PR21.115 RDWI - Jaarstukken 2020 GEWIJZIGD
Tekst van het document
Begroting 2022 – v0.5
pag. 17
Doelstelling De keten van budgetbeheer is eind 2022 verbeterd; doel is: iedereen waarvan het budgetbeheer succesvol wordt beëindigd, wordt actief doorverwezen naar en opgepakt door lokale netwerkpartners voor coaching. Wat gaan we doen De grootste en meeste wijzigingen ten aanzien van schulddienstverlening hebben in 2021 al plaatsgevonden; we verwachten in 2022 de effecten daarvan te zien. Daarbij gaat het om de wettelijke verankering van vroegsignalering en het adviesrecht bij schuldenbewind. Vroegsignalering leidt tot een toename van het aantal klanten met schulden; het doel van het vroegtijdig signaleren is dat voorkomen wordt dat de schulden problematisch worden. We gaan monitoren of het aantal huishoudens met problematische schulden inderdaad gaat afnemen. Het adviesrecht bij schuldenbewind houdt in dat de rechtbank een adviesaanvraag kan indienen of schuldenbewind nodig blijft, of dat een lichtere vorm mogelijk is zoals budgetbeheer. We hopen dat daarmee ook de kosten voor bijzondere bijstand voor bewindvoering enigszins teruggedrongen worden. In hoeverre dat ook gaat gebeuren, is nu nog niet te voorzien. Door deze twee ontwikkelingen is de werkdruk hoger geworden; vanwege de daling van het aantal klanten schulddienstverlening in 2020 is de verwachting dat we dit binnen de huidige formatie kunnen opvangen.
Wel verwachten we een stijging van het aantal klanten als na-ijleffect van de coronacrisis. Mocht het nodig zijn, zullen we daarom met aanvullende voorstellen komen. Wat betekent dit financieel Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering hiervan past binnen het brede takenpakket van de RSD. Voor de uitvoering van de nieuwe wet zijn vooralsnog geen extra middelen vanuit het Rijk toegezegd; de redenering vanuit het Rijk is dat de voordelen van vroegsignalering terugkomen in de vorm van onder andere minder zorgkosten (Wmo) voor gemeenten. Het streven is om de vroegsignalering in 2022 binnen de bestaande formatie en apparaatskosten op te vangen door efficiencyverbeteringen op andere onderdelen van de schulddienstverlening. De werkelijke kosten hangen onder andere af van keuzes die daarin gemaakt worden en de hoeveelheid aan signalen. Op het moment van schrijven is het te vroeg om een duiding te kunnen geven aan het aantal signalen, omdat de wetswijziging recent is doorgevoerd. Daarnaast heeft de Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind mogelijk gevolgen. Dat brengt enerzijds meer uitvoeringskosten met zich mee, anderzijds een mogelijke besparing op de kosten bijzondere bijstand. Hierdoor kan vaker vrijwillig budgetbeheer worden afgesproken.
Door de veelheid van veranderingen is het financieel effect over de gehele linie nog niet te bepalen.
2.5. Inkomensvoorzieningen voor wie ondersteuning nodig heeft De gemeenten in de KRH-regio streven naar een ruim bereik van inkomensondersteunende voorzieningen. In 2022 zijn er voor zover we nu kunnen voorzien geen ingrijpende wijzigingen in het beleid rondom bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. Naast deze regelingen voeren we het minimabeleid uit voor de gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Zeist.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 18
