CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB20.227 Stand van zaken U Ned en uitkomsten BO MIRT

Raad 19 januari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)55.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Decentralisatie Waddenveren  Het Rijk en de provincie Fryslân hebben een positieve grondhouding ten aanzien van het decentraliseren van de concessieverlening voor de Friese Waddenveren. Het biedt de provincie Fryslân onder meer kansen voor verdere duurzame verbetering van het regionaal vervoerproduct voor de reiziger.  Het Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar om in februari 2021 een intentieverklaring te ondertekenen. De intentieverklaring beschrijft de uitgangspunten en acties benodigd voor besluitvorming over de overdracht van de bevoegdheden van het Rijk naar de provincie Fryslân.  Het beoogde resultaat van de besluitvorming is dat de provincie Fryslân uiterlijk 2026 verantwoordelijk wordt voor de verlening van concessies voor de Friese Waddenveren. Programmatische Aanpak Grote Wateren: Koehool-Lauwersmeer  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV getekende startbeslissing voor de MIRT-verkenning KoehoolLauwersmeer.  Het project Koehool-Lauwersmeer vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie.

Programmatische Aanpak Grote Wateren: Friese IJsselmeerkust  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV en onder voorbehoud van de goedkeuring van de colleges en dagelijks bestuur van de betrokken regiopartijen, getekende startbeslissing voor de MIRT-verkenning Friese IJsselmeerkust.  Het project Friese IJsselmeerkust vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie. Het project sluit aan bij de regionale ambities die beschreven zijn in het Ambitiedocument Friese IJsselmeerkustgebied. 

15.

16.

17.

18.

35 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

19.

20.

21.

22.

23.

24.

Tijdens de MIRT-verkenning wordt koppeling met de regionale ambities verder onderzocht. Programmatische Aanpak Grote Wateren en Eems-Dollard 2050: Pilot buitendijkse slibsedimentatie  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV genomen voorkeursbeslissing voor de MIRT-verkenning Pilot buitendijkse slibsedimentatie.  Het project Pilot buitendijkse slibsedimentatie vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie. Programmatische Aanpak Grote Wateren en Eems-Dollard 2050: Kustontwikkeling Groote Polder –Eemszijlen  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV getekende startbeslissing voor de MIRT-verkenning Kustontwikkeling Groote Polder-Eemzijlen.  Het project Kustontwikkeling Groote Polder-Eemzijlen vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie.

Baggeren buitendelta’s Waddengebied  Rijk en regio onderschrijven het belang van een duurzame bereikbaarheid in het Waddengebied.  Rijk en regio spreken af om, rekening houdend met de natuur, dynamiek binnen het systeem, ieders rol en verantwoordelijkheid en budgettaire kaders, gezamenlijk de wenselijkheid en de haalbaarheid te verkennen van een andere wijze van beheer van de vaargeulen, teneinde de duurzame bereikbaarheid in het Waddengebied te borgen. Versnelling woningbouw en herstructurering Fryslân  Dat BZK met juridische en beleidsondersteuning bijdraagt aan het terugdringen van het overschot aan verouderde woningbouwplannen.  Om de mogelijkheden te verkennen voor een heffingsvermindering sloop/herstructurering om hiermee corporaties in heel Fryslân te ondersteunen bij de vooral kwalitatieve opgave.  BZK en Provincie zich inzetten om instrumenten te ontwikkelingen die gericht zijn op de verbetering van de particuliere voorraad.  Indien zich knelpunten met regelgeving voordoen, worden deze door de provincie in kaart gebracht en samen met BZK bezien welke oplossingsrichtingen er mogelijk zijn.  BZK heeft financiële middelen vrijgemaakt voor de financiering van flexpools in 2020 en 2021.

Verstedelijkingsstrategie Regio Groningen-Assen Rijk en regio besluiten:  De principes als uitgangspunt te hanteren voor de ontwikkeling van een voorkeursvariant;  Parallel te werken aan een ontwikkelpad (fasering) en uitvoeringsstrategie;  In het BO Leefomgeving van 2021 de verstedelijkingsstrategie vast te stellen. 12e Voortgangsrapportage Regiospecifiekpakket Zuiderzeelijn  De twaalfde en tevens laatste voortgangsrapportage Regiospecifiek pakket-Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) wordt vastgesteld.

36 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Regio Oost – Nederland 1.

2.

3.

4.

5.

Minder hinder regio Oost-Nederland  Rijk en regio spreken af de algemene afspraken als eerste nader uit te werken voor de A12 corridor Arnhem – Duitse grens middels “Gebiedsaanpak Minder Hinder A12 corridor” en “Gedragsaanpak A12” en een passende invulling voor het gehele landsdeel. Het Rijk is bereid hiervoor regie op zich te nemen. Veilig, slim en duurzaam  Rijk en landsdeel Oost bekrachtigen het belang van inzet op maatregelen die op korte termijn realiseerbaar zijn, zich richten op het verbeteren van de verkeersveiligheid, het beter benutten van de bestaande infrastructuur en verduurzaming van de mobiliteit. Hiertoe worden de onderstaande afspraken gemaakt op het gebied van de investeringsimpuls verkeersveiligheid, smart mobility, het bestendigen van de toename in thuiswerken, buiten de spits reizen en fietsgebruik tijdens de coronacrisis, en logistiek. Smart mobility: Digitalisering overheden  In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein reserveert het Rijk jaarlijks een bedrag van € 455.000 (incl. btw, ontvanger: € 322.500 door Provincie Gelderland, € 132.500 door provincie Overijssel) voor regio Oost voor de periode 2021 tot en met 2023. De overige kosten worden door de regio betaald. De regio Oost reserveert hiervoor in totaal € 1.365.000 (incl btw) voor de gehele periode 2021 tot en met 2023.

Bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen Werkgeversaanpak  Rijk en regio blijven investeren in het stimuleren en helpen van werkgevers om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord), en het reisgedrag ten tijde van de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken en beter spreiden van reizen over de dag en over de week.  Conform afspraak gemaakt tijdens het BO MIRT 2019 draagt het Rijk in zowel 2021 als 2022 50% van de proceskosten met een maximum van € 0,9 miljoen incl. btw per jaar (waarvan in 2021 en 2022 maximaal € 0,6 miljoen incl. btw per jaar voor provincie Gelderland en maximaal € 0,3 miljoen incl. btw per jaar voor provincie Overijssel). Vanwege de unieke context tijdens de coronacrisis stelt het Rijk daarnaast een bijdrage ter beschikking voor de intensivering van de werkgeversaanpak. Hiervoor draagt het Rijk in zowel 2021 als 2022 50% van de proceskosten met een maximum van € 0,35 miljoen incl. btw per jaar (waarvan in 2021 en 2022 maximaal € 0,2 miljoen incl. btw per jaar voor Gelderland en maximaal € 0,15 miljoen incl. btw per jaar voor Overijssel). In 2021 wordt € 0,3 miljoen van deze € 0,35 miljoen gefinancierd uit de vorig jaar op het BO MIRT gemaakte reservering van € 0,3 miljoen voor maatregelen op het gebied van Veilige, Slimme en Duurzame Mobiliteit.

Deze reservering is daarmee volledig ingevuld. Onderwijsaanpak  Rijk en regio werken samen aan het verlichten van de hyperspits door samenwerking met onderwijsinstellingen, onder andere door inzet op e-learning, spreiden van onderwijstijden en slim roosteren. Voor de onderwijsaanpak in de regio ArnhemNijmegen draagt het Rijk maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 89.000 incl. btw (ontvanger: provincie Gelderland). Voor de onderwijsaanpak in de provincie Overijssel in 2021 en 2022 draagt het Rijk 50% van de kosten met een maximum van € 181.500 incl. btw voor beide jaren samen (ontvanger: provincie Overijssel). Fiets Fietsstimulering in relatie tot werkgeversaanpak  Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon-werk verkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden.  Het Rijk draagt hiervoor 50% van de kosten met een maximum van € 75.000 incl. btw (waarvan maximaal € 37.500 incl. btw voor provincie Gelderland en maximaal € 37.500 incl. btw voor provincie Overijssel). Voor zowel Overijssel als Gelderland is dit op basis van 50/50 cofinanciering. Fietsparkeren  Rijk en regio investeren in de bouw van maaiveldstallingen bij de stations van Barneveld Centrum, Geldermalsen, Hoevelaken en Nunspeet.

