RIB20.227 Stand van zaken U Ned en uitkomsten BO MIRT
Tekst van het document
Oeververbinding Regio Rotterdam (H)OV-deel De BO MIRT-afspraak uit 2018 wordt bevestigd waarin het Rijk aangeeft de bestuurlijke wil te hebben een bijdrage te leveren nu er op basis van de tussenresultaten sprake is van het aanpakken van NMCA- knelpunten voor (regionaal) OV en/of een bijdrage wordt geleverd aan de opgaven op het gebied van verstedelijking en versterking van fiets- en OVnetwerken. De oostflank Rotterdam is een van de 14 gebieden die door het Rijk in het kader van de NOVI als gebieden voor grootschalige woningbouw zijn aangewezen. Het verbeteren van het HOV heeft een positieve invloed op het realiseren van deze grootschalige ontwikkeling. In de lopende MIRT-verkenning Oeverbindingen regio Rotterdam wordt de bijdrage van het HOV-pakket aan de ontwikkelmogelijkheden van de Oostflank Rotterdam nader uitgewerkt. In 2021 is er meer inzicht hoe dat HOV-pakket eruit ziet en wat het gaat kosten. Aan de hand hiervan bespreken Rijk en regio op welke wijze de dan ingeschatte benodigde investeringen kunnen worden gerealiseerd.
50 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Uiteindelijk zal op basis van de eindresultaten van de afgeronde MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam en het voorgestelde voorkeursalternatief op basis van financiële mogelijkheden en definitief inzicht in de effecten worden bepaald wat de bijdragen van Rijk en regio aan het voorkeursalternatief zijn. Naar verwachting zal dat in 2022 plaatsvinden.
CID Binckhorst Rijk en regio reserveren voor het startbesluit MIRT-verkenning CID Binckhorst gezamenlijk € 150 miljoen ten behoeve van het zicht op 75 procent bekostiging van een MIRT-verkenning. Het Rijk reserveert daartoe € 50 miljoen (incl. btw) en de regio € 100 miljoen. Rijk en regio nemen op basis van het zicht op bekostiging en het startdocument nu het formele startbesluit MIRT-verkenning CID-Binckhorst. Rijk en regio ondertekenen zo spoedig mogelijk gezamenlijk het startbesluit. Doel is om in het tweede kwartaal van 2021 de MIRT-verkenning af te ronden en te komen tot een concept voorkeursalternatief, bestaande uit een HOV-oplossing op basis van een afweging van de drie Kansrijke Alternatieven aangevuld met ondersteunende mobiliteitsmaatregelen, en dit in het derde kwartaal van 2021 vast te stellen in de Programmaraad MoVe en de gemeenteraden van Den Haag en Leidschendam-Voorburg. De regiopartijen leveren naast cofinanciering gezamenlijk ook andere bijdragen, waaronder sturen op verstedelijking in CID-Binckhorst, via parkeerbeleid sturen op mobiliteitstransitie en ruimtelijke inrichting. De provincie Zuid-Holland draagt bij aan de opgaven van de verkenning door via de ruimtelijke taken en bevoegdheden de ontwikkeling van CID-Binckhorst te helpen versnellen.
Gebiedsuitwerking Voorne Putten Rijk en regio stellen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar de verbetering van de bereikbaarheid van Voorne-Putten en Haven Rotterdam vast. Rijk en regio concluderen dat uit het onderzoek onder meer is gebleken dat: het partieel verbreden van de N57 in combinatie met het ongelijkvloers maken van kruisingen op de N57 en het aanpassen van de Harmsenknoop de verkeersdoorstroming aan de westzijde van Voorne Putten fors zal verbeteren; de verkeersdoorstroming en de robuustheid aan de oostzijde van Voorne-Putten niet voldoende verbetert en vervolgonderzoek nodig is met name gericht op de Hartelcorridor; een nieuwe oeververbinding tussen A15 en Voorne-Putten (Welplaat-tracé) de verkeersdoorstroming aan de oostzijde en de robuustheid van Voorne-Putten als geheel flink verbetert, maar de kosten en de impact hiervan erg fors zijn, zeker in vergelijking met de kosten en de baten van pakket A5, dat uitgaat van verbeteringen op en aan de bestaande infrastructuur. Rijk en regio spreken af het doorgerekende pakket A5 in het vervolg van deze studie te optimaliseren om te kunnen bepalen welke maatregelen uit dit pakket noodzakelijk zijn.
Daarnaast betreft dit studie naar extra maatregelen voor de verbetering van de verkeersdoorstroming aan de oostzijde van Voorne-Putten, met aandacht voor robuustheid en betrouwbaarheid van het verkeerssysteem. Rijk en regio spreken af de resultaten van het vervolg van deze studie te bespreken in het BO MIRT ZWN najaar 2021. Rijk en regio spreken tevens af zich te zullen inspannen om tijdens het BO MIRT ZWN najaar 2021 afspraken te maken over de financiële inzet van partijen (inclusief planning en fasering), mits sprake is van overeenstemming over de te nemen maatregelen, over de financiële inzet daarvoor van partijen en de financiële situatie bij partijen dat toestaat. Afhankelijk van het uiteindelijk gekozen maatregelenpakket zal bepaald worden voor welke maatregelen een MIRT-Verkenning moet worden gestart. Hiervoor geldt dat sprake moet zijn van overeenstemming over de te nemen maatregelen en tevens sprake moet zijn van minimaal 75% bekostiging conform de MIRT-Spelregels. De regiopartijen Provincie Zuid-Holland, MRDH en gemeenten Voorne-Putten zullen als opdrachtgever in een separate studie het Welplaat-tracé verder onderzoeken vanwege de positieve effecten voor verbetering doorstroming en robuustheid. Havenbedrijf Rotterdam denkt mee over uitgangspunten en aannames en Rijkswaterstaat zal kennis en expertise inbrengen.
De Minister van IenW concludeert dat voor IenW een vervolgonderzoek naar het Welplaat-tracé niet voor de hand liggend is, gezien de hoge kosten, de forse impact en de mogelijkheden die er lijken te zijn om de verkeersdoorstroming te verbeteren met maatregelen op de bestaande infrastructuur.
51 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
7.
8.
Korte termijn aanpak MoVe Rijk en regio hebben binnen het gebiedsgericht Bereikbaarheidsprogramma MoVe een adaptieve Korte Termijn Aanpak (KT-Aanpak) 2021-2023 uitgewerkt, die aansluit op de voor dit gebiedsprogramma geformuleerde ambities en opgaven. Rijk en regio nemen nu een besluit voor de projecten in het pakket maatregelen en aanpakken waarvan de voorbereiding en/of uitvoering in 2021 kan worden gestart. De uitvoering van deze maatregelen kan doorlopen in de periode 2022-2023. Het totaal van de aan dit besluit verbonden budget betreft maximaal € 12.195 miljoen, verdeeld naar Rijk € 3.909 miljoen (inclusief btw), MRDH € 3.709 miljoen en Provincie Zuid-Holland € 3.622 miljoen. De bijdragen van derden bedragen in totaal € 0,955 miljoen. Daadwerkelijke toekenning van middelen en start uitvoering vindt plaats op basis van geaccordeerde projecten. Voor de projecten waar nog geen zicht op financiering is spreken Rijk en Regio af bij inhoudelijke overeenstemming hierover in 2021 een besluit te nemen. Rijk en Regio spreken af om de KT-Aanpak in 2021 gezamenlijk verder door te ontwikkelen, gericht op besluitvorming op het BO MIRT najaar 2021 over een pakket voor 2022-2024. Rijk en regio dragen bij aan het realiseren van 1000 overdekte fietsstallingsplekken en een nieuwe entreehal aan de noordzijde van de Mandelabrug ter hoogte van de Boerhavelaan in Zoetermeer.
