24RV063 Bijlage 2 Groenbeheerplan 2025 tm 2029
Tekst van het document
Boomlocaties vastleggen Voor goed boomonderzoek en boomonderhoud is het wenselijk de locaties zo exact mogelijk in beeld te hebben. Door deze periodiek (eenmaal per vijf jaar) met satellietdata (LiDAR) vast te leggen, ontstaat een actueel en compleet overzicht van alle locaties van bomen in de gemeente (publiek en privaat). Afhankelijk van het gekozen inventarisatiepakket kan eventueel ook inzicht verkregen worden in bijvoorbeeld kroonvolume, boomhoogte en andere boomparameters. Hierdoor kan eventueel ook een goede analyse worden gedaan over de toe- of afname van het groen per wijk en in Zeist als geheel. Verkorte onderhoudscyclus oude bomen in combinatie met aanpassing werkwijze bomensnoei • Verkorte onderhoudscyclus oude bomen
32/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
De afgelopen jaren zijn bij met name oudere bomen diverse gebreken geconstateerd die naar verwachting samenhangen met klimaatverandering en bijbehorende effecten van droogte. Om vanuit het boombeheer te blijven voldoen aan de zorgplicht is een verkorte onderhoudscyclus vereist. De onderhoudscyclus wordt verkort van 3 naar 2 jaar. • Aanpassing werkwijze bomensnoei Volgens de huidige werkwijze worden bomen gesnoeid indien dit vanuit de boomveiligheidscontrole nodig wordt geacht. Door de werkwijze om te vormen naar het zogeheten “voor de voet weg” snoeien, kunnen bomen meer in een gezamenlijke ronde worden gesnoeid, in plaats van de selectie vanuit de boomveiligheidscontrole. De frequentie van de begeleidingssnoei van jonge bomen verandert dan van 1x per 3 jaar naar 1x per 2 jaar. Meer positieve communicatie Behoud van bomen en groen in de gemeente heeft veel belang bij positieve betrokkenheid van en enthousiasme bij bewoners. De gemeente kan hieraan bijdragen door bomen meer en vaker positief in het nieuws te brengen. Dit kan door het plaatsen van (periodieke) berichten in de media (blogs, nieuwsberichten etc.). 9)
Wensen langere termijn: Daarnaast zijn er een reeks wensen voor de langere termijn: o Boomlocaties frequent vastleggen o o o
Alle bomen regelmatig voeden Biologisch plantgoed Inzet bomen/groenploeg
o o
Schadevergoeding Subsidie onderhoud particulieren bomen
4.1.3 Vervanging Vervanging van bomen vindt plaats vanuit het Lange Termijn Bomenbeheerplan (LTBBP). Voor de vervanging van de bomen zijn er drie strategieën die verder worden uitgewerkt in het LTBBP. In alle gevallen wordt er bij het uitvallen van de bomen gewacht tot er respectievelijk 20% of 50% van de bomen zijn uitgevallen. Dit wordt in het beheersysteem bijgehouden. Wanneer dit aantal bereikt is komt de straat eruit in de planning. Dan wordt de afweging gemaakt of het mogelijk is om de bomen te planten. Wanneer dit niet mogelijk is wordt er gewacht tot er op die locatie een integraal project wordt opgestart. Uitzonderingen zijn het terugplanten van bomen in parken die een monument zijn en het aanplanten van groen op buurtniveau bij uitval van bomen. Voor vervanging van bomen wordt jaarlijks, bij vaststelling van de begroting, gekeken wat de verwachte kosten zijn voor het planten van de bomen in het komende jaar. Dit bedrag wordt gereserveerd voor het jaar daarna vanuit het Lange Termijn Bomenbeheerplan. Een deel van het geldbedrag gaat naar de projecten en een ander deel gaat naar de vervanging van de bomen die door het boombeheer wordt uitgevoerd. Uiteindelijk komt dit allebei uit de kostenpost voor het LTBBP.
33/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Vervanging bomen in wijkreconstructieprojecten Hieronder wordt beschreven wat er in de reconstructieprojecten die vanuit Wegen reeds op de planning staan nodig is aan investeringsbudget voor de vervanging van bomen. Voor de kostenberekening is gebruik gemaakt van kennis en ervaring uit reeds afgeronde projecten en is gewerkt met huidige bekende aantallen en richtbedragen. Er wordt een zo realistisch mogelijke inschatting gemaakt van de vervangingskosten per project, met als kanttekening dat er voor ieder project onzekerheden zijn over het precieze verloop. De belangrijkste grote wijkprojecten voor komende tien jaar zijn: Buurtaanpak Brugakker, Buurtaanpak Nijenheim en Buurtaanpak Vollenhove. Overige reconstructieprojecten betreffen vooral groot onderhoud van wegen, overlagingen en vervanging van wegen. Naast reconstructieprojecten vanuit wegen komen er vanaf 2025 ook uitvoeringsprojecten vanuit biodiversiteit (vanuit Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit) (zie verder paragraaf 4.3.1). Van de lijst met reconstructieprojecten vanuit Wegen is voor bomen per project in beeld gebracht: Zijn bomen relevant in het project?
-
Wat is het aantal bomen binnen de projectgrens, met daarbij een onderverdeling naar 1 e, 2e en 3e grootte (inclusief vormbomen)? Wat is het aantal bomen dat vervangen moet worden vanuit het projectbudget? Dit betreft
-
de bomen met een lage toekomstverwachting (i.e. dood, slecht of matig). Hiervoor geldt dat deze vervangen worden vanuit het LTBBP Wat is het aantal bomen waarvoor maatregelen getroffen moeten worden voor
-
groeiplaatsverbetering en bescherming? Dit betreft de bomen met een hoge toekomstverwachting (i.e. redelijk, goed of zeer goed). Deze bomen leveren belangrijke ecosysteemdiensten en worden zo veel als mogelijk behouden binnen het project. Voor deze bomen is projectbudget nodig voor maatregelen voor verbetering van de groeiplaats en extra bescherming tijdens de projectwerkzaamheden. Doel is om per project een realistische inschatting te maken van de kosten voor groeiplaatsverbetering en boombescherming. Hierbij wordt gerekend met een gemiddeld bedrag per boom (waarbij wel onderscheid gemaakt wordt tussen boomgroottes en mate van inzet in maatregelen, zie onder). De optelsom van de kosten per project leidt tot een totaalbedrag, dit bedrag kan gebruikt worden om een voorziening te reserveren voor de totale kosten. Aangezien er veel opties zijn voor te treffen maatregelen en bijbehorende kosten afhankelijk van de situatie en er nog geen concrete projectplannen zijn uitgewerkt, is ervoor gekozen om een aantal varianten door te rekenen. De varianten verschillen in de mate van inzet in maatregelen voor boombescherming en boomgezondheid (investeringsbereidheid). Voor een nadere toelichting hierop, zie bijlage 6. Voor de onderhoudsstrategie 2025-2029 is gerekend met een redelijke mate van inzet voor groeiplaatsverbetering en een marginale mate van inzet voor boombescherming.
Dit levert voor bomen een meerjarenplanning op voor de komende 10 jaar (zie bijlage 6). De totaalkosten
34/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
bedragen daarmee circa EUR 8.290.927,89 voor de periode 2025-2034, dat betekent gemiddeld EUR 829.092,79 per jaar. Focus in de wijkreconstructieprojecten ligt op maatregelen voor vervanging, groeiplaatsverbetering en bescherming. Duurzame verbetering van de groeiplaats van bomen komt ook ten gunste aan doelstellingen voor klimaat en biodiversiteit. Zo kan een goede groeiplaats zorgen voor verbeterde waterberging en infiltratie in de ondergrond. Er is echter geen verdere rekening gehouden met realisatie van separate doelen voor bijvoorbeeld biodiversiteit of klimaat. Aanvullende maatregelen voor biodiversiteit en klimaat die kunnen worden toegepast in de reconstructieprojecten: •
•
Aanleg van extra bomen/groen: Er kan gekeken worden naar mogelijkheden voor extra vergroening voor versterking van biodiversiteit en vermindering van hittestress. Dit extra groenareaal zorgt voor meer onderhoudskosten: zie kader 4.3 in paragraaf 4.2.1, biodiversiteitsmaatregelen in paragraaf 4.3.1 en klimaatadaptieve maatregelen in paragraaf 4.3.2. Toepassen van biodivers en klimaatbestendig groen: zie biodiversiteitsmaatregelen in paragraaf 4.3.1 en klimaatadaptieve maatregelen in paragraaf 4.3.2.
