RIB20.227 Stand van zaken U Ned en uitkomsten BO MIRT
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Ontvangen griffie 21 december 2020 RIB20.227 Aan de gemeenteraad
Datum
21 december 2020
Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
392093
Uw kenmerk
9 Stand van zaken U Ned en uitkomsten BO MIRT
Behandeld door
Inge Broekstra
Portefeuillehouder
S. Jansen
Geachte leden van de raad, Inleiding Ieder jaar vindt eind november het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport plaats (BO MIRT). Hierin wegen het Rijk, Provincie en de regio’s investeringen af om Nederland en de regio’s veilig, bereikbaar en leefbaar te houden. Het overleg vindt zowel thematisch plaats (denk aan fiets, spoor of waterwegen) als integraal, per regio (in het geval van U10 aan de hand van Programma U Ned). Van de regio ontvingen wij half november informatie met betrekking tot de inzet van de regio richting het BO MIRT en eind november de uitkomsten van het BO MIRT. Met deze brief informeren wij u over de stand van zaken met betrekking tot bereikbaarheidsopgaven in de regio.
Ruimere context: relatie tussen U Ned, REP en BO MIRT Onze regio kent een rijk-regio samenwerking in de vorm van Programma U Ned. De ministeries van IenW, BZK en EZK, de provincie Utrecht, gemeente Utrecht en de U10 werken in dat programma samen op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid. De gezamenlijke ambitie is een gezonde groei van de regio Utrecht in balans met een goede bereikbaarheid en leefbaarheid te realiseren. Binnen Programma U Ned wordt o.a. het BO MIRT voorbereid. Er is een sterk verband tussen het Programma U Ned en het REP (en daarmee tussen REP en BO MIRT). Dit komt omdat de opgave van woningbouw en bedrijvigheid grote gevolgen heeft voor de bereikbaarheid en de (behoefte aan) infrastructuur. Onderzoeken die in het kader van het BO MIRT noodzakelijk zijn vormen input voor het REP en opgaven vanuit het REP worden meegenomen in de MIRT-onderzoeken. U ontvangt binnenkort (na het kerstreces) ook een RIB over de stand van zaken van het REP-Integraal Ruimtelijk Perspectief.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
Op de agenda van het BO MIRT (kort overzicht) Het BO MIRT is een bestuurlijk ijkpunt op nationaal niveau, waar de lijnen worden bepaald waarlangs gewerkt wordt aan het verbeteren van de bereikbaarheid. Het volgende lag voor en is besproken: 1. ter besluitvorming de uitkomst van het MIRT-onderzoek: “Utrecht nabij, Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid voor de Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050” (bijlage 3a en 3b), inclusief een serie vervolgafspraken om in de toekomst tot nieuwe investeringsbesluiten te komen; 2. ter informatie de studie naar het doortrekken van de Uithoflijn van USP naar Zeist-Amersfoort (bijlage 4); 3. de MIRT-verkenning OV en wonen die in 2022 moet leiden tot een voorkeursbesluit t.a.v. maatregelen voor het verbeteren van de bereikbaarheid van USP, het ontlasten van Utrecht CS en het verbeteren van de bereikbaarheid van huidige ontwikkellocaties (bijlage 5a en 5b); 4. nadere invulling van lopende afspraken rond No Regret maatregelen uit het Programma U Ned (bijlage 6); 5. het Toekomstbeeld OV; 6. overige MIRT-onderwerpen, zoals fiets, programma Knooppunten, Minder Hinder en dergelijke. In de bijlage bij deze brief lichten we de punten uitgebreid inhoudelijk toe.
Tenslotte Wij beseffen dat u met deze brief heel veel informatie voor leggen. Daarom stellen wij voor – conform uw verzoek tijdens de bijeenkomst van 24 november over o.a. governance van U10 – een raadsbijeenkomst te organiseren over de regionale ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit. Wij leggen dit in handen bij Griffie en Presidium. In deze bijeenkomst zullen veel van de in de bijlage geschetste ontwikkelingen aan bod komen.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Bijlagen: 0. Bijlage bij raadsinformatiebrief over BO-MIRT najaar 2020: inhoudeijke uitwerking van in de brief genoemde punten. 1. Afsprakenlijst BO MIRT 25 en 26 november (met markering voor regio-afspraken). 2. Brief aan de kamer met uitkomsten BO MIRT 25 en 26 november (met markering voor regio-afspraken). 3a. Utrecht Nabij, verstedelijkingsperspectief 3b. Flyer Utrecht Nabij, verstedelijkingsperspectief 4. Eindrapportage Studie Uithof-lijn 5a. Flyer Metropoolregio Utrecht 5b. Participatieplan MIRT Verkenning OV en Wonen 6.Eindrapportage HOV USP naar Mooi Zeist
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
BIJLAGE bij raadsinformatiebrief over BO-MIRT najaar 2020: inhoudelijke uitwerking van in de brief genoemde punten
Inleiding In deze bijlage informeren wij u over de inhoud van de inzet en de uitkomsten van het BO MIRT van en voor de regio en meer specifiek voor Zeist. Ter informatie is de afsprakenlijst en de brief aan het kabinet bijgevoegd en zijn de voor U10/Zeist relevante tekstdelen geel gemarkeerd (bijlage 1 en 2). Afgelopen BO MIRT stond in het teken van de positionering van de maatschappelijke opgaven in onze regio, als inbreng voor het nieuw te vormen kabinet in 2021. Momenteel werken de provincie en de regio’s Utrecht en Amersfoort samen om op basis van de bestaande ontwikkelrichtingen – zoals bijvoorbeeld opgenomen in de Contour REP – een propositie te formuleren ten behoeve van de aankomende kabinetsformatie. In het nieuwe coalitieakkoord moeten ook nieuwe afspraken worden gemaakt over onder meer investeringen in mobiliteit. Er is een sterke inhoudelijke relatie tussen de oplossingen voor de bereikbaarheidsopgaven en het Ruimtelijk Economisch Perspectief. Dat geldt overigens het sterkst voor de stad Utrecht, omdat de problemen in bereikbaarheid zich daar concentreren. Veel van de informatie in deze bijlage gaat dan ook over de oplossingen die voor de stad (inclusief bouwopgave) noodzakelijk zijn. Een aantal oplossingen zijn ook voor Zeist relevant en bieden kansen. Denk aan de HOV USP – Amersfoort en het doortrekken van de Uithoflijn.
Ook de knooppuntontwikkeling bij Driebergen-Zeist is daar een voorbeeld van. Dit soort oplossingen maken deel uit van de Propositie, die uw raad in oktober heeft vastgesteld.
Daarnaast: het Nationaal Groeifonds als financiering Inmiddels is naast het MIRT, dat bekostigd wordt uit het Mobiliteitsfonds, ook het Nationaal Groeifonds in het leven geroepen, ook wel het Wopke/Wiebesfonds genoemd. Vanuit de regio Utrecht is tijdens het BO specifiek aandacht gevraagd voor de noodzaak om het nationaal groeifonds (NGF) in te zetten op realisatie van een schaalsprong OV, te beginnen met lightrail-verbindingen aan de zuid- en oostkant van de stad Utrecht als onderdeel van het zogenoemde wiel-met-spaken. Hieronder wordt ook nadrukkelijk gekeken naar het doortrekken van de Uithoflijn richting Zeist-Handelscentrum. Het nationaal groeifonds biedt mogelijkheden om investeringen te agenderen die nodig zijn voor het realiseren van de regionale woningbouwopgave, duurzame economische ontwikkeling en groei van werkgelegenheid en de daarvoor noodzakelijke bereikbaarheid. De bewindspersonen van IenW hebben eerder aangegeven dat de mogelijkheden om hierover afspraken te maken vanuit het mobiliteitsfonds tot 2030 beperkt zijn; vandaar de claim van de regio op het NGF. De komende maanden zal duidelijk worden of deze claim een kans maakt. De uitkomst hiervan zal gevolgen hebben voor de haalbaarheid en de planning van het punt HOV-verbinding/doortrekken Uithoflijn. Dat wordt begin 2021 duidelijk. INHOUD VAN DE BO-MIRT overleggen 1.
