PR21.133 De Koop Lokaal Booster
Tekst van het document
Het gaat over samenwerken en uitwisselen tussen mensen en bedrijven die – doordat ze zich gespecialiseerd hebben – zaken efficiënter kunnen doen. Ons eigen eten verbouwen, ons eigen huis bouwen, alle bouwmaterialen zelf maken, de kinderen zelf lesgeven of bijvoorbeeld zelf de onderdelen voor een windmolen maken: we hebben die samenwerking met anderen nodig, zodat we dit niet allemaal zelf hoeven te doen. In de €1.000-challenge zoek je uit wat je met en voor elkaar kunt betekenen. Die les komt er alleen als deelnemers de Challenge
126
€1000 euro is voor de meeste bedrijven een overzichtelijk bedrag. Een mooi bedrag om eens te ervaren wat er mogelijk is. Misschien ontdekt het ene bedrijf dat zo’n lokaal netwerk niets voor haar is, terwijl een ander een wereld aan nieuwe mogelijkheden ontdekt. Niet door te praten, maar door te doen! De €1.000-challenge in Friesland In Friesland is een groep vrijwilligers bezig met het werven van 200 ondernemers om mee te doen aan wat daar ‘De Útdaging’ 8 heet. Als die bedrijven er zijn, volgt een pilot die een jaar gaat duren. Doelstelling is dat het startgeld in dat jaar minstens vier keer rond zal gaan. Dat betekent vier keer onderling besteden en dus vier keer aan elkaar verdienen. Door mee te doen, geven de bedrijven natuurlijk ook een boodschap af aan gemeentes en provincie om ook de uitdaging aan te gaan. Als het met een kleine groep deelnemers en met kleine bedragen al lukt om de onderlinge economie een oppepper te
8
https://www.defryskeeuro.nl
127
geven, wat kan er dan wel niet als gemeentes en de provincie mee gaan doen? Dan krijgen ook die gemeentes en de provincie de kans het geld van haar uitgaven minstens vier keer in Friesland rond te laten gaan. ‘De Útdaging’ wordt georganiseerd door de groep Mienskip, wat het Friese woord is voor ‘gemeenschap’. Aan hen nu de enorme uitdaging om 200 bedrijven te vinden die mee willen gaan doen. Zeist In Zeist wordt aan een vergelijkbaar initiatief gewerkt. De Zeister 9 Knoop – zoals de lokale munt heet – had met het netwerk “Knooppunt Zeist” al ongeveer 30 leden en wil dat aantal nog uitbreiden naar 100 en meer voordat ze met de €1.000-challenge starten. Omdat binnen Knooppunt Zeist ook een aantal op consumenten gerichte zaken als horeca en detailhandel vertegenwoordigd is, en juist die branches door de lockdown geraakt zijn, wordt tegelijkertijd ingezet op een forse groei naar een paar honderd particuliere deelnemers. Zo wordt een netwerk van bedrijven en particulieren opgebouwd, waar de particuliere bestedingen bij de bedrijven onderling weer rond kunnen gaan. Bedrijven krijgen meer binding met particulieren en particulieren weten dat hun koopkracht lokaal blijft. Frankrijk Ook in Frankrijk heeft een groep bedrijven de €1.000-challenge gedaan.
Daar deden groepen van 25 bedrijven de €1.000-challenge, die werd georganiseerd door Aurex, een coöperatie in de regio Auvergne/Rhone-Alpes. In een groep van maar 25 bedrijven is het uiteraard heel moeilijk om nog onderling besteden. Tegelijk is het netwerkelement heel erg sterk. Je denkt echt samen na
9
Laat het geld len lokaal maar rol
dat bedrijven Het zorgt, door Oeds n tte ei pl lokaal inko n al de ort gele en burgers voor j Ni an H eer onderlinge Westerhof en pen, ook voor m or vo t an kr ze Het is een be de d. ei dam in verbondenh ise Fr de n door diverse n va fd concept dat het introducere iek van proe m na gepakt dy op de pa ro ee regio’s in Eu euro, waarm u im st munt func ge e ie al om rdt. De region wo de Friese econ ne em pt se naast de gewo en (LC 26 tioneert steeds leerd kan word or vo t ijf bl r aa kb euro, die beschi ber). re s ons rijp voor ndel met ande De tijd is volgen alle nuttige ha , ep ro fg ie at iti regio’s. dit idee. Een in het zomerre renge lockdown We deden voor ontstaan de st ee id t di t ch n Provinciale tra , aa ar ep ja ces een opro van dit voor g. rin oe tv n ui aa de slag te Staten om ook om te zetten in or nd vo n se en laire euro’s. Vo m cu p cir Deze groe gaan met op n n’ ee to u ke zo n on lâ ‘V ys de de provincie Fr elkaar tijdens e ezen kans jdens dit onlin euro een uitgel se ie Fr 14 en 15 mei. Ti 0 15 n rgroten da ve r te ee ct m pa et zijn om de im evenement m e rs da ve dget t is uit nuit di van het extra bu deelnemers va en, ld ve rk gevolgen van we k de lij getrokken om maatschappe t n pe or tw n on s te dempen.
Da de coronacrisi werden planne lvar name we ro eu en e se m ie za Fr s ur n dugroep mensen ue eeeen geld gaat al voor is t In Friesland o, de Bl ren rond in he noordelijke regi de Koop-Lokaal-Booster lijk meerdere ke ende bezig om Delta. aan te zwengelen. Daarbij worden gemeentes en provincies benadert om een deel van hun geld lokaal te maken. Ook worden bedrijven gevraagd om mee te doen aan de Utdaging waarmee ze zichtbaar maken dat het lokaal maken van euro’s veel voor de lokale economie kan betekenen.
K
https://www.zeisterknoop.nl/
128
129
over inkopen, samenwerking, mogelijkheden en moeilijkheden. Na veel passen en meten – en soms met even een tussenstapje met een bedrijf van buiten – lukte het nog redelijk om het geld te laten rondgaan. Daarbij kwamen de bedrijven drie maanden lang elke week bij elkaar en vormden zo een steeds sterker onderling netwerk. Voor de deelnemers was dat alleen al de moeite waard. Uiteraard gebeurde er meer op de avonden dan het kennis maken. Men probeerde ook samen ervoor te zorgen dat het geld steeds bleef rollen. In deze uitdaging werd het krediet al na drie maanden terugbetaald en stopten de netwerkavonden. Menig bedrijf wilde weer meedoen in een nieuwe groep met andere bedrijven, maar daar kwam de coronapandemie tussen. Zo intensief netwerken gaat niet als je elkaar niet kunt ontmoeten. Of het initiatief weer opgepakt gaat worden is niet bekend.
Samenvatting De pluspunten van het basiskrediet op een rijtje: – Het basiskrediet geeft bedrijven de kans om laagdrempelig ervaring op te doen met lokaal geld. – Het geeft het lokale kleinbedrijf de kans om aan overheid en andere ankerinstellingen te laten zien dat zij bereid is zelf ook lokaal in te kopen en zo de lokale impact van de bestedingen van die ankerinstellingen te versterken. – Door deel te nemen dagen bedrijven de gemeente en overige ankerinstellingen uit om de eigen lokale bestedingen ook meer impact mee te geven. – Door elkaar verkopen te gunnen, halen deelnemers het beste uit de lokale economie naar boven. Want de samenwerking en het elkaar gunnen verbetert niet alleen het inkomen maar ook de onderlinge band. – Ook al zijn de bedragen per basiskrediet niet hoog, alles bij elkaar komt er toch heel wat extra geld in omloop als het pilot-stadium voorbij is. Ga maar na: als 20.000 bedrijven gemiddeld 3.000 euro krediet opnemen, is er al 60 miljoen in omloop. En als dat vier keer rondgaat, valt er heel wat te verdienen. Naast het basiskrediet zijn ook grotere Social-Trade-kredieten mogelijk en zeker ook nodig na de aderlating van het werkkapitaal door de lockdown. Dat is wel een aparte tak van sport, waarbij de risicobeoordeling een grote rol speelt.
Die grotere bedragen worden dan niet langer standaard beschikbaar gemaakt, maar vrijgemaakt op basis van de beoordeling door een professionele partij, bijvoorbeeld een verzekeraar. Zie ook bijlage 3.
