RIB20.227 Stand van zaken U Ned en uitkomsten BO MIRT
Tekst van het document
De regio (Provincie NB, MRE) stelt in december 2020 “de Regionale Mobiliteitsagenda Metropoolregio Eindhoven’’ vast. Hierin komen onder andere aan bod het fietsnetwerk, slimme mobiliteitsmanagement maatregelen, parkeerbeleid, werkgevers- en scholenbenadering, gedragsverandering, Mobility as a Service, deelmobiliteit, smart logistics en samenhang met het regionaal (H)OV-netwerk. Dit wordt jaarlijks geactualiseerd. Rijk (IenW) en regio (Eindhoven, Helmond en Provincie NB) doen als nadere uitwerking onderzoek naar robuuste en samenhangende kansrijke oplossingen voor de systeemopgaven op het HWN, OWN met daarbij voldoende aandacht voor hun onderlinge samenhang, die zorgen voor een robuuste afwikkeling van auto- en vrachtverkeer op lokaal, regionaal en (inter)nationaal niveau. Het gaat hierbij om samenhangende oplossingen voor A2/N2/A67/A50 en de John F. Kennedylaan en het noordoostkwadrant van de Ring (‘stadsautoweg Eindhoven’) en de zuidelijke ontsluiting van Helmond. Uitgangspunt vormt afwikkeling van het verkeer over bestaande tracés. Hierbij is het uitgangspunt dat ook in de toekomst er voldoende ruimte dient te zijn voor het doorgaand verkeer op de A2/N2/A67/A50. Onderdeel van de uitwerking is het inzichtelijk maken de reikwijdte (scope) van de kansrijke oplossingen, effecten (op onder andere leefbaarheid, mobiliteit) en van benodigde beslisinformatie.
Dit betreft onder andere financiën op basis van stabiele SSK-ramingen, mogelijkheden en inzet van alternatieve bekostiging, aanpak, planning en risico’s. IenW, Provincie NB, Eindhoven en Helmond staan aan de lat voor het borgen van de samenhang in het kader van de eerdergenoemde Mobiliteitsstrategie. Deze uitwerking van de deelopgaven tot een Mobiliteitsstrategie, wordt geagendeerd tijdens het BO MIRT 2021.
21 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Rijk en regio onderschrijven dat het werken aan de verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave vraagt om meerjarige samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven, aanbieders van mobiliteitsdiensten en kennisinstellingen. Vanwege deze meerjarige samenwerking op de gezamenlijke verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave, spreken Rijk (IenW en BZK), provincie Noord-Brabant en Eindhoven af, om voor de hiervoor benoemde uitwerkingen tot aan het BO MIRT 2021, in totaal € 3 miljoen beschikbaar te stellen (1/3e Rijk, 1/3e Provincie NB, 1/3e gemeente Eindhoven). Dat betreft met name de kosten voor verstedelijkingsakkoord, inpassingsstudie en businesscase Eindhoven Centraal en omgeving en de uitwerking van de deelopgaven die samenkomen in de Mobiliteitsstrategie (de multimodale knoop Eindhoven Centraal, toekomstvast spoor, uitwerking van het regionaal (H)OV-systeem en de opgaven op het wegennet (HWN en OWN)). Over de besteding van het onderzoeksbudget dient er overeenstemming te zijn tussen partijen op basis van: plan van aanpak, aanbesteding (reikwijdte en scope studie), op te leveren deelproducten, eindproducten en aanpak. Om slagvaardig te werk te gaan spreken partijen af dat voor het einde van het jaar middelen en mandaat zijn geregeld voor noodzakelijke opdrachtverlening.
Rijk en regio spreken af om de huidige governance via een Bestuurlijke Adviesgroep en Programmaraad SmartwayZ.NL vooralsnog te handhaven. Partijen spreken af om tijdens de eerste Programmaraad SmartwayZ.NL van 2021, gezamenlijk in overleg te treden over de governance. Het streven is om bij het BO Leefomgeving 2021 een gedragen voorstel uitgewerkt te hebben teneinde tot een passende (uitvoerings)organisatie te komen. Rijk en regio spreken af het BO MIRT jaarlijks te informeren over de belangrijkste conclusies en eventuele keuzes die voortkomen uit het adaptief ontwikkelpad. Voorbereiding van uiteindelijke investeringsbeslissingen voor bereikbaarheid, op basis van monitoring van de mobiliteits- en verstedelijkingsontwikkelingen, worden in de overeengekomen governance structuur getroffen. Besluitvorming vindt plaats in het BO MIRT, waarbij subsidiariteit en proportionaliteit uitgangspunt voor eventuele investeringsbeslissingen zijn. Integrale studie toekomstvast spoor Zuidoost-Nederland Rijk en Regio besluiten een integrale studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland te starten. Basis voor deze studie zijn de uitkomsten van het MIRT Onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport Eindhoven 2030-2040 en Toekomstbeeld OV (2030, doorkijk naar 2040).
Inzichten uit beide worden gebruikt voor de verwachte reizigersgroei en consequenties voor de spoor- en perroncapaciteit van Eindhoven CS en station Helmond. De studie voor het emplacement Eindhoven is gericht op bestaande en toekomstige opgaven die betrekking hebben op de spoor- en perroncapaciteit van emplacement Eindhoven, toekomstvaste maatregelen Eindhoven-Düsseldorf, maatregelen emplacement Westzijde (PHS), ontwikkeling van het nationale spoornetwerk en grensoverschrijdende verbindingen. Voor het ondervangen van urgente opgaven voor de spoor- en perroncapaciteit op Eindhoven CS reserveert IenW € 50 miljoen inclusief btw. Deze investering is noodzakelijk voor het vergroten van de capaciteit op emplacement Eindhoven (onder andere Eindhoven-West) en voor het rijden van meer treinen, waaronder (maar niet uitsluitend) voor vervolgstappen IC Heerlen-Aken. Conform BO MIRT-afspraak 2019 (Eindhoven Internationale Knoop XL) heeft ProRail onderzoek gedaan naar toekomstvaste inframaatregelen voor de verbinding EindhovenDüsseldorf. IenW stelt bovenop de € 10 miljoen uit BO MIRT-afspraak 2018 (2/3e Rijk, 1/3e regio) een bedrag van € 15 miljoen beschikbaar voor een toekomstvast maatregelenpakket.
Binnen het pakket is het uitgangspunt dat de internationale trein (Eindhoven-Düsseldorf) als extra trein naast de bestaande dienstregeling zal rijden, waardoor Deurne, Blerick en Horst-Sevenum het bedieningsniveau behouden, het IC-product voor Helmond verbetert en oplossend vermogen wordt gecreëerd voor het NMCA-knelpunt Eindhoven-Helmond. Rijk en regio besluiten de resterende opgave voor een oplossing voor het NMCA-knelpunt Eindhoven-Helmond bij de bredere studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland te betrekken met op basis van Toekomstbeeld OV het verhogen van de sprinterfrequentie Deurne-Eindhoven als een van de uit te werken oplossingsrichtingen. Voor emplacement Venlo reserveert IenW € 25 miljoen voor de aanleg van een spanningssluis ter vervanging van de schakelbare bovenleiding (einde levensduur 2028).
9.
22 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
10.
11.
Deze oplossing draagt bij aan zowel (grensoverschrijdend) personen- als goederenvervoer en zorgt voor meer flexibiliteit op het emplacement Venlo. Voor Eindhoven CS wordt bij de studie rekenschap gegeven van de ruimtelijke inpassingsstudie, met name met het ruimtelijk beslag voor (toekomstige) functionele eisen voor het spoor. Rijk (IenW en BZK) en regio (gemeente Eindhoven en Provincie NB) spreken af om, onder regie van de gemeente Eindhoven en ProRail, een ruimtelijke inpassingsstudie te starten voor het gebied bij Eindhoven Centraal. Met oog op de Mobiliteitsstrategie worden door betrokken partijen concrete afspraken gemaakt over afstemming en koppeling van de studie Toekomstvast Spoor ZuidoostNederland met de uitwerking door de regio van het handelingsperspectief voor de multimodale knoop Eindhoven Centraal. Rijk en regio besluiten (tussentijdse) resultaten van de integrale studie Toekomstvast spoor Zuid-Nederland te agenderen voor een afspraak op het BO MIRT 2021 op basis van een adaptief ontwikkelpad. Ook de uitkomsten van de nadere verkenning voor een intercityverbinding Randstad/Eindhoven-Heerlen-Aken zullen bij de integrale studie worden betrokken. Hub ’s-Hertogenbosch Rijk en regio spreken af om een MIRT Verkenning te starten naar de integrale knooppuntontwikkeling 's-Hertogenbosch, incl. noodzakelijke oplossingen voor de transferknelpunten.
