PR23.087 Ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming RSD
Tekst van het document
We ontwikkelen de werkgeversdienstverlening steeds meer (boven)regionaal en we blijven lokaal verankerd We werken steeds meer bovenregionaal samen, met name op het vlak van dienstverlening aan werkgevers, met als doel om adequaat te kunnen inspringen op een snel veranderende arbeidsmarktomgeving. We geven uitvoering aan de bovenregionale ambities, zoals verwoord in een uitvoeringsplan. Er ontstaat daarmee een eenduidiger en duidelijker beeld voor werkgevers. We benutten de kansen die de bovenregionale samenwerking biedt. Bijvoorbeeld, door in te zetten op projectmatige activiteiten die bovenregionaal worden gedaan, kunnen we op lokaal en regionaal niveau meer resultaat behalen. Wat betekent dit financieel Tabel budgetten re-integratie Lasten Re-integratie, Participatie, jeugdwerkloosheid
Totaal lasten Baten Overige baten
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
3.556.921
3.877.000
4.047.900
4.141.700
4.235.000
4.235.000
3.556.921 3.877.000 4.047.900 4.141.700 4.235.000 4.235.000 100
Bijdragen gemeenten
3.556.821 3.877.000 4.047.900 4.141.700 4.235.000 4.235.000
Totaal baten
3.556.921 3.877.000 4.047.900 4.141.700 4.235.000 4.235.000
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting In de Begroting 2024 zijn de mutaties uit de integratie uitkering sociaal domein verwerkt.
Begroting 2024- v0.3
pag. 13
Er is nog geen rekening gehouden met de Strategische kaders 2024-2027, omdat deze nog niet vastgesteld zijn. Wel is het budget geïndexeerd. Verder hangt een deel van de stijging samen met de stijging van het aantal beschut werkplekken en banen in het kader van de banenafspraak. De begeleiding en (job)coaching voor deze mensen is intensief. De vergoedingen voor deze begeleiding maken onderdeel uit van het re-integratiebudget. Met de beschikbare middelen zoals in bovenstaande tabel opgenomen, zijn we in staat om klanten te begeleiden naar werk of participatie. De middelen die hierboven genoemd zijn, betreffen de taken die de RSD namens de gemeenten uitvoert. Hiervan wordt 10% ingezet voor de zogeheten ‘lokale initiatieven’ per gemeente. Over de begeleiding van de groep klanten die niet zelfredzaam is, maken we afspraken met de lokale partijen. Tabel budgetten kinderopvang Lasten
Realisatie Begroting 2022 2023
2024
2025
2026
2027
Kinderopvang
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
Totaal lasten Baten
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
Overige baten
0
0
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
Totaal baten
422.629
304.000
439.000
439.000
439.000
439.000
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Toelichting Naar aanleiding van de realisatie in 2022 is het budget voor de kinderopvang ten opzichte van de kadernota verder verhoogd met € 60.000 tot € 439.000. Het budget blijft moeilijk te voorspellen.
2.3. Inkomensvoorzieningen De wijzigingen die zijn aangekondigd door het kabinet (‘Participatiewet in balans’) zullen leiden tot een aantal wijzigingen in onze regelingen. Op het moment van schrijven is de omvang en de impact nog niet helemaal te overzien, omdat de details nog uitgewerkt worden en het wetgevingstraject nog moet worden doorlopen. Hoe dat ook uitpakt, we verwachten dat de lijn die daarin beschreven wordt, bijvoorbeeld rondom maatwerk en vertrouwen, doorgezet wordt, zoals die ook is opgenomen in onze ontwikkelagenda ‘De RSD in beweging’. Een nieuwe ontwikkeling is de aanstaande Wet Handhaving Sociale Zekerheid. Deze heeft onder andere als doel om het voor een uitkerende instantie mogelijk te maken om onderscheid te kunnen maken tussen gevallen waar iemand een fout heeft gemaakt en gevallen waar misbruik wordt gemaakt van het stelsel van sociale zekerheid. Zo wordt een toelichtingsgesprek geïntroduceerd, waarin hoor en wederhoor kan worden toegepast. In de dagelijkse praktijk pas we dit al toe, vooruitlopend op de wetswijziging. Wat willen we bereiken • Het vergroten van het bereik en de bekendheid van regelingen, in samenspraak met de gemeenten en onze lokale netwerkpartners • Waar mogelijk en wenselijk, in afstemming met onze gemeenten vooruitlopen op wetgeving (voor zover het verbeteringen voor de inwoner betreft)
Begroting 2024- v0.3
pag. 14
Wat gaan we doen Maatwerk leidt soms tot intensievere dienstverlening Meer mogelijkheden in de wet voor een individuele beoordeling kunnen leiden tot meer maatwerk. Waar we nu ook al maatwerk bieden, waar dat nodig en mogelijk is, zal dit na wetswijzigingen wellicht nog meer aan de orde zijn. Dat zal ook meer van ons vragen in de uitvoering. Wat de eventuele impact daarvan is, is nu nog niet te voorzien. Wanneer van toepassing, zullen we daar voorstellen voor doen. Samenwerking met de gemeenten en lokale teams voor een (nog betere) toegankelijkheid van regelingen Inwoners weten de weg naar voor hen toepasselijke regelingen niet altijd te vinden. We blijven investeren in goede informatievoorziening, samenwerking met lokale teams en met de sociaal raadslieden en in een vlotte afhandeling van aanvragen. We lopen vooruit op regelgeving als dat mogelijk en wenselijk is De richting van de aangekondigde wetswijzigingen sluit aan bij de beweging die in onze regio al is ingezet door meer rekening te houden met de individuele situatie van de inwoner. Wat betekent dit financieel Tabel budgetten bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslagen, collectieve ziektekostenverzekering en minimabeleid Lasten
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
Bijzondere bijstand
3.227.206
3.074.000
3.218.900
3.218.900
3.218.900
3.218.900
Individuele inkomenstoeslagen
1.141.265
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.142.000
1.363.617
1.317.150
1.441.800
1.441.800
1.441.800
1.441.800
638.584
700.000
725.000
725.000
725.000
725.000
9.363.934
0
0
0
0
0
Collectieve Ziektekostenverzekering Minimabeleid gemeenten Energietoeslag en uitvoering regeling Totaal lasten
15.734.606 6.233.150 6.527.700 6.527.700 6.527.700 6.527.700
Baten Bijzondere bijstand Energietoeslag en uitvoering regeling Bijdragen gemeenten Totaal baten
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
239.632
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
9.363.934
0
0
0
0
0
6.131.040
6.108.150
6.402.700
6.402.700
6.402.700
6.402.700
15.734.606 6.233.150 6.527.700 6.527.700 6.527.700 6.527.700
0
0
0
0
0
0
Toelichting De inkomensvoorzieningen stijgen in 2024 ten opzichte van de Begroting 2023. Voor de raming is de realisatie in 2022 beoordeeld en vergeleken met de gemiddelde kosten over de afgelopen drie jaar. De ontwikkeling van deze kosten vertoont behoorlijke verschillen per gemeente, waardoor een duidelijke trend ontbreekt. Voor de bijzondere bijstand is
Begroting 2024- v0.3
pag. 15
gekozen om het budget per gemeente minimaal gelijk te houden vanwege de inflatie in 2022 en 2023. De verwachting is dat het kabinet de ondersteuningsmaatregelen na 2023 zal beperken. Voor de collectieve ziektekostenverzekering is rekening gehouden met een stijging van de lasten van circa 10%.
