomen. Het betreft afgehandelde aanvragen. Jaarstukken 2020 v0.6
8
Gemeenten
AanAantal Aanvragen aanvragen Tozo 3 vragen Tozo 1 Tozo 2
Totaal levensonderhoud Tozo 1, 2 en 3
Aantal aanvragen bedrijfskapitaal Tozo 1
Aantal Aantal aanvragen aanvragen bedrijfsbedrijfskapitaal kapitaal Tozo 2 Tozo 3
Totaal bedrijfskredieten Tozo 1, 2 en 3
Bunnik
241
54
41
336
12
2
2
16
De Bilt
868
257
192
1317
40
11
5
56
942
230
166
1338
66
14
13
93
406
75
63
544
18
4
3
25
Zeist
1329
446
357
2132
97
32
11
140
TOTALEN
3786
1062
819
5667
233
63
34
330
Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede
De financiële resultaten van de Tozo-regeling zijn opgenomen in paragraaf 7.2.
1.5. Ontwikkeling van de organisatie Begin 2020 is het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ afgerond. Het jaar 2020 zou in het teken staan van de borging van de resultaten. Die borging heeft ook plaatsgevonden; daarnaast is tegelijkertijd in maart 2020 de focus van de organisatie voor een groot deel komen te liggen op het aanpassen van de dienstverlening als gevolg van de coronamaatregelen. Vanaf medio maart 2020 zijn in hoog tempo aanpassingen gedaan om de basisdienstverlening aan klanten in het algemeen en in het bijzonder de dienstverlening aan ondernemers te garanderen. Medewerkers zijn ingezet op de zogenoemde cruciale processen, waaronder het afhandelen van aanvragen van reguliere klanten (Participatiewet) en ondernemers/ZZP-ers (Tozo). Vanaf juni is de reguliere dienstverlening in aangepaste vorm hervat, met inachtneming van de RIVM-richtlijnen. Er is een intern protocol opgesteld waarin onder andere vastgelegd is hoe we omgaan met het op locatie ontvangen van klanten. Re-integratieactiviteiten werden weer gestart, mits dit mogelijk is bij re-integratiepartners en werkgevers. Ook was de dienstverlening bij team activering en team schulddienstverlening weer gestart. Door de aangescherpte maatregelen medio december zijn medewerkers nog meer vanuit huis gaan werken. De basisdienstverlening is met de nodige aanpassingen doorgegaan.
De organisatie heeft zich in 2020 zeer flexibel getoond. Omdat de impact van het virus nog een langere tijd merkbaar zal zijn en omdat de nieuwe manier van werken ook tot nieuwe inzichten heeft geleid, is gewerkt aan plannen voor structurele aanpassingen in de werkwijze en de dienstverlening. Formatie, bezetting en ziekteverzuim De toegestane formatie in 2020 is vastgesteld op 149,4 fte. De werkelijke bezetting ultimo 2020 is 137,38 fte, inclusief 7,23 fte inhuur. Tevens is eind 2020 13,11 fte inhuur ingezet op projecten inclusief Tozo. We sluiten het jaar 2020 af met een verzuimpercentage van 8,32% en een meldingsfrequentie van 0,04. Het streven was een verzuimpercentage van 7,2% met een maximale meldingsfrequentie van 0,07. Het beoogde verzuimpercentage is dus niet behaald en de maximale meldingsfrequentie wel. Gedurende 2020 is het aantal langdurig lopende en niet-beïnvloedbare verzuimdossiers relatief hoog geweest. Dit lang verzuim heeft een behoorlijke invloed op de hoogte van het verzuimcijfer. Bij een aantal van deze dossiers geldt dat er inmiddels zicht is op (volledige) re-integratie of uitstroom in 2021. Daarnaast wordt er een onderzoek ingesteld om de huidige aanpak te evalueren.
Jaarstukken 2020 v0.6
9
2. Financiële paragrafen
2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De RSD heeft structurele monitoring en het managen van de risico’s geborgd via de Planning & Control cyclus. Globaal ziet dit proces er als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - Voor- en Najaarsnota: het actualiseren van bestaande risico’s (begroting) en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarrekening en Jaarverslag en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Omdat de jaarrekening en de begroting gelijktijdig opgesteld worden, is deze paragraaf in beide documenten vrijwel gelijk. Voor de beheersing en verantwoording is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd.
Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet. De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor maximaal drie jaar meegewogen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Risico’s doen zich normaliter niet allemaal tegelijk voor of in de volledige omvang, daarom is een optelsom van alle mogelijke risico’s niet noodzakelijk. Er kan worden volstaan met de berekening van ‘impact’ x ‘kans’. Deze werkwijze zorgt ervoor dat risico’s op een eenvoudige wijze worden gekwantificeerd. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2020 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2020 € 619.500 moet zijn. Na corona Het jaar 2020 stond in het teken van de coronacrisis (of COVID-19). De gezondheidscrisis heeft veel impact gehad op de economie.
Aan de ene kant maakt de economie een ongekende krimp door. Veel detailhandel en horeca zijn een deel van het jaar gesloten (geweest), en verschillende grote bedrijven hebben moeite om te overleven. Aan de andere kant is het aantal faillissementen lager dan verwacht. De instroom in bijstand is gestegen, maar minder dan we rekening mee hielden bij de Najaarsnota. Het aantal gevestigde ondernemers dat zich heeft gemeld voor de Tozo was groot, maar de stijging van de instroom van de gevestigde ondernemers in de BBZ is achterwege gebleven. De verwachte stijging in aanvragen bijzondere bijstand hebben we nog niet gezien. De maatregelen van het kabinet om de economie te ondersteunen, hebben hier waarschijnlijk een groot effect op gehad. Jaarstukken 2020 v0.6
10
Hierdoor is het niet gemakkelijk om de mogelijke gevolgen van de crisis op de (middel)lange termijn te duiden. Dat maakt het lastig om voor de risicoparagraaf de (financiële) risico’s en onzekerheden voor de komende jaren in te schatten en te kwantificeren. Daarom worden hier de ontwikkelingen benoemd die we verwachten voor de periode nadat de steunmaatregelen in verband met de coronamaatregelen worden afgebouwd. Nu en de komende maanden De uitstroom van bijstandsgerechtigden is vertraagd; we zien met name een afname van de uitstroom naar werk. We spelen in op kansrijke sectoren om uitstroom naar werk te blijven realiseren. Het aantal aanvragen voor levensonderhoud (en kapitaalverstrekkingen) als gevolg van de extra tijdelijke ondersteuning voor gevestigde ondernemers en ZZP-ers blijft fors, al is het aantal aanvragen Tozo teruggelopen. De aanvragen bijzondere bijstand, de vraag naar de collectieve ziektekostenverzekering en individuele inkomenstoeslag tonen nog geen toename. Binnen de bijzondere bijstand is er wel sprake van een stijging van de kosten voor bewindvoering. Dat laatste is een ontwikkeling die los staat van de economische crisis. Na de afbouw van de steunmaatregelen Het CPB, Divosa en het CBS waarschuwen voor langdurige effecten nadat de steunmaatregelen eindigen. De verwachting is dat de economie door een dal zal gaan.
Het CPB gaat voor de periode tot en met 2022 uit van een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden met meer dan 10%. Dat betekent dat de kans toeneemt dat gemeenten op het maximale eigen risico voor de BUIG-budgetten komen. Ten tweede verwachten we dat de instroom van ondernemers zal stijgen nadat de Tozo regeling afgebouwd wordt. De begeleiding van deze groep zal de komende jaren meer inzet vragen, misschien naar een nieuw eigen bedrijf, maar eventueel ook naar een baan in loondienst. Ook zal deze groep naar verwachting een groter beroep doen op schulddienstverlening dan voorheen. Ten derde is de verwachting dat het totaal aantal huishoudens met financiële problemen toe zal nemen. Dat betekent dat op de middellange termijn de kans groot is dat het aantal klanten voor schulddienstverlening en de aanvragen bijzondere bijstand zullen stijgen. De organisatie Voor een adequate uitvoering van de dienstverlening aan zelfstandigen is in 2020 een ondernemersteam ingeregeld. Nu wordt dit team naast de reguliere werkzaamheden vooral ingezet voor de uitvoering van de Tozo, maar het wordt ook voorbereid op de meer structurele begeleiding van ondernemers naar werk, eventueel in loondienst.