Hiertoe zetten we de voorbereiding in gang en stellen uiterlijk in het tweede kwartaal 2021 een startbeslissing vast. Rijk en regio beschouwen de afspraken over knoop ‘s-Hertogenbosch als onderdeel van een eerste stap in de uitvoering van het Toekomstbeeld OV. Rijk en regio reserveren dit BO MIRT gezamenlijk € 85 miljoen inclusief btw.: De regio reserveert € 15 miljoen; In aanvulling op de bestaande budgetten voor PHS-project transfer ‘s-Hertogenbosch en vervanging à € 45 miljoen, die samen met de inhoudelijke opgave wordt overgeheveld naar de MIRT-verkenning, reserveert het Rijk € 25 miljoen inclusief btw. Rijk en regio blijven de MIRT-verkenning als integraal vraagstuk benaderen en geven zich rekenschap van de noodzaak van een integrale oplossing waarbij o.a. gebiedsontwikkeling (vastgoed en retail) worden betrokken. Rijk en regio zoeken hierover in de verkenningsfase actief samenwerking met relevante partijen. Rijk en regio onderkennen de noodzaak tot kostenoptimalisatie met betrekking tot de verschillende onderdelen binnen de verdere uitwerking. Rijk en regio bevestigen op basis van eerdere MIRT-afspraken in 2018 en 2019 dat financiering aangaande het onderdeel fietsparkeren dient plaats te vinden via het Programma Fietsparkeren en dat daarvoor een aanvraag wordt voorbereid in 2021.
Rijk en regio spreken af voor de resterende 25% financieringsbehoefte de mogelijkheden voor alternatieve financiering te onderzoeken. Op basis van de uitwerking zullen Rijk, regio en spoorse partijen - kijkend naar wederkerigheid en te verwachten baten - hier nadere afspraken over maken. Intercity Randstad/Eindhoven – Heerlen – Aken Rijk en regio nemen kennis van de tussentijdse resultaten op hoofdlijnen van de nadere verkenning met betrekking tot twee alternatieve lijnvoeringen voor een intercityverbinding Randstad/Eindhoven-Heerlen-Aken. Rijk en regio stellen op basis van de tussentijdse resultaten vast dat er nog zorgen zijn over maakbaarheid, kosten en baten van een intercityverbinding naar Aken. De tussentijdse resultaten behoeven nog aanvulling met een toets op de lange termijn in Toekomstbeeld OV en nadere uitwerking. ProRail verwacht in maart 2021 uitgewerkte resultaten aan te kunnen leveren. Deze zijn noodzakelijk om tot gedegen beslisinformatie te komen. De resultaten van de nadere verkenning zullen worden betrokken bij de integrale studie toekomstvaste spoorknoop Eindhoven (Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland).
Voorjaar 2021 zal op basis van de nadere verkenning en de marktverkenning internationale verbindingen de alternatieve lijnvoeringen ten opzichte van het eerdere besluit tot gefaseerde verbetering van de verbinding nader worden gewogen en wordt de bekostiging en governance inzichtelijk gemaakt. Rijk en regio beschouwen het onderzoek naar deze intercityverbinding als onderdeel van een eerste stap richting uitvoering van het Toekomstbeeld OV.
23 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
12.
13.
14.
Transferknelpunt Maastricht Rijk en regio nemen kennis van de onderzoeksresultaten van de door ProRail uitgevoerde ABC-analyse ten aanzien van het transferknelpunt Maastricht. Rijk en regio verstrekken aan ProRail de opdracht om het vervolg in de vorm van een ‘Verkenningsfaseonderzoek’ (ProRail systematiek) uit te werken. Dit onderzoek richt zich primair op het oplossen van het transferknelpunt. Daarnaast wordt de relatie gelegd met de bredere ambities en opgaven zoals gesignaleerd in de aanpak ‘Stad en Spoor’ en het ‘Verdiepingsonderzoek’ in het kader van Toekomstbeeld OV 2040. Partijen bespreken uiterlijk in het derde kwartaal 2021 de voortgang en samenhang van het onderzoek en bepalen op basis hiervan of nadere afspraken noodzakelijk zijn. Rijk en regio delen de onderzoekskosten voor deze onderzoeksfase. Tram Maastricht – Hasselt Rijk en regio spreken af de verlengingstermijn van de huidige AROV-overeenkomst te verlengen naar 31 december 2026. Rijk en regio spreken af dat dit de laatst geboden verlengingsmogelijkheid is; hierna zal verlenging van de realisatietermijn niet meer mogelijk zijn. Indien de realisatietermijn niet wordt gehaald, wordt de AROV-overeenkomst ontbonden en zal terugvordering van middelen of verrekening met de BDU-uitkering het gevolg zijn. Verantwoordelijkheid voor de voortgang van het tramproject ligt bij de regio.
Zij werken hiertoe samen met het Vlaams Gewest en VVM De Lijn. Conform AROV-overeenkomst zal IenW middels voortgangsrapportages door de regio van de voortgang op de hoogte worden gehouden. Financiële verantwoordelijkheid voor het tramproject ligt bij de regio; provincie Limburg heeft aangegeven dat met projectbudget (inclusief indexatie) het tramproject uitgevoerd kan worden. Middels BDU-uitkering (2016) zijn de middelen voor de IenW-bijdrage voor het tramproject uitgekeerd. Vanuit het Rijk zullen geen aanvullende middelen ter beschikking worden gesteld voor het tramproject. De afspraken inzake eigendomsoverdracht van infrastructuur van IenW naar het project blijven van toepassing. OV Breda – Gorinchem – Utrecht Rijk en Regio starten een gezamenlijk onderzoek naar kansrijke maatregelen die in de periode tot en met 2028 uitgevoerd kunnen worden. Doel is de bestaande OVverbindingen op de A27 tussen Breda en Utrecht ook tijdens de werkzaamheden aan de A27 zo goed mogelijk in stand te houden, met waar mogelijk win-winsituaties met het autoverkeer. Hiertoe wordt door de samenwerkende partijen, het Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Provincie Zuid-Holland een Taskforce Minder Hinder OV op de A27 ingesteld. Partijen zitten vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid in de Taskforce.
De Taskforce rapporteert rechtstreeks aan de Staatssecretaris van IenW en de gedeputeerden van Noord-Brabant en Zuid-Holland. Rijk en Regio stellen ieder € 24.000 beschikbaar om dit onderzoek uit voeren. Het onderzoek richt zich op mogelijkheden binnen innovatief bovenregionaal verkeersmanagement, zoals het innovatief verdelen van het beschikbare asfalt en het prioriteren van doelgroepen ter plaatse van de werkzaamheden én het in de grote regio innovatief geleiden en omleiden van verkeerstromen om de doorstroming te bevorderen. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht om sneller te halteren. Door afstemming binnen de Taskforce moet de balans tussen het realiseren van een kwaliteitsslag van het OV en nieuwe visies op integrale mobiliteit enerzijds en het niet overmatig belasten van het project A27 Houten – Hooipolder anderzijds gewaarborgd worden. De Taskforce heeft een onderzoeksmandaat; over haalbare maatregelen zonder bestuurlijke en/of financiële gevolgen kan vooruitlopend op het BO MIRT 2021 binnen de taskforce overeenstemming worden bereikt om deze uit te voeren. Rijk en Regio werken toe naar een maatregelenpakket voor de korte en middellange termijn waarover in het BO MIRT 2021 nadere afspraken worden gemaakt.
Bij het onderzoek naar maatregelen voor de korte en middellange termijn zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met lange termijn ontwikkelingen en ambities. Hiertoe zal in de Taskforce afstemming gezocht worden met de regiegroep BGU, die de verkenning van het verbeteren van het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht uit 2019 aan het verdiepen en uitwerken is om een verbeterslag in 2030 in het OV te bewerkstelligen.