2.4. Dienstverlening aan inburgeraars In 2023 is de uitvoering van het eerste jaar van de nieuwe Wet inburgering geëvalueerd. De evaluatie biedt een goede basis om bovenstaande ambities te realiseren. De basis van de dienstverlening is op orde en er zijn aandachtpunten waar we ook in 2024 verder mee aan de slag gaan. De grootste onzekerheid in de uitvoering van de Wet inburgering is de instroom; deze is afhankelijk van de huisvesting van inburgeraars door gemeenten en de wereldwijde ontwikkelingen. Wat willen we bereiken • Alle inburgeraars hebben een traject aangeboden gekregen, op weg naar duurzame inburgering en participatie in de samenleving • Zoveel mogelijk inburgeraars kunnen duurzaam aan het werk, tijdens of na de afronding van hun inburgering Wat gaan we doen Continuering van de dienstv erlening met aandacht voor vroege start en participatie We bouwen voort op de eerste ervaringen in 2023. We werken onder andere aan een verdere uitwerking van de vroege start in het AZC en de ontwikkeling van de participatiecomponent in de Z-route, in samenwerking met de lokale partners. Wat betreft de vroege start streven we ernaar dat we met alle inburgeraars in contact zijn als zij nog in het AZC verblijven. Daarin zijn we afhankelijk van de toestroom van inburgeraars.
Wat betekent dit financieel Tabel Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering Lasten Voorzieningen Wet Inburgering (Wi) Intensieve aanpak Oude Wet Inburgering Totaal lasten Baten Vooruit ontvangen bedragen Overige baten Bijdragen gemeenten voorzieningen wet inburgering Bijdragen gemeenten intensieve aanpak Totaal baten Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Begroting 2024- v0.3
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
192.353
1.541.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
90.744
62.500
31.250
0
0
0
283.097 1.604.000 1.726.750 1.695.500 1.695.500 1.695.500 -9.118 6.112 192.353
1.541.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
1.695.500
93.750
62.500
31.250
0
0
0
189.347 1.604.000 1.726.750 1.695.500 1.695.500 1.695.500 -93.750
0
0
0
0
0
pag. 16
Toelichting Het budget voor de voorzieningen Wet inburgering is gelijk gehouden aan de begroting 2023. De instroom van statushouders in de regio zal naar verwachting stijgen, omdat het Rijk de huisvestingstaakstelling voor statushouders in 2022 en 2023 heeft verhoogd. Voor 2024 is de taakstelling nog niet vastgesteld, maar het lijkt erop dat de taakstelling gelijk zal blijven of beperkt zal dalen. In het eerste jaar dat de nieuwe wet van toepassing was (2022) is de kostenontwikkeling relatief laag gebleven, omdat de instroom onder de nieuwe wet pas in de tweede helft van 2022 op gang gekomen is. Omdat het inburgeringstraject in principe tot drie jaar kan duren en er sprake is van geleidelijke instroom onder nieuwe wet, wordt er in deze begroting vanuit gegaan dat het budget voor 2024 voldoende zal zijn.
2.5. Hulp bij schulden De afgelopen jaren was er een stijging in het aantal inwoners met schulden dat zich bij ons meldde voor ondersteuning. Dat is onder andere een effect van vroegsignalering. Daarnaast is er sinds enkele jaren extra aandacht voor ondernemers met schulden, via een gespecialiseerde aanpak. In hoeverre de toegenomen inflatie een rol gaat spelen in (toekomstige) schuldenproblematiek, is nog niet goed te voorspellen. Van belang is dan ook om de drempel laag te houden. Wat een bijkomende factor is, is de aangekondigde wetswijzigingen voor verkorting van de looptijd van de wettelijke termijn voor saneringskredieten. Wat willen we bereiken • Het ontwikkelen van concrete activiteiten samen met onze netwerkpartners, gericht op preventie van schulden • Verdere ontwikkeling van begeleiding en nazorg gericht op het voorkómen van recidive Wat gaan we doen We anticiperen waar mogelijk op de wetswijziging en monitoren de effecten op de instroom nauwgezet Het kabinet heeft het voornemen om de looptijd van een wettelijke schuldregeling te verkorten naar 18 maanden. Onze werkwijze wordt aangepast naar aanleiding van deze verkorte termijn. Dit zal mogelijk leiden tot meer instroom, omdat de drempel voor aanmelding ook lager wordt. Het perspectief is immers dat iemand na 18 maanden schuldenvrij is. We zetten in op begeleiding en nazorg Na 18 maanden gaat de begeleiding door.
Met de verkorting van de looptijd wordt ook extra begeleiding en nazorg geregeld. Daarmee wil het Rijk de kans op recidive (verder) verkleinen, al is die recidive in onze regio niet groot. Wat betekent dit financieel Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering hiervan past binnen het brede takenpakket van de RSD.
Begroting 2024- v0.3
pag. 17
3 Wet sociale werkvoorziening In dit hoofdstuk is het budget voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw) opgenomen. Deze lasten dalen, omdat er alleen uitstroom is uit de Wsw. De Rijksbijdragen dalen met hetzelfde bedrag. De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening wordt onder verantwoordelijkheid van de GR RDWI gedaan door Biga Groep BV. De lasten en baten die hiermee gemoeid zijn, zijn opgenomen in hoofdstuk 4 Bedrijfsvoering in de apparaatskostenbegroting RWDI.
Wat betekent dit financieel Lasten
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
Wet Sociale Werkvoorziening
8.930.500
8.475.800
8.457.900
8.013.200
7.718.500
7.536.800
Totaal lasten
8.930.500 8.475.800 8.457.900 8.013.200 7.718.500 7.536.800
Baten
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
8.930.500
8.475.800
8.457.900
8.013.200
Totaal baten
8.930.500 8.475.800 8.457.900 8.013.200 7.718.500 7.536.800
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
7.718.500 7.536.800
0
0
Toelichting Vanaf 2015 dalen de lasten omdat er geen instroom meer in de Wsw is en wel uitstroom. Doordat in de periode voor 2015 relatief veel jonge mensen zijn ingestroomd bij Biga Groep is de daling beperkt. Het budget wordt jaarlijks herzien op basis van de informatie van Biga Groep. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. Gemeenten worden via de integratie uitkering gecompenseerd voor de stijging van de lasten.
Begroting 2024- v0.3
pag. 18
4 Bedrijfsvoering De organisatie streeft ernaar de dienstverlening voor onze inwoners efficiënt en effectief uit te voeren. De RSD wil graag een voortdurend lerende organisatie zijn. In 2024 werken we verder aan de doelstellingen die in 2022 in de ontwikkelagenda geformuleerd zijn. Daarbij blijft ook het doel om samen met de gemeenten verder te bouwen aan een solide organisatie, die wordt gezien als een betrouwbare en strategische partner binnen het brede sociaal domein, ten behoeve van de inwoners die van ons afhankelijk zijn. De uitkomsten van de Strategische kaders werk en inkomen 2024-2027 worden verwerkt in het ontwikkelprogramma, zodat de organisatie mee blijft bewegen met wat er nodig is om de dienstverlening aan inwoners te organiseren.