 In Nijmegen studeert de regio op een knooppuntontwikkeling waar een toekomstige fietsenstalling deel van uit kan maken, aan de studie voor deze stalling dragen Rijk en Regio bij.

37 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio investeren samen in de bouw van maaiveldstallingen bij stations in Dalfsen, Hardenberg, Heino, Kampen-Zuid en Raalte.  Daarnaast investeren Rijk en regio in cofinanciering in het bijdragen aan studie voor complexe grote stallingen bij station Enschede en Zwolle. Logistiek  Tijdens het BO MIRT Oost-NL 2019 is afgesproken dat Rijk en regio een Plan van Aanpak opstellen voor een integrale landsdelige logistieke aanpak gericht op bereikbaarheid en duurzaamheid, inclusief regionale uitvoeringsagenda zero emissie stadslogistiek. Het Plan van Aanpak is inmiddels opgesteld. Rijk en regio spreken af in 2021 met de beschikbare restmiddelen invulling te geven aan de benodigde vervolgstappen. A28 Amersfoort-Hoogeveen  Het Rijk reserveert €30 miljoen (inclusief btw en risicoreservering) voor uitwerking en realisatie van het pakket aan gerichte infrastructurele maatregelen. Het streven is om deze maatregelen uiterlijk 2026 te hebben gerealiseerd.  Voor de A28 corridor Noord Veluwe investeren de provincie Gelderland en de regio Noord Veluwe in het mobiliteitsprogramma Noord Veluwe Bereikbaar (NVB). Het programma heeft drie programmalijnen: Robuuste verbindingen, Duurzaam reizen en Slimme mobiliteit. Voor 2021 zijn 19 projecten voorzien met een totale waarde van € 1,407 miljoen.

 De provincie Drenthe en haar regionale partners investeren tussen 2020 en 2024 circa 25 miljoen euro in een breed pakket van maatregelen. Dit pakket is gericht op o.a.: het stimuleren van logistieke hubs, ketenmobiliteit/hubs/MaaS, een werkgeversaanpak en het aanleggen van laadinfrastructuur, optimalisatie van het onderliggende wegennet (N375) en gebiedsontwikkeling/stationsontwikkeling Meppel en Hoogeveen.  Voor Zwolle en omgeving wordt in 2020/2021 een Gebiedsgericht MIRT onderzoek bereikbaarheid in relatie tot verstedelijking uitgevoerd. Rapportage en maatregelen worden geagendeerd voor het BO MIRT 2021. De bestaande projecten slim en duurzaam/werkgeversaanpak in de regio Zwolle worden voortgezet en in overleg met de Regio Zwolle geïntensiveerd en ‘op maat’ gemaakt voor de A28. De provincie Overijssel stelt daarbij in 2021 € 0,7 miljoen beschikbaar voor deze aanpak.  Op het BO MIRT 2021 wordt de A28 wederom geagendeerd om te bezien of de resultaten uit het Gebiedsgerichte MIRT-Onderzoek Zwolle aanleiding geven om aanvullende afspraken over maatregelen rondom de A28 tussen Rijk en regio te maken.  Eveneens spreken Rijk en regio met elkaar af om in 2021 te kijken of de maatregelen die nu alleen voor 2021 zijn gefinancierd, kunnen worden opgenomen in een meerjarige investeringsagenda.

N35  Rijk en regio stellen het verkeerskundig onderzoek N35 Wijthmen – Nijverdal van Arcadis, de aanvullende bestuurlijke notitie en de verdiepende analyse van de tracés en kruispunten van de N35 vast.  Rijk en regio kiezen voor een gezamenlijke, gefaseerde en adaptieve aanpak om naar een eindbeeld voor de N35 toe te gaan. Daarbij wordt uitgegaan van het wegbeeld van een regionale stroomweg, waarbij de aanpak een toekomstige uitbreiding naar 2x2 rijstroken nog mogelijk maakt. Voor het Rijk staat daarbij de verbetering van de verkeersveiligheid op het traject voorop.  Rijk en de regio werken als onderdeel van de gezamenlijke adaptieve aanpak ook een toekomstbeeld van de N35 uit met als centrale vraag hoe het eindbeeld van de N35 er uit komt te zien en welke stappen we daar voor zetten. In het BO MIRT van 2021 wordt hierover terug gerapporteerd.  Voor de N35 besluiten Rijk en regio het gedeelte Wijthmen-Raalte aan te pakken in een toekomstvaste 2x1 opzet met ongelijkvloerse kruisingen, 2 kruispunten te verbeteren tussen Raalte en Nijverdal en een rondweg Mariënheem 2x1 te realiseren (ook toekomstvast).  Rijk en regio reserveren ieder € 100 miljoen, zodat in totaal € 200 miljoen beschikbaar is voor de realisatie. De rijksbijdrage is inclusief btw. Hiermee is voldaan aan minimaal 75 % van de middelen die beschikbaar moeten zijn voor de uitwerking in een verkenning.

 In de uitwerking zoeken Rijk en regio naar kosten efficiënte oplossingen bij de aanleg van kunstwerken. Meerkosten boven de € 200 miljoen worden 50/50 verdeeld tussen Rijk en regio.  De provincie heeft voor de uitvoering van de projecten voor de N35 Wijthmen - Nijverdal maximaal € 120 miljoen beschikbaar en stelt voor deze fase € 100 miljoen beschikbaar behoudens goedkeuring door Provinciale Staten. 

6.

7.

8.

38 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

 9.

10.

11.

12.

De provincie Overijssel neemt het voortouw bij de planologische uitwerking en besluitvorming. Het Rijk voert het project uit.

Strategische agenda A50 corridor Nijmegen-Eindhoven & MIRT-verkenning A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven  Het Rijk en de provincies Gelderland en Noord-Brabant stellen de strategische agenda met mobiliteitsaanpak voor de corridor A50 Nijmegen-Eindhoven vast.  Na deze beslissing kan de strategische agenda, in samenhang met de reeds gestarte MIRT-verkenning A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven, in uitvoering worden gebracht. MIRT-verkenning A1/A30 Barneveld  Het Rijk en de regio (provincie Gelderland, Regio Foodvalley en de gemeente Barneveld) spreken hun voorkeur uit voor het Voorkeursalternatief A1-A30 (Sober+).  Hiervoor reserveren het Rijk en de regio € 83,5 miljoen Waarbij de regiobijdrage maximaal € 11,5 miljoen is.  De minister van IenW stelt naar verwachting begin 2021 het voorkeursalternatief vast en geeft opdracht voor de volgende fase (planuitwerking) A1-A30. A1/A35  Rijk en regio nemen kennis van de uitwerking van de oplossingsrichtingen voor de korte termijn.  Rijk en regio spreken op basis hiervan af:  Het Rijk stelt €5 miljoen (inclusief btw) beschikbaar voor de aanleg van een weefvak op de A35 tussen de toerit Delden en de afrit Hengelo-Zuid waarmee terugslag op de A1 bij Buren naar verwachting wordt verminderd en de veiligheid toeneemt en de doorstroming verbetert.