4.2
Groen
Onderstaande paragraaf beschrijft voor groen de onderhoudsstrategie om het huidige beheerareaal op het gewenste beeldkwaliteitsniveau “eeuwigdurend” op peil te houden inclusief vervanging en invulling van knelpunten. Een volledig overzicht van beheermaatregelen per beheercategorie is opgenomen in bijlage 4. Hierin zijn ook de frequenties, bewerkingspercentages en eenheidsprijzen opgenomen. 4.2.1 Basisonderhoud In onderstaand overzicht is globaal het basisonderhoud voor groen voor 2025-2029 aangegeven, geordend naar de groencategorieën zoals ook weergegeven in tabel 3.3. Ook de vervangingsmaatregelen zijn opgenomen, deze worden nader uitgewerkt in paragraaf 4.2.3. De aanvullingen in beheermaatregelen ten opzichte van de huidige situatie zijn dikgedrukt weergegeven. Een volledig overzicht van beheermaatregelen is opgenomen in bijlage 4. Hierin zijn ook de frequenties, bewerkingspercentages en eenheidsprijzen opgenomen. Tabel 4.2 Overzicht basisgroenbeheermaatregelen per categorie. Groen dikgedrukt = aanvulling ten opzichte van huidige situatie. Beheertype
Groenbeheermaatregelen 2025-2029
Bosplantsoen
•
Zwerfafvalbeheersing
•
Onkruidbeheersing
•
Terugzetten beplanting
•
Dunnen bosplantsoen
•
Vervangen + 1 jaar extra onderhoud (water geven)
•
Beheersen overgroei bodembedekkende heesters (randen)
•
Snoeien/terugzetten beplanting
Bodembedekkende heesters
35/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Beheertype
Heesters
Heesters solitair
Rozen
Hagen (tot 1,50m en >1,50)
Vaste planten
Groenbeheermaatregelen 2025-2029 •
Zwerfafvalbeheersing
•
Onkruidbeheersing (schoffelen/wieden)
•
Bokashi aanbrengen
•
Inboeten + 1 jaar water geven
•
Vervangen + 1 jaar extra onderhoud (water geven)
•
Onkruidbestrijding (schoffelen/wieden)
•
Bokashi aanbrengen
•
Zwerfafvalbeheersing
•
Snoeien/terugzetten beplanting
•
Beheersen overgroei heesters (randen)
•
Verwijderen blad
•
Inboeten + 1 jaar water geven
•
Vervangen + 1 jaar extra onderhoud (water geven)
•
Zwerfafvalbeheersing
•
Onkruidbeheersing
•
Snoeien sierheester (verjongingssnoei)
•
Snoeien sierheester (zomersnoei)
•
Verwijderen blad
•
Bokashi aanbrengen
•
Inboeten + 1 jaar water geven
•
Vervangen + 1 jaar extra onderhoud (water geven)
•
Zomersnoei struikrozen
•
Voorjaarssnoei struikrozen
•
Bemesten beplantingsvak struikrozen
•
Zwerfafvalbeheersing
•
Onkruidbeheersing
•
Verwijderen blad
•
Inboeten
•
Vervangen + 1 jaar extra onderhoud (water geven)
•
Knippen van hagen/blokhagen
•
Onkruidbeheersing in haagvoet
•
Zwerfafvalbeheersing
•
Bokashi aanbrengen
•
Inboeten + 1 jaar water geven
•
Vervangen + 1 jaar extra onderhoud (water geven)
•
Terugzetten beplanting
•
Bemesten beplantingsvak
•
Zwerfafvalbeheersing
•
Onkruidbeheersing
•
Verwijderen blad
•
Klepelen/mulchen
•
Scheuren en herplanten
36/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Beheertype
Wisselperken
Gazon A
Gazon B + Hondenuitlaatplaats
Kruidenrijk gras 1x maaien + afvoeren
Kruidenrijk gras 2x maaien + afvoeren
Ruigte
Groenbeheermaatregelen 2025-2029 •
Inboeten
•
Vervangen + 1 jaar extra onderhoud (water geven)
•
Onkruidbestrijding
•
Zwerfafvalbeheersing
•
Vervangen
•
Beheersen grashoogte-gazon
•
Zwerfafvalbeheersing gras- en kruidachtigen
•
Bladblazen
•
Slepen
•
Grasherstel open plekken
•
Gazon bemesten (anorganische bemesting)
•
Mulchen
•
Bijmaaien rondom bomen en obstakels
•
Kanten steken/knippen langs verharding
•
Kanten steken/knippen langs beplanting
•
Onkruidbeheersing boomspiegel
•
Vervangen
•
Beheersen grashoogte-grasveld
•
Zwerfafvalbeheersing gras- en kruidachtigen
•
Bladblazen
•
Slepen
•
Grasherstel open plekken
•
Gazon bemesten (anorganische bemesting)
•
Mulchen
•
Bijmaaien rondom bomen en obstakels
•
Kanten steken/knippen langs verharding
•
Kanten steken/knippen langs beplanting
•
Onkruidbeheersing boomspiegel
•
Maaien loof van bolgewassen
•
Vervangen
•
Gefaseerd maaien (o.a. bermen, taluds en zichthoeken)
•
Verwerken maaisel
•
Verwijderen zwerfafval
•
Bijmaaien rondom bomen
•
Vervangen
•
Gefaseerd maaien (o.a. bermen, taluds en zichthoeken)
•
Verwerken maaisel
•
Verwijderen zwerfafval
•
Bijmaaien rondom bomen (alleen de laatste keer)
•
Vervangen
•
Maaien
•
Verwerken maaisel
37/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Beheertype
Oevervegetatie
Invasieve soort Wadi’s
Groenbeheermaatregelen 2025-2029 •
Verwijderen zwerfafval
•
Maaien en beheersen oeverbeplanting
•
Verwijderen uitgroei oeverbeplanting
•
Verwijderen zwerfafval
•
Vervangen
•
Maatregelen Japanse duizendknoop
•
Maatregelen reuzenberenklauw
•
Maaien en afvoeren
•
Verwijderen zwerfafval
•
Vervangen
Mulchen Nieuwe groenbeheermaatregel sinds 2024 is bladmulchen op gazons. Dit betreft het verpulveren van blad op alle gazons, met behulp van een speciale machine (zie figuur 4.2).
Figuur 4.2 Bladmulchmachine
Gazonherstel Gazonherstel vond vooralsnog plaats op aanwijzing na een melding. Nieuw in de onderhoudsstrategie is om gazon structureel te monitoren op kale plekken en waar nodig te herstellen en bij te zaaien. Lang gras Vanuit biodiversiteit loopt een omvormingstraject om vanaf 2024 in de hele gemeente waar mogelijk en wenselijk over te gaan op extensief beheer (zie paragraaf 4.3.1). Dit houdt in dat er 1x of 2x per jaar wordt gemaaid en afgevoerd, waarbij gefaseerd wordt gemaaid (20% blijft staan). Dit wordt toegepast op alle delen met aangewezen beheertype “Kruidenrijk gras 1x per jaar maaien + afvoeren” en “Kruidenrijk gras 2x per jaar maaien + afvoeren”. Het jaar 2024 is daarbij
38/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
een proefjaar. De ervaringen uit 2024 worden gebruik om voor de periode erna eventuele aanpassingen te verwerken en het bijbehorend budget aan te vragen. N.B. In algemene zin geldt voor het maaibeheer dat er niet geklepeld mag worden. Wadi’s Wadi’s zijn als nieuwe beheercategorie toegevoegd. De reeds aangelegde wadi’s vallen onder de projecten. Zodra een project gerealiseerd is, worden de wadi’s overgedragen naar het groenbeheer. Er kunnen twee typen wadi’s met bijbehorend beheer worden onderscheiden: Ondiepe wadi’s: dit zijn infiltratiestroken met een talud vlakker dan 1:3. Deze worden al met 1x maaien meegenomen en kunnen geschaard worden onder beheertype Kruidenrijk -
gras 1x maaien + afvoeren Diepe wadi’s: dit zijn de echte wadi’s met een talud steiler dan 1:3. Deze moeten als “wadi” worden aangewezen in het beheersysteem, met daaraan gekoppeld een
beheerregime. Wens bij beide typen wadi’s is om waar mogelijk groenstroken te realiseren met daarin struiken en/of boomvormers of zelfs een goed ontwikkelde mantel-zoomvegetatie, deze kunnen meer water opnemen/infiltreren (zie ook paragraaf 4.3.2). Als input voor dit groenbeheerplan is een recent overzicht gemaakt van aantallen, locaties en typen wadi’s. Deze inventarisatie dient te worden doorgevoerd in het actualiseerde beheersysteem, inclusief maatregelenpakket. Sturen op kwaliteit Uit de resultaten van een periodieke beeldkwaliteitsmonitoring (zie paragraaf 4.2.2) kan blijken dat de beoogde onderhoudskwaliteit voor delen van het groenareaal niet gehaald wordt, en dat dat intensiever onderhoud nodig is om de gewenste beeldkwaliteit te halen. Onderdeel van de reguliere werkwijze is om te sturen op beeldkwaliteit en om te zorgen voor extra beheerinspanning op de locaties waarvan blijkt dat het beeldkwaliteitsniveau niet gehaald wordt. Vergroenen Gemeente Zeist streeft naar verdere vergroening van de openbare ruimte, waarbij het groen een belangrijke functie vervult als het gaat om biodiversiteit, klimaatbestendigheid en gezondheid (zie ook de uitwerking van de ambities in paragraaf 4.3.1 en 4.3.2).
