PR21.115 RDWI - Jaarstukken 2020 GEWIJZIGD
Tekst van het document
Aard controle n.v.t. Indicator: G4B/08
Jaarstukken 2020 v0.6
54
Aard controle R Indicator: G4B/09
Aard controle R Indicator: G4B/10
Aard controle R Indicator: G4B/11
€7 €0 €0 €0 €0 €0 €0
867 255 209 242 53 45 406
40 12 4 20 2 3 18
€0 €0 € 220 €0 €0 € 135
75 64 1.329 444 376 942
3 2 97 33 10 66
€0 €0
229 172
13 7
Aard controle R Indicator: G4B/12 € 96.144
€ 40.878
€ 51.858
€ 167.494
€ 99.590
13. Voorstel Resultaatbestemming 2020 Het gerealiseerd resultaat 2020 bedraagt voor reserves. Na toevoegingen en onttrekkingen aan de algemenen reserve en bestemmingsreserves resteert een gerealiseerd resultaat 2020 van € 1.737.513 positief: Resultaatbestemming
2020
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
1.802.762
Toevoeging bestemmingsreserve groot onderhoud
-110.000
Onttrekking bestemmingsreserve groot onderhoud
55.000
Onttrekking bestemmingsreserve huur
34.199
Onttrekking reserve Verbeterplan
225.000
Onttrekking bestemmingsreserve frictie
110.000
Onttrekking bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls
13.000
Onttrekking bestemmingsreserve ICT
30.000
Toevoeging bestemmingsreserve Tozo
-500.000
Onttrekking Algemene reserve resultaat 2019
77.552
Gerealiseerd resultaat
1.737.513
Toelichting Deze mutaties worden toegelicht bij de apparaatskosten in paragraaf 7.8. Na deze dotaties en onttrekkingen is het gerealiseerd resultaat € 1.737.513.
Voorstel resultaatbestemming Het bestuur wordt voorgesteld in te stemmen met de volgende beslispunten: 1. Van het gerealiseerde resultaat van € 1.737.513 een bedrag van € 109.750 toevoegen aan de algemene reserve. De hoogte van de algemene reserve wordt met dit voorstel € 419.500. Met de voorgestelde toevoeging stijgt de weerstandsratio naar 0,7; 2. Het restant van het gerealiseerde resultaat van € 1.627.763 terugstorten naar de 5 deelnemers en daarbij de verdeling als volgt te splitsen - Het saldo Tozo ad € 1.032.600 conform de voor Tozo geldende afspraken - Het saldo reguliere bedrijfsvoering ad € 595.163 conform de definitieve verdeelsleutel 2020. 3. In te stemmen met het voorstel om een deel van de bijdragen gemeenten uit 2020 dat niet tot besteding is gekomen in 2020 op te nemen als vooruit ontvangen subsidie en deze in 2021 aan te wenden. Het gaat om 2 posten: - Restant voorschot gemeenten Tozo 3 € 1.844.953 - Restant bijdrage programmakosten Nieuwkomers € 75.124 Totaal vooruit ontvangen bijdragen € 1.920.077 4. Het restant van het gerealiseerde resultaat van € 1.627.763 terugstorten naar de 5 deelnemers en daarbij de verdeling als volgt te splitsen - Het saldo Tozo ad € 1.032.600 conform de voor Tozo geldende afspraken - Het saldo reguliere bedrijfsvoering ad € 595.163 conform de definitieve verdeelsleutel 2020. 5.
In te stemmen met het voorstel om een deel van de bijdragen gemeenten uit 2020 dat niet tot besteding is gekomen in 2020 op te nemen als vooruit ontvangen subsidie en deze in 2021 aan te wenden. Het gaat om 2 posten: Jaarstukken 2020 v0.6
55
- Restant voorschot gemeenten Tozo 3 - Restant bijdrage programmakosten Nieuwkomers Totaal vooruit ontvangen bijdragen
€ 1.844.953 € 75.124 € 1.920.077
De toepassing van de verdeelsleutels op resultaat ad € 1.627.763 leidt tot de volgende verdeling over de vijf gemeenten.
Verdeling resultaat Tozo 1 en 2 Totaal vergoeding uitvoeringskosten Tozo
Bunnik
Utrechtse Wijk Bij De Bilt Heuvelrug Duurstede
142.600 536.600
584.050
Zeist
Totaal
231.900 887.450
2.382.600
Uitvoeringskosten TOZO 1 en 2 per gemeente
50.873
191.434
208.362
82.731
316.601
850.000
Toevoeging aan bestemmingsreserve Tozo 1 en 2
29.925
112.608
122.566
48.665
186.236
500.000
Totaal uitvoeringskosten Tozo 1 & 2
80.798 304.042
330.927
131.396 502.836
1.350.000
Resultaat op uitvoering TOZO per gemeente
61.802 232.558
253.123
100.504 384.614
1.032.600
Verdeling resultaat reguliere bedrijfsvoering Resultaat bedrijfsvoering Dotatie aan Algemene reserve – weerstands vermogen Verdeling rest regulier resultaat gemeenten
Utrechtse Wijk Bij Bunnik De Bilt Heuvelrug Duurstede Zeist 34.560 146.879 150.776 64.930 307.769
Totaal 704.913
-5.381 -22.868 29.179 124.011
-23.475 127.301
-109.750 595.163
90.981
380.424
Totaal resultaat terug te storten naar gemeenten
Jaarstukken 2020 v0.6
56
356.569
-10.109 -47.917 54.821 259.851
155.324
644.465
1.627.763
14. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan het algemeen bestuur van Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen - Kromme Rijn Heuvelrug
Jaarstukken 2020 v0.6
57
BIJLAGEN
Bijlage 1 Rekening Courant Gemeenten
Rekening-Courant Gemeenten RSD Totaal te ontvangen
Omschrijving
Reeds ontvangen
Saldo
Bunnik Afrekening 2020 Apparaatskosten
648.284
672.165
23.881
1.961.524
2.028.507
66.983
Bbz overige
-35.425
-29.145
6.280
Bijzondere bijstand/minimabeleid
209.950
185.047
-24.903
Participatiebudget Re-integratie
71.638
71.512
-126
Gebundelde uitkering WWB
Nieuwkomers WSW Tozo 1, 2 en 3 Kinderopvang
6.400
6.400
0
440.478
429.141
-11.337
1.762.169
1.877.114
114.945
7.957
640
7.317
Totaal afrekening 2020
5.072.335
5.248.698 176.363
Verstuurde en openstaande nota's BTW 2020
66.410
76.804
10.394
Afrekening jaarrekening 2019 nota 196095
4.622
4.622
0
Aanvullende nota 2019 nota 196100
20.056
20.056
0
Afrekening BTW BCF 2019 nota 206004
-5.505
-5.505
0
Voorstel resultaatbestemming nota 206071 Bijdrage gemeenten voorziening reorganisatie SW nota 206117
-3.928
-3.928
0
2.594
2.594
0
Afrekening voorgaande jaren:
Totaal Bunnik
5.156.583
Omschrijving
Totaal te ontvangen
5.343.340 186.757
Reeds
Saldo
ontvangen
De Bilt Afrekening 2020 Apparaatskosten
2.755.227
2.690.783
-64.444
Gebundelde uitkering WWB
8.647.304
8.942.591
295.287
Bbz overige
25.492
64.481
38.989
Bijzondere bijstand/minimabeleid
791.626
720.233
-71.393
Participatiebudget Re-integratie
489.264
528.410
39.146
Nieuwkomers
25.946
25.946
0
Jaarstukken 2020 v0.6
58
WSW
1.186.377
1.150.107
-36.270
Tozo 1, 2 en 3
6.507.915
6.875.976
368.061
Kinderopvang
83.173
80.312
-2.861
Totaal afrekening 2020
20.512.323 21.078.839 566.515
Verstuurde en openstaande nota's BTW 2020
282.243
311.350
29.107
Afrekening voorgaande jaren: Afrekening jaarrekening 2019 nota 196096
434
434
0
Aanvullende nota 2019 nota 196101
47.518
47.518
0
Afrekening BTW BCF 2019 nota 206003
-18.224
-18.224
0
Voorstel resultaatbestemming nota 206070 Bijdrage gemeenten voorziening reorganisatie SW nota 206118
-15.765
-15.765
0
6.843
6.843
0
Totaal De Bilt
20.815.373 21.410.996 595.622
Omschrijving
Totaal
Reeds
Saldo
te ontvangen
ontvangen
Apparaatskosten
2.828.320
2.766.286
Gebundelde uitkering WWB
9.433.558
9.148.422 -285.136
Utrechtse Heuvelrug Afrekening 2020