 De oplossingsrichting ‘uitbreiding verkeersignalering’ (€ 2,5 – € 4,25 miljoen) als een gewenste maatregel te zien omdat het bijdraagt aan de verkeersveiligheid en de doorstroming. Het Rijk bekijkt nader in de studie naar het weefvak of verkeerssignalering binnen de beschikbaar gestelde € 5 miljoen is in te passen. De uitkomst wordt besproken in een later BO MIRT.  De regio neemt voor het project Vloedbeltverbinding op basis van de Plan MER een besluit over een voorkeursalternatief en stelt hiervoor de financiering beschikbaar. Deze verbinding tussen Hengelo en Almelo draagt bij aan:  de verbetering van de doorstroming en verkeersveiligheid op de A1/A35 tussen Almelo en Hengelo;  het versterken van de robuustheid van het regionale wegennet in het plangebied;  het ontlasten van de N743-traverse door de kern Zenderen en door Borne ten behoeve van het woon- en leefmilieu in deze kernen.  Rijk en regio zetten via de reguliere afspraken over de werkgeversaanpak in OostNederland in op anders, slimmer en schoner reizen. De regio zet verder in het kader van dit anders reizen in op realisatie van de F35. Deze maatregelen verminderen het autogebruik en dragen bij aan de doorstroming op het hoofd- en onderliggend wegennet.  Rijk en regio blijven de A1/A35 en het onderliggend wegennet gezamenlijk monitoren wat betreft doorstroming, veiligheid en leefbaarheid.

Indien de resultaten daar aanleiding toe geven, agenderen Rijk en regio de A1/A35 tussen Azelo en Buren opnieuw in het BO MIRT en bespreken wanneer aanvullende maatregelen (waaronder oplossingsrichtingen voor de langere termijn) in gang moeten worden gezet.  Rijk en regio spreken af dat indien aanvullende oplossingsrichtingen op het hoofdwegennet noodzakelijk blijken (vervolg uitvoering van het maatregelenpakket uit het MIRT onderzoek), de gedane investeringen van de regio -zoals in de Vloedbeltverbinding- als regionale bijdrage worden aangemerkt. MIRT Programma A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught  Rijk en regio stellen de concept Voorkeursbeslissing A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught vast. Rijk en regio spreken hierbij de intentie uit om de concept Voorkeursbeslissing te realiseren. De concept Voorkeursbeslissing bestaat uit een Voorkeursalternatief voor de A2 en een regionaal pakket aan zowel brede mobiliteitsmaatregelen (met diverse maatregelen op vlak van werkgeversbenadering, fiets, smart mobility, verkeersmanagement e.d.) als diverse flankerende maatregelen gericht op het mobiliteitssysteem rond de A2 voor de periode 2021-2030.  Het Rijk reserveert voor de realisatie van het Voorkeursalternatief A2 Deil-Vught € 830 miljoen (inclusief btw) in het MIRT.

 Regionale partijen spreken commitment uit voor de gezamenlijke uitwerking van de financiering van een Breed Mobiliteitspakket geraamd op maximaal € 45 miljoen (met diverse maatregelen op vlak van werkgeversbenadering, fiets, smart mobility, verkeersmanagement, OV e.d.).

39 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

13.

14.

De Brabantse regio stelt daarbij concreet € 22,5 miljoen beschikbaar voor deze maatregelen.  De Gelderse regio is bereid zich in te spannen voor de realisatie van de Brede Mobiliteitsaanpak. Financiële bijdrage wordt daarbij gebaseerd op de nadere concretisering van de aanpak in de regio en bedraagt maximaal € 22,5 miljoen.  In de Voorkeursbeslissing zijn, in aanvulling op de maatregelen uit het Breed Mobiliteitspakket, verder nog de volgende flankerende maatregelen ter verbetering van het mobiliteitssysteem rond de A2 door regionale partijen opgenomen:  Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid aan de oostzijde van ’s-Hertogenbosch (ontsluiting Empel, Groote Wielen, Rosmalen) door aanpassingen op het onderliggende wegennet, met name nabij de aansluiting Rosmalen op de A2. De Brabantse regio stelt daarbij concreet € 10 miljoen beschikbaar voor deze aanvullende maatregelen.  Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en het tegengaan van sluipverkeer nabij Waardenburg en Velddriel.  Diverse maatregelen die een goed alternatief bieden voor de auto in de vorm van een hoogwaardige loop-fiets en regionaal openbaarvervoer-en overstapvoorzieningen.

Concreet zullen de regionale partners het regionaal vervoernetwerk op logische, goed bereikbare plekken voorzien van multimodale mobiliteitshubs om uitwisseling tussen modaliteiten te faciliteren (conform netwerkuitwerking van landsdeel Zuid van het Toekomstbeeld OV 2040 en Gelderland).  Bovenstaande maatregelen worden via de reguliere monitoring & evaluatie systematiek van het Programma A2 gemonitord op effectiviteit waarbij de resultaten aan de stuurgroep A2 Deil-Vught zullen worden voorgelegd om zo tijdig eventueel bij te kunnen sturen.  De Gelderse regio gaat zich op basis van de uitwerking hierbij inspannen financiële bijdragen ter beschikking te stellen aan de realisatie van de flankerende maatregelen. Deze aanvullende maatregelen worden parallel aan de planuitwerkingsfase van het Voorkeursalternatief verder uitgewerkt (inhoudelijk, effecten, kosten).  Het Rijk en de provincie Gelderland spreken af dat indien de NMCA 2021 inzichten geeft over negatieve effecten op doorstroming en verkeersveiligheid van de diverse lopende projecten zoals onder andere de A2 Deil – Vught, die aansluiten op de A15 tussen Gorinchem en Valburg, dit aanleiding kan zijn om verdere gesprekken over de A15 te gaan voeren. In dit overleg zal er aandacht worden geschonken aan deze mogelijke nieuwe knelpunten met betrekking tot de doorstroming en verkeersveiligheid op dit traject.

 Bovenstaande afspraken tussen Rijk en regionale partijen zullen worden vastgelegd in een (concept) Bestuursovereenkomst (BOK) A2 Deil – Vught. N50  Op verzoek van een aantal gemeenten heeft RWS ON eind 2019 kritisch gekeken naar de situatie op de N50 Hattemerbroek-Ramspolbrug. Het wisselende wegbeeld maakt dit een specifieke N-weg en vraagt om actief handelen en oplettendheid van de weggebruiker, maar maakt de weg niet per definitie onveilig. Op het enkelbaans gedeelte van de N50 tussen Kampen en de Ramspolbrug is er wel een licht verhoogd risico. Om deze reden zal RWS een ander type markering aanbrengen op dit wegdeel om onbewuste overschrijding van de middenas tegen te gaan.  Er wordt op dit moment nog steeds uitgegaan van openstelling van het wegvak KampenKampen Zuid in 2023. Versnellen verbinding Amsterdam – Berlijn  Het Rijk, met steun én betrokkenheid van de Duitse partners en Oost Nederland, start de verkenning voor het versnellen van de IC Berlijn via de huidige route.

De inzet is een reistijdwinst van een half uur per 2024;  De versnelling betreft inzet op drie pijlers in beide landen: nieuwe dienstregeling, nieuw materieel en aangepaste infrastructuur;  Het Rijk reserveert € 50 miljoen aan studie- en investeringskosten voor de benodigde infrastructuur in Nederland;  Onderdeel van de verkenning is tevens het in zicht brengen van mogelijke lokale impact en passende mitigerende maatregelen;  Daarnaast onderschrijven Rijk en regio de ambitie voor een verdere versnelling voor de lange termijn oplossing tussen Amsterdam en Berlijn;  In het kader van Toekomstbeeld OV komen Rijk en regio tot een procesaanpak over wanneer en op welke wijze nadere uitwerking van diverse varianten zal plaatsvinden. Dit betreft de huidige route, een route via Zwolle-Hengelo, of via Utrecht-Arnhem.

40 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

15.

16.

Spoor regio Achterhoek verbinden met stedelijke netwerken  De regio is gestart met een verkennend onderzoek spoorverdubbeling DoetinchemDidam (Regio Expres). Rijk en regio spreken af dat de uitkomsten hiervan de bouwstenen vormen voor besluitvorming over eventuele maatregelen, de financiering daarvan en de rolverdeling tussen Rijk en regio;  Rijk en regio starten uiterlijk begin 2021 met een onderzoek naar de doorkoppeling van de treindienst Winterswijk-Zutphen naar Apeldoorn;  Rijk en regio spannen zich in de aanleg van een perronoverkluizing op station Apeldoorn in combinatie met ander werk mogelijk te maken, met ieder een vaste bijdrage van maximaal €1 miljoen (excl. btw). Dit maakt de huidige dienstregeling robuuster en maakt eveneens een directe treinverbinding Winterwijk-Apeldoorn in de toekomst mogelijk;  Besluitvorming voor beide verbindingen met de Achterhoek is voorzien in BO MIRT 2021, waarbij het afsprakenkader ‘werken voor derden’ het uitgangspunt vormt. Station Nijmegen  Rijk en regio spreken de ambitie uit om gezamenlijk een innovatieve OV-hub van de toekomst te realiseren, door de integrale opgave van het stationsgebied Nijmegen kwalitatief, duurzaam en toekomstbestendig te maken.