4.1. Organisatie en apparaatskosten Op basis van de ramingen van de bijstandspopulatie en aantallen klanten bij schulddienstverlening is bij de Kadernota 2024 uitgegaan van 152,4 fte voor de uitvoering van de huidige taken van de RDWI. Daarnaast is conform het besluit van het Algemeen bestuur van 12 april 2023 rekening gehouden met de extra formatie nodig voor de uitvoering van de Wet inburgering als gevolg van de toegenomen instroom. Ten slotte is in de berekening rekening gehouden met de afbouw van de intensieve aanpak voor nieuwkomers die onder het oude stelsel van inburgering vallen. Tabel apparaatskosten RSD en loonkosten Wsw samengevat Lasten Apparaatskosten programma Werk & Inkomen (RSD) Apparaatskosten Implementatie (2021)uitvoering Wet Inburgering personeel SW Bijdrage gemeenten aan BIGA
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
15.528.982 15.587.700 16.816.450 16.660.200 16.660.200 16.637.200 510.400
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
Totaal lasten
26.034.787 25.719.800 27.405.090 26.774.940 26.352.740 26.329.740
Baten Overige baten apparaatskosten
3.538.584
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
Baten BIGA
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
Bijdragen gemeenten Bijdragen gemeenten implementatie WI (2021) - & uitvoeringskosten WI
13.667.005 13.828.200 15.056.950 14.900.700 14.900.700 14.900.700
Totaal baten
27.167.944 25.569.800 27.255.090 26.624.940 26.202.740 26.202.740
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
1.133.157
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-127.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
602.508
260.000
260.000
260.000
260.000
237.000
1.625.665
0
0
0
0
0
Toevoeging reserves Onttrekking reserves Gerealiseerd/ begroot saldo
Begroting 2024- v0.3
566.950
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
pag. 19
Tabel apparaatskosten (RSD + Wsw loonkosten) baten en lasten uitgebreid Apparaatskosten
Baten Bijdragen gemeenten (inclusief bijdrage BIGA en intensieve aanpak) Bijdragen gemeenten Implementatie Wet Inburgering / uitvoering Wet inburgering Bijdragen BIGA loonkosten SW Sub Totaal
Realisatie 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
13.667.005
13.828.200
15.056.950
14.900.700
14.900.700
14.900.700
566.950
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
23.629.360 23.360.300 25.045.590 24.415.440 23.993.240 23.993.240
Overige baten
3.538.584
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
Totaal baten
27.167.944
25.569.800
27.255.090
26.624.940
26.202.740
26.202.740
0
0
0
0
0
0
Kapitaallasten
258.727
408.000
637.400
637.400
637.400
637.400
Rente
38.881
51.500
100.000
100.000
100.000
100.000
Huisvesting
994.198
883.000
605.100
605.100
605.100
605.100
Personeel RSD Uitvoering Wet Inburgering Mutatie intensieve aanpak Afwikkeling Tozo regeling
12.225.013
12.039.400
13.331.600
13.331.600
13.331.600
13.331.600
pm
648.100
984.540
984.540
984.540
984.540
PM
-312.500
-468.750
-625.000
-625.000
-625.000
150.000
150.000
150.000
150.000
127.000
Personeel SW
9.395.405
8.884.000
9.004.100
8.530.200
8.108.000
8.108.000
Automatisering
1.776.319
1.808.000
1.900.800
1.900.800
1.900.800
1.900.800
Facilitair
407.827
417.300
417.300
417.300
417.300
417.300
Advieskosten Implementatiekosten Wet Inburgering Bijdrage gemeenten aan BIGA
195.416
143.000
143.000
143.000
143.000
143.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
Totaal lasten
26.034.786
25.719.800
27.405.090
26.774.940
26.352.740
26.329.740
Totaal saldo voor reserves
1.133.154
-150.000
-150.000
-150.000
-150.000
-127.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
602.508
260.000
260.000
260.000
260.000
237.000
1.625.662
0
0
0
0
0
Lasten
143.000
Overige lasten
Dotatie aan reserves Onttrekking aan reserves Totaal saldo na reserves
Begroting 2024- v0.3
pag. 20
Toelichting Mutaties apparaatsbudget – kadernota 2024 In de Kadernota 2024 zijn mutaties opgenomen voor loon- en prijsverhogingen op basis van de CPB ramingen, zoals opgenomen in de septembercirculaire 2022 voor de komende jaren. Daarnaast is het effect verwerkt van het besluit van het Algemeen bestuur in verband met het project informatievoorziening & informatieveiligheid. Mutaties apparaatsbudget – conceptbegroting 2024 In deze Begroting 2024 zijn nog extra mutaties verwerkt in het apparaatsbudget. Deze hangen samen met het effect van de vastgestelde CAO 2023 en de extra inzet voor Wet inburgering in 2024. Na verspreiding van de Kadernota 2024 is in april 2023 de CAO Gemeenten en SGO voor 2023 vastgesteld. Naar aanleiding van de zienswijzen gemeenten op de kadernota is de structurele impact van deze CAO verwerkt in de Begroting 2024 en verder. Door de sterke stijging van de inflatie in 2022 en de verwachte inflatie in 2023 is voor deze begroting het stijgingspercentage voor de looncompensatie ca 8,4% en de prijscompensatie ca 9%. Verder verwachten we net als in 2022 en 2023 een stijging van het aantal inburgeraars. Op het moment dat asielstatushouders in onze regio gehuisvest worden, start de inburgering.
Conform het besluit van het Algemeen bestuur van 12 april 2023 is het extra budget dat nodig is om de dienstverlening voor deze grotere groep opgenomen in deze begroting voor 2024 en verder. Er is afgesproken om bij de Kadernota en Begroting 2025 de structurele inzet nader te beoordelen en actualiseren. De gemeenten hebben in 2022 via het gemeentefonds tot en met 2024 extra middelen ontvangen ter dekking van de extra werkzaamheden. De aanname is dat het Rijk in de loop van 2024 of anders uiterlijk 2025 een besluit zal nemen over de compensatie voor de jaren erna. De totale mutatie op het apparaatsbudget in deze begroting is als volgt opgebouwd. Mutatie kadernota 2024 i.v.m. apparaatsbudget Regulier apparaatsbudget ✓ Prijscompensatie € 322.200 ✓ Looncompensatie - 356.800 ✓ Uitbreiding formatie Iv&p (besluit AB: functie FG, PO, WOO) - 158.000 ✓ Automatisering (besluit AB) - 124.700 Subtotaal mutatie kadernota 2024 € 961.700 Mutatie begroting 2024i.v.m. apparaatsbudget: ✓ Extra looncompensatie i.v.m. CAO 2023 ✓ Uitbreiding formatie inzet WI Subtotaal mutatie begroting 2024 Totaal mutatie apparaatsbegroting 2024
Begroting 2024- v0.3
inzet WI € 11.700 - 21.700
€ 33.400
€ 423.300 0 € 423.300
€ 28.030 - 213.310 € 241.340
€ 1.385.000
€ 274.740
pag. 21
4.2 Overzicht lasten per taakveld en formatie overhead In onderstaande tabel zijn de totale lasten per taakveld opgenomen en de toegestane formatie ten opzichte van de formatie overhead weergegeven. Lasten per taakveld, begrote formatie en formatie overhead
2024
lasten overhead (0.4)
5.721.553
lasten treasury (0.5)
100.000
lasten samenkracht en burgerparticipatie (6.1)
3.269.720
lasten inkomensregelingen (6.3)
65.263.746
lasten begeleide participatie (6.4)
18.435.528
lasten arbeidsparticipatie (6.5)
6.001.092
lasten maatwerkdienstverlening (6.71)
0
Totaal
98.791.640
Begrote formatie overhead Totale begrote formatie inclusief wet inburgering en intensieve aanpak nieuwkomers Mutatie intensieve aanpak nieuwkomers Totale begrote formatie overhead
152,4 PM 35
In 2023 is de indeling van de taakvelden volgens het Iv3-informatievoorschift iets gewijzigd. Werkzaamheden schulddienstverlening vallen niet langer onder 6.71 lasten maatwerkdienstverlening maar onder 6.3 lasten inkomensregelingen.