Een nieuwe, vaak gehanteerde richtlijn voor gemeenten om te sturen op vergroening bij ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichtingen in stedelijk gebied is de zogeheten 3-30-300 regel. Dit houdt in: minstens 3 omvangrijke bomen zichtbaar vanuit je woning, minimaal 30% boombedekking rondom bebouwing en maximaal 300m tot het dichtstbijzijnde park of groene ruimte. De 3-30-300 richtlijn kent een heldere wetenschappelijke onderbouwing. Zo is in een recente Europese wetenschappelijke studie vastgesteld dat een kroonbedekking van 30% het aantal voortijdige sterfgevallen tijdens hittegolven kan verminderen met ruim éénderde. Ook blijkt dat mensen met uitzicht op bomen en groen een betere mentale gezondheid hebben en een hoger concentratievermogen in werk en studie. De 3-30-300 richtlijn kan een handig hulpmiddel zijn bij vergroeningsprojecten in gemeente Zeist. In kader 4.3 zijn de concrete uitvoeringsstrategieën voor groen met bijbehorende onderhoudskosten nader uitgewerkt.
39/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
KADER 4.3: Uitvoeringsstrategieën voor vergroening en onderhoud van nieuw groen Er zijn twee belangrijke uitvoeringsstrategieën voor vergroening: Zorgen voor extra vergroening binnen de reconstructieprojecten vanuit Wegen: vergroeningsmaatregelen kunnen worden geïmplementeerd in de beoogde reconstructieprojecten die op de meerjarenplanning staan (zie paragraaf 4.1.3 en 4.2.3). Bij reconstructieprojecten wordt er ingezet op zoveel mogelijk groen. Naast
-
vervanging van groen kan dus ook gekeken worden naar mogelijkheden voor extra vergroening. Dit heeft meerwaarde voor zowel biodiversiteit als klimaat. Uitvoering van kleinschalige vergroeningsprojecten buiten de reconstructieprojecten om. In deze kleinschalige projecten wordt zinloze verharding verwijderd. Deze “zinloze verharding” is in 2020 in een onderzoeksrapport van Sweco in beeld gebracht. Het gaat hierbij om versteende plekken die niet binnenkort heringericht worden en waar door te ontstenen, ruimte gemaakt kan worden voor groen. Het gaat dus altijd om een (te) brede stoep, een pleintje of hoogstens een parkeervak opofferen. Dergelijke vergroeningsmaatregelen zorgen voor areaalvergroting van groen en areaalverkleining van verharding. Vanuit klimaat is budget is beschikbaar voor omvorming van zinloze verharding naar groen (o.b.v. ervaring is dat circa €120,00 per m2). Beheer is hierin echter niet meegenomen. Hieronder is een richtbedrag uitgewerkt voor de kosten van beheer van nieuw groen.
Onderhoud van nieuw groen Het richtbedrag voor de extra kosten voor onderhoud van nieuw groen betreft EUR 0,81, zijnde de gemiddelde kosten per jaar voor onderhoud van 1 m2 groen. Idealiter wordt bij ieder project in een projectplan niet alleen aandacht besteed aan de kosten voor de aanleg, maar wordt ook standaard een beheerparagraaf opgenomen. Hierin wordt beschreven wat op basis van de aanleg de verwachte beheerkosten zijn, en wat er nodig is om beheer goed te borgen.
4.2.2 Overige maatregelen Overige maatregelen voor groen bestaan onder andere uit maatregelen om overlast te verminderen, procedurele maatregelen, maatregelen in projecten en maatregelen die samenhangen met integraliteit en andere relevante thema’s. In bijlage 4 is een volledig overzicht opgenomen van de overige maatregelen inclusief kosten. 1)
Grof vuil verwijderen (dumpingen): Jaarlijks worden in de gemeente tientallen meldingen gemaakt van afvaldumpingen. De dumpingen worden na melding verwijderd.
2)
Ziekten en plagen: maatregelen om overlast van Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw te verminderen (zie paragraaf 3.3.2). Areaal- en beheeraanpassingen doorvoeren en doorvertalen naar budgetten: Het te
3)
beheren bomen- en groenareaal is de afgelopen jaren toegenomen, onder meer door het verwijderen van verharding. De areaalaanpassingen zijn vooralsnog niet doorvertaald naar de budgetten. Nieuwe maatregel is om ieder jaar areaalaanpassingen en consequenties voor
40/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
budgetten in beeld te brengen. Ook andere type aanpassingen, denk aan beheertypewijzigingen, kunnen invloed hebben op de budgettering, bijvoorbeeld doordat meer meldingen worden gedaan. Dit vraagt om een goede monitoring van alle wijzigingen die gedurende het jaar optreden. Bij voorkeur wordt dit zo veel mogelijk integraal opgepakt. Voor nieuw groen wordt ook het aanplantjaar in het beheersysteem opgenomen. Daarmee ontstaat een completer beeld van de staat van het groen, een globale indicatie voor benodigd moment van vervanging en inzicht in achterstallige vervanging. 4)
Groenbehoud tijdens projecten en evenementen: Groen heeft een grote meerwaarde in de bebouwde omgeving. Aanwezigheid van groen kan zorgen voor onder andere meer infiltratiecapaciteit, extra bergend vermogen bij neerslagpieken, vermindering van geluidsoverlast, verhoging van de biodiversiteit en positieve effecten op gezondheid en welbevinden (zie ook figuur 4.3). Indien nodig dient in projecten budget te worden gereserveerd voor alle benodigde maatregelen om groen duurzaam te beschermen/behouden, zowel tijdens als na afloop. Denk aan: Afroven van bermen (verlagen, profileren en aanvullen) om infiltratie te stimuleren en te garanderen. Dit vindt nu plaats op een aantal vaste locaties (Driebergseweg,
-
Woudenbergseweg, Bosch en Duin), maar kan ook op nieuwe plekken elders nodig zijn. Inventarisatie van benodigde locaties is nodig. Preventieve maatregelen, denk aan het aanleggen van obstakels (boomstronken,
-
paaltjes) om structureel parkeren te voorkomen. Let op: aanleg van obstakels zorgt voor meerkosten in het maaibeheer, aangezien meer moet worden bijgemaaid. Maatregelen om groen te beschermen tijdens en na een project: denk aan gras afdekken met rijplaten, beplanting afschermen, grondwaterpeil beheersen, handhaving en (toezicht op) grasherstel. N.B. Maatregelen en kosten voor bescherming van groen en eventueel schadeherstel tijdens en na afloop van evenementen zijn in dit groenbeheerplan niet
-
meegenomen, deze worden verhaald bij de evenementenhouder. Wel zijn maatregelen en kosten opgenomen voor zonering en toezicht (zie punt hieronder). Voor het preventief goed beschermen van groen bij evenementen in bijvoorbeeld het Walkartpark en de Slottuin is een duidelijke zonering essentieel. Hiertoe dient een zoneringskaart te worden opgesteld, waarbij op kaart wordt aangegeven welke groenzones beschermd moeten worden. Ook goede handhaving op de afgegeven vergunningen is nodig, dit vraagt om inzet van meer personeel. Betere bescherming geldt niet alleen voor groen, maar ook voor andere disciplines (bomen, ecologie, wegen), advies is daarom om de zonering en handhaving als totaalpakket te bekijken.