Omdat het om een uitbreiding van reguliere taken gaat is, het voornemen om deze dienstverlening uit te voeren binnen de huidige apparaatsbegroting zolang de aantallen bijstandspartijen binnen de vastgestelde bandbreedte blijven (besluit Algemeen bestuur juni 2020). De organisatie zet in op verdere digitalisering van de dienstverlening. Er wordt meer thuis gewerkt. Aandachtspunt is de efficiency en de productiviteit van medewerkers. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI De onderstaande risico’s zijn van belang voor de bedrijfsvoering, maar zijn niet relevant voor het weerstandsvermogen, omdat het niet kwantificeerbare risico’s betreft: • De gemeenten nemen in het kader van de sociaal domein transformatie besluiten die van invloed zijn op RDWI. Door wijzigingen in de financieringssystematiek van de Jaarstukken 2020 v0.6
11
•
integratie uitkeringen sociaal domein zouden de beschikbaar gestelde budgetten onvoldoende kunnen zijn om een deel van de loonsom van de RSD te betalen; Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering (vanaf 2022) stelt het Rijk op macro niveau voldoende budget beschikbaar voor een sobere uitvoering van deze wet. De uitvoering van de wet is complex en vraagt intensieve samenwerking met verschillende partners, wat efficiency kan verminderen. Verder is het nog onduidelijk hoe het Rijk om zal gaan met de fluctuaties in de instroom in de regeling. Ter voorbereiding op deze wet is een hoofdlijnenplan Wet inburgering opgesteld. Nadat de gemeenten in de loop van 2021 hebben bepaald hoe zij de dienstverlening willen organiseren, wordt het mogelijk de hoogte van het risico te kwantificeren.
Naast deze risico’s, zijn er ook risico’s die we kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de huidige crisis en de verwachte economische neergang daarna is de kans dat dit zich voordoet op 90% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als klein, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek; • De mogelijkheid dat de lasten bijzondere bijstand verder stijgen (door hoger dan verwachte kosten van bewindvoering, statushouders en Individuele Inkomenstoeslag). De kans dat dit zich voordoet is verhoogd naar 70%. Dit is mede nodig omdat de noodmaatregel Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) die het kabinet in de eerste helft van 2021 heeft opengesteld, gekoppeld is aan de financiering van het gemeentefonds armoede en schuldenbeleid. Het kabinet heeft extra middelen beschikbaar gesteld, maar het betreft wel een open einde regeling. Het is onduidelijk in hoeverre de doelgroep in onze regio van deze noodregeling gebruik zal maken.
Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid heeft aangegeven dat het niet de bedoeling is dat de financiële risico’s voor de uitvoering van de TONK bij de gemeenten liggen. In het bestuurlijk overleg hierover is afgesproken dat het ministerie samen met VNG en Divosa de vinger aan de pols zal houden. • Stijging van het aantal debiteuren en het debiteurensaldo. Het debiteurensaldo is wel gestegen door de kredietverstrekking in het kader van Tozo. Omdat het kabinet volledige compensatie heeft toegezegd is dit risico ongewijzigd gelaten. Zie ook het risico bedrijfskredieten Tozo; • Kredietverstrekking BBZ. Dit risico komt voort uit de gewijzigde financieringssystematiek van het BBZ. Het kwantificeren van dit risico vraagt nader onderzoek en is mede afhankelijk van beleidskeuzes van gemeenten. De kredietverlening in 2020 is gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Dit hangt samen met de noodmaatregelen. Er zijn verschillende noodkredieten verstrekt. Het lijkt onvermijdelijk dat dit op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Het is echter moeilijk om deze ontwikkeling te kwantificeren. Het betreft een beperkt aantal aanvragen in 2020; • Onderzoeken levensvatbaarheid gevestigde ondernemers. Bij de herziening van de BBZ regeling is de Rijksbijdrage voor deze onderzoeken verlaagd. De RDWI heeft de afgelopen tijd kennis en kunde verworven.