Bbz overige
-62.034
70.638
50.296
-20.342
Bijzondere bijstand/minimabeleid
1.297.509
1.327.455
29.946
Participatiebudget Re-integratie
445.923
487.308
41.385
Nieuwkomers
26.370
26.370
0
WSW
1.677.356
1.619.368
-57.988
Tozo 1, 2 en 3
7.076.767
7.573.870
497.103
Kinderopvang
91.833
100.919
9.086
Totaal afrekening 2020
22.948.275
23.100.294 152.019
Verstuurde en openstaande nota's BTW 2020
289.731
316.444
26.713
Uitvoeringskosten minimabeleid 2020
45.674
38.746
-6.928
Afrekening jaarrekening 2019 nota 196097
-43.103
-43.103
0
Aanvullende nota
-1.290
-1.290
0
Afrekening BTW BCF 2019 nota 206002
-14.688
-14.688
0
Afrekening voorgaande jaren:
Jaarstukken 2020 v0.6
59
Voorstel resultaatbestemming
-16.202
-16.202
0
Bijdrage gemeenten voorziening reorganisatie SW
9.698
9.698
0
Uitvoeringskosten minima nota 196092
6.056
6.056
0
Totaal Utrechtse Heuvelrug
23.224.152
Omschrijving
23.395.955 171.804
Totaal te ontvangen
Reeds ontvangen
Saldo
Apparaatskosten
1.217.982
1.216.883
-1.099
Gebundelde uitkering WWB
3.765.908
3.894.506
128.598
Wijk bij Duurstede Afrekening 2020
Bbz overige
-1.958
33.960
35.918
Bijzondere bijstand/minimabeleid
450.630
431.245
-19.385
Participatiebudget Re-integratie
169.719
169.352
-367
Nieuwkomers
11.198
11.198
0
WSW
1.355.571
1.308.674
-46.897
Tozo 1, 2 en 3
2.872.400
3.062.648
190.248
Kinderopvang
2.467
2.897
430
9.843.917
10.131.363
287.446
124.769
134.373
9.604
-84.901
-84.901
0
Totaal afrekening 2020 Verstuurde en openstaande nota's BTW 2020 Afrekening voorgaande jaren: Afrekening jaarrekening 2019 Aanvullende nota 196103
18.595
18.595
0
Afrekening BTW BCF 2019
-16.707
-16.707
0
Voorstel resultaatbestemming
-7.134
-7.134
0
Bijdrage gemeenten voorziening reorganisatie SW
7.875
7.875
0
9.886.414
10.183.464
297.050
Totaal
Reeds
Saldo
te ontvangen
ontvangen
Apparaatskosten
5.773.259
5.876.954
103.695
Gebundelde uitkering WWB
17.957.841
18.571.064
613.223
Bbz overige
-149.038
-3.033
146.005
Bijzondere bijstand/minimabeleid
2.849.940
2.947.796
97.856
Totaal Wijk bij Duurstede
Omschrijving
Zeist Afrekening 2020
Jaarstukken 2020 v0.6
60
Participatiebudget Re-integratie
1.785.891
1.903.336
117.445
55.086
55.086
0
WSW
5.362.234
5.195.109
-167.125
Tozo 1, 2 en 3
10.344.635
10.883.335
538.700
Kinderopvang
84.957
95.571
10.614
44.064.805
45.525.218
1.460.413
BTW 2020
591.407
661.029
69.622
Uitvoeringskosten minimabeleid 2020
79.406
67.291
-12.115
Loonkosten 2020 Vermeulen en Jonker
49.995
49.995
0
Afrekening jaarrekening 2019
-176.181
-176.181
0
Aanvullende nota 196104
297.325
297.325
Afrekening BTW BCF 2019
-39.440
-39.440
0
Voorstel resultaatbestemming
-34.523
-34.523
0
Bijdrage gemeenten voorziening reorganisatie SW
30.990
30.990
0
Uitvoeringskosten minimabeleid 2019
25.637
25.637
0
Totaal Zeist
44.889.421
46.407.341
1.517.920
Omschrijving
Totaal
Reeds
Saldo
te ontvangen
ontvangen
Nieuwkomers
Totaal afrekening 2020
Verstuurde en openstaande nota's
Afrekening voorgaande jaren:
Totaal Afrekening 2020 Apparaatskosten
13.223.072
13.223.071
-1
Gebundelde uitkering WWB
41.766.135
42.585.090
818.955
-90.291
116.559
206.850
Bijzondere bijstand/minimabeleid
5.599.655
5.611.776
12.121
Participatiebudget Re-integratie
2.962.435
3.159.918
197.483
125.000
125.000
0
WSW
10.022.016
9.702.399
-319.617
Tozo 1, 2 en 3
28.563.886
30.272.943
1.709.057
Bbz overige
Nieuwkomers
Jaarstukken 2020 v0.6
61
Kinderopvang
269.747
287.656
17.909
102.441.657
105.084.412
2.642.757
1.354.560
1.500.000
145.440
Uitvoeringskosten minimabeleid 2020
125.080
106.037
-19.043
Loonkosten 2020 Vermeulen en Jonker
49.995
49.995
0
Afrekening jaarrekening 2019
-299.128
-299.128
0
Aanvullende nota
382.204
382.204
0
Afrekening Btw 2019
-94.564
-94.564
0
Voorstel resultaatbestemming
-77.552
-77.552
0
Bijdrage gemeenten voorziening reorganisatie SW
58.000
58.000
0
Uitvoeringskosten minimabeleid 2019
31.693
31.693
0
103.971.944
106.741.096
2.769.153
Totaal afrekening 2020
Verstuurde en openstaande nota's BTW 2020
Afrekening voorgaande jaren:
Totaal rekening courant gemeenten
Jaarstukken 2020 v0.6
62
BIJLAGE Overzicht zienswijzen bij Kadernota 2022 De Kadernota vormt de start van de planning & control cyclus en de opmaat voor de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025. De gemeenten hebben de gelegenheid gekregen om een zienswijze in te dienen. De zienswijzen leiden tot nadere specificering en uitwerking in de begroting. De Kadernota is op 25 maart 2021 vastgesteld door het Algemeen bestuur, inclusief de reactie van de RDWI op de ingediende zienswijzen. Hieronder een beknopt overzicht van de ingediende zienswijzen en de wijze waarop deze verwerkt worden. Gemeente Bunnik, WbD, Zeist Allen
Onderwerp Gaan er van uit dat de herziening risicoverdeling BUIG is verwerkt. In kadernota wordt aangegeven dat de financiële kaders en de beleidsdoelen in concrete en meetbare doelstellingen worden verwerkt. Graag worden gemeenten betrokken bij de uitwerking.
UH, WbD, Zeist
Wens dat deze voor wat betreft de apparaatskosten per product en per deelnemer inzichtelijk worden gemaakt
Allen
De verwachte kosten zijn relatief laag geprognosticeerd. Gemeenten vertrouwen erop dat zij tijdig geïnformeerd worden bij ontwikkelingen, gezien financiële risico’s.
Toelichting/opmerkingen Is verwerkt in de concept begroting 2022. De kadernota zelf geeft de speerpunten aan (‘wat willen we bereiken’). In de begroting worden deze uitgewerkt. In ambtelijk overleg wordt dit voorbesproken. Daarbij wordt een balans gezocht tussen wenselijkheid, relevantie en haalbaarheid. De organisatie opereert binnen de vastgestelde apparaatskosten in totaal. De apparaatskosten per deelnemer zijn vastgesteld volgens een vaste verdeelsleutel. Een verdeling per product past niet bij de aard van de gemeenschappelijke regeling, waarin de RDWI op basis van solidariteit tussen de gemeenten het gehele dienstverleningspakket integraal uitvoert. Daardoor heeft de directie de slagkracht om mensen en middelen in te zetten waar het nodig is. Bovendien zou een verdeling per product een hogere administratieve lastendruk met zich meebrengen. De ontwikkeling BUIG is gebaseerd op ramingen van het CPB. Mede vanwege de verwachte stijging van de bijstand wordt in de ontwerp Begroting 2022 ook een correctie doorgevoerd voor de kosten van onder andere bijzondere bijstand en minimabeleid. Tijdig informeren maakt onderdeel uit van reguliere werkwijze die in 2021 wordt voortgezet, via P&C-documenten, going concern rapportages. Vanzelfsprekend zullen wij de opdrachtgevende gemeenten tussentijds informeren als daar aanleiding toe is.
Bunnik, Zeist
Graag aannames BUIG afzetten tegen aannames van vergelijkbare organisaties.