41/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Figuur 4.3 Het hitte-eiland effect van de bebouwde omgeving (links) en groene oplossingen (rechts) (bron: o3shift.com).
5)
Flankerende maatregelen in projecten: Voor groen is er onderhoudsbudget voor het regulier beheer. Bij de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden worden ook flankerende maatregelen getroffen als het gaat om beheer van de openbare ruimte. Deze worden onder meer uitgevoerd voorafgaand/tijdens de snoei- en kapwerkzaamheden. Het gaat om: Verkeersmaatregelen (wegafzettingen, verkeerplan, tekstborden e.d.) -
Flora- en faunamaatregelen: Dit betreft o.a. het uitvoeren van ecologische onderzoeken, treffen van beschermingsmaatregelen voor flora en fauna, het opstellen en actueel houden van ecologische werkprotocollen.
6)
Veilig werken: O.a. opstellen van V&G plan Duurzaamheid: Gevolg geven aan de duurzaamheidsverplichting in de opdracht. Incidentele maatregelen: Dit betreft onder andere verwijderen klimop en iepenzaailingen.
7)
Ook worden incidenteel plantvakken gerenoveerd, bijvoorbeeld vakken met veel kweek. Dit valt onder het basisonderhoud. Onderhoudskwaliteit monitoren (inspecties) - gebiedsdekkend, incl. ecologische monitoring: De beeldkwaliteit structureel inspecteren middels een kwaliteitsmonitoring. Dit houdt in 1x per 4 jaar een gebiedsdekkende kwaliteitsinspectie uitvoeren. Onderdeel van de inspectie is een ecologische monitoring bermen en overige gras-beheertypes om de ontwikkeling van de biodiversiteit te volgen en te zien of de aanpassingen in het maaibeheer effect hebben. Resultaat is inzicht in de ecologische waarde en kwaliteit en op basis hiervan kan het beheer waar nodig worden bijgestuurd. Voor een juiste ecologische monitoring is het wenselijk om allereerst een ecologisch monitoringsplan op te stellen. N.B. Ook bewoners
42/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
kunnen worden ingezet voor de monitoring van biodiversiteit en openbaar groen (zie 8)
paragraaf 4.3.3). Alle vaste planten in de wijk Zeist-Centrum en in wijkwinkelcentra naar beeldkwaliteitsniveau A: De meeste vaste planten in de wijk Zeist-Centrum worden beheerd op beeldkwaliteitsniveau B. Een klein deel heeft beeldkwaliteitsniveau A (zie figuur 3.4). Het is wenselijk om voor alle vaste planten in de wijk Zeist-Centrum één standaard maatregelpakket van toepassing te verklaren, op kwaliteitsniveau A. De uitvoering ervan komt bij één
9)
specialistische aannemer te liggen. Dit geldt tevens voor de vaste planten in wijkwinkelcentrum De Clomp. Nulinventarisatie van beheersysteem: Het beheersysteem voor groen is op meerdere
punten niet actueel/op orde. Met een nulinventarisatie worden alle tekortkomingen geïnventariseerd, aangevuld en opgelost. 10) Aanvullende ambitie: Parken op hoog niveau. Ambitie voor de parken is om deze een extra kwaliteitsimpuls te geven ten opzichte van omliggend gemeentelijk groen. Daarbij wordt gestreefd naar een hogere kwaliteit. Een hoger kwaliteitsniveau kan betekenen een hoger onderhoudsniveau voor groen (naar A-niveau), een hogere ambitie/kwaliteit qua materiaal en sortiment, en/of een hogere ecologische kwaliteit (functie voor biodiversiteit). Daarnaast is in de huidige situatie het beheer van de parken versnipperd. Een deel van de parken wordt beheerd vanuit een eigen beheerplan, een ander deel niet. En de uitvoering van het beheer ligt bij meerdere partijen (bijv. Walkartpark door Feith, Wilhelminapark door de buitendienst). Wens is om het beheer van alle parken in één beheerplan te bundelen en bij één aannemer onder te brengen. Aandachtspunt hierbij is dat veel parken een rijksmonument zijn en dat er Sim-subsidie wordt verkregen voor de instandhouding van de parken op basis van een beheerplan. In een werksessie op 25 september 2023 zijn de volgende maatregelen geformuleerd voor de parken: Stap 1: Overkoepelend beheerplan parken De eerste stap in het realiseren van een hoger kwaliteitsniveau in de parken is het op orde brengen van de bestaande beheerplannen.
Wat zijn de daarin beoogde beheermaatregelen en welke (daarvan) zijn wenselijk en nodig voor behalen van een hoger kwaliteitsniveau voor groenonderhoud en/of andere doelstellingen zoals biodiversiteit? Hierbij dient goed te worden aangesloten op individuele identiteit van de parken. Op basis van deze inventarisatie kan één overkoepelend beheerplan worden opgezet met daarin per park een hoofdstuk met specifieke aandachtspunten. Stap 2: Parkenbestek "grote parken" Op basis van het in stap 1 uitgewerkte beheerplan kan een overkoepelend parkenbestek worden gemaakt met werkpakketten voor alle parken. Hierin wordt in eerste instantie gefocust op de grote parken, dat wil zeggen de parken waar reeds een beheerplan van is opgesteld: • Park de Brink • • •
Dieptetuin Walkartpark Nijenheimbosje
43/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
•
Wilhelminapark
• • •
Blookerpark Pestersbosje Utrechtseweg
• Slotpark Naast de kosten voor het opstellen van het parkenbestek zijn ook de meerkosten voor het onderhoud van de grote parken op beeldkwaliteitsniveau A opgenomen in dit groenbeheerplan. Parkenbestek uitbreiden met kleinere parken Een maatregel/wens voor de langere termijn is om ook de kleinere parken/pleinen/plantsoenen in het overkoepelende beheerplan en bestek mee te nemen. Denk aan het Kersbergenplein, Oranjeplein en Bethanieplein. Naast de kosten voor het opstellen van het parkenbestek zijn ook de meerkosten voor het onderhoud van de kleinere parken op beeldkwaliteitsniveau A opgenomen in dit groenbeheerplan. 4.2.3
Vervanging
De strategie voor vervanging is als volgt: de eerste stap is om de totale vervangingsopgave in beeld te hebben. Dit betekent dat bepaald wordt welke kosten gemiddeld per jaar nodig zijn om het groen te vervangen. Dit geeft een eerste basis voor de vervangingsopgave. Het gaat hier om een gemiddeld jaarbudget voor reguliere vervanging die sowieso moet plaatsvinden, waarbij gerekend wordt met 1x per jaar een bepaald percentage vervangen. Dit bedrag en percentage worden bepaald o.b.v. levensduur en vervangingswaarde van de beheercategorieën. Dit zorgt voor een overzicht in het langjarig gemiddelde: wat is jaarlijks gemiddeld aan vervanging nodig, zie tabel 4.3. De achtergrondtabel is opgenomen in bijlage 5.
44/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Tabel 4.3 Overzicht jaarlijkse vervangingskosten reguliere vervanging.
Beheertype
Oppervlakte (m2)
Bodembedekkende heesters
79.458
Hagen tot 1,50m
16.670
Hagen > 1,50m
7.172
Heesters Heesters solitair Rozen
185.269 7.160
Investering vervanging per Eenheidsprijs jaar (EUR) Levensduur vervangingskosten (=Oppervlakte * (jaar) per jaar (EUR/m2) Eenheidsprijs vervangingskost en per jaar) € 0,67 € 52.972,00 30 € 1,04 € 17.322,50 30 € 1,00 € 7.172,00 30 € 0,67 € 124.691,67 30 € 0,67 € 4.773,33 30
995
20
€ 1,50
€ 1.492,50
Vaste planten
21.877
10
€ 3,23
€ 70.726,50
Gazon A
111.960
50
€ 0,03
€ 3.358,80
Gazon B
€ 2.995,95
99.865
50
€ 0,03
Hondenuitlaatplaats
17.035
50
€ 0,03
€ 511,05
Kruidenrijk gras 1x maaien + afvoeren
278.218
50
€ 0,01
€ 2.782,18
Kruidenrijk gras 2x maaien + afvoeren
740.521
50
€ 0,01
€ 7.405,21
Ruigte
652
50
€ 0,01
€ 6,52
Oevervegetatie
7.320
50
€ 0,01
€ 73,20
Bosplantsoen
205.611
50
€ 0,24
€ 49.346,64
1.000
10
€ 0,75 Totale reguliere vervangingskosten per jaar
€ 750,00
Wadi
€ 346.380,04
Het in tabel 4.2 berekende gemiddeld jaarbudget voor reguliere vervanging van EUR 346.380,04 vormt het uitgangspunt voor het benodigde vervangingsbudget. Voor de periode 2025-2034 wordt de jaarlijkse vervanging van groen deels zelfstandig uitgevoerd vanuit groen en deels meegenomen in de beoogde grootschalige reconstructieprojecten die vanuit Wegen reeds op de meerjarenplanning staan (zie bijlage 7 en toelichting hieronder). Een volgende stap zou idealiter zijn om te inventariseren welke groenelementen in de gemeente daadwerkelijk aan vervanging toe zijn. Een gebiedsdekkende inspectie is nodig om de precieze vervangingsopgave in beeld te brengen. N.B. Het opzetten van een vervangingsplanning die gebaseerd is op aanplantjaar en (gemiddelde) levensduur is niet realistisch, aangezien de levensduur in de praktijk van teveel factoren afhankelijk is en het aanplantjaar van beplanting is meestal niet bekend. Vervanging groen in wijkreconstructieprojecten Voor de reconstructieprojecten die vanuit Wegen reeds op de planning staan is een meerjarenplanning voor groen uitgewerkt voor de komende 10 jaar. Deze geeft een grove indicatie van wat nodig is aan investeringsbudget voor de vervanging van groen in de reconstructieprojecten. De meerjarenplanning is weergegeven in bijlage 7.
