CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB20.227 Stand van zaken U Ned en uitkomsten BO MIRT

Raad 19 januari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)55.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

6 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

9.

groei van de lokale economie en werkgelegenheid. Indien nodig kan dit leiden tot aanpassing van het Convenant Hoger Onderwijs Flevoland. Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) Netwerkstrategie Rijk en regio constateren en concluderen dat:  De verstedelijking leidt tot een forse groei van de mobiliteit. Het aantal auto- en openbaar vervoerverplaatsingen van, naar en binnen de MRA groeit tot 5,6 miljoen per dag in 2040, dit is een groei van 56% ten opzichte van 2014. Er is sprake van groei van verschillende mobiliteitssystemen: 1. binnen het sterk verstedelijkte gebied, waar openbaar vervoer (bus, tram, metro en trein), lopen en (elektrische) fiets sterk zijn; 2. tussen steden, waar de trein sterk is en 3. overige verplaatsingen met herkomst en/of bestemming in de MRA, waar de auto sterk is.  Als gevolg van COVID-19 er op de korte termijn een afvlakking is van de mobiliteitsgroei, maar dat door de sterke ruimtelijk economische ontwikkeling van de MRA richting 2040 de mobiliteitsgroei naar verwachting weer sterk zal toenemen.  Als gevolg van de verstedelijking en de ligging van de Rijksinfrastructuur in de MRA en rond Amsterdam in het bijzonder, deze in toenemende mate gebruikt wordt voor verplaatsingen met herkomst-/bestemming Amsterdam.

Dit leidt ertoe dat zowel lokaal als doorgaand verkeer gebruik maken van de beperkte beschikbare capaciteit op de weg en het spoor. Zonder ingrijpende keuzes en maatregelen lopen de netwerken vast en verslechtert de bereikbaarheid van de steden en economische toplocaties (zoals de Zuidas, Schiphol en de Haven van Amsterdam).  Om de groei de komende jaren op te kunnen vangen dienen de lopende MIRT afspraken uitgevoerd te worden (o.a. ZuidasDok, OV SAAL, A8-A9, Amsterdam Zuid, PHS) en de benodigde stedelijke bereikbaarheidsinvesteringen (lokale fietsnetwerk, uitbreiden BTM) in de MRA uitgevoerd te worden.  Om een toekomstvaste oplossing voor zowel het (inter)nationale- als het regionale/stedelijke verkeer te bieden is een Netwerkstrategie richting 2040 opgesteld die bestaat uit de volgende hoofdkeuzes voor een samenhangend multimodaal netwerk: o Een stapsgewijze schaalsprong in het regionaal HOV-systeem in het sterk verstedelijkte gebied van de MRA om ruimte te creëren op het (inter)nationaal spoornetwerk en als ontsluiting van nieuwe ontwikkelgebieden. Deze schaalsprong is nodig omdat het huidige openbaar vervoersysteem de sterke mobiliteitsgroei van, binnen en naar de MRA (69% groei t.o.v. 2014) niet kan opvangen. De eerste stappen zijn onderzocht en uitgewerkt in de MIRT-onderzoeken Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp en Amsterdam Bay Area.

o Een stapsgewijs re-design wegennet met het verleggen en versterken van de draaischijf voor het doorgaande verkeer rond Amsterdam (A5, A9, A10-Noord). Een re-design is nodig omdat de Ring A10 bij sterke groei van de automobiliteit tot 2040 van, binnen en naar de MRA (52% groei t.o.v. 2014) niet zowel het doorgaande verkeer als het herkomst-/bestemmingsverkeer kan blijven opvangen. Er is verdiepend onderzoek nodig om de optimale configuratie van maatregelen (fysiek en gedrag) te kunnen bepalen. o De fiets is een belangrijke en kansrijke modaliteit om de MRA op een duurzame en gezonde wijze bereikbaar en leefbaar te houden. Drie oplossingsrichtingen bieden daarbij potentie: 1) het voltooien van regionale doorfietsroutes, 2) realiseren van aantrekkelijke routes (feederroutes) naar OV-knopen voor verbetering ketenreis en 3) de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen bij OVknopen. o Zet in op hoogwaardige stedelijke en regionale overstapvoorzieningen tussen mobiliteitssystemen (hubs).  Naast de hoofdkeuzes die impact hebben op doorstroming in de hele MRA zijn er voor weg en OV ook opgaven op specifieke corridors, zoals de A27 van Almere naar Utrecht en de Gooicorridor, die met lokale maatregelen kunnen worden opgelost.

Rijk en regio spreken af:  In de MRA integraal te werken aan (1) een stapsgewijze schaalsprong in het regionaal HOV-systeem in het sterk verstedelijkte gebied van de MRA om ruimte te creëren op het (inter)nationaal spoornetwerk en als ontsluiting van nieuwe ontwikkelgebieden, (2) een re-design van het wegennet en (3) het benutten van de groeiende potentie van de (e)fiets. Dit gebeurt stapsgewijs en in samenhang met (de fasering in) de verstedelijkingsstrategie. Deze strategie wordt in de MIRT-studies ZWASH en Amsterdam Bay Area gebiedsgericht uitgewerkt.

7 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Een onderzoek te starten naar het re-design van het (hoofd)wegennet, gericht op het verleggen en versterken van de draaischijf voor het doorgaande verkeer rond Amsterdam (A5, A9, A10-Noord). Dit onderzoek zal voor het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021 inzicht geven in de optimale combinatie van weg-infrastructurele maatregelen en beleidsinzet om het wegennet (hoofdwegennet en onderliggend wegennet) in de MRA in beweging te houden. Voor het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021 een multimodaal toekomstbeeld 2040 MRA op te stellen als uitwerking van de Netwerkstrategie. Met als doel de samenhang tussen de modaliteiten, de gebiedsonderzoeken en de transitie naar eenveilig, slim en duurzaam mobiliteitssysteem verder uit te werken; passend bij de verstedelijkingsafspraken.

Binnen dit toekomstbeeld wordt samen met maatschappelijke partners en kennisinstellingen:  de regionale bouwsteen voor het Nationaal Toekomstbeeld Fiets opgesteld;  het (door)ontwikkelen van multimodale hubs op stedelijk en regionaal niveau uitgewerkt;  verbinding gelegd met het vervolgonderzoek binnen ZWASH en Amsterdam Bay Area (in beide MIRT-studies zal de fiets worden betrokken)  verbinding gelegd met raakvlakken als de Verstedelijkingsstrategie MRA, Landelijk OV toekomstbeeld en projecten/studies van Rijk en regio (A27, Hoornse lijn, IJoeververbindingen, lokale maatregelen in het kader van autoluw, etc.).

MIRT-onderzoek Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) Rijk en regio constateren en concluderen dat:  Het doortrekken van de (metro) Noord/Zuid-lijn (NZL) tot Hoofddorp een goede oplossing is om ruimte te creëren voor de verdere groei van treinverkeer op het (inter)nationale netwerk.  Het doortrekken van de NZL verdere ontwikkeling van de kerncorridor tussen de Zuidas en Hoofddorp als internationaal vestigingsklimaat mogelijk maakt en bijdraagt aan de ontwikkeling van dit gebied als de Internationale Entree van Nederland.  Het doortrekken van de NZL belangrijk is voor een toekomstbestendige ontsluiting van de luchthaven Schiphol en het ontlasten van het drukke treinstation.  Het doortrekken van de NZL belangrijk is voor diverse grootschalige woningbouwprojecten in zowel de directe omgeving van station Hoofddorp als in de hele Haarlemmermeer en aansluit op de ontwikkeling van 50.000 arbeidsplaatsen in de Haarlemmermeer binnen de invloedsfeer van de kerncorridor (inclusief Schiphol).  Het sluiten van de Ringlijn randvoorwaardelijk is om de gebiedsontwikkeling in HavenStad met 70.000 woningen en 58.000 arbeidsplaatsen mogelijk te maken, en bijdraagt aan het scheiden van verkeersstromen in het OV (in het bijzonder in de Schipholspoortunnel) en zo aan een verbeterde nationale en regionale bereikbaarheid.