Doelstelling Doorlooptijden van aanvragen levensonderhoud, bijzondere bijstand, minimaregelingen in IIT zijn korter dan de wettelijke termijnen (deze zijn acht weken). Aanvragen levensonderhoud en aanvragen bijzondere bijstand worden gemiddeld binnen vier weken afgehandeld. Aanvragen minimaregelingen en IIT worden gemiddeld binnen twee weken afgehandeld. Wat gaan we doen Bij deze regelingen staat een snelle en adequate afhandeling van aanvragen centraal. We doen dat sinds enige jaren via de Snelbalie. Ons proces voor het afhandelen van aanvragen is mede daardoor effectief en efficiënt. De CAZ-regeling wordt aangeboden door DSW. Het voornemen is om deze samenwerking voort te zetten. Wat betekent dit financieel In de volgende tabel zijn de verwachte uitgaven weergegeven voor de inkomensondersteunende voorzieningen. Tabel budgetten bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslagen, collectieve ziektekostenverzekering en minimabeleid Lasten
Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Bijzondere bijstand
2.872.704
3.004.000
3.352.000
3.494.000
3.494.000
3.494.000
Individuele inkomenstoeslagen
1.086.489
1.075.000
1.123.000
1.123.000
1.123.000
1.123.000
Collectieve Ziektekostenverzekering
1.280.311
1.275.000
1.346.100
1.346.100
1.346.100
1.346.100
Minimabeleid gemeenten
630.872
664.000
675.000
675.000
675.000
675.000
totaal lasten
5.870.376 6.018.000 6.496.100 6.638.100 6.638.100 6.638.100
Baten
Realisatie 2020
2021
2022
2023
2024
2025
bijzondere bijstand
270.720
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
Bijdragen gemeenten
5.599.656
5.893.000
6.371.100
6.513.100
6.513.100
6.513.100
Totaal baten
5.870.376 6.018.000 6.496.100 6.638.100 6.638.100 6.638.100
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Toelichting inkomensvoorzieningen Deze post is verhoogd ten opzichte van de Kadernota 2022, omdat eind 2020 bij het opstellen van de jaarrekening de werkelijke kosten voor de collectieve ziektekosten verzekering hoger waren dan verwacht. De stijging hing samen met de vergoedingen in het kader van de aanvullende verzekering. In verband hiermee is de post alsnog verhoogd met ongeveer 5%. Daarnaast is bij de Jaarrekening 2020 uit de analyse van de bijzondere bijstand onder andere naar voren gekomen dat de kosten voor bewindvoering gestegen zijn. Omdat dit veelal om meerjarige verplichtingen gaat, is in de Begroting 2022 een stijging van ongeveer 12% over twee jaar verwerkt.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 19
3 Uitvoering Wsw door BIGA Groep De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) wordt onder verantwoordelijkheid van de RDWI gedaan door Biga Groep BV. De rijksbudgetten voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening dalen. Dit heeft te maken met het feit dat er wel uitstroom is uit de Wsw, maar geen instroom meer. Ook dalen de budgetten per Wsw-er. De lasten (bijdragen aan Biga Groep) dalen met hetzelfde bedrag.
Wat betekent dit financieel Lasten
Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
Wet Sociale Werkvoorziening
10.022.016
8.477.000
8.653.200
8.445.400
8.182.800
7.795.100
Totaal lasten
10.022.016 8.477.000 8.653.200 8.445.400 8.182.800 7.795.100
Baten Bijdragen gemeenten
10.022.016
Totaal baten
10.022.016 8.477.000 8.653.200 8.445.400 8.182.800 7.795.100
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
8.477.000
0
8.653.200
0
8.445.400
0
8.182.800
0
7.795.100
0
Toelichting Vanaf 2015 dalen de lasten omdat er geen instroom meer in de Wsw is en wel uitstroom. Doordat in de periode voor 2015 relatief veel jonge mensen zijn ingestroomd bij Biga Groep is de daling minder groot dan verwacht. Het budget wordt jaarlijks herzien op basis van de informatie van Biga Groep. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 20
4 Bedrijfsvoering Na de borging van de verbeteringen uit het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’, is de bedrijfsvoering van de organisatie in 2021 structureel op orde. De omvang van de organisatie past bij de omvang van de taken in 2022. Daarnaast worden in 2022 besluiten genomen over de huisvesting van de organisatie.