4.3 Overzichten per gemeente De verdeelsleutel en bijdragen van de apparaatskosten en compensabele BTW per gemeente in 2024. Verdeelsleut el bijdragen per gemeente in apparaatsko sten
Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
Budget BUIG en inwoneraantallen
Verdeelsleutel Wsw 2024 Verdeelsleutel (toegepast op uitvoeringkosten bijdrage wet inburgering gemeenten aan BIGA)
Bijdragen gemeenten in de apparaatskost en
Bijdragen gemeenten in uitvoeringsk osten Wet inburgering
Bijdragen gemeenten aan de BIGA
Bijdragen gemeenten in subsidie BIGA 2024
Bijdrage gemeente compensabel e BTW 2024
4,53%
4,62%
7,16%
655.334
70.534
27.737
391.000
72.528
20,94%
10,06%
21,58%
3.027.580
212.488
60.369
851.000
335.073
21,77%
14,68%
24,19%
3.147.225
238.179
88.106
1.242.000
348.314
8,73%
13,62%
11,24%
1.261.575
110.694
81.721
1.152.000
139.623
44,03%
57,01%
35,82%
6.365.236
352.615
342.067
4.822.000
704.462
100,00%
100,00%
100,00%
14.456.950
984.510
600.000
8.458.000
1.600.000
De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de volgende afspraken: • Verdeelsleutel BUIG is gebaseerd op het Rijksbudget dat gemeenten ontvangen voor uitkeringen Participatiewet (telt mee voor 90%) en het aantal inwoners per gemeente (telt mee voor 10%). Deze verdeelsleutel wordt toegepast op de bijdrage van de gemeenten voor de apparaatskosten en de compensabele BTW; • Verdeelsleutel Wsw is gebaseerd op het budget dat iedere gemeenten van het Rijk ontvangen ter compensatie van de kosten Sociale Werkvoorziening. Deze
Begroting 2024- v0.3
pag. 22
•
verdeelsleutel wordt toegepast op de bijdragen van de gemeenten voor de Wsw en de extra bijdrage voor de Biga; De verdeelsleutel voor de uitvoering van de Wet inburgering is gekoppeld aan de oorspronkelijk verdeling van deze middelen naar het gemeentefonds (2020). Deze wijkt af van de algemene verdeelsleutel apparaatskosten. De ontwikkeling van dit budget in het gemeentefonds wordt regelmatig beoordeeld. Indien nodig zal de verdeelsleutel aangepast worden;
In de volgende tabel is de gemeentelijke bijdrage per onderdeel en per gemeente weergegeven. Specificatie gemeenten 2024 Gebundelde uitkeringen / BBZ Loonkostensubsidie
Bunnik
De Bilt
Utrechtse Heuvelrug
Wijk bij Duurstede
Zeist
Totaal
1.996.400
9.957.300
10.043.900
4.032.600
20.715.631
46.745.831
137.951
566.968
840.085
334.033
1.173.472
3.052.509
-20.800
-162.500
-188.500
-175.400
-402.800
-950.000
0
0
0
0
0
0
BBZ kredietverstrekking
7.000
46.000
58.000
50.000
78.000
239.000
BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid
9.000
46.500
25.500
10.500
58.500
150.000
BBZ baten/terugontvangen op kredietverstrekking
-4.200
-27.600
-34.800
-30.000
-46.800
-143.400
Bijzondere bijstand
126.000
606.900
683.000
282.000
1.521.000
3.218.900
Bijzondere bijstand
-3.000
-14.000
-29.000
-13.000
-66.000
-125.000
128.700
235.400
277.200
100.500
700.000
1.441.800
40.000
213.000
255.000
102.000
532.000
1.142.000
0
0
250.000
0
475.000
725.000
90.300
661.670
623.200
230.400
2.442.320
4.047.890
1.417
6.544
6.803
2.727
13.759
31.250
121.473
365.941
410.187
190.634
607.265
1.695.500
390.995
850.990
1.241.985
1.151.986
4.821.943
8.457.900
Baten BUIG / BBZ Ontschotting
Collectieve Ziektekostenverzekering Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid gemeenten Reintegratie & Participatie & jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein) Kinderopvang Apparaatskosten Uitvoeringskosten Wet Inburgering BIGA bijdragen Totaal
10.000
132.000
94.000
3.000
200.000
439.000
655.334
3.027.580
3.147.225
1.261.575
6.365.236
14.456.950
70.534
212.488
238.179
110.694
352.615
984.510
27.737
60.369
88.106
81.721
342.067
600.000
3.784.841 16.785.550
18.030.071
7.725.971 39.883.209 86.209.640
Toelichting De verdeling van het totaalbedrag naar gemeenten vindt plaats op basis van verdeelsleutels, op basis van de actualisatie van budgetten zoals vermeld in de septembercirculaire van het Rijk of daaraan gebonden documenten en op basis van verwachte uitgaven op gemeenteniveau.
Begroting 2024- v0.3
pag. 23
5 Financiële paragrafen 5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - 1e en 2e Nota Begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet.
De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor drie jaar meegewogen omdat deze periode past waarbinnen maatregelen kunnen worden genomen de risico’s te beheersen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2022 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2022 € 511.650 moet zijn. Ontwikkelingen voorjaar 2023 Bij het schrijven van de Begroting 2024 is er nog veel onzeker. De inflatie is over het recordniveau heen, maar blijft hoog. De energieprijzen zijn nog hoog, waarbij de Rijksoverheid het prijsplafond heeft ingevoerd tot een bepaald verbruik. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI.
Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI Risico’s zijn relevant voor het weerstandsvermogen zodra ze kwantificeerbaar zijn. Er zijn echter ook ontwikkelingen waarvan de effecten nog niet kwantificeerbaar zijn. Op het moment van schrijven zien we op het werkterrein van RDWI twee niet kwantificeerbare risico’s:
Begroting 2024- v0.3
pag. 24
•
•
De oorlog in de Oekraïne. De inval in Oekraïne heeft impact op verschillende facetten van de samenleving. De oorlog heeft impact op de (wereld)economie. Onder andere door de vluchtelingenstroom die op gang gekomen is. Een deel van deze vluchtelingen wordt in onze regio opgevangen; Inflatie. In 2023 is de inflatie nog steeds merkbaar en nog niet afgevlakt. Zoals gebruikelijk is in de raming voor de Begroting 2024 alleen gerekend met de loon- en prijsindexaties opgenomen in de septembercirculaire. Het is nog te vroeg om te bepalen wat het (financieel) effect hiervan precies zal zijn op de verschillende kerntaken van RDWI. Het kabinet heeft toegezegd om de gestegen kosten voor de lagere inkomens te dempen.
De gevolgen van deze gebeurtenissen op de langere termijn zijn nog niet in te schatten. Deze ontwikkelingen kunnen mogelijk later dit jaar of volgend jaar leiden tot een bijstelling van de Begroting 2024. Naast dit niet kwantificeerbare risico zijn er risico's die we wel kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de overschotten van de afgelopen jaren is de kans dat dit zich voordoet op 50% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als laag, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. • De lasten bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere een stijging van schuldhulpaanvragen en bewindvoering en door hogere taakstelling inburgering. Door een actievere schulddienstverlening en vroegsignalering is de kans dat dit zich voordoet verhoogd (90%); • Het risico debiteurenvorderingen is gelijk gebleven. De Tozo kredietverstrekkingen hebben het debiteurensaldo doen oplopen, maar de periode van invordering is verlengd tot 6 jaar.
Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd; • Kredietverstrekking BBZ. Bij de wijziging van financieringssystematiek van het BBZ is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd. Het is mogelijk dat de toenemende verschuldiging van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Voor de bepaling van de hoogte van het risico is nu uitgegaan van stijging van de kapitaalsvertrekkingen van 100% tot 200% en is de kans op 30% gezet; • Kinderopvang. De lasten zijn in 2022 gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. In de doorkijk naar de begroting van 2024 en volgende jaren wordt een tekort op de begroting verwacht. Het risico is verhoogd (90%). Bij de bepaling van het risico is geen rekening gehouden met toekomstige wet- en regelgeving. In de volgende tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen.
Begroting 2024- v0.3
pag. 25
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico’s open einde regelingen totaal
(impact X kans X 3 jaar)
Tekorten op BUIG budgetten Vangnetregeling Lasten bijzondere bijstand en IIT Debiteurenvorderingen Bedrijfskredieten (BBZ) Kinderopvang Totaal
Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
7.330.000 527.000 405.000 265.000 226.000 – 450.000 310.000 9.063.000 – 9.287.000
Maximaal risico op BUIG per Benodigde gemeente 2024, obv voorlopig weerstandscapaciteit (impact budget X kans X 3 jaar) kans 50% 212.000 1.037.000 1.070.000 420.000 2.149.000 4.888.000
318.000 1.555.000 1.605.000 629.000 3.223.000 7.330.000
De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de Jaarrekening 2022 gestegen met circa € 700.000. Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.
Risico’s
Maximaal risico per onderwerp
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X Incid /Structureel
Gebreken in de informatiebeveiliging
€ 725.000
€ 217.500
ICT samenwerking RID
€ 136.000
€ 122.400
Inhuur door hoger ziekteverzuim
€ 114.500
€ 171.750
Totaal
€ 975.500
€ 511.650
Informatiebeveiliging Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • alle medewerkers hebben een cursus gehad over informatieveiligheid en bewustzijn (iBewustzijn Overheid 2022) van de VNG; • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD.
Begroting 2024- v0.3
pag. 26
In verband met het toegenomen bewustzijn binnen de organisatie en de beheersmaatregelen is inschatting van de kans verlaagd tot laag (10%). Het risico blijft aangemerkt als structureel. Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verlaagd is tot maximaal € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.500. ICT samenwerking Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op beperkt gesteld (30%). De impact is gekoppeld aan de personeelslasten als het systeem uitvalt. Dan kan het werk niet voort gezet worden. Het risico is aangemerkt als structureel. De benodigde weerstandscapaciteit komt daarmee uit op € 122.400. Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%). Door actief verzuimbeleid is een sprake van een daling in het ziekteverzuim.
Hierdoor daalt de benodigde weerstandscapaciteit tot € 171.750. Het risico is aangemerkt als structureel. Tot slot zien we voor de bedrijfsvoering nog drie niet kwantificeerbare risico’s. Daarmee zijn deze risico’s (nog) niet relevant voor het weerstandsvermogen: • Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering stelt het Rijk op macro niveau voldoende budget beschikbaar voor uitvoering van deze wet. De uitvoering van de wet is complex en vraagt intensieve samenwerking met verschillende partners, wat efficiency kan verminderen. Verder heeft het kabinet nog niet aangegeven hoe het om zal gaan met fluctuaties in de instroom in de regeling. • De gemeenteraden nemen in de loop van 2023 een besluit over nieuwe Strategische Kaders werk en inkomen 2024-2027, waaronder ook nieuwe afspraken over de verdeling van de re-integratiemiddelen. Op het moment van schrijven moet hierover nog besluitvorming plaatsvinden in de diverse gemeenteraden. Er kon daarom in deze begroting nog geen rekening worden gehouden met de effecten van de kaders en de nieuwe afspraken. De definitieve vaststelling van de kaders en de uitwerking van de kaders zullen mogelijk leiden tot aanpassingen of bijstellingen. Indien van toepassing, zal de impact worden verwerkt via een begrotingswijziging.
• Voor de uitvoering van de Wet Kinderopvang en dan specifiek inzake de aanvragen op grond van ‘Sociaal Medische Indicatie’ (SMI) is het niet toegestaan Suwinet Inkijk te gebruiken. Dat betekent dat de afhandeling van deze aanvragen extra capaciteit vraagt. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten
Begroting 2024- v0.3
pag. 27
financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit. Op de vrij besteedbare reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Balans 31- Weerstands12-2022 capaciteit
Eigen vermogen
Algemene reserve
515.400
Gerealiseerd resultaat 2022
511.650
1.625.663
Bestemmingsreserve groot onderhoud
50.000
Bestemmingreserve frictie
0
Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering
47.329
Bestemmingsreserve ICT
0
Bestemmingsreserve Verbeterplan
0
Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls
0
Bestemmingsreserve Tozo
727.000
Bestemmingsreserve Implementatie Inburgering
22.000
Totaal eigen vermogen
2.987.392
511.650
Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Bij vaststelling van de Begroting 2021 in juli 2020 heeft het Algemeen bestuur besloten om te streven naar een weerstandsratio van maximaal 1 (voldoende). Waardering
Ratio Weerstandsvermogen
Betekenis
A
➢
2,0
Uitstekend
B
1,4 < x < 2.0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte. Begroting 2022
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Netto schuldquote
3,5%
1,9%
1,5%
3,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
3,5%
1,9%
1,5%
3,8%
Kengetallen
Begroting 2024- v0.3
pag. 28
Solvabiliteitsratio
7,3%
22,04%
22,04%
9,17%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
1,63%
-0,16%
-0,15%
De solvabiliteitsratio is gedaald ten opzicht van de rekening 2022. In de rekening 2022 is een positief resultaat geboekt door incidentele baten. Het gerealiseerd resultaat wordt in 2022 verrekend met gemeenten, waardoor het eigen vermogen afneemt. De netto schuldquote stijgt doordat het saldo van de openstaande leningen is toegenomen.
