CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.133 De Koop Lokaal Booster

Overige evenementen 1 juli 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden42.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

80

81

ven genoeg kennis om te begrijpen hoe belangrijk het is om elkaar lokaal te steunen en opdrachten te gunnen? De ervaring leert dat het een paar jaar duurt voordat bij lokaal geld deelnemers hebben ervaren dat iedereen beter af is, door elkaar meer te gunnen. Omdat we niet willen dat de door de covid-lockdown getroffen bedrijven het loodje gaan leggen, hebben we geen paar jaar en dus moet de communicatie vooraf echt heel goed zijn. Daarbij kan ook aan bod komen dat een versterking van de lokale economie een stap is in de transitie naar een milieuvriendelijker economische structuur, naar werkgelegenheid, en een versterking van de sociale samenhang. Belangrijk is dat het lokale bedrijfsleven begrijpt dat men meer gaat verdienen naarmate meer bedrijven meedoen. Hier zou een informatiecampagne kunnen helpen die duidelijk maakt dat extra inkomsten pas mogelijk zijn, als er meer lokaal gekocht wordt. Daarbij zullen bedrijven die lokaal geld verdienen moeten accepteren dat lokale inkopen soms iets duurder zijn. Die acceptatie opent de weg naar extra verkopen, extra verdiensten. (Dat is natuurlijk alleen het geval als bedrijven nog ruimte hebben voor extra klanten.

Bij een oververhitte economie kan dit niet, maar dan moet het lokale geldsysteem ook ‘on hold’ gaan.) Door een basiskrediet mogelijk te maken voor lokale bedrijven die een lokale rekening openen, krijgen deze bedrijven al direct geld te besteden en hebben ze de kans kennis te maken met het lokaal betalen. Dat is een mooie stimulans om mee te doen. U leest hier u meer over in hoofdstuk 7.

Hoe meer bedrijven een lokale rekening openen, des te groter de kansen worden om binnen de lokale economie over en weer zaken te doen.

Het gemeentebestuur opent zelf uiteraard ook een lokale rekening. De gemeente stuurt een deel van haar budget naar die lokale rekening en betaalt haar leveranciers vanaf die rekening naar de lokale rekeningen van deze leveranciers. Dat gebeurt in deze moderne aanpak digitaal, via computer of betaalapp. De mensen en bedrijven die van de gemeente geld hebben ontvan-

82

83

gen op hun lokale rekening, gebruiken de betaalapp op hun beurt om hun eigen leveranciers te betalen. Daardoor blijft het geld langer lokaal circuleren en kunnen lokale bedrijven hun productiecapaciteit optimaal benutten, waarbij ook startende bedrijven betere kansen op klandizie hebben.

BANK X

€

Een speciale (bank)rekening

Betaalrekening NL70 BANX 000 000 001

€ 1543,48

@

Lokale rekening NL68 BANX 000 000 002

@ 1205,13

€

Spaarrekening NL71 BANX 000 000 003

Kies in je app welke rekening je wilt openen en betaal makkelijk vanaf die rekening.

84

€ 0,00

De moderne opzet van Wörgl gebruikt dus digitale rekeningen. Het is niet meer nodig om te werken met papieren bonnen. Elke bank kan zo’n lokale rekening gaan aanbieden. Laten we er even van uitgaan dat in het hedendaagse Wörgl de Raiffeisenbank weer meedoet. Die bank biedt de mensen en bedrijven een lokale rekening die aangesproken kan worden met een betaal­-app. Als je de app opent, krijg je een keuzemenu waarbij je kiest of je naar je traditionele of naar je lokale betaalrekening wilt. Vanuit de lokale rekening is het makkelijk om geld over te boeken naar een andere lokale rekening. In de administratie van een bedrijf is de lokale rekening gewoon een extra bankrekening. Uiteraard zal een bank die door een gemeente gevraagd wordt om lokale rekeningen aan te bieden, de voors en tegens daarvan tegen elkaar afwegen. Technisch en boekhoudkundig hoeft het aanbieden van een extra rekening geen probleem te zijn. De meeste banken bieden nu ook allerlei verschillende soorten rekeningen aan. Denk aan een gewone rekeningcourant, een spaarrekening waarop het geld een bepaalde periode vast staat, een en/of rekening, een spaarrekening voor kinderen etc. Elk van deze rekeningtypes heeft specifieke regels over wat toegestaan is, wie wat krijgt en natuurlijk wat de kosten zijn.

Maar of er een bank te vinden is die ingaat op zo’n verzoek van een gemeente? Ik weet het niet, maar mij lijkt één extra type rekening, waarmee je alleen kunt betalen naar streekgenoten, geen grote uitdaging voor een bank.

85

Gelukkig bestaat in Nederland al een aanbieder van lokale rekeningen: de coöperatie Circulair Geld Nederland. Deze faciliteert al lokaal geld voor verschillende netwerken, waarbij de coöperatie zorgt voor een goede administratie en de integriteit van de koopkracht, terwijl de organisatoren van een lokale rekening voor plaats x, de lokale inhoudelijke en financiële beslissingen nemen.

Zegels worden vermijdbare provisie In Wörgl was er een stok achter de deur om de geldbonnen snel uit te geven. Als je het geld namelijk te lang bij je hield, moest je een zegel kopen om op de bon te plakken. De digitale variant geeft een meer verfijnde mogelijkheid: wie geld verdiend heeft – en dat niet besteedt – betaalt elke dag dat er nog geen andere deelnemer mee is betaald, 0,03% provisie over de nog niet uitgegeven verdiensten/het saldo op de rekening. Die bijdrage wordt maandelijks van de rekening afgeschreven. Wie er dertig dagen over doet om het verdiende geld te besteden, is dus 1% van het bedrag kwijt aan provisie. Ter vergelijking: in de bouw kan je soms, door binnen 30 dagen te betalen, 3% korting krijgen.

Het ligt voor de hand om binnen de gemeente een eigen coöperatie op te richten. Daar kunnen de gemeente en lokale bedrijven dan samen eigenaar van zijn, en via die coöperatie eigenaar van het betaalnetwerk. Eventueel samenwerkend in een landelijke coöperatie. De inkomsten die het lokale netwerk genereert, vloeien dus direct terug naar de gemeenschap. Dit levert de overheid een nieuw instrument, waarmee zij betere voorwaarden kan creëren voor het gezond maken en houden van de lokale economie. Het is een handige tool om bedrijven te helpen de naweeën van de lockdown te overkomen. De regelgeving van de betaalrekeningen wordt daarmee een belangrijk beleidsinstrument.

Als deelnemers deze provisie willen vermijden, dienen ze het geld lokaal te besteden. Het directe gevolg is dan dat het geld lokaal sneller gaat stromen en meer lokale bedrijven de kans krijgen om te verdienen. Het eigenbelang van de één valt zo samen met dat van de ander. Bedrijven gaan daardoor steeds meer met elkaar handeldrijven. Je ontdekt al doende hoe belangrijk je voor elkaar bent, waardoor meer gemeenschapszin ontstaat. Je kan dit zien 1 als het sociale cement dat de samenleving bijeenhoudt.

De gemeente helpt zo de bedrijven aan een infrastructuur die helpt de lokale economie te versterken en richting te geven. Hiervan kunnen dan de plaatselijke bedrijven dankbaar gebruik maken. Per gemeente moet je ervoor zorgen dat een competente groep partners het netwerk opzet. Uiteindelijk kan zoiets uitgroeien tot een nationale faciliteit die voor elk van de deelnemende gemeenten een groep lokale rekeningen mogelijk maakt. Dat wordt dan een interessante stap in de richting van een publieke bank zonder winstoogmerk, zoals in de voorstellen van de stichting ‘Ons Geld’. De gemeente kan door haar bestedingen in lokaal geld te doen dat geld de gemeenschap laten dienen ook nadat ze het geld heeft uitgegeven. Het lokale geld biedt zo een belangrijk en nieuw beleidsinstrument.

86

Voor de gemeente – die het algemeen belang dient – is het van grote waarde dat haar leveranciers het verdiende geld ook zo snel mogelijk weer lokaal gaan uitgeven. De vermijdbare provisie vergroot zo de impact van de overheidsgelden op de lokale economie. De uitwisseling tussen de lokale bedrijven die de provisie stimuleert maakt de lokale economie zo weerbaarder en duurzamer.