130
131
Het netwerk van de Koop-Lokaal-Booster maakt het contracyclische Social-Trade-Krediet mogelijk. Tegelijkertijd kan het basis-Social-Trade-Krediet het Koop-Lokaal-Booster netwerk helpen in de startfase: – Het geeft de gemeente de kans om de belangstelling om lokaal te kopen bij het lokale bedrijfsleven te toetsen. – Bedrijven kunnen met elkaar oefenen hoe het onderling gunnen uitpakt. – Het geeft deelnemende bedrijven de kans de balans te ervaren van de extra lasten die het lokaal kopen met zich meebrengt ten opzichte van de extra handel die het genereert.
“Als MKB Rotterdam Rijnmond ondersteunen we lokaal ondernemerschap, stimuleren vernieuwing van winkelgebieden, digitalisering, innovatie en verdichting van het winkelaanbod. Samenwerking en het elkaar gunnen binnen de Koop-Lokaal-Booster tussen detailhandel, horeca, vastgoed ondernemers, bewoners en gemeente is hier essentieel in en spreekt ons daarom erg aan. Gezamenlijk een visie maken die alle partijen in hun waarde laten en een gebied creëren waar wonen, werken, winkelen en recreëren een natuurlijke habitat vormen.” Pieter van Klaveren Voorzitter MKB-Rotterdam-Rijnmond
132
133
Hoofdstuk 8 meer kansen voor starters
meer inkomsten voor de lokale overheid
meer diensten meer inkomen en werkgelegenheid
meer sociale samenhang
De Koop-LokaalBooster: samenvatting & succesfactoren In dit afsluitende hoofdstuk zetten we de grote lijnen van de Koop-Lokaal-Booster op een rijtje en bekijken we ook een aantal belangrijke factoren die de Koop-Lokaal-Booster tot een succes maken.
elkaar meer gunnen meer onderlinge handel
De doelen van de Koop-Lokaal-Booster
134
meer goedkoop krediet meer omzet voor het lokale bedrijfsleven
minder import van grondstoffen en energie
De Booster in grote lijnen • De extra circulatie, hetzelfde geld vaker lokaal verdienen en uitgeven, zorgt voor extra omzet, extra inkomsten voor het lokale midden- en kleinbedrijf. Hierdoor ontstaat er ook meer werkgelegenheid. • Door elkaar te gunnen en doordat bedrijven vaker samenwerken en meer lokale klanten en leveranciers hebben, wordt de sociale samenhang in de gemeenschap sterker. • De samenwerking in de keten maakt goedkoop krediet mogelijk voor lokale bedrijven, starters en innovatieve bedrijven. • Startende bedrijven krijgen sowieso meer kansen, doordat lokale koopkracht op zoek is naar lokale producten. • En dan krijgt de overheid extra inkomen vanwege de premie bij het omzetten van gewone euro’s naar lokale koopkracht.
135
De methode
1
Aankondiging lokaal kopen
2
Lokale rekeningen aanbieden
3
Basiskrediet en challenge
4
Ankerinstellingen betalen via lokale rekeningen
5
Social-Trade-krediet
6
Capaciteiten benutten
De methode van de Koop-Lokaal-Booster
136
De Koop-Lokaal-Booster combineert de aanpak van Preston (zie hoofdstuk 2) en Wörgl (hoofdstuk 3). • Aankondiging lokaal kopen Een goed begin is de aankondiging door de gemeente en andere ankerinstellingen dat ze het lokaal inkopen en betalen via het lokale netwerk op schaal gaan oppakken. • Lokale rekeningen aanbieden Er wordt een netwerk van lokale rekeningen ingericht met lokale regels, om die koopkracht beter te benutten voordat die weer uit de gemeenschap verdwijnt. • Basiskrediet en challenge Lokale bedrijven wordt de gelegenheid gegeven om ervaring op te doen met lokaal betalen middels een basiskrediet en gaan hierbij liefst ook de uitdaging aan om verdiensten steeds weer snel uit te geven. • Ankerinstellingen betalen via lokale rekeningen Ankerinstellingen geven een zo groot mogelijk deel van de koopkracht lokaal uit en betalen via de lokale rekeningen. Vervolgens wordt dat geld extra vaak gebruikt. Het wordt vaker verdiend en uitgegeven binnen de gemeenschap zelf. • Social-Trade-krediet De aanwezigheid van het lokaal betaal-netwerk biedt de kans om Social-Trade-krediet te organiseren. De koopkracht die door deze kredieten in omloop komt, stimuleert de lokale productie voor lokale consumptie verder. Dit krediet kan rentevrij blijven doordat de ondernemers die dankzij het krediet extra gaan verdienen, de kosten ervan financieren.
Extra voordeel is dat er gedurende de omlooptijd geen geld van buiten nodig is. • Capaciteiten benutten De omzetten via het lokale netwerk lopen door totdat er geen onbenutte capaciteit meer is in de plaats of regio.
137
De middelen Cyclos betaalsoftware heeft alle fintech-innovaties die nodig zijn: • Samenwerkende Lokale rekeningen Lokale rekeningen maken gebruik van een grote administratie. • Lokale wisselkoers mogelijk Daarbij is een lokale wisselkoers mogelijk met kosten voor overboekingen tussen de plaatsen als de handel uit balans zou raken. • Geld lokaal maken kan beloond worden Relatief kleine economieën krijgen zo de kans om een aantal van de voordelen van een lokale wisselkoers binnen te halen, met weinig moeite en nauwelijks nadelen. • Geld alleen digitaal Contant geld opnemen is niet mogelijk, want dat zou de eigenaar de gelegenheid geven geld aan de lokale regels te onttrekken. • Een tijdteller houdt geld een periode binnen de gemeenschap In de software kan een tijdteller ingesteld worden om geld een minimale periode in de plaats te houden. Zo blijft de koopkracht van het geld actief binnen het netwerk van lokale rekeningen. • Een provisie stimuleert gebruik Een provisie op nog niet besteed geld zorgt ervoor dat lokaal geld vaker uitgegeven wordt. Men betaalt namelijk over de dagen dat het verdiende geld nog niet is uitgegeven. We spreken daarom van een vermijdbare provisie. Het geld wordt sneller besteed en daardoor binnen de gemeenschap vaker uitgegeven en verdiend.
• Provisie betaalt beloning geld lokaal maken Omdat het geld altijd bij iemand op de rekening staat, levert de provisie altijd genoeg op om: – de kosten van de organisatie en de lokale rekeningen te dekken – geld dat lokaal wordt gemaakt te belonen – in de meeste gevallen de risico’s van kredieten af te dekken. • Provisie betaalt ook overige kosten • Provisie maakt krediet mogelijk
138
Samenwerkende Lokale rekeningen
Lokale wisselkoers mogelijk
Geld lokaal maken kan beloond worden
@
100% digitaal
Een tijdteller houdt geld een periode binnen de gemeenschap
Een provisie stimuleert gebruik
provisie financiert premie voor wie geld lokaal maakt
+ @%
provisie financiert de dekking van krediet-risico’s
Provisie maakt krediet mogelijk
De middelen van de Koop-Lokaal-Booster
139
Kosten en financiering Zoals hiervoor duidelijk wordt gemaakt, brengt de Booster veel inkomsten op doordat de lokale bedrijven extra omzetten maken. Een deel van dat extra inkomen wordt middels de provisie afgeroomd ten gunste van de gemeenschap. Omdat de organisatorische kosten dankzij de verregaande automatisering heel laag zijn, blijft het grootste deel van de opbrengst van de provisie over voor de gemeenschap. Deze inkomsten komen er zodra stevige bedragen door het netwerk vloeien. Voor de beginperiode is er dus een voor-investering nodig om de organisatorische kosten te betalen en de premie te betalen aan degenen die euro’s naar een lokale euro-rekening overmaken. Hoeveel geld er in die periode nodig is, valt moeilijk te zeggen. Reken erop dat het eerste jaar zo’n 10% van wat er aan geld naar het lokale betaalnetwerk wordt overgemaakt of als krediet in omloop wordt gebracht nodig is, met een minimumbedrag van een ton of vier. Als een overheid bijvoorbeeld 20 miljoen lokaal via het netwerk besteedt, dan komt dat neer op 2 miljoen. De provisie brengt bij 1/30 procent per dag op jaarbasis ongeveer 12% op. Dat is ruim voldoende om de organisatiekosten en de premie te betalen en dan blijft er nog geld over voor de aflossing van de begin-investering. Als de financiering van die eerste periode is terugbetaald, komt meer geld ter beschikking voor gemeenschapsinvesteringen.