 De Airportsprinter een belangrijke rol kan vervullen in het OV-netwerk, maar minder kansen biedt voor woningbouw en ontvlechting in het netwerk om capaciteit op het spoornetwerk vrij te spelen op de lange termijn.  Dat een airportsprinter-station ‘HavenStad’ geen toekomstbestendige optie is voor na 2040, zonder omvangrijke investeringen in het onderliggend tramnetwerk.  De OV-onderwerpen voldoende uitgewerkt zijn om een verkenning te starten, maar dat het zicht op 75% financiering ontbreekt.  Voor de onderzochte wegmaatregelen geldt dat uitbreiding van de wegcapaciteit voor een aantal wegvakken tot een verbetering van de doorstroming leidt, en de onderzochte pakketten tot een vermindering van de capaciteitsknelpunten in het gebied leidt, maar nog onvoldoende tot een oplossing van de knelpunten.  Toekomstige investeringen nodig blijven om deze knelpunten op de weg op te lossen.  Er nog informatie ontbreekt en dat dit vraagt om verdere verdieping in een vervolgonderzoek naar de wegmaatregelen. Rijk en regio spreken af om:  Het MIRT-onderzoek Zuidwestkant-Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp als afgerond te beschouwen en de conclusies vast te stellen.

 Er nu geen middelen beschikbaar zijn om een startbeslissing te kunnen nemen voor de voorkeursalternatieven doortrekken Noord/Zuidlijn Amsterdam Zuid – Hoofddorp en het sluiten van de Ringlijn Isolatorweg – Amsterdam Centraal voor een totaalbedrag van € 4,7 miljard.  Partijen om geen tijd te verliezen wel inhoudelijk doorwerken om een startbeslissing voor te bereiden.

8 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Gezamenlijk door te gaan met de verdere uitwerking van een integrale ontwikkelstrategie, waarin de ruimtelijke economische ontwikkelingen inclusief versnelling woningbouw en de ontwikkelingen omtrent luchtvaart en internationaal treinverkeer aansluiten op de bereikbaarheidsmaatregelen in openbaar vervoer, weg en fiets. Een verdiepend onderzoek uit te voeren naar de optimale combinatie van weg infrastructurele maatregelen voor de opgaven op de weg in de corridor, met nauwe afstemming met het onderzoek naar beleidsinzet en maatregelen op systeemniveau binnen de programmalijn Netwerkstrategie MRA. De onderdelen verstedelijking, OV, fiets en weg in de programmaraad weer bij elkaar te brengen richting het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021, zodat integrale besluitvorming plaats kan vinden.

MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area (ABA) Rijk en regio constateren en concluderen dat:  Er een grote woningbouwbehoefte in de MRA is van 250.000 woningen tot 2040 en dat de oostkant van de MRA een substantiële bijdrage levert aan deze woningbouwopgave, zoals in de verstedelijkingsstrategie is opgenomen.  De woningbouwopgave tot 2030 vooral gericht is op het realiseren van een substantieel aantal woningen in IJburg en Almere, waarbij de grootste ontwikkelopgave ligt op het creëren van woon- werkmilieus in het Almeerse stadshart, door verdichting rond station Almere Centrum. De overige opgave focust zich op het toevoegen van woonmilieus rond de bestaande Almeerse stations en het versterken van de bestaande buurten.  Na 2030 de grootste verstedelijkingsambitie rondom Almere Pampus ligt. Dat levert een belangrijke bijdrage aan de grote woningbehoefte in de MRA na 2030, en er wordt nog gekeken naar mogelijkheden om deze verstedelijkingsambitie te versnellen.  Er een MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area is uitgevoerd, waarbij een integrale ontwikkelstrategie voor dit gebied is opgesteld. Vertrekpunt hiervoor vormen de RRAAMafspraken uit 2013.  De fiets en het onderliggende OV-netwerk een belangrijk onderdeel zijn van de ontwikkelstrategie voor de Oostflank en bijdragen aan een mobiliteitstransitie.

 Om een (substantieel) aantal woningen aan de oostkant van de MRA toe te voegen is een goede bereikbaarheid met alle modaliteiten van belang. In het onderzoek zijn verschillende OV-varianten onderzocht, waaronder een IJmeerverbinding en de verbetering van het bestaande spoor. In het onderzoek zijn de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op de weginfrastructuur in beeld gebracht, waarbij gebleken is dat er knelpunten zijn. Wegmaatregelen zijn in deze fase nog niet onderzocht.  Uit de Mini-MKBA blijkt dat een IJmeerverbinding, bij de in dit onderzoek onderzochte programma’s voor wonen en werken een maatschappelijke meerwaarde heeft. In de ontwikkelstrategie is uitgegaan van de bouw van ca. 100.000 woningen en de realisatie van ca. 40.000 arbeidsplaatsen in het gebied, waarvan 75.000 woningen en 35.000 arbeidsplaatsen in Almere.  Los van alle ruimtelijke ontwikkelingen zijn maatregelen noodzakelijk om het ecologische systeem van het IJmeer/Markermeer te herstellen en bij te dragen aan de totstandkoming van een Toekomst Bestendig Ecologisch Systeem (TBES). Met financiering door onder andere organisaties voor natuur en ecologie, zoals de partijen in de Stuurgroep Markermeer en IJmeer (SMIJ). Dit is conform eerdere afspraken in de RRAAM bestuursovereenkomst.

Het Rijk investeert met enkele projecten zoals Markerwadden, Oostvaardersoevers en NH Markermeerkust, al in het verbeteren van de ecologische kwaliteit en zal dat ook in de toekomst doen. Rijk en regio spreken af om:  Het rapport ‘Naar een ontwikkelstrategie voor Amsterdam Bay Area’ met daarin de (tussen)resultaten en conclusies van het MIRT-onderzoek vast te stellen en daarmee het onderschrijven van: 1. De integrale ambities rond verstedelijking, bereikbaarheid, natuur en ecologie in dit gebied. 2. De noodzaak en uitgangspunten voor de verdichting in Almere, versnelling Almere Centrum en de realisatie van Almere Pampus om daarmee een bijdrage te leveren aan de grote woningbehoefte in de MRA. 3. De IJmeerverbinding in de vorm van een light railverbinding, bij de in het onderzoek onderzochte programma’s voor wonen en werken (ca. 100.000 woningen en 40.000 arbeidsplaatsen), een kansrijke oplossing vormt om bij te dragen aan de

9 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

hoofdopgaven van het programma SBaB en aan de verstedelijkingsopgave in de Oostflank van de MRA. 4. De noodzaak van investeringen in natuur en ecologie in en rond het IJmeer/Markermeer. Het MIRT-onderzoek voort te zetten en voor het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021 een gefaseerde en adaptieve ontwikkelstrategie af te ronden en te komen tot een integrale en robuuste afweging op het gebied van wonen, werken, ecologie, natuur, landschap, recreëren en bereikbaarheid (o.a. OV-systeemkeuze), in relatie met de hoofdopgaven van het programma SBaB en de verstedelijkingsstrategie. Dat voldoende nieuwe werkgelegenheid een essentiële voorwaarde is voor een goede balans in de stad en een evenwichtige gebiedsontwikkeling. Hier ligt een gezamenlijk opgave voor de regio en het rijk. In het vervolgonderzoek in ieder geval aandacht te besteden aan de benodigde fiets-, weg- en OV-maatregelen in relatie tot (de fasering van) de ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving (verstedelijkingsstrategie). Als onderdeel van de ontwikkelstrategie een financieel beeld te ontwikkelen, met een overzicht van de kosten, baten en (alternatieve) bekostiging van de maatregelenpakketten. Als eerste stap om de doorstroming op de A27 te verbeteren, de regio zal werken aan de realisering van de Quick Win A27, aansluiting Eemnes.