1

https://www.rijksbegroting.nl/2008/voorbereiding/miljoenennota,kst108517_13.html

87

Doorbraak: tijdteller-technologie als alternatief voor de omwisselkosten In Wörgl werd geld lokaal gemaakt door het tijdelijk de vorm van een bon te geven. Aan dat bonnengeld konden regels worden meegegeven. Eén van die regels was dat je bij het terugwisselen naar Schillingen een klein percentage zou verliezen. Dat was bedoeld om het geld langer lokaal te houden. De Social Trade Organisation (STRO) is al jaren bezig met het steeds verder verbeteren van de lokale circulatie van geld. Bij ons R&D-programma in Latijns-Amerika bouwden we software voor 2 kleine banken: Cyclos. Naast de gewone technieken voor mobiel betalen, bouwde STRO daarin ook de innovaties die in Wörgl zo goed bleken te werken. Vervolgens werd getest hoe die innovaties in deze moderne 3 tijd uitpakken. Daarbij ontdekten we in een Braziliaans netwerk dat de Cyclos-software gebruikte, iets onverwachts. Bedrijven die van het lokale geld terug wilden naar de Real, de nationale munt, moesten net als in Wörgl omwisselkosten betalen. Die kunstmatige wisselkoers tussen het geld in het betaalnetwerk en de nationale munt was daar toen 6%. In de praktijk hadden bedrijven heel weinig problemen met die omwisselkosten, maar gek genoeg prikkelden deze kosten hen ook nauwelijks om hun inkomsten lokaal te besteden. Ze probeerden niet de 6% kosten te vermijden, maar accepteerden het verlies van het omwisselen.

Uiteraard zochten we uit waarom ze, ondanks die kostendrempel, tóch niet lokaal besteedden. Konden ze misschien geen leverancier vinden die bereid was het lokale geld te besteden? Bij dat

2 3

https://www.Cyclos.org Compras in Porto Alegre

88

onderzoek kwamen we een bedrijf tegen dat nota bene zijn vaste leverancier in het netwerk had zitten. Hij kon daar moeiteloos met lokaal geld betalen. Waarom dan toch 6% weggooien door eerst het lokale geld om te wisselen naar nationaal geld en dan zijn leverancier met dát geld te betalen? Door na te vragen ontdekten we dat de deelnemende retailers gewend waren dat hun klanten met een creditcard betaalden. Een ‘debitcard’ kenden ze niet, en zo hadden ze bij de lokaal-geldkaart dezelfde verwachtingen als bij elke andere creditcard. Ze dachten dat de 6% omwisselkosten hetzelfde was als de 5 of 6% die het creditcardbedrijf in rekening brengt. Wat konden we doen? We overwogen om de wisselkosten naar bijvoorbeeld 10 procent te verhogen. Zou dat deelnemers wel aanzetten om meer naar lokale bestedingsmogelijkheden te zoeken? We zagen de bui echter al hangen: bij 10% omwisselkosten zouden bedrijven die voor een groot deel van importen afhankelijk zijn, wel eens kunnen afhaken. Bij zulke bedrijven speelde namelijk een psychologisch probleem: ze keken niet naar hoeveel geld ze lokaal zouden kunnen besteden, ze keken naar de post waar ze het meeste geld aan uitgaven, namelijk de importen. Dat ze ook heel veel uitgaven aan lokale leveranciers en dienstverleners was echter een blinde vlek.

Ze leken bovendien te vergeten dat vooralsnog maar een klein deel van hun inkomsten lokaal zouden zijn en dat het waarschijnlijk best mogelijk zou zijn om dat deel met lokaal geld te betalen. Als importerende bedrijven afhaken, dreigt dat een signaal te zijn voor hun klanten. Daar geldt dan eigenlijk hetzelfde: ze besteden maar een deel van hun inkomsten bij die leverancier. De volgende stap is dat ze besluiten om niet deel te gaan nemen in het lokale geldcircuit, terwijl er vooralsnog voor hen genoeg bestedingsmogelijkheden zijn.

89

€

@

4

1

3 2

€

@

euro’s

digitaal lokaal geld

Op het moment dat euro’s worden overgemaakt naar een lokale rekening begint de omlooptijd af te tellen zoals een zandloper. Op het moment dat de zandloper leeg is, en de omlooptijd dus op nul staat, kan het lokale geld omgewisseld worden voor gewone euro’s.

90

Elk bedrijf, ook de importeurs of de klanten van de importeurs, verdient in het begin niet meer dan een paar procent van de omzet in lokaal geld. Zolang de lokale verdiensten klein zijn kunnen zij makkelijk lokale bestedingsmogelijkheden vinden. Dat kan de garage zijn die de bedrijfsauto onderhoudt, de boekhouder of de websitebouwer. Bijna altijd wordt er ook nog het nodige aan arbeidskosten betaald en is er de mogelijkheid het lokale geld als consument uit te geven. Helaas wordt toch meestal gekeken naar de belangrijkste uitgaven­posten. In Brazilië dreigde dat een vicieuze cirkel te worden. Typisch zo’n situatie waarin mensen geneigd zijn te denken vanuit problemen in plaats van vanuit mogelijkheden. Daar komt dan bij, waarbij ik vrij Machiavelli citeer: “bij vernieuwingen verzetten de partijen zich die erdoor gaan verliezen, terwijl de partijen die er voordeel bij gaan krijgen nog niet bestaan”. STRO zocht daarom andere wegen om voor de lokale economie hetzelfde effect te bereiken als een wisselkoers heeft. Onze oplossing: geen kosten voor het omwisselen vragen, maar in plaats daarvan het geld verplichten om een minimale periode binnen de gemeenschap te blijven. Voor die oplossing was nieuwe technologie nodig, want daarvoor moet je weten hoe lang het geld, dat op iemands lokale rekening staat, al in het netwerk gebruikt wordt.

Dat is gelukt: de algoritmes in de software zorgen ervoor dat geld dat het lokale betaalnetwerk binnenkomt, een bepaalde tijd daar ook beschikbaar blijft. Zodra geld overgemaakt wordt van een nationale rekening naar een lokale rekening, wordt er een klok aan gehangen die de tijd aftelt: de tijdteller. Deze tijdteller houdt, net als een zandloper, de afgesproken looptijd binnen de coöperatie bij. De looptijd begint zodra het geld het lokale betaalnetwerk binnenkomt.

91

Geld mag dan bijvoorbeeld die lokale economie pas verlaten nadat het een half of een heel jaar voor de gemeenschap heeft gewerkt. Maar na die periode is dan het omwisselen wel gratis, zonder omwisselkosten. We spreken bij STRO daarom over de lokale omlooptijd van het geld. Pas als deze omlooptijd van het geld op iemands rekening naar nul dagen is teruggelopen, mag dat saldo aangeboden worden voor euro’s. Op elke lokale rekening is altijd de resterende omlooptijd te zien. Als je de rekeningafschriften van twee opeenvolgende dagen bekijkt, zie je dat de omlooptijd een dag teruggelopen is. Doordat importerende bedrijven vaak aan het eind van de keten zitten, verdienen zij meestal geld dat al een tijd binnen de gemeenschap is rondgegaan en waarvan de omlooptijd dus dicht bij nul zit. Zij kunnen met dat circulaire geld (of een deel daarvan) dan al snel zonder omwisselkosten gewone euro’s kopen. Zo kunnen nu ook importerende bedrijven meedoen en zo kunnen de lokale ketens langer worden. Door een tijdteller te gebruiken zijn omwisselkosten niet langer nodig. Zo wordt de koopkracht veel doelgerichter in de lokale omloop gehouden. De tijdteller behartigt zo het belang van de gemeenschap en voorkomt dat het geld de gemeenschap al verlaat voordat de lokale productiemogelijkheden (en dus ook de verdiensten daarbij) voldoende kansen hebben gehad zich te ontwikkelen.

De tijdteller maakt de opbrengst van de ‘zegels’ zeker en daarmee de premie Een te hoge wisselkoers verleidt mensen om hun geld buiten de regio te besteden. Voor lokale ondernemers is daar niet tegenop te bieden. Omdat steden, wijken of streken geen eigen wisselkoers hebben, is er geen mechanisme dat voorkomt dat de lokale economische activiteit steeds verder uitdooft. In die gevallen geeft

92

Bouwbedrijf Bob Saldo: @ 500,Beschikbaar: @ 1500,Omlooptijd nog: 40 dagen

15-05-2021 Jansen & Jansen

@ 100,-

Bouwbedrijf Bob Saldo: @ 450,Beschikbaar: @ 1500,Omlooptijd nog: 35 dagen

20-05-2021 STRO B.V.