MIRT-onderzoek “Wonen, Werken, Bereikbaarheid en Leefbaarheid in de Metropoolregio Utrecht” Sinds 2018 werken rijk, regio en provincie aan een MIRT-onderzoek “Wonen, Werken, Bereikbaarheid en Leefbaarheid in de Metropoolregio Utrecht”, gericht op de verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave van de regio Utrecht. Het doel van dit MIRT-onderzoek is om “gezamenlijk inzicht te verkrijgen in een effectieve aanpak van de verstedelijkingsopgave en daarmee samenhangende bereikbaarheids-knelpunten (o.a. Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse; NMCA) voor alle modaliteiten en leefbaarheids-knelpunten. Dit als
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
basis voor te nemen samenhangende besluiten voor integrale keuzes op het vlak van verstedelijking, werkgelegenheid, mobiliteit en leefbaarheid.” Verloop tot nog toe Gedurende de tijd dat gewerkt is aan het eindproduct van het MIRT-onderzoek, is uw raad op een aantal momenten geïnformeerd over de stand van zaken en tussenproducten van het MIRT-onderzoek. Zo heeft uw raad de afgelopen maanden het “Aangepast beoordelingskader Ruimtelijk Economisch Programma en contour REP als onderzoeksagenda” vastgesteld. Deze liggen in lijn met het genoemde MIRT-onderzoek, Daarnaast heeft de U16 uw raad na het BO MIRT van 2019 geïnformeerd over de 7 principes van het MIRTonderzoek, die tijdens dat BO MIRT vastgesteld zijn. Onder het kopje Inhoud verstedelijkingsperspectief Utrecht Nabij (volgende pagina) vindt u ze opgesomd.
Inhoud verstedelijkingsperspectief Utrecht Nabij De hoofdrichting van het ontwikkelperspectief past goed bij de regionale beleidslijnen en bouwt voort op het bereikbaarheidsconcept Wiel met Spaken uit het Programma U Ned. De hoofdlijn van het ontwikkelperspectief is inzetten op zo veel mogelijk verstedelijking in het bestaande stedelijk gebied en op knooppunten. Op die manier sparen we als regio de landschappen rondom Utrecht en benutten we de bestaande infrastructuur zo veel mogelijk in combinatie met het inzetten op gezonde en duurzame mobiliteit. Er zijn 7 principes geformuleerd, die gezamenlijk de basis van het verstedelijkingsperspectief vormen. 1. Concentreer nieuwe woningen en banen in het stedelijk kerngebied en rond de grotere regionale ovknooppunten. 2. Investeer in stedelijk groen en maak landschappen beter bereikbaar. De waterwegen worden de dragers van groene scheggen, die vanuit de natuur tot diep in de stad reiken. 3. Intensiveer de binnenstedelijke tussengebieden. Rond de Utrechtse binnenstad ligt een U-vormig 1 gebied dat nog goeddeels onderbenut is: de Grote U ). 4. Ontwikkel drie complementaire Metropoolpoorten. In de Grote U komen hoogstedelijke centra met een attractief woonwerkklimaat. 5.
Focus op het versterken van de economische clusters: onderzoek en innovatie (Utrecht Science Park en satellieten), maakindustrie en circulaire economie, kantoren, regionale distributie en logistiek. 6. Organiseer slimme, gezonde en veilige mobiliteit met voldoende alternatieven. Dus meer wandel- en fietspaden, openbaar vervoer, stadsdistributie en digitaal werken. 7. Maak het mobiliteitssysteem samenhangend en multimodaal, zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau. Het gaat om én fiets én openbaar vervoer én weg én beleid om mensen te motiveren de best passende modaliteit te kiezen. Het ontwikkelperspectief Utrecht Nabij geeft op hoofdlijnen inzicht in de ruimtelijke ontwikkeling van de regio en de benodigde maatregelen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid en groen, om de regio bereikbaar en aantrekkelijk te houden. Het ontwikkelperspectief laat zien dat er tot 2040 voldoende potentiële locaties op OV-knooppunten en in het binnenstedelijk tussengebied (onder de noemer “Grote U”) zijn, waarmee voldaan kan worden aan de woningbehoefte. In het ontwikkelperspectief is opgenomen dat de regio verder onderzoekt onder welke condities Rijnenburg een functie kan hebben in de verstedelijkingsopgave na 2035/2040. De regiobesluit tot voorbereiding en bouw wanneer nodig, zij neemt dus nu geen besluit.
Bij eventueel eerdere besluiten ten aanzien van verstedelijking en mobiliteit houdt de regio rekening met mogelijke ontwikkeling van Rijnenburg. Het ontwikkelperspectief biedt nog veel ruimte voor nadere invulling. Zo is nog geen overeenstemming over prioritering in de tijd voor de ontwikkeling van gebieden en daaraan gekoppelde mobiliteitsmaatregelen. Ook hanteert het perspectief een grote bandbreedte voor woningen en 1
“De centrale as verwijst naar gebiedsontwikkeling op de as Utrecht CS-Nieuwegein. De Grote U betreft het gebied langs de ring Utrecht van Lage Weide via Leidsche Rijn Centrum, Papendorp, Westraven, Lunetten, USP, Rijnsweerd tot Overvecht.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
5
arbeidsplaatsen op de belangrijkste ontwikkellocaties, omdat inzichten van de partijen over potentie van deze locaties nog uiteenlopen. In U10-verband is dit een belangrijke discussie, voor Zeist heeft het echter nog weinig implicaties. De uitwerking van de Zeister locaties voor extra woningen en arbeidsplaatsen vinden plaats in relatie tot het IRP van de regio.
Resultaat bespreking Utrecht Nabij (verstedelijkingsperspectief) in BO MIRT Als resultaat van het MIRT-onderzoek is het rapport “Utrecht nabij, Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid voor de Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050” (zie bijlage 1) opgesteld. Rijk en regio hebben tijdens BO MIRT geconstateerd dat het MIRT-onderzoek is afgerond en stelden het ontwikkelperspectief “Utrecht Nabij” en bijbehorende adaptief ontwikkelpad vast. Dit perspectief is leidend voor vervolgstappen in het programma U Ned. Het perspectief stelt nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en groen, inclusief de bijbehorende mobiliteitsoplossingen als leidend principe, voorziet verstedelijking op knooppunten en in “de grote U”, en een versterking van de metropolitaanse bereikbaarheid door een multimodaal mobiliteitspakket. Rijk en regio geven vervolg aan het verstedelijkingsperspectief met verdiepende gebiedsonderzoeken (USP2 Lunetten-Koningsweg, A12-zone en Leidsche Rijn-Zuilen) en een mobiliteitsstrategie . Basis voor de mobiliteitsstrategie is het wiel-met-spaken als basis voor mobiliteitsinvesteringen en voor de locaties waar we kunnen ontwikkelen. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in de U rond Utrecht benoemd. Hier moeten de grootste aantallen woningen en arbeidsplaatsen gerealiseerd worden.
De haalbaarheid hiervan wordt onderzocht in de drie verdiepende gebiedsvisies. Voor Zeist is met name van belang dat de HOV-verbinding USP-Zeist onderdeel vormt van de mobiliteitstrategie.
Status MIRT-onderzoek/verstedelijkingsperspectief Met dit verstedelijkingsperspectief zijn rijk en regio het op hoofdlijnen eens geworden over hoe de regio Utrecht zich de komende decennia moet gaan ontwikkelen en welke keuzes er gemaakt moeten worden. Het ontwikkelperspectief heeft de status van een bestuurlijke overeenkomst. Het is de basis voor verdere uitwerking, waarbij de eigen beleidsproducten, zoals REP, POVI en structuurvisies/GOVI’s van gemeenten leidend zijn. Met de vaststelling van het ontwikkelperspectief committeert ook het rijk zich aan de hoofdkoers zoals de regio deze voor ogen heeft, waarmee een belangrijke basis voor toekomstige investeringsbesluiten wordt gelegd. Zo ontstaat een samenspel tussen regio, gemeenten en rijk, waarbij partijen in wederzijds belang met elkaar aan de toekomst van wonen, werken, mobiliteit en leefbaarheid kunnen werken.