Een reconstructie van het kruispunt onderaan de afrit Eemnes, draagt bij aan een betere doorstroming van het verkeer op de A27. De kosten hiervan zijn geraamd op € 2,4 – 3 miljoen (incl. btw). De Rijksbijdrage bedraagt maximaal € 1,5 miljoen (incl. btw). De realisatie is voorzien in 2022. Als tweede stap wordt gestart met een MIRT-verkenning naar de capaciteitsuitbreiding van de A27 tussen Almere Haven en knooppunt Eemnes als oplossing voor het NMCAknelpunt op dit tracé en het leveren van een bijdrage aan een betere betrouwbaarheid van het HOV. De scope van de MIRT-verkenning zal integraal binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid worden ingebed. Hierover zullen Rijk en regio gezamenlijke afspraken maken in de startbeslissing. De investeringskosten voor een verbreding zijn geraamd op € 29 miljoen (incl. btw). De regiobijdrage bedraagt 25%.

Uitvoeringsagenda SBaB – korte termijnmaatregelen tot 2030 Rijk en regio constateren en concluderen dat:  In het kader van Veilig, Slim en Duurzaam in voorgaande jaren al goede resultaten zijn behaald om slimmer en duurzaam reisgedrag te stimuleren, met de werkgeversaanpak, onderwijsaanpak en gebiedsgerichte maatregelen voor economische kerngebieden.  Door COVID-19 extra urgentie is ontstaan voor een mobiliteitsaanpak voor de korte termijn, gericht op het zoveel mogelijk spreiden van mobiliteit over de tijd (spitsmijden) en over verschillende modaliteiten en daarmee mogelijk maken van 1,5 meter afstand in de openbare ruimten.  Er door deze situatie ook kansen liggen om gedrag voor de langere termijn te bestendigen. Deze kansen zitten met name in het vaker thuiswerken en het beter spreiden van de mobiliteit over de dag (verbreden spitsperiode).  De reeds ingezette maatregelen in het kader van Veilig, Slim en Duurzaam hiervoor een goed fundament bieden. Aanvullend hierop is er een brede behoefte om deze aanpak in het kader van COVID-19 verder te versterken, verdiepen en uit te breiden, om de noodzakelijke gedragsverandering in mobiliteit te bewerkstelligen en te bestendigen.  Naast gedragsmaatregelen er in de Uitvoeringsagenda’s breder wordt ingezet op het aantrekkelijker maken van de duurzame ketenreis (fiets-OV, auto-fiets, auto-OV).

 In dit kader station Amsterdam Lelylaan verbeterd kan worden als knooppunt, bijvoorbeeld op het gebied van OV bereikbaarheid (frequentieverhoging Sprinter, ontsluiting station met 3e tramlijn), sociale veiligheid en perrontransfer.  Er de komende jaren gewerkt wordt aan de verbetering van Almere Centrum en dat de gemeente in het kader van dat project werkt aan de verbetering van het Spoorbaanpad.  Er in Bereikbare Steden wordt samengewerkt aan het versnellen van woningbouw in de stadsharten Almere, Haarlem, Hoofddorp, Hilversum, Lelystad, Purmerend en Zaanstad. De bereikbaarheidsopgaven die dit met zich meebrengt worden volgend jaar verder uitgewerkt en krijgen een plek in toekomstige Uitvoeringsagenda’s SBaB.  Het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) Noord-Holland en Flevoland als onderdeel van het Klimaatakkoord, conform afspraken in het BO MIRT 2019, via het programma SBaB wordt uitgewerkt. In 2020 worden, op basis van bestaande maatregelen, werkprogramma’s per regio in Noord-Holland en Flevoland opgesteld. Vanaf 2021 zullen

10 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

10.

nieuwe maatregelen uit het RMP, die Rijk en regio betreffen, landen in de Uitvoeringsagenda SBaB. Voor gebieden in Noord-Holland en Flevoland buiten de MRA worden de maatregelen, die Rijk en regio betreffen, rechtstreeks of via het Klimaatakkoord in het BO MIRT geagendeerd.  Er kansen liggen om de Uitvoeringsagenda in 2021 nader te verbeteren. Het gaat onder andere om het verduidelijken van de scope en rolverdeling, het proces (betere aansluiting op de begrotingscycli) en toewerken naar meer structurele financiële afspraken over meerdere jaren.  In dit kader er ook een betere verbinding kan worden gelegd tussen de korte termijn maatregelen en de lange termijn opgaven. De Netwerkstrategie biedt hiervoor kansen. Rijk en regio spreken af om:  De maatregelen in de Uitvoeringsagenda van het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid samen met andere partners zoals werkgevers, onderwijsinstellingen en vervoerbedrijven tot uitvoering te brengen, met als doel het optimaal en duurzaam benutten van het hele mobiliteitssysteem en het spreiden van de mobiliteit over de tijd (spitsmijden) en over de verschillende modaliteiten.  Hiervoor in aanvulling op de vorig jaar gemaakte afspraken in 2021 maximaal € 7,2 miljoen beschikbaar te stellen, te verdelen naar Rijk (50%, incl. btw) en regio (50%).

Daadwerkelijke toekenning van middelen naar projecten en start uitvoering vindt plaats op basis van de in de eerstvolgende Programmaraad SBaB van 16 december 2020 te accorderen definitieve Uitvoeringsagenda 2021.  Samen aan de verbetering van station Amsterdam Lelylaan te werken. Van de totale kosten van € 71 miljoen (incl. btw) draagt het rijk via cofinanciering € 15,8 miljoen bij aan de opgaven voor sociale veiligheid van- en reizigersknelpunten op het station.  Samen aan de verbetering van station Almere Centrum te werken. Daartoe wordt ook het Spoorbaanpad aangepakt. De regio draagt in totaal € 10,5 miljoen bij. Het Rijk draagt via cofinanciering € 1 miljoen bij aan de opgaven rondom het Spoorbaanpad bij Almere Centrum.  In 2021 tot een nadere uitwerking te komen van maatregelen in het kader van Bereikbare Steden voor het versnellen van de woningbouw en het Regionaal Mobiliteitsprogramma als onderdeel van het Klimaatakkoord en deze de komende jaren te betrekken bij de inhoudelijke besluitvorming over de toekomstige Uitvoeringsagenda’s ter voorbereiding op het Bestuurlijk Overleg MIRT.  In 2021 toegewerkt zal worden naar een Uitvoeringsagenda over meerdere jaarschijven (2022-2025) met als uitgangspunt een verdere optimalisatie van de scope, de samenhang tussen korte termijn maatregelen en lange termijnopgaven, het proces en (structurele) financieringsafspraken.

Programma U Ned, inclusief verstedelijkingsstrategie Metropoolregio Utrecht/MRU MIRT Onderzoek Wonen, Werken, Bereikbaarheid en Leefbaarheid in de Metropoolregio Utrecht  Rijk en regio constateren dat het MIRT Onderzoek is afgerond en stellen het ontwikkelperspectief “Utrecht Nabij” en bijbehorende adaptief ontwikkelpad vast. Dit perspectief is leidend voor vervolgstappen in het programma U Ned. Het perspectief stelt nabijheid als leidend principe, voorziet verstedelijking op knooppunten en in “de grote U”, en een versterking van de metropolitaanse bereikbaarheid door een multimodaal mobiliteitspakket.  Rijk en regio geven vervolg aan het verstedelijkingsperspectief met verdiepende gebiedsonderzoeken en een mobiliteitsstrategie. Start gebiedsonderzoeken  Rijk en regio starten verdiepende gebiedsonderzoeken: a) USP-Lunetten/Koningsweg, b) A12-zone en c) Leidsche Rijn-Zuilen. In deze gebieden concentreert zich de complexiteit van de opgave van de MRU.  Doel is bandbreedtes van gebiedsontwikkeling te onderzoeken, inclusief de verbinding met andere gebieden zoals Overvecht, aansluiting op en mogelijke versterking van het mobiliteitsnetwerk, verbetering van de leefbaarheid en verdere ontwikkeling van de groene kwaliteiten, om zo noodzakelijke investeringen en fasering scherper in beeld te krijgen.

 De uitkomsten van de gebiedsonderzoeken worden geagendeerd in het Bestuurlijk Overleg van MIRT van najaar 2021.