24 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Rijk en Regio continueren de gezamenlijke studie binnen het samenwerkingsverband BGU voor de verbetering van de OV-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht op de lange termijn (2030 en verder). Op basis van de conclusies uit deze studie zullen partijen toewerken naar een gedragen pakket maatregelen om in het BO MIRT 2021 afspraken te maken over deze verbinding op lange termijn. MIRT Programma A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught Rijk en regio stellen de concept Voorkeursbeslissing A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught vast. Rijk en regio spreken hierbij de intentie uit om de concept Voorkeursbeslissing te realiseren. De concept Voorkeursbeslissing bestaat uit een Voorkeursalternatief voor de A2 en een regionaal pakket aan zowel brede mobiliteitsmaatregelen (met diverse maatregelen op vlak van werkgeversbenadering, fiets, smart mobility, verkeersmanagement e.d.) als diverse flankerende maatregelen gericht op het mobiliteitssysteem rond de A2 voor de periode 2021-2030. Het Rijk reserveert voor de realisatie van het Voorkeursalternatief A2 Deil-Vught € 830 miljoen (incl. btw) in het MIRT. Regionale partijen spreken commitment uit voor de gezamenlijke uitwerking van de financiering van een Breed Mobiliteitspakket geraamd op maximaal € 45 miljoen (met diverse maatregelen op vlak van werkgeversbenadering, fiets, smart mobility, verkeersmanagement, OV e.d.).
De Brabantse regio stelt daarbij concreet € 22,5 miljoen beschikbaar voor deze maatregelen. De Gelderse regio is bereid zich in te spannen voor de realisatie van de Brede Mobiliteitsaanpak. Financiële bijdrage wordt daarbij gebaseerd op de nadere concretisering van de aanpak in de regio en bedraagt maximaal € 22,5 miljoen. In de Voorkeursbeslissing zijn, in aanvulling op de maatregelen uit het Breed Mobiliteitspakket, verder nog de volgende flankerende maatregelen ter verbetering van het mobiliteitssysteem rond de A2 door regionale partijen opgenomen: Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid aan de oostzijde van ’s-Hertogenbosch (ontsluiting Empel, Groote Wielen, Rosmalen) door aanpassingen op het onderliggende wegennet, met name nabij de aansluiting Rosmalen op de A2. De Brabantse regio stelt daarbij concreet € 10 miljoen beschikbaar voor deze aanvullende maatregelen. Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en het tegengaan van sluipverkeer nabij Waardenburg en Velddriel. Diverse maatregelen die een goed alternatief bieden voor de auto in de vorm van een hoogwaardige loop-fiets en regionaal openbaarvervoer-en overstapvoorzieningen.
Concreet zullen de regionale partners het regionaal vervoernetwerk op logische, goed bereikbare plekken voorzien van multimodale mobiliteitshubs om uitwisseling tussen modaliteiten te faciliteren (conform netwerkuitwerking van landsdeel Zuid van het Toekomstbeeld OV 2040 en Gelderland). Bovenstaande maatregelen worden via de reguliere monitoring & evaluatie systematiek van het Programma A2 gemonitord op effectiviteit waarbij de resultaten aan de stuurgroep A2 Deil-Vught zullen worden voorgelegd om zo tijdig eventueel bij te kunnen sturen. De Gelderse regio gaat zich op basis van de uitwerking hierbij inspannen financiële bijdragen ter beschikking te stellen aan de realisatie van de flankerende maatregelen. Deze aanvullende maatregelen worden parallel aan de planuitwerkingsfase van het Voorkeursalternatief verder uitgewerkt (inhoudelijk, effecten, kosten). Het Rijk en de provincie Gelderland spreken af dat indien de NMCA 2021 inzichten geeft over negatieve effecten op doorstroming en verkeersveiligheid van de diverse lopende projecten zoals onder andere de A2 Deil – Vught, die aansluiten op de A15 tussen Gorinchem en Valburg, dit aanleiding kan zijn om verdere gesprekken over de A15 te gaan voeren. In dit overleg zal er aandacht worden geschonken aan deze mogelijke nieuwe knelpunten met betrekking tot de doorstroming en verkeersveiligheid op dit traject.
Bovenstaande afspraken tussen Rijk en regionale partijen zullen worden vastgelegd in een (concept) Bestuursovereenkomst (BOK) A2 Deil – Vught. SmartwayZ.NL Binnen het programma zijn afgelopen jaar de volgende mijlpalen gehaald: De Structuurvisie A67 Leenderheide – Zaarderheiken is op 28 april 2020 vastgesteld. Hierbij is ook een nieuwe planning van het ontwerp-tracébesluit (2023) en tracébesluit (2024) A67 Leenderheide – Geldrop vastgesteld.
15.
16.
25 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
17.
18.
19.
20.
Het ontwerp-tracébesluit A58 Eindhoven – Tilburg is opnieuw aanbesteed (dit kon door vernietiging PAS eerder niet worden genomen) en de planning is het ontwerptracébesluit in 2022 en tracébesluit in 2023 vast te stellen. In maart is het Uitvoeringsplan Krachtenbundeling Smart Mobility Zuid-Nederland 2020 tot en met 2023 vastgesteld. Dit is een gezamenlijke uitvoeringsagenda voor de komende 4 jaar waarmee met sleutelspelers in Zuid-Nederland het slimste mobiliteitssysteem gerealiseerd zal worden. Voor de verkenning A58 Breda – Tilburg is op basis van een Nota Kansrijke Oplossingen besloten een alternatief van 2x4 rijstroken niet verder te onderzoeken en de beoordelings- en besluitvormingsfase in te gaan met drie kansrijke alternatieven. Het vaststellen van het Voorkeursalternatief is gepland voor eind 2021. Strategische agenda A50 corridor Nijmegen-Eindhoven & MIRT-verkenning A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven Het Rijk en de provincies Gelderland en Noord-Brabant stellen de strategische agenda met mobiliteitsaanpak voor de corridor A50 Nijmegen-Eindhoven vast. Na deze beslissing kan de strategische agenda, in samenhang met de reeds gestarte MIRT-verkenning A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven, in uitvoering worden gebracht.
VDL Nedcar Indien in 2021 of 2022 blijkt dat de uitbreidingsplannen van VDL Nedcar definitief zullen worden uitgevoerd; En er op dat moment nog onvoldoende dekking is gevonden voor het mogelijk maken van het totaalplan; En de provincie Limburg bereid is een aanvullende bijdrage te leveren van € 19,5 miljoen, ook VDL commitment heeft uitgesproken voor een aanvullende bijdrage. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft eerder voorwaardelijk € 6,8 miljoen toegezegd voor de gebiedsontwikkeling rond de Nedcar-fabriek. Als de additionele randweg om het bedrijventerrein van VDL Nedcar ook doorgaat draagt EZK € 2,5 miljoen bij aan de meerkosten van 22 miljoen. Dan is IenW, onder bovengenoemde voorwaarden, bereid een bijdrage aan deze plannen te leveren van € 5 miljoen (incl. btw). Daarnaast gaan Rijk en regio in gesprek over het benutten van de kansen voor een mobiliteitstransitie van het woon-werk verkeer en aan- en afvoer van goederen. En deze afspraak in het BO MIRT najaar 2021 of 2022 verder te concretiseren. Wilhelminakanaal In het BO MIRT Zuid-Nederland van 7 december 2017 is besloten tot herbouw van Wilhelminakanaal sluis II. Er bestaat onduidelijkheid over de scope van de totale investeringsopgave van fase 1,5, ook met betrekking tot de in 2012 door Rijkswaterstaat vervangen damwanden.