5.2. Staat van reserves en voorzieningen Hieronder is de staat van reserves en voorzieningen in beeld gebracht op basis van de realisatiecijfers 2022 en de verwachte toevoegingen en onttrekkingen in 2023 en verder.
Staat van reserves
Stand per 1 januari 2024
toevoeging
Algemene Reserve
511.650
-
Egalisatiereserve groot onderhoud
50.000
110.000
Bestemmingsreserve Tozo
577.000
Bestemmingsreserve bedrijfsvoering Totaal reserves
Staat van voorzieningen Reorganisatie voorziening Voorziening Spaarverlof Totaal voorzieningen
Onttrekking
Stand per 31 december 2024 511.650
110.000
50.000
150.000
427.000
PM
PM
PM
PM
1.138.650
110.000
260.000
988.650
Onttrekking
Stand per 31 december 2024
100.000
117.235
Stand per 1 januari 2024 toevoeging 217.235 40.000 257.235
40.000 -
100.000
157.235
Algemene Reserve De Algemene Reserve bedraagt per 1 januari 2023 € 511.650, waarmee de weerstandsratio 1 is. Bestemmingsreserve groot onderhoud De bestemmingsreserve onderhoud heeft betrekking op het planmatig onderhoud van het pand in eigendom aan de Thorbeckelaan. Onttrekkingen kunnen plaatsvinden in verband met gemaakte kosten voor (gepland) groot onderhoud en renovatie. Hiervoor is een meerjarig onderhoudsbeleidsplan beschikbaar. Bestemmingsreserve Tozo De reserve is bij de Najaarsnota 2020 ingesteld voor de afwikkeling van de regelingen Tozo. Het betreft verwachte werkzaamheden in verband met terugvordering en verhaal van de verstrekte kredieten en voorschotten, de verantwoording hiervan en de kosten bezwaar en beroep. De verwachting dat de werkzaamheden tot en met 2026 zullen lopen. De onttrekking is jaarlijks circa € 150.000.
Begroting 2024- v0.3
pag. 29
Bestemmingsreserve Bedrijfsvoering De bestemmingsreserve bedrijfsvoering is ingesteld om projecten die nodig zijn om de bedrijfsvoering van ondersteunings- of business projecten te financieren. De verwachting is dat na bestemming van het jaarrekeningresultaat 2022 uitvoering zal worden gegeven aan verschillende projecten die nog doorlopen in 2024. Voorziening reorganisatie De Reorganisatievoorziening heeft betrekking op de personele lasten van enkele oudmedewerkers waarvoor langer lopende verplichtingen zijn ontstaan. De hoogte van de voorziening is voldoende om aan WW verplichtingen tot medio 2026 te voldoen. Bij de beoordeling van de jaarrekening 2022 zijn de verplichtingen meerjarig in kaart gebracht. Deze bedragen per ultimo 2022 € 417.235. Naar verwachting zal in 2023 € 200.000 besteed worden en in 2024 € 100.000. Het restant zal in de periode daarna tot besteding komen. Voorziening spaarverlof De Voorziening spaarverlof dient volgens de financiële regelgeving aangehouden te worden omdat er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen. Bij de jaarrekening 2022 is hiervan voor het eerst de waarde bepaald. De hoogte van deze voorziening zal jaarlijks worden aangepast aan de mutatie van het gespaarde verlofsaldo.
5.3. Incidentele baten en lasten Incidentele baten
2023
2024
2025
2026
2027
Onttrekking bestemmingsreserve Tozo
150.000
150.000
150.000
150.000
127.000
Onttrekking bestemmingsreserve Ontwikkelagenda
337.000
Onttrekking bestemmingsreserve Inburgering
22.000
Onttrekking bestemmingsreserve Bedrijfsvoering
367.329
Totaal incidentele baten
876.329
150.000
150.000
150.000
127.000
Inzet afwikkeling Tozo
150.000
150.000
150.000
150.000
127.000
Kosten programma Ontwikkelagenda
337.000
Kosten afwikkeling implementatie inburgering
22.000
Kosten afwikkeling projecten bedrijfsvoering
367.329
Totaal incidentele lasten
876.329
150.000
150.000
150.000
127.000
Incidentele lasten
Voor 2023 en verder verwachten we incidenteel extra werkzaamheden te verrichten voor de afwikkeling van de Tozo regelingen. Het gaat om circa € 150.000 aan kosten. Daar staat een zelfde bedrag tegenover dat onttrokken wordt aan de bestemmingsreserve Tozo. Deze reserve is gevormd ter dekking van deze kosten. In 2023 zullen zich naar verwachting ook kosten voordoen voor de projecten implementatie inburgering en bedrijfsvoering. Deze kosten worden in 2023 gedekt uit bestemmingsreserves die daarmee volledig besteed zullen zijn bij aanvang van begrotingsjaar 2024.
Begroting 2024- v0.3
pag. 30
5.4. Onderhoud kapitaalgoederen In de begroting is deze paragraaf bedoeld om aan te geven hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd.
Staat van Materiële vaste activa
Boekwaarde Boekwaarde Investeringen Afschrijvingen 1-1-2024 31-12-2024
Het Rond 6 Bedrijfsgebouwen en Inventaris
1.835.965
0
260.892
1.575.073
Overige materiele vaste activa
310.101
125.000
148.708
286.392
subtotaal Materiele vaste activa
2.146.065
125.000
409.600
1.861.465
Thorbeckelaan 3
0
0
Grond en terreinen
2.185.163
0
0
2.185.163
Bedrijfsgebouwen en inventaris
1.643.684
0
164.384
1.479.301
Machines, apparaten en Installaties
1.139.873
0
63.395
1.076.478
subtotaal Materiele vaste activa
4.968.721
0
227.779
4.740.942
TOTAAL
7.114.786
125.000
637.379
6.602.407
Het Rond 6E Zeist In 2023 worden er huisvestingsinvesteringen aan het pand Het Rond 6 E uitgevoerd. Deze investeringen zijn noodzakelijk ter ondersteuning van onze dienstverlening en hybride werken. Vanaf 1 januari 2024 wordt er één verdieping afgestoten vanwege het hybride werken. De rente en afschrijvingslasten die hiermee gepaard gaan passen binnen de huidige financiële kaders. Het investeringsbudget is maximaal € 1.700.000. In 2024 vinden naar verwachting geen extra investeringen plaats. Overige materiele vaste activa Dit betreft jaarlijkse vervangingsinvesteringen automatisering ter hoogte van € 125.000 (laptops, mobiele telefoons en ICT apparatuur). Thorbeckelaan Zeist In 2011 is door Bouwraadgever een meerjarig onderhoudsplan ontwikkeld voor het pand aan de Thorbeckelaan Zeist. In 2022 is er een vervangingsinvestering gedaan voor het luchtbehandelingsinstallatie. Daarnaast zijn er extra investeringen gedaan voor het aanschaffen van zonnepanelen en een airconditioning om de energiekosten omlaag te krijgen. In het meerjarig onderhoudsplan van het pand aan de Thorbeckelaan voor het laatst geactualiseerd. Op basis van dat onderhoudsplan is € 110.000 investeringsbudget beschikbaar. In 2023 vindt er een investering plaats voor het renoveren van de voorgevel. In 2024 vinden er geen investeringen plaats. Het pand aan de Thorbeckelaan wordt verhuurd aan BIGA.