De onderzoeken kunnen nu veelal intern gedaan worden, alleen in specifieke gevallen wordt het onderzoek uitbesteed. Daarom is de kans op overschrijding verlaagd naar 30%; • Kinderopvang. Sinds 2018 stijgen de kosten voor kinderopvang. In 2020 zijn oorzaken in beeld gebracht. Deze hangen samen met een grotere bekendheid van de regeling bij sociale wijkteams en toekenning voor langere periode. Met enkele gemeenten zijn werkafspraken gemaakt om de duur van de regeling te beperken. Daarom is de impact (hoogte van het risico bedrag) verlaagd; • De afwikkeling van bedrijfskredieten Tozo. Onderdeel van de noodmaatregelen in verband met corona is het verstrekken bedrijfskredieten tot maximaal € 10.157 per ondernemer. Vanaf juli 2021 start de terugbetalingsperiode. Het Rijk gaat er vanuit Jaarstukken 2020 v0.6
12
dat deze kredieten volledig terugbetaald zullen worden. Gezien de negatieve vooruitzichten van de economie is het onduidelijk of dit zal lukken. Het kabinet heeft aangegeven dat gemeenten volledig gecompenseerd zullen worden voor alle lasten die samenhangen met de Tozo regeling. Tevens staat in de handreiking Tozo in verband met deze bedrijfskredieten dat….”het risico van oninbaarheid van de verstrekte kredieten Tozo ligt bij het Rijk” 1. Daarom is het risico niet gekwantificeerd. De incasso en het debiteurenbeheer zal de komende jaren wel aandacht vragen. In onderstaande tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen. Benodigde weerstandscapaciteit
Risico’s open einde regelingen totaal
(impact X kans X 3 jaar)
Tekorten op BUIG budgetten
11.902.000
Vangnetregeling
291.000
Lasten bijzondere bijstand en IIT
1.050.000
Debiteurenvorderingen
105.000
Bedrijfskredieten (BBZ)
444.000
Onderzoeken levensvatbaarheid
174.000
Kinderopvang Kredieten TOZO Totaal
Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente
102.000 PM 14.068.000
Maximaal risico op BUIG per gemeente 2020
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 90%
211.000 928.000 941.000 404.000 1.926.000 4.410.000
568.000 2.504.000 2.540.000 1.091.000 5.199.000 11.902.000
Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de begroting 2020 met € 2.945.000 gestegen. De stijging is veroorzaakt door een stijging van de kans naar 90% en de verhoging van het BUIG budget 2020. Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.
1 Handreiking Tozo – Stimulansz – 27 januari 2021, versie 17, pag 54, Deze handreiking is opgesteld in opdracht van het
ministerie van SZW en in afstemming met VNG en Divosa, De handreiking wordt periodiek geactualiseerd. In versie 17 zijn onder andere de verschillende aspecten van rechtmatigheid eisen opgenomen waaraan de verantwoording aan het Rijk moet voldoen.
Jaarstukken 2020 v0.6
13
Maximaal risico per onderwerp
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X Incid /Structureel
Gebreken in de informatiebeveiliging
€ 850.000
€ 255.000
ICT samenwerking RID
€ 109.000
€ 163.500
Inhuur door hoger ziekteverzuim
€ 127.000
€ 190.500
Risico’s
Uitwerking financiën strategische kaders Totaal
PM € 1.086.000
€ 619.500
Gebreken in de informatiebeveiliging Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. De volgende beheersmaatregelen worden getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD. De inschatting van de kans is gestegen naar beperkt (30%), omdat de RSD voor begeleiding en activering van cliënten steeds intensiever samenwerkt met externe (maatschappelijke) partners. Daarmee neemt het aantal privacygevoelige overdrachtsmomenten toe. Verbetering ICT samenwerking Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op gemiddeld gesteld (50%). Het risico is aangemerkt als structureel.
Ziekteverzuim De beheersmaatregelen van de belangrijkste bedrijfsvoeringsrisico’s zijn gericht op ziekteverzuimbeleid: • Actief ziekteverzuimbeleid; • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door AREA (arbeidsdeskundige en bedrijfsarts; • Financieel inzicht in ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%) en het betreft een structureel risico. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit. Op de vrij besteedbare Jaarstukken 2020 v0.6