Partijen committeren zich eraan om voor eind december 2020 in gezamenlijk overleg een gedeeld beeld te ontwikkelen over de voorgeschiedenis (facts and figures) met betrekking tot de damwanden en om de uitkomsten in de stuurgroep Wilhelminakanaal te bespreken. Eind december 2020 wordt bezien of deze huidige procesafspraak op korte termijn in een apart bestuurlijk overleg verder inhoudelijk wordt bekrachtigd. Omgevingsagenda Brabant en Limburg Bij het MIRT betrokken rijks- en regionale partijen beschouwen de beschreven gezamenlijke opgaven en het overzicht van lopende trajecten als een goede onderlegger voor het verder bouwen aan de omgevingsagenda; Ze verzoeken de opgaven en analyse voor het BO Leefomgeving voorjaar 2021 verder te verrijken. Voor de opgaven in Zuid-Limburg, De Peel, Brainport Eindhoven, Zuid-Westelijke Delta, de Maas en het Van Gogh landschap worden lopende afspraken coherent in beeld gebracht. Waar nodig en gewenst door betrokken partijen kan dit leiden tot voorstellen voor aanvullende afspraken of acties, die voor zover het de NOVI-gebieden Zuid-Limburg en de Peel betreft landen in de aanpak van die NOVI-gebieden. Rijk en regio borgen dat dit plaatsvindt in het kader van, en gekoppeld aan lopende trajecten, programma’s en overlegstructuren.
Dit zijn bijvoorbeeld de Brainport Nationale actieagenda, regionale omgevingsagenda’s, het Deltaprogramma en Integraal Riviermanagement. Hierbij is steeds ruimte voor aanpassing, aanvulling en fasering, hetgeen passend is bij het cyclisch adaptief proces van de Omgevingsagenda.
26 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
21.
22.
23.
24.
25.
Plannen van Aanpak voorlopige NOVI-gebieden de Peel en Zuid-Limburg Bij het MIRT betrokken rijks- en regionale partijen herkennen dat in goede samenwerking wordt gewerkt aan de plannen van aanpak voor NOVI-gebied Zuid-Limburg en De Peel. Zij verzoeken de aanpak in goede samenwerking tussen Rijk en regio verder uit te werken, samen met maatschappelijke partners, bedrijven en bewoners. Zij verzoeken in het BO Leefomgeving voorjaar 2021 de voortgang te presenteren van het groeidocument, de beoogde gezamenlijke aanpak van opgaven en te verkennen of extra bestuurlijke afspraken in deze gebieden wenselijk zijn. Verstedelijkingsstrategie stedelijk Brabant Rijk en regio erkennen dat een gezamenlijke inzet op de complexe opgaven in de Brabantse stedenrij op het gebied van verstedelijking, water, (duurzame) mobiliteit, duurzaamheid, natuur, recreatie, klimaatadaptatie, gezondheid en (nieuwe) economie een meerwaarde biedt. Rijk en regio erkennen dat een nieuwe werkwijze met concrete voorstellen en acties voor een duurzame ontwikkeling van stedelijk Brabant en de verschillende stedelijke regio’s daarbinnen, nodig is om invulling te geven aan de gezamenlijke inzet op complexe opgaven.
Rijk en regio hebben een plan van aanpak opgesteld om te komen tot een gezamenlijk gedragen strategie voor slimme en duurzame verstedelijking voor stedelijk Brabant en deze uit te werken in onder andere de verstedelijkingakkoorden voor de Brabantse stedelijke regio’s. Rijk en regio streven voor het BO Leefomgeving van het voorjaar 2021 naar een strategie op hoofdlijnen, inclusief prioritaire ontwikkelingen en locaties (zoals locaties voor grootschalige woningbouw, transformatielocaties en locaties in kader van leefbaarheid). En daarbij ruimte te bieden voor verdienvermogen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Rijk en regio streven ernaar om in het BO MIRT van 2021 de definitieve verstedelijkingsstrategie en bijbehorende -akkoorden vast te stellen. Woningbouw- en herstructureringsopgave Limburg BZK en de Provincie Limburg verbinden zich langjarig aan afspraken en substantiële ondersteuning vanuit het Rijk, ter versnelling van de woningbouw- en herstructureringsopgave in Limburg: De provincie Limburg werkt samen met BZK en haar partners de komende jaren toe naar een voortreffelijke woon- en leefomgeving, waar mensen zich prettig voelen en met een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt die voldoende woningen biedt van de juiste kwaliteit.
Hiervoor is het nodig dat kwalitatief gewenste nieuwbouw versneld wordt en dat vaart gemaakt wordt met de herstructurering en verduurzaming van de woningvoorraad. Om deze ambitie te ondersteunen spreken BZK en de provincie Limburg af om gezamenlijk een integrale aanpak te ontwikkelen, waarbij alle betrokken partijen zich langjarig verbinden aan afspraken en stevige ondersteuning, ter versnelling van de woningbouw- en herstructureringsopgave in Limburg. BZK en de provincie besluiten tot een pakket aan maatregelen, zoals opgenomen in de rapportage Versnelling woningbouw en herstructureringsopgave Limburg. BZK heeft financiële middelen vrijgemaakt voor de financiering van flexpools in 2020 en 2021. Voor Limburg is een bedrag van € 663.223 euro gereserveerd die in de vorm van een specifieke uitkering kan worden uitgekeerd aan de provincie. Klimaatadaptatie Rijk en regio constateren dat de uitvoering van de in 2018 gemaakte afspraken over het concretiseren van het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland door onderlinge samenwerking op schema ligt. Deltaprogramma Maas Rijk en regio stellen vast dat: In 2020 de planuitwerkingsfase voor Meanderende Maas is gestart. De Programma aanpak Grote Wateren wordt aan scope toegevoegd en loopt mee in planuitwerking en procedures van het project.
Over de benodigde middelen (€ 15 miljoen) zijn in het BO MIRT van 2019 afspraken gemaakt. De verkenningen van de systeemwerkingsmaatregelen in de Noordelijke Maasvallei zijn in afronding en in voorbereiding op de planuitwerking. De start van de planuitwerkingen Thorn-Wessem, Arcen, Well zijn voorzien in het eerste kwartaal van 2021; Baarlo-Hout-Blerick in het derde kwartaal van 2021. Voor het project Flessenhals Oeffelt is de start van de planuitwerking met een jaar vertraagd.
27 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
26.
Over het vervallen van de rivierbed-status achter versterkte Limburgse keringen zijn dit jaar nadere afspraken gemaakt en vinden vervolguitwerkingen plaats (begrensde gebiedsontwikkelruimte, visie Maasvallei). De uitwerking van de begrensde gebiedsontwikkelruimte in de Stuurgroep Deltaprogramma Maas van december 2020 wordt geagendeerd. Integraal riviermanagement (IRM) Maasoevers Maastricht MIRT-onderzoek over hoogwaterveiligheid, stedelijke herstructurering en ruimtelijke kwaliteit is in 2019 afgerond. Nu is er urgentie vanuit mogelijke synergie met oplossen nautische knelpunten. Leervraag IRM: nautische veiligheid integraal benaderen, omgaan met het faseverschil in het oplossen van de diverse opgaven. Leervraag: met betrekking tot de dijkversterkingsopgave wordt een relatie gelegd met HWBP. Onderzocht wordt hoe een en ander zich verhoudt tot de spelregels van het HWBP. Rijk, Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en gemeente Maastricht onderzoeken samen de haalbaarheid om in 2021 tot een startbesluit voor de gezamenlijke verkenning te komen, inclusief een definitie van alternatieven die zich kunnen onderscheiden in hoe ze bijdragen aan de diverse opgaven en zicht op gedeelde financiering. Provincie Limburg ziet een rol als bestuurlijk agendalid.
De betrokken partijen zullen hiervoor een intentieovereenkomst afsluiten met daarin afspraken over trekkerschap en het beschikbaar stellen van procesgelden, hiervoor wordt in totaal € 150.000 euro bijeengebracht. 50 % wordt ingelegd door het rijk en 50 % door de regio (Waterschap en Gemeente Maastricht). De gemeente Maastricht heeft hiervoor het initiatief genomen. Verlagen Dam Lateraal Kanaal (ter hoogte van Roermond) De leervraag IRM benutten: “Voorfinanciering door overheden en een millimeterfonds voor ondernemers en projecten die uiteindelijk een deel van de kosten van de verlaging dragen binnen afgebakende ontwikkelruimte”. Door regionale partijen wordt € 3,2 miljoen ingebracht. Gemeente Roermond is trekker en draagt risico’s in de uitvoeringsfase. Uitgaande van de afgesproken netto waterstandsdaling, draagt het rijk eveneens maximaal € 3,2 miljoen bij in 2023 zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan: Er is een SSK-raming met een bandbreedte van 25% Er is een risicodossier met beheersmaatregelen afgestemd met partijen Er is aangetoond dat de regionale bijdrage is geborgd.