45/72
Kenmerk
4.3
R001-1287594SVR-V01
Terug naar de basis: Specifieke thema’s
Onderstaande paragraaf beschrijft op hoofdlijnen de maatregelen die voorkomen uit de integrale beleidsambities vanuit specifieke thema’s. Voor iedere maatregel wordt een korte toelichting gegeven over wat de maatregel inhoudt en wat deze oplevert. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de kosten van alle beheermaatregelen. Een volledig overzicht van maatregelen vanuit de specifieke thema’s inclusief kostenindicatie is opgenomen in bijlage 8. Transitie naar natuurlijk beheer Sinds jaar en dag wordt de openbare ruimte beheert op basis van beeldkwaliteit. De nadruk heeft hierbij altijd gelegen op de onderhoudskwaliteit. De onderhoudskwaliteit is, en wordt vaak nog steeds, bepaald aan de hand van wat wij mooi, netjes of strak vinden. Daarnaast is het vaak het gebruik van de plek door mensen die bepaalt hoe het groen op die plek wordt beheerd. Het gevolg hiervan is dat we in veel gevallen de functies (ecosysteemdiensten) die bomen en groen kunnen bieden en ons het leven aangenamer kunnen maken, de kop hebben ingedrukt. Vandaag de dag hebben we te maken met een biodiversiteits -en klimaatcrisis. Onze natuurlijke omgeving is niet meer in staat om de gevolgen van deze crisis op te vangen waardoor wij veel geld en tijd moeten investeren om met deze problemen om te gaan. Maar duurzame oplossingen liggen voor het oprapen.
We moeten de eigenlijke functies van de natuur weer erkennen en haar weer in staat stellen deze uit te oefenen. We kennen geen nieuwe functies toe maar erkennen dat we de meest belangrijke functies/diensten van natuur decennia lang hebben genegeerd. Deze fouten moeten we herstellen, we demonteren de zijwieltjes die we haar hadden aangemeten en laten geleidelijk haar handje weer los. 4.3.1 Biodiversiteit Het groen in de gemeente wordt beheerd op basis van de geschiktheid voor een zo groot mogelijke variatie aan planten en dieren. Het doel is om zoveel mogelijk planten en dieren aan te trekken, naar gelang mogelijk is op de plek in relatie tot context, groeiplaats en gebruik. We benaderen bomen en groen als leefgebied en migratieroutes voor flora en fauna. Biodiversiteitsplan en Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit Gemeente Zeist wil zich de komende jaren inzetten voor het verbeteren van de biodiversiteit in de gemeente. De doelstellingen voor biodiversiteit sluiten aan op de ambities voor natuur en klimaat uit het coalitieakkoord: Zeist wil de ecologische diversiteit vergroten en de teruggang juist tegengaan. Groen versterken, inzet op schonere lucht, schoon water en schone grond en Zeist klimaatbestendig maken. Zeist wil natuurinclusief bouwen, zuinig zijn op groen, verticaal groen toepassen en hinderlijk overhangend groen aanpakken.
46/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
In het gemeentelijke biodiversiteitsplan uit 2021 zijn de volgende biodiversiteitsdoelstellingen geformuleerd: zorgen voor meer ruimte (meer plekken) waar (wilde) planten en dieren kunnen leven; zorgen dat de ecologische kwaliteit van die plekken beter wordt, zodat ze geschikt -
worden voor meer planten en dieren; zorgen dat al deze plekken zo goed mogelijk met elkaar verbonden zijn, zodat planten en dieren er ook kunnen komen.
In het plan is naast kansen voor verbetermogelijkheden per deelgebied ook een strategie opgenomen voor het werken aan meer biodiversiteit. Groenbeheer is een belangrijke sleutel voor behoud en versterking van de biodiversiteit. Er wordt binnen het groenbeheer in gemeente Zeist al op diverse vlakken rekening gehouden met biodiversiteit. Zo worden bladeren, takken en oude bomen niet standaard afgevoerd. En er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. Maar er kunnen nog diverse extra maatregelen genomen worden. Met bijvoorbeeld areaalvergroting van groen, extensiever maaien, of het kiezen van de juiste planten- en boomsoorten kan voor biodiversiteit een veel meerwaarde gerealiseerd worden. Hierbij is het wel van belang dat de maatregelen ook aansluiten op de andere thema’s van de openbare ruimte en dat ook binnen deze thema’s budget beschikbaar is. Bijvoorbeeld, wanneer er minder blad wordt geruimd, dient verkeer en veiligheid budget te hebben om hierop te anticiperen. Hetzelfde geldt voor het groenbeheer: wanneer bijvoorbeeld bepaalde soorten worden gestimuleerd, of juist invasieve exoten (extra) moeten worden verwijderd, dient hier ruimte voor te zijn in het budget. Naast het biodiversiteitsplan is er ook een Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit. Het streven is om deze eind 2024 vast te stellen.
Vanuit dit uitvoeringsprogramma worden in heel Zeist uitvoeringsprojecten gerealiseerd met als doel de biodiversiteitsambities uit het biodiversiteitsplan te realiseren en daarmee de biodiversiteit te versterken. In een gezamenlijke werksessie vanuit groen en biodiversiteit op 17 juli 2023 is een reeks maatregelen geformuleerd die wenselijk zijn voor versterking van biodiversiteit en realisatie van biodivers groen. Deze worden hieronder kort toegelicht. Een deel van de maatregelen komt voort uit acties en maatregelen die zijn beschreven in het biodiversiteitsplan. In bijlage 8 staat het totaaloverzicht aan maatregelen inclusief kostenindicatie. Verwijderen zinloze verharding / vergroting groenareaal / realiseren ecologische verbindingen Een concrete actie voor versterking van de biodiversiteit is om zinloze verharding te verwijderen en daarmee het groenareaal te vergroten. Reeds is een inventarisatie uitgevoerd naar gemeentelijke verhardingen die in aanmerking komen om te verwijderen (zie kader 4.3 in 4.2.1). Doel is deze locaties om te zetten naar groenstructuren met inheemse soorten die zo veel mogelijk aaneengesloten zijn en verbonden zijn met bestaand groen. De areaalvergroting van groen zorgt voor extra beheerkosten (zie paragraaf 4.2.1). Ook realisatie van extra groen in reconstructieprojecten brengt extra beheerkosten met zich mee (zie paragraaf 4.2.3).
47/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Vermindering van maaien tot aan de stam Een andere concrete actie uit het biodiversiteitsplan is om bij bomen die in het gras staan, het maaien tot aan de stam te verminderen tot één keer per jaar. Achterliggend doel is dat de hogere begroeiing die rond de stam ontstaat, gunstig is voor de biodiversiteit. Een positief neveneffect is dat er minder beschadiging van de stam optreedt. De maatregel wordt momenteel al gemeentebreed toegepast. Omvorming naar extensief beheer (lang gras) De derde concrete actie uit het biodiversiteitsplan is om gazon om te vormen naar lang gras (extensief beheerd gras). Deze beheerwijziging wordt ingegeven zowel vanuit bezuinigingen als vanuit biodiversiteit. Door een ecologisch adviesbureau is een inventarisatie uitgevoerd naar de mogelijkheden en locaties voor minder maaien en de potenties voor ontwikkeling naar lang gras/kruidenrijk grasland. In 2024 wordt op de kansrijke plekken overgegaan op extensief beheer. De ervaringen uit 2024 worden gebruikt om voor de periode erna eventuele aanpassingen te verwerken en het bijbehorend budget aan te vragen. Werken met ecologische bestekken Kansrijk voor versterking van biodiversiteit is om in het groenbeheer over te gaan op “ecologische bestekken”. Dit houdt in dat de huidige bestekken aan duidelijke ecologische eisen moeten voldoen in zowel werkwijze als resultaat.