Verdere uitwerking verstedelijkingsperspectief Utrecht Nabij in 2021 1. In het BO MIRT is besloten te starten met verdiepende gebiedsonderzoeken door rijk en regio in het kader van U Ned voor de gebieden: a) USP-Lunetten/Koningsweg, b) A12-zone en c) Leidsche Rijn-Zuilen. In deze gebieden concentreert zich de complexiteit van de (bereikbaarheids)opgave van de MetropoolRegioUtrecht (MRU). Doel is bandbreedtes van gebiedsontwikkeling te onderzoeken, inclusief de verbinding met andere gebieden zoals Overvecht, aansluiting op en mogelijke versterking van het mobiliteitsnetwerk, verbetering van de leefbaarheid en verdere ontwikkeling van de groene kwaliteiten, om zo noodzakelijke investeringen en fasering scherper in beeld te krijgen. 2
Rijk en regio werken de mobiliteitsvisie in het verstedelijkingsperspectief uit tot een mobiliteitsstrategie. Doel van deze mobiliteitsstrategie is om tot een samenhangend en multimodaal voorkeursnetwerk, inclusief mobiliteitsmaatregelen, te komen. Deze strategie moet in 2021 in samenhang met de verdiepende gebiedsonderzoeken afgerond worden en biedt een basis voor op te stellen investeringsbesluiten.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
6
De uitkomsten van de gebiedsonderzoeken worden geagendeerd in het Bestuurlijk Overleg van MIRT van najaar 2021. Belangrijk punt voor de regio is hierbij om inzichten vanuit de contour REP als vertrekpunt voor deze onderzoeken te hanteren. 2. Tijdens het BO MIRT is ook besloten om te komen tot de start van mobiliteitsstrategie 2040 op basis van het concept van Wiel met Spaken uit Programma U Ned. Basis daarvoor is de mobiliteitsvisie in het verstedelijkingsperspectief Utrecht Nabij, uit te werken tot een mobiliteitsstrategie. Doel van deze mobiliteitsstrategie is om tot een samenhangend en multimodaal voorkeursnetwerk, inclusief mobiliteitsmaatregelen, te komen. Deze strategie moet in 2021 in samenhang met de verdiepende gebiedsonderzoeken afgerond worden en biedt een basis voor op te stellen investeringsbesluiten.
2. De studie naar het doortrekken van de Uithoflijn van USP naar Zeist-Amersfoort (bijlage 2); In het BO MIRT van het najaar 2019 is afgesproken dat er binnen U Ned een studie uitgevoerd wordt naar de mogelijkheden die het doortrekken van de Uithoflijn biedt voor bereikbaarheidsknelpunten op de A28 corridor in combinatie met kansen voor verstedelijking. Deze studie is afgelopen jaar verricht en ter informatie aangeboden in het BO MIRT. De Studie Uithof-lijn is voor u ter informatie bijgevoegd (bijlage 2 bij deze brief). Verloop tot nog toe In de studie heeft ons college met succes aandacht gevraagd voor: 1. Korte reistijden OV voor inwoners van Zeist naar belangrijke OV-bestemmingen als Utrecht CS, Binnenstad Utrecht en USP, waarbij geldt dat de huidige reistijden door de vrije infrastructuur op de Utrechtseweg relatief goed zijn en we dus inzetten op het handhaven van deze reistijden; 2. Goede leefbaarheid en verkeersveiligheid in Zeist en tegengaan van barrièrevorming door nieuwe infrastructuur, zowel een HOV busbaan als een tramverbinding; 3. Zorgvuldige inpassing van nieuwe OV-systemen in de gemeente Zeist met oog voor reeds lopende projecten (bijvoorbeeld kruising Dreef-Utrechtseweg en Utrechtseweg ter hoogte van Jordanlyceum) én mogelijkheden voor toekomstige verstedelijkingslocaties.
Inhoud Studie Uithof-lijn De studie heeft aangetoond dat er potentie is voor het doortrekken van de Uithoflijn naar Zeist en Amersfoort. Met name tussen Zeist en USP bestaat voldoende reizigerspotentieel voor een tramverbinding. Vooral inwoners van Vollenhove maken veel gebruik van het OV.
Resultaat bespreking Studie Uithof-lijn in BO MIRT Rijk en regio nemen kennis van de uitkomsten van de studie naar het doortrekken van de Uithoflijn van Utrecht Science Park naar Zeist en Amersfoort. Zij constateren dat er vervoerspotentie bestaat en besluiten dat de studie een bouwsteen is voor de op te stellen mobiliteitsstrategie Een besluit over het doortrekken van de Uithoflijn wordt genomen op basis van de uitkomsten van de mobiliteitsstrategie, waarbij tevens de uitkomsten van het ontwikkelperspectief Utrecht Nabij en het Ontwikkelbeeld 2030-2040 regio Amersfoort als input meegenomen worden.
Status MIRT-onderzoek doortrekken Uithoflijn van USP naar Zeist-Amersfoort De studie biedt informatie over de haalbaarheid die als input kan dienen voor het opstellen van een mobiliteitsstrategie 2040 voor de regio. Er is nog geen brede afweging en geen zicht op financiering. Zie voor meer informatie hierover onder het kopje Verdere uitwerking Studie Uithof-lijn.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
7
Verdere uitwerking Studie Uithof-lijn Zoals gezegd, vormen de resultaten van de Studie Uithof-lijn één van de bouwstenen voor de ontwikkeling van de mobiliteitsstrategie 2040. Doel is om tot een samenhangend en multimodaal voorkeursnetwerk, inclusief mobiliteitsmaatregelen, te komen. Deze strategie moet in 2021 afgerond worden en biedt een basis voor op te stellen investeringsbesluiten. Gezien de investeringskosten (meerkosten circa 36 miljoen euro t.o.v. een HOV-verbinding per bus), de aandacht die de inpassing van de verbinding in het kwetsbare landschap vraagt tussen USP en Zeist en de mogelijke effecten die de HOV- of tramverbinding heeft voor het reguliere OV netwerk aan de oostzijde van Utrecht, is een bredere afweging op netwerkniveau noodzakelijk. Voor het zicht op realisatie is het noodzakelijk dat er rijksgelden beschikbaar komen, in dit geval uit het Nationaal Groeifonds.
3. De MIRT-verkenning OV en Wonen ten behoeve van een voorkeursbesluit in 2022 (bijlage 3a en 3b) Tijdens het BO MIRT in het voorjaar is een besluit genomen over een startbeslissing voor een MIRTverkenning, die in 2022 moet leiden tot een voorkeursbesluit t.a.v. maatregelen voor het verbeteren van de bereikbaarheid van USP, het ontlasten van Utrecht CS en het verbeteren van de bereikbaarheid van huidige ontwikkellocaties.
Verloop tot nog toe Rijk en regio constateren in het BO MIRT, dat de startbeslissing voor de Verkenning conform planning is genomen op 14 juli 2020.
Inhoud MIRT-verkenning OV en Wonen In de MIRT-verkenning zullen de volgende oplossingsrichtingen aan bod komen: a. Versterkt station Lunetten-Koningsweg; b. Een oost-west HOV-verbinding; c. (HOV-)ontsluiting en gebiedsontwikkeling Nieuwegein en Utrecht Zuid-West. Dit is een uitwerking van een deel van het wiel-met-spaken.
Resultaat bespreking MIRT-verkenning OV en Wonen in BO MIRT Het BO-MIRT neemt kennis van het vervolgproces voor het in gang zetten van de MIRT-verkenning en rijk en regio spreken af de uitkomsten van de analytische fase van de MIRT-verkenning te behandelen op het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021.