In totaal is hier een bedrag van € 10,5 miljoen voor nodig. De regio reserveert daartoe € 6,5 miljoen en het Rijk € 4 miljoen (incl. btw). Rail Gent Terneuzen Rijk en regio stemmen in met het principe van de in 2020 uitgewerkte adaptieve strategie en spreken af om de inrichting van het adaptieve proces en de vertaling naar procesafspraken vast te leggen in een intentieverklaring van Belgische en Nederlandse bestuurders. (De Belgische stakeholders, de Belgische federale overheid, het Vlaams gewest en Infrabel, hebben hier reeds mee ingestemd). Onderdeel hiervan is de start van een vervolgstudie waarin de drie in de intentieverklaring opgenomen infra projecten, die mogelijk in beeld komen, nader worden uitgewerkt. Aan Nederlandse zijde wordt hiervoor € 2 miljoen beschikbaar gesteld vanuit het budget van € 15 miljoen dat is gereserveerd (in het Compensatiepakket Wind in de Zeilen Zeeland) voor de aanleg van de zuidoost-boog bij de Sluiskilbrug, mocht dat blijken uit de vervolgstudie. In de verklaring worden afspraken gemaakt voor de verdere invulling van het adaptieve proces en op grond van welke KPI’s een keuze voor een van de vier ontwikkelpaden in beeld komt. Indien voorwaarden en KPI’s (go nog go moment) worden behaald, wordt bestuurders een besluit voorgelegd. Indien de groei achterblijft wordt een nieuw toetsmoment overeengekomen.
Rijk en regio spannen zich in om zo spoedig mogelijk na het BO MIRT de intentieverklaring met de Belgische collega’s te ondertekenen. A12 Knooppunt Gouda – knooppunt Utrecht Rijk en regio constateren dat in het BO MIRT ZWN najaar 2019 is afgesproken, dat wordt gestreefd naar een Startbeslissing voor een MIRT-Verkenning in het najaar van 2020. Rijk en regio stellen de eindrapportage vast van de verkeersstudie die dit jaar is uitgevoerd naar het traject A12 Knooppunt Gouwe-Knooppunt Oudenrijn, in vervolg op de uitgevoerde studie in 2019. Rijk en regio concludeerden eerder dit jaar dat ten aanzien van het vervolg nog een aantal vraagstukken op tafel liggen, die zullen worden uitgewerkt: 1. Significant verbeteren van de verkeersdoorstroming richting Utrecht (met extra capaciteit op de A12) is niet mogelijk zonder forse aanpassingen van het (snel)wegennet rond Utrecht. Gelijktijdig speelt de woningopgave en de bereikbaarheidsmaatregelen die daarvoor genomen moeten worden in het kader van UNED. Er is behoefte aan a.) een korte termijn aanpak voor de richting Utrecht en b.) besluitvorming over woningbouw en daarvoor te nemen bereikbaarheidsmaatregelen in het kader van UNED, inclusief een lange termijn aanpak voor de A12 richting Utrecht; 2.
Voor de richting Gouda is ook behoefte aan a.) een korte termijn aanpak en b.) een voorstel voor een lange termijn aanpak (MIRT-Verkenning A12 Gouda-Utrecht);
52 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
3. De kosten van ingrepen aan de A12 zijn op dit moment eigenlijk niet te bepalen. Hiervoor is uitvoering van geotechnisch onderzoek noodzakelijk; 4. Voor zowel pakketten voor de korte termijn als voor de lange termijn is naast een gedegen kostenraming ook budgettaire dekking nodig van Rijk en regio. (Voor een MIRT-Verkenning is dit 75%, voor een pakket voor de korte termijn is dit 100% bij een besluit om het pakket uit te voeren.) De financiering is een politiek-bestuurlijke afweging. Verder is het nodig dat sprake is van een bestuurlijk gedragen pakket c.q. bestuurlijke voorkeur. Rijk en regio spreken af in 2021 de stand van zaken te bespreken van: a.) de bestuurlijke voorkeur voor de korte én de lange termijn; b.) de kosten van het uiteindelijk uit te voeren project op basis van het uit te voeren geotechnisch onderzoek; c.) de kostenverdeling tussen Rijk-regio, rekening houdend met de bijdrage aan de beleidsdoelen van en de financiële situatie van de betrokken partijen. Met name de benodigde tijd voor het geotechnisch onderzoek is bepalend voor de vraag wanneer meer concrete afspraken kunnen worden gemaakt over het vervolg. Rijk en regio spreken tevens af een aanpak voor de korte termijn te ontwikkelen en spreken de intentie uit om in april 2021 hierover een besluit te nemen.
Rijk en regio stellen de volgende varianten vast als inhoudelijk vertrekpunt voor het vervolg (lange termijn oplossing A12 Utrecht-Gouda): Alternatief 1, variant A (bestuurlijke voorkeur, inclusief onderstaande uitwerking van de Bodegravenboog): een extra rijstrook op de A12 in de richting van Gouda, vanaf de invoeger naar de A12 binnen Knooppunt Oudenrijn tot aan Knooppunt Gouwe, aangevuld met enerzijds de maatregelen uit de ‘nul-plus variant’ en anderzijds het optimaliseren van de aansluiting A12/N11. Deze optimalisatie van de aansluiting A12/N11 betreft: o een extra rijstrook op de A12 tussen Gouda en Bodegraven in oostelijke richting, die overgaat in een invoeger naar de N11 richting Leiden; o plus een extra rijstrook vanaf de N11 richting Den Haag, vormgegeven als een bijkomende rijstrook op de A12; o plus eventuele aanpassingen aan de botrotonde die hiervoor nodig zijn dan wel eventueel mogelijk zijn ter verdere verbetering van de verkeersafwikkeling op de botrotonde, waarbij geldt dat er geen sprake mag zijn van significant meer verkeer op de A12 richting Utrecht. Alternatief 1, variant B (variant op de bestuurlijke voorkeur): gelijk aan de bestuurlijke voorkeur, maar in tegenstelling tot de voorkeursvariant gaat de extra rijstrook richting Gouda over in een invoeger naar de N11 bij Bodegraven.
Alternatief 2, variant A (geen Bodegravenboog): een extra rijstrook op de A12 in de richting van Gouda, vanaf de invoeger naar de A12 binnen Knooppunt Oudenrijn tot aan de N11 bij Bodegraven, waarna deze extra rijstrook overgaat in een invoeger naar de N11 richting Leiden. Alternatief 2, variant B (geen Bodegravenboog): een extra rijstrook op de A12 in de richting van Gouda, vanaf de invoeger naar de A12 binnen Knooppunt Oudenrijn tot aan Knooppunt Gouwe. 9.
Aansluiting A4/N11 Rijk en regio besluiten het programma aansluitingen te beëindigen en de middelen te laten vrijvallen. De Minister van IenW stelt de vrijgevallen middelen van het Rijk à € 2,5 miljoen beschikbaar voor de verbetering van de verkeersdoorstroming op de aansluiting A4/N11. De aansluiting A4/N11 is één van de vijf aansluitingen uit categorie I (meest urgent) van programma aansluitingen, dat onderdeel uitmaakt van het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma MoVe. Deze middelen worden beschikbaar gesteld aan Rijkswaterstaat (projectorganisatie A4 Knooppunt Burgerveen-N14) vanuit het IenW-deel binnen budget voor het programma aansluitingen. In het kader van deze MIRT-Planuitwerking zullen de maatregelen voor deze aansluiting verder worden uitgewerkt en verwerkt in het Ontwerp-Tracébesluit. Voor de twee aansluitingen met de A15 (ook onderdeel van categorie I) zijn inmiddels maatregelen uitgevoerd voor circa € 1 miljoen. Voor de andere twee aansluitingen op de A4 worden maatregelen getroffen in het kader van het Tracébesluit A4 Haaglanden-N14. Daarmee zijn maatregelen uitgevoerd dan wel voorzien voor alle vijf de aansluitingen uit categorie I.
53 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
10.
11.
12.