De Bilt, UH, WbD
Pleidooi voor het vergelijken van prognoses en realisaties met vergelijkbare sociale diensten om een kwalitatief hoge dienstverlening te kunnen blijven waarborgen / Graag beleidsindicatoren vastleggen die te vergelijken zijn met andere regio’s.
Zeist
Bunnik, UH, WbD, Zeist
Graag bij de jaarrekening 2020 overschot apparaatskosten toevoegen aan weerstandsvermogen, zodat er financieel ruimte is om in overleg met deelnemers tijdig op te schalen. Gaan uit van tijdige verwerking en besluitvorming etc. Graag op de hoogte houden van ontwikkeling BBZ in 2021 en 2022, gezien de risico’s.
Bunnik, UH, WbD, Zeist
Graag op de hoogte houden van ontwikkelingen uitwerking strategische kaders m.b.t. groep 3
Bunnik, UH, WbD, Zeist
Idem, voor wat betreft de ontwikkelingen in de arbeidsmarktregio.
Zeist
Effecten van wijziging afspraken re-integratiemiddelen verwerken in begrotingswijziging 2022.
Er is voor gekozen om zoals altijd de ramingen van het CPB te hanteren. De reden is dat er geen andere (betrouwbaardere) raming te maken is. Via de nieuwe maandelijkse rapportages over de ontwikkelingen BUIG zullen we direct signaleren en bijstellen wanneer de trend afwijkt van de raming. Voor prognoses, zie antwoord hierboven. Voor vergelijken van realisaties maken we sinds dit jaar meer gebruik van benchmarkgegevens. Deze worden vanaf de Voorjaarsnota 2021 verwerkt in de P&C-stukken. Huidige set aan kwantitatieve indicatoren is vergelijkbaar met andere regio’s / organisaties. Bij de jaarrekening wordt conform besluit van het Algemeen bestuur (juli 2020) het weerstandsratio verhoogd naar 1, via voorstel voor bestemming van het resultaat.
De ontwikkeling BBZ wordt meegenomen in de reguliere werkwijze via P&C-documenten en going concern rapportages. De gemeenten worden bovendien tussentijds geïnformeerd als daar aanleiding toe is. Maakt onderdeel uit van de bestuursopdracht en de afspraken die gemeenten en de RDWI gezamenlijk maken hierover. Onderdeel van die afspraken is dat wij hierover op de reguliere wijze rapporteren. Dit heeft ook betrekking op 2021. Standaard bespreekpunt in ambtelijk overleg. Vanuit het AB is een vertegenwoordiger aangesloten bij de Utrechtse Werktafel. Daar worden op de Utrechtse Werktafel dit jaar nog afspraken gemaakt over het (beter) informeren van de gemeenteraden. Dit is afhankelijk van de omvang van de wijzigingen en het tempo van de besluitvorming. Zodra duidelijk is of en in welke mate dit van invloed is op de Begroting 2022, zullen wij met voorstellen komen.
Allen
Bunnik, UH, WbD, Zeist
De Bilt, UH
UH
Verwachten intensieve en gelijkwaardige samenwerking met lokale partners en Biga Groep / Benieuwd naar de voortgang op de uitwerking van de samenwerking Biga Groep. In de Kadernota zijn nog niet de benodigde middelen voor de nieuwe Wet inburgering opgenomen. Daarbij wordt opgemerkt dat niet alle middelen één-op-één voor uitvoering door de RDWI bestemd zijn.
Vragen aandacht voor de gemaakte afspraken over de duur van indicaties en omvang aantal opvanguren kinderopvang. Alert op nieuwe doelgroepen en extra aandacht voor kwetsbare inwoners die worden getroffen door de coronacrisis.
UH, WbD
Graag op de hoogte houden hoe de verwachte toename van klanten schulddienstverlening wordt opgevangen. Ook hoe de toename effect heeft op de dienstverlening.
WbD
Vraagt aandacht voor kostenbesparing en gaat in eigen begroting uit van taakstelling op de verbonden partijen van 5% vanaf 2022.
Is bestaande lijn; streven is om hier in 2021 flinke stappen te hebben gezet. Met betrekking tot Biga Groep is het streven om in 2021 al vernieuwde afspraken te maken en deze in 2022 voort te zetten of te bestendigen. Een goede financiële onderbouwing kan pas opgenomen worden wanneer het implementatieplan door het Algemeen bestuur is vastgesteld. Dat vormt het uitgangspunt voor de financiële verwerking in de Begroting 2022. We zouden anders vooruitlopen op besluitvorming. Besluitvorming hierover vindt eind maart plaats en wordt verwerkt in de ontwerp begroting 2022. Is nieuwe werkwijze sinds 2021. In de ontwerp begroting 2022 wordt dit ter informatie toegevoegd. Deze extra aandacht wordt gegeven. In 2021 is onder andere de TONK ingeregeld. Er is nog niet te voorzien wat de effecten zullen zijn in 2022 en verder, dit hangt mede af van de economische ontwikkelingen. Daar blijven we voortdurend alert op en nemen gemeenten mee in de ontwikkelingen. Zo hebben we bijvoorbeeld een ondernemersteam ingericht en de vroegsignalering bij schulden ingeregeld. Op het moment van opstellen van de ontwerp begroting zijn de ontwikkelingen nog te recent om een prognose te maken van de effecten. Een toename is op dit moment nog niet te zien. Gemeenten worden hierin meegenomen zodra deze effecten wel te zien zijn.
Naar aanleiding van de uitvoering van het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ zijn al efficiencyslagen doorgevoerd die hebben geleid tot een structurele lagere bijdrage van gemeenten vanaf 2021. Verdere efficiencyslagen zouden een direct effect hebben op de dienstverlening aan de inwoners.
BEGROTING 2022 EN MEERJARENRAMING 20232025 RDWI Versie 0.5
Begroting 2022 – v0.5
pag. 1
Voorwoord Hierbij bieden wij u de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI) aan. De Begroting is gebaseerd op de Kadernota 2022 en de door uw gemeenteraden ingediende zienswijzen daarop. In onze dienstverlening staat centraal dat we inwoners die onze ondersteuning nodig hebben, zo efficiënt en effectief mogelijk een stap verder helpen. Dat kan zijn naar betaald werk, naar werk met ondersteuning, naar maatschappelijk nuttige activiteiten, naar een stabiele inkomenssituatie, et cetera. Samen met onze partners in het sociaal domein zetten we passende ondersteuning in voor diegenen die het niet zelfstandig redden. Vanuit onze rol denken we als RDWI graag mee met en spelen we graag in op de uitdagingen waar gemeenten voor staan in het sociaal domein. Gezien de ontwikkelingen rondom het COVID-19 virus is het moeilijk om te voorspellen hoe het bestand zich gaat ontwikkelen en om de (financiële) effecten van de economie op de middellange termijn concreet te maken. Dat maakt dat de onzekerheden in deze Begroting groot zijn. Over het algemeen wordt aangenomen dat het bestand verder zal gaan stijgen tot en met 2022. Daar houden we dan ook rekening mee. De verwachting is dat bij economisch herstel de meer kansrijke inwoners als eerste weer een baan zullen vinden.
Daarom houden we ook rekening met een verzwaring van het bestand. In de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 zijn de uitgangspunten zoals opgenomen in de Kadernota 2022 verder uitgewerkt. De Begroting 2022 wijkt op enkele posten af van de Kadernota door nieuwe inzichten of ontwikkelingen. Hoewel de impact van de coronacrisis of COVID-19 op de samenleving en economie groot is, is tot nu toe het financieel effect op programma’s van RSD beperkt. De noodmaatregelen van het kabinet beperken de gevolgen voor de economie. Alle wijzigingen ten opzichte van de Kadernota 2022 zijn: 1. De verwachting is dat de inkomensvoorzieningen zullen stijgen. In 2020 is deze stijging nog beperkt gebleven. Maar de signalen wijzen erop dat het aantal inwoners met financiële problemen toe zal nemen, mede door plotselinge daling van inkomsten als gevolg van werkloosheid. Voor de Begroting 2022 is een stijging geraamd van circa 11%, gebaseerd op de stijgende werkloosheid over een periode van twee jaar, zoals geraamd door het CPB. 2. Het programmabudget ten behoeve van de voorzieningen en het budget voor de uitvoering van de Wet inburgering zijn verwerkt op basis van het besluit van het Algemeen bestuur d.d. 25 maart 2021 over het implementatieplan. Dit is een wijziging ten opzichte van de Kadernota 2022, omdat besluitvorming daarover op dat moment nog niet plaatsgevonden had.