Begroting 2024- v0.3
pag. 31
5.5. Financiering Het doel van deze paragraaf is het beleid ten aanzien van de financiering (of treasuryfunctie) van de GR RDWI te verklaren. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van het programma Sociaal Domein. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het beleggen van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De RDWI is gebonden aan de wet Fido. Het middelen beheer loopt via de schatkist. Dit betekent dat in de praktijk overtollige middelen alleen uitgezet worden in de Rijks schatkist. Liquiditeitspositie Met de liquiditeitspositie wordt bepaald of de organisatie in staat is om aan de korte termijn verplichtingen te voldoen. Bij korte termijn financiering horen fluctuerende, maar relatief lagere Euribor rentetarieven. Omdat kort geld goedkoper is dan langlopende leningen, wordt in het huidige renteklimaat pas een lange lening aangetrokken als de kasgeldlimiet overschreden dreigt te worden of voor bijvoorbeeld de financiering van materiële vaste activa. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende geldleningen dat mag worden aangetrokken. Het uitgangspunt voor de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten door een grens te stellen aan korte financiering (< 1 jaar). Juist voor korte financiering kan het renterisico aanzienlijk zijn.
Op grond van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) wordt de informatie over de kasgeldlimiet opgenomen in de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag. In het jaarverslag betreft deze informatie ten minste de kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar en de gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van dat jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van de jaarbegroting en geldt voor het hele jaar. De kortlopende schuld mag niet verder oplopen dan 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming. Dit houdt in dat de kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2024 € 8.100.915 is (8,2% van €98.791.640) De gemeenschappelijke regeling mag dus korte termijn financiering aantrekken tot aan deze bedragen. Financieringstekort In 2024 is geen sprake van een financieringstekort. Staat van Leningen 2023
Hoofdsom
BNG: Lening d.d. 01-042002 400088666
2.893.000
1-4-2032
Af te sluiten lening 2023
2.000.000
1-6-2031
Totaal
4.893.000
Afloop Rente datum %
Leningen 1-1-2024
Aflossingen 2024
Leningen 31-122024
3,7
867.785
96.428
771.357
4,0
2.000.000
250.000
1.750.000
0
2.867.785
346.428
2.521.357
Aan de kapitaallasten worden de werkelijke rentelasten (langlopende leningen) toegevoegd. De begrote rentelasten voor langlopende leningen in 2024 zijn € 100.000. Rente risiconorm Via de rente risiconorm wordt bepaald welk renterisico de RDWI loopt op zijn vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan 1 jaar). Voor het begrotingsjaar 2024 is de rente risiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het totaal van de lasten op de begroting. Hiermee wordt voorkomen dat een
Begroting 2024- v0.3
pag. 32
groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moeten worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De verwachte rente voor nieuw op te nemen geldleningen is gesteld op 4,0%. Er bestaat een risico dat het werkelijke percentage waarvoor leningen worden afgesloten hoger is. Gelet op de rentestand en verwachte ontwikkelding op de geldmarkt wordt rekening gehouden met een beperkte rentestijging. De begrote rentelasten in 2024 zijn € 100.000. EMU Saldo EMU Saldo (X € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Exploitatiesaldo voor mutatie reserve
1133
-223
-150
-150
-150
-127
Bij: Afschrijvingen ten laste van exploitatie
502
502
637
637
637
637
0
0
0
0
0
0
Af: Investeringen in (im)materiele vaste activa die worden geactiveerd
783
2300
125
0
0
0
Bij: baten uit bijdragen van andere overheden
0
0
0
0
0
0
Overige baten / lasten
0
0
0
0
0
0
852
-2.021
362
487
487
510
Bij: Dotatie aan de post voorzieningen
Totaal
Het tekort wordt veroorzaakt door tijdelijke werkzaamheden voor de afwikkeling van de Tozo regelingen uit 2020 en 2021. Het tekort wordt gedekt uit een onttrekking aan de reserve Tozo. Geprognotiseerde balans Geprognotiseerde balans (X € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
5.317
7.115
6.602
6.602
6.602
6.602
319
319
319
319
319
319
Activa Materiele vaste activa Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
6.976
6.976
6.976
6.976
6.976
6.976
Liquide middelen
520
520
520
520
520
520
Overlopende activa
421
421
421
421
421
421
13.552
15.350
14.838
14.838
14.838
14.838
Algemene Reserve
2.141
512
512
512
512
512
Bestemmingsreserve
846
2.573
2.467
2.467
2.467
2.467
Voorzieningen
458
255
195
195
195
195
Totaal activa Passiva
Vaste schulden
964
2.868
2.521
2.521
2.521
2.521
Netto vlottende schulden
3.991
3.991
3.991
3.991
3.991
3.991
Overlopende passiva
5.151
5.151
5.151
5.151
5.151
5.151
13.552
15.350
14.838
14.838
14.838
14.838
Totaal passiva
Begroting 2024- v0.3
pag. 33
5.6. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, huisvesting, automatisering, communicatie, organisatieontwikkeling, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dat betreft primair de dienstverlening aan de directe klanten en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: - Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende wet- en regelgeving; - Betrouwbaarheid: de RDWI heeft haar zaken voor elkaar en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; - Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; - Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen een zo goed mogelijk effect; - Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.
Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: een financiële verordening; controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; budgethoudersregeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; er is een intern controleplan; de externe controller adviseert het Dagelijks bestuur over de P&C-documenten. Deze verordeningen en regelingen zijn in 2022 beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Het controleprotocol 2022 ten behoeve van de accountantscontrole is op verzoek van het Algemeen bestuur nog gewijzigd. Deze wijziging is in de vergadering van het Algemeen bestuur van 8 december 2022 vastgesteld. Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar Planning en controlinstrumentarium aanwezig en een planning en controle jaarkalender.
Rechtmatigheid Het Dagelijks bestuur van de GR RDWI is verplicht (conform de artikelen 212, 213 en 213A van de gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Vanaf 2023 legt het Dagelijks bestuur van RDWI hierover zelf verantwoording af door middel van een rechtmatigheidsverklaring. De accountant verstrekt een verklaring van getrouwheid die tezamen met de rechtmatigheidsverantwoording van het Dagelijks bestuur wordt opgenomen in de jaarrekening. In 2023 worden voor zover nodig de bovenstaande kaders en verordeningen aangepast en wordt beleid geformuleerd en geïmplementeerd zodat het dagelijks bestuur deze taak kan uitvoeren.
