CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV067 Bijlage 0 Begroting 2025 gemeente Zeist

Ronde Tafel 10 oktober 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Begroting 202537.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Het tarief voor 2025 komt uit op € 65,70 en ligt onder het landelijk vastgestelde maximum. De tarieven van de parkeervergunningen worden per 1-1-2025 aangepast zoals vastgelegd in de Parkeerbeleidsnota 2024-2028. (Bedragen x € 1.000) Opbrengst parkeerbelasting straat (betaald parkeren op straat, vergunningen, naheffingen) Opbrengst parkeren garages (geen parkeerbelasting)

72

Begroting 2024 2.575

Begroting 2025 2.666

941

908

Toeristenbelasting Voor het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in o.a. hotels, pensions en andere vakantieonderkomens, door personen die niet als ingezetene in het bevolkingsregister zijn opgenomen, wordt de toeristenbelasting geheven. De belasting wordt betaald door degene die verblijf houdt aan degene die de mogelijkheid tot verblijf biedt. Het jaarlijks aantal overnachtingen wordt door degene die de mogelijkheid tot verblijf biedt bij de BghU aangegeven. De aangever wordt vervolgens voor het totaal aantal overnachtingen in dat jaar aangeslagen. Periodiek vindt controle van deze aangiften plaats. De tarieven, en daarmee de opbrengst, zijn geïndexeerd met 2,3%, volgens de afspraken in de Kadernota 2025. (Bedragen x € 1.000) Opbrengst toeristenbelasting

Begroting 2024 451

Begroting 2025 462

Marktgelden Marktgeld wordt geheven voor het gebruik of genot van een standplaats op de daarvoor aangewezen marktterreinen. Belast wordt degene, die gebruik maakt van de standplaats. De kosten voor elektriciteit kosten worden op basis van werkelijk verbruik in rekening gebracht bij de verbruiker. De kosten voor Promotie worden toegevoegd aan het tarief per strekkende meter. Op basis van de uitkomst van het onderzoek verzelfstandiging van de markt is in overeenstemming met de ondernemers en bestuurlijk besloten om de markt niet te verzelfstandigen. Uitgangspunt voor marktgelden is, dat het tarief voor 100% kostendekkend is. Om dit te realiseren wordt bij de het raadsbesluit van de Begroting 2025 voorgesteld om 40% van het overhead percentage voortaan als uitgangsvoorwaarden te hanteren bij de tariefberekening. Vooruitlopend daarop is in de begroting vanaf 2025 is gerekend met dit percentage van 40%. De marktgelden worden verhoogd met een prijsindex van 2,3%, volgens de afspraken in de Kadernota 2025. (Bedragen x € 1.000) Opbrengst marktgelden

Begroting 2024 103

Begroting 2025 90

Leges De gemeente heft leges ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het gaat om verhaal van de kosten die de gemeente maakt voor de dienstverlening aan individuele burgers en bedrijven. Voorbeelden daarvan zijn o.a. leges voor de aanvraag van vergunningen, voor aanvraag van paspoorten en rijbewijzen e.d. (Bedragen x € 1.000) Bevolkingsadm/ Reisdocumenten Bevolkingsadm/ Inburgering Bevolkingsadm/ Verklaring Omtrent gedrag Bevolkingsadm/ RDW Burgerlijke stand Secretarieleges Burgerproducten / Gehandicaptenparkeerkaart Huisvestingsvergunning Leges Omgevingsvergunningen / bestemmingsplanwijzigingen Benaming vanaf 2024 omgevingsplannen volgens de omgevingswet Leges Omgevingsvergunningen / overig Totaaltelling

73

Begroting 2024 201 56 52 86 147 139 24 13 982

Begroting 2025 205 58 53 88 150 142 25 14 970

2.944 4.505

2.973 4.678

De tarieven, en daarmee de legesopbrengsten, zijn geïndexeerd met 2,3% volgens de afspraken in de Kadernota 2025 of er geldt het wettelijk (maximum)tarief. Uitzondering hierop vormen de leges omgevingsvergunningen. Wijzigingen in de tarieven van externe partijen, zoals bv. ODRU en VRU, worden meegenomen in de berekening van het tarief. De berekening van het tarief voor de bouwleges binnen de omgevingsvergunningen is sterk afhankelijk van het aantal aanvragen en de gemiddelde bouwsom, de heffingsgrondslag voor de leges. De overheadtoerekening volgens het BBV toegepast, zoals vastgesteld bij de kaderbrief. Uitgangspunt voor het tarief is 100% kostendekkendheid. De begroting 2025 en het meerjarig perspectief houden rekening met het financiële effect van de invoering omgevings- en kwaliteitsborging wetten per 01-01-2024. De begroting 2025 en het meerjarig perspectief zijn aangepast volgens de richtlijnen van de BBV. Voor leges titel 1 en 3 volgt in de raad van december een raadsvoorstel waarin aandacht wordt besteed aan de kostendekkendheid. Voor nu is alleen uitgegaan van een indexatie van de in de Kadernota 2025 vastgestelde indexatie van 2,3% Reclamebelasting Reclamebelasting wordt opgelegd aan degene die openbare aankondigingen zichtbaar heeft vanaf de openbare weg.

Voorbeelden van dergelijke openbare aankondigingen zijn: reclameborden, naamborden, zonneschermen, lichtreclames, vlaggen, vitrines. De opbrengsten worden, na aftrek van administratieve lasten, beschikbaar gesteld aan Stichting Centrummanagement. Het tarief 2025 is in samenspraak met Stichting Centrummanagement gelijk gebleven aan het tarief 2024. De begroting 2025 is gesteld op € 200.000 aan inkomsten. (Bedragen x € 1.000) Opbrengst reclamebelasting

Begroting 2024 200

Begroting 2025 200

Tarieven begraafplaats In de primitieve begroting zijn de legesopbrengsten geïndexeerd met 2,3% conform de afspraken in de Kadernota 2025. Daarnaast is op diverse onderdelen rekening gehouden met extra inkomsten als gevolg van o.a. hogere aantallen. Uitgangspunt is om 100% kostendekkend te zijn. Echter bestaat de wens van de raad om begraven en cremeren voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden en we moeten rekening houden met de marktconforme tarieven welke de gemeentes rondom Zeist hanteren. Hierdoor zal de begraafplaats voor 2025, op basis van de primitieve begroting, 72,56% kostendekkend zijn. In deze berekening van kostendekkendheid dien wij uit te gaan van een toerekening van 100% van de overhead. Hierin is dus geen rekening gehouden met de wens van de raad om de toegerekende overheadkosten te reduceren tot 40%. Wanneer we deze in de berekening toevoegen komt de kostendekkendheid op 90,96% Daarnaast worden in de ‘Verordening op de heffing en de invordering van Begraaf- en Crematierechten 2025’ wordt, als onderdeel van de besluitvorming van de Begroting 2025, op diverse onderdelen een bijstelling gedaan voor 2025 welke in lijn liggen met de nieuwe beheerverordening. (Bedragen x € 1.000)

74

Begroting 2024 1.804

Begroting 2025 1.992

1.2 Kostendekkendheid leges In onderstaande tabel is per heffing de kostendekkendheid aangegeven. Uitgangspunt daarbij zijn de totale (gemiddelde) kosten van het taakveld aangevuld met de toegerekende overheadkosten en de in de heffing mee te nemen compensabele btw. Eventuele inkomsten op het taakveld, naast de betreffende heffing, zijn hierop in mindering gebracht. Bij de leges is de kostendekkendheid per titel van de legesverordening aangeven, omdat per titel sprake is van duidelijk verschillende soorten producten.