 Rijk en regio stellen vast dat nu hét momentum is om kansen in samenhang te benutten en meerwaarde te realiseren door:  het in de tijd samenvallen van de uitvoering PHS Nijmegen-Schiphol;  de versnelling van de woningbouw in het kader van de Woondeal Arnhem-Nijmegen en de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley;  de regionale verbetering van de bereikbaarheid per OV en fiets door uitbreiding van de capaciteit en als gevolg hiervan de kansen op het creëren van nieuwe werkgelegenheid.  Rijk en regio spreken de bereidheid uit om gezamenlijk te investeren in het station en stationsgebied Nijmegen. Overeenstemming bestaat over de volgende verdeelsleutel:  NS Stations heeft de intentie uitgesproken dat vanaf 2025 € 5- 10 miljoen beschikbaar gesteld kan worden voor de vernieuwing van de stationshal.  De resterende investeringsbehoefte van € 106 miljoen euro zal door Rijk en Regio op basis van 50/50 worden gedekt: o Voor het station en stationsomgeving wordt aan Rijkszijde door het ministerie van IenW een bijdrage van maximaal € 27 miljoen (incl. btw) gereserveerd; o De uitwerking van het onderdeel fietsenstalling – met een huidige raming van € 40 miljoen (inc. btw) – verloopt via het Actieprogramma Fietsparkeren van het Ministerie van IenW. We besluiten nu tot een onderzoek in cofinanciering.

Uitkomsten van dit onderzoek bepalen de daadwerkelijke scope en benodigde bekostiging. De cofinancieringsbijdrage van Ministerie van IenW is daarbij maximaal 40%. Vanuit de regio wordt € 24 miljoen gereserveerd voor de realisatie van de fietsenstalling; vanuit het ministerie van IenW wordt maximaal € 16 miljoen euro gereserveerd. o De bijdrage van ministerie van BZK is bedoeld voor het realiseren of versnellen van de bouw van betaalbare woningen, mogelijk gemaakt door aanpassingen van de infrastructuur en de inrichting van de openbare ruimte. De uitwerking en financiering van de bijdrage van het ministerie van BZK verloopt via het programma Woningbouwimpuls (WBI). De gemeente Nijmegen wordt voorgesteld een aanvraag in te dienen voor de WBI-gelden gericht op het stationsgebied waarvoor de voorwaarden van het Besluit en de regeling Woningbouwimpuls gelden. Het oordeel van de minister van BZK over een aanvraag vereist in ieder geval een positief advies van de onafhankelijke toetsingscommissie. o De regionale bijdrage van in totaal € 55 miljoen, is grotendeels opgebouwd uit provinciale middelen en regionale/ gemeentelijke middelen. Gemeente Nijmegen heeft reeds een bedrag gereserveerd van € 10 miljoen in de gemeentebegroting. Het college van Nijmegen is bereid de gemeenteraad een extra bijdrage van € 5 miljoen voor te stellen.

Zij zal daartoe in Q1 2021 bij de behandeling van het Koersdocument een voorstel doen. De definitieve provinciale bijdrage wordt bij de Mid Term Review van medio 2021 bepaald. Mocht bij de bespreking over de verdeling van de kosten van de regio over de verschillende partijen er minder middelen beschikbaar zijn/komen, dan zal er gekeken worden naar verlaging van de ambities van het plan.

41 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio werken de afspraken nader uit en leggen deze vast in een bestuursovereenkomst, te ondertekenen in 2021. NS zal daarin ook partner zijn. Uitgangspunten hierbij zijn:  het budget is taakstellend,  de risicoverdeling is op basis van een circa 50/50 verdeling Rijk-regio en  de governance past bij de gezamenlijke en onderling nauw verweven opgave, de projectfase, de scope van het project, de kerntaken van betrokken partijen én geeft tegelijk pragmatisch invulling aan maximale btw-compensatie. Ook wordt ruimte gelaten / gezocht voor bijdragen van andere begunstigden aan de gehele ontwikkeling.  Een eerste gezamenlijke stap is het opstellen van één integraal ontwerp voor het totale project waarbij in de bestuursovereenkomst nadere afspraken worden gemaakt over de scope van het project. We overwegen hiervoor een uitvraag aan de markt op basis van taakstellend budget en functionele eisen om de maximale potentie van innovatieve en kosten-efficiënte oplossingen binnen het taakstellende budget te benutten. Verduurzaming spoorlijnen Almelo-Mariënberg en Zutphen-Hengelo  Rijk en regio delen de ambitie van het verduurzamen van regionale spoorlijnen.

Voor de huidige dieselspoorlijnen Zutphen-Hengelo en Almelo-Mariënberg wordt specifiek toegewerkt naar Zero Emissie bij de komende concessie-overgangen;  In opdracht van de regio werkt ProRail aan een verkennend onderzoek naar elektrificatie van beide spoorlijnen. De uitkomsten van dit onderzoek vormt één van de bouwstenen voor besluitvorming in het BO MIRT 2021 over in welke vorm verduurzaming gerealiseerd kan worden, waarbij het afspraken kader ‘werken voor derden’ het uitgangspunt vormt voor afspraken tussen Rijk en regio over o.a. de rol- en kostenverdeling. Gelderse versnelling transitiepad verduurzaming spoor  Rijk en provincie Gelderland onderzoeken gezamenlijk met ProRail en de vervoerders de mogelijkheden voor concrete stappen voor verduurzaming van regionale spoorlijnen in Gelderland, bijvoorbeeld door het uitvoeren van pilots met verduurzamingsopties zoals HVO (Hydrotreated Vegetable Oil), batterij-elektrische en/of waterstoftreinen. Treinverbinding Zwolle-Twente-Münster/Dortmund  Rijk en regio delen de ambitie met de Duitse partners om de grensoverschrijdende treinverbindingen vanuit Münster en Dortmund te verduurzamen door het baanvak Enschede-grens(-Gronau) te elektrificeren vóór de introductie van nieuw materieel. Het afsprakenkader ‘werken voor derden’ vormt daarbij het uitgangspunt voor afspraken tussen Rijk en regio over o.a.

de rol- en kostenverdeling;  Rijk en regio onderschrijven het belang van de corridor Zwolle-TwenteMünster/Dortmund, conform de Omgevingsagenda Oost, en analyseren de consequenties van doorontwikkeling van de grensoverschrijdende treinverbindingen in samenhang met Deutschlandtakt en Toekomstbeeld OV 2040;  Rijk en regio maken nadere afspraken over betrokkenheid van het Rijk bij het INTERREGproject EuregioRail om bovengenoemde gezamenlijk uit te werken. Verbetering spoorverbinding Zwolle-Enschede  Rijk en regio hebben ProRail gevraagd de oplossingsrichtingen voor de bredere problematiek op de treinverbinding Zwolle-Enschede, zoals gevraagd in het kader van de moties Dijkstra en Sienot in samenhang te bekijken;  De uitkomsten van het onderzoek vormen de bouwstenen voor besluitvorming over eventuele aanvullende verbetermaatregelen en financiering daarvan;  Rijk en regio streven inmiddels naar een gezamenlijk besluit in 2021 ipv 2020, zoals eerder was voorzien. De door het Rijk in het kader van de motie Sienot gereserveerde financiële middelen voor de oplossing van het knelpunt van de perrons bij Heine en Raalte blijven daarvoor beschikbaar.