11 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Start mobiliteitsstrategie 2040  Rijk en regio werken de mobiliteitsvisie in het verstedelijkingsperspectief uit tot een mobiliteitsstrategie.  Doel van deze mobiliteitsstrategie is om tot een samenhangend en multimodaal voorkeursnetwerk, inclusief mobiliteitsmaatregelen, te komen.  Deze strategie moet in 2021 in samenhang met de verdiepende gebiedsonderzoeken afgerond worden en biedt een basis voor op te stellen investeringsbesluiten. Studie Uithof-lijn  Rijk en regio nemen kennis van de uitkomsten van de studie naar het doortrekken van de Uithoflijn van Utrecht Science Park naar Zeist en Amersfoort.  Rijk en regio constateren dat er vervoerspotentie bestaat en besluiten dat de studie een bouwsteen is voor de op te stellen mobiliteitsstrategie.  Een besluit over het doortrekken van de Uithoflijn wordt genomen op basis van de uitkomsten van de mobiliteitsstrategie, waarbij tevens de uitkomsten van het ontwikkelperspectief Utrecht Nabij en het Ontwikkelbeeld 2030-2040 regio Amersfoort als input meegenomen worden. Programma knooppunten  Rijk en regio starten met een onderzoek naar een “Knooppuntenprogramma”.  Doel van dit programma is om per knoop de positie in het mobiliteitsnetwerk te formuleren en tegelijkertijd condities voor gebiedsontwikkeling te optimaliseren.

Hierover kunnen dan wederkerige afspraken tussen Rijk en regio gemaakt worden wat betreft woningbouwproductie, werklocaties, verblijfkwaliteit, toegang tot groen, OVbediening en andere vormen van ontsluiting. Hierbij wordt aangesloten bij de aanpak vanuit Toekomstbeeld OV.  In 2021 wordt een Plan van Aanpak opgesteld, inclusief een gedeeld beeld over financieel beslag; besluit is beoogd in het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021. Regionale parkeerstrategie  Regio en rijk constateren dat eerste stappen gezet zijn voor het opstellen van een regionale parkeerstrategie. In 2021 wordt een regionale parkeerstrategie opgesteld, die past bij de multimodale mobiliteitsstrategie. Aanpak 2030  In de context van het programma U Ned bundelen Rijk en regio de krachten van activiteiten van de bestaande programma’s Goed Op Weg en Minder Hinder. Onderzocht zal ook worden hoe de regio goed aansluit op het programma Slim, Duurzaam, Veilig.  Rijk en regio onderzoeken verder de potentie van werkgevers-/onderwijsaanpak, een regionale parkeerstrategie en andere maatregelen om in de periode tot 2030 tot een duurzame gedragsverandering te komen.  In 2021 wordt een Plan van Aanpak opgesteld, inclusief een gedeeld beeld over financieel beslag; besluitvorming is beoogd in het Bestuurlijk Overleg MIRT najaar 2021.

MIRT Verkenning OV en Wonen  Rijk en regio constateren dat de startbeslissing voor de Verkenning conform planning is genomen op 14 juli 2020.  Rijk en regio nemen kennis van het vervolgproces en spreken af de uitkomsten van de analytische fase te behandelen op het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021, zodat richting wordt gegeven aan het bepalen van het voorkeursalternatief in het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2022. No Regret pakket  Rijk en regio tekenen begin 2021 een convenant over de uitvoering van de 1 e tranche no regret maatregelen. Het Rijk zal maximaal 33% van de kosten van deze tranche bijdragen met een maximum van € 15 miljoen euro (incl. btw). De regio spreekt af dat de resterende projectkosten als volgt worden verdeeld: de provincie Utrecht en de gemeente Utrecht dragen elk maximaal 33% van de kosten met een maximum van € 15 miljoen (excl. btw).  In 2021 worden additionele variantenstudies uitgevoerd; deze worden geagendeerd bij het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021.

12 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Korte Termijn Aanpak  Voor de Korte Termijn Aanpak hebben Rijk en regio concrete afspraken gemaakt over ambities en doelstellingen voor de periode t/m 2024 (Stuurgroep Goed op Weg 02-022020). De hoofdambitie is om eind 2024 10.000 dagelijkse overstappers naar slimme en duurzame manieren van reizen te realiseren.  Rijk en regio constateren dat adequaat ingespeeld is op de veranderopgave van Corona waarbij goede inzet wordt geleverd om positieve mobiliteitseffecten vast te houden.  Zoals vastgelegd in het BO MIRT 2019 wordt als eerste investering door het Rijk € 10 miljoen (incl. btw, overboeking aan Provincie Utrecht) en door de regio € 10 miljoen bijgedragen aan KTA Versterken. Bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen  Rijk en regio constateren dat als gevolg van de Covid-19 maatregelen het mobiliteitsgedrag is veranderd, en er kansen liggen op het structureler verankeren van: thuiswerken, leren op afstand, beter spreiden van mobiliteit, en meer actieve en gezonde vormen van mobiliteit.  Vanuit de werkgevers- en onderwijsaanpakken wordt in de regio Utrecht samengewerkt met werkgevers, onderwijsinstellingen, grote publiekstrekkers (zoals ziekenhuizen), en vervoerders om deze kansen te verzilveren.

 Gebiedsgericht en branchegericht worden concreet meetbare afspraken gemaakt en acties uitgevoerd voor een veilige en duurzame doorstart gericht op het voorkomen van mobiliteit (thuiswerken/ leren op afstand), spreiden van mobiliteit en het stimuleren van anders reizen.  De inspanningen zijn gericht op het toekomstvast maken van de gedragsverandering, waarbij ook een bijdrage geleverd wordt aan de brede U-Ned opgave.  De corona gebiedsaanpak wordt in ieder geval uitgewerkt in de gebieden Utrecht Science Park en Rijnsweerd, stationsgebied, en Lage Weide / De Wetering, met een mogelijke uitrol naar andere gebieden.  Deze aanpakken worden binnen de (financiële) kaders van KTA 1e tranche en Versterken KTA uitgevoerd.

11.

12.

Monitoring  Rijk en regio starten met het monitoringsprogramma, gekoppeld aan het adaptief ontwikkelpad.  Doel is het programma te volgen en bij te sturen. De eerste monitor verschijnt in 2021. Samenhangende spoorprojecten in de Ruit Amsterdam  Rijk en regio constateren dat de samenhang tussen de spoorprojecten in de Ruit Amsterdam groot is en dat als gevolg van vertraging Zuidasdok andere projecten en daarmee productstappen schuiven.  Rijk en regio constateren dat deze samenhang vraagt om urgentie, afstemming en flexibiliteit vanuit ieders specifieke betrokkenheid.  Rijk en regio constateren dat monitoring en vroegtijdig signaleren van eventuele issues vanuit de liaisons belangrijk is. 3e perron station Amsterdam Zuid  Rijk en regio concluderen op basis van de thans beschikbare onderzoeksresultaten uit de MIRT-verkenning 3e perron Amsterdam Zuid dat het voorkeursalternatief “gemengd middenperron” de meest kansrijke oplossing is.  Dit voorkeursalternatief betreft de volgende aanpassingen van de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI): de aanleg van een nieuw derde perron met toeleidende spoorse infrastructuur, en bijbehorende transfervoorzieningen, zoals trappen, roltrappen en liften, en het aanleggen van keersporen ten oosten van het station.

 Door het Qteam Zuidasdok zijn aanvullende voorstellen voor aanpassingen van de HSWI gedaan om meer ruimte in het station te realiseren. Echter, omdat de aanpassingen leiden tot aanzienlijke vertraging van het project Zuidasdok, vormen deze geen onderdeel van het voorkeursalternatief.  Voor het nemen van de voorkeursbeslissing wordt onder regie van het Rijk gezocht naar aanvullende financiële dekking.  Rijk en regio spreken af dat het Rijk verantwoordelijk is voor het proces dat moet resulteren in concrete afspraken over de voorzieningen die niet tot de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) behoren, maar wel onderdeel van het voorkeursalternatief zijn en noodzakelijk zijn om internationale treinen naar Amsterdam Zuid te verplaatsen.