@ - 50,-

15-05-2021 Jansen & Jansen

@ 100,-

Lokale rekeninghouders zien het aantal omloopdagen dagelijks teruglopen. Verdienen ze lokaal geld met een andere omlooptijd, dan ontstaat er een nieuwe omlooptijd op basis van een gewogen gemiddelde. Ook is het technisch mogelijk om van al het geld dat op iemands rekening is binnengekomen apart de omlooptijd bij te houden.

93

@

@

@

@

@

@

@

@ @

@

@

@

@

Als een aannemer stenen nodig heeft, koopt hij die bij de groothandel, die de stenen bij de steenfabriek inkoopt, die op haar beurt weer klei inkoopt. Maar geld stroomt niet alleen zo door de keten. Er lekt ook geld weg naar andere ketens, waarbij de uitstroom die plaats vindt bij bijvoorbeeld loonbetaling weer aan een hele nieuwe keten begint van consument naar winkel, etc.

94

De meeste bedrijven uit de oorspronkelijke keten maken naast kosten voor arbeid ook kosten voor bijvoorbeeld een auto, een gebouw, een externe accountant.

een lokaal betaalnetwerk nieuwe mogelijkheden. Dat is zeker het geval nu de mogelijkheid bestaat met een tijdteller ervoor te zorgen dat de koopkracht niet direct weer verdwijnt, maar eerst een tijd binnen het netwerk verdiend en uitgegeven gaat worden. Een netwerk van lokale rekeningen waar geld een verplichte omlooptijd mee krijgt voorkomt zo dat het geld al de gemeenschap heeft verlaten voordat lokale mensen en bedrijven de kans hebben gekregen het te verdienen en besteden. Het zo geoormerkte geld biedt lokale ondernemers meer kansen om de eigen en gezamenlijke mogelijkheden te ontplooien. Een netwerk van lokale rekeningen met een eigen tijdteller kan zelfs per wijk ingesteld worden om ervoor te zorgen dat de potenties van de bewoners van die wijk beter benut worden. Er is nog wel een verschil: Een verlaging van de wisselkoers maakt lokale bedrijven ook goedkoper voor koopkracht van buiten en dat doet een tijdteller niet, die kan alleen koopkracht – die al binnen is – beter benutten. Toch kan de tijdteller er ook voor zorgen dat de instroom van geld groter wordt. Dat het wel degelijk aantrekkelijker wordt om gewone euro’s om te wisselen naar lokale euro’s. Daarvoor is het nodig dat lokaal maken van euro’s te belonen. Dus dat je net als bij een wisselkoers meer lokale koopkracht krijgt voor je euro’s. Maar zo’n beloning, zo’n premie voor het omwisselen, kost geld.

De vraag is dan: hoe genereert een lokaal betaalnetwerk een premie als het terug gaan naar gewone euro’s zonder kosten kan en alleen afhankelijk is van de tijdteller? Dat inkomen komt vrij doordat het geld de van te voren ingestelde periode blijft rondgaan en gedurende die tijd de ‘digitale zegelkosten’, de vermijdbare provisie gaat opleveren. Nu de tijdteller ervoor zorgt dat de periode dat het geld lokaal blijft van te voren vast staat, weet je op het moment dat geld lokaal gemaakt wordt en dat de software de omlooptijd aan het geld koppelt, dat dat lokaal gemaakte geld de hele omlooptijd altijd bij iemand op

95

de rekening zal staan. Er is dus iemand die het geld wel verdiend heeft, maar nog niet uitgegeven en dus provisie betaalt. Daardoor staan de inkomsten vast en kan het omwisselen van euro’s naar lokale euro’s met een vast percentage premie beloond worden. De gemeente en anderen die hun geld lokaal maken, ontvangen dan die premie. Eigenlijk is dit een geavanceerde vorm van een loyalty-programma: iedereen die verdient gedurende het lokaal circuleren van die koopkracht, dat lokale geld, betaalt er een beetje aan mee om die koopkracht binnen de groep beschikbaar te krijgen! Die premie geeft lokale rekeningen met een tijdteller daarmee hetzelfde effect als bij een munt met een eigen wisselkoers: omwisselen wordt beloond en het geld blijft langer in de gemeenschap.

Cyclos

Lokaal geld en de aanbestedingsregels Er zijn echter nog de aanbestedingsregels van de Wereldhandels­ 4 organisatie (WTO) en de Europese Unie. Deze staan niet toe om lokale bedrijven de voorkeur te geven, louter omdat het lokale bedrijven zijn. Alleen in beperkte gevallen, als het gaat om soci5 ale en milieuvriendelijke doelstellingen, is er meer mogelijk. Dit alles blijft een heel gedoe. Met lokale rekeningen is een veel simpeler oplossing mogelijk, die ook breder toepasbaar is. Als de gemeente in de tender opneemt dat er (een bepaald percentage) in lokaal geld betaald zal worden, is dat een voorwaarde die voor iedereen geldt. Als bedrijven van buiten ook een lokale rekening mogen openen kunnen zij dus ook op de tender inschrijven. Door alle bedrijven dezelfde gelegenheid te bieden, is voldaan aan de eis van het gelijke speelveld waar de regelgeving rond aanbesteding

4 5

Via Cyclos betalingssoftware kunnen meerdere regio’s of steden ieder een aparte rekening hebben met specifieke regels. Ook onderling kunnen zij betalingen verrichten via Cyclos met een op maat gesneden wisselkoers. Alle rekeningen blijven verbonden met de nationale munt.

https://www.pianoo.nl/nl/inkoopproces/fase-1-voorbereiden/aanbestedingsregels https://europadecentraal.nl/onderwerp/aanbesteden/duurzaam-aanbesteden/

96

97

om vraagt. Iedereen wordt immers deels in lokaal geld betaald. Voor iedereen geldt dan wel dat dat geld een jaar lokaal zal blijven. Uiteraard zullen de meeste buitenlandse bedrijven weinig zin hebben om geld te verdienen dat een jaar lang alleen lokaal besteed kan worden. Als een buitenlands bedrijf echter toch kans toe ziet het geld terug te laten vloeien in de gemeenschap, is dat prima. Dan blijft het geld immers voor de lokale economie werken. Lokaal geld kan dus, naast de ontheffingen, voorkomen dat de gemeente en andere ankerinstellingen gedwongen worden aanbestedingen te doen die niet in het belang van de gemeenschap zijn.

Samenwerken met andere lokale netwerken Het lokale geld heeft als voordeel dat het de lokale economie stimuleert. Maar elk voordeel heeft ook hier z’n nadeel, want de beperkte besteedbaarheid is deels natuurlijk ook lástig voor bedrijven die moeite hebben hun inkomsten lokaal te besteden. Daarom is in Cyclos de mogelijkheid ingebouwd waarbij meerdere lokale rekeningen over en weer kunnen samenwerken. Het gaat dan om aparte lokale netwerken van meerdere ge­meenschappen die allemaal gebruik van dezelfde administratie, zodat er ook onderlinge handel tussen bedrijven uit verschillende netwerken mogelijk is. Cyclos biedt vervolgens de mogelijkheid, waar nodig, aan die handel voorwaarden te verbinden. Dit is bijvoorbeeld het geval als blijkt dat de koopkracht te snel buiten de gemeenschap wordt besteed, waardoor er in die gemeenschap te weinig geld is. In dat geval kunnen in Cyclos mini-wisselkoersen ingesteld worden die de handel in evenwicht houdt, terwijl toch de voordelen van de onderlinge handel blijven bestaan. Zo’n samenwerking verkleint voor elk van de deelnemende gemeenten de hoeveelheid werk om de lokale rekeningen aan te bieden en in de lucht te houden. Ze hoeven dan niet stuk voor stuk de technische en bancaire kant zelf te organiseren.