Decentralisatie sprinterdienst Leeuwarden-Zwolle  In navolging van de afspraken uit het BO MIRT 2019 werken Rijk en provincie Fryslân gezamenlijk aan een samenhangend pakket van maatregelen voor de verbetering van het openbaar vervoer in Fryslân, voornamelijk gericht op de spoorlijn Leeuwarden – Zwolle.  Rijk en provincie Fryslân maken afspraken over decentralisatie van de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden. De provincies Overijssel en Drenthe zijn bereid hieraan onder voorwaarden mee te werken, en blijven onderdeel van de verdere besluitvorming. Een algemene voorwaarde voor alle partijen is dat de decentralisatie meerwaarde biedt voor de regionale reiziger, zonder nadelen te brengen voor de landelijke reiziger.  Als onderdeel van het samenhangend pakket houden Rijk en provincie Fryslân de mogelijkheid open om in infrastructurele maatregelen te investeren. 

17.

18.

19.

20.

21.

42 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en provincie Fryslân nemen richting februari 2021 de benodigde stappen om dit maatregelenpakket uit te werken. Onderdeel hiervan is een berekening van de vervoerswaarde en exploitatiesaldo van het beoogde reizigersproduct door de Provincie Fryslân, een eerste verkenning naar de benodigde infrastructuurmaatregelen door ProRail en een uitvraag van het netto financieel effect bij de huidige concessiehouder door IenW. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige bijdrage van de provincie Fryslân aan de exploitatie van de sprinterlijn Leeuwarden - Zwolle. Waar mogelijk betrekken Rijk, ProRail en de provincies Fryslân, Drenthe en Overijssel elkaar bij deze onderzoeken.  Provincie Fryslân biedt ten behoeve van deze stappen meer duidelijkheid over de beoogde verbeteringen van het reizigersproduct, en de vervoerswaarde die daaraan gekoppeld is.

Hierbij wordt gedacht aan de volgende fasering:  Uitgangssituatie: twee sprinters per uur tussen Leeuwarden en Zwolle;  op korte termijn: een betere aansluiting van bus-, veer- en treinvervoer op elkaar, de bediening van stations Werpsterhoeke en wellicht Heerenveen IJsstadion tijdens evenementen;  voor de middellange termijn: een verkenning naar verdere opties, zoals de mogelijkheden om op termijn sprinterdiensten over de lijn Zwolle-Leeuwarden te intensiveren en / of (gedeeltelijk) door te koppelen aan de sprinterdiensten uit Groningen, evenals realisatie en bediening station Staphorst.  Het Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar om in het voorjaar 2021 een decentralisatieconvenant te ondertekenen voor de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden, al dan niet onder nader te bepalen voorwaarden. Concrete onderdelen van het convenant zijn het na te streven reizigersproduct en de decentralisatie van bevoegdheden voor de sprinterdienst. Om dit te kunnen realiseren maken Rijk en provincie Fryslân afspraken over de beoogde (infrastructuur)maatregelen om het verbeterde reizigersproduct betrouwbaar en tegen aanvaardbare kosten aan te kunnen bieden, evenals over de structurele bijdrage voor de exploitatie die volgt uit het netto financieel effect op de HRNconcessie.

 Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar in 2021 definitieve afspraken te maken over het samenhangend pakket met daarin de te nemen (infrastructuur)maatregelen en de verdeling van kosten. Ten behoeve hiervan voert ProRail een verdere capaciteitsstudie en beschikbaarheidsanalyse uit. Landelijk verbeteringsprogramma overwegen (LVO)  Rijk en regio spreken af in 2021 in het kader van het programma ‘Landelijke Verbetering Overwegen’ (LVO) een bestuursovereenkomst te sluiten voor realisatie van de tunnel in Wolfheze:  Het Rijk geeft een vaste bijdrage aan de tunnel inclusief perrontoegang: vanuit het programma LVO € 9,98 miljoen (incl. btw), de bijdrage vanuit perrontoegankelijkheid betreft € 1,45 miljoen (incl. btw). De overige investeringskosten komen voor rekening van de regio. ICE Amsterdam-Ruhrgebied-Frankfurt  Rijk en regio onderschrijven de ambitie het huidige ICE reisproduct Amsterdam-Frankfurt te verbeteren en gaan hierover samen met Nederlandse en Duitse partners in gesprek. 

22.

23.

24.

OV-verbinding Randstad - Noord-Nederland  Rijk en regio Noord-Nederland hebben conform het Toekomstbeeld OV de ambitie om de spoorverbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland te verbeteren, door de reistijd te verkorten, de robuustheid te verbeteren en zo de regio beter te ontsluiten. De regio specificeert deze ambitie tot een reistijdverkorting van tenminste 30 minuten voor 2030.  Rijk en regio werken in 2021 een adaptief ontwikkelpad uit voor deze verbeteringen waarin zowel naar korte (2025) als middellange (2030) wordt gekeken.  Om nadere invulling te geven aan dit ontwikkelpad, worden verschillende onderzoeken in werking gezet, waarvoor het Rijk opdracht geeft:  De mogelijkheden voor verkorting van de reistijd tussen Amsterdam-Zuid en Zwolle met tenminste 15 minuten, inclusief de incasseerbaarheid van de reistijdwinst van de IC-NG in de nieuwe dienstregeling, worden in 2021 onderzocht door ProRail en NS.  De mogelijkheden voor verbetering van de robuustheid van het spoor tussen Zwolle en Meppel, inclusief verbeter- en versnellingsmogelijkheden bij station Meppel zelf, worden in 2021 door ProRail en NS nader onderzocht.  ProRail en NS onderzoeken in 2021 de uitvoerbaarheid, benodigde vervoerwaarde/kosten en kansen van frequentieverhoging tussen de Randstad en Groningen.

43 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

25.

26.

27.

28.

ProRail onderzoekt in 2021 de robuustheid van de trajecten Meppel-Leeuwarden en Meppel-Groningen.  De uitwerkingen van het Toekomstbeeld OV en het potentieonderzoek laten zien dat in potentie de reistijd tussen de Randstad en Noord-Nederland met 30 minuten versneld kan worden via het bestaande spoor of de Lelylijn. In een verdiepend vervolgonderzoek, te starten in 2021 zullen IenW, BZK en regio vanuit de brede opgave deze potentie in samenhang met de haalbaarheid van een bijpassende ruimtelijke ontwikkeling ten aanzien van wonen, werken, recreëren en bereikbaarheid verder in kaart brengen.  Rijk en regio constateren dat voor een dergelijke schaalsprong op de lange termijn een forse investering nodig is waarvoor op dit moment vanuit Rijk en regio niet voldoende middelen beschikbaar zijn.  In het Bestuurlijk Overleg MIRT van het najaar 2021 wordt de voortgang, dan wel de uitkomsten van de bovengenoemde onderzoeken besproken en zullen hier nadere afspraken over worden gemaakt. Versnellingsaanbod woningbouw Overijssel  Rijk en regio besluiten de mogelijkheden te inventariseren om meer woningen te bouwen in de gemeenten Zwolle en Kampen dan is geprognotiseerd, zoals zijn beschreven in het “versnellingsaanbod” van de provincie Overijssel.

In deze inventarisatie is onder meer aandacht voor de woningbehoefte op korte en lange termijn, en voor de relatie en samenhang met reeds lopende trajecten rond verstedelijking.  De uitkomsten hiervan worden geagendeerd op het BO Leefomgeving 2021 waarop besloten kan worden over uitvoering aan de uitkomsten van de inventarisatie.  Rijk, provincie en betrokken gemeenten Zwolle en Kampen stellen, indien nodig, direct na het besluit in BO Leefomgeving voorjaar 2021 een uitvoeringsakkoord op. Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle/gebiedsgericht MIRT onderzoek Zwolle e.o.  Het onderzoek naar zowel de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle als het Gebiedsgerichte MIRT Onderzoek Zwolle e.o. is in voorjaar 2020 gestart.  De nadruk ligt op een integrale benadering van opties voor toekomstige verstedelijking en mobiliteit, waarbij aangesloten wordt bij Zwolle als klimaatbestendige groeiregio (Omgevingsagenda Oost).  De integrale ontwikkelperspectieven met drie groeiscenario’s (bandbreedtes woningbouw) worden in de eerste helft van 2021 uitgewerkt en geagendeerd op het BO Leefomgeving juni 2021.  Besluitvorming over de gewenste ontwikkelrichting en het adaptief ontwikkelpad, het afronden van de rapportages en het maken van vervolgafspraken vindt plaats op het BO MIRT november 2021.

