CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.133 De Koop Lokaal Booster

Overige evenementen 1 juli 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden42.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

6) Hoe ziet de planning eruit voor het starten van een Koop-Lokaal-Booster? Een standaardplanning is niet mogelijk, omdat er te veel lokale factoren in het plaatje moeten worden meegenomen, zoals: – Wie is de uitvoerende partner? – Welke lokale partijen zijn betrokken? – Welke lokale bedrijven hebben veel behoefte aan extra klandizie? – Hoeveel werk willen de gemeente en andere ankerinstellingen maken van het lokaal inkopen met een versterkte impact? – Koopt de gemeente vanaf de start daadwerkelijk voor een stevig bedrag lokaal in? – Worden er basiskredieten verstrekt? – Worden er ook grotere kredieten verstrekt? – Hoeveel investeringsgeld is er beschikbaar? Een grove planning kan er als volgt uitzien:

174

Fase 1 /pre-implementatie: Investeringen regelen, afspraken maken en contracten tekenen. Alle systemen klaarmaken en processen voorbereiden en oefenen. Enkele aantekeningen daarbij: – Investeerders zoeken: geld en energie aanboren waarmee het project door de beginfase heen kan komen. – Planning maken of en zo ja hoe, de omlooptijd en hoogte van de provisie door de tijd heen zullen gaan veranderen. – Bedenken en testen van een goede marketingstrategie, de juiste bewoordingen vinden voor de provisie-heffing, enzovoort. – Lokale rekeningen aanmaken. – Opzetten van een helpdesk. – Leveranciers van de gemeente benaderen en hen aanbieden zich als lid in te schrijven. – Samen met lokale ondernemersorganisaties leden werven onder lokale bedrijven. – Gemeente en ankerinstellingen serieus laten beginnen werk te maken van lokaal inkopen, gebruikmakend van de digitale lokale marktplaats die verbonden is aan het (nog niet gestarte) betaalnetwerk. Betalingen gebeuren in deze fase dus nog via gewone bankrekeningen. – Het aanbod van basiskrediet uitwerken (om extra vertrouwen te geven, bij voorkeur met dekking door de lokale overheid, bovenop de bestaande dekking uit de provisie). – Overheid en ankerinstellingen plannen om een behoorlijk deel van de uitgaven van volgend jaar via het lokale netwerk te gaan betalen en laten dat ook weten.

– Het lokale netwerk publiceert een berekening van de verwachte omzet. Daarbij wordt het bedrag van de bestedingen van de ankerinstellingen opgeteld bij het bedrag dat vanwege de kredieten in omloop zal gaan komen. Als in jaar 1 dat geld gemiddeld viermaal rondgaat, wordt het bedrag van de geschatte jaaromzet vier keer dat bedrag. In jaar 2 zou dat heel goed vijf keer

175

kunnen zijn. Die extra circulatie creëert de extra verdiensten binnen het lokale netwerk. Fase 2: De lokale rekeningen worden geactiveerd en vanaf dan zijn betalingen mogelijk. Er wordt aan alle bedrijven met voldoende historie, die een lokale rekening hebben geopend, een basiskrediet­ ruimte-roodstand verleend. Dat geeft deze bedrijven de kans om te ervaren hoe het lokale geld werkt, zonder daar zelf euro’s aan kwijt te zijn. Daarbij zorgt de provisie ervoor dat zodra het geld verdiend is, de bedrijven zullen proberen de koopkracht zo snel mogelijk te besteden. En precies dat heeft als gevolg dat deze basisbedragen voor de bedrijven behoorlijk wat aan extra verkopen opleveren. Terwijl het om geleende bedragen en kleine risico’s gaat, wennen bedrijven aan de provisie en de omlooptijd en is het voor hen een ‘uitdaging’ om het geld van de kredieten zo snel mogelijk (weer) te besteden (zie hoofdstuk 7 voor meer detail over dit basiskrediet). Fase 3: Als voldoende bedrijven meedoen evalueren gemeente en ankerinstellingen hoe het netwerk ervoor staat. Dit is voor hen het moment om zelf daadwerkelijk de bedragen die eerder al voor het netwerk waren gebudgetteerd, via het lokale betaalnetwerk uit te geven. In deze fase circuleren vanaf dan dus zowel de gelden van het basiskrediet als de lokale bestedingen van de gemeente en andere ankerinstellingen.