98

In Nederland werken een aantal lokale netwerken samen in het nationale betaalnetwerk van de Coöperatie Circulair Geld Nederland. Daar kunnen makkelijk andere lokale initiatieven aan toegevoegd worden. Omdat Circulair Geld Cyclos-software gebruikt kan elk van die initiatieven eigen regels vaststellen. In Griekenland is er interesse voor deze aanpak. Daar zijn de verschillen tussen de regio’s die overwegen lokaal geld te gaan gebruiken, vrij groot. Tegelijk zijn ze ieder voor zich te klein om brede bestedingsmogelijkheden te bieden aan deelnemende bedrijven. Het samenwerkingsverband van Griekse euro’s gaat dan lokale netwerken de kans geven de eigen behoeften van de lokale economieën te combineren met de samenwerking. Ook kleinere regio’s krijgen zo voldoende bestedingsmogelijkheden en de onderlinge uitwisseling tussen de verschillende netwerken is dan voor iedereen gunstig. Door wisselkoersen tussen de kleine netwerken in te stellen, voorkomt de software dat de handel uit balans raakt en dat er onnodig gesleept gaat worden met producten. Gebruikers merken daar weinig van, omdat zij in hun app de prijzen zien zoals die voor hen gelden. Vanuit de gebruiker gezien is de ervaring precies hetzelfde als wat er gebeurt in een internationale webshop. Daarin zie je in je eigen taal de prijzen in de munteenheid van jouw land.

Het zal interessant zijn om te zien of Nederlandse gemeenten ook zullen kiezen voor zo’n eenheid in verscheidenheid.

Geen toegang tot geldautomaten Bij een traditionele, niet lokale rekeningcourant kan de eigenaar op elk gewenst moment zijn geld opnemen uit een automaat. Daar zijn geen voorwaarden aan verbonden. Bij dat contante geld weet alleen de eigenaar wat er na het opnemen met dat geld gebeurt. Daardoor kunnen aan fysiek geld nauwelijks regels opgelegd worden die de belangen van de gemeenschap beschermen.

99

Wörgl loste dit probleem op door de Schillingen om te wisselen voor lokale bonnen die alleen bij de Raiffeisenbank in Wörgl geruild konden worden. Ook kon de gemeente de bonnen ongeldig verklaren als er niet elke maand zegels op geplakt waren. Tegenwoordig is cashgeld niet meer echt nodig en wordt het ook steeds minder gebruikt. Dat lokale rekeningen digitaal zijn past in die trend, en dat heeft dan direct als voordeel dat er regels ingevoerd kunnen worden waardoor het lokale geld effectief de gemeenschap dient.

Conclusies – Een digitale versie van het wonder van Wörgl kan het lokaal inkopen makkelijker maken en veel extra impact geven. De nieuwe mogelijkheden van digitaal betalen maken het opzetten van een lokaal netwerk relatief eenvoudig. Cruciaal voor het succes is dat de lokale bedrijven ook daadwerkelijk een lokale rekening openen. Alleen dan zijn er voldoende bestedingsmogelijkheden in het lokale betalingsnetwerk. – Het ligt uiteraard voor de hand dat bedrijven eerder een rekening zullen willen openen als ze weten dat er veel te verdienen valt in het lokale netwerk. Zoals we verderop zullen zien, zorgen kredieten en de bestedingen van de overheid en andere anker­ instellingen daarvoor.

Als de bestedingen omvangrijk genoeg zijn, wil geen enkel bedrijf de kans mislopen om daaraan te verdienen.

100

101

“Wat mij vooral treft in dit boek is hoe het lokale

Hoofdstuk 6

MKB een rol kan spelen in de verduurzaming van de

Het Consortium van regio’s die de Booster willen gebruiken

economie. Met onze verslaving aan korte-termijn-winst zagen we aan de stoelpoten van onze toekomstige winstgevendheid. Als we ook morgen de wereld willen voeden, ontkomen we niet aan veerkrachtige, regionale landbouwsystemen waarin bodemvruchtbaarheid, schoon water, biodiversiteit en klimaat centraal staan, evenals een eerlijke inkomensverdeling in de keten. Het is nergens voor nodig om ons te laten gijzelen door

Hoe verschillende lokale of regionale overheden in

de kunstmest-, agrochemische en veevoerindustrie die

Europa in de post-corona-economie het effect van hun

parasiteert op gezondheid van mens en milieu. We zijn

uitgaven op de lokale economie willen vergroten.

toe aan een gelijk speelveld waarin de vervuiler niet langer wegkomt met een concurrentievoordeel. Lokaal

Regio’s en steden willen ‘hun’ MKB helpen

circulair geld is mogelijk een belangrijk instrument in de transitie naar het nieuwe normaal.”

In veel Europese steden en regio’s heeft de lockdown een rampzalige impact op een deel van de kleine bedrijven. Tegelijk wordt de waarde van die bedrijven steeds meer onderkend. Twee redenen voor gemeentes om het MKB te helpen door meer lokaal in te kopen. Menige gemeente probeert daarbij speciaal haar sociale economie te steunen. De EU publiceerde onlangs een rapport waarin 71 1 overheden vertellen hoe ze dit doen. Dat effect kan nu versterkt worden met de Koop-Lokaal-Booster. Die kan het lokaal inkopen een extra boost geven, waarbij zelfs alle lokale bedrijven betere kansen krijgen. Zo’n brede aanpak is hard nodig, omdat een breed scala aan lokale bedrijven absoluut nodig is voor een sociale, veerkrachtige en duurzame economie met voldoende werkgelegenheid.

Volkert Engelsman winnaar duurzame top 100 2017, directeur Eosta

1

102

https://ec.europa.eu/info/policies/public-procurement/support-tools-public-buyers/ social-procurement_nl

103

Een aantal regio’s en steden in Europa heeft zich verenigd in het Impact-multiplierconsortium om van en met elkaar te leren hoe de Koop-Lokaal-Booster het best ingevoerd kan worden. Het idee is om in het consortium kennis op te bouwen en uit te wisselen, en best practices te delen. Ook verhoogt het consortium de kans om voor de gezamenlijke inspanning Europese financiering te krijgen, dit om de opstartkosten in de verschillende regio’s te financieren. Verder zijn het volkomen zelfstandige initiatieven, waarbij elke regio of stad eigen keuzes maakt en ook eigen lokale partners heeft. Om zich bij het consortium aan te sluiten moet een stad of regio eerst een intentieverklaring ondertekenen waarin ze aangeeft serieuze belangstelling te hebben. Vervolgens worden vanuit STRO kennissessies georganiseerd voor de regio’s en hun lokale partners, zoals de lokale bedrijfsorganisaties en een bank of andere uitvoerende organisatie. Gedetailleerde informatie over de Booster-technologie wordt gedeeld en de randvoorwaarden voor een succesvol project in die specifieke regio worden onderzocht. Om een goede aanpak mogelijk te maken, worden lokale omstandigheden secuur in kaart gebracht. Zodra de financiering van de opstartkosten zeker is gesteld, beslist de stad of regio wanneer ze wil starten.

stapte Sardex over op Cyclos en koos voor een professionele aanpak. Sardex helpt nu jaarlijks meer dan 5000 deelnemende kleine bedrijven aan een extra omzet die inmiddels is opgelopen tot gemiddeld 25.000 euro. Na jaren van verdubbeling van de omzet is de totale omzet van Sardex de half miljard euro gepasseerd. Het geld dat binnen Sardex circuleert, bestaat tot nu toe voor 100% uit onderling krediet. Sinds kort doen er ook consumenten mee. In een paar maanden sloten al 150.000 consumenten zich aan. Consumenten kunnen bij Sardex geen lokaal geld aankopen, maar verdienen het als ze bij deelnemende bedrijven euro’s besteden. Die bedrijven maken dan de waarde van vijf procent over als een loyalty-beloning op de Sardex-rekening van de consument.

Momenteel opteren vijf steden en regio’s uit het zuiden en het westen van Europa om de Booster te gebruiken. Ik stel ze even kort aan u voor.

In de eerste jaren geloofden weinigen op Sardinië in de kansen van Sardex. Een paar jaar geleden was ik op een conferentie van Sardex en hoorde ik de toenmalige president van de regioregering, Prof. Francesco Pigliaru, een voormalig professor in de economie, 2 spreken. Hij vertelde dat hij een aantal jaren terug ervan overtuigd was geweest dat Sardex nooit iets zou gaan voorstellen. “Maar”, zo voegde hij toe, “inmiddels heb ik kunnen constateren dat het netwerk heel veel voor de economie op het eiland betekent.”