Onderzoek gebiedsontwikkeling spoorzones Zwolle en Nijmegen  Het onderzoek Gebiedsontwikkeling spoorzones Zwolle en Nijmegen is afgerond. Rijk en regio erkennen op basis hiervan dat de opgaven dusdanig groot zijn dat beide stations een prominente plek krijgen in de Actie-Agenda knooppunten (2021) van het Toekomstbeeld OV.  De resultaten worden meegenomen in de verstedelijkingsstrategieën voor Regio Zwolle en de Regio Arnhem/Nijmegen/Foodvalley en zijn relevant voor andere middelgrote steden met een opgave in stationsomgevingen.  In het onderzoek wordt geconcludeerd dat voor de stationsomgevingen Zwolle en Nijmegen kansen voor ontwikkeling bestaan. Voor mogelijke vervolgbesluiten over de kansen wordt onder meer de relatie gelegd met lopende projecten tussen Rijk en regio (Regio Zwolle: gezamenlijk onderzoek verstedelijkingsstrategie en gebiedsgericht MIRTonderzoek regio Zwolle 2040 en Nijmegen uitvoering PHS). Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley  In het BO MIRT 2019 is afgesproken een verstedelijkingsstrategie voor het gebied Arnhem, Nijmegen, Foodvalley te maken. Afgelopen jaar is benut om een contourennotitie op- en vast te stellen waarin de uitgangspunten en bouwstenen (wonen, economie, bereikbaarheid en leefbaarheid) voor deze strategie in staan vastgelegd.

Deze notitie heeft geleid tot drie mogelijke (extreme) verstedelijkingsvarianten die zijn doorgerekend in het Dashboard Verstedelijking, te weten: 1) geconcentreerde stedelijke ontwikkeling (rondom Arnhem/Nijmegen), 2) polycentrische ontwikkeling (verstedelijking in/rond economische polen), 3) regionale spreiding (over het hele gebied).  Om vanuit de drie varianten toe te werken naar een integrale verstedelijkingsstrategie is het van belang inzicht te hebben in de effecten van de varianten op de verschillende bouwstenen. Rijk en regio zullen in de komende periode dit inzicht op de vier bouwstenen verder uitwerken, aanscherpen en toetsen.

44 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

29.

30.

31.

32.

33.

34.

35.

De verstedelijkingsstrategie zal ter bespreking worden voorgelegd op het BO Leefomgeving 2021 en moet leiden tot een verstedelijkingsakkoord in het najaar. Dit verstedelijkingsakkoord zal worden vastgesteld in het BO MIRT 2021.

Ruimtelijk economische sturing bedrijventerreinen  In de NOVI heeft het kabinet aangegeven op landelijk niveau samen met de Provincies meer te willen sturen op bedrijventerreinen en de vestiging van (grootschalige) logistiek. De eerste stap is het uitvoeren van een inventarisatie naar vraag en aanbod van bedrijventerreinen en instrumentarium en beleid van 8 provincies. Aan de hand van de uitkomsten van de inventarisatie zal met de regio beoordeeld worden of meer gemeenschappelijke sturing op bedrijventerreinen wenselijk is. De brede werkgroep Clustering van grote bedrijfsvestigingen (‘verloodsing’) zal het inventariserende onderzoek begeleiden en eventuele vervolgstappen voorstellen.  Uitwerken van de andere belangrijke onderdelen van deze pijler 3 van de Toekomstagenda Goederenvervoercorridor zijn:  een betere benutting van het economisch potentieel van de goederenvervoercorridors en de knooppunten;  het zoeken van balans tussen goederenvervoer en economisch verdienpotentieel en de kwaliteit van de leefomgeving in de goederenvervoercorridors;  uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor de verwachte groei van het spoorgoederenvervoer in relatie tot verstedelijking langs het spoor;  uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor ruimtelijke vraagstukken rondom verstedelijking en watergebonden bedrijvigheid aan de binnenwateren.

Integraal riviermanagement (IRM)  Rijk en regio werken conform BO MIRT afspraak 2019 gezamenlijk verder aan IRM.  In overleg met het kernteam IRM zullen mogelijke nieuwe pilotprojecten nader worden onderzocht en uitgewerkt zodat in het BO-MIRT 2021 nieuwe projectvoorstellen ter besluitvorming kunnen worden voorgelegd. MIRT-verkenning Rivierklimaatpark – IJsselpoort  De betrokken gemeenteraden hebben de Intergemeentelijke Structuurvisie (IGSV) voor het Klimaatpark IJsselpoort vastgesteld. De minister van IenW heeft op 24 oktober de voorkeursbeslissing voor de MIRT-verkenning IJsselpoort genomen. De 9 partners in het project hebben op de Samenwerkingsovereenkomst voor de planuitwerkingsfase ondertekend. Scope uitbreiding HWBP-project Zwolle-Olst met dijkteruglegging Paddenpol (IRM pilotproject)  Het inrichtingsplan voor het gebied rond de dijkverlegging wordt dit jaar afgerond en is een belangrijke onderligger voor besluitvorming.  Besluitvorming over het voorkeursalternatief en ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst is voorzien in januari 2021. MIRT-onderzoek Haven Werkendam en IRM (IRM pilotproject)  Het Plan van aanpak inclusief onderzoeksvragen is op 7 september vastgesteld, waarmee de onderzoeksfase is gestart. De resultaten van het onderzoek, waarbij ook wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen binnen IRM, worden voor de zomer van 2021 verwacht.

MIRT-onderzoek traject Havikerwaard-Fraterwaard-Olburgerwaard IRM (IRM pilotproject)  Het onderzoek is op 1 september gestart. De resultaten van het onderzoek, waarbij ook wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen binnen IRM, worden in het voorjaar 2021 verwacht. Boven-IJssel  Rijk en regio zijn naar aanleiding van het rapport Quickscan Boven-IJssel (2018) een integraal onderzoek gestart naar de in de Quickscan genoemde knelpunt spoorbrug Zutphen. De resultaten van het onderzoek worden in Q1 2021 verwacht.  Rijk en Regio zullen het komend jaar gebruiken om na te gaan in hoeverre de resterende scheepsvaartsopgaven, op de deeltrajecten Cortenoever en Tichelbeeksewaard in 2021 zo mogelijk kunnen worden opgepakt als IRM-pilotproject.  Voor Cortenoever loopt de planuitwerking van het deel van de KRW-opgaven en de droge natuuropgaven van de provincie. Voor Tichelbeeksewaard gaat de planuitwerking binnenkort van start. Deze opgaven kunnen no-regret uitgevoerd worden vooruitlopend op de opgaven voor de scheepvaart in Cortenoever en Tichelbeeksewaard.

45 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

36.

37.

Regiotafel binnenvaart Oost-Nederland  Rijk en regio spreken af een Regiotafel Binnenvaart Oost-Nederland te starten. Dit gebeurt op initiatief van de provincies Gelderland en Overijssel, het ministerie van IenW en Rijkswaterstaat Oost-Nederland.  Deze Regiotafel zal werken aan het opstellen van een uitvoeringsagenda met maatregelen, en activiteiten en projecten, die bijdragen aan een betere benutting en verduurzaming van deze vaarwegen. Quick-win ligplaatsen traject Haaften – Lobith  In BO-MIRT 2019 is afgesproken dat het Rijk een onderzoek gaat starten naar de restbehoefte aan ligplaatsen op het traject Haaften-Lobith.  Dit onderzoek is afgerond. Het Rijk beraadt zich op de nodige vervolgstappen richting realisatie.

46 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Regio Zuidwest-Nederland 1.