Fase 4: Zo kan na een jaar of twee het netwerk al een dusdanige omvang hebben gekregen, dat er redelijk veel mogelijkheden tot besteding zijn. Daardoor kan de gemeente een steeds groter deel van haar budget lokaal gaan uitgeven. Ook ontstaan er nieuwe mogelijkheden: in Santa Coloma (Spanje) was dit het moment in de planning om ambtenaren de mogelijkheid te geven een voorschot op

176

hun salaris in lokaal geld uitbetaald te krijgen. Ook komen in deze fase de grotere kredieten tot € 50.000 beschikbaar. Daarmee kunnen deelnemende bedrijven hun handelskapitaal aanvullen (meer hierover in bijlage 3). Nu het netwerk volop draait, levert de provisie voldoende inkomen op om de premie, de kredietrisico’s en de organisatiekosten te dragen en ook nog geld over te houden om investeringen terug te betalen. Fase 5: In de loop van het derde jaar kunnen de investeringen afbetaald zijn. Tegelijk zijn de organisatiekosten in verhouding tot het totale netwerk-inkomen afgenomen. Hierdoor ontstaat een winst. Deelnemers kiezen samen voor een bestemming van dat geld. Een goede en realistische voorbereiding is het halve werk.

7) Wie gaat die lokale rekeningen aanbieden? Een lokaal digitaal betaalnetwerk heeft een solide administratie nodig. Een bestaande bank heeft ervaring met het afhandelen en veilig houden van de administratie en de klantcontacten. Wordt ervoor gekozen de rekeningen te laten beheren door een coöperatie, dan kan de betrokkenheid van de overheid en de ankers, maar ook van een groep bedrijven, vertrouwen bieden. Ook dan is het alsnog van belang wie daadwerkelijk de uitvoering op zich neemt. De administratie zelf is het probleem niet. Met Cyclos software kunnen lokale rekeningen precies worden beheerd, al is een goede helpdesk wel aan te bevelen. De uitvoerder moet uiteraard een betrouwbare degelijke partij zijn. Het beheer van de lokale rekeningen is de kern van het project en daarom is het van het uiterste

177

belang welke organisatie die uitvoert. Daarnaast zijn er de juridische aspecten waarop in vraag 12 wordt ingegaan. We bekijken nu welke organisaties in aanmerking zouden kunnen komen om de uitvoering te doen: Een bank Banken hebben veel ervaring met het aanbieden en beheren van traditionele rekeningen. Die ervaring is heel welkom als er speciale rekeningen voor lokaal geld moeten worden beheerd. Een bank zal die administratie mogelijk willen integreren in haar database. In dat geval moet er script geschreven worden om de connectie met de Cyclos software te maken. Een bank brengt daarbij direct veel lokale bedrijven binnen die al klant zijn. De opbouw van een netwerk laten afhangen van deelname van een bank, introduceert overigens wel het risico op nog een extra kip-en-ei-probleem. In een gesprek tussen een gemeente en de lokale vestiging van een Nederlandse bank wilde die bank dat de gemeente zich vooraf zou vastleggen, voordat zij het plan aan de IT-afdeling kon voorleggen. Hoe redelijk deze voorzichtigheid vanuit het perspectief van de bank ook is, het werkt niet. Als B&W wil je immers naar de raad met een uitgewerkt plan, waarin duidelijk is wie de uitvoerder is. De voorwaarde van de bank creëerde dus een patstelling. Overigens zijn veel banken zo conservatief dat ze iets nieuws niet eens willen overwegen vanwege de imagoschade als het geen succes mocht worden.

Ook zijn hun softwareafdelingen veelal overbezet met andere zaken. Er zijn gelukkig alternatieven. Een verzekeraar De risicodekking van de kredieten wordt betaald uit de opbrengst van de provisie over dat geld eventueel aangevuld met een extra bijdrage van de eerste leverancier. Een netwerk kan ervoor kiezen