Leges Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

Leges Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

Leges Titel 1 Algemene dienstverlening

Begraafplaats

Marktgelden

Rioolheffing

Afvalstoffenheffing

Bedragen x € 1.000

Kosten taakveld(en) (A) Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen (B)

9.332 114

5.048 29

70 0

1.819 0

580 0

2.313 0

246 0

Netto kosten taakveld (C=A-B)

9.218

5.019

70

1.819

580

2.313

246

Toe te rekenen kosten: Overhead (D) Compensabele BTW (E)

391 1.267

485 694

21 0

926 0

659 0

1.795 0

296 0

Totale kosten (100 %) (F=C+D+E)

10.876

6.199

91

2.745

1.239

4.108

541

Opbrengst heffing (G)

10.896

6.199

91

1.992

938

4.108

35

100,00%

100,00%

100,00%

72,56%

75,67%

100,00%

6,48%

% Dekking (G/F)

75

Toelichting kostendekkendheid: Markt De markt is 100% kostendekkend, waarbij 40% van het overhead percentage wordt meegenomen in de tariefberekening, besluit kadernota 2025. Men heeft het tarief laag gehouden door het bijstellen van de overhead, ter voorkoming dat er geen marktlieden naar de gemeente Zeist komen. In de berekening is rekening gehouden met het behalen van de taakstelling Privatisering van de markt. Voordeel € 34.000 structureel vanaf 2025. Leges Titel 1 De leges 1 zijn niet 100% kostendekkend. De oorzaak zit in de rijks tarieven voor Reisdocumenten, Rijbewijzen en Naturalisatie. Doordat het Rijk een vast tarief berekent per paspoort, kan de gemeente niet de gemaakte kosten doorbelasten. In de december Raad zullen de leges geagendeerd worden en daarin zal een voorstel komen voor de nu lage kostendekkend. Leges Titel 2 De nieuwe Omgevingswet is ingegaan per 1-1-2024. In de berekening van de tarieven is rekening gehouden met 100% kostendekkendheid volgens de nieuwe voorwaarden van de omgevingswet. Leges Titel 3 De leges titel 3 zijn niet 100% kostendekkend. De oorzaak zit in de kosten voor het verstrekken van vergunningen voor Evenementen en Markten. In de december Raad zullen de leges geagendeerd worden en daarin zal een voorstel komen voor de nu lage kostendekkendheid. Begraafplaats De leges voor de begraafplaats zijn niet 100% kostendekkend.

De oorzaak is dat de hoogte van de tarieven mede worden bepaald door de tarieven welke de omliggende begraafplaatsen en crematoria hanteren. De nieuwe tarieven zijn marktconform. Ook is de wens van de raad om begraven en cremeren in Zeist voor iedereen toegankelijk te houden. In de nieuwe leges verordening heeft een bijstelling plaatsgevonden welke aansluit bij de nieuwe beheerverordening. 1.3 Kwijtscheldingsmogelijkheden Per 2015 zijn we toegetreden tot de Belastingsamenwerking gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht (BghU). Een belangrijke motivatie om tot samenwerking op het gebied van belastingen over te gaan is het behalen van efficiencyvoordeel geweest. Dit efficiencyvoordeel is o.a. behaald door het uitvoeringsbeleid van de deelnemers zoveel mogelijk te harmoniseren. Deze harmonisatie heeft er toe geleid dat er in Zeist is besloten, naast kwijtschelding voor afvalstoffenheffing, ook kwijtschelding voor OZB en rioolheffing mogelijk te maken.

76

1.4 Ontwikkeling belastingdruk Hierna volgen in drietal tabellen overzichten van de ontwikkeling van de opbrengsten en de tarieven over de afgelopen jaren. (bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling van de opbrengsten Belastingen / heffingen OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffingen Totale opbrengsten

2020 realisatie 12.427 7.995 5.288 25.710

2021 realisatie 12.635 8.949 5.645 27.229

2022 realisatie 12.988 9.451 5.925 28.354

2023 Realisatie 14.637 9.554 5.616 29.807

2024 begroting 15.646 10.333 6.027 32.006

(bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling van de Tarieven Belastingen / heffingen Rioolheffing Afvalstoffenheffing (2 pers. huish.) Afvalstoffenheffing (4 pers. huish.)

2025 begroting 16.005 10.896 6.199 33.100

2022 188,40 324,60 410,40

2023 176,40 324,00 409,80

2024 189,60 353,40 446,40

2025

193,92 371,40 469,80

Stijging 2024-2025

2,28% 5,09% 5,24%

De OZB komt tot uitdrukking in een belastingpercentage. De nieuwe belastingpercentages voor 2025 worden pas definitief eind 2024 vastgesteld als de jaarlijkse hertaxatie is afgerond. Wanneer de WOZ-waarde stijgt, zal het belastingpercentage evenredig dalen. Hierdoor blijft de belastingdruk in principe gelijk, los van aanvullende tariefmaatregelen. De stijging van de belastingdruk komt niet tot uitdrukking in de mutatie van het tarief, maar in de mutatie van de opbrengst. Omdat in de Kadernota 2025 is besloten tot een indexering aan de baten kant van 2,3%, is in de hierna volgende tabel uitgegaan van dit scenario voor wat betreft de lasten van de OZB. Daarnaast is geen rekening meer gehouden met de bij de Begroting 2022 vastgestelde extra OZB verhoging van 3 jaar 3% extra index. De taakstelling is in begroting 2024 structureel behaald.

77

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale gemeentelijke lasten waarbij huurders in de Gemeente Zeist alleen afvalstoffenheffing betalen.

78

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ons risicomanagement is gericht op een pro-actieve risicosturing, waarbij voortdurend de relatie met de beschikbare weerstandscapaciteit in ogenschouw wordt gehouden. Het doel van actief risicomanagement is om niet iedere tegenvaller direct van invloed te laten zijn op het lopende beleid en op de exploitatie. Hierdoor kunnen de reguliere dienstverlening en ambities doorgang blijven vinden. De gemeente Zeist heeft in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in risicomanagement met aandacht voor de geïdentificeerde risico’s, de vertaling van de bruto naar netto risico’s en de geïnitieerde acties om de risico’s (verder) te kunnen beheersen en de mogelijke (financiële) consequenties te verminderen. Risicomanagement is een vast onderdeel bij het managen van de bedrijfsvoering. De uitkomsten worden zowel in de begroting als de jaarrekening opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. In deze paragraaf geven wij eerst inzicht in de onderwerpen die van invloed zijn op het algemene risicoprofiel van de gemeente Zeist. Verder komen de actuele ontwikkelingen aan de orde en hoe we willen omgaan met de specifieke aandachtspunten voor 2025.

Het tweede deel van de paragraaf geeft inzicht in hoe de gemeente er voor wat betreft het risicoprofiel voorstaat: wat zijn momenteel de top 10 risico’s? Wat is de stand van de weerstandsratio? En hoe scoren de kengetallen ten opzichte van de afgesproken normen? 2.1 Algemeen risicoprofiel Het meerjarenperspectief van de in dit boekwerk gepresenteerde primitieve begroting is precies het tegenovergestelde van het meerjarenperspectief uit de Kadernota 2025. Waar in de Kadernota 2025 een positief saldo liet zien en de overige jaren een negatief beeld, is dit in deze primitieve begroting juist andersom. 2025 sluit met een negatief saldo en de jaren 2026 t/m 2029 juist positief. Dit grote verschil is de oorzaak van de meicirculaire en staan symbool voor de grilligheid van de grootste inkomstenbron van de gemeenten; het gemeentefonds. Met de nieuw aangetreden landelijke regering is ook nog veel onduidelijk. Een door de gemeenten lang gekoesterde wens om minder specifieke uitkeringen (SPUKS) in te zetten lijkt gehoord te zijn. Het is echter nog onduidelijk hoe, wanneer en hoeveel dat zit betreffen. Door de grote bewegelijkheid van het gemeentefonds de afgelopen jaren is het lastig sturen geweest voor gemeenten. Door de nieuwe afspraken met het Rijk over de financiële verhoudingen, met o.a. de koppeling aan het bruto binnenlands product (bbp) zou dit de komende jaren beter moeten gaan.