2.

Brede doeluitkering  Rijk en de vervoerregio’s VRA en MRDH bevestigen –opnieuw- dat beheer, onderhoud- en vervangings(BOV)kosten van de regionale railinfrastructuur (tram en metro) in gelijke mate toenemen als die van de nationale (rail)infrastructuur.  Rijk en vervoerregio’s constateren dat de vervoerregio’s daardoor steeds minder bestedingsruimte hebben voor hun wettelijke verkeers- en vervoerstaken zoals duurzame bereikbaarheid, toegankelijkheid en verkeersveiligheid en nieuwe investeringen die voortkomen vanuit de bereikbaarheids- en gebiedsprogramma’s SBaB en MoVe.  Dat zij gaan bezien of en zo ja welke aanpassingen nodig zijn in de omvang en systematiek van de doeluitkering aan de vervoerregio’s (BDU). Daartoe zullen de vervoerregio’s in samenspraak met het Rijk met een voorstel komen. Minder Hinder Zuidwest Zuid-Holland:  Rijk en regio hebben het ‘programma Zuid-Holland bereikbaar, uitwerking programma en organisatie’ vastgesteld als gezamenlijke stip aan de horizon. Dit document dient als basis en raamwerk voor verdere stappen in de tijd. Hieronder benoemde afspraken zijn terug te leiden tot dit document.  Rijk en regio spreken af vanuit (1) acceptabele hinder en gedragsverandering (2) minimaal de komende 10 jaar te willen samenwerken en (3) hiervoor gezamenlijk toe te werken naar een robuuste samenwerkingsorganisatie ‘Zuid-Holland bereikbaar’ (werktitel).

In de samenwerkingsorganisatie gaan de bestaande organisaties: Bereik!, De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland op.  Rijk en regio spreken af dat de samenwerkingsorganisatie onder leiding komt van een programmadirecteur, die - in een goed samenspel met de ‘Stuurgroep Zuid-Holland Bereikbaar’ - en met regionale bestuurlijke overleggen in de verschillende regio’s – invulling geeft aan de basis van haar missie: ‘Samen, slim en duurzaam werken aan een goed bereikbaar en leefbaar Zuid-Holland’.  Rijk en regio spreken af in Q1 2021 een programmadirecteur aan te stellen voor een periode van 4 jaar waarbij de provincie Zuid-Holland optreedt als vacaturehouder.  Rijk en regio spreken af met de beoogde oprichting van de nieuwe samenwerkingsorganisatie per 1 januari 2021 een programmadirecteur te werven en aan te stellen voor een periode van 4 jaar waarbij de provincie Zuid-Holland optreedt als vacaturehouder.  Rijk en regio spreken af de voorkeursvariant ‘Samenwerkingsovereenkomst (SOK) in combinatie met een stichting’ als organisatie- en rechtsvorm voor de samenwerkingsorganisatie nader te verkennen. Daarbij wordt bekeken of de bestaande stichting van de Verkeersonderneming aangepast kan worden om snel gesteld te staan voor de omvangrijke beheer- en onderhoudsopgave in Zuid-Holland in de komende jaren.

Doel is oprichting per 1 juli 2021 van de robuuste samenwerkingsorganisatie ‘Zuid-Holland bereikbaar’. Uitgangspunt voor deze samenvoeging is dat dit leidt tot een vergroting van de doelmatigheid en doeltreffendheid.  Rijk en regio spreken af dat met het professionaliseren en opschalen van de samenwerking de partijen ernaar zullen streven om zoveel mogelijk gebruik te maken van deze organisatie voor het bereiken van hun doelen. En dat hierbij voorhanden zijnde financiering ten goede komt aan het programma.  T.b.v. het verder ontwikkelen en uitwerken van het ‘programma Zuid-Holland bereikbaar en het opzetten van de samenwerkingsorganisatie’:  Behouden Rijk en regio voor het jaar 2021 de huidig toegezegde exploitatiebudgetten en projectgelden - met de daarbij afgesproken verdeling onder de partners – om de bestaande uitvoeringsorganisaties te continueren.  Werken Rijk en regio komend jaar toe naar een uitgewerkt meerjarig werkprogramma, inclusief meerjarige afspraken over de totale bekostiging (exploitatie- en werkbudget) van de Samenwerkingsorganisatie i.o., ter besluitvorming bij BO-MIRT 2021, waarbij de Stuurgroep opdrachtgever is en programmadirecteur opdrachtnemer is.  Daarop vooruitlopend besluiten Rijk en regio nu voor 2022 en de daaropvolgende 4 jaar € 4,9 miljoen (excl.

btw) exploitatiebudget (bekostiging vast personeel, huisvesting en facilitaire kosten) op jaarbasis aan financiële middelen beschikbaar te stellen voor de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland – conform uitkomst Stuurgroep 29-9-2020;  Rijk en regio spreken een 50/50 verdeling in de bijdrage af van elk € 2,45 miljoen (excl. btw) per jaar.

47 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Waarbij specifiek de verdeling geldt: Rijk 1/2 deel, MRDH en Provincie Z-H ieder 1/6 deel, Gemeente Rotterdam en gemeente Den Haag en Havenbedrijf Rotterdam gezamenlijk 1/6 deel (onderling evenredig verdeeld).  Besluiten Rijk en regio in 2021 gezamenlijk de transitiekosten (€ 0,6 miljoen excl. btw) te financieren voor de aanstelling van de programmadirecteur en het benodigde transitieproces.  In eerste instantie wordt gekeken tot welk bedrag dit kan worden onttrokken uit bestaande reserves bij de huidige uitvoeringsorganisaties.  Wanneer de financiering niet volledig uit bestaande reserves kan worden voldaan, financieren Rijk en regio gezamenlijk het benodigde ontbrekende deel.  Hiervoor geldt de in de Stuurgroep overeengekomen verdeling 50/50 verdeling tussen Rijk en regio. Voor de regio geldt hierbij de onderlinge verdeling:  MRDH en Provincie Z-H ieder 1/6 deel  Gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag en Havenbedrijf Rotterdam gezamenlijk 1/6 deel (onderling evenredig verdeeld)  In 2025 maken Rijk en regio afspraken voor de jaren 2026 en verder. Tevens vindt in 2023 een evaluatie van de samenwerking(-sorganisatie) plaats. Smart Mobility: Digitalisering Overheden Zuid-Holland:  In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein herbevestigt het Rijk de reservering uit het BO MIRT 2019 van in totaal € 680.000 (incl.

btw, ontvanger: MRDH). Dit bedrag wordt gereserveerd in gelijke jaarlijkse termijnen tot en met 2023 voor regio Zuid-Holland/MRDH. Regio ZuidHolland/MRDH zet tot en met 2023 4 fte in. Zeeland:  In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein herbevestigt het Rijk € 125.000 (incl. btw, ontvanger: Provincie Zeeland) per jaar tot en met 2023 voor regio Zeeland. Regio Zeeland zet voor de periode tot en met 2023 2 fte in. Bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen Zuid-Holland: Werkgeversaanpak:  Rijk en regio zetten binnen de in het kader van het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma “MoVe” gemaakte werkgeversafspraken in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon-werk verkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden.  Het Rijk stelt hiervoor 50% van de kosten met een maximum van € 75.000 incl. btw beschikbaar. Onderwijsaanpak  In 2021 investeren rijk en regio een bedrag van € 200.000,- (50-50 verdeeld; rijk incl. btw) in een vervolg op de in 2020 ingezette Onderwijsaanpak van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).