Versnelling woningbouwopgave Zeeland Rijk en provincie gaan een langdurige hechte interbestuurlijke samenwerking aan om samen met de regionale partners te werken aan een toekomstbestendige woningvoorraad die aansluit bij de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte in Zeeland. Hiervoor is het nodig dat kwalitatief gewenste nieuwbouw versneld wordt en dat vaart gemaakt wordt met de herstructurering en verduurzaming van de woningvoorraad. Om deze ambitie te ondersteunen spreken BZK en de provincie Zeeland af om gezamenlijk een integrale aanpak te ontwikkelen, waarbij alle betrokken partijen zich langjarig verbinden aan afspraken en stevige ondersteuning, ter versnelling van de woningbouw- en herstructureringsopgave in Zeeland. BZK en de provincie besluiten tot een pakket aan maatregelen, zoals opgenomen in de rapportage Versnelling woningbouw en herstructureringsopgave Zeeland. Deze rapportage is openbaar en zal vooraf aan deelnemers toegezonden worden. BZK heeft financiële middelen vrijgemaakt voor de financiering van flexpools in 2020 en 2021. Voor Zeeland is een bedrag van € 442.149 gereserveerd die in de vorm van een specifieke uitkering kunnen worden uitgekeerd aan de provincie.
Verstedelijkingsstrategie Zuid-Holland Rijk en regio onderschrijven de contouren van de verstedelijkingsstrategie Zuid-Holland op hoofdlijnen en werken deze nader uit voor de periode tot 2035 met een doorkijk naar 2040. De ambitie is om de contouren en uitgangspunten van de Verstedelijkingsstrategie op te nemen in het Provinciale omgevingsbeleid. Dit rond de zomer 2021 vast te stellen in Provinciale Staten, waarna de nadere uitwerking van deze strategie besproken kan worden in het BO MIRT 2021. De Verstedelijkingsstrategie bouwt voort op de gemaakte afspraken in het Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad, Woondeal Zuidelijke Randstad, Adaptieve Ontwikkelstrategie en het Gebiedsprogramma MoVe. De Verstedelijkingsstrategie omvat het verstedelijkingsconcept voor de gehele provincie, hierin wordt ingegaan op wat er nodig is en wat er wordt verwacht van betrokken partijen, om de strategie te realiseren, met daarbij een fasering. Uitgangspunten van de voorgestelde Verstedelijkingsstrategie voor in het omgevingsbeleid zijn; versterken van de structuur van Zuid-Holland, bouwen binnen bestaand stads- en dorpsgezicht (BSD), bouwen nabij HOV en bouwen naar behoefte; nieuwe plannen bestaan in principe voor 50% uit betaalbare woningen; regio’s mogen tot 130% programmeren.
Overwogen wordt om op enkele locaties geen maximum percentage mee te tellen; verschillende ruimtevragers binnen de verstedelijking worden integraal bezien. De strategie kent een sterke wederkerigheid met de daarbij behorende bereikbaarheidsprojecten voor de beoogde schaalsprong OV (MoVe – onderdeel MOVV). Daarnaast zijn de knooppunten op de regionale HOV-lijnen dragers van de verstedelijking in Zuid-Holland. Verstedelijking op knooppunten van HOV-lijnen wordt nader uitgewerkt in samenwerking tussen Rijk en regio, o.a. in programma MoVe. Daarbij gaat het om het nader verkennen van investeringen in bestaande en nieuwe stations(omgevingen). Naast investeringen in HOV zijn het wegnemen van knelpunten voor versnelling van de woningbouw door extra financiële middelen, oplossing van de stikstofproblematiek, oplossen van het knelpunt geluid, investeringscapaciteit van corporaties en het vergroten van (ambtelijke) capaciteit randvoorwaarden voor het realiseren van de strategie. Hiervoor wordt een terugkomende overlegvorm opgericht. Ook is aandacht nodig voor de doorlooptijd van projecten (inclusief procedures). Er worden woon-werkakkoorden gesloten om de wederkerigheid tussen verstedelijking en economie te verstevigen.
Voor verstedelijkingsopgaven geldt dat multimodale bereikbaarheid belangrijk is en blijft, naast het OV ook de fiets en de auto, waarbij automobiliteit (goederen en personenvervoer) nog belangrijker is op enkele grotere buiten BSD locaties voor wonen en werken. Een klein deel van de opgave is nodig voor behoud van vitaliteit in kernen die niet direct aan het stedelijk netwerk van Zuid-Holland liggen. Richting 2040 zijn er nieuwe investeringen nodig bij een aanhoudende hoge vraag naar woningen en bijhorende voorzieningen. OV verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht Rijk en Regio starten een gezamenlijk onderzoek naar kansrijke maatregelen die in de periode tot en met 2028 uitgevoerd kunnen worden teneinde de bestaande OV-
54 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
13.
verbindingen op de A27 tussen Breda en Utrecht ook tijdens de werkzaamheden aan de A27 zo goed mogelijk in stand te houden, met waar mogelijk win-winsituaties met het autoverkeer. Hiertoe wordt door de samenwerkende partijen, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Provincie Zuid-Holland een Taskforce Minder Hinder OV op de A27 ingesteld. Partijen zitten vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid in de Taskforce. De Taskforce rapporteert rechtstreeks aan de Staatssecretaris van IenW en de gedeputeerden van Noord-Brabant en Zuid-Holland. Rijk en Regio stellen ieder € 24.000 beschikbaar om dit onderzoek uit voeren. Het onderzoek richt zich op mogelijkheden binnen innovatief bovenregionaal verkeersmanagement, zoals het innovatief verdelen van het beschikbare asfalt en het prioriteren van doelgroepen ter plaatse van de werkzaamheden én het in de grote regio innovatief geleiden en omleiden van verkeerstromen om de doorstroming te bevorderen. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht om sneller te halteren. Door afstemming binnen de Taskforce moet de balans tussen het realiseren van een kwaliteitsslag van het OV en nieuwe visies op integrale mobiliteit enerzijds en het niet overmatig belasten van het project A27 Houten-Hooipolder anderzijds gewaarborgd worden.
De Taskforce heeft een onderzoeksmandaat; over haalbare maatregelen zonder bestuurlijke en/of financiële gevolgen kan vooruitlopend op het BO MIRT 2021 binnen de taskforce overeenstemming worden bereikt om deze uit te voeren. Rijk en Regio werken toe naar een maatregelenpakket voor de korte/middellange termijn waarover in het BO MIRT 2021 nadere afspraken worden gemaakt. Bij het onderzoek naar maatregelen voor de korte/middellange termijn zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met lange termijn ontwikkelingen en ambities. Hiertoe zal in de Taskforce afstemming gezocht worden met de regiegroep BGU, die de verkenning van het verbeteren van het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht uit 2019 aan het verdiepen en uitwerken is om een verbeterslag in 2030 in het OV te bewerkstelligen. Rijk en Regio continueren de gezamenlijke studie binnen het samenwerkingsverband BGU voor de verbetering van de OV-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht op de lange termijn (2030 en verder). Op basis van de conclusies uit deze studie zullen partijen toewerken naar een gedragen pakket maatregelen om in het BO MIRT 2021 afspraken te maken over deze verbinding op lange termijn. HOV net Zuid-Holland Noord Rijk en regio besluiten: De inpassing van station Hazerswoude-Rijndijk verder te verkennen.