Begroting 2024- v0.3
pag. 34
Organisatie Vanaf 2020 gelden de volgende spelregels voor de bedrijfsvoering 2: 1. Bandbreedte van het aantal uitkeringen is 10% ten opzichte van het uitgangspunt bij de reorganisatie ‘van bolwerk naar netwerk’ van 3.000 uitkeringspartijen. Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie van 5% formatie inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead); 2. Bandbreedte aantal aanvragen schulddienstverlening is 10% ten opzichte van 550 aanvragen (‘van bolwerk naar netwerk’). Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie van 5% formatie inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead); 3. Bij de Nota 2e begrotingswijziging wordt de formatie en de definitieve bijdrage bepaald op basis van de bandbreedtes klantenbestand uitkering (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening; 4. Bijstellingen van de apparaatskosten als gevolg van stijgingen of dalingen buiten de bandbreedte worden altijd door het Algemeen bestuur vastgesteld. In deze begroting is de formatie en de definitieve bijdrage bepaald op basis van de bandbreedtes klantenbestand uitkering (volume BUIG), de aanvragen schulddienstverlening, de formatie voor de uitvoering wet inburgering en de afgesproken afbouw van de intensieve aanpak nieuwkomers.
Tevens zijn mutaties verwerkt in verband met de extra inzet op de Wet inburgering als gevolg van de verhoogde taakstelling en de uitbreiding voor de Functionaris Gegevensbescherming, de Privacy Officer, en de werkzaamheden in verband met de Wet Open Overheid. Voor 2024 betekent dit dat de toegestane formatie is vastgesteld op 152,4 fte. Dekking van 135,4 fte uit apparaatskosten (zowel bijdrage apparaatsbudget algemeen als bijdrage apparaatsbudget wet inburgering) en 17 fte uit het re-integratiebudget. Hieronder in tabelvorm de uitgangspunten en afspraken zoals hierboven uitgewerkt. Bandbreedte aanvragen Max. fte bandbreedte formatie SDV/aantal volume BUIG formatie SDV volume BUIG lopende incl. uitgangspunt uitgangpunt (prognose) overhead 550 3000
Jaar
Stand volume BUIG prognose
2020
2.767
475
2021
2.783
450
2022 **
2.699
578
2023
2.740
578
2024
2.850
578
> 2700 < 3300 > 2700 < 3300 > 2700 < 3300 > 2700 < 3300 > 2700 < 3300
max. fte SDV
dekking fte uit Dekking participatiefte uit begroting, app. fte + 30% kosten * t.b.v. overhead
Formatie totaal *
132,8
> 495 <605
19,2
133,8
18,2
152
130,7
> 495 <605
18,7
132,4
17
149,4
130,7
> 495 <605
18,7
134,71
17
151,71
130,7
> 495 <605
19,5
133,66
17
150,66
130,7
> 495 <605
19,5
135,42
17
152,42
*de formatie voor uitvoering van de wet inburgering en (de afbouw van) de intensieve aanpak nieuwkomers is in deze kolommen opgenomen. ** in de jaarrekening 2022 is de toegestane formatie verlaagd met 3,8 fte omdat in de begroting 2022 de afbouw van de intensieve aanpak en de mutatie van de formatie voor de overheadfuncties voor de uitvoering van de wet inburgering verkeerd verwerkt waren. De overhead is niet één op één te vertalen in formatie, het betreft naast personele ook materiële kosten. Bij de mutatie van de formatie in de begroting 2022 is met deze elementen geen rekening gehouden.
2
Besluit Algemeen bestuur 28 oktober 2020
Begroting 2024- v0.3
pag. 35
Voor de begroting 2024 wordt uitgegaan van de verdeling van de formatie over de units. Vastgestelde formatie RDWI (in fte)
2023
2024
Directie en Advies & Support
17,7
18,2
Intake, Werk en Participatie (IWP)
52,4
52,6
Inkomen en schulddienstverlening
54,5
54,5
Financiën, Informatiemanagement, Facilitair
22,9
23,9
Overige formatie
3,2
3,2
150,7
152,4
Totaal toegestane formatie
Duurzaamheid Wij werken hard om een duurzame organisatie en de daarbij horende duurzame bedrijfsvoering op te bouwen. Zo is niet alleen milieuzorg (schoonmaak, kantine, samenwerking met BIGA Groep) onder de aandacht, maar ook zaken zoals de werkomstandigheden van de medewerkers (daglicht, vitaliteit, rookbeleid) of de manier waarop we met energie om gaan (zonnepanelen). Zo verweven wij een duurzaamheidsparagraaf in onze inkoopvoorwaarden zodat wij ook van onze leveranciers mogen verwachten dat zij zich houden aan de balans tussen “people, planet en profit”. Risicomanagement De rollen in de organisatie weerspiegelen onze aandacht voor informatiebeveiliging. Wij maken gebruik van een Functionaris Gegevensbescherming, een CISO, een Security Officer en een Privacy Officer, waardoor we niet alleen de technische informatieveiligheid maar ook de persoonlijke informatieveiligheid willen borgen. Zo hebben we jaarlijks terugkerende audits en beschikken we over een door het DB vastgesteld privacy-beleid en informatieveiligheidsbeleid.
5.7. Wet Open Overheid De Woo die vanaf 1 mei 2022 in werking is getreden heeft tot doel een transparante overheid te bevorderen en de informatiehuishouding van de overheid op orde te brengen. Voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen gelden de volgende verplichtingen uit de Woo die direct in werking treden: 1. Een contactpersoon aan te wijzen om vragen van inwoners te beantwoorden. 2. De bepalingen omtrent openbaarmaking op verzoek: voortaan moeten onder meer ook documenten met persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren in geanonimiseerde vorm betrokken worden. Ook moet een Wob-verzoek elektronisch kunnen worden ingediend. 3. Maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. 4. De inspanningsverplichting om informatie over beleid actief openbaar te maken Bovenstaande vier verplichtingen zijn geïmplementeerd in 2022.
Begroting 2024- v0.3
pag. 36
5.8. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI.
Verbonden partijen GR RDWI
De regionale ICT-Dienst Utrecht (RID)
Doel
De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 1.800 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst.
Deelnemende partijen
Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI
Bestuurder(s)
Algemeen Bestuur: namens de GR RDWI voorzitter W.J. van Dijk.
Financiële bijdrage
Structurele bijdrage 2022 ad € 847.000 en incidentele kosten t.b.v. plusdiensten ca € 80.000
Financieel Resultaat
Resultaat 2022 voor bestemming € 721.000 positief.
Eigen en vreemd vermogen
Deze gegevens komen uit de begroting 2022. Het gerealiseerd resultaat over 2022 is nog niet bekend. EV € 87.000, Bestemmingsreserve € 0, Resultaat € 0; VV 7.772.000 (inclusief vlottende passiva).
Belang
De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 11% in de RID.
Financiële ontwikkeling
De financiële bijdragen voor 2022 zijn gestegen met loon- en prijscompensatie. Daarnaast heeft RID in 2022 diverse projecten uitgevoerd, waaronder het faciliteren van het thuiswerken. Het definitieve RID Resultaat nog niet bekend.
Inhoudelijke ontwikkeling
De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische Informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT architectuur voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse Informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe wordt een proces van strategische informatieplanning opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen. In 2022 is de collectieve aanbesteding voor een nieuw financieel pakket doorgepakt.