In bijlage 1, De financiën van de KoopLokaal-Booster, worden kosten en inkomsten verder uitgewerkt.
Betrouwbare betaalsoftware STRO’s Cyclos kan heel goed betaalrekeningen leveren, ook bij 1 intensief gebruik. Cyclos wordt al jaren wereldwijd veel gebruikt
1
www.cyclos.org/features/full-list/
140
om mobiel betalen mogelijk te maken voor miljoenen gebruikers. In de meeste gevallen gaat het dan om gewone digitale rekeningen, aangeboden door banken of telecombedrijven in Afrika en Azië. Maar ook bij het speciale gebruik, zoals bij Circulair Geld Nederland en bij het Italiaanse Sardex, werkt de software naar volle tevredenheid. Alle innovatieve elementen in de software zijn succesvol en uitgebreid getest. Tientallen centrale banken hebben vergunningen gegeven om Cyclos te gebruiken en zij hebben vastgesteld dat de software veilig te gebruiken is door banken.
Voor welke regio’s? Door de COVID-19-crisis is de Koop-Lokaal-Booster ook voor welvarender gemeenschappen van belang geworden. Zeker als de klap voor de wereldeconomie harder aan gaat komen dan tot nu toe wordt aangenomen. De Booster kan dan veel van de ellende van een eventuele economische stagnatie of zelfs economische depressie voorkomen. Regio’s, steden en wijken die het al minder goed deden, zouden op termijn best wel eens de grootste klappen kunnen krijgen. Hoe langer daar gewacht wordt om op effectieve wijze lokale bedrijven te ondersteunen, hoe minder er zullen overleven. Dat zou in meerdere opzichten een ramp zijn! Niet alleen omdat je je lokale winkel, reparateur of kroeg niet zo snel meer terugkrijgt, maar ook omdat het ecosysteem van bedrijven flink verzwakt zou worden. Als er meer bedrijven omvallen, zullen er dus ook meer banen verdwijnen en zo wordt de handelsbalans met de rest van het land steeds schever. Dat leidt dan weer tot nog minder inkomsten in zo’n gemeenschap en weer minder perspectief voor jongeren op een lokale baan. De Koop-Lokaal-Booster organiseert samenwerking tussen regionale bedrijven. Dat helpt om zo’n neerwaartse spiraal te doorbreken en de lokale economie te versterken.
141
Wat is nodig voor succes? Voor de Booster is het cruciaal dat naast de gemeente ook andere ankerinstellingen de tool echt serieus gaan gebruiken, zodat er veel koopkracht door het netwerk vloeit. En dat zij daar ook ruchtbaarheid aan geven! Ook het kredietprogramma draagt bij aan de hoeveelheid geld die lokaal gaat circuleren. Hoe steviger het netwerk, des te vaker kan het geld aan/verkopen mogelijk maken. Hieronder vijf zaken die de Koop-Lokaal-Booster tot een succes kunnen maken. Ik licht ze graag één voor één toe. 1. Het aantal bedrijven dat meedoet en de diversiteit van hun aanbod Lokale koopkracht kan alleen versterkt worden als er voldoende bedrijven meedoen. Of een bedrijf daadwerkelijk een lokale rekening opent, hangt van veel zaken af. Bedrijven worden geleid door mensen en het is bekend dat vernieuwing gedragen wordt door 2 zo’n 20% van de mensen : de voorlopers. Het is daarom cruciaal dat die groep inzicht heeft in wat er mogelijk kan worden nog voordat er iets is, en daar haar schouders onder zet. Zo’n netwerk heeft een diversiteit nodig van het aanbod. Daarom doen organisatoren hun best om een breed scala aan deelnemers te vinden. Het is uiteraard geen ramp als er een hoop bedrijven in zitten die hetzelfde doen, maar dat mag niet ten koste gaan van een breed aanbod. Ik herinner me dat in het netwerk in Porto Ale-
2
Dit is een gemiddelde. Bij de energietransitie is het aantal doeners volgens onderzoek van Motivation maar liefst 53%: https://www.motivaction.nl/kennisplatform/nieuwsen-persberichten/hoe-gaan-nederlanders-om-met-de-energietransitie; The Diffusion of Innovations (1969) van Everett Rogers noemt een percentage dat duidelijk onder de 20% ligt.
142
gre er op een dag 1400 drogisterijen zich collectief aanmeldden. Daardoor werd wel een gezamenlijk inkoop-programma mogelijk, maar de drogisten ieder voor zich maakten niet heel veel omzet binnen het toenmalige Compras-netwerk. Uiteindelijk stellen veel bedrijven twee vragen: ‘hoeveel gaat het kosten?’ en ‘wat levert het op?.’ – Hoeveel gaat het kosten? De organisator van het lokale betaalnetwerk zal de keuze moeten maken of er kosten gevraagd zullen worden voor aanmelding en lidmaatschap. Gratis kan de indruk geven dat het netwerk niks waard is en die optie is daarom eigenlijk alleen aan te bevelen als de partners achter het initiatief veel vertrouwen inboezemen. Het is ook een optie om er wel geld voor te vragen, maar dat geld vervolgens terug te geven als startbedrag op de lokale rekening. Het inschrijfgeld kan ook gebruikt worden om risico’s af te dekken en zo het basiskrediet iets groter te maken. Voordeel daarvan is dat er al snel redelijk wat geld kan rondgaan in het lokale betaalnetwerk. In geval van kosteloze deelname hebben de organisatoren er volop vertrouwen in dat de provisie over verdiensten in het lokale betaalnetwerk voldoende gaat opbrengen. Dat kan een inspirerende boodschap zijn, als duidelijk is dat die opbrengst alleen ontstaat op het moment dat deelnemers ook echt meer gaan verdienen.
Want als er weinig geld omgaat en deelnemers weinig verdienen, hoeft er daardoor ook weinig provisie betaald te worden en komt het geïnvesteerde geld niet terug. Houd er rekening mee dat de tijd die een bedrijf kwijt is om zich in te schrijven en om de rekening in de administratie in te voegen ook echt als kosten gezien wordt.
143
– Wat levert het op? Wanneer een bedrijf geld verdient binnen het lokale netwerk van de Koop-Lokaal-Booster, kan dat geld alleen uitgeven worden bij andere bedrijven in datzelfde netwerk. Maar lokale bedrijven verdienen natuurlijk liever euro’s, omdat ze die overal kunnen uitgeven. De beperking tot lokale aankopen is een reëel nadeel, al verdwijnt dat nadeel als de omlooptijdteller op nul staat. Als die op een jaar ingesteld is, dan is de resterende omlooptijd van het geld op alle rekeningen samen gemiddeld een half jaar. Tegenover dat nadeel staat dat geld dat circuleert binnen de Koop-Lokaal-Booster resulteert in extra verkopen, omdat zonder het lokale netwerk het geld de gemeenschap snel verlaat. Daardoor worden de euro’s veel minder vaak besteed en verdiend. Het kost enige tijd voordat bedrijven zullen gaan ervaren dat tegenover het ongemak van beperkte bestedingsmogelijkheden het voordeel van extra omzet staat. Daarbij kunnen ze meer van hun capaciteit te gelde maken en dus meer gaan verdienen! 2. Hoeveel euro’s via het netwerk van lokale rekeningen worden besteed De Koop-Lokaal-Booster kan alleen de lokale economie helpen als er voldoende geld het netwerk instroomt. In het begin zijn daarbij de ankerinstellingen cruciaal.
Gaan zij kiezen voor een gezonde lange-termijnontwikkeling van de gemeenschap? Hier dreigt een kip-of-ei-kwestie, want ankers zullen de neiging hebben geld pas lokaal te maken nádat al veel bedrijven meedoen. Gelukkig zijn er manieren om dat kip-of-ei-probleem op te lossen. We bekijken drie verschillende bronnen van lokale koopkracht en wat die kunnen doen. Maar pas op: lokaal geld werkt vooral als deelnemende bedrijven nog capaciteit over hebben en/of er veel ondernemende mensen zijn die nog met een bedrijf willen beginnen.