Status MIRT-verkenning OV en Wonen Het is een inventariserende aanzet tot een onderzoek naar mogelijkheden en oplossingsrichtingen (zie volgend kopje), zodat richting wordt gegeven aan het bepalen van het voorkeursalternatief in het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2022. Verdere uitwerking MIRT-verkenning OV en Wonen Een inventarisatie van de mogelijke oplossingsrichtingen maakt deel uit van de start van de MIRT-verkenning. In de fases daarna vindt er trechtering plaats om binnen de mogelijkheden die er zijn, te komen tot de beste maatregelen voor de beoogde doelen, in relatie tot de context van omgeving en de kosten. In de startfase wordt in een participatieproces ruimte geboden om mogelijke oplossingsrichtingen aan te vullen en te
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
8
reageren op het voorstel voor oplossingsrichtingen die in het vervolg worden meegenomen. Over de eerste resultaten zal de regio u in 2021 informeren. De aanpak voor participatie is ter informatie als bijlage 5b toegevoegd.
4.Nadere invulling van lopende afspraken rond No Regret maatregelen uit het Programma U Ned, waaronder HOV-verbinding USP – Amersfoort No Regret maatregelen zijn maatregelen op basis van het Programma U Ned, die realistisch uitvoerbaar zijn voor 2025 en de verdere keuze voor andere oplossingen voor het bereikbaarheidsvraagstuk op geen enkele wijze sturen of belemmeren. Binnen U10 en de U Ned-partijen wordt hier al geruime tijd aan gewerkt. Onderdeel van de No Regret-maatregelen is een HOV-verbinding tussen USP en Amerfoort. Verloop tot nog toe Dit jaar is een varianten-studie verricht naar mogelijke tracés voor een HOV-verbinding tussen USP en Amersfoort. Doordat Zeist door U Ned vroegtijdig betrokken is bij deze tracéstudie, heeft de gemeente Zeist kunnen participeren en wensen en knelpunten aangedragen. Deze zijn goed verwoord in het rapport. Er is aandacht gevraagd voor: Reistijdwinst voor inwoners Zeist; Behoud doorstroming bussen (oa lijn 50), fietsers en auto’s op de Utrechtseweg; Behoud leefbaarheid en verkeersveiligheid Zeist; De herinrichting van de Utrechtseweg in 2021 en gebrek aan ruimte om een separate HOV-baan in te passen tussen Jordancollege en De Dreef. Inhoud tracéstudie HOV-verbinding USP - Amersfoort In bijlage 6 vindt u een studie naar mogelijke varianten voor wat betreft het tracé.
Er zijn 2 kansrijke varianten (4: langs de A28 en 7: zuidelijk om Oostbroek (aansluiten op de Kromme Rijnlaan)). Pagina 38 en 39 geven meer informatie en een heldere eindconclusie. Resultaat bespreking HOV-verbinding USP – Amersfoort in BO MIRT Tijdens het recente BO MIRT is afgesproken dat Rijk en regio begin 2021 een convenant tekenen over de uitvoering van de 1e tranche No Regret maatregelen. Het Rijk zal maximaal 33% van de kosten van deze tranche bijdragen met een maximum van € 15 miljoen euro (incl. btw). De regio spreekt af dat de resterende projectkosten als volgt worden verdeeld: de provincie Utrecht en de gemeente Utrecht dragen elk maximaal 33% van de kosten met een maximum van € 15 miljoen (excl. btw). Omdat de variant nog niet bekend is – en daarmee ook de kosten niet – is nog niet duidelijk of dit toereikend is. Status tracéstudie HOV-verbinding USP - Amerfoort Er zijn twee kansrijke varianten, maar het is ook nog een mogelijkheid, dat in verband met de hoge aanlegkosten (vanaf 45 miljoen euro) het HOV-baan aanleggen toch geen optie is (wat niet in lijn is met onze propositie). Er is nog geen zicht op het vervolg van deze tracéstudie,die slechts een eerste stap is. Realisatie is dan ook nog niet aanstaande.
Verdere uitwerking HOV-verbinding USP - Amersfoort Deze studie moet gezien worden als een eerste stap op weg naar de uiteindelijke realisatie van deze HOVbaan, maar er zullen nog veel tussenstappen, overleggen en (deel)onderzoeken plaatsvinden. Toch is de doelstelling om er een korte doorlooptijd aan te geven en rond 2025 met de bouw te kunnen beginnen.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
9
In 2021 worden additionele variantenstudies uitgevoerd; deze worden geagendeerd bij het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021.
5.Toekomsbeeld OV De U10 en de U Nedpartners herkennen de in het landelijke Toekomstbeeld Openbaar Vervoer (TBOV) geschetste urgentie voor een stevige doorontwikkeling van het openbaar vervoer in Nederland. Deze urgentie komt enerzijds voort uit de voorziene knelpunten op het spoor, in het regionaal OV en op de knooppunten en anderzijds uit de opgaven voor een vitale economische structuur, duurzame verstedelijking en gezonde en bereikbare stedelijke regio’s. Voor dit tweede punt is een systeemsprong in het OV nodig, gericht op een mobiliteitstransitie. De basis hiervoor is het in samenhang doorontwikkelen van het hoofdspoor én regionaal OV, waarbij lightrail en sprinters de belangrijkste dragers zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Het wiel met spaken is hierin het model dat voor de U10 de basis blijft in het overleg met het Rijk en Prorail over de schaalsprong.
Om de ambities in de regio gestalte te geven zet de regio bij het Rijk in op twee verkenningen, te weten: 1) verkenning corridor Utrecht-Arnhem: versterking spoorbediening Utrecht-Arnhem én UtrechtAmsterdam (sprintercorridor Rhenen-Breukelen) (beiden van belang voor Zeist), rekening houdend met de verstedelijkingsopgave in de regio’s Utrecht, Foodvalley en Arnhem-Nijmegen en met inpassing van een nieuw station Utrecht Lunetten/Koningsweg; 2) verkenning MRA-Amersfoort-Utrecht: versterking spoorbediening in de driehoek MRA -AmersfoortUtrecht, in samenhang met OV SAAL, gericht op snelle, rechtstreekse verbindingen tussen Amersfoort en MRA en versterking van bereikbaarheidskwaliteit op de corridors Utrecht-Almere en Utrecht-Amersfoort (-Harderwijk).
6.Overige bespreekpunten BO MIRT De volgende punten zijn eveneens besproken in het BO-MIRT. a. Minder Hinder Vanuit de context van eerder gemaakte afspraken (o.a. in BSG Ring en BO MIRT 2019) hebben Rijk en regio een gedeeld beeld van de grote hinder- en mobiliteitsopgave tot 2030. Rijk en regio kiezen voor een structurele samenwerking bij de hinderaanpak en nemen hierin een gedeelde en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Rijk en regio maken zich blijvend sterk voor een hoog ambitieniveau en bijpassend budget voor de hinderaanpak. Rijk en regio kiezen voor een scenario waarbij flankerende maatregelen niet gericht zijn op het (tijdelijk) naar beneden brengen van hinderpieken maar op de bijdragen aan de langere termijndoelen rond duurzame mobiliteit en leefbaarheid in de regio Utrecht. Hiertoe worden alle grote mobiliteits- en transitieopgaven en -ambities in beeld gebracht (zie ook afspraken U Ned). Goed op Weg is het samenwerkingsverband waarin Rijk en regio participeren en dat de hinder- en mobiliteitsaanpak ondersteunt. De contouren van het plan van aanpak voor de Hinderaanpak zijn op hoofdlijnen vastgesteld (Stuurgroep Goed op Weg 23-09-2020), en wordt in 2021 verder uitgewerkt. Daarbij worden tevens afspraken gemaakt over de inzet van Rijks- en regionale budgetten die gecoördineerd worden ingezet voor deze
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
10
hinderaanpak. b. Fiets (o.a. fietsparkeren Den Dolder) De Brede variantenstudie Fietsparkeren Utrecht Centraal is afgerond. Bij het vervolg brengt de provincie Utrecht de betrokken partijen halfjaarlijks bij elkaar. Met inachtneming van de resultaten van de Brede variantenstudie investeren Rijk en regio in de bouw na afronding studie voor capaciteitsuitbreiding op maaiveld bij Utrecht Lunetten en Utrecht Zuilen onder de voorwaarde dat de gemeente Utrecht weesfietsen gaat handhaven en maken hiervoor financiële reserveringen. Rijk en regio investeren in de bouw van nieuwe maaiveldstallingen bij de stations van Amersfoort Centraal, Breukelen, Den Dolder, Maarn, Veenendaal Centrum en Veenendaal West en Vleuten, mits de handhaving van weesfietsen wordt uitgevoerd. Ook investeren Rijk en regio samen in studies naar uitbreiding van ingebouwde fietsenstallingen op Amersfoort Schothorst en Amersfoort Vathorst, Bilthoven waar een maaiveldoplossing niet haalbaar is. c. Knooppunt-ontwikkeling (o.a. Driebergen-Zeist, Jordanlaan) In het BO-MIRT is afgesproken dat Rijk en regio starten met een onderzoek naar een “Knooppuntenprogramma”. Doel van dit programma is om per knoop de positie in het mobiliteitsnetwerk te formuleren en tegelijkertijd condities voor gebiedsontwikkeling te optimaliseren.