178

het hele pakket aan risico’s en opbrengsten van de leningen bij een verzekeraar onder te brengen. Dat geeft de zekerheid dat ook als er veel bedrijven failliet gaan er wel voldoende euro’s beschikbaar zullen zijn om de lokale euro’s na afloop van de omlooptijd op te kopen. De dekkingsgraad kan dan terug naar 100%. Als er al een dergelijk contract met een verzekeraar loopt, lijkt het een goed idee om dat bedrijf te vragen ook de administratie en helpdesk te doen. Een verzekeraar is gewend aan het soort ‘productie’ dat bij zo’n administratie komt kijken. Nu het bovendien te verwachten is dat over een aantal jaren de schade aan auto’s zal gaan afnemen – als gevolg van de beveiliging die de ingebouwde computers bieden – zal menig verzekeraar op zoek gaan naar nieuwe markten. Als zo’n verzekeraar de kredietrisico’s op zich neemt, krijgt die uiteraard ook het daarvoor bestemde deel van de provisie. En dat kan een interessante markt worden. Een coöperatie Als het initiatief voor de Booster start vanuit een groep bedrijven, kunnen die samen een coöperatie vormen die tot doel heeft onderlinge transacties mogelijk te maken. Daarbij geeft de coöperatie haar leden – dus ook de gemeente – de gelegenheid om ledenkapitaal te kopen om daarmee verleende diensten of geleverde goederen te betalen. Ondertussen slaat de coöperatie die euro’s waarmee het ledenkapitaal werd aangekocht, veilig op.

Dat geld is dan puur bestemd om op het moment dat de omlooptijd van dat ledenkapitaal nul is, de eigenaars van die aandelen het aanbod te doen het ledenkapitaal terug te kopen. Als zo’n coöperatie in haar statuten heeft staan dat de euro’s verdiend aan het verkopen van ledenkapitaal voor niets anders gebruikt mogen worden dan voor het terugkopen van dat kapitaal van de leden, is de band met de euro gegarandeerd en wordt het ledenkapitaal echt lokale euro’s. Volledige transparantie is daarbij uiteraard wel heel belangrijk.

179

In Nederland bestaat overigens al een aanbieder van lokale rekeningen: de coöperatie Circulair Geld Nederland. Deze faciliteert lokaal geld voor verschillende netwerken, waarbij de coöperatie zorgt voor een goede administratie en de integriteit van de koopkracht, terwijl het lokale initiatief zelf nog altijd de lokale inhoudelijke en financiële beslissingen neemt. Eventueel kan ook de gemeente betrokken zijn bij zo’n coöperatie. Een gemeente Een gemeente kan ook zelf de organisatie op zich nemen. Het praktische deel kan dan, indien gewenst, worden uitbesteed. Elke gemeente heeft een dienst die gemeentelijke belastingen int. In principe is zo’n afdeling geschikt om lokale rekeningen te organiseren en het klantcontact te doen. Als veel gemeentes meedoen, kan zo’n initiatief doorgroeien naar een overheidsbank met veilig 2 geld, zoals het initiatief Ons Geld beoogt. Ons Geld streeft ernaar dat de geldschepping niet meer gebeurt op basis van de winst die banken ermee maken, maar dat die in het algemeen belang plaatsvindt. De gemeente kan voor administratie en klantcontact uiteraard ook een bedrijf inhuren. Een bedrijf Een succesvol voorbeeld van een door een bedrijf gestart netwerk is het al eerdergenoemde Sardex. Het geld op de lokale rekeningen die Sardex aanbiedt, is voor 100% gebaseerd op krediet.

Feitelijk maken de leden zo een soort ‘onderling-geld’ dat is gebaseerd op de leveringen van bedrijven die negatief staan en dus terugbetalingsverplichtingen hebben. Bedrijven die meedoen tekenen ervoor dat ze, bij elke verkoop die ze doen, Sardex een claim geven van 3%. Sardex mag die claim

2

opvragen om de verliezen te compenseren die gemaakt worden in het geval kredieten niet worden terugbetaald. Als het geld, nadat het via een krediet in omloop is gekomen, bijvoorbeeld 6 keer binnen het netwerk is besteed, zijn er dus ook zes bedrijven die in principe 3% zouden kunnen bijdragen. Dat levert een dekking op van maar liefst 18%. In de praktijk zijn er veel minder faillissementen dan in de ‘gewone’ economie en dus zeker heel veel minder dan 18%. Daarom hoeft Sardex aan de verkopende bedrijven maar een fractie van de afgesproken 3% te vragen als bijdrage in de kosten van niet-terugbetaalde kredieten. Zo is het Sardex-geld goed gedekt – op het moment iets van 45 keer het bedrag dat aan leningen uitstaat – zonder dat de centrale bank enige garantie heeft hoeven te geven.