De impact die Sardex heeft op de lokale economie is indrukwekkend. Het geld dat via leningen in omloop komt, blijft lang genoeg rondgaan om gemiddeld zes bedrijven de kans te geven te verdienen en uit te geven. Dat dit veel extra verdiensten oplevert bij de deelnemende bedrijven, blijkt uit de mate waarin kredieten worden terugbetaald: de terugbetalingspercentages zijn maar liefst 68% beter dan wat professionele kredietbureaus verwachten.

Italië/Sardinië Het Sardex handelscircuit maakt nog gebruik van een voorloper van de Booster. Dat heeft enig nadeel, maar daar tegenover staat dat het netwerk al wel volwassen is. Sardex is het oudste netwerk van bedrijven dat Cyclos-software gebruikt om het onderlinge zakendoen met een eigen digitale munt te verzorgen. Sardex startte in 2010 in de nasleep van de kredietcrisis die ook op Sardinië een enorme terugslag in de economie had veroorzaakt. In 2013

104

2

De Mitzas conferentie: https://www.lanuovasardegna.it/cagliari/cronaca/2015/10/23/ news/mitzas-2015-ecco-il-festival-dell-isola-che-cambia-diretta-streaming-1.12315424

105

De regering van Sardinië deed ook mee in het Europese project 3 Digipay4growth om van Sardex een showcase te maken van wat er met Cyclos mogelijk is. Het succes van Sardex is te danken aan een combinatie van slimme en hardwerkende initiatiefnemers, het gemeenschapsgevoel dat op het eiland heerst, een goede zakelijke opzet en de economische situatie in Italië, en speciaal op dit eiland, waar veel bedrijven kampen met onderbenutte capaciteit. Een deel van deze situatie is uniek en niet aanwezig bij Nederlandse gemeentes en regio’s. Dat maakt het moeilijker om hier op dezelfde manier een netwerk zo te laten groeien. Maar juist om dat toch mogelijk te maken is de Koop-Lokaal-Booster-aanpak ontwikkeld. Sardex heeft nu te maken met de wet van de remmende voorsprong: toen het startte werden alle tot dan toe bekende mogelijkheden gebruikt. Nu het eenmaal schaal heeft, is het lastig om de innovaties te gebruiken die daarna zijn ontwikkeld. Gelukkig is de moeilijke opstartperiode voorbij. Ondertussen werken de initiatiefnemers van Sardex nu aan een parallel netwerk om een aantal gemeentes op het eiland een instrument te bieden voor lokale bestedingen, zoals de KoopLokaal-Booster. Met de Sardijnse stad Sassari zijn de voorbereidingen momenteel het verst gevorderd.

Opname uit de trailer “To Sardinia with love” van cabaretier Dette Glashouwer, waarin zij Sardinië bezoekt en kennis maakt met ondernemers uit het netwerk. Bekijk de hele film op https://www. youtube.com/watch?v=LTnXssjQy2Q

Laatste nieuws: de regering van Italië heeft een meerderheidsbelang in Sardex genomen en investeert erin om het succes uit te breiden tot het hele land en zo bedrijven te helpen in de nasleep van de lockdown.

3

106

https://cordis.europa.eu/project/id/621052

107

Frankrijk In Normandië heeft de regioregering al een netwerk van lokale rekeningen opgezet. Ze heeft de regionale munt de naam de Rollon 4 meegegeven. Momenteel openen steeds meer ondernemers en burgers een Rollon-rekening. De munt gebruikt nu de basistechnologie die Cyclos heeft voor een regionaal betaalnetwerk. Vanuit dat uitgangspunt kan op elk moment de volgende stap gezet worden, waarbij de innovatieve delen van de software stap voor stap kunnen worden aangezet om zo het volledige pakket van de KoopLokaal-Booster werkend te maken. Maar er is een bottleneck: in Frankrijk mogen overheden vanaf een half jaar voor de verkiezingen geen nieuwe verplichtingen aangaan. De verkiezingen hadden in maart 2021 moeten plaatsvinden, maar zijn uitgesteld in verband met corona. Totdat deze verkiezingen een nieuwe regering hebben opgeleverd, mag de regionale overheid de Rollon nog niet uitbreiden tot een instrument voor haar eigen lokale aankopen en kan ze de Booster nog niet toepassen. Het wordt dus spannend wat de nieuwgekozen regio-regering gaat doen: gaat ze wel of niet doorpakken naar de Koop-Lokaal-Booster? De opbouw van het netwerk van lokale rekeningen van de Rollon is gebaseerd op eerdere besluiten. Daar is in 2019, ver voor de verkiezingen, mee begonnen en daardoor kan de bouw van het netwerk wel vol worden voortgezet.

Zo heeft de regio al fondsen bestemd om jongeren tussen 19 en 26 jaar de kans te geven een rekening te openen. De jongeren krijgen daarbij zelfs een klein bedrag cadeau, zodat ze direct zelf kunnen ervaren hoe het is om met de Rollon aankopen te doen in de regio.

4

Op https://www.normandie.fr/ le-rollon-la-monnaie-normande vindt u een grappig filmpje om de Rollon te promoten.

https://www.normandie.fr/le-rollon-la-monnaie-normande

108

109

5

Overigens zijn er in Frankrijk op meer plaatsen initiatieven. Bijvoorbeeld in Lyon. Daar verbinden steeds meer mensen zich tot een maandelijkse aankoop van 100 euro in lokaal geld, zodat er een steeds groter vast bedrag lokaal besteed wordt. Inmiddels kopen al duizend mensen iedere maand voor 100 lokale euro’s! Ik heb goede hoop dat in Lyon nog meer mogelijk wordt. De gemeentelijke verkiezingen vinden op een ander moment plaats dan die van de regionale regeringen en bij die verkiezingen is in Lyon net een ‘groene’ burgemeester gekozen. De kans is groot dat hij geïnteresseerd zal zijn in de mogelijkheid om het lokale kleinbedrijf te helpen met de Koop-Lokaal-Booster.

ners startte al in 2016 betalingen met lokaal geld. Dat gebeurde binnen het door STRO georganiseerde Digipay4growth-project 6 dat gesteund werd door de Europese Commissie.

Griekenland/ Karditsa Ook de Griekse regio Karditsa heeft zich bij het consortium van regio’s aangesloten. De drijvende kracht daarbij is het ontwikke7 lingsagentschap ANKA. ANKA benadert nu ook andere steden en regio’s om zo in Griekenland de Koop-Lokaal-Booster met verschillende steden en regio’s tegelijk in te voeren. Deze multiregionale aanpak is een interessante bijdrage aan het consortium. Het overkoepelende Griekse netwerk wil gaan werken met verschillende sub-netwerken voor de diverse regio’s en steden.

Intussen groeit in Frans Baskenland de Euskal gestaag uit tot een serieuze lokale munt. Daar doen naast duizenden mensen ook al een aantal gemeentes mee en circuleert er al aardig wat lokaal geld. Daar zijn dus ook de voorwaarden gunstig om lokale aankopen te versterken.

Omdat de economische omstandigheden in de diverse regio’s nogal verschillend zijn, bestaat het risico dat, als het besteden van de lokale munt bij andere regio’s wordt toegestaan, de koopkracht uit een deel van de regio’s of steden toch nog te vroeg wegvloeit, nog voordat de lokale economie optimaal heeft geprofiteerd. Daarom zal Cyclos daar een betalingsomgeving bieden die de mogelijkheid geeft om scheve handelsverhoudingen tussen lokaal geldnetwerken aan te pakken. Dit garandeert voor elke lokale overheid die via het lokale betalingsnetwerk geld besteedt in elk geval de volledige werking van de Koop-Lokaal-Booster voor haar uitgaven.

Spanje / Catalonië Barcelona heeft al heel lang interesse in het testen van nieuwe manieren om de lokale economie te verbeteren. Er is al geïnvesteerd in crypto-munten, maar dat werkte niet zo goed. Het is dus niet toevallig dat Barcelona zich al vroeg aansloot bij het consortium. Mede ook omdat in de stad het midden- en kleinbedrijf ongelooflijk hard getroffen is door de sluiting van de toeristische sector tijdens de coronapandemie. Het is daardoor heel hard nodig om de economische activiteiten nu extra te stimuleren. Ook andere steden en regio’s in Spanje zijn geïnteresseerd om de impact van hun uitgaven te vermenigvuldigen en daarvan sluiten zich later mogelijk enkele aan. Weinig toeristen kennen het, maar onder de rook van Barcelona ligt de voorstad Santa Coloma. Die gemeente met 120.000 inwo-

110

In Griekenland hebben intussen meerdere coöperatieve banken interesse om te helpen bij de uitvoering van het project.