Hierover kunnen dan wederkerige afspraken tussen Rijk en regio gemaakt worden wat betreft woningbouwproductie, werklocaties, verblijfkwaliteit, toegang tot groen, OV-bediening en andere vormen van ontsluiting. Hierbij wordt aangesloten bij de aanpak vanuit Toekomstbeeld OV. Eén en ander sluit aan bij onze Propositie (de onderzoeksrichting Driebergen-Zeist). In 2021 wordt een Plan van Aanpak opgesteld, inclusief een gedeeld beeld over financieel beslag; besluit is beoogd in het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021. Ook het knooppunt Jordanlaan zal in het kader van U-NED verbeterd gaan worden. In 2021 zal onderzocht worden of, en zo ja welke voorzieningen aan deze belangrijke Fiets-OV-overstaplocatie toegevoegd gaan worden, zodat meer fietsers deze locatie zullen gebruiken als overstapplek op het (H)OV (en vice versa, uit de bus op bijvoorbeeld deelfietsen). d. Regionale parkeerstrategie In het BO MIRT constateren regio en rijk dat eerste stappen gezet zijn voor het opstellen van een regionale parkeerstrategie, waaronder parkeren op afstand (zoals bijvoorbeeld bij station DriebergenZeist). In 2021 wordt een regionale parkeerstrategie opgesteld, die past bij de multimodale mobiliteitsstrategie. e.
Korte Termijn Aanpak en veranderingen en kansen in mobiliteit als gevolg van Corona Voor de Korte Termijn Aanpak (KTA) hebben Rijk en regio concrete afspraken gemaakt over ambities en doelstellingen voor de periode t/m 2024 (Stuurgroep Goed op Weg 02-02-2020). De hoofdambitie is om eind 2024 10.000 dagelijkse overstappers naar slimme en duurzame manieren van reizen te realiseren. Zoals vastgelegd in het BO MIRT 2019 wordt als eerste investering door het Rijk € 10 miljoen (incl. btw, overboeking aan Provincie Utrecht) en door de regio € 10 miljoen bijgedragen aan KTA Versterken. Rijk en regio constateren dat adequaat ingespeeld is op de veranderopgave van Corona waarbij goede inzet wordt geleverd om positieve mobiliteitseffecten vast te houden. Het bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen is het doel. Rijk en regio constateren dat als gevolg van de Covid-19 maatregelen het mobiliteitsgedrag is veranderd, en er kansen liggen op het
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
11
structureler verankeren van: thuiswerken, leren op afstand, beter spreiden van mobiliteit, en meer actieve en gezonde vormen van mobiliteit. Vanuit de werkgevers- en onderwijsaanpakken wordt in de regio Utrecht samengewerkt met werkgevers, onderwijsinstellingen, grote publiekstrekkers (zoals ziekenhuizen), en vervoerders om deze kansen te verzilveren. Gebiedsgericht en branchegericht worden concreet meetbare afspraken gemaakt en acties uitgevoerd voor een veilige en duurzame doorstart gericht op het voorkomen van mobiliteit (thuiswerken/ leren op afstand), spreiden van mobiliteit en het stimuleren van anders reizen. De inspanningen zijn gericht op het toekomstvast maken van de gedragsverandering, waarbij ook een bijdrage geleverd wordt aan de brede U-Ned opgave. De corona gebiedsaanpak wordt in ieder geval uitgewerkt in de gebieden Utrecht Science Park en Rijnsweerd, stationsgebied, en Lage Weide / De Wetering, met een mogelijke uitrol naar andere gebieden. Deze aanpakken worden binnen de (financiële) kaders van KTA 1e tranche en Versterken KTA uitgevoerd. f. Monitoring Programma U Ned Rijk en regio starten met het monitoringsprogramma, gekoppeld aan het adaptief ontwikkelpad. Doel is het Programma U Ned te volgen en bij te sturen. De eerste monitor verschijnt in 2021.
Vervolgproces
Aan de uitwerkingen van de onderzoeken, de inhoudelijke keuzes en de programmeringsvraagstukken die daarbij horen, wordt komend jaar door de regio met ons verder gewerkt. Wij zullen u daarover met regelmaat informeren, zoals u ook verzocht heeft in de raadsbijeenkomst van 24 november. Daarvoor zoeken we bij voorkeur de koppeling met het REP en het Integraal Ruimtelijk Perspectief. Helaas was dat nu nog niet mogelijk, omdat de informatie daarover nog niet beschikbaar was.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT, 25 en 26 november 2020 Generieke, nationale afspraken 1. Minder Hinder, generieke landelijke afspraken Voor de verdere uitwerking van de afspraken op het gebied van Minder Hinder spreken rijk en regio af: Eind 2021 hebben infrabeheerders de geplande werkzaamheden aan de hoofdinfrastructuur (wegen, spoor en vaarwegen) voor de periode t/m 2030 (voor zover mogelijk) ingevoerd in de daartoe bestaande planningssystemen. Rijk en regio maken in de eerste helft van 2021 afspraken over de wijze van invoeren en het borgen van de actualiteit en betrouwbaarheid van de gegevens als basis van een doorlopend afstemmingsproces tussen infrabeheerders. Voor een optimale meerjarige afstemming en ondersteuning van de hinder- en mobiliteitsaanpak is eind 2021, naast de landelijke initiatieven, in elk landsdeel minimaal één regionaal samenwerkingsverband waarin rijk en regio participeren. Over de governance, organisatie, werkwijze en gezamenlijke bekostiging gaan rijk en regio in gesprek met als streven om hierover in 2021 per landsdeel (of regio binnen landsdeel) bindende meerjarige afspraken te maken. De inzet hierbij is bestaande samenwerkingsverbanden te professionaliseren.
Eind 2021 hebben rijk en regio voor elk landsdeel (of regio binnen landsdeel) een afspraak over een meerjarig basispakket aan activiteiten voor een multimodale mobiliteitsaanpak. Daarbij worden heldere afspraken gemaakt over welke rijks- en regionale budgetten langs welk tijdpad gecoördineerd kunnen worden ingezet. Voor eind 2021 maken rijk en regio het mogelijk hoe bij samenloop van meerdere grote hinder veroorzakende projecten, het “Minder Hinder deel” uit projectbudgetten projectoverstijgend kan worden ingezet. Uiterlijk in de eerste helft van 2021 maken rijk en regio afspraken over een landelijke communicatiestrategie, waaronder de mogelijke doorontwikkeling van “Van A naar Beter” en een landelijke campagne gericht op de gewenste gedragsverandering en het bestendigen van bewust mobiliteitsgedrag. 2. Nationaal Toekomstbeeld Fiets Rijk en Regio bezien gezamenlijk wat de ontbrekende schakels zijn in de dikke stromen van woon-werk/school in het nationale fietsnetwerk, inclusief een analyse van waar nieuwe stromen te ontsluiten zouden zijn, bijvoorbeeld bij stadsontwikkeling of nieuwe wijken. Dit om zo de potentie van de fiets ten volle te kunnen benutten. Rijk en regio maken een afspraak om regionale fietsnetwerkplannen op te stellen. Het streven is in maart 2021 een eerste contourenschets te hebben en in september 2021 een Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF).