Taakstellingen in de begroting Taakstelling meerjarenbegroting 2025 Organisatie

2025 € 312.991

2026 € 212.991

2027 € 212.991

2028 € 212.991

Kunstenhuis/IDEA

€

300.000

€

300.000

€

250.000

€ 250.000

Kunst & Cultuur Totaal

€ €

100.000 712.991

€ €

100.000 612.991

€ €

100.000 562.991

€ 100.000 € 562.991

In de Begroting 2025 staan momenteel nog een drietal openstaande taakstellingen die hun oorsprong vinden in de IAC (Begroting 2022), Heroverwegingen (Begroting 2021) en de beleidskeuzes uit de Begroting 2024. Voor de taakstelling op de organisatie loopt een proces in het verlengde van het project “Grip op Personeelskosten” waarmee we het proces rondom de personeelskosten in relatie met de begroting willen stroomlijnen waarbij aandacht is voor sturing doormiddel van dashboards en het verbeteren van het doorbelastingsproces. Voor de overige twee taakstellingen (Kunstenhuis/IDEA) en Kunst & Cultuur worden momenteel de gesprekken gevoerd hoe hier invulling aan te geven. Overige taakstellingen rondom bijv. het Sociaal Domein van zowel de IAC, Heroverwegingen en Beleidskeuzes hebben allemaal een invulling gekregen. In de 2e Bestuursrapportage 2024 worden de taakstellingen verder geduid.

79

Onzekere wereld Nog steeds heerst er in de wereld nog veel onzekerheid. Denk hierbij aan de oorlog in Oekraïne en de steeds verder escalerende situatie in het Midden-Oosten. Ook in Nederland merken we daar de effecten van door de fors gestegen energielasten, de inflatie en de gevolgen voor de koopkracht. Als gemeente hebben wij dit gelukkig, mede door onze ‘Zeister behoedzaamheid’ goed op kunnen vangen in onze begroting en hebben we aandacht voor inwoners, bedrijven en stichtingen die hierdoor in de problemen zijn gekomen of dreigen te komen. Ook de krapte op de arbeidsmarkt brengt nog steeds de nodige uitdagingen met zicht mee. Dit laat zich zien door een groter verloop binnen onze organisatie en het lastiger kunnen invullen van vacatures. Het effect hiervan is dat we soms niet alles kunnen doen wat we zouden willen. Bij de Jaarstukken 2023 was dan ook te zien dat sommige ambities en doelstellingen van o.a. het uitvoeringsprogramma van het coalitieakkoord niet volledig zijn gerealiseerd en dat een gedeelte van de middelen daarom wordt doorgeschoven naar 2024. Tot slot hebben we sinds dit jaar weer een nieuw kabinet dat afgelopen zomer haar regeerakkoord heeft gepresenteerd. De uitwerking van de gepresenteerde plannen brengt onzekerheid voor gemeenten met zich mee.

Hoe gaat het de komende jaren met het gemeentefonds en het voornemen om het aantal SPUKS terug te dringen? Wat zijn de effecten van het asielbeleid voor gemeenten? Allemaal vragen waar we de komende tijd op af moet en wachten. Als gemeenten staan we er natuurlijk niet alleen voor. De VNG behartigd de belangen namens alle gemeenten in dit proces. Netcongestie De vraag naar transport voor het leveren en invoeden van elektriciteit groeit harder dan het elektriciteitsnet aankan. Hierdoor is ongeveer anderhalf jaar geleden netcongestie ontstaan, de situatie waarin ons elektriciteitsnetwerk overbelast is. Netcongestie wordt onder andere veroorzaakt door de toename van het duurzaam opwekken van energie en door onvoldoende infrastructuur van ons elektriciteitsnetwerk . Er wordt door de landelijke en regionale netbeheerders gewerkt aan het uitbreiden van deze infrastructuur. Deze uitbreiding is naar verwachting vanaf 2029 gereed. Tot die tijd moeten we met netcongestie omgaan. Het gevolg van netcongestie en het tekort aan transportcapaciteit is dat er per direct geen ruimte is op het elektriciteitsnet voor grootverbruik aansluitingen. Hierdoor kunnen nieuwe bedrijven zich niet vestigen in Zeist, bedrijven kunnen niet verduurzamen en er kunnen mogelijk geen liften in appartementsgebouwen geplaatst worden.

Naar verwachting is er vanaf 2025 ook geen ruimte meer op het net voor kleinverbruik aansluitingen. Dit raakt particulieren en woningbouw. De provincie Utrecht wordt landelijk het hardst geraakt door netcongestie. Zowel provinciaal als landelijk zijn er initiatieven om maatregelen tegen netcongestie te nemen. De huidige situatie oplossen is niet mogelijk. Tijdelijke oplossingen zijn slim omgaan met energie, door bijvoorbeeld de inzet van batterijen, of door het delen van energie en het verlagen van de energiebehoefte. Netcongestie heeft ook impact op de beleidsdoelen van Zeist. Een eerste inventarisatie laat zien dat doelen op het gebied van de energietransitie en duurzaamheid, woningbouw, sportaccommodaties, duurzame opwekking van energie en de verduurzaming van bedrijven, scholen en het eigen vastgoed waarschijnlijk vertraagd worden door netcongestie. Projecten zullen mogelijk extra kosten maken om oplossingen in te zetten die bestendig zijn tegen netcongestie, zoals de inzet van energieopslagsystemen. Projecten voor woningbouw die nu gepland zijn, maar vertragen, hebben mogelijk tot 2029 te maken met een gebrek aan mogelijkheden voor kleinverbruik aansluitingen. Zonder creatieve oplossingen kunnen deze projecten tot 2029 niet verder. Er volgt nog een inventarisatie van de impact van netcongestie op de projecten en beleidsdoelen van Zeist.

Gemeente Zeist realiseert zich de urgentie van netcongestie en de gevolgen ervan. We zetten in op het helpen isoleren van huizen en het verduurzamen van bedrijven, om minder energie van het elektriciteitsnet te hoeven afnemen. Voor de uitbreiding van de infrastructuur van het elektriciteitsnet is het in gemeente Zeist nodig om de komende jaren 163 transformatorhuisjes (laagspanningsstations in de wijken) en 3 verdeelstations te plaatsen, met daarbij een afweging tussen snelheid en zorgvuldigheid. Zeist heeft ook geïnvesteerd in Stedin om hen financiële slagkracht te geven.

80

Sociaal Domein Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het Sociaal Domein, Jeugdzorg en Wmo. Het risicoprofiel van het Sociaal Domein is hoog. Niet alleen gaat het om een groot deel van de gemeentelijke begroting, ook gaat het om openeinderegelingen waarbij zorg geleverd wordt als dat nodig is. Veel risico’s zijn in beeld, maar dit vraagt om continue aandacht en beheersing waar dat kan. De belangrijke ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het risicoprofiel: • Er is de laatste jaren sprake van een toenemende vraag naar Jeugdhulp. Zeist is daarbij helaas geen uitzondering op het landelijke patroon. We zien vooral de gemiddelde kosten per persoon aan jeugdhulp stijgen. Het gaat hierbij om een structureel risico. Door de hulp dichter en laagdrempeliger bij gezinnen te organiseren worden meer gezinnen bereikt. Wanneer gezinnen onder druk staan, door bijvoorbeeld echtscheidingsproblematiek, financiële en psychische problemen, kan dit een negatieve weerslag hebben op de opvoedsituatie en daarmee de ontwikkeling van kinderen. In het merendeel van de ondertoezichtstellingen speelt een complexe echtscheiding een rol. Daarnaast zien we het mentaal welbevinden van jongeren en jongvolwassenen dalen. Hoewel we als gemeente steeds beter zicht en invloed hebben op de inzet van jeugdhulp is het een complexe opgave waarin het risico op overschrijdingen nog zeker aanwezig blijft.