Als eerste stap dienen de precieze wensen voor ecologische bestekken in een plan van aanpak nader te worden uitgewerkt. Streefbeelden voor oeverbeplanting Met de ontwikkeling van streefbeelden voor oeverbeplanting en een koppeling aan (ecologische) beheerregimes wordt de biodiversiteit in wateren en langs oevers versterkt. Borging van ecologisch waardevol groen in ruimtelijke plannen en ruimtelijke ordening In het gemeentelijke groenstructuurplan is de groenstructuur relatief grof op kaart uitgewerkt. Vanuit biodiversiteit is het wenselijk om ecologisch waardevol groen goed te borgen in ruimtelijke plannen en ruimtelijke ordening. Eerste stap daarin is om de ecologische structuur goed vast te leggen in het gemeentelijke groenbeheer(systeem), waarbij wordt gezorgd dat de ecologische structuur ook als toetsingskader kan functioneren voor ruimtelijke plannen. Aanleg en beheer van natuurvriendelijke oevers Realisatie van natuurvriendelijke oevers langs gemeentelijke watergangen vergroot en versterkt het leefgebied van tal van insecten, vogels, amfibieën en kleine zoogdieren. Plannen voor aanleg, inrichting en beheer van de natuurvriendelijke oevers dienen in samenwerking met het waterschap nader te worden uitgewerkt. Hier kan ook een koppeling worden gemaakt met streefbeelden voor oeverbeplanting.
48/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Beheer van aanwezige en gewenste faunapassages Voor het goed functioneren van de aanwezige en nog aan te leggen grote en kleine faunapassages is een juist beheer ervan wenselijk. Het beheer van de faunapassages dient in een beheerplan te worden uitgewerkt, waarbij ook gekeken wordt naar aansluiting op andere relevante thema’s en bijbehorende beheerplannen, zoals voorliggend Groenbeheerplan en het Wegenbeheerplan. Toepassen van biodivers groen in projecten Doel is dat aangeplante bomen, struiken en overige planten in de openbare ruimte waarde hebben voor biodiversiteit en dat er een aaneengesloten aanbod is van bloeiende planten van voorjaar tot nazomer en vroege herfst. Biodivers groen kan worden toegepast binnen projecten, bij noodzakelijke vervanging van beplanting en door bewoners in hun eigen tuin en buurt. Er is reeds een (voorlopige) lijst opgesteld met geschikte bomen, heesters, vaste planten/kruiden, zaden en bollen. Wens is deze lijst te actualiseren en uit te breiden naar een advieslijst met geschikte soorten vanuit biodiversiteit. Hierbij dient klimaatbestendigheid als criterium te worden toegevoegd (zie paragraaf 4.3.2). Deze lijst is bedoeld voor intern gebruik, voor projectontwikkelaars en projecten in het algemeen, en wordt daarnaast via de gemeentelijke website beschikbaar gesteld voor bewoners.
4.3.2 Klimaat Het tweede speerpunt in het beheer van ons groene kapitaal is klimaatadaptiviteit. Het groen moet zoveel mogelijk in staat worden gesteld om bij te dragen aan het opvangen van de gevolgen van klimaatproblemen. Klimaatbestendig Zeist Vanuit gemeentelijk beleid zijn voor klimaat doelen gesteld om te zorgen voor areaalvergroting van groen (minder verharding, meer ruimte voor water) en om hittestress te verminderen. De doelstellingen voor klimaat sluiten aan op de ambities voor natuur en klimaat uit het coalitieakkoord: Zeist wil de ecologische diversiteit vergroten en de teruggang juist tegengaan. Groen versterken, inzet op schonere lucht, schoon water en schone grond en Zeist klimaatbestendig maken. Zeist wil natuurinclusief bouwen, zuinig zijn op groen, verticaal groen toepassen en hinderlijk overhangend groen aanpakken. Klimaatambities zijn concreet uitgewerkt in het rapport Klimaatbestendig Zeist. Geformuleerde doelstellingen voor vermindering van hittestress zijn onder meer: In periodes van hitte heeft iedere inwoner van Zeist een koele locatie in de directe -
omgeving (dat wil zeggen binnen 300 meter conform de 3-30-300 regel) Bij de inrichting van de openbare ruimte zorgen we ervoor dat de openbare ruimte van woonstraten met langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) op het heetst van de dag voor tenminste 40% in de schaduw gelegen zijn. (N.B. Deze doelstelling is ambitieuzer dan de 30% kroonbedekking rondom bebouwing vanuit de 3-30-300 regel)
49/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Voor een compleet overzicht van alle klimaatambities wordt verwezen naar hoofdstuk 4 in het rapport Klimaatbestendig Zeist. Streven is om vanuit het bomen- en groenbeheer zo veel mogelijk mee te werken bij het behalen van de klimaatdoelstellingen. In een gezamenlijke werksessie vanuit groen en klimaat op 25 september 2023 is een reeks maatregelen geformuleerd voor realisatie van klimaatbestendig groen. Hieronder volgt een korte toelichting per maatregel. In bijlage 8 staat het totaaloverzicht aan maatregelen inclusief kostenindicatie. Actief vergroenen en afkoppelen voor meer infiltratie van water Een belangrijke klimaatadaptieve maatregel is de realisatie van verlaagde plekken waar water in groen kan infiltreren. Dit betreft deels relatief vlakke infiltratiestroken en deels steilere wadi's. Wens bij beide typen infiltratieplekken is om waar mogelijk groenstroken te realiseren met daarin struiken en/of boomvormers of zelfs een goed ontwikkelde mantel-zoomvegetatie, deze kunnen meer water opnemen/infiltreren. Deze wens/doelstelling is ook opgenomen in het beheerplan van Landschappelijk groen. Opname van de juiste randvoorwaarden voor goede infiltratie in het paspoort in het beheersysteem is van belang. Ook het doorvoeren van jaarlijkse aanpassingen vanuit het beheersysteem voor riolering (Kikker) naar het groenbeheersysteem en/of de geoviewer is wenselijk.
Voor de wadi’s wordt een nieuwe beheertype toegevoegd aan het beheersysteem (zie ook paragraaf 4.2.1). Realisatie van infiltratiestroken zorgt in sommige gevallen voor areaalvergroting van groen en daarmee extra beheerkosten (zie kader 4.3 in paragraaf 4.2.1). Vergroenen voor vermindering van hittestress Bij herinrichtingsprojecten en bij nieuwbouw vinden vergroeningsmaatregelen plaats ter vermindering van hittestress. Denk aan aanplant van bomen, realisatie van verticaal groen en realisatie van groene gevels. Vergroeningsmaatregelen ter vermindering van hittestress zorgen voor areaalvergroting van groen en daarmee extra beheerkosten (zie kader 4.3 in paragraaf 4.2.1). Toepassen van klimaatbestendige soorten in projecten Doel is dat aangeplante bomen, struiken en overige planten in de openbare ruimte zo veel mogelijk klimaatbestendig zijn. Klimaatbestendig groen kan worden toegepast binnen projecten, bij noodzakelijke vervanging van beplanting en door bewoners in hun eigen tuin en buurt. Vanuit biodiversiteit is reeds een (voorlopige) lijst opgesteld met geschikte bomen, heesters, vaste planten/kruiden, zaden en bollen. Wens is deze lijst te actualiseren en uit te breiden naar een advieslijst met geschikte (ook niet-inheemse) soorten vanuit biodiversiteit en/of klimaatbestendigheid.