13 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio spreken af over de voorkeursbeslissing inclusief een opdracht voor planuitwerking, uiterlijk een advies voor te leggen in het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021. OV Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (OV SAAL)  Rijk en regio bevestigen de afspraken over de uitwerking van het dienstregelingsmodel OV SAAL die op 28 september j.l. door NS, ProRail, goederenvervoerders, MRA en IenW zijn gemaakt. Planning is dat het beoogde bedieningsmodel in 2029 gereden gaat worden.  Rijk en regio bevestigen dat binnen het kader van het dienstregelingsmodel OV SAAL samen met ProRail en vervoerders wordt gezocht naar verbeteringen voor de reizigers die door de keuze voor dit model een langere overstaptijd of langere reistijd ervaren op de verbindingen naar Amsterdam Centraal uit Almere en Amersfoort/’t Gooi. Hierbij wordt ook de corridor Almere-Utrecht betrokken.  Binnen de bestaande OV SAAL governance structuur worden de aanpak en de resultaten besproken, waarbij de provincie Utrecht aansluit. Hoornse Lijn  In de Bestuursovereenkomst van de Corridorstudie Amsterdam Hoorn (CAH) is afgesproken een werkgroep in te stellen bestaande uit vertegenwoordigers van IenW en BZK, de provincie Noord-Holland, de Vervoerregio Amsterdam, de Metropoolregio Amsterdam en de gemeenten Zaanstad, Purmerend, Edam-Volendam en Hoorn.

NS neemt ook deel aan de werkgroep en ProRail is voor inhoudelijke sessies aangesloten.  De Ontwikkelagenda Hoornse Lijn is in het afgelopen jaar ontwikkeld en afgerond. Een gezamenlijke ambitie en doelstelling is bepaald, het ‘wenkend perspectief’ is benoemd en eerste stappen zijn gezet om concrete acties te benoemen om dit te bereiken. Komend jaar wordt aan de Ontwikkelagenda doorgewerkt in een volgende fase: een actie- en uitvoeringsagenda, inclusief een monitoringsmethode, en een investeringsagenda wordt opgesteld.  Partijen zijn het erover eens dat de betrokkenheid van BZK en IenW bij de ontwikkeling rondom de stations is geborgd via de Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) programmalijn Bereikbare Steden en dat daarin ook de tijdshorizon tot 2040 wordt geborgd. Spoorverbinding Utrecht-Arnhem  Rijk en regio spreken af om in het kader van het Toekomstbeeld OV en de lange termijnopties voor de Berlijntrein in het komende jaar de ontbrekende beslisinformatie over de ontwikkeling op de spoorverbinding Utrecht-Arnhem gezamenlijk uit te werken.

Actieprogramma Regionaal OV (AROV)  De realisatietermijn voor de AROV-projecten Schiphol Oost, Westtangent, Westelijke tramlijnen en de ZaanIJ-tangent en HOV in ’t Gooi eenmalig met 5 jaar te verlengen tot 31 december 2025, waarbij de regio zich maximaal inspant om al eerder tot afronding en ingebruikname te kunnen komen en waar mogelijk inzet op versnelling om zo snel mogelijk de verschillende deelprojecten tot een succesvol einde te brengen.  Jaarlijks in de Directeurenoverleg OV en Spoortafel van het najaar te rapporteren over de voortgang van de uitvoering en expliciet stil te staan bij belangrijke omstandigheden en actuele inzichten.  Maximale inspanning van de regio om de in de voortgangsrapportage opgenomen top drie risico’s te beheersen, om daarmee invulling te kunnen geven aan een spoedige realisatie.  Het Rijk nadrukkelijk te betrekken bij de communicatie indien één van de deelprojecten of gehele project is afgerond en er sprake is van uitvoering of ingebruikname. HOV Zuid-Holland Noord Rijk en regio besluiten:  De inpassing van station Hazerswoude-Rijndijk verder te verkennen. Hierbij wordt een plafondbedrag van € 80 miljoen afgesproken voor de realisatie van het station en infrastructurele inpassing in de dienstregeling.

 Verder te verkennen of het haalbaar is dat de treinen tussen Leiden en Utrecht ook buiten de spits 4 keer per uur kunnen rijden, onder de voorwaarde dat dit veilig kan, zonder aanvullende maatregelen voor baanstabiliteit.  Als deze frequentieverhoging gerealiseerd kan worden, één overweg ongelijkvloers te maken, waarbij de voorkeur uitgaat naar de overweg op de Burgemeester Smeetsweg in Zoeterwoude.  Dat het daarbij van belang is dat er voor het station Hazerswoude-Rijndijk en bovengenoemde uitbreiding van uren buiten de spits in 2021 een 

13.

14.

15.

16.

17.

14 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

18.

19.

bedieningsovereenkomst met de vervoerder wordt gesloten, waarbij de huidige afspraken tussen Rijk en provincie over exploitatie blijven staan.  Dat het totaaleffect van het maatregelenpakket voor alle reizigers positief moet zijn.  Dat bovenstaande punten nu de scope zijn van het project Spoorcorridor Leiden-Utrecht als onderdeel van het HOV-net Zuid-Holland Noord en als deze daadwerkelijk tot uitvoering komen dat andere scope-afspraken daarmee vervallen.  Dat afwegingen en afspraken t.a.v. het langetermijnperspectief plaatsvinden in het kader van de landelijke discussies over baanstabiliteit en het Toekomstbeeld OV 2040 en geen onderdeel meer uitmaken van de scope van het project Spoorcorridor LeidenUtrecht.  Dat de investeringskosten voor de aan te passen scope spoorcorridor Leiden-Utrecht volgens dezelfde sleutel als eerder in de subsidiebeschikking afgesproken verdeeld wordt.  De realisatietermijn voor het project buscorridor Leiden-Katwijk-Noordwijk éénmalig te verlengen tot 2026, met als voorwaarde dat het Rijk regelmatig op de hoogte gehouden wordt van de voortgang van dit project.  Ernaar te streven in 2021 een duidelijk beeld te krijgen over de benodigde investeringen voor het gehele subsidieproject HOV-net Zuid-Holland Noord en afspraken te maken over de inzet van het eventuele resterende budget.

OV-verbinding Randstad Noord-Nederland  Rijk en regio Noord-Nederland hebben conform het Toekomstbeeld OV de ambitie om de spoorverbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland te verbeteren, door de reistijd te verkorten, de robuustheid te verbeteren en zo de regio beter te ontsluiten. De regio specificeert deze ambitie tot een reistijdverkorting van tenminste 30 minuten voor 2030.  Rijk en regio werken in 2021 een adaptief ontwikkelpad uit voor deze verbeteringen waarin zowel naar korte (2025) als middellange (2030) wordt gekeken.  Om nadere invulling te geven aan dit ontwikkelpad, worden verschillende onderzoeken in werking gezet, waarvoor het Rijk opdracht geeft:  De mogelijkheden voor verkorting van de reistijd tussen Amsterdam-Zuid en Zwolle met tenminste 15 minuten, inclusief de incasseerbaarheid van de reistijdwinst van de IC-NG in de nieuwe dienstregeling, worden in 2021 onderzocht door ProRail en NS.  De mogelijkheden voor verbetering van de robuustheid van het spoor tussen Zwolle en Meppel, inclusief verbeter- en versnellingsmogelijkheden bij station Meppel zelf, worden in 2021 door ProRail en NS nader onderzocht.  ProRail en NS onderzoeken in 2021 de uitvoerbaarheid, benodigde vervoerwaarde/kosten en kansen van frequentieverhoging tussen de Randstad en Groningen.

 ProRail onderzoekt in 2021 de robuustheid van de trajecten Meppel-Leeuwarden en Meppel-Groningen.  De uitwerkingen van het Toekomstbeeld OV en het potentieonderzoek laten zien dat in potentie de reistijd tussen de Randstad en Noord-Nederland met 30 minuten versneld kan worden via het bestaande spoor of de Lelylijn. In een verdiepend vervolgonderzoek, te starten in 2021 zullen IenW, BZK en regio vanuit de brede opgave deze potentie in samenhang met de haalbaarheid van een bijpassende ruimtelijke ontwikkeling ten aanzien van wonen, werken, recreëren en bereikbaarheid verder in kaart brengen.  Rijk en regio constateren dat voor een dergelijke schaalsprong op de lange termijn een forse investering nodig is waarvoor op dit moment vanuit Rijk en regio niet voldoende middelen beschikbaar zijn.  In het Bestuurlijk Overleg MIRT van het najaar 2021 wordt de voortgang, dan wel de uitkomsten van de bovengenoemde onderzoeken besproken en zullen hier nadere afspraken over worden gemaakt. Versnellen verbinding Amsterdam-Berlijn  Het Rijk, met steun en betrokkenheid van de Duitse partners en Oost Nederland, start de verkenning voor het versnellen van de IC Berlijn via de huidige route.