Hierbij wordt een plafondbedrag van € 80 miljoen afgesproken voor de realisatie van het station en infrastructurele inpassing in de dienstregeling. Verder te verkennen of het haalbaar is dat de treinen tussen Leiden en Utrecht ook buiten de spits 4 keer per uur kunnen rijden, onder de voorwaarde dat dit veilig kan, zonder aanvullende maatregelen voor baanstabiliteit. Als deze frequentieverhoging gerealiseerd kan worden, één overweg ongelijkvloers te maken, waarbij de voorkeur uitgaat naar de overweg op de Burgemeester Smeetsweg in Zoeterwoude. Dat het daarbij van belang is dat er voor het station Hazerswoude-Rijndijk en bovengenoemde uitbreiding van uren buiten de spits in 2021 een bedieningsovereenkomst met de vervoerder wordt gesloten, waarbij de huidige afspraken tussen Rijk en provincie over exploitatie blijven staan. Dat het totaaleffect van het maatregelenpakket voor alle reizigers positief moet zijn. Dat bovenstaande punten nu de scope zijn van het project Spoorcorridor Leiden-Utrecht als onderdeel van het HOV-net Zuid-Holland Noord en als deze daadwerkelijk tot uitvoering komen dat andere scope-afspraken daarmee vervallen. Dat afwegingen en afspraken t.a.v.
het langetermijnperspectief plaatsvinden in het kader van de landelijke discussies over baanstabiliteit en het Toekomstbeeld OV 2040 en geen onderdeel meer uitmaken van de scope van het project Spoorcorridor LeidenUtrecht. Dat de investeringskosten voor de aan te passen scope spoorcorridor Leiden-Utrecht volgens dezelfde sleutel als eerder in de subsidiebeschikking afgesproken verdeeld wordt. De realisatietermijn voor het project buscorridor Leiden-Katwijk-Noordwijk éénmalig te verlengen tot 2026, met als voorwaarde dat het Rijk regelmatig op de hoogte gehouden wordt van de voortgang van dit project.
55 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Ernaar te streven in 2021 een duidelijk beeld te krijgen over de benodigde investeringen voor het gehele subsidieproject HOV-net Zuid-Holland Noord en afspraken te maken over de inzet van het eventuele resterende budget. Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 Dit jaar is het participatieproces afgerond en heeft het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta ingestemd met de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta. De gebiedsagenda wordt formeel in het BO MIRT vastgesteld en als bijlage bij de BO MIRT brief aan de Tweede Kamer aangeboden. Het document is een inspiratiedocument als vertrekpunt voor verdergaande maatschappelijke en bestuurlijke samenwerking in de regio om gezamenlijk de uitdagingen van de klimaatverandering en de gevolgen ervan voor de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid, de regionale economie, de ecologie en het landschap van de Zuidwestelijke Delta aan te gaan. Onder regie van het Gebiedsoverleg worden de handelingsperspectieven voor de toekomstige ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta in een vervolgtraject samen met de stakeholders verder uitgewerkt. De Gebiedsagenda geeft vanuit de grote wateren in de Zuidwestelijke Delta gebiedsgericht uitvoering aan de NOVI. PAGW Suppletie Galgeplaat Dit najaar heeft besluitvorming plaatsgevonden over de inzet van de resterende middelen van tranche 2 voor de Programmatische Aanpak Grote Wateren.
Deze besluitvorming voorziet ook in middelen voor de uitvoering van een zandsuppletie op de Galgeplaat in de Oosterschelde. Dat betekent dat in dit BO MIRT het besluit kan worden genomen om als regio en Rijk, samen met de andere betrokken gebiedspartijen, te starten met de voorbereiding van de planuitwerking voor dit project. Volkerak Zoommeer In het BO MIRT Zuidwest 2019 is afgesproken dat onder regie van het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta een gebiedsproces wordt gestart voor de realisering van een klimaatrobuuste zoetwaterverdeling in de Zuidwestelijke Delta. Vooruitlopend hierop is door Deltares onderzoek uitgevoerd naar de klimaatrobuustheid van het huidige, zoete Volkerak-Zoommeer. Hoofdconclusie is dat er de komende decennia, mits voldaan wordt aan randvoorwaarden betreffende doorspoeldebiet, kweldruk en zoutlekbeheersing Krammersluizen, geen onoverkomelijke problemen worden verwacht met de huidige zoetwaterfunctie van het Volkerak-Zoommeer. Vanwege de onzekerheden rond de klimaatverandering, kan niet worden uitgesloten dat op langere termijn door toenemende verzilting de zoetwaterfunctie van het VolkerakZoommeer onder druk komt te staan.
Uitgaande van deze bevindingen start het Gebiedsoverleg in 2021, samen met alle betrokken stakeholders, een gebiedsproces naar wat op de korte en langere termijn de grote uitdagingen zijn op weg naar klimaatrobuust zoetwater, een goede (ecologische) waterkwaliteit en hoogwaardige natuur in de Zuidwestelijke Delta. Naar verwachting kunnen de eerste resultaten hiervan worden besproken in het BO Leefomgeving komend voorjaar. NOVI gebied Groene hart Rijk en regio herkennen dat in goede samenwerking wordt gewerkt aan het plan van aanpak voor NOVI-gebied Groene Hart. De aanpak zal in goede samenwerking tussen Rijk en regio verder worden uitgewerkt, samen met maatschappelijke partners, bedrijven en bewoners. Rijk en regio presenteren in het BO Leefomgeving van voorjaar 2021 de voortgang van het plan van aanpak, de beoogde gezamenlijke aanpak van opgaven en verkennen of extra bestuurlijke afspraken in deze gebieden wenselijk zijn. Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad Besluit om de Verstedelijkingsalliantie en MoVe in 2021 een voorstel uit te laten werken hoe de scope van de verschillende MOVV-uitwerkingen, te beginnen met het startbesluit Infrastructuur en Knooppunten Oude Lijn, verrijkt kan worden met de uitwerking van het verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad om de wederkerigheid tussen verstedelijking en mobiliteit te versterken.
Hierbij nader in te gaan op: woningbouwprogrammering, ruimtelijk flankerend beleid (w.o. parkeerbeleid en ontwerpprincipes), en milieucontouren met bijbehorende instrumenten.
14.
15.
16.
17.
18.
56 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Goederenvervoercorridors 1.
2.
3.
Toekomstagenda Corridorontwikkeling De corridorpartijen stellen de contouren van de Toekomstagenda vast als kader voor de samenwerking in het Programma Goederenvervoercorridors, inclusief: Focus programma inzet voor vijf pijlers: o Pijler 1 - Toekomstbestendige verbindingen tussen Mainport Rotterdam en het Europese achterland o Pijler 2 - (Inter)nationale multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk o Pijler 3 - Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van strategische knooppunten o Pijler 4 - Verduurzaming van de Oost en Zuidoost Topcorridors o Pijler 5 - State of the art digitale voorzieningen Adaptieve Roadmap als basis voor toekomstige afspraken over maatregelen in het Uitvoeringsplan De corridorpartners spreken af om het samenwerken, het investeren en de bijbehorende governance richting BO-MIRT 2021 nader uit te werken. Robuuste vaarwegen Corridorpartijen stellen de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek naar het vergroten van de robuustheid van de vaarwegen en de daaruit voortvloeiende prioritaire acties vast. Al deze acties dragen bij om regelmatig terugkerende kleine calamiteiten en toekomstige extreme weersomstandigheden beter op te kunnen vangen en daarmee de vaarwegen klimaatbestendig en robuuster te maken. Iedere partij heeft daarbij zijn eigen verantwoordelijkheid.
Het ministerie van Infrastructuur en Water zal in dat kader: MIRT-onderzoek uitvoeren naar de benodigde en gewenste capaciteit van de sluis Weurt. MIRT-onderzoek uitvoeren naar de doelmatigheid en doeltreffendheid (en locatie) van een mogelijke 2e sluiskolk bij Grave. Bij dit onderzoek wordt ook gekeken naar de relatie met de stuw Grave en de John S. Thomsonbrug. Ook wordt gekeken of er meekoppelkansen zijn met andere opgaven. Preverkenning naar maatregelen (bijv. pompsystemen) om bij de sluizen van de Maas bij watertekort het schutwater terug te kunnen pompen (tegengaan schutverlies); eventueel i.c.m. energieopwekkende mogelijkheden. Onderzoek naar het verbeteren van ligplaatsdata van alle ligplaatsen op de vaarwegen door Rijkswaterstaat in BLIS. Werken aan het verminderen van uitgesteld onderhoud op het (hoofd)vaarwegennetwerk en zorg dragen voor een toekomstbestendig en robuust hoofdvaarwegennetwerk. In dat kader voert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ook stresstesten uit en wordt er door het ministerie samen met regionale overheden in IRM-verband gewerkt aan beleidsopties voor de bodemligging. Het ministerie heeft hiervoor € 100 miljoen euro gereserveerd. Deze reservering wordt nu verder uitgewerkt naar concrete projecten in IRMverband vanwege de samenhang met andere opgaven in het rivierengebied.