4.1. Apparaatskosten In de zomer 2020 heeft het Algemeen bestuur spelregels vastgesteld voor de vaststelling van de formatie. Op basis van de ramingen van de bijstandspopulatie en aantallen klanten bij schulddienstverlening is bij de Kadernota 2022 uitgegaan van een ongewijzigde formatie van 149,4 fte voor de uitvoering van de huidige taken van de RDWI. In deze Begroting wordt daarnaast de invoering van de nieuwe Wet inburgering opgenomen, waardoor de formatie verhoogd wordt met 7,9 fte naar totaal 157,3 fte. In het implementatieplan wordt na een ingroeiperiode van ongeveer 2 tot 3 jaar uitgegaan van een benodigde formatie van 6,63 fte, exclusief overhead (er is gerekend in de tarieven met circa 25% opslag voor de overhead, inclusief overhead is dit 7,9 fte). Net als bij de programmakosten is bij de apparaatskosten de intensieve aanpak van nieuwkomers een PM post opgenomen, omdat er nog een besluit genomen moet worden over de manier waarop de begeleiding van de ‘oude’ inburgeraars georganiseerd wordt. In 2021 volgen voorstellen voor de overgangsperiode, waarna de afbouw verwerkt zal worden. Voor de intensieve aanpak is in de formatie 7,4 fte opgenomen, inclusief overhead. Het financieel effect van de Wet inburgering is in de apparaatskosten begroting verwerkt. Tabel apparaatskosten RSD en loonkosten SW samengevat Lasten
Apparaatskosten programma Werk & Inkomen (RSD) Apparaatskosten uitvoering Nieuwe Wet inburgering (WI) Mutatie apparaatskosten intensieve aanpak personeel SW Bijdrage gemeenten aan BIGA Totaal lasten
Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
15.417.463
15.104.243
15.480.243
15.480.243
15.480.243
15.330.243
510.400
627.100
688.800
688.800
PM
PM
PM
PM
9.923.573
8.927.000
9.423.000
9.238.000
9.057.000
9.057.000
658.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
25.999.037 24.631.243 26.013.643 25.945.343 25.826.043 25.676.043 -2.002.763
0
0
0
0
Baten Overige baten apparaatskosten Baten BIGA Bijdragen gemeenten Bijdragen gemeenten tbv uitvoeringskosten Nieuwe Wet Inburgering
Begroting 2022 – v0.5
4.874.706
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
9.923.573
8.927.000
9.423.000
9.238.000
9.057.000
9.057.000
13.203.520
13.494.743
13.720.743
13.720.743
13.720.743
13.720.743
510.400
627.100
688.800
688.800
pag. 21
Mutatie bijdragen gemeenten tbv apparaatskosten intensieve aanpak Totaal baten
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten Toevoeging reserves Onttrekking reserves Gerealiseerd/ begroot saldo
PM
PM
PM
PM
28.001.799 24.631.243 25.863.643 25.795.343 25.676.043 25.676.043
2.002.763
0
-150.000
-150.000
-150.000
0
-610.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
544.751
110.000
260.000
260.000
260.000
110.000
1.937.514
0
0
0
0
0
Tabel apparaatskosten (RSD+SW loonkosten) baten en lasten uitgebreid Apparaatskosten Realisatie 2020
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
13.203.520
13.494.743
14.231.143
14.347.843
14.409.543
14.409.543
9.923.573
8.927.000
9.423.000
9.238.000
9.057.000
9.057.000
Baten Bijdragen gemeenten (inclusief bijdrage BIGA) Bijdragen BIGA loonkosten SW Sub Totaal Overige baten Totaal baten
23.127.093 22.421.743 23.654.143 23.585.843 23.466.543 23.466.543 4.874.706
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
2.209.500
28.001.799 24.631.243 25.863.643 25.795.343 25.676.043 25.676.043
Lasten Kapitaallasten Rente Huisvesting Personeel RSD Afwikkeling Tozo regeling Uitvoering Nieuwe Wet Inburgering Mutatie intensieve aanpak personeel SW Automatisering Facilitair Advieskosten Bijdrage gemeenten aan BIGA Overige lasten Totaal lasten
Totaal saldo voor reserves Dotatie aan reserves
Begroting 2022 – v0.5
536.852
584.555
408.000
408.000
408.000
408.000
58.664
66.500
51.500
51.500
51.500
51.500
838.943
878.000
883.000
883.000
883.000
883.000
11.839.225
11.471.202
11.692.443
11.692.443
11.692.443
11.692.443
150.000
150.000
150.000
510.400
627.100
688.800
688.800
PM
PM
PM
PM
9.923.573
8.927.000
9.423.000
9.238.000
9.057.000
9.057.000
1.665.802
1.568.486
1.735.000
1.735.000
1.735.000
1.735.000
342.251
403.500
417.300
417.300
417.300
417.300
135.726
132.000
143.000
143.000
143.000
143.000
658.000
600.000
600.000
600.000
600.000
600.000
25.999.037 24.631.243 26.013.643 25.945.343 25.826.043 25.676.043
2.002.763
0
-150.000
-150.000
-150.000
0
-610.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
-110.000
pag. 22
Onttrekking aan reserves Totaal saldo na reserves
544.751
110.000
260.000
260.000
260.000
110.000
1.937.514
0
0
0
0
0
Toelichting In de Begroting 2022 is de loon- en prijscompensatie (totaal € 226.000) verwerkt. Binnen de apparaatskosten zijn budgetten enigszins herschikt om prijsstijgingen op de materiële kosten te kunnen dekken. Daarnaast is vanaf 2022 voor drie jaar een last opgenomen van € 150.000 in verband met de afwikkeling van de regeling Tozo. Deze incidentele last wordt gedekt uit de onttrekking aan de bestemmingsreserve Tozo. Tevens zijn lasten opgenomen voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering die dan in werking treedt. De kosten hebben betrekking op de uitvoering en overhead.