Het Rijk stelt voor het uitwerken van deze toekomstplannen per MIRT landsdeel 50% van de kosten beschikbaar met een maximum van € 50.000 incl. btw. 3. Verkeersveiligheid Rijk en regio zetten blijvend in op investeringen om verkeersveiligheid te verbeteren. Vanuit het budget Investeringsimpuls verkeersveiligheid is tot en met 2030 vanuit het Rijk € 500 miljoen beschikbaar. Met de Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021 wordt invulling gegeven aan de eerste tranche van de investeringsimpuls verkeersveiligheid. Er is € 200 miljoen beschikbaar voor een rijksbijdrage van 50% van de kosten aan bewezen effectieve verkeersveiligheidsmaatregelen. Het besluit voor een rijksbijdrage wordt genomen op basis van ingediende voorstellen door de betreffende overheden conform de Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen. Maximaal 10% van de investeringsimpuls verkeersveiligheid kan in de geest van het Mobiliteitsfonds worden ingezet voor vernieuwende maatregelen. In 2021 worden de kaders en inhoudelijke invulling hiervoor vormgegeven. 4.
Smart Mobility: Digitalisering Overheden Rijk en regio zetten in op het beter benutten van het bestaande wegennet en zien digitalisering als essentieel onderdeel voor betere beslisinformatie en monitoring, informeren van de reiziger, en het efficiënter uitvoeren van kerntaken van de overheid gericht op betere bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Rijk en regio spreken af weggegevens die verkeersbesluit-plichtig zijn op te nemen in een centrale gezamenlijke netwerk registratie. Het Rijk spreekt de intentie uit om de kosten voor de initiële investeringen te dragen. Definitieve afspraken worden gemaakt op basis van goedgekeurde plannen van aanpak.
1 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Om de beschikbaarheid van mobiliteitsdata te verbeteren zetten Rijk, regio’s en de landelijke dataloketten in op de ontwikkeling van het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM). Komend half jaar wordt hiervoor een voorstel uitgewerkt. Rijk en regio besluiten de inspanningen op versnelde digitalisering in het mobiliteitsdomein te continueren in de periode 2021 t/m 2023 om in 2023 bij de decentrale overheden de levering van actuele en betrouwbare data voor digitale mobiliteitsdiensten en het datagedreven uitvoeren van eigen overheidstaken structureel organisatorisch ingebed en op orde te hebben, conform het kwaliteitsdoel publieke data voor 90 procent op orde. Rijk en regio zien kansen om gezamenlijk effectiever en goedkoper data te produceren. Het Rijk reserveert over de periode t/m 2023 een bedrag van € 2 miljoen (incl. btw) voor de inkoop van data of expertise, te benutten voor alle regio’s, alsmede voor additionele werkzaamheden die landelijke dataloketten ten behoeve van digitalisering uitvoeren. Het Directeurenoverleg Landelijk Dataketenoverleg (DO LDKO) is verantwoordelijk voor de gezamenlijke coördinatie en voortgang, de regio’s blijven individueel verantwoordelijk voor de uitvoering. Smart Mobility: iVRI’s Rijk en regio herbevestigen de gezamenlijke inspanning dat elke nieuwe VRI een iVRI wordt.
Regio’s waarborgen dat elke iVRI blijvend voldoet aan alle landelijke standaarden ten behoeve van datakwaliteit en –bescherming. Rijk en regio blijven samen inzetten op een breed gedragen transitie en het oplossen van resterende aandachtspunten met betrekking tot iVRI’s. Rijk en alle regio’s starten op basis van cofinanciering met de realisatie van de 2e landelijke tranche iVRI’s. Het Rijk bestemt voor iVRI’s uit de BO MIRT 2019 reservering van € 10 miljoen, een bedrag van € 8 miljoen (incl. btw) voor alle regio’s samen conform het betreffende Plan van Aanpak en draagt de kosten voor de landelijke ontsluiting van iVRI data (Urban Data Access Platform). Rijk en alle regio’s spreken af in het Landelijk Dataketen Directeurenoverleg de realisatie te monitoren en ondersteunen en halfjaarlijks bestuurlijk te rapporteren over de voortgang (aantallen, locaties, gebruik) in de periode 2021 tot en met 2023. Smart Mobility: Mobility as a Service, deelmobiliteit en hubs Rijk en regio zien kansen om met schaalvergroting op het gebied van Mobility as a Service (MaaS), data-uitwisseling en standaarden, deelmobiliteit en hubs bij te dragen aan een flexibel en duurzaam mobiliteitssysteem voor reizen tijdens en na de coronacrisis.
Rijk en regio hanteren gemeenschappelijke uitgangspunten voor MaaS, zoals het verplichte gebruik van de TOMP API als standaard voor data-uitwisseling, het beschikbaar maken van OV-tickets voor MaaS dienstverleners, het delen van data in de Leeromgeving, en passen de werkwijze in de toolkit autodelen toe. Rijk en regio onderzoeken met elkaar de mogelijkheid tot het uitwerken en uitrollen van kleinschalige open en uniforme (pop-up) mobiliteitshubs. Rijk en regio onderzoeken of een nationaal loket en systeem voor vergunningen van deelmobiliteit kan bijdragen aan een landelijk functionerend flexibel vervoerssysteem. Rijk en regio verkennen in welke gemeenten dit door middel van een gezamenlijke pilot kan worden getest. Smart Mobility: Korte termijn Smart maatregelen in MIRT-projecten Rijk en regio's herkennen het risico dat het versnipperd inzetten van middelen voor 'korte termijn maatregelen' in diverse MIRT-projecten en programma's op het gebied van Smart Mobility kan leiden tot een minder groot effect op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Rijk en regio spreken af dat ‘korte termijn maatregelen’ op het gebied van smart mobility in MIRT-projecten en programma’s worden ingezet volgens de principes van Krachtenbundeling.
Dit door landelijk afgestemde doelen, werkwijze, standaarden en overeenkomsten te volgen (MaaS, Talking Traffic, Digitalisering, Logistieke IT, andere krachtenbundels). En door gebundelde inzet van de geoormerkte middelen van de individuele MIRT-projecten/programma’s. Deze intentie wordt concreet uitgewerkt in een inventarisatie van de huidige omvang van de maatregelen en geoormerkte middelen waar dit betrekking op heeft, en het inventariseren van voorstellen voor effectievere aanpak en besteding in lijn met het principe van krachtenbundeling.
5.
6.
7.
2 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Regio Noordwest-Nederland 1.
2.
3.
4.
Mobiliteit en verstedelijking Rijk en regio constateren dat er een breed gedragen gezamenlijk beeld is over de grote opgaven op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid, werkgelegenheid, klimaatadaptatie, energie, landschap en leefbaarheid waar het MIRT-gebied NoordwestNederland voor staat en het type oplossingen en randvoorwaarden dat daarvoor nodig is. Partijen constateren tevens dat er belangrijke stappen worden gezet om opgaven en concrete oplossingen te realiseren, maar dat er grote uitdagingen voor de toekomst blijven bestaan. Rijk en regio spreken af om hierover voor half maart 2021 een strategisch gesprek te organiseren, waarin onder meer wordt ingegaan op randvoorwaarden, financiële aspecten en het verbinden van het regionale- met het nationale perspectief. Nationaal Toekomstbeeld Fiets Noordwest: Parallel aan het werken aan een Nationaal Toekomstbeeld Fiets zetten Rijk en regio zich blijvend in om te investeren in fietsnetwerken en fietsparkeerplaatsen aan de hand van een uitvoeringsagenda fiets. De uitvoering van concrete maatregelen en projecten wordt waar relevant uitgevoerd in samenhang met de programma’s Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) en U Ned.