Het opzetten van een corridor gericht onderzoeksprogramma naar de mogelijkheden, kansen en bedreigingen van een breder toelatings- en ontheffingsbeleid. Onderzoek doen – middels evalueren - naar het voortzetten van de 7x24uur bediening op de Brabantse en Limburgse hoofdvaarwegen en de verruimde openingsmogelijkheden op de overige vaarwegen. De corridorpartijen spreken af mee te zullen werken aan de activiteiten die het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat uitvoert en zullen daarnaast ook hun eigen ligplaatsdata (voor zover van toepassing) toevoegen aan BLIS en in BLIS upto-date houden. T.a.v. gemeentelijke ligplaatsen zullen de corridorpartijen hierin stimulerend optreden. Ook zullen de corridorpartijen stimuleren dat de aansluitingen van hun binnenhavens aan de vaarwegen klimaatbestendig en robuust worden. MIRT Verkenning A15 Gorinchem - Papendrecht Op basis van de nieuwe kostenramingen in het kader van de MIRT-verkenning A15 Papendrecht - Gorinchem, waaruit naar voren is gekomen dat er meer ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn aan bestaande kunstwerken en wegdek op dit traject, hoogt het Rijk het beschikbare budget op met € 375 miljoen.
57 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Indien er in de toekomst door nieuwe inzichten tekorten in het beschikbare budget ontstaan zal worden gezocht naar versoberingsopties binnen het project en/of cofinanciering door regionale partijen. Truckparkings Corridorpartijen spreken af in 2021: de tekorten aan vrachtwagenparkeerplaatsen op de goederencorridors Oost en Zuidoost verder terug te dringen door het ondersteunen van aanleg van nieuwe locaties en uitbreiding van bestaande locaties langs de Nederlandse corridors met een bedrijfseconomisch optimaal niveau voor veiligheid en service, op basis van Europese normering. Aandachtspunt hierbij is de geografische spreiding van de truckparkings waardoor vraag en aanbod op zowel de Oost als de Zuidoost corridor in evenwicht wordt gebracht. een Handhavingsplan uit te werken en te accorderen met daarin expliciet aandacht voor functies, taken en rollen van partijen zoals gemeenten, provincies, Inspectie Leefomgeving en Transport, ministerie JenV, Politie en Rijkswaterstaat. Op basis van het Handhavingsplan kunnen pilots gestart worden, voorzien van een financieringsvoorstel voor zowel aansturing als (gemeentelijke) uitvoering. het realiseren van een toegankelijk platform met digitale statische en dynamische informatie over vrije en bezette truckparkeerplaatsen en faciliteiten.
Daarnaast wordt afgesproken: de synergie tussen truckparking, clean energy hubs en logistieke ontkoppelpunten te bevorderen; de kansen op gebied van duurzaamheid en klimaatgunstige maatregelen te inventariseren; te monitoren hoe landelijk om te gaan met de praktische gevolgen van het nieuwe Europese mobiliteitspakket en het niet mogen overnachten in de cabine bij 45 uurs rust. Dit omdat het effect kan hebben op de veiligheid en doorstroming; de grensoverschrijdende samenwerking met Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen voort te zetten. In het kader van de uitvoering in 2021 wordt afgesproken dat: de afspraken uit 2018 met een jaar worden verlengd: provincies Gelderland, NoordBrabant, Limburg en Zuid-Holland dragen ieder € 25.000 euro bij en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat € 100.000 euro. het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in aanvulling hierop bijdraagt aan handhavingspilots, mits gemeenten voor voldoende capaciteit zorgen voor de uitvoering van deze pilots. corridorpartijen alert blijven op het benutten van relevante ontwikkelingen en onderling afspraken kunnen maken over benodigde financiering.
740 meter-treinen De corridorpartijen spreken af: De (infra-) maatregelen die noodzakelijk zijn om aan de TEN-T eisen op de corridors Oost en Zuidoost te kunnen voldoen nader te verkennen, prioriteren en faseren, zodat de internationale bereikbaarheid van goederen over het spoor voor Nederland verbetert. Voor de corridor Rotterdam-Venlo stelt het Rijk € 1 miljoen beschikbaar voor deze verkenning. Voor de corridor Rotterdam-Bad-Bentheim en de studie Goederen Oost NL stelt het Rijk € 2 miljoen beschikbaar. Dit sluit aan bij de pragmatische en gefaseerde aanpak die zoveel als mogelijk aansluit op de marktbehoefte en waarmee stapsgewijs en kosteneffectief het rijden met treinen van 740 meter lengte wordt gefaciliteerd, zo mogelijk op langere termijn op basis van een programma in het MIRT. Spoorgoederenknooppunt Venlo In opdracht van het Rijk, ontwikkelt ProRail in samenwerking met provincie Limburg en gemeente Venlo een integrale aanpak voor het spoor, waar binnen de verschillende projecten in Venlo elkaar versterken. Rijk, Provincie Limburg en de gemeente Venlo stellen capaciteit beschikbaar. Dit gebeurt mede op basis van reeds verrichte uitwerkingen en toezeggingen en met het oog op implementatie met bijbehorende financiering van maatregelen de komende jaren. 50 procent bijdrage van de Europese Commissie voor de studie is reeds toegezegd.
IenW stelt de andere 50 procent, te weten € 3,98 miljoen, beschikbaar. Hiermee wordt invulling gegeven aan de aankondiging aan de Tweede Kamer om met een integraal plan van aanpak voor Venlo te starten.
4.
5.
6.
58 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
7.
8.
9.
10.
11.
Buisleidingen Corridorpartijen onderkennen het belang van buisleidingen voor de corridordoelstellingen ten aanzien van modal shift, klimaat en economie en versterken de strategische positie van de Nederlandse industrie en de Haven Rotterdam en de verbindingen met het Ruhrgebied. Corridorpartijen zien verder kansen bij de inzet van buisleidingen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen, waardoor de problemen van risico overschrijdingen op het spoor (Basisnet) verminderen. Corridorpartijen zijn daarom een haalbaarheidsonderzoek gestart, samen met het bedrijfsleven, naar een buisleidingtracé Rotterdam-Chemelot(-Duitsland). Op basis van een positieve uitkomst van dit haalbaarheidsonderzoek worden op initiatief van en in samenwerking met het bedrijfsleven verdere concrete vervolgstappen uitgewerkt en gerealiseerd. De samenwerking met Nordrhein Westfalen wordt hierbij nadrukkelijk opgezocht. Hierin zal ook verkend worden welke fondsen hiervoor kunnen worden aangewend. Kademuren Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt een Regeling Kademuren op voor een periode van 5 jaar van € 10 miljoen totaal. Naast de Rijksbijdrage wordt in deze regeling eenzelfde bijdrage van de decentrale overheden vereist waardoor er feitelijk sprake is van een verdubbeling van de financiële ondersteuning.
De inzet is om de komende vijf jaar jaarlijkse tranches af te spreken die kunnen worden gebruikt om kansrijke binnenvaartinitiatieven in te dienen. Provinciale Corridorpartijen worden hierdoor gestimuleerd om de komende jaren samen met private partijen goede binnenvaartinitiatieven op te stellen die voor aanzienlijke modal shift van weg naar water moeten zorgen. Doelstelling is om de eerste projectaanvragen in 2021 te honoreren nadat de regeling allereerst is gepubliceerd in de Staatscourant (na voorjaarsnota). Last mile spoor Alle door ProRail, overige corridorpartijen en vertegenwoordigers van bovengemiddelde knooppunten geïnventariseerde Last Mile Spoor-maatregelen in de knooppunten op de goederenvervoercorridors worden opgenomen in de (langere termijn) Toekomstagenda van het Programma. Verdere uitwerking is nodig om tot gezamenlijke concrete besluiten te kunnen komen de komende jaren. In de uitwerking wordt gekeken naar nut en noodzaak in relatie tot de programmadoelstellingen. Afslag 38 A15 bij Nijmegen Provincie Gelderland en de gemeenten Overbetuwe en Nijmegen stellen gezamenlijk € 23,6 miljoen beschikbaar voor de aanpassing afslag 38 Elst op de A15. In het BO MIRT 2019 is afgesproken dat het Rijk € 5,25 miljoen euro (incl. btw) beschikbaar stelt voor de vervanging van het viaduct bij Elst.