8) Kan je ook beginnen met vooraanmeldingen? Ja, het is zelfs verstandig om te beginnen met werven via vooraanmeldingen. Daarbij dient dan gemeld te worden dat die werving gebeurt onder de voorwaarde dat het netwerk pas daadwerkelijk start, nadat er voldoende bedrijven hebben aangegeven mee te zullen gaan doen. Dit geeft de organisatie de ruimte zich vooreerst te richten op de werving van deelnemers. Een ander voordeel is dat als de eerste bedrijven lokaal geld in handen krijgen, ze dat meteen bij veel bedrijven kunnen besteden. Een nadeel is dat het even duurt voordat er echt iets ‘te beleven’ valt: bedrijven schrijven zich dus in op grond van een concept. Mochten er al goedlopende netwerken in de buurt zijn, dan zijn vooraanmeldingen minder van belang, omdat lokale bedrijven dan al over de ervaringen in dat andere netwerk hebben gelezen. Hoe meer netwerken er ontstaan hoe minder het werken met vooraanmeldingen dus nodig zal zijn.

www.onsgeld.nu

180

181

Als er gewerkt wordt met vooraanmeldingen, kunnen de organisatoren meer energie besteden aan het informeren van toekomstige leden, zodat die weten dat het misschien even duurt voordat de voordelen van meedoen de overhand krijgen. Deze aanpak geeft potentiële deelnemers ook een veilig gevoel, omdat ze weten dat er alleen begonnen wordt als voldoende bedrijven zich hebben gecommitteerd. Tot zolang is de aanmelder aspirant-lid, misschien met een kleine financiële bijdrage om te laten zien dat de interesse serieus is, maar zonder verplichtingen.

9) Hoeveel investeringsgeld is er nodig? Dit leest u uitgebreid in bijlage 1.

10 ) Waar vind je een investeerder? Er zijn heel wat belanghebbenden die de benodigde investeringen zouden kunnen doen: de ondernemers, de overheden, een verzekeraar, een private investeerder of een fonds op zoek naar vernieuwing. Zie ook hiervoor bijlage 1 'Financiën', pagina 163, voor een toelichting.

11 ) Hoe leg je de Koop-Lokaal-Booster het beste uit? Als iemand de aanpak van de Koop-Lokaal-Booster eenmaal kent, is de opzet redelijk simpel. Wat het voor een specifieke deelnemer betekent, is ook niet moeilijk. Maar om het concept theoretisch uit te leggen aan iemand die het niet zelf ervaren heeft¸ is behoorlijk ingewikkeld. Bedrijven hebben nog nooit gewerkt met lokale rekeningen, met een vermijdbare provisie over verdiensten of met het nieuwe rentevrije krediet.

182

– – – –

Daarbij komt dat voor de ondernemers die mee zouden kunnen gaan doen, verschillende argumenten centraal kunnen staan, omdat ze uiteenlopende belangen en houdingen hebben: De een heeft behoefte aan extra omzet. De ander heeft krediet nodig en kan dat niet van de bank krijgen. Er zijn ondernemers die een duurzame economie belangrijk vinden. Sommigen zijn trots op de eigen stad of regio en vinden het daarom een goede zaak om bij voorkeur te handelen met mede-lokale bedrijven.

Waar er allerhande redenen zijn om mee te doen, zijn er ook redenen te bedenken om dat juist niet te doen. Denk aan: – Dat gaat me vast een hoop me kosten (zie vraag 2). – Misschien kan ik het lokale geld dat ik verdien niet besteden aan iets waar ik behoefte aan heb. – Zo krijg ik er nog extra administratieve rompslomp bij (zie vraag 1). Het is de kunst om als netwerk de verschillende ondernemers aan te spreken op wat voor hen belangrijk is. Daarbij moet duidelijk worden gemaakt dat er pas kosten komen als een deelnemer ook daadwerkelijk verdiend heeft. Bovendien valt de extra administratie erg mee, omdat het in wezen niet meer is dan dat je een extra bankrekening aan je administratie toevoegt.