144
– De gemeente en andere ankerinstellingen kopen via de lokale rekeningen Voor overheid en ankerinstellingen is het een politieke keuze om lokaal in te kopen. Ook dus om dat te doen via de Koop-Lokaal-Booster. Een aantal jaren terug was STRO betrokken bij een project onder de rook van Barcelona. De aankondiging van de gemeente Santa Coloma dat ze een (klein) deel van haar uitgaven in lokaal geld zouden doen, maakte dat bijna 100 bedrijven zich aanmeldden. Dat aantal liep snel op naar 300, nadat de gemeente 3 de eerste honderdduizend lokale euro’s aan subsidies weggaf. Als de gemeente groter is en serieus werk maakt van lokaal inkopen met betalingen via de lokale rekeningen, zullen heel veel meer bedrijven meedoen. Omdat de hoeveelheid geld die via het lokale betaalnetwerk besteed wordt bepalend is voor het succes, is vanaf het eerste begin de betrokkenheid van ankerinstellingen heel belangrijk. Dus is het belangrijk het voldoende aandacht te geven om zoveel mogelijk ankerinstellingen bij het project te betrekken. Alleen al de aankondiging van grote lokale organisaties dat ook zij een deel van hun budget via het lokale betaalnetwerk gaan besteden, zal veel potentiële leveranciers motiveren om zich bij dit netwerk aan te sluiten.
Bovendien zal een deel van de bedrijven die dan daadwerkelijk op een lokale rekening betaald krijgen, zijn eigen leveranciers vragen om ook toe te treden tot het netwerk. Dit zal het netwerk verder versterken, waardoor het lokale geld steeds makkelijker zal gaan circuleren. – Consumenten maken hun geld lokaal en steunen goede doelen met de premie Ook consumenten kunnen hun koopkracht lokaal maken door zelf een lokale rekening te openen en daar een deel van hun geld
3
www.gramamoneda.cat
145
naar over te maken. Ook dat geld gaat genoeg opleveren om een beloning van 7,5% mogelijk te maken. Er kan voor gekozen worden om hen zelf 7,5% premie te geven, maar vanuit de ervaring, o.a. in Chiemgauer, weten we dat het gezamenlijk steunen van een goed doel meer mensen over de streep trekt.
3. Hoe vaak de koopkracht lokaal wordt verdiend en ook weer besteed Hoe vaak het lokale geld in de gemeenschap gebruikt wordt, is van veel factoren afhankelijk. Cruciaal is het aantal bedrijven dat een lokale rekening heeft geopend en lokale betalingen accepteert. In het extreme voorbeeld dat slechts één bedrijf een lokale rekening heeft, kan dat ene bedrijf zijn lokale inkomsten nergens besteden. Dan moet dat bedrijf een jaar wachten totdat het met zijn lokale euro’s gewone euro’s kan kopen. Een ander uiterste is dat alle bedrijven in de regio lokaal geld accepteren en dat die regio heel groot is. Doordat deelnemende bedrijven meestal maar een deel van hun inkomsten in lokaal geld verdienen, is het dan zeker dat het verdiende geld direct weer besteed kan worden.
Voor lokale clubs of sociale projecten biedt dit een aantrekkelijke mogelijkheid om extra inkomsten te verwerven. Ze roepen dan hun achterban op om lokale rekeningen te openen waarvan de premies naar dat doel gaan. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 4 Chiemchauer (Beieren) waar zo zelfs een sportaccommodatie voor een school werd gefinancierd. – Geld dat als krediet ontstaat Last but not least: krediet. Het basiskrediet (zie hoofdstuk 7) en het Social Trade Krediet (zie bijlage 2) kunnen veel geld in lokale omloop brengen. Bovendien zal de mogelijkheid om krediet te krijgen voor bedrijven ook mede een reden zijn om een lokale rekening te openen.
In Wörgl circuleerde het geld de eerste dag al meerdere malen. Dat wijst op een breed gedragen motivatie om met een gezamenlijke inspanning de depressie te bestrijden, al speelde ook een rol dat veel bedrijven lokale belastingschulden hadden die ze konden voldoen met de extra inkomsten uit de verkoop. Je zou zeggen dat economische gevolgen van de huidige coronacrisis en de noodzaak vanuit milieuoogpunt om de transitie te versnellen, ook ons zo zouden moeten kunnen motiveren.
De koopkracht in het Sardex-netwerk ontstaat zelfs bijna helemaal door kredieten. Maar zoals we zagen in hoofdstuk 7 waren bij Sardex de economische omstandigheden slecht na de 2008-crisis en dus heel gunstig voor een netwerk van handel met onderling krediet. De omstandigheden in Nederland zijn vooralsnog voor veel bedrijven gunstiger. Dus zullen de gemeentelijke bestedingen naast de (basis)kredieten voldoende geld in lokale circulatie moeten brengen. En zodra die basis er is worden de grotere kredieten mogelijk, welke juist nodig zijn geworden doordat de lockdown bepaalde bedrijven veel geld heeft gekost.
4
www.chiemgauer.info
146
Een medewerker van de Universiteit van Bahia (Brazilië) onderzocht de pilot waar de Koop-Lokaal-Booster voor het eerst getest 5 6 werd. Die pilot vond plaats in een favela in de stad Fortaleza. De onderzoeker ontdekte dat het lokale geld meer dan drie keer in de wijk gebruikt werd voordat het uit de omloop verdween. Dat was opmerkelijk vaker dan het Braziliaanse geld, de real.
5 6
https://base.socioeco.org/docs/jeova_silva_junior.pdf www.idrc.ca/en/project/mobile-money-and-local-development
147
8
Bij Sardex zien we dat de omloop nog veel meer versterkt wordt. Als je daar het totaal aantal verkopen deelt door het bedrag dat door krediet in omloop is gebracht, kun je zien dat het geld tussen het verlenen van het krediet en het terugbetalen ervan wel zes keer is gebruikt. Een paar jaar terug schatten onderzoekers dat in Bristol geld dat was omgezet naar lokale Bristol Pounds na drie keer besteed te zijn nog voor 85% lokaal circuleerde, terwijl geld dat niet meedeed in het lokale betaalnetwerk ongeveer voor de helft nog lokaal actief 7 was. Daarbij moet wel worden aangetekend dat ook uitgaven die sowieso al lokaal gedaan werden, zullen zijn meegeteld. Daardoor zal de werkelijke impact van de Koop-Lokaal-Booster in Bristol in eerste instantie kleiner zijn dan wat deze cijfers laten zien.
In Utrecht merken we dat er best veel ondernemers zijn die begrijpen hoe belangrijk het is om elkaar omzet te gunnen en van elkaar gegund te krijgen. Zulk gemeenschapsgevoel is geen statisch gegeven: het kan groeien of afnemen. Gemeenschapsgevoel heeft aandacht en symbolen nodig. Ik moet daarbij denken aan de vlaggen en volksliederen van jonge staten of hoe in de middeleeuwen een dorpsgemeenschap samen eendrachtig een kerk bouwde. Daar werd uiteindelijk ook een mooi klokkenspel in gehangen, waardoor je ook op afstand kon horen hoe laat het was. Bovendien de windvaan niet te vergeten, die van verre kon worden gezien. Zo’n project werd mogelijk dankzij het gemeenschapsgevoel, de saam9 horigheid, maar het droeg daar ook sterk aan bij. Gemeenschapsgevoel is iets van alle tijden. Ga maar eens naar een voetbalwedstrijd, of denk aan hoeveel werk vrijwilligers verzetten. Trump bespeelde het gemeenschapsgevoel bijvoorbeeld op nationaal niveau met zijn ‘Make America great again’ … Gemeenschapsgevoel is natuurlijk niet per se geografisch bepaald. Je kunt je ook verbonden voelen met mensen die onder dezelfde omstandigheden leven, eenzelfde beroep hebben of 10 dezelfde ideologie of religie aanhangen, enzovoort.
Als er meer en meer lokaal geld verdiend wordt, zullen deelnemers ook aankopen lokaal moeten gaan doen die ze voorheen elders deden. Dan groeit de impact van de Koop-Lokaal-Booster dus vanzelf en helpt de vermijdbare provisie om het geld, de koopkracht, veel vaker lokaal te doen gebruiken. 4. Het gemeenschapsgevoel bij lokale ondernemers Het is natuurlijk geen toeval dat op Sardinië een van de beste voorbeelden te vinden is van een succesvol lokaal betaalnetwerk. Het startte allemaal op het moment dat de economie slecht uit de kredietcrisis van 2008 was gekomen. Belangrijk daarbij is dat Sardinië een eiland is waar een sterk gemeenschapsgevoel leeft. Zo’n hecht gemeenschapsgevoel helpt natuurlijk enorm als een lokaal betaalnetwerk de optie biedt om er samen tegenaan te gaan; niet langer afhankelijk te zijn van de luimen van de globale economie of van de steun van de regering in Rome.