Deze lijst is bedoeld voor intern gebruik en wordt daarnaast via de gemeentelijke website beschikbaar gesteld voor bewoners. Richtlijnen voor vergroenen i.r.t. kabels en leidingen Wens is om duidelijke richtlijnen te hebben hoe om te gaan met bomen/groen bij het werken aan kabels en leidingen en bij renovatieprojecten in het algemeen. In de huidige werkwijze wordt
50/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
gebruik gemaakt van de richtlijnen uit het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Wens is om dit door te ontwikkelen naar een gemeentelijk stroomschema voor ontwerpen en werken rond bomen/groen en kabels en leidingen, en om in ieder project aandacht te hebben voor het goed ontwerpen en zorgvuldig werken rond bomen. Uitgangspunt en ambitie is dat de groen(inrichting) de hoogste prioriteit heeft. Andere aandachtspunten voor nieuwe groenvakken op plekken met kabels en leidingen zijn: Kies zo veel mogelijk voor vaste planten, deze hebben een relatief korte omlooptijd -
Zorg voor scheiding tussen de groeiplaats van bomen en de locatie van kabels/leidingen door plaatsing van wortelschermen
4.3.3 Bewonersbeheer en eigenaarschap in de openbare ruimte Onderstaande paragraaf beschrijft de gemeentelijke ambities en bijbehorende maatregelen rondom inwoners en eigenaarschap in de openbare ruimte. In kader 4.4 wordt nader ingegaan op bewonersbeheer in relatie tot de Inwonersadviescommissie. Bewonersbetrokkenheid De openbare ruimte is van ons allemaal. Veel inwoners voelen zich betrokken en willen zelf de handen uit de mouwen steken. Als gemeente zijn we daar blij mee en we faciliteren en stimuleren deze vorm van participatie. Dit doen we al jaren, op verschillende manieren. Inwoners kunnen – onder voorwaarden – gedeelten van het openbaar groen onderhouden. In de praktijk varieert dit van onkruidvrij houden van beplantingsvakken tot het naar eigen wens inrichten van vakken, adoptie van boomspiegels, het aanbrengen van tegeltuintjes en het realiseren van moestuintjes. Ook de schaal varieert, van individuele aanpak tot het gezamenlijk beheren van grotere objecten. De betrokkenheid van inwoners leidt tot een positievere beleving van de openbare ruimte. Als inwoners bijdragen aan het onderhoud van groen, dan voelen ze zich ook verantwoordelijk voor dat groen. Ook leidt dit tot een daadwerkelijk hogere kwaliteit, mede doordat men behoedzamer omgaat met zijn directe woonomgeving (minder zwerfafval, minder onkruid, minder vandalisme, e.d.).
Daarnaast – vooral als meerdere inwoners dit samen oppakken – bevordert het de sociale samenhang in de buurt. De gemeente stimuleert deze ontwikkelingen, waarbij het uitdrukkelijk de bedoeling is dat er sprake is van continuïteit. Dit bereiken we door hierover afspraken te maken (contracten). Ook op het gebied van biodiversiteit vinden we elkaar, het is een onderwerp dat zowel veel inwoners als de gemeente van groot belang achten. Het is een breed onderwerp, waar inwoners niet altijd direct een rol in kunnen spelen, denk aan de aanleg van dassentunnels of de toepassing van vleermuisvriendelijke verlichting. Voor andere onderwerpen is de inbreng van inwoners juist heel zinvol, vooral in de directe woonomgeving. Het aanbrengen van nestkasten, bijenhotels, soortenrijke vegetatie in tuinen en in de openbare ruimte draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit binnen Zeist. Met enthousiasme en de nodige kennis ontstaan hierdoor waardevolle situaties. Ook kunnen bewoners bijdragen in het vergaren van inzicht in de stand van de biodiversiteit, door mee te helpen bij de monitoring van planten- en diersoorten.
51/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Als inwoners de stoep voor hun huis onkruidvrij houden bepalen ze zelf de kwaliteit waar zij tevreden over kunnen zijn en de aannemer kan deze gedeelten overslaan. Dit leidt tot de grotere betrokkenheid bij de openbare ruimte en bevordert – als inwoners het gezamenlijk oppakken – het gemeenschapsgevoel. KADER 4.4 Inwonersadviescommissie In 2021 heeft de Inwonersadviescommissie (IAC) voorstellen gedaan om de betrokkenheid van inwoners te vergroten en daarmee tot bezuinigingen op het onderhoud te komen. Met het oog op de openbare ruimte gaat het om: • 1.07 De burger en zijn eigenaarschap •
2.02 Biodiversiteit door de buurt!
•
5.10 Onkruidbestrijding samen met bewoners
De voorstellen van de Inwonersadviescommissie (IAC) om inwoners meer te betrekken bij hun eigen leefomgeving sluiten aan bij een al jarenlange praktijk. Bij meer inzet van inwoners bij het onderhoud vallen de kosten voor de gemeente lager uit, doordat de betreffende vakken en objecten uit de onderhoudsbestekken kunnen worden gehaald. Tegenover de mogelijke besparingen staat dat er investeringen nodig zijn. Investeringen in financiële zin, benodigd voor het op orde brengen van vakken voor de overdracht aan de inwoners, eventueel aanschaf en levering van materialen en gereedschappen. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met personele begeleiding (snelle afhandeling van de verzoeken van bewoners, het contact houden met bewoners en de controle op alle adoptielocaties of mensen zich aan de regels houden) en met het weer overnemen van groen als bewoners niet meer onderhouden. Ervaringen in andere gemeenten wijzen uit dat de investeringen en de begeleiding vaak meer kosten dan de besparingen opleveren. De ervaringen met boomspiegels in onze eigen gemeente wijzen dit ook uit. Waar inwoners zich inzetten voor biodiversiteit, draagt de gemeente op diverse manieren bij. Enkele voorbeelden uit de huidige praktijk: ophalen van groenafval bij een bijenoase en een stukje parkonderhoud, leveren van snoeihout voor takkenrillen.
Daarnaast is ook specialistische begeleiding wenselijk: controleren of objecten zoals een paddenpoel voldoen aan de ecologische afspraken, paddentrek: paddentellingen, borden plaatsen, etc. en begeleiding door een ecoloog bij tellingen van doelsoorten. Dit gebeurt nu incidenteel door onze eigen adviseurs (‘tussen de bedrijven door’), maar bij uitbreiding van dit soort initiatieven is structurele inzet nodig van adviseurs en ecologen.
Verder op de ingeslagen weg De stappen die we op het gebied van betrokkenheid van inwoners de afgelopen jaren hebben gezet willen we in de toekomst verder doorzetten en uitbreiden. Dit sluit ook aan op het
52/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
coalitieakkoord voor de omarming van het eigenaarschap in de openbare ruimte: we streven ernaar dat bewoners meer verantwoordelijkheid op zich nemen op het gebied van duurzaamheid, groen en wijkbeheer. Ook willen we groen en natuur beschermen en biodiversiteit versterken. Om het eigenaarschap in de openbare ruimte te versterken moeten we inwoners actief betrekken. Dit houdt in dat we meer reclame maken voor deze leuke vorm van participatie. We stellen een plan van aanpak op om de bewonersbetrokkenheid verder uit te werken. Naast het opstellen van een plan van aanpak is in een gezamenlijke werksessie op 27 november 2023 een reeks andere, meer uitvoeringsgerichte maatregelen geformuleerd rondom bewonersparticipatie. Alle maatregelen rond bewonersparticipatie worden hieronder kort toegelicht. Een deel van de maatregelen linkt ook aan maatregelen bij eerder beschreven thema’s. In bijlage 8 staat het totaaloverzicht aan maatregelen inclusief kostenindicatie. Opstellen Plan van aanpak bewonersbetrokkenheid en eigenaarschap in de openbare ruimte In het op te stellen plan van aanpak onderzoeken we onze inzet van de laatste jaren – wat zijn goede en minder goede voorbeelden; we evalueren uitgegeven objecten om uiteindelijk te komen tot optimale duidelijke kaders voor groenadoptie en tot de beste vormen van communicatie waarmee we inwoners actief kunnen benaderen.
In dit plan van aanpak komen ook financiële en personele aspecten naar voren. Onderdeel en voortvloeisel van het plan van aanpak is het voortzetten en aanscherpen van huidige vormen van participatie in groenbeheer: groenadoptie, boomspiegels en geveltuintjes. Groenadoptie Bij groenadoptie wordt een stuk grond onder een aantal randvoorwaarden en op basis van een overeenkomst in bruikleen gegeven aan bewoners. Er is geen kaart aanwezig waarop staat waar groenadoptie wel en niet mag. Wel is een randvoorwaarde dat groenadoptie niet is toegestaan in de ecologische groenstructuur. Maatregelen zijn: • Aanscherpen van de randvoorwaarden. Alleen soorten toestaan die goed zijn voor biodiversiteit. •
Kaart ontwikkelen met beeld waar wel en waar niet groenadoptie mogelijk is/toegestaan wordt. Vandaaruit kan indien gewenst ook gekozen worden om groenelementen actief aan te bieden voor adoptie.