Ruimtelijk-economische sturing bedrijventerreinen In de NOVI heeft het kabinet aangegeven op landelijk niveau samen met de Provincies meer te willen sturen op bedrijventerreinen en de vestiging van (grootschalige) logistiek. De eerste stap is het uitvoeren van een inventarisatie naar vraag en aanbod van bedrijventerreinen en instrumentarium en beleid van 8 provincies. Aan de hand van de uitkomsten van de inventarisatie zal met de regio beoordeeld worden of meer gemeenschappelijke sturing op bedrijventerreinen wenselijk is. De brede werkgroep Clustering van grote bedrijfsvestigingen zal het inventariserende onderzoek begeleiden en eventuele vervolgstappen voorstellen. Uitwerken van de andere belangrijke onderdelen van deze pijler 3 van de Toekomstagenda Goederenvervoercorridor: een betere benutting van het economisch potentieel van de goederenvervoercorridors en de knooppunten het zoeken van balans tussen goederenvervoer en economisch verdienpotentieel en de kwaliteit van de leefomgeving in de goederenvervoercorridors uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor de verwachte groei van het spoorgoederenvervoer in relatie tot verstedelijking langs het spoor uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor ruimtelijke vraagstukken rondom verstedelijking en watergebonden bedrijvigheid aan de binnenwateren.
59 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
12.
13.
14.
Railterminal Gelderland in knooppunt Nijmegen Provincie Gelderland stelt € 20,5 miljoen extra beschikbaar voor onder andere de verdere verduurzaming van de Railterminal Gelderland door realisatie Zeilend binnenkomen, dit voorkomt rangeren met diesellocomotieven en zorgt voor een lagere uitstoot van de RTG, compensatie stikstofuitstoot en verbetering bereikbaarheid van de railterminal. In het BO MIRT 2018 is afgesproken dat het Rijk € 12 miljoen bijdraagt aan de spooraansluiting van de RTG op de Betuweroute. In 2020 heeft het Rijk per brief nader aangegeven onder welke condities deze bijdrage geleverd zal worden. Clean Energy Hubs Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt € 500.000 beschikbaar voor haalbaarheidsonderzoeken voor het versnellen van de planvorming en realisatiefase van Clean Energy Hubs voor wegtransport en binnenvaart. Daarnaast dragen de provincies en het havenbedrijf Rotterdam conform de BO MIRT afspraak uit 2019 ook reeds bij in de financiering van het project Clean Energy Hubs in 2021. In 2021 bedraagt dit € 25.000 voor de provincies Gelderland, NoordBrabant, Zuid-Holland, Limburg en het havenbedrijf Rotterdam. De provincies Zeeland, Utrecht, Overijssel en Flevoland hebben ook toegezegd bij te dragen.
Partijen binnen de Clean Energy Hubs onderzoeken de mogelijkheid om een projectvoorstel te ontwikkelen dat aanspraak zou kunnen maken op financiering vanuit Europese middelen en te verkennen wat dit aan budget en capaciteit van de deelnemende partijen vraagt. Afgesproken wordt dat provinciale deelnemers aan het platform Clean Energy Hubs hun beleidsinstrumenten (juridisch, financieel, communicatief) gezamenlijk inzetten om de realisatie van een landelijk netwerk van Clean Energy Hubs te versnellen en te stimuleren. Modal Shift Rijk en provincies onderschrijven gezamenlijk het belang van het realiseren van een modal shift in het goederenvervoer en gaan de samenwerking aan bij de versterking van de modal shift. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ontwikkelt een stimuleringsregeling voor modal shift in het goederenvervoer van weg naar water en stelt in 2021 een budget van € 40 miljoen beschikbaar. Dit budget wordt in 4 jaarlijkse tranches van elk € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Ter invulling van de benodigde inzet van logistieke makelaars voor de modal shift nemen de provincies hierbij de volgende stappen: Provincie Gelderland breidt de inzet van modal shift makelaars, op basis van praktijkervaringen, uit naar een totaal van 3 werkdagen. De modal shift makelaar(s) zetten zich in op de modal shift van weg naar water en spoor.
Daarnaast wordt in een later stadium geëvalueerd of meer extra capaciteit nodig is. Met inzet van logistieke makelaars vanuit het LIOF en Zuid-Limburg Bereikbaar (inclusief invulling bestaande vacature) organiseert de provincie Limburg de regionale logistieke makelaarsfunctie ten behoeve van het indienen van projecten binnen de modal shift regeling. Vanuit de door de provincie Noord-Brabant medegefinancierde LCB en MCA Brabant zullen in totaal voor 3 dagen per week logistieke makelaars beschikbaar zijn. Zij worden daarbij op projectbasis ondersteund door zo’n 30 studenten HBO-logistiek. Provincie Zuid-Holland heeft daarbij in BO MIRT 2019 toegezegd € 50.000 per jaar in te zetten voor de ontwikkeling van de logistieke makelaarsfunctie en verhoogt dit bedrag tot € 80.000 voor de looptijd van de stimuleringsregeling (2021-2024). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zet zich in voor de versterking van de landelijke coördinatie en sturing op de regionale logistieke makelaarsfunctie voor de modal shift van weg naar water en spoor. De Topsector Logistiek wordt gevraagd in het kader van de uitvoering van de regeling een coördinatiepunt voor deze logistiek makelaarsfunctie in te richten. Medio 2021 zal de regionale logistieke makelaarsfunctie worden geëvalueerd.
Indien nodig zullen daarbij aanvullende voorstellen voor besluiten ter invulling van de makelaarsfunctie worden voorgelegd aan het BO MIRT Goederenvervoercorridors eind 2021.
60 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
15.
16.
17.
18.
Walstroom Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat in heel Nederland de uitrol, beheer en onderhoud van walstroom op alle Rijksligplaatsen voor de binnenvaart realiseren. Corridorpartijen stimuleren in hun gebied de uitrol van walstroom op overnachtingsligplaatsen en in binnenhavens, zeker op de TEN-T corridors. Zero Emissie Scheepvaart Corridorpartijen spreken af zero-emissie binnenvaart te ondersteunen door de aanleg van laadinfrastructuur voor accu- en/of waterstofcontainers voor de binnenvaart te stimuleren, waarbij het streven is te starten met één à twee laadpunten per provincie. Hiertoe onderzoeken de gezamenlijke corridorprovincies op korte termijn op welke locaties langs de corridors Zuidoost en Oost, en op welke manier, open-access laadinfrastructuur gerealiseerd kan worden. Hierbij zijn partijen zich ervan bewust dat provincies wellicht andere locaties in beeld hebben dan het bedrijf ZES voor ogen heeft (gezien regionale ontwikkelingen die bij ZES niet bekend zijn). Locatiekeuze en invulling van het concept zal worden afgestemd met initiatieven rondom Clean Energy Hubs.
Om verdere opschaling van de elektrificatie van binnenvaart mogelijk te maken, gaan corridorpartijen voor de (midden)langere termijn, middels de actie publiekprivate financiering, op zoek naar nieuwe manieren van financiering van maatschappelijke opgaven, samen met de kapitaalmarkt. Digitalisering De corridorpartners besluiten tot oprichting van een werkgroep digitalisering. Samenstelling: het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (actietrekker), Rijkswaterstaat, Havenbedrijf Rotterdam, Topsector Logistiek, Limburg, BISCI (Brightlands Institute of Supply Chain Innovations), SmartwayZ.NL (namens NoordBrabant), Zuid-Holland en Gelderland. Zij maken in afstemming met de Topsector Logistiek – een actiegericht plan van aanpak voor (samenhangende) digitalisering van de verschillende modaliteiten op de goederencorridors o.b.v. inventarisatie van alle lopende initiatieven en gericht op de 4 opgaven uit de Toekomstagenda, te weten a) verbinden van datastrategieën, b) digitale infrastructuur en data over de fysieke netwerken, c) ruimte voor testen en d) creëren van voorwaarden voor toepassingen, en leveren dit op in het voorjaar van 2021. De corridorprovincies Limburg en Noord-Brabant stellen ieder € 40.000 per jaar beschikbaar voor de komende drie jaar. De corridorprovincie Gelderland stelt € 40.000 beschikbaar voor 2021.