De berekening is gebaseerd op uitgangspunten die het Rijk heeft geformuleerd. De taakstelling van het aantal inburgeraars in 2022 kan nog gevolgen hebben voor de uitvoering van de wet. 3. Vooruitlopend op definitieve besluitvorming over de “ontschotting” van is het resultaat op de BUIG verwerkt volgens de nieuwe systematiek waarover de deelnemende gemeenten een besluit nemen. In de nieuwe situatie worden alleen de tekorten onder de vijf deelnemers verdeeld. 4. Het re-integratiebudget is gecorrigeerd. De uitgangspunten voor de berekening van de indexatie is aangepast.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 2
De overige financiële ontwikkelingen voor 2022 en verder (zoals ook opgenomen in de Kadernota 2022) zijn: 5. Voor de BUIG/BBZ houden we rekening met een stijging van het aantal bijstandspartijen tot ruim 3.200. De stijging is gebaseerd op de stijging die het CPB voorziet van de werkloosheid van bijna 11% over twee jaar. Daarmee blijven we binnen de formatie, conform de in oktober 2020 door het Algemeen bestuur vastgelde systematiek. Door de stijging neemt de last van de BUIG/BBZ toe met ruim € 5 miljoen. De verwachting is dat deze stijging gecompenseerd zal worden door een stijging van het Rijksbudget. Het vertrekpunt voor de RDWI is in die zin relatief gunstig. In 2019 was de daling bovengemiddeld en in 2020 is de stijging beperkt gebleven tot onder het landelijk gemiddelde. 6. Hoewel we verwachten dat de instroom in BBZ zal toenemen, is het nog te vroeg om te duiden wat het effect op de kredietverlening zal zijn. De post kredietverlening betreft een beperkt aantal aanvragen, zeer verschillend qua hoogte. Een objectieve onderbouwing om het budget te verhogen is nog niet te maken. Daarom is deze post ongewijzigd gelaten. 7. Na de invoering van de nieuwe Wet inburgering is er een overgangsperiode voor de nieuwkomers die vallen onder het oude stelsel.
Omdat er nog een besluit moet worden genomen over de manier waarop de begeleiding georganiseerd wordt, kan de aframing van het programmabudget en de apparaatskosten voor het Team nieuwe inwoners nog niet gekwantificeerd worden. 8. In de Begroting is de Tozo regeling opgenomen als PM post. Deze regeling eindigt medio 2021. Daarna is de verwachting dat de ontvangen kredieten terugbetaald worden. Deze bedragen moeten gemeenten terugstorten naar het Rijk. Daarom is hiervoor een PM post opgenomen, zowel voor baten zelf als voor de bijdragen gemeenten.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 3
Inhoudsopgave VOORWOORD ................................................................................................................... 2 1 SAMENVATTING ......................................................................................................... 5 1.1. DOELSTELLINGEN ....................................................................................................... 5 1.2. TOTAALOVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ................................................................ 6 1.3. TOTAALOVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER ONDERDEEL ..................................... 7 2 UITVOERING KERNTAKEN RSD .................................................................................... 9 2.1. ONTWIKKELING VAN HET BESTAND EN BUIG-BUDGET ................................................ 9 2.2. PASSENDE ONDERSTEUNING VOOR ALLE KLANTEN .................................................. 12 2.3. ACTIVEREND STELSEL VAN INBURGERING ................................................................. 15 2.4. VROEGTIJDIG OPSPOREN VAN SCHULDEN ................................................................ 17 2.5. INKOMENSVOORZIENINGEN VOOR WIE ONDERSTEUNING NODIG HEEFT ................. 18 3 UITVOERING WSW DOOR BIGA GROEP .....................................................................
20 4 BEDRIJFSVOERING .................................................................................................... 21 4.1. APPARAATSKOSTEN .................................................................................................. 21 4.2 OVERZICHT LASTEN PER TAAKVELD EN FORMATIE OVERHEAD .................................. 23 4.3 OVERZICHTEN PER GEMEENTE .................................................................................. 24 5 FINANCIËLE PARAGRAFEN............................................................................................ 26 5.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING .................................................... 26 5.2. STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN .............................................................. 32 5.3. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .......................................................................... 34 5.4. FINANCIERING .......................................................................................................... 35 5.5. BEDRIJFSVOERING .................................................................................................... 37 5.6. VERBONDEN PARTIJEN ............................................................................................. 39 6 BELEIDSINDICATOREN .................................................................................................
41 BIJLAGE BIJDRAGEN GEMEENTEN ’23-’25 ....................................................................... 43
Begroting 2022 – v0.5
pag. 4
1 Samenvatting In de Begroting 2022 schetsen we wat we komend jaar aan dienstverlening bieden voor de inwoners van de KRH-regio, wat we samen met de gemeenten en onze andere partners willen bereiken en wat de financiële vertaling daarvan is.
1.1. Doelstellingen Mensen een stap verder helpen. Dat is waar de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug (RSD) voor staat. We ondersteunen inwoners om (weer) volwaardig onderdeel van de maatschappij uit te maken. De RSD biedt een vangnet voor de inwoners van de gemeenten De Bilt, Bunnik, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist die tijdelijk niet of onvoldoende in hun inkomen kunnen voorzien. We bieden begeleiding en hulp bij het vinden van werk, bij het aanvragen van een uitkering of andere vormen van inkomensondersteuning. Wanneer er sprake is van schulden, bieden we begeleiding bij het oplossen hiervan. We ondersteunen nieuwe inwoners bij hun inburgering. We werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Dat doen we onder andere door de dienstverlening dicht bij de inwoner te organiseren, door nauwe samenwerking met lokale netwerkpartners, door een innovatieve werkgeversbenadering, door focus te leggen op preventie en vroegsignalering bij schulden en door de dienstverlening toegankelijk en laagdrempelig te maken voor inwoners. De belangrijkste aandachtspunten specifiek voor 2022 zijn1: - De ontwikkeling van het aantal mensen dat aangewezen is op een uitkering, gunstiger is dan het landelijk gemiddelde. Daarmee realiseren we besparingen op het BUIG-budget.
We vergelijken onze prestaties daarnaast met omliggende en/of vergelijkbare regio’s, om daarmee te kunnen vaststellen op welke onderdelen verbeteringen mogelijk zijn. We spannen ons in om uitstroom te realiseren voor zover we daar invloed op hebben en de instroom waar mogelijk te voorkomen (zie paragraaf 2.1) - Een efficiënte en effectieve besteding van het participatiebudget. Daarbij gaat het om verdere ondersteuning van kwetsbare groepen in samenwerking met onze lokale en regionale netwerkpartners, om bovenregionale samenwerking op het terrein van werkgeversdienstverlening en om een verdere professionalisering van dienstverlening aan zelfstandigen (zie paragraaf 2.2) - We gaan voor duurzaam inburgeren. Dit betreft alle levensdomeinen, waarbij de Wet inburgering het accent legt op werk in combinatie met taalontwikkeling (zie paragraaf 2.3) - Vroegsignalering bij schulden, aansluitend bij de wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (zie paragraaf 2.4) - Een snelle en adequate afhandeling van aanvragen van diverse inkomensvoorzieningen (zie paragraaf 2.5) De manier waarop we aan bovenstaande punten invulling geven, is uitgewerkt in hoofdstuk 2. Om onze dienstverlening en onze resultaten verder te verbeteren, formuleren we per onderdeel jaarlijks specifieke doelstellingen waarover we via de P&Cdocumenten verantwoording afleggen.
Deze doelstellingen zijn per onderdeel opgenomen en daarnaast samengevat in hoofdstuk 6.