4.2 Overzicht lasten per taakveld en formatie overhead In onderstaande tabel zijn de totale lasten per taakveld opgenomen en de toegestane formatie ten opzichte van de formatie overhead weergegeven. Lasten per taakveld, begrote formatie en formatie overhead
2022
lasten overhead (0.4)
6.019.300
lasten treasury (0.5)
459.500
lasten samenkracht en burgerparticipatie (6.1)
316.000
lasten inkomensregelingen (6.3)
62.736.543
lasten begeleide participatie (6.4)
18.676.200
lasten arbeidsparticipatie (6.5)
7.672.340
lasten maatwerkdienstverlening (6.71)
1.540.000
Totaal
97.419.883
Begrote formatie overhead Totale begrote formatie inclusief wet inburgering en intensieve aanpak nieuwkomers Mutatie intensieve aanpak nieuwkomers
157,30 PM
Totale begrote formatie overhead
39,00
Begroting 2022 – v0.5
pag. 23
4.3 Overzichten per gemeente De verdeelsleutel en bijdragen van de apparaatskosten en compensabele BTW per gemeente in 2022. Verdeelsleutel Wsw 2022 (toegepast op Bijdragen bijdrage gemeenten in gemeenten de aan BIGA) apparaatskosten
Verdeelsleutel bijdragen per gemeente in apparaatskosten
Budget BUIG en inwoneraantallen
Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
4,48% 20,87%
4,69% 11,56%
21,53%
16,29%
9,11% 44,02% 100,00%
13,51% 53,95% 100,00%
WI voorzieningen Bijdragen WI 2022 op basis gemeenten uitvoering taakstelling aan de regeling huisvesting BIGA
Bijdragen Bijdrage gemeenten gemeente in subsidie compensabele BIGA 2022 BTW 2022
587.192 2.738.153
36.567 110.160
51.683 145.747
28.149 69.332
406.000 1.000.000
67.129 313.033
2.824.859
123.479
168.466
97.758
1.410.000
322.946
1.194.761 57.387 5.775.779 182.806 13.120.743 510.400
80.845 217.558 664.300
81.049 1.169.000 323.712 4.669.000 600.000 8.654.000
136.588 660.303 1.500.000
Voor de volledigheid is in deze tabel de verdeling van de bijdragen voor de voorzieningen voor de wet inburgering opgenomen. Dit betreft geen apparaatskosten, maar programmakosten. De verdeling van deze kosten over de gemeenten heeft plaats gevonden op basis van de verwachte huisvestingstaakstelling voor statushouders voor 2022. In onderstaande tabel is de gemeentelijke bijdrage per onderdeel en per gemeente weergegeven. Specificatie gemeenten 2022 Gebundelde uitkeringen / BBZ LO BBZ kredieten en onderzoekskosten
Utrechtse Wijk bij Heuvelrug Duurstede
Bunnik
De Bilt
Zeist
Totaal
2.212.000
10.219.000
12.051.000
4.613.000
21.845.000
50.940.000
19.974
108.098
91.630
64.795
154.503
439.000
Baten BUIG / BBZ
-39.550
Ontschotting
-161.624
-178.872
-75.760
-495.194
-951.000
-1.326
221.087
-731.861
49.485
462.614
0
Bijzondere bijstand
111.000
513.000
781.000
308.000
1.639.000
3.352.000
Bijzondere bijstand
-3.000
-14.000
-29.000
-13.000
-66.000
-125.000
Collectieve Ziektekostenverzekering
99.750
214.200
228.900
132.300
670.950
1.346.100
Individuele inkomenstoeslagen
40.000
207.000
242.000
102.000
532.000
1.123.000
Minimabeleid gemeenten
0
0
225.000
0
450.000
675.000
Reintegratie & Participatie & actieplan jeugdwerkloosheid
83.566
620.347
578.976
210.705
2.279.046
3.772.640
Nieuwkomers (klantkosten)
5.594
26.086
26.912
11.382
55.025
125.000
Voorzieningen wet inburgering
51.683
145.747
168.466
80.845
217.558
664.300
Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (sociaal domein)
405.600
1.000.000
1.410.200
1.168.800
4.668.600
8.653.200
Kinderopvang
9.000
88.000
111.000
3.000
105.000
316.000
Apparaatskosten
587.192
2.738.153
2.824.859
1.194.761
5.775.779
13.120.743
Apparaatskosten WI
36.567
110.160
123.479
57.387
182.806
510.400
28.149
69.332
97.758
81.049
323.712
600.000
BIGA bijdragen Totaal
Begroting 2022 – v0.5
3.646.199 16.104.587 18.021.448 7.988.751 38.800.399 84.561.383
pag. 24