• Vanaf 2026 zijn er structureel aanzienlijk minder middelen beschikbaar gesteld voor gemeenten in verband met de hervormingsagenda jeugd. Voor Zeist gaat dit om een besparing van € 1,5 miljoen structureel. Het is aan de Rijksoverheid om deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Het is maar zeer de vraag of die (wettelijke) maatregelen een dermate groot financieel effect zullen hebben dat we deze besparing van € 1,5 miljoen kunnen realiseren. • Medewerkers van het CJG en ST zijn vanaf 1 januari 2025 in dienst bij de gemeente Zeist. Er kan een risico bestaan dat niet alle consulenten er voor kiezen om in dienst te komen bij de Gemeente Zeist. Dat zou betekenen dat er per 1 januari 2025 een tekort aan personeel ontstaat, wat een negatief gevolg heeft voor de continuïteit van dienstverlening, er kunnen wachtlijsten ontstaan en de werkdruk van de consulenten kan toenemen. Daarnaast is de insteek om alle medewerkers onder te brengen in de gemeente Cao, op basis van vrijwilligheid en op basis van een akkoord met de vakbonden, de leveranciers en de gemeente Zeist. Zolang dit onderhandelingsakkoord er nog niet is, kan niet voor 100% worden uitgesloten dat (een deel van de) medewerkers (al dan niet tijdelijk) in de oude Cao’s blijft.

Dit is een risico, omdat dit mogelijk per 1 januari 2025 leidt tot aanpassingen in arbeidsvoorwaarden en mogelijke complicaties voor de personeelskosten. • Binnen het Sociaal Domein maken we met veel verschillende zorgaanbieders afspraken over de levering van zorg aan onze inwoners. Daardoor is er een afhankelijkheid van deze zorgaanbieders die bepaalde risico's met zich meebrengt, zoals continuïteit van zorg en rechtmatige besteding van middelen. We merken dat de bedrijfsvoering van sommige zorgaanbieders onder druk staat door gestegen personeelslasten en scherpe tariefafspraken. Hierdoor ontstaat er een risico voor de continuïteit van zorg aan inwoners. Ook de noodzakelijke aanbestedingen binnen het Sociaal Domein zijn een risico voor de continuïteit van zorg, bijvoorbeeld als een aanbestedingsproces niet goed verloopt, niet tijdig is afgerond of als een nieuwe overeenkomst met een leverancier niet tijdig kan worden geïmplementeerd. Dan moeten extra kosten gemaakt worden om de continuïteit te waarborgen. Omgevingswet en onvoorspelbaarheid leges De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn ingegaan op 1 januari 2024. In 2024 doen we de eerste ervaring op met het werken onder deze wetten. Op basis van deze ervaringen worden de processen en systemen verder geoptimaliseerd. Deze optimalisatie zal in 2025 verder voortgang vinden.

Omdat in de eerste helft van 2024 vooral gewerkt is aan het afwikkelen van vergunningen die in 2024 aangevraagd zijn, hebben we nog te weinig ervaringscijfers om de legestabel voor 2025 aan te passen. Wel zien we dat het aantal aanvragen in de eerste helft van 2024 gedaald is. Deze daling schrijven we voor 50% toe aan onbekendheid met de nieuwe wetten en voor 50% aan de economische situatie. De verwachte aantallen voor de vergunningaanvragen in de legestabel zijn hierop aangepast. 81

Landelijk zijn er afspraken gemaakt over de compensatie die gemeenten krijgen. Deze afspraken zijn gebaseerd op een nieuwe berekening van de terugverdientijd. In de begroting 2025 is voor de Omgevingswet als uitgangspunt genomen dat de toegezegde middelen (2025: 244K en 2026 245K) ook daadwerkelijk ten gunste komen van het budget voor de implementatie van de Omgevingswet. In dit programma werken we aan de Omgevingsvisie Zeist 2050, het omgevingsplan en het Handvat Participatie voor inwoners en initiatiefnemers. Arbeidsmarkt De landelijke arbeidsmarkt ontwikkelt zich langzaam van ‘zeer krap’ naar krap. Er is landelijk een licht dalende lijn in het aantal vacatures te zien. Echter houdt de krapte nog jaren aan. In tegenstelling tot een lichte landelijke afkoeling van de arbeidsvraag, neemt de vraag naar nieuw personeel bij gemeenten eerder toe dan af. Mogelijke verklaringen zijn taken die het Rijk overhevelt naar gemeenten, transities gericht op energie en duurzaamheid, de stijgende vraag naar voorzieningen die gemeenten aanbieden, de woningbouwopgave en de grotere uitstroom van 60-plussers in verband met pensionering. Vanuit P&O wordt er ook in 2025 van alles binnen onze mogelijkheden ingezet om de arbeidsmarkt en werkzoekenden te begrijpen en doorgronden.

Hiervoor maken wij gebruik van onze recruitment-expertise, netwerken en gerichte mediacampagnes om de gemeente Zeist zo goed mogelijk te bemensen. Vanaf eind 2024 wordt ons werkgeversmerk vernieuwd. Bij elk voorval, idee of initiatief wat leidt tot extra of ander werk, kijken we wat de mogelijke oplossingen en denkrichtingen zijn en vooral of wéér een vacature openstellen de beste oplossing is. Vacatures staan geregeld nog langer dan gemiddeld open. De oplossing voor stagnerende werving wordt vaak gezocht wordt bij inhuur. De inzet van gedetacheerden en ZZP’ers kan een goede oplossing zijn; flexibel en kortdurend. Echter is deze wel kostbaar en de impact op de organisatie is ook groot. Het is namelijk niet alleen een manier om te zorgen voor productiviteit en continuïteit; een te hoog percentage inhuur beperkt eerder je efficiëntie als organisatie en levert meer werkdruk op bij het zittende personeel. De gemeente Zeist heeft een inhuurpercentage van ruim 20%, het dubbele van wat de ‘gulden regel’ op dit gebied is. Inzetten op het versterken van capaciteit bij recruitment draagt sterk bij aan grip op inhuur, een duurzame oplossing en toekomstbestendige plannen voor onze personele capaciteit. Daarmee kunnen de juiste specialismes worden ingezet en strategie en beleid gericht op onbenut arbeidsmarktpotentieel en het uitdragen van ons werkgeversmerk.

Gemeentefonds Het vorige kabinet heeft in 2022 besloten af te stappen van de normeringssystematiek (samen de trap op en samen de trap af). In de Voorjaarsnota 2024 van het rijk is afgesproken de algemene uitkering vanaf 2024 jaarlijks te indexeren met de nieuwe systematiek gebaseerd op de ontwikkeling van het prijspeil van het bruto binnenlands product (bbp) in het lopende jaar. Ook de volumegroei is gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Deze nieuwe systematiek geeft meer stabiliteit van de inkomsten, maar is financieel ongunstiger dan de oude “trap op en trap af” systematiek. Al geruime tijd loopt het proces om te komen tot een nieuwe verdeling over de gemeenten (herijking) van de middelen van het gemeentefonds. In de meest recente cijfers (meicirculaire 2022) is het nadelige herverdelingseffect voor Zeist € 122,40 per inwoner. Met het Rijk is een ingroeipad overeengekomen tot en met het jaar 2025 van maximaal € 37,50 per inwoner aan herverdeeleffect. Bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel deelden de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG in hun adviezen de visie dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het oude model, maar benadrukten dat verder onderzoek nodig is. De ROB heeft daartoe een onderzoeksagenda voorgesteld, die door de fondsbeheerders is onderschreven.

Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. In het jaar 2025 wordt de herijking van het gemeentefonds geanalyseerd. Daarbij worden ook de aanbevelingen van de Raad van Openbaar Bestuur (ROB) en VNG betrokken. Deze aanbevelingen hebben wellicht een positief effect voor Zeist. Vanaf het begrotingsjaar 2026 moeten we vooralsnog maximaal rekening houden met de herverdeling uit de meicirculaire ad € 122,40 versus het begrote bedrag van € 37,50 per inwoner. Daarbij kunnen we ervan uitgaan dat er ook dan weer sprake zal zijn van een ingroeipad. In de jaarschijf 2026 van de lopende begroting is daarom een stelpost opgenomen ad € 1 mln. om een eventuele toegenomen korting in dat jaar op te kunnen vangen. De ontwikkelingen na 2026 zijn onzeker.

82

2.2 Specifieke aandacht bij risicobeheersing in 2024 Naast de reguliere werkzaamheden binnen het risicomanagement willen wij in 2025 onze speciale aandacht richten op: Sociaal Domein Hoewel de begroting van zowel de Wmo als de Jeugdzorg de laatste jaren is aangepast naar aanleiding van de grotere vraag, blijft het risicoprofiel van het Sociaal Domein hoog. We staan voor de uitdaging om als gemeente goed grip te krijgen op de zorg zelf. Dit doen we aan de hand van samenhangende programma’s, bijvoorbeeld binnen het programma Sociaal in Balans (SIB) en de regionale hervormingsagenda jeugd. Wij gaan ons in 2025 richten op de volgende onderwerpen: • Binnen het programma Sociaal in Balans werken we met het project Sturing Wmo en Jeugd aan het inzichtelijk maken van data en dit te vertalen naar sturingsinformatie over het sociaal domein: de instrumenten die ons helpen richting te geven aan de transformatie van het sociaal domein. Voorbeelden zijn beter sturen op doelen zoals doorlooptijden en de verhouding basis versus specialistische zorg, het beter integreren van data in beleidsvorming en evaluatie en data als stuurmiddel voor management en bestuur. De komende periode ligt de focus op doorontwikkelingen van de dashboards met aanvullende inzichten, ook over de sociale basis. En het verder integreren en borgen van datagedreven werken.

• Het kwaliteitsteam zet zich in 2025 verder in om beter in control te komen. Ze zetten zich onder andere in voor de aanscherping van processen, het sturen op de kwaliteit van dienstverlening en het verbeteren van de rechtmatigheid. Actualisatie risicomanagement De geactualiseerde nota Risicomanagementbeleid heeft vertraging opgelopen door verschuivingen in de prioritering die we genoodzaakt waren te maken. Naar verwachting zal deze eind 2024 aan uw raad zijn aangeboden waarmee de start van de aangepaste uitvoering in 2025 kan starten.

2.3 Top 10 risico’s De tien belangrijkste financiële risico’s zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 2.1: Top 10 risico’s Risico- Risico nummer

Maatregelen

Kans

Financieel gevolg

R1183

• Sturen vanuit de regionale hervormingsagenda en het programma 50% Sociaal in Balans. Er wordt ingezet op normaliseren en het verstevigen van het CJG. Verder op het versterken van samenwerking met en inzetten van voorliggende voorzieningen/ sociale basis. • Maatregelen op beperken van instroom en snellere uitstroom door onder meer verstevigen regionaal contractmanagement. • Jeugdhulp met verblijf: afspraken over coördinatie van zorg en sturing. • Essentiële functies: er wordt met succes gestuurd op het beperken van de instroom en verkorten van de trajecten. We zien in aantallen een dalende trend voor Zeist. Echter de kosten per jeugdigen stijgen. Sturing op tijdige uitstroom gaat nog niet zo als gewenst. • Daarnaast onderzoeken we welke zorg beïnvloedbaar is en welke niet, zodat we gericht kunnen kiezen waarop zorg wordt ingezet. Ondanks deze maatregelen blijft het risico op overschrijding van de budgetten. • Op basis van analyse door middel van data gedreven werken waar de

max.€ 1.500.000

83

Als gevolg van toenemende vraag naar jeugdzorg en de taakstelling op het budget bestaat de kans dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat.

extra kosten zitten nemen we waar mogelijk maatregelen om deze kosten te voorkomen of te beperken. We weten al dat de kosten met name zitten in de zorgkosten per kind. Gekeken zal worden hoe deze kosten naar beneden te brengen zijn. Hierbij blijft wat de inwoner nodig heeft centraal staan. We blijven werken aan een goed werkgeversimago en passende 90% arbeidsvoorwaarden. We gaan in 2024 werken aan onze EVP (employer value proposition) om beter te kunnen voorsorteren op mogelijk vertrek en sleutelposities, door al zichtbaar te zijn of op andere manieren zichtbaar te worden. Andere activiteiten op dit gebied zijn Strategische Personeels Planning, adequate opleiding en scholing van medewerkers, meer samenwerking in de regio en mogelijk uitbesteding van werk en aanbrengen van nieuwe medewerkers door eigen personeel via de actie Zeist Werft. Maar ondanks deze maatregelen merken we dat dit toch de realiteit is en blijft. We onderhouden goede contacten met ProRail. Over dit onderwerp en 10% zullen via de ambtelijke en bestuurlijke lijn het standpunt dat het besluit van de raad afdoende is uit blijven dragen. Mocht er onverhoopt toch tot uitbetaling over moeten worden gegaan kunnen we hier in eerste instantie de middelen uit de “Reserve Drieluik Den Dolder” voor inzetten. De reserve heeft per 31/12/2023 een saldo van €3,9 mln.

max.€ 700.000

R973

Als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt bestaat de kans dat we geen goed gekwalificeerd personeel kunnen binnenhalen waardoor we kwetsbaar zijn op sleutelfuncties en kennisniveaus te laag worden waardoor wettelijke taken mogelijk onvoldoende uitgevoerd kunnen worden.

R1117

Als gevolg van de mogelijkheid dat het nog te nemen verkeersbesluit om de spoorwegovergang in Den Dolder af te sluiten door de rechter of de Raad van State wordt teruggedraaid, bestaat de kans dat de gemeente conform afspraak met ProRail€ 6.500.000 moet terugbetalen.

R1252

Als gevolg van lastig te voorspellen Maandelijks worden de leges inkomsten gevolgd en op basis hiervan wordt 50% omgevingslegesinkomsten, loopt de gemeente een prognose gemaakt voor de rest van het jaar. Dit geeft ons vroegtijdig het risico dat deze achterblijven bij begroting. inzicht in de verhouding tussen begroot en verwacht resultaat. Indien nodig wordt hier in de eerste en tweede Berap op bijgestuurd.

max.€ 500.000

R194

Als er een onjuiste grondslag voor de bepaling van Dit risico blijft altijd bestaan. De BghU voert de wet WOZ namens ons uit 50% de hoogte van de OZB-aanslag(en) wordt en daarmee deze taak. De waarderingskamer is toezichthouder en gehanteerd, loopt Zeist mogelijk inkomsten mis. controleert op deze wijze de BghU en geeft hierbij jaarlijks een oordeel aan de hand van maximaal 5 sterren. Het huidige is risico is in de laatste jaren hoger geworden omdat de BghU 2 van de 5 sterren krijgt (t.o.v. 3 van 5 eerder) van de waarderingskamer. Als gemeente zijn wij deelnemer/eigenaar van de BghU en vanuit die rol zullen wij altijd betrokken blijven en aandacht hiervoor vragen. Wethouder Van Dijk zit namens het Algemeen Bestuur in de bestuurlijke stuurgroep die een verbeterplan voor de dienstverlening van de BghU aanstuurt. Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet De voorbereiding van de Omgevingswet is afgerond. Dat risico is vervallen. 50% en Wkb loopt de gemeente een financieel risico Voor de implementatie van de Omgevingswet loopt een programma doordat de financiële gevolgen nog onduidelijk waarvoor de begrote kosten opgenomen zijn in de kadernota 2025 en de zijn. meerjarenbegroting. Hierbij is rekening gehouden met het beschikbaar komen van de toegezegde middelen van het rijk (2025: 244K en 2026: 245K). en het honoreren van de opgenomen bedragen in de Kadernota

max.€ 500.000

R1152

84

max.€ 2.600.000

max.€ 500.000

voor de Omgevingswet en het invullen van de claim voor personeel fysieke leefomgeving.