12) Hoe zit het juridisch? De Nederlandsche Bank houdt toezicht op het geldverkeer. Ze wil met name dat de waarde van het geld veilig is. Geldschepping is dus een activiteit waar de Nederlandse Bank greep op wil houden. Een bank moet daarom een vergunning hebben en verantwoording

183

afleggen. Binnen dit raamwerk mag elke bank zonder problemen lokale rekeningen aanbieden. Het is daardoor dus goed denkbaar dat een bank dit doet, in opdracht van een gemeente. Als al het geld 100% gedekt is, kan de uitvoerder evengoed ook een andere organisatie zijn die het geld bij een bank in beheer geeft. Er is dan alleen een vergunning nodig voor elektronisch betalen. Wij zijn ook niet de eerste die zoiets doet: de Maharishi gaf ooit eigen bankbiljetten uit die door de Fortisbank gedrukt waren en waarvoor deze de tegenwaarde op een geblokkeerde rekening had staan. Omdat bij de Booster de euro’s alleen andere regels meekrijgen, is dat geen probleem. Bij zo’n lichte vergunning kunnen echter alleen leningen worden verstrekt als de gemeente eenzelfde bedrag als wat wordt uitgeleend op zo’n geblokkeerde rekening zet. Op zich hoeft dat de gemeente niets te kosten, mits de risicodekking van de kredieten goed geregeld is. Alles bij elkaar zijn er dan altijd precies evenveel euro’s op de bank als de hoeveelheid lokaal geld die in omloop is en dat is toch al de bedoeling. Tot slot kan ervoor gekozen worden om de lokale rekeningen onderdeel te laten zijn van de administratie van het interne aandelen/ledenkapitaal van een coöperatie. In dat geval mag die coöperatie nooit zeggen dat het lokale geld altijd 1 op 1 omgeruild kan worden voor euro’s.

Wel mag de coöperatie laten zien hoe goed de dekking is. De net genoemde dekkingsgraad van 102% is daar een voorbeeld van. Op die manier zeggen de feiten dus dat de coöperatie in staat is al het lokale geld, het ledenkapitaal dus, terug te kopen tegen de nominale eurowaarde. Die feiten zouden wel kunnen veranderen en bieden dus geen formele garantie. In deze opzet is het daarom belangrijk dat het bestuur van de coöperatie dit geld volgens de statuten niet mag gebruiken voor iets anders dan de dekking. Deze voorwaarde is ook bij de Coöperatie Circulair Geld Nederland vastgelegd in de statuten. Daarnaast staat in Nederland het beheer van de dekkingsrekening onder toezicht van

184

een onafhankelijke stichting, die daarbij toezicht houdt op wat er met de euro’s van het aangekochte ledenkapitaal gebeurt en ook toezicht houdt op de risicodekking van de kredietverlening. Als de gemeente actief gaat besteden via de Booster krijgt ze uiteraard alle mogelijkheden om ook nog eens zelf extra toezicht uit te oefenen. Denkbaar is ook nog dat de gemeente zelf een centrale rol in de coöperatie speelt.

13 ) Kunnen consumenten helpen de Booster op gang te krijgen? Bewuste consumenten kunnen zeker helpen om de Booster op gang te krijgen. Als het netwerk in opbouw is, kunnen zij aan bedrijven vragen een lokale rekening te openen en aan de overheid en de ankers vragen om lokaal in te kopen. Als het netwerk er is kunnen consumenten hun koopkracht meer impact meegeven, door euro’s over te schrijven naar de lokale eurorekening. Omdat we allemaal ook consument zijn, is dit vaak het eerste waaraan we denken, maar er is wel een waarschuwing op z’n plaats voor de organisatoren: de focus op de werving en de behoeften van consumenten mag niet ten koste gaan van de werving van bedrijven. Je moet wel heel veel investeringskracht hebben om op twee fronten voldoende te bieden te hebben. In de meeste gevallen leidt deze dubbele focus ertoe dat een initiatief na een paar jaar in elkaar zakt. Uiteraard zijn er ook initiatieven waarvan te leren valt. Ik noem er twee. 1. Het lokale netwerk in Chiemgauer in het Duitse Beieren ontwikkelde een aanpak die laat zien dat particuliere klanten meer geneigd zijn om mee te doen als de beloning niet naar henzelf gaat, maar naar een goed doel. In Chiemgauer geven de winkeliers bij betaling met het lokale geld 3% van het betaalde bedrag

185

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10268951/1