5 6 7

https://www.gramamoneda.cat https://cordis.europa.eu/project/id/621052 https://www.gfar.net/organizations/development-agency-karditsa

111

België/ Vlaanderen

Nederland 8

De provincie Oost-Vlaanderen ondertekende in volle pandemie de intentieverklaring om zich bij het consortium aan te sluiten. Een lokale duurzame, ethische bank is geïnteresseerd om het project te ondersteunen en evalueert nu of ze over de nodige personeelscapaciteit beschikt om dit inderdaad te gaan doen. Ook Munt­uit heeft, als netwerk voor gemeenschapsmunten in Vlaanderen, een sterke interesse in de Koop-Lokaal-Booster. De deputé economie van de provincie noemt als reden om mee te doen: “Sinds de corona-uitbraak is de promotie en ontwikkeling van de lokale economische veerkracht meer dan ooit een speerpunt van het provinciaal beleid. We geloven dat deze uitdaging moet worden aangepakt met vernieuwende en innovatieve initiatieven. Daarom verwelkomen we deze Europese gemeenschappelijke actie om concrete beleidsinstrumenten te ontwikkelen die de regionale economische ontwikkeling stimuleren.”

België/ Wallonië In Charleroi is Cyclos gebruikt om extra coronasteun naar burgers te brengen. Iedere inwoner kreeg €20 om lokaal te besteden. De Koop-Lokaal-Booster was daar niet bekend en wordt dus (nog) niet gebruikt. Het geld kan hier door de ontvangende bedrijven dan ook onmiddellijk omgezet worden in gewone euro’s en circuleert daardoor niet minimaal een jaar lang lokaal, zoals met de Booster het geval zou zijn. Ook wordt geen vermijdbare provisie geheven die ervoor zorgt dat het geld vaker verdiend en besteed kan worden. Hierdoor is de impact van deze coronasteun op het lokale bedrijfsleven en op de werkgelegenheid alleen gegarandeerd bij de eerste keer dat de ontvanger het lokale geld besteedt.

8

https://www.oost-vlaanderen.be/

112

In Nederland zijn sinds een paar jaar op een aantal plaatsen lokale betaalnetwerken actief, die op de achtergrond samenwerken in de coöperatie Circulair Geld Nederland. Totdat de lockdown alles veranderde, vond de opbouw plaats in een economie met weinig overcapaciteit. Tot op dat moment begrepen vooral bedrijven uit de duurzame hoek dat we voor een echte transitie circulair geld nodig hebben. Zij waren daarom al langer bereid tijd en energie te investeren om met het circulaire geld een circulaire economie op te bouwen. Bekende duurzame bedrijven als MVO Nederland, Odin en circulair afvalbedrijf GP Groot hebben al jaren een circulaire rekening. Wat men in Griekenland wil gaan doen, bestaat hier al: die lokale initiatieven en een landelijk netwerk van duurzame bedrijven werken nauw samen. Daardoor kan het circulaire geld makkelijker besteed worden. Tegelijk biedt de software de mogelijkheid om met wisselkoersen per plaats de samenwerking en stimulering van de lokale economie stevig neer te zetten. Inmiddels praat STRO met een aantal gemeentes waarvan de gemeenteraad eerder al koos om meer lokaal in te kopen en waar de bestuurders interesse tonen in de kracht van de Koop-LokaalBooster. Naar verwachting gaan er in Nederland in de na-coronaeconomie op een aantal plaatsen initiatieven komen die gebruik kunnen maken van het voorwerk van de coöperatie Circulair Geld Nederland.

We worden daarbij geholpen door de Stichting Ons Geld. Die is bekend vanwege haar pogingen om de geldschepping weg te halen bij de commerciële banken en een staatsbank daartoe het alleenrecht te geven. Ons Geld steunt het lokaal geld om via de Booster in Nederland een vorm van geld te introduceren die het publieke belang dient en niet dat van de aandeelhouders van de commerciële banken.

113

In Rotterdam zijn diverse organisaties bezig met de Koop-LokaalBooster. Rotterdam Digitaal, The Next Lab, Connect Holland-Rot­ terdam, STRO en meerdere bedrijven bekijken hoe in Rotterdam een breed gedragen Koop-Lokaal-Booster programma opgezet kan worden, hopelijk inclusief basiskredieten. Een experimentele wijk in Den Haag bekijkt hoe de Booster te combineren is met de transitie-doelstelling van de gemeente. Er zijn daar extra kansen omdat de gemeenteraad van Den Haag met een motie al duidelijk heeft aangegeven dat ze wil dat de gemeente met haar inkopen de kansen voor het lokale kleinbedrijf versterkt. Denkbaar is ook dat de initiatieven in Rotterdam en Den Haag elkaar zullen gaan vinden in regioverband. In Friesland bepleit de provincie het lokaal kopen. Op dit moment gaat het hier vooral om een mediacampagne. Een groep Friezen hoopt, via de zogenaamde 1000 euro Uitdaging, dat gemeentes en provincie een volgende stap gaan maken en zelf meer lokaal gaan 9 inkopen met de Koop-Lokaal-Booster. Meer hierover in het volgende hoofdstuk.

Odin is voorstander van circulair geld en actief in de coöperatie United Economy. Inmiddels concentreert STRO zich op de gemeente die als eerste een duidelijke belangstelling toonde in de kracht van de Koop Lokaal Booster. Naar verwachting gaan er in Nederland in de na-corona­ economie op een aantal plaatsen initiatieven komen die gebruik kunnen maken van het voorwerk van de coöperatie Circulair Geld Nederland. 9

114

https://www.defryskeeuro.nl

115

“De Covid-crisis maakte duidelijk hoe belangrijk lokale

Hoofdstuk 7

productie voor lokale consumptie is. Het gaat erom

Hoe de lokale rekeningen ook rentevrije kredieten mogelijk maken

de ecologische, sociale, strategische autonomie te versterken zodat we samen kunnen beslissen hoe we onze economie willen oriënteren. Lokale munten zijn een krachtig instrument om deze transitie te ondersteunen, door het realiseren van een lokaal economisch ecosysteem, en heel vaak door het creëren van verbindingen en gezelligheid tussen mensen. Het boek KoopLokaal-Booster illustreert al deze zaken op meesterlijke

De Booster zorgt niet alleen voor extra omzet, maar

wijze, en ik raad het je aan."

ook voor krediet en geeft zo bedrijven de liquiditeit terug die de lockdown heeft weggezogen.

Olivier Bierin indiener van de motie in het Waalse parlement waardoor Wallonië ervoor koos om lokale munten in te zetten voor het herstel.

Inleiding De lockdown heeft de liquiditeit van veel bedrijven sterk verminderd. Krediet kan dit probleem oplossen. In dit hoofdstuk kijken we daarom naar de kredietmogelijkheden die aan de Koop-LokaalBoosteraanpak gekoppeld kunnen worden. Via Preston en Wörgl kwamen we bij het effectiever gericht lokaal inkopen om de impact van de bestedingen van overheden en ankerinstellingen te vergroten met behulp van de Koop-LokaalBooster. Die Booster heeft een netwerk van lokale rekeningen nodig. Het goede nieuws is dat als dat netwerk stevig genoeg is, er een extra mogelijkheid ontstaat om de lokale economie te versterken. Zo’n netwerk maakt namelijk een nieuwe vorm van krediet mogelijk: contra-cyclisch krediet. Krediet dat beschikbaar komt juist als de economie níet goed draait en als banken de kredietkraan dichtdraaien. Banken geven als het slecht gaat in de economie immers minimaal krediet en als het goed gaat overvloedig krediet. Dat heet procyclisch krediet: de omvang van het krediet werkt

116

117

1, 2

versterkend op de trend in de internationale conjunctuur. In dit hoofdstuk bekijken we hoe een lokaal netwerk gebruikt kan wor­ 3 den om krediet mogelijk te maken als banken het laten afweten. Juist krediet van kleine bedragen voor kleine ondernemers geeft de lokale economie veerkracht. Zeker als ze niet opgezadeld worden met rentelasten over het krediet. In die zin is het krediet een logische aanvulling op de Koop-Lokaal-Booster. Elke gemeente zou eigenlijk zo’n faciliteit moeten hebben zodat, mocht de wereldeconomie stagneren, het maar wat handig is als er al zo’n netwerk van lokale rekeningen bestaat, een netwerk dat alleen maar geactiveerd hoeft te worden. Op momenten dat het nodig is, is het er dan om het lokale mkb te helpen met extra klandizie en krediet. En dan niet alleen bestaande bedrijven, want juist onder die omstandigheden is het frisse elan van startende bedrijven nodig. Deze bedrijven hebben in het begin zowel krediet als nieuwe klanten heel hard nodig.