Toelichting Het totaal van de bijdragen van gemeenten van € 84.561.383 is € 1.391.298 hoger dan de bijdragen zoals opgenomen in de Kadernota 2022. De afwijking wordt veroorzaakt door de stijging bij de inkomensvoorzieningen, de correctie op het re-integratiebudget en het financieel effect van de invoering van de Wet inburgering. Daarnaast leidt de gewijzigde systematiek voor de ontschotting tot een herverdelingseffect tussen gemeenten. De verdeling van het totaal bedrag naar gemeenten vindt deels plaats op basis van de verdeelsleutel en deels op basis van de actualisatie van budgetten zoals vermeld in de septembercirculaire van het Rijk of daaraan gebonden documenten. Voor het budget Wet inburgering is de verdeelsleutel gekoppeld aan middelen die voor de uitvoering van de wet aan het gemeentefonds zijn toegekend. Deze wijkt af van de algemene verdeelsleutel apparaatskosten.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 25
5 Financiële paragrafen 5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De RSD heeft structurele monitoring en het managen van de risico’s geborgd via de Planning & Control cyclus. Globaal ziet dit proces er als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - Voor- en Najaarsnota: het actualiseren van bestaande risico’s (begroting) en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarrekening en Jaarverslag en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Voor de beheersing en verantwoording is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd. Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet.
De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor maximaal drie jaar meegewogen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Risico’s doen zich normaliter niet allemaal tegelijk voor of in de volledige omvang, daarom is een optelsom van alle mogelijke risico’s niet noodzakelijk. Er kan worden volstaan met de berekening van ‘impact’ x ‘kans’. Deze werkwijze zorgt ervoor dat risico’s op een eenvoudige wijze worden gekwantificeerd. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2020 is de schatting dat het benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2020 € 619.500 moet zijn. Na corona Het jaar 2020 stond in het teken van de coronacrisis (of COVID-19). De gezondheidscrisis heeft veel impact gehad op de economie. Aan de ene kant maakt de economie een ongekende krimp door. Veel detailhandel en horeca zijn een deel van het jaar gesloten (geweest), en verschillende grote bedrijven hebben moeite om te overleven.
Aan de andere kant is het aantal faillissementen lager dan verwacht. De instroom in bijstand is gestegen, maar minder dan we rekening mee hielden bij Najaarsnota. Het aantal gevestigde ondernemers dat zich heeft gemeld voor de Tozo was groot, maar de stijging van de instroom van de gevestigde ondernemers in de BBZ is achterwege gebleven. De verwachte stijging in aanvragen bijzondere bijstand hebben we
Begroting 2022 – v0.5
pag. 26
nog niet gezien. De maatregelen van het kabinet om de economie te ondersteunen, hebben hier waarschijnlijk een groot effect op gehad. Hierdoor is het niet gemakkelijk om de mogelijke gevolgen van de crisis op de (middel)lange termijn te duiden. Dat maakt het lastig om voor de risicoparagraaf de (financiële) risico’s en onzekerheden voor de komende jaren in te schatten en te kwantificeren. Daarom worden hier de ontwikkelingen benoemd die we verwachten voor de periode nadat de steunmaatregelen in verband met de coronamaatregelen worden afgebouwd. Nu en de komende maanden De uitstroom van bijstandsgerechtigden is vertraagd; we zien met name een afname van de uitstroom naar werk. Het aantal aanvragen voor levensonderhoud (en kapitaalverstrekkingen) als gevolg van de extra tijdelijke ondersteuning voor gevestigde ondernemers en ZZP-ers blijft fors, al is het aantal aanvragen Tozo teruggelopen. De aanvragen bijzondere bijstand, de vraag naar de collectieve ziektekostenverzekering en individuele inkomenstoeslag tonen nog geen toename. Binnen de bijzondere bijstand is er wel sprake van een stijging van de kosten voor bewindvoering. Dat laatste is een ontwikkeling die los staat van de economische crisis. Na de afbouw van de steunmaatregelen Het CPB, Divosa en het CBS waarschuwen voor langdurige effecten nadat de steunmaatregelen eindigen.