Samenhangende uitwerking ten noorden van Venlo In dit gebied kunnen dijkversterking, het behoud van rivierbed (systeemmaatregel VenloVelden), waterstandsdaling (geulen), natuurontwikkeling, recreatie, ruimtelijke kwaliteit en gebiedsontwikkeling (Plan Hertogbroek + gebiedsontwikkeling Grubbenvorst-Lottum) samenkomen. De combinatie van de diverse maatregelen kan de hoogwaterveiligheidsopgave in de bebouwde kern van Venlo betekenisvol verlagen. Aandachtspunt bij een eventuele combinatie van maatregelen is de beheersbaarheid en de voortgang. Leervraag IRM: door herstel van de interbestuurlijke samenwerking de aanwezige synergiekansen in dit riviertraject helder krijgen en alsnog winst voor rivier en omgeving bereiken. Leervraag IRM: met meer partijen samenwerken dan de overheden alleen en kansen benutten voor impulsen voor dorpen in de directe omgeving van de rivier. Rijk en regionale partijen besluiten om een zogenaamde fase 0 (tussen onderzoek en verkenning) te bekijken welke alternatieven kansrijk zijn. Hiervoor wordt voor het riviervak Venlo – Arcen de integrale rivierkundige opgave voor beide oevers bepaald en worden kansrijke oplossingsrichtingen in beeld gebracht.
Criteria die de kansrijkheid bepalen zijn: behoud rivierbed, waterstandsdaling, uitvoerbaarheid, draagvlak en lokale koppelkansen, zicht op financiering en andere criteria die de haalbaarheid en wenselijkheid bepalen. Op basis van de resultaten van fase 0 wordt bepaald welke alternatieven kansrijk zijn om in een MIRT Verkenning nader te verkennen. Trekker van de fase 0 is het Waterschap Limburg in nauwe samenwerking met provincie Limburg, gemeente Venlo, gemeente Horst aan de Maas, RWS en IenW. Rijk en regio maken nadere afspraken over de kostenverdeling en streven hierbij naar een 50/50 verdeling, waarbij bijdragen ook ‘in kind’ geleverd kunnen worden. Het waterschap koppelt hier ook de HWBP-beschikking voor dijkversterking aan. Uitgaande van een
28 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
27.
50/50 verdeling zegt het Rijk maximaal € 100.000 toe. Provincie Limburg geeft aan vooralsnog geen aanvullende financiële middelen ter beschikking te willen stellen voor deze Fase 0. Alem en fort St Andries Gemeente Maasdriel en de fa. Dekker zullen als trekkers een onderzoek starten in samenwerking met potentiële partners (Rijkswaterstaat, provincie Gelderland, provincie Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Rivierenland, programmateam PAGW, Staatsbosbeheer) en lokale gebiedspartijen. Dit onderzoek zal de haalbaarheid van een integrale aanpak (waterveiligheid, zandwinning, natuurontwikkeling, leefbaarheid en versterken recreatie) in 2021 duiden en de basis vormen voor het al dan niet starten van een MIRT-verkenning in 2021. Leervraag IRM: vormgeven aan een integrale gebiedsontwikkeling waarbij een private partij vroeg betrokken is. Afweging doorstroombaar maken landhoofd Gelderse zijde A2 Het Rijk wordt trekker van een eigenstandig onderzoek naar de synergiekans om de doorstroombaarheid van de Maasbrug aan de Gelderse zijde te verbeteren. Nut en noodzaak van de verbeterde doorstroming onder de A2 brug is afhankelijk van inzichten in de hydraulische impact van de nabijgelegen spoorbrug en de Hedelse brug. Deze worden bij het onderzoek betrokken. In het onderzoek worden ook de financieringsmogelijkheden meegenomen.
In het budget van de A2 Deil – Vught is daar geen ruimte voor. Uiteindelijk kan op basis van de uitkomsten van het onderzoek beoordeeld worden of deze meekoppelkans wordt opgenomen in de planuitwerking en realisatie van de A2 Deil – Vught. Leervraag IRM: Het verbinden van kruisende infrastructuurproject aan Maas-opgaven. En als dit zinvol blijkt, hoe kan je omgaan met borging totaalaanpak bij uitvoering op verschillende momenten in de tijd? Hoogwaterveiligheid ’s-Hertogenbosch, Crèvecoeur Rijk en regionale partijen onderzoeken samen de haalbaarheid van een samenhangende gebiedsontwikkeling; waterschap Aa en Maas is initiatiefnemende partij. Als eerste stap is het uitwerken van kennisvragen aan de orde, hiervoor dragen Rijk en regio 50/50 de kosten, eerste indicatie is € 0,5 miljoen voor 2021 en 2022. De regionale bijdrage bestaat uit € 125.000 vanuit Waterschap Aa en Maas en € 125.000 vanuit provincie NoordBrabant. Leervraag IRM: Het verbinden van Maas-opgaven aan opgaven vanuit regionale watersystemen Aa en Dommel in samenhang met de ontwikkeling van natuur en cultuurhistorie. Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 Dit jaar is het participatieproces afgerond en heeft het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta ingestemd met de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta.
De gebiedsagenda wordt formeel in het BO MIRT vastgesteld en als bijlage bij de BO MIRT brief aan de Tweede Kamer aangeboden. Het document is een inspiratiedocument als vertrekpunt voor verdergaande maatschappelijke en bestuurlijke samenwerking in de regio om gezamenlijk de uitdagingen van de klimaatverandering en de gevolgen ervan voor de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid, de regionale economie, de ecologie en het landschap van de Zuidwestelijke Delta aan te gaan. Onder regie van het Gebiedsoverleg worden de handelingsperspectieven voor de toekomstige ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta in een vervolgtraject samen met de stakeholders verder uitgewerkt. De Gebiedsagenda geeft vanuit de grote wateren in de Zuidwestelijke Delta gebiedsgericht uitvoering aan de NOVI.
29 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Regio Noord-Nederland 1.
2.
3.
4.
Minder hinder Noord-Nederland Rijk en regio kiezen voor een structurele samenwerking bij de integrale hinderaanpak en nemen hierin een gedeelde en gezamenlijke verantwoordelijkheid. De afgelopen periode is er, in en rond Groningen met Aanpak Ring Zuid en Spoorzone, veel expertise opgebouwd rondom de integrale aanpak van Minder Hinder. In 2021 continueert en verbreedt de regio via Groningen Bereikbaar de succesvolle Minder Hinder Aanpak met het doel het structureel borgen van de regionale samenwerking omtrent de langjarige planning van werkzaamheden, integrale, multimodale en regionale mobiliteitsaanpak in Noord-Nederland. De aanpak richt zich op regionale samenwerking, slim plannen, slim bouwen, verkeersmanagement, publieksgerichte samenwerking en communicatie over het integraal mobiliteitspakket. Rijk en regio kiezen voor een aanpak waarbij flankerende maatregelen gericht zijn op het (tijdelijk) naar beneden brengen van hinderpieken en ook op de bijdragen aan de langere termijndoelen rond duurzame mobiliteit en leefbaarheid in landsdeel Noord. In en rond Groningen zal deze verbreding in de Minder Hinder aanpak in 2021 worden uitgevoerd. Rijk en regio participeren in het samenwerkingsverband Groningen Bereikbaar dat de hinder- en mobiliteitsaanpak ondersteunt.