6. Die lokale digitale rekeningen maken dat geld vaker wordt gebruikt, het stimuleert het lokale MKB en zet tot circulaire processen aan; 7 . Zo’n lokaal netwerk biedt de mogelijkheid aan het lokale kleinbedrijf rentevrij krediet te realiseren.

Krediet als in Sardex Kleine bedrijven krijgen in de na-corona economie moeilijk krediet. En dat zal nog moeilijker worden, nu de kredietverschaffer die juist kleinbedrijf bediende – Greensill – na een groot schandaal 5 van de markt is verdwenen. Daardoor is het nu heel belangrijk dat binnen de Koop-Lokaal-Booster kredietmogelijkheden ontwikkeld worden. Daarbij is het interessant dat Sardex aan haar deelnemers een standaard kredietruimte aanbiedt, gebaseerd op de omzet van het bedrijf van het vorige jaar. Toen Sardex begon, lag de economie op Sardinië op zijn rug. Voor de banken daar waren de leningen waar bedrijven om vroegen te klein en die werden daardoor of niet gegeven of waren heel duur. Sardex kwam daarom met een nieuw kredietmodel met goedkope kleine kredieten voor kleine bedrijven. Dit wekte juist om die reden de interesse van investeerders. Zij durfden het aan om miljoenen te investeren in Sardex. Miljoenen 6 die overigens inmiddels al lang zijn terugverdiend.

1. Constatering: lokaal kleinbedrijf heeft het moeilijk. Winkel­straten dreigen te verloederen; 2. Dat is strijdig met het doel van een veerkrachtige economie 4 met veel kansen voor het MKB; 3. Daarom besluiten gemeente en instellingen tot Koop Lokaal; 4. Ankers bij Koop Lokaal betrekken en uitwisselen: hoe je dat kan doen; 5. Een netwerk van lokale rekeningen bouwen door (aan te kondigen) via dat netwerk de lokale inkopen te gaan betalen;

1 2 3

4

Jun Kyung Auh (2013). Procyclical Credit Rating Policy. https://www.accountancyvanmorgen.nl/2020/03/12/wat-gebeurt-er-in-hetfinancieringslandschap-voor-het-mkb/ European Commission, Enterprise and Industry (May 2009). Cyclicality of SME finance; Literature survey, data analysis and econometric analysis; Ref. Ares(2014)76898 15/01/2014 New Economic Foundation (2013). Mapping economic resilience.

118

Social-Trade-Krediet We kunnen de aanpak van Sardex niet één op één kopiëren in Nederland. De omstandigheden zijn anders in Sardinië. Denk alleen al aan het samenhorigheidsgevoel dat de eilandbewoners

5 6

https://www.theguardian.com/business/2021/apr/14/what-is-greensill-lobbyingscandal-who-involved Zie (de verwijzingen in) voorgaande hoofdstukken

119

hebben. Ook de kwaliteiten van de initiatiefnemers zijn bijzonder, zowel zakelijk als wat betreft de IT. Daarbij zijn zij ook nog eens de kleinzoons van een op het eiland beroemde verzetsstrijder uit de Tweede Wereldoorlog waardoor ze veel goodwill hebben. Het lijkt me redelijk te veronderstellen dat de meeste initiatieven in Nederlandse steden en regio’s zullen starten met een minder gunstig uitganspunt en daarom een andere aanpak zullen moeten kiezen. Een ruilmiddel gebaseerd op onderling vertrouwen gaat hier nauwelijks werken. Om toch vertrouwen te krijgen zal daarom de waarde van het ruilmiddel een steviger relatie met euro moeten hebben, vergelijkbaar met de vouchers in Wörgl. Die aanpak biedt de Koop-Lokaal-Booster. De aankondiging van de gemeente en de andere ankerinstellingen dat zij zoveel mogelijk lokaal gaan inkopen en betalen, is een goed startpunt. Als er dan ook gezegd wordt dat die betalingen via lokale rekeningen zullen plaatsvinden, zal het voor veel lokale bedrijven logisch worden om een lokale rekening te openen. Dat levert een mooie start voor het netwerk. Dankzij een voldoende aantal deelnemers wordt dan krediet in lokaal geld mogelijk. Krediet zelfs of juist in tijden van crisis, zonder tussenkomst van een bank! Dit krediet wordt ook wel Social-Trade-Krediet genoemd, omdat de lokale bedrijven van de handelsketen samenwerken om krediet mogelijk maken.

Er zijn daarbij twee soorten krediet: – Een beperkt bedrag als basiskrediet voor bijna iedereen die een lokale rekening heeft tot 10.000 euro; – Bedragen tot 50.000 euro voor het financieren van werk­ kapitaal voor deelnemende bedrijven. Het basis-Social-Trade-krediet is het onderwerp van dít hoofdstuk. We bekijken hoe het werkt en wat het voor bedrijven kan betekenen. Want dat krediet vaak een cruciale rol speelt, staat buiten kijf. De grotere Social-Trade-kredieten wijken ook nogal af van bank-

120

Totaal extra jaaromzet dankzij basiskredieten Hoe vaak gaat geld rond

Aantal deelnemers

3x 4 x 5 x 6 x

10.000

€90 miljoen*

€120 miljoen

€150 miljoen

€180 miljoen

15.000

€135 miljoen

€180 miljoen

€225 miljoen

€270 miljoen

25.000

€225 miljoen

€300 miljoen

€375 miljoen

€450 miljoen

Totaal extra jaaromzet dankzij basiskredieten, uitgaande van gemiddeld €3000 basiskrediet, bij verschillend aantal deelnemers en aantal keren per jaar dat het geld van het basiskrediet wordt uitgegeven.

* Totale omzet = aantal deelnemers x gemiddeld krediet x hoe vaak het geld rondgaat: 10.000 x € 3000 x 3 = € 90 miljoen

121

kredieten en zijn daardoor in eerste instantie misschien wat zware kost. Vandaar dat we die apart hebben beschreven in bijlage 3. Het basiskrediet wordt mogelijk als er al een netwerk van lokale rekeningen is, maar kan ook juist worden ingezet als startmotor voor de lokale samenwerking. Bij het basiskrediet krijgt vrijwel ieder lokaal bedrijf bij het openen van een lokale rekening tussen de 1.000 euro en 10.000 euro bestedingsruimte. Al met al komt er zo al aardig wat in circulatie tussen lokale bedrijven. Dat geld gaat van hand tot hand zodat veel bedrijven eraan verdienen. Ze kunnen bij andere lokale bedrijven hun producten en diensten afnemen, wat andere bedrijven ook weer bij hen doen. Deelnemende bedrijven laten zo zien dat ze elkaar klandizie gunnen. De gemeente en de andere ankerinstellingen kunnen zo zien dat geld dat in het lokale betalingssysteem komt vaak circuleert. Ze weten daardoor vooraf dat de deelnemende bedrijven bestedingen bij hen door de ankerinstellingen ook daadwerkelijk zelf ook weer lokaal uitgeven.

wordt dankzij de opbrengst van de vermijdbare provisie rentevrij krediet mogelijk dat binnen het netwerk deelnemers weer helpt extra omzet te maken. Hoe groot is dat kredietrisico eigenlijk? Tot voor kort was dat heel klein en kon die 7,5% dat makkelijk aan. Maar na de lockdown moeten we misschien verwachten dat veel meer bedrijven het loodje 7 zullen gaan leggen dan voorheen en dus ook het krediet niet meer zullen kunnen terugbetalen. Dan is de ruime marge die de 7,5% biedt, wel heel welkom. Een gewone bank brengt dat risico op niet terugbetalen in rekening bij het bedrijf dat een lening afsluit. Dit voelde voor mij niet heel handig: het leek me eigenlijk eerder het paard achter de wagen spannen. Je gaat namelijk extra geld weghalen bij bedrijven die al geld tekortkomen, en daarom krediet nodig hebben. Door deze bedrijven dan op extra kosten te jagen kan dit juist ook de óórzaak van problemen worden. Ik zocht daarom een aanpak die juist de bedrijven die niet bulken van het geld, aan goedkoop krediet kan helpen. Uiteindelijk werd mijn insteek: je moet niet het lenende bedrijf de kosten van het risico laten dragen, maar de leveranciers van dat bedrijf.