Brede doeluitkering Rijk en de vervoerregio’s VRA en MRDH bevestigen –opnieuw- dat beheer, onderhouden vervangings(BOV)kosten van de regionale railinfrastructuur (tram en metro) in gelijke mate toenemen als die van de nationale (rail)infrastructuur. Rijk en vervoerregio’s constateren dat de vervoerregio’s daardoor steeds minder bestedingsruimte hebben voor hun wettelijke verkeers- en vervoerstaken zoals duurzame bereikbaarheid, toegankelijkheid en verkeersveiligheid en nieuwe investeringen die voortkomen vanuit de bereikbaarheids- en gebiedsprogramma’s SBaB en MoVe. Dat zij gaan bezien of en zo ja welke aanpassingen nodig zijn in de omvang en systematiek van de doeluitkering aan de vervoerregio’s (BDU). Daartoe zullen de vervoerregio’s in samenspraak met het Rijk met een voorstel komen. Minder Hinder regio Noordwest Provincies Noord-Holland en Flevoland: Rijk en regio zetten de bestaande samenwerking en kennis- en expertisedeling, inclusief bijbehorende budgetten, voort vanuit de bestaande structurele samenwerkingsverbanden in de MRA (Amsterdam Bereikbaar en Kern- en RegioRegie). Vanuit Amsterdam Bereikbaar wordt de ontwikkeling van de bestaande multimodale samenwerking, project-overstijgend en met alle infrabeheerders, in 2021 en verder uitgebreid.
De regio stimuleert en onderschrijft de opzet om afspraken te maken over een optimale aanpak en past dit al toe, bijvoorbeeld binnen Amsterdam Bereikbaar. Het landelijke en regionale meerjarige hinderbeeld wordt vertaald naar een gedeeld beeld van de multimodale regionale hinderopgave tussen 2025 en 2030. De regionale gevolgen van het hinderbeeld worden in 2021 verder gebracht tot het uitvoeringsprogramma van de MRA. Er loopt in 2021 vanuit Kernregie en Amsterdam Bereikbaar een onderzoek naar de integratie tussen planningssystemen voor een verbeterd gebruik van de data, wat kan leiden tot multimodaal inzicht in geplande werkzaamheden. Ook wordt gekeken naar mogelijke uitbreiding van de multimodale samenwerking tussen verkeerscentrales van Rijk en regio. De aanpak bij de Piet Heintunnel, ZuidasDok, SAA, N200, gebiedsontwikkeling Sloterdijk, Leeghwaterbrug en ontwikkelingen rondom Amsterdam Centraal blijven een pilot voor een integrale hinderaanpak op het gebied van communicatie, monitoring en alternatieve reismogelijkheden. Daarbij worden waar mogelijk ook de innovatieve oplossingen die er op digitaal gebied zijn betrokken. Provincie Utrecht: Vanuit de context van eerder gemaakte afspraken (o.a. in BSG Ring en BO MIRT 2019) hebben Rijk en regio een gedeeld beeld van de grote hinder- en mobiliteitsopgave tot 2030.
Rijk en regio kiezen voor een structurele samenwerking bij de hinderaanpak en nemen hierin een gedeelde en gezamenlijke verantwoordelijkheid.
3 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Rijk en regio maken zich blijvend sterk voor een hoog ambitieniveau en bijpassend budget voor de hinderaanpak. Rijk en regio kiezen voor een scenario waarbij flankerende maatregelen niet gericht zijn op het (tijdelijk) naar beneden brengen van hinderpieken maar op de bijdragen aan de langere termijndoelen rond duurzame mobiliteit en leefbaarheid in de regio Utrecht. Hiertoe worden alle grote mobiliteits- en transitieopgaven en -ambities in beeld gebracht (zie ook afspraken U Ned). Goed op Weg is het samenwerkingsverband waarin Rijk en regio participeren en dat de hinder- en mobiliteitsaanpak ondersteunt. De contouren van het plan van aanpak voor de Hinderaanpak zijn op hoofdlijnen vastgesteld (Stuurgroep Goed op Weg 23-09-2020), en wordt in 2021 verder uitgewerkt. Daarbij worden tevens afspraken gemaakt over de inzet van Rijks- en regionale budgetten die gecoördineerd worden ingezet voor deze hinderaanpak. Smart Mobility: Digitalisering Overheden Provincies Noord-Holland en Flevoland: In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein reserveert het Rijk een bedrag van € 293.000 (incl. btw, ontvanger: Provincie Noord Holland) ten behoeve van de planvorming en besluitvorming over een gezamenlijk implementatieplan voor Provincie Noord-Holland/Provincie Flevoland/Gemeente Amsterdam in 2021.
Dit onder voorwaarde dat de regio in het voorjaar van 2021 een raming heeft vastgesteld voor de periode tot en met 2023. De overige kosten worden door de regio betaald. Provincie Noord-Holland/Provincie Flevoland/Gemeente Amsterdam reserveren ieder € 293.000 (incl. btw) voor 2021. Provincie Utrecht: Voor hetzelfde doel en onder dezelfde voorwaarden reserveert het Rijk een bedrag van € 150.000 (incl. btw, ontvanger Provincie Utrecht) ten behoeve van de planvorming en besluitvorming over een implementatieplan voor Midden Nederland in 2021. Dit onder voorwaarde dat het Regionaal Data Team uiterlijk december 2020 volledig is opgestart en er in het voorjaar 2021 een vastgesteld regionaal implementatieplan inclusief raming voor de periode t/m 2023 ligt. De overige kosten worden door de regio betaald. Regio Midden Nederland reserveert hiervoor € 150.000 (incl. btw) voor 2021. Bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen Provincies Noord-Holland en Flevoland: Werkgeversaanpak Rijk en regio continueren de werkgeversaanpak in het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma “Samen Bouwen aan Bereikbaarheid” (SBaB).
Hiermee worden werkgevers gestimuleerd en geholpen om de werkgerelateerde mobiliteit te verduurzamen (zoals afgesproken in het Klimaatakkoord) en het reisgedrag van werknemers ten tijde van de coronacrisis te bestendigen: meer thuiswerken, beter spreiden van reizen over de dag en over de week. De regio breidt de samenwerking met werkgevers uit buiten het gebiedsprogramma. Hiertoe wordt in 2021 een onderzoek uitgevoerd en een plan van aanpak vastgesteld in het Directeurenoverleg SBaB. Financiële besluitvorming wordt meegenomen in het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021. Onderwijsaanpak In het kader van de onderwijsaanpak zijn in de aanloop van het school-/collegejaar 2020-2021 goede afspraken gemaakt met de onderwijsinstellingen in Amsterdam en de MRA over thuisonderwijs en het spreiden van bezoeken aan school of campus over de dag (“onderwijsdeal”). Rijk en regio continueren deze inspanningen binnen het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma “Samen Bouwen aan Bereikbaarheid” (SBaB). Provincie Utrecht: Zie de afspraken gemaakt onder de Korte Termijn Aanpak van het programma U Ned. Fiets Provincie Utrecht: De Brede variantenstudie Fietsparkeren Utrecht Centraal is afgerond. Bij het vervolg brengt de provincie Utrecht de betrokken partijen halfjaarlijks bij elkaar.
Met inachtneming van de resultaten van de Brede variantenstudie investeren Rijk en regio in de bouw na afronding studie voor capaciteitsuitbreiding op maaiveld bij Utrecht Lunetten en Utrecht Zuilen onder de voorwaarde dat de gemeente Utrecht weesfietsen gaat handhaven en maken hiervoor financiële reserveringen.
5.
6.
7.
4 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Rijk en regio investeren in de bouw van nieuwe maaiveldstallingen bij de stations van Amersfoort Centraal, Breukelen, Den Dolder, Maarn, Veenendaal Centrum en Veenendaal West en Vleuten, mits de handhaving van weesfietsen wordt uitgevoerd. Ook investeren Rijk en regio samen in studies naar uitbreiding van ingebouwde fietsenstallingen op Amersfoort Schothorst en Amersfoort Vathorst, Bilthoven waar een maaiveldoplossing niet haalbaar is. Vervoerregio Amsterdam: Rijk en regio investeren samen in de bouw van extra plaatsen voor fietsparkeren in de fietskelder van Amsterdam Centraal onder de sporen, die in combinatie met PHSAmsterdam gebouwd gaat worden. Rijk en regio investeren in de bouw van een grote complexe stalling bij Amsterdam Sloterdijk. Rijk en regio investeren verder in de bouw van een maaiveldstalling bij station Krommenie-Assendelft. Ook investeren Rijk en regio in cofinanciering in een studie naar een oplossing van de resttekorten op Amsterdam Lelylaan. Tot slot geven Rijk en regio aan een bijdrage te leveren aan de studie voor een complexe grote stalling in Zaandam, en hebben ze de intentie een bijdrage toe te kennen voor de bouw.