De koppeling van deze expertise aan hinderopgaven en mobiliteitsambities in Noord-Nederland wordt in 2021 nader uitgewerkt. Rijk en regio spreken af dat er in 2021 een Plan van Aanpak wordt opgeleverd met daarin een beeld van de grote mobiliteits- en transitieopgaven van het landsdeel Noord. Dit heeft als doel om op het BO MIRT 2021 meerjarige afspraken te maken over de inzet van rijks- en regionale budgetten voor deze aanpak. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 1.100.000 incl. btw (ontvanger provincie Groningen). Smart Mobility: Digitalisering Overheden In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein reserveert het Rijk een bedrag van € 200.000 (incl. btw), (ontvanger: Provincie Groningen) ten behoeve van de planvorming en besluitvorming over een implementatieplan voor regio Noord in 2021. Dit onder voorwaarde dat het regionale implementatieplan uiterlijk 2020 is vastgesteld en het Regionale Data Team volledig is opgestart. De overige kosten worden door de regio betaald. Regio Noord reserveert hiervoor in 2021 € 200.000 (incl. btw). Veilig, Slim en Duurzaam: Autonoom Vervoer: @North Rijk en regio intensiveren de samenwerking, onder regie van de regio, ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid.
Rijk en regio delen de opgedane kennis en ervaring van de regio op het gebied autonoom vervoer in Nederland via de Krachtenbundelingslijnen en andere gremia. Rijk en regio gaan in gesprek om te werken aan de optimalisatie van ontheffingen- en vergunningprocedures voor geautomatiseerd vervoer op de weg, water, spoor en lucht. Rijk en regio nemen daarbij als leidraad het plan van aanpak van de regio. Rijk neemt een actieve rol in waarbij gebiedsgerichte versnelling meegewogen wordt. Rijk onderzoekt samen met ProRail de (on)mogelijkheden van ATO op het spoor o.a. door de lopende initiatieven op het spoor van de Regio, ProRail, Arriva en NS te volgen en daar waar mogelijk te ondersteunen. De exacte kaders en randvoorwaarden bij deze afspraken worden vastgesteld op het eerstvolgende DO Slim. Veilig, Slim en Duurzaam: Ketenmobiliteit Noord-Nederland (onder voorbehoud akkoord staatssecretaris; gedeputeerde is al akkoord) Rijk en Regio onderschrijven de gezamenlijke ambitie zoals in de uitvoeringsagenda op hoofdlijnen beschreven waarin de relatie met ketenmobiliteit, MaaS, deelmobiliteit, logistiek en publiek vervoer expliciet wordt gelegd. Rijk en regio onderkennen de koplopers rol van Noord-Nederland.
Het Rijk betrekt de regio door in het traject naar het opstellen van de uitwerking Ketens en knooppunten in het kader van het Toekomstbeeld OV 2040 case(s) uit Noord te behandelen waarbij onder andere de rol en verantwoordelijkheid van IenW per type knooppunten en randvoorwaarden met betrekking tot governance aan de orde komen. In de uitwerking
30 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
5.
6.
7.
Ketens en knooppunten worden in 2021 de prioriteiten en benodigde acties voor knooppunten, ook in landsdeel Noord, in kaart gebracht. In het BO MIRT 2021 praten Rijk en regio door en worden waar mogelijk afspraken gemaakt over deze prioriteiten en benodigde acties voor doorontwikkeling van ketens en knooppunten, het reeds opgestelde plan van aanpak van de regio en de door het Rijk nog op te stellen uitwerking. Rijk en regio investeren in totaal € 100.000 incl. btw (ontvanger Provincie Drenthe) voor Quick Scans voor toegankelijkheid in het kader van het VN-Verdrag Handicap. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 50.000 incl. btw Het Rijk zet de tijdens het BO MIRT 2019 gemaakte reservering van € 150.000 incl. btw (ontvanger Provincie Drenthe) om in een definitieve toezegging voor de uitvoering van de plannen zoals opgesteld in de uitvoeringsagenda ketenmobiliteit. Daarnaast reserveert het Rijk eenmalig € 500.000 incl. btw (ontvanger Provincie Drenthe) voor een bijdrage in uitvoering van de plannen zoals opgesteld in de Uitvoeringsagenda ketenmobiliteit onder de voorwaarde van cofinanciering van de regio van € 500.000 incl. btw. Door de koplopers rol van Noord-Nederland ziet het Rijk de regio als een pilot om ketenmobiliteit verder te ontwikkelen.
Deze reservering zal pas definitief worden als de regio een financiële begroting heeft opgesteld waarin is opgenomen voor welke operationele doelstellingen de middelen nodig zijn inclusief de cofinanciering. Deze wordt vastgesteld in het DO MIRT in het eerste kwartaal 2021. Veilig, Slim en Duurzaam: Deelmobiliteit Het Rijk zet de tijdens het BO MIRT 2019 gemaakte reservering van € 100.000 incl. btw (ontvanger Provincie Drenthe) om in een definitieve toezegging voor de uitwerking van de volgende drie potentieel succesvolle projecten als businesscase, te weten: Regio Groningen Assen: uitbouw van het aanbod deelauto’s in de stad Groningen naar omliggende regio; Leeuwarden: inzet op deelauto’s in binnenstad en nieuwbouwwijk Zuidlanden; N34 corridor: op hubs langs N34 dwarsverbanden leggen met dorpsgemeenschappen en toeristische sector. Veilig, Slim en Duurzaam: Bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen Werkgeversaanpak Rijk en regio investeren in 2021 en 2022 per jaar in totaal € 2.200.000 incl. btw in de werkgeversaanpak in Noord-Nederland. Het Rijk draagt maximaal 50% van de proceskosten met een maximum van € 1.100.000 incl. btw (ontvanger gemeente Leeuwarden). Deze aanpak wordt gezamenlijk gecoördineerd door de werkgroep stakeholders-aanpak Noord-Nederland.
Hiermee worden werkgevers gestimuleerd en geholpen om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord), en het reisgedrag van tijdens de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken, beter spreiden van reizen over de dag en over de week. Complementair en verbonden aan de werkgeversaanpak zet de stichting Fossielvrije Weken samen met haar inwoners, bedrijven en instellingen in op de fossielvrij reizen in Noord-Nederland. Onderwijsaanpak Rijk en regio investeren in 2021 en 2022 in totaal € 701.800 incl. btw in de onderwijsaanpak van Groningen Bereikbaar. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 350.400 incl. btw (ontvanger Provincie Groningen). In Groningen wordt hiermee een vervolg gegeven aan de succesvolle onderwijsaanpak. De aanpak draagt bij aan de realisatie van Rijksambities ten aanzien van de Hyperspits en het Klimaatakkoord door het bestendigen van anders roosteren, spreiden, fiets, en digitaal onderwijs. Veilig, Slim en Duurzaam: Fiets Fietsstimulering Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon- werkverkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden. Rijk stelt hiervoor voor in Noord-Nederland € 75.000 incl. btw beschikbaar.
Deze aanpak wordt gecoördineerd door de gemeente Leeuwarden (ontvanger gemeente Leeuwarden). Fietsparkeren Rijk en regio blijven samenwerken om meer mensen gebruik te laten maken van de fiets en de fiets-treinreis te bevorderen. Zij doen dit door voldoende fietsparkeerplaatsen ter
31 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
8.
9.
beschikking te stellen. Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan reductie van CO2uitstoot. Bij de besteding van extra Rijksmiddelen vanuit het Klimaatakkoord zal de nadruk meer dan tot nu toe komen te liggen op hogere benutting van bestaande capaciteit en innovaties in het fietsparkeren. Het Rijk heeft in het voorjaar een uitvraag gedaan voor nieuwe aanvragen fietsparkeerbijdragen waarbij projecten met veel impact – bij knooppunten, en in de buurt van woningbouwopgaven - en een goede kosten-baten verhouding, voorrang hebben. Overal waar hieronder wordt gesproken over een investering van Rijk en Regio samen, wordt een investering in cofinanciering bedoeld, de criteria daarvoor zijn bekend bij partijen. Rijk en regio investeren in Groningen samen in de realisatie van nieuwe maaiveldstallingcapaciteit bij de stations van Bedum, Grijpskerk, HoogezandSappemeer, Martenshoek, Veendam en Winschoten. Rijk en regio investeren verder in de realisatie van extra fietsplaatsen bij station Groningen, inclusief een bijdrage voor Handhaving Benutting Fietsparkeren (HBF), en Europapark in de bewaakte stallingen en nieuwe maaiveldcapaciteit in Groningen Noord. Rijk en regio investeren in Fryslân in de realisatie van nieuwe maaiveldstallingcapaciteit bij de stations van Grijpskerk en Franeker.