De inzet is een reistijdwinst van een half uur per 2024;  De versnelling betreft inzet op drie pijlers in beide landen: nieuwe dienstregeling, nieuw materieel en aangepaste infrastructuur;  Het Rijk reserveert € 50 miljoen aan studie- en investeringskosten voor de benodigde infrastructuur in Nederland;  Onderdeel van de verkenning is tevens het in zicht brengen van mogelijke lokale impact en passende mitigerende maatregelen;

15 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Daarnaast onderschrijven Rijk en regio de ambitie voor een verdere versnelling voor de lange termijn oplossing tussen Amsterdam en Berlijn.  In het kader van Toekomstbeeld OV komen Rijk en regio tot een procesaanpak over wanneer en op welke wijze nadere uitwerking van diverse route-varianten zal plaatsvinden. Dit betreft de huidige route, een route via Zwolle-Hengelo, of via UtrechtArnhem. OV Breda-Gorinchem-Utrecht  Rijk en Regio starten een gezamenlijk onderzoek naar kansrijke maatregelen die in de periode tot en met 2028 uitgevoerd kunnen worden. Doel is de bestaande OVverbindingen op de A27 tussen Breda en Utrecht ook tijdens de werkzaamheden aan de A27 zo goed mogelijk in stand te houden, met waar mogelijk win-winsituaties met het autoverkeer.  Hiertoe wordt door de samenwerkende partijen, het Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Provincie Zuid-Holland een Taskforce Minder Hinder OV op de A27 ingesteld. Partijen zitten vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid in de Taskforce. De Taskforce rapporteert rechtstreeks aan de Staatssecretaris van IenW en de gedeputeerden van Noord-Brabant en Zuid-Holland.  Rijk en Regio stellen ieder € 24.000 beschikbaar om dit onderzoek uit voeren.

 Het onderzoek richt zich op mogelijkheden binnen innovatief bovenregionaal verkeersmanagement, zoals het innovatief verdelen van het beschikbare asfalt en het prioriteren van doelgroepen ter plaatse van de werkzaamheden én het in de grote regio innovatief geleiden en omleiden van verkeerstromen om de doorstroming te bevorderen. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht om sneller te halteren.  Door afstemming binnen de Taskforce moet de balans tussen het realiseren van een kwaliteitsslag van het OV en nieuwe visies op integrale mobiliteit enerzijds en het niet overmatig belasten van het project A27 Houten – Hooipolder anderzijds gewaarborgd worden.  De Taskforce heeft een onderzoeksmandaat; over haalbare maatregelen zonder bestuurlijke en/of financiële gevolgen kan vooruitlopend op het BO MIRT 2021 binnen de taskforce overeenstemming worden bereikt om deze uit te voeren.  Rijk en Regio werken toe naar een maatregelenpakket voor de korte en middellange termijn waarover in het BO MIRT 2021 nadere afspraken worden gemaakt.  Bij het onderzoek naar maatregelen voor de korte en middellange termijn zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met lange termijn ontwikkelingen en ambities.

Hiertoe zal in de Taskforce afstemming gezocht worden met de regiegroep BGU, die de verkenning van het verbeteren van het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht uit 2019 aan het verdiepen en uitwerken is om een verbeterslag in 2030 in het OV te bewerkstelligen.  Rijk en Regio continueren de gezamenlijke studie binnen het samenwerkingsverband BGU voor de verbetering van de OV-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht op de lange termijn (2030 en verder). Op basis van de conclusies uit deze studie zullen partijen toewerken naar een gedragen pakket maatregelen om in het BO MIRT 2021 afspraken te maken over deze verbinding op lange termijn. Ontwikkelbeeld regio Amersfoort  In het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van juni 2020 heeft het Rijk kennis genomen van het initiatief van de Regio Amersfoort en de provincie Utrecht voor de ontwikkeling van een integraal Ontwikkelbeeld (i.e. verstedelijkingsstrategie) Regio Amersfoort 2040. Daarbij is besloten dat in dit BO MIRT de aanpak gepresenteerd wordt, waarbij ook de relatie wordt gelegd met de Omgevingsagenda Noordwest en het Stedelijk Netwerk Nederland. Ook de betrokkenheid vanuit het Rijk wordt besproken.  De uitvoering ligt op schema en fase 1 van het onderzoek is inmiddels afgerond met het opleveren van het Rapport Urgentie en opgaven en een afwegingskader om scenario’s voor de toekomst te kunnen beoordelen.

 Rijk en regio spreken af dat, vanwege de positie van regio Amersfoort in het stedelijk netwerk Nederland en de onlosmakelijke verbinding met de Nationale Draaischijf Nederland, het Rijk via een klankbordgroep zal meewerken aan fase 2 van het onderzoek met als doel de integrale opgaven op de verschillende schaalniveaus te identificeren en zo nodig de bijbehorende integrale strategie.  Belangrijke stappen/besluiten waarvoor Rijk-Regio afstemming nodig is worden besproken in bestaande Rijk-Regio overleggen van de aangrenzende verstedelijkingsstrategieën met sterke inhoudelijke verbanden: in UNed, Verstedelijkingsstrategie MRA en de Verstedelijkingsstrategie Arnhem/Nijmegen/Food Valley. 

20.

21.

16 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio spreken af om tijdens het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving voorjaar 2021 op basis van het definitieve rapport voor het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2040 te spreken over de te kiezen richting, vervolgacties en besluiten. Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley  In het BO MIRT 2019 is afgesproken een verstedelijkingsstrategie voor het gebied Arnhem, Nijmegen, Foodvalley te maken. Afgelopen jaar is benut om een contourennotitie op- en vast te stellen waarin de uitgangspunten en bouwstenen (wonen, economie, bereikbaarheid en leefbaarheid) voor deze strategie in staan vastgelegd. Deze notitie heeft geleid tot drie mogelijke (extreme) verstedelijkingsvarianten die zijn doorgerekend in het Dashboard Verstedelijking, te weten: 1) geconcentreerde stedelijke ontwikkeling (rondom Arnhem/Nijmegen), 2) polycentrische ontwikkeling (verstedelijking in/rond economische polen), 3) regionale spreiding (over het hele gebied).  Om vanuit de drie varianten toe te werken naar een integrale verstedelijkingsstrategie is het van belang inzicht te hebben in de effecten van de varianten op de verschillende bouwstenen. Rijk en regio zullen in de komende periode dit inzicht op de vier bouwstenen verder uitwerken, aanscherpen en toetsen.

 De verstedelijkingsstrategie zal ter bespreking worden voorgelegd op het BO Leefomgeving 2021 en moet leiden tot een verstedelijkingsakkoord in het najaar. Dit verstedelijkingsakkoord zal worden vastgesteld in het BO MIRT 2021. NOVI-gebied Groene Hart  Rijk en regio herkennen dat in goede samenwerking wordt gewerkt aan het plan van aanpak voor NOVI-gebied Groene Hart.  De aanpak zal in goede samenwerking tussen Rijk en regio verder worden uitgewerkt, samen met maatschappelijke partners, bedrijven en bewoners.  Rijk en regio presenteren in het BO Leefomgeving van voorjaar 2021 de voortgang van het plan van aanpak, de beoogde gezamenlijke aanpak van opgaven en verkennen of extra bestuurlijke afspraken in deze gebieden wenselijk zijn. Programmatische Aanpak Grote Wateren: Noord-Hollandse Markermeerkust  Rijk en regio nemen kennis van de door de minister van IenW in overeenstemming met de minister van LNV getekende startbeslissing voor de MIRT-verkenning NoordHollandse Markermeerkust.  Het project Noord-Hollandse Markermeerkust vloeit voort uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met deze aanpak wordt gewerkt aan de ambitie om te komen tot ecologisch gezonde en toekomstbestendige grote wateren, waarin een hoogwaardige natuur samengaat met een krachtige economie. 