Provincie Noord-Holland: Rijk en regio investeren in de bouw van een maaiveldstalling bij stations Haarlem en Heiloo voor de korte termijn en tevens in een bijdrage aan studiebudgetten voor een lange termijn oplossing voor de stallingen bij beide stations, onder voorwaarde dat de voorzieningen voor de korte termijn ingezet kunnen worden bij de lange termijn oplossingen. Rijk en regio investeren samen in de bouw van een maaiveldstalling op station Haarlem Spaarnwoude, Naarden-Bussum en Zandvoort aan Zee. Ook investeren Rijk en regio in een extra studiebijdrage ter afronding van de studie voor station Hilversum voor een grote complexe stalling en voor een studie naar een stalling bij station Hoorn. Provincie Flevoland: Rijk en regio investeren in de bouw van nieuwe maaiveldstallingen bij station Dronten. Ook investeren Rijk en regio samen, op basis van cofinanciering in een studie naar uitbreiding van een ingebouwde fietsenstalling op station Lelystad Centrum. Verstedelijkingsstrategie Metropoolregio Amsterdam Rijk en regio constateren een enorme woningbouwopgave in de MRA. Deze woningbouwopgave kan niet worden gerealiseerd, als er geen gezamenlijke maatregelen worden getroffen door zowel het Rijk als de regio op de noodzakelijke randvoorwaarden zoals mobiliteit, bereikbaarheid, economie, energie, klimaatadaptatie, water, ecologie, landschap en inclusiviteit.
Deze randvoorwaarden zijn het cement voor de woningbouwopgave. Daarnaast zijn er op korte termijn maatregelen nodig inzake de stikstof en PFAS problematiek, geluidscumulatie en de coronacrisis die de bouwproductie enorm vertragen. Een versnelling van de woningbouwopgave betekent ook een versnelling van deze randvoorwaarden. Rijk en regio constateren dat de benodigde opgaven op wonen, werken, bereikbaarheid, landschap, ecologie, klimaatadaptatie, energie, circulaire economie en inclusiviteit vragen om systeemsprongen. Hierbij moet aandacht blijven voor hoge kwaliteit van leven in de MRA en de bijzondere kwaliteiten van een evenwichtige polycentrische metropool (zowel in sociaal-maatschappelijk als economisch opzicht) in een uniek en cultuurhistorisch waardevol landschap. Rijk en regio werken aan deze benodigde randvoorwaarden samen in de verstedelijkingsstrategie, Woondeal en het bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). Daarnaast biedt de woningbouwimpuls mogelijkheden om de woningproductie op korte termijn te versnellen. Rijk en regio spreken af om richting het BO Leefomgeving en BO MIRT 2021 de uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie voort te zetten, ten einde een verstedelijkingsconcept MRA inclusief fasering en investeringsstrategie vast te stellen, waarbij in ieder geval de volgende onderwerpen in samenhang nader worden uitgewerkt.
Rijk en regio bevestigen de ingeslagen hoofdkoers van de evenwichtige ontwikkeling van een polycentrische metropoolregio, met tot 2030 de ontwikkeling van 175.000 woningen en de inzet om het beïnvloedbare deel (ca. 10%) van werkgelegenheidsontwikkeling te
8.
5 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
spreiden over de stadsharten in de MRA. Daarbij geldt een aantal nadere afspraken, te weten: Versnelling woningbouw en noodzakelijke randvoorwaarden tot 2030: o Rijk (interdepartementaal, coördinatie BZK) en regio besluiten tot het uitwerken in concrete en integrale gebiedsplannen van de versnelde woningbouwontwikkeling 2021-2030 in de stadsharten Almere, Haarlem, Hoofddorp, Hilversum, Lelystad, Purmerend en Zaanstad, inclusief voor deze integrale ontwikkeling cruciale (financiële) randvoorwaarden onder andere op het gebied van bereikbaarheid en energie-infrastructuur. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de programmalijn Bereikbare Steden van het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). Over de bereikbaarheidsonderdelen vindt besluitvorming plaats binnen SBaB. Deze onderdelen krijgen een plaats in de Uitvoeringsagenda SBaB.
o Rijk en regio komen met een uitgewerkt voorstel op welke wijze en met welke noodzakelijke randvoorwaarden de woningbouw in de grootschalige locaties Achtersluispolder in Zaanstad, Almere Pampus, station Hoofddorp en westflank in Haarlemmermeer, Havenstad in Amsterdam en Zuidoostflank Amsterdam, die nu gepland staan na 2030, naar voren kunnen worden gehaald, in aanvulling op de reeds afgesproken doelstelling van 175.000 nieuwe woningen tot 2030, zonder deze doelstelling te frustreren en rekening houdend met de (MIRT) onderzoeken die voor deze locaties in het kader van het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid al lopen. o De voortgang van de hiervoor beschreven besluiten wordt besproken tijdens een extra BO Woningbouw in februari-maart 2021 vooruitlopend op de integrale besluitvorming in het BO Leefomgeving voorjaar 2021, en besluitvorming in BO MIRT najaar 2021. Water/klimaatadaptatie: o.a. afspraken maken tussen regio en Rijk (ministeries I&W/BZK/EZK/LNV) om vanuit eigen bevoegdheden in te zetten op klimaatadaptieve maatregelen bij alle gebiedsontwikkelingen (natuur, landbouw, wonen, bedrijvigheid, energie en infrastructuur) om te voorkomen dat toekomstige schade later onevenredige kosten met zich meebrengt.
Daarnaast verkennen Rijk en regio gezamenlijk welke vervolgonderzoeken nodig zijn op het gebied van water en klimaatadaptatie; waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande programma’s. Landschap en ecologie: o.a. afspraken maken tussen regio (deelnemers MRA) en Rijk (ministerie LNV) om vanuit eigen bevoegdheden in te zetten op gezamenlijke belangen, zoals bodemdaling in veenweidegebieden, verbeteren en aanvullen van ecologische verbindingen, stikstofgevoelige N2000, de landbouwtransitie naar kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw en het versterken van de biodiversiteit. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande structuren en samenwerkingsverbanden (Veenplan, programma Natuur, bossenstrategie, NOVI gebieden, Stuurgroep Markermeer-IJmeer etc.).
Energie: Rijk en regio spreken af om het proces voort te zetten om te komen tot een selectie van prioritaire no regret maatregelen gericht op het oplossen van huidige capaciteitsproblemen in de energienetwerken in de periode 2020-2025 en 20252030, in relatie tot de in die periode voorgestelde verstedelijkingslocaties en de resultaten daarvan voor te leggen in het BO Leefomgeving van voorjaar 2021; Energie: Rijk en regio nemen de hoofdstructuur van de energie volwaardig mee in de afweging bij de verstedelijking van de MRA en koppelen deze aan de locaties voor opwek van hernieuwbare energie (RES) en ruimtelijk economische ontwikkelingen in de MRA in de periode 2020-2050. Waarbij in ieder geval de volgende afwegingen worden geagendeerd voor verdere uitwerking: o Het koppelen van wonen, werken, bereikbaarheid aan de beschikbaarheid van energie en netwerken van energie met concrete voorstellen in het verstedelijkingsconcept; o Antwoord geven op de vraag of en zo ja waar ruimte is voor conversiefaciliteiten; o Uitspraken over de noodzakelijke/wenselijke toevoeging en/of aanpassing van hoofdnetwerken van energie; Economisch profiel Almere: Rijk en regio spreken af de komende maanden te verkennen welke gezamenlijke inspanning noodzakelijk is voor het versterken van het kennisprofiel in Almere ten behoeve van de groei van de stad en specifiek de