De verwachting is dat de economie door een dal zal gaan. Het CPB gaat voor de periode tot en met 2022 uit van een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden met meer dan 10%. Dat betekent dat de kans toeneemt dat gemeenten op het maximale eigen risico voor de BUIG-budgetten komen. Ten tweede verwachten we dat de instroom van ondernemers zal stijgen nadat de Tozo regeling afgebouwd wordt. De begeleiding van deze groep zal de komende jaren meer inzet vragen, misschien naar een nieuw eigen bedrijf, maar eventueel ook naar een baan in loondienst. Een aandachtspunt daarbij is hoe om gegaan moet worden met eventuele kredietverstrekking aan deze groep. Ten derde is de verwachting dat het aantal huishoudens met financiële problemen toe zal nemen. Dat betekent dat op de middellange termijn de kans groot is dat het aantal klanten voor schulddienstverlening en de aanvragen bijzondere bijstand zullen stijgen. De organisatie Voor een adequate uitvoering van de dienstverlening aan zelfstandigen is in 2020 een ondernemersteam ingeregeld. Nu wordt dit team naast de reguliere werkzaamheden vooral ingezet voor de uitvoering van de Tozo, maar het wordt ook voorbereid op de meer structurele begeleiding van ondernemers naar werk, eventueel in loondienst. De organisatie zet in op verdere digitalisering van de dienstverlening. Er wordt meer thuis gewerkt.
Aandachtspunt is de efficiency en de productiviteit van medewerkers.
Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI De onderstaande risico’s zijn van belang voor de bedrijfsvoering, maar zijn niet relevant voor het weerstandsvermogen, omdat het niet kwantificeerbare risico’s betreft: • De gemeenten nemen in het kader van de sociaal domein transformatie besluiten die van invloed zijn op RDWI. Door wijzigingen in de financieringssystematiek van de
Begroting 2022 – v0.5
pag. 27
•
integratie uitkeringen sociaal domein zouden de beschikbaar gestelde budgetten onvoldoende kunnen zijn om een deel van de loonsom van de RSD te betalen; Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering (vanaf 2022) stelt het Rijk op macro niveau voldoende budget beschikbaar voor een sobere uitvoering van deze wet. De uitvoering van de wet is complex en vraagt intensieve samenwerking met verschillende partners, wat efficiency kan verminderen. Verder is het nog onduidelijk hoe het Rijk om zal gaan met de fluctuaties in de instroom in de regeling. Ter voorbereiding op deze wet is een hoofdlijnenplan Wet inburgering opgesteld. Nadat de gemeenten in de loop van 2021 hebben bepaald hoe zij de dienstverlening willen organiseren, wordt het mogelijk de hoogte van het risico te kwantificeren.
Naast deze risico’s, zijn er ook risico’s die we kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de huidige crisis en de verwachte economische neergang daarna is de kans dat dit zich voordoet op 90% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als klein, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek; • De mogelijkheid dat de lasten bijzondere bijstand verder stijgen (door hoger dan verwachte kosten van bewindvoering, statushouders en Individuele Inkomenstoeslag). De kans dat dit zich voordoet is verhoogd naar 70%. Dit is mede nodig omdat de noodmaatregel Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) die het kabinet in de eerste helft van 2021 heeft opengesteld, gekoppeld is aan de bijzondere bijstand. Het kabinet heeft extra middelen beschikbaar gesteld, maar het betreft een open einde regeling. Het is onduidelijk in hoeverre de doelgroep in onze regio van deze noodregeling gebruik zal maken. • Stijging van het aantal debiteuren en het debiteurensaldo. Het debiteurensaldo is eind 2020 wel gestegen door de kredietverstrekking in het kader van Tozo.