R1316

R941

R5

R1270

Er is nog geen evenementenbeleid, hierbij zijn risico's dat de monumentale parken en andere gebieden onherstelbare schade ondervinden door te grote evenementen. Als gevolg van klimaatverandering zijn de buien heviger en komen deze vaker voor, de periodes zijn droger en het stormt het meer waardoor extra maatregelen/voorzieningen noodzakelijk zijn. Extreme droogte heeft rechtstreeks invloed op de kwaliteit van het bomenareaal en kwaliteit van het water. Als gevolg van een planontwikkeling, kan de gemeente geconfronteerd worden met planschades. Nieuwe term sinds de Omgevingswet: nadeelcompensatie.

70%

max.€ 200.000

Klimaatstresstest is uitgevoerd. De nota Klimaatbestendig Zeist en het 50% Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan zijn vastgesteld. De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan de gestelde verbetermaatregelen.

max.€ 250.000

Evenementenbeleid wordt opgesteld.

Met de aanvrager worden vooraf afspraken gemaakt/wordt een 50% max.€ 250.000 overeenkomst gesloten aangaande nadeelcompensatie. Is deel van de reguliere werkprocessen. Vóór besluitvorming moet de overeenkomst gesloten zijn. - Onder de Omgevingswet is planschade per 1-1-2024 ondergebracht bij Nadeelcompensatie. Deze aanpassing is geborgd in een nieuwe verordening. - De werkwijze blijft ongewijzigd. Tot 2025 kunnen er nog verzoeken om planschade binnenkomen onder de oude wet (Wro). Als gevolg van het niet volledig op ProRail kunnen Momenteel hebben wij als gemeente (t/m 2023) een bedrag van € 10% max.€ 1.245.220 verhalen van de voorbereidingskosten bestaat het 1.245.220 voorgeschoten die wij voornemens zijn te verhalen op ProRail. risico dat (een deel van) deze kosten voor We onderhouden goede contacten met ProRail en zullen via de ambtelijke rekening van de gemeente komen. en bestuurlijke lijn aandacht hiervoor blijven vragen. Mochten de kosten (gedeeltelijk) niet verhaald kunnen worden dan kunnen we dit mogelijk dekken uit de “Reserve Drieluik Den Dolder”. Of dit mogelijk is hangt ook af van het verloop van risico R1117. Totaal maximaal netto financieel gevolg top-10 risico’s max.€ 8.245.220

Toelichting op tabel 2.1: De kans en het genoemde bedrag zijn dat wat netto over blijft, rekening houdend met de genoemde maatregelen. Het totale (netto) risicobedrag is afgenomen ten opzichte van de vorige inventarisatie bij de jaarrekening 2023. De omvang van alle risico’s bedroeg destijds € 26,0 mln., terwijl deze nu € 21,7 mln. bedraagt. De top 10 is qua omvang bedrag en percentage dat het uit maakt van het totale bedrag aan risico’s gedaald ten opzichte van de vorige risicoronde: € 8,2 mln. (was € 9,0 mln.) ten opzichte van € 21,7 mln. (was € 26,0 mln.), dus 38,0% van het totale bedrag aan risico’s. In de top-10 zijn een aantal wijzigingen. Zo zijn de inhaalslag op onderhoud van de parkeerdekken (R994), Wmo (R725) en gestegen bouwprijzen (R1268) uit de top-10 gevallen omdat de risico’s financieel zijn afgeschaald of zijn komen te vervallen. Daarnaast is het risico als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt (R973), het risico op schade aan groen vanwege het ontbreken van evenementenbeleid (R1316) en het risico op planschade/nadeelcompensatie (R5) de top-10 binnengekomen. Voor de rest is de top-10 gelijk gebleven. 85

2.4 Verdeling risico’s per kansencategorie en financieel gevolg Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn, kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen. Voor gemeente Zeist zijn in totaal 224 risico’s geïnventariseerd. De verdeling van deze risico’s naar kans van optreden en financiële impact is weergegeven in tabel 2. Het betreft de netto risico’s. Tabel 2.2 Verdeling netto risico’s per kanscategorie en financieel gevolg Financieel

Aantal/Kans

10%

30%

50%

70%

90%

x > € 1.500.000

1

1

€ 750.000 < x < € 1.500.000

4

3

1

€ 300.000 < x < € 750.000

8

4

3

€ 75.000 < x < € 300.000

55

22

18

10

x < € 75.000

70

32

23

13

Geen financiële gevolgen

85

43

10

28

2

2

Totaal

224

105

51

55

4

9

1 2

3 3

Dit betekent dat er 10 risico’s zijn die extra aandacht vragen, omdat ze zich in het (donker)oranje gebied bevinden. Dit is er 1 minder dan bij de vorige risicoinventarisatie. Een nieuw risico zit in het donkeroranje gebied, namelijk het risico van de krapte op de arbeidsmarkt. Voor dit risico is een aantal beheersmaatregelen gedefinieerd, zie hiervoor in Paragraaf 2.3 Top 10 risico’s. Er zijn geen risico’s in het rode gebied, welke dus direct aandacht nodig hebben.

2.5 Benodigde weerstandscapaciteit Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de actuele risico’s. Deze risico’s zijn zo breed mogelijk geïnventariseerd. Bij de kansberekeningen wordt dan ook een groot aantal schattingen van het totale financiële gevolg van het gehele risicoprofiel gemaakt. Hierbij wordt rekening gehouden met de kans op het optreden van een risico en met het feit dat het financieel gevolg per risico kan variëren. Doordat risico’s niet allemaal gelijktijdig en in hun maximale omvang zullen optreden is het bedrag dat we aanhouden als weerstandsvermogen vele keren lager dan de totale waarde van de geïnventariseerde risico’s. 86

Benodigde weerstandscapaciteit Het totale bedrag van alle geïnventariseerde risico’s bedraagt € 21,7 miljoen. Ons risicomanagement-systeem Naris berekent welk weerstandsvermogen nodig is gezien de opgevoerde risico’s. Dit gebeurt volgens de Monte-Carlo methode. Daarbij is het uitgangspunt dat niet alle risico’s zich op het zelfde moment en in dezelfde mate zullen voor doen. Er worden 100.000 verschillende scenario’s doorgerekend, waarbij een risico zich de ene keer wel voordoet en de andere keer niet. Tevens kan de omvang van het risico verschillen per scenario. Uit de uitgevoerde simulatie blijkt, dat met een waarschijnlijkheid van 90% gesteld kan worden dat het weerstandvermogen € 4.038.380 moet bedragen (bij een minimale ratio van 1,0).