1
Bron: Kadernota RDWI 2021 versie 0.5
Begroting 2022 – v0.5
pag. 5
1.2. Totaaloverzicht van baten en lasten In onderstaande tabellen zijn de overzichten van baten en lasten (conform BBV art. 17 t/m 19) uitgewerkt. Overzicht van baten en lasten
Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Programma Werk en Inkomen Lasten
115.455.863
88.132.287
97.419.883
97.316.096
97.046.490
95.681.790
Baten
15.036.522
12.458.500
12.708.500
12.523.500
12.342.500
12.342.500
Saldo
100.419.341
75.673.787
84.711.383
84.792.596
84.703.990
83.339.290
Subtotaal programma’s
100.419.341 75.673.787 84.711.383 84.792.596 84.703.990 83.339.290
Bijdragen gemeenten
102.422.104
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
102.422.104 75.673.787 84.561.383 84.642.596 84.553.990 83.339.290
Totaal saldo van baten en lasten Toevoeging reserves Onttrekking reserves Gerealiseerd / begroot resultaat
75.673.787
84.561.383
84.642.596
84.553.990
83.339.290
2.002.763
0
-150.000
-150.000
-150.000
0
-610.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
544.751
110.000
260.000
260.000
260.000
110.000
1.937.514
0
0
0
0
0
Toelichting De Begroting 2022 wijkt op enkele onderdelen af van de Kadernota 2022. Er zijn wijzigingen op re-integratiebudget en de inkomensvoorzieningen. Daarnaast is het financieel gevolg van de invoering van de nieuwe Wet inburgering opgenomen. Na de invoering van de nieuwe Wet inburgering is er een overgangsperiode voor de nieuwkomers die vallen onder het oude stelsel. Omdat er nog een besluit moet worden genomen over de manier waarop de begeleiding georganiseerd wordt, kan de afbouw van het programmabudget de apparaatskosten voor het Team nieuwe inwoners nog niet gekwantificeerd worden. De ontschotting van het resultaat op de BUIG is verwerkt volgens de nieuwe systematiek waarover de gemeenten een besluit nemen. Volgens deze systematiek worden alleen de tekorten van gemeenten over de vijf deelnemers verdeeld. Positieve resultaten blijven buiten de ontschotting. Ontwikkeling bijdragen gemeenten Door de hierboven genoemde mutaties stijgen de bijdragen gemeenten met € 1.391.320 ten opzichte van de Kadernota 2022.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 6
1.3. Totaaloverzicht van baten en lasten per onderdeel Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
27.463.018
0
0
0
0
0
42.774.094
45.088.366
51.379.000
50.888.000
50.795.000
49.968.000
2.872.704
3.004.000
3.352.000
3.494.000
3.494.000
3.494.000
Individuele inkomenstoeslagen Collectieve ziektekostenverzekeringen Minimabeleid gemeenten
1.086.489
1.075.000
1.123.000
1.123.000
1.123.000
1.123.000
1.280.311
1.275.000
1.346.100
1.346.100
1.346.100
1.346.100
630.872
664.000
675.000
675.000
675.000
675.000
Re-integratie, Participatie, incl actieplan jeugdwerkloosheid Nieuwkomers
3.007.701
3.592.678
3.772.640
3.881.953
3.984.147
3.984.147
49.876
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
664.300
1.076.300
1.179.400
1.179.400
Lasten per onderdeel Programma Werk en Inkomen Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Gebundelde uitkeringen / BBZ bijzondere bijstand
Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering (WNI) Wet sociale Werkvoorziening Kinderopvang
10.022.016
8.477.000
8.653.200
8.445.400
8.182.800
7.795.100
269.746
200.000
316.000
316.000
316.000
316.000
Apparaatskosten RSD
15.417.463
15.104.243
15.480.243
15.480.243
15.480.243
15.330.243
510.400
627.100
688.800
688.800
PM
PM
PM
PM
Uitvoering Nieuwe Wet inburgering Intensieve aanpak Bijdrage aan BIGA loonkosten SW
658.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
9.923.573
8.927.000
9.423.000
9.238.000
9.057.000
9.057.000
Totaal lasten
115.455.863 88.132.287 97.419.883 97.316.096 97.046.490 95.681.790
Baten per onderdeel
Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
27.463.018
0
0
0
0
0
42.774.094
45.088.366
51.379.000
50.888.000
50.795.000
49.968.000
2.872.704
3.004.000
3.352.000
3.494.000
3.494.000
3.494.000
1.086.489
1.075.000
1.123.000
1.123.000
1.123.000
1.123.000
1.280.311
1.275.000
1.346.100
1.346.100
1.346.100
1.346.100
630.872
664.000
675.000
675.000
675.000
675.000
3.007.701
3.592.678
3.772.640
3.881.953
3.984.147
3.984.147
49.876
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
664.300
1.076.300
1.179.400
1.179.400
8.653.200
8.445.400
8.182.800
7.795.100
Programma Werk en Inkomen Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Gebundelde uitkeringen / BBZ Bijzonder bijstand Individuele inkomenstoeslagen Collectieve Ziektekostenverzekering Minimabeleid gemeenten Re-integratie, Participatie Nieuwkomers Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering (WNI) Wet Sociale Werkvoorziening
Begroting 2022 – v0.5
10.022.016
8.477.000
pag. 7
Kinderopvang Apparaatskosten RSD Uitvoering Nieuwe Wet inburgering Intensieve aanpak nieuwkomers Bijdrage gemeenten aan BIGA Loonkosten SW Totaal baten
269.746
200.000
316.000
316.000
316.000
316.000
17.420.226
15.104.243
15.330.243
15.330.243
15.330.243
15.330.243
510.400
627.100
688.800
688.800
PM
PM
PM
PM
658.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
9.923.573
8.927.000
9.423.000
9.238.000
9.057.000
9.057.000
117.458.626 88.132.287 97.269.883 97.166.096 96.896.490 95.681.790
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten Toevoeging reserves
2.002.763
0
-150.000
-150.000
-150.000
0
-610.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
544.751
110.000
260.000
260.000
260.000
110.000
0
0
0
0
0
Onttrekking reserves Gerealiseerd/ begroot resultaat
1.937.514
Toelichting Het totaal van baten en lasten in 2022 bedraagt € 97.419.883. De baten en lasten zullen in 2024 dalen tot € 95.681.790. De stijging wordt veroorzaakt door hogere lasten BUIG/BBZ, bijzondere bijstand, de individuele inkomstentoeslag en een beperkte stijging van het re-integratiebudget. Het budget Wsw zal dalen. De invoering van de nieuwe Wet inburgering leidt ook tot een stijging van de lasten. Tevens is vanaf 2022 de apparaatskosten begroting verhoogd met € 150.000 voor de afwikkeling van de Tozoregeling. Deze lasten worden gedekt uit een onttrekking uit de bestemmingsreserve Tozo. Na reserves is de begroting in evenwicht. De stijging hangt onder meer samen met een verwachte toename van het aantal bijstandspartijen en een toename van de inzet van loonkostensubsidie. Voor de uitkeringen is het prijspeil constant gehouden. Prijsstijgingen verwerkt het Rijk in de budgetten op macroniveau. Hieronder de tabellen met het begrote saldo van baten en lasten, de mutaties reserves en het resultaat na bestemming. Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
55.000
110.000
110.000
110.000
110.000
110.000
Bestemmingsreserve frictie
110.000
54.000
0
Bestemmingsreserve Verbeterplan Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls
225.000
182.000
0
13.000
87.000
0
Bestemmingsreserve Tozo 1&2
-500.000
PM
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
2022
2023
2024
2025
-150.000 -150.000 150.000 150.000
0 0
Mutatie reserves Toevoeging reserve groot onderhoud Onttrekking reserve groot onderhoud
Bestemmingsreserve Tozo 3 Totaal saldo van mutaties reserves Resultaat na bestemming
PM -207.000
323.000
Realisatie 2020
Begroting 2021
Saldo baten en lasten voor reserves Mutatie reserves
2.002.762 -65.249
0 -150.000 0 150.000
Resultaat voor bestemming
1.937.513
0
Begroting 2022 – v0.5
0
0
0
0
0
pag. 8
2 Uitvoering kerntaken RSD De doelstellingen die we willen bereiken (zie hoofdstuk 1) zijn vertaald naar concrete activiteiten. In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat we gaan doen om de doelstellingen te halen en wat dit financieel betekent.
2.1. Ontwikkeling van het bestand en BUIG-budget Op het moment van schrijven bevinden we ons nog midden in de coronapandemie. Mede door de steunmaatregelen van het kabinet zijn de werkloosheidscijfers niet zo sterk gestegen dan aan het begin van de crisis voorspeld werd. Dat zien we ook terug in de cijfers van het bijstandsvolume. In 2020 was er weliswaar een stijging van het bestand (na een forse daling in 2019), maar deze stijging is beperkt gebleven tot 2,5%. Een betrouwbare voorspelling voor 2022 en verder is moeilijk door de crisis, zo niet onmogelijk. Over het algemeen wordt aangenomen dat het bestand verder zal gaan stijgen tot en met 2022. Dit heeft onder andere te maken met het na-ijleffect van de crisis. Mensen die werkloos worden, komen eerst in de WW terecht wanneer zij een arbeidsverleden hebben. Daarnaast geldt dat bij economisch herstel de kansrijke werkzoekenden als eerste weer werk vinden. Het risico bestaat dat, net als na het einde van de financiële crisis, het klantenbestand relatief ‘zwaarder’ wordt, doordat kwetsbaardere klanten moeilijk weer aan het werk komen. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat we de in eerste instantie ‘kansrijken’ niet uit het oog verliezen, om een langduriger verblijf in de bijstand te voorkomen. Vanwege de geringe voorspelbaarheid volgen we daarom de ramingen van het CPB en houden we rekening met een verdere stijging.