Boomspiegels In de huidige situatie mogen boomspiegels door bewoners beheerd worden. Bewoners moeten daarvoor wel eerst een melding doen via de gemeentelijke website. Ook gelden er een aantal randvoorwaarden. Maatregel is: •
Zorgen voor meer duidelijke communicatie over randvoorwaarden bijvoorbeeld voor biodiversiteit.
53/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Geveltuintjes In de huidige situatie mogen bewoners zonder randvoorwaarden zelf geveltuintjes aanleggen. De geveltuintjes worden nu niet geregistreerd en er is geen zicht op de locaties, dimensies en aantallen. Ook vallen geveltuintjes niet onder groenbeheer en er zijn geen afspraken over vanuit groen. Het initiatief loopt via klimaat en is in de APV opgenomen. Maatregelen zijn: • Aangelegde geveltuintjes (laten) registeren, dan is er vanuit groen ook zicht op. •
Bewoners stimuleren in de aanleg van biodivers gevelgroen.
Meer fte voor informeren en enthousiasmeren De huidige participatie van bewoners bestaat vooral uit informeren en eventueel paar gerichte soortkeuzes laten maken bij inrichtingsprojecten. Daarnaast is er op enkele plekken kleinschalige betrokkenheid van bewoners in het beheer. Er is geen actieve promotie van bewonersbeheer. Wens is om bewonersbetrokkenheid en communicatie naar bewoners meer te stimuleren en te zorgen voor meer actieve promotie. Dit vraagt om extra ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van een “groene makelaar”. De groene makelaar kan het totaalpakket van bewonersparticipatie in het groen op zich nemen. Met een groene makelaar kan de gemeente dichter bij de burger komen en kan er vanuit de gemeente ook actiever worden gepromoot. Heldere communicatie en positieve berichtgeving Voor een goede betrokkenheid van bewoners is het van belang om bewoners helder en positief te informeren over het hoe en waarom van het beheer en onderhoud. Professionalisering van de communicatie rond beheer en onderhoud en biodiversiteit vindt plaats door te zorgen voor goed communicatief materiaal, een duidelijke website en periodieke nieuwsberichten over de beheertaken.
Opzet ecologisch monitoringsplan en begeleiding ecologische monitoring door bewoners Citizen science wordt onder meer vanuit Wageningen Universiteit gezien als een belangrijke vorm van burgerbetrokkenheid bij groen/natuur en is van waarde voor beleid en wetenschap. Er zijn diverse tools en applicaties beschikbaar die ook voor bewoners toegankelijk zijn om natuur/groen te monitoren. Wens is om bewoners delen van het openbaar groen te laten monitoren. Dit heeft meerdere voordelen: de gemeente krijgt meer inzicht in de staat van groen, en tegelijkertijd worden bewoners meer betrokken bij het groen(beheer). 4.3.4 Duurzaamheid Gemeente Zeist heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Zo ondersteunt de gemeente de initiatieven die via Samen Duurzaam Zeist binnenkomen. Ook in het boom- en groenbeheer wordt op diverse manier aan duurzaamheid gewerkt. Voorbeelden zijn: Toepassen (mulchen) van bokashi afkomstig van eigen bladafval Toepassen (mulchen) van houtsnippers afkomstig van gemeentelijke bomen -
Timmerhout van gemeentelijke bomen verkopen
54/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Genoemde beheermaatregelen zijn reeds meegenomen onder boom- en groenbeheerwerkpakketten. Daarnaast zijn er ook wensen voor de toekomst. Bijvoorbeeld om hout van gekapte bomen te gebruiken voor gemeentelijke doeleinden, bijvoorbeeld om boompalen te maken.
4.4
Overkoepelende aspecten met wegbeheer
Er zijn meerdere aspecten in het beheer van de openbare ruimte die raakvlakken hebben met zowel groen/bomen als wegen/verhardingen, bijvoorbeeld boomwortelopdruk in wegen. Belangrijk is dat de afstemming over deze elementen en de benodigde maatregelen goed worden geborgd, zowel vanuit wegen als groen. Een belangrijk punt waarin wegen en bomen/groen samenkomen, zijn de reconstructieprojecten die vanuit Wegen zijn uitgewerkt in de investeringslijst voor vervanging. De reconstructieprojecten vormen een goede aanleiding om vervanging van bomen en groen uit te voeren. Daarom is het streven om met vervanging van bomen en groen zo veel mogelijk op aan te sluiten op de reconstructieprojecten en voldoende budget te reserveren voor vervanging. Naast de reconstructieprojecten zijn er nog een aantal andere relevante raakvlakken, deze worden kort toegelicht in onderstaande tabel. De relevante raakvlakken komen in het groenbeheerplan ook terug in reeds geformuleerde maatregelen.
55/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
Tabel 4.4 Raakvlakken wegen en bomen/groen Aandachtspunt/Knelpunt
Toelichting
Nader uitgewerkt onder
Boomwortelopdruk
Er zijn binnen de gemeente veel straten die nog geen
Paragraaf 4.1.1: Kader
herinrichting nodig hebben maar wel ernstige lokale
4.1 Boomwortelopdruk
schade ondervinden door boomwortelopdruk. Dit zorgt
verwijderen/oplossen
niet alleen voor onveilige situaties, ook voor de bomen is het van belang om de wortelopdruk op te lossen om schade aan bomen en wortels te voorkomen. Voor het verwijderen en oplossen van boomwortelopdruk is extra geld nodig. Belangrijk is om de huidige problematiek op te lossen en nieuwe schades zo veel mogelijk te voorkomen Bomen duurzaam
In veel van oudere straten in Zeist staan bomen in te
Basisbeheer bomen
planten in projecten
kleine groenvakken en/of ongeschikte standplaats. Dit
(4.1.1), vervanging,
kan leiden tot o.a. problemen met wortelopdruk, een lage
groeiplaatsverbetering
toekomstverwachting en meer risico op droogtestress. Bij
en bescherming in
herinrichtingen volgens de nieuwe principes is er voor
reconstructieprojecten
bomen te weinig ruimte in het smalle wegprofiel. Door de
(4.1.3)
hoge parkeerdruk is het verwijderen van parkeervakken vaak beperkt of niet mogelijk. Er is daarom aandacht nodig voor het duurzaam planten van bomen en het zorgen voor een goede invulling van alle (gebruiks)functies van de openbare ruimte. Bomen duurzaam
Op veel plekken hebben bomen (al dan niet langs
Basisbeheer bomen
behouden
wegen) zich inmiddels gevestigd en hebben zij nog een
(4.1.1), vervanging,
goede gezondheid. In deze staat leveren zij een hoop
groeiplaatsverbetering
ecosysteemdiensten die niet zijn te vervangen door er
en bescherming in
een jonge boom terug te planten. Daarom is het zeer
reconstructieprojecten
wenselijk om de bomen die nog langere tijd meekunnen
(4.1.3)
te bevoordelen zodat deze ook op deze plek duurzaam behouden kunnen blijven en de ecosysteemdiensten kunnen blijven leveren. Onkruid op gebonden
Op veel locaties is er gebonden halfverharding of
Niet nader uitgewerkt.
halfverharding
ongebonden halfverharding. Op met name de slecht
Wordt nu onderhouden
beloopbare stukken zijn oplossingen nodig voor vegen
door RMN. Conclusies:
en onkruidverwijdering. NB. Voor sommige verhardingen,
moet bij Wegen blijven
bijvoorbeeld langs gevels en rond obstakels, geldt dat “onkruid” wel acceptabel kan zijn voor het beeld, dit is een kwestie van wennen.
56/72
Kenmerk
R001-1287594SVR-V01
5 Financiën Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de beheerkosten. Er wordt onderscheid gemaakt in beschikbare en benodigde en financiële middelen: -
-
Beschikbaar (paragraaf 5.1): De budgetten in de begroting voor groen, parken, etc. Benodigd voor basisonderhoud en overige maatregelen (paragraaf 5.2): De middelen die nodig zijn om de totale hoeveelheid aan bomen en groen op het gewenste kwaliteitsniveau voor onderhoud te houden zoals in de nieuwe beheerstrategie (hoofdstuk 4.1) is omschreven. Benodigd voor maatregelen specifieke thema’s (paragraaf 5.3): Ook wordt een