Ik denk dat mensen die een duurzamer samenleving willen opbouwen nu veelal nog geen groep zijn, maar wel zo’n groep kunnen worden. Mensen die verantwoordelijkheid willen nemen voor de toekomst en die ook kleine bedrijven mooie kansen willen bieden. Die groep heeft dan wel een focuspunt nodig. Voor mensen die erg bezig zijn met de klimaatcrisis is dat nu al de energiecoöperatie.
8 9 7
Locality (2018): Powerful Communities, Strong Economies
148
www.utrechtse-euro.nl Wagemans: Kerken, kerktorens en kerkplaatsen in het Rijk van Dommel en Aa; www.kerkenindepeel.nl/90/vorming-regionale-identiteit 10 www.researchgate.net/publication/291185841_Types_of_Community
149
Mogelijk kan het lokale geld daarbij een focus bieden, speciaal omdat de aanwending van de opbrengst van de provisie ingezet kan worden om de transitie een robuuste economische basis te geven. In die rol kan lokaal geld een belangrijke bijdrage leveren aan versterking en verbreding van een op transitie gerichte beweging. 5. En niet te vergeten: Het bewustzijn van het belang van lokaal besteden Het Wonder van Wörgl was grotendeels te danken aan het feit dat iedereen een uiterste inspanning wilde doen om met de aanpak van de burgemeester de gevolgen van de crisis te lijf te gaan. Ook bij het bedrijfsleven was die inzet volop te zien. Daar kunnen we van leren bij de organisatie van de Booster. Ideaal gesproken zou dat moeten gebeuren op basis van een brede betrokkenheid. Die komt er alleen als alle deelnemers de voordelen goed in beeld hebben en ook de lokale mkb-bedrijven begrijpen dat er meer kan worden verdiend als het geld in de lokale economie vaker rondgaat. Dat is stap één.
Als dat geen aandacht krijgt zullen heel veel lokale kansen onbenut blijven. Misschien moet daarom die marketing zelfs nog een stap verder gaan: door er ook expliciet op te wijzen dat te weinig aandacht voor de lokale economie het risico in zich draagt dat die lokale gemeenschap uiteindelijk amper iets te bieden heeft in de handel met anderen. Als deelnemers zich daarvan bewust zijn dan kijken ze anders naar het heffen van provisie en het tijdelijk beperken van de besteedbaarheid tot ‘slechts’ de andere deelnemers. Dit is in de praktijk te ervaren dankzij het basiskrediet, of de 1000-euro-Uitdaging. Dat geeft deelnemers de kans om dit op een veilige manier te ontdekken en te ervaren.
Daarna komt een moeilijke stap: de bedrijven moeten ook in de gaten krijgen dat er extra inkomsten ontstaan doordat het geld niet elders besteed kan worden. Daarmee worden de nadelen van lokaal te moeten besteden en het betalen van provisie gecompenseerd. Beide aspecten blijken dan geen nadeel, maar een voordeel te zijn. Dat is duidelijk geen doorsneeverhaal en een lokaal betaalnetwerk heeft daarom een heel goede marketing nodig. Die moet niet alleen de voordelen zichtbaar maken, maar ook laten zien hoe de spelregels van het huidige geld een globale economie creëren met flinke nadelen, waarbij veel kosten onzichtbaar blijven. Doorgaans wordt vergeten dat er ook lokaal gerichte koopkracht nodig is.
150
151
Beste lezer(es) Het nawoord treft u aan op blz. 205, hier alvast de verkorte versie:
−
−
− −
Over dit boek Een deel van de oplage van dit boek is verspreid als doorgeefboek. Een geselecteerde groep krijgt het boek gratis, met het stellige verzoek om het boek na lezing door te geven of dit nu al te doen als u niet van plan bent dit boek te gaan lezen. Zo betrekt u andere mensen bij de doorbraak naar circulair geld. Het boek, en dus ook een extra exemplaar, kost € 19,50. Mocht u meerdere boeken in uw omgeving willen verspreiden, kijk dan op de website voor de mogelijkheden: www.socialtrade.nl/webshop E-books om te verspreiden kunt u ook bestellen via onze webshop. Heeft u dit boek gratis ontvangen en wilt u het houden, dan een vriendelijk verzoek om een donatie, zodat we een nieuw exemplaar in omloop kunnen brengen. Maak uw donatie over naar NL97 TRIO 0784 9116 22, t.n.v. Stichting STRO o.v.v. “donatie nav boek”.
Doneer om in Nederland een showcase van de Koop-Lokaal-Booster te realiseren − Uw financiële bijdrage helpt om ook in Nederland een voorbeeld van de Koop-Lokaal-Booster te kunnen realiseren. Maak een donatie over naar stichting STRO, rekeningnummer NL97 TRIO 0784 9116 22. Online doneren kan ook, via www.socialtrade.nl/steun-stro We zijn een ANBI-stichting. Daardoor is uw gift aftrekbaar van de belasting.
Doe mee met Circulair Geld − U kunt daarnaast ook nu al lid worden van Circulair Geld Nederland via www.circuitnederland.nl. Zo bouwt u mee om de kritische massa op te bouwen die nodig is voor een doorbraak naar circulair geld. Haal anderen en vooral bedrijven die u kent over dat ook te doen.
152
153
Bijlage 1
De financiën van de Koop-Lokaal-Booster Inleiding Laten we met het goede nieuws beginnen: als de Koop-LokaalBooster eenmaal draait, helpt dat bedrijven om extra omzet te maken. De provisie over verdiensten in het lokale netwerk hevelt een klein deel van de daarmee verdiende extra inkomsten over naar de gemeenschap. De inkomsten van de provisie dekken uiteraard alle kosten. Daarnaast blijft er nog heel wat geld over dat de gemeenschap slim kan investeren in de gezamenlijke toekomst. Maar dan gelijk toch ook maar het slechte nieuws: er moet eerst een stevig lokaal netwerk zijn om die extra omzet te halen. En om zover te komen, zijn er investeringen nodig. De werving gaat veel makkelijker als de gemeente als grootste ankerinstelling aankondigt dat ze zoveel mogelijk haar bestedingen via het lokale netwerk zal gaan doen. Veel bedrijven willen aan de koopkracht van de ankerinstellingen verdienen en zullen dus een lokale rekening openen. In dat geval hoeft er dus veel minder geïnvesteerd te worden in de opstartfase dan in een situatie waar de ankerinstellingen eerst de kat uit de boom willen kijken. Zoals we zagen is er nog een manier om zo’n netwerk snel schwung mee te geven: door deelnemers een basiskrediet te geven. Om daarbij het vertrouwen in het lokale geld te krijgen is een tweedelijnsgarantie van de gemeente of een verzekeraar heel welkom. Dat
154
155
is eigenlijk een papieren garantie, omdat vanuit de provisie 7,5% opbrengst komt om potentiële wanbetalingen op te vangen. Dat zal meer dan genoeg zijn en dus kost het de gemeente in wezen niks om zo’n garantie af te geven en zo het vertrouwen in de munt te steunen. Terug dan naar het goede nieuws: Bij een door ankerinstellingen gebruikt netwerk komt er al snel na het eerste jaar genoeg geld binnen om een start te maken met het terugbetalen van de investeringen. Na een jaar of drie, als de investeringen terugbetaald en beloond zijn, gaat dan geld vrijkomen dat beschikbaar komt voor de gemeenschap. In deze bijlage lichten we de uitgaven en inkomsten toe en sluiten we af met een voorbeeldbegroting voor de Koop-Lokaal-Booster.
Uitgaven Dit zijn de uitgaven voor het opzetten en laten draaien van de Koop-Lokaal-Booster: 1 Opstartkosten 2 Operationele kosten 3 Premies om het binnenbrengen van koopkracht te belonen 4 Kosten van de risicodekking van kredieten
156
1) Opstartkosten (jaar 0: € 80.000 tot € 300.000)
– – – –
Uiteraard is er geld en menskracht nodig voor de voorbereiding en het starten van de Booster. Denk hierbij onder andere aan: het opzetten van de lokale inkoop door de ankerinstellingen, het werven van bedrijven, het opzetten van de IT-infrastructuur, het installeren van een uitvoeringsorganisatie, eventueel door een bankpartner of anders door een op te richten coöperatie, waarbij de uitvoering al dan niet wordt uitbesteed. De hoeveelheid werk en de kans op succes zijn daarbij uiteraard naast de betrokkenheid van de ankers, ook in sterke mate afhankelijk van de algemene conjunctuur en de specifieke situatie in regio, stad of wijk, het gemeenschapsgevoel, etc.