2.6 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de post onvoorzien uit de exploitatie en de reserve weerstandsvermogen. Deze middelen kunnen vrij worden ingezet om risico’s in financiële zin af te dekken, waarbij de middelen uit de exploitatie conform bestaand beleid met factor 2,5 worden vermenigvuldigd. Op dit moment heeft de gemeente Zeist een weerstandscapaciteit voor de reguliere risico’s van € 10.619.012. In tabel 3 is dit nader gespecificeerd. Tabel 2.3: Beschikbare weerstandscapaciteit Omschrijving Incidenteel Post Onvoorzien in exploitatie € 202.554

Structureel € 506.385

Structureel (202.554 x factor 2,5) Reserve weerstandsvermogen Totaal

€ 202.554

€ 10.112.627 € 10.619.012

Het weerstandsvermogen bij de vorige risico-actualisatie (de jaarrekening 2023) was € 10.462.627. Bij de 1 e bestuursrapportage 2024 is besloten de dotaties aan de reserve (op basis van besluitvorming bij de begroting 2022 en de begroting 2023) voor het jaar 2025 à € 900.000 te laten vrijvallen om de reserve niet onnodig verder op te laten lopen. Voor 2024 staat een onttrekking van € 350.000 gepland. Nu is € 10.112.627 beschikbaar voor het afdekken van risico’s. Inclusief de post onvoorzien wordt de totale weerstandscapaciteit € 10.619.012. 2.7 Beoordeling van het weerstandsvermogen Om te bepalen of het huidige weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de benodigde weerstandscapaciteit (die uit de risicosimulatie voortvloeit, zie Paragraaf 2.5) en de beschikbare weerstandscapaciteit (zie Paragraaf 2.6). De uitkomst van deze berekening vormt het weerstandsvermogen en wordt uitgedrukt in een ratio. Daarbij geldt: hoe hoger de ratio, hoe groter het vermogen om weerstand te bieden aan de financiële gevolgen van optredende risico’s. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

€ 10.619.012 € 4.038.380

= 2,6

Voor de beoordeling van de ratio wordt een norm gehanteerd (zie tabel 4) die is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze norm wordt landelijk veelal toegepast en is door de gemeenteraad ook als norm vastgesteld in de nota stabiliteitscriteria. 87

Tabel 4: Waardering ratio Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Op basis van de landelijk gangbare normering krijgt de ratio de kwalificatie van ‘Uitstekend’. Dit is gelijk aan het oordeel bij de Jaarrekening 2023 waar de ratio 2,2 was. Concreet betekent dit dat de reserve weerstandsvermogen op dit moment meer dan ruim voldoende is qua omvang gezien ons risicoprofiel. Zoals in Paragraaf 2.6 benoemd is bij de 1e Bestuursrapportage 2024 besloten de dotaties aan de reserve (op basis van besluitvorming bij de Begroting 2022 en de Begroting 2023) voor het jaar 2025 à € 900.000 te laten vrijvallen om de reserve niet onnodig verder op te laten lopen. De verwachting is dat de ratio de komende jaren ruim voldoende blijft mits er geen grote veranderingen optreden in de risico-inschatting en omvang van de risico’s. 2.8 Kengetallen In juli 2021 heeft de raad de Nota Financiële stabiliteitscriteria 2021- 2024 vastgesteld. De nota bevat een aantal stabiliteitscriteria dat een samenhangend inzicht geeft in de financiële robuustheid van de gemeente. Naast andere maken de volgens het BBV verplichte kengetallen voor deze paragraaf onderdeel uit van deze nota. Elk stabiliteitscriterium is hierbij voorzien van een signaalwaarde die bij een verwachte of werkelijke overschrijding moet aanzetten tot een gesprek tussen gemeenteraad en college en vervolgens tot actie.

Daarom vergelijken we de kengetallen in deze paragraaf met de signaalwaardes zoals vastgesteld in de Nota Financiële stabiliteitscriteria 2021- 2024. Eventuele benodigde bijsturingsacties zijn hieronder benoemd. Kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

88

Realisatie 2023 -1% -3% 66% 1% 4,3% 104%

2024 18% 15% 64% 1% 4,6% 101%

2025 41% 39% 52% 2% 1,8% 108%

Begroting 2026 60% 58% 45% 0% -1,4% 108%

2027 70% 68% 42% 0% 0,9% 108%

2028 67% 65% 43% 0% 0,6% 108%

De netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De komende jaren stijgt de netto schuldquote, waar deze bij de jaarstukken 2023 nog negatief was. Dit is het gevolg van een toename in de investeringen (oa. onderwijshuisvesting, wegen, ed.), waardoor we aanvullende leningen aan moeten treffen om onze liquiditeitspositie op orde te houden. In de hier rechts gepresenteerde cijfers is daar rekening mee gehouden. Belangrijk om te vermelden is dat dit investeringsniveau op basis van een planning is, wanneer daar door omstandigheden in getemporiseerd wordt zal er ook minder geld aan getrokken moeten worden en zal de stijging minder snel doorzetten. De gepresenteerde kleuren in bijgaande grafiek zijn de beoordelingsmaatstaven vanuit de provinciaal toezichthouder. Conform onze eigen stabiliteitscriteria beoordelen we de netto schuldquote als zeer goed zodra deze onder de 20% ligt. Tussen de 20% en de 40% dreigt de schuldomvang hoog te worden. Boven de 40% worden alle bezittingen zwaar belast met schulden. De ontwikkeling van de netto schuldquote beweegt zich de komende jaren richting of over deze grenswaarden.

We blijven onze liquiditeit en de investeringen monitoren en rapporteren via de P&C Cyclus, en het dashboard stabiliteitscriteria over het verloop. Daarnaast actualiseren we de nota stabiliteitscriteria waar we ook bij deze ontwikkeling zullen stilstaan. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij verstrekte leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij deze netto (gecorrigeerde) schuldquote gelden dezelfde normen en toelichting als voor de netto schuldquote, maar bij deze quote wordt rekening gehouden met het door de gemeente zelf verstrekken van leningen. Het betreft hier vooral eerder verstrekte hypotheken aan medewerkers. In het kader van de wet FIDO is het verstrekken van leningen sterk ingeperkt, zo is het niet meer toegestaan om nog hypotheken te verstrekken waardoor het saldo verstrekte geldleningen jaarlijks afneemt.

Daarnaast heeft de raad onlangs ingestemd met het verstrekken van een lening aan Saestum en binnenkort ligt het voorstel revolverend fonds verduurzaming sport en cultuur voor waar wordt voorgesteld om onder voorwaarden renteloze leningen te verstrekken aan deze doelgroep.

89

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen doordat zij voldoende eigen vermogen heeft. Onder de ratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio zien we dalen als gevolg van de geplande investeringen en de noodzaak om externe financiering aan te trekken. In de gepresenteerde grafiek zijn de beoordelingsmaatstaven van de provinciaal toezichthouder opgenomen. Hier zakken we in het ‘aandachtsgebied’, maar blijven we nog ruim boven de kritische grens van 20%. Voor onze stabiliteitscriteria liggen ook hier onze eigen normen scherper. Volgens de signaalwaarden in de nota stabiliteitscriteria spreken we van een goede ratio indien deze 60% of hoger is. De schuld van de gemeente dreigt te hoog te worden als deze onder de 60% uit gaat komen. Onder de 50% zijn de bezittingen te zwaar belast met schulden. De solvabiliteitsratio van onze gemeente komt naar verwachting voor het begrotingsjaar 2025 uit op 52%. De latere jaren neemt hij verder af naar 43% in 2028. Dat ligt dus onder de signaalwaarde van 60%. Hierbij geldt dezelfde nuancering dat er in deze presentatie gerekend is met te verwachtte aan te trekken leningen.

Mocht door omstandigheden in het investeringsniveau, en dus ook de aan te trekken leningen, getemporiseerd worden zal de daling minder snel doorzetten. In de nota stabiliteitscriteria zullen we stilstaan bij deze ontwikkeling. Kengetal grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Het kengetal grondexploitatie blijft net als in voorgaande jaren de komende jaren rond de 0% schommelen. Daarmee is ons risicoprofiel erg laag als we dit afzetten tegen de landelijke richtlijnen. Wij hebbenop dit moment een tweetal lopende grondexploitaties (Huis ter Heide West & Gemeentewerf). Als stabiliteitscriteria hanteren wij een signaalwaarde van 4%. Dit percentage geeft ruimte voor meer grondpositie en grondexploitaties maar geeft tevens een signaal ter waarschuwing voor het toenemende risicoprofiel.