De logica daarachter is dat krediet extra koopkracht in omloop brengt, waardoor de (keten van) leveranciers extra omzet gaan maken! En dan is de vermijdbare provisie het instrument bij uitstek om de kosten die bij het krediet komen kijken, op te halen bij die leveranciers. Deze vorm van financiering van de kredietrisico’s is heel bruikbaar om een basiskrediet te geven aan alle deelnemende bedrijven die al langer bestaan. Daardoor blijft dat krediet rentevrij.

Hoe worden de kredietrisico’s gedekt? In hoofdstuk 3 ontdekten we hoe de zegels die op de vouchers in Wörgl geplakt moesten worden het lokale gebruik van het geld intensiveerden. Dat idee lag aan de basis van de digitale vermijdbare provisie, die deelnemers betalen over hun verdiensten elke dag dat ze het geld nog niet bij een collega hebben besteed. Ook al doet iedereen z’n best om zo min mogelijk provisie te betalen, het geld staat altijd bij iemand op de rekening. Daardoor staan de inkomsten uit de provisie vast. Het is mogelijk om daarmee de organisatiekosten van het netwerk te betalen en daarnaast iedereen die euro’s overmaakt naar de lokale rekening te belonen met een 7,5% premie. Ook over het geld dat in omloop komt door een krediet, komt die 7,5% beschikbaar. Wat bij aankoop van lokaal geld als premie werd weggeven kan dan bij kredieten gebruikt worden, dit om het risico te dekken dat er niet terugbetaald kan worden. Zo

122

7

https://experianacademy.com/nl/2021/04/22/smes-with-four-or-less-employees-aremost-at-risk-for-payment-default/

123

Er zit zo ook een veiligheidsaspect aan deze kredietaanpak: er komt alleen krediet als dat voor klanten én leveranciers de moeite waard is. Mochten de leveranciers genoeg klanten hebben, dan zijn ze niet geïnteresseerd in lokaal geld. Dan kan je wel kredietruimte krijgen, maar het niet besteden. Met andere woorden, het krediet gaat dan niet door. Deze kredietaanpak kan daarom nooit tot inflatie leiden.

5. Leveranciers van zowel de gemeente als van andere ankerinstellingen die een lokale rekening openen – om zo in aanmerking te kunnen komen voor opdrachten van die instellingen – hebben met de basiskredietruimte al betalingen kunnen doen naar hun eigen toeleveranciers. Als dan even later de gemeente of instellingen in lokaal geld betalen, lopen de lijntjes tussen de bedrijven al. Uiteraard komen deze toeleveranciers zelf ook weer in aanmerking voor een basiskrediet.

Maar vooralsnog is die situatie niet bereikt en zijn er nog veel bedrijven die wel extra klandizie kunnen gebruiken. Voor hen kan het kredietgeld een bron van koopkracht zijn. Over die verdiensten wordt dan provisie betaald en uit die provisie komt 7,5% beschikbaar om het risico van wanbetaling af te dekken.

Op deze manier bouwen de lokale handelsketens zich uit. Dat geeft de ankerinstellingen zekerheid dat ook hun leveranciers straks weer lokaal gaan inkopen. En ondertussen geeft het basiskrediet de deelnemende bedrijven ook bestedingsruimte en extra klandizie.

Het basiskrediet gezien vanuit de deelnemer

Basiskrediet als pilot: de €1.000-challenge

Hoe ziet het lokale netwerk er nu uit vanuit het perspectief van het deelnemende bedrijf?

Voor gemeentes is het vergroten van de impact van lokale bestedingen middels de Koop-Lokaal-Booster iets nieuws. Dat betekent dat er vragen en onzekerheden zijn. Een cruciale vraag is: gaan er voldoende bedrijven meedoen, zodat er ook voldoende mogelijkheden komen om het verdiende geld te besteden? Eigenlijk wil een gemeente van tevoren die zekerheid hebben, zodat ze weet in hoeverre het redelijk is om leveranciers en subsidiënten te betalen via een lokale rekening. In het begin is die zekerheid er niet, omdat elk netwerk met slechts enkele deelnemers begint. Doordat basiskredieten het betaalnetwerk al vanaf het begin sneller doen groeien is het voor de ankerinstellingen makkelijker om hun leveranciers te overtuigen lokale betalingen te accepteren. Daarom kan de Koop-Lokaal-Booster heel goed beginnen met een pilot met basiskredieten.

1 . De ondernemer opent een lokaal-geldrekening 2 . Bedrijven die al drie jaar bestaan, krijgen de mogelijkheid een basiskredietovereenkomst te tekenen. (Die drie jaar is om te voorkomen dat dubieuze lieden even snel een bedrijf oprichten om er met het kredietgeld vandoor te gaan). Het bedrijf krijgt zo een bestedingsruimte waarvan de omvang afhankelijk is van de grootte van het bedrijf. 3 . Over een basiskrediet hoeft geen rente te worden betaald. Wel moet het bedrijf jaarlijks even weer op nul staan. Dat kan zo nodig ook door met euro’s een aflossing te doen. Zodra dat gebeurd is, komt de basiskredietruimte weer voor een jaar beschikbaar. 4 . De software biedt de ondernemer de kans om via een marktplaats zijn/haar aanbod bekend te maken bij de andere bedrijven en leveranciers te vinden.

124

Zo’n start geeft de gemeente zekerheid dat er voldoende draagvlak is om haar bestedingen in zo groot mogelijke mate lokaal te houden. Een pilot met het lokale basiskrediet kan de vorm krijgen van

125

een challenge: de €1.000-challenge. In Friesland en Zeist is al een €1.000-challenge in voorbereiding.

echt aangaan: ook al is het aantal deelnemers klein, geef het 1.000-euro-geld en ook het gedurende de pilot verdiende geld, echt zo snel mogelijk weer uit binnen het netwerk. Om het zekerder te maken dat er daadwerkelijk snel genoeg wordt besteed, kent ook de challenge al een vermijdbare provisie. Wie snel uitgeeft, betaalt dus weinig. En dat is prima, want daardoor krijgen andere bedrijven ook weer de kans te verdienen. Uiteindelijk verkoopt elk bedrijf vrijwel zeker daardoor ook meer aan anderen dankzij de combinatie tussen het onderling besteden en de provisie die daar druk achter zet. Het is een teken dat je anderen de kans hebt geboden te verkopen. Verdienen en snel besteden – en dus maar weinig provisie betalen – is vanwege het extra inkomen dat je elkaar zo gunt, dus uiterst positief.

Bij de €1.000 challenge krijgen alle deelnemers een basiskrediet van €1.000 op hun lokale rekening. Ze spreken met elkaar af om hun €1.000, en ook de inkomsten die ze gedurende de pilot verwerven, steeds zo snel mogelijk bij elkaar te besteden. Misschien niet op éénen-dezelfde dag (zoals in Wörgl), maar wel lekker snel. De uitdaging is dan om al vanaf het begin, als er nog weinig deelnemers zijn, het geld toch snel te besteden. Gedurende die begintijd zal het lokaal en onderling besteden best moeilijk zijn. Deelnemers zullen waarschijnlijk verschillende keren iets bij een medelid moeten kopen dat niet helemaal 100% prioriteit heeft, of dat elders goedkoper is. Eerst doe je dat omdat je je aan het spel hebt gecommitteerd, waarbij centraal staat dat je elkaar een verkoop gunt. Maar later heb je gemerkt dat het snel besteden door anderen bij jou, je extra verdiensten heeft opgeleverd. Daarmee ontstaat al werkende een nieuw motief: extra omzet voor je eigen bedrijf. Op een gegeven moment zal de winst uit die extra omzet de nadelen goedmaken van het lokaal en het – misschien wel iets te duur – moeten kopen bij een van de andere deelnemers. En dat is een interessante les: economie gaat dus blijkbaar niet over zelf overleven of groeien ten koste van je omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10268951/1