In 2021 besluit Gelderland over de jaren 2022 en 2023. Het ministerie van IenW zal € 360.000 beschikbaar stellen voor de komende drie jaar. Het Havenbedrijf Rotterdam zal op inhoud en met projectfinanciering (digitalisering spoor) een bijdrage leveren. Ook de provincie Zuid-Holland zal op inhoud en daar waar mogelijk met projectfinanciering een bijdrage leveren. Als eerste stap wordt de ‘digitalisering van spoor’ uitgewerkt en geïmplementeerd op basis van het concrete initiatief ‘de (digitale) basis op orde. IenW en HbR spreken de intentie uit om elk een reservering te maken van € 1 miljoen voor de uitwerking en implementatie van ‘digitalisering van spoor’, op basis van een goedgekeurde businesscase. ProRail wordt inhoudelijk betrokken in de uitwerking. Publiek-private financiering Corridorpartijen besluiten een Investeringspanel Topcorridors op te richten waarin private consortia, maar ook overheden projecten kunnen inbrengen om met elkaar van gedachten te kunnen wisselen over gezamenlijke financiering. Dit panel komt twee keer per jaar bijeen.
De corridorpartijen werken verder uit en concretiseren: de werkwijze van een Investeringspanel, de bekostigingssystematiek van de proceskosten, inclusief de wijze van inbrengen van businesscasus en de rollen van de verschillende deelnemers vanuit diverse partijen (waaronder provincies, Rijk, Invest NL, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, EIB en banken).
61 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
19.
Goederenvervoercorridor Zuid Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat start samen met de corridorpartijen een MIRT-onderzoek naar een integrale corridoraanpak Zuid. Dit MIRT-onderzoek moet de haalbaarheid in kaart brengen van een ‘light’ corridoraanpak gericht op het versterken van de samenwerking binnen het goederenvervoer en de logistiek. Het eindrapport bij het MIRT-onderzoek bevat een voorstel voor een integraal corridorprogramma inclusief een bijbehorende uitvoeringsorganisatie en een bestuurlijke governance. Dat voorstel wordt eind 2021 voor besluitvorming aan het BO MIRT GVC voorgelegd. Het MIRT-onderzoek gaat in op de mogelijkheden die de corridor biedt bij het aanpakken van knelpunten en kansen voor een efficiënte, duurzame en digitaal ondersteund goederenvervoer en logistiek. In dit onderzoek worden uitkomsten van eerdere onderzoeken, waaronder het CRA-onderzoek en de Toekomstagenda, die passen bij deze logistieke doelen meegenomen. Het MIRT-onderzoek zal tevens agenderend zijn voor grotere infrastructurele projecten die bijdragen aan het opheffen van knelpunten en het verzilveren van kansen voor het goederenvervoer en de logistiek. De beoordeling van deze grote infrastructuurprojecten zal echter geen onderdeel uitmaken van een corridoraanpak maar bij de landsdelige MIRT-aanpak worden beoordeeld.
Daarbij worden tevens de uitkomsten van de goederenvervoer gerelateerde bereikbaarheidsprogramma’s en de resultaten van de NMCA 2021 meegenomen. Het MIRT-onderzoek gaat verder in op de mogelijkheden om met een corridoraanpak tot een nauwere aansluiting op en samenwerking met het bestaande corridorprogramma Oost en Zuidoost te komen. Het onderzoek zal ook ingaan op de mogelijkheden om de beproefde werkwijze en projecten vanuit het corridorprogramma over te nemen. Het MIRT-onderzoek wordt vanuit een gezamenlijk opdrachtgeverschap van IenW en de corridorpartijen opgestart. Hierbij neemt IenW de helft van de uitvoeringskosten en het penvoerderschap voor zijn rekening. De andere helft zal gelijkelijk verdeeld worden over de provincies, waarna provincies en havenbedrijven het provinciale deel onderling verdelen. Rekening houdend met de mogelijkheid om eerdere onderzoeken t.b.v. dit traject te benutten, worden de kosten voor het MIRTonderzoek geraamd op maximaal € 400.000,-. Ten behoeve van het MIRT-onderzoek zal een stuurgroep ingericht worden waar provincies, havenbedrijven en het logistieke bedrijfsleven (in de vorm van verladers en vervoerders via de Topsector Logistiek) plaats in zullen nemen.
62 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T F
070-456 0000 070-456 1111
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Datum Betreft
26 november 2020 Bestuurlijke Overleggen MIRT 25 en 26 november 2020, voortgang MIRT, moties en toezeggingen
Bijlage(n) 8
Geachte voorzitter, Op 25 en 26 november 2020 hebben de Bestuurlijke Overleggen MIRT plaatsgevonden. Met deze brief melden wij u per regio wat besloten is en informeren wij u over de voortgang van lopende projecten. In de bijlagen zijn de integrale besluiten van de Bestuurlijke Overleggen opgenomen en, voor zover deze al niet in deze brief zijn aangegeven, de stand van zaken met betrekking tot moties van uw Kamer alsmede toezeggingen. De afspraken in de Bestuurlijke Overleggen zijn gemaakt tegen de achtergrond van een aantal ontwikkelingen. Zo is de verwachting dat de mobiliteit per saldo blijft groeien. Uit het meest recente mobiliteitsbeeld van het Kennisinstituut Mobiliteit (KIM) blijkt dat we straks méér gebruik maken van de (water)wegen, het spoor, het openbaar vervoer en de fietsinfrastructuur. We werken als gevolg van COVID-19 weliswaar meer thuis, een ontwikkeling die we stimuleren. Daartegenover staan factoren die zorgen voor een sterke toename van mobiliteit, zoals de bevolkingsgroei en woningbouw. Het is dus van groot belang om te blijven investeren in infrastructuur, in een veilig en robuust mobiliteitsnetwerk en innovatie. Daarnaast ontbreekt de financiële bewegingsruimte om alle knelpunten aan te pakken. De kosten voor instandhouding nemen de komende jaren toe. Aan het eind van het jaar zal uw Kamer geïnformeerd worden over de budgetbehoefte voor instandhouding.