Omdat het kabinet volledige compensatie heeft toegezegd is dit risico ongewijzigd gelaten. Zie ook het risico bedrijfskredieten Tozo; • Kredietverstrekking BBZ. Dit risico komt voort uit de gewijzigde financieringssystematiek van het BBZ. Het kwantificeren van dit risico vraagt nader onderzoek en is mede afhankelijk van beleidskeuzes van gemeenten. De kredietverlening in 2020 is gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Dit hangt samen met de noodmaatregelen. Er zijn verschillende noodkredieten verstrekt. Het lijkt onvermijdelijk dat dit op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Het is moeilijk om deze ontwikkeling te kwantificeren. Het betreft een beperkt aantal aanvragen. Op basis van de realisatiecijfers over de periode 2010 tot 2020 is een bandbreedte voor dit risico berekend. De verwachting dat de impact van dit risico maximaal € 250.000 tot € 500.000 (100% tot 200% stijging ten opzichte van het budget in 2022) en de kans groot is (70%). Het gaat om een structureel risico. Vanwege de onzekerheid wordt voor dit risico een bandbreedte geraamd van € 525.000-1.050.000 voor 3 jaar; • Onderzoeken levensvatbaarheid gevestigde ondernemers. Bij de herziening van de BBZ regeling is de Rijksbijdrage voor deze onderzoeken verlaagd. De RDWI heeft de afgelopen tijd kennis en kunde verworven.
De onderzoeken kunnen nu veelal intern gedaan worden, alleen in specifieke gevallen wordt het onderzoek uitbesteed. Daarom is de kans op overschrijding verlaagd naar 30%; • Kinderopvang. Sinds 2018 stijgen de kosten voor kinderopvang. In 2020 zijn oorzaken in beeld gebracht. Deze hangen samen met een grotere bekendheid van de regeling bij sociale wijkteams en toekenning voor langere periode. Op dit moment wordt met enkele gemeenten werkafspraken gemaakt om de duur van de regeling te beperken. Daarom is de impact (hoogte van het risico bedrag) verlaagd;
Begroting 2022 – v0.5
pag. 28
•
De afwikkeling van bedrijfskredieten Tozo. Onderdeel van de noodmaatregelen in verband met corona is het verstrekken bedrijfskredieten tot maximaal € 10.157 per ondernemer. Vanaf juli 2021 start de terugbetalingsperiode. Het Rijk gaat er vanuit dat deze kredieten volledig terug betaald zullen worden. Gezien de negatieve vooruitzichten van de economie is het onduidelijk of dit zal lukken. Omdat het kabinet heeft aangegeven dat gemeenten volledig gecompenseerd zullen worden voor alle lasten die samen hangen met de Tozo regeling is het risico niet gekwantificeerd. De incasso en het debiteurenbeheer zal de komende jaren veel aandacht vragen.
In onderstaande tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen. Risico’s open einde regelingen totaal
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar)
Tekorten op BUIG budgetten
11.902.000
Vangnetregeling
291.000
Lasten bijzondere bijstand en IIT
1.050.000
Debiteurenvorderingen
105.000
Bedrijfskredieten (BBZ)
525.000-1.050.000
Onderzoeken levensvatbaarheid
174.000
Kinderopvang Kredieten TOZO Totaal
Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente
102.000 PM € 14.149.000-14.674.000
Maximaal risico op BUIG per gemeente 2020
Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 90%
211.000 928.000 941.000 404.000 1.926.000 4.410.000
568.000 2.504.000 2.540.000 1.091.000 5.199.000 11.902.000
Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor bovenvermelde risico’s is ten opzichte van de begroting 2020 (€ 9.707.000) gestegen. Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.
Risico’s Gebreken in de informatiebeveiliging
Begroting 2022 – v0.5
Benodigde weerstandscapaciteit € 255.000
pag. 29
ICT samenwerking RID
€ 163.500
Inhuur door hoger ziekteverzuim
€ 190.500
Uitwerking financiën strategische kaders Totaal
PM € 619.500
Gebreken in de informatiebeveiliging Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. Hiervoor worden de volgende beheersmaatregelen getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD. De inschatting van de kans is gestegen naar beperkt (30%), omdat de RSD voor begeleiding en activering van cliënten steeds intensiever samenwerkt werkt met externe (maatschappelijke) partners. Daarmee neemt het aantal privacygevoelige overdrachtsmomenten toe. Verbetering ICT samenwerking Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening.