Daarnaast investeren Rijk en regio op dezelfde basis in HBF voor betere benutting van de stalling bij station Leeuwarden. Rijk en regio investeren in Drenthe samen in een extra bijdrage voor betere benutting en ontsluiting van de stalling bij station Emmen. Veilig, Slim en Duurzaam: Logistiek In het BO MIRT 2019 is de afspraak gemaakt om een integraal logistiek Plan van Aanpak op te stellen. Het Plan van Aanpak bevat een investeringsagenda waarmee Rijk en Regio in 2021 landsdelig uitvoering geven aan het Plan van Aanpak. Op het thema logistiek blijft landsdeel Noord samenwerken onder de vlag van 'Logistiek Noord'. Rijk en regio stemmen in met de uitvoering van het Plan van Aanpak Logistiek Noord. Dit Plan van Aanpak bevat de integrale landsdelige logistieke aanpak gericht op bereikbaarheid en duurzaamheid, inclusief de landsdelige doorvertaling van de uitvoeringsagenda ZE-zones voor stadslogistiek. Rijk en regio investeren in 2021 in totaal € 1.050.000 incl. btw voor de uitvoering van de integrale landsdelige logistieke aanpak in Noord-Nederland. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 525.000 incl. btw (ontvanger provincie Groningen).
Ov-verbinding Randstad Noord-Nederland Rijk en regio Noord-Nederland hebben conform het Toekomstbeeld OV de ambitie om de spoorverbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland te verbeteren, door de reistijd te verkorten, de robuustheid te verbeteren en zo de regio beter te ontsluiten. De regio specificeert deze ambitie tot een reistijdverkorting van tenminste 30 minuten voor 2030. Rijk en regio werken in 2021 een adaptief ontwikkelpad uit voor deze verbeteringen waarin zowel naar korte (2025) als middellange (2030) wordt gekeken. Om nadere invulling te geven aan dit ontwikkelpad, worden verschillende onderzoeken in werking gezet, waarvoor het Rijk opdracht geeft: De mogelijkheden voor verkorting van de reistijd tussen Amsterdam-Zuid en Zwolle met tenminste 15 minuten, inclusief de incasseerbaarheid van de reistijdwinst van de ic-NG in de nieuwe dienstregeling, worden in 2021 onderzocht door ProRail en NS. De mogelijkheden voor verbetering van de robuustheid van het spoor tussen Zwolle en Meppel, inclusief verbeter- en versnellingsmogelijkheden bij station Meppel zelf, worden in 2021 door ProRail en NS nader onderzocht. ProRail en NS onderzoeken in 2021 de uitvoerbaarheid, benodigde vervoerwaarde/kosten en kansen van frequentieverhoging tussen de Randstad en Groningen.
ProRail onderzoekt in 2021 de robuustheid van de trajecten Meppel-Leeuwarden en Meppel-Groningen. De uitwerkingen van het Toekomstbeeld OV en het potentieonderzoek laten zien dat in potentie de reistijd tussen de Randstad en Noord-Nederland met 30 minuten versneld kan worden via het bestaande spoor of de Lelylijn. In een verdiepend vervolgonderzoek, te starten in 2021 zullen IenW, BZK en regio vanuit de brede opgave deze potentie in samenhang met de haalbaarheid van een bijpassende ruimtelijke ontwikkeling ten aanzien van wonen, werken, recreëren en bereikbaarheid verder in kaart brengen.
32 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Rijk en regio constateren dat voor een dergelijke schaalsprong op de lange termijn een forse investering nodig is waarvoor op dit moment vanuit Rijk en regio niet voldoende middelen beschikbaar zijn. In het Bestuurlijk Overleg MIRT van het najaar 2021 wordt de voortgang, dan wel de uitkomsten van de bovengenoemde onderzoeken besproken en zullen hier nadere afspraken over worden gemaakt. Grensoverschrijdend spoor: Emmen – Rheine Rijk en regio delen het belang van goede internationale verbindingen en onderzoeken met de andere betrokken partijen in dat kader gezamenlijk de mogelijkheden van realisatie van een reizigersdienst tussen Coevorden en Neuenhaus vanaf eind 2024. Het Rijk zal vanaf eind 2020 actief deel gaan nemen aan de internationale stuurgroep Emmen-Rheine, waarin Rijk en regio (provincie Drenthe, gemeenten, Duitse partners) verdere governance- en procesafspraken zullen maken richting een bestuursovereenkomst in het voorjaar van 2021. De Nederlandse en Duitse regio’s blijven zich de komende jaren en na eventuele realisatie inzetten voor een succesvolle fysieke en sociaal-economische verbinding en nemen in ieder geval de exploitatiekosten van die verbinding en de investeringskosten voor het spoor van de Bentheimer Eisenbahn op Nederlands grondgebied voor hun rekening. De provincie Drenthe reserveert hiervoor € 3 miljoen.
Het Rijk reserveert voorlopig € 10 miljoen incl. btw voor een bijdrage aan de benodigde investerings- en BOV-kosten op het Nederlands grondgebied, deze reservering is gebaseerd op eerste kostenschattingen voor de aanpassingen aan het spoor van ProRail en zal pas definitief worden als het project verder is uitgewerkt en er meer duidelijkheid is omtrent zaken als de voorkeursvariant en bijbehorende kosten, de zero emissie ambitie, de toekomstige exploitatie en gevolgen van de bijzondere eigendomssituatie. Spoorlijn Zwolle-Leeuwarden, inclusief decentralisatie sprinterdienst In navolging van de afspraken uit het BO MIRT 2019 ten aanzien van decentralisatie van de sprinterdienst Leeuwarden-Zwolle en de spoorbrug over het van Harinxmakanaal werken Rijk en provincie Fryslân gezamenlijk aan een samenhangend pakket van maatregelen voor de verbetering van het openbaar vervoer in Fryslân, voornamelijk gericht op de spoorlijn Leeuwarden – Zwolle. Rijk en provincie Fryslân maken afspraken over decentralisatie van de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden. De provincies Overijssel en Drenthe zijn bereid hieraan onder voorwaarden mee te werken, en blijven onderdeel van de verdere besluitvorming. Een algemene voorwaarde voor alle partijen is dat de decentralisatie meerwaarde biedt voor de regionale reiziger, zonder nadelen te brengen voor de landelijke reiziger.
Indien verbeteren van het openbaar vervoer op de spoorlijn infrastructurele maatregelen vergt, houden Rijk en regio de mogelijkheid open deze onderdeel te laten uitmaken van een samenhangend pakket. Voor de provincie Fryslân is het investeren in infrastructurele maatregelen een randvoorwaarde. Rijk en provincie Fryslân nemen richting voorjaar 2021 de benodigde stappen om dit maatregelenpakket uit te werken. Onderdeel hiervan is een berekening van de vervoerswaarde en exploitatiesaldo van het beoogde reizigersproduct door de Provincie Fryslân, een gezamenlijke eerste verkenning naar de benodigde infrastructuurmaatregelen en een uitvraag van het netto financieel effect bij de huidige concessiehouder door IenW. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige bijdrage van de provincie Fryslân aan de exploitatie van de sprinterlijn Leeuwarden - Zwolle. Waar mogelijk betrekken Rijk, ProRail en de provincies Fryslân, Drenthe en Overijssel elkaar bij deze onderzoeken. Provincie Fryslân biedt ten behoeve van deze stappen meer duidelijkheid over de beoogde verbeteringen van het reizigersproduct, en de vervoerswaarde die daaraan gekoppeld is.
Hierbij wordt gedacht aan de volgende fasering: Uitgangssituatie: twee sprinters per uur tussen Leeuwarden en Zwolle; Op korte termijn: een betere aansluiting van bus-, veer- en treinvervoer op elkaar, de bediening van stations Werpsterhoeke en wellicht Heerenveen IJsstadion tijdens evenementen; Voor de middellange termijn: een verkenning naar verdere opties, zoals de mogelijkheden om op termijn sprinterdiensten over de lijn Zwolle-Leeuwarden te intensiveren en / of (gedeeltelijk) door te koppelen aan de sprinterdiensten uit Groningen, evenals realisatie en bediening station Staphorst. Het Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar om in het voorjaar 2021 een decentralisatieconvenant te ondertekenen voor de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden, al dan niet onder nader te bepalen voorwaarden. Concrete onderdelen van het convenant
10.