22.

23.

24.

17 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Regio Zuid-Nederland 1.

Minder Hinder regio Zuid  In het BO MIRT 2019 hebben Rijk en regio afgesproken om in totaal € 600.000 beschikbaar te stellen voor de totale loopduur van de Minder Hinder aanpak. Deze afgesproken inzet (huidige middelen en resultaten) loopt door tot en met 2023. De governance van deze aanpak zal via het programma Smartwayz.NL lopen.

2.

Smart Mobility: Digitalisering Overheden  In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein reserveert het Rijk jaarlijks een bedrag van €1.500.000 (ontvanger: Provincie Noord-Brabant) voor regio Brabant voor de periode 2021 tot en met 2023. De overige kosten worden door de regio betaald. Regio Brabant reserveert hiervoor in totaal €4.500.000 voor de gehele periode 2021 tot en met 2023.  Voor hetzelfde doel reserveert het Rijk een bedrag van € 453.750 (ontvanger: Provincie Limburg) voor 2021 en jaarlijks € 302.500 over de periode 2022 – 2023 voor regio Limburg. De overige kosten worden door de regio betaald. Regio Limburg reserveert hiervoor € 1.663.750 voor de gehele periode 2021 tot en met 2023. Samenwerking met werkgevers en onderwijs in kader van Corona Werkgeversaanpak  Rijk en regio reserveren in 2021 en 2022 per jaar in totaal € 900.000 in de werkgeversaanpak van de gebiedsgerichte aanpak in de provincie Limburg. Rijk draagt maximaal 50% van de proceskosten met een maximum van € 450.000 per jaar. Hiermee worden werkgevers gestimuleerd en geholpen om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord), en het reisgedrag ten tijde van de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken, beter spreiden van reizen over de dag en over de week.

 Rijk en regio blijven investeren in het stimuleren en helpen van werkgevers om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord), en het reisgedrag van ten tijde van de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken en, beter spreiden van reizen over de dag en over de week. Conform afspraak gemaakt tijdens het BO MIRT 2019 met de provincie Brabant draagt het Rijk in zowel 2021 als 2022 maximaal 50% van de proceskosten met een maximum van € 600.000 per jaar. Onderwijsaanpak  Rijk en regio reserveren in 2021 in totaal € 363.000 in de onderwijsaanpak in de provincie Limburg en de provincie Brabant. Het betreft een gezamenlijke aanpak waarin Limburg de regie voert voor geheel Zuid-Nederland. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 181.500 (waarvan maximaal € 151.250 voor provincie Limburg en € 30.250 voor de Provincie Brabant. Ontvanger is de provincie Limburg). Hiermee wordt een vervolg gegeven aan de succesvolle onderwijsaanpak in ZuidNederland en is deze gecombineerd met de werkgeversaanpak. De aanpak is gericht op het beheersen van de hyperspits, bereikbaar houden van campusgebieden en het klimaatakkoord en wordt met de kennisinstellingen en vervoerders samen vorm gegeven.

Fiets Fietsstimulering  Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon-werk verkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden. Rijk stelt hiervoor voor:  In Brabant € 75.000,- (incl. btw) beschikbaar  In Limburg € 50.000,- (incl. btw) beschikbaar Fietsenstallingen bij stations  Rijk en regio blijven samenwerken om meer mensen gebruik te laten maken van de fiets en de fiets-treinreis te bevorderen. Zij doen dit door voldoende fietsparkeerplaatsen ter beschikking te stellen. Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan reductie van CO 2 uitstoot.  Bij de besteding van extra Rijksmiddelen vanuit het Klimaatakkoord zal de nadruk meer dan tot nu toe komen te liggen op hogere benutting van bestaande capaciteit en innovaties in het fietsparkeren. Het Rijk heeft in het voorjaar een uitvraag gedaan voor nieuwe aanvragen fietsparkeerbijdragen waarbij projecten met veel impact – bij knooppunten, en in de buurt van woningbouwopgaven - en een goede kosten-baten verhouding, voorrang hebben.

3.

4.

18 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

5.

6.

 Waar in de twee onderstaande afspraken wordt gesproken over een investering van Rijk en Regio samen, wordt een investering in cofinanciering bedoeld, de criteria daarvoor zijn bekend bij partijen.  Rijk en regio investeren samen in een extra bijdrage voor een studie naar een grote complexe stalling bij station Breda, en in een studie voor de uitbreiding van de stallingscapaciteit bij station Oss.  Rijk en regio investeren samen in de bouw van een maaiveldstalling bij station Weert en maken hiervoor een financiële reservering. Fietsverbinding Oeffelt-Gennep  Rijk en de provincies Limburg en Brabant spreken af de kansrijkheid en haalbaarheid van het toekomstbestendig maken van de fietsverbinding op Maasbrug Oeffelt – Gennep te verkennen als meekoppelkans met de verruiming van de waterdoorgang in de Maas. Op het BO MIRT 2021 zullen de resultaten worden geagendeerd. Jaarplannen provincie Limburg  De Provincie Limburg heeft 2 jaarplannen Slimme, Duurzame en Veilige Mobiliteit voor 2021 ingediend die betrekking hebben op de gebiedsgerichte aanpak in regio Noord/Midden Limburg en Zuid-Limburg. Deze integrale jaarplannen hebben een bredere scope dan de landelijke scope.  Rijk en regio reserveren in 2021 € 1.047.000 voor de integrale jaarplannen van de regio Noord/Midden Limburg en Zuid-Limburg. Deze reservering wordt ingezet op:  Logistiek.

Rijk en regio reserveren in 2021 in totaal € 363.000 in de logistieke aanpak in de Provincie Limburg. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 181.500.  Zero emissie stadslogistiek. Rijk en regio reserveren in 2021 in totaal € 484.000 in de logistieke aanpak in de Provincie Limburg. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van 242.000.  Duurzame deelmobiliteit. Rijk en regio reserveren in 2021 in totaal € 200.000 in de Provincie Limburg. Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 100.000.  Rijk en Provincie Limburg spreken af dat in het 1e kwartaal van 2021 er een door het Rijk geaccordeerd uitvoeringsplan ligt voor de bovengenoemde onderwerpen.  Rijk en Provincie Limburg spreken af dat er in 2021 één integrale werkagenda Slimme, Duurzame en Veilige Mobiliteit opgesteld wordt voor en door de Provincie Limburg.  Het Rijk zet de tijdens het BO MIRT 2019 gemaakte reservering van € 400.000 voor de uitvoering van de werkagenda Slimme, Duurzame en Veilige Mobiliteit Noord –en Midden Limburg om in een definitieve toezegging. Overige afspraken Veilig, Slim en Duurzaam Laadinfrastructuur  Rijk en regio hebben afspraken gemaakt over de uitvoering van de Nationale Agenda Laadinfastructuur (NAL). Regio is gestart met een aanbesteding voor publieke laadpalen. Deze is in juli 2020 gegund en nu in uitvoering.

Ook zijn afspraken voorzien in pilots met Heavy Duty laadinfrastructuur. Indusa  Rijk en de provincie Noord-Brabant hebben in 2020 de transitie Verduurzaming Infrastructuur in gang gezet. Het Rijk heeft 8 transitiepaden ontwikkeld gericht op klimaatneutraal en circulair werken met bijpassende instrumentarium. Provincie NoordBrabant heeft het regionaal netwerk INDUSA (Provincie – Netwerkprogramma BrabantStad en Bouwend Nederland) opgezet. De binnen dit netwerk ontwikkelde werksporen richten zich eveneens op klimaatneutraal en circulair werken en voegen daar gebiedsversterkend werken aan toe.  Rijk en Provincie zien dat beide ontwikkelingen elkaar versterken en maken in 2021 afspraken over verdere samenwerking rond een roadmap die is gericht op de verdere ontwikkeling van instrumentaria (CO2-impact, inkoopstrategie, circulair aanbesteden), procesverbeteringen (opdrachtverstrekking, contracten, digitale middelen,) en volumevergroting door het opzetten van leertrajecten voor kennisontwikkeling en – deling. btw  Alle bedragen bij de afspraken over veilige, slimme en duurzame mobiliteit zijn inclusief btw.