Ziekteverzuim De beheersmaatregelen van de belangrijkste bedrijfsvoeringsrisico’s zijn gericht op ziekteverzuimbeleid: • Actief ziekteverzuimbeleid; • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door AREA (arbeidsdeskundige en bedrijfsarts; • Financieel inzicht in ziekteverzuimdossiers. Uitwerking financiën strategische kaders In december 2019 hebben de gemeenten Strategische Kaders vastgesteld. Het mogelijk loslaten van de afspraken over ontschotting van de re-integratiebudgetten heeft consequenties voor de uitvoering door de RSD. Het sturen op re-integratie per gemeente kan de effectiviteit en de efficiency nadelig beïnvloeden. Het gaat onder andere om: Dienstverlening aan klanten - Beperking van de diversiteit aan het (re-integratie)aanbod voor klanten - Beperking van het aanbod wanneer het budget voor een bepaalde gemeente uitgeput is (op dit moment kijken we niet naar woonplaats, maar naar wat een klant nodig heeft) Bedrijfsvoering - Extra kosten/formatie om de dienstverlening per gemeente vorm te kunnen geven - Grotere administratieve lastendruk als gevolg van sturing van kosten op gemeenteniveau in plaats van RSD-niveau - Negatieve invloed op de verhouding overhead – primair proces
Begroting 2022 – v0.5
pag. 30
Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit. Op de vrij besteedbare reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Balans 31- Weerstands12-2020 capaciteit
Eigen vermogen
Algemene reserve
309.750
Gerealiseerd resultaat 2020
309.750
1.937.513
Bestemmingsreserve groot onderhoud
100.287
Bestemmingreserve frictie
53.932
Bestemmingsreserve huur
0
Bestemmingsreserve ICT
0
Bestemmingsreserve Verbeterplan
182.000
Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls
87.000
Bestemmingsreserve Tozo
500.000
Totaal eigen vermogen
3.170.483
309.750
Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Bij vaststelling van de Begroting 2021 in juli 2020 heeft het Algemeen bestuur besloten om met ingang van 2020 het weerstandsratio te verhogen van 0,5 (ruim onvoldoende) tot 1 (voldoende). De kwalificatie van het weerstandsvermogen, conform de onderstaande tabel, wordt daarmee voldoende. Om de ratio 1 te bereiken zou het weerstandsvermogen moeten stijgen tot € 619.500. Waardering
Ratio Weerstandsvermogen
Betekenis
A
➢
2,0
Uitstekend
B
1,4 < x < 2.0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 31
Kengetallen
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Netto schuldquote
3,8%
4,0%
0,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
3,8%
4,0%
0,7%
11,93%
2,41%
19,49%
0,3%
0,04%
Nog in te voegen
Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
De solvabiliteitsratio is verbeterd in 2020 ten opzichte van 2019 door de toename van het eigen vermogen. De netto schuldquote is in 2020 lager ten opzichte van 2019 omdat het saldo van de openstaande leningen is afgenomen.
5.2. Staat van reserves en voorzieningen Hieronder zijn de staat van reserves en voorzieningen in beeld gebracht op basis van de realisatiecijfers 2020 en de verwachte toevoegingen en onttrekkingen in 2021 en verder. Stand per 31 december 2022
Staat van reserves
Stand per 1 januari 2022
Toevoeging
Algemene Reserve
619.500
-
619.500
Saldo 2020 na reserves
-
-
-
Egalisatiereserve groot onderhoud
60.287
110.000
Onttrekking
110.000
-
60.287 -
Bestemmingsreserve frictie
29.932
-
24.000
5.932
Bestemmingsreserve Verbeterplan
-
-
-
-
-
-
-
-
150.000
300.000
284.000
985.719
Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls Bestemmingsreserve Tozo Totaal reserves
450.000 1.159.719
110.000
Algemene Reserve De algemene Reserve bedraagt per 1 januari 2021 € 309.750. De verwachte dotatie aan de Algemene Reserve bij de resultaatsbestemming in de Jaarrekening bedraagt € 309.750 waarmee het saldo van de Algemene Reserve eind 2021 € 619.500 zal bedragen. Bestemmingsreserve groot onderhoud De bestemmingsreserve onderhoud heeft betrekking op het planmatig onderhoud van het pand in eigendom aan de Thorbeckelaan. Onttrekkingen kunnen plaatsvinden in verband met gemaakte kosten voor (gepland) groot onderhoud en renovatie. Hiervoor is een meerjarig onderhoudsbeleidsplan beschikbaar dat in 2019 is geactualiseerd.
Begroting 2022 – v0.5
pag. 32