2) Organisatiekosten (jaar 1: € 100.000 - € 300.000) Doordat het netwerk 100% digitaal is, zijn de organisatiekosten beperkt. Toch is er altijd wel werk dat budget vergt: administratie, de helpdesk, onderhoud, updates van het betaalplatform, etc. Ook de IT’ers zullen altijd druk blijven met zaken zoals het bouwen van links tussen de API van de Cyclos software en de administratieve programma’s van de deelnemers. De kosten voor communicatie en marketing zijn in het begin natuurlijk het hoogst en die blijven doorlopen, omdat de opzet van het lokale geld zo helemaal anders is dan wat overheid, bedrijven en burgers gewend zijn. Overigens nemen deze kosten maar weinig toe als het aantal deelnemers groeit.
157
3) Premies om het binnenbrengen van koopkracht te belonen ( voorfinanciering 7,5% van het in omloop gebrachte geld) Het grootste deel van de kosten bestaat uit de beloning van de deelnemers die koopkracht het netwerk binnenbrengen. Vergelijk het met een loyalty-premie voor het lokaal maken van euro’s. Ideaal gesproken is die beloning zo’n 7,5% van het binnengebrachte bedrag, zodat er een behoorlijke stimulans is om zoveel mogelijk geld lokaal te maken. Het moet interessant genoeg zijn om geld, dus koopkracht, over te boeken van een reguliere naar een lokale rekening. Daarbovenop komt dan de ideële beloning: dat je daarmee lokale bedrijven extra kansen geeft. Alle deelnemers hebben baat bij het belonen van euro’s die lokaal worden gemaakt. Die koopkracht gaat immers vaak in het netwerk circuleren en dat geeft deelnemende bedrijven de kans extra te verdienen. Gezien dit gezamenlijk belang is een provisie berekend over de verdiensten dus een goede manier om het geld voor de premie bijeen te brengen. In de praktijk komt die premie dus terecht bij de overheden, ankers, bedrijven en ook burgers die hun euro’s lokaal hebben gemaakt. Zij worden daarmee gecompenseerd voor het feit dat zij daarmee alleen lokaal kunnen kopen.
Deze bedrijven kunnen dan kiezen die beloning helemaal voor zichzelf te houden of ervoor kiezen (een deel van) de beloning door te geven aan hun eigen leveranciers om hen zo over te halen een betaling met lokaal geld te accepteren. Als je denkt zoals een bank dat doet, kan de premie niet eerder worden weggegeven dan dat ze – via de provisie – verdiend is.
158
De tijd tussen het weggeven van de premie en het terugverdienen ervan moet dan overbrugd worden met investeringsgeld. Die investering is overigens zonder risico bij een voldoende lange omlooptijd en een voldoende opbrengst van de provisie. Dan wordt de investering met een mathematische zekerheid terugverdiend doordat het ingebrachte geld provisie gaat verdienen, doordat die opbrengst er is voordat de omlooptijd van het lokale geld verstreken is en het te koop kan worden aangeboden voor euro’s. In werkelijkheid zijn er dus helemaal geen euro’s nodig, want tegen de tijd dat het lokale geld opgekocht wordt met euro’s – als de omlooptijd nul is geworden – is er voldoende provisie binnengekomen om de premie te betalen. Premie voor de overheid In het begin zal de lokale overheid niet veel betaald krijgen in lokaal geld en dus zal ze zelf veel gewone euro’s omzetten in lokale euro’s om haar steentje bij te dragen aan het lokaal kopen. Daarbij komt dus ook een premie van 7,5% beschikbaar. Het is aan te bevelen om in het eerste jaar het grootste deel daarvan door te geven aan de leveranciers. Daarmee worden ze dan gecompenseerd voor betaling in lokaal geld en voor de moeite die zij moeten gaan doen om een lokale leverancier te vinden die het door hen verdiende lokale geld wil accepteren.
Uiteraard kunnen ze er daarbij voor kiezen om op hun beurt (een deel van) de premie door te geven aan hun eigen leverancier. Dat vergemakkelijkt hun zoektocht én het helpt zeker ook om het netwerk uit te bouwen. Op een gegeven moment is het netwerk zover gegroeid dat het voor leveranciers van de overheid niet moeilijk meer is om het deel van hun verdiensten dat in lokaal geld betaald wordt, zelf ook weer lokaal uit te geven. Vanaf dat moment kunnen de ankerinstellingen de premie gaan gebruiken voor hun eigen doeleinden. Dat doel kan het vergroten van het budget zijn, maar ook bijvoorbeeld het stimuleren van energiebesparing en duurzame
159
opwekking. Of het financieren van innovatie en het ondersteunen van startende bedrijven. Die laatste twee bestedingen hebben daarbij het voordeel dat ze de lokale economie weer meer veerkracht geven en de lokale circulatie verder versterken. Extra mogelijkheden creëren voor starters en voor innovatie In een omgeving waar de economie ondermaats presteert, zijn startups – en zeker innovatieve startups – hard nodig om het tij te keren. Nieuwe bedrijven, of nieuwe activiteiten van bestaande bedrijven, nieuwe producten en het versterken van de lokale specialisatie vormen een springplank naar een veerkrachtiger en duurzamer economie. Als de gemeente de premie gebruikt voor het stimuleren van innovatie en voor het steunen van nieuwe bedrijven, heeft dat na verloop van tijd extra lokaal aanbod binnen het netwerk tot gevolg. Daardoor kan het geld nog weer beter en vaker circuleren en dus ook sterker bijdragen aan het lokale inkomen. Premie voor ankerinstellingen en consumenten De premie kan ankerinstellingen over de streep trekken om hun best te doen ook zoveel mogelijk lokaal in te kopen via het lokale betaalnetwerk. Hetzelfde geldt voor consumenten, al zullen de consumenten die als eerste mee gaan doen, niet zozeer gemotiveerd worden door een beloning voor henzelf , maar meer als het geld van de premie(s) gebruikt wordt om een gezamenlijk doel te steunen.
160
4) Kosten van de risicodekking van kredieten Basiskrediet De kosten van de risicodekking kunnen geheel betaald worden vanuit de 1/30% extra provisie-inkomsten die de nieuwe koopkracht van de kredieten dagelijks gaat opleveren. Een tweedelijnsgarantie is echter heel welkom, vanwege het vertrouwen in de dekking van het lokale ruilmiddel die dat oplevert. Grotere handelskredieten Omdat bij grotere kredieten de impact die ontstaat als een grote lening niet terugbetaald kan worden groot is, is het noodzakelijk om voor deze kredietportefeuille wél een herverzekering af te sluiten en op die manier de risico’s voor het netwerk terug te brengen tot nul. De verzekeringskosten komen dan uit de 7,5% provisie-opbrengst en waar nodig kunnen die aangevuld worden met een bijdrage van de eerste leverancier. Hierover meer in bijlage 3. • Inkomsten De belangrijkste en vaak enige inkomstenbron is de provisie over de verdiensten in het netwerk. Die provisie is sowieso al noodzakelijk om deelnemers te stimuleren het door hen verdiende geld zo snel mogelijk weer besteden. Een bedrijf dat haar geld onmiddellijk besteedt, betaalt dan maar heel weinig. Dan is er echter wel weer een ander bedrijf dat het geld verdiend heeft en worden die verdiensten daar belast. Er is dus altijd iemand die provisie betaalt.
Dat stelt de inkomsten zeker en die inkomsten staan al vast op de dag dat die euro’s lokaal worden gemaakt.