We hanteren in deze Begroting de prognoses zoals opgenomen in de Kadernota 2022. Gedurende het jaar blijven we monitoren of we op koers blijven voor wat betreft de doelstelling (1% gunstiger dan het landelijk gemiddelde). In hoeverre we de doelstelling kunnen behalen, hangt ook af van factoren waarop we geen invloed hebben. Op de langere termijn is een dergelijke doelstelling steeds moeilijker haalbaar; hoe succesvoller we bijvoorbeeld zijn in uitstroom, hoe zwaarder het bestand wordt. Doelstellingen • De ontwikkeling van het volume BUIG is 1% gunstiger dan landelijk gemiddeld • Een rechtmatige verstrekking van uitkeringen van minimaal 99%; we blijven daarmee binnen de goedkeuringsratio van 1% Wat gaan we doen Instroom en uitstroom Er is beperkt invloed mogelijk op de instroom: wanneer iemand recht heeft op een uitkering, verstrekken we deze. Het poortproces is enige tijd geleden zodanig georganiseerd dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat er onterechte instroom is. Re-integratieactiviteiten (in brede zin) zijn het belangrijkste middel om uitstroom uit de bijstand te bevorderen. Dit is één van de basistaken van de RSD. In paragraaf 2.2 wordt uitgebreid ingegaan op hoe we dat in 2022 vormgeven. Handhaving Doel van handhaving is dat klanten vanaf het begin af aan precies weten wat hun rechten en plichten zijn. Handhaving is geen doel op zichzelf.
Uitkeringen moeten verstrekt worden aan diegenen die daar ook recht op hebben en tegelijkertijd houden we
Begroting 2022 – v0.5
pag. 9
oog voor de individuele omstandigheden. Er is daarom al enige tijd aandacht voor goede voorlichting aan de voorkant, het zogeheten ‘hoogwaardig handhaven’. We verwachten dit in 2022 volledig geïmplementeerd te hebben. Wat betekent dit financieel Tabel gebundelde uitkeringen BUIG, BBZ starters en BBZ 2004 Lasten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden Overige posten BBZ 2004: Kredietverlening BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid Subtotaal BBZ 2004 bedrijfskredieten en onderzoekskosten Totaal lasten BUIG /BBZ
Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
42.506.971
44.649.366
50.940.000
50.449.000
50.356.000
49.529.000
146.500
239.000
239.000
239.000
239.000
239.000
120.623
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
267.123
439.000
439.000
439.000
439.000
439.000
42.774.094 45.088.366 51.379.000 50.888.000 50.795.000 49.968.000
Baten BUIG gebundelde uitkeringen / BBZ starters en gevestigden
740.783
1.051.000
851.000
851.000
851.000
851.000
BBZ 2004
357.467
146.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Totaal Baten BUIG / BBZ
1.098.250
1.197.000
951.000
951.000
951.000
951.000
Bijdragen gemeenten
41.675.844
43.891.366
50.428.000
49.937.000
49.844.000
49.017.000
Totaal baten
42.774.094 45.088.366 51.379.000 50.888.000 50.795.000 49.968.000
Toelichting Voor de raming van de lasten 2022 BUIG/BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden is de prognose van het CPB als uitgangspunt genomen. Er is een stijging verwerkt van circa 11% van het aantal bijstandspartijen over twee jaar. De lasten loonkostensubsidie zijn jaarlijks met 20% verhoogd. Loonkostensubsidie Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 worden loonkostensubsidies voor de banenafspraak en beschut werk uit de BUIG-middelen gefinancierd. Naarmate we meer mensen met een indicatie plaatsen waarvoor loonkostensubsidie verstrekt wordt, neemt die component een steeds belangrijkere plaats in bij de ontwikkeling van de lasten BUIG. De omvang daarvan is alleen te voorspellen op basis van ervaringen uit de afgelopen paar jaren. Op basis daarvan gaat het om naar verwachting tussen 800 en 900 personen, waarvan de helft aan het werk is met inzet van loonkostensubsidie (gemiddeld 55% van het wettelijk minimumloon). Dit betreft ook niet-uitkeringsgerechtigden. De loonkostensubsidie voor beschut werk is een redelijk vast gegeven, omdat het gaat om mensen die langdurig zijn aangewezen op ondersteuning. Gezien de taakstelling vanuit het ministerie van SZW (minimaal aantal te realiseren plekken, mits er voldoende kandidaten zijn), gaan we uit van ongeveer 60 personen aan het eind van 2022 met inzet van loonkostensubsidie van 70%.
Het effect van de inzet van loonkostensubsidies is meegenomen in de berekening van de BUIG. Om de inzet van de banenafspraak en
Begroting 2022 – v0.5
pag. 10
beschut werk te stimuleren, heeft het kabinet besloten om de loonkostensubsidie vanuit de BUIG vanaf 2022 te financieren op basis van het werkelijk gerealiseerde aantal banen met loonkostensubsidie. In paragraaf 2.2 gaan we in op hoe we de banenafspraak en beschut werk organiseren. BBZ 2004 overige posten De kredietverlening BBZ betreft het verstrekken van bedrijfskredieten. Vanaf 2020 financieren gemeenten deze kredieten voor. Gemeenten dragen 75% van het risico. In het jaar na kredietverstrekking vergoedt het Rijk tijdelijk 100%. Daarna geldt een strak terugbetalingsregime aan het Rijk tot 75% van de verstrekte hoofdsom, ongeacht de werkelijke aflossing op de verstrekte kredieten. In 2020 was de realisatie van beide posten lager dan begroot. Dit hangt samen met de Tozo regeling. De regeling bood ondernemers tijdelijk een uitkering levensonderhoud en een beperkt bedrijfskrediet om liquiditeitsproblemen op te vangen. De regeling loopt tot medio 2021. Daarna kan het aantal kredietaanvragen toenemen. Het is moeilijk om een objectieve onderbouwing te bepalen voor de stijging. Daarvoor is de economische ontwikkeling na corona nog te onduidelijk. Om deze reden is het budget ongewijzigd gebleven. Ter dekking van kosten BUIG/gebundelde uitkering ontvangen gemeenten van het Rijk een bijdrage via de verdeling van het BUIG macrobudget.
In onderstaande tabel is het resultaat op dit budget gebundelde uitkering BUIG en BBZ starters en gevestigden vóór en na ontschotting opgenomen. De verwachting is dat gemeente Utrechtse Heuvelrug een aanvraag kan doen voor de Vangnetregeling. Deze aanvraag is verwerkt in de tabel. In de tabel is het resultaat (kolom C) op de BUIG/ BBZ per gemeente opgenomen na Vangnetuitkering. In kolom D is het resultaat na ontschotting verwerkt. Voor de ontschotting is uitgegaan van de gewijzigde systematiek waarover gemeenten in maart 2021 een besluit hebben genomen. Dat betekent dat vanaf 2021 alleen nog de tekorten van gemeenten over de vijf gemeenten verdeeld worden en de positieve resultaten buiten de ontschotting blijven. In kolom D is het resultaat na ontschotting verwerkt. C. Resultaat op gebundelde uitkering BUIG en BBZ D. Resultaat starters en na aanvullend ontschottin e uitkering g
A. Resultaat gebundelde uitkering BUIG en starters en gevestigde n
B aanvullend e uitkering Rijk
Bunnik
-46.000
0
-46.000
-44.674
De Bilt Utrechtse Heuvelrug
464.000
0
464.000
242.913
-1.106.000
148.000
-958.000
-226.139
-45.000
0
-45.000
-94.485
Gemeente
Wijk bij Duurstede Zeist
682.000
0
682.000
219.386
Totaal
-51.000
148.000
97.000
97.000
Begroting 2022 – v0.5
E. mutatie ontschottin g nog te ontvangen
F. Mutatie ontschottin g nog te betalen
1.326 221.087 731.861 49.485 462.614 733.186
733.186
pag. 11
Afwikkeling Tozo regeling Tabel Tozo regeling Lasten Tijdelijke overbruggingsregeling (Tozo) Totaal lasten
Realisatie Begroting 2020 2021
2022
2023
2024
2025
27.463.018
0
0
0
0
0
27.463.018
0
0
0
0
0
744.085
0
PM
PM
PM
0
Baten Overige baten Vooruitontvangen bijdragen
-1.844.953
Bijdragen gemeenten
28.563.886
0
PM
PM
PM
0
Totaal baten
27.463.018
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Toelichting Tot medio 2021 loopt de regeling Tijdelijke ondersteuning zelfstandig ondernemers (Tozo). Deze noodregeling is bedoeld ter ondersteuning van zelfstandigen tijdens de coronacrisis. Onderdeel van de regeling is een uitkering levensonderhoud en een beperkt bedrijfskrediet in geval van liquiditeitsproblemen. Tot eind 2020 is voor ruim € 2,2 miljoen aan kredieten verstrekt. De verwachting is dat dit bedrag nog enigszins zal stijgen. Vanaf juli 2021 moeten deze kredieten in principe in drie jaar terugbetaald worden. De ontvangen baten moeten worden terugbetaald aan het Rijk. Omdat het terugbetalingsritme mede afhankelijk is van het economisch herstel, is een PM post opgenomen voor zowel de te ontvangen overige baten als voor de bijdrage gemeenten.