 Hierbij wordt ingezet op het versterken van het huidige platform/netwerk van vervoerders en wordt gestart het met oprichten van een platform/netwerk van onderwijsinstellingen met als doel kennisdeling, geven van advies en uitvoeren van scans gericht op afspraken over spreiding van les- en werktijden en afstandsleren. Fietsparkeren Zuid-Holland:  Rijk en regio spreken de bereidheid uit samen te investeren in de bouw en onderhoud van nieuwe stallingen op maaiveld bij het station van Alphen aan den Rijn en in een studie naar stallingsplaatsen in Zwijndrecht, en verder voor studie naar de restopgave aan de zeezijde van station Leiden Centraal. MRDH:  Rijk en regio/MRDH investeren samen in de realisatie van nieuwe maaiveldstallingcapaciteit bij Laan van NOI en een bijdrage in de studie voor de lange termijn aan de Haagse kant.  Rijk en MRDH hebben de intentie te investeren in een fietsenstalling onderin het gebouw van Treehouse, bij Rotterdam Centraal. Daarnaast investeren Rijk en regio in de maaiveldstalling aan de Conradstraat die op korte termijn wordt gerealiseerd. Tot slot investeren Rijk en regio in de bouw van een maaiveldstalling bij station Schiedam onder voorwaarde dat het hier om aanvullende fietsplaatsen gaat. 

3.

4.

5.

48 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

6.

Gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma MoVe Meerjaren programmering gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe)  Rijk en regio stellen de geactualiseerde meerjaren-programmering MoVe vast en spreken af deze in het BO MIRT 2021 te actualiseren op basis van voortschrijdend inzicht uit de projecten.  Rijk en regio spreken af dat in de jaarlijks geactualiseerde programmering inzicht wordt gegeven welke onderdelen van MoVe al financieel zijn gedekt omwille van de voortgang van de woningbouw.  Rijk en regio geven jaarlijks via een meerjarenperspectief van de MoVe-onderdelen inzicht in de benodigde bekostiging voor de komende jaren.

Preverkenning schaalsprong metropolitaan OV en verstedelijking (MOVV) Rijk en regio:  nemen kennis van de resultaten van de Preverkenning Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking en de onderliggende rapporten over Bekostiging, de MKBA en de deelonderzoeken Metropolitane Oude Lijn, Knooppuntenontwikkeling, HOV-verbindingen Rotterdamse regio, Haagse regio en Zoetermeer;  bevestigen de in het Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad en de Adaptieve Ontwikkelstrategie MOVV vastgelegde afspraak om de bereikbaarheidsopgave in samenhang te ontwikkelen met de verstedelijkingsopgave met als basis de Verstedelijkingsalliantie vastgestelde programmering en fasering van de verstedelijkingsopgave;  besluiten dat parallel aan het MIRT-proces wordt gewerkt aan een zo spoedig mogelijke binnenstedelijke realisatie van 170.000 woningen en 85.000 arbeidsplaatsen in zone Oude Lijn met minimaal 70.000 woningen en 70.000 arbeidsplaatsen bij de 13 stations gerelateerde ontwikkellocaties;  erkennen de opgave om het MOVV-programma tegen 2040 te realiseren, en jaarlijks aan de hand van de monitor Adaptieve Ontwikkelstrategie vast te stellen of bijsturing nodig is, met als doelen bij te dragen aan 1) de grote verstedelijkingsopgave in de Zuidelijke Randstad, 2) de versterking van de agglomeratiekracht in de Zuidelijke Randstad en 3) het oplossen van huidige en voorziene NMCA knelpunten op

de Oude lijn en regionale rail- en HOV-corridors;  besluiten de Schaalsprong MOVV verder uit te werken onder regie van de MoVe Programmalijn MOVV;  constateren dat substantiële inzet van alternatieve bekostiging op programmaniveau alleen te realiseren is na wetswijzigingen, en derhalve de mogelijkheden van alternatieve bekostiging vooralsnog alleen op projectniveau te zullen onderzoeken. Infrastructuur en Knooppunten Oude Lijn Rijk en regio:  constateren dat de resultaten van de deelonderzoeken Oude Lijn en Knooppunten voldoende inhoudelijke basis bieden voor het starten van een MIRT-Verkenning Infrastructuur en Knooppunten Oude Lijn, gericht op een systeemsprong van de infrastructuur en integrale knooppuntontwikkeling in nauwe relatie met de verstedelijkingsstrategie voor de Zuidelijke Randstad maar dat er op dit moment onvoldoende zicht is op financiering om een verkenning te starten;  besluiten, teneinde geen tijd te verliezen, om een startbeslissing MIRT-verkenning voor te bereiden. De geraamde kosten voor Infrastructuur en Knooppunten Oude Lijn bedragen circa € 3,6 miljard (incl. btw);  bestaande uit een nader onderzoek infrastructuur gericht op de realisatie van een vrij liggend regionaal OV-netwerk op de Oude Lijn tussen Den Haag en Dordrecht.

Waarmee een bedieningsconcept met een hoge frequentie (>8 p/u) mogelijk wordt gemaakt en nieuwe stations kunnen worden toegevoegd. Daartoe wordt onderzoek gedaan naar:  westzijde variant  oostzijde variant  mogelijke tussenoplossing in geval Goederenvervoer Oost Nederland (nog) niet wordt gerealiseerd  realisatie van zes nieuwe City-Sprinter stations  consequenties van frequentieverhoging en reizigersgroei voor opstel- en stallingscapaciteit, geluid en trilling, energievoorziening e.d.  fasering en kosten, inclusief besparingsmogelijkheden door waar mogelijk slim af te wijken van het bestaande ontwerp- en normenkader

49 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

en bestaande uit een onderzoek knooppunten gericht op een gezamenlijke aanpak van een integrale uitwerking van de maatregelen op de knooppunten van Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam en Dordrecht. Per knooppunt worden oplossingen voor een integrale ontwikkeling van de knooppunten uitgewerkt, die de basis vormen voor een voorkeursoplossing en –beslissing. besluiten hiertoe een programmaorganisatie in te richten, onder regie van het Directeurenoverleg en de Programmaraad MoVe, waarin IenW, BZK, ProRail, vervoerders, MRDH, provincie en gemeenten zijn vertegenwoordigd.

Regionale HOV-corridors Rijk en regio:  nemen kennis van de resultaten van de studies naar de HOV-corridors in de regio’s Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer, en besluiten deze studies in 2021 verder uit te werken;  constateren dat de bestaande railcorridors RandstadRail (Leyenburgcorridor) en Metro vragen om upgrades op kortere termijn, die in samenhang moeten worden gezien, en dat de HOV-corridors Leiden-Zoetermeer, Zoetermeer-Rotterdam en Den Haag – Zoetermeer/Delft (Koningscorridor), naast enkele korte termijn maatregelen, meer een langetermijnperspectief hebben, en ook in onderlinge samenhang moeten worden gezien. Bestaande Regionale Rail Corridors Rijk en regio:  besluiten tot het starten van een vervolgonderzoek naar de verbetering van twee bestaande regionale railcorridors in de Zuidelijke Randstad (Metronet en RandstadRail), gericht op het voorbereiden van een nadere stap in het BO MIRT 2021;  het betreft upgrades in capaciteit, reissnelheid en het oplossen van de (NMCA) knelpunten van RandstadRail en het Metronet rond 2026.

De upgrades betreffen extra en langere railvoertuigen (door koppeling) en specifieke investeringen aan de railinfrastructuur, haltes en kruisingen/overwegen;  besluiten deze onderzoeken in nauwe samenhang uit te laten uitvoeren door MRDH, HTM, gemeente Den Haag respectievelijk MRDH, RET, Rotterdam, en daarbij de relevante gemeenten, PZH, BZK en IenW te betrekken. Regionale HOV-corridors Rijk en regio:  besluiten een vervolg te geven aan de studies van de drie regionale HOV-verbindingen (Zoetermeer-Rotterdam, Leiden-Zoetermeer en Den Haag-Zoetermeer/Delft), met dezelfde betrokkenheid van organisaties als in 2020;  besluiten op basis van deze studies een samenhangend lange termijn ontwikkelperspectief regionale HOV-verbindingen op te stellen als onderdeel van het Metropolitaan OV systeem van de Oude Lijn, Metro Rotterdam en RandstadRail; dit afgestemd met de verstedelijkingsopgaven en in samenhang met het Toekomstbeeld OV;  besluiten dit ontwikkelperspectief te laten aansturen door de MoVe Programmalijn MOVV, met vertegenwoordiging van MRDH, PZH en betrokken gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9582688/1