19 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

7.

8.

Eindhoven XL tranche 1  Rijk en regio nemen kennis van de voortgang van de drie maatregelen:  Fietsenstalling (zuidzijde): ProRail heeft een aantal versoberingsopties uitgewerkt, welke zijn doorgevoerd binnen het taakstellende budget van € 30 miljoen. Op dit moment wordt een Voorlopig Ontwerp (VO) uitgewerkt (planning 2 e kwartaal 2021). Start van de bouw wordt verwacht in het derde kwartaal van 2023.  Eindhoven-Düsseldorf: op 12 juni 2020 is de aanbesteding gestart, gunning wordt verwacht voor de zomer van 2021. Op basis van onderzoek van ProRail naar toekomstvaste inframaatregelen wordt een investeringsbesluit genomen.  HOV-3: het voorkeurstracé is vastgesteld. Planning van realisatie is nu 2022 (was eerder voorzien in 2021). Verstedelijking en bereikbaarheid Brainportregio  Het MIRT Onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainportregio is afgerond.  Rijk en regio kiezen op basis van de bouwstenen uit het MIRT Onderzoek voor een samenhangende en adaptieve ontwikkeling van de verstedelijkings- en mobiliteitssopgave. Zij bezien de kansrijke oplossingsrichtingen en maatregelen integraal en in onderlinge samenhang. Doelen zijn het woon- en vestigingsklimaat van de Brainportregio verder te versterken en tegelijk tot een veilig, slim, robuust, duurzaam en toekomstvast mobiliteitssysteem te komen.

 Rijk en regio erkennen dat bij het werken aan de verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave een stapsgewijze benadering hoort, waarbij voldoende ingespeeld kan worden op onzekerheden en nieuwe inzichten. Partijen onderschrijven de aanpak via een adaptief ontwikkelpad en zullen deze gezamenlijk het komend jaar nader uitwerken. Het ontwikkelpad zal gemonitord worden zodat gestuurd kan worden op de voortgang en (investerings)beslissingen altijd op basis van actuele informatie genomen worden. De daarbij horende nieuwe inzichten op verstedelijking worden hierbij ingebracht.  Rijk en regio spreken af om het komend jaar toe te werken naar een verstedelijkingsakkoord voor de SGE, conform de uitkomsten van het MIRT-onderzoek, waarbij de volgende zaken nader worden uitgewerkt:  Programmeringsafspraken voor wonen-, werken en voorzieningen. Bij de programmeringsafspraken wordt rekening gehouden met de identiteit en eigenheid van de regio en de behoefte naar complementaire woon- en werkmilieus, met behoud van identiteit van kernen en buitengebied en versterking van de relatie stad-kern en buitengebied.  woon-, werklocaties en voorzieningen worden zoveel mogelijk binnenstedelijk in Eindhoven, Helmond en Veldhoven gerealiseerd.

Hierbij wordt ingezet op hoogstedelijke en metropolitane gemengde milieus (zoals campusontwikkeling), geconcentreerd rond (H)OV-knooppunten en bestaande en nieuwe mobiliteitsassen;  onderdeel van het verstedelijkingsakkoord is het ontwikkelen van een “verdiepende studie toplocaties (onder andere campussen)”, bij deze analyse staat het volgende centraal: Hoe borgen we de concurrentiekracht van de locaties op de lange termijn? Vanwege samenhang met de Brainport Nationale Actieagenda zal EZK hierbij betrokken worden;  bij de uitwerking wordt de samenhang met mobiliteit, vestigingsklimaat (waaronder verdienvermogen) geborgd en worden ook de ambities en doelen voor energie en klimaat betrokken.  Het verstedelijkingsakkoord SGE wordt vastgesteld tijdens het BO MIRT 2021.  Rijk (IenW en BZK) en regio (gemeente Eindhoven en Provincie NB) spreken af om, onder regie van de gemeente Eindhoven en ProRail, een ruimtelijke inpassingsstudie te starten voor het gebied bij Eindhoven Centraal. Doel is zodoende de woningbouw hier verder op gang te brengen, zonder daarbij het benodigde ruimtebeslag voor (toekomstige) functionele eisen gekoppeld aan verdere spoorontwikkeling (zowel personenvervoer en goederenvervoer) alsook het busstation Neckerspoel in gevaar te brengen.

 Rijk (BZK) en regio (gemeente Eindhoven en Provincie NB) spreken af om voor de verstedelijkingsopgave (wonen/werken) nabij Eindhoven Centraal, conform de aanwijzing als ontwikkelgebied binnen de NOVI, te starten met het maken van een businesscase die daarmee mogelijk de basis vormt om te zijner tijd fondsen en middelen te verwerven.  Rijk (BZK) en regio (gemeente Eindhoven en Provincie NB) spreken af om te onderzoeken welke mogelijkheden de inzet van het mogelijk op te zetten Rijksontwikkelbedrijf, zoals voorgesteld bij de aanbieding van de NOVI, biedt voor het vlottrekken van de verstedelijkingsopgave nabij Eindhoven Centraal.  De inpassingsstudie en businesscase worden in 2021 opgeleverd.

20 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020

Rijk en regio spreken af om het komend jaar toe te werken naar een nadere uitwerking van de mobiliteitstransitie, conform de uitkomsten van het MIRT-onderzoek. Hierbij wordt gewerkt vanuit een systeembenadering, worden de modaliteiten en kansrijke oplossingsrichtingen in samenhang nader onderzocht en uitgewerkt tot een Mobiliteitsstrategie. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van studies en plannen per modaliteit, de inzichten uit het MIRT-onderzoek en de Regionale Mobiliteitsagenda Metropoolregio Eindhoven. De volgende deelopgaven worden het komend jaar nader uitgewerkt, door de daarbij genoemde partijen en de uitwerkingen vormen tezamen de Mobiliteitsstrategie en input voor het adaptief ontwikkelpad:  Rijk en regio spreken op basis van het MIRT-onderzoek af dat de regionale OVopgave en spoorknoop station Eindhoven Centraal in samenhang en onderlinge afstemming worden beschouwd om multimodale uitwerking te bewerkstelligen: o De regio (Provincie NB, Eindhoven, Helmond) start met de uitwerking van een handelingsperspectief naar de multimodale knoop Eindhoven Centraal. Voor een eerste no-regret stap om urgente opgaven aan te pakken, reserveert de regio hiertoe alvast € 40 miljoen, waarvan € 20 miljoen door Provincie NB en € 20 miljoen door gemeente Eindhoven.

o Het Rijk (IenW) geeft ProRail de opdracht tot het starten van een integrale studie toekomstvast Spoor Zuid-Nederland waar spoorknoop Eindhoven CS en station Helmond onderdeel van uitmaken. Voor een eerste no-regret stap om urgente opgaven aan te pakken reserveert het Rijk hiertoe € 50 miljoen (zie “integrale studie toekomstvast spoor Zuidoost-Nederland”). o Omdat beide studies met elkaar verbonden zijn, worden concrete afspraken gemaakt over afstemming en koppeling van beide trajecten en betrokken partijen. o De regio (Provincie NB, Eindhoven, SGE, MRE), werkt onder regie van de Provincie, het regionaal (H)OV-systeem verder uit. Er vindt afstemming plaats met het Rijk over raakvlakken met HWN (vanuit nader onderzoek kansrijke oplossingsrichtingen HWN-OWN). Het gaat hierbij om het busstation Neckerspoel, ontbrekende radiale verbindingen, een tangentiële verbinding langs economische toplocaties, en een netwerk van multimodale hubs wat goed aansluit op zowel het OV- als autonetwerk (in afstemming met nader onderzoek kansrijke oplossingsrichtingen HWN-OWN). Hierbij worden ook maatregelen ten behoeve van gedragsverandering (waaronder het doortrekken van spreidingsafspraken bij de werkgevers- en scholenbenadering) betrokken. o Rijk en regio stemmen ermee in dat er op basis van studieresultaten nadere afspraken worden gemaakt op het BO MIRT 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9582688/1