161
Het Koop-lokaalnetwerk behaalt ruim voldoende inkomsten zodra: – er voldoende lokaal geld in omloop wordt gebracht, – de omlooptijd minimaal een jaar is, – de provisie 1/30% per dag is. Samen levert dat jaarlijks 12% inkomsten op over het geld dat lokaal wordt gemaakt. In de beginfase is het minder aantrekkelijk voor bedrijven om mee te doen omdat er dan nog weinig bedrijven zijn waar het lokale geld besteed kan worden. Daarom wil je dat in die periode de omlooptijd korter is dan een jaar en de provisie minder is dan 1/30%. Als daarvoor gekozen wordt, zijn de inkomsten in het eerste jaar onvoldoende om de kosten te dekken en moet er meer investeringsgeld bij. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, want zodra de omlooptijd lang genoeg is en de provisie hoog genoeg, komen er voldoende inkomsten om die investeringen terug te betalen. • Investeringen en opbrengsten We zagen dat er kosten worden gemaakt nog voordat er opbrengst is vanuit de provisie. Daar is dus investeringsgeld voor nodig. Als het netwerk snel genoeg groeit, kan de Booster al na een jaar genoeg inkomsten opbrengen om zelfvoorzienend te worden. Daarna duurt het meestal nog een jaar of twee voordat de initiële investeringen terugbetaald zijn. Dat is een overzichtelijke termijn, al met al.
Na de terugbetaling en beloning van de investeerder die de beginkosten heeft gedragen, resteert er voor het netwerk vervolgens meer geld om constructief te kunnen blijven investeren in de gemeenschap.
162
Welk soort investeerder stapt er nou in iets totaal nieuws? Dat zijn vaak zogenaamde durf-investeerders. Omdat zij ervan uitgaan dat de meeste nieuwe producten mislukken, willen ze de kans hebben om 10, 20, of nog veel keer meer, het geïnvesteerde bedrag terug te verdienen. Of een gemeenschap nu op zo’n deal zit te wachten? Gelukkig kan ook de gemeente de investeerder zijn en bestaan er steeds meer sociale investeerders die vanwege het belang voor de gemeenschap genoegen nemen met een beperkte winst. Ook kan de gemeente zelf de begin-investeringen doen en dan later de winsten krijgen. Het eerdergenoemde betaalnetwerk Sardex is onlangs zelfs door de regering van Italië opgekocht. Daarbij zijn durfinvesteerders, waar ze bij de start wel afhankelijk van waren, uitgekocht. De regering investeert nu in Sardex om zo een snellere groei mogelijk te maken, waarbij het netwerk nog meer bedrijven kan bedienen, ook op het vasteland van Italië, en ingezet kan worden om de effecten van de lockdown beter te bestrijden. • Begroting De tabel op de volgende pagina vat de uitgaven en inkomsten van een Koop-Lokaal-Booster-project samen. Uiteraard zullen de be dragen per project anders zijn, afhankelijk van de lokale omstandigheden, evenals de (half-) jaarlijkse beslismomenten in het project.
163
Inkomsten en uitgaven Koop-Lokaal-Booster (Bedragen in miljoenen euro’s) 1e half jaar
2e half jaar
jaar 2
Jaar 3
Totaal
Volume euro’s omgewisseld naar lokaal geld (1)*
2,0
10,0
20,0
40,0
72,0
Omlooptijd (2)
Half jaar
Half jaar
Jaar
Jaar
Provisie (%) (3)
1/60% / dag
1/30% / dag
1/30% / dag
1/30% / dag
Aantal bedrijven
2000
5000
10.000
15.000
Startkosten (4)
0,25
0,25
-
-
0,5
Operationele kosten (5)
0,1
0,1
0,15
0,2
0,55
Premie (7,5%) (6)
0,15
0,75
1,5
3,0
5,4
Totaal
0,50
1,1
1,65
3,2
6,45
Provisie (7)
0,06
0,6
2,4
4,8
7,86
RESULTAAT (8)
-0,44
-0,5
0,75
1,6
Investeringen (9)
0,44
0,5
-
Terugbetalen investeerders (10)
-
-
0,75
UITGAVEN
INKOMSTEN
0,19
0,94
0,141
Beloning (15%) (11)
NETTO RESULTAAT (12)
0,94
0
0
0
1,269
1,269
* zie volgende pagina
164
165
1) Geld lokaal-gemaakt: in dit voorbeeld is de aanname dat, naarmate er meer deelnemers zijn, overheden, ankerinstellingen en particulieren meer bestedingen zullen doen via hun lokale rekeningen en dat bedrijven meer krediet in lokaal geld zullen nemen.
5) Operationele kosten: o.a. administratie en helpdesk, zie punt 2 op blz. 157.
2) Omlooptijd: in de beginfase zijn er weinig bestedingsmogelijkheden. Daarom mag dan al een half jaar nadat geld lokaal gemaakt is, dit weer buiten de regio besteed worden. Later, als er meer bedrijven meedoen, kan de periode dat er lokaal besteed móet worden, verlengd worden tot een termijn die een optimaal resultaat geeft.
7) Provisie: de opbrengst is geldbedrag in omloop (1) x omlooptijd (2) x percentage provisie (3).
3) Provisie: in de beginfase zijn er weinig bestedingsmogelijkheden. Daarom is de provisie op verdiend geld dan lager, omdat het moeilijker is om het weer uit te geven.
10) Terugbetalen: de investeerders worden in jaar 2 en 3 terugbetaald.
4) Startkosten: met name werving en IT, zie punt 1 op blz. 157 van deze bijlage.
Bijlage 2
FAQ’s over de Koop-Lokaal-Booster
6) Premie: 7,5% van het geldbedrag dat lokaal is gemaakt (punt 1).
8) Resultaat: eerste jaar verlies, daarna winst.
Inleiding
9) Investeringen: nodig in jaar 1.
In deze bijlage vindt u antwoorden op de meest gestelde vragen van mensen die overwegen een nieuw project met de Koop-Lokaal-Booster op te zetten. We beginnen met een overzicht van wat er aan vragen langs gaat komen. Overigens: antwoorden op veel gestelde vragen over circulair 1 geld leest u op de website.
11) Beloning: 5% per jaar, dus 15% na 3 jaar. 12) Netto resultaat: vanaf jaar 3 begint de Koop-LokaalVersterker winst voor de gemeenschap te maken.
Dit zijn de 16 FAQ’s die we hier behandelen: 1 2 3 4 5 6
Wie kan een Koop-Lokaal-Booster starten? Hoe maak je deelname voor bedrijven zo eenvoudig mogelijk? Hoeveel gaat ‘meedoen’ een bedrijf kosten? Is er voldoende zekerheid over de waarde van het lokale geld? Waar wordt al met de Booster gewerkt? Hoe ziet de planning eruit voor het starten van een KoopLokaal-Booster? 7 Wie gaat die lokale rekeningen aanbieden? 8 Kan je ook beginnen met vooraanmeldingen? 9 Hoeveel investeringsgeld is er nodig? 10 Waar vind je een investeerder?
1
166
www.circuitnederland.nl/faq/
167
11 Hoe leg je de Koop-Lokaal-Booster het beste uit? 12 Hoe zit het juridisch? 13 Wat kun je als consument doen? 14 Is besteedbaarheid bíj de overheid belangrijk? 15 Wat als het geldsysteem in elkaar klapt en de economie in een depressie raakt? 16 Waar kan ik hulp krijgen bij het opzetten van een Koop-LokaalBooster? Welke hulp biedt de Social TRade Organisation?
1) Wie kan een Koop-Lokaal-Booster starten? Het korte antwoord is: iedereen. Maar bij dat antwoord is uiteraard wel enige nuancering nodig. De meest simpele start voor zo’n initiatief is zonder twijfel wanneer een bestaand netwerk van bedrijven collectief besluit zich te verbinden in een onderlinge betaalfaciliteit. Zo’n netwerk kan een businessclub zijn, die op die manier haar leden iets extra’s biedt. Het kan ook een vereniging van lokale ondernemers zijn waarvan de leden last hebben van een slecht draaiende lokale economie. Toch blijft het wel of niet meedoen van een bedrijf voor elke ondernemer uiteindelijk een individuele beslissing. Dus om daadwerkelijk de meeste bedrijven van een netwerk mee te krijgen, moet er behoorlijk aan uitleg en enthousiasmering worden gewerkt. Bijkomend voordeel is dan weer wel dat, als zo’n hele groep bedrijven lokaal gaat inkopen met behulp van een Booster-betaal-netwerk, de gemeente serieus zal overwegen ook mee te gaan doen. Ook kan het initiatief heel goed uitgaan van de provincie of de gemeente. Die zijn immers bij uitstek de instanties die het langetermijnbelang van de hele gemeenschap op het oog hebben.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor een deel van de ankerorganisaties, en dan met name organisaties die werken in een wijk waar veel mensen werkloos zijn en waar er nauwelijks kansen zijn voor ondernemende jongeren om in de eigen wijk werk te vinden. Tot slot kan ik me voorstellen dat een organisatie van burgers het initiatief neemt, bijvoorbeeld vanuit een energiecoöperatie of een politieke partij. Maar dan zullen zij al in een heel vroeg stadium bedrijven en ankerorganisaties, inclusief de gemeente, moeten benaderen.