Naast de middelen die in de begroting zijn vrijgemaakt en naar voren zijn gehaald is met de minister van Financiën besloten om € 700 miljoen voor het beheer en onderhoud van wegen, vaarwegen en watersystemen te versnellen. Ook wordt voor spoor € 90 miljoen voor beheer en onderhoud bestemd voor risico’s die zich in de jaren 2020-2025 voor kunnen gaan doen. Ook is er sprake van forse kostenstijgingen bij lopende projecten. Deze kostenstijgingen moeten worden opgevangen om te voorkomen dat deze projecten vertragen. De realisatie van deze projecten is nodig om de verwachte mobiliteitsgroei te kunnen accommoderen. We hebben dit najaar investeringsbeslissingen genomen voor de meest urgente knelpunten ten laste van
Pagina 1 van 31
het Infrastructuurfonds met een totale omvang van ca. € 1,5 miljard. Daarnaast zijn er besluiten genomen over de inzet van de resterende middelen uit het Regeerakkoord. Het kabinet heeft besloten tot oprichting van het Nationaal Groeifonds. Infrastructuur is één van de drie pijlers van het Nationaal Groeifonds die bijdraagt aan economische groei en welvaart op de langere termijn. Met het Nationaal Groeifonds wil het kabinet daarom investeren in infrastructuurprojecten. Het gaat om opgaven die zich richten op maatschappelijke transities en die een schaalsprong in infrastructuur mogelijk maken. Bijvoorbeeld op de plekken waar veel woningen (moeten) worden gebouwd, rond en tussen grote steden en (lucht)havens en in verbinding met alle landsdelen en onze buurlanden. Maar ook de opgave om te komen tot het verknopen van modaliteiten en ontvlechten van personen en goederenvervoer, alsmede het faciliteren van een modal shift. Kansen hiervoor zijn breed aanwezig in verschillende regio’s. Besluitvorming over de eerste tranche vindt naar verwachting in het voorjaar plaats.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Bestuurlijk Overleg MIRT en voortgang programma’s en projecten Noordwest-Nederland In het Bestuurlijk Overleg MIRT Noordwest-Nederland is gesproken over het breed gedragen gezamenlijk beeld van de opgaven in dit gebied en de grote uitdagingen om deze opgaven op kortere en langere termijn te realiseren. Bij het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid is het MIRT-onderzoek Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) afgerond en is gesproken over het vervolg. Daarnaast is de voortgang besproken van het MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area, is afgesproken te starten met een MIRT-verkenning A27 knooppunt Eemnes-Almere en zijn (financiële) afspraken gemaakt over de herontwikkeling van station Amsterdam Lelylaan. Voor de Verstedelijkingsstrategie MRA zijn nadere afspraken gemaakt over de evenwichtige ontwikkeling van de polycentrische metropoolregio tot 2030, onder meer waar het gaat om versnelling van de woningbouw en daarvoor noodzakelijk randvoorwaarden. Bij het programma U Ned is het MIRT-onderzoek Wonen, Werken, Bereikbaarheid en Leefbaarheid in de Metropoolregio Utrecht vastgesteld met de daarin opgenomen verstedelijkingstrategie met adaptief ontwikkelpad en zijn afspraken gemaakt over het vervolg.
Voor de MIRT-verkenning NoordHollandse Markermeerkust is de startbeslissing genomen in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Betrouwbaar en robuust spoor In 2019 is de Contourennota Toekomstbeeld OV 2040 vastgesteld. De contourennota beschrijft de gezamenlijke ambitie voor het OV richting 2040 en dient daarbij als kader voor de stappen die dit MIRT in het OV zijn gezet. De verdere uitwerking van het Toekomstbeeld wordt vormgegeven in de ontwikkelagenda, die op korte termijn afgerond wordt en daarna aan uw Kamer aangeboden zal worden. Het afgelopen jaar is stapsgewijs gewerkt aan de verbetering van de robuustheid en betrouwbaarheid van de treindienst in lijn met dit toekomstbeeld door aanpassingen in de infrastructuur. Zo is dit jaar gewerkt aan de verbetering van de energievoorziening van de bovenleiding naar Zandvoort en het verlengen van het perron van Santpoort Noord. Ook tijdens de afgelopen Bestuurlijke Overleggen Pagina 2 van 31
MIRT is gewerkt aan verdere stappen. Zo wordt in Noordwest Nederland de punctualiteit van de treinen bij Amsterdam Sloterdijk verbeterd door de positie van de seinen aan te passen. Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp Ook in het bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid is onderzoek gedaan naar de uitwerking van de doelen van het Toekomstbeeld OV. Het MIRT-onderzoek Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) is dit najaar afgerond.1 In dit MIRT-onderzoek is gekeken naar internationale, nationale en lokale bereikbaarheid in relatie tot woningbouw en werkgelegenheid aan de (zuid)westkant van de metropoolregio Amsterdam. Daarbij is breed gekeken naar verschillende bereikbaarheidsmaatregelen. De Schipholspoortunnel vormt naar verwachting in de toekomst een knelpunt in de landelijke dienstregeling. Gelet op de centrale ligging van de tunnel zal dit ook consequenties hebben voor de dienstregeling op andere plekken in het land, en op de mogelijkheden tot uitbreiding van de dienstregeling.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Uit het onderzoek komen het verlengen van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de kleine metroring Isolatorweg-Amsterdam Centraal als effectieve opties naar voren. Deze opties dragen bij aan zowel de grote verstedelijkingsopgave als aan de verwachte mobiliteitsgroei na COVID-19. Door het scheiden van het regionale (metro) en bovenregionale verkeer (trein), komt ruimte vrij in de Schipholtunnel. Hierdoor kunnen er meer intercity’s rijden naar noord, oost en zuid Nederland, waardoor er baten zijn voor heel Nederland. Ook biedt de metro meer ruimte voor internationale treinen rondom Amsterdam. Het aanpassen van de Schipholtunnel om zo extra perronsporen te maken of het bouwen van een nieuwe Schipholtunnel blijkt technisch te complex en kent minder baten voor het lokale bereikbaarheidssysteem, daarom is die optie afgevallen. Voor een vervolgstap in het MIRT is nu nog geen zicht op de benodigde 75% financiering. Ook op de weg is er een opgave in deze corridor. Om deze opgave beter in beeld te brengen wordt een aanvullend onderzoek binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid gestart, waarin gekeken wordt naar het herontwerp van het wegennetwerk. De ontwikkeling van de luchtvaartcijfers is een belangrijke component binnen de ZWASH-corridor en wordt daarom expliciet meegenomen in het onderzoek, zoals ook aangegeven in de luchtvaartnota.
Amsterdam Bay Area Daarnaast wordt gewerkt aan een MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area aan de oostkant van Amsterdam. Hier wordt toegewerkt naar het afronden van een ontwikkelstrategie eind volgend jaar. De MRA heeft voor hetzelfde gebied het Handelingsperspectief Oostflank aangeboden tijdens het Bestuurlijk Overleg MIRT.2 MIRT-verkenning Amsterdam Zuid Er ligt een voorkeursalternatief voor dat aanlanding van internationale treinen mogelijk maakt. Hiermee is de MIRT-verkenning derde perron Amsterdam Zuid afgerond. De definitieve voorkeursbeslissing zal in het najaar van 2021 genomen De resultaten van het MIRT-onderzoek zijn gepubliceerd op de website van het bereikbaarheidsprogramma https://samenbouwenaanbereikbaarheid.nl/ 2 Te vinden op https://almere20.nl/handelingsperspectief 1
Pagina 3 van 31
worden. Daarvoor is ook verdere uitwerking nodig van governance, eigendom en financiering van de voorzieningen voor internationale treinen (terminal, beveiliging, logistiek). Daarnaast heeft de MIRT-verkenning een samenhang met de voortgang ten aanzien van Zuidasdok. Na de definitieve besluitvorming over de voorkeursbeslissing in het najaar van 2021 kan de planuitwerking starten.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Station Amsterdam Lelylaan Met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is vorig jaar afgesproken om onderzoek te doen naar station Amsterdam Lelylaan. Het station scoort slecht op sociale veiligheid en stationsbeleving. Om dit aan te passen hebben Rijk en regio nu een integraal plan opgesteld, waarbij de sociale veiligheid voor de reiziger voorop staat. De regio draagt het grootste deel van het project van in totaal € 71 miljoen. Het ministerie van IenW draagt via cofinanciering € 15,8 miljoen bij aan de opgaven voor sociale veiligheid en reizigersknelpunten op het station. Rond het station ontstaan door de herontwikkeling de komende jaren kansen voor verdere verstedelijking. Fietsparkeren en Amstelstram Binnen de MRA heeft het ministerie van IenW eerder bijgedragen aan de realisatie van een fietsenstalling met 7000 plekken voor het station Amsterdam Centraal en aan de Amsteltram naar Amstelveen en Uithoorn. De fietsenstalling is momenteel in volle realisatie, de Amsteltram zal nog in 2020 gaan rijden tussen Amsterdam Zuid en Amstelveen Westwijk. Deze tramlijn zal in 2024 verder rijden naar Uithoorn. A9 Gaasperdammertunnel (SAA) De A9 Gaasperdammertunnel maakt onderdeel uit van het weguitbreidingsprogramma Schiphol-Amsterdam-Almere en is vanaf 23 november 2020 helemaal opengesteld voor verkeer. De eerste vijf rijstroken werden begin juli al geopend.