90

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Als dit kengetal positief is, is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte schommelt de komende jaren maar is net als vorig jaar krap. In 2026 is deze zelfs negatief in deze primitieve begroting. Dat betekent dat de structurele lasten boven de structurele baten uit komen en er dus geen ruimte is om structurele tegenvallers op te vangen. Dat komt omdat deze cijfers zijn gebaseerd op de primitieve begroting (het boekwerk). In het raadsvoorstel behorende bij deze begroting 2025 worden voorstellen gedaan om de structurele begrotingsruimte weer op een afdoende niveau te brengen.

De belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten van een meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. In de begroting voor 2025 is er rekening gehouden met een stijging van de OZB opbrengst van 2,3%. De overige woonlasten zijn bepaald op 100% kostendekkendheid. Volgens de verwachting zullen daarmee de Zeister woonlasten gemiddeld 8% boven het landelijke gemiddelde uitkomen. Of dat daadwerkelijk zo uitkomt, kunnen we de komende jaren volgen op Waarstaatjegemeente.nl. De provincie hanteert een waarde van meer dan 105% als het meest risicovol. De kanttekening bij de huidige cijfers is dat onze woonlasten 2025 afgezet worden tegen het landelijk gemiddelde van 2024.

Pas bij de jaarrekening 2025 worden onze cijfers van 2025 afgezet tegen het landelijk gemiddelde 2025 en kan een realistisch beeld geschetst worden. Het effect hiervan is te zien bij de cijfers van 2023 en 2024.

91

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Gemeente Zeist staat voor een structureel goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de burger en is voor de uitvoering daarvan verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van verschillende in bezit zijnde kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor een langdurige investering nodig is, bijvoorbeeld gebouwen en wegen. In deze paragraaf beschrijven we het beleid over het onderhoud van kapitaalgoederen. Daarnaast geven we informatie voor dit onderhoud. De kapitaalgoederen zijn verdeeld in 4 categorieën: wegen, riolering en water, groen en gebouwen. Met een effectieve en efficiënte sturing op de kapitaalgoederen wordt de balans gevonden tussen kwaliteit en kosten en worden achterstanden en potentieel onveilige situaties voorkomen. Dit vraagt een duurzame blik op de kapitaalgoederen en doorlopende budgettaire middelen. 3.1 Belang voor de gemeenteraad De totale omvang van de aanschafwaarde per 1-1-2024 van de in bedrijf zijnde geactiveerde materiële activa (exclusief gronden en terreinen binnen grondexploitaties) bedraagt circa € 140,5 mln. De onderverdeling daarvan is als volgt: Materiële vaste activa per 1-1-2024 Boekwaarde Bedrijfsgebouwen, woonruimten en terreinen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen, machines, installaties e.d. Overige materiële activa Totaal aanschafwaarde materiële activa

Economisch nut 84,7 11,1 5,4 9,3 110,5

bedragen (x € mln.) Maatschappelijk nut 37,2 0,8 1,6 0,4 40

Gezien de omvang van de waarde van deze activa, gevoegd bij de activa die ten laste van exploitaties of bijdragen van derden zijn aangeschaft en daardoor niet in bovengenoemde cijfers zijn opgenomen, is duidelijk dat de budgettaire consequenties van het onderhoud aanzienlijk zijn. 3.2 Beheervisies en -plannen Het beheer van kapitaalgoederen is gebaseerd op een beleidskader of beheervisie. Hierin zijn, afhankelijk van het type kapitaalgoed, afspraken gemaakt over de gewenste effecten van het beheer, de beoogde gebruikskwaliteit van de kapitaalgoederen, de werkwijze van de beheerorganisatie, (de omvang van) het budget en de manier van verantwoording. In een beleidskader of beheervisie wordt dit in hoofdlijnen, strategisch, beschreven. In de beheer- of onderhoudsplannen wordt de vertaling gemaakt naar de maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit structureel te borgen en doorlopend de toets aan de begroting te kunnen maken. Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2001 vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Anno 2024 is dit beleidskader nog steeds het geldende beleidskader, de kwaliteitskeuzes die destijds zijn gemaakt, worden nog steeds nagestreefd. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie gewogen basis nagestreefd. Het beheer omvat de hele levenscyclus van een kapitaalgoed.

Die levenscyclus bestaat uit het continue (dagelijkse) proces van in stand houden, namelijk het gebruik afgewisseld door onderhoud en daarnaast het periodieke proces van inrichting, herinrichting, renovatie of vervanging. Tot herinrichting kan worden 92

overgegaan als uit de evaluatie van het instandhoudingproces blijkt dat normaal onderhoud niet volstaat, bijvoorbeeld op het moment dat er geen restlevensduur meer is of als gevolg van gewijzigde gebruikseisen. De beheer- of onderhoudsplannen beperken zich tot het proces van in stand houden. Soort kapitaalgoed

Beleids- of beheerplan

Opgesteld

Kwaliteitsniveau

Wegen

IBOR Beheerplan wegen Weginspectie en uitvoeringsplanning Beleidsplan openbare verlichting

2001 2024 Tweejaarlijks 2003

Niveau gewogen basis

Beheerplan verkeersregeling-installaties, nieuw beheerplan opstellen in 2025 inclusief camera's en iVRI's IBOR Beleidsplan straatmeubilair (rv 2003074)

2015

Optimaal functioneren

2001 2003

Niveau gewogen basis Ambitieniveau: passief vervangen

Riolering

Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026

2021 5 jaarlijks

Wettelijke- en Hoogheemraadschapseisen

Groen

IBOR Groenstructuurplan Groenbeheerplan Langetermijnvisie Waterplan (07RAAD0108) Boombeheervisie Lange Termijn Boombeheerplan Meerjaren onderhoudsplannen

2001 2011 2024 2007

Niveau gewogen basis (grootste deel) Niveau excellent (deel centrum gebied) Niveau sober (buitengebied) Basis zorgplicht gemeentelijke watertaken

2013 2016 4-jaarlijks 2021

Niveau gewogen basis (grootste deel)

Gebouwen

CROW minimaal verantwoord wegbeheer Basisniveau Nederlandse Praktijkrichtlijnen

NEN 2767 niveau 2,3 of 4

3.3 Wegen Beleidskader Het beleid over mobiliteit geeft de wensen weer met betrekking tot de verhardingen in de gemeente; het waar en in welke vorm. Eind 2022 is het Mobiliteitsplan 2022 - 2027 vastgesteld, de financiële consequenties hiervan zijn in de begroting verwerkt. Hoe het onderhoud van de wegen aansluit op het beleid wordt beschreven in het ‘beheerplan wegen’. Het onderhoud is erop gericht om de verhardingen in Zeist op de meest economische manier in stand te houden, met als uitgangspunt veiligheid, bereikbaarheid, berijdbaarheid en duurzaamheid. Waar geen integrale aanpak mogelijk is wordt het wegenonderhoud opzichzelfstaand uitgevoerd. • Wegen Het wegenstelsel in gemeente Zeist omvat circa 245 km weg en is, inclusief fiets- en voetpaden opgebouwd uit de volgende hoeveelheden: 1,25 mln m2 asfaltverharding, 1,5 mln m2 elementenverharding en 100.000 m2 halverharding. Tweejaarlijks worden alle verhardingen in gemeente Zeist geïnspecteerd en wordt op basis van de combinatie van schadeclassificaties een ‘groot’ onderhoudsprogramma vastgesteld. Er wordt op basis van de inspectie een beheerplan voor 5 jaar opgesteld waarin de gemiddelde jaarlijkse budgetten voor klein en groot onderhoud, maar ook een meerjaarlijkse vervangingslijst van wegen inzichtelijk worden gemaakt. De wegmarkeringen (asfalt) zijn inmiddels in een digitaal beheersysteem opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14572427/4