168
169
2) Hoe maak je deelname voor bedrijven zo eenvoudig mogelijk? Ondernemers zijn druk en willen zo min mogelijk gedoe. Dit nieuwe betaalmiddel moet dan ook automatisch één op één de administratieve processen volgen van bestaande betaalmiddelen. Juist daarom werkt het administreren van betalingen bij een lokale rekening dan ook hetzelfde als bij een gewone bankrekening. Ook voor het belastingregime maakt het niets uit of een bedrijf lokale euro’s verdient of gewone euro’s. De betaalsoftware van Cyclos werkt met een standaard open API, waar bedrijven met grotere administratieve processen gebruik van kunnen maken. In de praktijk blijkt dan ook dat voor gewone mkb’ers een lokale rekening weinig extra administratief werk betekent. Een ondernemer uit het Utrechtse netwerk stelt: “We zijn heel enthousiast over het concept. Je draagt in je eigen stad bij aan een circulaire economie en het is heel makkelijk te gebruiken. Je krijgt er gewoon een app voor op je telefoon en een bordje met een QR-code die consumenten en ondernemers kunnen gebruiken om te betalen.”
Administratieve problemen, reëel of niet, zijn soms een serieuze sta-in-de-weg en kunnen bedrijven ervan weerhouden om mee te doen. Zelfs een vermoeden van extra werk kan er al toe leiden dat een bedrijf niet serieus bekijkt wat het netwerk kan betekenen. Als er veel bedrijven meedoen en er bovendien flink wat koopkracht het lokale netwerk binnenstroomt, speelt dit veel minder. Veel deelnemers en veel omzet betekenen ook dat het netwerk voldoende inkomsten heeft om, waar nodig, de software te bouwen die eventuele administratieve bottlenecks oplost.
170
3) Hoeveel gaat ‘meedoen’ een bedrijf kosten? De Booster haalt haar inkomen helemaal of vrijwel helemaal uit de provisie. In hoofdstuk 5 wordt uitgegaan van 1/30% per dag van het verdiende geld dat nog ergens op een rekening staat en dat (dus) nog niet is besteed. In een aanloopperiode is dat percentage mogelijk wat minder. Sowieso is de provisie voor elk individueel bedrijf vermijdbaar door het geld uit te geven. Hoe makkelijk of moeilijk het is om die provisie daadwerkelijk te vermijden, weet dat bedrijf pas nadat het een tijd heeft meegedaan. De inschatting die bedrijven maken van deze kosten blijkt vaak te hoog. In een project in Brazilië bijvoorbeeld ontdekten we dat het bedrag dat bedrijven dachten aan provisie te betalen, drie keer hoger was dan wat ze in werkelijkheid afdroegen. Dat er pas onkosten zijn nadat je daadwerkelijk iets verdiend hebt, is natuurlijk leuk maar veel ondernemers willen vooraf zekerheid over hoeveel ze straks dienen te betalen. De provisiekosten zijn vooral vooraf of in het begin een obstakel. Dan zijn er nog weinig deelnemers en dus is het dan nog moeilijk om je verdiensten te besteden. Dat je provisie moet betalen terwijl je het verdiende geld niet kunt besteden, voelt niet goed. Het ís ook oneerlijk. Je doet een investering in het netwerk terwijl je als bedrijf vervolgens geen bestedingsmogelijkheid vindt.
En dan moet je bovendien wachten tot de omlooptijd voorbij is voordat je de circulaire lokale euro’s mag verkopen voor euro’s. En over die wachttijd moet je dan ook nog provisie betalen. Maar gelukkig is dat probleem tijdelijk. Het is namelijk niet meer aan de orde, zodra veel bedrijven zijn gaan meedoen, er meer verdiend wordt en de verdiensten altijd wel ergens besteed kunnen worden. Dán is het bedrag dat aan provisie betaald moet worden plotseling klein in vergelijking met de verdiensten in het netwerk.
171
–
– –
–
Zo is het in het Sardex-netwerk: daar doen inmiddels bijna 10.000 bedrijven mee en daar blijkt dat deelnemende bedrijven jaarlijkse kosten van tussen de 500 en 2000 euro acceptabel vinden nu daar een extra jaaromzet van tussen de 10.000 en 30.000 euro tegenover staat. Het is hierbij natuurlijk heel belangrijk hoe de organisatie met de deelnemers communiceert. Want: is het voor de deelnemers glashelder dat... de opbrengst van de provisie vooral gebruikt wordt om klanten met een premie-bonus over te halen hun euro’s lokaal te maken? alle deelnemers daardoor de kans krijgen extra omzetten te halen? de provisie een stok achter de deur is, waardoor potentiële klanten hun geld sneller gaan besteden, zodat ook voor het eigen bedrijf de kans op meer omzet toeneemt? de provisie tot slot ook kredieten mogelijk maakt, ook bij hun klanten of de klanten van hun klanten? Waar je naar toe wilt, is dat ondernemers denken: “Ik vind het niet erg om een paar procent af te dragen als ik straks toch extra omzet maak, want klanten binden via een loyaltyprogramma, via advertenties of door te netwerken, kost immers ook geld.”
4) Is er voldoende zekerheid over de waarde van het lokale geld? Als een bank de lokale rekeningen beheert, zullen weinig deelnemers zich zorgen maken over de dekking van dat lokale geld. Een gemeente die geld op de bank zet – op zo’n manier dat het (alleen) beschikbaar is om het lokale geld mee terug te kopen als de omlooptijd is verstreken – helpt om het vertrouwen in de lokale betaalrekeningen hoog te houden.
172
Wanneer er van lokaal geld krediet in omloop is, staat de toekomstige opbrengst van de provisie garant voor voldoende dekking bij eventuele wanbetalingen. Daardoor kan een gemeente desgewenst de liggende gelden als garantie geven, zonder dat daar aanspraak op gemaakt zal worden. Die gemeente creëert zo eenzelfde zekerheid als de waarborg die een bank ontleent aan de garanties van de centrale bank. In de vorige eeuw waren er in veel gemeentes coöperaties die tot doel hadden de lokale economie te versterken. Inmiddels zijn die lokale coöperaties opgegaan in onder meer de Rabobank en de SNS (nu Volksbank). Transparantie over de waarde van het lokale geld is de beste garantie dat deelnemers zich zeker voelen over hun verdiende tegoeden in het netwerk. Bovendien wordt die waarde gedekt door de capaciteit van de lenende bedrijven om aan lokale klanten te kunnen leveren. De (kleine) lokaal-geldnetwerken die nu in Nederland actief zijn, zijn verenigd in de Coöperatie Circulair Geld Nederland. De waarde van het lokale geld van de leden wordt voor 90% gedekt met euro’s. De laatste 10% wordt geborgd door de leveringsplicht van bedrijven die krediet open hebben staan.
Die euro’s en claims op de bedrijven met krediet, alsmede de dekkingsgelden zijn ondergebracht bij stichting Toezicht en Beheer van de dekking van Circulair Geld, die als enige taak heeft om de Coöperatie te borgen ten gunste van de leden met een positief saldo. De stichting publiceert het actuele dekkingspercentage. In Nederland was medio mei 2021 die dekking van het lokale geld 102%. Het bedrag aan euro’s en de vorderingen die op korte termijn euro’s binnenbrengen of circulair-geld uit omloop halen, zijn dus ruim voldoende om het circulaire-geld tegen de nominale waarde met euro’s op te kopen.
173
5) Waar wordt al met de Booster gewerkt? Op diverse plekken in Nederland wordt de Koop-Lokaal-Booster op relatief kleine schaal getest. Zo’n 1500 bedrijven en particulieren hebben gezamenlijk € 300.000 als lokaal geld in omloop gebracht. Dit geld moet minimaal een half jaar binnen het netwerk circuleren, waardoor het jaarlijks gemiddeld meer dan een miljoen euro omzet oplevert voor de aangesloten bedrijven. Dat stelt als inkomsten per bedrijf nog weinig voor, maar laat wel zien dat het idee ook in de praktijk werkt. Maar het blijft niet tot Nederland beperkt. Over het Consortium van de Koop-Lokaal-Booster in een aantal Europese regio’s is meer te lezen in hoofdstuk 6.