11.
33 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
12.
13.
14.
zijn het na te streven reizigersproduct en de decentralisatie van bevoegdheden voor de sprinterdienst. Om dit te kunnen realiseren maken Rijk en provincie Fryslân afspraken over de beoogde (infrastructuur)maatregelen om het verbeterde reizigersproduct betrouwbaar en tegen aanvaardbare kosten aan te kunnen bieden, evenals over de structurele bijdrage voor de exploitatie die volgt uit het netto financieel effect op de HRN-concessie. Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar in 2021 definitieve afspraken te maken over het samenhangend pakket met daarin de te nemen (infrastructuur)maatregelen en de verdeling van kosten. Ten behoeve hiervan voert ProRail een verdere capaciteitsstudie en beschikbaarheidsanalyse uit. Verduurzamen regionaal personen- en goederenvervoer per spoor Rijk en regio vragen aan goederenverladers of zij mogelijkheden zien om in de komende jaren een pilot van een goederentrein op waterstof te starten. Rijk en regio ontwikkelen in samenwerking met ProRail het transitiepad naar zero emissie treinvervoer in Noord-Nederland in 2035 en werken in dat kader toe naar afspraken over o.a. financiering: In 2021 over treinen die tot de start van de nieuwe concessie (december 2035) als gevolg van uitbreidingen in de infrastructuur, zoals Veendam-Stadskanaal en de Wunderline, nieuw aangeschaft dienen te worden; Het Rijk reserveert € 5 miljoen incl.
btw ten behoeve van infrastructuurmaatregelen om deze eerste reguliere zero emissie treinen te faciliteren, wanneer de genoemde infrastructuuruitbreidingen in dienst worden genomen; In het kader van de benodigde voorbereidingen/aanbesteding uiterlijk in 2028 over de volledige transitie naar zero emissie bij de start van de concessie 2035 – 2050. Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl Rijk en de regio besluiten om de voorkeursbeslissing voor de MIRT-verkenning Spannenburg, Oude Schouw en Uitwellingerga medio 2021 te nemen waarna de MIRTplanuitwerking kan starten. Rijk en de regio stellen vast dat op basis van de ‘Haalbaarheidsstudie aquaduct voor de bruggen Schuilenburg en Kootstertille’ een startbeslissing voor een gebiedsgerichte MIRT-verkenning kan worden opgesteld. Bij de MIRT-verkenning betrekt Rijkswaterstaat de provincie en gemeente actief vanuit hun verantwoordelijkheid voor regionale gebiedsontwikkelingen en het provinciale en gemeentelijke wegennet. De startbeslissing kan medio 2021 door de Minister van IenW getekend worden. Het Rijk besluit tot het investeren in de vervanging van de industriële automatisering op de objecten op de Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl.
Hiertoe neemt het Rijk een realisatiebesluit voor het aanleggen van glasvezel in de provincie Groningen en start er een MIRT-planuitwerking met Proof of Concept naar de industriële automatisering op de Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl. Rijk en regio besluiten dat de gemeente Groningen de verbinding bij Paddepoelsterbrug herstelt met een vaste brug op minimaal 9,1 meter exclusief correcties voor bodemdaling en uniformiteit, zonder pijler in de vaarweg en met een minimale overspanning van 54 meter. Het Rijk stelt hiervoor een rijksbijdrage van maximaal € 8,6 miljoen incl. btw beschikbaar, waarvan € 7,1 miljoen uit het taakstellend budget van de € 45 miljoen aangevuld met de gereserveerde € 1,5 miljoen voor een tijdelijke oplossing. Dit met inachtneming van de afgesproken inspanning van het Rijk om, indien nodig, additionele middelen te zoeken voor de Busbaanbrug vanuit andere Rijksprogramma’s. Rijk en regio besluiten om de bewonersvariant Gerrit Krolbrug niet mee te nemen in de lopende MIRT-planuitwerking omdat deze niet voldoet aan het reeds vastgestelde voorkeursalternatief en de Richtlijn Vaarwegen. De MIRT-planuitwerking onderzoekt twee varianten: een brug op 4,5 meter MHWS en een brug op 5,7 meter MHWS conform de Richtlijn vaarwegen. De regio verwacht dat de inpassing van de 5,7 meter MHWS variant in de stedelijke omgeving buitengewoon moeilijk zal zijn.
Rijk en regio streven naar spoedige besluitvorming over de voorkeursvariant medio 2021, waarbij Rijk en regio beide varianten op alle criteria zorgvuldig en evenwichtig zullen afwegen. Het Rijk zal na besluitvorming in het BO MIRT de besluiten over Paddepoelsterbrug en Gerrit Krolbrug in een brief bevestigen aan de regio. MIRT-Onderzoek A28 Amersfoort-Hoogeveen Het Rijk reserveert € 30 miljoen (incl. btw en risico-reservering) voor uitwerking en realisatie van het pakket aan gerichte infrastructurele maatregelen. Het streven is om deze maatregelen uiterlijk 2026 te hebben gerealiseerd.
34 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Voor de A28 corridor Noord Veluwe investeren de provincie Gelderland en de regio Noord Veluwe in het mobiliteitsprogramma Noord Veluwe Bereikbaar (NVB). Het programma heeft drie programmalijnen: Robuuste verbindingen, Duurzaam reizen en Slimme mobiliteit. Voor 2021 zijn 19 projecten voorzien met een totale waarde van € 1,407 miljoen. De provincie Drenthe en haar regionale partners investeren tussen 2020 en 2024 circa € 25 miljoen in een breed pakket van maatregelen. Dit pakket is gericht op o.a.: het stimuleren van logistieke hubs, ketenmobiliteit/hubs/MaaS, een werkgeversaanpak en het aanleggen van laadinfrastructuur, optimalisatie van het onderliggende wegennet (N375) en gebiedsontwikkeling/stationsontwikkeling Meppel en Hoogeveen. Voor Zwolle en omgeving wordt in 2020/2021 een Gebiedsgericht MIRT-onderzoek bereikbaarheid in relatie tot verstedelijking uitgevoerd. Rapportage en maatregelen worden geagendeerd voor het BO MIRT 2021. De bestaande projecten slim en duurzaam/werkgeversaanpak in de regio Zwolle worden voortgezet en in overleg met de Regio Zwolle geïntensiveerd en ‘op maat’ gemaakt voor de A28. De provincie Overijssel stelt daarbij in 2021 € 0,7 miljoen beschikbaar voor deze aanpak.
Op het BO MIRT 2021 wordt de A28 wederom geagendeerd om te bezien of de resultaten uit het Gebiedsgerichte MIRT-Onderzoek Zwolle aanleiding geven om aanvullende afspraken over maatregelen rondom de A28 tussen Rijk en regio te maken. Eveneens spreken Rijk en regio met elkaar af om in 2021 te kijken of de maatregelen die nu alleen voor 2021 zijn gefinancierd, kunnen worden opgenomen in een meerjarige investeringsagenda. Knelpunten hoofdwegennet en onderliggend wegennet Rijk en regio onderzoeken op welke wijze regionale infrastructuurknelpunten ten aanzien van verkeersveiligheid en doorstroming op zowel het hoofdwegennet als op het snijvlak hoofdwegennet en onderliggende wegennet beter voor het voetlicht gebracht kunnen worden in de MIRT-cyclus en het MIRT-instrumentarium. Het Rijk stelt € 8,275 miljoen incl. btw cofinancieren beschikbaar naast het bedrag van in totaal € 17,125 miljoen dat de regio bereid is in te zetten voor het op korte termijn aanpakken van het zestal infrastructuurknelpunten ten aanzien van verkeersveiligheid en doorstroming. De Rijksbijdrage van € 8,275 is bestemd voor de knelpunten A28, afrit 27 (€ 0,75 miljoen), A28, De Punt/GAE (€ 3 miljoen), A7, afrit 20 (€ 1,5 miljoen), A31, afrit 22 (€ 1,5 miljoen), A7, afrit 47 (€ 0,525 miljoen), A28, afrit 38 (€ 1,0 miljoen).