2.2. Passende ondersteuning voor alle klanten We bieden een samenhangend pakket aan dienstverlening voor klanten die zijn aangewezen op ondersteuning naar werk en participatie of bij het verkrijgen en behouden van een stabiel inkomen. Mensen die zelf hun weg vinden op de arbeidsmarkt, hebben beperkte ondersteuning nodig van de RSD. Met name voor mensen die mogelijkheden hebben voor arbeidsparticipatie zetten we vooral in op (boven)regionale samenwerking. We maken afspraken met de lokale partijen over wat zij kunnen betekenen voor de groep die niet in staat is om te werken, aansluitend bij de Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023. Verder is het streven om langdurige afspraken te hebben met Biga Groep, als één van onze partners, over de re-integratie van klanten die ondersteuning nodig hebben richting de arbeidsmarkt. Werkloosheid onder jongeren is toegenomen tijdens de coronacrisis. Een deel van die jongeren zullen we in 2022 niet in ons bestand zien zodra de arbeidsmarkt zich herstelt, maar er zal een groep kwetsbare jongeren blijven die onze ondersteuning nodig heeft. We werken daarom onder andere samen met het RMC voor de begeleiding van jongeren, met name in de overgang van school naar werk.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 12
Doelstellingen • Het plaatsen van alle kandidaten beschut werk, met als maximum de taakstelling van het ministerie • Een plaatsingspercentage van 50% van de kandidaten met een indicatie banenafspraak • Eind 2022 hebben we met alle gemeenten sluitende afspraken over de samenwerking in het sociaal domein; aansluitend aan c.q. volgend op de bestuursopdracht uit de Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023 Wat gaan we doen Onze basisdienstverlening is gericht op het zo effectief en efficiënt begeleiden van klanten naar een duurzame passende plek op de arbeidsmarkt. We hebben daarvoor een scala aan instrumenten beschikbaar zoals werkervaringsplaatsen, trajecten voor specifieke doelgroepen zoals jongeren, scholing en training, et cetera. Ook in 2022 zal dat in de basis niet anders zijn. We gaan in 2022 meer dan voorheen gebruik maken van benchmarkgegevens om onze prestaties te kunnen vergelijken met vergelijkbare regio’s en op basis daarvan onderzoeken hoe we onze aanpak verder kunnen optimaliseren. Hieronder wordt een aantal specifieke onderwerpen benoemd waar we in 2022 in ieder geval ontwikkelingen zien. Banenafspraak en beschut werk De banenafspraak en beschut werk organiseren we via het netwerkteam Werkroute, een team van professionals van RSD en Biga Groep samen.
Het doel is om klanten met een arbeidsbeperking zo volwaardig mogelijk en naar vermogen te laten meedoen op de arbeidsmarkt, waar nodig met inzet van loonkostensubsidie en/of jobcoaching. Afhankelijk van de ontwikkelingen rondom het landelijk beleid om de kansen voor arbeidsbeperkten te vergroten, zullen we ons beleid en onze aanpak waar nodig aanpassen. Met Werkroute hebben we nu al een sterke basis om deze doelgroep te begeleiden. Samenwerking Biga Groep BV Ook in het kader van het vorige onderwerp (banenafspraak en beschut werk) is de beweging rondom de ‘sociale ontwikkelbedrijven’2 relevant, mogelijk leidend tot een landelijk vernieuwde visie op de voormalige SW-bedrijven. In onze regio is de governance rondom het SW-bedrijf uniek georganiseerd, omdat de individuele gemeenten aandeelhouder zijn van de BV. De gemeenschappelijke regeling RDWI is vanuit de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening opdrachtgever voor Biga Groep BV. Bezien zal moeten worden in hoeverre de ontwikkelingen rondom beschut werk en de toekomst van de voormalige SW-bedrijven van invloed is op de toekomstige samenwerking en afspraken tussen de RDWI/RSD en Biga Groep BV. De intentie vanuit de RSD is om vanuit een sterk regionaal werk-/leerbedrijf de beste begeleiding te bieden aan inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Vanuit de RSD zal hier op constructieve wijze een bijdrage aan worden geleverd. Werkgeversbenadering De regionalisering op het terrein van werkgeversdienstverlening zal in 2022 verder handen en voeten krijgen. De basis hiervoor is het Besluit SUWI; na de nodige bovenregionale afstemming en voorbereiding is het doel van de RSD betreft dat de nieuwe werkwijze ingevuld is en goed loopt, voor zover we daar invloed op hebben. Dat betekent werken vanuit een gezamenlijk werkgeversservicepunt voor de regio Midden2
Initiatiefnota CDA en SP, november 2020
Begroting 2022 – v0.5
pag. 13
Utrecht, dienstverlening vanuit een centraal punt én vanuit de eigen subregio, en de harmonisatie van de instrumenten voor werkgeversdienstverlening. Activering Er is een groep inwoners die langdurig afhankelijk is van een uitkering. Deze groep is divers en zal niet altijd dezelfde omvang hebben. Situaties kunnen veranderen en soms is met de juiste professionele begeleiding tóch nog een stap vooruit mogelijk. Voor deze groep staan de ontwikkelmogelijkheden richting zelfstandigheid voorop. We doen dat door klanten regelmatig te spreken, in beeld te houden en waar dat nuttig is verwijzen naar lokale netwerken. We geven samen met de gemeenten verdere invulling aan de bestuursopdracht uit de Strategische Kaders 2020-2023. Veel van deze klanten hebben hun maximale participatiemogelijkheden bereikt en zijn ook afhankelijk van ander type ondersteuning in de vorm van zorg. Dat onderstreept het belang van een verdere integrale samenwerking binnen het sociaal domein, met als doel dat we voor klanten met meervoudige problematiek de juiste ondersteuning in de regio organiseren. Ondernemersteam Naar aanleiding van de coronacrisis is in 2020 een ondernemersteam ingericht.
Het aantal ondernemers dat een beroep deed op ondersteuning van de RSD was vóór de crisis heel beperkt; het aantal ondernemers in ons klantenbestand is door de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) enorm gegroeid. In 2022 zal duidelijk worden hoe ‘blijvend’ deze groep is. Dit hangt mede af van de snelheid waarmee de economie zich zal herstellen. In 2022 gaan we dan ook onderzoeken wat een efficiënte wijze van uitvoeren en organiseren is, zodat we deze klantgroep ook in de toekomst goede dienstverlening kunnen bieden. Wat betekent dit financieel Tabel budgetten re-integratie, participatie en budgetten voor specifieke doelgroepen Lasten
Realisatie Begroting 2020 2021
2022
2023
2024
2025
3.984.147
3.984.147
Re-integratie, Participatie, actieplan jeugdwerkloosheid
3.007.701
Totaal lasten
3.007.701 3.592.678 3.772.640 3.881.953 3.984.147 3.984.147
3.592.678
3.772.640
3.881.953
Baten Overige baten
45.265
Bijdragen gemeenten
2.962.436
Totaal baten
3.007.701 3.592.678 3.772.640 3.881.953 3.984.147 3.984.147
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
3.592.678
0
3.772.640
0
3.881.953
0
3.984.147
0
3.984.147
0
Toelichting In de Begroting 2022 zijn de mutaties uit de integratie uitkering sociaal domein verwerkt. Ten opzichte van de Kadernota 2022 is het budget verlaagd met ongeveer € 80.000 in verband met aanpassing van de berekening van de indexatie. Met de beschikbare middelen zoals in bovenstaande tabel opgenomen, zijn we in staat om klanten voldoende te begeleiden naar werk of participatie. De middelen die hierboven genoemd zijn, betreffen de taken die de RSD namens de gemeenten uitvoert. Van die middelen wordt 10% ingezet voor de zogeheten ‘lokale initiatieven’ per gemeente. Over
Begroting 2022 – v0.5
pag. 14
de begeleiding van de groep klanten die niet zelfredzaam is, maken we afspraken met de lokale partijen. De middelen die gemeenten daarvoor lokaal beschikbaar stellen, worden hier buiten beschouwing gelaten. Tabel budgetten kinderopvang Lasten
Realisatie Begroting 2020 2021
2022
2023
2024
2025
Kinderopvang
269.746
200.000
316.000
316.000
316.000
316.000
Totaal lasten
269.746
200.000
316.000
316.000
316.000
316.000
0
0
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
269.746
200.000
316.000
316.000
316.000
316.000
Totaal baten
269.746
200.000
316.000
316.000
316.000
316.000
0
0
0
0
0
0
Baten Overige baten
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Toelichting De budgetten voor de kinderopvang zijn verhoogd tot € 316.000. Bij de Kadernota 2022 is uitgegaan van een stijging van circa 25% ten opzichte van de werkelijke kosten 2020. De kosten voor een bijdrage kinderopvang aan klanten met een sociaal medische indicatie (SMI) stijgen. De RSD heeft hier beperkt invloed op. De klanten worden doorverwezen door de sociale teams. Zij beoordelen of er medische redenen zijn voor een SMI. De RSD voert de SMI uit voor de deelnemende gemeenten, met uitzondering van Wijk bij Duurstede. Om de kosten voor kinderopvang beheersbaar te houden, zijn met gemeenten Utrechtse Heuvelrug en De Bilt nadere afspraken gemaakt over de werkwijze bij doorverwijzing van SMI-klanten. Dit moet ertoe leiden dat de duur van de ondersteuning beperkt is, mits dat verantwoord is gezien de individuele situatie. Dit geldt voor nieuwe indicaties vanaf 2021. Omdat het effect daarvan nog niet duidelijk is, is een eventueel voordelig effect nog niet financieel verwerkt in deze Begroting.
2.3. Activerend stelsel van inburgering De geplande invoeringsdatum van de nieuwe Wet inburgering is (met de kennis van nu) 1 januari 2022. Het jaar 2022 zal dan ook voor een groot deel in het teken staan van de uitvoering van de nieuwe wet, nadat deze zorgvuldig is voorbereid. Daarnaast wordt de bestaande intensieve aanpak op basis van het oude stelsel afgebouwd. Doelstelling De nieuwe Wet inburgering is eind 2022 geïmplementeerd; de overlegstructuur met netwerkpartners is verder ontwikkeld en de rolverdeling onderling is vormgegeven. Wat gaan we doen Voorbereiding en invoering nieuwe wet Het gaat om een volledig nieuwe wet die we gaan uitvoeren, waarbij de voorbereiding onder andere bestaat uit systeemaanpassingen voor registratie en monitoring. Voor iedere klant moet een Persoonlijk inburgeringsplan (PIP) opgesteld worden, waarin afspraken worden opgenomen over taallessen en over re-integratie in het kader van de
Begroting 2022 – v0.5
pag. 15
Participatiewet. Er komt een nieuwe klantgroep bij voor de RSD: de gezinsmigranten. Deze zijn nu veelal geen klant bij de RSD, maar ze zijn wel inburgeringsplichtig. Ook zorgen we ervoor dat we afspraken met de netwerkpartners gemaakt hebben over de samenwerking. Overgangssituatie oude stelsel Naast de invoering van de nieuwe wet zorgen we ook voor een zorgvuldige overgang van de bestaande intensieve aanpak volgens het oude stelsel naar de nieuwe situatie. De verwachting is dat in 2021 nog veel nieuwe instroom zal zijn; deze nieuwkomers vallen ook in 2022 nog onder het oude stelsel. Wat betekent dit financieel Voor de financiële invulling van inburgering geldt dat op het moment van schrijven de onzekerheden op een aantal punten nog groot zijn. Wanneer de nieuwe wet ingevoerd wordt, wordt de bestaande intensieve aanpak nieuwkomers (onder het oude stelsel) afgebouwd. Wanneer de wet niet op 1 januari 2022 wordt ingevoerd (wat op dit moment een denkbaar scenario is), dan verschuift ook de afbouw van de oude aanpak naar een later moment, zodat de dienstverlening aan álle nieuwkomers (zowel onder de oude als de nieuwe wet) gewaarborgd is. De grootste onzekere factor bij inburgering is de fluctuatie in aantallen, waarop we geen invloed hebben. Als de landelijke taakstelling stijgt, stijgt ook de vergoeding vanuit het Rijk.
Het financieel risico is dan beperkt als het gaat om de voorzieningen; aandachtspunten zijn de uitvoering van de wet en de begeleiding van inburgeraars bij een toenemend bestand. In het voorjaar 2021 worden voorstellen ontwikkeld over de overgang van het oude stelsel naar de nieuwe wet. Later in 2021 volgt een voorstel over de zogeheten ‘elip’groep: einde lening, inburgeringsplichtig. Dit gaat om een specifieke groep waarvan we nog niet weten hoe groot deze is. Tevens wordt nog een voorstel voorgelegd om de intensieve aanpak/begeleiding van de inburgeraars die zijn ingestroomd voor de start van de nieuwe wet mogelijk te maken. Dit is nodig om te voorkomen dat deze groep tussen wal en schip terecht komt. Er is in de nieuwe Wet inburgering geen overgangsregeling voor de oude inburgeraars opgenomen. Wanneer deze voorstellen leiden tot begrotingswijzigingen, wordt dat meegenomen in de eerstvolgende planning & controldocumenten. Tabel Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering Lasten
Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering (Wi) Totaal lasten
Realisatie Begroting 2020 2021
0
2022
2023
2024
2025
664.300
1.076.300
1.179.400
1.179.400
0
664.300 1.076.300 1.179.400 1.179.400
0
664.300
664.300 1.076.300 1.179.400 1.179.400
Baten Bijdragen gemeenten Totaal baten
0
0
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
Begroting 2022 – v0.5
0
1.076.300
0
1.179.400
0
1.179.400
0
pag. 16
Toelichting Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering De mutatie die in deze paragraaf is opgenomen, is gebaseerd op het implementatieplan nieuwe Wet Inburgering. In dat plan zijn de kosten voor de voorzieningen uitgewerkt en toegelicht. Deze effecten zijn in de volgende tabel verwerkt. Voor raming is uitgegaan van de taakstelling huisvesting statushouders 2020. De bedragen die het kabinet tot nu bekend heeft gemaakt, zijn ook op toenmalige taakstelling gebaseerd. Met betrekking tot de nieuwe wet gaan we op basis van de huidige gegevens uit van een jaarlijkse instroom van 222 inburgeringsplichtigen in de KRH-regio. Voor asielmigranten moeten we alle taken van de nieuwe wet uitvoeren. Voor de gezinsmigranten een deel van de taken. In de bovenstaande tabel zijn de programmakosten opgenomen. Het gaat onder meer om kosten voor taallessen (gemiddelde duur 3 jaar), de participatieverklaring, de module arbeidsmarkt en participatie. De budgetten voor maatschappelijke begeleiding blijven bij gemeenten. Gemeenten laten deze taak door lokale partners uitvoeren. Tabel klantkosten nieuwkomers Lasten
Nieuwkomers
Realisatie Begroting 2020 2021
2022
2023
2024
2025
125.000
125.000
125.000
49.876
125.000
125.000 PM
PM
PM
PM
49.876
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
0
0
0
0
0
0
Vooruitontvangen bijdragen
-75.124
0
0
0
0
0
Bijdragen gemeenten
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
Totaal baten
49.876
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
0
0
0
0
0
0
Mutatie ivm start wet inburgering Totaal lasten
Baten
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
Toelichting Na de invoering van de nieuwe Wet inburgering is er een overgangsperiode voor de nieuwkomers die vallen onder het oude stelsel. Omdat er nog een besluit moet worden genomen over de manier waarop de begeleiding georganiseerd wordt, kan de afbouw van het programmabudget en de apparaatskosten voor het Team nieuwe inwoners nog niet gekwantificeerd worden. In 2021 volgen voorstellen voor de overgangsperiode, waarna de afbouw financieel verwerkt zal worden.
2.4. Vroegtijdig opsporen van schulden Het vroegtijdig signaleren van schuldenproblematiek blijft een speerpunt. Juist met de ontwikkeling die al in 2021 heeft plaatsgevonden, de wettelijke verankering van vroegsignalering. Op het moment van schrijven is nog geen toename van het aantal klanten waar te nemen. In 2022 wordt dit wel verwacht, onder andere vanwege de vroegsignalering en de na-ijleffecten van de coronacrisis. Op dit moment is nog onduidelijk in hoeverre dit laatste een rol gaat spelen in het aantal klanten, maar partijen zoals de NVVK en het SCP waarschuwen voor een grotere schuldenproblematiek die tijdens de coronacrisis nog deels verborgen blijft.